Archief:

Artikels uit het tijdschrift van

Natuurpunt

Grote Nete

 

Jaargang 5
driemaandelijks tijdschrift
April 2006 Nr.
2

 terug naar de startpagina


 

EEN NIEUW GEBIED, EEN NIEUW WANDELPAD !

18 juni 2006: Opening `Landschapswandeling in Varendonk'

 Onlangs kon Natuurpunt het natuurgebied Varendonk in Laakdal aankopen. Tijdens de onderhandelingen werd het al snel duidelijk dat ook dit gebied uit het Merodepakket naar Natuurpunt zou gaan. Dit puzzelstuk past immers mooi tussen twee andere gebieden van Natuurpunt, namelijk het Trichelbroek en het Zammelsbroek.

Dit 'nieuwe' gebied openstellen voor de wandelaar - natuurliefhebber is één van onze eerste taken. Het plaatselijke beheersteam heeft een wandeltraject van 5.5km bewegwijzerd doorheen het gebied en de omgeving.

De officiële opening is op 18 juni om 14u. Geïnteresseerden kunnen daarna het traject inwandelen aan de hand van een wandelzoektocht. Op een ludieke manier komt men zo in contact met de natuur en het landschap en bovendien zijn er nog mooie prijzen mee te winnen.

Vertrekplaats: taverne 't Laak,

Grote Steenweg 12, Veerle-Laakdal Officiële opening: 14u00 Inschrijven: vanaf 14u30 tot 16u00 Wandeltraject: 5.5 km Prijs: 1 euro leden en 2 euro niet-leden

( Een gratis consumptie is inbegrepen)

 

 

OCHTENDWANDELING met ONTBIJT in GOOR-ASBROEK


Op ZONDAG 7 MEI 2006  maken we een ochtendwandeling in de vallei van de Steenkensbeek en Grote Nete.

 

We starten om 7 u 00 aan taverne 'Aan de Haak', het vroegere 'Loze vissertje' langs de Provinciebaan 24 te Herselt.

Een wandeling 's morgens heeft iets watje niet mag missen. De nevelslierten hangen nog in de vallei, de lucht is nog niet bezoedeld door allerlei uitlaatgassen, je kan nog spreken van `stilte'. Achteraf nagenieten bij een heerlijk ontbijt is gewoon het einde. Met een beetje geluk zien we Reeën en horen we de ontwakende vogels die hun dag beginnen met een mooi ochtendlied.

Inschrijven is verplicht, dit om iedereen een ontbijt aan te kunnen bieden. Stort € 8.00 op rekeningnummer 230-0581786-97 van Kris Dries met mededeling: ochtendwandeling Aan de Haak.

 

 

NATUUREXCURSIE IN DE RITTEN te Houtvenne op 26 maart 2006

 

In tegenstelling tot vorig jaar hadden we onze excursie twee weken vroeger in 't jaar gepland, omdat vorig jaar het kantje boordje was onze voorjaarsbloeiers nog in bloei te kunnen determineren. Dit was buiten de waard gerekend want 2006 kende een eerder koud voorjaar en van massale bloei van o.a. Bosanemonen, Speenkruid en Dalkruid was heden géén sprake. Enkel schuchter, pril ontluikend kruid van voornoemde planten werd waargenomen. Enkele eenheden bloeiende exemplaren van Bosanemoon en Speenkruid werden gevonden op het perceel in eigendom van Natuurpunt. Met 15 deelnemers vertrokken we aan de kerk van Houtvenne waar we vooreerst de geschiedenis van de kerk, de pastorie en het dorpsplein uit de doeken deden.
Daarna werd de ruimtelijke ordening van het dorp geschetst en de vastgelegde ruimtelijke structuur van Houtvenne getoetst met de werkelijke fysische situatie, met al zijn pro en contra's. Ook de in de loop der jaren landschappelijke teloorgang van grote en kleine landschapselementen, zoals bomenrijen, houtkanten en hakhoutbosjes in het coulissenlandschap van De Ritten. Ook het verdwijnen van de vochtige kleinschalige weiden werd aan de kaak gesteld. Deze werd getoetst aan de huidige door de lokale overheid vooropgestelde "ruimtelijke structuur" en het gewestplan.
Naast de bloeiende planten, als Madeliefjes, een enkele Paardebloem en de op springen staande bloemetjes van de Sleedoorn konden we ook nog volgende vogelsoorten waarnemen : Grote Lijster, Kleine Bonte Specht, Houtduif, Koolmees, Pimpelmees, Huismus, Roodborst, Winterkoning, Zwarte Kraai, Ekster, Gaai, Buizerd, Sperwer, Koperwiek, Merel, Blauwe Reiger, Vink, Staartmees, Pimpelmees, Wilde Eend, Zanglijster, Groenvink en een Houtsnip. Deze laatste is een uiterst zeldzame bij wet beschermde doortrekker.
Na de 2u30 durende wandeling zagen we tevreden deelnemers die nu echt vanuit alle windstreken afkomstig waren. Zo kwamen ze o.a. van Houtvenne, Ramsel, Herselt, Booischot, Rillaar, Tremelo, Haacht, Kessel, Lint en zelfs van Merksem.

 De verhoopte waarneming van een Boerenzwaluw liet het afweten. Het zal voor een andere keer zijn zeker.

 Geert Daems.

 

 

DE LAAKVALLEIEN

Natuurgebied Varendonk, vlakbij Trichelbroek en toch weer anders

Plaatsnamen als Watereinde, Blaardonk en Meybeemden wijzen reeds op de afwisseling in dit landschap. Vooral de geleidelijke overgang van natte naar drogere zandgronden alsook de eeuwenlange menselijke invloed bepalen de natuurwaarden in dit gebied.

Het natuurgebied Varendonk is gelegen in de gelijknamige deelgemeente van Laakdal. Op de linkeroever van de Grote Laak strekt dit gebied met een oppervlakte van ongeveer 100 ha zich uit van Steenrotsen (tegenover het natuurgebied de Roost) tot aan de samenvloeiing van de Grote Laak met de Grote Nete. Ter hoogte van Blaardonk vinden we enkele boerderijen, daar is de natuur verweven met landbouwgebruik. Op de andere oever van de beek ligt het Trichelbroek. Beide gebieden, die door Natuurpunt worden beheerd, vormen hier een mooi natuurlijk geheel. Met een bodem die overgaat van zand naar zandleem is Varendonk als het ware het zandige supplement van Trichelbroek waar de bodem vooral uit klei en veen is opgebouwd. De Grote Steenweg (N127) loopt langs het gebied en snijdt ook letterlijk een stuk uit de donk of zandrug van Varendonk.

Een gradiëntenrijk landschap geeft een verscheidenheid aan soorten

Een duidelijke overgang tussen de vallei en de hoger gelegen zandige gronden staat borg voor een verscheidenheid aan biotopen en soorten. Aan de beek bevinden zich elzenbroekbossen, beemden, ruigten en vochtige eiken-beukenbossen met o.a. Dalkruid en de immer groene Witte klaverzuring. Over het hele gebied is er een rijk aanbod aan paddenstoelen, met een aantal zeldzame soorten gordijnzwammen in het Varkensdelbos. De ondoordringbare broekbossen op de Meybeemden waren in vroegere tijden hooilanden met een netwerk van ontwateringssloten. Amfibieën, watervogels en libellen vinden in deze waterrijke omgeving een geschikte biotoop. Eikendreven, met kruidige bermen en bulten van Pijpenstrootje, doorsnijden het gebied. In een verlandend ven zien we hoe het hout fraai begroeid is met verschillende mossoorten. Naast de beschermde Koningsvaren en het decoratieve Dubbelloof, komen in het gebied nog andere varensoorten voor en verklaren waarschijnlijk zo de naam 'Varendonk'. Op de hoger gelegen zandgronden wisselen dennenbossen af met eiken- berkenbossen en zijn er nog restanten van heide te vinden. Havik en Sperwer verschalken er hun prooi, Reeen brengen hier hun jongen groot en een populatie Vossen zorgt voor een natuurlijk evenwicht.

Historiek

In de 12 de eeuw verwierf de abdij van Averbode in Varendonk een aantal gronden. Op een oude kaart uit het kaartenboek van de abdij is hun toenmalige eigendom in Blaardonk duidelijk aangegeven. Deze gronden die na de Franse revolutie in handen kwamen van de prinselijke familie de Merode, zijn nu grotendeels eigendom van Natuurpunt. Zo is dit landschap voor de toekomst veilig gesteld.

 De kapel van Watereinde, toegewijd aan O.-L.-Vrouw, dateert van het midden van de zeventiende eeuw. De kapel is gesitueerd op de weg Westerlo-Diest en fungeerde als een kruispunt- en grenskapel. In 1863 besloot de gemeente Varendonk de kapel in te richten als gemeentehuis. Tot 1956 was de gemeente Varendonk voor de administratie op die kleine kapel aangewezen. Er was zo weinig ruimte dat bij huwelijken de mensen moesten blijven buiten staan. Bijna honderd jaar lang was de kapel van Watereinde het kleinste gemeentehuis van het land.

De Hoefkens en de watermolen

De abdij liet hier drie hoeven bouwen. De eerste en tevens kern van het hoevecomplex was de Blaardonkhoeve. In de loop van de 15 de eeuw plaatste men aan een bijgebouw een watermolen op een aftakking van de Grote Laak. Het was een zogenaamde 'wintermolen' die alleen maalde van begin oktober tot half maart. Om de 'Blaardonkmolen' te laten draaien, werden sluizen op de Grote Laak dicht gedraaid. Het opstuwen van het Zaakwater had als neveneffect dat het laaggelegen ommeland dikwijls overstroomde. Momenteel staan er drie moderne boerderijen op ongeveer dezelfde plaats als eeuwen geleden. Van de oude Blaardonkhoeve staat er nog slechts de schuur als stille getuige van vroegere tijden. Enkele sporen van veertiende eeuwse schansen, de omwaterde versterkingen waar volk en vee bij dreigend gevaar een toevlucht kon zoeken, zijn nog terug te vinden in de grillige loop van de afwateringssloten.

Natuurbeheer en herstel door vrijwilligers

Natuurpunt wil haar gebieden zo goed mogelijk beheren om zoveel mogelijk planten en dieren optimale levenskansen te bieden. Hiervoor moet er op het veld nog heel wat gebeuren. Maaien, hooien, plaggen, kappen is erg arbeidsintensief. Door met velen de schouders onder al dit werk te zetten, zijn de resultaten snel zichtbaar. Zo zorgen we er voor dat toekomstige generaties eveneens van deze natuurpracht kunnen blijven genieten. In de Laakvalleien zijn een aantal vrijwilligers actief, maar we komen nog vaak handen te kort. Daarom blijven we op zoek naar nieuwe vrijwilligers! Er is voor iedereen wel een aangepast klusje: wandelingen gidsen en klassen begeleiden, wandelpaden onderhouden en andere natuurbeheerswerken uitvoeren, folders bussen, pinten tappen, zwerfvuil opruimen, nieuwe leden werven, warme chocomelk maken, diavoorstellingen geven, planten en dieren inventariseren... er is voor elk wat wils. Of je nu alle dagen in de weer bent of één keer een halve dag per jaar, het doet er niet toe, iedereen is van harte welkom. Je werkt samen met andere vrijwilligers en wordt waar nodig ondersteund. Je kunt heel wat leren en draagt jouw steentje bij tot het behoud en beheer van waardevolle natuur in je buurt.

Neem contact op met de gebiedsverantwoordelijke en informeer naar de beheerswerkdagen.

Vele handen maken licht werk!

Life en Natura 2000

Het natuurgebied Varendonk behoort tot het project Nr. 7738 'Laakvalleien' van Natuurpunt afdeling Grote Nete. Een gedeelte van het gebied is op de lijst van de Europese Habitatrichtlijngebieden opgenomen. In dit deel wordt de volgen de jaren, met de steun van de Europese gemeenschap, het Life-project " Herstel van het laaglandbeeksysteem, Grote Nete" uitgevoerd.

Wandelen in Varendonk

Men kan de omgeving verkennen via een bewegwijzerd pad van ongeveer 5,5 km. Dit pad is via een wandelbrug over de Grote Laak gekoppeld aan het aantrekkelijke Trichelbroekpad. Mogelijk zal er in de toekomst ook een verbinding komen met De Roost. Zo is een wandeling in de kleinschalige, landelijke omgeving van Varendonk te combineren met een bezoek aan de andere natuurgebieden in de Laakvalleien. Ook het Zammelsbroek ligt op loopafstand zodat een wandeldag met beide natuurparels op het programma borg staat voor afwisseling en natuurbeleving. De wandelaar treft hier een gave strook natuur aan met heel wat ontwikkelingskansen voor fauna en flora. De paden zijn hier niet geschikt voor rolstoelen, fietsen of paarden. En het is logisch dat in dit rustgebied de honden kort aan de leiband worden gehouden. Regelmatig worden er geleide wandelingen georganiseerd. Deze worden aangekondigd o.a. in het ledentijdschrift en op de website: http://www.natuurpunt.be/grotenete

Voor meer informatie: richt u tot de gebiedsverantwoordelijke Vic Van Dyck 014 / 84 02 10 

 

 

VALLEI VAN DE GROTE NETE te HEIST-OP-DEN-BERG

Terugblik op een geslaagd 2005.

2005 was beslist een hoogvlieger op het vlak van onze reservatenwerking. Dit betekent dat het reservatenteam een enorme berg werk verzet heeft. Er werden 10 werkdagen met vrijwilligers georganiseerd. Met een gemiddelde opkomst van 12 deelnemers horen we zeker bij de actievere reservatengroepen. Er werden ruim 600 manuren door vrijwilligers in het reservaat gewerkt.

Op 5 februari en 12 maart werden wilgen geknot in de Moerbeemden en Laarbeemden. Op 15 maart hielpen 9 leerlingen van het SintGummaruscollege uit Lier bij de afvoer van maaisel uit de Moerbeemden.

Op 9 april werd een metalen schuilhok en draad afgebroken in de Broekstraatbeemden.

Op 21 mei werden de bewegwijzering en de infoborden van het Molenbeekpad geplaatst. Op 18 juni werd het Pinzielekepad gemaaid en het maaisel afgevoerd. Tevens werd de vijver aan Pinzieleke gemaaid en gehooid onder tropische temperaturen van 30°C.

Op 24 september werd het startschot gegeven om het canadabos in de Moerbeemden om te vormen naar een elzenbroekbos met oude turfputten. Een wilgenstruweel werd verhakseld. Op 31 oktober werd de omgeving van ons Natuurpuntlokaal verfraaid met inheems groen.

Op 19 november en 3 december werd er verder geknot in de Laarbeemden.

Op 28 december werden oude prikkeldraadafsluitingen afgebroken in de Moerbeemden.

Op 29 mei 2005 werd een nieuw wandelpad geopend. Met de feestelijke natuurhappening `Met Pallieter langs het Molenbeekpad' werd onder ruime belangstelling een tweede wandellus in de vallei van de Grote Nete te Heist-opden-Berg ingewandeld. Ruim 300 personen kwamen samen aan de Pallieterhoeve te Booischot voor de onthulling van het infobord door schepen Mariën, een geleide wandeling met randanimatie zoals een scène uit de film Pallieter, een educatieve stand over waterleven en volksmuziek.

In totaal werden 5 geleide wandelingen georganiseerd in de Netevallei. Op Kruiskensberg verzamelden 45 wandelaars op 6 februari. De Netevallei te Hallaar ontving 29 deelnemers op 22 mei. Het Molenbeekpad werd ingewandeld op 29 mei door een 300-tal mensen. De sfeervolle herdenkingswandeling voor Sylvain Wuyts op 6 augustus lokte ca. 95 deelnemers. Het jaar werd afgesloten met 84 deelnemers op de kerstwandeling (26 december) door Averegten en Netevallei.

Jaarlijks wordt er 12 ha graslanden begraasd in samenwerking met plaatselijke landbouwers en particulieren. De professionele terreinploeg van Natuurpunt maaide en hooide 16 ha hooilanden. Door plaatselijke landbouwers en particulieren werden er nog 6 ha gemaaid en gehooid.

Deze beheerswerken werpen mooie resultaten af. De pitrusvegetatie op een veenbodem begint te verschralen waardoor Moerasviooltje, Wateraardbei en Moerasrolklaver kunnen uitbreiden. Tevens was er een massale nabloei van Kattenstaart en Melkeppe.

De warme septembermaand leverde kleurrijke vlinders op met typische soorten van schrale graslanden, zoals Icarusblauwtje en Kleine vuurvlinder.

 

 

DE "BRUGGENEINDSE GOREN": populairder dan ooit!

Tussen Heist-op-den-Berg en Huishout bevinden zich de 'Bruggeneindse Goren'. Dit gebied maakte ooit deel uit van wat eens de meer dan 1000 ha grote 'Goorheyde' was. Nu vormt het het kleinste natuurgebiedje van Heist-op-denBerg.

Dit kleine gebied heeft sinds september/oktober 2005 niet minder dan 3 (drie!) enthousiaste conservators die elkaar verdringen om de aandacht van het Bruggeneindse natuurschoon. En dit gebeurt allemaal net 25 jaar nadat 'Bruggeneindse Goren' voor het eerst onttrokken werd aan de overweldigende kracht van landbouw en industrie.

Reden genoeg dus om op 15 augustus een feestje te organiseren rond dit natuurgebied. En opdat u op dit feest een beetje zou mee kunnen praten over de vroegere en toekomstige gebeurtenissen in de 'Bruggeneindse Goren', krijgt u hier kant en klaar een bondig overzicht.

Op 11 augustus 1980 ontdekten Frans Valvekens en Jan Vereist in de 'Bruggeneindse Goren' Zonnedauw en Klokjesgentiaan, waardoor verschillende mensen, waaronder Marc Geens en Sylvain Wuyts, beseften dat ze een belangrijke taak te vervullen hadden in deze steeds minder natuurrijke wereld. Sinds 1981 wordt dit mooie stukje natuur dan ook daadwerkelijk bewaard als natuurgebied.

En dat werpt zijn vruchten af.

Na de plagwerken in 2000, zien we een positieve evolutie in de richting van een open, heideschraal graslandschap. De totale oppervlakte kwalitatief goede heide is minstens vervijfvoudigd ten opzichte van de in 1981 resterende oppervlakte. Klokjesgentiaan en Moeraswolfsklauw, beide op de rode lijst (potentieel bedreigde soorten), breiden uit op de beheerde stukken. Verschillende veenmossen en levermossen herstellen zich op de geplagde delen. Een aantal typische soorten blijven het goed doen, zoals Kleine en Ronde zonnedauw en enkele zeggesoorten.

Deze positief evoluerende lijn willen de huidige conservators doortrekken en in de toekomst zal een poging ondernomen worden om de beboste oppervlakte verder terug te dringen ten voordele van een meer open landschap. Gezien het positieve resultaat de voorbije jaren, hopen we een sterke uitdunning van het eiken-berkenbos te kunnen uitvoeren aan de zuidkant van het reservaat. Om de heide verder te laten ontwikkelen, zullen deze zomer plagwerken (hopen plagmateriaal en takken) worden aangevat, zodat er opnieuw een plaats wordt gecreëerd voor de pioniersplanten van een heidevegetatie. De boomopslag op het terrein zal worden verwijderd, waarbij we door schapen geholpen worden.

De 'Bruggeneindse Goren' is een gebied met een groot potentieel, maar om dit volledig te laten ontplooien zijn drie enthousiaste mensen niets teveel!

Tot op het feest (of eerder misschien)!

Het 'Goren-Team', Petra Dumoulin, Olivier Heylen en Rien De Keyser.

15 augustus 2006 vanaf 13u30

Natuurpunt heet u van harte welkom om samen het 25-jarig bestaan te vieren van het éérste natuurgebied in Heist-op-den-Berg, De Bruggeneindse Goren.

Programma

13u30 Openingsspeech en onthulling infobord aan Kaasstrooimolen door burgemeester en conservator
14u tot 16u Geleide wandelingen vanaf de Kaasstrooimolen
14u tot 18u Fototentoonstelling in de Kaasstrooimolen, Louis Schoeters, natuurfotograaf
14u - 19u Versnaperingen in en aan de Pandoerenhoeve, met medewerking van Heemkring Die Swaene.
17u      Optreden Pie.p-Klein

 

 

WERKEN IN DE LANGDONKEN

Kappen, maaien, plaggen, hooien, hakselen, verschralen, frezen, composteren, verbranden, afvoeren, 't zijn allemaal werkwoorden !

In de Langdonken willen we een open of halfopen landschap creëren. Bos, struweel, heide, vochtig hooiland, heischraal grasland, ven, ... wisselen elkaar af. Als we de grenzen tussen die verschillende vegetatietypen niet te bruusk maken, ontwikkelen zich fraaie overgangszones.

 Hoge en vaak zeer zeldzaam voorkomende natuurwaarden vinden we in de sfeer van de heischrale vegetaties. Om die vegetaties duurzaam kansen te geven, dienen er regelmatig voedingsstoffen afgevoerd te worden. We doen dit door kappen, maaien en plaggen.

Soms worden kunstmatige aanplanten van vreemde houtsoorten verwijderd. Om achteraf een maaibeheer mogelijk te maken, dienen de stronken uitgefreesd te worden.

In de plaats komen de in Vlaanderen heel waardevolle heischrale graslanden, of historisch en ecologisch belangrijke vochtige hooilanden. Hier hebben we veel beheersresten als takhout en stronken.

Wat het maaisel betreft, valt de verwerking nogal mee. In heel de afdeling Grote Nete hebben we in 2005 ongeveer 50 ton (droog) maaisel van hooilanden, ruigten en riet afgevoerd. Ongeveer 40 ton gaat als dierenvoeding naar milieubewuste landbouwers en hobbyboeren, 10 ton gaat naar een biologische landbouwer die het composteert.

Het verwijderen van takhout en stronken is heel wat moeilijker. Waar het enigszins kan, wordt gehakseld. Voor dit gehakseld materiaal zijn er steeds vrijwilligers die het gratis komen ophalen. Bij het kappen van ongeveer 5 ha dennenbos in Langdorp heeft Natuurpunt met de koper van het hout de afspraak gemaakt het tak- en kruinhout te hakselen. Dit gehakseld hout is geleverd aan Electrabel die er groene stroom mee produceert.

In de Langdonken ligt er momenteel een aanzienlijke berg boom- en struikstronken. Deze stronken laten we door een aannemer verhakselen. We zijn nog op zoek naar een bestemming voor dit gehakseld materiaal. Er zijn landbouwers geïnteresseerd die het zouden gebruiken als bodemverbeteraar en mogelijk kan het gebruikt worden in de composteringsinstallaties van Interleuven of IOK als reukfilter op de composteringsbedden.

We moeten er ons wel van bewust zijn dat de meestal als meer ecologisch verantwoord beschouwde activiteit van het hakselen heel wat milieuhinder kan meebrengen : de productie van tractor en de hakselaar, het brandstofverbruik, de lawaaihinder, uitlaatgassen, gevaarlijk en onaangenaam werk,...

 Het takhout van populieren wordt meestal door vrijwilligers opgeruimd en gebruikt als brandhout. Bij een kalverenbedrijf leveren we al jaren takhout (100m3/jaar). Dit bedrijf verwarmt er de melk voor de kalveren mee en gebruikt de restwarmte voor de verwarming van de woning.

 Er zijn percelen die zeer moeilijk met machines te bereiken zijn en waar we de keuze hebben laten liggen van takhout, manueel afvoeren of verbranden.

In enkele gevallen kiezen we voor het verbranden van takhout. Dit is niet de optimale werkwijze, maar in sommige omstandigheden zien we geen andere haalbare oplossing. Het veldwetboek verbiedt het verbranden van organisch materiaal op minder dan 100 m van een bos of van een woning. In het erkenningsbesluit (M.B.) van `De Langdonken' is bepaald dat er beheersresten mogen verbrand worden. De regel uit het veldwetboek is hier buiten werking. We trachten van deze uitzonderingsregel zo weinig mogelijk gebruik te maken.

Wie nog oplossingen kan bedenken voor het verwerken van onze beheersresten mag ons altijd contacteren.

 

 

NATUURSTUDIE: ZWALUWEN in de KIJKER

Zwaluwen zijn gemakkelijk herkenbare en populaire vogels. Hun aanwezigheid in de buurt van huizen en boerderijen werd door iedereen als vanzelfsprekend beschouwd. Maar de aantallen zijn de laatste jaren dramatisch teruggelopen. Het beeld van grote groepen zwaluwen die in september op telefoondraden verzamelen vooraleer zuidwaarts te trekken, is stilaan verleden tijd.

Zwaluwen keren vanaf eind maart terug uit hun overwinteringsgebieden in Afrika. Ze wonen het liefst in oude boerderijen, waar de staldeuren nog open staan. Het vrouwtje legt 4 à 5 eitjes, die na 20 dagen uitkomen. De ouders vangen niet minder dan 9.000 insecten per dag om hun kroost groot te brengen. Na een drietal weken verlaten de jongen het nest. Dikwijls volgt er nog een tweede broedsel, waarbij de jongen van het eerste broedsel helpen hun broertjes en zusjes te voederen.

In 1996 werd door natuurvereniging De Wielewaal vzw een grootschalige inventarisatie opgezet in Vlaanderen met als doel een realistische schatting te kunnen maken van het aantal zwaluwen. In onze gemeente werden de veldgegevens ingezameld op 2 manieren. Enerzijds werd door het gemeentebestuur een telformulier verspreid onder alle actieve landbouwers. Anderzijds hebben vrijwilligers een gebied van 3.000 hectare onderzocht in de gemeente Heist-op-den-Berg op het voorkomen van zwaluwen.

In 1996 werden in Heist-op-den-Berg 380 bewoonde nesten van Boerenzwaluw geteld. Deze zijn gespreid over 143 verschillende locaties. Opvallend was het grote aantal plaatsen waar slechts 1 of 2 nestelende zwaluwen voorkwamen.

In Heist-op-den-Berg komen drie soorten zwaluwen voor. Naast de algemenere Boerenzwaluw, komen eveneens de zeldzame Huiszwaluw en Gierzwaluw voor. Beide soorten zijn echte koloniebroeders. Van de Gierzwaluw en Huiszwaluw komt er nog slechts 1 kleine kolonie voor in onze gemeente. De Huiszwaluwen broeden in de stationsomgeving en in de HeiligHartscholen langs de Biekorfstraat. Deze kolonie omvat ca. 15 nesten. In het hoge gebouw van het KTA langs de Boudewijnlaan broeden circa 20 Gierzwaluwen.

Onderzoek en bescherming zwaluwen in 2006.

Op vraag van de gemeentelijke milieuraad en Natuurpunt vzw zal in 2006 een nieuwe inventarisatie van de zwaluwen in onze gemeente worden uigevoerd. Zo kan na 10 jaar de evolutie van het aantal zwaluwen worden opgevolgd en eventueel een aantal beschermende maatregelen worden getroffen. Deze actie kadert in het project `Biodiversiteit in jouw gemeente'. De gegevens zullen opnieuw worden verzameld door met de landbouwtelling een formulier te verspreiden onder de actieve landbouwers. Inwoners, waar eveneens zwaluwen nestelen, kunnen deze gegevens doorgeven aan de gemeentelijke milieudienst.

In Heist-op-den-Berg komen drie soorten zwaluwen voor. Het gemeentebestuur van Heist-opden-Berg gaat in 2006 concrete beschermingsmaatregelen treffen voor de Huiszwaluw en Gierzwaluw. Door het ophangen van kunstnesten in overleg met de eigenaars worden de kwetsbare nestplaatsen beter beschermd.

In Laakdal werden eveneens kunstnesten voor Gierzwaluwen opgehangen.

 

 

DE (gewone) PAD

De Gewone pad komt bijna overal voor. Mogelijk dat hij daarom Gewone pad is gaan heten. Als het om zijn manier van leven gaat is de naam slecht gekozen, want er is veel ongewoons te melden over deze soort. Wist je bijvoorbeeld dat Gewone padden vooral van mieren leven.

Uit onderzoek is gebleken dat Gewone padden die de hele winter onder kunstmatige omstandigheden in het donker bij 5 graden Celsius werden gehouden, in maart de onrust in hun lijf kregen en gingen rondwandelen. De onderzoekers concludeerden hieruit dat de (Gewone) padden over een inwendige klok beschikken, die min of meer onafhankelijk van de weersomstandigheden in maart afloopt en aangeeft dat het tijd is om aan de voortplanting te beginnen. Padden zetten geen kikkerdril af maar eisnoeren die soms wel drie meter lang zijn. Net als volwassen padden bevatten de eitjes en de larven "bufojenine", een giftig bestanddeel dat voorkomt dat ze door roofdieren worden gegrepen. Zo zijn gewone padden als enige paddensoort in staat om zich voort te planten in karpervijvers. Ook volwassen padden hebben vanwege hun giftigheid weinig te duchten van rovers. Alleen de ringslang wil er nog wel eens eentje naar binnen werken.

De grootste vijand van de padden is het verkeer. Gelukkig worden in maart en april op veel plaatsen tijdens de trek paddenoverzetacties gehouden. Een duurzame oplossing om verkeersslachtoffers te voorkomen is de aanleg van faunapassages.

Tip.

Om de paddentrek waar te nemen ga je begin februari - maart, naar gelang van de weersomstandigheden, op een zachte regenachtige avond naar een plek met poelen of sloten in de nabijheid van een bosje of houtkant. De trek komt pas goed op gang als het helemaal donker is. Goed luisteren verhoogt de kans op waarnemingen. Gewone padden ritselen vaak letterlijk door het afgevallen blad onder de struiken.

Den Grunen Hestenair,

Herr Baron Titte Von Hosen. Tel. 015-24.34.87

 

 

DE BRUINE KIKKER : Het liefdesleven van een kikker.

De Bruine kikker is in ons land de meest voorkomende kikker, hoewel je dat niet zou zeggen. De Groene kikker zie je immers veel vaker in poelen, vijvers en langs sloten. Bovendien hoor je het gekwaak van de Groene kikker op honderden meters afstand. Zijn bruine neef heeft geen kwaakblazen en produceert slechts een bescheiden geknor dat nauwelijks te horen is. Een stille kikker dus, die een heel verspreid bestaan leidt in bossen, heidevelden en vochtige graslanden. Hij is daarmee een echte landrot.

Alleen in de voortplantingstijd zoeken Bruine kikkers het water op. Dan komen ze van heinde en ver naar hun geboorteplaats toe. Hoe ze die terug weten te vinden, is een nog onbeantwoorde vraag. En hoe ze het voor elkaar krijgen, allemaal rond dezelfde tijd op de paaiplaats te arriveren, is een nog groter raadsel. Bruine kikkers paren heel vroeg in het voorjaar, tussen eind februari en einde maart. Ze hebben dan hun winterslaapplaats verlaten voor de lange kruiptocht naar het moerasje, de sloot of het beekje waarin ze ooit zijn geboren.

Het is begin maart en het water is nog heel koud. Tientallen paartjes krioelen over, onder en tussen de honderden eierklompen die al afgezet zijn. Op hun gezwollen buiken zijn de vrouwtjes nu heel mooi roodachtig gekleurd. De mannetjes hebben een blauwige zweem over hun huid, die door het lange vasten in de winterslaap een beetje los om hun lijf hangt. Met hun voorpoten omklemmen de heren de dames onder hun oksels. Op hun duimen hebben ze zogenaamde copulatieborstels: verhoornde plekken die voor extra grip en misschien ook wel voor extra stimulatie zorgen. Die klemhouding - of met een mooi woord "amplexus" - kan dagenlang duren. Pas als het vrouwtje haar eitjes heeft afgezet en het mannetje ze heeft bevrucht, laat hij haar los. Soms gaat het trouwens mis. Het onderscheidingsvermogen van de mannetjes is niet al te best, waardoor ze alles dat ook maar een beetje op een vrouwtje lijkt omklemmen. Dat kan een ander mannetje zijn, een kluit modder, een half ontbonden dode vis of zelfs een vis. Maar als alles goed is gegaan en de paring achter de rug is, kruipen de kikkers weer aan land. Ze zullen wel moe zijn, want ze graven zich meteen in om nog even door te "winterslapen".

Pas in mei, als het lekker warm is, komen ze weer te voorschijn en eten zich vol met slakken en insecten. In het najaar gaan ze dan weldoorvoed weer in winterslaap. Intussen groeien duizenden kikkerkinderen zonder vader en moeder op. Die zullen ze pas weer over drie jaar weerzien, wanneer ze zelf geslachtsrijp zijn en terugkeren naar de plas. De ouders zijn dan zes en hebben misschien nog twee jaar te gaan. Maar zover is het nog lang niet. Zo'n drie weken na de paring komen de larfjes uit de eitjes, ze hangen nog een paar dagen aan de resten van de kikkerdril en veranderen dan in kikkervisjes. Die eten plantaardige en dierlijke resten en algen, het zijn echte opruimers.

Langzamerhand verschijnen de achterpootjes, de longen beginnen zich te ontwikkelen en vervolgens de voorpootjes. Uiteindelijk verliezen de kikkervisjes hun staart en is de metamorfose voltooid. Maar in de drie maanden die het proces heeft geduurd is er veel misgegaan. Een groot deel van de eitjes is niet tot ontwikkeling gekomen of opgegeten. Ook het merendeel van de wel uitgekomen larfjes en kikkervisjes is opgegeten door waterinsecten, vissen en door vogels zoals eenden. Die overdaad aan eitjes bij een paring was dus bepaald niet voor niets. Gelukkig zijn er toch heel veel kleine kikvorsjes van gekomen, die in de maand mei anderhalve centimeter groot de kant opkruipen om hun prille landleven te beginnen.

Maar hoeveel zullen er ooit terugkeren naar de plas?

Den Grunen Hestenair, Herr Baron Titte Von Hosen

 

HET MYSTERIE VAN DE HERTBERG

Reeds voor enkele jaren werd door leden van onze afdeling tijdens een nachtelijke tocht op de Hertberg te Herselt een zeer eigenaardig fenomeen waargenomen. Wanneer zij toen door een zeer vochtige holle weg stapten, lichtte de bodem onder hun voeten op. Wanneer de modder wat werd omgewoeld, kwam een schittering van allemaal kleine lichtjes te voorschijn. Men kon echter niet onmiddellijk iets ontdekken dat dit schijnsel veroorzaakte. Enkele biologen werden er bij gehaald, maar ook zij geraakten er niet uit.

Wanneer dit jaar op 4 maart onze afdeling tijdens de nacht van de duisternis het gebied opnieuw bezocht was het weer prijs. Alle wandelaars stonden met gapende mond dit spektakel te aanschouwen. Sommigen waren zeer gefascineerd, terwijl anderen rillingen over hun rug voelden lopen. Spookverhalen waren immers niet ver weg.

Het verhaal kwam ook bij de mensen van natuurstudie van Natuurpunt terecht. Hun insectenspecialist Nobby Thys dacht ogenblikkelijk aan de larven van de Kortschildglimworm. Deze larven zijn zeer klein en er zouden groene lichtjes ontstaan wanneer de glimwormenlarven worden platgetrapt. Ook werd contact opgenomen met Raphaël Decock van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en gespecialiseerd in glimwormen. Hij antwoordde :" Hmmm, de larven van de Kortschildglimworm geven voornamelijk licht in het najaar en na middernacht; hierbij geven ze normaal geen constant licht maar eerder in gloeipulsen. Larven van de Kleine en Gewone glimworm lijken betere kandidaten, want lichten gemakkelijker op bij

verstoring en continu. Vooral de Kleine glimworm: één larve heeft zelf meerdere kleine lichtorgaantjes. Eerste stadium larven zijn ook erg klein (3-4mm) en goed gecamoufleerd. Er bestaan ook lichtgevende Collembolen (Springstaarten), Regenwormen en Duizendpoten (de twee laatste geven een lichtgevend slijm af) en schimmels (maar waarom dan lichtpuntjes?). Hopelijk is het geen radioactief afval of zo." Nobby Thys is dan op 10 maart overdag ter plaatse gekomen en verzamelde een staal van de strooisellaag. Zijn relaas : "Deze voormiddag ben ik langs de plek gegaan. In eerste instantie keek ik rond, maar vond niets bijzonders. Daarna nam ik een gedeelte ruw bodemmateriaal mee en zeefde strooisel uit met een keverzeef. Tot nog toe kon ik geen Kortschildglimwormlarven ontdekken in het strooisel. Het blijft een naald zoeken in een hooiberg omdat de diertjes donkerkleurig en erg klein zijn, maar tot nader order heb ik er dus geen kunnen vinden. Verder haalde ik heel wat andere diertjes uit het strooisel, die ik in aparte potjes stopte om te kijken of er iets licht zou geven. Het was wel interessant om in het strooisel te snuisteren en leverde o.a. volgende diertjes op: Bromvlieg, Teek, Mijt, landkokerjuffer, emelt, spinnen, loopkevers, Keverlarven, Regenwormen, Duizendpoten, Miljoenpoten, Pissebedden, Springstaarten, Bastaardschorpioen,..." Van al deze beestjes die Nobby uit het strooisel uitsorteerde, kreeg hij ook later trouwens geen licht te zien in de kunstmatige omstandigheden waarin hij ze bewaarde.

 Raphaël Decock is ondertussen ook nog meer nieuwsgierig geworden en hij heeft beloofd binnenkort ter plaatse te komen.

 Dus .... wordt vervolgd.

 Vanwege het spook van Hertberg.

 

 

MARTERNETWERK 2005

 

Ook in 2005 werkte onze afdeling weer actief mee aan het onderzoek naar de verspreiding van roofdieren in Vlaanderen. Dit onderzoek wordt nog steeds geleid door het voormalige Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer (IBW), dat ondertussen wel gefusioneerd is met het Instituut voor Natuurbehoud en nu samen Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) noemt. Door het inzamelen en onderzoeken van dode exemplaren hoopt men een beter inzicht te krijgen in de verspreiding en de leefgewoonten van onze inheemse marterachtigen. Vorig jaar werden door onze twee stockeerders weerom 39 kadavers ingevroren: 29 Bunzings, 9 Steenmarters en 1 Wezel. 1 Steenmarter werd dood gevonden in een tuin en 3 Bunzings werden ook zonder verklaarbare reden dood gevonden waarvan één in een bietenhoop. Al de rest zijn weer verkeersslachtoffers. Het verkeer blijft dus duidelijk een steeds grotere negatieve invloed uitoefenen op onze wilde fauna. Niet minder dan 12 Bunzings werden opgeraapt in het voorjaar. Het ging hier dus om volwassen dieren, dikwijls mannetjes, die op vrijersvoeten waren en dan ook veel onvoorzichtiger zijn. De periode juni-september vielen 15 Bunzings, meestal jonge en onervaren dieren die nieuwe horizonten willen verkennen. Slechts één Wezel is opvallend weinig, al werden enkele volledig platgereden exemplaren niet opgeraapt.

De Steenmarter lijkt nog steeds vooruit te gaan. Wel zijn er van de negen ingezamelde exemplaren maar twee uit onze eigenste Zuiderkempen, beide uit Laakdal. Van de andere kwamen er 5 uit Vlaams-Brabant en 2 uit Limburg. Net als in 2004 werd er geen enkele Hermelijn ingezameld. Geen goed teken voor deze soort. Ook in 2006 loopt dit onderzoek nog steeds verder. Alle dood gevonden Wezels, Hermelijnen, Bunzings, Steen- en eventueel Boommaters of Dassen (wie weet!?) worden graag verwacht bij één van onderstaande stockeerders. Ook alle andere waarnemingen van deze dieren zijn bij hen steeds welkom.

Joris Bosmans, Mechelaars 25, 2220 Heist-opden-Berg. 015/249026.

Herman Berghmans, Wijngaardbos 45, 2431 Laakdal. 014/841604.

 

EEN VERRE KERKUIL

Via het Instituut voor Natuurwetenschappen te Brussel ontvingen we recent een hervangstfiche van een door de ringgroep Demervallei geringde Kerkuil met ring L112906.. Joris en Francois ringden deze Kerkuil op 11 juni 2005 als nestjong (nest met 4 jongen) op de kerk van Grootlo te Heist-op-den-Berg. Nu werd deze vogel 7 maanden later op 9 januari 2006 geschoten (!) te Ostrov Piestany Skpi in Slovakije. Dit is 971 km verwijderd van de ringplaats bij ons. Voor de ringgroep is het in ieder geval de tot nu toe veruit verste terugmelding en voor de Belgische ringcentrale waarschijnlijk de eerste hervangst in dit land.

Wie doet beter?

 

ECHTSCHEIDING BIJ STEENUILEN

Steenuilen zijn heel dankbare studieobjecten. Door hun vrij grote plaatstrouw aan hun nestkasten zijn zij ook heel gemakkelijk te controleren. Door het ringen van niet alleen de jongen maar ook zoveel mogelijk de oudervogels in de nestkasten, levert dit een schat aan informatie op i.v.m. de gezinssamenstelling, partnertrouw, enz. Op deze manier konden in het verleden al heel wat op zijn minst eigenaardige relaties worden blootgelegd zoals een geval van bigamie (een mannetje met twee vrouwtjes), lesbische vrouwtjes, een incestueuze relatie tussen vader en dochter, e.a.

De voorbije winter werd door Herman hier in de regio voor het eerst het bewijs van een echtscheiding van een koppeltje Steenuil vastgesteld. Heel dikwijls krijgt vooral het vrouwtje een nieuwe partner. Zo was er in Meerhout een wijfje dat op vier jaar tijd jaarlijks een nieuwe man aantrok. Het was telkens opnieuw een jongere man of het verhaal van de uil en het groene blaadje. Men was in de veronderstelling dat deze mannetjes telkens waren uitgevallen (verongelukt bijvoorbeeld) tot deze winter een geval van echtscheiding werd vastgesteld. Mannetje E293676 was sinds 2004 samen met vrouwtje E295643. Op 17 februari 2006 zat bij vrouwtje E295643 een nieuw jong mannetje dat werd geringd met E323913. Haar voormalig mannetje E293676 was echter niet verongelukt, want hij zat diezelfde dag wat verder in een andere nestkast samen met E239257, een vrouwtje dat al sinds 2003 met een ander mannetje (E234509) deze nestkast bewoonde.

 

Nestkast

Data

Mannetje

Vrouwtje

GE 16

05/02/2004

E293676 (2M)

E295643 (>2F)

 

20/05/2004

 

E295643 (>1 F)

 

08/06/2005

 

E295643 (>1 F)

 

26/02/2006

E323913 (2M)

E295643 (>2F)

 

 

 

GE 4

17/02/2003

E234509 (>2M)

E239257 (>2F)

 

14/05/2003

 

E239257 (>1 F)

 

24/01/2004

E234509 (>2M)

 

 

17/05/2005

 

E239257 (>1 F)

 

22/12/2005

E293676 (>1 M)

 

 

26/02/2006

E293676 (>2M)

E239257 (>2F)

2 = tweedejaars vogel (vogel die het jaar daarvoor geboren is)
>1 = meer dan eerstejaars vogel (vogel is minimum het jaar voordien geboren)
>2 = meer den tweedejaarsvogel (vogel is minimum twee jaar voordien geboren)
M = mannetje
F = vrouwtje.

 

 

BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO: DEC 2005-FEB 2006

VOGELS

 Aanvullingen september-november 2005

Op 2/10 vloog er een Ooievaar over de Grote Nete ter hoogte van Schaapwees te Westerlo (ARK, DAG). Niet minder dan vier Grote zilverreigers trokken naar het zuiden over Heultje op 13/10 (VKJ, LEI). Op deze plaats trokken ook nog enkele zeldzamere roofvogels door met een Bruine kiekendief op 1/9, een Grauwe kiekendief en een Smelleken op 11/9 (LEI, VKJ). De invasie van Appelvinken bleef ook hier niet onopgemerkt met volgende waarnemingen eveneens te Heultje: 29/10 (5), 6/11 (4) en 11/11 (1) (VKJ, LEI). In Truchelven te Westerlo nam VKJ er 2 waar op 2/11 en 1 op 9/11, een Boomleeuwerik op 28/9 en een 20tal Kruisbekken op 21/9.

Dodaarsjes verblijven `s winters, zij het in zeer klein aantal op de Grote Nete in onze regio. Op 3/12 dook dit fuutje in de Nete ter hoogte van de Laerbeemden te Heist-op-den-Berg (VDJ). Te Hulshout waren waarnemingen van één exemplaar op 8/1 (BOJ, DAG) en 9/1 (GOB). SCJ nam aldaar twee stuks waar op 8/1 en VEL evenveel op 9/1. Op 16/1 tenslotte was er nog een laatste waarneming te Hallaar (BOJ, VDJ). Aalscholvers pleisterden weerom de hele periode in het Trichelbroek te Eindhout met maxima van 47 en 30 vogels op 25 en 27/2. Bij langdurige vorst verplaatsten de vogels zich meer naar de vijvers van het Nieuw Kasteeltje te Varendonk met hier o.a. 15 pleisterende Aalscholvers op 14/1. Hier hield de grote groep Canadaganzen en Brandganzen de vijver vorstvrij (BEH). Ook zochten de Aalscholvers meer de Nete op. Zo fotografeerde Danny Van Tricht te Booischot op 30/12 10 rustende vogels te Booischot. Grote zilverreigers (waarschijnlijk dezelfde) werden op 25/2 waargenomen in de Kwarekken te Westerlo (HDI) en de dag later (26/2) één overvliegend ter hoogte van De Snepkes te Herselt (VWL). Op 25/2 pleisterden twee Grauwe ganzen in het Trichelbroek te Eindhout. Over het Wijngaardbos te Veerle vlogen op 25/12 23 Kolganzen richting noord. Exoten verbleven weer de ganse periode in Varendonk met als maxima 62 Canadaganzen op 14/1, 32 Brandganzen op 19/2, 1 Indische gans op 14/1 en 4 Nijlganzen aldaar op 25/12. Daar de vijver van het Trichelbroek geregeld dicht gevroren was, verbleven er weinig eenden aldaar: op 27/2 verbleven er maximum 14 Krakeenden (BEH). Van Grote zaagbekken waren er dan weer

meer waarnemingen dan in andere winters, allen op de Grote Nete: op 7/1 1 mannetje en 3 vrouwtjes te Booischot, op 9/1 vijf exemplaren (GOB) en 3 mannetjes en 1 vrouwtje (SCJ) te Hulshout, op 16/1 2 vrouwtjes te Hallaar en op 6/2 1 mannetje nabij het Schaapwees te Zoerle-Parwijs.

Haviken kregen het deze winter in Laakdal wel wat te verduren. Op 30/1 werd te Eindhout een volwassen mannetje dood gevonden met alle kenmerken van vergiftiging. De vogel werd voor onderzoek overgebracht naar de universiteit van Gent. Hier kon met echter geen gekend gif in het kadaver terugvinden. In de eerste helft van februari werd dan in Veerle-Heide nog een dode Havik gevonden die duidelijk met een klem aan zijn einde was gekomen (BEH). Er waren ook enkele waarnemingen van Blauwe kiekendieven in onze regio. Op 7/12 vloog een zeer mooi volwassen mannetje voor de wagen van BEH door te Veerle-Heide. Vogels in vrouwtjeskleed werden gezien te Vorst op 3/12 (LEK), te Hallaar op 8/1 (WOW, VDJ, VAF) en in Hulshout op 9/1 (SCJ). Steltlopers vonden een ijsvrije stek aan de Bruggeneindse Laak te Huishout op 9/1 met 3 Witgatjes, 1 Bokje, 7 Watersnippen en 1 Waterral. Watersnippen werden verder waargenomen te Hallaar op 5/12 (2) en 9/1 (1) en te Hulshout op 8/12 (3) (GOB). Houtsnippen, telkens 1 exemplaar, werden op verschillende plaatsen opgestoten: op 11/12 te Booischot (VDJ) en te Heist-op-den-Berg Laerbeemden (BOJ), op 7/1 te Averbode Heide te Tessenderlo (VWW), Op 8/1 te Westmeerbeek (BOJ, DAG), op 12/1 te Herselt Kattebos (GOB), op 13/1 te Heist-Goor (BOJ), op 31/1 te Eindhout-Oosterbossen en op 26/2 in het Trichelbroek te Eindhout (BEH). Op een roestplaats te Booischot telde VDJ op 11/12 en 18/12 telkens tien pleisterende Ransuilen. Van Ijsvogels kwamen maar zeer weinig waarnemingen binnen. Op 3/12 aan de Laenbeemden te Heist (VDJ), op 29/1 vond men een dood exemplaar te Booischot (DAG) en op 30/1 was er nog een exemplaar te Heist-opden-Berg (ARK). Op 4/12 verbleef dan weer een andere exoot in de tuin van VDV te Veerle, namelijk een Halsbandparkiet. Van Zwarte spechten kwamen meldingen binnen uit de Netevallei te Heist-op-den-Berg (VDJ, BOJ), het Trichelbroek te Eindhout (BEH); Averbode Heide te Veerle (BEH, ARK, DAG), Truchelven te Oosterwijk, het Engels Kamp te Tongerlo, Teunenberg en Kwarekken te Westerlo (VKJ).

 

BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO: DEC 2005 - FEB 2006

Kleine bonte spechten lieten zich weer maar op twee plaatsen opmerken, namelijk te Huishout op 9/1 (SCJ) en in de Werft te Veerle op 22/01 (VDV). Op enkele plaatsen werden vrij grote groepen pleisterende Veldleeuweriken ontdekt met 150 stuks te Huishout op 9/1 (SCJ) en 50 in de Ilse Velden te Oosterwijk op 5/2 (VKJ). Op 15/1 zocht een Grote gele kwik naar voedsel in een baangracht te Heist-opden-Berg (DAG). Van de invasie Pestvogels waren er ook in onze regio enkele observaties met op 12112 1 in Booischot (Paul Cools), op 28/12 vijf overvliegende vogels boven de Stationsstraat te Heist-op-den-Berg (Wouter Van Assche) en op 2212 vier pleisteraars op de Stippelberg te Zoerie-Parwijs (VBK). Op twee plaatsen werd een overwinterend mannetje Roodborsttapuit ontdekt: op 30/12 te Varendonk (VDV) en op 2212 te Hallaar (GOB). Op 1312 pleisterden niet minder dan 100 Kramsvogels in de Netevallei te Itegem en op 1212 41 Koperwieken in de Langdonken te Herselt (ARK, DAG).

Op 27/12 observeerde VKJ een 100tal Sijsjes samen in de Kwarekken te Westerlo. Putters werden ook op verschillende plaatsen pleisterend waargenomen. In de tuin van BEH te Veerie pleisterden in januari-februari geregeld een paartje dat zich tegoed deed aan de zaadjes van de teunisbloem. Andere waarnemingen waren er 4 op 1411 en 2 op 1812 te Heist-op-den-Berg (NAE), 2 te Westmeerbeek op 8/1 en 2 te Heist-Goor op 2011 (BOJ).
Van de Grote (teuter) goudvinken waren er nog verschillende meldingen, maar duidelijk veel minder dan de vorige periode. Het meest interessant was de controle-ringvangst op 26/12 van een vrouwtje in Herselt dat CRA op 28/1/2005 aldaar geringd had. Deze vogel vormt een bewijs dat deze soort mogelijk in de toekomst jaarlijks hier komt overwinteren. Verdere waarnemingen van deze ondersoort waren er te Varendonk op 17/12 (7), 14/1 (1), 2111 (4) en 18/2 (2), te Veerle Wijngaardbos op 25/12 (6), 2/1 (1), 29/1 (1) en 412 (8) (BEH), in de Kwarekken te Westerlo op 27/12 (2) en 10/2 (4) (CRA, VKJ) en tenslotte in de Netevallei te Westmeerbeek 1 mannetje en 3 vrouwtjes op 8/1 (BOJ, DAG).
Gewone Goudvinken werden ook iets talrijker dan in normale winters waargenomen, zij het allemaal vrouwtjes: 25/12 (1) in Varendonk, 15/1 in het Varenbroek te Herselt en 31/1in de Oosterbossen te Eindhout (BEH), op 27112 (1) en op 29/12 (3) in de Kwarekken te Westerlo (CRA, VKJ). 1 tot 3 Appelvinken pleisterden bijna heel februari in de tuin van VBK te Westerlo Geneinde. Kruisbekken waren ook nog steeds in de dennenbossen aanwezig met waarnemingen te Varendonk op 17/12 (2), 15/2 (2), 18/2 (1) en 19/2 (1), te Veerle Wijngaardbos op 1/1 (12), 511 (2), 8/1 (9), 26/1 (1) en 29/1 (3), te Eindhout Trichelbroek op 14/12 en 811 telkens 2 (BEH) en in de Beeltjes te Westerlo op 2711 (2) (VKJ). In Averbode Bos te Veerie-Heide was op 5/2 tenslotte één zingend mannetje (ARK, DAG). Grote barmsijzen waarvan in het najaar serieuze aantallen waren doorgetrokken verbleven nog in de tuin van VKJ te Oosterwijk op 30/12 en 611 telkens twee, op 1511 nog één en op 1911 opnieuw drie. Op 25/12 vloog een eenzaam exemplaar over Varendonk (BEH). Van de Kleine barmsijs pleisterde één vogel op de teunisbloemen in de tuin van BEH te Veerle op 1711. Tenslotte eindigen we nog met een meer banale maar toch schitterde vogel: niet minder dan 30 Eksters foerageerden samen in de Ilse Velden te Oosterwijk op 1012 (VKJ).

ZOOGDIEREN

Op 27/2 controleerde BEH een steenuilenkast nabij Schoterheide te Veerle. Groot was zijn verbazing wanneer hij hierin een slapende Steenmarter in aantrof. VDV en WVW konden de waarneming nog bevestigen, maar Vic moest zich tevreden stellen met een foto van de uitwerpselen in de bak. Zo vlug als die Steenmarter de bak verliet, zo vlug kon hij niet fotograferen.

MET DANK AAN VOLGENDE WAARNEMERS: ARK- Arnauts Karin, BEH-Berghmans Herman,BOJ-Bosmans Joris, CRA-Cristael André, DAG- Daems Geert, GOB-Govaere Bart, HDI-Heylen Didier, LEI-Ledegen Ignace, LEK-Leysen Koen, MIW-Michiels Walter, NAE-Nagels Eddy, SCJ- Schrey Jan, VAFValvekens Frans, VBK-Van Bavel Koen, VDJVan Dessel Jo, VDV-Van Dyck Vic, VELVerellen Louis, VKJ-Van Kerckhoven Jos, VWL-Verwimp Ludo, VWW-Van Wesemael Willy.

Waarnemingen van de periode maart-mei 2006 graag voor 10 juni 2006 bezorgen aan Herman Berghmans, Wijngaardbos 45, 2431 Veerle of h.berghmans@a.skvnet.be of invoeren op de portaalsite van Natuurpunt (info Jos Van Kerckhoven op 014126 64 62).

 

AANKOMSTDATA ZOMERVOGELS 2005

Voorjaarfenologie 2005

De lijst van het Voorjaarfenologisch onderzoek 2005 vermeldt 65 soorten vogels. 46 van deze soorten (71 %) worden beschouwd als regelmatige broedvogels in Vlaanderen, de overige 19 soorten (29 %) zijn doortrekkers of onregelmatige broedvogels.

In de Netevallei werden tijdens het voorjaar 2005, 35 soorten van de lijst waargenomen. 32 hiervan (91 %) behoren tot de regelmatige broedvogels, de overige 3 soorten (9%) zijn hoogstwaarschijnlijk doortrekkers.

Vergeleken met de gegevens in het boek `Vogels in Vlaanderen' zijn bijna alle waarnemingen regelmatig te noemen. De waarnemingen van Koekoek, Boerenzwaluw, Nachtegaal, Grasmus, Zwartkop en Fitis kunnen beschouwd worden als vroege waarnemingen.

Soort

Datum

Gebied (1ste aan-

komst)

Gemeente

Aantal

Medewaarnemer(s)

Grutto

13-03-05

Gemeentevijver

Geel

2

VKJ & Van Lommel Peter

Roodborsttapuit

16-03-05

Bollostraat

Heist-op-den-Berg

1

BoJ

Tjiftjaf

16-03-05

Voogdijstraat

Heist-op-den-Berg

1

WoW

Zwarte Roodstaart

17-03-05

Broedersstraat

Houtvenne

1

DaG

Fitis

24-03-05

Averegtenlaan

Heist-op-den-Berg

1

WoW

Zwartkop

25-03-05

Truchelven

Westerlo

1

VKJ

Boerenzwaluw

27-03-05

Langestraat

Houtvenne

1

DaG + Karine Arnouts

Koekoek

30-03-05

Watereinde

Veerle

1

VKJ & Herman Berghmans

Ooievaar

30-03-05

Watereinde

Veerle

1

VKJ & Herman Berghmans

Bruine Kiekendief

01-04-05

Kloosterbeemden

Testelt

2

VKJ : Koppel

Blauwborst

17-04-05

Zammelsbroek

Geel

2 M

VKJ

Grasmus

17-04-05

Den Haak

Itegem

1

BoJ

Nachtegaal

17-04-05

Zammelsbroek

Geel

1 M

VKJ & Herman Berghmans

Sprinkhaanzanger

19-04-05

Laarbeemden

Heist-op-den-Berg

1

DaG + BoJ

Bonte Vliegenvan-

ger

20-04-05

Truchelven

Westerlo

1 M

VKJ

Europese Kanarie

20-04-05

Bleidenhoek

Herselt

1 M

VKJ & Andre Cristael

Gierzwaluw

24-04-05

Dorp, Het Goor

Houtvenne

2/1

DaG / BoJ

Tortel

24-04-05

Kwarekken

Westerlo

4

VKJ & D Heylen & M Branders

Boompieper

26-04-05

Nieuwe Hoeve

Westerlo

2

VKJ

Boomleeuwerik

30-04-05

De Maten

Mol

2

VKJ & Herman Berghmans

Boomvalk

30-04-05

De Maten

Mol

1

VKJ & Herman Berghmans

Kleine Karekiet

30-04-05

De Maten

Mol

1 M

VKJ & Herman Berghmans

Gele Kwikstaart

01-05-05

Wimpel

Wiekevorst

1

DaG

Tapuit

01-05-05

Ilse Velden

Westerlo

1M

VKJ

Tuinfluiter

01-05-05

Kwarekken

Westerlo

5

VKJ & D Heylen & M Branders

Wielewaal

01-05-05

Schaapswees

Westerlo

1 M

VKJ

Oeverloper

02-05-05

Laarbeemden NV

Heist-op-den-Berg

1

WoW

Braamsluiper

06-05-05

Schaliehoevestraat

Heist-op-den-Berg

1

DaG

Wespendief

15-05-05

Langdonken

Herselt

1

VKJ

Huiszwaluw

16-05-05

Dorp

Ramsel

2

DaG + Karine Arnouts

Spotvogel

16-05-05

Mechelbaan

Heist-op-den-Berg

1

BoJ

Grauwe Vliegen-

vanger

21-05-05

Hof Ter Laken

Booischot

1

BoJ

Kleine Plevier

22-05-05

Langdonken

Herselt

2

WoW & M De Cleyn & B. Van

Dijck

Groenpootruiter

23-05-05

Langdonken

Herselt

1

VKJ & D Heylen & M Branders

Kwartel

20-06-05

Truchelven

Westerlo

1 M

VKJ

 

 

ROOFVOGELCURSUS: DAGUITSTAP naar het LAND van SAEFTINGHE

Zondag 12 maart 2006

Na het grote succes van de twee cursusavonden is het niet verwonderlijk dat de bus naar Saeftinghe propvol zit.

Het is een prachtig heldere zeer koude ochtend. Een rode bol komt al piepen wanneer we vertrekken aan het lokaal. Iedereen is goed op tijd op post zodat we volgens schema richting Antwerpen bollen.

Onderweg zien we hier en daar al een Buizerd. Tijdens de rit worden we verwend met een informatieve DVD over roofvogels en uilen in België en Nederland. Er hangt een enkel wolkje en het is windstil. Wanneer ik de bus rondkijk, zie ik veel bekende maar ook een behoorlijk aantal nieuwe gezichten. Goed zo!

Stilaan naderen we ons eerste doel: Doel. Het contrast tussen het havengebied rechts van ons en het Soete Waasland links is zeer groot. De koeltorens van Doel braken hun stoomwolken uit over het vlakke land ( dat het onze is) Het is wel een beetje droevig om zien hoe het kleine polderdorp doodgeknepen wordt door haven en bijhorende industrie.

Op de dijk rond de kerncentrale stellen we ons op om gewapend met verrekijker en telescoop een blik te werpen op de Slechtvalken die hier vertoeven. Deze geven echter niet thuis en we moeten ons vergenoegen met een blik over de uitgestrekte polders. Het krioelt er van de hazen en we worden al dadelijk verblijd met een voorbijvliegende Blauwe kiekendief en een Buizerd.

We rijden een stukje verder en ter hoogte van het reservaat maken we een wandeling over de koude Scheldedijk. Krakeend, Smient, Tafeleend, Bergeend en ... Bruine kiekendief passeren de revue. Grauwe gans, Scholekster, Bonte specht, Groene specht, Wintertaling, Holenduif, het kan niet op. Op Nederlands grondgebied vinden we, gelukkig, onze bus terug. We begeven ons naar de vogelkijkhut in de Prosperpolder vanwaar we een prachtig zicht hebben over het brakke gebied en de Schelde. Het blijft koud maar het zonnetje maakt veel goed. Tegen 11u45 zijn we in Emmadorp waar we ons in café " Het verdronken land" te goed doen aan onze boterhammen en een kom warme soep. Het is een gezellig etablissement en tevens het laatste overblijfsel van een klein haventje.

Na het eten maken we een kleine lus benedendijks, daarna gaat het over de dijk terug tot aan de kijkhut. Koen toont ons Grutto's, Strandlopers, Pijleenden, Strandlopers. Boven ons en het verdronken land torenen op zeker moment negen Buizerds. In de polder rennen de hazen heen en weer. Op de ondiepe plassen zitten enkele Bontbekplevieren en Kluten met hun karakteristieke snavel. Wanneer we bijna aan het eindpunt zijn, zien we eindelijk een Slechtvalk die even later in conflict geraakt met een Buizerd, of is het een Bruine kiekendief? Tot slot zien we nog een laatste Blauwe kiekendief.

Met op de achtergrond de dominerende torens van Doel, verlaten we dit prachtige gebied en een dik uur later staan we terug in Hallaar aan ons lokaal. Het was een koude maar mooie en gevarieerde dag die als aanvulling op de theorielessen zeker de moeite waard was. Ik denk dat we allen weer heel wat bijgeleerd hebben en dat was toch de uiteindelijke bedoeling. Langs deze weg willen we dan ook Koen bedanken voor de interessante lessen en de fijne uitstap.

J'O

 

 

HET SPOOK VAN HERTBERG IS ONTMASKERD

Op maandag 20 maart is Raphaël De Cock van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek het lichtend schouwspel in de holle weg op Hertberg komen aanschouwen. Hij kende het schijnsel van één vroegere waarneming. Hij deed aan het UIA onderzoek naar glimwormen en vond toen één zo'n lichtje in vochtig bladstrooisel langs een goot. Zo massaal als hier die lichtjes voorkomen had hij zelf ook nog nooit gezien. Het schijnsel komt van een soort klein regenwormpje met nog geen Nederlandse naam, hoogstwaarschijnlijk Microscolex phosphoreus. De wormpjes die Raphaël ons toonde zijn erg klein, ongeveer de dikte van een mensenhaar en circa 1 cm lang.

Het wormpje geeft bij verstoring via de anus en poriën een slijm (coeloomvocht) af met daarin lichtgevende coeloomcellen. Ze geven geen inwendig licht af zoals bij glimwormen maar bij het wrijven wordt de lichtgevende stof open en weg van de diertjes verspreid. Vandaar dat er eerder niks gevonden werd. Als je echter lichtjes klopt op de modder, blijft de lichtgevende stof hangen rond de beestjes en kan je ze beter lokaliseren (tenminste als ze niet wegvluchten). Deze reactie zou dienen om wormeneters te misleiden.

Op deze manier is het mysterie van Hertberg van de baan. Eindelijk kennen we de oorzaak van de lichtende holle weg.... wormpjes!

 

 

 

NATUURGEDICHTEN

Pandemie

 

Vogelgriep

konijnentanden

hazenlip

winterhanden

vissenmond

berenpoot

paardenkont

stierenkloot

mammoetsaus

varkenspest

een duitse paus

en al de rest

wat gaan we doen

ik weet het nie(t)

wanneer ze komt de pandemie

 

J'O

 

 

Interludium

 

In moskou is het berenkoud

in rome schijnt de zon bij mij in de tuin

staat een volle regenton in turkije

zijn de kippen ziek

in bagdad knalt een bom bij mij in de tuin

groeit een boompje krom

in parijs brandt een auto uit in bangkok is het ongezond bij mij in de tuin

vliegen dorre bladeren rond

in LA staat een gebouw in brand in knokke ligt er olie op de kust bij mij in de tuin

is het stil

en komt alles tot rust

 

J'O

 

 

 

 

 

 

 

terug naar>>  Natuurpunt afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op: 26.04.2006 06:18:55
                              
Info en tips: 
webverantwoordelijke