Archief:

Artikels uit het tijdschrift van

Natuurpunt

Grote Nete

 

Jaargang 4
driemaandelijks tijdschrift
januari 2005 Nr. 1

 


VOORWOORD

Natuurpunt Grote Nete wenst al haar leden een fijn 2005 toe !

Beste wensen, zalig en gelukkig, goede gezondheid, nieuwjaarsbrieven, vuurwerk en feesttafels de eindejaarsfeesten met bijhorende wensen schuiven reeds naar het geheugen. Binnen afdeling Grote Nete wordt het werkingsjaar degelijk voorbereid : wat is wenselijk ? wat is haalbaar ? hoe kunnen we onze ambities waar maken ?

Op de Algemene Vergadering van 16 januari brachten we onze intenties naar voren, bediscussieerden ze, en uiteindelijk werden ze bekrachtigd door de aanwezigen.

Onze wensen voor 2005 ?

Het meest in het oog springend zijn de ver­wachtingen rond de reservaten. In een vijftal grote projecten willen we de 'kwali­teit' van de natuur nog verhogen. Uit een evaluatie van de behaalde beheersresultaten moe­ten we besluiten trekken : wat kan beter ? wat moet anders ?

De toegankelijkheid van onze gebieden kan gevoelig verbeterd worden : goed begaanbare wandelwegen, duidelijke wegaanduiding, cor­recte en voor iedereen leesbare informatie.

Dit alles nemen wij, vrijwilligers en professione­len samen, als belangrijk aandachtspunt dit jaar.

`Natuur voor iedereen', meer dan ooit !

Dé grote 2005-uitdaging voor afdeling Grote Nete ligt in het Mérode-dossier. Het voorbije jaar kon de Vlaamse overheid, bij name van de VLM, het 1500 ha grote domein verwerven. Dit gebeurde onder de randvoorwaarden dat het gebied als één geheel zou beheerd worden. Een stuurgroep werd samengesteld. Hierin ze­telen de betrokken gemeenten, het agentschap Natuur & Bos, Stichting Kempisch Landschap, de Norbertijnerabdij en Natuurpunt.

Reeds lang voor de onderhandelingen had Na­tuurpunt interesse in het gebied. Er waren im­mers belangrijke natuurwaarden aanwezig, het gebied was zo goed als niet toegankelijk. De schouders werden er onder gezet en in april 2000 sloot Natuurpunt met de eigenaars van de Mérodebossen een huurovereenkomst voor 27 jaar. Het ging om 309 ha. Even later begonnen de onderhandelingen over aankoop. Natuurpunt annuleerde de huurovereenkomst in overleg met de verkopers, dit om een mogelijke aan­koop niet te bemoeilijken. Begrijpelijk dat we nu in het ganse dossier willen erkend worden als partner die het gebied kent en er duidelijke doelen mee voor ogen heeft.

We hopen dat in het voorjaar van 2005 de be­heerders van de verschillende deelgebieden zullen aangewezen worden. Natuurpunt blijft, zoals het al was voor de aankoop, kandidaat om in drie deelgebieden het beheer uit te voe­ren : de Kwarekken, Varendonk en een aan­zienlijk deel van Averbode Bos en Heide. Het gaat hier om ongeveer 500 ha. Indien nodig wil Natuurpunt deze gebieden ook aankopen. In overleg met andere toekomstige beheerder en partners, willen we het gebied uitbouwen tot een waardevol natuurgebied met een eigen identiteit en een hoge belevingswaarde. Dit project biedt veel kansen voor een duurza­me streekontwikkeling. We hopen dat de plaat­selijke politici hierop inspelen. Zo kunnen ande­re aansluitende initiatieven gestimuleerd en ondersteund worden.

We hopen dat de volgehouden inzet om natuur en landschap in de Zuiderkempen te bescher­men en te beheren ook in 2005 zijn vruchten zal afwerpen : prachtige zonsondergangen, onvergetelijke vergezichten, een hooiland met Klokjesgentiaan en Spaanse ruiter, een ijsvogel op een tak boven het water, een jagende Boomvalk of jonge Wespendieven bij een wes­pennest,...

En daar gaan we dan met zijn allen eens mooi van genieten,...

 

GROTE ACTIVITEIT OP DOMEIN DE MERODE

ZATERDAG 29 EN ZONDAG 30 JANUARI 2005

Het domein de Mérode heeft enorme moge­lijkheden op vlak van natuurontwikkeling, toe­risme, zachte recreatie, plattelandsontwikke­ling, ... Natuurpunt wil zijn steentje bijdragen om dit buitengewone gebied uit te bouwen tot een schitterende natuurparel, waarvan ieder­een kan genieten.

Natuurpunt wil dit doen in een samenwer­kingsverband met alle andere partners. Tijdens het weekend van 29 en 30 januari wil Natuurpunt nog maar eens tonen hoe belang­rijk dit gebied voor het natuurbehoud is. En we willen dit doen op een aangename manier.

 Op zaterdag 29 januari kan je mee op nacht­wandeling. Vanaf 18 tot 20 uur vertrekken groepen gewapend met zaklampen en ze zoeken zelf hun weg die aangeduid wordt met reflecterende pijlen. Onderweg wordt er boei­end verteld en getheaterd over stropers, nachtdieren, volksverhalen,...

Na de wandeling staat drank en spijs op jou te wachten. Niet te missen... 

 Iedereen van harte welkom !

Zondag wordt er meer 'klassiek' gewandeld, maar de gidsen zullen hun beste beentje voor­zetten om ook bij daglicht een schitterend verhaal te brengen. Er vertrekken wandelin­gen van 13.30 u tot 15 u. Na de wandeling wachten broodjes, gebak, een koffietje           je op.

Alles gaat door in hoeve Den Eyck op de weg van Averbode naar Blauberg. Daar wordt de vroegere hoeve en tramhalte omgetoverd in een gezellig gebeuren met broodjes, een soepje en gebak.

Een tentoonstelling leert je alles wat met stro­pers en boswachters in het Mérodegebied te maken heeft. Deze tentoonstelling wordt op­gezet door de Heemkring Ansfried van Wes­terlo.

Vertrek aan hoeve Den Eyck, Baan van Averbode naar Blauberg.

 Zaterdag 29: van 18u00 tot 20u00 Zondag 30: van 13u30 tot 15u00

 Meer info bij Staf Aerts (013 / 77 22 78).

  

DEMONSTRATIE: HEGGEN LEGGEN EN VLECHTEN

ZATERDAG 12 FEBRUARI 2005 om 14 u 00
Provinciaal domein De Averegten te Heist-op-den-Berg

Voor de introductie van prikkeldraad eind 19' eeuw, bakenden de boeren hun percelen af met vlechtheggen of legheggen , die tegelijkertijd dienst deden als veekering.

Heggenleggen is een techniek van meer dan 2000 jaar oud, die er voor moet zorgen dat een heg gezond en dicht blijft. De stam van de struiken wordt laag ingekapt, zodat de stuiken (= stapel of tas hout, soort mutsaard) in een hoek van 30 tot 40 graden neergelegd kunnen worden. Zo ontstaat er een soort levende visgraatconstructie, waarin alle struiken op, over en door elkaar heen groeien. Vervolgens steekt de heggenvlechter staken van kastanjehout in de heg. Boven in de heg wordt tenslotte een `streng' van wilgentenen tussen de staken door gevlochten. Zo ontstaat er een hecht en levend vlechtwerk waar geen koe of stier doorkan. De techniek moet maar eens in de 15 tot 25 jaar worden toegepast.

Door het heggenleggen blijven heggen niet alleen mooi en gezond, maar het maakt ook nieuwe toepassingen van heggen mogelijk. In plaats van draad kan een heg als afsluiting die­nen, bijvoorbeeld langs fiets- en wandelwegen.

Heggen behoren tot de laatste leefgebieden van wilde planten en dieren in onze intensief beheerde akkers en weiden. Het zijn langwerpige eilandjes, die ecologisch veel belangrijker zijn dan hun oppervlakte doet vermoeden. Door grote variëteit in begroeiing en microklimaat bieden ze veel mogelijkheden voor planten en dieren.

Veel vogels zoals Heggemus en Braamsluiper, vinden in de heg een uitstekende plek om te nestelen en een voedselrijke omgeving. Das­sen, marterachtigen maar ook tal van grotere en kleinere dieren gebruiken de dekking van de heg om zich te verplaatsen of gebruiken, zoals de Kerkuil, de heg als uitvalbasis. Voor kleinere dieren als reptielen, amfibieën en insecten is de heg onontbeerlijk voor hun aanwezigheid in het gebied.

De Hallaar Aard, een recent aangekocht perceel in het provinciaal domein De Averegten is een relict ouderwets boerenland. Een mozaïek van grasland dooraderd met braamstruwelen,

vergezicht over de weilanden en in de verte de torens van Hallaar en Heist-op-den-Berg.. De Hallaar Aard is een belangrijk verbindings­gebied tussen De Averegten en de vallei van de Grote Nete.

In maart 2004 werd in

dit gebied een heg aan­geplant met een lengte van 520m. Er werden 2600 stuks Meidoorn , Sleedoorn, Hondsroos en Hulst geplant.

Het is de bedoeling om in de toekomst dit land­

schap te bevrijden van haar prikkeldraadom­heiningen en een netwerk van vlechtheggen aan te planten.

Om alvast te oefenen wordt op 12 februari, aan de boerderij in het domein De Averegten, een meidoornhaag van 5 jaar oud neergelegd en gevlochten.

Wie interesse heeft kan deze demonstratie bij­wonen.

 tel 015 / 24 89 47

0474 / 50 12 24

Email: info@averegten.provant.be

Locatie: Provinciaal domein de Averegten boerderij

Langendijk 17

2220 Heist-op-den-Berg (Hallaar)

 

BUSREIS NAAR MODAVE

Zondag 13 februari 2005 trekken we voor onze jaarlijkse winteruitstap richting Modave., iets ten zuiden van Hoei. Het dorp ligt langs de Hoyoux, een 29 km lang bijriviertje van de Maas. De totale lengte van de wan­deling bedraagt ongeveer 15 km. Ongeveer halverwege is er een picknickstop in het ge­hucht "Pont de Bonne". Het wordt ditmaal een vrij gemakkelijke tocht met weinig hoog­teverschillen te overbruggen. De hoogte va­rieert tussen de 170 m en 240 m. Het meest specifieke van deze wandeling zijn enkele km spoorweg. De sporen liggen er nog wel, maar treinen rijden er niet meer. Mogelijk gaat dit traject later nog deel uitmaken van het Waalse "Ravel" fietsroutenetwerk, maar voorlopig is dit nog een heerlijke wildernis. Een groot deel van de Hoyouxvallei situeert zich in het meer dan 400 ha grote natuurre­servaat van Modave, dat tevens dienst doet als waterwinningsgebied voor de Brusselse agglomeratie. Helaas heeft dit ook heel wat negatieve gevolgen voor de natuur aldaar gehad. Zo stroomt de Hoyoux er deels door een betonnen bedding. Toch blijven er voor deze tocht nog heel wat bezienswaardigheden over, zoals het "Oppidum", een versterkt kamp uit de Romeinse tijd. Archeologen zijn er nog steeds bezig met opgravingen. Een andere lokker is het kasteel van Modave, eigendom van de Brusselse drinkwatermaatschappij. Hongerigen kunnen er al dineren vanaf € 500. Tenslotte zijn er nog de "Trou al Wesse", een grot die we misschien wel doorwandelen, een steengroeve, een klimrots en een spoorweg­tunnel. Afwisseling zeker gegarandeerd.

Vertrek:
7.00 u. Natuurpuntlokaal Hallaar
7.30 u. Parking Vinea, Veerledorp Veerle
Prijs: € 15 voor volwassenen en
€ 7 voor kinderen onder de 12 jaar. Info en inschrijvingen bij Jan van Walsum op 014/866 777,
liefst op werkdagen tussen 18 en 21 uur. Inschrijven voor 10 februari a.u.b.

 

NETELING: DIAPRESENTATIES o.a. De Netevallei, Ierland, ...

Zaterdag 19 maart 2005 om 20u

Lokaal Natuurpunt Hallaar
Eric Van Loo en J'O Van Dessel stellen voor

Van Taxandri a tot Éireann

Powerpointpresentatie
Een afwisselend programma:

De Netevallei

De fabriek van Heultje

Ierland

In beeld, tekst en muziek
Inkom: 2,50 euro

 

DIAPRESENTATIE: NATUURRIJKDOM van AARSCHOT

ZATERDAG 19 FEBRUARI          te 20.00 uur    INKOM 2.50 euro

Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar door Staf De Roover en Josee Craenen

De natuurrijkdom van Aarschot en omgeving is bij natuurliefhebbers zeer bekend. In 2004 hebben Staf en José de zes reservaten van dit gebied verkend en in beeld gebracht. Zij tonen hun prachtige dia's die genomen werden tijdens de verschillende seizoenen.

•          Achter Schoonhoven:
Hier zijn sommige hooilanden rijk aan Gevlekte en Brede Orchis, Blauwe knoop, Ratelaar, Tormentil en Wateraardbei. Dit gebied is ook de laatste vindplaats in Vlaanderen van de bedreigde Harlekijnorchis.

•          Speelhoven:
In het lange bos vinden we bosplanten die typisch zijn voor natte grond, zoals Boshyacint, Daslook en Veenwortel.

•          Molenheide:
Centraal in dit reservaat bevindt zich een gerestaureerde houten windmolen.
Het beheer van dit gebied begint zijn vruchten af te werpen. Op de geplagde stukken vin­den we massaal pioniersplanten, namelijk de Zandzegge, grassen en struikheide.

•          Aarschotse Langdonken:
In de vallei van de Kalsterloop sluit dit reservaat op de rechteroever aan bij de Langdonken in Herselt. In de nattere gedeelten vinden we met moerassen en broekbosjes.

•          Meersels bos:
Sinds 2001 is Natuurpunt gestart met de uitbouw van dit nieuw reservaat. Er werden nest­kasten gehangen voor Bosuil, Steenuil en andere holenbroeders.

•          Vorsdonkbos en Turfputten:
Dit reservaat heeft een grote verscheidenheid aan biotopen, een ongemeen grote fauna en een rijke dierenwereld. Op de hooilanden bloeien van half mei tot eind juni Brede en vooral honderden Gevlekte orchissen.

IEDEREEN VAN HARTE WELKOM.

 

DE RUP's

Op 17-12-2004 keurde de Vlaamse regering 2 ruimtelijke uitvoeringsplannen (Rup's) goed in onze afdeling.

1 ° "Bossen van Averbode".

Dit RUP bestaat uit twee deelgebieden:

Een eerste is het landbouwgebied gelegen tegenover de Abdij van Averbode langs de weg van Averbode naar Veerle. Het gebied ligt deels op het grondgebied van de gemeente Tessenderlo en deels op het grondgebied van Laakdal.

Het tweede deelgebied is gelegen te Veerle Heide langs beide oevers van de Heideloop. In dit RUP worden 49.5 ha omgezet van land­bouwgebied naar natuurgebied en 24.9ha van bosgebied naar natuurgebied. Een belangrijk deel van dit deelgebied bestaat uit droogge­legde vennen.

2° "De vallei van de Grote Nete beneden­strooms"

Dit RUP is gelegen op beide oevers van De Grote Nete vanaf de weg Booischot naar Huis­hout (Mac Adam) tot aan de Hellebrug op de weg van Berlaar naar Herenthout. Het RUP is grotendeels op het grondgebied van de gemeente Heist-op-den-Berg gelegen. Op het grondgebied van de gemeenten Huls­hout, Herenthout en Nijlen ligt er een beperkte oppervlakte. De grenzen van het Rup komen grotendeels overeen met de winterbedding van de Grote Nete, de gronden in gebruik door beroepslandbouwers zijn uit het RUP gelaten. In dit RUP worden er 0.8 ha recreatiegebied, 30.5 ha bosgebied, 381.3ha landbouwgebied, 4.3 ha industriegebied en 23.5ha overige be­stemmingen (o.a. openbaar nut) omgezet naar natuurgebied. Het gebied krijgt als hoofdfunc­ties natuur en waterberging.

In deze RUP's zijn enkele woningen gelegen. De gevolgen van de gewijzigde planologische toestand zijn beperkt. De stedenbouwkundige voorschriften bepalen dat het aantal woonge­legenheden niet mag stijgen en dat men een bestaande niet verkrotte woning mag verbou­wen en uitbreiden, met de beperking dat het nuttige bouwvolume niet meer dan 1000m3 mag bedragen. Ook bij vernieling door een ramp bestaat de mogelijkheid om te herbou­wen. Voor de percelen in landbouwgebruik verandert er voorlopig niets, de bemestings­normen en het gebruik van bestrijdingsmidde­len blijven ongewijzigd tot het natuurrichtplan is opgemaakt en goedgekeurd. Verder zijn er een reeks werken zoals het aanleggen van wandelpaden, het plaatsen van infoborden, enz. mogelijk in functie van het natuurbehoud en de natuurbeleving.

Over enkele maanden, nadat de Raad van State de RUP's geadviseerd heeft en na ver­schijning in het Belgisch Staatsblad worden de plannen van kracht. Ze zullen een sterke stimulans zijn om in deze belangrijke natuurgebieden onze reservaten verder uit te bouwen.

 

BEHEERSOVEREENKOMSTEN

Het landschap zoals we het nu kennen, is een cultuurlandschap dat door opeenvolgende ge­neraties van vooral landbouwers is gevormd. De laatste decennia heeft dit aantrekkelijke landschap veel van zijn charme verloren. Vele kleine landschapselementen (KLE), zoals hout­kanten, bomenrijen, knotbomen, hagen en vee­drinkpoelen verdwenen en de bewaarde zijn bedreigd.

De KLE's waren vroeger economisch belangrijk voor het landbouwbedrijf als drinkpoel voor het vee, als weideafsluiting, voor brandhout, voor klein geriefhout, voor veevoeding.... In het mo­derne landbouwbedrijf hebben deze KLE's geen economische functie meer. Ook door wegverbredingen, aanleg van nieuwe wegen, inname door woningen en industrieterreinen verschraalde het landschap.

Deze landschapselementen hebben een belangrijke landschappelijke functie, maar zijn ook ecologisch belangrijk voor de overleving van tal van inheemse planten en dieren.

Sinds 2000 kunnen landbouwers met de Vlaamse overheid beheersovereenkomsten afsluiten. De beheersovereenkomsten worden financieel ondersteund door Europa, de ge­meente kan een bijkomende toelage toeken­nen.

Wat is een beheersovereenkomst ?

Een beheersovereenkomst is een vrijwillig con­tract voor 5 jaar waarbij in ruil voor het uitvoe­ren van bepaalde maatregelen en het naleven en enkele voorwaarden de landbouwer een jaarlijkse vergoeding krijgt.

Welke vormen van beheersovereenkomsten bestaan er ?

Beheersovereenkomsten vanuit de natuurwet­geving

•          Weidevogelbeheer

•          Perceelsrandenbeheer

•          Herstel, ontwikkeling en onderhoud van

kleine landschapselementen

•          Botanisch beheer

Beheersovereenkomst vanuit de mestwetge­ving

•          Beheersovereenkomst water

•          Beheersovereenkomst natuur

Natuurwetgeving.

1 ° Weidevogelbeheer.

Weidevogelbeheer is mogelijk binnen afgeba­kende gebieden. Deze gebieden zijn vooral gelegen in de polders, de Noorderkempen en het noorden van de provincie Limburg. In onze afdeling is de beheersovereenkomst weidevo­gelbeheer niet van toepassing.

2° Perceelsrandenbeheer

Perceelsrandenbeheer kan overal in Vlaande­ren, uitgezonderd in de woongebieden, indu­striegebieden, recreatiegebieden e.d.. Deze overeenkomst heeft tot doel de milieukwaliteit te verbeteren door ervoor te zorgen dat minder bestrijdingsmiddelen en meststoffen in waterlo­pen, houtwallen, heggen, taluds van holle we­gen terechtkomen.

Er bestaan 6 verschillende pakketten. Voor alle pakketten geldt dat er geen bestrijdingsmidde­len mogen gebruikt worden. Distels mogen en­kel pleksgewijs bestreden worden.

Perceelsrand langs heggen, houtkanten, hout­wallen en wegbermen

de perceelsrand als akker gebruiken en een bemesting van max. 100 kg. stikstof per ha per jaar toedienen. Vergoeding : 400 €/ha.per jaar.

Perceelsrand langs een waterloop, akkerrand met gras

de perceelsrand inzaaien met gras of spontaan laten opschieten, de rand eenmaal per jaar na 15 juni maaien en het maaisel afvoeren. Niet bemesten. Breedte 5 tot 10m. Vergoeding: 1300 €/ha. per jaar.

Perceelsrand langs een waterloop of akkerrand met spontane begroeiing

de vegetatie in de rand spontaan laten ontwik­kelen en slechts om de 5 jaar bewerken (maai­en, frezen, ploegen..). Niet bemesten. Breedte 5 tot 1 Om. Vergoeding: 1300 €/ha. per jaar.

Rand van een graasweide langs een waterloop: de begrazing niet beginnen voor 15 juni, na 1 september indien nodig maaien en afvoeren. Niet bemesten. Vergoeding: 600 €/ha. Breedte 5 tot 1 Om.

Rand van een hooiweide langs een waterloop de rand ten vroegste vanaf 15 juni maaien en het maaisel afvoeren. Niet bemesten. Breedte 5 tot 1 Om. Vergoeding: 600 €/ha per jaar.

Rand van grasland of akker langs een holle weg

in de rand geen grondbewerking uitvoeren of niet beweiden. Niet bemesten. Breedte van 3 tot 1Om.

Vergoeding: 1300 €/ha per jaar.

3° Herstel en ontwikkeling van kleine land­schapselementen.

Deze maatregel kan overal in Vlaanderen be­halve in de woongébieden, industriegebieden, recreatiegebieden, ... Deze beheerspakketten zijn bedoeld als landschapsherstel of be­scherming, ze bieden een leefgebied voor wil­de planten en dieren.

Enkele definities

-een heg : is een dichte rij struiken of bomen die vrij mag uitgroeien en dus maar weinig wordt gesnoeid.

-een haag : is een jaarlijks volgens een vast patroon gesnoeide rij struiken.

-een houtkant : is een strook grond met bomen of struiken die periodiek tot aan de grond ge­kapt worden.

-een houtwal : is een houtkant aangelegd op een verhoogde berm.

-een poel is elke waterpartij die gescheiden ligt van een waterloop en een oppervlakte heeft tussen 25 en 150 m2.

Aanplanten van een heg, houtkant of houtwal planten van streekeigen soorten, geen bestrij­dingsmiddelen gebruiken, niet bemesten. De plantafstand bij een heg bedraagt 1 tot 2 m., bij een houtkant bedraagt de max. plantafstand 1,5 m.. De minimum lengte van een heg is 50 m. de minimum oppervlakte van een houtkant bedraagt 3 are.

Vergoeding : -aanplanten van een heg : 0,5 € per m. gedurende 5 jaar. ( max. 200€/ha.)

-aanplanten van een houtkant 14 € per are gedurende 5 jaar.

Onderhoud van een bestaande heg, houtkant of houtwal

een heg moet tenminste 50 m. lang, 1 m. breed en 2 m. hoog zijn, een houtkant heeft een minimum oppervlakte van 1,5 are en is max. 10 m. breed. De heg of houtkant moet om de 3 tot 20 jaar onderhouden worden en dit tussen 1 november en 1 maart. Indien de houtkant langer is dan 50 m. mag er max. 50m. per jaar gekapt worden. Gaten in de heg of houtkant worden heraangeplant. De hout­kant of heg niet bemesten. Vergoeding:

-onderhoud van een heg : 0,5 € per m. per

jaar. ( max. 200 €/ha.)

-onderhoud van een houtkant : 14 € per are

per jaar 5 jaar.

Aanleg, heraanleg of onderhoud van een poel de poel moet een oppervlakte hebben tussen 25 en 150m2. Het water moet op het diepste punt steeds tussen 1,50 en 0,50 m diep zijn. Er mogen geen vissen, eenden, andere dieren of planten uitgezet worden. Het water van de poel enkel gebruiken als drinkwater voor het vee. Geen bestrijdingsmiddelen gebruiken binnen een strook van 5 m. van de oevers van de poel.

Vergoeding: 12,5 € per poel per jaar met een max. van 37,5 € per ha. per jaar.

4° Botanisch beheer.

De biodiversiteit in de landbouwpercelen ver­hogen en zo planten en dieren een kans geven om in een landbouwomgeving te overleven. Botanisch beheer kan binnen afgebakende gebieden. In onze afdeling zijn de volgende gebieden van belang

in Herselt : langs de Kalsterloop tussen de Aarschotsesteenweg en de Madestraat en in Vuldershoek en Bleidenhoek. in Heist-op-den-Berg : Van de spoorweg over de Averegten tot Itegem.

In Westerlo : Van De Gevaertlaan tot de Stip­pelberg.

In Laakdal : Langs De Laak van Klein-Vorst tot de weg Veerle- Eindhout.

Op de website www.vlm.be kan je de kaart bekijken.

Beheerspakketten grasland algemene bepalingen

Het perceel is een meerjarig grasland.

Niet rollen, slepen, beregenen, frezen, herin­zaaien, doorzaaien of scheuren. Geen bestrijdingsmiddelen of meststoffen toe­dienen, uitgezonderd de uitscheiding van de dieren bij beweiding.

De waterhuishouding niet wijzigen met het oog op verdroging van het perceel. Het reliëf niet wijzigen.

Niet bijvoederen.

Tijdens het eerste en het vijfde jaar inventari­seert een deskundige de soorten in het gras­land en levert een attest af aan de beheerder en aan de VLM.

Grasland maaien na 16 juni

op zijn vroegst vanaf 16 juni maaien, het maai­sel afvoeren en na de eerste maaibeurt naar keuze maaien en / of beweiden met een in de overeenkomst vooraf bepaalde veebezetting. Vergoeding: 695 €/ha.per jaar

Grasland maaien na 1 juni

op zijn vroegst vanaf 1 juni maaien, het maai­sel afvoeren en na de eerste maaibeurt naar keuze maaien en / of beweiden met een in de overeenkomst vooraf bepaalde veebezetting. Vergoeding: 533 €/ha. per jaar.

Grasland beweiden na 16 juni

op zijn vroegst vanaf 16 juni beweiden met een in de overeenkomst vooraf bepaalde veebezet­ting.

Vergoeding: 538 €/ha. per jaar.

Grasland beweiden na 16 juni

op zijn vroegst vanaf 16 juni beweiden met een in de overeenkomst vooraf bepaalde veebezet­ting.

Vergoeding: 538 €/ha. per jaar.

Akkerland vollevelds

het perceel gebruiken als akkerland met een andere teelt dan maïs, er mogen geen bestrij­dingsmiddelen gebruikt worden en de bemes­ting moet beperkt blijven tot 50% van de gel­dende bemestingsnorm. Mengmest is slechts toegelaten tussen 1 april en 31 augustus. Een vruchtafwisseling toepassen met ten minste eenmaal per 2 jaar een graangewas en een­maal per 6 jaar een vlinderbloemige. De grond jaarlijks bewerken in het voor- of najaar. In het 5e jaar van de overeenkomst inventariseert een deskundige de soorten van het akkerland. De deskundige levert hiervan een attest af aan de beheerder en aan de VLM. Vergoeding: 500€/ha per jaar.

Akkerland een rand

het perceel gebruiken als akkerland met een andere teelt dan maïs. Er mogen geen bestrij­dingsmiddelen gebruikt worden in de rand en de bemesting moet in de rand beperkt blijven tot 50% van de geldende bemestingsnorm. Mengmest is slechts toegelaten tussen 1 april en 31 augustus. Een vruchtafwisseling toepas­sen met ten minste eenmaal per 2 jaar een graangewas en eenmaal per 6 jaar een vlin­derbloemige. De grond jaarlijks bewerken in het voor- of najaar. In het 5e jaar van de over­eenkomst inventariseert een deskundige de soorten van het akkerland. De deskundige levert hiervan een attest af aan de beheerder en aan de VLM. Vergoeding: 500€/ha per jaar, de rand heeft een breedte van 3 tot 1 Om. Vergoeding: 500€/ha per jaar.

Tot hier een toelichting over de beheersover­eenkomsten die het landschap en de natuur een steuntje in de rug kunnen geven. Nu maar hopen dat veel landbouwers hier op inschrij­ven, zodat we de volgende jaren terug meer akkeronkruiden, vlinders en vogels kunnen bewonderen in de agrarische gebieden.

 

NATUUR IN DE LAAKVALLEIEN

Laakdal:

Meer wandelaars genieten van de natuur in de Laakvalleien.

Alles kan beter! Dat is zo, maar we kunnen in Laakdal toch met een goed gevoel terugkijken op het voorbije jaar. We zagen het al gedurende het jaar dat er meer mensen van de natuur kwamen genieten. En inderdaad de cijfers bewijzen het: 2004 was een goed jaar voor de Laakvalleien.

Onze propvolle activiteitenkalender is mooi afgewerkt. We hebben hier 17 groepen natuur­liefhebbers begeleid. Samen goed voor 344 wandelaars, wat neerkomt op een gemiddelde van meer dan 20 deelnemers per wandeling. We noteerden ook verschillende voltreffers, zoals op 7 maart in Trichelbroek, toen waren er 72 deelnemers die naar de watervogels kwamen kijken. Ook de wandelingen in de Roost waren telkens een succes, met een gemiddelde van 22 deelnemers. Op de avondwandeling in de Ossebroeken waren er op 1 mei ook weer 32 natuurliefhebbers die de zang van de Nachtegaal hoorden en die de baltsvluchten van verschillende Houtsnippen hebben mogen bewonderen. En vanzelfsprekend zijn er nog zeer velen die op eigen initiatief door onze gebieden trokken, om er tot rust te komen en van het natuurschoon te genieten.

Wat het vrijwillige beheerswerk betreft, noteer­den we de volgende cijfers: Op de 9 werkdagen zijn er in totaal 180 man/vrouwuren gepres­teerd. En tot onze grote vreugde mochten we een paar nieuwkomers begroeten. Maar het kan steeds beter! Dus, niet aarzelen, gewoon je laarzen en handschoenen aantrekken en eens naar onze beheerswerkdagen komen. Of als je op een andere manier meewerkt, ook goed; dan hoor je er echt bij en kan je met recht en reden van de natuur genieten die je zelf helpt beschermen!

In ieder geval groeide het te beheren natuurterrein in Laakdal steeds verder. In 2004 is er meer dan 7 ha bijgekomen. De aangroei van het reservatenproject de Laakvalleien situeerde zich deze keer vooral in het deelgebied 't Hoeves, alleen daar al kwam er meer dan 5 ha bij. Ja, ook in de vallei van de Kleine Laak wordt er naarstig verder gewerkt aan de uitbouw van het natuurreservaat. Zo vormen de gebieden Craeywinckel, 't Hoeves, Eindhoutsbroek en Ossebroeken steeds duidelijker één geheel. Wat landschap en natuurwaarden betreft is dit een omgeving met veel toekomst. De recente aankopen betekenen voor de streek nog meer pluspunten. Zo zien we ook stilaan meer mogelijkheden om een volwaardig wandelpad uit te werken tussen de aangrenzende natuurgebie­den. Op die manier kan iedereen ten volle van de natuur in Laakdal komen genieten.
        Vic Van Dyck, conservator

 

LIFE PROJECT

Aankoop.

In het Life project - Zuiderkempen is een aankoop van gronden voorzien. Niet minder dan 50 ha uitbreiding in Goor-Asbroek en Langdonken werd vooropgesteld. De ambitie was (en is) groot. En zie, onze aankoper van dienst heeft zijn werk met glans volbracht. Meer dan een jaar voor het aflopen van het project (half 2006) is de kaap van 50 ha overschreden. En dit aan een verantwoorde prijs voor koper en verkoper.

Uitvoering.

Bij de uitvoering van de geplande werken dient uiteraard rekening gehouden te worden met de werkomstandigheden. Daar onze gebieden er nu op vele plaatsen zeer nat bij liggen, dienden enkele ontginningswerken (houtkap, plagwerk) gestaakt te worden. Daarom werd er nu volop overgeschakeld op exotenbeheer op droge per­celen (met verwijdering van Amerikaanse eik).

Beheersplan.

Het nieuwe integrale beheersplan van de Langdonken krijgt stilaan vorm. Een voorontwerp werd gemaakt. Dit ontwerp wordt door de twee beheersteams (Langdonken­Brabant en Langdonken-Herselt) nog eens zeer nauwkeurig onder de loupe genomen. Opmerkingen worden gegeven, aanpassingen worden voorgesteld. Het is de bedoeling waar nodig aanpassingen te doen en dan tot een definitieve versie te komen. Natuurpunt zal dan dit nieuwe beheersplan voorstellen aan de minister. Alle officiële diensten zullen hun adviezen en aanbevelingen kunnen doen.

We hopen dat dit alles uitmondt in een duidelijk, ondubbelzinnig document waar we toch weer minstens een decennium mee aan de slag kunnen.

 

VALLEI VAN DE GROTE NETE TE HEIST-OP-DEN-BERG

Op 6 november werden de kettingzagen bovengehaald. Geen nood, de natuur is niet bedreigd. In de Laarbeemden staan circa 300 knotwilgen met een ruime kruin. Deze bomen kunnen een onderhoudsbeurt gebruiken. Om te verhinderen dat onder het gewicht van de zware takken de stam scheurt, dienen de tak­ken om de 6 tot 8 jaar afgezaagd te worden. Met 13 vrijwilligers verzamelden we aan het lokaal om tezamen naar Lodijkbrug te rijden. Met een ronkende motorzaag zorgden Charel en Frans ervoor dat de wilgen hun weelderige takkenbos verloren. De andere vrijwilligers hadden de handen vol om het takhout op te ruimen. De dikke rechte takken werden op 2,5 meter lengte gezaagd om als nieuwe poot te kunnen fungeren. De dunnere twijgen werden in houtmijten gestapeld. Terwijl de mannen zich uitleefden in de natuur, bereidden Mireille en Anita een heerlijke ajuinensoep. 's Middags werd de inwendige mens versterkt met een bord verse soep en een stevige boterham. Na de middag werden de werkzaamheden hervat. Door de noeste arbeid staat de rij wilgen langs de Netedijk er opnieuw geknot bij. In totaal kregen 43 wilgen een noodzakelijke onder­houdsbeurt. Als toemaatje werden enkele nieuw verworven terreinen in de omgeving bezocht. Hartelijk dank aan Charel, Frans V., Joris, Paul, Titte, Bert, Eric, Chris, Jo, Dirk, Julien, Guido, Frans S., Steven en Wilfried voor hun inzet.

Op 26 december werd het werkingsjaar afgesloten met de traditionele kerstwandeling. Ruim 120 wandelaars verzamelden aan de kerk van Hallaar voor een 8 kilometer lange tocht doorheen de Netevallei en de Averegten. Onder een stralende winterzon bereikten we via het Pinzielekepad de Netedijk. In de Moer­beemden werden 2 Blauwe reigers en 1 Torenvalk opgemerkt. Vervolgens stapten de groepen langs het nieuwe wandelpad in de Hallaarse aard. Dit verbindingsgebied tussen het provinciaal domein Averegten en de vallei van de Grote Nete werd door het gemeentebe­stuur van Heist-op-den-Berg tussen 1999 en 2002 ingericht als een kleinschalig cultuurland­schap. Er werden nieuwe bossen aangeplant, poelen gegraven en houtkanten aangelegd. Zo belandden we in de Averegten waar de aan­dacht getrokken werd op de geschalmde popu­lierenbossen. Bij de oprichting van het wandel­bos werden begin jaren '70 talrijke percelen bebost met populieren. Deze bomen zijn intus­sen kaprijp. Aangezien de verwijdering van deze zware bomen schade aan de wandelwe­gen veroorzaakt, heeft het provinciebestuur ervoor geopteerd om alle populieren in twee keer te verwijderen. In de zomer 2005 zullen alle dreven en bossen in het noordelijk gedeel­te worden gekapt. Over twee jaar volgen dan de populieren in het zuidelijk gedeelte van het bos. De betrokken percelen zullen opnieuw ingeplant worden met inheemse boomsoorten, zoals Zomereik, Es en Zwarte els. Na een ste­vige wandeling konden we in het Natuurpunt­lokaal genieten van een glas gluhwein en een stuk kerstcake.

Dank aan gidsen Julien en Wilfried voor de fraaie wandeling.

Op zaterdag 5 februari 2005 steken we op­nieuw de handen uit de mouwen. Tijdens deze werkdag krijgen de knotwilgen in de Moer­beemden te Hallaar een onderhoudsbeurt. We verzamelen om 9u00 en 13u00 aan het Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar. Tijdens de middag wordt gezorgd voor verse warme soep, beleg en brood.

 

DE BRUGGENEINDSE GOREN

Het reservaat maakte ooit deel uit van de meer dan 1000 ha grote Goorheyde. Wat er nu nog overblijft van deze Goorheyde is een 2,1 ha groot reservaat dat reeds decennia omsloten is door vrij intensieve landbouw. Het huidige gewestplan geeft aan dat dit bosgebied is. In de loop der geschiedenis wisselde echter het landgebruik en de ermee samenhangende flora en fauna zeer sterk.

Het reservaatsgebied bevindt zich aan de rand van een historisch akkergebied en blijkt reeds lange tijd op de wip te zitten tussen bos en hei. In het begin van de 20e eeuw nam de ontwate­ring van het gebied ernstige vormen aan. De Hulshoutse relicten van de Goorheide werden ingenomen door industrie en te Wiekevorst werd een ruilverkaveling uitgevoerd. Enkel het amper 100 ha grote gebied bij Bruggeneinde, nl. dat wat in het Ancien Régime tot het Prins­bisdom Luik behoorde en niet tot het Hertog­dom Brabant, is in zijn geheel landschappelijk relatief gaaf gebleven. Het reservaatgebied is echter reeds decennia omringd door vrij intensieve landbouw.

Niet alleen de oppervlakte is drastisch verminderd, ook de kwaliteit! Op Vlaamse schaal blijkt het biotooptype zoals de Bruggeneindse Go­ren, het op één na zwaarst getroffen biotoop te zijn wat achteruitgang in aantal soorten vaat­planten betreft. Veel van deze lokaal en natio­naal uitgestorven soorten waren algemeen op de Goorheyde tot op het einde van de 19e eeuw. Maar wat overblijft is beslist de moeite waard.

Eind jaren '70 werd het actuele reservaat bedreigd door een gedeeltelijke omzetting van bos naar maïsakker (noordelijk deel). Gelukkig ontdekte Frans Valvekens er in augustus 1980 Zonnedauw en Klokjesgentiaan en werd door Wielewaal Netevallei actie ondernomen om dit stukje natuur te redden. Op 24/1/1981 kreeg de vereniging het gebied in handen via een huurcontract van 9 jaar. Het gebied leek gered en onder leiding van Marc Geens (conservator destijds) werden beheersmaatregelen opgesteld. Echter eind jaren '80 (een periode van een ver doorgedreven ontwatering van het gebied) en vooral in 1990 staken problemen de kop op. Het huurcontract werd niet verlengd.

Na onderhandelingen kocht de gemeente Heist-op-den-Berg het gebied en gaf het voor een periode van 30 jaar in huur aan de Wiele­waal. Meteen streefde de vereniging mede onder impuls van toenmalig conservator Syl­vain Wuyts naar een erkenning als natuurge­bied. Dit lukte in 1994. Na het plotse overlijden van Sylvain in 1995 nam de huidige conserva­tor de taken over.

Er werd in de jaren 1995-1997 een grondige evaluatie gemaakt van het tot dan toe gevoer­de beheer, dit o.a. door intensieve inventarisa­tie van planten, mossen, zwammen, spinnen maar ook ten dele van insecten. Op basis hier­van werd begin 1997 een nieuwe beheersvisie gelanceerd.

Via kleine experimenten bleek dat herstelmaat­regelen op grotere schaal, nl. ruime plagwer­ken zich moesten aandienen. Na heel wat voorbereidende werken kon er in 2000 machi­naal geplagd worden over een respectabele oppervlakte in het noordelijk gedeelte van het reservaat. Het zuidelijk gedeelte werd voorlo­pig verder beheerd op traditionele wijze (maai­beheer) in afwachting van plagwerken in de toekomst; dit uiteraard echter pas na eventuele positieve evaluatie.

In de periode 2001-2004 herstelt het terrein zich. De heidevegetatie neemt toe (x 25) en is op heel wat plaatsen goed ontwikkeld. Mede dankzij het feit dat de bladval gedurende de eerste jaren zoveel mogelijk verhinderd werd (verwijderen bomen!) en jonge boomopslag verwijderd werd. Nieuwe soorten duiken op en breiden zich uit. Klokjesgentiaan neemt duidelijk toe en vestigt zich op 2 nieuwe plekken los van de originele vindplaats. Moeraswolfsklauw staat er met hon­derden tegelijk (terwijl deze plant in 1994 nog met slechts enkele exemplaren vertegenwoor­digd was). Enkele typische zeggesoorten brei­den zich uit en spectaculaire -extreem zeldza­me- paddestoelen en levermossen worden voor het eerst in De Goren gevonden (terwijl die voordien duidelijk afwezig waren). Ook diverse veenmossoorten zijn er vertegenwoordigd. Op plaatsen waar het plagbeheer minder geslaagd is, steken Pitrus, Pijpestrootje en berkenopslag opnieuw de kop op. Ook op de diverse plekken waar materiaal van plaggen is blijven liggen is de vegetatie meer algemeen. Maar dit is ui­teraard werk voor de toekomst.

Tot slot valt er nog een positieve noot te noteren over de evoluties in de grondwaterstand sinds 1996. Dit benadert stilaan een meer normaal waterpeil voor een vochtig heidegebied maar staat nog een stuk af van wat het ooit geweest is.

Ook in 2005 dienen zich enkele topprioriteiten in het beheer aan en waarvoor de actieve inbreng van een co-conservator nodig is.

Oproep co-conservator:

We hopen van harte dat minstens één lid, maar graag veel meer leden, zich aangesproken voelt (voelen) om mee te ijveren voor en te werken aan het behoud van dit uniek natuurgebied in Heist-op-den-Berg.

Ben je geïnteresseerd en wens je wat meer info, aarzel niet en contacteer Olivier Heylen (015/22.61.81 - olivier.heylen@pandora.be)!

 

BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN REGIO GROTE NETE

Periode September - November 2004

VOGELS

Op 15/9 doken twee Dodaars kopje onder in de Grote Laak nabij het Trichelbroek te Eind­hout (BEH). Zou het dan toch beter gaan met één van de meest vervuilde beken van ons land? Ook vertoefden er op 24/10 drie op de Grote Nete te Booischot (VDJ) en één op 21/11 op de Nete te Huishout (BEH). Op 14/11 zwom op 't Trichelbroek dan weer hun grotere neef, één Fuut (BEH). Buiten het broedseizoen worden ze hier toch maar zelden waargenomen. Aalscholvers pleisterden daar weer de ganse periode met maxima van 20 vogels in september (2/9) en 25 in oktober (3/10) en november (24/11) (BEH). Verder waren er in onze regio weer heel wat overtrek­kende groepen op weg naar hun overwinte­ringsgebieden. Vooral tijdens ringactiviteiten te Heultje Witte Gracht kon VKJ er heel wat waarnemen: 19/9 (22), 4/10 (41), 8/10 (36), 9/10 (8), 11/10 (59), 27/10 (16), 1/11 (6) en 4/11 (2). Andere doortrekkende groepen wa­ren er op 19/9 (21) te Veerle-Dorp (BEH), op 3/10 (23) te Westerlo Kwarekken (VKJ) en op 10/10 (20) te Houtvenne (ARK, DAG). Vier Ooievaars verschenen er op 17/9 te Westerlo (THB).

Een paar Zwarte zwanen verbleef op de Nete te Heist-op-den-Berg op 12/11 en waarschijn­lijk dezelfde vogels foerageerden in een natte weide te Heist-Goor op 20/11 (BOJ). "De" Knobbelzwaan was weer heel de periode pre­sent in het Trichelbroek te Eindhout (BEH, VDV). Grauwe ganzen trokken over Heultje Witte Gracht op 2/10 (1), 10/10 (1), 11/10 (2) en 7/11 (5) (VKJ). In het Trichelbroek pleister­de op 2/9 nog steeds de Indische gans (BEH). Hier verbleven op de ondergelopen weilanden ook maximaal 26 Canadaganzen op 14/11 en 24 Nijlganzen op 9/9 (BEH). Andere grotere groepen Canadaganzen waren er op 18/9 (21) en 19/9 (28) te Varendonk, op 14/10 (14) in de Roost te Veerle (BEH) en op 31/10 (17) te Heist-op-den Berg (VVD). 10 Nijlganzen ver­bleven op 2/9 in de Roost te Veerle (BEH) en verder 4 in Boosichot op 29/10 (VDJ) en 1 te Heist-op-den-Berg op 3/10 (VVD). Een vrouw­tje Smient zwom op de Craeywinckel te Vorst op 11/11 en op het Trichelbroek verbleven maximaal 21 Krakeenden op 14/11. In de Nete­vallei te Hulshout waren er eveneens 10 stuks van deze soort op 21/11. Maximale aantallen

Wintertaling waren er op 17/10 (14) in het Tri­chelbroek, op 15/11 (15) op de Craeywinckel te Vorst en op 21/11 (10) in 't Hoeves te Vorst. Van de Slobeend was er maar één waarne­ming van een mannetje op 14/11 in 't Trichel­broek (BEH).

De najaarstrek van de roofvogels ging ook niet ongemerkt voorbij. Op 24/10 trok nog een late Wespendief over de Kwarekken te Westerlo (VKJ). Rode wouwen waren er op 12/10 te Heist-op-den-Berg (VAF) en op 1/11 te Heultje (VKJ). Hier trok ook een Bruine kiekendief over op 9/10 (VKJ). Op 4/9 trok één Visarend over Wiekevorst (ARK, DAG) en op 10/10 één over Heultje (BEH). Ook waren er weer ver­schillende waarnemingen van doortrekkende Boomvalken. Te Heultje zag VKJ er telkens één op 18/9, 19/9 en 26/9. Verder telkens één te Booischot op 10/9 (VDJ), te Heist-Goor op 12/9 (BOJ) en te Houtvenne op 19/9 (DAG). Tenslotte passeerde nog een Slechtvalk te Heultje op 3/10 (LEI).

Van de Patrijs kwam ditmaal maar één melding binnen, namelijk twee exemplaren te Heultje op 12/10 (VKJ). Een eenzame Scholekster verbleef nog te Westerlo op 28/9 (VKJ). Op 1/11 stiet BEH een Bokje op in de ondergelo­pen weilanden van het Trichelbroek. Hier ver­bleven ook geregeld watersnippen met maxi­maal 7 exemplaren op 2/9 en 21 /11. Op 17/10 was er één en op 2/11 waren er hier drie van deze soort (BEH). Op 3/10 was er eveneens een Watersnip in de Kwarekken te Westerlo (VKJ). Houtsnippen waren ook weer vanaf half oktober present: in de Kwarekken te Westerlo op 17/10, 24/10 en 11/11 (VKJ), op 17/10 in het Trichelbroek (BEH), op 6/11 te Oosterwijk Truchelven (VKJ), op 7/11 te Veerle Wijn­gaardbos (VDV) en op 11/11 in 't Hoeves te Vorst (BEH). Op 1/10 vloog nog een late Wulp over Heultje (VKJ). Een Witgatje pleisterde in 't Trichelbroek op 19/9, 3/10 en 2/11 (BEH). Ver­der waren er waarnemingen in de Netevallei te Booischot op 24/10 (2) en 28/11 (1) (VDJ) en aan de Nete te Heist op 3/10 (DAG). Van de Ijsvogel kwamen meerdere meldingen binnen uit het Trichelbroek (BEH) en uit de Kwarekken te Westerlo (VKJ). Ook één geval uit de Netevallei te Booischot. De waarnemin­gen van Zwarte spechten gaan de laatste jaren duidelijk achteruit (of wordt er minder aandacht aan besteed?): op 3/10 twee vogels in het Tri­chelbroek (BEH) en telkens één exemplaar te Hulshout op 24/10 (ARK, DAG) en te Blauberg op 24/11 (BEH).

Kleine bonte spechten werden vooral waarge­nomen in de Laakvalleien te Laakdal met tel­kens één vogel in de Roost te Veerle op 1 /9 en 16/10, in het Trichelbroek op 2/9 en 3/10 en in het Varenbroek te Varendonk op 15 en 18/9 (BEH). Hierbuiten slechts één waarneming te Heist-op-den-Berg op 3/10 (DAG) Hierbij zijn we aanbeland bij de zangvogels. Boomleeuweriken trokken over Heultje op 3/10 (2) en 9/10 (1) en over de Kwarekken te Wes­terlo op 24/10 (4) (VKJ). De eerste Waterpie­pers (2) voor dit najaar verschenen op 9/10 te Heultje (VKJ). Op de ondergelopen weilanden in het Trichelbroek verbleven ze de ganse peri­ode met maximum 12 op 1/11 en 10 op 21/11 (BEH). Een late Gele kwik landde te Heul­tje op 2/10. Van zijn grotere broer de Grote gele kwik waren er duidelijk veel meer waarne­mingen. In Heultje op 19/9 (4), 25/9 (2), 1/10 (1), 2/10 (2), 4/10 (1), 8/10 (1), 17/10 (2) en 6/11 (1) (VKJ), in het Trichelbroek telkens één op 19/9, 3/10, 17/10 en twee vogels aldaar op 21/11 (BEH). Verder nog twee op 3/10 en één op 24/10 in de Kwarekken te Westerlo (VKJ) en tenslotte één vogel in het Aartsbroek te Veerle op 8/10 (VDV). Een laat Paapje pleister­de nog te Heultje op 1/10 (VKJ) en nog later was een Grasmus te Booischot op 5/10 (VDJ). Bij de zaadeters is vooreerst de ringvangst van een Europese kanarie te Blauberg op 30/10 vermeldenswaard (CRA). Net als de Sijzen waren er dit najaar zeer weinig Putters. Te Heultje was er telkens één op 9/10 en 7/11 en twee op 6/11 (VKJ). BOJ zag er één te Heist­Goor op 13/10, BEH één in de Roost te Veerle op 16/10 en CRA één te Blauberg op 30/11. Ook de Barmsijzen waren enorm dun gezaaid met slechts twee waarnemingen, namelijk één te Heultje op 3/10 (VKJ) en één te Vorst op 25/10 (LEK). Veel goed maakten de invasies van Kruisbekken en Grote goudvinken. Vol­gende meldingen van Kruisbekken kwamen binnen: te Oosterwijk op 30/9 (5), te Westerlo Kwarekken op 3/10 (5), op 19/10 (6), op 24/10 (20) en op 7/11 (10), te Heultje op 11/10 (21), op 14/10 (6), op 23/10 (6) en op 4/11 (16), te Bergom Heieinde op 11/11 (6) (VKJ), te Blau­berg op 9/10 (8), 12/10 (23) en op 13/11 (9) (CRA), te Veerle Wijngaardbos op 13/10 (2) en in het Trichelbroek op 17/10 (6), 1 en 2/11 (1) en op 21/11 (5). Over de invasie van de Grote goudvinken met een duidelijk andere roep lees je elders in dit tijdschrift. Van deze "teuters" of "trompetters" werden volgende waarnemingen

doorgegeven: in het Zammelsbroek op 29/10 (1), op 3/11 3 vrouwtjes, op 5/11 4 vrouwtjes, op 8/11 1 mannetje en drie vrouwtjes, op 9/11 één vrouwtje, op 11/11 2 mannetjes en vier vrouwtjes, op 13/11 2 mannetjes en 5 vrouwtjes en op 14/11 één mannetje en drie vrouwtjes (BEH, CRA, VKJ), op 2/11 riep er één in het Trichelbroek (BEH) en op 11/11 één in de Kwa­rekken te Westerlo (VKJ), Op 6/11 zaten er zes in de tuin van VDV te Veerle en op 21/11 even­eens 6 in de tuin van ARK en DAG te Houtven­ne. CRA kon er naast enkele exemplaren in het Zammelsbroek ook verschillende vogels van deze soort ringen in zijn tuin te Blauberg met o.a.1 mannetje op 14/11 en 3 mannetje en 3 vrouwtjes op 16/11. Om te eindigen was er nog de schitterende ringvangst van een Dwerggors in het Zammelsbroek op 29/10 (BEH, CRA, VKJ).

ZOOGDIEREN

Op 3/9 nam BEH 's avonds een Bunzing waar in de Roost te Veerle en op 20/10 vond hij een verkeersslachtoffer te Varendonk.

AMFIBIEËN

Op 2/11 's avonds was er nog een mannetje Alpenwatersalamander op pad op het fietspad van de Langestraat

Te Houtvenne (ARK, DAG). Hoog tijd om in winterslaap te gaan!

Met dank aan volqende waarnemers:

ARK = Arnouts Karine / BEH = Berghmans Herman / BOJ = Bosmans Joris / CRA = Cris­tael André / DAG = Daems Geert / LEI = Lede­gen Ignace / LEK = Leysen Koen / THB = Thoe­len Bert / VAF = Valvekens Frans / VDJ = Van Dessel Jo / VDV = Van Dyck Vic / VKJ = Van Kerckhoven Jos / VVD = Vervloesem Dirk

Oproep:

Alle bijzondere waarnemingen voor de periode december 2004 t.e.m. februari 2005 graag doorgeven aan Jos Van Kerckhoven op het nummer 014/26.64.62 of mailen naar iozef.van.kerckhoven a@pandora.be. De waarnemingen kunnen ook ingevoerd wor­den op de portaalsite op de website van Na­tuurpunt. Voor meer informatie hierover kun je ook bij Jos terecht.

 

RINGVANGST VAN EEN DWERGGORS IN HET ZAMMELSBROEK

Rietgorzen (Emberiza pusilla) uit het noorden passeren ons land vanaf begin oktober tot eind november. Zij overnachten hierbij graag in riet­velden. Dit najaar kwamen er dagelijks tot maximum enkele honderden Rietgorzen slapen in een rietveld in het Zammelsbroek te Geel. Ons lid en wetenschappelijk ringer André Cristael stelde er enkele malen zijn netten op. Zo kon hij er verscheidene honderden van een ring voor­zien en controleerde hij bv. een vogel met een Noordse ring. Dit laatste bewijst dus hun Scandi­navische herkomst.

Het meest opmerkelijk was echter de vangst van een Dwerggors op 29 oktober 's avonds. Deze soort gelijkt op een kleine rietgors met een korte staart. Het meest opvallend zijn echter de rosse wangen die langs de achterzijde zwart omrand zijn.. De snavel is ook kleiner en vooral de bovensnavel is duidelijk recht. Rond het oog is een lichte ring zichtbaar. De buik en flanken zijn vrij licht met fijne donkere streepjes. De bovenvleu­gels zijn veel grijzer en dus minder ros dan bij Rietgorzen. De roze pootjes verschillen ook dui­delijk van de donkere rietgorzenpootjes. Bij het vrijlaten liet de Dwerggors zijn kenmerkende "tsjik"-roep horen.

Dwerggorzen broeden in het hoge Noorden van Europa en Azië. Hun overwinteringsgebieden liggen in Zuidoost-Azië en China. Hun trek ver­loopt dan ook overwegend in zuidoostelijke rich­ting. Jaarlijks wijken slechts enkele exemplaren van deze route af en komen in West-Europa te­recht. In België worden ze dan ook zeker niet jaarlijks waargenomen. Zammelsbroek en André proficiat.

 

TEUTERS EN TROMPETTERS

In de tweede helft van oktober verschenen er op de verschillende mailinglisten van vogelkijkers uit heel West- en Noord-Europa berichten over Goudvinken met een duidelijk afwijkende roep. Op 29 oktober hoorden Jos Van Kerckhoven, André Cristael en Herman Berghmans voor het eerst deze roep in het Zammelsbroek in Geel. In plaats van de zachte fluitende "dju"-roep produ­ceerde dit beest een veel krachtiger "tjeu". Zij kregen de vogel echter niet in de gaten. Het was het begin van een serieuze invasie die nog nooit eerder in België en Europa werd vastgesteld. De volgende dagen werden de Goudvinken echter mooi waargenomen en kon André er zelfs enke­le in zijn netten verschalken. De duidelijk grotere vogels en vooral de rode mannetjes waren echt schitterende verschijningen. Vooral in november kwamen er waarnemingen binnen uit haast alle natuurgebieden in onze regio. Vooral de eigen­aardige roep trok de aandacht van heel wat vo­gelkijkers. De vogels deden zich te goed aan o.a. de bessen van Spork en Bitterzoet, aan de zaadjes in de bellen van Wilde hop, maar vooral veel aan berkenzaad. In december zijn de waar­nemingen wat geminderd (zijn een aantal van deze vogels verder zuidwaarts getrokken?), maar toch worden de roep of de vogels zelf nog sporadisch in onze regio waargenomen. De vraag die onmiddellijk in heel Europa de kop opstak was of we hier nu te doen hebben met een andere soort of ondersoort dan de Goudvin­ken die hier normaal voorkomen. In Europa ko­men twee ondersoorten van de Goudvink voor.

De "gewone" Goudvink (Pyrrhula pyrrhula euro­pea) die o.a. in West-Europa broedt en de Grote of Noordse goudvink (Pyrrhula pyrrhula pyrrhu­la) die in Noord-Europa thuis hoort. Noordse goudvinken zijn groter en forser dan "onze" Goudvinken en de mannetjes zijn iets meer roze van kleur. Gewone goudvinken hebben vleugel­lengten van 77 tot 84 mm, terwijl de vleugels van Grote goudvinken lengten halen van 87 tot 97 mm. Door wat extra inspanningen kon André een twintigtal van deze prachtige vogels ringen en meten. De vleugellengten van de vrouwtjes varieerden tussen 89 en 95 mm, die van de mannetjes tussen 92 en 96 mm. Als we op de maten van deze vogels voortgaan, zijn het dus duidelijk Grote goudvinken. De kleur van deze mannetjes is echter veel roder (niet roze), zeg maar tomatenrood dan dat we bij deze onder­soort gewoon zijn. En dan blijft er nog die afwij­kende roep, totaal verschillend van de Grote goudvinken in en uit Scandinavië. De Nederlan­ders hadden deze Goudvinken al omgedoopt tot "trompetgoudvinken", terwijl de Belgen er "teu­tergoudvinken" van maakten. Heel Europa ging naarstig op zoek... en vond enkele opnamen van teuters gemaakt tijdens het broedseizoen in de Russische republiek Komi. Dit is langs de westkant van het Oeralgebergte, zo'n 4000 à 5000 km hier vandaan. Mogelijk komen deze schitterende beesten dus vandaar.

Hopelijk krijgen we ooit zekerheid....

 

MARTERNETWERK 2004

Ook in 2004 werkte onze afdeling weer actief mee aan het onderzoek naar de verspreiding van roofdieren in Vlaanderen. Dit onderzoek wordt nog steeds geleid door het IBW of Insti­tuut voor Bosbouw en Wildbeheer. Door het inzamelen en onderzoeken van dode exempla­ren hoopt men een beter inzicht te krijgen in de verspreiding en de leefgewoonten van onze inheemse marterachtigen. Vorig jaar werden door onze twee stockeerders Joris Bosmans en Herman Berghmans weerom 42 kadavers inge­vroren: 28 Bunzings, 9 Steenmarters en 5 We­zels. Buiten één Wezel die gegrepen werd door een kat en een Bunzing die dood werd aange­troffen in het hooi, zijn weer alle andere dieren verkeersslachtoffers. Het verkeer blijft dus dui­delijk een steeds grotere negatieve invloed uit­oefenen op onze wilde fauna.

Niet minder dan 18 Bunzings werden opgeraapt in het voorjaar. Het ging om volwassenen dieren, vooral mannetjes, die op vrijersvoeten waren en dan ook veel onvoorzichtiger zijn. De periode juli-augustus, met normaal de meeste slachtoffers, viel dit jaar bijzonder mee. Er wer­den slechts vier jonge uitzwermende en veron­gelukte Bunzings binnengebracht. Dit wijst an­derzijds, zoals al enkele jaren aan de gang, op een zeer slecht voortplantingssucces. Hopelijk is het een tijdelijk fenomeen dat te maken heeft met voedselschaarste, maar we krijgen meer en meer de indruk dat het serieus bergaf gaat met onze Bunzings. De vijf Wezels zijn dan weer normaal, zeker als je weet dat deze kleine rovertjes heel gemakkelijk volledig plat worden gereden en alzo gemakkelijk aan onze aandacht ontsnappen. De Steenmarter gaat nog steeds duidelijk vooruit. Al moet gezegd worden dat van de 9 ingezamelde Steenmarters er 5 uit de provincie Vlaams-Brabant kwamen. In onze eigen regio werden twee exemplaren opgeraapt te Herselt en één te Westerlo. Opmerkelijk is dat er in 2004 geen enkele Hermelijn werd in­gezameld. Ook met deze soort gaat het dus zeker niet goed.

Ook in 2005 loopt dit onderzoek nog steeds verder. Alle dood gevonden Wezels, Hermelij­nen, Bunzings, Steen- en eventueel Boommar­ters of Dassen (wie weet!?) worden graag ver­wacht bij één van onderstaande stockeerders. Ook alle waarnemingen van deze dieren zijn nog steeds bij hen welkom. Hartelijk dank bij voorbaat.

Joris Bosmans, Mechelaars 25, 2220 Heist-op-den-Berg. 015 / 24 90 26.
Herman Berghmans, Wijngaardbos 45, 2431 Laakdal. 014 / 84 16 04

 

RESULTATEN PADDENOVERZET 2004

Tijdens het voorjaar trekken amfibieën naar een waterpartij om hun eitjes af te zetten. Het dich­te wegennet in Vlaanderen kruist talrijke trek­routes van onze padden en kikkers. Om dui­zenden verkeersslachtoffers te vermijden wor­den her en der paddenoverzetacties opgezet.

In Hallaar (Heist-op-den-Berg) bevindt zich een belangrijke oversteekplaats voor padden. De dieren overwinteren vooral in de omgeving van het bosrijke domein Averegten. In het prille voorjaar trekken ze naar enkele oude zandwin­ningsputten. Hierbij moeten ze de Spekstraat kruisen, door het sluipverkeer in deze landelijke straat vallen de meeste slachtoffers. Sinds 1993 wordt door de kern Heist-op-den-Berg een overzetactie georganiseerd.

1. OVERZICHT PADDENTREK

In onderstaande tabel wordt een overzicht ge­geven van de totale getelde paddentrek tijdens de afgelopen jaren. In 2004 werd de kaap van de 2.000 overgezette dieren ruimschoots overschreden. We bereikten hiermee het derde beste resultaat sinds het beginjaar 1993. Hiermee behoort deze over­steekplaats tot de top 10 in Vlaanderen!!!

JAAR

OVERGEZET

SLACHT­

OFFERS

1993

648

232

1994

971

221

1995

415

105

1996

1.375

162

1997

467

47

1998

891

170

1999

2.455

198

2000

2.185

101

2001

2.557

151

2002

1.783

102

2003

1.927

24

2004

2.374

103

TOTAAL

18.048

1.616

2. SPREIDING VAN DE TREK 2004.

De winterslaap eindigde zeer vroeg met een belangrijke trekbeweging tussen 3 en 6 februa­ri. De tweede trekgolf met de langslapers dook op van 14 tot 20 maart.

Bovendien werden er niet minder dan 81 Brui­ne kikkers, 11 kleine Watersalamanders en 3 Alpenwatersalamanders overgezet. Dit is het beste resultaat voor deze soorten sinds het begin van de tellingen.

DATUM

OVER

VERKEER

3/2

132

7

4/2

227

19

5/2

180

15

6/2

334

23

8/2

3

0

14/2

32

0

17/2

6

0

25/2

9

1

14/3

250

4

15/3

352

16

16/3

280

3

17/3

150

6

18/3

162

6

19/3

143

0

20/3

114

4

21/3

0

0

TOTAAL

2.374

103

Het geringe aantal verkeersslachtoffers wijst op de efficiëntie van de gevoerde actie. Een gemotiveerde groep van een tiental vrijwilligers zet hier jaarlijks haar beste beentje voor. We danken alvast Julien, Titte, Joris, Chris, Iris, Stijn B. en StijnY., Didier en Bart.

Deze actie krijgt ook een belangrijke educatie­ve meerwaarde. In 2004 kwamen een drietal klassen van de lokale basisscholen een handje toesteken. Een bijzonder dankwoordje voor meester Jan De Preter die tezamen met de leerlingen van het 3° leerjaar van de Heilig Hartschool gedurende 2 avonden kwam pad­den rapen en voor juffrouw Kathleen Van Loo die met de kinderen van het 4° leerjaar van de Vrije Basisschool van Heist-centrum eveneens de unieke paddentrek kwam beleven.

Wenst u mee te werken in 2005, neem dan contact op met Wilfried Wouters op tel. 015 - 24 25 73.

 

VOGEL IN DE KIJKER: DE WINTERKONING

Herkenning: De Winterkoning is een zeer klein vogeltje dat op de grond voedsel zoekt en rondkruipt als een muis door het strooi­sel. Het heeft een bruin verenkleed met fijne dwarsbandjes. Ook een goed herkenningspunt is dat zijn korte staart vaak rechtop staat. Bij opwinding knikken ze met hun gehele lichaam. Latijnse naam is Troglodytes troglodytes.
Geluid: De zang van de Winterkoning is zeer hard 'tek-tek-tek' of een snorrend gera­tel. Het geluid is helder en bestaat uit een lange strofe met schrille trillers. De Winterkoning zingt zijn liedje het ganse jaar.
Broedgebied: De Winterkoning broedt 2 maal per jaar, telkens 5 tot 7 eieren. De witte eieren met rode vlekjes worden door het vrouwtje alleen uitgebroeid tussen april en juli. Bij het voeren van de jongen wordt het wel bijgestaan door het mannetje. Het voedsel bestaat vooral uit insecten en spinnen maar ook kleine wormen.
De Winterkoning is een talrijke vogel in Europa en in het gebergte is hij tot aan de boomgrens waar te nemen. Ze komen in alle soorten landschappen voor maar hun voorkeur gaat naar struiken met dichte ondergroei. De Winterkoning is in het alge­meen een standvogel maar in het najaar is er toch enige doortrek waar te nemen.

 

ZO WIJS ALS EEN STEENUIL

Hij wordt wel eens de dwerg onder de uilen genoemd. De Steenuil gevreesd om zijn roep, geëerd om zijn wijsheid. Tot halverwege de twintigste eeuw was deze cultuurvogel de meest bekende uil van ons land. Aan de ene kant werd hij gevreesd als een slecht voorte­ken. Aan de andere kant wordt de steenuil gezien als een symbool van wijsheid. Zijn roep werd wel vergeleken met een doodsaankondi­ging: Kommit-Kommit. Ons uiltje was namelijk de trouwe metgezel van Pallas Athene, de Griekse godin van de wijsheid. Zij gaf niet al­leen haar naam aan de stad Athene, maar ook aan de Steenuil, Athene Noctua. Toen ik voor het eerst met mijn goeie (helaas overleden) vriend en soulmate Sylvain Wuyts een nest jonge Steenuilen ging ringen, was ik direct verkocht. Nu ga ik regelmatig op stap met mijn vrienden ringers Joris Bosmans en Swa Van den Bosch. Wat een grappig en aan­sprekend vogeltje. Hij heeft van die felle gele ogen en een mooie bolle snoet. Het boeren­land is de leefomgeving bij uitstek voor dit fas­cinerende diertje. Hij houdt het meest van di­verse, halfopen landschappen. Favoriet zijn kleinschalige agrarische gebieden en graslan­den die zo min mogelijk gebruikt worden. Langzamerhand verdwijnt echter dat karakte­ristisch beeld en dit vormt eventueel een ge­vaar voor de steenuil. Omdat de uiltjes vooral tegen de schemering en 's nachts actief zijn, is het moeilijk vast te stellen hoeveel er werkelijk over de bodem rondvliegen. Naast de verdwij­ning van kleinschalige agrarische landschap­pen heeft het verminderen van de steenuilen­populatie nog meer oorzaken.

Het gebruik van landbouwgif heeft geleid tot

een terugloop van de hoeveelheid muizen en grote insecten, een belangrijke voedselbron voor de uil. Maar ook de schoonmaakwoede speelt het vogeltje parten. Het boerenerf wordt veel te grondig leeg geveegd. Ingezakte schuurtjes verdwijnen, knotwilgen en hoog­stammige fruitbomen worden gekapt. Hiermee verloor de Steenuil veel van zijn traditionele Herr Baron Titte Von Hosen nestplaatsen. Tel je daar de talloze verkeers­slachtoffers bij, dan weetje dat het de Steenuil niet bepaald voor de wind is gegaan. Uilen zijn over het algemeen moeilijk waarneembare vogels. Overdag houden ze zich rustig en ver­schuilen ze zich in holen of een dichte begroei­ing van struiken en bomen. Met een beetje geluk kun je een Steenuil wei eens lekker zien zonnen. De Steenuil laat zich iets gemakkelij­ker spotten dan andere uilen, vooral op hun roestplaats (rustplaats voor vogels). Onder de bomen waar ze slapen, verraden witte uitwerpselen en uilenballen al snel hun aanwezigheid. Steenuilen produceren kleinere braakballen dan onze andere uilen. Braakbal­len uitpluizen geeft een schat aan informatie over het uiltje zo kun je ook achterhalen waar het beestje zijn calorieën en vitaminen van­daan heeft. De uilen eten vooral 's zomers veel insecten en regenwormen, waardoor de ballen dan een belangrijke kleur hebben. In de winter wanneer de muis op het menu staat, vind je allerlei onderdelen van dit knaag­dier in een uilenbal terug. Nesten laten zich makkelijker ontdekken als je let op sporen als uitwerpselen, braakballen en krabsporen. Goed kijken en luisteren helpt ook. De Steenuil vliegt in een soort glooiende beweging en bo­vendien is de typische steenuilenkreet onmiskenbaar.
Het imiteren van de baltsroep "Ghunk-Ghunk" tussen half februari en half april kan een bruik­bare manier zijn om een gebied te inventarise­ren op de aanwezigheid van ons uiltje. Het leuke van ringen is dat je de vogeltjes in je hand kan houden en ze goed kunt bekijken. Het zijn echter grappige diertjes, ondanks hun akelig geroep. Nog voordat ze kunnen vliegen gaan de uilskuikens op verkenning. Klimmend met hun klauwen en snavel kunnen ze zich heel behendig uit de voeten maken. Maar eenmaal op de grond terechtgekomen, loeit het gevaar. Zo kunnen ze bijvoorbeeld verdwijnen tussen de kaken van één of andere jagende (boeren) kat. Andere sneuvelen door het verraderlijke weer. Wel 70 % van de jonge Steenuilen komt in het eerste jaar om het leven. Van levensbelang zijn daarom goede schuil- en vluchtmogelijk­heden als heggen, houtwallen en knotwilgen. De Steenuil is een cultuurvogel en daarom een echte erfvogel. Het zijn niet alleen grappige, maar ook uiterst nuttige diertjes, die allerlei ongedierte opruimen.
Heb je een geringde Steenuil gevonden of denk je dat er zich ergens een Athene Noctua schuilhoudt, dan kun je steeds terecht bij Joris Bosmans of Francois Van den Bosch.

 

NIEUWE NATUURGIDSEN AFGESTUDEERD

Vijftien avonden les over natuurbehoud in al zijn aspecten en daarbij 15 halve dagen op het terrein om de theorie aan de praktijk te toetsen was het eerste deel van de cursus natuurgids. In een tweede luik gidste iedere cursist een groep in een van onze reservaten. Het laatste deel bestond uit het schrijven van een eindwerk over een natuurgebied in de regio. Achttien van de 23 cursisten slaagden in al de­ze opdrachten en mogen op 28 januari hun diploma natuurgids ontvangen op het gemeen­tehuis van Herselt.

De namen van de nieuwe natuurgidsen, ge­rangschikt per gemeente, zijn:

Tony Binnemans (Geel);

Pieter Craenen, Hilde Peeters (Huishout); Marina Branders (Tremelo);

Tom Doms (Herselt);

Rene Gielis, Goedele Lepez, Birgit Verhoeven,

Marcel Verschueren (Westerlo);

Carlos Grauls (Scherpenheuvel-Zichem);

Didier Heylen, Jef Heiremans, Mieke Laere­mans, Theo Pauwels, Eddy Nagels (Heist-op­den-Berg)

Micheline Moons (Laakdal);

Dirk Potters (Kasterlee);

Jos Uiterhoeven (Putte);

In het werkgebied van afdeling Grote Nete be­stond nog geen gestructureerde werking rond natuurgidsen. Verschillende van onze vrijwilli­gers hebben wel het diploma natuurgids en ze begeleiden dan ook de vele wandelingen. Het einde van deze cursus is een mooie gelegen­heid om een nieuwe werkgroep natuureduca­tie op te richten.

Op dinsdag 15 februari 2005 om 20 uur zal er een eerste samenkomst zijn in het Natuurpunt­lokaal te Hallaar. Op die avond gaan we eens bekijken welke rol de natuurgidsen kunnen spe­len in het natuurbehoud in onze regio, want de mogelijkheden zijn onbeperkt. Als eerste punt op de agenda hebben we een gastspreker uit­genodigd in de persoon van Robert Jooris, se­cretaris en bezieler van Hyla. HYLA is de natio­nale amfibieën- en reptielenwerkgroep van Na­tuurpunt studie vzw. Robert Jooris komt ons de werking van Hyla voorstellen, en hoopt daarbij stiekem dat er ook vanuit onze regio medewer­king gaat komen aan de projecten waar Hyla mee bezig is.

Al wie meer wil weten over of beter nog mee­werken aan het gidsen van wandelingen, orga­niseren van cursussen, uitstappen, .. kortom alles wat met natuur- en milieueducatie kan te maken hebben wordt die avond uitgenodigd. Dit is ook een oproep aan alle leden die ooit een cursus natuurgids gevolgd hebben en meer willen weten over dit initiatief.

Allen welkom.

Info bij Kris Dries Tel 014 / 54 77 34 na 18u e-mail kris.dries anpandora.be.

 

SCHOENINZAMELING VOOR NATUUR

Instituut Mevrouw Govaerts verzamelt oude schoenen voor meer natuur!

Van maandag 15 november tot en met don­derdag 18 november hebben leerlingen van het Instituut Mevrouw Govaerts, een school voor buitengewoon onderwijs te Heist-op-den­Berg, onder leiding van Meneer Vissenakens een inzamelactie voor oude schoenen gehou­den. Deze actie liep in samenwerking met Natuurpunt Grote Nete en de winkelketen Schoenen Torfs.

Langs briefjes werden de mensen in de buurt van de school over de inzamelactie ingelicht. Zo werden er 20 grote zakken oude schoenen opgehaald. Tegelijk plaatste onze vereniging in november in de winkel van Torfs drie panelen met info over de natuur in Heist-op-den-Berg en onze reservaten. Tussen de teksten waren er prachtige foto's die de plaatselijke natuurgebieden illustreerden. Paul Anthonis zorgde voor de opbouw van het geheel. Er lagen ook brochures over Het Goor­Asbroek, onze activiteitenkalender 2004 en lidmaatschapsinfo over Natuurpunt.
De firma Torfs zorgt voor het herstel van deze schoenen en bezorgt ze via een sorteerbedrijf aan mensen die het financieel moeilijk hebben. Per kilogram herstelde schoenen stort Schoenen Torfs een vast bedrag voor een plaatselijk natuurproject. De opbrengst van de actie komt ten goede aan Reservaat Het Goor-Asbroek te Westmeerbeek, een moerasgebied in onze streek met een unieke rijkdom aan planten en dieren.

Dankzij de school en Schoenen Torfs is de afvalberg verkleind, het hergebruik van oude schoenen gestimuleerd en hebben de leerlingen een natuurgebied in onze streek vooruitgeholpen.

Als vervolg op deze actie zorgt onze natuur­vereniging voor een diareeks van Natuurpunt Grote Nete over het reservaat en brengen de leerlingen na het broedseizoen een geleid be­zoek aan Het Goor-Asbroek.

Met hartelijke dank aan het Instituut Mevrouw Govaerts en Schoenen Torfs.

 

DE NATUUR IS WEER IN TREK.

Steeds meer Vlamingen worden lid van een natuurvereniging.

Krantenartikel uit " De Morgen " van 28 december 2004 door Sue Somers.

Dit valt af te leiden uit de evolutie van de le­dencijfers van de drie grote natuurverenigin­gen. Het afgelopen jaar wonnen zowel Green­peace en WNF (beide + 2.000) als Natuurpunt vzw (+4.000) leden bij, en klokten ze af op een record. Volgens Natuurpunt is dat "een niet mis te verstane boodschap voor alle beleidsmakers in dit land". Alle drie de natuurverenigingen danken hun groei aan de hernieuwde aanpak. Tegenwoordig worden leden niet meer gewor­ven met direct mailings via de post, maar spre­ken de verenigingen potentiële leden aan op straat. Het zijn vooral jonge gezinnen en men­sen tussen 25 en 50 jaar die op de lokroep van de natuur ingaan. "Het gaat om mensen die actief een engagement willen aangaan, die iets voor de natuur willen doen." Dat het om meer mensen dan ooit gaat, beschouwen de ngo's als een belangrijke graadmeter. "Het betekent dat het draagvlak voor natuurbehoud in dit land erg groot is."

Sterkste stijger Natuurpunt, van 49.700 naar 54.000 leden, zegt dat nooit zoveel Vlamingen het signaal gaven dat ze de natuur belangrijk vinden. "Terwijl overheden en politieke partijen geregeld kibbelen over de rol van natuur- en milieuverenigingen en beknibbelen op de mid­delen die ze ter beschikking krijgen, lijkt de burger meer dan ooit onze maatschappelijke inbreng te appreciëren. Een ledengroei van 10 procent in een jaar is een niet mis te verstane boodschap voor alle beleidsmakers in dit land." Net als alle andere natuurverenigingen dankt Natuurpunt zijn groei aan een hernieuwde le­denwerving. "Het klinkt niet sexy, maar wij hebben het voorbije jaar hard gewerkt om nieuwe leden erbij de krijgen", zegt Jan Loos, verantwoordelijke ledenwerving. "Jaarlijks haakt ongeveer 9 procent af. Dat verlies wordt meestal gecompenseerd door nieuwe leden, maar dit jaar zijn er meer mensen dan anders bijgekomen. Dat beschouwen wij als een be­langrijke graadmeter: het betekent dat het draagvlak voor natuurbehoud in dit land erg groot is."

Greenpeace gewaagt van een heuse stijlbreuk sinds het einde van de jaren negentig. "In 1997 zaten we op een dieptepunt met 46.000 leden. Sindsdien stijgen we elk jaar, in 2004 gingen we van 108.000 naar 110.000 leden", aldus directeur fondsenwerving Peter De Smet. "Wellicht heeft dat te maken met onze her­nieuwde aanpak: we werven geen leden meer met mailings via de post, maar gaan de straat op om met mensen te praten. U noemt dat agressief, wij houden het liever op assertief.

Bij het Wereldnatuurfonds liet de dalende trend van eind jaren negentig zich het langst voelen. Tot vorig jaar bleef het aantal leden de dieperik ingaan, tot 15.000. Pas sinds afgelopen jaar heeft de natuurvereniging met de pandabeer sympathisanten bijgewonnen. "Wij sluiten het jaar af met 17.000 leden en 120.000 donaties", zegt Maggy Schollaert. Ook hier wordt de stij­ging toegeschreven aan actievere ledenwer­ving. "Vroeger deden we het met affiches, tv­spots en tombola's. Nu gaan we op straat de mensen aanspreken. Dat werkt beter." Het zijn vooral jonge gezinnen en mensen tus­sen 25 en 50 jaar die verantwoordelijk zijn voor het stijgende ledenaantal van natuurverenigin­gen. "Het gaat om mensen die actief een en­gagement willen aangaan, die iets voor de natuur willen doen", klinkt het bij Natuurpunt. Afhakers zijn in de eerste plaats jongeren zon­der stabiel inkomen en vijftigplussers. "We hebben niet onmiddellijk zicht op de redenen waarom ze hun lidmaatschap opzeggen", zegt Peter De Smet van Greenpeace. "We vermoe­den dat het gaat om financiële redenen, maar er zijn ook mensen die zeggen dat ze vijf ngo's steunen en elk jaar van goed doel veranderen. "Afhaken gaat overigens in veel gevallen ge­paard met een schuldgevoel. "Soms zijn men­sen zelfs zodanig bezig met hun engagement dat ze hun lidmaatschap opzeggen omdat ze geen tijd hebben om het ledenblad te lezen", weet Jan Loos van Natuurpunt. "Ze vinden het dan jammer om lid te zijn en haken liever af dan zichzelf wijs te maken dat ze zich inzetten voor de natuur."

 

NATUURGEDICHTEN

One more song

De zon rijst boven dassenaarde
verdrijft de donkere regenwolken
en droogt het land
dat snakt naar warmte
de schapenbel luidt
een nieuwe morgen in
ver blaft een hond
hoog krijst de buizerd
boven de zwarte beek
alleen sta ik hier
het tentendorp slaapt
de roes uit
van een wilde zomernacht
in mijn hoofd klinkt vaag
one more chorus one more song

J'O

 

De nacht valt

De merel zingt zijn laatste noot
een vleermuis gaat op jacht
in't ijle blauw
net voor het duister
bij't vallen van de nacht
de wind ruimt naar het westen
terwijl de nieuwe maan al lacht
ik trek mijn kraag wat hoger
bij't vallen van de nacht
je bent heel dicht bij mij nu
hoewel je ergens anders wacht
ik steek een kaars aan bij je foto
bij't vallen van de nacht

J'O

 

BERICHTEN

• Personen die wensen geïnformeerd te worden van de laatste weetjes en activiteiten, kunnen dit melden door hun e-mailadres door te zenden naar de redactie met vermelding: digitale nieuwsbrief.
paul.anthonis paul.anthonis@tiscali.be

• Wist u dat er op de Website van Grote Nete een Natuurfotoalbum te bekijken is?
Ga vlug kijken en geniet mee van de schoonheid van onze reservaten.

• Op de kerstwandeling van 26 de­cember is er in het Natuurpuntlokaal te Hallaar een zwarte tas achtergebleven met enkele boeken erin en een verrekijker.

De persoon die dit nu mist, kan contact opnemen met Wilfried Wouters.

Tel 015 / 24 25 73