Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt
Grote Nete
Jaargang 3
driemaandelijks tijdschrift
oktober 2004 Nr. 4
VOORWOORD
De voorbije weken werd er indrukwekkend werk geleverd in
onze reservaten.
Het leeuwendeel van het maaibeheer gebeurde volgens schema en er werden
honderden grote balen hooi geleverd aan lokale landbouwers. Dit alles door de
inzet van de eigen terreinploeg die beschikte over een uitgebreid arsenaal
machines om te maaien, te hooien, te persen en af te voeren. Het hooi werd
geleverd aan een groot melkveebedrijf dat na de nodige bedrijfseconomische
analyse tot de vaststelling was gekomen dat het voor dier en portemonnee de
beste keuze was. Het structuurrijk hooi uit onze natuurgebieden was immers de
perfecte aanvulling voor het zeer energierijke graan-gras-klaver mengsel dat
geteeld werd ter vervanging van de monotone maïs. Het betreffende bedrijf
ontving met deze werkwijze reeds talrijke beroepslandbouwers die de werkwijze
ook in hun bedrijfsvoering willen inbrengen. Het gunstige prijskaartje en de
gezondheid van de dieren zijn de belangrijkste redenen maar ook landschap,
natuur en milieu varen er goed bij. Een kans voor Natuurpunt en een reden om
zich mede achter het project te scharen.
Ook de overheid toonde interesse en heeft in een recent nummer een ganse uiteenzetting gehouden over de gevolgen voor dier en bedrijf. Opvallend was de complexiteit van een dergelijke omschakeling, de vakkennis inzake voedingsbeheer die van de huidige landbouwer gevraagd wordt en het nodige langetermijndenken.
Maar ook na het maaiseizoen stopte het geronk van de machines niet, integendeel. Een middelzware rupsenkraan werd geleverd en begon aan een groot plagwerk in de Langdonken.
Heel nauwkeurig haalden de eigen kraanmannen de bovenste humuslaag van een voormalig heideterrein en legden heel deze massa op een lange kam aan de rand van het terrein. Ongeveer 2000 kubieke meter humusrijke aarde is nu reeds klaar om afgevoerd te worden en nog steeds ronken de motoren. Ook op moeilijke plaatsen, nat tot moerassig, leverden onze kraanbestuurders uitstekend werk en maken zo de droom van de beheerders stilaan waar.
Momenteel is hier niet veel anders te zien dan schijnbaar banale grondwerken die helemaal niets met natuurontwikkeling te maken hebben. Hier bedriegt de schijn wel degelijk, want op de stukken die nog maar enkele maanden geleden plaats vonden, kiemen reeds de eerste heideplantjes. Struikheide op de droogste en Dopheide op meer natte plaatsen komen met tienduizenden naar boven. Duidelijk dat deze soorten een langlevende zaadbank hebben. Meer dan 50 jaar hebben deze zaden geduldig gewacht om dan plots, wanneer ze massaal licht en kansen krijgen, weer tot leven te komen. Binnen twee, drie jaar zullen deze plantjes voldoende uitgegroeid zijn en zal een paarse gloed in augustus en september de grove grondwerken volledig doen vergeten.
Niet enkel Struikheide en Dopheide zijn het beheersdoel, vooral de zeldzame tot zeer zeldzame soorten die tussen de heide verschijnen zijn de eigenlijke beheersdoelen. De vindplaatsen van de IJle rus in Vlaanderen zijn op de vingers van één hand te tellen en dan nog slechts met enkele exemplaren, maar momenteel groeien er duizenden op de plaatsen waar geplagd werd in de Langdonken. Ook vreemde namen als Moerashertshooi, Kruipende moerasweegbree, Pilvaren of Duizendknoopfonteinkruid doen menig natuurliefhebber opkijken. Stilaan zullen deze terreinen begroeid geraken en zullen ze, zoals vooraan reeds aangegeven, onder het reguliere maaibeheer vallen.
Na de vele aanslagen op de natuur van de voorbije decennia is het gewoon hartverwarmend te zien hoe snel de natuur zich kan herpakken. Voorwaarde is enkel dat ze de kans ertoe krijgt.
Natuurpunt Grote Nete wil deze kansen geven aan de Natuur en wanneer zulks kan in samenwerking met landbouwers, zullen we er ons nog meer voor inzetten.
BUSREIS naar de buurt van MODAVE op 13 Februari 2005
Zondag 13 februari 2005 trekken we voor onze jaarlijkse winteruitstap richting Modave., iets ten zuiden van Hoei. Het dorp ligt langs de Hoyoux, een 29 km lang bijriviertje van de Maas. De totale lengte van de wandeling bedraagt ongeveer 15 km. Ongeveer halverwege is er een picknickstop in het gehucht "Pont de Bonne". Het wordt ditmaal een vrij gemakkelijke tocht met weinig hoogteverschillen te overbruggen. De hoogte varieert tussen de 170 m en 240 m. Het meest specifieke van deze wandeling zijn enkele km spoorweg. De sporen liggen er nog wel, maar treinen rijden er niet meer. Mogelijk gaat dit traject later nog deel uitmaken van het Waalse "Ravel" fietsroutenetwerk, maar voorlopig is dit nog een heerlijke wildernis.
Een groot deel van de Hoyouxvallei situeert zich in het meer dan 400 ha grote natuurreservaat van Modave, dat tevens dienst doet als waterwinningsgebied voor de Brusselse agglomeratie. Helaas heeft dit ook heel wat negatieve gevolgen voor de natuur aldaar gehad. Zo stroomt de Hoyoux er deels door een betonnen bedding. Toch blijven er voor deze tocht nog heel wat bezienswaardigheden over, zoals het "Oppidum", een versterkt kamp uit de Romeinse tijd. Archeologen zijn er nog steeds bezig met opgravingen. Een andere lokker is het kasteel van Modave, eigendom van de Brusselse drinkwatermaatschappij.
Hongerige kunnen er al dineren vanaf € 500. Tenslotte zijn er nog de "Trou al Wesse", een grot die we misschien wel doorwandelen, een steengroeve, een klimrots en een spoorwegtunnel. Afwisseling zeker gegarandeerd.
Vertrek:
7.00 u. Natuurpuntlokaal Hallaar
7.30 u. Parking Vinea, Veerledorp Veerle
Prijs: € 15 voor volwassenen en
€ 7 voor kinderen onder de 12 jaar. Info en inschrijvingen bij Jan van Walsum
op 014/866 777,
liefst op werkdagen tussen 18 en 21 uur.
Inschrijven voor 10 februari a.u.b.
HEMELVAARTWEEKEND SCHIERMONNIKOOG
Alle beschikbare plaatsen voor ons Hemelvaartweekend 2005 in het hotel Duinzicht te Schiermonnikoog zijn reeds bezet. Omdat onze groep meer dan 60 man sterk zal zijn, kunnen eventuele geïnteresseerden voor dit weekend alleen nog worden opgenomen in een "reservelijst" voor het geval er annuleringen zouden zijn. Blijkbaar is de formule eiland-autovrij-wandelen-fietsen bijzonder in trek, gezien de massale inschrijvingen van onze natuurpunters. De ingeschrevenen zullen door Hilde Verborgt verder op de hoogte worden gehouden.
Alvast bedankt voor uw vertrouwen en laat ons hopen dat Schiermonnikoog een even groot succes mag worden als onze voorgaande wandelweekends.
Hilde Verborgt en Jan van Walsum.
SAMENWERKING tussen LANDBOUW en NATUURBEHOUD
Natuurpunt kiest voor dialoog !
Natuurpunt is een vereniging die kiest voor het overlegmodel. Met alle gebruikers van de open ruimte wordt de dialoog aangegaan. Er wordt steeds getracht afspraken te maken en overeenkomsten af te sluiten. Met de landbouwsector is dit niet anders. Eerst en vooral is er rol die de landbouw gespeeld heeft, en nog steeds speelt, door de eeuwen heen. Van in de vroegste geschiedenis hebben landbouwactiviteiten een grote invloed gehad op natuur en landschap.
Landbouwactiviteit is een essentieel deel van de maatschappij. Zonder landbouw kunnen we gewoon niet overleven. De landbouw heeft en verdient een belangrijke plaats in onze samenleving, in onze leefomgeving.
Landbouw en natuurbehoud : `samen !'
Landbouw en natuurbehoud : voor sommigen is het nog steeds water en vuur. Anderen, en we rekenen Natuurpunt daar zeker bij, zijn er van overtuigd dat landbouw en natuur op een positieve, constructieve manier kunnen samenwerken. Het komt er op aan naar mekaars noden en wensen, kritiek en grieven te luisteren én er begrip voor op te brengen. Wat blijkt immers in de praktijk : er zijn meerdere domeinen waar landbouw en natuur elkaar kunnen vinden, mekaar aanvullen, elkaar 'helpen'. De samenwerking zal maar duurzaam zijn, als er ook professionele samenwerking op het terrein komt.
Deze samenwerking professioneel uitbouwen, dat proberen we met Natuurpunt Afdeling Grote Nete al jaren waar te maken. En zie, de resultaten zijn er ...
In Bergom (Herselt), Goor-Asbroek (Herselt, Hulshout) , Langdonken (Herselt), Schaapwees (Westerlo) grazen koeien van landbouwers. Die runderen staan er de ganse zomer of ze doen aan nabegrazing.
Enkele percelen worden door landbouwers gemaaid, er wordt zelfs aan akkerbouw gedaan op sommige Natuurpuntpercelen. Een biologisch tuinbouwbedrijf composteert 'minderwaardig' maaisel.
Belangrijk is dat deze samenwerking 'officieel' is. Met de landbouwers worden contracten gesloten, en in die zin dat er voor de landbouwer ook voor meerdere jaren gebruikszekerheid geboden wordt.
Maaibeheer in onze reservaten.
Een zeer belangrijke beheersactiviteit in de reservaten
van Natuurpunt Grote Nete is maaibeheer. Van Heist-op-den-Berg tot Laakdal
worden graslanden gemaaid. Het gaat van heischraal grasland tot graslanden met
een 'rijke' vegetatie en een hoge productie. De beheersteams van vrijwel al deze
reservaten vinden dit maaibeheer een goede manier om deze graslanden te beheren.
Een cruciale vraag in dit verhaal : waar blijf je met al dat maaisel ?
En hier liggen nu plotseling heel wat onvermoede kansen bij de landbouw. In ons
eigenste afdelingsgebied ligt een landbouwbedrijf dat het nu eens anders wil
aanpakken. Het bedrijf was in eerste instantie op zoek gegaan naar
milieuvriendelijkere en duurzamere methoden. Het interessante bedrijfseconomisch
aspect is achteraf gebleken en uiteraard meegenomen.
Goedkoop dier- en milieuvriendelijk melken.
In een brochure die het resultaat is van een demonstratieproject : 'Betere stikstofbenutting door aangepaste rantsoenering teneinde de ammoniakuitstoot te beperken', eenvoudiger gezegd : 'goedkoop dier- en milieuvriendelijk melken', vonden we heel wat interessante zaken op dit vlak.
Het project werd uitgevoerd door BLIVO, expertisecentrum agro-ecologische ontwikkeling, in samenwerking met voorbeeldbedrijven en melkveeorganisaties. De Administratie voor Land-en Tuinbouw van de Vlaamse Gemeenschap zorgde voor de financiering ervan. De brochure geeft een cijfermatig beeld van een evolutie van vijf jaar anders voederen op een vooruitstrevend melkveebedrijf. Rantsoeneringsmethoden en teeltplanning worden doorgrond.
Ervaringen en verhalen van betrokken melkveehouders illustreren wat er kan bereikt worden.
Het is een bruikbaar naslagwerk voor melkveehouders met een oog voor duurzaamheid technisch, economisch en op vlak van milieu.
Hoeve De Ploeg in Blauberg-Herselt wil het anders !
Een van die vooruitstrevende melkveebedrijven is Hoeve De Ploeg te Blauberg-Herselt. We vonden het artikel in de brochure zo interessant en leerrijk, dat we de auteur Wim Govaerts, vroegen of we het mochten publiceren in ons tijdschrift. Het mocht. Bij deze willen we de auteur en BLIVO hiervoor oprecht bedanken.
Hoeve De Ploeg in Blauberg-Herselt is een familiaal bedrijf waar momenteel acht mensen werken. Ongeveer 2,5 arbeidskrachten staan in voor het landbouwkundige werk, de anderen houden zich bezig met melkverwerking en verkoop. Het teeltplan bestond in 2003 uit 22 ha maïs en 44 ha grasland, waarvan een gedeelte met klaver is ingezaaid. De veestapel bestaat uit 115 Red Holsteinmelkkoeien met een gemiddelde productie van 7200 liter per koe. Ongeveer de helft van de melk wordt verkocht aan de groothandel. De andere helft wordt op het bedrijf zelf verwerkt en verkocht. We gingen langs voor een gesprek met bedrijfsleider Ronny Aerts.
Bedrijfsfilosofie
Toen het bedrijf in 1961 werd opgericht door Mil Aerts, de vader van Ronny, was samenwerking in een vennootschapsvorm een zeer belangrijk aspect van de bedrijfsfilosofie. Verschillende families werkten samen op het bedrijf, zonder er de hele tijd aan gebonden te zijn. Zo bleef er nog ruimte over voor een sociaal gezinsleven. Om het contact met de consumenten niet te verliezen, begonnen de medewerkers in 1986 zelf met melkverwerking en thuisverkoop. Dit gedachtegoed is nog steeds belangrijk. En ook dierenwelzijn en de zorg voor het milieu staan centraal. De klanten zijn belangrijk voor de bedrijfsvoering. Omdat de families weten dat de prijs voor de klanten een heikel punt is, willen ze (nog) niet omschakelen naar een biologische teeltmethode. Er wordt gevreesd dat dit een prijsstijging zou inhouden. Maar technieken uit de biologische landbouwmethode die de kostprijs niet verhogen, zijn zeer welkom. Dat verklaart meteen Ronny's sterke interesse in het project. Goedkoper en milieuvriendelijker produceren in een klap. Dat is een maatschappelijke meerwaarde.
Project
De laatste jaren deed Ronny steeds meer cijfer- en computerwerk en het contact met de dieren was beperkt. Met dit project hoopt hij daar verandering in te brengen. Bovendien vindt hij de vroegere 34 ha maïs te veel, want dit gewas laat veel nutriënten verloren gaan en vermindert de bodemvruchtbaarheid. En het is een gewas dat veel externe input vraagt. Sproeistoffen worden steeds duurder, waardoor landbouwers ook steeds afhankelijker worden van de industrie. De bedrijfsleiders streven naar een zo onafhankelijk mogelijk, gezond bedrijf. Dit project past perfect binnen dit streven.
Nieuwe technieken
Vroeger stelde Ronny met de computer een theoretisch rantsoen op. Nu baseert hij zich op de samenstelling van de mest, en de gehaltes van de melk. "Het vraagt nu weliswaar meer tijd om een rantsoen op te stellen," zegt hij, "maar ik haal er ook veel meer voldoening uit. Ik heb nog steeds heel wat maïs in mijn rantsoen, maar dat kan ik pas beperken wanneer ook het teeltplan volledig op punt staat. Op die grote resultaten moet ik nog even wachten. In de loop van de winter bleek dat we een eiwittekort hadden in het rantsoen. De koeien wilden niet vlot melk produceren. Zo leerden we de waarde van najaarsgrasklaverkuil kennen. Vroeger beschouwden we najaarskuil als minderwaardig voeder en we reserveerden hem daarom ook voor het jongvee. Maar toen we deze kuil bij het rantsoen van de koeien staken, steeg de productie. We moeten duidelijk leren met een andere bril naar de dingen te kijken. De aanpassing van het teeltplan naar meer grasklaver en de inbreng van een tussenteelt zoals graan, is voorlopig nog moeilijk te beoordelen. Want de resultaten van het nieuwe teeltplan zullen pas dit seizoen tot uiting komen. Maar nu ik de koeien intensief observeer en hun mest onderzoek, heb ik meer contact met hen. En ik heb gemerkt dat ze veel kalmer zijn geworden. Wanneer ik door de stal loop, komen ze spontaan naar me toe. Het is een boeiende, interessantere manier van werken, maar in het begin was het zeker niet gemakkelijk. "
Goed voordrogen
De idee om met meer grasklaver te werken, heeft Ronny ook verder aan het denken gezet over graslandwinning. Op een bedrijf met melkverwerking is de zorg voor een laag boterzuurgehalte in de kuil zeer belangrijk. Goed voordrogen is een optie. Maar in Vlaanderen is het weer niet altijd stabiel en dat maakt de stress op een graslandbedrijf groter dan op een bedrijf met veel maïs. Op vraag van ]os van Eke, een veearts die vooral bezig is met de preventieve gezondheidszorg, bezochten de projectboeren een Frans bedrijf met een voederdrooginstallatie die energie recupereert op basis van droge lucht. Door het groenvoeder kunstmatig te drogen, slaagde het bedrijf erin om de koeien gezond te houden zonder extra vitaminen in de winter.
Intussen groeien Ronny's eerste plannen om een sleufsilo om te bouwen tot een grasdrooginstallatie. Zo hoopt hij de zomerstress op een grasklaverbedrijf te beperken. De eerste kostprijsberekeningen lijken alvast interessant. Want op die manier kunnen de medewerkers de grote oogstkosten van het gras vermijden. De idee is wel dat de energievoorziening voor de voederdrooginstallatie samen bekeken wordt met de energievoorziening van de melkverwerking. Wellicht is een eigen stroomgenerator nodig. Bijkomend voordeel is dat de geproduceerde warmte van de generator ook gebruikt kan worden om het gras te drogen.
De idee dat windenergie de schoonste energie is die dicht bij huis gehaald kan worden, doet Ronny soms dromen van een windmolen in de buurt van het bedrijf. Indien deze droom werkelijkheid wordt, kan het milieuvriendelijk karakter van de bedrijfsvoering op basis van grasklaver nog sterk stijgen....
Toekomstige bedrijfsvoering
Ronny verwoordt de toekomstvisie van het bedrijf als volgt: "We zouden graag naar een graslandbedrijfsvoering evolueren met ons bedrijf. Milieuvriendelijk boeren is belangrijk, maar de kostprijs mag er niet door stijgen. Bovendien is het erg belangrijk dat alle medewerkers op het bedrijf in dezelfde richting denken, en dat is niet altijd vanzelfsprekend binnen een grote groep."
Ronny zou de bedrijfsvoering graag nog beter communiceren naar de klanten. Hij vindt het belangrijk dat de klanten een beeld hebben van de bedrijfsfilosofie en van het werk.
Om de nieuwe weg verder te bewandelen blijft begeleiding voorlopig nodig. Vooral voor rantsoenering en bodemvruchtbaarheid. Maar ook om een geschikt teeltplan af te stemmen op de voederbehoeften van de dieren. "We hebben zelf nog niet voldoende kennis en ervaring om dit volledig op punt te stellen", vindt Ronny. "Begeleiding is gewenst, zolang er geen sprake is van belangenvermenging doordat de adviseur ons ook iets anders wil verkopen."
Koeien eten het beheershooi met veel smaak op !
Voor ons zeer belangrijk in dit verhaal is dat het teeltplan van een dergelijk voorbeeldbedrijf er anders uitziet dan op de meeste gangbare bedrijven. Uit het teeltplan van het bedrijf `Den Groeshaert' van Joris Willems (Poederlee) kunnen we afleiden dat om met 50 melkkoeien en bijhorend jongvee
400 000 liter melk te produceren (per jaar) er nodig zijn : 3,5 ha snijmaïs, 1,5 ha korrelmaïs , 5 ha graan, 25 ha grasklaver en 5 ha beheershooi (dit bij een bepaalde productie per ha van deze gewassen). Met dit landschapsvriendelijk teeltplan kan er efficiënt melk geproduceerd worden met een lage kostprijs. Mits de nodige aandacht voor het rantsoenevenwicht kan dit met een minimale milieubelasting vanuit stikstof.
En raad eens waar een pak van het beheershooi van Hoeve De Ploeg vandaan komt ... inderdaad uit de reservaten van Natuurpuntafdeling Grote Nete. Er werd deze zomer 43 ton hooi geleverd bij Hoeve De Ploeg . Natuurpunt zorgde voor maai-, hooi- en perswerk en leverde het ter plaatse af. Zeer positief is dat vrijwel alle grassoorten welkom zijn. Bovendien gelooft Ronny Aerts dat een heleboel kruiden een positieve bijdrage kunnen geven aan de gezondheid van de koeien. Daar zit nu juist het positieve in het verschil tussen landbouw en natuur, een teveel aan kruiden zou het rendement (de melkproducite) niet ten goede komen. Daarom moeten landbouwers zich meer fixeren op `meer-opbrengende' gewassen terwijl kruiden via natuurgras toch aangeboden kunnen worden. In dat opzicht onderscheidt het kruidenrijke natuurgras zich ook t.o.v. graszaadhooi.
De dieren krijgen op de boerderij een perfect uitgekiend rantsoen voor de juiste voeding. Het bijgevoederde beheershooi wordt over het algemeen door de koeien met veel smaak gegeten. Enkele grovere grassoorten (vnl. Biezensoorten) daarentegen lusten ze niet. Er wordt in de toekomst dus iets selectiever te werk gegaan. Ronny hoopt ook hier op termijn de cirkel rond te maken en op het bedrijf zelf compost te maken. De malsere grassoorten reserveren voor de koeien en het grover beheersmateriaal verwerken tot compost. Maar dit is nog toekomstmuziek.
Wie zei daar weer dat schraal hooi niet geschikt was voor melkkoeien ? We hopen onze samenwerking met Hoeve De Ploeg nog verder te zetten en uit te bouwen. We wensen de initiatiefnemende bedrijven veel succes in de toekomst.
We hopen tevens dat nog veel andere bedrijven dezelfde weg inslaan, zo zal het maaien in onze reservaten een economische betekenis krijgen. Ons maaibeheer wordt financieel mogelijk én verantwoord.
De natuur en het landschap in onze regio zullen er wel bij varen.
Landbouwers die met Natuurpunt Afdeling Grote Nete een samenwerking willen opzetten, nemen best contact op met Staf Aerts (013 / 77.22.78).
`NATUURLIJK' LEREN IN DE LANGDONKEN
Naar jaarlijkse gewoonte kwam de derde graad van Freinetschool Triangel in september op bezoek in de Langdonken in Herselt. Natuur beleven, ontdekken, beschermen en respecteren zijn allemaal doelstellingen van het Freinetonderwijs (en eigenlijk van iedere school). Het werd weer een fantastische ervaring voor de kinderen.
Natuurstudie.
Per twee kregen de kinderen een (op dat moment voor hun onbekende) plantennaam op een blaadje. De planten hadden illustere namen als Wijdbloeiende rus, Moeraswolfsklauw, Klokjesgentiaan, Kleine en Ronde zonnedauw, Dopheide en Struikheide, Heidekartelblad, Moerashertshooi, Tormentil, Spaanse ruiter en Galigaan. Eerst wat ongelovige en verbaasde blikken, maar na een zoektocht door het natuurreservaat bleken al die planten echt te bestaan. De meester-conservator legde uit dat het allemaal planten zijn van de vochtige heide en het heischraal grasland. In peilbuizen werd het water opgemeten en zo werd de link tussen waterhuishouding en vegetatie aangetoond. Terug in de klas gingen de kinderen in boeken en op internet op zoek naar 'hun' plant. Een verslagje werd gemaakt.
Natuurbeheer.
In die fraaie flora werden enkele Bruine kikkers gevangen, uitvoerig bekeken en `gevoeld' en dan weer vrijgelaten. Een gestreepte Tijgerspin sprak tot de verbeelding. Een grote, driftig jagende Libel werd bewonderd. Op veel plaatsen werden rustplaatsen van Reeën ontdekt. Ja, Marieke speelde zelfs even voor mama-ree en vleide zich neer in een reeënbedje. Uiteraard wilden de kinderen zich actief inzetten voor het behoud van de heide en zijn bewoners.
Zo begonnen ze met ...boompjes uit te trekken. Inderdaad, als je niks doet, verbost de heide. Wil je de heide of het heischraal grasland behouden, dan moet je de boomopslag verwijderen. Met een decameter werd een are uitgezet. `Natuurlijk rekenen' noemen ze dat. Alle boompjes werden met veel gekreun en gezwoeg vakkundig uitgetrokken. Waar mag je dat nog, boompjes uittrekken?
Recreatie.
Deze leuke dag werd afgesloten met een deugddoende plons tussen de Waterlelies !
Natuureducatie.
Met de kinderen de natuur in ! Horen, zien, voelen, ... kortom, het is maar door te ervaren en dan verder te verdiepen dat kinderen leren hoe fantastisch en boeiend, maar o zo kwetsbaar onze waardevolle natuur is. Als onderwijsmensen de doelstellingen die in het leerplan staan willen bereiken, kunnen ze niet anders dan `het bos intrekken'. Natuurpunt Afdeling Grote Nete heeft wel enkele gepensioneerde onderwijsmensen op de vrijwilligersloonlijst staan. Scholen die een geleide wandeling voor hun klas(sen) willen organiseren in onze reservaten, voorzien we graag van een gids.
Info: Benny van Dyck Tel: 013 / 78 36 09 E-mail: benny.van dyck@pi.be
VALLEI VAN DE GROTE NETE te HEIST-OP-DEN-BERG
De zomer is weer voorbij. Juli, augustus en september zijn steeds een drukke tijd voor het beheersteam. De weerberichten worden nauwlettend opgevolgd, want ons natuurgebied omvat immers 15 hectare hooilanden. De maand juli viel letterlijk in het water door aanhoudende regenzones. Er brak stilaan paniek uit bij de terreinbeheerders. Gelukkig keerde het tij op 27 juli. Gedurende 10 opeenvolgende droge dagen kon de eerste reeks hooilanden worden gemaaid en gehooid. Het kwaliteitshooi werd afgeleverd bij een landbouwer. Bij de start van het nieuwe schooljaar in september haalde het zonnige weer opnieuw de bovenhand. Het moment was aangebroken om de tweede reeks hooilanden te maaien. Zo liggen de graslanden er kort gemaaid bij en kunnen ze volgend jaar opnieuw zorgen voor een rijke bloemenpracht en een gonzend insectenleven.
Ter voorbereiding van de open monumentendag (12 september)
werd het wandelpad gemaaid. Tevens werd het tracé van het Pinzielekepad met
pijltjes bewegwijzerd. Er werden 3 infoborden over het natuurgebied geplaatst:
aan de kerk van Hallaar, het zuiveringsstation van Itegem en de Lodijkbrug. Op
deze manier willen we het valleigebied beter ontsluiten voor wandelaars. Het is
immers opmerkelijk dat vele inwoners geen weet hebben van de natuurpracht in hun
eigen gemeente.
Op 10 september hadden we het genoegen om met de overzetboot van Lodijkbrug naar
Pinzieleke te varen. Dan kan je de vallei eens vanaf het water observeren. De
helderheid van het Netewater is me nog steeds bijgebleven. Talrijke
Waterhoentjes vluchtten weg op zoek naar een veilige schuilplaats aan de
Neteoever. Op enkele plaatsen langs de waterkant stond de Veenwortel mooi in
bloei. Jammer genoeg is het zicht op het omliggende valleilandschap volledig
onmogelijk door de hoge Netedijken. Bij de aankomst aan onze eindbestemming werd
de aandacht getrokken door een laag overvliegende lichte roofvogel. Eerst werd
gedacht aan de quasi witte Buizerd die zich in de omgeving ophoudt. Doch dit
exemplaar was duidelijk groter en had smalle vleugels. De contrasterende
zwart-wit kleur maakte elke twijfel overbodig. Het was een Visarend op doortrek.
RESERVATEN: VERANTWOORD HOUT KAPPEN
Het kappen van hout is één van de beheersvormen in onze
reservaten.
Hakhoutbestanden worden om de 10 tot 15 jaar gekapt. Amerikaanse eik,
Amerikaanse vogelkers en Canadapopulier worden verwijderd om plaats te maken
voor inheemse soorten. Knotwilgen krijgen regelmatig een knotbeurt.
Wie volgende winter zijn houtvoorraad wil aanvullen, kan terecht bij Natuurpunt.
Dit aanbod geldt enkel voor leden Natuurpunt. Alle inlichtingen en afspraken bij
Staf Aerts 013.772278.
NATUURPUNT GROTE NETE ZOEKT VRIJWILLIGERS
Natuurpunt is een vrijwilligersvereniging. In 150
afdelingen verspreid over gans Vlaanderen zetten die vrijwilligers zich in voor
natuur en landschap. De afdelingen organiseren wandelingen, cursussen, maken een
tijdschrift, zamelen geld in om natuurgebieden aan te kopen, werken aan de
uitbouw en het beheer van natuurgebieden, inventariseren planten en dieren, enz.
Op de afdelingsvergaderingen worden al die activiteiten gepland, georganiseerd
en geëvalueerd. Iedereen kan hier zijn/haar zeg doen.
Voor elkeen is er wel een klusje : teksten schrijven, verslagen maken,
wandelingen gidsen, wandelpaden onderhouden, postzegels plakken, pinten tappen,
nieuwe leden werven, natuurbeheerswerken uitvoeren, het archief beheren, warme
chocomelk maken voor de andere vrijwilligers, klassen begeleiden, machines
onderhouden, de lokalen schilderen, diavoorstellingen geven, ... er is voor elk
wat wils.
Of je nu alle dagen in de weer bent of één keer een halve dag per jaar, het doet
er niet toe, iedereen is van harte welkom. Je werkt samen met andere
vrijwilligers en wordt waar nodig ondersteund. Je kan heel wat leren en draagt
jouw steentje bij tot het behoud en beheer van waardevolle natuur in je buurt.
Wie wil meewerken, kan hierover afspraken maken met:
Staf Aerts, 013.772278, Staf.Aerts@pandora.be
Hij zal je meer inlichtingen geven en doorverwijzen naar vrijwilligers in je
buurt.
OPVALLENDE PLANTEN IN DE LAAKVALLEIEN
Roost-Craeywinckel klinkt bekend in onze oren, dat is logisch aangezien deze twee natuurgebieden aan de basis liggen van de natuurbescherming in Laakdal. De te beheren oppervlakte is ondertussen sterk toegenomen en verspreid over Laakdal en Meerhout. Daarom is het beter om over te schakelen op een naam die de volledige lading dekt, en dat is: 'De Laakvalleien'! Dit reservatenproject omvat de volgende natuurgebieden: Trichelbroek, Varenbroek,Varendonk, De Roost, Craeywinckel, 't Hoeves, Eindhoutberg, Eindhoutsbroek, Ossebroeken, Swinnebroeken en Biezenhoed. Het project breidt gestaag uit en door het gepaste beheer zien we ook vooruitgang op het vlak van biodiversiteit. Het gaat hier vooral over broekbossen en natte valleigebieden, maar toch heeft ieder deelgebied zijn eigenheid en zijn opvallende planten. Die gaan we eens van naderbij bekijken.
Naast de meer algemene soorten, waar we uiteraard niet zomaar aan voorbij gaan, vinden we hier zeldzame planten of soorten die buiten de natuurgebieden sterk achteruit gaan en daarom onze bijzondere aandacht verdienen. In de Roost zien we Eikvaren als epifyt (planten die op andere planten groeien zonder dat ze daaraan voedsel onttrekken) op wilgenstronken en ook Moeraswederik, Slangewortel, Heelblaadjes en Blauwe knoop. We dachten dat deze twee laatste hier verdwenen waren, maar ze zijn dit jaar terug opgedoken. Heelblaadjes bloeien op het einde van de zomer met opvallende gele bloemen die naar zeep ruiken. Blauwe knoop hoort bij de Kaardebolfamilie en ziet er uit zoals de naam aangeeft, een blauwe bloem in de vorm van een knoop. Aangezien het beide laatbloeiers zijn, lokken ze nog veel insecten. Voor distelvlinders o.a. nog eens een mooie gelegenheid om bij te tanken vooraleer ze terug naar het zuiden vertrekken.
In't Hoeves vinden we her en der Schaduwkruiskruid en
Moesdistel, allebei planten die schaduw verdragen maar in de zon beter tot hun
recht komen en meer opvallen. Het hooiland in de Craeywinckel zag dit jaar
plaatselijk geel van de Grote ratelaar. Deze halfparasiet groeit vooral op
grassen. De planten waarop de Grote ratelaar parasiteert, gaan niet dood, maar
zullen minder groot worden als hun `vrije' soortgenoten. Op dezelfde wei vonden
we dit jaar ook nog een enkele Gevlekte orchis.
Planten met een bijzondere of afwijkende vorm vallen ook op. Zo vinden we in de
Ossenbroeken grote groepen Speenkruid met een gekarteld of gerimpeld blad. Er
wordt nog uitgezocht of het hier om een aparte soort gaat.
En dan zijn er nog de speciale gevallen, de streekvreemde
soorten of exoten. Soms zijn het plaagsoorten die ons meestal veel tijd en
energie kosten om ze in te tomen.
De Rode kornoelje met zijn in de winter zo opvallende takken, speelt ons parten
in 't Hoeves. Deze streekvreemde planten moeten daarom hier worden weggenomen.
En in het Trichelbroek hebben we aan de Waterteunisbloem een lastige klant. Deze
waterplant komt oorspronkelijk uit ZuidAmerika. De gele bloemen van deze vreemde
soort, lijken op onze inheemse Teunisbloem. De Waterteunisbloem plant zich voort
door losgeslagen stengels die naar de oever drijven waar ze kunnen wortel
schieten. Anderzijds ontwikkelt de plant zaadjes, die zich dobberend op het
water verspreiden. We vragen ons af wat er met deze plant moet gebeuren. Laten
begaan blijkt niet de goede oplossing, het gaat trouwens om een woekerplant die
hier niet thuis hoort.
Nog een plant waar we ons vragen bij stellen, vonden we
onlangs in de Roost.
Bij beheerswerken zagen we een opvallende grasachtige plant van ongeveer één
meter hoog. We hadden snel door dat het hier om een soort Cypergras ging. We
bemerkten de driekantige stengel, de lintvormige bladeren en een bloeiwijze met
een kluwen van vrij lange aartjes. We dachten aan Driekantige bies of aan
Zeebies. Na verder onderzoek brachten specialisten in deze materie uitsluitsel.
Volgens hen is het: 'Cyperus longus'. In de gewone Nederlandse of Belgische
flora is deze plant niet direct terug te vinden.
Dan maar surfen op het Internet! Daar hebben we volgende
gegevens gevonden over dit `lang cypergras'! Vooral in de tuin - en
vijverplantenwereld komt de Cyperus longus wel voor, men spreekt dan gewoon van
Cypergras. Daar wordt hij aanbevolen en verkocht als filterplant. Het zou een
goede waterzuiveraar zijn, hij neemt blijkbaar veel fosfaten en nitraten op.
Deze overblijvende plant kan meer dan een meter hoog worden. De voortplanting
gebeurt vooral door middel van een kruipende wortelstok, de bladen zijn lang en
smal tussen 2 en10 mm breed, de steel is driekantig. In de ons omringende landen
is deze plant meer bekend. Men spreekt er van Galingale in Engeland, Souchet
long in Frankrijk en Hohes Zypergras in Duitsland. Nog vóór Linnaeus de naam
officieel maakte, was de Cyperus longus al bekend als medicinale plant. Naar het
schijnt, zijn het vooral de 10 mm dikke, aromatische wortels die een sterke
geneeskrachtige werking hebben. Hij werd en wordt blijkbaar bij van alles en nog
wat gebruikt. Tegen hartkwalen, nierstenen, diaree, en zwerende wonden, voor een
betere spijsvertering, geest, geheugen en ook voor een frisse adem.
Men moet natuurlijk niet alles geloven wat er op Internet staat maar we kunnen er ook lezen dat de Cyperus longus een inheemse soort is. Als dat klopt, is het een hele geruststelling want op exoten zitten we niet te wachten. Vooral niet als je weet dat de Stierkikker aan de rand van de Laakvalleien klaar zit om te springen.
Vic Van Dyck, vic.vandyck@tiscali.be
NATUURSTUDIE: ROODBORSTTAPUIT
Roodborsttapuit.
Uit de inventarisatiegegevens van de broedvogelatlas 2000-2002 blijkt dat de Roodborsttapuit vooral in de Kempen zijn hoofdverspreidingsgebied heeft. 53% van de Vlaamse populatie bevindt zich in de provincie Antwerpen. Daar verkiest hij de valleien van de Grote en Kleine Nete, de Aa, landbouwgebieden op zandige bodem en heideterreinen als habitat. Zowel het landgebruik (kleinschalige gebieden) als de geomorfologie (zandgronden) zijn bepalend voor zijn verspreiding. Zijn voorkeur gaat uit naar grasland met een microreliëf bestaande uit ruige vegetaties. Hij nestelt het liefst in de droogste gedeelten. Tevens zijn sloten, greppels, onverharde wegen, afsluitingen met paaltjes, de lengte van braam en soortgelijke struiken en de oppervlakte extensief beheerd grasland van belang.
Via ANKONA (de Antwerpse Koepel voor Natuurstudie) wordt een oproep gedaan om in 2004 en 2005 extra aandacht te besteden aan deze kwetsbare vogelsoort. Via de methode van territoriumkartering wordt de verspreiding van de soort verder in beeld gebracht. Hierbij kan dankbaar gebruik worden gemaakt van verschillende gedragskenmerken van deze vogel. De typische alarmroep 'wie-tek' kan dienst doen om nesten met jongen te inventariseren. Het poseren op weidepaaltjes of lage braamstruwelen en de typische duikvlucht bij het wegvliegen zijn zeer kenmerkend.
De Roodborsttapuit begint reeds te broeden vanaf half maart. In onze regio heeft hij 2 of 3 legsels per jaar. De broedtijd op gemiddeld 4 of 5 eieren duurt 14 dagen. Na 15 dagen vliegen de jongen uit. Als voedsel verkiest hij kevers, vliesvleugeligen, rupsen van motten, keverlarven, spinnen, vliegen en sprinkhanen in de nazomer.
De Roodborsttapuit kan een dichtheid van 10 broedparen per 100 ha bereiken in graslanden. De territoriumgrootte bedraagt maximaal 250 meter. Foerageervluchten gaan tot 100 meter buiten het vaste territorium. De mannetjes zijn polygaam en kunnen 2 tot 3 territoria bezetten en de jongen ervan grootbrengen. Jaarlijks trekken de Vlaamse roodborsttapuiten naar Zuid-Europa of Noord-Afrika om te overwinteren.
Resultaten van onderzoek door vogelwerkgroep Grote Nete.
Op 2 mei plande de vogelwerkgroep uit Heist een fietstocht in het kader van het ANKONAonderzoek naar de verspreiding van de Roodborsttapuit in onze regio. 6 vrijwilligers haalden het stalen ros van stal en trapten richting Wiekevorst. De opdracht bestond er in om de waargenomen broedplaatsen uit de broedvogelatlas opnieuw te controleren op de aanwezigheid van de Roodborsttapuit.
We vertrokken langs de autovrije Langendijk, waar 5 koppels Roodborsttapuit en 1 paartje Graspiepers werden opgetekend. Vervolgens reden we richting Bernum te Wiekevorst. Deze landelijke omgeving met grote akkers is de geschikte omgeving voor enkele weidevogels. In ons notaboekje belanden 1 Wulp, 3 Scholeksters, 6 Patrijzen, 4 Veldleeuweriken en 3 Tapuiten op doortrek. 9 Roodborsttapuiten hadden hun vertrouwde plekje opnieuw ingenomen. Alleen 2 `geïsoleerde' koppels langs de Goorloop bleven vermist.
Op 16 mei stond een tweede fietstocht op het programma en met dezelfde 6 enthousiastelingen trokken we naar Itegem. De eerste bestemming was de Leemheide, gekenmerkt door natte weilanden en enkele maïsakkers. 7 koppels Roodborsttapuit werden ingetekend op de kaart. Tevens werden nog fraaie waarnemingen verricht van 1 Scholekster, 2 Tapuiten en 1 Paapje, 1 Sperwer en de eerste Spotvogels. Via de Haringstraat, waar eveneens 2 Scholeksters zaten, belandden we aan de Hullebrug te Itegem. In de omgeving noteerden we 3 Huiszwaluwen, die opnieuw nestelden na ca. 5 jaar afwezigheid, 2 Tapuiten, 2 Nijlganzen, 2 Oeverlopers en 1 Koekoek. Na lang en geduldig speurwerk konden we de Blauwborst van nabij observeren. Tussen de Hellebrug en de Fonteinbrug te Itegem noteerden we niet minder dan 24 broedparen van onze Roodborsttapuit. Deze geslaagde inventarisatietocht werd afgerond met een paartje Grote gele kwik aan de Fonteinbrug te Itegem.
In de Netevallei te Hallaar, tussen de Fonteinbrug te Itegem en Lodijk, werden 17 broedparen opgetekend.
Alvast dank aan Joris Bosmans, Dirk Vervloesem, Julien De Groof, Wilfried Wouters en Marc en Siem De Cleyn.
In het kader van het soortgericht natuurbeleid binnen het provinciaal natuurontwikkelingsplan (PNOP) zal bijzondere aandacht worden besteed aan de gebieden waar zeldzame akkervogels en weidevogels in het agrarisch gebied voorkomen. De Geelgors en Roodborsttapuit zullen hierbij als aandachtssoort worden gebruikt. Om deze reden is het belangrijk om alle broedplaatsen van de Roodborsttapuit in kaart te brengen.
In 2005 kunnen nog waarnemingen voor dit onderzoeksproject worden verzameld.
Waarnemingen van Roodborsttapuit uit het werkingsgebied van afdeling Grote Nete kunnen worden meegedeeld aan de verantwoordelijke van de vogelwerkgroep.
Heist-op-den-Berg: Joris Bosmans, Mechelaars 25 te 2220 Heist-op-den-Berg e-mail : joris bosmans(a-.hotmail.com.
Herselt : André Cristael, Bleidenhoek 9 - 2230 Herselt e-mail: cristael aerts(cDskvnet.be
Hulshout : Geert Daems, Langestraat 57 te 2235 Houtvenne e-mail : geert.daemsl(cDpandora.be
Laakdal : Herman Berghmans, Wijngaardbos 45 te 2431 Laakdal e-mail :
Westerlo : Jos Van Kerckhoven, Truchelven 10 te 2260 Westerlo e-mail : josvankerckhoven@hotmail.com
NATUURSTUDIE: KNOTWILGEN
Het knotten van loofbomen en in het bijzonder van wilgen is een zeer oude wijze van houtwinning. Op dit ogenblik zijn het voornamelijk natuurverenigingen die de met ondergang bedreigde knotwilgen onderhouden en beschermen. Dit gebeurt niet alleen uit landschappelijk oogpunt, maar ook met het doel de speciale levensgemeenschap die om en rond de knotwilgen bestaat te behouden.
Het grote belang blijkt uit de talrijke toepassingen waarvoor het wilgenhout door de mensen werd gebruikt. Het taaie, niet splinterende hout werd gebruikt als steel voor allerlei soorten werktuigen en honderden jaren geleden werden
bij het bereiden van huiden en leder kleurstof-n fen en looizuur gebruikt, getrokken uit wilgenschors.
Ook in onze streken heeft de Wilg een zeer belangrijke rol gespeeld. De twijgen, tenen of rijs genaamd, werden gevlochten en besmeerd met leem, en vormden tot in de 18 de eeuw het hoofdbestanddeel van de wanden van de boerderijen.
Vlechtmateriaal werd gebruikt bij het aanleggen en in stand houden van dijken. Gevlochten wilgenteenmatten werden beladen met stenen en vormden op deze wijze de basis van de dijken. Ook werden de twijgen (tenen of rijs) gebruikt als vlechtmateriaal voor het vervaardigen van mandjes, visfuiken en zelfs stoelen. Een andere toepassing is het afsluiten van percelen met wilgenpalen waartussen vlechtwerk werd aangebracht. Verder werd het hout ook gebruikt als brandhout waarmee men de bakoven verwarmde om het brood te bakken. Vele van de ons resterende knotwilgenrijen, die kleinere percelen afbakenden, verdwenen tenslotte door de ruilverkavelingen of omdat ze een hindernis vormden bij het machinaal uitgraven van grachten.
De meest voorkomende soorten zijn: Kraak- of knakwilg (Salix Fragelis. L) Schietwilg (Salix Alba. L) Waterwilg (Salix Caprea. L) Katwilg of bindwilg (Salix Viminalis. L) Kruipwilg (Salix Repens. L) Treurwilg (Salix Alba. L 'Tristis')
In Vlaanderen is de wilg vooral bekend als knotwilg. Het knotten bestaat erin de boomstam af te kappen op ongeveer twee meter hoogte. Op het snijvlak wordt wondweefsel gevormd en uit de slapende koppen ontstaan talrijke scheuten. Wanneer deze op regelmatige tijdstippen worden gekapt, wordt er steeds nieuw wondweefsel gevormd op de snijvlakken, en worden steeds nieuwe uitlopers gevormd. Het uiteinde
lijke resultaat van deze handelingen is een typische bolvormige verdikking of 'knot'. Deze behandeling wordt meestal toegepast op wilgen, maar ook Populieren kunnen op deze wijze gekapt worden. Vroeger werden zelfs Eiken, Olmen, Essen, Haagbeuken, Linden en Elzen geknot.
De wilgensoort' die het best geschikt is voor deze menselijke ingreep is de 'Schietwilg'. Wanneer wilgensoorten ongehinderd opgroeien worden ze schotwilgen genoemd. De schietwilg (Salix Alba. L), bijvoorbeeld, opgegroeid als schotwilg, leverde vroeger uitstekend hout voor klompen.
Kappingen gebeurden om de twee jaar, omdat de vraag naar tenen of rijshout voor het vervaardigen van vlechtmateriaal zeer groot was. Deze aanplantingen worden grienden genoemd en de stompen die op deze wijze vlak boven de grond ontstaan zijn stoven of stoelen. De schietwilg stelt weinig eisen aan de bodem en kan worden aangeplant op vochtige plaatsen waar maar weinig andere soorten goed kunnen gedijen. De meest geschikte groeiplaatsen zijn vochtige humusrijke en leemhoudende zandgronden. Ook kleigronden komen in aanmerking. Belangrijk is echter dat de Wilg zich niet kan aanpassen aan zure gronden. Wat het aanplanten van wilgen betreft: de 'poten' zijn oudere takken met een doorsnee van vier tot zes centimeter en een minimumlengte van 2.5 meter en worden naargelang van de bodemgesteldheid 50 tot 80 cm diep aangeplant en stevig aangedrukt. Bij de poten worden snel wortels gevormd op het snijvlak wanneer deze in de grond worden aangebracht. De wortelvorming kan gestimuleerd worden door onderaan de poot of stek enkele stroken bast weg te snijden.
Je kan onbeworteld planten van einde november tot maart. Ook kan je het ondereinde een paar maanden in een beek of vijver leggen, zodat begin maart een bewortelde stek of poot kan geplant worden.
Vroeg in het voorjaar kan je overal uitlopers bemerken. De langs de stam uitlopende knoppen kan je eenvoudig verwijderen met de hand of met een snoeischaar. Bovenaan de stek of poot behoud je enkele uitlopende knoppen, die je na enkele jaren voor het eerst kan knotten.
Het knotten van wilgen is zeer arbeidsintensief. Bij het knotten kan je gebruik maken van verschillende soorten werktuigen. De beste resultaten worden verkregen door het gebruik van het knotbijltje of het hakmes, maar in onze moderne tijd wordt er meer een beroep gedaan op handzagen of in de meeste gevallen de motorzaag.
Bij het knotten ontstaat op het snijvlak steeds weer nieuw wondweefsel, zodat uiteindelijk een verdikking (knot) bovenaan de stam ontstaat. Het kappen mag gebeuren van eind november tot begin maart, behalve wanneer de temperatuur lager is dan 3°C. Het beste tijdstip voor het kappen is de periode tussen de hevigste vorsten en het begin van de sapstroom. Ook moet je ervoor zorgen een glad snijvlak te bekomen met een geschikte vorm, zodat het water zo goed mogelijk kan afvloeien.
Let wel: bij het knotten moet elke bastbeschadiging worden vermeden. Bij het openhakken van jonge knotwilgen valt reeds duidelijk de verkleuring van de kern op. Deze ontwikkeling, te wijten aan de wonde aan de top van de stam, leidt uiteindelijk tot de inwendige vermolming van de knotwilgstam. De holte die ontstaat door deze vermolming biedt een leefruimte voor vele plant- en diersoorten, zodat om en rond de knotwilgen een speciale levensgemeenschap ontstaat. Steenuiltjes, Roodstaart en Matkop kunnen er veelvuldig worden aangetroffen. In deze gemeenschap vind je verder nog een aantal zwammen (bv. Inktzwam), plantjes (Vlier, Wilgeroosje, mossen, varens), torretjes (Wilgeboktor), rupsen (rups van Avondpauwoog), vlinders (Avondpauwoog), slakken (Knotwilgslakje).
Het is te begrijpen dat bij een onderzoek bijna tweehonderd plantensoorten werden aangetroffen bovenaan de knot, wanneer je weet dat precies hier een voedselrijke bodem ontstaat (als gevolg van opgehoopte humus en regenwater) die een bijzonder geschikte kiemplaats is voor allerlei zaad- en sporeplanten.
Het verdwijnen van het knotwilgenbestand zal dus uiteraard gepaard gaan met een afname van de hierboven vermelde planten en dieren. Knotwilgenrijen dragen bij tot de ontwatering van natte gronden. Ze zorgen voor een natuurlijke vorm van drainage. Het tamelijk oppervlakkig, doch zeer uitgebreide wortelstelsel is verder ook van belang voor het fixeren van beek- en grachtoevers.
Ze kunnen eveneens als windscherm dienen voor akkers en weilanden. In sommige gevallen zelfs als weipalen (door de meeste landbouwers vaak niet ten volle erkend).
Redenen genoeg dus om deze autochtone boomsoort als waardevol landschapselement te beschermen en te behouden.
Titte van Hoegaarden
SPROKKELS
In het Trichelbroek te Eindhout verbleven opnieuw de ganse periode Aalscholvers. Op 16/8 kwamen er maximum 30 exemplaren overnachten (VDV). Opmerkelijk waren een pleisterende Purperreiger in het Asbroek te Herselt op 17/6 (Wim Bries) en een overvliegende Kleine zilverreiger over Blauberg op 8/8 (CRA). Een Witte ooievaar was present in de buurt van de Roost te Veerle op 2/7 (BEH), terwijl op 2/8 boven 't Hoeves te Vorst zelfs twee Zwarte ooievaars cirkelden (WOJ). Exotische ganzen blijven in onze regio maar toenemen. Vooral Canadaganzen zijn in Veerle en omgeving dagelijkse kost geworden. De grootste groep met niet minder dan 38 exemplaren verbleef op een pas gedorst graanveld te Varendonk op 18/8 (BEH). In de Netevallei te Hallaar was een broedgeval met 5 pulli op 29/6 (WOW) en op 29/7 werden hier eveneens 7 adulten waargenomen (BOJ, DAG). Door de veelvuldige regens in augustus lagen de weilanden ten noorden van het Trichelbroek te Varendonk er zeer nat bij. Hier pleisterden tot maximum 11 Nijlganzen op 27/8 en een Indische gans vanaf 9 augustus tot begin september (BEH). In de Degstraat te Blauberg was er op 2/6 opnieuw een broedgeval van een Nijlgans in een torenvalkennestkast (BEH). In de Netevallei te Hallaar nam WOW op 26/7 een wijfje Kuifeend waar met niet minder dan 12 pulli.
Voor de roofvogels gaf 2004 een zeer geslaagd broedseizoen voor Sperwer, Torenvalk, Buizerd en Havik. Door de ringgroep werden heel wat pulli geringd. Verder waren er broedgevallen van Boomvalk te Heist-op-den-Berg (BOJ, DAG), Westerlo (VKJ, BEH) en waarschijnlijk ook te Herselt (BEH, VDB). Naast de gecontroleerde broedgevallen waren er van deze soort nog heel wat waarnemingen: op 13/6 (VDJ) en 17/7 te Houtvenne (ARK, DAG) en op 29/7 (ARK, BOJ, DAG), 5, 29 en 31/8 te Booischot (VDJ). Verder werd de soort op 26/7 gemeld uit het Trichelbroek te Eindhout en op 4/8 uit Blauberg (BEH). Wespendieven blijven broedverdacht in onze regio, maar broedgevallen blijven door hun teruggetrokken levenswijze dikwijls onopgemerkt. Volgende waarnemingen liggen voor: BEH nam de soort waar op 2 en 26/7 in 't Trichelbroek te Eindhout, op 16/7 in de Roost te Veerle, op 31/7 in de Langdonken te Herselt en op 11/8 zelfs twee vogels in 't Hoeves te Vorst.
Op 26/8 hing een exemplaar rond te Booischot (VDJ) en op 29/8 opnieuw een Wespendief in de Langdonken te Herselt (VDB). Van de Visarend was er slechts één melding van een overtrekkende vogel op 1/8 te Wiekevorst (DAG).
Patrijzen blijven zeldzame verschijningen. VDJ meldde volgende waarnemingen uit Booischot: 13/6 2, 28/6 1, 25/7 2 en 28/7 ook 2. Op 25/7 nam hij nabij de Ritten te Houtvenne zelfs 4 exemplaren waar. Er waren dit seizoen heel wat minder waarnemingen van Scholeksters: slechts één melding op 30/6 van 2 te Houvenne (ARK, DAG). Op 11/7 joeg VKJ een Houtsnip op in 't Schaapwees te Zoerle-Parwijs, bijna zeker een broedvogel alhier. Op 8/6 vloog een Wulp over Wimpelhoeve te Wiekevorst (ARK, DAG). De ondergelopen weilanden in 't Trichelbroek te Varendonk zorgden dan weer voor heel wat steltloperplezier. Van de Watersnippen waren er maxima aanwezig van 20 exemplaren op 12/8 en 11 op 13/8. Bosruiters waren present op 12/8 (7), 13/8 (5), 14/8 (3), 25/8 (1) en op 27/8 eveneens één. Een Zwarte ruiter verbleef hier op 22/8 en Witgatjes op 26/7, 23/8, 24/8, 25/8 één exemplaar en op 11/8 zelfs drie. Van deze laatste soort was er ook een waarneming in de Laarbeemden te Heist op 14/8 (2) (WOW). Oeverlopers tenslotte werden met drie samen gezien langs de Nete te Hulshout op 1/8 (BOJ, DAG, VDJ) en één op 27/7 aan de Bergebeek te Booischot (WOW).
Jonge Koekoeken werden ontdekt bij hun pleegouders in het nest op 7/7 te Itegem en te Hallaar (BOJ). Van de Ijsvogel waren er na een hele reeks zachte winters weer heel wat waarnemingen verspreid over de ganse afdeling. Van de spechtenfamilie kwamen slechts twee meldingen binnen van Zwarte spechten: op 5/7 aan de Pallieterhoeve te Booischot (VDJ) en op 18/8 te Eindhoutberg (BEH). De Kleine bonte specht riep op 16 en 26/7 in de Roost te Veerle (BEH) en op 1/8 in de Goren te Hulshout (BOJ, DAG, VDJ). Van de zeldzame Draaihals ringde CRA 2 exemplaren op 27/8 te Blauberg.
Van de zangvogels zijn de waarschijnlijke broedgevallen van Graspiepers te Itegem (VKJ) en te Hallaar (WOW) zeker ook al het vermelden waard. De Grote gele kwikstaart schijnt zich definitief in de Netevallei te vestigen. Vooral de Netebruggen genieten zijn voorkeur. Zo zijn de Lodijkbrug te Heist en de brug Mac Adam te Booischot zeker bezet (WOW). Op 12/6 was er ook een waarneming in de Goren te Heist (BOJ). Opmerkelijk waren ook enkele grotere groepen Grote lijsters in de zomermaanden. Zo 20 exemplaren op 31/7 in de Langdonken te Herselt (BEH) en 24 in de Netevallei te Hallaar op 1/8 (DAG, BOJ, VDJ). Zangposten van Sprinkhaanzangers waren nog op een beperkt aantal plaatsen aanwezig o.a. in de Hogewegbeemden, de Moerbeemden en de Pijlbeemden te Heist (WOW) en in het GoorAsbroek (Kris Dries). Van onze zaadeters waren er enkele meldingen van Kneu. Zo 4 vogels te Itegem op 20 juni (VKJ) en op 26/7 6 te Lodijk. Deze laatste foerageerden op Knoopkruid (WOW). Opmerkelijk waren ook al twee vroege Putters op 29/8 in de Netevallei te Hallaar (WOW). Tenslotte vermelden wij nog de weliswaar kleine invasie van Kruisbekken deze zomer. Op 15/6 (15) te Oosterwijk (VKj), op 16/6 (9) en 30/7 (4) op Schaapwees te ZoerleParwijs (VKJ), op 19/6 (5) te Blauberg (CRA), op 19/7 (7), 21/7 (7), 23/7 (8), 26/7 (1) te Veerle en op 1/8 (8) te Vorst (BEH).
Op 20/7 werd te Hallaar een dode Bruine grootoorvleermuis gevonden (Jos Smets). Op 7/7 telde BOJ niet minder dan 103 Dwergvleermuizen die hun kolonie verlieten in de Lievenstedenstraat te Itegem. Voor het marterproject kwamen ook weer enkele beestjes binnen. Zo vielen Wezels als verkeersslachtoffer te Eindhout op 17/6 en 25/8 (BEH) en te Ramsel twee tegelijkertijd op 24/6 (VBK). Deze laatste verzamelde te Zoerle-Parwijs ook een exemplaar dat gedood was door een kat. Een Bunzing sneuvelde onder autowielen te Westmeerbeek op 18/7 (VWL) en Steenmarters werden binnengebracht op 23/6 uit Zoerle-Parwijs (VBK) en op 4/7 uit Herselt-Varenwinkel (VDB). In de Langdonken te Herselt was er nog de melding van een ontsnapt Hangbuikzwijn.
Er zijn twee meldingen van Hazelwormen. Op 15/6 in de Averegten te Hallaar (WOW) en op 21/8 in de Haterbeekstraat te Herselt (Johan Van Der Borght).
De Brulkikkers zijn vanuit het Zammelsbroek verder opgerukt richting Trichelbroek te Eindhout, waar momenteel ook al heel veel jonge diertjes rondspringen (BEH). Er is ook al een zeer waarschijnlijke waarneming van een roepend mannetje aan de Linievijver te Hulshout (VDJ).
Op 3/6 nam BOJ een Populierenpijlstaart waar in het industriepark te Heist en op 15/7 een Kolibrievlinder in zijn tuin te Heist-Goor. In het Trichelbroek waren er twee Hoornaarnesten in bomengaten en zeer veel Tijgerspinnen, elke meter één in de ruigten (VDV). Op 8/8 waren er ook reeds twee Tijgerspinnen in het Goor te Westmeerbeek (BOJ).
Volgende waarnemers zijn bedankt voor het insturen van hun waarnemingen:
ARK: Arnouts Karine
BOJ : Bosmans Joris BEH : Bergmans Herman. CRA : Cristael André VBK: Van Bavel Koen VDB : Van Dyck Benny VDJ : Van Dessel Jo. VDV: Van Dijck Vic.
VKJ: Van Kerckhoven Jos VWL: Verwimp Ludo. WOJ : Wouters Jos. WOU: Wouters Wilfried.
TOREN VALKENNOODLOT
Op 18 juli 2004 werden door Herman Berghmans twee dode geringde Torenvalken opgehaald te Eindhout: een tweedejaars mannetje met ringnummer E294555 en een eerstejaars mannetje met ringnummer E301465. Beide vogels zijn tegelijkertijd tegen de wielen van een voorbijrijdende bromfiets geknald te Geel-Stelen langs de Industrieweg. E301465, de jonge vogel, is door Herman zelf in dezelfde omgeving als pullus geringd op 8 juni 2004. E294555, het tweedejaars mannetje, werd vorig jaar op 6/6//2003 als pullus geringd in Semmerzake (Oost-Vlaanderen). Een van de vogels droeg een muis mee. Waarschijnlijk heeft er een prooioverdracht plaatsgevonden tussen het adulte mannetje en de jonge vogel, hierbij alle verkeer, inclusief de aanstormende bromfietser, uit het oog verliezend met deze fatale afloop tot gevolg. Enkele automobilisten die ter plaatse passeerden zijn gestopt omdat ze dachten dat de bromfietser zeker zou gewond zijn. Gelukkig niet. 't Was trouwens deze bromfietser die mij via zijn buren de geringde Torenvalken heeft bezorgd.
BROEDENDE KERKUILEN IN 2004
Binnen onze afdeling waren ook dit jaar een aantal leden zeer actief binnen de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen. Voor de gemeenten Heistop-den-Berg waren dit opnieuw Joris Bosmans en Francois Van den Bosch, in Herselt en Westerlo gingen weer Ludo Smets en Paul Laeveren op pad en Laakdal werd weerom gecontroleerd door Herman Berghmans en Ludo Verwimp.
In 2004 werden er binnen onze afdeling niet minder dan 29 broedsels gecontroleerd. Heistop-den-Berg spande weer veruit de kroon met 12 broedgevallen. In Herselt waren er 5 en in Hulshout, Westerlo en Laakdal telkens 4. In deze laatste gemeente zijn er spijtig genoeg twee mislukt in de eifase. Slechts één broedpaar koos voor een vrij broedgeval op een zolder. Al de rest bracht hun jongen groot in speciaal daarvoor aangebrachte nestbakken. Van de 29 broedparen kozen er 13 de zolder van een woning uit, 8 bleven zweren bij een kerkzolder, 7 huisden in een schuur of stal en één ook nog op een pastoriezolder. Van de 27 geslaagde broedsels werden de jongen geringd: 2x5, 3x4, 13x3, 5x2 en 4x1 pulli. Dit leverde in totaal 75 kuikens of een gemiddelde van 2,8 pulli per nest.
STOKOUDE BOSUIL
Op 2 oktober 2004 meende Herman Berghmans vanuit de wagen de resten van een verongelukte Bosuil op de Grote Steenweg te Zammel te zien liggen. Voor alle zekerheid is hij toch maar even teruggedraaid en inderdaad, een volledig platgereden Bosuil. Tussen de platte brij vond hij een ook grotendeels platgereden Belgische ring met H71313 als opschrift. Navraag leerde ons dat deze Bosuil op 1 mei 1992 was geringd door wijlen onze vriend Sylvain Wuyts in een nestkast in de Herebossen te Hulshout. Dit beestje is dus minimum 12 jaar 5 maanden en 1 dag oud geworden. Voor de ringgroep Demervallei de tot nu toe oudst teruggemelde vogel van deze soort. Of hoe een stokoude dode Bosuil onze vriend Sylvain nog steeds "levend" houdt....
PROJECT BIJZONDERE BROEDVOGELS
Vanuit het Instituut voor Natuurbehoud wordt een aantal broedvogels jaarlijks systematisch opgevolgd. Ze worden onderverdeeld in drie groepen, nl. de zeldzame broedvogels, de kolonievogels en de exoten. Voor onze afdeling komen eventueel volgende soorten als broedvogel in aanmerking:
1. Zeldzame broedvogels : Knobbelzwaan, Wespendief, Havik, Watersnip, Ijsvogel, Grote gele kwik (Netebruggen!), Gele kwik, Orpheusspotvogel (voor 2 jaar in Heist), Kruisbek, Europese kanarie,...
2. Kolonievoqels: Blauwe reiger, Aalscholver, Roek.
3. Exoten: Canadagans, Brandgans, Nijlgans (o.a. in torenvalkenbakken!) en Mandarijneend (o.a. in bosuilenbakken).
Iedereen die nog weet heeft van broedgevallen van een van deze soorten, meldt deze liefst zo vlug mogelijk aan Jos Van Kerckhoven, die alle gegevens zal bundelen en overmaken aan het Instituut voor Natuurbehoud.
VORKEN EN PENNEN
(Of de wanhoop van een beginnend vogelaar)
Op een verloren zondagnamiddag maken we onder de hoede van Natuurpunt (H-o/d-B) een wandeling door de Netevallei. Gefascineerd raken we door al wat vliegt, fluit en beweegt in struiken en weiden. Hier moeten we iets mee doen. We schaffen ons een vogelgids aan, "herkennen in drie stappen". De schrijver verzekert ons dat we een vogel op drie kenmerken kunnen determineren. Moet te doen zijn. We beginnen met de Zwaluw. Makkelijk toch: de Boerenzwaluw heeft staartpennen, de Huiszwaluw een gevorkte staart. Dit lukt al aardig.
We verruimen onze horizonten en plannen een weekje vakantie op Texel: Tureluurs, Blauwe kiekendieven, Bergeenden, "Bonte pieten", Visdief en Noordse stern. Ons vogelgidsje laat ons niet in de steek. We hebben intussen zelfs een tweede boekje gekocht. Je kan maar best goed gedocumenteerd door het leven gaan. We bewonderen een foto van een Noordse stern met een zwarte snavel en een afbeelding van een Visdief waarvan de foto zo is bijgeknipt, datje de vork niet kan zien. Verwarring alom. Geen nood, even de wetenschappelijke benamingen raadplegen. De Visdief wordt namelijk ook Zeezwaluw (Hirundo) genoemd.
Even terug dus naar de Zwaluwen. De Boerenzwaluw heeft "Hirundo" als familienaam gekregen. Tot onze verbijstering heeft de Boerenzwaluw staartpennen en de Visdief een gevorkte staart.
Tot overmaat van ramp heeft de Dwergstern een gele snavel met een zwarte punt.
Ons 3-stappenboekje lijkt toch met 1 stapje seffens te werken. 3 vooruit, 2 achteruit.
Een beginnend vogelaar.
VOGEL IN DE KIJKER: DE BOOMKLEVER
Herkenning: De Boomklever is ongeveer zo groot als een mus, maar met een kort lichaam, een korte staart en spitse stevige snavel. De rug van deze vogels is grijs-blauw en zijn buik is oranje-rood. Een opvallende oogstreep is ook een bijzonder kenmerk.
De Latijnse naam is Sitta Europaea.
Deze vogel klimt langs takken naar boven en naar beneden, hij kan zelfs langs de onderkant van takken verder bewegen. Vliegen doet ie meestal van boom naar boom en leeft meestal tesaam met een partner.
Geluid: Het lied van de Boomklever is van ver te horen, een opklimmend "doeiet-doeietdoeiet" of een versneld "wiewiewiewiewiewie".
Broedgebied: De Boomklever vertoeft meestal in gemengde bossen, parken, tuinen en lanen. Dichte naaldbossen vermijdt hij. De Boomklevers zijn honkvaste standvogels en zijn
meestal te zien op bomen met gegroefde schors. Het nest wordt in een boomspleet achter de schors verstopt, soms ook in muurspleten. Hij legt 1 legsel per jaar met gemiddeld 6 tot 8 jongen. De Boomklever voedt zich met insecten en spinnen, in de winter met zaden.
OPEN MONUMENTENDAG: Wacht am Nethe
Het is vrijdagavond 10 september. Met volgepakte rugzak vertrek ik richting Hallaar. Na onze onprettige ervaring met de overzet van Pinzieleke vorig jaar hebben we besloten dat "ze" ons dat geen tweede keer zullen flikken. Samen met den Titte ga ik twee nachtjes de wacht optrekken aan de Nete.
Het is nog lekker warm wanneer ik door mijn geboortedorp ga en de verbaasde blikken van mijn medebooischottenaars trotseer. Ik zie ze denken dat ik door mijn lieftallige echtgenote met heel mijn hebben en houden van huis gestuurd ben. Gelukkig kan ik via de Hogeweg al snel de bewoonde wereld achter mij laten en even later ben ik helemaal alleen in mijn geliefde vallei die nog heerlijk ligt te soezen in de nazomerzon.
Het is dorstig weer, even bekruipt mij de gedachte om daar iets aan te doen ter hoogte van Café Looidijk. Ik beslis het voorlopig toch maar te houden bij mijn eigen watervoorraad, het zal qua alcohol zo al zwaar genoeg worden, vrees ik.
Na anderhalf uur bereik ik mijn slaapplaats "De Engel op het eiland". De boot ligt nog stevig vast aan de steiger en alles lijkt me nog intact. Onmiddellijk begin ik mijn tentje op te stellen en alles klaar te leggen voor de (lange) nacht. Terwijl ik hieraan de laatste hand leg, komt good old Eric over de dijk aangetuft en begint tot mijn gelukkige verbazing onze vloeibare rantsoenen uit te laden. Hiermee gaan mijn behaarde vriend en ik het wel uitzingen. Onder een prachtig ondergaande zon komt in de verte den Titte op zijn oude fiets aangerammeld. We leggen een bescheiden kampvuurtje aan en al gauw drijft een heerlijke spekgeur mee op de opkomende nevelslierten. We maken enkele Palmkes soldaat en de tongen komen los, niet dat dat voor ons anders een probleem is. Het vuur knettert gezellig, het is haast windstil, kikkers kwaken in het nabije poeltje, een late eend landt op de Nete, aan de bosrand roept een Bosuil, een vleermuis is op jacht. Op mijn rug in het droge gras onderga ik de breed uitgespannen sterrenhemel. Naarmate het uur en onze bak Palm vordert wordt het stiller. Mijn twee gabbers en ik zetten menige boom op en we filosoferen over vroeger en nu en over onze stilaan aan de einder opdoemende oude dag. We leggen nog een blok op het vuur en deze vredige nacht wordt enkel nog lichtjes verstoord door een discussie over het laatste flesje: 24 is nochtans perfect deelbaar door 3.
Om kwart voor 1 besluit den Eric om toch maar naar huis te bollen. Enigszins bezorgd volgen we zijn steeds kleiner wordende achterlichten. Mocht hij in de Nete sukkelen, dan kunnen we hem er nog altijd uitvissen, hij moet hier toch passeren zegt den Titte. Voor we onder zeil gaan heb ik voor baardmans nog een verrassing. Uit mijn rugzak diep ik een zakflesje Clontarf (Ierse Whiskey) op. Ons slaapmutsje wordt goed onthaald en in lyrische bewoordingen zingt mijn medewaker terecht de lof over deze godendrank.
Tegen 2 uur gaan we nog even kijken of alles er nog ligt(plicht voor alles) en kruipen we in onze slaapzak. Den Titte vindt het veel te warm, of hij is te fijngevoelig om een opmerking te maken over mijn snurkrecital, en gaat voor de tent liggen. Al spoedig zijn we beiden in dromenland. Van een nachtelijke plaspauze maak ik gebruik om een blik te werpen op onze schuit. Titte slaapt rustig verder. Om halfzeven begint het te regenen en ik roep de buitenslaper binnen voor hij nat wordt., Hij vindt het wel een beetje jammer, want hij had net een mooie droom over geld. Een beetje voor acht uur staan we op. Het Neteland ontrolt zich in al zijn ochtendlijke pracht voor ons oog. We kramen snel op en gaan richting thuis en een heerlijke douche. De eerste nacht is prima verlopen. In de vroege avond vertrek ik terug naar ons kampement. Ik ben net op tijd om te schuilen voor de eerste stortbui. Na een half uurtje klaart het op en met zijn baard wapperend in de westenwind arriveert mijn maatje aan de veerboot. We steken ons vuurtje aan, maar een volgende bui dwingt ons de tent in. Even later duikt Bert Wuyts kletsnat de tent binnen. Vannacht komt hij ons samen met vriendin Annick en broer Robin gezelschap houden. Twee buien later is het gezelschap compleet.
Het vuur wordt aangepookt en ook een fles rum van het eiland Cuba zorgt voor enige verwarming. Het is heel wat frisser dan gisteren, we kunnen de extra brandstof dan ook goed gebruiken. Een flink stuk na middernacht houden we het één voor één stilaan voor bekeken en 't wordt stil aan de Neteboord. Nog een laatste blik op onze installatie, alles ok, knorren maar! Na een uitermate rustige nacht breekt D-day stralend aan. Ons kamp wordt in een mum van tijd afgebroken en alles opgeruimd zoals het groene jongens past en iedereen begeeft zich huiswaarts voor een bad en een flink ontbijt. We hebben de "Wacht am Nethe" goed doorstaan en zijn klaar voor de grote oversteekoperatie"Pinzieleke herleeft". Maar daar lees je meer over hieronder.
J'O
OPEN MONUMENTENDAG: Opening Pinzielekepad
De monumentendag 2004 liep onder het thema 'van nature ... een monument'. Hierbij stonden naast de klassieke monumenten (zoals de kerk van Hallaar), in het bijzonder de geklasseerde landschappen centraal. Natuurpunt is om deze reden partner bij de organisatie van de monumentendag editie 2004. Om onze boodschap 'natuur voor iedereen' gestalte te geven was dit een ideale gelegenheid om een infobord over de vallei van de Grote Nete te onthullen. Via dit infobord worden de inwoners aangesproken om dit valleigebied te bezoeken en te ontdekken. Bovendien is op het bord het wandeltracé van het Pinzielekepad aangeduid. Het Pinzielekepad is een bewegwijzerd wandelpad dat langs en door de terreinen van Natuurpunt loopt. In zijn toespraak benadrukte Manu Vlaeyens dat de vereniging beoogt om in de toekomst nog meer wandellussen te creëren, zodat een ruimer wandelnetwerk ontstaat, waarin de Netevallei de blauwe draad vormt.
Vervolgens onthulde burgemeester Verbist het infobord. Zij dankte de vereniging voor haar inzet voor het natuur- en landschapsschoon in onze gemeente. De gemeente ondersteunt dit werk door het verlenen van gemeentelijke aankoopsubsidies en logistieke steun. Door de opening van het wandelpad kunnen de inwoners ook dit mooie deel van onze gemeente beter leren kennen. Zij benadrukte het belang van een breed draagvlak.
Negen ervaren gidsen bezorgden aan ruim 320 wandelaars een boeiende landschapswandeling. Tijdens deze wandeling kwam naast de huidige landschappelijke waarde van het gebied ook de evolutie van het landschap tijdens de afgelopen decennia aan bod. Deze tocht werd opgefleurd met een overtochtje over
de Grote Nete nabij de verdwenen overzetplaats Pinzieleke. Onze vereniging zorgde hierbij voor een historische evocatie van een stukje streekgeschiedenis. Onze medewerkers waren uitgedost in fraaie kleren uit grootvaders tijd (een boerenkiel en een oud champettersuniform). Nabij de overzet bruiste ook de herberg 'Den Engel op het Eiland' opnieuw van het leven en de Jack-op. Op het einde van de wandeling werden de wandelaars goed ontvangen in ons gezellig cafetaria. De pensen met appelmoes en de koffie met gebak verdwenen snel in de hongerige magen. Ook de fraaie tentoonstelling, opgezet door het gemeentebestuur, over het verleden en heden van de Netevallei kreeg een 500-tal bezoekers over de vloer. De prachtige sfeerbeelden van Louis Schoeters deed menig Heistenaar terugdenken aan zijn jeugd. Ook de fraaie infostand van Natuurpunt, bemand door Bart Reynaerts, over het waterleven bracht letterlijk leven in het cultuurhuis. Zo konden we ontdekken welke diertjes er allemaal onder de waterspiegel leven.
Wandelaars, bezoekers en vrijwillige medewerkers waren allen opgetogen over de organisatie van deze monumentendag. Kortom, het was een geslaagd evenement. Dit succes is vooral de verdienste van dertig vrijwilligers, die zich de ganse dag belangeloos hebben ingezet. Onze welgemeende dank hiervoor.
NATUURGEDICHTEN
De engel op het eiland
Langzaam verdwijnt in 't westen
achter een lage wolk de zon
terwijl de dunne sikkelmaan
reeds aan haar reis begon
daalt de stilte over 't land
een bosuil roept de nacht
onder een witte nevelsprei
rust de nete zacht
bij de rosse gloed van 't vuur
gaat de fles van mond tot mond
even zijn we terug waar vroeger
de engel op het eiland stond
J'O
Pinzieleke by night
Het is middernacht
de bewolking breekt
sterren pinken aan
stemmen zoemen
aan het kampvuur
ik blijf even staan
achter mij de hoge dijk
beneden stroomt de neet
zijn zwarte water naar de zee
de veerboot ligt gereed
wachtend om zijn passagier
rustig en galant
net als Drs. P
te varen naar de overkant
( die dan weer deze kant wordt
wanneer hij daar is aanbeland)
J'O
ALGEMENE VERGADERING AFDELING GROTE NETE
Wanneer ? Zondag 16 januari 2005
Waar? Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar
Wat? Evaluatie werking 2004 en planning werking 2005
Programma:
09 u 00 ontbijt
09 u 30 toelichting over de werking van de vereniging
12 u 00 einde
Prijs ontbijt1 euro per persoon
Inschrijven Algemene Vergadering met ontbijt bij Wilfried Wouters : tel. 015-24.25.73 (voor 12 januari 2005)