Archief:

Artikels uit het tijdschrift van

Natuurpunt

Grote Nete

 

Jaargang 3
driemaandelijks tijdschrift
Juli 2004 Nr.
3

 


VOORWOORD

Meer kleur in het landschap

 

De bonte blauw, rood, groen gekleurde verkiezingsborden staan er nu wat uitgeregend bij en achter de schermen wordt nu intensief vergaderd over de accenten in de komende regeerperiode.

 

Als Natuurpunter gaat het ons om de kleur in het landschap en daarvoor hebben we de steun nodig van iedereen, ongeacht de vlag. Het gaat niet zo goed met de natuur in Vlaanderen. Hierover staan bv. in het tweejaarlijkse Natuurrapport wetenschappelijk onderbouwde analyses. Men hoeft echter geen wetenschapper te zijn om zich te herinneren dat veel huidige maïsvelden vroeger graanakkers waren, gekleurd met Korenbloemen, Klaprozen en Akkerviooltjes. Zwermen Ringmussen en Boerenzwaluwen waren de hele zomer aanwezig rond elke boerderij. Een waterplas zonder Kikker of Salamander bestond gewoonweg niet en in elke beek lag in een luwte tussen de oeverbegroeiing wel een Snoek te wachten. Honderden hectaren hooiland met volop Reukgras gaven de zomerperiode een aroma van cumarine.

Door natuurbeheer in onze reservaten trachten we - en lukken we er ook in - om die algemene achteruitgang te stoppen en kunnen we terug bloemrijke hooilanden bewonderen of de staalblauwe IJsvogel zien wegvliegen. In onze reservaten slagen we erin om een heel landschap terug vorm en kleur, stilte en rust te geven.

Helaas is er nog altijd veel te weinig beschermde en beheerde natuur om de globale achteruitgang te stoppen.

In ons tijdschrift vindt U geregeld nieuws uit de reservaten in uw buurt.

Meer dan 25 jaar al zijn U en ik bezig met deze gebieden vorm te geven, kleur te geven, veiligheid te geven. Momenteel zijn ze de schatkamers van onze natuur, schatkamers die iedereen elke dag kan bezoeken en bewonderen.

 Het blijven aankopen en het blijven beheren is een noodzaak. Hiervoor is echter ook uw steun noodzakelijk. Leden van de vereniging Natuurpunt zijn nodig om dag na dag kleur te geven aan het landschap en om anderen te overtuigen kleurrijk te handelen. Als we onze doelstelling van dit jaar 50 ha natuur extra veilig te stellen binnen onze afdeling, willen waarmaken, hebben we ook uw financiële steun nodig.

 Aankopen en beheren kost geld en ondanks de Vlaamse en gemeentelijke subsidiëring blijft er voor de vereniging steeds een aanzienlijke restfinanciering, zeker sinds de provinciale subsidies in Antwerpen weggevallen zijn.

 Daarom een oproep om welwillende donateurs die met giften onze projecten willen steunen.

Steun de aankoop van onze natuurgebieden, de enige echte garantie op een duurzame natuur en een aangenaam beleefbare streek.

 

 

HEMELVAARTSWEEKEND 2005: SCHIERMONNIKOOG

SCHIERMONNIKOOG, EILAND VAN NATUUR EN RUST

Wie op zoek gaat naar rust en natuur, vindt dit zeker op Schiermonnikoog. Het is het kleinste bewoonde waddeneiland: 16 km lang en 4 km breed. Bij laag water wordt het wel ongeveer 1 km langer en breder. Het eiland heeft een zeer afwisselend en prachtig landschap. Het bestaat voor een groot deel uit duinen en kwelders, maar ook een zeer breed strand en een knus dorp. Schiermonnikoog heeft een enorme natuurlijke rijkdom. Onze Nederlandse zusterorganisatie Natuurmonumenten waakt er over dat dit zo blijft, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat iedereen er zo veel mogelijk kan van genieten.

 In 1989 kreeg Schiermonnikoog het predikaat "Nationaal Park". In het beheersplan wordt veel ruimte gelaten voor spontane natuurlijke ontwikkelingen. Wind en water zullen grotendeels de toekomst van dit natuurgebied blijven bepalen. Schiermonnikoog is één van de weinige plaatsen in Nederland met natuurlijk gevormde duinen. Het eiland is behoorlijk kalkrijk, wat voor een bijzondere plantengroei zorgt. Een groot deel van het gebied loopt regelmatig onder water, de kwelders. Deze worden doorsneden door diepe, kronkelende slenken die het zeewater aan- en afvoeren en er tegelijkertijd voor zorgen dat het regenwater weg kan. Plaatsen die dagelijks zeewater over zich krijgen, zijn de groeiplaatsen van heel wat zoutminnende planten zoals o.a. Zeekraal en Slijkgras. Wat meer landinwaarts vinden we Lamsoor, Zeealsem en Engels gras. De helft van alle in Nederland voorkomende plantensoorten vindt ook een stek op Schiermonnikoog. Naast deze plantenrijkdom zijn deze gebieden enorme paradijzen voor allerlei water- en zeevogels. Zo broeden er bijvoorbeeld heel wat Sternen, Kiekendieven, Lepelaars en allerlei soorten Meeuwen. Om deze reden is de kwelder aan de oostkant van het eiland van 15 april tot 15 juli afgesloten voor het publiek. Naast een belangrijk broedgebied zijn de wadden en waddeneilanden van onschatbare waarde als voedselgebied voor allerlei vogels. Niet alleen is er een grote verscheidenheid aan voedsel met schelpen, wormen en vissen, maar er zijn ook allerlei mogelijkheden waarmee vogels hun voedsel vergaren: sommige zwemmend, andere duikend of lopend langs de vloedlijn of gewoon fouragerend op het drooggevallen wad. Vogels die hun voedsel niet op het wad

halen, kunnen ook terecht op het eiland zelf. Heel wat besdragende struiken zoals Meidoorn, Duindoorn, Vlier zorgen voor een gedekte tafel. In het najaar, in de winter en het vroege voorjaar grazen er dan weer duizenden ganzen op de kwelders of in de polders. Vooral Brand- en Rotganzen uit het hoge noorden komen hier overwinteren. De polders zijn ook een uitgelezen broedgebied voor heel wat weidevogels. Scholekster, Grutto, Tureluur en Kievit zijn in' t voorjaar mooi waar te nemen. Van de eenden zijn vooral de Eidereenden en de sierlijke Bergeenden het meest opvallend. In 't luchtruim zijn Bruine en Blauwe kiekendieven heer en meester. Buiten Hazen en Konijnen komen er op 't eiland weinig zoogdieren voor. Zo'n natuurpracht vraagt om ontdekt te worden.

Voor ons traditioneel hemelvaartsweekend van 2005 staat Schiermonnikoog dan ook op het programma. Natuurpunters van afdeling Grote Nete kunnen hiervan meegenieten. Twijfel echter niet te lang want de plaatsen zijn beperkt tot 45 personen. Het natuurweekend vindt plaats van 5 tot en met 8 mei 2005. De prijs zal € 253 zijn voor volwassenen. Voor kinderen van 2 tot 11 bedraagt de prijs iets minder dan de helft. In dit bedrag zijn inbegrepen: Verplaatsing met de autocar van Veerle naar Lauwersoog en terug, 3 overnachtingen in het driesterrenhotel Duinzicht op basis van volpension, de overtocht per boot naar het eiland en terug, de verplaatsing met de bus van de haven naar het hotel en terug, de huur van een fiets voor twee dagen, toeristenbelasting en voorbereidingskosten.

Interesse? Bel dan voor 15 september naar Hilde Verborgt op telefoonnummer 014/590853 met de vermelding van het aantal deelnemers. Als er kinderen meereizen, ook hun leeftijd in mei 2005 vermelden. Ook vragen wij om een voorschot van € 50 per persoon te storten op rekeningnummer 457-7023401-25 van Natuurpunt Laakdal met de vermelding "weekend 2005" en het aantal personen.

Voor meer info kan u altijd terecht bij Jan van Walsum op het telefoonnummer 014/866777. Jan is meestal het best bereikbaar van maandag tot vrijdag tussen 18 en 20 u. Wie meer info wil over het hotel kan terecht op www.hotelduinzicht.nl of info(a,hotelduinzicht.nl, Jan van Walsum

 

 

NA DE VERKIEZINGEN

De verkiezingen zijn voorbij en de politieke partijen onderhandelen druk over de programma's en de bevoegdheden. Bij Natuurpunt is het een periode waarin met spanning gewacht wordt op het nieuwe regeerakkoord en de nieuwe minister. Maar ook een periode met heel wat vragen zoals: zullen de kredieten voor natuurbehoud op hetzelfde niveau blijven? Gaat het VEN in de volgende regeerperiode volledig afgebakend worden? Zal het decreet integraal waterbeheer verder uitgebouwd worden?
Maar het is ook een periode waarin de Natuurpunters met al hun overtuigingskracht de politieke wereld ervan moeten overtuigen dat het Natuurpuntmodel een belangrijke maatschappelijke meerwaarde biedt.

 Hierna een samenvatting van een van de teksten die overgemaakt werden aan de onderhandelaars.

 De natuurbeweging onmisbaar als actor voor een geïntegreerd plattelandsbeleid.

 1. Noodzaak van een dialoog en samenwerking met de natuurbeweging.

De natuurbeweging is in het landelijk gebied een belangrijke actor. Wie tot een geïntegreerd beleid in dat landelijk gebied wil komen waarbij alle functies betrokken zijn, kan niet om Natuurpunt met zijn quasi gebiedsdekkende lokale afdelingen heen. Deze functies van het landelijke gebied zijn o.m. woon- en leefkwaliteit, landbouw met een verbrede doelstelling, duurzame natuur, recreatief medegebruik van het buitengebied, en een reeks functies met betrekking tot duurzaam water- en landbeheer en een hierbij aansluitende diensten en productiestructuur.

Als je de analyse van de factoren en de aanwezigheid in het landelijk weefsel maakt, dan is het duidelijk dat Natuurpunt een belangrijke rol vervult en dat ze wordt gedragen door een groot deel van de publieke opinie. Er zijn immers vele nieuwe én autochtone bewoners die voor het landelijke gebied hebben gekozen omwille van de omgevingskwaliteiten. Die vinden geen aansluiting bij de klassieke structuren en directe belangengroepen zoals landbouw en jacht, die heel het formeel denken rond het plattelandsbeleid beheersen. Een beleid dat uitsluitend het oor te luisteren zou leggen bij de steeds kleiner wordende groep van boeren, jagers en de grondbezitters mist een zeer cruciale component in de huidige

realiteit van het platteland en in het veranderingsproces dat zich voltrekt naar een multifunctioneel landelijk gebied. Plattelandsbeleid kan en mag geen retour zijn naar het verleden. Om de verbreding mee te dragen is de lokale natuurbeweging zowel inhoudelijk als in het proces een onmisbare factor.

 

2. Het model van Natuurpunt betekent een enorme maatschappelijke meerwaarde. Voor het behoud van duurzame natuur en landschap is de inzet van Natuurpunt met zijn vele duizenden vrijwilligers en sympathisanten in alle steden, dorpen en buurten van cruciaal belang. Door gewone mensen bij natuur, landschap en hun omgeving te betrekken en hen medeverantwoordelijkheid te geven, wordt er geïnvesteerd zowel in duurzame natuur als in 'samen-leven'. Meestal op aangeven van de lokale natuurbeschermers worden natuurgebieden aangekocht en/of in beheer genomen. De mensen van ter plaatse zoeken zelf de restfinanciering voor de aankoop bij elkaar, steken zelf de handen uit de mouwen voor het beheer, stellen de gebieden open, vormen netwerken van sympathisanten en helpers uit de buurt en organiseren activiteiten die het verenigingsleven en de beweging ten goede komen. Op die manier wordt niet alleen natuur veilig gesteld voor de komende generaties, maar wordt ook geïnvesteerd in mensen en in de kwaliteit van het omgevende landschap en de streek.

Daarenboven heeft het Natuurpuntmodel het grote voordeel dat buiten het uitgangskader van een goede ruimtelijke ordening en een voldoende bescherming van het landelijke gebied geen extra reglementaire randvoorwaarden worden opgelegd aan de omgeving. De Natuurpuntaankopen gebeuren in tegenstelling tot deze van de overheid op totaal vrijwillige basis, met een belangrijke lokale inbreng van middelen, met volledig respect voor de rechten van de pachters en de pachtwet. Deze aankopen zijn helemaal niet willekeurig: ze moeten passen in een sterk gereglementeerd en door de overheid gecontroleerd kader. Ze dienen uit te monden in een goedgekeurde erkenning als natuurreservaat met een concrete resultaatsverbintenis en een concrete evaluatie en monitoring. Het aantal aankopen buiten het planologisch afgebakende natuurgebied (zonevreemde natuur en bossen) is zeer beperkt en strikt gereglementeerd door het decreet op natuurbehoud..

 

3. Zijn er dan geen problemen met betrekking tot de toepassing van natuurbepalingen in het landelijke gebied ?

 

Het doel, een leefbaar platteland en een sterke complementariteit tussen een goed stedelijk beleid en een plattelandsbeleid moet duidelijk voorop staan. Het landelijk gebied vervult een reeks functies in samenhang: landbouw en plattelandseconomie, woon_ en leefklimaat, vitale dorpen, duurzame natuur, duurzaam land_ en waterbeleid, recreatief medegebruik. Knelpunten kunnen ontstaan bij de inzet van de middelen en de instrumenten. Dikwijls worden de instrumenten als te reglementair, te regulerend en te rigide ervaren.

Het is duidelijk dat een eenduidige planologische instandhouding een uitgangspunt voor de bestaande natuur moet zijn, maar dat er wel vragen kunnen rijzen in welke mate ook voor beheer zulk rigide en detaillistisch reglementair bindend kader efficiënt is. Er zou meer ruimte kunnen worden gegeven aan instrumenten van vrijwilligheid (als ze maar duurzaam zijn) en medegebruik in de mate dat ze geen afbreuk doen aan het behoud van de grote structuren en mogelijkheden voor de toekomst . Alleszins dient hier op het niveau van de landbouwbedrijven en niet op perceelsniveau ter attentie van natuur gekozen te worden voor een standstill met een resultaatsverbintenis. Ook werken met beheersovereenkomsten en resultaatsverbintenissen niet op het perceel- of objectniveau maar op het bedrijfsniveau (past in het nieuwe E.U-beleid) zou een stap in deze richting zijn.

Conclusie

 

  1. Meer dan ooit is er een grote complementariteit tussen het Natuurpuntmodel van waarde-geven aan natuur in je buurt door betrokkenheid, en het model met beheersovereenkomsten op het niveau van landschapsbeheer op bedrijfsniveau. Voor de kwetsbare natuur is het Natuurpuntmodel veruit het meest kostenefficiënt, draagt het meest bij aan de biodiversiteit, is het duurzaamst, garandeert het een grotere betrokkenheid van de buurt en de omgeving en biedt ook de beste kansen voor koppelingen met compatibel medegebruik. Daarenboven is heel de controle en subsidiëring gericht op resultaatsverbintenissen en medeverantwoordelijkheid. Dus er blijft een aanzienlijke eigen inbreng.
  1. Dit model is daarenboven ten dele een alternatief voor een te rigide topdown reglementair systeem met te detaillistische en onhaalbare afbakeningen en te rigide natuurrichtplannen. De verwerving is een instrument op grond van vrijwilligheid.
  1. Voor de toekomst van een multifunctioneel landelijk gebied is het nodig dat tot een nieuwe synthese en een positieve interactie wordt gekomen tussen de klassieke factoren in het landelijk gebied en de natuurbeweging. Natuurpunt heeft hier een belangrijke en onvervangbare rol te vervullen. Daarom is het essentieel om te bekijken hoe die rol kan worden ingevuld.

 

CULTUURPRIJS HEIST-OP-DEN-BERG 2003

Op 16 april 2004 werd de cultuurprijs 2003 uitgereikt in het cultuurcentrum Zwaneberg.

 

Natuurpunt Grote Nete kern Heist-op-den-Berg had hiervoor een dossier ingediend bij de cultuurraad van de gemeente Heist-op-den-Berg. De werking van de plaatselijke natuurvereniging bestond immers 25 jaar. In deze periode heeft de vereniging bijzondere prestaties verricht op het vlak van natuurstudie (ringwerk van kerkuil, broedvogelonderzoek, inventarisaties van steenuil en zwaluwen, paddenoverzetactie, medewerking aan diverse verspreidingsatlassen van zoogdieren, dagvlinders en libellen), natuurbehoud (uitbouw van een natuurgebied in de Goren en de vallei van de Grote Nete), natuureducatie (organisatie van ruim 500 activiteiten, geleide wandelingen, busuitstappen, diavoordrachten, cursussen, filmavonden), landschapszorg (wilgen knotten, aanplanten van bossen en houtkanten) en de opvolging van het gemeentelijk milieubeleid via de milieuraad en de GECORO.

Er werden 8 kandidaturen voorgedragen door diverse verenigingen. Onze vereniging kreeg de eervolle derde plaats toegewezen. Frans Van Calster, een 83-jarige amateur-archeoloog uit Hallaar, kreeg de cultuurprijs 2003 voor zijn onderzoek en unieke vondsten. In 1979 ontdekte Frans in Oelegem een 50 miljoen jaar oude krab, die intussen naar hem genoemd werd "Cancer vancalsteri". De vioolschool Kortjakje legde beslag op de eervolle tweede plaats.
Deze drie laureaten mochten hun werking voorstellen met een kleine tentoonstelling en een presentatie. Manu Vlaeyens had voor de gelegenheid een digitale presentatie uitgewerkt en gaf toelichting bij de werking van onze vereniging voor een nokvolle schouwburg. Vervolgens mocht hij uit handen van burgemeester Verbist een kunstwerkje en een oorkonde in ontvangst nemen. Dit kunstwerkje kan u bewonderen in ons verenigingslokaal te Hallaar. Het voltallige twaalfkoppige kernbestuur heeft nog uren nagenoten van een gesmaakte receptie.
Deze eervolle derde plaats is alvast een opsteker en erkenning voor de vele honderden uren vrijwilligerswerk, die onze (bestuurs)leden in de natuur en onze natuurvereniging investeerden.

 Nogmaals proficiat !!

 

DE MERODE

Na de aankoop door de VLM en het ondertekenen van het charter door alle partners wordt er nu gewerkt aan het opstellen van de inrichtingsplannen. Het opstellen van deze plannen zal veel tijd en overleg vragen. Na de plannen moet de inrichting en het beheer komen. Om deze tussenperiode te overbruggen, zullen er voorlopige beheerders aangeduid worden. De taak van deze beheerders zal bestaan uit toezicht, dringend beheer.

Het geeft ook de toekomstige beheerders de tijd om het gebied beter te leren kennen. De aanduiding van de tijdelijke beheerders wordt een van de volgende dagen verwacht. Natuurpunt is kandidaat om de Kwarekken, Varendonk en een belangrijk deel van Averbode bos en Heide te beheren.

We rekenen erop dat Natuurpunt in dit dossier een belangrijke rol kan blijven spelen.

 

HET GOOR Roefel in Het Goor

 

Het laatste weekend van juni is roefelweekend. Dan brengen de kinderen een bezoek bij de bakker om 'patékes' te bakken, of maken 'radio' op de plaatselijke zender of ze rijden met de 100 door het dorp....

Ook dit jaar deden wij weer mee. Frans Cams ving de kinderen op in Het Goor. De schepnetjes konden niet snel genoeg verdeeld zijn. En vangen maar: Salamanders, Torren, Schaatsenrijders, Stekelbaarsjes, larven allerhande, Kikkers          Leuk! Ook positief is dat er dit jaar géén kind in het water is gesukkeld. Ook leuk is te merken dat de `volwassen' begeleiders bij het zien van een schepnetje plots terug kind werden...

Een mooi zicht was ook als wij allemaal op onze buik rondom de Zonnedauwplantjes lagen om te tellen hoeveel mieren, vliegen... ten prooi van de Zonnedauw waren gevallen. Na twee minuten komt de fantasie van de kinderen reeds los, want dan maken ze van de `lieve Zonnedauw' monsters, draken en dracula's....

LIFE werken in Het Goor

Momenteel werkt de Lifeploeg enthousiast in Het Goor. Het eerste werk op het programma was het openmaken van de bestaande zuidelijke exploitatieweg. Daarna volgde het verwijderen van de bomen aan de oostkant die alle licht wegnamen van de brede gracht waardoor het waterleven werd onderdrukt. Ook werden in deze fase de Amerikaanse eiken gekapt. In de tweede fase worden de verboste delen van Het Goor weer opengekapt. Later in de zomer zal er worden gestart met het ruimen en aanschuinen van de beken en het machinaal plaggen van belangrijke oppervlakten vergrast terrein. Volgend jaar dan staat het ruimen van de vijver op het programma.

 Op deze manier willen wij de toekomst veilig stellen voor de specifieke plantengroei van Het Goor, maar ook (water)vogels meer kansen geven.

 

DE LANGDONKEN

en Leo plagde voort ...

In de Langdonken worden enkele dennenaanplanten omgevormd naar heide. Achteraf willen we de vegetatie maaien met een maaibalk, dus moeten ook de stronken uitgefreesd worden. Door een defect aan de Natuurpuntstronkenfrees loopt het verwijderen van stronken enige vertraging op. Leo, onze eigenste kraanman, plagde dit jaar enkele tientallen aren met een kraan. En zie, de eerste plantjes van de Ijle rus (ook wel genaamd 'Wijdbloeiende rus' of 'juncus tenagéia') verschenen ten tonele. Nu moet je weten dat dit onooglijk kleine pionierplantje zeer zeldzaam is.
We mogen heel blij zijn, want deze soort geeft aan dat plaggen in de Langdonken echt wel een zeer geschikte beheersmaatregel is om de doelvegetaties kansen te geven. Op de graslanden achter de schuur (een vijftal jaar geleden geplagd), vonden we Bronkruid (Montia L.), ook een niet-alledaagse soort, die ook het nu al mooie vegetatieplaatje van deze heischrale graslanden weer wat aanvult. Tenslotte nog melden dat het Heidekartelblad (Pedicularis sylvatica) dit jaar bloeide als nooit tevoren (op een perceel dat al meer dan tien jaar geleden geplagd werd). Leo, doe zo voort !

 

SCHAAPWEES

Al enkele jaren maaien we regelmatig de wandelpaden in het Schaapwees. Steeds meer mensen brengen een bezoekje aan dit natuurgebied. Genietend van de natuur zorgen deze bezoekers er onbewust voor dat de zaden van bepaalde planten langs het wandelpad meegevoerd en verspreid worden. Eén van deze planten is "Look-zonder-look". Deze zomerbloeier is gemakkelijk te herkennen aan zijn hartvormige, gegolfde bladeren die bij kneuzing een lookgeur verspreiden. In enkele jaren tijd heeft deze plant het klaar gekregen om, van een paar groeiplaatsen op de dijken van de Grote Nete, zich te verspreiden langsheen het ganse traject van het wandelpad in het Schaapwees.

In het zog van Look-zonder-look is ook Klein springzaad bezig met het koloniseren van de randen van de wandelpaden in het Schaapwees. Als wij weten dat deze plant op het einde van de 19de eeuw vanuit Azië tot in Europa is geraakt, zullen die paar kilometer langs de wandelpaden van het Schaapwees geen probleem opleveren. Zeker als hij hiervoor een beroep kan doen op honderden genietende en onbewuste helpers.

 

LAAKDAL: DE OSSENBROEKEN

Waar in het rijk van Ree, Nachtegaal en Houtsnip
de lentepaden bedekt zijn met een geelwit tapijt
van vroege voorjaarsbloemen,
zoeken de dieren zich in de zomer een weg
langs muren van brandnetels en bramen.

In herfst en winter vinden hazelaars en eiken
hier gretige afnemers voor hun lekkere hapjes
en klimop is er in de Ossebroeken
overal voor hen die tegen weer en wind
beschutting zoeken".

Niet alleen de seizoenen zorgen voor afwisseling in de Ossenbroeken, ook de verscheidenheid aan landschapselementen maakt dit natuurgebied zo aantrekkelijk. We ervaren er een landschap van populierenbossen afgewisseld met natte weilanden, wilgenstruweel, moerasbos en ruigten langs een kronkelende Kleine Laak.

Situering

In Laakdal, in de deelgemeente Vorst, op amper één kilometer ten noorden van de dorpskern vinden we 'De Ossebroeken'. Op de zuidflank van de Vallei van de Kleine Laak ligt het natuurgebied mooi omgeven door landschappelijk - en ecologisch waardevol landbouwgebied. Het gebied wordt doorsneden door de Nieuwe baan, een drukke verbinding tussen Geel en Diest. Er lopen ook vele veldwegen door het gebied en één ervan is een opvallend hoger gelegen pad, namelijk de Pestendijk. Aan de westkant ter hoogte van de baan Langedijk sluit het gebied aan met 't Hoeves en de Craeywinckel, aan de oostkant gaat het natuurgebied 'Ossebroeken' over in de Swinnebroeken, zo tot aan de Geelsebaan. Het gaat hier over een groengebied van ongeveer 170 ha waarvan Natuurpunt 11 ha in beheer heeft.

 Historiek

Kaarten van 1871 geven ons aanwijzingen over de ouderdom van sommige landschappelijke structuren. Zo was de Pestendijk toen reeds prominent aanwezig in het landschap. Er dient gezegd, dat deze weg inmiddels is opgehoogd met stortmateriaal. En nagenoeg de volledige percelering van Swinnebroeken is op de kaart van 1871 gelijkaardig aan de huidige indeling! Ook namen zoals: Waterstraat, Pestendijk, Veedijk geven ons een beeld hoe het er in die tijd aan toe ging. Aangezien dit laaggelegen gebied meestal ongeschikt was voor akkerbouw, liet men er koeien en ossen op grazen. Zo ontstond hier een beemdlandschap met valleibossen en drassige weiden, wat tot op heden plaatselijk nog goed bewaard is gebleven. In de valleibossen overheersen nu wel de canada-aanplantingen. Voor de natuur een minder goede keuze maar historisch wel te verklaren omdat vooral de deelgemeente Vorst vroeger het mekka was van de klompenmakerij. In de eerste helft van 1900 hadden de klompenmakers hout van populier en wilg nodig om Laakdal en omstreken van schoeisel te voorzien. Sinds 1988 bestaat in Laakdal het Klompenmuseum. De vrienden van het Museum vzw richtten het op als herinnering aan de klompenmakers. En het klompenpad, een bewegwijzerd wandelpad dat zigzag door het gebied loopt, is ook een eerbetoon aan deze ambachtslieden.

 De waterhuishouding is hier een geval apart.

Zoals reeds gezegd ligt het gebied in de vallei van de Kleine Laak. En aan de zuidkant passeert de Borgtloop die ter hoogte van Swinnebroeken nog Beusterbeemdenloop wordt genoemd. Alles wijst er dus op dat het hier om een vrij nat moerasgebied zou moeten gaan. Maar de huidige realiteit is anders. In de Swinnebroeken kunnen we hier en daar nog wel eens water in een gracht aantreffen, maar in de kern van het gebied is dat niet meer het geval. Het is inderdaad opvallend dat bijna al het water dat ter hoogte van de Ossebroeken passeert de grond wordt in gezogen.

Toch is het zo dat de Beusterbeemdenloop soms vrij veel helder water aanvoert, maar zelfs bij dagenlang stortregenen komt het water niet verder dan halfweg het gebied om daar als het ware in het niets te verdwijnen. Ook de Kleine Laak droogt in de zomer, ter hoogte van dit gebied steeds uit. Dit probleem zorgt voor heel wat vissterfte en deze verdroging heeft ook een verruigende invloed op de vegetatie. De bodem is hier zandleem en dus goed doorlaatbaar, maar dat het water alleen in deze omgeving en dan nog zo snel in de bodem zinkt, is uitzonderlijk en heeft daarom zonder twijfel te maken met de nabijheid van een intensieve waterwinning. In de beken langs de Waterstraat zal men nog zelden water aantreffen.

Flora

In dit valleigebied bemerken we een grote verscheidenheid aan vegetatie en vooral op de grens tussen Ossebroeken en Swinnebroeken vinden we talrijke percelen met een hoge biologische waarde. De meest waardevolle zijn de natuurlijke elzenbroekvegetaties, waar de menselijke verstoring het geringst is. Ook de loofbossen van Zomereik, Zwarte els en aanplanten van Populieren, waar de oorspronkelijke vegetatie nog goed te herkennen is, zijn interessant. De ondergroei zorgt vaak voor een belangrijke vegetatie met o.a. Kamperfoelie, Gelderse roos, Sleedoorn, Bramen en vooral veel Hazelaar. In het voorjaar profiteren heel wat lentebloeiers zoals Speenkruid, Bosanemoon, Muskuskruid en Dotterbloem van het vele licht dat door de nog bladerloze boomkruinen de bodem bereikt. In dit gebied vinden we een speciale vorm van Speenkruid. De bladrand van dit plantje is opvallend sterk gerimpeld of geplooid.

In de Canada-aanplantingen wordt de bodem door de snelle mineralisatie van de populierenbladeren in sterke mate verrijkt en duiken ruigtekruiden op. Zo wordt in de zomer bijna het hele bos ondoordringbaar vanwege de vele Brandnetels.

Plaatselijk treffen we Vogelkers aan. Deze inheemse soort vormt hier dichte bossen die in april met geurige bloemen zijn getooid. In de bermen langs de beek en langs de bospaden bloeien in de zomermaanden allerlei bloemen die van vochtige bodems houden: Valeriaan, Kattestaart, Koninginnekruid en ook Adderwortel. Deze laatste is een soort die in de Kempen eerder zelden voorkomt. Deze plant met zijn roze, aarvormige bloem vinden we plaatselijk langs de Kleine Laak. Toch heeft dit plantje het ook hier niet gemakkelijk. Hij staat namelijk aan de rand van het gebied en heeft last van de sproeimiddelen die gebruikt worden in en langs het nabijgelegen maïsveld. Verspreid tussen de bossen liggen talrijke kleinere of grotere extensieve graasweiden met als opvallendste planten Pinksterbloem en Echte koekoeksbloem. Tussen de weiden komen verschillende waardevolle bomenrijen en enkele oude houtwallen met oa. Sleedoorn voor.

 Fauna

Het mozaïek van akkers, houtkanten, bossen en weilanden maakt de Ossebroeken geschikt voor heel wat diersoorten die er schuilplaatsen, broedplaatsen, voedsel en rust kunnen vinden. Het gebied is gekenmerkt door een interessante vogelstand, waarbij verschillende weinig algemene soorten waar te nemen zijn, zoals Wielewaal, Boomklever, Bosrietzanger, Sprinkhaanrietzanger en andere. In dit valleigebied broeden verschillende roofvogelsoorten als Buizerd, Sperwer, Torenvalk, Bosuil, Ransuil, Steenuil en soms ook Boomvalk en Wespendief.

Naast de schitterende zang van de Nachtegaal, zal je op een voorjaarsmorgen zeker ook Zwartkop, Tuinfluiter, Grasmus, Tjiftjaf, Winterkoning, Roodborst kunnen horen. En in de meimaand kun je er genieten van de kenmerkende roep van de Wielewaal die zich ergens boven in een populierenkruin schuil houdt. Want ook deze vogels brengen hier graag hun jongen groot. Er broeden ook nog tientallen andere soorten zoals mezen, vinken, lijsters, Koekoek, Tortel, Roodborsttapuit, Boomkruiper, Veldleeuwerik, Heggemus, Fazant, Vlaamse Gaai, Ekster en Kraai. En ook de verschillende spechten zijn uit dit natuurgebied niet weg te denken. Als doortrekkers, pleisteraars of wintergasten noteren we onder andere: Reiger, Keep, Koperwiek, Kramsvogel, Sijs, Geelgors, Rietgors, Patrijs...

En dan hebben we nog de Houtsnip. De Houtsnip is een steltloper die niet echt aan water is gebonden. Zijn leefgebieden zijn vooral vochtige bossen met een dikke humuslaag. Deze vogel bakent tijdens de broedperiode zijn territorium af in een opvallende vlinderachtige vlucht bij avondschemering. Hij maakt daarbij knorrende 'oeoorrr' geluiden en ook een hoog `psiewik' kun je dan horen.

Reeën zijn de grootste en meest opvallendste zoogdieren in de Ossenbroeken. De stille wandelaar kan deze dieren zien grazen en knabbelen langs één of andere bosrand. Ook Haas en Konijn kunnen je wel eens voor de voeten lopen. Verschillende muizensoorten en ook Vleermuizen, Vos, Bunzing, Hermelijn en Wezel komen hier voor. Door hun nachtelijke levenswijze krijgen we deze dieren echter weinig of niet te zien.

Wat watergebonden dieren als vissen en amfibieën betreft, zijn de Ossebroeken een gevaarlijke omgeving! Het laaggelegen gebied vormt door de aanwezigheid van vele vochtige graslanden en sloten een geschikte biotoop voor amfibieën als Bruine en Groene kikker, Gewone pad en Alpenwatersalamander. Maar bij de voorjaarstrek worden er veel padden op de Nieuwe baan doodgereden. En in de Kleine Laak komt een waardevolle visfauna voor met o.a. Kleine modderkruiper. Het is dan ook spijtig dat vele van deze dieren samen met Buizende dikkopjes omkomen als deze beek ter hoogte van het gebied in de zomer weer droog valt.

Ook libellen, vlinders en andere indicatorinsecten komen hier voor en getuigen van een goede biotoopkwaliteit. Tientallen vlindersoorten zijn hier te vinden, zoals: Zwartsprietdikkopje, Geelsprietdikkopje, Groot dikkopje, Koninginnepage, Citroentje, Groot en Klein koolwitje, Klein geaderd witje, Oranjetipje, Kleine vuurvlinder, lcarusblauwtje, Boomblauwtje, Atalanta, Distelvlinder, Dagpauwoog, Kleine vos, Gehakkelde aurelia, Landkaartje, Bont zandoogje, Koevinkje, Hooibeestje en Bruin en Oranje zandoogje.

Ecologische relaties met de omgeving

Deze landschapseenheid is nauw verbonden met de andere natuurgebieden in de vallei. De natuurwaarden lopen verder door in het gebied Craeywinckel en anderzijds in de Biezenhoed te Meerhout. Deze gebieden vormen samen de vallei van de Kleine Laak en de Kleinbroekloop, een ecologische eenheid met vochtige gronden, waarop bossen en kleinschalige weilanden voorkomen. We vinden er dan ook een gelijkaardige fauna en flora en er gelden vaak dezelfde knelpunten.

 Enkele knelpunten en bedreigingen: 

  1. omzetten van soortenrijke hooilanden naar raaigraslanden, maïsakkers of boomkwekerij.
  2. verdwijnen van kleine landschapselementen
  3. eenvormig beplanten van waardevolle hooilanden en elzenbossen met productiepopulieren.
  4. plaatselijke verdroging van het gebied.
  5. de natuurlijke relatie tussen beek en beekbegeleidende gronden is verstoord door een ruimingswal, welke meestal sterk verruigd is.
  6. sluikstorten langs de vele veldwegen

Besluit

Zoals blijkt, gaat het hier over een zeer interessant open gebied met een grote actuele natuurwaarde en mooie mogelijkheden voor natuurontwikkeling in de toekomst. Plaatselijk wordt de bestaande natuurwaarde echter verstoord door een aantal knelpunten of komen een aantal bedreigingen voor die de ontwikkeling van het gebied hinderen.

Het beheer zal er op gericht zijn om deze knelpunten zoveel mogelijk weg te werken. Daarna zal men verder het gebied begeleiden naar een landschap dat grotendeels van nature ontstaat. De vochtigheid van de bodem en het extensieve gebruik ervan, zijn enkele elementen die aangeven hoe het mozaïek van beemden, houtkanten, bossen en moerassen er zal uitzien. Jaarlijks worden er begeleide wandelingen georganiseerd. Zo is de lentewandeling waarbij we op zoek gaan naar Nachtegaal en Houtsnip steeds een groot succes. Anderzijds is het gebied vrij toegankelijk langs de bestaande paden.

Vic Van Dyck

 

NETEVALLEI te HEIST-OP-DEN-BERG

Het voorjaar 2004 zit er weer op. April en mei zijn steeds interessante maanden om het gevoerde beheer te evalueren. Opmerkelijke vaststelling is ongetwijfeld de extreme droogte in de ganse Netevallei. De maanden maart tot en met mei leverden slechts de helft van de normale neerslaghoeveelheid op. Dit heeft uiteraard zijn invloed op de flora. Zo heeft de waterminnende Dotterbloem het dit jaar bijzonder moeilijk: kleinere bladeren en minder bloemen zijn het gevolg.

In april bedekte de Bosanemoon met haar witte kleurendeken de bodem in een jong eikenbos aan de Hogewegbeemden te Booischot. Ongeveer 5.000 vierkante meter wordt wit getooid door deze prachtige voorjaarsbloeier. Tijdens dit voorjaar konden we ook een gedeelte van het aanpalende oude bosbestand verwerven. Dit wordt gedomineerd door ca. 100-jaar oude Zomereiken, die zich op een hogere donk in de vallei bevinden. In de kruidlaag treffen we onder meer de sierlijke Salomonszegel aan.

 In de Moerbeemden te Hallaar hebben 2 jaar maaibeheer in een uitgebreid pitrusveld geleid tot fraaie resultaten. De dikke pakken afgestorven pitrusbulten maken plaats voor een ijlere en lagere vegetatie. Typische soorten van natte veenbodems, zoals Moerasviooltje en Wateraardbei breiden uit.

 Het Oranjetipje profiteerde van het prachtige voorjaar en was goed vertegenwoordigd in de Netevallei. Deze dagvlinder legt zijn eitjes op de bloemen van de Pinksterbloem. De populatie Pinksterbloemen deed het zeer goed in de begraasde delen van het reservaat in de Laarbeemden, de Wishagen en langs de Oude Molenbeek te Booischot.

Op 12 april 2004 kropen 22 vroege vogels vroeg uit hun veren om te genieten van de vogelzang tijdens een vroegmorgentocht in de Netevallei te Hallaar. De onbewolkte hemel had er voor gezorgd dat het kwik omstreeks 7 uur het vriespunt bereikte. Dichte nevelslierten domineerden het Netelandschap. De zon ondernam enkele pogingen om de lokale mistbanken op te lossen. Zo konden we genieten van een prachtige zonsopgang in een uniek landschapskader. Een plaatje dat ook het weerjournaal van de lokale TV-zender RTV haalde met een inzending van onze redacteur Paul Anthonis. 36 verschillende zangvogels lieten zich beluisteren of bekijken. De show werd andermaal gestolen door de Roodborsttapuit (7 ex). Op een vijver vertoefden 2 Canadaganzen, die er later 5 jongen zouden krijgen en 8 Kuifeenden. Aan het rietveldje van het Kerkendonkske zong een zeldzame Rietgors. De Blauwborst liet zich slechts op één plaats beluisteren. Zijn terugkeer was ongetwijfeld vertraagd door de aanhoudende noorderwinden van de afgelopen 10 dagen. De roofvogels waren present met Buizerd, Sperwer en Torenvalk. De waargnomen Koekoek was voor velen de eerste van het seizoen.

Op 16 april deed ik een unieke waarneming in de omgeving van Lodijkbrug. Het was 13u45 in de namiddag bij een stralende zon en ca. 20 graden warm. Een ideaal lenteweertje voor een wandeling langs de Neteboorden. Plots bemerkte ik een fladderend diertje boven het water in een scherpe Netemeander. Het diertje vloog in cirkels of achtvormen laag over het water. Opmerkelijk was de constant opengesperde bek, waarvan de rode kleur zeer sterk opviel. Een vleermuis op klaarlichte dag gedurende een kwartier lang kunnen observeren was een unieke ervaring.

Op 31 mei daagden 19 vogelkijkers op voor een nieuwe vroege tocht. De bestemming was deze keer de Netevallei te Booischot. Onderweg konden we driemaal genieten van de melodieuze zang van de Nachtegaal. De Zomertortel liet zich zelf enkele malen mooi bekijken door de telescoop. De Bosrietzanger en Grasmus waren goed vertegenwoordigd. Nabij de technische dienst zong een Spotvogel, verscholen vanuit het jonge groenscherm. Tussen het Schedefonteinkruid konden tientallen karpers en enkele grote goudvissen hun kuit schieten. De mooiste herinnering bewaren we echter aan de aanwezigheid van een Grote gele kwikstaart aan de Lodijkbrug en aan de brug te Mac Adam te Booischot. Is zijn aanwezigheid het resultaat van opeenvolgende zachte winters of van een verbetering van de waterkwaliteit van de Grote Nete?

Op 13 juni bezochten we de Wishagen om de aanwezigheid van de vlinderfauna van naderbij te bekijken. Enkele dagen met zomerse temperaturen hebben de klassieke trekvlinders - Atalanta en Distelvlinder - naar onze streek gebracht. Onze aandacht gaat echter vooral uit naar het Icarusblauwtje, een typische bewoner van bloemrijke schralere graslanden. Aangezien dit blauwtje door het uitzonderlijke weer in september 2003 een uitgebreide populatie had opgebouwd in de vallei, waren de verwachtingen hoog gespannen. Op de Netedijk waren reeds 3 exemplaren aanwezig op Klaverbloempjes. In ons hooilandje - paars gekleurd door Knoopkruid - vlogen 2 mannelijke en 2 vrouwelijke dieren. Bovendien waren het Groot dikkopje (8 ex) en het Bruin zandoogje (5 ex) goed vertegenwoordigd. Tot slot waren ook 2 Kleine vosjes aanwezig, na enkele jaren quasi afwezigheid

 

 

NME: CURSUS VLEERMUIZEN

Theorieles: zaterdag 11 september 2004, te 20 u 00 in Natuurpuntlokaal te Hallaar Excursie: zaterdag 18 september, bijeenkomst 19 u 00 aan Natuurpuntlokaal

Deze zal waarschijnlijk rond het fort van Lier of Oelegem gebeuren. Deelnameprijs: € 7,00 (leden) en € 10,00 (niet-leden)

Lesgever: Sven Verkem, gespecialiseerd in zoogdieren

Info en inschrijvingen:Chris Segaert 015 / 22 01 06

Vleermuizen hebben niets gemeen met muizen. Het zijn vliegende zoogdieren. De naam komt van gewestelijk Nederlands vleer of vleugel, een fladderend op de muis lijkend handvleugelig zoogdier, behorend tot de orde der Chiroptera (Grieks: Xeip = hand en ¥tepov = pteron = vleugel). In het Duits hebben we het gelijkaardige Fledermaus, in het Engels kortweg bat en in het Frans chauve-souris of kale muizen, zo genoemd bij gebrek aan duidelijke beharing. Dankzij het bezit van zeer lange en tot dunne baleinen uitgegroeide vingers in een vliesdunne vlieghuid, zijn het uitermate behendige vliegers. Zij hebben zich aan het koelere klimaat van onze windstreken kunnen aanpassen door hun vermogen tot winterslapen in mergelgroeven, forten, ijskelders, zolders van kerken en huizen, spouwmuren enz... Zie je ze met hun kop omlaag hangen? Ze beschikken ook over een buitengewoon gehoor (sonar), waarbij ze een geluid uitstoten dat ver boven onze gehoorgrens ligt. Dat geluid kaatst gemakkelijk terug waardoor vleermuizen hun prooi, insecten, kunnen localiseren en feilloos vatten. Als insectivoren eten zij dagelijks hun gewicht aan muggen, vliegen, motten en andere insecten op. Ze zijn een zegen voor de landbouwgewassen en insecten die het ons lastig maken.
Er zijn een zeventiental inheemse soorten, waarvan de Grote en Kleine hoefijzerneus nagenoeg verdwenen zijn.
Dwergvleermuizen, Rosse vleermuizen en Gewone grootoorvleermuizen zijn nog vrij talrijk. Als nachtdieren heeft de mens ze gezien als vertegenwoordigers van duivelse machten, samen met uilen en slangen. Ze werden indien mogelijk massaal vernietigd of,om kwaad met kwaad te bestrijden, aan de voordeur gespijkerd.
Behoren deze barbaarse handelwijzen tot het verleden, dan resten nog de onuitroeibare vooroordelen dat zij ons in de haren zouden vliegen en dat zij behept zouden zijn met ongedierte, dat gemakkelijk op de mens kan overstappen.

Wat maakt vleermuizen tot een bedreigde soort?

- Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in land-, tuin- en bosbouw vernietigt hun voedsel en vergiftigt ze.
- Gebruik van chemische houtconserveringsmiddelen tijdens restauratie van gebouwen.
- Het onbewoonbaar worden van hun verblijven door mergelwinning, afbraak van gebouwen, restauratie, recreatie, aanbrengen van isolatiemateriaal in spouwmuren en dergelijke - Het kappen van holle bomen
U begrijpt dat vleermuizen bescherming behoeven, wat reeds meer dan twintig jaar bij ons het geval is. Wat zijn maatregelen echter waard als we zien hoe onze omgeving verloedert?

Als u meer wil vernemen over deze geheimzinnige en boeiende zoogdieren, ze bij valavond wil zien vliegen en hun geluiden met de bat-detector wil horen, dan kan Sven Verkem je daar beslist bij helpen.

 

HOE DE UIL EEN NACHTDIER IS GEWORDEN

In de natuur hebben veel dieren en planten hun naam te danken aan bijzondere kenmerken of eigenschappen. Ook bestaan er vele volksverhalen over dieren, planten en hun bijzonderheden. Het onderstaande verhaal hoorde ik laatst van een boswachter en wil ik jullie niet onthouden.

 

Een lange tijd geleden hadden de vogels een vliegwedstrijd uitgeschreven: "wie het hoogst vloog, zou koning zijn". Ongetwijfeld zou de Arend de zege behaald hebben, maar het Winterkoninkje, een klein vogeltje, had hem gefopt. Bij het omhoogvliegen was het tussen de veren van de Arend gekropen, en toen de Arend tot aan de wolken gekomen was en zeker dacht te zijn van de overwinning, was het kleine Winterkoninkje tevoorschijn gekomen en nog hoger gestegen, hoger dan de Arend zelf gegaan was. Vandaar de naam van koninkje, zoals hij nu nog genoemd wordt. Maar de vogels schaamden zich om zo'n klein, onnozel ding tot koning te hebben, en wilden het doden. Zodra het beestje beneden kwam, schoten er een dozijn vogels tegelijk naar het kleine vogeltje toe. Het Winterkoninkje was hen evenwel te snel af en schoot in een spleet van een boom. De opening was zo klein dat geen andere vogel er in kon.

Wat nu gedaan? Er werd beraadslaagd en er werd besloten dat de Uil 's nachts de wacht zou houden. " De bedrieger zal van de honger toch uit zijn holletje moeten komen," zeiden ze tot de Uil, "Iet dus wel op, dat hij niet ontsnapt." Daarop vertrokken de andere vogels. Terwijl de Uil nu op zijn post stond, kwam het Winterkoninkje van tijd tot tijd door het spleetje kijken, maar trok zich snel terug als hij zag dat zijn vijand waakte. Intussen was het nacht geworden en na enige uren werd de Uil overvallen door de slaap. Hij deed zijn best wakker te blijven , maar kon uiteindelijk zijn ogen niet meer open houden. Zodra het Winterkoninkje dit gezien had, was hij weg! Toen de andere vogels 's morgens hoorden dat de Uil in slaap gevallen was, en het Winterkoninkje had laten wegvliegen, waren ze razend op hem en achtervolgden hem overal waar zij hem zagen. Nu nog steeds zijn ze zo boos op hem, dat hij alleen 's nachts uit durft te vliegen.

W. Bressers

docent biologie - artikel op het web

VOGEL IN DE KIJKER: TJIFTJAF

 Herkenning: De lengte is ongeveer 11 cm. De Tjiftjaf is een kleine zangvogel die als zomergast in onze streken verblijft. De Latijnse naam is Philloscopus Collybita.

Deze vogel heeft een vale oogstreep en een olijfgroene rug. De Tjiftjaf lijkt als twee druppels water op de Fitis. Van op afstand is de zang het enige middel om beide soorten uit elkaar te houden. Van nabij is waar te nemen dat de Tjiftjaf donkere poten heeft. Daarnaast is de Tjiftjaf wat minder geel dan de Fitis en wat grauwer van kleur en heeft een minder opvallende wenkbrauwstreep. In de nazomer is de jonge Tjiftjaf veel geler dan de oude vogels en dan is verwarring met de Fitis zeer wel mogelijk.

Geluid: Weinig vogels zingen zo'n regelmatig lied als de Tjiftjaf. Het lijkt op de zang van de Koolmees. De Tjiftjaf zingt echter op één enkele toonhoogte. Deze verdragende zang, een tweetonig hoog 'tjif en een lager 'tjaf, verraadt zijn aanwezigheid onmiddellijk.

Broedgebied: De Tjiftjaf maakt een bolvormig nest dat meestal in een dichte wirwar van braamtakken, brandnetels en andere begroeiing vlak boven de grond ligt. Deze vogel verblijft overal waar de combinatie van bomen met struiken aanwezig is. Als broedvogel is de Tjiftjaf in heel Europa te vinden.

SPROKKELS

VOGELS

 

Onze kleinste Fuut, de Dodaars was weerom present in 't Hoeves te Vorst. Vanaf eind maart lieten ze daar hun hinnikende roep horen van op de waterplassen. Hopelijk brengen zij weer enkele jongen groot (LEK, BEH). Aalscholvers pleisterden weer traditioneel in 't Trichelbroek te Eindhout met maximum 14 exemplaren op 6 maart. Ook in Varendonk-Watereinde (Laakdal) verbleef een zelfde aantal op 6 maart (BEH). Over Vorst trok een groepje van 11 op 17 maart (LEK). De Blauwe reigers in 't Trichelbroek bezetten in hun kolonie aldaar en 60tal nesten (BEH, VKJ). Ooievaars waren vooral in Veerle-Laakdal bijna dagdagelijkse kost gedurende de ganse periode. Het gaat hier bijna hoofdzakelijk om vrijgelaten exemplaren uit de taverne `t Ooievaarsnest". (zie hierover een korte bijdrage elders in dit tijdschrift). Veel spectaculairder was een naar het oosten overvliegende Zwarte ooievaar over Booischot op 4 mei (VDJ).
Ook zwart met wit was een laag overvliegende (Australische) Zwarte zwaan op 12 april over de Brandstraat, eveneens te Booischot (VDJ). Op 't Hoeves te Vorst pleisterde heel de periode een Knobbelzwaan (BEH). Canada-, Branden Nijlganzen waren in kleinere aantallen aanwezig in Laakdal en omgeving. In de Netevallei te Heist nam WOW op 9 mei een koppel Canada's waar met 5 pulli. Nijlganzen kozen in Blauberg weerom een torenvalkenbak uit om hun eieren in uit te broeden (BEH, VWL). Ook exotisch zijn de Mandarijneendjes die onze beekjes in de bossen bevolken. Zo verbleven er op 3 april telkens één koppel in de Goorbeek te Bergom en één in 't Varenbroek te Varendonk (VKJ, BEH). Op 't Trichelbroek verbleef van 4 tot en met 30 maart één mannetje Witoogeend. Op 6 en 16 maart verbleven er zelfs twee mannetjes van dit zeldzaam eendje (BEH, VKJ, en vele anderen). Verder zwommen hier maximum 10 Krakeenden rond op 6 maart (BEH) en werden maximum 26 Slobeenden waargenomen op dezelfde dag (BEH). Op 't Hoeves te Vorst verbleven op 31 maart eveneens 7 Krakeenden en enkele Slobeenden (BEH).

Van onze roofvogels waren de Buizerds bij mooi weer niet uit de lucht te slaan. Op 21 maart cirkelden er zelfs zeven exemplaren samen boven de Langdonken te Herselt (VDB). Ook de Haviken hebben weerom hun traditionele broedplaatsen opgezocht en op verschillende plaatsen succesvol hun jongen grootgebracht. Buiten de gekende broedplaatsen waren er van deze soort nog waarnemingen te Houtvenne op 6 maart en te Hallaar op 28 maart (ARK, DAG). Op 18 april trok een Rode wouw over de Netevallei te Booischot (ARK, DAG) en op 2 mei vereerde een Visarend de Langdonken met een bezoek (VDB). Hier verscheen ook de eerste Boomvalk op 25 april (VDB). Van deze soort waren er verder waarnemingen op 9 mei in de Netevallei te Itegem (WOW), op 18 mei was een vogel op libellenjacht boven de vijvers van 't Hoeves te Vorst (BEH, VWL) en op 22 mei vloog een exemplaar over de Bremstraat te Oosterwijk (VKJ).

Ook dit voorjaar werden weer enkele waarnemingen van Patrijzen doorgegeven: op 14/3 2 vogels langs de Herseltseweg te Veerle, Evenveel vogels in de Peerdsdonken te Booischot op 17 april en 3 mei (VDJ) en niet minder dan 6 Patrijzen te Wiekevorst op 2 mei (WOW). Houtsnippen baltsten weer op verschillende plaatsen in de Laakvalleien te Laakdal. Heel wat nauurpunters genoten van deze vogels tijdens onze avondwandeling in de Ossenbroeken te Vorst op 1 mei. Watersnippen op doortrek waren er met zijn vieren op 3 april in de Roost te Veerle (BEH), op 25 april 2 vogels in de Langdonken te Herselt (MAG) en op 10 april langs de Langendijk te Hallaar (WOW). Witgatjes pleisterden in de Langdonken met twee exemplaren op 7 april (MAG) en telkens één op 17 maart en 25 april (VDB). In de Netevallei te Booischot was deze soort present op 31 maart (WOW) en op 18 en 25 april (DAG) en in de Goorbeek te Bergom op 3 april (BEH, VKJ). Ook verschenen enkele Oeverlopers op doortrek met op 8 en 9 mei één exemplaar in de Netevallei te Booischot en op 16 mei te Itegem (WOW). Ook in 't Trichelbroek scheerde een Oeverloper over 't wateroppervlak op 9 mei.

Maart en april zijn traditioneel de Zwarkopmeeuwmaanden in de Zuiderkempen. Grotere groepen Kokmeeuwen zijn dan steeds de moeite waard om even af te speuren. De eerste 4 adulte Zwartkopmeeuwen verschenen in een schapenweide langs de Steenweg op Veerle op 14 maart (BEH). Opvallend is wel dat BEH op deze weide al drie jaar na elkaar zijn eerste Zwartkopmeeuwen ziet. Op 9 april verbleven er niet minder dan 19 van deze meeuwensoort gelijktijdig in een weide langs de Vossenberg te Veerle en op 10 april 10 vogels gelijktijdig langs het Wijngaardbos in diezelfde gemeente (BEH). Op 6 en 14 april pleisterden er op deze laatste plaats ook twee adulte Kleine mantelmeeuwen (BEH) en op 1 mei zelfs drie exemplaren (2 adulten en 1 immature) op het dak van dagcentrum Vogelzang te Vorst (BEH en deelnemers avondwandeling Ossenbroeken).

Onze Bosuilen hebben dit jaar geen goed broedseizoen achter de rug. Meer dan de helft van de andere jaren bezette nestkasten bleven leeg (BOJ, BEH, VKJ). De Steenuiltjes deden het duidelijk beter met zelfs enkele broedsels met zes pulli (BEH, VKJ). Van de steeds zeldzamer wordende Ransuil was er een geslaagd broedgeval met 3 pulli in 't Trichelbroek te Eindhout (BEH, VWL). Over de Kerkuilen traditioneel meer nieuws in volgend nummer.

Van onze grootste specht, de Zwarte specht kwamen dit voorjaar gelukkig opnieuw heel wat waarnemingen binnen: JVK nam er waar in de Beeltjes te Westerlo, in 't Engels Kamp te Tongerlo en in Oosterwijk, VDJ te Booischot en BEH in 't Trichelbroek te Eindhout, in 't Wijngaardbos te Veerle en langs het Ploegpad te Blauberg. Kleine bonte spechten lieten zich horen en zien in de Goren te Wiekevorst op 15/3 (VKJ), in de Swinnebroeken te Vorst op 26/3 (LEK) en op 25/4 en 2/5 in de Langdonken te Herselt (VDB). Op 28/4 was LEK de gelukkige waarnemer van een schitterende Draaihals in de Swinnebroeken te Vorst.

De Boerenzwaluw kwam dit voorjaar weer maar magertjes terug. Goed nieuws is er wel voor de kolonie Huiszwaluwen aan de Gevaert-fabriek te Heultje. De kolonie is ondertussen aangegroeid tot meer dan 40 vogels die bovendien ook gretig gebruikmaken van de hen aangeboden kunstnesten (VDJ). Langs de Steenweg op Veerle te Eindhout zong dit jaar nog 1 Veldleeuwerik (BEH) . Wie weet er nog zitten in onze afdeling? Tapuiten op doortrek werden ge

signaleerd op de Stenenheide te Oosterwijk met 1 exemplaar op 16/4 en 3 vogels op 30/4 (VKJ). WOW nam drie Tapuiten waar te Wiekevorst op 2 mei en telkens twee exemplaren in de Netevallei en op de Leemheide, beide te Itegem op 16 mei. Hier zag hij dezelfde dag ook één Paapje. Waarnemingen van Roodborsttapuiten mogen nog steeds doorgegeven worden aan de leden van de vogelwerkgroep in het kader van een provinciale inventarisatie door ANKONA. Op 3 april pleisterden er op een natte weide nabij de Roost te Veerle 13 Waterpiepers waarvan enkele reeds deels in zomerkleed (BEH). Grote gele kwikken worden steeds algemenere broedvogels langs de Grote Nete. Zij prefereren de bruggen om er hun nesten onder te maken. In Heist-op-den-Berg waren er waarnemingen aan Lodijkbrug en de Fonteinbrug te Itegem (WOW). De eerste Bonte vliegenvangers verschenen in de tuin van VKJ te Oosterwijk op 25 april. Zij brachten er in een nestkast ook een nest jongen groot. In 't Varenbroek te Herselt zong op 3 april een Glanskop (BEH, VKJ). Waarschijnlijk één van de weinige broedplaatsen in onze omgeving. VKJ en BEH telden ook dit jaar weer de Roekenkolonies in onze afdeling: Tongerlo Moestoemaat 51, Tongerlo Tolhuis 8, Vorst Meerlaarstraat 22 en Voortkapel Strateneinde 5 nesten. Andere meldingen van Roekenkolonies blijven van harte welkom. Tenslotte nam VKJ nog Putters waar in 't Engels Kamp (Tongerlo) op 7 maart.

 

ZOOGDIEREN

Op 15 maart verbleven twee zeer makke Damherten in de Goren te Wiekevorst (VKJ). Ook verblijft er al geruime tijd een Damhinde in 't kasteelpark te Westerlo. VKJ en BEH namen ze daar waar op 3 april. Verongelukte Bunzings werden opgeraapt te Tongerlo, Langestraat op 16 maart (VBK), te Oevel Nijverheidsstraat op 21 maart (THK) en nabij het kasteelpark te Westmeerbeek op 3 april (THK). In een schuur nabij de Roost te Veerle werd op 25 maart eveneens een dood exemplaar tussen het hooi gevonden.(René Bloemen). Een kleiner Wezeltje sneuvelde op 17 maart in de Peirenstraat te Veerle (HEW). Een veel grotere Steenmarter vond dan weer de dood op 20 april langs de Aarschotsesteenweg te Herselt (Karel Eyckmans, Wim Bries).

 

ONGEWERVELDEN

Op 20 mei zong een Veenmol nabij het Trichelbroek te Eindhout (VWL, BEH)

 

VERRE TORENVALK

 

Jaarlijks ringen een aantal leden van onze afdeling heel wat pulli Torenvalken in nestkasten. Dit levert dan ook altijd wel een aantal terugmeldingen (bv. vondsten van dode vogels of terugvangsten door andere ringers) op. In de loop der jaren werden onze vogels grotendeels teruggemeld uit België, maar ook 46 uit Nederland, 6 uit Frankrijk en 2 uit Duitsland. De verste vogel vloog ongeveer 300 km ver Frankrijk in.

Groot was dan ook de verrassing wanneer onlangs een hervangstfiche van het Instituut voor Natuurwetenschappen bij de Ringgroep Demervallei binnenviel met als vindplaats Marokko. Deze vogel was door Herman als pullus (nestjong) geringd te Meerhout op 5 juni 2001. Bij de vindgegevens (De juiste vinddatum is niet gekend) staat "trouvé encagé, mort" te KSAR EL KEBIR Marokko. Dit is 2005 km zuidwaarts van de ringplaats.

Van een record gesproken...

 

ONDERGRONDSE NACHTZWALUW WORDT VEENMOL

 

Op 20 mei 2004 waren Ludo Verwimp en Herman Berghmans op avondexcursie nabij het Trichelbroek te Eindhout wanneer zij plots in de Stuycktstraat geconfronteerd werden met het ronkende geluid van een 'Nachtzwaluw'. Daar 't nog vrij licht was deden Ludo en Herman een poging om de 'vogel' te benaderen in de hoop een glimp van deze nachtvogel op te vangen. Het probleem was echter dat beiden die enkele meters uit elkaar stonden de 'vogel' uit verschillende richtingen hoorden. Herman wou naar rechts gaan en Ludo was overtuigd dat het beest van links zong. Wanneer Herman dan toch enkele meters naar rechts opschoof, hoorde hij 't geluid plots ook aan de linkerkant en als hij opnieuw naar links ging weer aan de andere kant. Hoe kon dit nu? Verwondering alom. Na wat over en weer geloop werd het hen duidelijk dat het geluid niet van uit de verte, maar van vlakbij kwam en meer bepaald van bijna onder hun voeten. Vlakbij lag een vrij grote mest-composthoop en 't was hieruit dat het beestje riep. Ludo en Herman trokken stilaan korter en korter op handen en voeten de mesthoop over. 't Beestje bleef bijna continu doorroepen, maar liet zich niet opmerken.
Een Nachtzwaluw onder de grond konden zij nu wel vergeten, maar wat was 't dan wel? Enkele boeken en andere beschrijvingen brachten uitsluitsel.... een veenmol !
Veenmollen ontlenen hun naam aan de vorm van hun voorpoten die duidelijke graafpoten zijn. Het 3,5 tot 5 cm lange lichaam is fluweelbruin. De voorvleugels komen tot ongeveer halverwege hun achterlijf, terwijl de achtervleugels met hun uiteinden achter het lichaam uitsteken. Vooral het halsschild is opvallend groot.
De mannetjes sjirpen van half april tot eind juni met een laag snorrend nachtzwaluwachtig geluid vanuit hun holen onder de grond. Volwassen dieren vliegen wel eens 's avonds en 's nachts en worden dan door licht aangelokt. Hun eitjes worden ondergronds gelegd van mei tot september. De eerste larven verschijnen vanaf juni. Zij overwinteren één- of tweemaal. De volwassen dieren planten zich pas voort wanneer ze twee jaar oud zijn. Veenmollen voeden zich ten dele met andere insecten (bv. rupsen), maar zijn vooral dol op de wortels van allerlei groenten. Vooral lagergelegen moestuinen zijn dan ook hun geliefkoosde verblijfplaats, al zijn ze daar niet altijd even graag gezien. Veenmollen zijn dan ook in 't verleden zeer dikwijls krachtig bestreden wat ze heden ten dage waarschijnlijk veel zeldzamer heeft gemaakt.
Alle andere waarnemingen of meldingen van Veenmollen in onze regio zijn van harte welkom.

 

STEENUILENRAADSELS

Op 21 mei 2004 controleerde Herman een Steenuilennestkast te Veerle. In de nestkast trof hij een koppel Steenuilen aan met vier kleine pulli. Het mannetje droeg het ringnummer E254370 en het vrouwtje het ringnummer E254293.Wanneer hij op 29 mei de nestkast opnieuw controleerde met de bedoeling de jongen te ringen, zaten er alleen nog maar twee adulten in. Aanvankelijk dacht hij aan het opeten van de pulli door de oudervogels wegens voedselgebrek. Wanneer één van de volwassen vogels echter ongeringd bleek en de tweede het ringnummer E293625 droeg, ook een andere dus, was het duidelijk dat er meer aan de hand was. Wat er nu juist gebeurd is, hebben we niet kunnen achterhalen. Zijn de jongen en de oudervogels door een roofdier geroofd? Zijn ze door mensenhanden meegenomen? Dit laatste is trouwens in onze regio geen uitzonderling. Recent werden er nog Buizerds en Bosuilen uit het nest geroofd. Er zijn verdachten, maar geen bewijzen. Het raadsel van hun verdwijning is dan ook nog niet opgelost.

Even merkwaardig is wel dat er binnen de week een nieuw koppel in de nestkast een onderkomen heeft gevonden. Zijn het vogels die bij gebrek aan een nestplaats niet tot broeden zijn overgegaan en onmiddellijk de vrijgekomen nestkast hebben ingenomen? Het blijft in ieder geval een geheimzinnig geval. Steenuilenonderzoek, steeds meer vragen dan antwoorden.... Zo blijven we bezig!

Met dank aan volgende waarnemers: ARK- Arnouts Karine BOJ- Bosmans Joris BEH- Berghmans Herman BOJ- Bosmans Joris DAG- Daems Geert HEW- Heylen Wim LEK- Leysen Koen MAG- Maris Gerit

THK- Thibau Koen VBK- Van Bavel Koen VDB- Van Dijck Benny VDL- Van Dessel Jo

VKJ- Van Kerckhoven Jos VWL- Verwimp Ludo WOW- Wouters Wilfried

 

LAAKDAL.... OOIEVAARSDORP!

 

Steeds meer krijgen onze bestuursleden uit Laakdal, Vic en Herman, meldingen binnen van mensen die in Veerle en omgeving Ooievaars waarnemen. Recent zelfs nog van de Laakdalse burgemeester Patrick Van Krunkeisven. De meeste waarnemingen betreffen Ooievaars die in weilanden en hooilanden op zoek zijn naar voedsel, maar ook geregeld vogels die hoog in de lucht op thermiek gaan. Opvallend is dat de meeste waarnemingen gebeuren in de deelgemeenten Veerle en Varendonk.

Vanwaar deze plotse explosie van Ooievaars in deze omgeving? Meer dan waarschijnlijk is de kinderboerderij-taverne "'t Ooievaarsnest" langs de Herseltseweg te Veerle hiervoor verantwoordelijk. Enkele jaren geleden kocht de eigenaar enkele paren Ooievaars aan, waarschijnlijk als publiekstrekker, en bracht ze onder in een grote vliegkooi op het domein. Het houden van deze vogels bleek echter niet wettelijk in orde te zijn en de vogels werden door de bevoegde diensten ter plaatse in beslag genomen. Het gerechtelijk proces hieromtrent zou nog steeds lopende zijn. Ondertussen hebben de Ooievaarpaartjes, hun naam alle eer aandoend, al enkele jaren voor Ooievaartjes gezorgd. De eigenaar zou een aantal van deze vogels ter plaatse hebben vrijgelaten. En 't zijn waarschijnlijk deze beesten die nu her en der in de omgeving opduiken. Sommige vogels dragen immers een kleine groene gesloten kweekring. Vogels met dergelijke ring zijn al opgemerkt tot in Tongerlo en Geel-Stelen. Zij verleggen dus duidelijk hun horizonten. Op 22 april II. observeerde Herman in Varendonk twee Ooievaars. Eén waarschijnlijke Ooievaarsnest-ooievaar met zo'n kleine groene kweekring, maar ook een vogel met een opvallend zwarte kleurring met in 't wit de cijfers 039. Verder kon hij met een telescoop ook een wetenschappelijke Belgische ring aflezen aan de andere poot: M5731. Navraag leverde op dat deze vogel op 25 juli 2003 als derdejaars vogel in Planckendael was gevangen en geringd. De vogel was aanvankelijk geringd met een aviornis kweekring van het jaar 2000 die werd verwijderd. Mogelijk betreft dit beest dus één van de vrijgelaten exemplaren van 't Ooievaarsnest die vorig jaar in Planckendael een tijdje heeft verbleven en nu opnieuw zijn roots heeft opgezocht....

 

BUSREIS NAAR HET OOIEVAARSDORP LIESVELT

6 JUNI 2004 met Jan van Walsum

 

Het is helder en lekker fris wanneer ik door een dun sliertje nevel richting Natuurpuntlokaal fiets. De bus staat al te wachten, ik ben net op tijd. Wilfried, Eric, Joris en Hilde, Paul en Anita zijn er al, op den Titte en de Bert na is ons vaste hoopje weer present.

Het is helemaal niet druk op deze prachtige junimorgen en via opstapplaatsen Veerle en Eindhout bereiken we dan ook snel de autoweg. Antwerpen is snel in zicht en even later zijn we op Nederlandse bodem. We rijden de Moerdijk over en zijn nu echt in Holland volgens Jan.

Tussen de grote rivieren krijgen we inderdaad het typische Hollandse landschap voorgeschoteld met als eerste hoogtepunt de molens van Alblasserdam (19) en Kinderdijk. Verder langs de Lek krijgen we al onmiddellijk een kijk op de rijke vogelwereld van dit vochtige gebied. Reigers, Grauwe ganzen, Kiekendief, Zwanen, Aalscholvers, het kan niet op. In de kleine dorpjes langs de dijk gaan de mensen op hun paasbest naar de kerk. Het hele gezin, de bijbel onder de arm, iets wat bij ons reeds lang een stille dood aan't sterven is.

Onze buschauffeur loodst ons via smalle weggetjes tot voor de ingang van het ooievaarsdorp Liesvelt. In 1969 waren de Ooievaars ook hier zo goed als uitgestorven. Dankzij een intensief kweekprogramma met ingevoerde eieren uit Zwitserland, Hongarije, Joegoslavië en Marokko, die met een broedmachine uitgebroed werden, kon de ooievaarspopulatie terug op een behoorlijk peil gebracht worden. Op dit moment schat men die op een kleine 1000 voor heel Nederland. De broedmachine is ondertussen stilgelegd vermits de populatie zich nu kan in standhouden. In Liesvelt bleek na een DNA-test dat 90% van de vogels Joegoslavisch bloed hebben, sterke jongens daar in de Balkan!

De rondleiding door gids Jaap, een gemoedelijke grijsaard, duurt een uurtje. Hij toont ons de drie soorten nesten: kunstnesten, boomnesten (meestal in knotwilgen) en natuurlijk de meest bekende, boven op het dak van gebouwen. In de meeste nesten zitten 1 tot 2 jongen die van nest tot nest verschillen in grootte. Het is wel heel indrukkwekkend wanneer de ouders majestueus aangezweefd komen en met uitgespreide vleugels op het nest landen om dan luid klepperend de nek naar achter te slaan.
Niettegenstaande de steeds grotere druk op hun leefwereld doen de Ooievaars het hier dus zeer goed. Het grootste aantal slachtoffers valt door hoogspanningskabels en natuurlijk de jacht in Italië ( daar schijnen ze alles te eten dat pluimen heeft, zelfs prins karnaval is daar een bedreigde soort)
Om de, inmiddels weggevallen subsidies te compenseren, is men op het domein Liesvelt stilaan een streekmuseum, zeg maar miniBokrijk, aan't creëren. Er werd vorig jaar al een molen opgericht, "De Sophia", die dateert van 1773 en tot 1934 in dienst was als korenmolen. Ook een eendenkooi is al gebouwd. Van deze eendenkooien zijn er nog 3 van de oorspronkelijk 165 in gebruik. De eenden worden niet meer gevangen voor consumptie maar voor ring- en studiewerk. Ze worden met lokvogels (tamme eenden) naar binnengelokt en vandaar neemt de kooitjeshond het over en drijft de eenden verder naar het einde van de pijp waar ze in een bak met valklep gevangen worden. Vandaar de uitdrukking:"De pijp uitgaan".

Op een nabij gelegen grasland zien we Grutto's, Brandganzen, Canadese ganzen en Scholeksters. Onze gids toont ons ook nog een "schouw" d.i. een klein platbodemig bootje waarmee vee werd overgezet. Jan vertelt ons dat hij daar in zijn jonge jaren nog veel mee gevaren heeft.

Op het terras van het bezoekerscentrum genieten we van onze picknick en krijgen daarbij het luidruchtige gezelschap van de plaatselijke neerhofdieren.
Om halfeen rijden we verder richting Schoonhoven waar we de overzet nemen. Dan gaat het richting Oudewater, de startplaats van onze polderwandeling door de Krimpenerwaard. Het is een prachtig middeleeuws stadje dat nog niets van zijn charme verloren heeft. Na een korte lus door het stadje, langs grachten, pleintjes en aanlokkelijke terrasjes, duiken we de polders in. Het eerste stuk van 8 km telt welgeteld één bocht. Recht door de weiden, over en langs afsluitingen ontdekken we tal van bewoners. IJsvogel, Grutto, Fuut, Torenvalk, Meerkoet, Waterhoen, Scholekster en hier en daar hangt een Ooievaar te profiteren van de thermiek. In een rietveld ontdekken we Rietgors, Rietzanger en Kleine karekiet. Ook Fitis en Putter zijn van de partij.

Dan komen we aan het riviertje De Vlist. Hollandser kan haast niet. Knotwilgen in alle maten en leeftijd. Jonge Zwaluwen op een draad, Grauwe vliegenvanger en Putter hoog in een boom. Een Visdiefje duikt keer op keer met een plons in het water. In het water rond de veelal mooi gerestaureerde hoevetjes toont Wilfried ons Krabbescheer en de Zwaneplant. Het is nu wel zeer warm geworden en op een terrasje langs De Vlist genieten we van een Hollands witbier.

De laatste vier kilometer voert ons weer in Schoonhoven. Ook dit is zeer goed en vakkundig bewaard erfgoed. Schoonhoven wordt bestempeld als de zilverstad. Je kan goed merken aan de prachtige gevels dat dit stadje welvarende tijden gekend heeft. We verpozen nog even op het terras aan de oude haven en via de indrukwekkende stadspoort komen we op de parking waar onze bus staat te wachten.

 Het eerste stukje van de terugweg gaat door Jan's geboortestreek. Hier is nog maar weinig veranderd maar even verdere worden we pijnlijk met de neus op de realiteit gedrukt. Het immer uitdeinende Rotterdam en zijn haven hebben de stadjes in de onmiddellijke nabijheid als het ware overspoeld. Je waant jezelf plots in een slechte road-movie.

 Het is behoorlijk stil in de bus op de terugweg. Normaal is dit het moment voor straffe verhalen en anekdotes over onze liederlijke jeugdjaren, maar twee van de hoofdrolspelers zijn er niet bij en het is een vermoeiende dag geweest. Vermoeiend maar zeer boeiend en leerrijk.

 Bedankt Jan voor de mooie trip door je ongerepte geboortegrond.

 

KUNSTENAARSEVENEMENT BERGOM - HERSELT

Op 6 juni vierde de Herseltse kunstkring Argus zijn eerste lustrum, met een feestelijk evenement aan, onder en rond de kerk van Bergom. Behalve kunstenaars allerhande namen ook een aantal sympathiserende verenigingen deel, waaronder ook ons eigen Natuurpunt Grote Nete.

Onze deelname bestond er vooral in dat wij twee verschillende wandeltrajecten uitgezet en uitgepijld hadden, die de gegadigden ofwel op hun eentje konden bewandelen, ofwel gegidst door een natuurgids van Afdeling Grote Nete. De eerste wandeling, de zogenaamde schilderswandeling vertrok aan de kerk van Bergom en liep dan langs de Hoge Dreef, de Lange Dreef, de linkeroever van de Grote Nete en tot slot de grote weg terug naar de kerk. Bijzonder aan deze wandeling was het feit dat zich onderweg overal schilders opgesteld hadden om de mooiste plekjes van het traject op doek vast te leggen. Dat er ook kunstenaars waren die op hun plekje aan de Lange Dreef eigenlijk de Notre Dame of iets dergelijks aan het schilderen waren, zullen we maar toeschrijven aan de dichterlijke vrijheid van de schilder.

Voor het begeleiden van deze korte wandeling gaan onze felicitaties uit naar onze gidsen Guido Ceulemans, Geert Daems, Benny Van Dijck, Jef Heiremans, Pieter Craenen en Manu Vlaeyens.

Vooral Benny Van Dijck had geen enkel probleem om zijn wandelaars op de gebaande paden te houden. De lange wandeling, zowat 7 km liep ook langs de schilderstandjes, maar maakte daarenboven een grote lus langs de Hertberg. In de voormiddag werd dit traject gegidst door Louis Verellen, terwijl na de middag Kris Dries de honneurs waarnam. Ondertussen, op de parking aan de kerk, was er heel de tijd wel een komen en gaan van mensen die in mindere of meerdere mate interesse hadden voor ons ledenwervingstandje. Het eindresultaat qua reële ledenwerving was, laten we zeggen matig, maar toch lijkt dit kunstenaarsevenement ons wel een succes geweest te zijn en voor herhaling vatbaar. Het lijkt toch een van de gelegenheden waarmee wij als vereniging ook in contact komen met mensen die buiten ons normale biotoop van natuurliefhebbers leven. En dat is qua draagvlakverbreding zeker een buitenkansje.

NATUURVEERTIENDAAGSE van het VIERDE LEERJAAR

Dat de traditie van de jaarlijkse Open Natuurdagen stopgezet is door Natuurpunt Mechelen wordt in onze afdeling niet op eenstemmig hoerageroep onthaald, omdat onze eigen implementatie op het kasteel van Westmeerbeek nog altijd meer dan behoorlijk draaide. Maar ja, zonder Mechelse steun is het moeilijk haalbaar om dit nationale initiatief onder onze eigen vlag verder te zetten. Anderzijds hadden wij aansluitend aan de Open Natuurdag onze eigen Natuurveertiendaagse van het vierde leerjaar, en die hebben we ook dit jaar weer doorgezet.

Dus hebben wij ook dit jaar weer alle kinderen van alle vierde leerjaren uit het werkingsgebied van onze afdeling uitgenodigd om mee op ontdekking te gaan in het kasteelpark van Westmeerbeek. Elke klas die op onze uitnodiging ingaat, wordt gedurende een halve schooldag rondgeleid in het park, langs een wandeltraject van zowat 500 m, dit jaar rond het thema 'Leven in, op en om het water'.

Dit jaar hadden wij 30 groepen uit 20 scholen op bezoek, voor een totaal van meer dan 560 leerlingen. In vergelijking met vorig jaar wat een recordjaar was, is dat inderdaad een terugval in aantal leerlingen, die misschien wel het gevolg is van het feit dat we voor de eerste keer een kleine financiële bijdrage aan de scholen gevraagd hadden. Het leven is duur voor iedereen, en wat wij aanbieden vertegenwoordigt in eik geval een hogere waarde dan die ene euro per leerling die wij voorgesteld hadden. Ons lijkt het vreemd, maar toch lijkt het financiële drempeltje een aantal scholen te doen terugkrabbelen. Feit is dat we nu een aantal kinderen niet bereikt hebben die er zelf niet voor gekozen hebben om niet te komen. Even opnieuw overwegen ?

 

HEMELVAARTSWEEKEND 2004: WANDELEN in de VOERSTREEK

DONDERDAG 20 MEI tot ZONDAG 23 MEI 2004

 

Het gezinsvriendelijk hotel Inkelshoes te Epen, was de uitvalsbasis van een vijvenveertigtal natuurpunters van afdeling Grote Nete. Van hieruit vertrokken we om Het land van Herve, De Voeren en Het Geuldal te bewandelen.
Donderdagnamiddag werd de plaatselijke graanmolen, de Epener Volmolen bezocht. Daarna ging het door een reservaat met enkele Galloways doorheen het dal terug naar het hotel. Aldaar konden we de innerlijke mens versterken en oude verhalen opdissen.
Op vrijdagvoormiddag leidde Clement Celen de wandeling door het prachtige Altenbroekreservaat in s' Gravenvoeren. Opvallend hier waren de vele Wijngaardslakken naast de paden maar ook het zoeken naar sporen van Dassen was aangenaam. In de namiddag ging de trip vanuit Sint-Pieters-Voeren langs oude waterpompen, de Bronnenwandeling. Het was klimmen en dalen langs een uniek netwerk van holle wegen over de weiden en door de bossen, een prachtige wandeldag.

Zaterdags ging de uitstap naar de streek van Kelmis met een fikse wandeling naar de spoorbrug van Plombière. Onderweg bestudeerden wij talrijke bloeiende Zinkviooltjes. De terugweg was het pad naast de kronkelende Geul in een variërend landschap. Aan de vertrekplaats aangekomen konden we onze picknick aanspreken in een prachtig open park. Later reden we iets verder naar de Rochus Kapelle om een boswandeling aan te vangen. Hier volgden we het riviertje de Holbach naar boven en daalden we terug langs bossen en weilanden. Met de totale groep hadden we toen reeds vijftig verschillende vogels waargenomen.

Op zondag werd er vroeg ingepakt want we zouden het Natuurinrichtingsproject lngendael in Valkenburg nog bezoeken. Dit nieuw reservaat loont echt de moeite. De open weiden werden begraasd door Schotse Hooglanders en Paarden. Aan het einde kronkelt de Geul door het landschap en de vele wandelpaden bieden echt de pracht van deze streek. Opvallend hier was de waarneming van enkele Wespendieven boven het stadscentrum en de show van een Grote gele kwik naast het water.

 

Jan, bedankt voor het tonen van enkele schitterende stukjes ongerepte natuur.

NETELING:

Op zaterdag 9 oktober 2004 zullen er verschillende diapresentaties gegeven worden in het Natuurpuntlokaal te Hallaar. Het weekend naar de Voerstreek zal ook aan bod komen.

 

NATUURGEDICHTEN

KMI

 

Uit de nevels komt de zon op
scheurt het duister, gloort het licht
door de kieren van het rolluik
valt er goud op je gezicht

'k hoor het fluiten van de vogels
nog onttrokken aan het zicht
'k sluit mijn ogen, voel je warmte
in mijn hoofd rijpt een gedicht
over deze lentemorgen
mooi als in een weerbericht

J'O

 

 

Homeward bound

Green are my dreams

as green as your grass
when I return
to stay or to pass
than I shall know
how much I miss
the land that I love
how I long for her kiss
when I must die
let it be on your shore
with the sound
of the pipes
and the wind
nothing more

J,O

 

FIETSTOCHT door de NETEVALLEI

Zondag 4 juli 2004

De opkomst voor deze fietstocht was vrij groot ondanks dat er dreigende onweerswolken waren. Met een dertigtal fietsers vertrokken wij door de Heistse Netevallei richting Booischot. De bedoeling was om te fietsen langs de reservaten van de afdeling. Nadat we de oude spoorlijn en de Berg in Ramsel gepasseerd hadden, kwamen we aan ons eerste doel, de Langdonken. Dit uitgestrekt gebied volgden we richting Herselt waar we ook Varenwinkel vermeldden.

Regelmatig hielden we eventjes halt om de reservaten te verduidelijken. De mensen kregen dan te horen hoe groot het gebied was, welke riviertjes er vloeien, wat het unieke er is en nog veel meer.

Vlugger dan verwacht stond de kilometerteller op meer dan twintig en hielden we halt bij de taverne "Mie Maan". Een goede pint of milkshake gaf ons terug energie om het tweede luik aan te vatten.

Dra reden we naast het reservaat Elsschot richting Veerle, waren we ook halt hielden om de kenmerken van Het Trichelbroek, De Roost, Varendonk, De Ossenbroeken, De Hoeves, Craeywinkel en Eindhoutsbroek op te noemen. We konden ze niet echt bezoeken omdat we anders een ganse dag moesten spenderen.

We vervolgden onze weg richting Bergom waar we goed uit onze doppen moesten kijken omdat er meerdere festiviteiten plaats vonden in Westerlo. Daar reden we aan de Marlybrug naast de Grote Nete stroomafwaarts en lieten we De Kwarekken en Het Schaapwees rechts liggen. Hier lag het tempo een stukje lager maar konden we ook meer genieten van het groene landschap.

Op de Snepkens aangekomen, fietsten we naar de vallei van de Steenkensbeek om door het reservaat Goor-Asbroek te rijden en in Westmeerbeek terug de Grote Nete op te zoeken. Vervolgens namen we het spoorwegpad richting Hulshout naar De Goren, het reservaat aan de Kaasstrooimolen. Hier moesten we de batterijen terug opladen om het laatste stukje zonder problemen uit te rijden. Hopelijk tot volgend jaar.