Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt Grote Nete
Jaargang 10
driemaandelijks tijdschrift
juli 2011 Nr. 3
Natuur in Toscane
door Stefan Janssens
Toscane, Italië op zijn best. Met die gedachte in het achterhoofd vertrokken we relatief onvoorbereid op reis. Het was onze eerste Italiëreis waarbij het beeld dat we van Toscane hadden, perfect klopte. Behalve voor wat de natuur betreft. De meeste open ruimten, bossen, ruigten en heuvels staan vol bordjes met propriatà privata. Meestal vergezeld van een ketting. Wandelen in de natuur is daarom niet zo evident. Toch niet in de streek die wij verkenden.
Wij zijn vroeg op vakantie geweest dit jaar. In juni hebben we tien dagen Toscane verkend. Op een relatief toeristische manier deze keer. Deels door omstandigheden, omdat de knie niet meewerkte en lange wandelingen niet haalbaar waren. Deels door een gebrek aan 'bereikbare natuur'.
Mooi en anders Toscane is mooi. Zeer mooi. Het typische heuvelende landschap met pittoreske casa's en parasoldennen. De knusse stadjes met smalle straatjes. De gezellige piazza's (pleintjes). Het milde klimaat. De ruigte van de natuur. Menig Vlaming, en Vlamingen niet alleen, heeft er het hart verloren. Om nog maar te zwijgen van de elektriciteitsdraden vol kleurrijke bijeneters. En van de opmerkelijke witbandzandoog, een grote en imposante dagvlinder. Dat is het mooie aan onbekende streken en andere klimaten. De biologische diversiteit is er helemaal anders dan bij ons. Zonder veel moeite te doen, zie je totaal andere vogels, vlinders, hagedissen, bijen, vliegen ... dan bij ons. Nu eens geen koninginnepages maar koningspages. Als die dan nog gewillig voor je fototoestel komen zitten, zijn je vakantiefoto's om van te snoepen.
Onbereikbare natuur?
Natuur is overal en alomtegenwoordig in Toscane. Toch viel het op één manier een beetje tegen. De natuur bleek grotendeels onbereikbaar te zijn en de borden met propriatà privata stonden werkelijk overal. Dacht je deze borden even te negeren dan liep je binnen de kortste keren iemand tegen het lijf die je vriendelijk terugstuurde. Misschien hadden we toch beter op voorhand wat Italiaans gestudeerd? Communiceren met Italianen is niet zo evident, hebben we nu ondervonden. Samengevat, het was een prachtige reis en het weer was super. Alleen de natuur zat te veel verborgen achter bordjes van propriatà privata
Bereikbare natuur!
Dat is bij ons toch even anders. Zeker de laatste jaren is het beleid van de overheden en zeker van Natuurpunt erop gericht om iedereen mee te laten genieten van de natuur. Daarom zijn in veel van onze natuurgebieden bewegwijzerde wandelwegen aangelegd. Op sommige plaatsen, zoals in het Trichelbroek, staat zelfs een fraaie uitkijkhut.
Genieten van de natuur met respect voor de natuur. Uit nieuwsgierigheid of gewoon om weg te dromen bij de stilte en de schoonheid. Wandelen in de natuur is een vakantie op zich. Daarvoor hoef je niet naar Toscane te reizen. In de agenda van dit nummer staan alvast weer een heleboel boeiende activiteiten aangekondigd.
Activiteiten met een hoog natuurbeleefgehalte. Niet ver weg. Ook dat is vakantie.
Ook ons hart sloeg menig maal harder bij het aanschouwen van weer een prachtig landschap, een nieuwe vogelsoort of een onbekende vlinder.
Piknikken op een gezellig plein met op enkele meters een meer dan 20 cm lange, zonnende
smaragdhagedis geeft je natuurhart een boost.
Levenslandschap
door Eddy Vets
De wind zuivert het landschap. Het is een vreemd gezicht dat, na het felle waaien in de zomeravond , de morgen weer fris en nieuw opengaat. Waar is het mensenvuil en stof gebleven? De nacht heeft het als een moloch verzwolgen. Door dat nieuwgewassen land tintelt de Nete gestadig in een lint van vloeibaar zilver. Een spel van licht en wind, van water en wolken. Perpetuum mobile: immer nieuw en vernieuwend.
Golfjes komen op en aan, stoten zich bruusk aan ruwe oevers of glijden geluidloos slingerend om een vloeiende waterplant. Wat zoekt de wind op dit watervlak? Het is een spel van vorm en kleur in constante wisseling van de oerelementen: lucht en water, vuur en aarde. In één woord: landschap.
Rivier is leven. Nete! Leven is als een golf, een boeddhistische golf die op- en afgaat, neerdaalt en weer versmelt met het eindeloze wateroppervlak. Ons leven is een golf, het water de kosmos. Eens zullen wij wederkeren naar de kosmos zoals de golf naar het water en uitdeinen zoals de kosmos in een constant bewegen. In één woord: leven.
In ieder bewegen wisselt het landschap en tekent het nieuwe contouren, maakt andere emoties los. Soms slechts voor even, of het grift zich in het geheugen van de tijd. Ach, wat is hier tijd: een zucht tussen twee zomerbriesjes of de afstand tussen eikel en eik. De wind kent plaats noch tijd, is overal en nergens tegelijk. Hij is alleen voelbaar in de eenzaamheid van het landschap. !lij voelt aan, maar laat zich niet aanraken.
Hier maakt de wandelaar mee het landschap. Hij boetseert mede de uitsnijdingen waarlangs de ongrijpbare wind zich wentelt, of vormt het obstakel waar hij zich soms tegen aanvlijt of onstuimig op botst. Zo ben je ook landschap. Je draagt dit mee. Het vormt, kneedt en modelleert. De sporen draag je uitwendig mee in de rimpels en de kleur van je huid. Ogen verraden de innerlijke strijd van geluk of verdriet. De blik toont de ziel. Hier ligt het verborgen landschap van de geest, even wisselvallig en onberekenbaar als wat zich voor je ogen in het Neteland afspeelt. Misschien welt een spontane vreugde op bij de aanblik van de nieuwe morgen of andersom bij een opkomende duisternis.
Daar in dat labyrint van beleving en gewaarwording, van stemmingen en gevoelens, vindt de wandelaar altijd weer zijn rivier in het Neteland. Hij kan er zich spiegelen in het wateroppervak, al of niet golvend of rimpelloos, maar immer vloeiend met de tijd naar een onbekende horizon.
Op die waterspiegel staat een vers van Jorge Luis Borges geschreven:
Nu vrees ik dat de spiegel
het ware gezicht van mijn ziel omsluit,
door duisternis en schuld geschonden,
het gezicht dat God ziet en wellicht de mensen.
De Spiegel (uit Gedichten)
Luister, in de verte waait de avondwind.
Bio-barbecue in Hallaar
door Paul Anthonis
ZATERDAG 10 september 2011
Locatie: Parochiezaal, Broekstraat te Hallaar Vanaf 17.00 uur WK: 8 euro (kaarten te verkrijgen bij alle bestuursleden)
Ter plaatse: 10 euro Kinderen: 5 euro
KOUDE BlO-SCHOTEL met BROOD of PATATJES
DAARBIJ KIEST U UIT: SATÉ, WORST, KIPPENFILET, VEGETARISCHE BURGER of HARING
Info en reservaties: Joris Bosmans -015 24 90 26 of Paul Anthonis -015 24 89 88 (paul.anthonis@scarlet.be)
Vogels in onze Netevallei
door Paul Anthonis
Zaterdag 8 oktober 2011: beleef een gezellige avond met ons, kom mee kijken naar korte filmpjes en mooie foto's van vogels die in onze Netevallei vertoeven.
Theo Pauwels, een fervente natuurgenieter en natuurgids, kent als geen ander alle vogels die in onze streken broeden of er doortrekken. Samen met zijn vriend Eddy Nagels verkent hij meerdere gebieden om vogels te spotten. Als rechtgeaarde vogelaars -zo noemen wij dergelijke vogelliefhebbers -proberen zij steeds hun waarnemingen vast te leggen op een plaatje of een filmpje. Zo hebben zij de laatste jaren uren beeldmateriaal verzameld, dat zij op die avond zullen vertonen. Dankzij deze filmpjes krijg je een andere kijk op het gedrag van vogels.
Heb je interesse, kom dan op zaterdag 8 oktober.
Diavoorstelling
Vogels in onze Netevallei door Theo Pauwels
Zaterdag 8 oktober om 20 uur
Lokaal Natuurpunt
Leopoldlei 81, Hallaar
Inkom 2,50 euro t.V.V. reservatenfonds
Info: Paul Anthonis -015 24 89 88
Herfstfeest
Natuurpunt Grote Nete in samenwerking met gemeente Heist -op-den-Berg
Zondag 25 september 2011
Bevelsesteenweg en Leike, Itegem
Op 25 september is er heel wat te ontdekken op het Herfstfeest van Natuurpunt Grote Nete in Itegem. In elkaars verlengde vinden tegelijk drie verschillende activiteiten plaats. Natuur, milieu en instandhouding van oude fruitrassen staan hier centraal.
* Wat kan ik allemaal doen voor de natuur in mijn tuin? Ook al heb je maar een klein tuintje. Ontdek het allemaal in de natuurbeleeftuin van Natuurpunt. Wandel mee door de vallei van de Grote Nete met natuurgidsen.
* Passiefwoningen zijn huizen die extreem energiezuinig zijn. Verken een passiefwoning in opbouwen zie wat je allemaal kan doen om je eigen woning milieuvriendelijk te maken. An & Corneel zullen je met open armen ontvangen.
* Oude fruitrassen kunnen blijven bestaan dankzij pioniers als Eddy Vets van Pomona Belgica. In een gigantische tuin & boomgaard, die volledig biologisch werkt, krijgen oude fruitrassen opnieuw een toekomst. Hier heeft elke appel-en perenboom een eigen verhaal.
Kom ontdekken, genieten en proeven. Toegang voor alle activiteiten gratis.
PROGRAMMA
13.00 tot 18.00 uur
Natuurpunt-event (Leike 12)
Natuurbeleefstand in de tuin met als thema: wat kan ik allemaal doen voor de natuur in mijn eigen tuin?
Om 13 u, 14 u en 15 u vertrek geleide wandelingen met natuurgidsen naar de Kijfbossen en de vallei van de Grote Nete
Open passiefwoning (Leike 6)
Open passiefwoning met zonneboiler, verluchtingssysteem met Canadese buis, waterzuivering met rietveld.
Informatiestand van de gemeente Heist-op-den-Berg waar je terecht kunt met al je vragen over de passiefwoning, milieuvriendelijk bouwen, isoleren, verluchten, zonnepanelen ...
9.00 tot 18.00 uur
Open tuin &open boomgaard (Bevelsesteenweg 85)
Oude en streekeigen fruitrassen in de kijker (appel, peer, kleinfruit)
Open tuin en open boomgaard, die volledig biologisch werkt
Doorlopend rondleidingen
Parking op de Bevelsesteenweg (niet in het Leike parkeren a.u.b.) Waarom niet eens met de fiets komen?
door Benny Van Dyck
Exoten: een zegen of juist een bedreiging voor de biodiversiteit? Een retorische vraag als we het over de zogenaamde invasieve exoten hebben. Bekijken we even concreet de situatie in de Langdonken.
Klimaatopwarming
Een probleem van wereldformaat is de opwarming van ons klimaat. Voor dieren en planten betekent dit dat soorten die vroeger eerder in warme zuidelijke streken voorkwamen, nu een gunstig klimaat vinden bij ons. Langzaam maar zeker worden hier de zomers warmer en droger en de winters warmer en natter.
Vorig jaar werd de zuidelijke glazenmaker waargenomen in de Langdonken. Het betreft hier een soort met een verspreidingsareaal rond de Middellandse zee. Ook zuidelijke oeverlibel, vuurlibel en zwervende heidelibel zijn bekend uit dit waterrijke gebied, maar alle zijn het soorten die in Vlaanderen slechts de laatste decennia worden waargenomen.
Soorten als de noordse glazenmaker en noordse witsnuitlibel doen het dan weer minder goed. De noordse winterjuffer is zelfs in België en Nederland de laatste decennia niet meer waargenomen.
Van libellen en waterjuffers is bekend dat ze zich snel kunnen verspreiden. Hun vlieggedrag, waarbij ze via gunstige windstromingen vele honderden kilometer snel overbruggen, maakt dat ze geschikte leefgebieden op korte termijn kunnen koloniseren. Ze hebben immers weinig hinder van barrières. Het is een kwestie van overleven: wanneer de omstandigheden waar je leeft ongunstig worden, heb je als soort de 'keuze' tussen migreren of uitsterven. Deze soorten reageren dus adequaat op de klimaatverandering. Ook vogels kunnen dit zeer goed. Voor een waarneming van kleine en grote zilverreiger, bijeneter, Cetti's zanger wordt niet meer getwitterd. Voor een lammergier of een vale gier vandaag nog wel, maar morgen?
Voor veel kruipende, lopende, zwemmende, gravende dieren is vrije migratie echter niet mogelijk. Je zal maar grote modderkruiper heten (een zeldzame vissoort), rugstreeppad of veenmol. Deze soorten zijn nu teruggedrongen, meestal in een reservaat en kunnen zich niet verplaatsen naar meer geschikt leefgebied. Wacht hen een lange doodstrijd?
Migreren of uitsterven. Als vrije migratie niet mogelijk is, zoals voor de veenmol, blijft alleen: uitsterven.
... en mondialisering Klimaatverandering is een eerste boosdoener. Even bedreigend is echter het fenomeen 'mondialisering'. Niet enkel klimaatverandering is de zware verantwoordelijkheid van de mens. Door ons gedrag hebben we zowel bewust als onbewust dieren en planten overgebracht: bewust om te versieren, om op te jagen, om mee te kweken, omdat we ze leuk vinden in een aquarium, terrarium, tuin, voor landbouw, bosbouw ... Onbewust gebeurt het ook geregeld: via ladingen en goederen in zee-en vlieghavens, in ballastwater van schepen, als parasiet op huisdieren ...
Invasieve soorten ... Op zich hoeft dit geen probleem te vormen voor de biodiversiteit, wanneer deze dieren of planten een plaats kunnen vinden naast onze inheemse fauna en flora. Het verhaal wordt anders wanneer deze nieuwe soorten zich 'invasief' gedragen. Dit betekent dat ze zo competitief zijn dat ze onze eigen, inheemse fauna en flora verdringen. Sommige uitheemse soorten zijn inderdaad zo sterk, zo groot, zo snel, zo vruchtbaar, zo bestand tegen predatoren, zo ... , dat ze het beter doen dan de inheemse planten of dieren en deze laatste het loodje moeten leggen.
Met een bang hart stellen we vast dat in het ons omringende landschap en natuurgebieden langzaam maar zeker steeds meer vreemde eenden in de bijt opduiken, waaronder een aantal invasieve soorten.
... in de Langdonken We geven hieronder enkele voorbeelden van soorten en hun gevolgen voor de Langdonken.
Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers: ingevoerde, aangeplante soorten die zich snel verspreiden en de ruimte innemen van onze inheemse zomer-en wintereiken. Op, in en onder deze soorten zijn veel minder insecten, paddenstoelen, schimmels aanwezig: we merken een veel kleinere biodiversiteit dan in onze inheemse bossen. De bestrijding van deze boomsoorten is volop aan de gang, maar het zal een langdurige actie worden.
Mandarijneend. nijlgans en Canadese gans: eenden en ganzensoorten die zich snel vermenigvuldigen en door hun agressief gedrag onze inheemse soorten verdringen. Ze komen geregeld in grote aantallen voor (kolonievorming) en dragen zo sterk bij aan de voedselaanrijking van onze waterpartijen.
Parelvederkruid en grote waternavel : planten die waterpartijen volledig koloniseren. Beken en rivieren kunnen op enkele maanden volledig dichtgroeien. Beide soorten zijn bewust geïntroduceerd in aquaria en tuinvijvers maar zo verspreid naar alle wateren.
Watercrassula: zeer agressieve plant die gedijt in natte toestanden, zowel in, op als onder water. Ze kan een terrein volledig koloniseren door overwoekering. In de Langdonken worden nu zware inspanningen geleverd om de soort te bestrijden. Voor de uiterst zeldzame oeverkruidvegetaties vormt deze exoot momenteel de grootste bedreiging.
Amerikaanse stierkikker: grote kikkersoort, ooit geintroduceerd voor de lekkere kikkerbillen, maar uit tuinvijvers ontsnapt. Een zware concurrent voor heel wat van onze inheemse fauna. De vallei van de Grote Nete is momenteel een groot bastion van de soort. Recent is de soort ook waargenomen in de Langdonken.
Aziatisch lieveheersbeestje: Wie kent ze niet: in de nazomer merk je plots groepjes van enkele tientallen tot honderden iets grotere lieveheersbeestjes. Deze soort, die geïntroduceerd werd in de landbouw, heeft op nog geen twintig jaar tijd een belangrijk deel van onze inheemse lieveheersbeestjes op verdwijnen gebracht. Aan de bestrijding ervan is gewon geen beginnen aan.
Aan de slag
Bestrijden doen we waar mogelijk, want we kunnen niet anders. Daar we het behoud van onze bedreigde landschappen en natuurwaarden als doel stellen en het behoud van onze biodiversiteit beogen, kunnen we niet anders dan deze invasieve exoten te bestrijden. De ene soort is weliswaar agressiever dan de andere en de negatieve impact van de ene is groter dan de andere, maar de soorten die onze inheemse fauna en flora bedreigen, verdienen geen plaats in onze reservaten.
Aziatisch lieveheersbeestje
door Vic Van Dyck
Een aantal soorten dagvlinders schreeuwt al jaren om hulp, maar wie luistert naar hen? Onze wandeling van 24 juli in De Roost en Varendonk, is een goede gelegenheid om na te gaan hoe het met de vlinders, libellen en andere insecten gesteld is. Hoe het, met andere woorden, met onze leefomgeving gesteld is.
Wat het aantal soorten betreft, is de klasse der insecten de grootste van het dierenrijk. Op wereldvlak zijn er bijna één miljoen soorten beschreven en waarschijnlijk zijn er nog evenveel niet ontdekt. Bijna overal zijn deze dieren te vinden, in alle maten, vormen en kleuren. Naast vlinders, libellen en sprinkhanen gaat onze aandacht dus ook naar bijen, wespen, hommels, kevers, wantsen, vliegen en muggen. Insecten vertellen ons of we al dan niet goed bezig zijn met het beheer van onze leefomgeving. Ze reageren snel op veranderingen in hun milieu.
Vlinders en libellen
Vlinders hebben behoefte aan een gevarieerd landschap met veel structuur en een soortenrijke plantengroei. In zo een omgeving kunnen ze zich goed oriënteren op zoek naar voedsel of een partner. Er dienen zowel voedselplanten te zijn voor de rups als nectarplanten voor de volwassen vlinders. Ook de luchtvochtigheid en temperatuur zijn voor deze dieren van groot belang. Zo zullen ze bijvoorbeeld op een zonnig braamstruweel aan de bosrand al snel het gepaste microklimaat vinden. Bij zonnig, warm weer kunnen we deze mooi gekleurde 'pimpels' fotograferen of met de verrekijker bekijken om ze op naam te brengen.
Libellen zullen ons vooral aanwijzingen geven over de waterkwaliteit in de omgeving. Naast een geschikte waterplas voor de ontwikkeling van de larven, hebben libellen ook behoefte aan een leefomgeving met veel beschutte plaatsen, waar ze kunnen opgroeien en jagen op kleine insecten. Omdat elke soort ook nog typische eisen stelt, kunnen we aan de hand van de soortsamenstelling mogelijke knelpunten vaststellen. Ook libellen zijn vooral actief bij warm weer. Maar we kunnen ze ook waarnemen als ze stil tussen de planten zitten.
Sprinkhanen, krekels ...
Sprinkhanen en krekels houden ook van een gevarieerd terrein met overgangen van kale bodem naar opgaande begroeiing of van graslanden met hier en daar open plekken. We vinden de meeste soorten in de maanden juli-augustus en aan de hand van hun geluid zouden we de soorten kunnen herkennen.
Onder de andere insectengroepen zijn nog vele interessante families en soorten die vrij gemakkelijk te vinden en te observeren zijn. Bijvoorbeeld wantsen, bladwespen, zweefvliegen, roofvliegen, schorpioenvliegen, en kevers, zoals de boktorren, soldaatjes en lieveheerbeestjes. Er een naam opplakken is weer een andere zaak. Maar met wat studiewerk lukt het wel.
Muggen
In onze natuurgebieden zijn ook verschillende soorten langpootmuggen te zien. Deze eerder trage insecten zijn gemakkelük te observeren en ze steken niet. Anderzijds zullen we in de moerassige gebieden merken dat de alomtegenwoordige steekmuggen ons misschien pijnlijk willen duidelijk maken dat we op hun terrein gekomen zijn. Men moet dan wel een 'hele echte' zijn om eerst een foto te maken van de stekende mug op je arm vooraleer ze een mep te geven. Toch heb ik eens ergens gehoord dat we best de mug met rust laten als ze bloed aan't zuigen is. Ze zuigt dan netjes alle antistolling-en andere stoffen die ze had ingespoten, mee weg, en je zou geen last hebben van jeuk. Er was niet bijgezegd wat je moet doen als de muggen met tientallen tegelijk afkomen.
door Annelies Van Aelst
Op 28 mei trokken de leiding en de givers van Akabe-Albatros, een scoutsvereniging uit Pijpelheide, hun werkhandschoenen nog eens aan. Ze waren die dag weer vroeg uit de veren om te gaan helpen met Natuurpunt onder het motto: opgeruimd staat netjes.
Akabe staat voor Anders kan best. Het is een afdeling van de scouts voor andersvaliden, zowel mentaal als fysiek. Akabe-Albatros uit Pijpelheide is begin 2002 gestart en telt nu 13 leiders en 40 leden (welpen, jonggivers en givers) en 13 leiders. Onderstaand verslag is van Annelies Van Aelst, een van de leiders van de givers.
Teamwerk
"We vormden een stevig werkteam van tien stoere madammen en binken, en werden bovendien ook nog eens versterkt door de vaste medewerkers van Natuurpunt en enkele vrijwilligers van Jeugdclub De Biekorf uit Heist-op-den-Berg. Het zonnelje scheen en iedereen had er zin in.
Wat moesten we nu juist doen? We zouden vandaag wandelpaden maaien. Het is te zeggen, de mensen van Natuurpunt maaiden het wandelpad en wij harkten al het gras bij elkaar om het pad helemaal proper te maken. Als hulpmiddel hadden we een hele grote 'brits' waarop we al het gras konden leggen. Deze moest natuurlijk wel gedragen worden, dus even checken wie er hier de grootste spierballen bezat.
Het gras opruimen ging goed vooruit. AI snel hadden we het systeem helemaal door. Er waren er een paar die met de hark al het gras op een hoop legden, vervolgens kwamen enkelen met de riek om het gras op de brits te leggen, en dan de anderen raapten met hun handen de achtergebleven restjes op.
Wat ging dat snel zeg! Na een uurtje of twee was heel het pad proper. Terug naar het lokaal van Natuurpunt dan, want ook daar was wel wat snoei-en opruimwerk. Gelukkig maken vele handen licht werk en was het terrein in Hallaar in een mum van tijd opgeruimd.
Onze maagjes begonnen ondertussen al wat te knorren. Uit het lokaal kwam er een heerlijke geur naar buiten, dus tijd om onze benen onder tafel te schuiven. Na een heerlijke maaltijd konden we er weer tegen. Op dus naar het volgende wandelpad, dat wel een flinke opruimbeurt kon gebruiken. Hier deden we het werk van de voormiddag nog eens over: harken, met de riek oprapen, gras wegkappen ...
Het zonnetje scheen, de natuur was wondermooi en de sfeer zat goed. De tijd vloog dan ook voorbij. Tegen 3 uur waren we helemaal klaar. Op het lokaal van Natuurpunt konden we met een colake in de hand nog wat napraten over de alweer geslaagde werkdag."
Bijzondere waarnemingen
door Herman Berghmans
BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO maart -mei 2011
VOGELS
De hele periode maart-mei verbleef een koppel futen op het Trichelbroek in Eindhout -op 6.4.2011 zelfs 3 -alsook een koppel in De Roost in Veerie. Op beide plaatsen werden dit jaar echter nog geen jongen opgemerkt (BEH, VEL, PLD, VDV, VPJ, PIR, VEW). Op de plas in de Schriekstraat te Schriek poseerden er 3 op 30.4 (Klj). Hun kleiner neefje, de dodaars, was in het broedseizoen aanwezig in Averbode Bos & Heide (AB&H) op 2.4 (LEK, VEB), in de Langdonken te Herselt (VDB, NEB) en in de Craeywinckel te Vorst (BEH). Op de slaapplaats in De Roost sliepen op 7.3 28 aalscholvers. Doortrekkende groepen werden ge-noteerd over Blauberg op 8.3 (78) en 25.3 (43) (HOA), over het Truchel-ven in Oos-terwijk op 15.3 (30) (VKJ), over Tongerlo op 23.3 (30) (VEL), over Ramsel op 30.3 (70) (JAS) en ten slotte over AB&H op 2.4 (26) (LEK, VEB) en 7.4
(23) (DAR). Van de blauwe reiger telden we na twee opeenvolgende strenge winters in de kolonie van het Trichelbroek slecht 29 bezette nesten (BEH). Hier verbleef nog een grote zilverreiger op 7.3 en 10.4 (BEH, VPJ), eentje in AB&H op 25.3 (POR) en 27.3 (PLD) en nog 1 in de Kwarekken te Westerlo op 13.3 (HES). Een eerste ooievaar pleisterde in Herselt op 2.3 (BRE). Voorts vlogen er over het Aartsbroek in Veerle op 5.3 (DAR), over Vorst op 7.3 (JOl), 7 over Schobbroek in Westerlo op 9.3 (VED), zat er eentje te klepperen op de zendmast nabij de Roost in Veerle op 20.3 (HEP) en vloog er dezelfde dag eentje over Blauberg (HOA). Op 1.4 trok er dan weer eentje over AB&H (SCD) en op 7.4 pleisterde er 1 in Itegem (SCW). Vanaf 14.4 vertoefde enkele dagen een koppel in het Trichelbroek. Zij klepperden veelvuldig, paarden en sleurden takken aan voor nestbouw. T evergeefs probeerden zij een nest te bouwen op een afgeknakte Canadapopulier. Na enkele dagen zochten zij andere oorden op. Spijtig. Er worden in ieder geval plannen gesmeed om tegen volgend jaar een nestplatform te installeren (BEH, PLD e.a.). Op 1.5 trok er opnieuw eentje over AB&H (VEB, BEH, VEJ) en de dag daarop zelfs 5 (VEB). Op 12.5 liepen er weer 2 in een pas gemaaide weide in Trichelbroek (THK), op 17.5 vloog er 1 over Varendonk (DAR, BEH) en op 24.5 zelfs 3 over de Paardsbossen in Veerle (HEP). Op 24.5 overnachtte er ten slotte 1 op de Herseltseweg in Veerle (SCD). Als ooievaars kinderbrengers zijn, belooft 2011 een vruchtbaar jaar te worden. Van de veel zeldzamere zwarte ooievaar scheerde er 1 laag over Trichelbroek op 30.4 (VEL). Een knobbelzwaan vertoefde in de Netevallei te Hallaar van 12.3 tot ten minste 03.4 (HOA, VWG).
Tussen 19.3 en 21.5 pleisterden geregeld tot maximaal 11 grauwe ganzen in AB&H (BEK, POR, LEK, VMF, VWW, DAR, JAG). Eén verbleef op het Trichelbroek op 20.3 (VDV) en 8 in de Netevallei te Hallaar op 28.5 (VWG). Maximaal 46 brandganzen graasden in Varendonk op 19.3 (BEH). Één bergeend zwom rond in de Langdonken te Herselt van 25.3 tot minstens 19.5 (VDB, VEJ, BEH, VKJ, NEB) en telkens 2 vlogen over AB&H op 7.4 (VEB) en over Booischot op 5.5 (AEK). Koppeltjes mandarijneenden verbleven in de broedtijd in Varendonk (VEL), in de Langdonken (VDB), in de Goorbeek te Herselt (VKJ, BEH, VEL), in de Kwarekken te Westerlo (COK) en in het Trichelbroek (HEP, VKJ, BEH). Op deze laatste plaats zwommen maximaal 16 krakeenden (PLD) en 45 wintertalingen (PIR) op 6.3. Voorts als grootste aantal 40 slobeenden op 26.3, 11 tafeleenden op 13.3 en 18 kuifeenden op 31.3 (BEH). Ook verbleven hier van 2.3 tot 13.3 2 mannetjes smient (VPJ, VEL, PIR, BEH) en op 10.4 zelfs 2 mannetjes en 3 vrouwtjes (BEH). Op 2.4 verscheen er nog een laat vrouwtje grote zaagbek (BEH) en op 23.3 een mannetje zomertaling (VKJ, VEL). Opmerkelijk waren eveneens 32 slobeenden in AB&H op 2.4 (LEK, VEB) en 3 pijlstaarten in de Langdonken op 25 en 27.3 (VKJ, VDB). Tot zover de zwemvliesvogels.
Over naar de krombekken. Een eerste visarend verbleef in de Langdonken van 25 tot en met 27.3 (VKJ, VDB). Over AB&H trok telkens 1 op 18 (TAW, CAL) en 19.4 (LEK). Op 23.4 pleisterde er eveneens eentje in het Trichelbroek (BEH, PLD, VJO).
Rode wouwen trokken over de Goorbeek in Herselt op 19.3 (VAL), over AB&H op 12.4 (VEB), over Booischot op 21.4 (DCM) en ten slotte over Blauberg op 8.5 (HOA). Op dezelfde plaats en dag trok hier ook een zwarte wouw over (HOA). Bruine kiekendieven passeerden dan weer langs het Trichelbroek op 28.3 (BEH), over AB&H op 6, 17.4 en 1.5 (LEK, VMF, BEH, VEJ) en over Blauberg op 24.4 (HOA). De vroegste wespendief liet zich opmerken in AB&H op 6.5 (VKJ, VWW). Verder waren er nog waarnemingen van deze soort in de Langdonken (VDB, CIL), Blauberg (HOA) en Tongerlo (STS). De eerste boomvalk zoefde over AB&H op 17.4 (PLD), terwijl er hier op
4.6 's avonds maximum 10 kwamen jagen (BEH, VWL). Bij de Bp-fabriek te Geel-Eindhout werden op
30.4 4 jonge slechtvalken geringd. Deze soort werd ook nog opgemerkt in AB&H op 11.4 (LEK) en boven Varendonk op 29.5 (VEL). Smellekens trokken over Blauberg op 12.3 (HOA) en Heultje op 16.3 (LAW).
Patrijzen werden opnieuw iets meer gemeld met waarnemingen in Itegem (JAS, HEW, VSW), Tonger10 (VEL), Hallaar (VWG), Schobbroek (VKJ), Wiekevorst (VDJ) en Blauberg (DAR). Een eenzame kwartel werd opgemerkt in het Trichelbroek op 7.5 (VEL) en waterrallen lieten zich geregeld horen en soms ook zien in het rietveld van het Trichelbroek (VPJ, BEH).
Begin maart trokken duizenden kraanvogels over Vlaanderen. Ook onze regio kreeg zijn deel. Op 4.3 zeilde de eerste over AB&H (LEK) en op 6.3 pleisterden er 2 in de Langdonken (VDB). Vooral op 8.3 was 't prijs met 48 over De Roost (BEH), 83 over Veerle (VOJ), 65 over Westerlo (DEB), 14 over AB&H (LEK) en 2 pleisterend in Houtvenne (AEK). Op 9.3 trokken er opnieuw 18 boven Booischot (VDJ), op 10.3 1 over Schriek (DEB), op 12.3 26 over Hallaar (HOA) en op
22.3 45 over Oevel (VRT). Ten slotte waren vooral de 3 invallende en pleisterende vogels op 26.4 in AB&H schitterend om te bekijken en te fotograferen (BEH, PLD).
De eerste twee kleine plevieren verschenen in AB&H op 15.3 met maximaal 8 op 28.3 (LEK). Ondanks de talrijke verstoringen van recreanten brachten zij toch minstens 2 jongen groot. Hun neefje de bontbekplevier werd hier gemeld op 1.4 (SCD) en
7.4 (2) (DAR). Één enkele bonte strandloper liep er langs de oever van het ven op 26.3 (LEK). De eerste Bosruiter verscheen op 7.4 (BEH) en de laatste werd gespot op 11.5 (NY J). Van deze soort verbleven er maximaal 11 alhier op 26.4 (BEH) en 1.5 (DEA). Op
30.4 ploeterden er eveneens 9 rond in de Langdonken (NEB) en 5 op 1.5 (BEH, VEDJ). Op 11.5 zag VKJ er nog eentje in de Kwarekken. Ook tureluurs lieten zich tot een oponthoud in AB&H verleiden met 3 op 12.4 (VMF) en telkens 1 op 4, 5, 11 en 29.5 (BEH, LEK, VLA, NY J). Een zwarte ruiter verscheen hier dan weer op 12.4 (VEB) en ook eentje in de Langdonken op 30.4 (NEB). Groenpootruiters lieten zich opmerken in AB&H tussen 22.4 en 11.5 met maximaal 3 op 25.4 (VEB, JAG) en met 9 in het Trichelbroek eveneens op 25.4 (VEL). Regenwulpen trokken op 11.4 en 7.5 (2) weerom over AB&H (LEK, JAG) en wulpen werden opgemerkt in AB&H op 4.3 (LEK), te Wiekevorst 1 à 3 tussen 8.3 en 11.5 (JAS, VKJ) en in Tongerlo 2 op 2.4 (VEL). Kemphanen fourageerden in AB&H tussen 17.4 en 5.5 (JAG, LEK, VWW, VEB, VBH, ALG, VLA, e.a.) met een maximum van 6 op 17.4 (VMF) en 3.5 (PLD). Watersnippen liet zich dit voorjaar opmerken in de Paardsbossen (VEL), Trichelbroek (VEL, BEH), AB&H (VEB, VWW, LEK, JAG, VMF, e.a.), Langdonken (VKJ, VDB, NEB) en Itegem (JAS). Houtsnippen, om met de steltlopers te eindigen, werden baltsend waargenomen in het Trichelbroek, Varendonk, Ossenbroeken (BEH) en AB&H (VLA, VMF, DAR, LEK). Een eenzame zwartkopmeeuw vloog over Vorst op 17.4 (LEK).
SchItterend was een hop die op 18.5 werd opgemerkt In een wegberg in Schobbroek(WIL). Ijsvogels werden deze periode slechts tweemaal waargenomen en wel in de Langdonken op 7 en 22.5 (VDB). Middelste bonte spechten houden ook goed stand met observaties in Goorbeek, Varenbroek, Varendonk (BEH, VKJ), AB&H (VWW, LEK, VKJ) en Kwarekken (VKJ). Een dood exemplaar werd op 14.4 gevonden in de Beeltjes te Westerlo (SPK). Een draaihals werd gefotografeerd op 1.5 in AB&H (JAG).
In AB&H waren minimaal 5 zangposten boomleeuweriken (vele waarnemers). Hier pleisterde ook een 10-tal noordse gele kwikstaarten op 2 en 3.5 (BEH, PLD) en tapuiten werden er opgemerkt tussen 7.4 en
15.5 met een maximum van 25 op 4.5 (HEM). Paapjes verschenen hier dan weer tussen 25.4 en 5.5 met een maximum van een 5-tal. Tapuiten werden ook gezien in Tongerlo op 11.4 (VKJ), Eindhout op 29.4 (BEH), het Goor in Westmeerbeek op 2.5 (ALG), Blauberg op 7.5 (HOA) en in Veerle op 23.5 (BEH). Naast AB&H werden er ook nog 2 paapjes gemeld vanuit Itegem (Klj). Tussen 2.4 en 2.5 werden een 20-tal waarnemingen van beflijsters genoteerd in AB&H met op 20.4 maximaal 2 ter plaatse en 3 overvliegend (LEK). Bonte vliegenvangers werden zingend en dus waarschijnlijk ook broedend aangetroffen in de Kwarekken (VKJ), AB&H (DAR, VLA, VKJ, LEK), Asbroek (2) (ALG), Truchelven (VKJ) en de Werft in Veerle (4) (BEH). De overwinterende klapekster in AB&H werd nog opgemerkt tot 6.4 (BEH, LEK, PLD, DAR, VMF, e.a.)
Traditiegetrouw werden de roekenkolonies geteld met volgende locaties en aantallen: Eindhout-Ham (14), Tongerlo-Moestoemaat (20), Tongerlo-Zandvoort (10), Tongerlo-Mandonk (14), TongerloOevelsedreef (0), Tongerlo-abdij (21), Itegem-Netevallei (74), Hallaar-Hollestraat (0), Heist-Waterlees (37), Heist-Schoorstraat (8) en Booischot-De Lichten
(48) (BEH, BOJ, JAS). De eerste wielewaal werd gezien in 't Trichelbroek op 21.4 (PLD). We eindigen met nog enkele waarnemingen van onze zaadetende zangvogels. Barmsijzen lieten zich bekijken in Bergom op 13.3 (4) (VKJ, BEH), in Truchelven op 1.3 (5), in de Kwarekken op 2.4 (3) (VKJ) en in AB&H op 23.3 en 03.4 (BEH). Een Europese kanarie werd geringd in Veerle op 12.3, en 3 trokken over AB&H op 03.4 (BEH). Een mannetje goudvink kreeg eveneens een ring aangelegd op 6.3 in Veerle (BEH) en 3 exemplaren lieten zich opmerken in Eindhoutbroek op 10.3 (VDV). Appelvinken (4) lieten zich bekijken in 't Riet te Westerlo op 13.3 (VKJ, BEH) en in 't Hoeves te Vorst op 27.3 (2) (ALG). Telkens 1 vloog nog over Truchelven op 19.3 en over AB&H op 1.5 (VKJ). Kruisbekken lieten zich heel de periode maart-mei waarnemen in AB&H met maximaal 22 op 17.3 (DAR). Geelgorzen ten slotte werden nog opgemerkt in Zoerle-Parwijs op 5.3 (3) (VDHD) en in AB&H op 11.3 (VLA).
Met dank aan volgende waarnemers: AEK-Aerts Kamiel, ALG-Alaerts Gery, APD-Appels Diane, ARK-Arnauts Karine, BEH-Berghmans Herman, BEK-Berwaerts Koen, BRE-Brems Eddy, CALCamps Linda, CIL-Cieters Luc, CRA-Cristael André, CRB-Creemers Bart, COK-Coeckelbergs Karen, DAR-Daems Ronny, DCM-De Cleyn Marc, DEADevreese Alain, DEB-Derden Bart, GOJ-Goris Joris, HEM-Herremans Marc, HEP-Helsen Paul, HESHermans S., HEW-Heylen Wim, HOA, Hollebeke Anthony, JAG-Janssens Guy, JAS-Janssens Stefan, JOl-Joris Ivo, KIJ-Kiebooms Jean, LEK-Leysen Koen, NEB-Nef Bruno, NYJ-Nysten Johan, PIR-Pieters Robert, PLD-Plu Dieder, POR-Polfliet Renaat, SCDSchoofs Danielle, SCW-Schotsmans Wim, SPKSprengers Kristof, STS-Staes Stefan, TAW-Tamsyn Ward, THK-Thibau Koen, VAL-Vandecruys Luc, VBHVan Bosstraeten Herman, VDB-Vandyck Benny, VDHD-Van Den Heuvel Dieter, VDJ-Van Dessel Jo, VDM-Van de Meutter Frank, VDV-Van Dyck Vic, VEB-Verstraete Bart, VED-Verdonck David, VEDJVerdonck Jan, VEL-Vanermen Lucas, VEWVermetten Wim, VJO-Verstappen Joe, VKJ-Van Kerckhoven Jos, VLA-Van de Laer André, VMF-Van de Meutter Frank, VOJ-Volders Jos, VPJ-Vervecken Pieterjan, VRT-Van Roy Theo, VSW-Van den Schoor Wilfried, VWG-Van den Wyngaert Guido, VWLVerwimp Ludo, VWW-Vanwesemael Willy, WILWilms Ludo.
Bijzondere waarnemingen in onze regio tijdens de periode juni-augustus 2011 worden liefst voor 10 september 2011 doorgegeven aan Herman Berghmans via h.berghmans@skynet.be of ingevuld op waarnemingen.be.
door Dieder Plu
Zondag 17 april omstreeks 11 uur even naar het Trichelbroek geweest om te zien of de bewuste ooievaars er nog zaten
Bij aankomst stonden zij weer netjes in de weide op zoek naar voedsel. Auto aan de kant gezet en een half uurtje genoten van de ooievaars, die zich heel goed lieten bezichtigen. Zij stoorden zich niet aan auto's, fietsers en zelfs een jogger mocht langs lopen.
Het mannetje (zonder ring) deed zijn uiterste best om zijn vrouwtje het hof te maken: poetsen, poetsen en nog eens poetsen. Enkele keren wou hij haar betreden op de weide, maar vrouwlief had hier geen zin in met al die pottenkijkers, en vertrok dus terug in de richting van de paringsplaats, waar hij haar wel mocht Toen ik na vijf minuten wilde vertrekken, zag ik ze plots op een hoogte van 100 meter termieken. Na een tijdje zeilden ze af in de richting van mijn woonplaats. Ik reed terug huiswaarts langs het Huisbroek. Halverwege kreeg ik telefoon van mijn vrouwtje: "Hé waar zit je, want hier vliegen twee ooievaars rond het huis!" "Miljaar 't zal toch weer nie voor thuis zijn zeker?".
Op het einde van het Huisbroek zag ik er eentje terugkomen richting Trichelbroek, de tweede zag ik niet.. Even later maakte hij wat cirkeltjes boven de wagen toen ik plots het geklepper
hoorde van een ooievaar in de buurt.Opeens een duik vlucht van de ooievaar en, ja
hoor, daar zat zijn madam op een dikke afgeknakte wilg. Ik kon de wagen draaien en in de buurt op een zandwegje gaan staan. Wat ik daar mocht bewonderen was prachtig. Balsend en klepperend hebben ze me weer een pak foto's bezorgd. Na een half uurtje was de fotoshoot over en landden ze wat verder in de weide, weer op zoek naar voedsel, weg van de weg en op een zeer rustige weide. Het was weer een prachtzondag geweest, laat ons hopen dat ze in het gebied een broedplaats vinden.
door Dieder Plu
Elke dag is er wel iets prachtigs te bewonderen aan het ven in Averbode, maar die avond was er hoog bezoek aan het ven: drie kraanvogels.
Ik kreeg een telefoontje van Herman Berghmans met de melding dat er drie kraanvogels aan het ven zaten. Dus onmiddellijk de wagen in en richting Averbode. Kraanvogels aan het ven, zo dicht bij huis, dat maak je niet veel mee in je leven ... Nu maar hopen dat er in die tussentijd geen volk passeerde aan het ven, want dan waren ze zeker weer op de wieken, en wie weet misschien wel voor goed ribbedebie ... Bij aankomst de wagen geparkeerd aan de overkant van het weggetje aan de Bierhoeve. Ik moest rekening houden met de stand van de zon, wou ik iets of wat deftige plaatjes maken. Dan een spurtje van 250 meter tot op de heuvel aan de Bierhoeve. Daarna was het weer lopen tot aan het kapelletje en dan sluipen richting ven.
Ik kon tot op een kleine vijftig meter komen tussen het struikgewas en kon me verschuilen achter wat berkjes. Daar heb ik zo'n tien minuten kunnen genieten van de kraanvogels die foerageerden aan het ven. Het was schitterend en een hele belevenis om ze te mogen bewonderen en vast te leggen.
Liever lekker lui
door den Grunen Hesteneir
Wanneer ik mijn poes lekker uitgestrekt in het warme zonnetje zie liggen genieten en ze me zelfvoldaan achterna kijkt, terwijl ik me naar mijn werk spoed, voel ik soms een beetje jaloezie. Poes moet muizen vangen -haar kostje verdienen, maar kattenkop weet beter. Na haar nachtelijke trip moet ze heerlijk uitrusten, genieten en dromen van de lekkere rosbief die ze van baasje straks voorgeschoteld krijgt.
Luierende dieren, daar is op tv weinig spectaculairs aan, we zien ze liever ronddraven en werken voor hun dagelijkse kost. Gedragsonderzoekers bij wilde dieren delen een geheim. Ze brengen het zelden naar buiten, want dan lijkt hun werk minder spectaculair, maar: wilde dieren zijn lui!
De mens is de enige zotte soort waarvan de leden het prijzenswaardig vinden om zich in het zweet te werken. Of goed beschouwd nog vreemder, zich uit vrije wil doelloos in het zweet hollen en draven. Mensen die fanatieke ijver hoog in het vaandel voeren, vergoelijken hun gedrag vaak door te verwijzen naar dieren 'die het goede voorbeeld geven'. Werken als een paard, bijvoorbeeld. Maar er klopt weinig van de verhalen over de bezige bij, de nijvere mier of de onvermoeibaar aan zjjn burcht bouwende bever. Dieren nemen de tijd voor rust, slaap en comfort. Ze weten een zonnebad te waarderen. En terwijl gedragsonderzoekers gapend toekijken, draaien zij zich nog eens om.
Luie leeuwen
Lijkt het observeren van het alledaagse leven van leeuwen u het leukste wat er is? Bereidt u voor op achttien van de vierentwintig uur slaap. En daarbuiten zijn ze ook lui. Leeuwen kunnen zelfs twaalf uur aan een stuk slapen, zonder een poot te bewegen. Ja, soms trilt er een snorhaar om een lastige vlieg te verjagen, of doen ze verstoord één oog open -om daarna van de inspanning weer uit te rusten. Op een etmaal zijn ze hooguit twee of drie uur werkelijk op pad. Nu spannen de leeuwen de kroon, maar ook doorsnee dieren doen het grootste deel van hun tijd vrijwel niets. Men schat dat de mens twee tot vier keer zoveel tijd aan werk besteedt, het huishouden niet eens meegeteld. Onderzoekers hebben er een mouw aangepast; ze bestuderen nu steeds vaker inactiviteit. Die leggen ze dan toch uit als nuttige bezigheid. Want al het geluier speelt natuurlijk een rol in de ecologie van het dier. Het moet energie besparen. Er zijn maar een paar uur dat het werkelijk voedsel kan vergaren. Of er moet sloom herkauwd worden. Of het is veiliger om lang en vaak stil te zitten. Voor prooidieren is je rustig houden de beste camouflage. En voor roofdieren geldt dat ook: waarom zou je, wanneer je niet jaagt, uitgebreid rondkuieren en iedereen op je aanwezigheid attent maken?
Hoe komen we dan toch aan dat verkeerde beeld? Daar zijn een paar redenen voor. Heel oude en heel moderne. Goed beschouwd zijn mensen natuurljjk de schrik van al wat leeft. Weinig dieren laten zich, als er mensen in hun buurt komen, van hun luie kant zien. Maar moraal en religie hebben de boel ook fors vertekend -mensen zien vaak wat ze willen zien. Daarom alleen al werden de dieren des veld ijverig en nijver. Omdat men elkaar en zichzelf vroeger, al dan niet uit religieuze motieven, de beleren-de spiegel voorhield. Ledigheid is des duivels oorkussen! Maar dat zul je een ekster, die na een druk broedseizoen zomaar wat aanrommelt, niet horen
nazeggen. De grote, moderne schuldige is natuurlijk de televisie. Luierende dieren, daar is weinig spectaculairs aan. We zien ze het liefst ronddraven en werken voor hun dagelijks brood. Rivalen te lijf gaan, in plaats van met soortgenoten lui flank aan flank in de zon te liggen. Of, als het om vogels gaat, bezig zijn met een uitdagende trek, in plaats van hoog en droog in een boom doelloos in de veertjes te rommelen. Of in elkaars veertjes. De televisie is uit op spektakel. Neem de uilen. Overdag slapen uilen en 's nachts zijn ze altijd aan het werk, denken we. Fout. Ook dan knappen ze op rustige momenten regelmatig een uiltje.
Bezige bijen?
En hoe zit het met die bekende nijvere dieren? Bij bijennesten en mierenhopen lijkt iedereen zich altijd onbaatzuchtig uit te putten. Maar plak bijen rugnummertjes op en ze vallen door de mand. Individuele bijen blijken soms lange tijd achtereen niets te doen. Gelijk hebben ze, want zo gaan ze langer mee. Ze zonnen zelfs, gewoon om hun batterij op te laden. Luieren in een aangenaam warme zon is voor veel meer andere dieren een favoriete tijdsbesteding. Ook voor de warmbloedige. In de sneeuw, of naast ijskoud oceaanwater lijkt het zelfs extra lekker.
Het kan zeker nuttig zijn, en evolutionair gezien ook verantwoord. Maar nuttig laat zich heel goed met aangenaam verenigen. Lui een beetje aanmodderen. Dat mag menig dier graag doen. Het is goed voor vacht en huid en bestrijdt parasieten maar het ligt ook zo lekker. Zo kunnen bijvoorbeeld neushoorns, wrattenzwijnen en zelfs de altijd alerte edelherten, wegdoezelend de tijd geheel vergeten. Om uiteindelijk, als uit een aangename roes, wakker te schrikken. Zelfs de altijd wat schrikachtige karpers kunnen de zon in het water zien schijnen. Aangenaam badend in het extra warme water van een zonbeschenen ondiepe slootkant, zetten zij soms niet alleen alle zorg, maar ook zichzelf aan de kant. Dan liggen ze roerloos voor het grijpen, letterlijk dus.
Apen, uitslovers?
Alleen de mens loopt door en door en door ... En dan apen. Drukdoenerige wezens, zou je denken, maar dat geldt alleen voor korte tijd. Als je kijkt naar de twaalf uur per etmaal dat ze niet slapen. zitten ze in driekwart daarvan ook maar gewoon te zitten. Apenonderzoe~
kers vervelen zich vaak kapot. Mensapen maken het helemaal bont. Chimpansees bijvoorbeeld, hoog en droog in het nest, draaien zich nog eens om als toeristen met hun gids al aan de voet van hun boom staan te wachten. Die waren extra vroeg opgestaan, en hebben al vóór zes uur 's ochtends een regenwoudwandeling in de benen. Want de natuur begint toch heel vroeg? Morgenstond geeft goud in de mond? De
chimpansee denkt daar heel anders over, en menige andere apensoort is het met hem eens. Televisie vertekent ook op een andere manier: door het gebruikelijke commentaar. Overal wordt de stempel van de doelmatigheid opgedrukt. Twee kauwen die wat met elkaar beginnen, zie je elkaars kopveertjes kroelen. Ze werken aan hun paarband, zegt men dan. Maar zouden ze dat niet met een paar keer per dag afkunnen? Op een onbezorgde zonnige dag besteden ze haast al hun tijd aan dat weldadig luie geflikflooi. Natuurlijk is het nuttig gedrag, maar dieren hebben ook vrije tijd in te vullen -en dat doen ze soms op hoogst aangename manier. Hetzelfde verhaal gaat op voor elkaar vlooiende chimpansees. Ze werken aan hun relatie, is de modieuze menselijke term ervoor. Ja, er is veel van het element 'geven en nemen (krijgen)' te herkennen dat zo belangrijk is in de onderlinge verstandhouding. Maar verder is het ook zo lekker ... en lui ... En zo kun je doorgaan.
Haast in trance zonnende vogels? Zij bestrijden parasieten en verstreken hun verenkleed. Alsof die vogels zich dat doorlopend bedenken, of met een plicht bezig zijn in plaats van met aangename tijdsbesteding. En zo worden er steeds twee niveaus van verklaring door elkaar gehaald: wat de evolutie handig vond, en wat dieren lekker of belonend vinden.
Nut én plezier
Die twee elementen kan je niet los van elkaar zien, maar je moet ook niet steeds het nut naar voor schuiven. Alsof iedereen altijd zo puur doelmatig bezig is. Neem dieren die houden van een modderbad, en zich daarin weldadig wentelen. Parasietenbestrijding en huidverzorging? Ja, maar ook plezier. Zwijnen die een modderbad nemen, kunnen daar zo in wegzakken dat ze de tijd vergeten.
En dan is er het verstilde foto beeld dat ook vaak vertekent. Foto's van actieve dieren doen het ook beter. Die van luierende wilde dieren zijn veel zeldzamer, ook omdat ze veel moeilijker te maken zijn.
Want hier heeft de fotograaf duidelijk zijn werk goed gedaan, en de dieren in geen enkel opzicht verstoord of opmerkzaam op hem gemaakt. Of die ene kauw in een eik heeft in diezelfde tijd niets anders gedaan dan wat om zich heen gekeken, soms een borstveertje herschikkend. Nu probeert hij even zijn stem uit blijkbaar naar tevredenheid, want hij valt alweer stil en zacht door de poten om met de borst op de knoestige tak voor zich uit te kijken. Ook hij beziet de hond die geacht werd met zijn baasje mee te rennen, maar zich weldadig schurkend in het gras op de rug rolde, en nu tevreden in de verte ligt te staren. Volledig bereid zo te blijven liggen, maar ja zijn baas holt alweer door, puffend en hijgend. Hij hijst zich maar weer in de poten. Jij blijft achter en besluit dat het leven, met de juiste dosis 'verwerpelijke' luiheid, goed is. Je voelt je op je plaats. Het ligt lekker, op des duivels oorkussen. En dieren weten daar alles van.
door den Grunen Hesteneir
Hij prikt venijnig, ziet er saai uit en lijkt onuitroeibaar. Bij het zien van de brandnetel krijgen weinig mensen warme gevoelens. Maar deze plant verdient meer waardering. Hij smaakt lekker en bevat veel meer vitamine C dan een sinaasappel. Eigenlijk is het een ware weldoener voor mens, dier en plant.
Geschenk van Moeder Natuur
De brandnetel is misschien wel de meest gehate plant van iedere achtertuin. Wie in zijn buurt durft te komen, houdt daar een onprettige herinnering aan over: branderige jeuk. Dit onaangename gevoel wordt veroorzaakt door duizenden pennetjes die aan de onderzijde van de bladeren en op de stengels zitten. Na afloop van de bloeiperiode zijn ze zelfs boven op de bladeren aanwezig. De pennetjes zijn hol en gevuld met een bijtend goedje dat vrijkomt bij aanraking. Een van de bestanddelen is mierenzuur (dat ook in mieren, bijen en wespen voorkomt) en zorgt voor het branderige gevoel.
Ecosysteem
Toch verdient de prikkelende woekeraar waardering. Diverse vlindersoorten -de atalanta, de kleine vos, het landkaartje, de dagpauwoog en de gehakkelde aurelia
heeft de brandnetel als waardplant, de rupsen leven van de bladeren en stengels. Het is dus goed om altijd een hoekje brandnetels in de tuin te laten staan als leefomgeving voor deze dieren.
Er zijn overigens nog veel meer 'brandnetelverslaafden' zoals de brandnetelmot en de groene brandnetelsnuiten. In totaal zijn er zo'n dertig soorten insecten direct afhankelijk van de brandnetel. Ook vogels als de nachtegaal en de bosrietzanger vestigen zich graag bij brandnetels. In het voorjaar is een brandnetelhoekje een belangrijke plek voor allerlei mezen om rupsen te vinden. Fazanten en patrijzen frequenteren de brandnetels als de bloemzaden rijp zijn.
Als je alle dieren optelt die direct en indirect afhankelijk zijn van de brandnetel, kom je uit op meer dan 150 soorten. Een hoekje brandnetels in je tuin is dus een ecosysteem op zich!
Vitaminebom
Naast een weldaad voor dieren, blijkt de brandnetel ook heel goed voor de mens te zijn! Het gehalte aan vitamine C is bijvoorbeeld zeven keer zo groot als dat van een sinaasappel. Verder is de plant rijk aan de vitamines A, 81, 82 en K en aan foliumzuur, calcium, magnesium, proteïnen en anti-oxidanten, allemaal goede bouwstoffen voor ons lichaam. En wat weinigen weten: de plant is ook lekker. De smaak lijkt een beetje op spinazie.
Al sinds de oudheid consumeert de mens brandnetels. In de afgelopen honderd jaar is de plant in het verdomhoekje terechtgekomen waardoor veel mensen nu niet weten hoe lekker en gezond hij is. Natuurlijk kun je twijfelen aan een aantal geneeskrachtige eigenschappen die de brandnetel vroeger kreeg toebedeeld, zoals bestrijding van reuma of potentieverhoging, maar het is wel aangetoond dat de plant goed werkt tegen vermoeidheid en bloedarmoede. Daarom adviseren vele kruidenspecialisten dit misschien wel meest waarde-volle geschenk van Moeder Natuur eens te proberen.
Om brandnetels te oogsten kun je het beste handschoenen en kleding met lange mouwen dragen. Bedekte benen zijn aan te raden als je tussen de hoge brandnetels gaat staan. Natte planten prikken nauwelijks, dus je kunt ze ook in de regen oogsten. De stekels van de plant verliezen na het oogsten snel hun kracht, na een uur kun je de geoogste planten gewoon beetpakken.
Netels op je bord
De belangstelling voor brandnetels groeit, want koken met wilde planten is in. Steeds meer koks ontdekken de pure smaken van ongecultiveerde planten, die vaak ook nog gezonder blijken te zijn. Gebruik voor alle culinaire bestemmingen heel jonge scheuten of anders alleen de bladeren. De stelen zijn te vezelig voor consumptie. Rauw eten kan, maar bereide brandnetel is smakelijk. Gooi bijvoorbeeld in een glas kokendheet water een paar scheuten brandnetel, laat ze vijf minuten trekken en je brandnetelthee is klaar. Enkele blaadjes mint maken de thee minder groenteachtig. Je kunt de bladeren of scheuten ook vijf minuten koken met wat zout in een weinig water. Naderhand pureren met een mixer en je hebt een heerlijke groente.
De vezelrijke stengel van de brandnetel wordt al heel lang gebruikt om brandneteltouw en neteldoek te maken. Deze ambachtelijke traditie wordt voortgezet in de productie van moderne brandnetelkleding. In Nederland is zelfs een bedrijf bezig met de research en het produceren van kleding die (deels) gemaakt is van brandnetelvezels. De meest gestelde vraag van de consument was steeds maar: 'Prikt deze kleding niet?' Een vraag die simpel was te beantwoorden: 'Nee, de geplukte brandnetel verliest snel zijn prikkracht, en een kookproces verwijdert bovendien alle scherpe kantjes. Een zeer zachte vezel resteert'.
Brandnetelgier
De weldoener voor dier en mens blijkt ook voor planten weldadig. Een aftreksel van brandnetels is een efficiënt bestrijdings-en voedingsmiddel voor je tuin. AI eeuwenlang gebruiken boeren in Noord-en ZuidEuropa een brandnetelaftreksel om hun oogst te verbeteren. I n de jaren tachtig van de vorige eeuw onderzocht een Zweedse wetenschapper de werking van brandnetelgier. Hij gaf een aantal tomatenplanten kunstmest en een aantal planten brandnetelgier en ontdekte dat de gierplanten veel steviger werden. Hetzelfde gold voor radijs-en graanplanten. Sindsdien gebruiken meer en meer biologische boeren brandnetelgier. Ook voor eenvoudige tuinhobbyisten is het een interessant middel.
Dovenetel
Een andere smakelijke netel is de dovenetel: de gele, witte, roze en paarse bloemen zijn met nectar gevuld en kun je gemakkelijk leegzuigen. Anders dan de naam doet vermoeden, is er geen enkele relatie tussen de brandnetel en de dovenetel. Beide planten komen vaak op de dezelfde plekken voor, waardoor de verwarring voor de hand ligt.
Weegbree brengt soelaas
Als je je zorgen maakt over de minieme, onschuldige prikjes van onze brandnetel, er is makkelijk iets te doen tegen de branderige jeuk van een brandnetelprik. De oplossing komt -vanzelfsprekend -ook uit de natuur. Weegbree is altijd te vinden in de buurt van brandnetels. Wanneer je een paar stevige bladeren van de weegbree plukt en die flink over de branderige plek wrijft, kunnen weegbreesappen vrij die ervoor zorgen dat het nare gevoel direct verdwijnt. Ook hondsdrafbladeren verminderen snel de branderigheid.
Uiteindelijk is er dus geen enkele reden meer om niet te gaan houden van deze stekelige weldoener!
door IIf Jacobs, Natuurpunt Studie
Opbeurend nieuws van het dagvlinderfront: de iepen page werd na honderd jaar opnieuw aangetroffen in de provincie Antwerpen.
De iepen page is niet onze algemeenste vlindersoort. Maar zijn verspreiding werd waarschijnlijk in het verleden sterk onderschat. Iepenpages vertoeven het grootste deel van hun tijd namelijk hoog in de boomtoppen. Slechts af en toe komen ze naar beneden om nectar te drinken op bloemen. De meeste vondsten betreffen dus eigenlijk toevallige ontmoetingen. Om de kans op het waarnemen van iepenpages te verhogen, moet je gericht met de verrekijker boomtoppen afspeuren in de buurt van houtkanten of bosranden met iep.
Deze methode werd uitgebreid toegepast tijdens een onderzoek dat Natuurpunt Studie in samenwerking met de Vlinderwerkgroep uitvoert voor de Provincie Vlaams-Brabant. En met resultaat: de vlinder werd in maar liefst 90 nieuwe kilometerhokken aangetroffen, goed voor 25 5 x 5 km-hokken waar de soort nooit eerder werd gezien.
Het enthousiasme van de medewerker die naar de iepenpages op zoek ging, was zo groot dat hij ook tijdens zijn vakantiedagen op stap ging. Hij was benieuwd om te weten hoe noordelijk de soort voorkomt. In Muizen bij Mechelen bekeek hij een op het eerste zicht geschikte spoorwegberm. En met succes! Reeds tijdens het eerste bezoek werd een exemplaar gevonden.
De laatste melding van iepenpage in de provincie Antwerpen dateert van 1910. Waarschijnlijk is de soort in de omgeving van Muizen steeds aanwezig geweest, maar is al die tijd onopgemerkt gebleven. Dat ze ook elders in de provincie overal gevonden zal worden, is niet waarschijnlijk. Gezien de heel verschillende bodemomstandigheden in de zandige Kempen kan wel vermoed worden dat dit nu écht de meest noordelijke grens is van het areaal in Vlaanderen.
Biotoop
De iepanpage (Satyrium w-a/bum) behoort tot de familie Lycaenidae (blauwtjes).Hij komt voor waar groepjes iepen bij elkaar staan, zowel in bossen als in parken. Maar ook vrijstaande iepen zijn geschikt, soms zelfs in het centrum van grote steden. Er zijn zelfs populaties bekend, die maar één enkele boom ter beschikking hebben.
Levenswijze
"De iepen page legt in totaal naar schatting 70 tot 110 eieren bij een eindknop op de buitenste twijgen van de boomkruin van de waardplant," weet de Wikipedia. "De waardplant van de vlinder is zoals de naam al doet vermoeden de iep. De iepen page is bekend van ruwe iep (U/mus g/abra), fladderiep (U/mus /aevis) en gladde iep (U/mus minor). De soort overwintert als ei op twijgen van de waardplant en de eitjes komen heel vroeg in het voorjaar uit op het moment dat de waardboom begint te bloeien. De vliegtijd is van begin juni tot eind augustus. De imago's vliegen laat op de dag, en doorgaans alleen hoog in de bomen. Soms komen ze naar beneden en bezoeken soms nectarplanten; dit gebeurt waarschijnlijk alleen als er hoog in de boom onvoldoende honingdauw aanwezig is."
door Luc Lambrecht
Het hemelvaartweekend in Eastbourne had alles mee om bij de 62 deelnemers onvergetelijk te worden: schitterende natuur, prachtig weer, onberispelijk hotel.
Eric Sorgeloos en Staf Aerts van Natuurpunt Grote Nete -kern Herselt, hadden een schitterende reisbestemming uitgekozen voor de 2ge editie van het jaarlijkse hemelvaart-wandelweekend: Eastbourne in East
Sussex aan de witte krijtkusten in zuidoost Engeland. Ze hadden ook een bijzonder aantrekkelijk en rijk wandelprogramma opgesteld. De spreekwoordelijke weergoden waren ons gunstig gezind tijdens dit hemelvaartweekend (2 juni tot 5 juni). Heel veel zon en een fris zeewindje. Alleen de laatste dag liet de zon het afweten, maar dat maakte het afscheid van Engeland en East Sussex iets gemakkelijker.
De hoofdbrok van de hemelvaartreis was een tweedaagse wandeling langs de South Downs Way, een eeuwenoud wandelpad tussen Winchester en Eastboume. Van dat 160 km lange pad, namen we de vrijdag en de zaterdag een dertigtal kilometers voor onze rekening. Het werden twee zware dagwandelingen in deze heuvelachtige kuststreek. Maar het stevige, typisch Engelse ontbijt in het voortreffelijke Lansdowne-hotel en de lunchpakketten leverden ons de nodige calorieën. Onze fysieke inspanningen werden rijkelijk beloond met talloze adembenemende zeezichten en panorama's. Denk aan de Beachy Head, met zijn 160 meter de hoogste krijtklif van Groot-Brittannië, en de Seven Sisters, dat zijn zeven krijtrotsen op een rij. Echte kuitenbijters waren dat, al was de meest meedogenloze kuitenbijter voor sommigen de brandende zon met haar hoge uv-index.
Vossen
Ondertussen deden we wat wandelende Natuurpunters doen en waardoor ze zich onderscheiden van gewone toeristen: de fauna en flora onder de loep nemen, speuren en turen met het blote oog, door camera's, verrekijkers en telescopen. We zagen en hoorden witte kwikstaarten, veldleeuweriken, roodborsttapuiten, goudhaantjes ...
Verrassend was dat we elke avond een paar vossen tegengekomen zijn. Doodgemoedereerd stapten ze in de straten van het centrum van Eastbourne, tot vlakbij het terras van The Belgian Cate, dat sommigen de eerste avond al gespot hadden. Zonder verrekijker. Een andere keer, in volle dag, zagen we een vos in een weide staan met een prooi in zijn muil. 'Eastbourne, waar Natuurpunters en vossen thuis zijn.'
SOS Piet
En wat hebben we tijdens deze vierdaagse geleerd?
Een: dat de afwezigen alweer ongelijk hadden, natuurlijk. Twee: dat je ook in Engeland je zonnecrème niet mag vergeten. Drie: dat dubbeldekkers niet gemaakt zijn om door sommige weggetjes en dorpjes van East Sussex te slalommen. Vier: dat de Engelsen tóch behoorlijk kunnen koken (al hebben sommigen onder ons meteen SOS Piet een mailtje gestuurd toen ze de laatste avond als dessert de Sticky Toffee Pudding' voorgeschoteld kregen.
De laatste dag bezochten we nog de Groombridge Place Gardens. Daar werden we eraan herinnerd dat de zon niet altijd van de partij is in East Sussex. De talrijke pauwen trokken zich van het druilerige weertje niets aan, maar de ijsvogels die er zouden zitten, lieten zich noch zien noch horen.
Kortom: een hemelse vierdaagse hebben wij beleefd in en om Eastbourne. Eric Sorgeloos en Staf Aerts verdienen een pluim en een dankjewel, maar ook Armand Celen, die 29 jaar geleden met de hemelvaartwandelingen begonnen is en sindsdien geen enkele wandeling overgeslagen heeft!
door Louisa
Pasen en een lentewandeling in De Roost. Of was het een zomerwandeling? De temperatuur zou het doen vermoeden, wel 26 graden met veel zon. Zalig!!!
Grote opkomst op de parking van New Vinea. Vic Van Dyck was onze gids. Na een welkomstwoordje trokken we eropuit, eerst eventjes door de bebouwde kom waarna we de natuur in duikelden. Vic hield halt aan een pracht van een eik. Hij vertelde wat er in en rond zo'n boom allemaal leeft. Aan de rand van het pad al de eerste planten in bloei, witte dovenetel en het fluitenkruid. Dat laatste vind ik prachtig met zijn schermen van witte bloempjes: elk scherm is samengesteld uit vele kleine schermpjes en ieder bloempje heeft zijn eigen steeltje, precies kantwerk. Ze trekken ook vele insecten aan en als het fluitenkruid bloeit, is het voorjaar echt een feit. Terwijl we hier genoten van al dat moois, vloog er al een buizerd hoog in de lucht.
Dan het natuurgebied in, eerst naar een hooilandje van Natuurpunt. In de weide bloeiden de fijne blauwe bloempjes van de gewone ereprijs, ook echte koekoeksbloemen, grote muur en mooie grassen, zoals de grote vossestaart. Hier kregen we ondertussen een gratis lenteconcert met als solisten de tuinfluiter, de zwartkop en de tjif-tjaf. Dan weer verder langs een poeltje met waterviolier, zo door het broekbos waar nog enkele dotterbloemen pronkten. Langs de weg stond een vogelkers, hij zat vol met rupsjes van de vogelkersstippelmot. Mooi nachtvlindertje, maar jammer genoeg eten de rupsjes de hele struik kaal. Via de pannenkoekenweide (alweer geen pannenkoeken), waar we de drienervige muur en het holpijpje vonden. Van daar naar de vijvers van De Roost, die er al prachtig bij lagen na de grootse werken. De natuur heeft zich hier al van zijn beste kant laten zien. Hier kun je echt genieten van de watervogels, de libellen, de planten, de omgeving. In één woord pure luxe. Na een tijdje van dit alles genoten te hebben, ving alweer de terugweg aan, langs de Wijngaardberg voorbij het kapelletje zo terug naar de drukke bewoonde wereld. Het was echt een 'zalige paaswandeling'. Bedankt Vic en alle deelnemers, hopelijk tot een volgende keer.
Dankwoordje
Na jaren trouwe dienst in ons lokaal in Hallaar heeft Marina te kennen gegeven een beetje gas terug te willen nemen.
De bestuursleden en de vele vrijwilligers die 's middags op de werkdagen van heerlijke spijzen voorzien werden door haar vaardige handen -willen Marina dan ook hun dank betuigen voor al dat lekkers. Gelukkig zullen we daar in de toekomst ook nog kunnen van genieten, zij het misschien iets minder frequent.
Maar nu zitten wij echter nog wel met één probleem: Wie gaat het Natuurpuntlokaal nu onderhouden en schoonmaken, want Marina deed dat ook.
Vandaar deze dringende VACATURE
Gevraagd: Vrijwilliger mlv om op gezette tijden en na activiteiten het Natuurpuntlokaal aan de Leopoldlei in Hallaar schoon te maken, de keuken te onderhouden en het afval gescheiden te behandelen. Profiel: Goede ziel met vrije tijd, zin voor orde en uiteraard milieubewust. Ervaring is een pluspunt, maar niet noodzakelijk. Verloning: Geen, al zal het hem/haar niet ontbreken aan schouderklopjes, pluimen en andere aanmoedigingen. Een onze eeuwige dank natuurlijk. Kandidaten kunnen zich wenden tot kernvoorziUer Paul Anthonis, zelf een autoriteit in dit vaksegment tel. 015 24 89 88, paul.anthonis@scarlet.be.
Zegswijzen over plant en dier
Uit: 'Wat van eksters komt huppelt graag , W.P.Postma & EAJ Scheepsmaker
De mussen vallen dood van het dak.
De mussen vallen dood van het dak ... door de hitte, wel te verstaan, want dat wil men door middel van dit gezegde aangeven: het is zo vreselijk warm, dat de mussen dood van het dak vallen.
Speurend naar de herkomst van deze zegswijze stuitte men bij Nicolaas Beets (1814-1903) in een van zijn verhalen uit de Camera Obscura op de volgende zinsnede: "Het was zo heet, dat de mossen op het dak gaapten." Maar ze hielden er gelukkig het leven bij, die straatjongens onder de vogels. Dat gapen was trouwens niet uit luiheid of verveling, maar om op die wijze verkoeling te krijgen. Overigens bedoelde Beets met 'mossen' dus duidelijk 'mussen' en drukte hij zich wat landelijk uit.
In de uitdrukking "de mussen vallen dood van het dak" ligt de zaak geheel anders. De uitdrukking was oorspronkelijk: "De mossen vallen dood van het dak."
Aangezien de meeste mensen dat verschijnsel niet kenden, maar wel het vogeltje, 'verbeterden' ze de tekst en kwam er 'mussen' te staan. Die zouden wel eens van de warmte van het dak kunnen vallen! Toch was 'mossen' goed! In de betekenis van 'sporenplanten', het bekende 'peluwtje van mollig mos'
(J.P. Heije).
Op veel daken van oude huizen, speciaal oude boerderijen, treft men mossoorten aan op en tussen de pannen en op het riet. Bij langdurige hitte en droogte verdorren die mossen en vallen van het dak, vaak mede door toedoen van voedselzoekende vogeltjes. Heel letterlijk vallen de mossen dus dood van het dak, en er is hier dus geen sprake van een dialectische of platte uitspraak van het woord 'mus'.
In het Spreekwoordenboek der Neder/andsche taal van P.J. Harrebomée (1870) staat de volgende uitdrukking vermeld, die misschien de gedachte aan vogels heeft versterkt: 'Het is zoo verschrikkelijk heet, dat de kraayen voor dood uit de boomen vallen.'
Gedichten
door Jo Van Dessel
Meidroom
Dewarme wind blaast sterren rond
's morgens glinsterend op de grond
wanneer het licht hen raakt
de dag zijn vroegste kreten slaakt
een dikke hommel zoemend blij
tolt rond in de bloemenwei
postbode heeft brieven mee
van een eiland over zee
met alleen die éne vraag
neem vliegtuig nog vandaag
Beknopte flora van de Netevallei
Aangebrande Orchis
Bitterzoet
Blaasjeskruid
Dubbelioof
Harlekijn
Huichelgeil
Kale Jonker
Ogentroost
Stinkende Gouwe
Splijtzwam
Twistappel
Valse salie
Warkruid
Wrangwortel
J'O
terug naar>>
Natuurpunt
afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op:
04.09.2011 10:35:47
Info en tips:
webverantwoordelijke