Archief:

Artikels uit het tijdschrift van

Natuurpunt Grote Nete

 

Jaargang 10
driemaandelijks tijdschrift
april 2011 Nr. 2

 terug naar de startpagina


Bos voor iedereen

door het redactieteam

Het jaar 2011 is door de VN uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Bossen. Natuurpunt is uiteraard vragende partij om meer bos in Vlaanderen te krijgen. Het doet dus actief mee en lanceerde onlangs de campagne Bos voor iedereen.

Bossen spelen een cruciale rol in het behoud van een klimatologisch en natuurlijk evenwicht van onze planeet. Meer dan driekwart van alle op het land voorkomende dier-en plantensoorten leven in bossen. Zo'n 1,6 miljard mensen zijn direct afhankelijk van het bos voor hun voorbestaan, maar ook voor de vijf miljard anderen zijn bossen een voorwaarde tot overleving.

Bosuitbreiding broodnodig

Uit de bosbarometer van de Vereniging voor Bos in Vlaanderen blijkt dat Vlaanderen nog steeds bos verliest. In 2009 werd 291 hectare ontbost, terwijl er slechts 203 ha nieuw bos bijkwam. Netto verdween er dat jaar bij ons dus bijna 90 hectare bos. Dat staat in schril contrast met het voornemen om in Vlaanderen een van bosarmste regio's van heel Europa, 10.000 hectare bos bij aan te planten. Ook in 2010 ging er meer bos verloren dan dat er nieuw bij kwam. Ontbossing leidt tot een verdere toename van de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer, om maar één van de vele negatieve effecten ervan aan te halen. Op Vlaams grondgebied is de bosbedekking slechts 11 procent en in vergelijking met heel Europa is dit heel weinig. Bosuitbreiding is dus broodnodig in Vlaanderen.

Wist u dat Natuurpunt de tweede grootste bosbeheerder (na de Vlaamse overheid) van Vlaanderen is? Ongeveer een derde van de natuurgebieden van de vereniging bestaat uit bossen. Onze vereniging is dus een belangrijke speler op het gebied van bosbehoud, bosuitbreiding en duurzaam bosbeheer in Vlaanderen.

Daarom grijpt Natuurpunt samen met de Vereniging voor Bos in Vlaanderen dit bijzondere jaar aan om deze problematiek extra in de verf te zetten en allerlei initiatieven te nemen om het tij te helpen keren.

Natuurpunt in actie

In het eerste nummer van Natuur.blad van dit jaar kunt u meer lezen over het Internationaal Jaar van de Bossen en de bijdrage van Natuurpunt. Zo schenkt onze vereniging in dit jubileumjaar -ze viert haar tienjarig bestaan 100.000 bomen aan Vlaanderen. Maar ze gaat nog verder en lanceerde vorige maand de campagne Bos voor iedereen. Tijdens die campagne gaat Natuurpunt op zoek naar fondsen van particulieren en bedrijven om in heel Vlaanderen nieuwe waardevolle bossen aan te leggen. Wil jij samen met Natuurpunt bomen planten, koop dan een bomen pakket (40 euro). Ook bedrijven kunnen hun bijdrage storten. Verneem alles over de campagne Bos voor iedereen op www.natuurpunt.be/bosvooriedereen.

Als afdeling zal Natuurpunt Grote Nete ook haar steentje bijdragen. Een passend voorbeeld voor onze regio zijn broekbossen. Hier kan men prachtige flora opbouwen met vrij eenvoudige ingrepen. Een doordacht inrichtingsplan bij het beheer van een gebied kan de biodiversiteit ook bevorderen. Bijvoorbeeld het creëren van open plaatsen aan de rand van een bos, geeft de kans aan verschillende soorten om te overleven. Natuurlijk speelt de ondergrond ook een belangrijke rol evenals het beheer van de reservaten tijdens het hele jaar.

Lees in dit verband het artikel 'Wat is een broekbos?' op blz. 7. Maar er staan nog meer wetenswaardigheden in dit lentenummer.

Veel leesgenoegen!

 

 

Een nieuwe lente

door Eddy Vets

La Nature est un tempte oû de vivants piliers Laissent parfois sortir de confuses paroles.

Charles Baudelaire

Een nieuwe lente, een nieuwe Nete

Iedere wandeling door het Neteland schenkt ons een nieuwe ervaring, ja een nieuw begin. Misschien spreken we liever van een hernieuwde kennismaking met de vertrouwde dingen die ons omringen. Inderdaad de lente vormt het jaargetijde van de vernieuwing, maar tevens van het diepe besef dat er zich steeds weer een nieuw begin aandient, althans in de cyclische beweging die de natuur ons als een perpetuum mobile voorhoudt.

De vertroosting vindt in de lente haar mooiste uiting in de vorm van kleur, vorm, geur, aanvoelen; kortom in het ervaren van een diepe vreugde om al wat opnieuw tot leven komt. Is het blijdschap om wat komen gaat, of een afrekenen met wat voorbijging? leder zal het op zijn manier aanvoelen bij het aanschouwen van het uitdeinende prille groen van de Neteoevers of het breekbaar ontvouwen van een wilgenkatje in de voorjaarszon.

Alsof Demeter haar dank betuigt voor de terugkeer van haar dochter uit de catacomben van de onderwereld. Laat ons de oergoden met nieuwe gewaden omhangen. Gewaden getooid met de eerste bloesems, wulps geurend in de luwte van de lentewind. AI wat leeft richt zich op, wil bijdragen aan die grote opstanding die lente heet. Onstuitbaar trilt iedere vezel van leven. De eenvoudigste grasspriet, nog nat van geboortewater, ontvouwt zijn puntige blaadjes. Ontelbare navolgers smukken de Netevallei op, wachtend op de eerste veld-en weidebloemen die weldra links en rechts van de rivier een bont tapijt zullen weven van pure schoonheid.

De wandelaar in dit Neteland voelt zijn onmacht in deze orgie van leven en herleven Hij kan dit niet allemaal beleven, hij moet dit ondergaan als een onbedwingbare kracht die heerst in iedere levensvorm, hier heel dichtbij, maar ook ginds zo ver weg. Het voelt als de gewaarwording van de schepping die nooit voltooid raakt. Hij ervaart het alsof hij er vaart op een zee van nieuw leven. Zo spreekt het landschap hem een taal en leert de Nete hem de weg van de wederkomst bewandelen: nooit dezelfde, altijd anders, maar steeds de Nete.

 

 

Wandelen in eigen streek

Deel 7: Wandel netwerk de Merode

tekst & foto's Stefan Janssens

Het wandelnetwerk de Merode werd recent afgewerkt en is gebaseerd op hetzelfde principe als het reeds vlot ingeburgerde fietsknooppunten netwerk. Via genummerde paaltjes kun je makkelijk wandelen zonder verloren te lopen. Je hoeft alleen maar een wandeling uit te stippelen op een plan en de bijhorende nummers op te schrijven. Je kan eveneens uittellen hoe lang de wandeling gaat worden. Zo gezegd zo gedaan. We kozen de Beeltjens in Westerlo uit als vertrekpunt. Twee korte wandelingen, die elkaar gedeeltelijk overlapten, werden uitgestippeld. Beide wandelingen passeerden langs de natuurgebieden Rothoek-Kwarekken van Natuurpunt Westerlo. En een natuurgebiedje meepikken op een wandeling is altijd een meerwaarde.

Wandelnetwerk de Merode

Het domein de Merode is een naar Vlaamse normen immens gebied van bijna 1500 ha, dat zich uitstrekt over drie provincies: Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg. Centraal in het gebied liggen de gemeenten Westerlo, Laakdal en Herselt. De prinsen de Merode waren eeuwenlang de eigenaars van deze landerijen en bossen. Het merendeel van deze bossen waren toen niet toegankelijk voor het publiek. De verkoop van de bossen en landerijen aan o.a. Natuurpunt, Agentschap Natuur en Bos en Stichting Kempens Landschap betekenden een nieuwe start voor deze gebieden. De nieuwe eigenaars werkten een visie en actieplannen uit om de natuur en de biodiversiteit nieuwe impulsen te geven. Zachte recreatie speelt in deze visie een centrale rol. De ontwikkeling van een wandelnetwerk was hierbij een logische stap. In eerste instantie was het de bedoeling om de belangrijke bosgebieden in het domein de Merode met elkaar te verbinden. Het uiteindelijke resultaat is een wandelnetwerk van meer dan 500 km dat het domein de Merode ruim overstijgt. De gemeenten Herselt, Laakdal en Westerlo liggen centraal in het netwerk, dat eveneens uitwaaiert naar de gemeenten T essenderlo, Diest, Scherpenheuvel-Zichem, Aarschot en Hulshout.

En er is nog meer wandelnieuws. Momenteel is men volop aan het werken aan een wandelnetwerk dat vertrekt vanuit Lier en via de vallei van de Grote Nete aansluit op het wandelnetwerk de Merode. Dit nieuwe wandelnetwerk zal in 2012 gerealiseerd worden.

Plannetjes van het wandel netwerk de Merode kunnen worden aangekocht bij o.a. de toeristische diensten van de lokale gemeenten. Meer info over wandelnetwerk de Merode kun je vinden op : www.antwerpsekempen.be.

Westerlo, parel van de Kempen

Je kunt er niet omheen als je Westerlo nadert. Met grote borden prijst de gemeente Westerlo zich aan als parel van de Kempen. Wie zo trots is op de eigen gemeente heeft daar wel wat over te vertellen, dachten we. En ja hoor, op de website van de gemeente Westerlo kun je lezen waarom zij de Parel van de Kempen zijn:

Westerlo heeft zijn bijnaam 'Parel van de Kempen' onder andere te danken aan het groot aanbod van groen dat in de gemeente aanwezig is. Op enkele honderden meters van het marktplein ligt zelfs een natuurgebied van 127 ha groot, waar men in elk seizoen kan genieten van de aangename boslucht en de steeds wisselende kleuren. In een tijd waarin meer en meer mensen tot rust willen komen na hun drukke beroepsleven, is de prachtige natuur een belangrijke troef in het toeristische aanbod van Westerlo.

Vertrekpunt

Als vertrekpunt van onze wandelingen kozen we de kleine parking van de Beeltjens. Deze is gelegen aan de Asberg (= straatnaam), halfweg tussen ZoerleParwijs en Westerlo. De parking ligt ter hoogte van de Jagersweg en is makkelijk te vinden dankzij het bord met daarop: Beeltjens. Er is op deze parking plaats voor een dertigtal auto's, maar op zondagen en feestdagen is dat gewoonlijk te weinig. De Beeltjens zelf beschrijven, doen we met de tekst die we terugvonden op de website van de gemeente Westerlo:

De Beeltjens mag men gerust de achtertuin van Westerlo noemen. Vooral in het weekend genieten wandelaars en joggers er van de natuur en het landschap. Heel typisch is het patroon van de dreven in de vorm van een ster. De Beeltjens zijn vooral bekend van de grote verscheidenheid aan naaldbomen en loofbomen. Hier ligt ook het hoogste punt van de gemeente, de Asberg, een zandduin van 24 meter hoog. In de prehistorie zou de heuvel gebruikt zijn als begraafplaats. Toen in 1860 een deel van de heuvel werd afgegraven, vond men er urnen met as van lijkverbranding.

Wandeling 1

De wandeling verloopt via de nummers:

8-9 11 14-183-10-184-8

Totale lengte =5,7 km Opgelet: Sommige paden kunnen er in natte periodes slijkerig bijliggen.

De wandeling vertrekt aan de slagboom op de parking. Via de slagboom stap je direct een imposante beukend reef door, richting Asberg en paallje nr. 8. Aan paaltje nr. 8 gaat het rechtsaf, de Asberg over. Na de Asberg is het even opletten, want dan moet je de steenweg oversteken, de dennebossen in. Hier valt direct op dat er op verschillende plaatsen bomen werden gekapt. Een infobordje geeft tekst en uitleg over deze ingreep. Samengevat komt het hierop neer dat men door open plekken te maken in het bos de biodiversiteit wil verbeteren. Door het creëren van microklimaten wil men extra kansen geven aan dagvlinders en andere insecten. Opengemaakte poelljes geven planten, waterinsecten en amfibieën nieuwe leefgebieden. Het kan er op termijn alleen maar mooier en natuurlijker door worden. Aan paaltje nr. 9 gaat het linksaf voor 1,6 km over een slingerpaadje. Eerst door naaldbos, maar al snel stap je langs broekbosjes en beekjes afgewisseld met oude eiken en beuken. Aan paaltje nr. 11 ben je op de ringweg rond Westerlo die we rechts even volgen tot aan de Grote Nete, (paaltje nr.14) waar het direct terug rechts gaat. Nu volgen we 1,7 km ver de dijk van de Grote Nete. Deze oeverdijk is verhard met dolomiet, en dient ook als fietspad. Langs de Grote Nete liggen tal van vijvers, waaronder visvijvers. Natuurpunt Westerlo heeft hier een mooi reservaatproject, de Kwarekken, waar je langskomt. Aan paaltje nr. 183 verlaat je rechtsaf de Netedijk, weer het bos in. Tenzij je even wilt uitrusten op de zitbank en wilt genieten van een moment van stilte. Aangekomen aan paaltje nr. 10 verlaat je de broekbosjes en vijveromgeving om linksaf opnieuw het dennenbos in te stappen. Aan paaltje nr. 184 gaat het rechtsaf en na enkele honderden meters rest er alleen nog de steenweg over te steken om weer op de parking te komen.

Wandeling 2

De wandeling verloopt via de nummers:

184 -10 -183 -185 -390 -389 184 -8 Totale lengte =4,5 km

Deze wandeling vertrekt direct aan de overkant van de steenweg. Steenweg oversteken, enkele tientallen meters naar rechts stappen en dan links het dennenbos in. Aan paal nr. 184 gaat het linksaf, aan paal nr. 10 rechtsaf. Aan paal nr. 183 rechtsaf de Netedijk op. Nu is het iets meer dan een kilometer over de verharde Netedijk stappen. Je kunt evenwel een extraatje inbouwen en dat is een bezoek aan het Natuurgebied Rothoek. Er staat een infopaneel van Natuurpunt niet ver van paal nr. 185.

Eén zin op het bord intrigeert om dit gebied even te verkennen: Het gebied ademt een bijna onwaarschijnlijke rust uit. Hier kun je niet ongevoelig voor blijven. De Rothoek is een van die natuurpareltjes uit de vallei van de Grote Nete. Op het infobord staat een wandelpiannetje van het natuurgebied, dat voor een stuk hetzelfde pad volgt als het wandelnetwerk zelf. Als je verder wandelt over de Netedijk gaat het vanaf paal nr. 390 rechtsaf. Nu is het wandelen over een landweg die eerst passeert langs een mooi natuurlijk kleinschalig landschap en dan verder loopt via een typisch landbouwlandschap. Uiteindelijk gaat het op een asfaltweggetje rechtsaf voor enkele honderden meters, tot paal nr. 389. Vanaf hier gaat het door het typisch Kempense dennenbos naar paal nr. 184. Nog even richting paal nr. 8 volgen, de steenweg oversteken en dan ben je opnieuw op de parking.

Kwarekken en Rothoek

Twee reservaatprojecten van Natuurpunt Westerlo waarvan de eerste aankopen dateren van 1993. Ondertussen zijn deze natte gebieden uitgegroeid tot meer dan 30 ha hoogwaardige natuur. Het zijn in de eerste plaats tamelijk natte gebieden bestaande uit beken-en grachtensteiseis, hooilandjes, vijvers, broekbos en struwelen. Een mozaïek van beboste, open en halfopen percelen en perceeltjes, afgewisseld met grachten, vijvers en poeltjes. Precies deze afwisseling van biotopen geeft een grote natuurrijkdom en biodiversiteit. Dit type natuurgebieden kunnen we best omschrijven als gevarieerd

broekbos en beekbegeleidend bos, afgewisseld met doUergraslanden.

Wat is een broekbos precies? Dat verneem je in het volgende artikel.

 

 

Wat is een broekbos?

Tekst van de site www.natuurkennis.nl

Als aanvulling op het artikel over wandelen in eigen streek, volgt hier een omschrijving van 'een broekbos'. Deze bijdrage is van Nederlandse origine, maar helemaal van toepassing op onze Kempense broekbossen.

Beekdalen en kwelzones

Een belangrijk kenmerk van broekbossen is dat het er nat is. De grondwaterstand is hoog, daalt weinig onder het bodem oppervlak, bevindt zich 's winters en in het voorjaar vaak boven het bodemoppervlak en de luchtvochtigheid is er hoog. De meeste Nederlandse broekbossen zijn te vinden in beekdalen en kwelzones op zandgronden, in hoogvenen en in laagvenen.

Broekbos in ruimere zin omvat berkenbroekbossen, elzenbroekbossen en bronbossen. Onder de noemer broekbossen (in striktere zin) komen hier de elzenbroekbossen (Alnetea glutinosae) aan bod, die onder invloed staan van basen houdend grond-of oppervlaktewater.

Oppervlakte en kwaliteit broekbossen is afgenomen

Elzenbroekbossen hadden in het verleden een grote omvang in brede beekoverstromingsvlakten, door verlanding dichtgegroeide meanders van beken en rivieren en in grote mesotrofe moerassen, laagvenen dus. Deze broekbossen werden in de winter door oppervlaktewater geïnundeerd, terwijl het water in de zomer tot hooguit enkele decimeters beneden het maaiveld in de bodem wegzakte. In kwelzones die niet waren geïsoleerd van de rest van het beekdal, heersten dezelfde omstandigheden. Ook daar vonden in het winterhalfjaar inundaties met oppervlaktewater, in hoofdzaak beekwater, plaats en konden behoorlijk grote fluctuaties van het grondwaterpeil optreden; veel groter dan in de bronmilieus binnen reliëfrijke hellingcomplexen.

Door intensief landbouwkundig gebruik en ontwatering van de beekdalen vormen broekbossen daar nu meestal kleine snippers die te lijden hebben van verdroging, verzuring, vermesting en watervervuiling. Hierbij moet men bedenken dat in het verleden de verschillen in kwaliteit tussen kwel-en beekwater veel geringer waren dan tegenwoordig. In laagveengebieden daarentegen is de oppervlakte van elzenbroekbos door het staken van beheer van natte hooilanden en rietlanden en door verlanding van ondiep water, aanzienlijk toegenomen, maar ook hier treedt vermesting op.

Grote variatie en hoge biodiversiteit

De natuurwaarde van broekbos is groot. Het bostype is zowel nationaal als internationaal zeldzaam. De broekbossen vertonen een grote variatie in soortensamenstelling. Dit hangt samen met de grote verscheidenheid aan groeiplaatsen waarop de relicten van de Nederlandse broekbossen zich bevinden.

Broekbossen zijn meestal spontaan ontstaan en vaak in het verleden in gebruik geweest als hakhout. Hoewel de kwaliteit en omvang van veel broekbossen sterk is teruggelopen, is de variatie en biodiversiteit nog altijd groot. In gebieden met veel kwelinvloed zijn broekbossen uitzonderlijk soortenrijk en bevatten ze veel zeldzame vaatplantensoorten.

In de broekbossen die onder invloed staan van oppervlaktewater, domineren vaak plantensoorten van natte ruigten en zijn meestal geen bijzondere vaatplanten te vinden. Broekbossen bevatten echter veel specifieke paddenstoelsoorten. Ook zijn ze rijk aan insecten, waaronder diverse kenmerkende loopkevers en libellen. De dichtheid aan broedende moeras-en bosvogels is hoog en ook voor enkele landelijk zeldzame amfibieën zijn broekbossen van groot belang.

Hakhout is kenmerkend onderdeel van beekdallandschap.

Broekbossen vertegenwoordigen belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ze vormen een kenmerkend onderdeel van het beekdallandschap zoals dat in grote delen van Nederland vanaf de late middeleeuwen tot rond 1900 heeft bestaan.

Het broekbos was aanwezig op de meest laaggelegen delen van de beekdalen die door langdurige hoge waterstanden niet als grasland konden worden gebruikt. Natte hooilanden, weilanden en broekbos vormden een afwisselend geheel.

Het broekbos was een behoorlijk productief bos met jaarlijkse aanwascijfers van rond de 10 m 3/ha. De broekbossen werden meestal beheerd als hakhout dat vele gebruiksdoelen kende en waarvan de omloop varieerde van 5 tot 15 jaar. Van de grotere broekboscomplexen waren vaak alleen de randen in hakhoutbeheer, omdat het centrale deel vanwege de hoge waterstanden niet of nauwelijks toegankelijk was. Het hakhoutbeheer is in de meeste broekbossen rond 1950 gestaakt, waardoor er nu vooral doorgeschoten hakhout aanwezig is.

 

 

Oude schuilhutten afgebroken

door Vic Van Dyck

In laakdal zijn de oude schuilhutten langs de laak afgebroken. Die scheefgezakte met mos begroeide oude hutten aan de oever van de kronkelende laak waren ondertussen bijna landschapselementen geworden.

Meer dan dertig jaar geleden werden de hutten in de Roost gebouwd om als picknickplek of schuilhut te dienen of misschien als rustplaats, want er was daar toen een parcours met fit-a-meter ingericht. En sommige Veerienaars zullen misschien met binnenpret terugdenken aan de tijd die ze in de hutten hebben doorgebracht met alles behalve picknicken of schuilen voor de regen. De vele meisjesnamen op de balken geschreven of in de zwarte planken gekrast, waren amper te tellen.

Als we het zo bekijken, zouden we nog spijt krijgen dat we de bouwsels hebben afgebroken ...

Gevaar

Maar de hutten stonden op instorten en vormden zo een gevaar voor de wandelaars. De balken, die vroeger toch zwaar met houtbeschermingsmiddelen behandeld waren, begonnen te rotten en onder een dikke laag mos brokkelden er steeds meer stukken van de eternieten golfplaten. Om die redenen hebben we in overleg met de gemeente toch beslist om de gebouwen af te breken.

De vrijwilligers van ons natuurbeheersteam hebben ook deze karwei weer met glans afgewerkt. Misschien hebben we al gezegd dat natuurbeheer een zware job is. Wel, het was nu niet anders, maar vele handen maken het werk toch wat lichter. Weldoordacht werden de hutten ontmanteld. De eternieten golfplaten werden naar het containerpark afgevoerd en het behandelde hout deponeerden we in een container die door de gemeente ter plaatse was gezet.

Hier past een pluim voor de medewerkers en een woordje van dank aan de gemeente voor de samenwerking.

Stap voor stap

In de Roost ondervonden we na de werken aan de vijvers, al een positieve impact op het landschap. Het overzicht is meer natuurlijk, met meer ruimte voor de wateroppervlakten. Je krijgt bijna de indruk, dat het landschap er spontaan gegroeid is.

En met het opruimen van de hutten aan de Laakoever zetten we weer een stap verder naar een aantrekkelijker landschap in de Roost. Daardoor is nu het contrast met de illegale weekendverblijven wel erg groot. Deze verwaarloosde toestanden passen totaal niet in een natuurgebied. We hebben dan ook op de gemeente gevraagd of er iets gedaan kan worden aan de vervallen caravans, gebouwen en afsluitingen.

Een nette oever maar vuil water

Als je zo regelmatig langs de oevers van de Grote Laak werkt, dan komen de vragen toch weer boven. Hoever zou het staan met de oplossing voor de vervuiling van de Laak? We horen er zo weinig over. Of zou eindelijk ook hier geen nieuws goed nieuws betekenen! Mochten we dat nog meemaken: een zuivere Laak, dat zou pas een grote stap vooruit zijn.

 

 

De Bruggeneindse Goren

door Jo Van Dessel

De natuur leeft in de Bruggeneindse Goren.

De terreinploeg leverde veel en uitstekend werk in februari. Als voorbereiding op mogelijke plagwerken in de toekomst werden de beide percelen langs weerskanten van de weg ontdaan van berken, wilgen en vogelkers. Gedurende een zestal werkdagen werden met man en macht de percelen vrijgemaakt.

Het resultaat mag er zijn en geeft een goede indruk van hoe het er na het heideherstel zou kunnen uitzien. Dit stukje natte heide is immers vrij uniek en een van de weinige relicten in de streek. Naast heide krijgen ook klokjesgentiaan (op de Rode Lijst), tormentil en zonnedauw de kans om zich volop te ontwikkelen. Hopelijk komen ook de bijhorende vlinders, insecten, libellen en andere heideliefhebbers het plaatje vervolledigen. Ook de levendbarende hagedis zal in de eerste lentezonnestralen voldoende warmte vinden om zich te activeren.

Voor de zomer zal het terrein nog een behandeling met de bosmaaier ondergaan om de steeds oprukkende bramen, netels en distels binnen de perken te houden.

In het najaar (oktober) volgt er dan nog een werkdag, waarschijnlijk in het goede gezelschap van onze Akabe-vrienden.

Ook het Masterplan van de gemeente Heist zou dit jaar uit de startblokken komen, tenminste wanneer we pers en gemeentelijke infoblaadjes mogen geloven. Ondertussen is ook besloten dat de Kaastrooimolen de dringende restauratie zal krijgen. Dat is dan weer goed nieuws voor onze zustervereniging Heemkring Die Swaene.

Meer info kun je altijd verkrijgen bij conservator Jo: jO.van.dessel@hotmail.com of 049553 1323

Jeugdbond voor Natuur en Milieu (JNM) helpt bij beheerswerken

Op zondag 27 februari trokken wij van JNM Hageland-Zuiderkempen er met ons bijna voltallig begeleidingsteam en een hele meute enthousiaste leden op uit om de natuur een handje te helpen.

Met onze laarzen aan en ons goed humeur op zak gooiden we al ons jong geweld ertegenaan om prikkeldraad te verwijderen uit het landschap om de natuur in zijn ere te herstellen, en om hooisel af te voeren voor het behouden van mooie graslandjes.

Met af en toe een kleine drankpauze en wat grapjes zat de sfeer er goed in. Zowel bij de begeleiders als bij onze piepers en ini's. Vraag je je af wat JNM is en wat een pieper of een ini in godsnaam is? Surf naar www.jnm.be en www.jnm.be/hz. Zie ook de advertentie achter in (omslag pagina 3) dit nummer.

Na een voormiddag werken en een lekker middagmaal in het natuurpuntlokaal in Hallaar trokken we met 'de man met de grijze baard', waarschijnlijk beter bekend als 'den Titte', eropuit voor een excursie langs de Nete. We zagen enkele reeën en staken er allemaal wat van op. Achteraf speelden we nog wat spelletjes en werden de harde werkers door ons beloond met een verassing. Een geslaagde werkdag met Natuurpunt Grote Nete! Bedankt!

Hannes Ledegen (Natuurbehoudssecretaris van JNM-afde/ing Hageland-Zuiderkempen)

Een korte reactie van enkele van onze 'piepers' (7 tot 12-jarigen)

De werkdag was supertof, vooral het gras bijeen raspen! De verrassing achteraf, een verrekijkerke was super. Van de gids wou ik graag dat die nog méééér uitleg gaf van de natuur. Lentegroetjes . Kobe

Ik vind het wel leuk als de JNM iets samen doet met Natuurpunt. En met te helpen doen we nog iets goed voor de natuur ook. En dan leren we ineens nog iets bij. En natuurlijk hebben we ook leuke leiding. Het was wel hard werken, zo hooi op stapeltjes leggen.
Lucas

De werkdag was superleuk. Ik had echte werkhandschoenen aan. Met de hooivork was het allerleukste daar kon ik héél veel mee optillen. In de namiddag gaan wandelen met een echte gids, best wel een coole, den 'Titte' of zo. Hij wist heel veel over de natuur, zoveel zelfs dat hij er boeken over schrijft. Man, ik kan bijna niet wachten tot de volgende keer. Héél véél groetjes.
Jesper

 

 

Scouts steken handje toe

Door Benny Van Dyck

De scouts van Blauberg steken al jaren een handje toe bij beheerswerken in natuurgebied de Langdonken in Herselt. Ook dit jaar deden ze hun jaarlijkse duit 'vrijwilligerswerk voor meer natuur' in het zakje.

Op 19 maart 2011 scheen het zonnetje overheerlijk. Om 9 uur startte de fietstocht van aan het scoutslokaal, de scoutshemdjes mooi gewassen en gestreken. Na de doortocht van de Langdonken viel het op hoe de meisjeshemdjes nog maagdelijk schoon waren. Menig mannelijke deelnemer zat al flink onder de modderspatten. Met 27 waren ze.

De scouts van Blauberg doen al jaren een of meerdere beheerswerkdagen in de Langdonken. En zij doen dat goed, en zij doen dat graag! De meesten hebben al een opleiding 'Veilig werken met een bijl' of 'Hoe zaag ik een stam door?' achter de rug, dus dat is mooi meegenomen.

Natuurpunt kocht onlangs een verlaten weekendverblijf in de Langdonken. Het is uiteraard de bedoeling op relatief korte termijn deze minder natuurlijke site om te toveren tot een natuurpareltje.

Opgeruimd staat netjes
De professionele terreinploeg van Natuurpunt had de afgelopen week de coniferen op het terrein een serieus kopje kleiner gemaakt. Gevolg: weinig stam, veel takhout. We doen het uiteraard met wat tegenzin, maar er zat niks anders op dan een vuur te maken en al dit takhout op te stoken. Hierin zijn de scouts meesters. Een goed vuur maken is voor een doorgewinterde scout een koud kunstje. AI snel laaiden de vlammen op en de takken vlogen in het rond.

Natuurpunt Grote Nete (kern Zuiderkempen) zorgde voor de catering. In de schuur van de Langdonken werden met veel smaak hotdogs en wafels gegeten en biologisch appelsap gedronken.

Op de aangekochte site stonden bij aankomst een grote caravan en een tuinhok. Het tuinhok werd vakkundig gedemonteerd, de enorme berg restafval werd mooi gesorteerd: metaal, geverfd hout, kunststofplaten, plastiek, KGA ... Dit afval zal naar het containerpark van Herselt gebracht worden. Opgeruimd staat netjes.

In een latere fase wordt de caravan afgebroken, materiaal gesorteerd, afgevoerd. De aangelegde vijver heeft een grondige aanpak nodig. De golfplaten oeverbeschoeiing zal worden verwijderd, de vijveroevers worden afgeschuind zodat we een 'veneffect' krijgen. Natuurpunt heeft in de Langdonken dergelijke omvormingen al meer dan eens met succes uitgevoerd, dat zal deze keer niet anders zijn.

Gemeentesubsidie
De gemeente Herselt steunt de uitbouw van het natuurreservaat de Langdonken. Voor deze beheerswerkdagen krijgen de scouts per geleverd 'man-uur' immers subsidies van de gemeente. Alle jeugdverenigingen van Herselt kunnen deze subsidie genieten. Het voorziene bedrag wordt verdeeld onder alle deelnemende verenigingen.

's Avonds ging een medewerker van het Langdonkenbeheersteam een kijkje nemen en zie: een koppeltje wilde eenden zat op de vijver, ze 'speelden' in het water. Was het hun lentegevoel of reserveerden ze al een plaatsje om volgend jaar hun kroost hier groot te brengen?

Een dikke proficiat hebben de scouts van Blauberg wel verdiend. Wat een werkijver! Natuureducatie 'al doende'! Onnodig te zeggen dat dit dé manier is om kinderen kennis en respect voor de natuur bij te brengen.

Zeg nu zelf: een vuurtje stoken, heerlijk stoeien in de modder, samen aan de slag, gesubsidieerd ... en je werkt actief mee aan de uitbouw van prachtige natuur!

 

 

Kikkers in de tuin

door den Grunen Hesteneir

Een geluid dat meestal bij een zwoele zomeravond hoort, is het gekwaak van kikkers. Meestal komen ze uit zichzelf. Maar je kunt bij de aanleg van een tuinvijver ook alvast rekening houden met de toekomstige bewoners.

Kijk niet vreemd op van een kikker, zelfs al heb je geen vijver of woon je hartje stad. Kikkers zijn vrijwel overal, behalve waar het erg droog of akelig netjes is.

Bruine kikker

In tuinen zijn het eigenlijk altijd bruine kikkers die je ziet. Hun huid is bruingroen of groenig met zwarte vlekken, en bijna altijd dragen ze bruine vlekken aan weerszijden van hun kop. Een ander kenmerk om de bruine van de groene kikker te onderscheiden, is de houding. De bruine kikker zit opgericht, terwijl zijn groene broer meer de platte vorm van een marsepeinen snoepkikker heeft. Het verschil van houding heeft met hun leefwijze te maken.

Bruine kikkers leven ongeveer op dezelfde manier als de gewone pad. De meesten overwinteren op het land (sommigen onder water). Alleen in de paartijd zijn alle volwassen bruine kikkers aan de waterkant te vinden. Daarna leven ze allemaal op het land, vaak ver verwijderd van poel of sloot. Ze jagen op wormen, kevers, slakken en allerlei andere ongewervelde dieren. Dat gebeurt 's nachts. Overdag zitten ze verscholen, onder een boomstronk, een stapel stenen of een vergeten partijtje haardhout. We krijgen ze dan ook alleen te zien bij het opruimen van de tuin, als we hun rust verstoren. Mocht dit inderdaad gebeuren, leg de rommel dan terug, want de plek waar bruine kikkers de dag doorsuffen, blijkt van levensbelang. Zonder eigen schuilplaats verdwijnen ze.

Onderzoekers hebben dit verschijnsel onderzocht bij salamanders, waarvoor hetzelfde geldt. In een aquarium lieten ze een aantal salamanders een eigen schuilplaats innemen. Toen alle plaatsen bezet waren, stopten ze extra salamanders in het aquarium. De onderzoekers zorgden ervoor dat er op de bodem voldoende voedsel lag. De salamanders met schuilplaats aten hiervan, maar de thuislozen liepen er tussendoor zonder een hap te nemen. Ze zochten een vrije plek en weigerden te eten voordat ze die hadden gevonden.

Groene kikker

De groene kikker leidt een totaal ander leven. Overdag zit hij aan de waterkant en wacht tot er een insect langsvliegt. Wanneer dat gebeurt, springt hij eropaf, slingert zijn kleverige tong naar buiten en haalt de buit binnen. Daarna wacht hij roerloos op een nieuwe prooi, het groene lichaam tegen de grond gedrukt om zo min mogelijk op te vallen. Bij gevaar duikt een groene kikker onder water, en in de winter verblijft hij daar zelfs het hele seizoen.

Groene kikkers stellen heel andere eisen aan hun omgeving dan bruine. Ze leven enkel aan begroeide oevers. Bovendien moeten er genoeg prooidieren langskomen om de kikkers in leven te houden. Groene kikkers 10k je alleen de tuin in als daar een prachtige natuurlijke vijver ligt. De meeste prooidieren brengen een deel van hun leven door onder water, en dat moet dus gezond genoeg zijn om veel vliegende insecten te kunnen 'lanceren'. In grote vijvers is het gemakkelijker om zo'n mooi natuurlijk evenwicht te bereiken dan in een kleine. Daarom leven groene kikkers bijna altijd bij natuurlijke poelen en schone sloten, of bij grote, natuurlijke vijvers.

Vissen zijn de grootste bedreiging voor amfibieën. Kikker-en paddenvisjes en salamanderlarven zijn de dagelijkse kost van vissen. In een vijver met vis zullen volwassen kikkers dus niet graag hun eÎeren afzetten. Pas als een vijver kikker'proof' is, heeft het zÎn ze erheen te brengen. Dit kan alleen met kikkerdril. Het vangen van kikkers is niet alleen wettelijk verboden, maar bovendien zinloos. Kikkers en padden gaan altijd op zoek naar hun geboortewater, en verdwijnen dus weer. Probeer daarom iemand in de buurt te vinden met een natuurlijke vijver en vraag of je wat kikkerdril mag oogsten om te verkassen. Wacht wel tot de volgende lente. Want bruine kikkers laten hun grote, drijvende klompen dril al in maart en april in sloten en poelen achter. In juli springen de kikkertjes voor het eerst op het land rond. Groene kikkers paren pas in meL Hun dril zinkt van nature. Deze kikkers kleven het onder water aan de waterplanten vast, wat het extra moeilijk maakt om hun dril te vinden.

Een goede raad: laat onze kikkers, padden en salamanders waar ze thuishoren: in de vrije natuur. De natuur is hun biotoop, laten we ze daar bewonderen en bestuderen.

 

 

Prioritaire soorten

door Stefan Janssens

Een belangrijke factor van het provinciale Natuurbeleid zijn de Provinciale Prioritaire Soorten. Bij de opmaak van het Provinciaal Natuurontwikke· lingsplan van de provincie Antwerpen werd het concept ingevoerd. Prioritaire Soorten zijn dier· en plantensoorten die typisch zijn voor de provincie Antwerpen, maar die meer en meer in de verdruk· king komen. Voor deze soorten stelde de Provincie een soortgericht beleid op om ze meer kansen te geven.

Stappenplan Prioritaire Soorten

Om te komen tot een lijst van prioritaire soorten werd door het INBO (Instituut voor Natuur· en Bosonderzoek) een methode uitgewerkt die voorgesteld is in de figuur onderaan deze pagina.

Stap 1 Als meer dan 33 procent van de verspreiding van een soort in Vlaanderen in de provincie Antwerpen ligt, dan gaat het over een typische soort. Een soort die echt thuishoort in de provincie Antwerpen dus. Gelukkig zijn de lijsten met typische soorten nog redelijk lang. Een natuurbeleid uitstippelen voor al deze soorten is dus onbegonnen werk. Een verdere verfijning is noodzakelijk.

Stap 2 De lijst met typische soorten wordt vergeleken met de beschikbare Vlaamse en Europese Rode Lijsten. Rode Lijsten zijn lijsten waarop per land de in hun voortbestaan bedreigde dier-en plantensoorten staan. Door toetsing van de typische soorten aan de Rode Lijsten verkrijgt men de prioritaire soorten. Zo krijgt men lijsten van prioritaire soorten van dagvlinders, vleermuizen, vissen, planten, paddenstoelen, spinnen enz. Dit zijn echter dynamische lijsten die periodisch worden gewijzigd door een betere kennis van de verspreiding en grootte van soorten. Het zijn alleszins deze lijsten die de basis vormen voor het provinciale soortenbeleid.

Stap 3 Binnen de lijst van prioritaire soorten wordt nog een verdere selectie gemaakt: de aandachtsoorten. De meeste prioritaire soorten zijn sterk gebaat bij een goed uitgevoerd gebiedsgericht beleid dat stoelt op Instandhoudingdoelstellingen (IHD's). Dit betekent dat in de afgebakende gebieden met hoge natuurwaarde (Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), Habitat-en Vogelrichtlijngebieden, reservaten, verwevingsgbeiden) een groot deel van de prioritaire soorten extra overlevingsstimulansen krijgen. De provinciale aandachtsoorten zijn soorten die hun leefgebied voor het grootste deel buiten de kerngebieden van het gebiedsgericht beleid vallen. Voor deze soorten is nog een aanvullend beleid nodig.

Rapport

Het rapport Provinciale Prioritaire Soorten is een turf van meer dan 200 pagina's die handelt over het voorkomen van vele tientallen prioritaire dieren plantensoorten in de provincie Antwerpen. Aansluitend wordt per soortengroep een evaluatie gemaakt: oorzaken van achteruitgang. Ook worden per soortengroep beheersadviezen gegeven en de status van het behoud (wettelijke bescherming). Per soort is er een duidelijke verspreidingskaart opgenomen met de gemeentegrenzen, de rivieren en de Natura 2000-gebieden. Hierdoor kan men in één oogopslag op het kaartje van bijvoorbeeld de ronde zonnedauw zien dat de soort nog voorkomt in de Langdonken te Herselt, het Goor in Westmeerbeek (Hulshout) en de Goren in Bruggeneinde (Heist-op-den-Berg). Dit document heeft een duidelijke meerwaarde voor iedereen die met natuurbehoud bezig is, zeker in de provincie Antwerpen. Het is een belangrijke parameter voor het al dan niet voorkomen, voortplanten, vooruitgaan, achteruitgaan, verdwijnen, van prioritaire soorten in reservaten en natuurgebieden. Voor beheersteams is het een onmisbare leidraad, onder andere voor het opmaken van monitoringrapporten.

De volledige bundel kan in stukken worden gedownload van de site van de provincie. www.provant.be/leefomgeving/natuur en landschapIn atuurbeleid/soortenbeleid

Broedvogel inventarisatie

Dit voorjaar wordt er in de vallei van de Grote Nete een broedvogelinventarisatie uitgevoerd door Natuurpunt kern Heist. Het behelst dat deel van de vallei dat gelegen is tussen de Hullebrug in Itegem en de Pallieterhoeve in Booischot. Het studiegebied is grotendeels gelegen in de gemeenten Itegem, Heist-op-denBerg, Hallaar, Hulshout en Booischot, maar ook een klein stukje op grondgebied van de gemeenten Nijlen en Herenthout. Het gaat over een enorm gebied van zo'n 500 ha dat een weerspiegeling is van het toekomstige Sigmagebied . Het is niet de bedoeling om alle vogelsoorten te inventariseren, maar een beperkte lijst met typische

soorten voor de vallei van de Grote Nete en daarbovenop de zeldzame broedvogels. Ook een aantal van de Provinciale Prioritaire Soorten werden opgenomen in deze lijst:

-nachtegaal, -zwarte specht, -matkop, -ijsvogel, -blauwborst, -wielewaal

Deze zes vogelsoorten zijn mogelijke broedvogels in de vallei van de Grote Nete.

Sigmaplan

Waarom nu een broedvogelinventarisatie opmaken? Enerzijds is het tien jaar geleden dat de vorige broedvogelinventarisatie werd uitgevoerd. Anderzijds willen we een juist beeld krijgen van de broedvogelpopulatie in de Netevallei, voordat de werken van het Sigmaplan worden aangevat.

Door de Sigmawerken gaat de Netevallei erg veranderen. Onder andere het waterpeil in de vallei zelf zal sterk worden verhoogd wat heel andere biotopen gaat opleveren. Na de uitvoering van Sigma is het de bedoeling dat er weer een studie wordt uitgevoerd om de evolutie op de broedvogelpopulatie na te gaan. Maar dan zullen we ondertussen misschien weer bijna tien jaar verder zijn.

Mee vogels inventariseren?

Het inventariseren van de broedvogels in de vallei van de Grote Nete gaat door van eind maart tot begin juni. Drie teams gaan regelmatig op pad om een geselecteerde groep van broedvogels in detail te inventariseren. Mensen die zin hebben om eens in een klein groepje mee op stap te gaan met de vogelspecialisten van Natuurpunt zijn (in beperkte mate) welkom. Het is de ideale manier om op korte tijd zeer veel te leren over onze lokale broedvogels.

Meer info bij Stefan: 015 24 28 02 of stefanJanssens@telenet.be

Literatuur

-Rapport Provinciale Prioritaire Soorten (Provincie Antwerpen)

-Provinciaal Natuurontwikkelingsplan

 

 

Uilen door de eeuwen heen

door den Grunen Hesteneir

Uilen zijn er in allerlei maten en gewichten. Van groot naar klein hebben we de oehoe, bosuil, kerkuil, ransuil en steenuil. Merkwaardig genoeg hebben uilen meestal in een kwaad daglicht gestaan. Ze werden in verband gebracht met magie, heksen en de dood.

De oehoe is de grootste in ons land voorkomende nachtroofvogel. Hij is tweemaal zo groot als een ransuil. Zijn voedsel bestaat uit kleinere vogelsoorten tot en met soms jonge reeën. Na in ons land verdwenen te zijn, komt hij de laatste jaren weer voor in de Ardennen. Momenteel zouden er zo'n vijfentwintig broedparen zijn. De naam oehoe is duidelijk een klanknabootsing, zoals dat in de meeste Europese talen het geval is. In het Duits heet deze soort 'schuhu' of 'uhu', in het Spaans 'buho' en in het Italiaans 'gufo'. In Franse dialecten kreeg de oehoe meer omschrijvende namen als 'homme des bois', 'Jean des bois' of 'grand duc'. Men noemt hem 'un duc' in het Frans, mogelijk omdat hij als leider wordt beschouwd van sommige vogels als deze naar een vreemd land vertrekken. In de streek Languedoc werd hij door de kinderen 'Jean l'OIi' (Jean de I'huile) of 'Béu I'OIi' (boit I'huile) genoemd omdat ze hem ervan beschuldigden de olie van de lampen op te drinken. Feit is dat uilen nogal eens tegen vensters van verlichte kamers vliegen, net zoals er veel verkeersslachtoffers onder hen vallen omdat ze naar de verlichte koplampen van auto's vliegen.

De kerkuil daarentegen wordt in het Duits, dankzij zijn witte verschijning, ooit wel eens 'nonne' genoemd, en vergelijkend in het Frans 'dame blanche'.

Uilen en mythologie

Uilen zijn met hun gele ogen vogels van de schemering en de nacht (met het gele oog: de maan). Grote verering in die zin kreeg de steenuil (Athene noctua) in het Oude Griekenland: de grote godin Athene werd er voorgesteld in uilengestalte. De uilenkoppige Athene Glaukopis was een maangodin en dus een vruchtbaarheidsgodin; de maan staat immers in nauw verband met de vruchtbaarheid. Athene droeg een fakkel en had de steenuil als heilig dier. Ze was de godin van de wijsheid. Meestal werd Athene afgebeeld met een steenuil op haar schouder. De uil lijkt wijs omdat het de enige vogel is die je recht in de ogen kijkt, hierdoor lijkt hij iets menselijks te hebben. Zelfs de nieuwe Griekse euromunten dragen de beeltenis van het uiltje. Nochtans beschouwde men in 't algemeen, afgezien van de Atheners, de uil met angst en afschuw. Toen de Romeinen Athene als hun godin overnamen, maar dan onder de naam Minerva, verdween de symbolische betekenis van de uil. De Romeinen beschouwden de uilen als voorboden van de dood. Ze werden ervan verdacht het bloed van kleine kinderen uit te zuigen. Het heet dat de dood van Julius Caesar werd aangekondigd door het roepen van een uil. De oehoe kreeg namen toebedeeld als 'dodenvogel', 'onheilsvogel', 'sinister', 'luguber' en 'profanicus'.

Uilenbekers, vooral gebruikt in de 16de en 17de eeuw, waren drinkbekers in de vorm van een uil. Het deksel werd voorgesteld door de kop van de vogel. Ze dienden voor het drinkspel, waarbij de bekers, met wijn of bier gevuld, vlug achter elkaar moesten worden leeggedronken: hoe lastiger dit in zijn werk ging, des te groter de jolijt. Men kreeg voortdurend 'het deksel op de neus', letterlijk en figuurlijk.

Uilen, drank en magie

De steenuil of 'piepuil' stelde de lokvogel en potsenmaker voor, die tot dronkenschap verleidde. Narren en grappenmakers uit vroegere tijden voerden dikwijls de uil op hun scepter. De piepuil, die vaak zittend op het bekende krukje op de bekers was afgebeeld, verlokte tot drinken, net als hij de vogels verlokte bij de vogelvangst. Hier staat de uil als zinnebeeld voor onmatigheid en brasserij. Het feit dat de uil de onverteerde resten van zijn prooi op gezette tijden uitbraakt, in de vorm van een braakbal, zal wellicht in niet geringe mate tot dit beeld bijgedragen hebben.

Romeinse geneesheren beweerden dat men na het eten van een uilenei afkeer kreeg van wijn, zelfs voordat men ervan proeft. Ze beweerden zelfs dat een kind dat een uilenei te eten kreeg, nooit een dronkaard zou worden. Als uileneieren aan een dronkaard te eten worden gegeven, dan zal hij op staande voet verzaken aan zijn geliefkoosde drank. Voorts werd beweerd dat wie een uilenei at, nooit vergiftigde wijn zou drinken. Stemt tot nadenken, ik ga mijn vriend Joris Bosmans, bij het controleren van zijn nestbakken, vragen of hij voor mij enkele exemplaren opzij kan houden.

Alle oude magiërs, die tevens als geneesheer van de oudheid mogen worden beschouwd, verwerkten delen en eieren van de uil in verjongings-en liefdesdrankjes. In onze contreien werd dit gebruik toegeschreven aan de hier algemeen voorkomende steenuil. In de middeleeuwen geloofde men dat, als men het hart van een uil op de linkerborst van een slapende jonge vrouw legde, al haar geheimen verklapte. Een ridder die ten strijde trok, droeg een uilenhart bij zich, zodat hij onversaagd en heelhuids uit het gevecht kwam.

Van de haat die vogels de uil toedragen, werd al vanaf de Romeinen handig gebruik gemaakt door vogelvangers. Men nam dode takken of struiken, verwijderde alle blaadjes die er nog aanzaten en smeerde alle takken in met vogellijm. Op een niet ingesmeerde tak bond men een uil met een touwtje aan de poten vast. Voor het vangen van roofvogels gebruikte men een oehoe, voor het vangen van kleine vogels, gebruikte men een steenuil. Soms kwam er nog een vangnet aan te pas, en soms kon men door aan het touwtje te trekken dat vastzat aan de poot van de uil (hetgeen dan gebeurde vanuit een schuilhut), maken dat de uil even opsprong en met de vleugels klapte. Het heette dan dat men de uil liet 'dansen'. De haat die vogels de uil toedragen, liet hen alle voorzichtigheid uit het oog verliezen. Scheldend gingen ze op de kale takken zitten, waardoor ze gemakkelijk door middel van vogellijn werden gevangen. Bij de valkenjacht maakte men veel gebruik van een grote uil, ,vooral ook wanneer de begeerde prooi een wouw was. In de middeleeuwen heette deze uil 'uuf', later 'schuivuit' of 'schuivik', of ook wel 'scavuut'. Deze laatste woorden zouden afgeleid zijn van het Franse 'chouvette', het hedendaagse 'chouette', en bij ons nog voortleven in het woord 'schavuit'. Men beweert ook dat het een klanknabootsing zou zijn van de kreet van de vogel, zoals we die aantreffen bij het Franse 'chouan'. We hebben het hier over de oehoe.

Sommigen beweren zelfs dat men een uil heel gemakkelijk kan doden door eenvoudigweg een paar keer om de boom, waarin hij zit, heen te lopen. Door het feit dat de vogel je voortdurend blijft aankijken, draait hij zichzelf op die manier onverbiddelijk de nek om. Feit is dat sommige uilen een wonderbaarlijke gave hebben de kop te draaien tot 270°. Een 'chavon' is een instrumentje uit gebakken aarde In de vorm van een vogel. Men blaast er in door het gat onder de staart om de roep van de steenuil te imiteren en deze naderbij te lokken.

Uilen en hekserij

Uilen werden altijd beschouwd als vertrouwelingen van de heksen. Soms droegen ze hen op hun geruisloze vleugels door de nacht naar een of andere goddeloze afspraak, een andere keer behoorden ze zelfs tot de ingrediënten van een of ander toverbrouwsel. Het diepe overhellen van de kop met de lichtende ogen, waardoor ze op de borst leken te zitten, gaf aanleiding tot het idee van een 'vonkenvogel': de brandvogel. Lijkengezang noemde men zijn roep. Zijn onberekenbare vlucht, als het ware kriskas en stuurloos in het rond, vergrootte het verschrikkelijke van zijn karakter. De wetenschappelijke naam voor de bosuil luidt Strix a/uco. In teksten van Romeinse dichters maken we kennis met de 'strix', een soort krijsende uil die volgens Plinius de Oudere zuigelingen de borst gaf en ze aldus vergiftigde.

De vrees voor uilen is over de hele wereld verspreid. Hun zonderlinge uiterlijk, dat wel eens aanleiding heeft gegeven tot de bewering dat ze bastaarden zouden zijn van een kat en een papegaai. Het vreemde knipperen met de grote ogen, het geruisloze en geheimzinnige vliegen, het krassende en akelige geschreeuw en zijn lichtschuwheid geven hem iets spookachtigs en geheimzinnig en zullen zeker hieraan bügedragen hebben.

Uilen en de dood

Zeer algemeen verspreid is het geloof dat de uil een doods bode is. Hij komt roepen bij het huis van een zieke, drie dagen voor zijn dood. Als er geen zieke is in het huis, dan voorspelt hij dat een van de inwoners zal verongelukken. Als een steenuiltje 's avonds na tien uur meermaals om het huis vliegt en zijn roep laat horen, zo is een sterfgeval in het vooruitzicht. Zijn roep 'kievitt' betekent immers zoveel als 'komm mitt'. In Bretagne herhaalt de steenuil bovenop de schoorsteen: 'coudre! coudre!' waarmee hij aangeeft dat de man weldra in zijn doodskleed zal genaaid worden. Elders roept het steenuiltje op lugubere wijze: 'mours! mours!' (meurs! meursl). 's l\Jachts vliegt de steenuil rond de huizen en wel eens tegen de ramen van kamers waarin licht brandt. In werkelijkheid komt hij op het licht af, waar hij de op hun beurt aangetrokken kevers en nachtvlinders komt vangen. Vaak brandt er 's avonds en ook 's nachts, vooral bij stervensgevaar, nog licht bij een zieke en zo komt het wellicht dat de uil daar krijsend rondvliegt en dan ook tegen de. ruiten botst. Men meent te weten dat hij de zieke komt halen. Elders vermeldt men dat, als er iemand komt te sterven, men een uil aan de voordeur nagelt en men hem daar laat hangen tot hij volledig verdroogd is. Om de uilenroep te bezweren kan men zijn toevlucht zoeken tot het leggen van een knoop in een zakdoek of het werpen van een handvol zout in het vuur.

De uil heeft ten slotte ook een weersvoorspellende betekenis. Algemeen wordt aangenomen dat men als de uil 's avonds roept, mooi weer mag verwachten. Als een uil in de winternacht rustig krast, mag men mooi weer verwachten. Als hij klagelijk huilt gedurende de nacht komt er regert

Dat deuil niet alleen verband hield met heksen, maar ook met de duivel, en dat Satan soms wel eens de gedaante aanneemt van een uil, getuigen de vele oude verhalen en sagen uit onze welgevulde (sprookjes) geschiedenis. Er wordt gezegd dat hij dag en nacht rond de graven blijft hangen, want de 'zondaar' houdt van de onaangename lucht van rottend mensenvlees. De uil vertegenwoordigt diegenen die overgeleverd zijn aan de duisternis van de zonden en die het licht van de rechtschapenheid ontvluchten. Hij haat het licht van de waarheid. Er wordt gezegd dat het een vuile, stinkende vogel is, want de plaats waar hij woont, is smerig van de drek. Als een zondaar openlijk gezien wordt in zonde, dan wordt hij door anderen berispt. Zo ook vallen kleine vogeltjes hem aan, ze plukken hem de veren uit en verwonden hem met de bek. Degenen die zich onberispelijk gedragen, veroordelen zijn uitspattingen en berispen de vreselijke daden van de zondaar. Daarom wordt van de uil beweerd dat hij ongelukkig is, want degene die verwikkeld is in zaken zoals we die hierboven genoemd hebben, is ongelukkig.

 

WASBEER VERKEERSSLACHTOFFER IN VEERLE

Op 26 januari 2011 vond Kris Boets op de Diestsebaan, nabij het natuurreservaat De Werft in Veerie, een wasbeer als verkeersslachtoffer. Via het marternetwerk van het INBO (Instituut voor natuur-en bosonderzoek) werd Herman Berghmans op de hoogte gebracht en werd het kadaver door hem opgehaald om bewaard te worden in de diepvriezer van het netwerk.

Ondertussen is het beest al door de onderzoekers van het II\IBO opgehaald om verder onderzocht te worden. Op deze manier hopen ze meer te weten te komen over de conditie van deze wasbeer. Is het dier al een tijd in onze natuur aanwezig (wilde prooiresten in zijn maag) of is het toch een pas ontsnapt dier (met bijvoorbeeld kattenbrokken in zijn ingewanden)?

In Vlaanderen blijven waarnemingen en vondsten van wasberen (voorlopig) nog een sporadisch fenomeen, maar in het oostelijk deel van Wallonië zijn er al verschillende plaatsen waar dit NoordAmerikaanse dier serieus uitbreidt. Mogelijk gaat het om inwijkelingen uit Duitsland, waar in heel wat gebieden wasberen als plaag worden bestreden. Zodra er meer info vanuit het INBO wordt verkregen, houden we jullie verder op de hoogte.

 

BUIZERD BESCHOTEN IN AVERBODE BOS EN HEIDE

Op 16 februari 2011 vonden wandelaars in het natuurreservaat Averbode Bos, meer bepaald op grondgebied Averbode, in de omgeving van de Rietvijver, een gewonde buizerd. Zij brachten de vogel over naar het l'Jatuurhulpcentrum van Opglabbeek. Hier werd de vogel onderzocht o.a. met behulp van een röntgenfoto. Op deze foto was duidelijk te zien dat de vogel met hagel was beschoten, met de verwondingen tot gevolg. De buizerd wordt in het opvangcentrum verder verzorgd.

Interessant detail bij deze vondst was dat deze vogel een wetenschappelijke ring droeg. Via de ringgroep Demervallei werden we op de hoogte gebracht van de ringgegevens. De buizerd bleek geringd als ouder dan eerstejaarsvogel op 30 december 1990 (dus minimum in zijn 22e levensjaar!) in het toenmalige vogelasiel van Zichem (Herman Ceusters). Hij had toen ook al met menselijke agressie kennisgemaakt, want hij was met met vergiftigingsverschijnselen binnengebracht uit de buurt van Tienen. Hopelijk komt ook deze maal alles opnieuw in orde. Veel succes aan deze hoogbejaarde vogel. engebracht uit de buurt van Tienen. Hopelijk komt ook deze maal alles opnieuw in orde. Veel succes aan deze hoogbejaarde vogel.

 

 

Onfortuinlijke bosuil

door Joris Bosmans

Een oude bosuil -18,5 jaar! -werd dood aangetroffen in de Averegten. Triest nieuws na de verkiezing van de bosuil tot 'vogel van het jaar'.

Op 24 november van vorig jaar vonden wandelaars nabij de speeltuin van het provinciaal groendomein de Averechten een grote dode vogel. Boswachter Herman Goossens werd erbij geroepen, en hij zag onmiddellijk dat het om een bosuil ging. Bij nader onderzoek bleek dat de vogel een ring (nummer H71244) aan zijn poot had. "Dit wordt interessant", dacht Herman. "Waar komt deze vogel vandaan en waar zou hij geringd zijn?" Toevallig passeerde François Van Den Bosch, de man die al jaren de uilen en valken in deze streek ringt. Hij zou de uil zijn levenspad weleens opsnorren. De ring werd meegegeven, en dan maar afwachten. Via Ludo Smets, de voorzitter van de kerkuilenwerkgroep, kwamen we te weten dat hijzelf de uil op 9 mei 1992 geringd had, ook in de Averegten, als een in 1991 geboren vrouwtje. Die zijn te herkennen aan de broedvlek op hun buik. Dit wil zeggen dat de vogel dood gevonden werd 18 jaar, 6 maanden en 15 dagen na de ringdatum, wat wel heel oud is voor een uil. Deze bosuil was dus heel honkvast (hij bleef heel zijn leven op dezelfde plaats) en in de Averegten zal dus voedsel (muizen) genoeg voorhanden zijn.

 

Wandeling in Eindhout

door Louisa

Nieuwjaar, nieuwe voornemens en één daarvan luidde: er nog meer opuit trekken in de natuur. En hoe konden we beter starten dan met een fikse winterwandeling op Eindhoutberg en door het Eindhoutbroek.

Het zonnetje liet zich ook niet onbetuigd, het scheen volop. Het was precies lente, zalig! Wij eropuit, samen met een ferme groep liefhebbers. Aan de kerk werd het startsein gegeven en al gauw kwamen we aan een holle weg en kregen we de klim op Eindhoutberg. Hier hadden we een mooi uitzicht op deze weg. Onze gids, de Vic, gaf hier de nodige uitleg en liet ons onder andere een stuk ijzerzandsteen zien. Dit zeer hard materiaal, werd vroeger nog gebruikt voor bijvoorbeeld de kerken van de omgeving.

Verder dan naar de Wijngaardberg. Inderdaad, vroeger waren hier wijngaarden en errond lagen akkers. Nu vooral weiden er hierlangs loopt de Kleine Broekloop. Prachtig landschap trouwens. Op de takken van een eik vonden we de gele trilzwam. En zo ging het verder langs broekbossen. Gelukkig hadden de meesten laarzen aan, want na de vele regen en sneeuw, lagen de paden er nu niet bepaald droog bij. Modder en soms wel een paar centimeters water, maar dat kon de pret niet drukken!

En zo kwamen we aan een vijver met toch nog wat ijs op. Jammer genoeg vonden we hier drie grote dode karpers en een dode snoek. Denkelijk slachtoffers van het koude winterweer en waarschijnlijk zuurstof te kort. Wat verder zagen we een groot aantal sijsjes die hun buikje vulden met de zaadjes van de elzenpropjes. Dan weer verder op pad langs bos en de Kleine Laak. Hier en daar vonden we korstmossen, dooiermos en schotelmos. We hebben ze één voor één onder een loep bekeken. Een heel apart wereldje ging voor ons open, schitterend! Boven de Oosterbossen vlogen twee buizerds al in een baltsvlucht en op ons pad vonden we al het driekleurig viooltje, de voorbode van de lente? Verder langs de Ossestaldreef, zo naar 't Hoeves en zo kwamen we al stilleljes dichter bij ons startpunt. Het was een heerlijke winterwandeling en een goed begin van hopelijk een schitterend wandeljaar.

Bedankt Vic voor deze prachtige tocht!

 

 

 

 

 

terug naar>>  Natuurpunt afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op: 27.05.2011 16:31:07
                              
Info en tips: 
webverantwoordelijke