Archief:

Artikels uit het tijdschrift van

Natuurpunt Grote Nete

 

Jaargang 10
driemaandelijks tijdschrift
januari 2011 Nr. 1

 terug naar de startpagina


Voorwoord

Handen uit de mouwen

door Paul Anthonis

Naar aanleiding van het Europees Jaar van de Vrijwilliger, staan we even stil bij de verdiensten van de vele vrijwilligers die in Natuurpunt Grote Nete, letterlijk en figuurlijk, de handen uit de mouwen steken om hun steentje bij te dragen aan het herstel en het behoud van de natuur in de streek van Heist-op-den-Berg, Herselt, Hulshout, Laakdal en Westerlo.

Onze vrijwilligers zijn mensen die zonder bezoldiging hun diensten aanbieden aan Natuurpunt Grote Nete, zijn leden en de natuur. Ze maken de talloze activiteiten en initiatieven van onze afdeling mogeljjk. Hun inzet is belangeloos, maar bepaald niet zonder belang! Ze nemen belangrijke taken op zich en stellen ons in staat onze doelstellingen te bereiken.

Onze vrijwilligers komen uit alle mogelijke maat­schappelijke groepen en hun leeftijd loopt fel uiteen, wat ons zeer pleziert Ze kiezen de taken die hen het beste liggen en waarvoor ze zich met enthousiasme kunnen inzetten. Welk kennis, talenten of vaardigheden ze ook hebben, zij geven het beste van zichzelf.

Natuurpunt draagt zijn vrijwilligers op handen! Ze zijn immers van onschatbare waarde voor de natuur en de maatschappij. Zonder vrijwilligers geen Natuurpunt, zo simpel is dat. We hopen dat we altijd op hen mogen rekenen en dat er gestaag nieuwe vrijwilligers mogen bij komen.

Vrijwilligers kunnen de handen uit de mouwen steken bij beheerswerken in natuurreservaten

Vrijwilliger zijn van Natuurpunt Grote Nete is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Is belangeloos, maar onschatbaar waardevol voor de natuur en de maatschappij.

De vrijwilligers zijn de wortels van onze vereniging. We denken hier in de eerste plaats aan hun onmisbare rol bij onze beheerswerken, het onderhouden van onze percelen. (Zie onze activiteitenkalender op blz. 26 en 27.) Hun bijdrage kan variëren van maaien en hooien, plaggen, zagen en opruimen tot het creëren van reservaten. De reservaten zijn de pronkstukken van elke Natuurpuntafdeling. Ze vormen de band met onze leden en de hoeksteen van natuurbehoud.

Maar vrijwilligers kunnen ook figuurlijk de handen uit de mouwen steken. Door wandelingen te gidsen, mee te doen aan tellingen, pintjes te tappen in ons lokaal, administratieve klussen te klaren, nieuwe leden te werven. Wat dit laatste betreft: zonder leden ook geen Natuurpunt!

Wil je graag vrijwilligerswerk doen bij Natuurpunt Grote Nete? Er zijn immers altijd handen tekort. Neem contact op met een van de vrijwilligers die vermeld zijn op blz. 28. Vrijwilliger zijn is een aangename, leerzame en nuttige vrijetijdsbesteding voor jong en oud.

Vrijwilliger van gisteren en vandaag, nogmaals vriendelijk bedankt! Vrijwilliger van morgen, van harte welkom!

10 jaar Natuurpunt

Natuurpunt deelt dit jaar elke maand cadeaupakketten uit. Dit naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de vereniging. Ga naar www.natuurpunt.be/win en beantwoord de wedstrijdvraag. In januari maak je kans op één van de tien cadeaupakketten van Westmalle, hoofdsponsor van Natuurpunt. Gezondheid!

 

 

Wandelen en wegen

door Eddy Vets

How many roads must a man walk down before you can call him a man? The answer is blowing in the wind.

Bob Dylon

Wandelen is een kunst. Wij wandelen een leven lang. Vaak spreken we dan ook van iemands levenswandel. De weg die we afleggen tekent onze persoonlijkheid. Indien het leven één groot landschap is, dan volgt daar ieder zijn spoor: een weg die leidt naar zijn horizon, ver weg of dichtbij. Wat daarachter ligt weet niemand. Gelukkig maar!

Tijdens de vele tochten doorheen het Neteland valt het op hoe de meeste wandelaars platgetreden paden verkiezen boven onbegane wegen. Het vormt de keuze tussen een veilige bestemming en een avontuur in het onzekere. Wat je langs begane wegen aantreft, blijft vaak verstoken van het boeiende en het onver­wachte. Hoe verandert het landschap als je het vanuit een ander perspectief bekijkt. Dit verrijkt niet alleen het fotografisch oog, maar ook je geestelijke ingesteldheid. Het kan aanleiding geven tot een breder en dieper inzicht.

Laat ons eens eenvoudigweg even stilstaan en omke­ren. Het gebeurt haast nooit tijdens een wandeltocht. Stilstaan betekent halt houden bij het hier en nu. Verder gaan is de toekomst achterna lopen. Omkeren is de afgelegde weg uit het verleden overschouwen. Beide bestaan niet: er is alleen het hier en het nu. Niet

te vatten.

Misschien is het ook niet nodig om om te keren op het levens­pad. Liggen er vaak niet wat scherven van stukgesprongen illusies uitgespreid in vluchtige zonneschijn? Geeft de wind niet het antwoord op onoplosbare vragen? Soms luw en lavend strelend door je haar of scherp bijtend en snijdend langs je aangezicht. Leer van de bomen in het landschap: buig neder of biedt weerstand tot je huid gekerfd en gegroefd getuigt van je onverzettelijkheid, doch eens zal de wind ...

Omkijken houdt gevaren in. Denken we maar aan Orpheus die door het omkijken zijn geliefde Eurydice definitief naar de onderwereld zag weerkeren. Of dichterbij het verhaal van de zoutpilaar. Ook hier leert de Nete ons de zin van dit alles te begrijpen of beter te ervaren. Alles vloeit gestaag voorbij, niets keert ooit terug. Uren mag je langs haar oevers lopen, nooit zie je hetzelfde. Alles verandert: vorm en kleur, de uitsneden van het stuikgewas en de bomen, de wolken arabesken, de grassen voor je voeten. Zelfs de traag voorbijwiekende reiger vliegt vandaag anders dan gisteren. Zijn kortstondige aanwezigheid bij valavond biedt een puur genot voor ieder die even met hem de duisternis indroomt.

Gedachten aan donker en dood zijn de voorboden van Aurora, die in haar ontwaken van licht het hele Neteland omtovert tot een zee van zon en vreugde, op naar nieuw leven langs nieuwe wegen. Wat brengt dit met zich mee, de toekomst ... ? Het antwoord, mijn vriend, waait u tegen in de wind.

 

 

Lokale biodiversiteit

 Door Stefan Janssens (samengesteld uit de Natuurpuntpublicaties)

De internationale Biodiversiteits-top in Nagoya van oktober jongstleden heeft uiteindelijk een internationale overeenkomst opgeleverd. Veel reden om te feesten was er niet, want op de top werd nog maar eens duidelijk hoe slecht het met de natuurlijke biodiversiteit op wereldschaal is ge­steld. Wereldwijd zijn de afgelopen decennia veel planten- en dierensoorten voorgoed verdwenen. Ook nu verdwijnen er nog steeds soorten. In Vlaanderen is de situatie niet anders. Hoopvol is dat er een akkoord uit de bus is gekomen, al mocht het voor de natuur- en milieuverenigingen wel wat meer zijn. Het jaar van de biodiversiteit is ondertussen voorbij, maar voor Natuurpunt zal behoud van de biodiversiteit steeds een topprioriteit blijven.

Goed nieuws

Vorig jaar werd voor Vlaanderen een nieuwe paddenstoelensoort ontdekt. Het gaat over de olijfgroene aardtong. Dit paddenstoeltje is amper 7 cm groot en door zijn olijfgroene kleur goed gecamoufleerd tussen grassen en mossen, De olijfgroene aardtong werd gevonden op de Tiendeberg in Kanne, Ook in West-Europa is die aardtong zeldzaam. De soort groeit vooral in begraasde, weinig of niet bemes­te graslanden. De ontdekking van de olijfgroene aardtong gebeurde tijdens een paddenstoeleninventarisatie van het natuurgebied. Natuurpunt brengt dankzij de hulp van vrijwilligers de biodiversiteit in al haar natuurgebieden in kaart en dit leidt zelfs tot de ontdekking van nieuwe soorten. Bijna onvindbaar en toch gevonden. Op de Vlaamse paddenstoelenlijst staan ondertussen meer dan 4000 soorten.

Slecht nieuws

Half juni 2010 startte de Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt, in het kader van het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit, een grootscheepse zoekactie. De Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt loofde een bedrag van 500 euro uit aan de persoon die als eerste een ontegensprekelijk bewijs kon leveren van de aanwezigheid van een in het wild levende Europese otter in Vlaanderen of het Brussels gewest. De zoektocht heeft, ondanks vele reacties, helaas niets opgeleverd, en de wilde otter is nu uitgestorven verklaard, De otter is in België verdwenen door vervuiling van het water en door verdelging. Het dier werd begin 2000 voor het laatst in Vlaanderen gezien. In Wallonië dook in 2006 nog een spoor van een otter op, maar ook daar zouden er nu geen meer leven.

Is er nog hoop?

Er werd als alternatief beslist die 500 euo uit te reiken aan het meest ottervriendelijk natuurgebied, en dat werd Het Grote Netewoud. Dit natuurgebied, ook bekend onder de naam De Vennen, is in volle ontwikkeling en gelegen in de gemeente Balen. De Grote Nete stroomt vanuit Limburg dit gebied binnen als een bescheiden riviertje van amper drie meter breed. Hier heeft de Grote Nete een nog natuurlijk meanderend verloop. Het landgebruik en de natuurwaarden in het beekdal zijn hier zeer divers. Verspreid liggen biolo­gisch waardevolle tot zeer waardevolle complexen: wilgenstruweel, waardevol elzenbroek, vochtige dotterbloemgraslanden en ruigten, overgangen naar dro­gere zandbruggen etc. Misschien mogen we hier ooit otters verwelkomen? Otters in de vallei van de Grote Nete? Dromen mag.

Biodiversiteit raakt opgesloten

Naar aanleiding van het einde van het jaar van de biodiversiteit stelt Natuurpunt een stand van zaken op voor Vlaanderen. Via Waarnemingen.be werden op 2,5 jaar tijd twee miljoen waarnemingen verzameld. Een eerste analyse daarvan toont dat soorten meer en meer opgesloten geraken in natuurgebieden. Elders (verstedelijkt gebied, landbouwgebied ... ), valt vooral de leegte op. De biodiversiteitscrisis is drama­tisch: de laatste 50 jaar verdween de helft van al het leven om ons heen. Hotspots van biodiversiteit zijn in Vlaanderen beperkt tot de natuurgebieden. Met slechts 3,3% van het grondgebied zijn deze er echter ruim onvoldoende om de biodiversiteit te behouden. Een voldoende groot netwerk van goed beheerde natuurgebieden moet de eerste pijler blijven vormen van het biodiversiteitsbeleid. Natuurpunt vraagt dan ook om sterker in te zetten op de uitbouw van het netwerk aan natuurgebieden.  

Leeg Vlaanderen

De rest van Vlaanderen blijkt in vergelijking verontrustend leeg aan biodiversiteit. Het landbouwgebied scoort over de hele lijn zwak. Vooral percelen buiten landbouwgebruik (overhoekjes, wegbermen, zonevreemde bossen ... ) hebben nog biodiversiteitswaarde, zij het beperkt. Het echte productiegebied (akker, weiland, boomgaard), samen de helft van Vlaanderen, is dramatisch 'leeg'.

Zelfs typische akkervogels zoals veldleeuwerik en kievit zijn er bijna volledig verdwenen. Het landbouwbeleid moet dan ook ernstig bijgestuurd worden om de natuur hier nog enige kans te geven. De hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is hier­voor cruciaal. Verstedelijkt gebied scoort licht beter dan landbouwgebied. Rodelijstsoorten, zeldzame soorten en Euro­pees belangrijke soorten doen het hier echter slecht. Minder gevoelige soorten zoals koolwitjes of huismus­sen doen het hier wel goed, en met 20% van de landoppervlakte liggen hier nog veel kansen. De natuurwaarde van productiebossen valt zwak uit. Er kan veel winst geboekt worden door deze om te vormen naar meer waardevolle bos-of natuurtypes, die duidelijk beter scoren. Op de internationale Biodiversiteitstop in Nagoya in oktober 2010 werd beslist dat tegen 2020 17% van het land effectief beschermd en beheerd moet zijn. Alle landbouwgronden, bossen en visserijgebieden moeten tegen 2020 duurzaam beheerd worden en de impact van vervuiling en vermesting op natuurlijke systemen beperkt. Deze doelstellingen kunnen in Vlaanderen onmogelijk gehaald worden zonder grote bijkomende inspanningen.

Relatieve dichtheid aan natuurwaarnemingen per landgebruikcategorie, gecorrigeerd voor meldingskans. Op deze grafiek is duidelijk te zien dat biodiversiteit stilaan opgesloten raakt in natuurgebieden.

 

2108 soorten in 2010

door Stefan Janssens

2010 was het jaar van de biodiversiteit. Om de biodiversiteit extra onder de aandacht te brengen ging Natuurpunt Grote Nete de uitdaging aan om op één jaar tijd zoveel mogelijk planten en dierensoorten waar te nemen. Deze doelstelling werd met verve gehaald. In 2010 werden in het werkingsgebied van Natuurpunt Grote Nete 2108 dieren- en plantensoorten waargenomen en ingegeven in Waarnemingen.be. De gemeenten Heist-op­den-Berg, Herselt, Hulshout, laakdal en Westerlo krijgen zo een eerste raamwerk van de biodiversiteit binnen hun gemeentegrenzen.

Dit rekenwerk hopen we in de toekomst te automatiseren, zodat we met enkele klikken de soortenrijkdom per gemeente of van de vijf gemeenten samen gepresenteerd krijgen. Het resultaat mag er zijn. Tientallen waarnemers hebben een topprestatie neergezet. Er werden niet minder dan 21.219 waarnemingen ingegeven in 2010. Dit resulteerde in 2.108 verschillende waargenomen planten- en dierensoorten. Een prestatie die in de eerste plaats een verwezenlijking is van de vele waarnemers en spotters.

Waarvoor dank uiteraard!!!

We hebben het gehaald

Op één jaar tijd zoveel mogelijk planten- en dieren­soorten waarnemen of identificeren in onze vijf fusie­gemeenten. Met als uiteindelijk streefdoel in 2010 minstens 2010 soorten waar te nemen. Het was een beetje een gok. We hadden al wel wat basisrekenwerk gedaan, maar toch bleef het in eerste instantie een beetje koffiedik kijken of onze doelstelling realistisch was. Tot op het laatste moment was het afwachten want er diende wel wat rekenwerk te worden verricht om de resultaten over de vijf gemeenten samen te tellen zonder overlappingen.

                                                        Heist      Herselt      Hulshout      laakdal      Westerlo 

Vogels                                                109          113          77              159              127 

Zoogdieren                                          16              15          9                  14              20 

Reptielen en amfibieën                          6                  8          6                  6                 5 

Dagvlinders                                          25              24          14              26                24 

Libellen                                                17             30              9              25               12 

Insecten (overige soorten)                      5                1              0              5                  2 

Weekdieren & ongewervelden               2                1              0              2                  9 

Nachtvlinders en micro's                      94              112          82              496              214 

Vissen                                                  0                  0              0              7                     1 

Planten                                                  57              120          13              390              255 

Paddenstoelen                                      100              94            77              252              277 

Mossen en korstmossen                          2                  0              0              28                  1 

Geleedpotigen (overigen)                      33                  10              1              10                17 

Sprinkhanen en krekels                         11                  13              2              16                  5 

Wantsen en cicaden                              26                  3                  0              11              16 

Kevers                                                  63                  14              1              26              57 

Bijen, wespen en mieren                        66                  10              1              16              26 

Vliegen en muggen                                 75                  17              0              22              28 

Algen en wieren                                      0                      0              0              0                  7 

 

waargenomen soorten                         709                 585            292            1.511            1.103

Totaal aantal waarnemingen             3.629                2.571             609             10.758         3.652

De rijkdom van onze natuur

Hoe rijk is onze plaatselijke natuur? Of om het met een moderner woord te zeggen: hoe rijk is de lokale biodiversiteit? Door een eerste beperkte analyse van de meer dan 21.000 waarnemingen die werden gere­gistreerd, kunnen we al enkele conclusies trekken.

Maar eerst een woordje over Waarnemingen.be. Het internetmedium Waarnemingen.be stelt ons in staat om op een eenvoudige manier alle natuurwaarnemingen te registreren. Daar al deze waarnemingen op verschillende manieren kunnen gefilterd, gesorteerd of bijeengezet worden, hebben we nu een krachtig en snel medium in handen. Een databank, die in geen tijd is uitgegroeid tot een onmisbare gezel voor al wie met natuurwaarnemingen bezig is. Dat belooft voor de toekomst, want deze waarnemingendatabank zal altijd maar meer en meer interessante informatie samen­brengen. Boeiend alleszins.

Eerste conclusies

21.219 natuurwaarnemingen. Dat is een heel pak waarnemingen, maar toch onvoldoende om een realistisch beeld van de lokale biodiversiteit te geven. Voor een globaal beeld zijn nog veel jaren van studie en verzamelen van gegevens nodig. Toch kunnen al enkele conclusies en tendensen worden vastgesteld.

Naast de cijfers van laakdal is niet naast te kijken. Laakdal is begenadigd met een hele reeks prachtige natuurgebieden, die geheel of gedeeltelijk op zijn grondgebied zijn gelegen. Laakdal bezit dan ook een hoge natuurlijke biodiversiteit.

Hulshout krijgt in het overzicht zowel de minste waarnemingen als de minste soorten. Toch is er in Hulshout heel wat natuur terug te vinden in de vallei van de Grote Nete en in het Goor-Asbroek. Hier stellen we vast dat er minder waarnemers actief zijn, wat een duidelijk negatieve invloed heeft op de resultaten.

Ondanks de lage algemene input van Hulshout, werden er toch speciale soorten waargenomen. Zo werden in juni in Het Goor roepende poelkikkers waarge­nomen. Een uitzonderlijke waarneming in onze regio.

De populairste soorten zijn de vogels. Zij hebben wel niet de meeste soorten, maar de meeste waarnemingen die wor­den ingegeven, betreffen vogels. Vogels hebben veruit de meeste liefhebbers en waarnemers.

Vlinders, libellen, paddenstoelen, nachtvlinders en planten kennen eveneens heel wat waarnemers. Het zijn na de vogels ook geliefde studieobjecten. Van vlinders en libellen vinden we desondanks niet veel soorten terug in de overzichtstabel. Dat komt omdat er veel minder soorten dagvlinders en libellen zijn in vergelijking met paddenstoelen, nachtvlinders en planten. Daar komt nog bij dat libellen en dagvlinders het niet zo goed doen en meer en meer in de verdrukking komen, onder andere door het verdwijnen van geschikte leefbiotopen.

In natuurgebieden of in de directe omgeving van natuurgebieden werden de meeste waarnemingen en soorten geregistreerd. Dit geeft duidelijk aan dat na­tuurgebieden een duidelijk hogere biodiversiteit en dus meer soorten herbergen dan bijvoorbeeld land­bouwgebieden.

Van mossen, korstmossen, algen en wieren werden bijna geen waarnemingen geregistreerd. Het gaat hier dan ook over zeer gespecialiseerde determinaties om deze soorten te herkennen. En dat schrikt blijkbaar af.

Ook van vissen kwamen weinig waarnemingen bin­nen. Om vissen te inventariseren dient men deze (meestal) te vangen en dat is een serieuze drempel. Vogels waarnemen gaat dan wel eenvoudiger.

Een aantal soorten zijn populair en worden redelijk tot zeer goed geïnventariseerd. Veel soorten zijn moeilijker te identificeren of vergen veel inspanningen. En er zijn ook heel wat soorten die weinig populair zijn en dus onderbelicht in het grote geheel.

Samengevat kunnen we stellen dat in de gemeenten Heist-op-den-Berg, Herselt, Hulshout, Laakdal en Westerlo nog heel wat biodiversiteit aanwezig is. Maar het inventariseren van deze biodiversiteit hangt nauw samen met factoren als de aanwezigheid van grote natuurgebieden en de populariteit van sommige soor­ten zoals vogels en vlinders. Ook de al dan niet aan­wezigheid van lokale waarnemers en specialisten hebben een grote invloed op plaatselijke resultaten. Zo kan één specialist van paddenstoelen of nachtvlinders een grote impact hebben op de resultaten.  

 

Leven met water

door Staf Aerls

In de nasleep van de zware overstromingen van najaar 2002 kwam er haast achter tal van initiatieven om waterellende te voorkomen. Men besefte dat overstromingen onvermijdelijk waren, maar dat de ellende sterk beperkt kon worden. Als voornaamste wetgevend initiatief kwam er het decreet Integraal waterbeleid.

De belangrijkste inzichten in dit beleid zijn:

    • Het hemelwater (regen, hagel en sneeuw) moet zoveel als mogelijk ter plaatse infiltreren of verdampen.

    • Het overtollige hemelwater moet op een natuurlijke en trage wijze, gescheiden van het vervuilde water, naar de rivier afgevoerd worden.

    • De waterbergende capaciteit van de beken, rivieren en valleien moet optimaal benut worden.  

Deze inzichten zouden de leidraad vormen waar elke burger en elke overheid moest naar handelen. Met het wegtrekken van het water, trok ook de herin­nering aan de waterellende weg, en werd het opnieuw 'business as usual'.

Najaar 2010 voorspelde de weerdienst weer uitzon­derlijke regenval. Geen klein beetje van die regenval vond de weg naar kelders en woningen. Weer kende Vlaanderen zware waterellende.

De echte oorzaken

Nog maar eens komen de echte oorzaken van de ellende naar voor. De versteende oppervlakte, ten koste van landbouw-, bos-en natuurgebied, neemt sterk toe en ook binnen de woongebieden is steeds minder oppervlakte beschikbaar voor het water om te infiltreren. De klinker-, beton-en asfaltindustrie floreert daarentegen sterk.

Weggrachten en landbouwsloten worden steeds dieper en het onderhoud richt zich uitsluitend op het zo snel mogelijk afvoeren van het hemelwater. De waterbergende capaciteit van valleien wordt almaar verder aangetast door ophogingen en bedijkingen om overstromingen tegen te gaan. Nochtans is er het decreet, dat via de watertoets dergelijke ontwikkelingen moest tegengaan.

Overstroombare gebieden noodzaak?

Minister Muyters, verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening, verklaarde onlangs dat burgers, wanneer ze toch bouwen in overstroombare gebieden, maatregelen moeten nemen om geen schade te ondervinden: ophogen van de bouwplaats dan maar.
De van nature overstroombare gebieden als publiek belang, worden hierbij dus geofferd aan enkele particuliere belangen.
De gevolgen van de volgende regenval zullen dus nog zwaarder vallen.  

Het aantal natuurrampen nam de laatste decennia wereldwijd gevoelig toe. Alle klimaatmodellen geven aan dat we de komende jaren nog meer te kampen zullen krijgen met overstromingen. Willen we aan die uitdaging het hoofd bieden, dan moeten twee sporen bewandeld worden. Een aanpak aan de bron moet ervoor zorgen dat we meer water vasthouden in landbouwgebied én in verstedelijkt gebied. Daarmee pakken we niet alleen overstromingen aan maar ook periodes van droogte. Ook deze laatste worden met de klimaatverandering immers verwacht. Tegelijkertijd moet er meer ruimte komen voor water in de beek- en riviervalleien. Een winterbedding is immers geen theoretisch concept, maar een gegeven dat gegroeid is gedurende eeuwen.

 Het Sigmaplan

Dat deze broodnodige ruimte voor water hand in hand kan gaan met recreatie en natuurontwikkeling willen we bewijzen in de Netevallei. Daar wil onze vereniging de komende jaren alle moeite doen om, samen met alle overheden, het Sigma-project en het bijhorende RUP (Ruimtelijk Uitvoeringsplan) tot een goed einde te brengen. Want nat en natuurrijk in de vallei betekent droog en aan­genaam in de aanliggende woongebieden. Nu reeds, maar nog meer in toekomst.

 

 

Natte voeten in Langdonken

Door Benny Van Dyck

En ja, het water staat weer hoog deze winter! Gewenst, ja zelfs noodzakelijk voor de al aanwezige en de nog te ontwikkelen natuurwaarden in gebieden als de Langdonken. Na meer dan tien jaar trouw waterpeilen meten, krijgen we al wat zicht op de waterstromingen en -bewegingen ondergronds. Naast de kwantiteit is uiteraard ook de waterkwaliteit van 'levensbelang' en die volgen we dan ook regelmatig op. Waterpeilen regelmatig en gedurende vele jaren opmeten, de resultaten interpreteren ... een absolute noodzaak om te komen tot een verantwoord natuurbeheer.

Droge voeten!
Het nieuwe Merodewandelroutenetwerk doet ook de Langdonken aan. We verwijderden al wat palen van het oude wandeltraject. Tijdelijk kan je wel eens 'het noorden' kwijt zijn in de Langdonken, maar we hopen dat binnenkort alles weer duidelijk wordt voor de wandelende bezoeker. Delen van ons oude wandeltraject blijken 's winters onder water te staan. Dit hoort niet voor een wandelpad, ook een winterwandeling moet in de mate van het mogelijke met droge voeten doenbaar zijn.

Natuureducatie!
Bedankt aan drie klassen van Tongelsbos voor hun mooie werk op 28 oktober 2010. Er werd gewandeld, gespeeld en ... hard gewerkt! Een verbossende heide werd weer vrij gezet. Opschietende dennetjes werden uitgekapt. Of en hoe een school aan milieueducatie doet, hangt in grote mate af van de inzet van de leerkrachten. In Tongelsbos is er een groot enthousiasme bij kinderen én leerkrachten merkbaar. Ze mogen nog komen, die van Tongelsbos! Bedankt!

Per twee!

En zie, zijn die twee koolmeesjes constant samen? Vliegen die kauwtjes altijd per twee? Twee eksters krassen hevig! Twee gaaien maken een enorm kabaal! Zou de lente al in aantocht zijn?

 

 

De Goren in 2011

door Jo Van Dessel

Na een succesvolle werkdag met Akabe, de mindervalide scoutsgroep uit Pijpelheide, trad in De Bruggeneindse Goren de winterrust in. De overvloedige novemberregens vulden de vijver en meer dan dat. De natte stukken waren nog eens 'echt' nat. Een goede zaak voor de waterspiegel in dit gebied. Toen alles een beetje genormaliseerd was, kwam de sneeuw en de vrieskou. Ook nu weer lieten De Goren zich van hun mooiste kant bewonderen.

Voor dit jaar staan er plagwerken op het programma en zal er verder berken en wilgenopslag verwijderd worden. Ook op de grote weide gaan de beheerswerken door. De schapen zullen tijdens de bloeiperiode slechts een deel van de weide begrazen om de bloemenrijkdom vol tot zijn recht laten te komen. Na het maaien krijgen onze wollige vrienden dan de kans om het hele perceel te verkennen en na te begrazen. Vanzelfsprekend wordt de vijver regelmatig geïnspecteerd om hardnekkige exoten tijdig te verwijderen. Verder kijken we reikhalzend uit naar de eerste werken in het kader van het Masterplan van de gemeente Heist. De wandelpaden komen het eerst aan de beurt en moeten de bezoeker in staat stellen om zonder halsbrekende toeren het gebied te verkennen.

Zoals je kunt zien, er staat in Bruggeneinde nog van alles te gebeuren dit en ook de volgende jaren. Voor meer uitleg kan je altijd terecht bij ondergetekende. 

 

 

Laakvalleien, terugblik in 2010

Door Vic Van Dyck

Het jaareinde is het moment om rapporten, versla­gen en overzichten te maken waarin we terugkijken op wat er het afgelopen jaar zoal gebeurd is in on­ze natuurgebieden. We mogen in laakdal toch weer trots zijn op al het geleverde werk.

Het beheer stond vorig jaar vooral In het teken van oeverherstel.
In het begin van het jaar is er hard gewerkt rond een vijver in het Makelbroek. Alle illegale constructies, die de vorige eigenaar daar had aangebracht, dienden zo snel mogelijk afgebroken en in de natuurlijke staat hersteld te worden. Het leek wel gekkenwerk. Waar iemand de helft van zijn leven bezig was om alles en nog wat naar een weekendverblijf in natuurgebied te sleuren, moesten wij dit op enkele weken opruimen. Want de controle van de administratie ruimtelijke orde­ning zat op onze hielen. Als je weet dat er onder ande­re 55 camions van 16 ton steenpuin afgevoerd zijn en dat er ook vele wagens met allerlei materiaal naar het containerpark gevoerd zijn, heb je een idee van de omvang van deze werken. Maar toch is alles op tijd in orde gekomen. En we kunnen nu de oevers en de rest van het perceel beheren zoals het hoort.

De Roost
AI van bij de aankoop in 2007 zagen we dat het een gigantisch werk zou worden om al dat natuurvreemde materiaal uit de gewezen forelvijvers verwijderen. Uit­eindelijk konden we het voorbije jaar de kroon op het werk zetten. Met steun van het ministerie van platte landsontwikkeling hebben we met de afwerking van de oevers en het aanleggen van moeraszones de inrich­tingswerken zo goed als afgerond.
Zij het op kleinere schaal maar ook in Varendonk en Craeywinckel is er aan de oevers gewerkt. Door achterstallig beheer op dat vlak, moesten we nu eerst houtopslag wegkappen voor we konden maaien rond de vennen en sloten. Het is allemaal zwaar werk maar het loont, want zo krijgen we terug zonnige oeverzones vol leven.

En op Eindhoutberg mochten we weer puin ruimen.
Bij aankoop van een perceel, kun je in de akte lezen: "dat de goederen worden verkocht in hun huidige staat met alle zichtbare en onzichtbare gebreken". Onzichtbare gebreken waren er inderdaad op het perceeltje te Eindhout. Het leek ook hier een onoverzichtelijke klus om het afval op te ruimen van een totaal vervallen weekendverblijf. Alles lag daar al jaren op hopen. Zetels, matrassen, rolluiken, wc potten, alles lag verscholen en was begroeid met bramen en brandnetels. En toch zijn de werken al bij al vrij vlot verlopen. Na wat voorbereidend opruimwerk kon de container van de gemeente gevuld worden met allerlei materiaal. Het glas, metaal en afvalhout werd nog apart afgevoerd. Gelukkig konden we hierbij, zoals steeds, weer rekenen op de hulp van het gemeentebestuur van Laakdal. Het was een mooi voorbeeld van samenwerking tussen het beheerteam, de terreinploeg en de gemeente.

Zwerfvuil met een geurtje
Als we zo terugkijken, dan lijkt het voorbije jaar meer een opruimjaar geweest. En dan hebben we het nog niet gehad over het zwerfvuil. Het hoort blijkbaar ook bij onze job om de rommel op te ruimen die sommige 'natuurgebruikers' in onze gebieden achterlaten. Maar toch is het wel even schrikken als je een doos met slachtafval tegenkomt op de rand van het natuurgebied. Dit overkwam ons in de Craeywinckel. Gelukkig kunnen we in zo een situatie beroep doen op het gemeentepersoneel om dit goedje op te halen. Soms komt er ook politie aan te pas. Zoals toen in de Roost; we vonden er 15 zakken met afval van een cannabisplantage. Ongelooflijk wat we in de natuur soms aantreffen.
Natuur voor iedereen. Tja, het is maar hoe je het bekijkt.

En ondertussen zijn we afgekickt en opgeruimd weer aan een nieuw en veelbelovend werkjaar begonnen.

 

 

Averbode Bos & Heide

door Staf Aerts

Het Vlaams natuurinrichtingsproject Averbode Bos & Heide, met financiële steun van een Euro­pees Ufe-project, nadert zijn eindafwerking. In augustus 2011 worden de laatste loodjes gelegd. Hoever staan we? Wat is er al uitgevoerd? Wat staat er nog te gebeuren?

Bosomvorming

De in hoofdzaak Corsicaanse dennen mogen er hier en daar al wat majestueus uitzien, echt natuurlijk zijn ze niet. Ze werden aangeplant, allemaal 'mooi' in verband, de gronden voorzien van het nodige drainagewerk. Minder rechte en 'zieke' exemplaren kregen geen kans. Logisch eigenlijk, want houtproductie was nu eenmaal de doelstelling. Het zal ons niet verwonderen dat de aanwezige dierenwereld eerder beperkt is.

In deze bossen werden de Amerikaanse vogelkers, de Amerikaanse eik, tamme kastanje, Canadees krentenboompje en rododendron zoveel mogelijk verwijderd. Uiteraard niet omdat ze van over de oceaan komen, maar ze woekeren snel en de inheemse planten delven het onderspit.

Een groot deel van de dennenbossen worden langzaam omgevormd naar inheems loofbos. De dennenbossen worden gedund zodat er meer licht komt in het bos, en berk, eik, spork en lijsterbes kunnen kiemen op de vrijgekomen plaatsen. En zie, op relatief korte tijd veranderen de bewoners. Waar je in de vroegere dennen bestanden met veel geluk al eens een goudhaantje of kuifmees ontwaarde, duiken boomklever en diverse spechtensoorten op. En het goudhaantje en de kuifmees zijn er ook nog!

Herstel van heide en heischraal grasland

Ongeveer 75 ha dennenbos worden omgezet naar 'heide' en heischraal grasland. De stronken van de dennen werden gefreesd, de strooisellaag werd ver­wijderd en afgevoerd. Deze werken zijn volledig uitgevoerd. De eerste heideplantjes steken de kop op. Met het inzetten van een rondtrekkende schaapskudde (met herder en hond!) zullen deze percelen langzaam maar zeker omvormen tot een heide, afgewisseld met heischrale graslanden, een vennetje hier en een bosje daar. Daar vinden boompieper, nachtzwaluwen klap­ekster hun gedroomde biotoop.

Herstel van de natuurlijke waterhuishouding

In de zomer van 2011 zullen de kleine vennen water houden. De voedselrijke humuslaag wordt verwijderd. In enkele vennen zal het waterpeil regelbaar zijn met een stuw. We hopen dat ook de grote vennen, zoals het Munninxgoor langs de Turnhoutsebaan, in het najaar van 2011 hersteld zullen zijn. Meerdere afwate­ringsgrachten worden gedempt, zodat er meer water in het gebied opgeslagen wordt. Onnodig te zeggen dat het libellenvolkje in al zijn pracht zal opleven. De boomvalk zal een rijkgedekte tafel aantreffen en een vaste bewoner worden.

Recreatie

Natuur voor iedereen blijft een belangrijk Natuurpunt­motto, ook in Averbode Bos & Heide. Wandelaars, ruiters en mountainbikers krijgen elk hun routes, veilig gescheiden van elkaar. De bewegwijzering van het wandelroutenetwerk en het mountainbikeparcours is klaar, de ruiterpaden worden binnenkort aangepakt. In een gebied als Averbode Bos & Heide dienen wel enkele regels gerespecteerd te worden. Met een goedgekeurd toegankelijkheidsreglement en duidelijke infoborden rekenen we erop dat iedere recreant volop en ongestoord kan genieten.

Drevenherstel

Vier belangrijke dreven worden hersteld, en dit in samenwerking met de Regionale landschappen. De bestaande beplanting van spar, lork en Amerikaanse eik werd gekapt. Ze wordt in het najaar van 2011 vervangen door 800 zomereiken, wintereiken of lindes.

En toen werd het weer stil ...

Kranen en dumpers zullen stilaan uit het gebied verdwijnen. In de centrale delen is de klus al geklaard. Enkel de grote vennen aan de randen van het gebied (langs de Turnhoutsebaan, de Grensstraat en de Langestraat) worden dan nog ingericht. Stilte en rust zullen weer overheersen in Averbode Bos & Heide ...

 

 

Op hoop van leven

door den Grunen Hesteneir

Een zachte voorjaarsavond. Vanuit een rij knotwil­gen roept een steenuil. In het gras langs de grachtkant beweegt iets ... Daar, kijk daar, een paartje padden kruipt langzaam over de weg, wat verder nog één, en nog één en nog één. De paddentrek komt er aan. Natuurpunt roept weer alle hens aan dek voor de paddenoverzet.

Paddenoverzetactie 2011

Op sommige avonden kan het me overkomen dat ik zelfs de bosuil in het nabije sparrenbos hoor roepen of dat een kerkuil me van op een weÎpaaltje argwanend en nieuwsgierig staat op te nemen. "Een concurrent? Ik zal toch maar oppassen", denkt ie. De grote voor­jaarstrek van de gewone pad is begonnen. De pad­dentrek komt gewoonlijk half februari op gang en duurt tot eind april. Bij voorkeur verlaten deze amfibieën hun winterkwartier op regenachtige avonden, bij tempera­turen van circa 4 'C tot 9 'C. Onderweg grijpen de mannetjes de vrouwtjes stevig vast en laten zich zo als een pasja vervoeren. (Deze houding wordt am­plexus genoemd, naar het Latijn 'dubbel'.) Volgt er een periode met een sterke temperatuursda­ling, dan stopt de hel. Deze tocht 'op hoop van leven' bereikt zijn hoogtepunt wanneer de voortplantings­piaats wordt bereikt en de eitjes worden afgezet en bevrucht. Deze overlevingstocht is zeer gevaarlijk en heeft vaak een dodelijke afloop. Niet alleen worden padden gegeten door vogels zoals de steenuil, of door kleine roofdieren zoals de bunzing, nog een veel gro­ter gevaar bedreigt hun voortbestaan. Het verkeer doodt jaarlijks ontelbare kikkers, padden en salaman­ders. De gewone pad trekt langzaam en wisselt stilzit­ten af met kleine verplaatsingen. Wordt een pad bij het het oversteken van een verkeersweg beschenen door auto­lampen, dan blijft ze vaak minuten­lang en onbeweeglijk zitten. Door dit gedrag kan er vooral op het hoogtepunt van de trek grote ver­keerssterfte ontstaan.

Zo wordt de trek 'op hoop van leven' voor ontelbare padden een tocht naar de dood. Geschokt door deze jaarlijkse slachtingen trach­ten natuurliefhebbers in toene­mende mate te helpen. De meest gebruikte beschermingsmaatregel met zeer goede resultaten, bestaat uit het plaatsen van een scherm voor de trek begint, dwars op de trekrichting. Wanneer de padden langs het scherm kruipen, tuime­len ze in ingegraven emmers. De gevangen dieren worden dan aan de overzijde van de verkeersweg gedragen. Uit gege­vens van Hyla, de amfibieën-en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, blijkt dat zo jaarlijks tienduizenden padden, kikkers en salamanders overgezet worden.

Op pad voor de pad

Door deze daadwerkelijke steun aan de natuur blijft er 'hoop op leven" Een andere werkwijze is de amfibieën manueel (met vele handen) over te zetten. In onze streek gebeurt de paddenoverzetactie in de Spekstraat in Hallaar (deelgemeente van Heist-op­den-Berg), een landelijke weg met heel wat sluipver­keer. Padden, kikkers en salamanders trekken van hun overwinteringsgebied, het bosrijke provinciale domein Averegten, naar hun voortplantingsgebied, het zevende verdiep waar zich nog enkele oude zandwin­ningsputten bevinden. Sinds meer dan achttien jaar zijn wij met onze vereni­ging Natuurpunt Grote Nete Heist-op-den-Berg be­gaan met het overzetten van deze nuttige diertjes. Een groep zeer gemotiveerde vrijwilligers zet hier jaarlijks zijn beste beentje voor. Het is zeer arbeidsin­tensief werk, elke avond gaan ze op pad om de Spekstraat af te wandelen, de padden van de weg­berm op te rapen en ze over te zetten zodat ze hun weg kunnen vervolgen naar hun voortplantingspoel. Dit is geen echt duurzame methode, want het overzet­ten moet elk jaar opnieuw gebeuren. Maar de actie heeft wel een grote, educatieve meerwaarde en is resultaatgericht. Sommige jaren worden hier meer dan drieduizend padden overgezet door een schare noes­te vrijwilligers. Zo krijgt de burger bovendien de moge­lijkheid om kennis te maken met een natuurfenomeen als de paddentrek.

Paddekes rapen

Onze oversteekplaats in de Spekstraat in Hallaar behoort tot de top tien in Vlaanderen. Waar we bijzonder trots op zijn. Niet alleen door het vele werk van onze medewerkers, maar vooral de laatste jaren is dit een succes geworden door het overmatig enthousiasme en de fanatieke inzet van vele schoolkinderen uit onze gemeente. De leerlingen van basisschool Hof van Riemen en de vrije basisschool Heilig-Hartcollege komen jaarlijks 'paddekes' rapen, gewapend met zaklamp en emmertje zjjn ze bijna niet in te tomen in al hun ijver. Er wordt paddenmeesters Titte en Jo voortdurend gevraagd of ze volgend jaar terug mogen komen om 'paddekes' over te zetten. Na een leerzame avond (zelfs hun juffen en meesters hebben nog iets kunnen opsteken -padden en kikkers zijn blijkbaar heel moeilijk te onderscheiden) krijgen de schoolkinderen nog een diploma om hun ijverige inzet te belonen.

Maar ook om te overleven is er voor de padden en andere amfibieën meer nodig. Door de watervervuiling en door het dichtstorten van hun voortplantings­plaatsen kunnen ze zich niet in stand houden. Kleinschalige woongebieden, met bosjes, hagen en rijen knotwilgen verdwjjnen en met hen de amfibieën.

De gewone pad en alle andere inheemse amfibieënsoorten zijn in Vlaanderen wettelijk beschermd. Waarom zou je niet, in samenwerking met Natuurpunt of met je gemeentebestuur, bosjes of haagkanten aanplanten? Voor amfibieën, maar ook voor insecten, vogels en zoogdieren zijn het uitstekende woon-en schuilplaatsen. Het gaat uiteindelijk toch om het leven van beschermde dieren en om het behoud van de natuur in het algemeen. En zeg nu zelf, wat is er mooier dan mee te helpen aan 'hoop op leven'.

AI wie zich geroepen voelt om een avondje padden te rapen, breng een zaklamp, een emmertje en eventueel een f1uojasje mee. Vele handen verrichten een hele­boel werk. Wij wensen u alvast een aangename avond toe.

Padden meesters:

Titte Van den Broeck  015243487 

Jo Van Dessel  0495531323 

Julien De Groof  015250485 

 

Wat zit daar in die emmer? Lieve hemel, een heel leger padden. (foto's Paul Anthonis)  

 

 

Trektellen in Averbode

Door Koen Leysen

Trektellen, het blijft een aparte manier van vogels kijken. Je kiest een punt uit met een ruim gezichtsveld waar in de buurt liefst ook nog wat te beleven valt, en je probeert er zoveel mogelijk te staan om de overtrekkende vogels op te wachten. Na al sinds begin jaren 80 geteld te hebben in het Schulensbroek, toen trektellen nog lang niet zo populair was als nu, ben ik vorig jaar gezwicht voor de charmes van Averbode Bos & Heide.

Trektelpost Averbode Bos & Heide

Het leek me leuk om eens in een totaal ander biotoop te tellen. En met de spectaculaire evolutie die het gebied doormaakt, is dit dan nog extra spannend. Een leuke bonus was dan nog dat Frank Vandemeutter, een doorgewinterde trekteller die school gelopen heeft in het Mechelsbroek, vlakbij Averbode Bos & Heide woont én met hetzelfde idee speelde. Zo is vorig jaar Trektelpost (TTP) Averbode Bos & Heide officieel in het leven geroepen. Het was niet direct een vliegende start. De werkzaamheden waren nog volop bezig én het was een uitermate zwak najaar op het vlak van vogeltrek. Dit jaar was het totaal anders, we kunnen spreken van een topnajaar!

Met 57 teldagen van augustus tot december (resp. per maand 4, 17, 26, 9 en 1) was de post in de piekperio­de van de trek bijna dagelijks ten minste in de voor­middag bemand. In totaal werd er 246 uur geteld door 28 tellers. Gemiddeld waren er 3,2 tellers op de post present. Koen (38 x), Frank en Dieder (beide 22 x) waren het vaakst aanwezig. AI die telresultaten vind je terug op de onvolprezen website www.trektellen.nl. Om de tellers extra te informeren en te motiveren, heb ik een mailgroepje opgestart. Zo krijgen geïnteres­seerden heet van de naald info van de tellingen op TTP Averbode Bos & Heide, zowel wat resultaten en foto's als wat planning betreft.

Records

En dan de vogels! Bijna 234.000 exemplaren. Van heel wat soorten werden telpostrecords opgetekend. Op zich is dat niet uitzonderlijk voor zo'n piepjonge tel post, maar naar mijn gevoel zijn er toch enkele re­cords bij die een aantal jaren zullen stand houden. Wat bijv. te denken van de buizerds. Een najaarsto­taal van meer dan 1000 ex., wie had dat ooit durven dromen? Een voor september opmerkelijk dagtotaal van 32 ex. (29 sep) bleek nog maar een voorproefje te zijn van de piek die we midden oktober mochten meemaken. In barre omstandigheden werden, precies zoals ik het al enkele dagen ervoor voorspeld had, fikse groepen buizerds ontwaard die pijlsnel doorgle­den, gedragen door de wind en bijwijlen verdwijnend

door Koen Educatie

in de wolken. Dat leverde op één uur tijd al 87 ex. op. De dag erna werden de hooggespannen verwachtin­gen volledig ingelost: 356 buizerds met o.a. een zuil van 74 ex. om 12 uur, meteen het hoogste totaal van de Benelux voor die dag. We stonden trouwens met 17 tellers op de post!

Top 10

Houtduif  108.945 

vink spec.  53.580 

Spreeuw  10.461 

Veldleeuwerik  8.503 

Boerenzwaluw  7.234

Zanglijster  4.496

Graspieper  4.492 

Kneu  4.069 

Koperwiek  3.646 

Keep  3.185 

Klapeksters en pestvogels

Maar in feite viel er altijd wel wat te beleven. Het begon al met een invasie van Vlaamse gaaien, enorme groepen vinken bleven meer dan een maand doorkomen, er waren enkele dagen met indrukwekkende trek van boerenzwaluw, graspiepers kenden een fameuze piek, witte kwikken bij de vleet en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Maar nu heb ik het nog niet over al die vogels gehad die in de buurt van de telpost rondhingen: veel boom­piepers in het begin van het telseizoen, tot zelfs 10 tapuiten, ruim 20 boomleeuweriken, voortdurend tientallen kruisbekken (tot zelfs 80 ex.) enz. Wekenlang mochten we genieten van de strapatsen van een klapekster die af en toe zelfs een aanval inzette op overtrekkende zangvogeltjes. Eén keer zaten er zelfs twee klapeksters in dezelfde boom. Misschien wel dezelfde boom waarin enkele dagen later twee pestvogels kwamen zitten, ditmaal niet op zoek naar bessen maar insectjes verschalkend in de vlucht. Was me dat kicken! Het vennetje bij de trektelpost groeide in de loop van het najaar uit tot een heus ven en oefende al duidelijk aantrekkingskracht uit op een aantal waterminnende soorten die we anders niet zouden gezien hebben: zwarte ruiter, kleine strandloper (!), kleine plevier, tureluur, bokje, ijsvogel Uawel), fuut, brilduiker, allemaal lieten ze zich wel eens verleiden.

Een van de meerwaarden op onze telpost is ook dat we op de kunsten van enkele begenadigde natuurfotografen zoals Dieder, Pieterjan, Lieve en anderen kunnen rekenen. Onvoorstelbaar hoe snel Dieder zo'n overvliegende vogel nog weet op te pikken en er een knappe foto kan van tevoorschijn toveren. Ach, als ik alle mooie momenten zou moeten opsommen die we er dit najaar hebben mogen beleven, zou ik dit hele nummer wel kunnen vullen. Maar als je echt wilt weten wat dat trektellen nu juist betekent, dan moet je maar eens een kijkje komen nemen. Wil je op de hoogte blijven via mail? Geef me dan een seintje: koen.leysen@natuurpunt.be

 

 

BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO:

door Herman Berghmans

september-november 2010

VOGELS Oe dodaars werd alleen gemeld in het Trichelbroek in Eindhout op 20.9.2010, 13 en 21.11 (JAS, BEH, PLO). Hier werd dit najaar ook slechts 1 fuut waar­genomen op 26.11 (PI R). Op zijn minst eigenaardig was een exemplaar van deze soort dat rondcirkelde boven Averbode Heide in Tessenderlo op 1.10 (LEK, PLO). Aalscholvers zochten weerom hun slaap­plaatsen op met În de Roost in Veerle maximum 93 slapers op 14.11 (BEH). In het Trichelbroek werden volgende maand maxima opgetekend: 6.9 25 (VOV), 31.1024 (VEL) en 13.11 30 (BEH). Op de trektelpast (TTP) in Averbode Heide werden volgende maxima van doortrekkers genoteerd: op 25.9 372, op 1.10 155 en op 17.10 106 (LEK, PLO, VPJ). Grote zilver­reigers werden geobserveerd in Heyland in Bergom op 26.9 (HES), in het Trichelbroek op 2.10 en 2.11 (VEL), over Houtvenne op 11.10 (OAG) en 5 over Blauberg op 10.10 (HOA). Ook de trektelpast (TTP) in Averbode Heide werd geregeld aangedaan met over­trekkende exemplaren op 26.9 (2), 4.10 (5), 8.10,

10.10 (2), 31.10, 3.11,6.11,11.11 en 15.11 (3) (LEK, PLO, ALG, JAG, VMF, VPJ, BEH). 37 ooievaars schroefden omhoog boven de Garen in Heist-op-den­Berg op 25.9 (VOJ), terwijl er over Averbode Heide respectievelijk 10 zuidwaarts schroefden op 1.10 (LEK, PLO, VPJ) en 8 op 8.10 (VMF). Hier trok even­eens 1 knobbelzwaan over op 19.9 (LEK, VPJ), ter­wijl er 1 pleisterde in de Netevallei in Baaischot op

14.11 (OAG). Kolganzen passeerden met 14 over het Trichelbroek op 2.11 (VEL) en met 11 over Averbode Heide op

15.11 (LEK, PLO, VMF). Kleine aantallen grauwe ganzen trokken over Averbode Heide met op 14.10 een maximum van 13 (VKJ) en verder 12 over Ton­gerlo op 18.11 (SPK). Maximale aantallen Canadese ganzen werden gemeld met 76 over Averbode Heide op 25.9 (LEK), met 54 in de Netevallei in Hallaar op

25.9 (VWG) en met 88 in Varendank op 7.11 (VEL). Op 20.9 september verbleven er tot 34 brandganzen in het Trichelbroek (JAS), op 13.10 vlogen er 78 over Averbode Heide (VKJ, LEK) en op 21.11 waren er 41 in Varendank (VEL). Een casarca vloog over Aver­bode Heide op 4.9 (LEK). Op 7.11 observeerde VOB niet minder dan 25 mandarijneenden in de Lang­donken in Herselt, op 20.9 zwom een vrouwtje rond in het Trichelbroek (JAS) en op 14.11 een mannetje in de Roost. Op het Trichelbroek verbleven maximaal 50 krakeenden op 14.11 (VKJ), 10 slobeenden op

19.11 (VOV), 1 smient op 22.10 en 14.11 (BEH, VKJ), 20 tafeleenden op 19.11 (VOV), 16 kuifeen­den op 14.11 (VKJ) en 16 wintertalingen op 14.11 (BEH). Overtekkende eenden werden ook gespot over Averbode Heide met o.a. 17 slobeenden op 16.10, 2 smienten op 1.10 (PLO, LEK), 18 winterta­lingen op 4.9 (LEK, PLO, VEJ) en 1 brilduiker op

28.10 (VMF).

Bij de roofvogels trokken verschillende eenzame vis­arenden over Averbode Heide op 4, 5 en 6.9 en op 1 en 8.10 (LEK, JAG, PLO, VEJ, PLO, SCJ, VMF, VPJ, VOJ, SAF). Op 5.9 eveneens 1 over Blauberg (HOA). Voor rode wouwen was vooral 3.10 een topdag met doortrekkende vogels over Trichelbroek (VEL), Hal­laar (VWG), Blauberg (HOA), Schaapwees in Wester­la (OAG) en niet minder dan 4 over Averbode Heide (LEK, PLO). Op deze laatste plaats ook trekkers op

13.10 (2) (VKJ, VBH, SAF), 17.10 (VPJ) en 18.10 (LEK, VBH, SCJ, SCO). Ten slotte nog 1 over Blau­berg op 17.10 (HOA). Een late zwarte wouw scheer­de nog over Averbode Heide op 3.10 (LEK, PLO, JAG). Overtrekkende bruine kiekendieven lieten zich meermaals opmerken over de TTP van Averbo­de Heide met een maximum van 7 op 22.9 (LEK, VKJ). Verder waren er waarnemingen boven het Tri­chelbroek op 11 en 15.9 (VEL), in Zoerle-Parwijs op

15.9 (VKJ) en in de Roost in Veerle op 25.9 (PLO).  

Verschillende blauwe kiekendieven passeerden opnieuw over Averbode Heide tussen 10.10 en 11.11 met maximum 3 op 11.10 (PLO, LEK, VPJ, BEH, VEJ, SAF). Verder 1 over Trichelbroek op 3.10 (VEL) en over Blauberg op 29.10 (HOA). Enkele goede trekdagen voor sperwers in Averbode Heide waren

3.10 (41), 8.10 (43) en 17.10 (49). Topdagen voor buizerds waren hier dan weer 1.10 (273), 3.10 (108),

17.10 (356) en 16.10 (106) (PLO, VEJ, LEK, JAG, SAF, VMF). Oe laatste wespendieven werden geob­serveerd op 11.9 (3) in het Trichelbroek (VEL) en over Averbode Heide (LEK, JAG). Op 15.9 verbleven nog maximaal 6 boomvalken in het Trichelbroek (VEL) en de laatste passeerde over Averbode Heide op 9.10 (PLO). Hier trok ook nog een zeldzame roodpootvalk door op 29.9 (VMF). Verschillende smellekens lieten zich op trek verleiden door Aver­bode Heide met een maximum van 10 op 16.10 (PLO, LEK). Op 7 en 18.10 werd hier eveneens ook nog een slechtvalk genoteerd (VOJ, LEK).

Patrijzen werden nog slechts op 2 plaatsen gesigna­leerd: 12 op 5.9 in de Busschotten in Veerle (OAR) en respectievelijk 7 en 1 in Itegem op 17 en 21.10 (JAS). Een waterral werd geringd in het Trichelbroek op 11.10 (BEH, VWL) en liet zich alhier horen op 7 en 23.11 (VEL, BEH). Op 8.11 vloog een eenzame kraanvogel over Averbode Heide (LEK, PLO), terwijl op 30.11 meerdere groepen doortrokken met 120 over Oosterwijk (VKJ), 51 over Heultje (SCJ) en 16 over Itegem (JAS). Een late kleine plevier werd op­gemerkt te Averbode Heide op 22.9 (LEK). Goudple­vieren trokken hier over met 23 op 1.10, 9 op 24.10 en 2 op 31.10. Verder telkens 1 op 3, 6 en 8.11 (PLO, LEK, VMF, VOJ, VPJ, VEJ, SCJ, VBH, JAG). Een kleine strandloper pleisterde hier dan weer even op

19.9 (PLO, LEK, VPJ, JAG). Witgatjes werden weinig waargenomen met 1 in het Trichelbroek op 1.9 (VEL), 2 in de Langdonken op 10.10 (OAG) en 1 in het Indu­striepark in Heist-op-den-Berg op 29.11 (VOJ). 2 oe­verlopers verbleven in het Trichellbroek op 1.9 waar­van 1 bleef pleisteren tot 15.9 (VEL, PLO, PIR, BEH). Een mooie zwarte ruiter rustte uit in Averbode Heide op 5.9 en 6 groenpootruiters hier op 18.9 (OAW). Van deze laatste soort op dezelfde dag ook 1 in Tri­chelbroek (VEL). Watersnippen werden met maxi­maal 11 opgestoten in het Trichelbroek, 18 in de Paardsbossen in Veerle (VEL) en 2 in Averbode Hei­de (LEK, PLO, VPJ). Op deze plaats werd ook een bokje verrast op 20.10 (LEK) Houtsnippen werden opvallend weinig gemeld met telkens 1 in het Trichel­broek op 9.10, in Averbode Heide op 31.10 (BEH) en in Itegem op 14.11 (PEB).

IJsvogels werden geobserveerd in Trichelbroek (VEL, BEH, VWG, PLO), in Hallaar (VWG, VOJ), in de Roost (BEH) en in Averbode Heide (LEK). Van de kleine bonte specht waren er meldingen vanuit het Trichelbroek, Varendonk (VEL,BEH), Averbode Heide (OAG, VPJ), de Roost en 't Hoeves in Vorst (BEH), Blauberg (OAR), de Osse broeken in Vorst (LEK) en Schaapwees en Overwijs in Westerlo (VKJ). Middel­ste bonte spechten lieten zich opmerken in Averbo­de Heide op 11.9 en 29.10 (LEK, JAG) en in Varen­donk op 7.11 (VEL). Zwarte spechten werden waar­genomen in Averbode Heide (LEK, VPJ, VMF, PLO, OAR, ALG, VKJ, SCO e.a.), Blauberg (VOB), Schaapwees, Truchelven en Kwarekken in Westerlo (OAG, VKJ), Trichelbroek (BEH, VEL, VOV) en de Roost (VOV). Op 6.9 was er ten slotte nog een ring­vangst van een draaihals in Heultje (MUB).

Over de TTP in Averbode Heide werden op 4.10 maximaal 3.521 doortrekkende veldleeuweriken geteld (VMF, LEK). Hier werden ook nogal wat over­vliegende Boomleeuweriken genoteerd met volgen­de topdagen: 4.10 110, 5.10 68 en 17.10 73 (LEK, VMF, VBH, SCJ, PLO, VPJ, VOJ). Oe laatste boe­renzwaluwen (2) werden hier opgemerkt op 24.10 (JAG), de laatste oeverzwaluwen (4) op 11.9 (LEK, JAG) en de laatste huiszwaluwen (10) op 5.10 (VPJ). Een grote pieper passeerde er op 30.9 (VMF), een duinpieper op 25.9 en 3.10 (LEK, JAG, VEJ) en de eerste waterpieper van het najaar werd gemeld op 5.10 (VKJ, VPJ). Oe laatste boompiepers trokken over Averbode Heide op 5.10 en op 29.9 vloog een maximum van 1568 gaspiepers door (VKJ). In het Trichelbroek vertoefden maximum 24 waterpiepers op 4.11 (VEL). Op 1.10 werden niet minder dan 563 witte kwikken geteld boven Averbo­de Heide en op 4.10 zelfs 817 (LEK, VMF, PLO, VOJ,). Op 6.9 noteerde men er dan weer 56 gele kwikken (PLO). Verrassend, maar toch ook wel wat gehoopt o.w.v. de aan de gang zijnde invasie, waren telkens twee pestvogels in Averbode Heide op 31.10 en 6.11 (LEK, VEJ, BEH) en in Blauberg op 2.11 (CRA, VKJ). Oe laatste nachtegaal van dit jaar werd geringd in het Trichelbroek op 12.9 (BEH). Maximaal 10 tapuiten scharrelden rond in Averbode Heide op 5.9, terwijl de laatste hier werd gezien op 11.10 (LEK, JAG, VMF).

In Itegem werd telkens 1 waargenomen op 5 en 15.9 (JAS) en in het Trichelbroek op 25.9 en 2.10 (VEL). Paapjes werden dan weer genoteerd in Averbode Heide (OAR) en Itegem op 5.9 (JAS), in Heultje op

19.9 (VKJ) en in het Trichelbroek van 29.9 tot en met

3.10 (VEL). Over Averbode Heide werden op 4.10 niet minder dan 83 doortrekkende grote lijsters ge­teld (VMF, SCJ, PLO, VBH). Telkens 2 beflijsters vlogen hier over op 1 en 10.10 (LEK, PLO, VOJ) en 1 pleisterend exemplaar werd er opgemerkt op 25.10 (VBH, SCJ). Sperwergrasmussen werden geringd in Heultje op 5.9 (LEI) en in Blauberg op 7.10 (CRA). Op deze laatste plaats wist CRA op 5 en 7.10 telkens 1 bladkoninkje van een ring te voorzien en op 17.10 ondergingen 12 witkopstaartmezen hier hetzelfde lot (CRA, BEH). Van deze ondersoort was er ook al een waarneming in het Trichelbroek op 20.9 (JAS). Klap­eksters verbleven vanaf 6.10 in Averbode Heide, zowel op het deel Tessenderlo als Laakdal (LEK, VEJ, BEH, OAR, VMF, PLO e.a.) als in het Trichel­broek vanaf 31.10 (VEL, BEH, VWL). Heel bizar was ook de invasie van Vlaamse gaaien dit najaar.

Vooral op de Trp van Averbode Heide werd dit goed opgemerkt met o.a. 107 doortrekkende vogels op 26.9,126 op 27.9 en 108 op 1.10 (LEK, SAF, PLO en VMF). Barmsijzen werden dit najaar op verschillende plaatsen in behoorlijke aantallen opgemerkt, waaron­der heel wat grote barmsijzen. Een Europese kana­rie vloog over Averbode Heide op 5.10 (VPJ, VMF, VOJ, VKJ). Goudvinken werden geobserveerd in Averbode Heide (PLO, BEH) Truchelven in Ooster­wijk (VKJ), Varendonk en 't Hoeves in Vorst (BEH). Ooortrekkende appelvinken lieten zich verschillende malen opmerken over Averbode Heide met telkens 1 op 17. 20 en 29 en zelfs 3 op 28.10 (LEK, PLO, VPJ, VMF, VOJ, JAG). Voorts waren er waarnemingen in het Trichelbroek op 1.10 (BEH), in de Rothoek in Westerlo op 10.10, in het Truchelven op 17 en 21.11 (VKJ) en in Vorst-Centrum op 20.11 (BEH, VOV).

Kruisbekken waren dit najaar op vele plaatsen op­merkelijk aanwezig met als maximum 89 te Averbode Heide op 12.10 (PLO). Verder 8 in het Trichelbroek (VEL, BEH), 13 in Truchelven (VKJ), 13 in de Lang­donken (APO), 14 in de Beeltjes in Westerlo (VKJ), 6 in Eindhoutbroek, 8 in Varendonk en 3 in het Wijn­gaard bos in Veerle (BEH). Over Averbode Heide werden op 4.10 niet minder dan 1619 kneus geteld (VMF, PLO, SCJ, VBH, VOJ). Opmerkelijk waren hier zeker ook overvliegende ijsgorzen op 4.10 (2), 18 en

22.10 (PLO, VBH, SCJ, ALG). Geelgorzen werden er dan weer opgemerkt op 1, 10, 15, 21 en 31.10 en 6 en 8.11 (LEK, PLO, VMF, VBH, SCJ). Ten slotte wil­len we je een ortolaan niet onthouden die Averbode Heide aandeed op 15.9 (LEK).

Kruisbek (foto Pj) Met dank aan volgende waarnemers:

ALG-Alaerts Gery, BEH-Berghmans Herman, CRA­Cristael André, OAG-Oaems Geert, OAR-Oaems Ronny, OAW-Oaems Willy, HES-Hermans HOA-Hollebeke Anthony, JAG-Janssens Guy, JAS­Janssens Stefan, LEI-Ledegen Ignace, LEK-Leysen Koen, MUB-Mulkens Bart, PEB-Peeters Bart, PIR­Pieters Robert, PLO-Plu Oieder, SAF-Sanen Freddy, SCO-Schoofs Oanielle, SCJ-Schrey Jan, SPK­Sprengers Kristof, VBH-Van Bosstraeten Herman, VOHO-Van den Heuvel Oieter, VEL-Vanermen Lucas, VOB-Vandyck Benny, VOJ-Van Oessel Jo, VEJ­Verdonck Jan, VOV-Van Oyck Vic, VKJ-Van Kerck­hoven Jos, VMF-Van de Meutter Frank, VOJ-Volders Jos, VPJ-Vervecken Pieterjan, VWG-Van den Wyn­gaert Guido, VWL-Verwimp Ludo

Bijzondere waarnemingen in onze regio tijdens de periode december 201 O-februari 2011 worden liefst voor 10 maart 2011 ingevuld op waarnemin­gen.be of doorgegeven aan Herman Berghmans via h.berghmans@skynet.be.

 

 

Tongels gezin helpt bosuil

door Jan Spruyt, journalist van Gazet van Antwerpen

De bosuil staat in de belangstelling. Uiteraard omdat Vogelbescherming Vlaanderen de bosuil uitgeroepen heeft tot Vogel van het jaar 2011. (Naar aanleiding van het Internationaal Jaar van het Bos werden deze keer twaalf bosvogels genomineerd. De bosuil haalde het nipt van de groene specht en de goudhaan, die respectievelijk tweede en derde werden.) Bovendien haalde een bosuil het nieuws omdat hij ondervoed aangetroffen werd in een kelder in Tonger­10 en weer op de been geholpen werd door vrijwilligers van Natuurpunt.

Een ondervoede bosuil zat een week vast in de schouw van een gezin uit Tongerlo (Westerlo). Na de ontdekking kreeg de vogel verzorging en afge­lopen weekend liet de familie hem weer vrij.

Lieve Vanheuckelom (33) beleefde drie weken geleden de schrik van haar leven, toen ze in haar kelder oog in oog kwam te staan met een bosuil die op haar wasdraad zat. Ook haar echtgenoot Jan Vissers (32) wist niet wat hij zag. Het gezin haalde Natuurpunt erbij. Medewerker Jo Van Dessel kon de sterk ondervoede uil gemakkelijk van de wasdraad plukken. "De vogel was totaal uitgeput", blikt Van Dessel terug.

De ondervoeding was het gevolg van zijn verblijf in de schouw van huize Vissers. De vogel had er een week in vastgezeten. "We hadden eerder die week al verscheidene keren verdachte, tikkende geluiden gehoord en dachten dat het een inbreker was, maar het zal de uil geweest zijn", vertelt Lieve. "De vogel is dan uiteindelijk blijkbaar toch uit de schouw geraakt en in de kelder beland, waar hij mij de daver op het lijf heeft gejaagd."

Muizen en eendagskuikens

Vogeldeskundige François Van den Bosch, van Na­tuurpunt Grote Nete, zette de vogel op een verster­kend dieet van muizen en eendagskuikens. "Hij kwam er na een gedwongen gevangenschap snel opnieuw bovenop. Vanavond laten we hem vrij op de plaats waar we hem vonden. Uilen zijn namelijk gehecht aan hun partner en hun biotoop", vertelt hij.

De klasgenoot jes en juffen van zoontje Mauro (7) woonden de vrijlating van de uil ook bij. Mauro had in de klas verteld over 'hun' bosuil. Juffen Lieve en Christine van basisschool 't Grafiekje van Tongerlo grepen die kans om de kinderen over uilen te vertel­len. De leerlingen maakten ook werkjes over uilen, die later in het tijdschrift van Natuurpunt verschijnen.

Papa Jan Vissers mocht de bosuil zijn vrijheid terug­schenken, maar niet alvorens afscheid te nemen. De uil vloog meteen de duisternis in en verdween in de bomen van het nabije bos. En Lieve? Die durft nog steeds haar kelder niet in.

Artikel uit Gazet van Antwerpen

Schoolopstel

Zoon Mauro schreef hierover onderstaand opstel.

De bosuil

Mauro vond in de kelder een uil. Waarschijnlijk hield hij zich al enkele dagen schuil in de schoorsteen. Het jonge diertje was zwak en echt niet op zijn gemak. Daarom zijn de mensen van Natuurpunt gekomen en hebben het uiltje meegenomen. Zij kunnen hem goed verzorgen, dan wordt hij weer sterk. Wij kunnen nu in de klas over hem leren en we maken voor hem een knutselwerk. En als straks onze vriend uil helemaal beter is, juichen wij heel blij. Dan mag hij, zoals het hoort, in de natuur weer vrij.

't Grafiekje Tongerlo, klas 2B

Een dikke proficiat

De familie Vissers gaf een dikke proficiat aan onze twee uilenexperts, François en Joris, die het hele jaar in de weer zijn om roofvogels en uilen te ringen.

Op de foto zien we de bosuil vóór de vrijlating. Rechts: François Van den Bosch

 

Zegswijzen over plant en dier

Uit: 'Wat van eksters komt, huppelt graag', WPPostma & E.AJ.Scheepmaker

Hij heeft een adder aan zijn borst gekoesterd.

De betekenis van dit gezegde is: hij heeft iemand

goed gedaan, maar ondanks dat is hij door die ander

slecht behandeld, bedrogen zelfs.

Ja, ondank is 's werelds loon.

 

De fabel waaraan dit gezegde is ontleend, is geschre­

ven door Sous (zesde eeuw voor Christus). In de der­

tiende eeuw werd in Vlaanderen een verzameling

korte diertabels samengesteld in het Middelneder­

lands. Ze zijn een vertaling uit het Latijn van de oor­

spronkeHjk Griekse fabels van Sous en staan bekend

als Gesopte.

 

Hieraan ontlenen we enkele dichtregels:

 

Een man vant, Iigghende in den rijm een jonc serpent in swijm Die man naemt in sinen arm ende maket daer soe warm dat het vander couden genas.

Als het dier op temperatuur is gekomen, kronkelt het zich om de man en bezorgt hem veel pijn. Ondanks de smeekbeden van de man. blijft het dier hem pijni­gen:

Dus es die goede man ghehoent, dus es hem goet met quade ghefoent

 

Slangen hebben. evenals andere reptielen, geen con­stante lichaamstemperatuur. Ze zijn poikilotherm, wat wil zeggen dat ze een wisselende lichaamstempera­tuur hebben. Die temperatuur is doorgaans iets hoger dan die van de omgeving. Bij lagere temperaturen raken ze min of meer verstijfd; in de warmte worden ze pas weer levendig. De man uit de fabel vond de slang 'in den rijm' dus in de sneeuw of ijzel, geen wonder dat het dier 'in swijm' (verstijfd) was.

Door de eeuwen heen hebben slangen tot de ver­beelding van de mens gesproken, nu eens in gunstige zin. dan weer in ongunstige.

De oude Grieken en Romeinen bijvoorbeeld dachten niet bepaald slecht over de slang. Ze hielden ze zelfs in huis, om muizen en ratten te verdelgen, en ver­scheidene van hun goden en helden hadden slangen als gewijde begeleiders. Asklepios (Aesculapius). de god der geneeskunde. hield in zijn tempels slangen als symbool der levenskracht. Zijn attribuut was een staf waaromheen zich een slang had gekronkeld: de aesculaap op de auto van de artsen van nu. In de joods-christelijke traditie speelt de slang meestal een boosaardige rol. Het was ondermeer de slang, die Adam en Eva op het slechte pad bracht.

Nog steeds zijn veel mensen bang voor slangen. Zelfs in ons land, maar dat is overdreven. Hoewel, onder de mensen zitten vele gevaarlijke exemplaren.

Van de drie inheemse slangen die ons land telt is er maar één, de adder. giftig en zijn beet heeft maar een enkele keer een mens gedood.

Wie niet zomaar op blote voeten door de hei loopt en wie goed oplet bij het plukken van bosbessen, heeft eigenlijk nauwelijks iets te vrezen.

 

Zo doof als een kwartel

Uit: 'Nederlandse W.J. Thieme &Cie

Soms komt tijdens gesprekken weleens de uitdrukking 'zo doof als een kwartel' in mijn gedachten op.

Er zijn zo van die mensen die oren hebben en niet willen horen. Zo hebben we onze aartsbisschop, die veel in de actualiteit is door steeds zijn eigen gelijk te willen doordrammen, ook al zijn de naaste medewerkers en volgelingen een andere mening toegedaan en zeggen ze die hem ook.

Een ander voorbeeld is de Heistse Kop Titte, alias den Grunen Hesteneir, die zich doof houdt als we hem aanmanen om tot het digitale tijdperk (gsm, computer, geldautomaten enz.) toe te treden. Hij heeft een computer in zijn bezit, maar komt steeds aandraven met argumenten die 'kant noch wal raken' om die maar niet te gebruiken. Het zijn maar twee voorbeelden, en ik hoop dat ik ze niet onrespectvol be­handeld heb, want ieder van ons is al eens 'zo doof als een kwartel' en gebruikt weleens argumenten die 'kant noch wal raken' om zich te verdedigen. Het is des mensen!

Het moet ook gezegd worden dat culinair de kwartel een delicatesse is die de Fransen niet versmaden, om maar niet te zeggen 'gretig verorberen'. Ik heb me trouwens op reis in Frankrijk ook al eens een goed klaargemaakte kwartel laten voorschotelen. Schuldig voelde ik er mij niet bij. Het zullen wel in gevangen­schap gekweekte dieren geweest zijn, zoiets als kip, kalkoen en soortgelijk gepluimd dier in gevangen­schap gekweekt voor menselijke consumptie. Hoewel ik er niet geheel zeker van was dat het gekweekte kwartels waren. De jacht in Frankrijk tiert nog welig, en er dient gesteld te worden dat er al eens Franse citoyens zijn die het met de beschermde natuur niet zo nauw nemen.

Een illuster voorbeeld hiervan is de gewezen president François Mitterand. Hij overleed op 8 januari 1996 en ging zich vlak voor zijn dood te builen aan een exorbitant diner, waar hij twee ortolanen verslond, een beschermde vogelsoort waarvan consump­tie ten strengste verboden is. Het eten van een ortolaan is een heel ritueel. De vogeltjes zijn ongeveer 15 centimeter lang, en worden in een hete oven geroosterd. Na acht minuten wordt de ortolaan geserveerd; de fijnproever dient het hete beestje in één keer helemaal in de mond te nemen, en gedurende een kwartier fijn te kauwen. Het eten van een ortolaan dient te gebeuren met een servet over het hoofd, uit schaamte, of om zich beter te kunnen concentreren op de exquise, maar illegale dis. De ortolaan was het laatste wat Mitterand zou eten; acht dagen later stierf hij. Dat hij acht dagen later stierf na zijn exorbitante maaltijd zal wel geen 'straf van god' of 'immanente gerechtigheid' geweest zijn. Hij was met helder bewustzijn op de hoogte dat al zijn vingers genoeg in aantal waren om zijn laatste dagen te telen.

Ik hoop dat niet iedereen op hetzelfde idee komt om een beschermde diersoort op zijn 'laatste avondmaal' te zetten, en ook niet om dit vlees op het menu te plaatsen van een volgende oud-of nieuwjaarsfeest. We zijn toch allemaal Natuurpunters, die het dierenrijk hoog in ons vaandel dragen?

Zoo doof als een kwartel (of een kwakkel),

d.W.Z. zeer doof, stokdoof; potdoof, zoo doof als een pot; kwarteldoof, een weinig doof, zooveel als oost­injesdoof; soo doof als een quartel of quakke/; Rus­ting, Blint en doof gelyk een quartel; zij is zoo doof als een quartel, zü is heel doof; zoo doof als een erpel (mannetjeseend), een mol, een kanon, een pot, een kwakkel. he es so dauf as en Quartel. De verklaring dezer uitdrukking is moeilijk, daar een kwartel volstrekt niet doof is, evenmin als eene lijster, en toch vindt men in het later Latijn surdior turdo (doover dan eene lijster, en ook evenmin als een ekster of een snip, terwijl men toch in het Friesch zegt sa dof as in ekster, as in snip naast sa dof as in kwartel.

Elders kent men ulke-doof, dus zoo doof als een bunzing; in het Engelsch as deaf as an adder, zoo doof als een adder, oostindisch doof, allemaal die­ren, waarvan het in 't geheel niet bekend is, dat zij die eigenschap bezitten. Daar de kwartel tot die dieren behoort welke, wanneer zij angstig worden, stil op den grond ineengedoken blijven zitten, zodat men er wel op kan trappen, zonder dat zij zich verroeren, of een geweer vlak bij hen kan afschieten, zonder dat zij opvliegen, zóózeer zijn ze door schrik en angst be­vangen, is het niet onmogelijk, dat men ze voor doof heeft gehouden. Een doove kwartel is een stokdoove.

Kant noch wal raken,

d.w.Z. ongerijmd zijn, hoegenaamd geen grond hebben, op niets gelijken, sluiten als een tang op een varken, niet bijkomen, zooals Winschooten, 100 het verklaart. Kant heeft hier de betekenis van waterkant. Volgens Schuermans, hoort men in Antwerpen: kant noch boom(en) raken; in Oldenburg: dat rákt kên wall of kant an. Synoniem was in de 17de eeuw: 't Raect hemel noch aerde; Hand noch vinger raken; vgl. ook Campen,: tEn roert doere noch durpel. dat ràkd gên kant of wal; fri. it roait iggen noch sea­men, -ich noch kant, -igge noch wál.

Opgesteld door Eric Van Loo

 

 

Wandeling in Langdonken

door Louisa

Wandelen in de Langdonken met als thema 'Volop herfst'. Dus wij vol verwachting daarheen, samenkomst aan de schuur. En er stond al een mooie groep herfstwandelaars te wachten.

Onze gids was dit keer Louis Verellen. Hij gaf eerst een beetje uitleg over het feit dat Natuurpunt hier in 1988 de eerste percelen aangekocht heeft. En inmiddels is hier veel werk verricht. En dan op stap. We liepen al snel het bos in, dat nu getooid is met tal van herfstkleuren. Vaakintense tinten van rood, geel en oranje. De natuur kan echt betoverend zijn.

Wat verder zagen we de eerste paddenstoelen, meer bepaald botercollybia, spekzwoerdzwam, stekeltrilzwam en ook de prachtige oranje bekerzwammen, zwavelmelkzwam, hanenkam en nog veel meer. Dan liepen we langs een perceel waar de Amerikaanse eik gekapt is en er werd ook al geplagd. De heide schiet hier al goed op, want wat verder stond er stekelbrem. Die zie je niet zoveel, die is zeldzaam. En zo verder via een prachtig poeltje waar in de zomer het blaasjeskruid bloeit. Aan de rand stond een schitte­rende koningsvaren, nu in mooie gouden tinten, waarvan onze Pros direct enkele foto's maakte. En zo wandelden we weer het bos in en dan langs de Kalsterloop. Hier was het wel erg modderig, je moest goed uitkijken om niet uit te schuiven. En ja, het einde van deze heerlijke herfsttocht kwam weeral in zicht.

Bedankt Louis en tot een volgende maal.

 

 

Ganzentocht naar Zeeland

door Paul Anthonis

Zondag 9 januari 2011. Is de sneeuw weg? Zouden de ganzen terug zijn in Holland? Wie gaat er nu naar ganzen en watervogels kijken als iedereen voor de tv zit? Jawel, 16 enthousiaste vogelaars vormen een toffe bende die 's avonds met grote voldoening huiswaarts reden.

Nadat vorig jaar de uitstap geannuleerd werd wegens te gevaarlijk met de ijsgang, zag het er lang naar uit dat de uitstap in de sneeuw zou vallen. Doch stonden er vele uitgeslapen jongelingen op de afgesproken plaats om wat Nederlandse educatie te zoeken. Als er over watervogels wordt gesproken, dan denk je automatisch aan Nederland. Onze Noorderburen le­ven in feite meer onder de zeespiegel dan erboven.

Onze eerste stop was maar net over de grens en daar werden we bij aankomst overvlogen door enkele honderden rotganzen. Op de eilandjes in de natte weiden zagen we direct al soorten van onze verlanglijst. De vele pijlstaarten, smienten, nonnen, brilduikers en zaagbekken brachten voldoening bij de meesten on­der ons. Op de Scherpenissepolder en op Philipsland waren nog meer ganzen en zwanen te bewonderen. De brandgans, de grauwe gans, de kolgans waren met vele, maar de knobbelzwanen en de zwarte zwa­nen kregen meer aandacht omdat er wel eens een wilde zwaan zou tussen kunnen zitten. Maar toch niet.

 

Aan de Philipsdam werden de vogels wat kleiner, de tureluur, de kanoet en de plevier liepen scharrelend tussen de schelpen. Volgens het plan Tureluur moes­ten we ons daarna versterken in het mooie restaurant van Grevelingen, waar we de Oosterschelde konden overzien. Nadat we een snertsoepje gegeten hadden, was er iemand gebriefd voor een 'specialleke'. Er zou zich een roodhalsgans bevinden een beetje verderop. Voor velen was dit weer het startsein tot actie. En ja, onze honger werd helemaal gestild. Trots stond deze gans voor onze lenzen. Daarna gingen we nog snel naar de zeehondjes kijken aan de Brouwersdam en zochten we tevergeefs naar gesignaleerde ijseenden.

 

 

 

 

 

terug naar>>  Natuurpunt afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op: 22.02.2011 10:48:38
                              
Info en tips: 
webverantwoordelijke