Naam : De Indische gans
Wetenschappelijke naam : Anser Indicus
Leefplaats : De soort broedt van nature in het Himalaja-gebergte maar vertoeft een groot deel van het jaar in het noorden van India. In AziŽ broedt zij alleen in de koude, boven de 5000 meter-grens.
Grootte : ---
Kenmerken : Twee zwarte strepen op de witte kop en de zwarte streep over hals en nek. De romp is overwegend grijsachtig, andere kenmerken zijn de orange poten en gele snavel.
Broedtijd : 28-30 dagen
Eieren : 4-8 eieren / wit
Kuikens : ---
Opmerking : Bij ons zal de neiging tot broeden meestal in hartje winter vallen. Is dat bij u het geval red het broedsel dan van de vriesing door ganzen en eieren in een vorstvrije, onverwarmde schuur onder te brengen.