PA is een afkorting voor "Public Address". De term wordt gebruikt voor de audio systemen die in relatief grote ruimtes het geluid op een gelijkmatige manier over de ruimte verspreiden. Een PA systeem kan zowel een eenvoudig mixertje met tweedehands versterkertje en een aftandse luidspreker zijn, als een gigantisch 10.000 watt modulair systeem voor een openlucht rockconcert.
Wat ook het systeem is, het is nooit beter dan de zwakste schakel. En dit is nog steeds het luidsprekersysteem. Nogal wat would-be DJs geven al hun geld uit aan een blitse draaitafel, een super-duper mengpaneel, een beest van een versterker, een oogverblindende lichtinstallatie en met de rest van het geld wordt nog gauw een paar luidspreker boxen aangeschaft. Hun lot is een krijsend oorteisterend geluid, een gruwelijke boembas en eindigt zeer dikwijls met uitgebrande luidsprekerspoelen of gekatapulteerde membranen. Niet elke luidspreker is dus zomaar geschikt in een PA systeem.
Luidspreker behuizingen zijn ontworpen om bij een bepaald versterkervermogen een zo luid en gebalanceerd mogelijk geluid weer te geven. Hiervoor worden verschillende soorten behuizingen toegepast afhankelijk van het toepassingsgebied waarvoor ze zijn bedoeld. Het aanpassen van het behuizingsvolume en de resonantiefrequentie aan de gebruikte luidspekers is één criterium, het ander criterium is het behuizingstype dat het geluid breed kan uitstralen over een korte afstand ofwel het geluid projecteren over een lange afstand. Ook zal het ene behuizingstype met dezelfde luidspreker en hetzelfde versterkervermogen een grotere geluidsdruk veroorzaken dan het andere. Keuze van de correcte behuizing met aangepaste luidspreker, het totale vermogen in functie van gewenste geluidsdruk en plaatsing van de systemen maakt het verschil tussen muziek en lawaai. Een goede luidspreker box zal nooit heel goedkoop zijn, maar dit wil niet zeggen dat een dure luidspreker box de juiste keuze is voor de gewenste toepassing.
De drie belangrijkste soorten behuizingen voor luidsprekersystemen zijn:
- Gesloten box ("infinite baffle")
- Bass reflex ("vented")
- Hoorn systeem ("horn loaded" of "expo cabinet")
De verschillende soorten luidsprekerbehuizingen zijn hoofdzakelijk van belang voor de weergave van de lage tonen. Midden- en hoge tonen luidsprekers worden meestal gewoon in een gesloten box geplaatst. Naast de hierboven 3 vermelde veel gebruikte behuizingen zijn er nog andere, bijvoorbeeld 4de orde bandpass boxen (worden nogal eens gebruikt als losstaande subwoofer voor de huiskamer), 6de orde bandpass boxen, transmissielijn boxen (meestal heel complex en duur), electrostaten (verschrikkelijk duur), compound boxen, enzovoort. Buiten de bandpass boxen worden deze echter niet of nauwelijks gebruikt voor PA doeleinden. Meestal wegens het lage rendement van deze boxen.
Dit is de meest eenvoudige soort behuizing. Omdat de lucht achter de luidspreker niet kan ontsnappen heeft dit ontwerp het grootste dempende effect op de achterkant van de luidsprekerconus. Een gesloten box is optimaal om een groot vermogen te verwerken en de basrespons is kwalitatief het beste, maar spijtig genoeg nogal sterk gedempt. Daarom moet dergelijke box (zeer) groot zijn om een goede basweergave te hebben. Om deze reden wordt een gesloten box niet veel (meer) toegepast.
Een bass reflex heeft een open poort ("vent") al
dan niet verbonden met een pijp welke de binnenzijde van de box
verbindt met de buitenlucht. De grootte van deze opening en de
lengte van de pijp zijn zeer kritisch en moeten afgestemd zijn
op de karakteristieken van de gebruikte basluidspreker en de netto
inhoud van de box. Het voordeel van een bass reflex is een goede
basweergave in een (relatief) kleine box.
Bass reflex boxen worden het meest toegepast omdat ze eenvoudig
te bouwen zijn en, indien goed afgestemd en niet te klein, een
redelijk goede laag weergave hebben.
Het nadeel van bass reflex behuizingen is dat de frequenties beneden
de afstemfrequentie niet worden gedempt. Hierdoor gaat de bass-speaker
bij grote vermogens en lage frequenties onbeheerst bewegen wat
uiteindelijk leidt tot het beschadigen van de bass-speaker. Daarom
moeten de bassen beneden de toegelaten frequentie van de bass-reflex
onderdrukt worden met een hoogdoorlaat filter.
Bas en middentoon hoorn systemen bestaan in allerlei vormen
en maten en zijn zonder uitzondering zeer complexe constructies.
Het principe is dat ofwel de voorkant ("front loaded")
ofwel de achterzijde ("back loaded") van de luidspreker
verbonden wordt met een, meestal exponentiëel, uitlopende
trechter. Het voordeel van een hoorn systeem is het gigantisch
groot rendement vergeleken met gelijk welk ander luidsprekersysteem.
De meeste hoorn systemen verhogen het rendement gemakkelijk met
6dB (dit is x 4) en meer. Hierdoor zijn grote geluidsdrukken met
een zeer lage vervorming mogelijk. Ideaal dus voor een forse bassweergave.
Het nadeel van hoorn systemen is de grootte en de complexiteit.
Hoorn systemen worden meestal toegepast voor professionele geluidsinstallaties
en zijn de enige systemen om op een rendabele manier in grotere
ruimtes (of in open lucht) voldoende geluidsdruk te verwezenlijken.
Hierbij een foto van de QS
"Earthquake 822" welk een goed voorbeeld is van
een hoorn systeem.
Zie ook: Waarom exponentiële hoorns gebruiken?

Op bovenstaande tekening zie je een voorbeeld van een efficiënt PA systeem voor disco gebruik. De bass cabinets zorgen voor een stevige bas op de dansvloer, terwijl hoog en midden wordt geleverd door top-units verspreid opgehangen rond de dansvloer. De bass cabinets ook zo veel mogelijk bij elkaar plaatsen in plaats van uit elkaar zoals dikwijls foutief gebeurt. Voor het waarom zie hier.
Ook moet er gelet worden waar de bass boxen geplaatst worden. De meeste luidsprekersystemen voor basweergave zijn ontworpen om op de vloer met hun rug tegen een muur te worden geplaatst. Je zal dus zelden of nooit een forste basweergave kunnen realiseren indien je de boxen die de bassen moeten geven op een statief plaatst.
Indien de luidspreker speciaal ontworpen is om toegepast te worden in een kleine behuizing, dan is een redelijke basweergave mogelijk zolang je deze combinatie in kleine ruimtes gebruikt zoals een huiskamer of een auto. De kleinere luidsprekers die in een kleinere behuizing passen kunnen echter slechts een gelimiteerde hoeveelheid lucht verplaatsen. En omdat luide bassen in een ietwat grotere ruimte nu eenmaal betekent dat (zeer) veel lucht moet verplaatst worden, zijn kleine boxen voor PA gebruik totaal ongeschikt.
De spreekspoelen van de luidsprekers zijn meestal gemaakt van koper of aluminium. Tijdens het gebruik warmen deze spoelen op, waardoor de weerstand van de spreekspoel toeneemt. Dit resulteert in een duidelijk hoorbare vermindering van het afgegeven vermogen. Sommige luidsprekers geven na enkele uren nog maar de helft van hun vermogen af! Laat het dus duidelijk zijn dat koeling van de spreekspoel een belangrijk element is. Bovendien moet de magneet voldoende groot zijn om de warmte van de spreekspoel af te voeren. De betere luidsprekers hebben ook een speciale opening in de magneet waardoor de spreekspoel wordt geventileerd. Goedkopere luidsprekers zullen al deze voorzieningen niet bezitten en lopen onvermijdelijk warm.
Hoge tonen worden snel geabsorbeerd door zachte materialen, zoals mensen. Door de top-units hoog genoeg en neerwaarts gericht te plaatsen met de juiste balans tussen hoog en laag ingesteld via een actieve cross-over kan je het geluid helder, transparant instellen. Dit is een niet al te moeilijke kunst. Toch zijn er nog ontelbare gelegenheden waarbij schetterende en zwaar over hun toeren draaiende tweeters de trommelvliezen in de prak draaien.
Hoge frequenties zijn door hun natuur zeer gericht, en hoe hoger de frequentie is, hoe meer dit als een smalle bundel wordt uitgestraald. Deze richtingskarakteristiek van het geluid komt het meest tot uiting bij de tweeters. Kleine hoonrvormige tweeters projecteren zeer smalle geluidsbundels over een grote afstand (Long-Throw) en zijn bijgevolg totaal ongeschikt om in kleinere of middelgrote ruimtes te gebruiken. Ook piëzo-tweeters met kleine hoorn stralen hun geluid uit in een vrij smalle bundel, waardoor hun oorklievend schetterend geluid nog meer wordt geaccentueerd. Tweeters met dergelijke karakteristiek mogen enkel als secundaire tweeters gebruikt worden om het geluid te stralen naar een locatie die tientallen meters verder ligt. Al te veel disco-boxen zijn spijtig genoeg met dergelijke tweeters uitgerust en vernielen bij onoordeelkundige opstelling de trommelvliezen van iedereen die er te dicht bij komt.
Dome tweeters, dynamische tweeters met dubbele konus en dynamische tweeters met een voldoende grote hoorn of "bullet" tweeters stralen het geluid af in een veel bredere bundel. Deze tweeters zijn bij voorkeur te gebruiken als de primaire tweeters in boxen welke vlakbij de dansvloer staan. Een zeer goed alternatief is om verschillende tweeters met een smalle stralenbundel in een gebogen behuizing te gebruiken. Ook voor tweeters met een breed stralingspatroon is een gebogen behuizing een zeer goede keuze. Hierbij een foto van de QS "Twister 141" met gebogen front (boven op de QS "Earthquake 401" subwoofer) welk een goed voorbeeld is van dit laatste principe.

Er zijn twee verschillende - totaal tegengestelde - meningen in omloop voor de keuze van de versterker. Ik spreek me niet uit over welke van de twee de beste is, maar geef gewoon de voor- en nadelen van beide meningen.
Mening nummer één: de versterker moet hetzelfde of minder continu RMS vermogen hebben als de aangesloten luidsprekers.
Voordelen:
- je geeft niet meer geld uit aan versterkers dan echt nodig.
- de luidsprekers overleven meestal een gesneuvelde versterker.Nadelen:
- bij volledige uitsturing zal de versterker clippen, waardoor de luidsprekers (vooral de tweeters) toch vernield worden. Het clippen van de versterker kan voorkomen worden door ofwel een compressor/limiter toe te passen; ofwel een goede led VU meter te gebruiken en de versterker zodanig in te stellen dat niet boven het maximum wordt uitgestuurd. Enkel een clipindicator zoals bij vele versterkers is absoluut onvoldoende voor de juiste instelling van het volume. Deze indicatoren zijn niet bijster nauwkeurig en wanneer deze indicator oplicht is de versterker reeds volop aan het klippen.
Het klippen van de versterker wordt ook vermeden door een versterker te nemen die een voldoend hoog piekvermogen heeft. Een versterker van 200Wrms continu moet bijvoorbeeld 300W maximum aankunnen. Uiteraard moet er dan ook op gelet worden dat slechts 200Wrms wordt gebruikt. De extra 100Watt is er enkel om bij plotselinge pieken, het klippen te voorkomen.
Mening nummer twee: de versterker moet minstens het dubbele continu RMS vermogen hebben als de aangesloten luidsprekers.
Voordelen:
- de versterker zal niet klippen waardoor de luidsprekers niet worden vernield. (Uiteraard in de veronderstelling dat je niet meer vermogen uitstuurt dan toegelaten door de luidsprekers).
Nadelen:
- je moet veel geld spenderen aan versterkers. Mening nummer twee zal dan ook dikwijls door de verkopers van versterkers worden aangehaald...
- indien je de versterker per ongeluk te veel uitstuurt, zal de luidspreker toch de geest geven omdat het dubbele vermogen wordt toegevoerd. Je hebt dan wel geen clipping, maar je luidspreker rookt toch... Je kan dit voorkomen door een compressor/limiter te gebruiken.
Neen, dit is geen versterker die verliefd kan worden op versterkers van beide geslachten. Het betekent dat het audio signaal komende van de mixer in een laag en een hoog frequentiegebied wordt gesplitst door middel van een actief cross-over filter (zie hieronder). Beide frequentiegebieden worden via een aparte versterker aan een geschikte luidspreker verbonden. Deze methode wordt bij high-end hifi huisinstallaties en bij professionele PA systemen gebruikt. Het voordeel is dat hoog en laag apart kunnen geregeld worden en de luidsprekers worden rechtstreeks, zonder intern passief cross-over, gekoppeld aan de versterker ("direct drive" principe). Hierdoor is de geluidsbalans perfect in te stellen en komen kwalitatief goede luidsprekers veel beter tot hun recht.
Er zijn 2 types cross-over filters. Passieve en actieve. Beide types splitsen het inkomende signaal in verschillende frequentiegebieden. Het cross-over filter moet zorgen dat een luidspreker slechts die frequenties toegevoerd krijgt waarvoor het geschikt is.
Een passief cross-over filter is het type filter dat in de boxen van gewone hi-fi en full-range PA en disco boxen wordt gebruikt. De kwaliteit van een dergelijk filter is, naast de gebruikte onderdelen, te herkennen aan de stijlheid van de filterkarakteristiek welke wordt uitgedrukt in dB per octaaf. Een goed filter heeft gewoonlijk een stijlheid van 12dB/octaaf voor elke frequentieband. Goedkopere disco-boxen willen hierop wel eens (veel) besparen door slechte componenten te gebruiken, een kleinere stijlheid toe te passen, ofwel het filter zelfs weg te laten. Nou ja, je ziet dat ding toch niet zitten. Waarom er dan goed geld aan spenderen?
Een actief cross-over filter is een electronisch toestel dat
geschakeld wordt tussen de mixer en de versterker(s). Het frequentiespectrum
wordt gesplitst en de versterkers krijgen verschillende frequentiegebieden
toegevoerd. De luidsprekers gekoppeld aan de versterker(s) krijgen
het juiste frequentiegebied. Het voordeel van een actief cross-over
filter is dat het zeer accuraat het geluid in de verschillende
gewenste frequentiebanden splitst. Via de verschillende versterkers
kan de geluidsbalans in alle situaties correct ingesteld worden.
Een actief cross-over filter wordt gebruikt bij high-end hifi
huisinstallaties en bij professionele PA installaties.
Zie ook: Waarom actieve filters gebruiken?
In de audio wereld worden we om de oren geslagen met dB waarden.
De decibel of dB is een logaritmische pseudo-eenheid die aan de
omstandigheden in de geluidstechniek is aangepast en bovendien
de eigenschappen van het menselijk gehoor in rekening brengt.
Dat resulteert in "handzamere" getallen dan wanneer
we rechtstreeks met spanningen, vermogens, versterkingsfactoren
en geluidsdrukken zouden moeten rekenen.
We gaan hier niet in op de theoretische berekeningen van de dB,
maar enkele eenvoudige getallen zijn altijd goed bruikbaar.
Decibels (dB) zijn zoals gezegd logaritmische getallen,
zodat we vermenigvuldigen en delen kunnen vervangen door optellen
en aftrekken.
3dB bijtellen is hetzelfde als het vermogen verdubbelen. Dus:
10Watt verhogen met 3dB geeft ons 20Watt. Dit nog eens verhogen
met 3dB geeft ons 40Watt. Enzovoort. Dus +3dB = vermogen x 2;
+6dB = vermogen x 4; +9dB = vermogen x 8; enzovoort.
3dB aftrekken is hetzelfde als het vermogen halveren. De weergavekarakteristiek
van een luidspreker wordt gewoonlijk gegeven tot het zogenaamde
-3dB punt. Dit is het punt waarbij bij hetzelfde toegevoerde vermogen,
het afgegeven vermogen van de luidspreker gehalveerd is.
SPL ("Sound Pressure Level") uitgedrukt in
dB, staat voor de efficiëncy en geluidsdruk van een luidsprekersysteem.
Nul dB SPL is het laagste niveau van een 1KHz toon dat een mens
nog kan horen. Een 10dB SPL verhoging resulteert in een verdubbeling
van de geluidsdruk en vereist 10 keer zoveel vermogen. Indien
je versterker 20Watt RMS geeft en je wil dat het dubbel zo hard
klinkt (+10dB SPL), dan moet je 200Watt RMS in je luidspreker
blazen (in de veronderstelling dat je versterker en luidsprekersysteem
dit aankunnen).
De meeste luidsprekerfabrikanten specifiëren de SPL van hun
luidsprekers bij 1Watt input gemeten op 1 meter afstand (1Watt/1meter)
en bij een frequentie van 1000Hz. Spijtig genoeg heb je hiermee
niet voldoende informatie om een hoog rendement bassluidspreker
te kiezen, want een opgegeven 96dB SPL bij 1000Hz kan slechts
een povere 85dB SPL zijn bij 50Hz.
Indien je weet dat een gezonde bass ongeveer 120 dB SPL betekent en je hebt een luidspreker met een karakteristiek van (1W/1m) 90dB SPL, dan moet je 30dB ofwel zo maar eventjes 1000 Watt vermogen toedienen. Indien je luidsprekersysteem echter 100dB SPL levert, dan is slechts 20dB extra of 100 Watt vermogen nodig. Hierbij zie je onmiddellijk het belang van een luidsprekersysteem met een hoog SPL getal. En kleine getallen maken een groot verschil. Misschien lijkt er geen groot verschil tussen een luidspreker van 90 dB SPL en eentje van 93 dB SPL, maar in de eerste moet je wel dubbel zoveel vermogen pompen om even luid te klinken!
Neen, dit is geen
snelcursus om luidsprekers te reduceren tot schroot. Het is de
bedoeling om een aantal veel gemaakte fouten aan te halen en te
beschrijven welke problemen hieruit volgen. Door een beetje doordacht
te werk te gaan kan veel onheil en verbrande luidsprekers vermeden
worden. Uiteindelijk kost een luidspreker toch wel iets te veel
geld om er elke avond enkele op te roken.
Fout nr 1: met mijn versterker van 150WattRMS kan ik mijn luidspreker van 200WattRMS nooit beschadigen.
Dit is dus pertinent onjuist. Door de versterker te oversturen
zal deze clippen op de maximale voedingsspanning. Als resultaat
wordt er gemakkelijk meer dan 200Watt in de luidspreker gestuurd.
De enige begrenzing is de stroom die de versterker kan leveren.
Bovendien wordt door het klippen zeer krachtige hoogfrequent signalen
gegenereerd, waardoor de tweeters doorgaans direct de geest geven.
Resultaat: verbrande tweeters en verbrande woofers.
Oplossing: laat je versterker nooit klippen! Een clipindicator
die oplicht is een ernstige waarschuwing.
Fout nr 2: ik kan in mijn luidspreker van 200WattRMS gedurende uren het volle vermogen sturen.
Ook dit is onjuist. De meeste luidsprekers kunnen gedurende
lange tijd slechts de helft van hun RMS vermogen continue verwerken.
De reden is dat praktisch het volledige vermogen in warmte wordt
omgezet en de luidspreker spoel zeer sterk verhit. Door deze verhitting
wordt het rendement nadelig beïnvloed en zal de luidspreker
minder hard klinken. Verlies van de helft van het vermogen is
niet abnormaal. Na nog verdere verhitting zal de luidsprekerspoel
onvermijdelijk verbranden.
Het toepassen van een eenvoudige vuistregel zal deze problemen
voorkomen: de helft van het RMS vermogen mag gedurende uren continu
worden gebruikt, het volle RMS vermogen mag slechts gedurende
enkele minuten geleverd worden en het piek vermogen wordt best
nooit benut maar mag eventueel gedurende een onderdeel van een
seconde geleverd worden.
Fout nr 3: met mijn versterker van 400WattRMS zal ik nooit klippen en zal ik dus mijn luidspreker van 200WattRMS niet beschadigen.
Foei. Stuur de 400Watt in je 200Watt speaker en je krijgt rookontwikkeling. Dit hoeft niet veel uitleg. Indien je toch zulke zware versterkers aan je luidsprekers wil hangen, gebruik dan een correct afgestelde compressor of controleer het vermogen met een nauwkeurige vermogensmeter.
Fout nr 4: ik heb nog waarborg op mijn luidsprekers. Indien ik ze nu verbrand, dan krijg ik toch een nieuwe van de leverancier.
Dit doe je maar één keer. Dan weet je dat je zelf voor de kosten kan opdraaien. Geen enkele fabrikant geeft een waarborg voor verbrande spoelen.
Alle versterkers zijn ontworpen om hun maximum vermogen te
leveren bij een welbepaalde impedantie, uitgedrukt in "Ohm".
De meeste versterkers leveren hun maximum vermogen bij 4ohm. Om
de versterker optimaal te benutten is het de kunst om het aantal
speakers zodanig te kiezen dat deze impedantie zo dicht mogelijk
wordt benaderd.
Indien de totale impedantie van de gekoppelde speakers lager is
dan de impedantie waarvoor de versterker ontworpen is, dan zal
de versterker proberen om meer vermogen te leveren dan voorzien.
De versterker zal oververhitten en in protectie gaan ofwel schielijk
naar de eeuwige audiovelden verhuizen. Dat is de reden waarom
je niet zomaar speakers aan je versterker kan blijven hangen om
de boel harder te laten klinken.
De gezamenlijke impedantie van de speakers kun je gemakkelijk zelf berekenen. Je deelt de impedantie van één speaker door het aantal speakers dat aan dezelfde uitgang van een versterker hangt. Een voorbeeld zal dit duidelijk maken. Stel je versterker kan 2 x 600W bij 4ohm leveren. Je hebt 6 speakers van 8ohm die elk 200W aankunnen. Indien je alle 6 speakers aan één en dezelfde uitgang hangt, dan heb je een impedantie van 8ohm / 6 = 1,33ohm. Klaarblijkelijk een heel stuk onder de 4ohm. Mag dus niet. Maar je hebt twee uitgangen aan je versterker, dus we verdelen de zes speakers over beide uitgangen. Drie speakers per kanaal. Dan is de impedantie 8ohm / 3 = 2,66ohm. Mag ook niet. Maar je kan wel 2 speakers per kanaal aansluiten. Hier is de impedantie immers 8ohm / 2 = 4ohm. Uitstekend. Exact de impedantie waarbij de versterker zijn volle 600Watt per kanaal kan leveren. Mooi zo, maar kunnen mijn luidsprekers dit vermogen nu wel aan? Ook dit kunnen we snel te weten komen. Het vermogen van de luidsprekers tel je op. Twee luidsprekers van ieder 200Watt mogen dus samen 400Watt hebben. Je versterker van 600Watt zeker niet "vollen bak" zetten is hier de boodschap. Anders is je versterker nog wel heel, maar je speakers laten een rookpluimpje zien.
Bovenstaande berekeningen zijn enkel juist indien alle speakers dezelfde impedantie en hetzelfde vermogen hebben. Hang dus nooit speakers met verschillend vermogen of verschillende impedantie samen aan dezelfde versterkeruitgang.
Over luidsprekerkabels doet er veel onzin de ronde. Er worden lyrische verhalen verteld over verbeteringen in het geluid bij gebruik van dikke meeraderige gevlochten draden gemaakt uit allerlei goud- en zilverlegeringen. Dit zijn fabels uitgevonden door fabrikanten die veel geld willen verdienen op de rug van goedgelovige audiofanaten. Gebruik gewone meeraderige koperdraad en let enkel een beetje op de lengte en de dikte. Het geluidsverschil met de gouden superdraden is nihil, het prijsverschil daarentegen is dramatisch.
Wat is nu de lengte en dikte die je moet gebruiken?
De meest relevante parameter voor PA is het vermogenverlies dat
je hebt. Verlies tot 10% is aanvaardbaar. Een verlies van meer
dan 10% is een overweging die je zelf moet maken. Vermogenverlies
van meer dan 25% is echt niet aanvaardbaar. De bovenstaande tabel
geeft je een indicatie. De belangrijkste boodschap is: voor kabels
tot 10m gebruik je 1,5 mm². Voor kabels tot 20m heeft 2,5mm²
de voorkeur. Gebruik geen kabels langer dan 20m.
Er zijn afgeschermde en niet afgeschermde kabels.
Afgeschermde kabels worden gebruikt om inputapparatuur (CD, micro, computer, ...), regelapparatuur (mengpaneel, cross-over, ...) en versterkers met elkaar te verbinden. Deze kabels zijn overal verkrijgbaar, en worden hier verder niet besproken.
Speakerkabels zijn niet afgeschermde kabels van meestal 2x1,5mm² ofwel 2x2,5mm² soepele kabels met speakon, 1/4 inch mono phono jack of XLR connectoren. De meeste kabels kun je met wat handigheid, een schroevendraaier en een soldeerbout zelf maken. Hieronder de meest gebruikte aansluitgegevens.
Bij XLR connectoren worden female 3-pin XLR kabelconnectoren gebruikt. Pin 1 is aarde (zwart), pin 2 en 3 worden beide aan de signaaldraad (rood) verbonden.
Een bromgeluid - al dan niet goed hoorbaar tijdens stillere passages - is een veel voorkomend en soms moeilijk op te lossen euvel. Brom kan veel oorzaken hebben, waaronder:
- Slechte of heel zware 220V installatie vlak bij je installatie.
- TL lampen, spaarlampen
- Dimmers
- Slecht ontworpen of defecte audio componenten. Vooral slechte interne afscherming of foutief geplaatste transformator in mengpanelen leiden tot nogal wat problemen.
- Magnetische velden opgewekt door andere apparatuur. Vooral versterkers kunnen door hun zware transfo's sterke velden opwekken en je mengpaneel of andere apparatuur in de buurt storen.
- Radio apparatuur in de buurt
- Elektro motoren in de buurt of op dezelfde 220V bedrading
- Aardingsproblemen met je apparatuur.
- Brom opgepikt via elektrische gitaren of microfoons.
- Slechte of defecte kabels op de ingangen.
Om de bron van de bromgeluiden te vinden, ontkoppel je alles vóór je versterker en daarna begin je - beginnend bij de versterker - alles één voor één terug aan te koppelen tot je de brom terug hoort. Het laatst terug aangesloten toestel (of zijn bedrading) is dan de oorzaak van de brom of pikt de brom op.
Wanneer het om vermogen gaat dan kunnen de getallen niet groot genoeg zijn indien we de reclamejongens laten doen. Dikwijls probeert men enkel de mythe te verkopen dat hoe groter het getal van het vermogen, hoe beter de betreffende speaker zou zijn. Enkel een correcte kennis kan ons wapenen tegen dergelijke verwarrende terminologie. Daarom dit korte artikel over watt en andere toestanden.
Het vermogen van een speaker is de maatstaf van hoe hard de speaker kan aangestuurd worden zonder dat de boel rook afgeeft en wordt uitgedrukt in watt (W). Het vermogen heeft weinig te maken met de luidheid (een speaker van 200W kan harder klinken dan een andere van 600W, zie het hoofdstukje db...spl...wablief) en nog minder met de kwaliteit. Er zijn meerdere methodes om het vermogen te berekenen of te meten. De ene methode resulteert in al wat grotere getallen dan de andere. Dus je moet goed weten welke methode gebruikt werd om het vermogen op te geven, anders heeft het getal geen betekenis. Enkele van de meest gebruikte methodes zijn: RMS, peak, program of music, peak program en PMPO. Hieronder de vergelijking. Lees en doorgrond de waarheid. Het vermogen van één en dezelfde speaker met een vermogen van 100Wrms is hieronder uitgedrukt met behulp van de verschillende methodes, zodat je de methodes onderling kan vergelijken.
- 100W RMS. RMS (Root Mean Square). Een veel gebruikte waarde en heel bruikbaar om audio vermogensapparatuur (versterkers en speakers) te kunnen vergelijken. Persoonlijk hecht ik hier de meeste waarde aan.
- 200W peak. Tweemaal de RMS waarde.
- 200W program tot 400W program. Het kortstondige (=minder dan een seconde) vermogen dat de speaker kan verwerken. Het merendeel van de professionele speakers zal een program vermogen vermelden dat ongeveer het dubbele is van het RMS vermogen.
- 200W music tot 400W music. Idem als program.
- 400W peak program tot 800W peak program. Tweemaal de program waarde.
- 1000W PMPO. Meestal gebruikt voor het versterkervermogen, soms ook voor speakers. PMPO (Peak Momentary Power Output) is het vermogen gedurende een milliseconde of zo, wordt gemeten zoals je maar wil en is bijgevolg weinig meer dan een marketingtruc om een product te kunnen verkopen aan goedgelovige mensen die waarde hechten aan een groot getal zonder te weten wat dit betekent. Een fabrikant die zijn rommel in PMPO uitdrukt moet gewantrouwd worden.
- 1000W. Indien niet duidelijk wordt vermeld welke methode is gebruikt, dan heb je er het raden naar. Een gezond wantrouwen is dan op zijn plaats. Je kan dit getal dan niet gebruiken om vergelijkingen te maken.
Nog enkele praktische grootheden:
- 1 kilowatt (kW) = 1000 watt (W)
- 1 watt = 1000 milliwatt (mW)
Terug naar home page