1.6 Een goede beginslag (service) 1.6.1 De service begint op het moment dat de bal onbeweeglijk op de open en vlakke palm van de vrije hand, die stil wordt gehouden, ligt. 1.6.2 De serveerder moet vervolgens de bal nagenoeg loodrecht opgooien, zonder er met zijn hand effect aan te geven, zodanig dat deze minstens 16 cm omhoog komt nadat deze de palm van de vrije hand heeft verlaten en vervolgens daalt zonder iets te raken voordat deze wordt geslagen. 1.6.3 Als de bal dalend is moet de serveerder zodanig slaan, dat de bal eerst het eigen speelvlak raakt, vervolgens over of om de netcombinatie heen gaat en daarna rechtstreeks het speelvlak van de ontvanger raakt; bij dubbelspelen dient de bal achtereenvolgens de rechter speelvlakken van de serveerder en de ontvanger te raken. 1.6.4 Vanaf het begin van de service tot en met het moment dat de bal wordt geslagen, dient de bal zich boven de hoogte van het speelvlak en achter de eindlijn te bevinden en mag voor de ontvanger niet worden verborgen door enig deel van het lichaam of kleding van de serveerder of de dubbelpartner. (De serveerder of het serverend paar mag geen enkele actie ondernemen die de ontvanger belemmert in: . het ononderbroken kunnen zien van de bal vanaf het moment dat deze de vrije hand verlaat . het kunnen waarnemen van de zijde van het bat waarmee wordt geserveerd . het kunnen waarnemen van de richting waarin het bat wordt bewogen op het moment dat de bal wordt geslagen.) 1.6.5 Het is de verantwoordelijkheid van de serveerder zodanig te serveren, dat de scheidsrechter of de assistent-scheidsrechter kan zien of de service volgens de regels wordt uitgevoerd. 1.6.5.1 Wanneer er geen assistent-scheidsrechter aanwezig is en de scheidsrechter twijfelt aan de juistheid van de service, kan de scheidsrechter de serveerder, bij de eerste keer dat zich tijdens de set een dergelijke situatie voordoet, waarschuwen zonder een punt toe te kennen. 1.6.5.2 Wanneer vervolgens later in de set dezelfde serveerder of de dubbelpartner de bal op de een of andere wijze twijfelachtig in het spel brengt, dan wordt een punt toegekend aan de tegenstander. 1.6.5.3 Wanneer er een duidelijke fout bij de service wordt gemaakt, zal de serveerder niet worden gewaarschuwd en krijgt de ontvanger een punt toegekend. 1.6.6 Bij wijze van uitzondering mag de scheidsrechter van een strikte naleving van de voorgeschreven manier van serveren afzien, als vóór het spel begint aan hem is medegedeeld, dat nakoming van de regels voor een goede service door een lichamelijke handicap wordt verhinderd.