David McComb :"Wat doen muzikanten anders dan ganse dagen voor hun televisie liggen?"

'Stolen property', 'Keep your eyes on the hole', 'Bury me deep in love', 'Wide open road', 'Tarrilup bridge',... Wie niet ouder is dan een jaar of twintig zeggen deze titels hoogstwaarschijnlijk volstrekt niets. Bij al wie die leeftijdskaap reeds overschreed, bestaat de kans dat hij/zij bij het weerhoren van die titels even stil wordt en wegdroomt naar de weemoedige wereld van The Triffids. The Triffids, want daar gaat het om, waren zes Australische outcasts die de wereld tussen 1984 en 1989 zeven bevreemdend mooie platen schonken. Het slechte nieuws is dat die groep er een jaar of vier jaar geleden het bijltje bij neerlegde, waarbij zelfs een laatste zucht nog goed bleek voor het briljante live-testament "Stockholm". Het goede nieuws is dat er een Triffids-kompilatie op komst is, zodat iedere Triffids-leek alsnog zijn schade kan inhalen, en dat voormalig frontman David McComb ons uitnodigde voor een babbel naar aanleiding van zijn - we hadden niet anders verwacht - uitmuntende solo-debuut 'Love Of Will'.

Gunter Jacobs (1994)

Vanuit het afgelegen Perth verzachtten The Triffids het leed van de jaren '80 met weemoedige meesterwerken als 'Treeless Plain', 'Born Sandy Devotional', het in een schapenstal opgenomen 'In The Pines', 'Calenture' en 'The Black Swan'; stuk voor stuk tijdloze platen gedrenkt in folk, rock, blues, country en avant-garde. Platen waarin je de broeierige hitte en de uitgestrektheid van het Australische kontinent voelde. Inmiddels ruilde McComb het geïsoleerde Perth voor een tijdelijk verblijf in Londen en een vaste stek in miljoenenstad Melbourne.

David McComb: "De jongste drie jaar woon ik in Melbourne, je weet wel, waar het televisiefeuilleton 'Neighbours' wordt opgenomen. Het is een prettige stad om te leven, met z'n kleine vier miljoen inwoners een verzoenbare middenweg voor Perth en Londen. Toen ik in Londen woonde, merkte ik dat ik mezelf te veel inliet met de zakelijke kant van het muziek maken. Ik was konstant in de weer met kontrakten, met me te mengen in beslissingen zoals de release-datum van een plaat. Dat werd uiteindelijk frustrerend. Bovendien is het leven in Londen erg duur. Daarmee vergeleken is Perth spotgoedkoop eigenlijk. In Perth liggen de huurprijzen een stuk lager. Nu woon ik een stuk goedkoper en in Melbourne bestaat een vriendenkring van muzikanten. Mijn vriend 'Evil' Graham Lee, die ook in The Triffids zat, en mijn broer Rob wonen er. In Melbourne bestaat een vrij levendige live-scne. Graham baat er een soort van country-klub uit. Hij is er de promotor, boekt de groepen en speelt zelf ook in een aantal groepen. Met hem zat ik een tijd in The Blackeyed Susans."

RifRaf: Na The Blackeyed Susans maakte je met Adam Peters de maxi "Willie The Torch". Waren dat slechts vrijblijvende tussendoortjes?

David McComb: "Ja, ik wist altijd al dat ik een solo-plaat ging maken. Adam woont voortaan in New York. Hij produceerde onder meer de jongste CD van Lloyd Cole. Als ik het me kon veroorloven om naar New York te trekken, zou ik graag opnieuw met hem werken. In The Blackeyed Susans woog er niet de minste druk op mij. Ik was niet de zanger van de groep, ik schreef enkel songs voor hen. Met die groep wilde ik gewoon even mijn batterijen opladen. Met The Blackeyed Susans toerde ik vrij uitgebreid door Australi maar dat ging er heel ontspannen aan toe. Hard werken was dat niet voor mij. Ik speelde slechts ritmegitaar en zong af en toe een nummer. In The Triffids fungeerde ik als een soort leider, al waakte ik er wel steeds over dat iedereen in de groep zich kon verzoenen met het resultaat. Ik zou kunnen zeggen dat ik in The Triffids meer rekening hield met de meningen van de andere groepsleden maar dat geldt ook voor mijn huidige groep. Enkel in de begindagen van The Triffids was ik zo niet. Ik begrijp soms niet hoe de anderen toen met mij konden opschieten. Vaak hing ik toen, ik was amper negentien, op repetities echt de diktator uit die met ijzeren hand bepaalde wat er moest gebeuren. Toen eiste ik dat het onbenulligste keyboard-lijntje stond uitgeschreven. Nu verloopt alles veel minder geordend. Nu breng ik een song in de groep, beschrijf ik enkele referentiepunten en de sfeer die ik voor ogen heb."

RifRaf: Die methode bevalt je ongetwijfeld meer. Ik herinner me nog dat je van één track op 'The Black Swan', 'One Mechanic Town', absoluut niet hield maar dat je toegaf aan de voorkeur van de andere groepsleden.

David McComb: "Ik haatte dat nummer ook niet echt. In feite hou ik er nu wel van. Toen ging ik door een periode waarin ik een afkeer had van alles wat naar rechtlijnige rockmuziek rook. Ik wilde alles spelen - walsen, hiphop, country - behalve rechtlijnige rocksongs. Nu stoort me dat minder. Op deze plaat staan flink wat, wat je zou kunnen noemen konventionele rocksongs."

RifRaf: In een interview vertelde je ooit dat je in Perth met een paar gelijkgestemde kerels enkele wat je omschreef als "denkbeeldige" groepen oprichtte. Het is vaak mooier om bepaalde dingen te dromen dan ze te realiseren, haalde je in die kontekst aan. Ben jij een dromer?

David McComb: "Nee, ik zou mezelf geen dromer noemen. Daarvoor heeft dat woord een te romantische bijbetekenis. Soms is het gewoon leuker om je weg te stoppen in zo'n fantasiewereld. Ik herinner me nog hoe we een van onze groepen noemden; The Band Behind The Brains Behind The Brains Behind Western Civilization. We kwamen enkel samen om te drinken en dergelijke groepsnamen te bedenken. Dat vonden we toen ongelofelijk grappig, wat het misschien helemaal niet is. But what the hell..."

RifRaf: Die anekdote doet denken aan de jongens uit de film "Dead Poets Society" die 's avonds naar hun grot trekken om elkaar gedichten voor te dragen.

David McComb: (lacht fijntjes) "De hoofdredakteur van de Australische versie van Rolling Stone is een semi-vriend van mij. Tijdens de laatste toernee van The Triffids schreef hij een recensie over een van onze konserten. Hij vergeleek mij en Alsy met de jongens uit "Dead Poets Society". Ik kon hem wel een klap verkopen toen! Ik begrijp wat je bedoelt maar The Triffids waren niet echt zo. Wij namen onszelf niet zo ernstig. We waren wel hartstochtelijk bezig met onze muziek maar anderzijds leefde in de groep een vorm van zieke humor. Veel van onze diskussies schreven we bijvoorbeeld uit in boekvorm. Dunne boeken weliswaar en eigenlijk schreven we er slechts n dat we "Lunch" noemden. The Triffids waren meer een stel studenten die nogal in Dada verdiept waren. Op mijn veertiende was ik veel cynischer dan nu. Als we poëzie schreven, ondermijnden we dat met zwartgallige humor. We waren dus helemaal niet zoals die jongens in "Dead Poets Society" maar ik versta wel dat andere mensen dat in ons herkenden."

RifRaf: Tot op zekere hoogte moet de vergelijking toch hebben opgegaan. The Triffids maakten hun heel eigen muziek, kreerden een gesoleerd universum waarna je werd verplicht om je kreaties aan de wereld te tonen. Ik haal me bij die eerste optredens nog zo het stel muzikanten voor de geest dat al grappend hun schuchterheid en onzekerheid trachtte te verbergen.

David McComb: "Als je opgroeit in Perth of eender welk ander landelijk plaatsje, besef je snel dat je buiten het wereldgebeuren staat, dat je je ver van het kulturele brandpunt van de wereld bevindt. Dat maakt dat wij begonnen zonder al te veel vertrouwen in wat we deden. Een van de mooiere dingen aan het ouder worden, is dat je zelfvertrouwen groeit."

RifRaf: Nick Seymour van Crowded House vertelde me eens verrast te zijn toen hij ontdekte dat Nick Cave in zijn vrije tijd golf speelt. Heb jij van die bezigheden die men niet meteen van een muzikant verwacht?

David McComb: (geamuseerd) "Ja, ik weet dat Nick golf speelt. Hij draagt dan van die afgrijselijke geruite broeken zoals je die van golfspelers gewend bent! Het enige wat ik in dat opzicht heb gedaan, is iets voor ABC, het Australische equivalent van BBC Radio. In een vrij intellektueel programma over film en TV recenseerde ik, vanuit een minder intellektueel standpunt, programma's zoals dat van Oprah Winfrey en "Paradise beach", een feuilleton van het type "Neighbours". Een ideale job voor muzikanten eigenlijk, want wat doen die anders dan ganse dagen thuis voor hun televisie liggen?"

RifRaf: Het lijkt me nochtans een foltering om jezelf te dwingen van die domme programma's te bekijken.

David McComb: "Misschien is het wel een vorm van foltering maar een heel gemakkelijke. Alles wat je moet doen, is in je zetel liggen en naar dat scherm staren. Ik vond die ganse Amerikaanse zelfhulptherapie van Oprah Winfrey wel fascinerend. Daar wilde ik met plezier iets over schrijven. Eigenlijk is dat de voornaamste niet-muzikale aktiviteit die ik op mijn geweten heb."

RifRaf: En daar put je dan weer inspiratie uit voor je songs?

David McComb: "Nee, die dingen hou ik nogal gescheiden."

RifRaf: Iets anders. Je zingt mee op één nummer van de nieuwe Nick Cave-CD.

David McComb: "Ja, hij werkte in een studio vlakbij mijn woonplaats. Nick houdt er een heel relakste manier van werken op na. Iedereen die tijdens de opnamen langskomt in de studio, mag meezingen in het achtergrondkoortje. Dat typeert Australische groepen. Daar gaat het er nu eenmaal een stuk meer ontspannen aan toe dan bij Engelse groepen. Die verdenk ik veeleer kompetitief ingesteld te zijn. Ik zie de zanger van Suede nog niet meteen opduiken op de nieuwe single van Pulp. Doordat ik net als veel andere Australische muzikanten een tijd in Londen heb gewoond, groeide er een band. The Triffids kwamen daar weliswaar een tijd later dan The Laughing Clowns, The Go-Betweens en The Birthday Party maar je voelt wel de verstandhouding. Er bestaat werkelijk een soort van gemeenschap van Australische groepen. Niet dat ik die wil overdrijven maar als je ziet dat Martyn Casey nu in The Bad Seeds zit, bedenk je dat het bijna een incestueuze bedoening is."

RifRaf: Vertel misschien eens hoe je nieuwe groep er uit ziet.

David McComb: "We hebben 'Evil' Graham Lee die je nog kent van The Triffids. De drummer komt van The Black Sorrows. De andere leden ken je waarschijnlijk niet. Dat zijn allemaal vrienden van Graham die ik via hem leerde kennen. Hij woont tenslotte al een hele tijd in Melbourne. Toen het tijd was om een groep samen te stellen, kwam ik vanzelf bij hen terecht."

RifRaf: Waarom wordt Graham in de bio omschreven als het geheime wapen van de groep?

David McComb: "Hij doet wonderlijke dingen met de gitaararrangementen. En hij is gewoon een heel charismatisch en inspirerend persoon. Bovendien onderhoudt hij een zeer bizarre konnektie met The KLF. Met uitzondering van mij begeleiden alle andere Triffids-leden Bill Drummond van The KLF op zijn eerste solo-album. Hij raakte bevriend met Graham Lee. Graham speelde zelfs pedal steel op enkele platen van The KLF. Die onderlinge band bestaat nog steeds. Bill komt nog regelmatig langs."

RifRaf: Frank Sinatra, Dolly Parton en Willie Nelson noemde je ooit als artiesten die je graag eens een song van The Triffids zou willen zien coveren. Wie mag een nummer van 'Love of will' opnemen?

David McComb: "Willie Nelson blijft mijn favoriet. Hem zou ik dolgraag eens willen zien optreden. Op dit ogenblik toert hij in Australië, dus die moet ik alweer missen. "Pack up your troubles" is hem op het lijf geschreven."

RifRaf: We houden ons hart vast!

Regionale Uitgeversgroep - www.concentra.be - www.gva.be - www.hetbelang.be

Thanks to Gunter