andere strips

Tom Bouden luidt de klokken van de Notre-Dame
door Dries De Rycke (Het Nieuwsblad, 29 oktober 1996)

Striptekenaar Tom Bouden (25) maakte een bewerking van Victor Hugo's Notre-Dame de Paris.  Hoofrolspeler is de misvormde klokkenluider Quasimodo, die meteen zijn naam ontleende aan Tom Boudens zesde stripverhaal.  De auteur probeerde zo dicht mogelijk bij de sfeer van het originele werkt te blijven.  "Meer dan zeventig procent van de teksten komen letterlijk uit de roman."

Auteur Tom Bouden is geboren in Oostende, maar woont al een tijdje in Brugge.  Het stripverhaal boeit hem van jongsaf en op het einde van zijn lagere schooltijd tekende hij zelfs een tiental albums bij elkaar, variërend van 4 tot 24 pagina's.  Hoogtepunten waren de publicatie van Piet en Inge in de jungle in het maandblad van de KSA-afdeling en het winnen van de stripwedstrijd van het BRTN-kinderprogramma Kamelion.
Bouden volgde twee jaar kunstonderwijs in het Technisch Instituut Heilige Familie in Brugge en trok daarna naar Gent voor een opleiding animatiefilm.  Daar experimenteerde hij rond de figuur Boudewijn de Grom.  Veerig pagina's uit deze verzameling goot hij vorig jaar in een album.  Voorts zijn de homostrips Flikkerzicht 1 en 2, Max en Sven en de Ware Wereld, de puberteit van Suster en Wiebke, van zijn hand.

Quasimodo
Nu pakt Bouden dus uit met zijn zesde album: Quasimodo.  Het verhaal is gebaseerd op Victor Hugo's historische roman Notre-Dame de Paris en speelt zich af in en rond de Parijse kathedraal anno 1482.  Hoofdrolspeler is de misvormde klokkenluider Quasimodo, de bultenaar van de Notre-Dame.
"Sinds het verschijnen in 1830 was de roman een succes.  Het verhaal spreekt duizenden mensen aan.  Het duurde dan ook niet lang alvorens theater en later de film zich op Quasimodo stortten.  Een vierde filmbewerking komt binnenkort in de zalen, terwijl een vijfde gepland staat.  Het aantal stripbewerkingen is nog talrijker.

Sfeer
Tom Bouden probeert de sfeer van het originele werk zo dicht mogelijk te benaderen.  Een moeilijke opgave, als je weet dat Victor Hugo's roman bijna 400 bladzijden telt en Boudens strip slecht 64.  Centraal staat de humor.  "De originele roman bevat enkele scènes met een hoog humorgehalte.  Die zijn integraal in de strip weergegeven.  Voeg daar de tussenkomst van Boudewijn de Grom, hoofdpersonage uit een andere strip, als graaf van Vlaanderen (die ook in het originele verhaal voorkomt) en je krijgt terzelfdertijd een trouwe en toch persoonlijke adaptatie van Victor Hugo's roman".

 

Quasimodo
(Dag Allemaal, oktober 1996)

Nu de Disney-filmversie wordt aangekondigd, is er ook een nieuwe stripbewerking van de roman van Victor Hugo.  Het verhaal is bekend.  De mismaakte Quasimodo wordt geadopteerd door de priester Claude Frollo, die echter smoorverliefd wordt op de beeldschone zigeunerin Esmeralda.  In tegenstelling tot vroegere bewerkingen blijft deze versie dicht bij de originele roman.  Zo werd een deel van de teksten letterlijk overgenomen.  Voor een strip is het een niet geringe verdienste dat het verhaal overzichtelijk blijft, tot en met het onvermijdelijke dramatische einde.  Er werd dan ook niet geopteerd voor een happy end, wat in remakes wel eens gebeurt.  De naïeve, nog wat onbeholpen maar tegelijk eerlijk aandoende tekenstijl van de jonge auteur doet terugdenken aan de vroege jaren van de Vlaamse strip.  In een striplandschap waar nooit een grotere variëteit heerste dan nu, moet plaats blijven voor dit soort technisch onvolmaakte, maar bijzonder verfrissende producties.

 

Zozolala
(december 1996)

De vijfentwintig jaar jonge Vlaming Tom Bouden is een doorzetter.  Hoewel het succes uitbleef, publiceerde hij de afgelopen twee jaar maar liefst vijf albums.  Voor de nabije toekomst kondigt uitgeverij Nouga er nog eens drie van zijn hand aan.  Tussendoor heeft Bouden nu ook nog de tijd gevonden voor een 64 platen dikke bewerking van Victor Hugo's  klassieke roman Notre Dame de Paris.

Hoewel hij zijn bewerking bewust een andere titel heeft gegeven, klampt Bouden zich stevig vast aan Hugo's oorspronkelijke tekst.  Niet alleen ontleent hij de plot van Quasimodo aan de romantische literator, ook gebruikt hij - in meer dan zeventig procent van de gevallen, aldus zijn uitgever na een stevige sessie turven - letterlijk diens tekst.  Aan de andere kant neemt Bouden juist de nodige dichterlijke vrijheid door zijn eigen personage, de Blackadder-look alike Boudewijn de Grom op te voeren.
Op het eerste gezicht lijkt dit een schoolvoorbeeld van hinken op twee gedachten.  Het resultaat past echter wondelijk naadloos in elkaar.  Bouden weet zijn vreselijke graaf De Grom in Quasimodo op te voeren alsof Hugo nooit een ander personage voor ogen heeft gehad.  Tevens slaagt hij erin zijn strip luchtig te beginnen en heel natuurlijk te laten overvloeien in de dramatische slotakkoorden.  Tom Bouden heeft in Quasimodo het goede vertelrimte te pakken: een gevarieerde en functionele pagina-opbouw plus de juiste dosering van rust en actie.

Helaas heeft het tekenwerk in Quasimodo minder klasse.  Bouden maakt zijn tekeningen soms wel erg losjes en schetsmatig.  Wanneer hij lukraak zwart-wit aquarellen afwisselt met grove rasters en daarnaast herhaaldelijk bewerkte foto's en gravures in zijn tekeningen verwerkt, wordt hij het slachtoffer van zijn eigen enthousiasme.  Dan produceert hij geen beklijvende beelden, maar storende stijlbreuken die de lezer alleen maar afleiden van het verhaal.

Het blijft nog steeds afwachten of Bouden zich ook zonder een scenarist van het kaliber Hugo - of typetje van het kaliber Blackadder - staande weet te houden.  Quasimodo is niettemin een onderhoudende stip, die de 25-jarige absoluut het voordeel van de twijfel oplevert.