Sancties in geval van niet- of laattijdige neerlegging van de jaarrekening door de ondernemingen die hiertoe verplicht zijn.

 

 

 

 

De artikelen 80. 198 en201 van de Vennootschappenwet (Venn. W.) bepalen dat de jaarrekening binnen zes maand na de afsluiting van het boekjaar aan de algemene vergadering moet worden voorgelegd en binnen de dertig dagen na de goedkeuring door de algemene vergadering bij de Nationale bank van BelgiŽ met worden neergelegd.

 

De niet naleving van die verplichting wordt op verschillende wijzen gesanctioneerd:

 

1.Strafrechtelijke sanctie.

De bestuurders, zaakvoerders of vereffenaars van de ondernemingen die in BelgiŽ gevestigd zijn en de vertegenwoordigers in BelgiŽ van buitenlandse ondernemingen die hier in een bijkantoor of een centrum van werkzaamheden hebben, kunnen worden gestraft met een geldboete van 1,24 Ä tot 247,89 Ä, te vermenigvuldigen met 200. Momenteel bedraagt die geldboete dus 247.89 tot 49 578,70 Ä. Bovendien kan een gevangenisstraf van 1 maand tot 1 jaar worden uitgesproken indien die mandatarissen voormelde voorschriften met bedrieglijk oogmerk overtreden.

 

2.Burgerlijke sanctie.

De door derden geleden schade wordt, behoudens tegenbewijs, geacht voort te vloeien uit de niet neerlegging van de jaarrekening binnen de wettelijk gestelde termijn. De bewijslast wordt bijgevolg omgekeerd :de onderneming moet bewijzen dat de niet neerlegging van haar jaarrekening de door eenderde ingeroepen schade niet heeft veroorzaakt.

 

3.Gerechtelijke sanctie.

Op vraag van iedere belanghebbende of van het openbaar ministerie en behoudens regularisatie van de toestand in de loop van het geding, kan de rechtbank de ontbinding van een vennootschap uitspreken als die vennootschap haar jaarrekening gedurende drie opeenvolgende boekjaren niet heeft neergelegd.

 

4.Fiscale sanctie.

Er kunnen fiscale boetes worden opgelegd gaande van 24,79 tot 247.89 Ä per maand vertraging.