|
+ De vruchten van de Geest (2) - de Vreugde
Als tweede van de vruchten van de Geest, wordt er in Galaten 5,22 de Vreugde
genoemd.
Gij hebt meer vreugde in mijn hart gegeven dan toen hun koren en most
overvloedig waren. - Psalm 4:8
Wanneer we er de Bijbel op nalezen, komen we de "vreugde" vaak tegen. We zien er
een onbestendige vreugde, opgewekt door de mensenharten die zich verheugen in
vergankelijke dingen. En we zien er een genadevolle Vreugde, dor God in het hart
gestort van hen die zich voor Hem openstellen.
De eerste waarvan expliciet de afwezigheid van de Vreugde wordt genoemd, is Kaïn.
"In Genesis 4:6 zegt de Heer tot Kaïn: "Waarom zijt ge toornig en waarom is uw
gelaat betrokken? Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch
indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens
begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen."
Indien we goed handelen kunnen we het hoofd opheffen en is de vreugde ons ten
deel, zoals we ook bij de Spreuken (21:15), "Recht doen is een vreugde der
rechtvaardigen" Maar wat is dit "recht" doen? Wat is dit "goed handelen"?
God sloeg geen acht op Kaïns offer. En Kaïn laat het hoofd hangen. Kaïn is boos
omdat God zijn offer niet aanvaardt. Maar God zet hem in het daaropvolgende
gesprek aan om de reden bij Kaïn zelf te zoeken. "Moogt gij het niet opheffen
als gij goed handelt?" We kunnen dan misschien de vraag stellen wat Kaïn dan
juist niet goed heeft gedaan. De Hebreeuwse grondtekst geeft enkele antwoorden.
In Genesis 4:2 lezen we dat Kaïn "landbouwer" werd. In de grondtekst staat daar
"obed adama", dat hij dus in dienst (obed) van de aarde (adama) staat, de aarde
die kort daarvoor door God werd vervloekt omwille van het nemen van de vrucht
van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad. Deze vervloeking hield in dat de mens
nu in het zweet zijns aanschijns de grond zou bewerken. De mens zou denken dat
het van zijn handenarbeid afhangt, van zijn eigen "zweet", dat zijn bestaan
afhangt van hoe hij het nu zelf organiseert, plant en bewerkt. Het denk- en doe-
bereik van de mens is beperkt tot de zichtbare wereld, tot de wereld van oorzaak
en gevolg. Eén van die gevolgen is een houding als: "Ik moet zien dat ik hier
overleef, mijn werk komt op de eerste plaats, want slechts van mijn eigen handen
hangt mijn inkomsten af. Wanneer ik dit veilig weet kan ik ook aandacht schenken
aan God." Dit is de "vrucht", het resultaat, dat Kaïn als offer voor God brengt.
Abel werd een herder. "Herder" in de Hebreeuwse grondtekst is "reeh" of "roieeh".
De herder is degene die de kudde bewaakt. Het Hebreeuwse woord voor "kudde" is "eeder".
Dit is geschreven met een ajin, een daleth en een resh. De ajin en de daleth
zijn de letters met de waarden 70 en 4. Dit zijn de letters die de veelheid en
verscheidenheid aanduiden (zie artikel "een open deur" in de rubriek Besneden
Hart). De diertjes van de kudde zijn er in veelheid, en ze hebben de neiging om
weg te lopen. Dit is een voorname rol van de herder. Hij zorgt ervoor dat de
kudde één blijft.
In de Hebreeuwse grondtekst wordt het vers 4 van Deut. hoofdstuk 6 (hét vers
over de éénheid) op een merkwaardige manier geschreven. "Hoor Israel, de Heer is
onze God, de Heer is één." Dit vers begint met het woord "shema", "hoor",
waarvan de laatste letter hier heel groot wordt geschreven. Deze letter is de
ajin, de 70. De laatste letter van het laatste woord van dit vers, het woord "echad",
"één", is de daleth, de 4. Deze wordt in dit vers eveneens heel groot geschreven.
In dit uitgesproken vers over de éénheid worden de letters voor 70 en 4 juist
heel groot geschreven. Juist, om de éénheid in de veelheid te brengen.
Als we Kaïns straf bekijken het "zwervend en dolend" (Gen. 4:12), dan staat daar
in de grondtekst "na wenad", geschreven als noen-ajin, wav-noen-daleth". De wav
staat daar als het woordje "en". Bij "zwervend" en "dolend", hebben we dus
respectievelijk de noen en de ajin, de 70. End de noen en de daleth, de 4.
Opnieuw die 70 en 4, dus. Toch bergt deze woordverbinding een terugkeer naar de
éénheid, maar dan een weg langs de lange tocht van zwerven en dolen, zonder
juist zicht, dus. Het woord "zwervend" heeft als totaal waarde 50+70=120. "en
dolend" heeft als totaal waarde 6+50+4=60. De 120 van het eerste deel verhoudt
izch tot de 60 van het tweede als 2 tegenover 1. Van dualiteit naar éénheid. God
is één, en een mens die voor Gods aanschijn wil wandelen behoort naar die één te
leven. We mogen niet zoals Kaïn deze dagdagelijkse tastbare wereld van oorzaak
en gevolg als de éne zien. Wie is de ware Beweger van oorzaak en gevolg? Wat is
bijvoorbeeld de werkelijke betekenis van "toeval"?
De materie en de wetten van oorzaak en gevolg bergen ook het Andere, de
Hogere Wereld. Zij bergen God. God die de kern van dit alles is en de
uiteindelijke Beweger. Ons leven als een leven van samenbrengen, van éénheid,
houdt rekening met die Aanwezigheid van God in alles.
Het gaat er dus vooral om, om in ons leven verder te gaan dan de grenzen van
deze materiele wereld.
Het is zoals Jezus ons zei, "Indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor
loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? (...) wees volmaakt, zoals
jullie Vader in de hemel volmaakt is." (Matheus 5:46-48, zie ook het gehele
hoofdstuk 5).
Dit is dan ook de bron van de Vreugde. Het gevoel te leven uit én in éénheid.
Want ook wanneer het naar uiterlijke omstandigheden slecht gaat, kan men deze
Vreugde beleven, omdat men zich door God laat leiden en niet door de eigen
zinnen. Omdat de werken van de mens het grootst zijn in daden van barmhartigheid.
En wat is barmhartigheid anders dan het overstijgen van de materiele wetten van
oorzaak en gevolg. Daarom ook het woord: "Recht doen is een vreugde voor de
rechtvaardige" (Spreuken 21:15).
De Vreugde is werkelijk een gave, geen eigen verdienste zoals door de "eigen
bewerking van de aardbodem", want dit is slechts aardse vreugde. Zo wordt de
genade steeds gegeven van boven, zodat zij ontluikt in de werkelijke Vreugde.
"Gij hebt meer vreugde in mijn hart gegeven dan toen hun koren en most
overvloedig waren." Psalm 4:8
|