Over bidden

 

Gebed verondersteld altijd dat men zich tot iemand richt. Wij richten ons tot een levend wezen die bereidt is te luisteren naar wat ons hart te zeggen heeft. Bidden verondersteld dus altijd een tweeheid. Wij christenen bidden tot God, een levende God die zich geopenbaard heeft in Jezus Christus, zijn enig geboren Zoon. Deze gerichtheid kan zelfs uitmonden in een liefdesrelatie, een mystieke relatie.  Het bidden kent dus verschillende gradaties, afhankelijk van persoon tot persoon.

Bij het gewoon bidden, blijft dikwijls een kloof hangen tussen de mens en de Godheid. Wij ervaren Hem als een volmaakt wezen en wij als een onvolmaakt wezen vol met fouten en zonden.  Sinds de mens gegeten heeft van de boom van goed en kwaad heeft de mens leren denken als subject over objecten. Zijn vermogen tot denken heeft hem geleerd te onderscheiden, en de dingen tegenover elkaar te stellen, op deze wijzen een systeem uit te bouwen met rechten en plichten. Zelfs de godsdienst is daar niet van gespaard gebleven, denken wij maar eens aan ons kerkelijk recht, aan de vele straffen en beloningen afhankelijk van ons gedrag.

De paradijselijke toestand van zalig niet denken en alle dingen als een eenheid te ervaren is en was voorgoed voorbij sedert de zondeval. Adem zag dat hij een man was en Eva een vrouw. Er was een tweeheid ontstaan en de mens spreekt over zichzelf als ‘Ik’ en over de ander als ‘Jij’ . De mens staat  tegenover iemand anders, die samenvalt met zijn beperktheid, zijn lijden, en ongelukkig genoeg zijn dood. Hij wordt zelfs geconfronteerd met zichzelf en zijn ongeoorloofde begeerten met haar fantastische mogelijkheden.

De angst van de mens die in het licht verkeerd en de duisternis ervaart , maar ook de angst van de mens die in de duisternis vertoeft en schrik heeft van het licht. Sören Kierkegaard situeert de angst in een soort psychisch grensgebied tussen het einde van de onschuld en het begin van de schuld. De oorspronkelijke eenheid is verbroken en heeft plaats moeten maken voor gedeeltelijke begeerte, gedeeltelijke haat en afkeer.

Maar diep in de mens bleef een verlangen , ondanks die gebrokenheid  naar die oorspronkelijke  eenheid. Er is een onderscheid tussen begeert en verlangen; de begeerte sluit bij de neigingen aan en is bio-psychologisch op het eindige hebben en beheersen gericht. Verlangen is meta-fysisch en spiritueel. (Filosoof Jacques De Visscher). Het verlangen valt niet samen met een onbevredigende behoefte , het plaats zich aan de andere zijde van voldaanheid en onvoldaanheid. De relatie met de Ander of de Idee van het Oneindige brengt haar tot stand. (Emmanuel Levinas in ‘Totalité et Infini’)

“Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat en zich aan zijn vrouw hecht dat zij volkomen één worden” (Genesis).

Er is een instrument die deze eenheid bewerkstelligd en dat is de liefde. Het overstijgt de beperktheid van de wet die zich enkel bezig houdt met goed en kwaad.   “De mate waarin wij iets kennen hangt af van de mate warmede men iets liefheeft” (Thomas van Aquino)

De blik van de mens richt zich  niet langer naar buiten maar zij richt zich vanaf toen ook naar binnen. Ons verstand biedt oplossingen voor zaken die voor ons liggen maar andere zaken kunnen een mysterie inhouden. Mysterie komt van het Grieks  ‘wat de ogen sluiten betekent.’ Datgene wat niet vatbaar is , vluchtig, en wat zich binnen de mens afspeelt en ervaren wordt in het hart van de mens. Toch ervaart iedere mens zijn eigen beperktheden, zijn zwakheden en fouten en dat kan hij maar wanneer hij geconfronteerd wordt met een hoger iets, met een onbeperkt Zijn.  De mens is ook telkens op zoek naar dit onbeperkt zijn, en hij verlangt  er zelfs naar. Dit verlangen wordt in het Grieks de ‘Pothos ‘ genoemd. In alle grote mysteriegodsdiensten is dat spiritueel verlangen het centrale thema. Het is het diepe verlangen naar ‘Eenheid’ met de Godheid. Het luisteren naar dit verlangen kunnen wij de inkeer of de bekering van de mens noemen.  ‘In ons hart bewaren wij een vaag beeld van de Beminde die wij zonder ophouden zoeken’ zegt Johannes van het Kruis in zijn geestelijk hooglied(11-12).  Wij luisteren naar hogere bovenrationele aspecten van ons wezen dat Hoger Bewustzijn genoemd kan worden en wij kunnen er ons door laten beïnvloeden.

Wanneer de mens zich daarvoor openstelt breekt het Licht door in onze duisternis, onze onwetendheid, en ervaart hij dat deze hogere krachten in zichzelf schuilen dat dit diepe aanvoelen van oneindigheid en volmaaktheid in hemzelf aanwezig zijn. Zijn vergankelijk leven doet zo onvergankelijk aan, bezit een aanvoelen van onsterfelijkheid. Maar niet alleen de mens ervaart deze onvergankelijkheid Paulus spreekt zelfs dat ‘de ganse schepping hunkeren naar verlossing.’ Onze  gebedsgerichtheid houdt zich bezig deze ‘POTHOS’ aan te wakkeren, de dualiteit tussen het ik en de Ander op te heffen of te vervagen. De superioriteit van het verstandelijk denken te verminderen en in de extase zelfs op te heffen.  De mens en de  vloeien in elkaar en op sommige momenten neemt de Godheid zelf het initiatief.  Zijn sterfelijk wezen valt samen met het eeuwige en Paulus roept zelfs op een bepaalt moment:     ‘dood waar is uw prikkel?’  er is géén grens meer tussen het sterfelijke en het oneindige maar kent de mens ten volle.  Kracht, heerlijkheid, eeuwigheid liggen in de mens maar versluierd, verborgen.  Het innerlijke gebed neemt deze sluier weg, doorbreekt de fundamentele eenzaamheid van de mens en voert ons tot ons ware Zijn. De ziel wordt omkleed met God en wordt als het ware God zelf. De ik-gij relatie wordt getranscendeerd en gaat de wetten te boven in liefde. Slechts de liefde verenigt en verheft zich boven subject en object.  Het verstandelijk denken is op deze weg uitgeschakeld, want de gedachte is een belemmering voor de eenheid en de vereniging met de Godheid. Van de heilige wordt gezegd:   “hij is zonder bepaalde gedachte, omdat hij één is geworden met Hem, die boven alle gedachte is.” Hem staat voor de Godheid, het goddelijke en oneindige oerkracht , zonder vorm, zonder begin en einde, niet geschapen. Dit is een vereniging die het verstand te boven gaat, niet te vatten, niet te grijpen, alleen te ontvangen. Anthony Bloom, dokter en bisschop in de Orthodoxe kerk was aanvankelijk atheïst. Ooit ontmoette hij een priester die een vermogen had om onvoorwaardelijk lief te hebben. Slechts na zijn bekering wist hij dat deze priester beminde met een liefde die hem te boven ging, die zijn oorsprong vond in het evangelie. Zijn liefde was zo universeel en zo groot en zo diep dat ze alles kon insluiten, of het nu vreugde of pijn was het was om het even.

Enkele jaren geleden was ik in de Lybische woestijn en bezocht er het Makariusklooster. Betreffende de onverdraagzaamheid onder de godsdiensten vertelde een monnik mij dat de verdraagzaamheid en de oecumene begint met de eerbied voor elkaars heilige boeken. Eerbied hebben voor een Heilig Boek. Beschouwen wij de bijbel nog als een heilig boek? Heiligheid vraagt een andere benaderingswijze dan de gewone dagdagelijkse bezigheden. Bij velen staat dit Heilig Boek tussen de andere profane boeken in de boekenkast. Hoe gaan wij om met het Heilige. Het Woord van God lezen en beluisteren is een sacrale bezigheid, het heiligt de mens ten diepste.  In de kluis ligt de Heilige Schrift op een lezenaar met een lamp ervoor en de kaft van de Chouraqui bijbel staat volgende tekst te lezen: “Leg deze woorden op uw hart, op gans uw wezen en onderricht ze aan uw zonen.”

De tekst duidt een constante levens-gerichtheid ,houding aan om gedurende ons leven doordrongen te worden van het Woord van God, er van te leven. Pas wanneer de mens doordrongen is van het Woord kunnen wij de boodschap van Jezus in de diepte verstaan en uitdragen. De beroemde woorden van het Johannes-evangelie begint met “in het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. ” Johannes pas het woord niet toe op een systeem van kennis maar voor hem betekende het Woord een concrete tussenkomst, handelen in van God. Dit concreet handelen die zich heeft verwezenlijkt in Jezus Christus.  God schiep ook de wereld door het Woord(Genesis)  en in het Woord is ook het leven .(Joh 1.18) . Johannes past het Woord toe op een levend wezen , Jezus van Nazareth, dat was vreemd voor de toenmalige gnostische stromingen. De logos is mens geworden, en heeft zijn tent onder ons geplaatst. Het thema van het woord wordt veelvuldig gebruikt door de Vaders. Bernardus van Clairvaux (+1153) schrijft: “Het Woord is geen geschreven Woord of dode letter maar een geïncarneerd Woord en levend.”

 

Mgr. Raya, aartsbisschop in de Melkitische kerk bezocht  enkele jaren geleden het Monasterium en zei: “Bij ons zijn er drie aanwezigheden van Christus: wij ervaren Hem  in het sacrament, door de icoon en in het Woord van God.” Brood, beeltenis en woord. Wij mogen Jezus smaken, Hem aanschouwen en hem beluisteren.

De Heer beval de profeet het opgeschreven woord te verorberen. Daarmede bedoelde Hij dat wij het Woord als voedsel tot ons moeten nemen, dat het totaal bezit van ons moet nemen en dat onze aderen en ons hart doordrongen moeten zijn van het Woord. Er zijn verschillende manieren om het Woord van God te lezen. U kunt het snel doornemen, zig-zag lezen dat komt overeen met een maaltijd binnenslokken, snel en gulzig. Je draagt er niets van mee. Te overvloedig lezen komt overeen met een zware maaltijd, het ligt zwaar op de maag. De diepe inhoud van de tekst gaat verloren. Het Woord van God kauwt men langzaam, héél langzaam. Zo ontdekt men er de verborgen wijsheid in. Een yogaleraar vertelde mij eens dat hij op één hap voedsel 30 à 40 maal kauwde tot alles doordrongen was van speeksel.  Gods Woord moet men biddend lezen, eerbiedig en waardig en het Woord ook leren beluisteren in de stilte van ons hart.

Een woestijnvader legde aan een leerling uit hoe hij de psalmen moest bidden. Hij zei:            “als je de psalmen bidt, bidt dan op deze wijze: ‘God mijn God, mijn morgenstond is voor U.’ en hij herhaalde héél langzaam de zin opnieuw:  ‘God mijn God’ en hij wachtte een ogenblik en vervolgde opnieuw ‘mijn morgenstond is voor U. ’ Hij wachtte opnieuw en zei : ‘voor U’ en hij herhaalde opnieuw ‘voor U.’ Zo vervolgde hij de ganse psalm waarover hij een klein uur deed. Zo bid ik ook de psalmen en  e psalm krijgt op deze wijze een gans andere betekenis en inhoud. Je luistert als het ware naar de echo van de gebeden woorden. Je doorkauwt de psalm en het doordringt je de ganse dag. Het zijn niet de hoeveelheid psalmen die je bidt die belangrijk zijn maar de intensiteit van je bidden is belangrijk. Weet dat de bijbel een gesloten boek is dat ontsloten wordt door God wanneer men er zich voor openstelt. De wijsheid van God ligt verborgen in het mysterie, het is in het woord van Jezus dat al de schatten en kennis geborgen zijn. Profeten werden zieners genoemd. Zij zagen en hoorden Hem die anderen niet konden zien of horen. David zei: “maak mijn ogen nieuw dat ik zien mag wat uw wet aan wonderen bergt.” (ps. 119.118).

Het Woord van God bergt wonderen en schatten, die alleen zij die met een ontvankelijk hart rustig,  luisterend het Woord van God benaderen. In het boek Openbaringen, toont men een boekrol die verzegelt is met zeven zegels. Toont men dit boek aan een geleerde zal deze antwoorden het niet te kunnen openen wegens de zegels. Zij zijn niet in staat het te openen zolang het niet ontzegeld wordt door Hem die de sleutel van David bezit, die “opent en niemand sluit , die sluit en niemand opent” (Apoc. 3.7)

De Ethiopische eunuch , op weg naar de tempel van Jeruzalem was vol verlangen om God te kennen. Zijn verlangen was zelfs zo groot dat hij luidop de Schrift aan het lezen was. Dan kwam Filipus die zelf eens aan Jezus vroeg “Toon ons de Vader” en Jezus antwoordde: “Filippus weet je het nu nog niet . Wie Mij ziet, ziet de Vader. Ik en de Vader wij zijn één.”Filippus hielp de Eunuch en toonde hem Jezus, verborgen onder het geschreven Woord.

‘Op aarde leven met de bijbel is reeds wonen in het Rijk der hemelen” zei Hyronimus van Stridon . Elk woord is een kamer en elke kamer heeft zijn eigenheid van bekleding en geladenheid. Stap voor stap treedt men een nieuwe kamer binnen en ervaart er de geladenheid van. Het Woord van God wordt levend, wordt een realiteit. Een kracht die in staat is de mens te reinigen  en te zuiveren. Johannes zegt trouwens:  “Je bent al rein dank zij het Woord dat Ik tot jou gesproken heb.”(15.3)    Neem deze woorden van Jezus ‘aux serieux’ en beluister ze met een ontvankelijk hart dan wordt ons hart gezuiverd van alle onreinheden tot deze graad uit de zaligsprekingen: “Vooruit, gij zuiveren van hart, want zij zullen God zien.” Het Woord van God zuivert en geneest “want géén kruid en géén zwachtel heeft hen genezen maar Uw Woord , Heer, dat alles geneest.” Zegt het boek Wijsheid. 

Hoe belangrijk het biddend overwegen van de Heilige Schrift voor de eerste monniken betekende toont ons enkele regels aan uit de regel van Pachomius: “Zodra gij de klank van de trompet , de oproep tot de gebedsdienst hoort, verlaat gij onmiddellijk zijn kamertje en hij overweegt iets uit de Schriften, tot aan de deur van de gebedsruimte. Als de gebedsdienst ten einde is moeten allen bij het uitgaan tot aan hun kamer of tot aan de eetzaal een gedeelte uit de Schrift overwegen. Wie voor de deur van de eetzaal aan de broeders , wanneer zij uitgaan, een extraatje uitdeelt, moet onder het uitdelen overwegen uit de heilige Schrift. Wanneer zij meel met water mengen en het deeg bereiden mogen zij niet spreken, alleen mogen zij iets zingen uit de psalmen en de Schrift. Volstrekt niemand mag in het klooster zijn die de letters niet kent, en niets uit de Schriften van buiten kent. Het minste is het Nieuwe Testament en de psalmen.”       Wij kunnen  ons de vraag stellen wie de bijbel van buiten kent, laat staan de psalmen . Pachomius eiste dat ieder een bijbel in bezit had en voor deze tijd was dat een dure zaak.

Wij kunnen iets uit deze aanmaning leren, een kleine tekst uit de psalmen of het evangelie voor elke dag is niet te veel. Je kunt het overwegen in de auto, wanneer je zieken zult bezoeken, de lange gangen of de lift. Een zakbijbeltje op zak of in de auto kan wonderen verrichten wanneer je in de file staat en je geduld op de proef wordt gesteld.

Het leven van een moderne mens is zo druk benomen dat er weinig of géén tijd overblijft voor meditatie maar er zijn een heleboel kleine momenten waarvan wij moeten leren gebruik maken.

Wanneer wij zo de dag doorbrengen zullen de woorden die wij beluisterd hebben , een diepe geladenheid verkrijgen en wanneer wij woorden moeten spreken van troost of bemoediging dan zullen zij zalvend zijn voor hen die ze moeten aanhoren, want het zullen gouden woorden zijn uit de schatkamer van God.

Het ‘voortdurend wijze gebed vanuit het hart is een gedurig verwijlen van het  denken in het hart van God.”zegt Theophanus de Kluizenaar. Het    Jezusgebed is bijzonder geschikt om het bidden vanuit het hart te leiden. Het berust op het aanroepen van zijn heilige Naam om permanent te leven in Gods tegenwoordigheid. Het vindt haar wortels in het Nieuwe Testament maar berust reeds op een heel oude traditie van het aanroepen van de Naam van God. Iemands naam aanroepen is Hem een bestaan geven, de wijze waarop wij de naam aanroepen heeft een invloed op dat wat genoemd wordt. Je kunt iemand lief aanspreken  of op kwade en vleiende toon of eventueel bevestigend.  Voor de Joden was de Naam van de Heer uitspreken heilig. Het bestaat uit vier letters die een tetragram vormen. Eenmaal per jaar  op de dag van Yom Kippour, dit is de dag van de verzoening, werd de Naam van God in het Heilige der Heiligen uitgesproken door een hogepriester. Denken wij maar aan Zacharias die er toen stom van af kwam. In zijn Naam heeft God al zijn genade en barmhartigheid gelegd  opdat al wie de Naam van God aanroept verlicht en gered zou worden.

Rabbi Mozes van Leon (13° eeuw) zegt over de Naam het volgende:         “de Naam bevestigd Gods aanwezigheid, deze Naam moet geheiligd worden elk moment, omdat hij die de Naam aanroept vervult moge worden van zijn aanwezigheid.”            Deze aanwezigheid wordt bevestigd door wat Paulus egt over de Naam van Jezus : “Niemand kan de Naam van Jezus aanroepen tenzij door de kracht van de Heilige Geest.”

In het evangelie is het een engel die de Naam van Jezus openbaar maakt aan Maria en in de Apocalips worden de woorden van de profeet Joël herhaalt: “Al wie de Naam van de Heer aanroept zal gered worden.” (Apoc. 2.21 en Joël 2.32)

Paulus spreekt in een brief aan de Romeinen dat de Heer rijk is voor hen die Hem aanroepen want: “God heeft Hem een Naam gegeven die boven alle namen is, opdat bij het noemen van Zijn Naam zich iedere knie zou buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde. En dat iedere tong zou belijden dat Jezus de Heer is, naar de glorie van de Vader.” (Philipensen 2.9-11).

Jezus zelf onderwijst aan zijn leerlingen de krachtdadigheid aan voor allen die Hem aanroepen: “al wat je zult vragen in Mijn Naam, Ik zal het doen opdat de Vader verheerlijkt zou worden in de Zoon. Als je iets vraagt in Mijn Naam, hetzij eender wat, Ik zal het doen .”(Joh. 14.13-14) en verder :  “In waarheid , Ik zeg, als je iets vraagt aan mijn Vader Hij zal het u geven in Mijn Naam. Vraagt en ge zult ontvagen, opdat uw vreugde volkomen moge zijn.”(Joh. 16.23-24) .

Maar opdat wij niet ijdel zouden vragen, en God niet op de proef zouden stelle  is het noodzakelijk jezelf te leren kennen. In het apocriefe geschrift van Thomas , ‘De geheime woorden van Jezus de Levende’ staat het volgende: “Jezus zei: als uw leiders u zeggen : ziet het Koninkrijk is in de hemel dan zullen de vogels de hemels u voor zijn. Als zij u zeggen : het is in de zee , dan zullen de vissen u voor zijn. Welnu , het Koninkrijk is binnen u en buiten u . Wanneer gij uzelf leert kennen, dan zult gij gekend worden en zult gij weten dat gij de zonen zijt van de Vader, de Levende, maar als gij uzelf niet leert kennen dan verkeert gij in armoede en zijt ge armoede.” (Logion 3)

Als wij de kinderen zijn van de Vader dan behoort ons het koninkrijk met alles wat daar verbonden is. Wij moeten dus afdalen in de diepten van ons hart  waar het mysterie van Stilte woont die God is. Daar waar de Heilige Geest permanent bidt want Hij weet veel beter wat wij nodig hebben. Sören Kierkegaard , de Deense filosoof zei:  “Er bestaat nog geen werkelijk gebed wanneer God luistert naar wat wij Hem vragen. Pas dan wanneer hij die bidt, volhart in het gebed totdat hijzelf degene is die luistert naar wat God wil. Hij die waarlijk bidt doet niets anders dan luisteren.”               

Het Jezusgebed berust op een traditie die voornamelijk de spiritualiteit van de Orthodoxe kerk beheerst: het is een inkerend prevelen van een kleine zin: “Heer Jezus Christus, zoon van de levende God, ontferm u over mij.”

Het eerste gedeelte van dit gebed richt zich namelijk tot een levende persoon, die Heer is over de schepping, Jezus en door wiens dood en opstanding de mensheid heeft verlost. Wij Christenen bidden niet objectloos, zoals het Zen-Boedhisme voorschrijft. Voor de Christen komt het heil alleen van Jezus Christus zelf .  “ Hij is de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan tot God komen tenzij door Hem.” (Joh. 14.6) .  Ook onze grote mystici die voorstander zijn van het objectloos , zoals Johannes van het Kruis, heeft niet de persoon van Christus willen weren uit het gebed: O Woord en Bruidegom, in het middelpunt en de grond van mijn ziel, waarin Gij alleen als haar uniek Heer geheimvol en stil verblijft, innig en nauw verenigd in mijn eigen schoot, hoe zacht en liefdevol is Uw ontwaken”  schrijft de Karmelitaanse  schouwer.  Meester Echart schrijft in zijn preek over de ‘Tempel van de Ziel’  het volgende: “ Daarom wil God deze tempel leeg hebben , dat er dan ook niets ander meer in aanwezig zij dat Hij alleen.”  De onbekende schrijver van ‘Inwijding in het Ongeweten Weten’ een manuscript van de 15° eeuw schrijft: “Maar laat het geloof de grondslag zijn. Deze loutere gerichtheid , die helemaal in het geloof gegrondvest en geworteld is, mag intellectueel en emotioneel niets anders zijn dan een naakt en blind voelen van je bestaan.”

Het tweede gedeelte van het gebed duidt Zijn afstamming aan. Hij is de Zoon van de levende God. Een God die leeft en meevoelt , die verre van dood is . Hij is Liefde en Licht en in Hem is geen duisternis. Hij is een God die  ‘IS’ . “ Er is geen Naam, geen gevoel dat meer beantwoordt aan  eeuwigdurendheid (wat God is) dan wat kan worden gevat , gezien en gevoeld in het liefdevolle blinde schouwen van het woord ‘IS’.”           (Ex. 3.14)  zegt de  onbekende schrijver  uit de Middeleeuwen.

Het derde deel van het Jezusgebed duidt onze toestand aan, namelijk die van zwakke en zondige mens. Het Jezusgebed bevat twee polen: de Heer en wij die liefdevol vragen om barmhartigheid, voor onszelf of voor de mensheid.

Het Jezusgebed heeft het grote voordeel dat wij met een kleine inspanning onze aandacht en onze gerichtheid om God weten te houden. Wanneer wij dat een tijdje beoefenen , dan zullen wij ondervinden dat gans ons lever erdoor getekend wordt. De verstrooiingen zullen wegsmelten als sneeuw voor de zon. Door het Jezusgebed wordt ons hart warm voor God; Het gaat branden van liefde voor Jezus en naarmate het hart warmer wordt en je innerlijker gaat leven neemt de Goddelijke genade zijn intrek in je hart en wordt je hart vervult met genade en de gaven van de Heilige Geest.  Vele mensen ontstaken in een serafijnse liefde tot God en de medemens en door dit gebed te beoefenen werden zij lichtbakens in de duistere wereld.

“Het Heilige en wijze gebed dat krachtens goddelijke genade werkzaam wordt, reinigt de mens van alle hartstochten , doet hem Gods heilige geboden ijverig opvolgen , houdt hem bij alle verzoekingen van de boze ongeschonden en doet in hem onuitsprekelijke liefde voor Christus ontvlammen.”         ( Rom. 8.38) .

De kracht van het Jezusgebed wordt verhaalt door volgende getuigenis van een woestijnvader, abba Anoub. Hij zei: “Vanaf de dag dat de Naam van Jezus over mij werd uitgesproken , kwam geen enkele leugen meer over mijn lippen.”

Toen ik twintig jaar was en ik reeds gegrepen was door een evangelisch leven zocht ik de Heer te aanbidden in “Geest en waarheid”. Vanaf mijn 17° levensjaren experimenteerde ik met Zenmeditatie die mij niet helemaal bevredigde. Toen kreeg ik een boekje onder ogen ‘het verhaal van een Russische Pelgrim’ . Voor de eerste maal verschenen in 1870 en heruitgegeven in Kazan in 1898. De eerste vertaling dateert van 1952 door Benoit de Moustierre. Het verhaal handelt over een pelgrim, ongeveer 30 jaar oud die na alles te hebben verloren volgende tekst hoorde in een kerk: “Bid zonder ophouden dag en nacht.”  Het  trof hem diep en hij ging op zoek naar geestelijke raadgevers om hem deze tekst uit te leggen. Maar zij bevielen hem niet omdat zij meer spraken over het gebed dan hoe je het moet verrichten dag en nacht.  Uiteindelijk vond hij een kluizenaar die het hem aanleerde. Aanvankelijk moest hij 5000 maal het Jezusgebed opzeggen daarna 8000 maal en tenslotte 12000 maal per dag totdat zijn lippen er stijf van werden.  De geestelijke vader stond zelfs met de stok achter de deur om het gebed niet te doen verslappen. Uiteindelijk , vertelt de zwerver, ging het gebed over van de lippen naar zijn hart en zodoende leerde hij het ‘gebed van het hart.’ Het lijkt overdreven maar daarmede wilde men zeggen dat men een ernstige inspanning moet verrichten. Mgr. Raya die onze gemeenschap bezocht zei immers “als je uit het gebed komt dan moet men er moe van zijn.’ Vooraleer de zwerver de kluizenaar verliet gaf deze hem een boekje mee: ‘de Philocaleia’. Het bevatte een verzameling uittreksels van geestelijke vaders over het Jezusgebed en  de bijbel. Deze twee boeken vormden de basis voor zijn verder geestelijke levensbaan. Je zou deze figuur kunnen vergelijke met één van  de figuren uit het boek ‘Dode zielen’ van de Russische schrijver Nicolas Gogol.  Een belangrijke passage in het boek is deze wanneer de genade zijn hart vervuld en hem de wereld leert zien met andere ogen.  “De moeiten van het marcheren, het lijden van de honger verdwenen bij het aanroepen van de Heilige Naam.” zegt de zwerver. Wanneer iemand hem bedreigde dan dacht hij maar aan het Jezusgebed en weldra verdwenen woede en kwade gevoelens  uit zijn hart. Iets verder getuigt de zwerver van een aangename warmte in zijn hart; Het is een normaal verschijnsel en ikzelf heb het ook mogen ervaren . We mogen er ons echter niet aan hechten  en er stil bij blijven. Verlies geen tijd met bloemetjes te plukken langs de weg.  Door het Jezusgebed ziet hij de dingen met andere ogen: “de bomen, het gras, de aarde, de lucht, alles bleek mij te spreken dat ze er waren voor de mens, dat ze getuigen van de liefde van God voor de mens, alles bad, alles bezong Gods glorie en lof.” Hij begreep wat de philocaleia wilde zeggen over de  “de kennis van de taal van de schepping.”

In het gebed ervaarde de pelgrim de eenheid van zijn gebed met deze van de kosmos. De liturgie van de Kosmos is eeuwig , ze laat zich zacht ontluiken, het stalen omhulsel die het oog van het hart bedekt verdwijnt , de eeuwige dageraad wordt een realiteit.  De staretz Zossima, beschreven door Dostoievsky in de gebroeder Karamazov spreekt van :     “Het Woord is er voor alles, de ganse schepping en elk schepsel, elk klein blad richt zich naar het Woord.”  Spreekt Paulus immers niet van: “de ganse schepping zucht barensweeën naar verlossing?”   

 

Hoe verricht men het Jezusgebed?

 

Zoek je het innerlijke leven, treedt dan in je binnenste zegt Theophanus de kluizenaar. Wanneer je in je gebedsruimte binnengaat, een kleine sobere plaats, wacht dan een ogenblikje , wordt even stil en rustig van de drukte en de zorgen om je heen. Laat de zorgen buiten of geef ze af aan Jezus. Hij draagt zorg voor u. Richt je aandacht op God. Maak je bewust wie God is en wie je zelf zijt. Heb je het daarmee moeilijk bedenk dan dat wanneer je de gebedsruimte verlaat dit je laatste gebed is en je dood kunt vallen. Dan krijg je automatisch de nodige ingesteldheid om God te ontmoeten. Spreek dan langzaam maar met aandacht het gebed uit: “Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij.” Doe het een vast aantal keren en voer die langzaam op. Oefen het steeds opnieuw , geconcentreerd . Voel je de behoefte langer te bidden dan de vooropgestelde tijd , geef daaraan toe. Omgekeerd natuurlijk niet. Spreek elk woord aandachtig uit , langzaam ernstig  Pauzeer ook na elke aanroeping, verwacht een antwoord, wachten en ontmoeting. Op deze wijze wordt het gebed geleidelijk tot een geconcentreerd aandachtig gebed vanuit het hart. Hoe vaker en met hoeveel meer aandacht je het Jezusgebed verricht des te sneller vormt het een band met je hart. Het vaak herhalen heeft het denken een vaste plaats voor God. Als God onze inspanningen ziet, als hij ons gestadig, door verstrooidheden geplaagd gebed hoort, dan schenkt Hij ons uiteindelijk het echte gebed, dat als een levende Bron, opwelt uit ons hart. Het vertrouwen op God is de wortel van ons geestelijk leven.  Alles komt op zijn tijd, wees gelukkig in dat vertrouwen. Je denken verblijft op den duur in je hart voor Gods aangezicht in warme liefde, in het diepste berouw, eerbiedige bewondering, godvrezendheid, hervormende kracht. Onder de werking daarvan verandert de gehele structuur van je ziel.

Het waken over de bewegingen in je hart en de openheid naar God toe, de luisterbereidheid , zijn één en dezelfde beweging. De herinnering , het in Zijn aanwezigheid leven doet ons innerlijk en psychisch veranderen. De vergeten oude mens in ons sterft langzaam en de nieuwe mens ontwaakt.

Vader Silouan van de Athosberg, zei: “Er zijn mensen die hier aankomen en een uitspattend leven hebben geleid, de dofheid en de verleptheid is op hun wezen te zien. Na een intense inspanning van het Jezusgebed verandert hun gelaat en hun ogen, ze beginnen te stralen. Anderen die hier reeds wonen en stralend binnengekomen zijn hebben zich overgegeven aan uitspattingen en laksheid. Ze werden na een tijd dof en mat en stralen niets meer uit. Het zijn permanente rommelpotten die op alles een aanmerking hebben. Het is nooit wel of goed!

Veranderingen van het gelaat kunnen wij heel duidelijk zien op het gelaat van Charles de Foucauld.  Sommige woestijnvaders beklemtonen dat men het Jezusgebed moet koppelen aan de ademhaling zoals Nicephore de Kluizenaar uit de 13° eeuw in zijn verhandeling over de soberheid en waakzaamheid van het hart zegt hij: “Zet u neer en verzamel uw gedachten, volg uw adem doorheen uw neus , het is de weg om naar het hart te gaan.”  Pseudo Symeon uit de 13° eeuw  zegt : “duw uw baard tegen uw borstkast , richt ter zelfde tijd uw geest naar het centrum van uw buik, de navel. Adem in en houd uw adem vast en concentreer je op het Jezusgebed, zo vernietig je alle andere gedachten.”     Volgens Gregorius de Sinaiet is het Jezusgebed de kortste weg om de doopselenergie en het Goddelijke Licht te ervaren.

Aan de woestijnmonnik van het Makariusklooster in Egypte stelde ik de vraag of men het Jezusgebed moest koppelen aan de ademhaling. Sommige geestelijke schrijvers raadden dit hun leerlingen aan. Hij antwoordde mij kordaat: “Dit hebben de Grieken uitgevonden, het is niet noodzakelijk dit te doen. Belangrijk is het te bidden. Dat is het voornaamste.”

Het Jezusgebed kent zijn eeuwenoude traditie. Het heeft sporen nagelaten. Nochtans blijft elke methode om tijdens het gebedsuur de deuren van het hart te openen voor Gods liefde zonder vrucht als de  rest van de dag niet een zoeken wordt naar Zijn aanwezigheid. Zoek Hem daar waar je bent, want God leeft in het NU, Hij is géén God van een uur geleden. Wanneer wij zo leven dan zal er in ons hart een groot verlangen ontstaan Hem te ontmoeten. Dan zullen wij niets anders meer kunnen zeggen zoals Hadewych eens zei: “Ik kan de Minne niet ontberen, ‘k heb anders niets.”

Bidden tot God door middel van een icoon of beeltenis.

 

De icoon is een religieus gewijd voorwerp. Zij wordt in de eerste plaats geschilderd door een biddende mens. In de richtlijnen van de berg Athos en in de Stoglav uit de Russische middeleeuwen worden regels  en levenswijzen gegeven voor de vervaardiging van iconen en beeltenissen, maar vooral  voor het karakter van de iconenschilder:

“de schilder behoort vreedzaam, deemoedig en vroom te zijn. Hij moet géén praatjesmaker en grapjas zijn noch strijdlustig en haat dragen. Ook mag hij geen drinker en gulzigaard of zelfs vechtersbaas zijn. Hij moet veeleer tot zijn heil, reinheid van ziel en lichaam bewaren, ongehuwd en kuis blijven. Hij moet zijn biechtvader om raad vragen en volgens diens voorlichting bij vasten en gebed, in onthouding en deemoed, zonder onbetamelijkheid of schanddaad leven. Hij moet met grote ijver en toewijding de afbeelding van onze Heer Jezus Christus en zijn allerzuiverste Moeder Maria, de heilige profeten en apostelen, de heilige martelaren, de zalige vrouwen, de hogepriester en zalige vaderen scheppen…En wanneer de huidige meesters zweren zo te leven en al deze voorschriften ter harte nemen, wanneer zij ijverig zijn in vrome werken, dan zal de tsaar hun genadig zijn en ook de bisschoppen zullen voor hen zorgen en hen meer eren dan gewone  mensen.”

Een schildermonnik geeft zijn novice voorschriften hoe hij moet schilderen en kleuren aanmaken:

“Hij moet op een wolkeloze ochtend bij zonsopgang biddend en zingend in jubelende stemming in het kippenhok gaan om een vers ei te halen. Hij moet bij droge lucht , met een doek voor de mond het eiwit met het vermiljoen door elkaar roeren. Ondertussen  moet hij stil voor zichzelf het lied: ‘Toon u, juich, verheug u, gij koningsstad Jeruzalem’ zingen. Zo alleen zal de verf zijn bindende en stralende eigenschap krijgen.

Voor het vervaardigen van de icoon bid hij:

“Gij Goddelijke Heerser  over al wat is, verlicht de ziel, het hart en de geest van uw dienaar, leid zijn hand opdat hij waardig en volmaakt uw beeld, dat van uw allerzuiverste Moeder en van alle heiligen, moge weergeven tot uw lof, tot verheerlijking en sieraad van uw heilige kerk tot kwijtschelding van de zonden van hen die al deze vereren en met eerbied groeten en op hun eigenlijk beeld de eer overdragen.”

De schilder zelf blijft ongenoemd. De icoon is de poort waardoor deze wereld in verbinding staat met de andere wereld. Het is een venster op de eeuwigheid. Ze begeleidt de gelovige op zijn gehele levensweg.

De Oosterse christen krijgt een icoon bij grote gebeurtenissen in zijn leven, zoals doop of huwelijk van hen die hem liefhebben. Welke geschenken krijgen onze jonge Christenen bij belangrijke gebeurtenissen in hun leven?  In hun huizen krijgen de iconen een speciale gebedsruimte waar de christenen hun iconen vereren en voor de icoon brandt een eeuwige lamp. Niemand komt het vertrek binnen zonder diep te buigen voor de icoon en een gebed te verrichten. Bij brand of vlucht wordt eerste de icoon gered, have en goed mogen verloren gaan, de icoon moet gered worden, want zij is de beschermster van het gezin .Op reis neemt hij zijn persoonlijke reisicoon mede, en zij wordt na zijn dood aan het kruis op zijn graf gehangen. Men  spreekt tot haar, men vertrouwt haar zijn leed en vreugde toe, niet het stuk hout, de heilige of de heiligen die erop staan afgebeeld, maar tussen hen, het hout van de icoon en de heiligen voltrekt zich een mystieke eenheid die zich ontrekt aan verstandelijk begrijpen.

Maar naar het Oosten hoeven wij niet altijd te grijpen, onze Vlaamse schilderkunst heeft prachtige iconen voortgebracht die echter in deze tijd wat verdrongen worden door de oosterse iconen. Denken wij maar eens aan de prachtige taferelen van Hugo van de Goes, de gebroeders van Eyck, Justus van Gent, Hugo van der Weygen, Dirk Bouts en zovelen. De galerij van de Academie van Florence in Italië bezit prachtige retabels van Florentijnse meesters. Dat zijn onze eigen iconen die helaas voor volksdevotie en gebed verloren zijn gegaan.

Maar ook hedendaagse schilderkunst kan in aanmerking komen voor iconenkunst. Zoals het mystieke religieuze werk van Colbrandt. Zijn eindeloze herhaalde Christussen met houtskool getekend op borderellen van de post zijn pareltjes van mystieke kunst. De religieuze kunstwerken van mijn medebroeder broeder Andreas Vanvlasselaer zijn ontrokken aan de banaliteit van het leven en verheft de mens biddend tot God. De heiligheid, de beschouwelijkheid, de deemoed en de aan strenge regels gebonden kunst van het schilderwerk maakt ze tot echte kunstwerken, tot venster gericht op de eeuwigheid. Zo wordt de lofzang van Simeon de Theoloog (960-1022) tot een juichend belijden:

“gij zijt een stromend vuur, een verkwikkend water, Gij vereert en vloeit toch over van zaligheid en bevrijdt van verdorvenheid. Mensen maakt ge tot goden, duisternis tot licht. Gij leidt uit de onderwereld omhoog, schenkt onvergankelijkheid aan de doden, leidt uit de duisternis naar het licht. Met Uw hand sluit Gij de deur van de nacht, Gij omgeeft het hart met een lichtschijn, verandert mij geheel en al, gij verbindt U met de mensen, maakt ze tot goden, doen hen ontvlammen door Uw liefde, uw kindschap uw genade door de geest, verenigt gelijk God op wonderbaarlijke wijze het van U gescheidene …”

 

Mystiek gebed

 

Wanneer de Godzoeker , want dat blijft de mens gans zijn leven, het uiteindelijk zo kan uitdrukken:

“God is mijn geest, Hij is mijn vlees, mijn gebeente en mijn bloed, is dan niet gans van God doortrokken mijn gemoed?”

zoals Angelus Silesius het uitdrukte, dan kunne wij spreken van een mystiek bidden. Pogingen om mystiek te beschrijven of te definiëren zijn heel verschillend geweest.  Thomas van Aquino spreekt over “de kennis van God door ervaring.” Pfeidere  verwoord het “het Goddelijke gevoel van de eenheid van het zelf met God.” Wat ook de definitie luidt: zij ervaren allen God op een heel speciale manier. Ze zijn allen verslaaft aan de Goddronkenschap. Men vindt het ook overal ter wereld, gelijk welke cultuur, hoe primitief ze ook zijn heeft zijn mystici. In 1978 leefde ik met de Pocomanindianen te Guatemala. De indiaan is een beschouwende mens, zijn hele wezen staat in het teken van de meditatie. Zij hebben geen moderne technieken, geen wolkenkrabbers, weinig luxe en comfort maar zij tonen de westerse mens wat een mens is, hoe hij als broeder van dieren en planten, staande tegenover natuur en god, gehoorzamend aan enkele in het hart geschreven wetten, de God in zich  met waardigheid dragend. “ laat ons verwanten van alle schepselen en alle dingen zijn.” Bidt hij.  Een volgend gebed illustreert  zijn bidden tot God:

 

“Grote God, wiens stem ik hoor in de winden en wiens adem de ganse wereld leven schenkt, verhoor mij! Ik treed voor Uw aangezicht als een van uw kinderen. Zie , ik ben klein en zwak, ik heb uw kracht en wijsheid van node. Doe mij in schoonheid leven en mijn ogen altijd de purperrode zonsondergang aanschouwen. Mogen mijn handen de dingen eerbiedigen die Gij geschapen hebt en mijn oren Uw stem horen. Doe mij steeds bereid zijn met reine handen en eerlijke ogen tot U te komen, opdat mijn geest, wanneer  mijn leven als de ondergaande zon verdwijnt tot U kan komen zonder zich te moeten schamen.”

Mystiek gebed uit zich ook in de ervaring van het innerlijke licht. Het is trouw en het eerste wat God schiep op aarde: “Er weze licht en er was licht.” De ‘Lux Vivens’ , het levende licht in ons hart. De reis die de spirituele mens onderneemt is van het duistere naar het  levende licht. We bereiken nooit een eindpunt, het is eeuwig want God is oneindig. De strijd van de geestelijke persoonlijkheid tegen de ouwe Adam, het kleine ik, speelt zich dag en nacht met af. De oergevoelens in ons, ongeduld, afgunst, anthipathie, sexuele gevoelens, ijdelheid, traagheid enz… blijven ons achtervolgen en slaan toe op de meest onbewaakte ogenblikken omdat ons kleine het domein is van deze gevoelens. Franciscus zei eens: “de oude mens sterft een kwartier na zijn dood.” Waarmee hij wilde bedoelen hoe hardnekkig onze oude mens wel is. Er is geen stilstand in de geestelijke ontwikkeling en er bestaat geen werkelijk bereiken van het doel. Het doel wordt steeds verder verschoven naar een hoger punt want God is oneindig. De belangrijkste eis van een zen monnik is : “ga verder, steeds  verder.”  Angelus Silesius (1624-1677) :

“Vriend, wanneer ge iets zijt, blijf dan vooral niet staan, men moet van ‘t ene licht , steeds naar het andere gaan.”  En :

“Wie in dit sterfelijke leven zou willen zien, het Licht dat al het licht te boven gaat, aanschouwt dit best door uit te varen in de duisternis van de Nacht.”

Vergeestelijkte mensen leven in een andere wereld, gedragen zich ook anders, gaan tot het uiterste. Zij zien de mens en al het geschapene onder het liefhebbende oog, beschermende en vergevende aspect. Zij voelen de adem Gods en zij ervaren voortdurend zijn liefde voor de schepselen. Hij gaat heel vriendschappelijk om met  God, hij ziet God in de mens leven, hij ervaart de innerlijkheid van de dieren en van alle  schepselen. Voor hem straalt overal het Licht van de Eeuwige.

Catherina van Siena (1347-1380) was een vrouw die niet zweeg in de kerk. Naast haar mystiek leven hielp zij de gewonden van de burgeroorlog en bezocht de krijgsgevangenen. Zij overlegt met kardinalen en met de paus en dat alles deed zij onder de aanschouwing van het innerlijke licht in haar hart. Zij dicteerde haar ervaringen aan drie secretaressen die elkaar afwisselden en met moeite haar tempo kon bijhouden. Zij schrijft over het innerlijke licht het volgenden:

“Gij verlicht en met Uw Licht hebt Gij mij Uw waarheid doen kennen. Gij zijt Licht boven alle licht, waarmee ge aan het oog van het verstand bovennatuurlijk Licht schenkt en zulk een overvloed en volmaaktheid , dat Gij daarmee het licht van het geloof verheldert. In dit geloof zie ik dat mijn ziel leven vindt, en in dit licht ontvang ik U, O Licht.”

Zusterken Bertken, een mystieke begijn van Utrecht, heeft bij de Buerkerk als ingeslotene of Recluse geleefd. Over haar is weinig gekend maar heel haar leven balanceerde zij op de grens van vreugde en pijn. Het Innerlijke Licht voelt zij aan als een vonkje:

“Ik voel in mij een vonkje, dat mijn ziel verlicht, daar wil ik mij verzadigen, de Minne is heel goed in staat om van het vonkje een vuur te maken.”

Mechtild van Hackenborn, was ook een begijn maar werd later cisterciencerin. Zij kon geen latijn en schreef in het duits ‘Das fliessende licht der Gottheid’ (het vloeiende licht der godheid)  zij voelt zich volledig opgenomen in dat goddelijke licht:

O minne, hoe groot wordt Uw licht in de ziel

En hoe vurig Uw lichtglans

En hoe onbegrijpelijk is Uw wonder

En hoe veelomvattend is Uw wijsheid

En hoe snel is Uw gave

En hoe sterk is Uw kluister

En hoe volkomen is Uw wezen

En hoe zacht is Uw vloed

En hoe groot is Uw rijkdom

En hoe trouw is Uw werken

En hoe heilig is Uw onderscheidingsgave.”

Kardinaal Newman ervaarde het innerlijke licht als een vriendelijk licht , een mystiek ervaring die hem te beurt viel in de straat van Bonifacius, toen de boot een week lang door windstilte opgehouden was. Hij wandelde   ’s nachts op het dek van het schip. Aan de mast was een bescheiden licht dat slechts enkele tientallen meters de duisternis doorboorde. Het was een vriendelijk licht, zo totaal anders dan het licht van de zon. Newman ervaarde dat hij zich tevreden moest stellen met dat kleine licht, als reiziger ver van huis :

“Leid vriendelijk Licht, langs deze donkre baan

leid gij mij voort!

Zwart is de nacht, ‘k ben ver van huis gegaan

Leid Gij mij voort!

Richt Gij mijn voet, ‘k verzaak te schouwen in ‘ verschiet

Geef voor één stap mij licht, en stap voor stap

Meer niet.

Niet immer was ik zo, noch bad tot u

Leid Gij mij voort

Zelf koos en zag ik graag mijn weg, doch nu

Leid Gij mij voort!

Ik hield van de felle zon, en alle vrees ten spijt

De hoogmoed bond mijn wil

Schrap die voorbije tijd

Uw macht was reeds zo lang met mij:

Zij moet mij leiden voort

Door heide en veen en over rots en vloed

Totdat eens gloort

De dag en in zijn glans ’t gelaat der engelen

Lacht, zo lief

Mij eens maar ach! Gehuld nu in de nacht

 (1834 Lyra Apostolica)

misschien lijkt dat allemaal zo ver van ons af, of voelen wij ons onmachtig om te bidden. Maar allen hebben wij de kracht van ons geloof gekregen en kunnen wij het woord van God “au serieux” nemen.  In de Openbaringen staat er:

“Ik zag een deur in de hemel die openstond en de eerste stem die ik hoorde klonk als een trompet toe ze tot mij sprak ‘kom naar hierboven!” (Apoc. 4.1)

Hoe kunnen wij daarop ingaan, ziende onze eigen zwakheden, die ons soms tot wanhoop brengen? Maar ondanks dat innerlijk  lijden en die verscheurdheid moeten onze blikken gericht blijven op de hemel “één lange feestdag , van ongestoorde vreugde, en het aanschouwen van Uw gelaat, één dag zonder zorgen die de glans van Uw gelaat zouden kunnen verduisteren.” zoals Willem van St.-Thierry het uitdrukte.

Maar als wij samen dan weten wij dat Gij in ons midden vertoeft, dan is dit samen bidden weldadig, dan is het voor iedere mens duidelijk dat Gij daarover Uw zegen laat neerdalen want:

“Ik ben de deur, als iemand door Mij binnengaat zal hij worden gered.”(Joh. 10.9)

de deur is Christus zelf, welnu: ‘doe nu uzelf voor ons open” en inderdaad de deur hebt Gij geopend voor ons want een soldaat doorstak uw hart en terstond vloeiden de geheimen der verlossing over ons. Nu kunnen wij binnentreden , tot bij die Bron van onuitputtelijke barmhartigheid:

“O goede lieve Broeder, minzame Heer, alles wat Gij zijt is goedheid, liefelijkheid en minzaamheid. Onuitputtelijke Bron, van alle weldaden, open U uw diepe aderen opdat uw zoete wateren onze hoofden overspoelen en ons geheel en al doordringen . Open u ook voor mij, Gij die de deur zijt, moge ik langs die deur binnentreden in de heerlijke tempel van God Huis”

 

 

 

 

 

 

uiteindelijk worden wij daar uitgenodigd te liggen aan zijn hart, deel te hebben aan zijn liefdesmaal:

“Gij zijt zo eeuwig schoon,

en edel is Uw gelaat

stralend zijt Gij afgedaald en stralend komt Gij naar mij toe

Gij, wilt mij geheel en al

En aanraken met Uw tederheid

Wil mij verbergen in de hevigheid van Uw liefde

Vertrouwend komt Gij in mijn hart

En laat mij opheffen de sluier van Uw gelaat

Gij spoort mij aan te geven

De zwakheid van mijn wil

Want Gij wilt mij spijzigen met uitgelezen korrels graan

Tot eeuwig brood gebakken

Mijn ziel, bemint Hem die u geroepen heeft

En ook al is het duister om jou heen

Beluister steeds zijn kirrende stem

O Eeuwig Woord en Brood

Onwaardig als ik ben (Br. Yvan ) 

    

 

 

 

 

 

 

Geraadpleegde literatuur:

Wladimir Lindenberg: wegen en riten van inwijding

Wladimir Lindenberg: meditatie en gebed

Het verhaal van een Russische pelgrim

De Philocaleia

De wolk van niet-weten

Meester Eckhart: van God houden als van niemand

Johannes van het Kruis: Mystieke werken

John Ferguson: Encyclopedie van de mystiek en de                                                mysteriegodsdiensten

André Chouraqui: L’ Univers de la Bible

Br. Yvan Jacques : dichtbundel ‘Glinsterpaarlen’