De Zohar over

Wie en Wat

 

in de tekst staan vaak Hebreeuwse transcripties tussen haakjes, omdat zij die met deze materie vertrouwd zijn, weten dat deze woorden diepere associaties hebben. Op deze associaties zal in andere teksten worden terug gegrepen.

 

 

In den beginne (Bereshis). Rabbi Elazar opende (patah) met de zin: “heft uw ogen omhoog (marom) en zie (roieh/raa), wie heeft dat alles geschapen (mi bara eleh)?” (Jes 40:26)
“Heft uw ogen omhoog”, naar welke plaats (asar/atar)?
Naar de plaats naar waar alle ogen naar gericht zijn.
En wie maakte de dingen?
De opening (patah) der ogen.
En u moet weten dat daar in de Verborgen (sotim) Oude (Atika) de vraag (shelah) naar het geschapene is(bara eleh).
En wie is deze?
Wie (M”I).
Hij is Degene die wordt geroepen van het uiteinde (katse) der hemelen in de hoge.
Alles is immers in Zijn domein.
De vraag (shelah) bestaat door Hem, en Hij is verborgen (sotim).
Hij wordt Mi genoemd, want boven Hem bestaat geen vraag meer. Dus dit uiteinde (katse) der hemel wordt Mi genoemd.

Een ander uiterste wordt wat (mah M”H) genoemd.
Wat is het verschil (tussen Mi en Mah)?
Het eerste is verborgen en wordt Mi genoemd.
Hierin ligt een vraag (shelah): Men wroette en bekeek om te begrijpen en klom van niveau (dereg) naar niveau, tot men het hoogste niveau bereikte.
Wanneer men daar was aangekomen, werd er “mah” “wat” gevraagd. “Wat heb je geleerd? (mah jadaath)” “Wat heb je bekeken (his takel)?” “Wat heb je doorwroet?”
Alles is nog verborgen als eerst.
En over dit geheim (raz) onderwerp staat geschreven: “Wat (mah) zal ik u getuigen (ed)? Wat zal ik met u vergelijken?”
Want toen de Heilige Tempel vernietigd(cherev) was, kwam er een stem en zei: “Wat zal ik als getuige brengen en wat zal ik met u vergelijken?”
Dit betekent dat het woord “wat” (mah) u zal getuigen, elke dag, en elke dag sinds de eerste der dagen. Zoals geschreven is: “Ik neem de hemel en de aarde tot getuigenis van deze dag.” (Deut30:19) Wat zal ik met u vergelijken?
In deze mate van belangrijkheid heb ik u gekroond (iteer) met heilige kronen (atara), en heb u ten dienste (obed) gesteld tot heerser (shelet) over de wereld (olam).
Zoals geschreven staat: “Waart gij die volmaakte schoonheid, die vreugde der aarde?” (Kl 2,15) Daarbij heb ik u genoemd: “Jerusalem, een stad verenigd door een verbond.” Wat zal ik met u gelijk maken?
Zoals uw toestand hier is, zo is het blijkbaar ook daarboven.

“Wie” (mi) is het uiterste van de hemel boven. “Wat” (mah) is het uiterste van de hemel beneden.
Dit is wat Jacob erfde, zijnde “de grendel (briach) die van uiterste tot uiterste gaat.” (Ex.26:28)Van het uiterste boven, Mi, tot het uiterste beneden, Mah. Omdat hij in het midden staat.
 


Klik hier voor het artikel " verwondering" in verband met Mi en Mah

Terug

Home

 

 

 

Midi "Praying for Bree" is
used with permission 
and is copyright © 2001 
Bruce DeBoer