Het Jezusgebed

een geschiedenis

 

- Rusland -

- de Verhalen van een Russische Pelgrim -

 deel 5

................................

door broeder Yvan Jacques

+

Rusland in de 14° eeuw.

De metropoliet van Kiev, Cyprianus werd in Bulgarije ingeleid in deze spiritualiteit van het Jezusgebed. Hij had veel bijval want hij was een charismatisch man als drager van deze nieuwe spiritualiteit. Zelf beoefende hij de armoede.

De grote stichter van het monnikendom in Rusland was de heilige Serge die leefde van 1314-1392. Ook hij kende het Jezusgebed. De laura van de H. Drievuldigheid werd door hem gesticht en reeds ten dien tijde zond hij monniken naar de Athosberg om deze nieuwe spiritualiteit eigen te maken. Een van zijn eigen monniken stichtte naar de wijze van de Athosberg een klooster in de regio van het Witte Meer.In de geschriften staat er:

"Wij hebben de aanmaning vervuld om het Jezusgebed of het gebed van het hart te beoefenen met een of twee broeders, zoals wij het gezien hebben op de Athosberg".

De regel geïnspireerd door Johannes Climacus liet een volmaakte vrijheid toe, uitgezonderd ten opzichte van de wereld. Nil verdedigde echter de evangelische armoede, maar het klooster moest wel voldoende middelen bezitten om caritatieve en sociale acties ten opzichte van de bevolking te voldoen. De geestelijke hulp was voor hem echter belangrijker. Hij zei:

"De aalmoes van de monnik is zijn broeder te helpen met het woord, want hij heeft het nodig hem te troosten wanneer ongeluk hem overkomen is".

In 1453 viel het Ottomaanse rijk Constantinopel (huidige Istanbul) binnen en Moskou beschouwde zich als de spirituele erfgenaam van Byzantium.

De geboorte van het derde Rome was bezegeld. Monniken drongen door tot de eenzame vlakten en stichtten er kloosters dicht tegen de noordpool op de eilanden van Solovski. In 1616 stichtte de kluizenaar Eléazar er een kleine gemeenschap en hij stierf er in uiterste armoede.

In de 17° eeuw kende de Russische kerk verval, scheuringen en troebelen onder zijn geestelijkheid. Patriarch Nikon lanceerde hervormingen die zelfs leidde tot een schisma in de kerk: ‘de Raskol’ (1625-1658) genaamd.

De oud-gelovigen weigerden de vernieuwing in de liturgie te aanvaarden en richtten zich tegen de Patriarch. Peter de Grote en Catherina II waren voorstanders van de vernieuwing.

In deze moeilijke periode kwam een Oekrainische monnik naar voren, deze ging naar de Athosberg en trok zich terug in het kloostertje van de profeet Elias. Teruggekomen vestigde hij zich in Moldavië en werd er abt van de Laura ‘Neamt’. De persoon van Paissy bracht een heropleving van het Jezusgebed teweeg en zijn grootste werk was de vertaling van de Philocaleia (Filokalia) van Nicodemus. Deze laatste was monnik op de Athosberg.

Ondanks de val van Constantinopel bleef de Athosberg , met zijn vele boeken een spiritueel bolwerk. In 1782 geholpen door de Metropoliet van Corinthe, Macarius, publiceerde hij een verzameling van vaderspreuken onder de titel van ‘Philocaleia’ (Filokalia) wat betekent : ‘Liefde voor het Schone’.

Het was een verzameling van vaderspreuken over de spiritualiteit van het Jezusgebed. Het boekje had een enorm succes onder de monniken en priesters alsook bij de leken. In 1870 verschijnt voor het eerst in Kazan ‘Het verhaal van een Russische pelgrim’. Het boekje is van duistere oorsprong en zou gekopieerd zijn van een manuscript van de Athosberg, gevonden tussen de papieren van een starets. Het is de vertelling van een pelgrim, ongeveer 30 jaar oud, die alles verloren had. Bij een kerkbezoek hoorde hij de schriftlezing: "Bid zonder ophouden". De aanmaning zette hem op zijn pelgrimstocht. Hij zocht een mens die hem over dit gebed meer kon zeggen en kwam bij een kluizenaar. Gewapend met het Jezusgebed trok hij dan op reis en kwam er allerlei avonturen tegen aanvallen van rovers, wolven enz... Op zijn doortocht ontdekte hij er het Rusland van de 19° eeuw en ontdekte er waardige figuren zoals ‘dode zielen’ beschreven door de schrijver Nicolas Gogol.

Zijn geestelijke begeleider gaf hem juist voor zijn dood het boekje de ‘Philocaleia’. Dat boekje, samen met de bijbel, was voor de zwerver dagelijks voedsel. Het onzichtbare Licht van het Oosten leidde hem op zijn pelgrimstocht. Een opmerkelijke passage beschrijft dat het hart van de pelgrim vervuld werd met genade en hij de wereld zag met andere ogen:

"wanneer iemand mij bedreigde dan dacht ik aan het weldoende Jezusgebed, onmiddellijk verdwenen woede en moeite en vergat ik alles.

Ik heb geen enkele zorg meer, niets houdt mij nog bezig wat uiterlijk is. God weet wat ik nodig heb."

Overgeleverd aan God, voltooid hij zijn pelgrimstocht in volle innerlijke vrijheid. Hij begreep zelf de taal van de schepping want hij verklaarde:

"De bomen, de grassen, de vogels, de aarde, de lucht, het licht, alles spreekt mij dat ze gegeven zijn aan de mensen, dat deze getuigen van de liefde van God voor de mensen. Alles bid, zegt hij, alles bezingt de glorie van God. Nu begrijp ik wat er staat in de Philocaleia: Kennis hebben van de taal der schepping".

De pelgrim beleeft een ‘Cosmische Liturgie’ die eeuwig is, die zich langzaam laat onsluiten , de eeuwige morgen wordt een werkelijkheid.

De starets Zossima, in de gebroeders Karamazov, zegt het volgende:

"Het Woord is voor elk van ons, de ganse schepping en al het geschapene , elk klein blaadje richt zich naar het Woord".

Starets betekent spirituele vader. In het Oosten wordt hij abt of abba genoemd. Hij die de geest doorgeeft. Om de geest door te geven moet men uiteraard geestdrager zijn, hij is een geïnspireerd man in de spiritualiteit. Zelfs in de woestijn, die ook geestelijke woestijn kan zijn, is de abba of starets voornamelijk een man die brandt van liefde.

Het geestelijk vaderschap is een charisma, die zich op verschillende manieren manifesteert. ‘Pneumafoor’ geworden, drager van de geest, kan de geestelijke vader een volledige andere wending geven aan je leven wanneer het juiste Woord op het juiste moment valt.

Het woord raakt en zet de bezoeker op weg, brengt hem naar innerlijke ommekeer dat wij‘de metanoia’ noemen. De geestelijke vader bezit ook, heel belangrijk, de onderscheiding van de geesten. Een vaderspreuk vertelt het volgende: "Een monnik gaat naar Abt Antonius en blijft stilzwijgen in zijn nabijheid. De abt ondervraagt hem daarover en zegt de jonge monnik: één zaak volstaat mij vader, dat is van u te zien".

Wordt vervolgd.

+

Het Jezusgebed

1. Wortels van de aanbidding van de Naam

2. Het Jezusgebed en het Nieuwe Testament

3. De woestijnvaders en het Jezusgebed

4a. De voortdurende bekering - de voorwaarden voor de beoefening van het Jezusgebed

4b. De Athos

5. Rusland - de ware verhalen van een Russische Pelgrim

6. Het Jezusgebed in het Westen

7. Het Jezusgebed in het Westen (2) - de H.Hart mystiek

8. Het voortdurende gebed in andere godsdiensten - Slot

 

Monasterium -

Home

Midi "Praying for Bree" is
used with permission 
and is copyright © 2001 
Bruce DeBoer