IK BEN HET BROOD DAT UIT DE HEMEL NEERDAALT

( Joh. 6 48)

 

wie is de mens

zichzelf eeuwig leven toe te eigenen

een sterfelijk wezen is hij die steeds sneller lopend

de dood in zijn nek voelt hijgen

tenzij zij zich keert en buigt héél diep

zegt vanuit zijn diepste diep

‘ik ben een mens, mijn leven is

helaas sterfelijk

en openend de hand om te ontvangen

hemels voedsel dat uit de Onsterfelijke sfeerwereld

neerdwarrelend als glinsterende dauwdruppels op de dorstige ziel

Ik hoor U roepen vanuit het stralend heiligdom

‘zet jou neer en luister’

ontvang de diepe geheimen

van de leer van de Vader

‘zet jou neer en luister’

ontvang wat je hoort en leer er de verborgen sloten

één voor één te openen en de schatten aan hemelse woorden

te verzamelen, te bewaren, te herkauwen

en ik geloofde de woorden

zo hemels van zoete spijs

één voor één herkauwend wat mij toegemeten werd

en het sap stroomde door mijn lichaam

hernieuwde dan wat reeds dood, mat en in verval verkeerde

opnieuw beluisterde ik de Gouden Woorden

als een mand met brood dat uit de hemel neerdaalde

‘zet je neer en eet’

eet wat eeuwig leven heeft

want Ik ben het Brood om van te leven

ik kom uit de hemelsferen en daal af

in elke vezel van jouw lichaam

ik voed en verlicht de duistere cellen

wie gelooft –bezit-

eeuwig leven ( Broeder Yvan 9 augustus ’03)