Ik nam mij voor
te wandelen in mijn vaders spoor
want, zo leek het mij
zijn God was hem nabij
Maar hoe langer ik zijn paden ging
hoe minder ik Gods licht opving
Plots was er zelfs geen afdruk meer
en vertwijfeld keek ik neer
Mijn voeten stonden stil

Dat was nu nét Gods simpele wil
sinds ik zelf ben blijven staan
is de weg met mij op weg gegaan
Nu hoor ik soms mijn vaders stem
waar onze wegen kruisen zie ik hem
en begrijp dat ik toen zijn spoor niet vond
omdat hij roerloos stille stond.
De God van mijn vader, Hij is ons nabij
als de weg onder hem, en ook onder mij.

- Staf Van Roie (27/09/1998)