Boodschap aan de kunstenaars, voorgelezen door kardinaal Léon-Joseph Suenens, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, bijgestaan door de kardinalen Jacques de Barros Câmara, aartsbisschop van St.-Sebastian en Rio de Janeiro en Jean Landazuri Ricketts, aartsbisschop van Lima.

 

Aan u allen, op dit ogenblik, kunstenaars, die gegrepen zijn door de schoonheid en die voor haar werken; dichters, letterkundigen, schilders, beeldhouwers,architecten,musicus, theatermensen en  cineasten…aan u allen, richt de Kerk van het Concilie haar stem.

Als je vriend bent van de ware kunst, dan zijn jullie onze vrienden. De kerk heeft sedert lang een verbond met jullie gesloten. Jullie hebben immers haar tempels opgericht en gedecoreerd, haar dogma’s gecelebreerd, haar liturgie verrijkt.

Jullie hebben geholpen om de goddelijke boodschap te vertalen in een taal van vormen en figuren, de onzichtbare wereld tastbaar gemaakt.

Vandaag, zoals gisteren, heeft de kerk jullie nodig en richt ze zich tot jullie. Zij zegt doorheen onze stem: laat de vruchtbare band tussen ons niet verbreken! Weiger niet om uw talenten in dienst te stellen van de goddelijke waarheid!

Sluit uw geest niet voor de adem van de Heilige Geest. De wereld waarin wij leven heeft nood aan de schoonheid om niet weg te zinken in de wanhoop.

De schoonheid, zoals de waarheid, brengt vreugde in het hart van de mensen, het is deze precieuze vrucht die aan de sleet van de tijd weerstaat, die generaties verenigt en haar in bewondering doet delen, en dat door uw handen. Dat deze handen zuiver en belangeloos mogen zijn.

Herinner jullie, dat jullie de bewakers van de Schoonheid zijn in de wereld.

Dat deze Schoonheid moge volstaan om u te weerhouden van vluchtige smaak, zonder échte waarden en u te bevrijden van vreemde en onbetamelijke zoektochten.

Wees altijd en overal uw ideaal waardig en de kerk zal u waardig achten, die door onze stem, vriendschappelijk zijn boodschap tot u richt, GROET VAN GENADE EN ZEGEN VOOR U.

Vert. Br. Yvan Jacques

Vatican II, les seize documents conciliaires, Uitg. Fides, Montréal&Paris, pg 648,1967