|
Monasterium -
Home
De bekoring van Jezus in de woestijn
Mattheus 4:1-11
-----------------
een tekst van broeder Yvan
+
Wanneer wij de woestijn beschouwen, bezien wij ze als een geografisch gedeelte
waarin weinig leven te bespeuren valt om maar niet te zeggen dat de woestijn
dood is. Je kunt er zeker zonder voorzieningen niet lang in verblijven.
Het merendeel van het bijbelse land is woestijngebied en toch moeten wij zeggen
dat de woestijn een van de vruchtbaarste gebieden is op gebied van
spiritualiteit.
Mozes ervaarde er de Godservaring in de woestijn, bij een brandend braambos.
De Thora werd gegeven op een berg , de Sinaï, in de woestijn en de
profeten verbleven er dikwijls heel lang.
In Egypte zijn de bloeienste kloosters te vinden in de woestijn.
Enkele jaren geleden had ik de gelegenheid deze te bezoeken en toen heeft de
woestijn, met zijn uitgestrekte zandvlakten een enorme indruk op mij gemaakt.
Jezus verliet het water van de Jordaan om zich terug te trekken in de woestijn,
op een berg.
Daar wordt de mens geconfronteerd met zijn diepste diepte, daar gebeurt ook de
ontmoeting van aanschijn tot Aanschijn.
Daar staat de mens naakt met zichzelf en tegenover de Andere ontdekt hij zijn
nietigheid en kleinheid.
Jezus wordt er echter beproefd, niet bekoord door de duivel, de diabolos in het
Grieks, wat betekent : "hij die verdeeldheid zaait", in het Hebreeuws betekent
deze, de Satan: "de aanklager".
Tweemaal zegt de duivel tot Jezus: "Als U de Zoon van God bent"....
Deze term werd gebruikt om de verwantschap van Jezus aan te duiden.
Kwam immers niet een stem uit de hemel na het doopsel in de Jordaan die zei:
"Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind" (Matt. 3,17)
In het Oude Testament werd deze term gebruikt voor de koning, plaatsvervanger
van God:
"Ik zal een vader voor hem zijn en hij zal mijn zoon zijn...." (2.S 7,14)
Waar de zoon is, is ook de vader, hij vertegenwoordigt de vader.
Bij Mattheus komt deze titel veel voor bv. wanneer Jezus over het meer liep
en na het stillen van de storm vielen de leerlingen in de boot neer en zeiden:
"Werkelijk, U bent de Zoon van God" (Matt. 14,33).
Drie beproevingen vielen Hem te beurt en telkenmale antwoordde Jezus met teksten
uit de Thora, de wet. De beproeving bestaat erin dat infeite Jezus zijn
bovennatuurlijke kracht, als Zoon van God zou gebruiken.
Hij deed dat niet en uiteindelijk moet de Satan het strijdtoneel verlaten en
spontaan kwamen de engelen om Hem te dienen.
De verborgen betekenis die de Schrift ons aanbiedt ligt vervat in het getal
veertig. Nu moeten wij teruggaan naar de Egyptenaren waar de Pharao bij zijn
overlijden veertig dagen een passage moest doormaken, vooraleer te komen in de
eeuwigheid, pas na veertig dagen werd hij begraven.
Mozes werd geboren veertig jaar voor de uittocht uit Egypte.
De doortocht door de woestijn duurde veertig jaren vooraleer het Beloofde Land
binnen te trekken.
Jezus vastte veertig dagen in de woestijn.
De koning van Frankrijk werd pas veertig dagen na zijn overlijden begraven.
Er zijn veertig dagen voorbereiding voor het Paasfeest.
Er verlopen veertig dagen tussen Pasen en Pinksteren.
Een foetus rijpt zeven maal veertig dagen, wat overeenkomt met 9 maanden
zwangerschap en verblijf in de geborgen sfeer van de moederschoot.
Hier komen wij aan iets heel belangrijks, want na die tijd van geslotenheid,
geborgenheid, inwijdingstijd , bedektheid, wordt de moederschoot opengebroken.
De Israëlieten trekken hun nieuw land binnen en verlaat de ziel definitief de
aarde om zich te voegen in de eeuwigheid . Hij doet als het ware een deur open
om iets nieuws te betreden en aan te vangen, iets nieuws te scheppen.
Het getal vier is in het Hebreeuws de Daleth en dat betekent DEUR.
Graven wij echter verder in dat woord dan ontdekken wij dat het ook zijn wortels
heeft in kennis : DAATH. Men doet dus een deur open om kennis te verzamelen, een
kennis niet van verstandelijke en intellectuele aard maar een kennis die gevat
ligt in spiritualiteit, een beleefde innerlijke kennis.
De veertig dagen geborgenheid, dorheid van de woestijn, staat de mens toe in
contact te komen met spirituele krachten van zowel positieve- als negatieve
aard. Deze laatste zijn er om ons te beproeven ,te sterken en ons
onderscheidingsvermogen aan te wakkeren.
Op deze weg echter hebben wij een veilige gids nodig want laat de mens , die
staat tussen hemel en aarde de aarde los, dan dreigt hij te zweven, en laat hij
de hemel los dan dreigt hij te leven als een aardse mens, gebonden aan materie.
Die veilige gids was voor Jezus de Thora waaruit Hij telkens citeerde om steeds
een beproeving te verslaan.
Hij zei steeds : "Er staat geschreven....."
Moge de veertig dagen van inkeer ons doen verdiepen in de rijkdom van de Schrift
en mogen wij voornamelijk er de verborgen wijsheid in leren ontdekken, om zelf
een licht te kunnen zijn voor onze naaste en medewandelaar op het pad van de
spiritualiteit.
Heel genegen groeten
Abba Yvan
16 februari 2002
|