Het huwelijk met Maria.

“Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw tot u te nemen: het kind in haar schoot is van de heilige Geest.  Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden”(Mat. 1.20-21).  In deze woorden ligt de kern van de bijbelse waarheid over de heilige Jozef opgesloten, het ogenblik van zijn leven waarnaar de kerkvaders speciaal verwijzen.

De evangelist Matteus legt de betekenis van dit ogenblik uit en geeft ook aan hoe Jozef het beleefd heeft.  Maar om de inhoud en de context ervan volledig te begrijpen  is het belangrijk de parallelle tekst van het evangelie van Lucas voor ogen te houden.

Het vers van Matteus zegt over de zwangerschap van Maria: “De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen zijn moeder verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen zwanger van de heilige Geest”(Mat. 1.18)  van de oorsprong van deze zwangerschap van Maria “van de heilige Geest” vindt men een meer uitgebreide en expliciete verklaring in het vers dat wij in Lucas lezen over de aankondiging van de geboorte e van Jezus: “De engel Gabriel werd van Godswege gezonden naar de stad in Galilea, Nazareth, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria”(Luc. 1.26-27).

De woorden van de engel: “Verheug u, begenadigde, de Heer is met u”(Luc. 1.28) brachten Maria innerlijk in verwarring en stemden haar ook tot nadenken.  Dan stelt de bode de maagd gerust en openbaart haar tegelijk het bijzondere plan van God met haar: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.  Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus Christus moet geven.  Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste worden.  God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken” (Luc. 1.30-32).

Kort daarvoor had de evangelist verklaard dat Maria op het ogenblik van de boodschap “verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David”.  De aard van dit huwelijk wordt indirect uitgelegd als Maria, na gehoord te hebben wat de bode zei over de geboorte van de zoon, vraagt: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?” (Luc. 1.34)

Dan krijgt zij dit antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen: daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God”(Luc. 1.35).  Hoewel Maria reeds gehuwd is met Jozef, zal zij toch  maagd blijven, omdat het kind dat zij ontvangen had bij de aankondiging, ontvangen was van de heilige Geest.

Op dit punt stemt de tekst van Lucas overeen met de tekst van Mat. 1.18 en helpt hij verklaren wat wij daarin lezen.  Toen Maria na het huwelijk met Jozef “zwanger bleek van de heilige Geest”, was dit feit in overeenstemming met heel de inhoud van de aankondiging en in het bijzonder met de laatste woorden van Maria: “Mij geschiede naar uw woord”(Luc. 1.38).

Maria beantwoordt aan het duidelijke plan van God en in de loop van de dagen en weken blijkt voor de mensen en voor Jozef dat zij zwanger is, degene is die moet baren en in zich het mysterie van het moederschap draagt.

 

“Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden”(Mat. 1.19) in die omstandigheden.  Hij wist niet welke houding hij moest aannemen en tegenover het wonderlijke moederschap van Maria.  Hij zocht zeker naar een antwoord op de verontrustende vraag, maar vooral naar een uitweg uit die voor hem moeilijke situatie.

“Terwijl hij dit” dus “overwoog , verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen: het kind in haar schoot is van de heilige Geest.  Zij zal een zoon ter wereld brengen, die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden”(Mat. 1.20-21)

er bestaat een nauwe overeenkomst tussen de boodschap in de tekst van Matteus en die in de tekst van Lucas.  De goddelijke bode voert Jozef binnen in het mysterie van het moederschap van Maria.  Zij die volgens de wet zijn vrouw is, al blijft zij maagd, is uit de kracht van de heilige Geest moeder geworden.  En als de zoon die Maria in haar schoot draagt, ter wereld zal komen, zal Hij de naam Jezus moeten krijgen.

Dit was een naam die bekend was bij de Israëlieten en soms aan de zonen werd gegeven.  In dit geval gaat het echter om de Zoon die –volgens de Goddelijke belofte - ten volle de betekenis van deze naam zal verwerkelijken: Jezus – Jehozua, wat betekent : God redt.

De bode richt zich tot Jozef als de man van Maria, tot hem die te zijner tijd aan de zoon die geboren zal worden uit zijn vrouw, de maagd van Nazareth, die naam zal moeten geven.  Hij richt zich dus tot Jozef en vertrouwt hem de taak toe van een aardse vader ten opzichte van de zoon van Maria.

“Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich”(Mat. 1.24).  Hij nam haar tot zich met heel het mysterie van haar moederschap, met de zoon die ter wereld zou komen door de heilige Geest: op die wijze toonde hij een bereidwilligheid met betrekking tot wat God hem door zijn bode vroeg, die vergelijkbaar was met de bereidwilligheid van Maria.

 

 

Toen Maria kort na de aankondiging naar heet huis van Zacharias ging om haar bloedverwante Elisabeth te bezoeken, hoorde zij juist op het moment van de begroeting de woorden die Elisabeth “vervuld met de heilige Geest” tot haar sprak (Luc. 1.41).  Naast de woorden die betrekking hadden op de groet van de engel bij de boodschap, zij Elisabeth: “Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is”(Luc. 1.45)

Deze woorden zijn de leidende gedachte geweest van de encycliek Redemptoris Mater, waarmee ik de leer van het tweede Vaticaans Concilie heb willen verdiepen, dat verklaart: “De heilige Maagd is op de pelgrimstocht van het geloof voortgegaan en heeft de vereniging met haar zoon standvastig volgehouden tot onder het kruis”: zij “gaat”allen “voor”die door het geloof Christus volgen.

Aan het begin van deze pelgrimstocht ontmoet het geloof van Maria van Jozef.  Elisabeth zei van de Moeder van de Verlosser: “Zalig zij die gelooft heeft”.

Deze zaligspreking kan men in zekere zin ook toepassen op Jozef, want hij antwoordde bevestigend op het woord van God, toen dit hem op dat beslissende ogenblik werd meegedeeld.  Weliswaar antwoordde Jozef niet op de boodschap van de engel zoals Maria, maar hij “deed zoals de engel hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich”.  Wat hij deed is zuivere “gehoorzaamheid van het geloof (Rom,1.4; 16.26; 2 Kor. 10.5-6).

Men kan zeggen dat wat Jozef deed hem op zeer bijzondere wijze verenigde met het geloof van Maria: wat zij reeds aangenomen had bij de aankondiging, aanvaarde hij als waarheid die van God kwam.  Het concilie leert: “Aan de openbarende God moet de mens ‘de gehoorzaamheid van het geloof‘ betonen, waardoor hij zich vrijelijk geheel aan God toevertrouwt door ‘volledige onderdanigheid van verstand en wil jegens de openbarende God’ te bewijzen en vrijwillig in te stemmen met de door God geschonken openbaring”.  Deze frase, die het wezen zelf van het geloof raakt, is volmaakt van toepassing op Jozef van Nazareth.

Hij werd dus een uitzonderlijke hoeder van het mysterie dat ,,van eeuwigheid verborgen was is God”  (Ef. 3,9), zoals Maria het werd op dat beslissende ogenblik dat de apostel ,,de volheid van de tijd” heeft genoemd, toen ,, God zijn Zoon gezonden heeft, gebo­ren uit een vrouw” om ,,hen die onder de wet stonden te bevrijden “, opdat zij “De rang van zonen zouden verkrijgen” (Gal. 4,4-5).

Het concilie leert: ,,Het heeft God in zijn goedheid en wijsheid behaagd zichzelf te openbaren en het geheim van zijn wilsbesluit bekend te maken (Ef 1,9), waardoor de mensen door Christus, het vlees geworden Woord, in de heilige Geest toegang hebben tot de Vader en deelgenoten worden gemaakt van de goddelijke na­tuur” (Ef. 2,18; 2 Petr. 1,4).

Samen met Maria is Jozef de eerste hoeder van dit goddelijk mysterie. Samen met Maria — en ook in betrekking tot Maria —neemt hij deel aan dit hoogtepunt van de zelfopenbaring van God in Christus en hij neemt eraan deel vanaf het eerste begin.

Als men de tekst van beide evangelisten Mattheüs en Lucas voor o­gen houdt, kan men ook zeggen dat Jozef als eerste deelneemt aan het geloof van de Moeder van God en zo zijn vrouw steunt in het geloof aan de goddelijke boodschap. Hij is ook als eerste door God op de weg van de pelgrimstocht van het geloof geplaatst, waarop Maria — vooral vanaf de tijd van Calvarie en Pinksteren — op vol­maakte wijze zou voorgaan.

Jozef zal zijn eigen weg, zijn eigen pelgrimstocht van het ge­loof, eerder afgelegd hebben dan Maria, namelijk voor dat Maria aan de voet van het kruis op Golgota staat en voor dat zij na de te­rugkeer van Christus naar de Vader in het cenakel van Pinksteren is, op de dag van de openbaring van de kerk, die geboren is uit kracht van de Geest der waarheid, aan de wereld.

Toch gaat de weg van het geloof van Jozef in dezelfde richting en blijft hij geheel bepaald door hetzelfde mysterie, waarvan hij sa­men met Maria de eerste hoeder was geworden. De menswording en de verlossing vormen een samenhangende en onverbrekelijke eenheid, waarin de ,, bedeling van de openbaring geschiedt door daden en woorden die innerlijk met elkaar verbonden zijn”.

Juist vanwege deze eenheid bepaalde paus Johannes XXIII, die een grote verering koesterde voor de heilige Jozef, dat in de Ro­meinse Canon van de H. Mis, de blijvende gedachtenis van de ver­lossing, zijn naam werd ingelast naast die van Maria en voor de namen van de apostelen, pausen en martelaren.

De Schrift weet dat Jezus niet uit het zaad van Jozef ontvangen is, want als deze ongerust is over de oorsprong van haar zwanger­schap, wordt hem gezegd: het komt van de heilige Geest. En toch wordt hem het vaderlijk gezag niet ontnomen, aangezien hem be­volen wordt de naam van het kind te geven. Tenslotte noemt de Maagd Maria zelf, die zeer wel wist dat ze Christus niet uit de hu­welijksgemeenschap met hem ontvangen had, hem toch ,, Vader van Christus”.

De zoon van Maria is ook zoon van Jozef krachtens de huwe­lijksband die hen verenigt: ,, Vanwege dat trouwe huwelijk verdie­nen beiden ouders van Christus genoemd te worden, niet alleen de moeder maar ook zijn vader, op dezelfde wijze waarop hij echtge­noot van de moeder van Christus was, beiden door de geest, niet door het vlees”.

In dat huwelijk ontbrak geen van de vereisten voor het vormen van een huwelijk: ,,In die ouders van Christus zijn alle waarden van het huwelijk verwezenlijkt: het kind, de trouw, het sacrament. Wij kennen het kind dat de Heer Jezus zelf is; de trouw want er is geen sprake van echtbreuk; het sacrament want er is geen sprake van echtscheiding”.

Als zij nagaan wat het wezen van het huwelijk is, dan leggen zo­wel sint Augustinus als sint Thomas van Aquino het steeds in de ondeelbare eenheid van geest in de eenheid van hart; in de eensge­zindheid, elementen die in dat huwelijk op voorbeeldige wijze verwezenlijkt zijn. Als God op het hoogtepunt van de heilsgeschie­denis zijn liefde voor de mensheid toont door de gave van het Woord, is het juist het huwelijk van Maria en Jozef dat in voile vrij­heid de zelfgave verwerkelijkt in het ontvangen en uitdrukken van die liefde.

,,In dit grote werk van de vernieuwing van alle dingen in Chris­tus wordt het huwelijk, dat ook gezuiverd en vernieuwd wordt, een sacrament van het Nieuwe Verbond. Op de drempel van het Nieuwe Testament staat een echtpaar, zoals reeds aan het begin van het Ou­de Testament. Maar terwijl het echtpaar van Adam en Eva bron was geweest van het kwaad dat de wereld heeft overstroomd, vormt dat van Jozef en Maria de top van waar af de heiligheid zich over de hele aarde verspreidt. De Heiland is het heilswerk begonnen met deze maagdelijke en heilige gemeenschap waarin Hij zijn almach­tige wil toont om het gezin, dit heiligdom van de liefde en deze wieg van het leven, te zuiveren en te heiligen”.

 

 

DE DIENST VAN HET VADERSCHAP.

 

Het huwelijk met Maria is de juridische basis van het vader­schap van Jozef, zoals af te leiden valt uit de teksten van bet evan­gelie. Het is om aan Jezus de vaderlijke bescherming te verzekeren dat God Jozef als man van Maria kiest. Hieruit volgt dat het vader­schap van Jozef — een relatie welke hem zo dicht mogelijk bij Christus plaatst, die het doel is van iedere uitverkiezing en voorbe­stemming (Rom. 8,28-29) — over het huwelijk met Maria loopt, over het gezin dus.

Ook al verklaren de evangelisten duidelijk dat Jezus ontvangen is van de heilige Geest en in dat huwelijk de maagdelijkheid be­waard is ( Mat. 1, 18-25; Luc. 1, 26-38), zij noemen Jozef toch de man van Maria en Maria de vrouw van Jozef ( Mat.

1,16.19.20.24).

Hoewel het voor de kerk belangrijk is de maagdelijke ontvange­nis van Jezus te belijden, is het voor haar niet minder belangrijk het huwelijk van Maria met Jozef te verdedigen, omdat het vaderschap van Jozef daar juridisch van afhangt. Daardoor begrijpt men waar­om de geslachten opgesomd zijn volgens de genealogie van Jo­zef.

Waarom”, vraagt de heilige Augustinus zich af, ,,moesten ze niet opgesomd worden via Jozef? Was Jozef soms niet de man van Ma­ria? (...)“. De schrift bevestigt door middel van het gezag van de engel dat hij de man was.

Wees niet bevreesd, zegt hij, Maria uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Hem wordt bevolen de naam aan het kind te geven, hoewel het niet uit zijn zaad wordt ge­boren. De engel zegt: Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Je­zus moet noemen.

 

 

Hoeveel lering vloeit daaruit nu voort voor het gezin. Aangezien het wezen en de taken van het gezin uiteindelijk bepaald worden door de liefde” en het gezin de zending ontvangt de liefde te be­waren, te openbaren en mede te delen, bij wijze van levende weer­kaatsing van en waarachtige deelnemen aan de liefde van God voor de mensheid en de liefde van Christus de Heer voor zijn bruid de kerk”, moeten alle christelijke gezinnen zich spiegelen aan de heilige Familie, aan deze oorspronkelijke huiskerk. Want volgens het geheimenisvolle plan van God heeft de Zoon van God lange jaren verborgen geleefd in dat gezin; het is dus het oorspron­kelijke model en het voorbeeld voor alle christelijke gezinnen”. 

De heilige Jozef is door God geroepen om direct de persoon en de zending van Jezus te dienen door middel van de uitoefening van zijn vaderschap: juist zo werkt hij in de volheid van de tijd mee aan het grote mysterie van de verlossing en is hij werkelijk dienaar van het heil.

Zijn vaderschap heeft zich concreet uitgedrukt doordat hij zijn leven tot een dienst gemaakt heeft, opgeofferd heeft aan het mysterie van de menswording en aan de heilszending die daarmee ver­bonden is; doordat hij het wettelijk gezag over de heiligefamilie, dat hem toekwam, heft gebruikt om er een totale gave van zichzelf van zijn leven, van zijn werk van te maken; doordat hij zijn mense­lijke roeping tot de huiselijke liefde omgevormd heeft tot het boven­menselijke offer van zichzelf van zijn hart en van al zijn vermogens in de liefde welke hij ten dienst gesteld heeft van de Messias, die in zijn huis is opgegroeid”.

De liturgie zegt dat aan de heilige Jozef de taak is gegeven om als getrouwe dienaar te waken over het begin van het heilswerk en preciseert ook dat hij de goede en trouwe knecht is aan wie God zijn gezin heeft toevertrouwd om als een vader zorg te dragen voor zijn eniggeboren zoon.

Leo XIII benadrukt de verhevenheid van deze zending: ,,Hij steekt boven allen uit in zijn verheven waardigheid, want door god­delijke beschikking was hij de hoeder en, zoals de mensen dachten, de vader van de Zoon van God. Daaruit volgde dat het Woord van God onderdanig was aan Jozef hem gehoorzaamde en hem de eer en de eerbied betuigde die kinderen aan hun vader verschuldigd zijn”.

Daar het ondenkbaar is dat aan een zo verheven taak niet de kwa­liteiten zouden beantwoorden die nodig zijn om hem op passende wijze te vervullen, moet men aannemen dat Jozef voor Jezus ,,door een bijzondere gave uit de hemel heel de natuurlijke liefde, heel de liefderijke zorg had die het hart van een vader kan kennen”.

God heeft met het vaderlijk gezag over Jezus ook de daarmee overeenstemmende liefde aan Jozef gegeven, die liefde welke zijn bron heeft in de Vader “naar wie alle vaderschap in de hemel en op aarde genoemd wordt” (Ef. 3,15). De vaderlijke taak van Jozef je­gens Jezus wordt in de evangelies duidelijk aangegeven. Het heil dat over de mensheid van Jezus loopt, wordt inderdaad gereali­seerd in de bezigheden die binnen het gewone dagelijkse gezinsle­ven vallen, en respecteert de tegemoetkomendheid die inherent is aan het bestel van de menswording.

De evangelisten zijn er wel op bedacht aan te tonen dat in het le­ven van Jezus niets is overgelaten aan het toeval, maar alles ge­schied is volgens een plan dat God vooraf vastgesteld heeft. De vaak herhaalde formule: ,,Aldus is geschied, opdat in vervulling zou gaan (...)“en de verwijzing naar een tekst van het Oude Testa­ment bij de beschreven gebeurtenis hebben de bedoeling de een­heid en de continuïteit te onderstrepen van het plan dat in Christus verwerkelijkt wordt.

Met de menswording worden de beloften en de voorafbeeldin­gen van het Oude Testament werkelijkheid: plaatsen, personen, ge­beurtenissen en gebruiken grijpen in elkaar volgens nauwkeurige goddelijke verordeningen, die overgebracht worden door middel van de dienst van engelen en ontvangen worden door schepselen die bijzonder gevoelig zijn voor de stem van God.

Maria is de nederige dienstmaagd des Heren, die van eeuwigheid voorbestemd is voor de taak Moeder van God te zijn; Jozef is dege­ne die God uitgekozen heeft om ,, de geboorte van de Heer te rege­len”, degene die de taak heeft te zorgen voor de ordelijke in­passing van de Zoon van God in de wereld, met eerbiediging van de goddelijke beschikkingen en de menselijke wetten. Heel het zoge­naamde private of verborgen leven van Jezus is toevertrouwd aan zijn hoede.

Toen Jozef, gehoor gevend aan de verordeningen van de wetti­ge overheid, naar Bethlehem ging voor de volkstelling, vervulde hij ten opzichte van het kind de belangrijke en veelbetekenende taak om de naam Jezus, zoon van Jozef van Nazareth ( Job. 1,45) offi­cieel op te doen nemen in het bevolkingsregister van het keizer­rijk.

Deze inschrijving toont publiekelijk aan dat Jezus tot het mense­lijke geslacht behoort, mens is onder de mensen, burger van deze wereld, onderworpen aan de burgerlijke wetten en instellingen, maar ook redder van de wereld.

Origines beschrijft goed de theologische betekenis die dit histo­rische feit heeft en die allesbehalve bijkomstig is: ,, Dat de eerste volkstelling van de hele aarde plaatsvond onder Keizer Augustus en onder alle mensen ook Jozef zich liet inschrijven samen met Maria, zijn bruid, die zwanger was, en dat Jezus ter wereld kwam voordat de telling plaats had, lijkt voor wie aandachtig kijkt een soort mysterie uit te drukken. Ook Christus moest opgenomen wor­den in de telling van de hele aarde opdat Hij met allen ingeschreven allen zou heiligen en met heel de aarde opgenomen in de volkstelling aan heel de aarde de gemeenschap met Hem zou aanbieden, zodat Hij na deze inschrijving alle mensen in het boek van de leven­den zou schrijven en allen die in Hem zouden geloven, in de hemel opgetekend zouden worden met de heiligen van Hem aan wie de heerlijkheid en de heerschappij is in de eeuwen der eeuwen. Amen”. 

 

DE GEBOORTE IN BETLEHEM.

 

Als hoeder van het mysterie ,,dat van eeuwigheid verborgen was in God” en zich ,,in de volheid van de ti]d” begint te openbare voor zijn ogen, is Jozef in de nacht van Bethlehem samen met Maria de bevoorrechte getuige van de komst in de wereld van de Zoon van God. Lucas schrijft: ,,Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg” (Lu­cas 2,6-7).  Jozef was ooggetuige van deze geboorte, die plaats vond in men­selijk vernederende omstandigheden, een eerste teken van de ont­lediging (Fil. 2,5-8) waarin Christus vrijwillig toestemde voor de vergeving van de zonde. Hij was tevens getuige van de aanbid­ding van de herders, die op de plaats van de geboorte van Jezus ge­komen waren, nadat de engel hun grote vreugdevolle boodschap verkondigd had (Lucas 2,15-16); later was hij ook getuige van de huldebetuiging van de Wijzen, die uit het Oosten gekomen wa­ren (Mat. 2,11). 

 

DE BESNIJDENIS.

 

Daar de besnijdenis van de zoon de eerste godsdienstige plicht van de Vader is, oefent Jozef met deze rite ( Luc. 2,21) zijn recht en plicht uit ten opzichte van Jezus. Het beginsel dat alle riten van het Oude Testament schaduw zijn van de werkelijkheid ( Heb. 9, 9-10; 10,1), verklaart waarom Jezus ze aanvaardt. Zo­als de andere riten vindt ook de rite van de besnijdenis vervulling in Jezus. Het verbond van God met Abraham, waarvan de besnijdenis teken van was ( Gen. 17,13), bereikt in Jezus zijn volledige uit­werking en zijn volmaakte verwerkelijking, want Jezus is het ‘Ja’ op alle oude beloften ( 2 Kor. 1,20).

 

DE NAAMGEVING.

 

Bij gelegenheid van de besnijdenis geeft Jozef aan het kind de naam Jezus. Dit is de enige naam waarin men gered kan worden (Hand. 4,12). De betekenis ervan was aan Jozef geopenbaard op het moment van zijn aankondiging: ,, Gij moet Hem Jezus noe­men, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden” (Mat. 1, 2-1).

Door de naam te geven toont Jozef zijn eigen wettig vaderschap over Jezus en door de naam uit te spreken maakt hij diens zending als redder bekend.

 

DE OPDRACHT VAN JEZUS IN DE TEMPEL.

 

Deze rite, waarvan Lucas melding maakt (Luc. 2,22-24), sluit de vrijkoop van de eerstgeborene in en werpt licht op het latere achterblijven van de twaalfjarige Jezus in de tempel.  De vrijkoop van de eerstgeborenen is een andere vaderplicht die Jozef vervuld heeft. In de eerstgeborene was het verbondsvolk vertegenwoordigd, dat vrijgekocht was uit de slavernij om God toe te behoren. Gok in dit opzicht vervult Jezus, die de ware prijs is voorde vrijkoop (1 Kor. 6,20; 7,23; 1 Petr. 1,19) niet alleen de rite van het Oude Testament, maar overstijgt Hij deze tevens, daar Hij niet een subject is dat vrijgekocht moet worden maar de bewer­ker van de vrijkoop.

De evangelist merkt op dat ,, zijn vader en moeder verbaasd ston­den over wat van Hem gezegd werd” (Luc. 2,33) en vooral over wat Simeon zei die in zijn lofzang aan God Jezus aanduidde als ,, Het heil dat God bereid heeft voor alle volken” en als ,, een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor zijn volk Israël” en verder ook als teken dat weersproken wordt” ( Luc. 2,30-34).

   

DE VLUCHT NAAR EGYPTE.

 

Na de opdracht in de tempel merkt de evangelist Lucas op: Toen zij alle voorschriften van de Wet des Heren vervuld hadden, keerden zij naar Galilea, naar hun stad Nazareth terug. Het kind groeide op en nam toe in krachten; het werd vervuld van wijsheid en de genade Gods rustte op Hem” (Luc. 2,39-40).

Maar volgens de tekst van Mattheüs moet men voor deze terug­keer naar Galilea een zeer belangrijke gebeurtenis plaatsen, waar­voor de goddelijke Voorzienigheid zich wederom tot Jozef wendt. Wij lezen: ,, Na bet vertrek van de Wijzen, verscheen een en gel van de Heer in een droom aan Jozef en sprak: ‘Sta op, neem bet Kind en zi]n moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik u waarschuw, want Herodes komt het Kind zoeken om het te doden” (Mat.2,13).

Bij de komst van de Wijzen uit het oosten, had Herodes gehoord van de geboorte van de ,, koning der loden” (Mat. 2,2). En toen de Wijzen vertrokken waren, ,, zond hij zijn mannen uit en liet in Bethlehem en heel het gebied daarvan al de jongens vermoorden van twee jaar en jonger” (Mat. 2,16). Door zo alle te doden wilde hij die pas­geboren koning der Joden doden, van wie hij gehoord had tijdens het bezoek van de Wijzen aan zijn hof.  Na in een droom de waarschuwing vernomen te hebben stond Jo­zef op en ,, week in de nacht met het kind en zijn moeder naar Egyp­te uit. Daar bleef hij tot aan de dood van Herodes, opdat in vervul­ling zou gaan wat de Heer gesproken had door de profeet: Ik heb uw zoon geroepen uit Egypte” (Mat. 2,14-15;  Hos. 11,1).

Zo liep de weg van de terugkeer van Jezus uit Bethlehem naar Nazareth over Egypte. Zoals Israël de weg van de uittocht uit de slaver­nij was gegaan om het Oude Verbond aan te gaan, zo beschermt Jozef, de hoeder en medewerker van het door de goddelijke Voor­zienigheid bepaalde mysterie, ook in ballingschap Hem die het Nieuwe Verbond verwerkelijkt.

 

 

HET ACHTERBLIJVEN VAN JEZUS IN DE TEMPEL.

 

Vanaf het ogenblik van de aankondiging bevond Jozef zich samen met Maria in zekere zin binnen in het mysterie dat van eeu­wigheid verborgen was in Gods geest en het vlees aangenomen had: ,,Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Joh. 1,14). Hij woonde te midden van de mensen en het milieu waarin Hij woonde was de H. Familie van Nazareth, een van de vele gezinnen van die stad in Galilea, een van de vele gezinnen in het Land Israël. Daarin groeide Jezus op, nam Hij toe in krachten, werd Hij vervuld van wijsheid en rustte Gods genade op Hem (Luc.2,40).

De evangelies vatten de lange periode van het verborgen leven, waarin Jezus zich voorbereidt op zijn Messiaanse zending, in enke­le woorden samen. Er is slechts een moment dat aan die verborgen­heid onttrokken is en dat beschreven wordt door het evangelie van Lucas: het paasfeest in Jeruzalem, toen Jezus twaalfjaar oud was.

Samen met Maria en Jozef nam Jezus aan dat feest deel als jonge pelgrim. ,, Maar na afloop van die dagen bleef het kind Jezus, ter­wijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter, zonder dat zijn ouders het wisten” (Luc. 2,43). Na een dag bemerkten zij het en begonnen ze te zoeken ,, onderfamilieleden en bekenden ,, Pas na drie da­gen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij te midden van de leraren zat, naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. Allen die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoor­den” (Luc. 2,46-47).

Maria vraagt: ,,Kind, waarom hebt ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pi]n uw vader en ik naar u hebben gezocht” (Luc. 2,48). Het antwoord van Jezus was dusdanig dat de twee niet begrepen ,, wat Hij daarmee bedoelde ~‘. Hij zei: ,, Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat 1k in het huis van mijn Vader moest zijn?” (Luc. 2,49-50).

Jozef van wie Maria zojuist gezegd had ,, uw vader”, hoorde dit antwoord. Inderdaad dacht en zei men dat: Jezus ,, was, in de op vat­ting der mensen, de zoon van Jozef” (Luc. 3,23). Het antwoord van Jezus in de tempel moest niettemin in de geest van de voedsterva­der weer oproepen wat hij twaalfjaar eerder in een nacht gehoord had: ,, Jozef (...) wees niet bevreesd Maria, uw vrouw tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest”. Reeds van toen af wist hij dat hij hoeder was van het mysterie van God; de twaalfjarige Jezus riep precies dit mysterie op: ,, 1k moet in het huis van mijn Vader zijn

   

HET ONDERHOUD EN DE OPVOEDING VAN JEZUS IN

NAZARET.

 

Het toenemen van Jezus in ,,]aren, wijsheid en welgevallig­heid” (Luc. 2,52) geschiedde in het milieu van de heilige Fa­milie onder de ogen van Jozef, die de verheven taak had Jezus groot te brengen, ofwel te voeden, te kleden en te onderrichten in de Wet en in een ambacht, overeenkomstig de aan de vader toegewezen plichten.

In het eucharistisch offer eert de kerk vooral de gedachtenis van de roemrijke Maagd Maria, maar ook die van de heilige Jozef, omdat ,, hij Hem gevoed heeft die de gelovigen zouden nuttigen als Brood van eeuwig leven”.

Van zijn kant was Jezus ,,aan hen onderdanig” (Luc. 2,51) en beantwoordde Hij de zorg van zijn ouders met eerbied voor hen. Zo wilde Hij de plichten van het gezin en van het werk, dat Hij aan de zijde van Jozef verrichtte, heiligen.

 

 

Zoals Maria bleef Jozef in de loop van zijn leven, dat een pel­grimstocht in het geloof was, tot het einde toe trouw aan de roeping van God. Het leven van Maria was de vervulling tot op de bodem van het eerste fiat dat zij uitgesproken had bij de aankondiging. Zo­als reeds gezegd sprak Jozef op het ogenblik van zijn aankondiging geen woord: hij ,,deed” eenvoudig ,,zoals de en gel van de Heer hem bevolen had” (Mat. 1,24).

Dit eerste deed werd bet begin van de weg van Jozef. Langs deze weg hebben de evangelies geen enkel woord van hem opgetekend. Maar het zwijgen van Jozef is bijzonder welsprekend: dankzij dit zwijgen kan men volledig de waarheid aflezen die vervat is in het oordeel dat het evangelie over hem geeft: ,, rechtschapen” (Mat.

1,19).

Men moet deze waarheid weten af te lezen, want daarin ligt een van de belangrijkste getuigenissen over de man en over zijn roeping. In de loop van de generaties leest de kerk dat getuigenis steeds aandachtiger en bewuster af en haalt zij als het ware uit de schat van deze uitzonderlijke figuur ,, nieuw en oud” te voorschijn ( Mat. 13,52).

 

De rechtschapen man van Nazareth bezit vooral de duidelijke kenmerken van de echtgenoot. De evangelist spreekt over Maria als over ,, een maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette” (Luc. I ,27). Voordat ,, het mysterie dat van eeuwigheid verborgen was” (Ef. 3,9) vervuld begon te worden, tonen de evangelies ons het beeld van de echtgenoot en de echtgenote.

Volgens het gebruik van het Joodse volk werd het huwelijk in twee fasen gesloten: Eerst werd bet wettelijke huwelijk (een echt huwelijk) gesloten en pas na een bepaalde periode leidde de man de vrouw zijn huis binnen. Jozef was dus al de man van Maria, voordat hij met haar samenleefde; maar Maria bewaarde in haar hart het verlangen om zichzelf geheel en uitsluitend aan God te geven.

Men zou zich kunnen afvragen hoe dit verlangen viel te rijmen met het huwelijk. Het antwoord komt alleen uit het verloop van de heilsgebeurtenissen, dat wil zeggen uit het speciale handelen van God zelf.

Vanaf het ogenblik van de aankondiging weet Maria dat zij haar verlangen om zich als maagd exclusief en geheel aan God te geven moet verwezenlijk en juist door moeder van Gods Zoon te worden. Het moederschap door de heilige Geest is de vorm van gave die God zelf van de Maagd, de verloofde van Jozef, verwacht. Maria spreekt haar fiat uit.

Het feit van verloofde van Jozef te zijn ligt in Gods plan zelf op­gesloten. Dat geven beide aangehaalde evangelisten aan, maar in het bijzonder Mattheüs. De woorden die tot Jozef gesproken wor­den, zijn veelbetekenend: ,, Wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest” (Mat. 1,20). Zij verklaren het mysterie van de vrouw van Jozef:

Maria is maagd in haar moederschap. De Zoon van de Allerhoogste neemt in haar een menselijk lichaam aan en wordt de Mensen­zoon.

God, die zich tot Jozef richt met de woorden van de engel, richt zich tot hem als man van de Maagd van Nazareth. Wat in haar door de heilige Geest bewerkt is, betekent tegelijk een speciale bevesti­ging van de echtelijke band, die al eerder tussen Jozef en Maria bestond. De bode zegt duidelijk tot Jozef: ,,Wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen

Wat eerder geschied was — zijn huwelijk met Maria — was dus ge­schied krachtens Gods wil en moest derhalve nagekomen worden. Maria moet in haar goddelijk moederschap blijven leven als ,,een maagd, die de vrouw van een man is” ( Luc.1,27).

 

In de woorden van de nachtelijke aankondiging wordt Jozef niet alleen de goddelijke waarheid over de onuitsprekelijke roeping van zijn vrouw, maar hoort hij eveneens opnieuw de waarheid over zijn eigen roeping. Deze rechtschapen man, die de Maagd van Nazareth beminde in de geest van de meest edele tradities van het uitverkozen volk en met haar verbonden was in echtelijke liefde, wordt door God opnieuw tot deze liefde geroepen.

Jozef deed zoo/s de en gel van de Heem hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich “; het kind in haar schoot ,,is van de heilige Geest”. Moet men uit deze uitdrukkingen soms niet afleiden dat ook zijn liefde als echtgenoot herboren wordt uit de heilige Geest? Moet men soms niet denken dat de liefde van God, die in het men­selijk hart is uitgestort door de heilige Geest ( Rom. 5,5), op de meest volmaakte wijze gestalte geeft aan alle menselijke liefde? Zij geeft ook op wel heel bijzondere wijze gestalte aan de echtelij­ke liefde van de man en de vrouw en verdiept daarin alles wat men­selijk waardig en schoon is, wat de tekens draagt van de exclusieve overgave, van het verbond tussen personen en van de authentieke gemeenschap naar het voorbeeld van het mysterie van de Drie-eenheid.

,,Jozef(...) nam zijn vrouw tot zich. Toch had hij geen gemeen­schap met haar, totdat zij een zoon ter wereld bracht” (Mat. 1,24-25). Deze woorden wijzen op een ander elkaar nabij zijn dan de echtgenoten. De diepte daarvan, de geestelijke sterkte van de band en van het contact tussen personen — tussen man en vrouw — komen uiteindelijk van de Geest die het leven geeft ( Joh. 6,63).

Gehoorzaamheid aan de Geest hervond Jozef juist in Hem de bron van de liefde, van zijn liefde als echtgenoot, en deze liefde was groter dan de liefde die de rechtschapen man kon verwachten volgens de maat van zijn eigen menselijk hart.

 

In de liturgie wordt Maria gevierd als ,,met Jozef de recht­schapen man, verenigd door een band van echtelijke en maagdelij­ke liefde” (31). Het gaat inderdaad om twee liefdes, die tezamen het mysterie voorstellen van de kerk, maagd en bruid, die in het hu­welijk van Maria en Jozef haar symbool vindt.

De maagdelijkheid en het celibaat omwille van het Rijk Gods zijn niet alleen niet in tegenspraak met de waardigheid van het huwelijk, moor veronderstellen en bevestigen deze. Het huwelijk en de maagdelijkheid zijn de twee manieren waarop het ene mysterie van het verbond van God met zijn volk wordt uitgedrukt en be­leefd” (32), dat gemeenschap van liefde is tussen God en de mensen.

Door zichzelf geheel op te offeren drukt Jozef zijn edelmoedige liefde voor de Moeder van God uit en maakt hij van zichzelf een echtelijke gave aan haar. Hoewel hij besloten had zich terug te trekken om het ‘plan van God’, dat bezig was zich in haar te verwezen­lijken, niet te belemmeren, neemt hij haar op uitdrukkelijk bevel van de engel tot zich en eerbiedigt hij haar exclusief toebehoren aan God.

Anderzijds is het uit het huwelijk met Maria dat voor Jozef zijn bijzondere waardigheid en zijn rechten over Jezus afgeleid zijn. Het is zeker dot de waardigheid van Moeder van God zich zo hoog verheft dot niets meer verheven kan zijn; moor omdat er tussen de heilige Maagd en Jozef een huwelijk]k was gesloten, bestaat er geen twijfel aan dot geen onder de allerhoogste waardigheid, woordoor de Moeder van God ver boven alle schepselen verheven is, zozeer benaderde als hij.

Door het huwelijk]k de voornaamste vorm van samenleving en vriendschap is, waarmee van nature de gemeenschap van al het goede daarin samen gaat, vloeit eruit voort dot God, die Jozef als man aan de Maagd gegeven heeft, haar hem niet alleen als levens­gezel gegeven heeft, getuige van de maagdelijkheid en beschermer van de eerbaarheid, maar ook opdat hij door het huwelijksverbond deel zou hebben aan haar verheven grootheid”.

 

Het leven van de heilige Familie vormde zo’n liefdesband, eerst in de armoede van Bethlehem, daarna in de ballingschap in E­gypte en vervolgens in de ‘woning te Nazareth.’ De kerk omgeeft dit gezin met diepe verering en houdt het als voorbeeld voor alle ge­zinnen. De Familie van Nazareth, die direct is opgenomen in het mysterie van de menswording, vormt zelf een speciaal mysterie. En zoals in de menswording hoort tot dit mysterie tegelijk het echte vaderschap: de menselijke vorm van het gezin van de Zoon van God — een echt menselijk gezin, waaraan het goddelijke mysterie gestalte gegeven heeft. In dat gezin is Jozef de vader.

Zijn vaderschap is geen vaderschap dat gevolg is van de voort­brenging. Toch is het niet schijnbaar of alleen plaatsvervangend, maar bezit het de voile echtheid van het menselijk vaderschap, van de vaderlijke taak in het gezin.

Er ligt een gevolg in van de hypostatische vereniging: mensheid die opgenomen is in de eenheid van de goddelijke Persoon van het Woord dat de Zoon is, Jezus Christus.

Samen met de mensheid is in Christus ook alles opgenomen wat menselijk is en in het bijzonder het gezin, als eerste ruimte van zijn aards bestaan. In dit kader is ook het menselijk vaderschap van Jozef opgenomen. Op grond van dit beginsel krijgen de woorden die Maria in de tempel tot de twaalfjarige Jezus heeft gericht, hun juis­te betekenis: ,, Uw vader en ik hebben naar U gezocht”.

Dit is geen conventionele frase: de woorden van de Moeder van Jezus duiden heel de werkelijkheid van de menswording aan, die tot het mysterie van de Familie van Nazareth behoort. Jozef, die van het begin af, uit geloofsgehoorzaamheid zijn menselijk vaderschap ten opzichte van Jezus heeft aanvaard en het licht van de heilige Geest gevolgd heeft dat door het geloof aan de mens geschonken wordt, ontdekte zeker steeds meer de onuitsprekelijke gave van zijn vaderschap.

 

 

Het werk is de dagelijkse uitdrukking van de liefde in het le­ven van de Familie van Nazareth. De tekst van het evangelie geeft precies aan met welk soort werk Jozef trachtte het onderhoud van het gezin te verzekeren: met het werk van timmerman.

Dat simpele woord dekt heel de tijdspanne van het leven, waar­over de evangelist spreekt na de episode die in de tempel voorge­vallen is: ,,Hij ging met hen mee naar Nazareth en was aan hen on­derdanig” (Luc. 2,51).

Deze onderdanigheid, d.w.z. de gehoorzaamheid van Jezus in bet huis van Nazareth, wordt ook bedoeld als deelname aan het werk van Jozef. Hij die de zoon van de timmerman werd genoemd; had van zijn voedstervader het ambacht geleerd.

Als de familie van Nazareth het voorbeeld en bet model is voor de menselijke gezinnen in de orde van het heil en de heiligheid, dan is dit op analoge wijze ook het werk van Jezus aan de zijde van de tim­merman Jozef. De kerk heeft dit in onze tijd ook duidelijk gemaakt door de liturgische gedachtenis van de heilige Jozef, arbeider, die op 1 mei geplaatst is.

De menselijke arbeid en in het bijzonder het handwerk, vinden in het evangelie speciale nadruk. Samen met de mensheid van de Zoon van God is het opgenomen in het mysterie van de menswor­ding, zoals het ook op bijzondere wijze verlost is. Dank zij zijn werkbank, waaraan hij samen met Jezus zijn ambacht uitoefende, heeft Jozef de menselijke arbeid dichter bij het mysterie van de ver­lossing gebracht.

 

In de menselijke groei van Jezus ,,in wijsheid, ]aren en wel­gevalligheid” had de deugd van arbeidzaamheid een belangrijk aandeel, want ,, het werk is een goed voor de mens”; het ,, vormt de natuur om” en maakt de mens ,,in zekere zin meer mens”. Het belang van de arbeid in het leven van de mens eist dat men er de inhoud van kent en in zich opneemt, ,,teneinde al/c mensen te helpen om daardoor dichter bi] God, de Schepper en Verlosser, te komen, mee te werken aan zijn heilsplan voor de mens en de wereld en de vriendschap met Christus in hun leven te verdiepen en door levendig geloof deel te nemen aan zijn drievoudige zending (is priester, profeet en koning”.

 

Het gaat uiteindelijk om de heiligheid van het dagelijkse le­ven, welke ieder volgens zijn eigen staat moet verwerven en die bevorderd kan worden volgens een model dat voor allen toeganke­lijk is: ,, Sint Jozef is het model van de nederigen, die door het chris­tendom verheven worden tot grote bestemmingen; (...) Sint Jozef is het bewijs dat er geen grote dingen nodig zijn om goede en waar­achtige volgelingen van Christus te zijn, doch alleen gewone, menselijke, eenvoudige, moor echte en authentieke deugden vereist worden”.

 

 

Gok over het werk van de timmerman in het huis van Naza­reth ligt dezelfde sfeer van stilzwijgen waarmee alles gepaard gaat wat op de figuur van Jozef betrekking heeft. Het is echter een stil­zwijgen dat op bijzondere wijze de innerlijke werkelijkheid van deze figuur openbaart.

De evangelies spreken allen over wat Jozef ,,deed”; toch stellen zij in staat in zijn doen, dat met stilzwijgen omgeven is, een sfeer van diepe contemplatie te ontdekken. Jozef stond dagelijks in con­tact met het mysterie ,,dat van eeuwigheid verborgen was en was komen won en” onder het dak van zijn huis.Dit verklaart bij voorbeeld dat de heilige Teresia van Jezus, de grote hervormster van de contemplatieve Karmel, een ijveraarster werd voor de vernieuwing van de verering van sint Jozef in de wes­terse christenheid.

 

De passende grond voor het volledige offer dat Jozef van heel zijn leven gemaakt heeft terwille van de aanspraken van de komst van de Messias in zijn eigen huis, vindt men ,, in zijn onpeilbaar in­nerlijk leven, waaruit voor hem zeer uitzonderlijke opdrachten en vertroostingen voortkomen en de logica voortvloeit en de kracht, die eigen is aan eenvoudige en zuivere zielen, voor grote beslissing, zoals die om onmiddellijk zijn vrijheid, zijn wettelijke men­selijke roeping, zijn echtelijke geluk ter beschikking te stellen van de goddelijke plannen en de staat, de verantwoordelijkheid en de last van het gezin te aanvaarden en afstond te doen van de natuur­lijke echtelijke liefde ten behoeve van een onvergetelijke maar godde­lijke liefde, die het innerlijke leven fundeert en voedt”.

De onderwerping aan God, welke de promptheid van de wil is in de toewijding aan de zaken welke zijn dienst betreffen, is niets an­ders dan de beoefening van de godsvrucht, die een van de uitingen van de deugd van godsdienst vormt.

 

De levensgemeenschap van Jozef en Jezus voert ons nog tot de overweging van het mysterie van de menswording juist onder het opzicht van de mensheid van Jezus, welke het doeltreffende werktuig van God is voor de heiliging van de mensen: ,,De mense­lijke daden van Christus waren uit kracht van zijn godheid heil­zaam voor ons en oorzaak van genode in ons, zowel om reden van de verdienste als door en zekere doeltreffendheid”.

Onder deze daden geven de evangelisten bijzondere betekenis aan de daden die het paasmysterie betreffen, maar zij laten niet na de betekenis te benadrukken van het fysieke contact met Jezus met het oog op genezing ( bij voorbeeld Mar. 1,41) en de invloed die Hij uitgeoefend heeft op Johannes de Doper toen beide nog in de moederschoot waren ( Luc. 1,41-44).

Zoals men heeft gezien, heeft het apostolische getuigenis de ver­halen over de geboorte van Jezus, de besnijdenis, de opdracht in de tempel, de vlucht naar Egypte en het verborgen leven in Nazareth niet veronachtzaamd, vanwege het mysterie der genade dat vervat is in die handelingen, die alle heilshandelingen zijn, omdat zij de­len in dezelfde bron van liefde: de godheid van Christus.

Als deze liefde door middel van de mensheid van Christus uit­straalde over alle mensen, profiteerden daarvan zeker op de eerste plaats degenen die de goddelijke wil geplaatst had in de meest ver­trouwelijke relatie met Hem: Maria, zijn moeder, en Jozef, zijn voedstervader.

Hoe zou men kunnen doordringen in de diepte van de geheel uit­zonderlijke relatie tussen Jozef en Jezus, daar de vaderlijke liefde van Jozef wel invloed moest uitoefenen op de kinderlijke liefde van Jezus en omgekeerd de kinderlijke liefde van Jezus wel invloed moest uitoefenen op de vaderlijke liefde van Jozef?

De zielen die het meest gevoelig zijn voor de aandrang van de goddelijke liefde, zien terecht in Jozef een lichtend voorbeeld voor het innerlijk leven. In hem wordt bovendien op ideale wijze de schijnbare spanning overwonnen tussen het actieve en contempla­tieve leven, wat mogelijk is voor wie de volmaakte liefde bezit.

Het bekende onderscheid volgend tussen de liefde voor de waar­heid (caritas veritas) en de eisen van de liefde (necessitas caritas), kan men zeggen dat Jozef zowel de liefde voor de waarheid heeft gekend, de zuivere liefde dus voor de beschouwing van de goddelijke Waarheid die afstraalde van de mensheid van Christus, als de eisen van de liefde, de eveneens zuivere liefde dus van de dienst die vereist werd door de bescherming en de ontwikkeling van die mensheid.

 

Pius IX, die de kerk in voor haar moeilijke tijden heeft wil­len toevertrouwen aan de bijzondere bescherming van de heilige patriarch Jozef, heeft hem tot patroon van de katholieke kerk uitge­roepen. De paus wist dat hij geen gezocht gebaar maakte, want vanwege de verheven waardigheid die God verleend heeft aan deze zeer trouwe dienaar, ,, heeft de kerk de heilige Jozef, na de heilige Maagd, zijn bruid, altijd hoog in ere gehouden en overladen met lof en heeft zij/ bij voorkeur tot hem haar toevlucht genomen in de benauwenissen”.

Wat zijn de motieven voor zoveel vertrouwen? Leo XII! zet het als volgt uiteen: ,,De redenen waarom de heilige Jozef a/s de bij­zondere patroon van de kerk beschouwd moet worden en de kerk op haar beurt veel moet verhopen van zijn bescherming en begunsti­ging, vloeien voornamelijk voort uit het feit dot hij de man van Ma­ria en de voedstervader van Jezus was (...). Jozef was in zijn ti]d de werkelijke en natuurlijke hoeder, het hoofd en de beschermer van de goddelijke Familie (...). De heilige Jozef verdient dus en is in de hoogste mate woord dot hij op de wijze waarop hij eens in alle om­standigheden op deugdzame wijze het gezin van Nazareth placht te beschermen, nu met zijn hemelse bescherming de Kerk van Chris­tus beschut en verdedigt”.

 

Deze bescherming moet nog steeds ingeroepen worden en is altijd nog noodzakelijk voor de kerk, niet alleen om haar te verde­digen tegen de gevaren die oprijzen maar ook en vooral om haar te steunen in haar vernieuwde inzet voor de evangelisatie in de wereld en voor de nieuwe evangelisatie in die ,,landen en noties waan de godsdienst en het christelijke leven eens zeer boeiend waren” en die ,,nu waarop de proef gesteld worden” zoals ik geschreven heb in de apostolische exhortatie Christifideles laici.

Om de boodschap van Christus voor het eerst te verkondigen of opnieuw te brengen waar zij verwaarloosd of vergeten wordt heeft de kerk een bijzondere ,,kracht uit den hoge” ( Luc; 24,49; Hand. 1,8) nodig, die zeker een gave van de Geest van de Heer is, maar niet los staat van de voorspraak en het voorbeeld van zijn hei­ligen

 

De kerk vertrouwt niet alleen op de zekere bescherming van Jozef, maar ook op zijn voortreffelijk voorbeeld dat de afzonderlij­ke levensstaten overstijgt en voorbehouden wordt aan heel de christengemeenschap, welke ook de conditie en de taken van iede­re gelovige daarin zijn.

Zoals gezegd is de constitutie van bet Tweede Vaticaans Conci­lie over de goddelijke openbaring, moet de fundamentele houding van de gehele kerk een houding zijn van ,,het beluisteren van het woord van God met heilige eerbied”, ofwel van de absolute bereidheid om trouw de in Jezus geopenbaarde heilswil van God te dienen. Reeds aan het begin van de menselijke verlossing vinden wij het model van de gehoorzaamheid na Maria juist in Jozef beli­chaamd die zich onderscheidt door de trouwe uitvoering van Gods geboden.

Paulus VI heeft uitgenodigd de bescherming van de heilige Jozef in te roepen ,,zoals de kerk in de laatste ti]d pleegt te doen, uiter­aard vooral in verband met een spontane theologische reflectie over de samenhang tussen goddelijk en menselijk handelen in het grote bestel van de verlossing. Het eerste, het goddelijk handelen, is daarin op zich geheel toereikend, moor het tweede, het menselijk handelen, ons handelen, is nooit vrijgesteld van een nederige, moor voorwaardelijke en veredelende medewerking, ofschoon het op zich niets vermag ( Joh. 15,5). De kerk roept hem bovendien aan a/s beschermer van wege een diep en zeer actueel verlangen om haar aardse bestaan te tooien met de echte evangelische deugden, waarin sint Jozef uitblonk”.

 

De kerk zet deze behoeften om in gebed. Indachtig dat God aan de heilige Jozef de taak heeft toevertrouwd om als trouwe die­naar te waken over het begin van het heilswerk, vraagt zij Hem haar te verlenen dat zij trouw meewerkt aan het heilswerk, dat zij dezelf­de trouw en zuiverheid van hart bezit waardoor Jozef gedreven werd bij het dienen van het mensgeworden Woord, en dat zij altijd voor zijn aanschijn voortgaat op de weg van gerechtigheid en hei­ligheid naar het voorbeeld en op voorspraak van de heilige Jozef.

Reeds honderd jaar geleden spoorde paus Leo XIII de katholieke wereld aan te bidden om de bescherming te verkrijgen van de heili­ge Jozef, patroon van de gehele kerk. De encycliek Quamquam plu­ries deed een beroep op de ,, vaderlijke liefde” die Jozef ,, het kind Jezus toedroeg” en beval hem, ,, zorgzame hoeder van de goddelij­ke Familie“, ,, de kostbare erfenis “aan, ,,die Jezus Christus met zijn bloed heeft verworven.  Sindsdien roept de kerk de bescherming van sint Jozef in, zoals ik in het begin heb opgemerkt, ,, omwille van de heilige liefdes­band, woordoor hij nauw verenigd was met de onbevlekte Maagd en Moeder van God”, en beveelt zij hem al haar zorgen aan, ook vanwege de dreigingen die boven de mensenfamilie hangen. Ook nu nog hebben wij talrijke redenen om op dezelfde wijze te bidden:

,,Verwijder van ons, o allerbeminnelijkste vader, deze plaag van dwaling en bederf (...) Sta ons van uit de hemel goedgunstig bi] in deze strijd tegen de machten van de duisternis (...). En zoals gij eens het bedreigde leven van het kind Jezus van de dood gered hebt, verdedig zo na de heilige kerk van God tegen vijandelijke hinderla­gen en al/c tegenspoed”. Ook nu nog hebben wij voortdurend redenen om alle mensen aan te bevelen aan de heilige Jozef.

 

Ik hoop vurig dat deze herinnering aan de persoon van Jozef ook in ons mag vernieuwen wat benadrukt wordt in het gebed dat mijn voorganger een eeuw geleden aanbevolen heeft tot hem te richten. Want het is zeker dat dit gebed en de figuur zelf van Jozef nieuwe actualiteit krijgen voor de kerk in onze tijd, in verband met het nieuwe christelijke millennium.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft allen weer gevoelig ge­maakt voor Gods grote daden, voor het heilsbestel, waarvan Jozef de bijzondere dienaar was. Door ons dus aan te bevelen aan de be­scherming van hem aan wie God zelf ,, de hoede van zijn kostbaar­ste en grootste schatten heeft toevertrouwd”, leren wij tegelijk van hem het heilsbestel te dienen.

Moge de heilige Jozef voor allen een uitzonderlijke meester wor­den in het dienen van de heilszending van Christus, wat in de kerk een taak is voor ieder en voor allen: voor echtparen en voor ouders, voor hen die leven van het werk van hun handen of welk ander werk ook, voor degenen die tot het contemplatieve leven geroepen zijn zowel als voor hem die tot het apostolaat geroepen zijn.

De rechtschapen man, die in zich heel de erfenis van het Oude Verbond droeg, is ook binnengeleid in het begin van het nieuwe en eeuwige Verbond in Jezus Christus. Moge hij ons de wegen van dit verbond van het heil wijzen op de drempel van het volgende millennium, waarin de volheid van de tijd, die bij het onuitsprekelijke mysterie van de menswording van het Woord hoort, moet voortdu­ren en zich verder ontwikkelen.Moge sint Jozef voor de kerk en voor de wereld en ook voor ieder van ons de zegen van de Vader, de Zoon en de heilige Geest verkrijgen.

 

Gegeven te Rome, bij sint Petrus, op 15 augustus, hoogfeest van Maria Tenhemelopneming, van het jaar 1989, het elfde van mijn pontificaat.

   

JOANNES PAULUS PP.II

 met dank aan Johanna van de Katholieke site “Heavenly Solutions”, die zo vriendelijk was ons deze tekst op te sturen.

 

Midi "Quiet Evening2" is
used with permission 
and is copyright © 2001 
Bruce DeBoer

 


Home - Magazine - Inleiding(proloog) - Meditatiefjes - Artikels - Gedichten - Gebruik - Galerijen - Shivviti - Innerquest - Kabbala - Sonja - Salon - Album -Agenda - Vraag & Antwoord - Gastenboek - Links - Monasterium

contact webmaster

Op zoek naar een bepaald woord of onderwerp op InnerLife? Zoek hier met ons zoekformulier!

Datum waarop deze pagina voor het laatst is bijgewerkt : 07-Dec-2001

AUTEURSRECHTEN: VOORAFGAAND TOESTEMMING VRAGEN PER E-MAIL IS VEREIST! De foto’s die op deze site zijn gebruikt mogen alleen worden overgenomen en weergegeven met vermelding van de auteur (Stefaan Loncke/Sonja Ulrick) ernaast, en een link naar deze site. Foto’s blijven eigendom van de auteur. ER MAG NIETS WORDEN OVERGENEMEN VOOR GEBRUIK IN COMMERCIELE WEBSITES OF VOOR ANDERE COMMERCIELE DOELEINDEN.

DEZE WEBSITE IS NIET COMMERCIEEL.

ASK PERMISSION TO USE ITEMS AND TEXT VIA E-MAIL!!The photos of this site may only be used when the name of the author (Stefaan Loncke/Sonja Ulrick) is mentioned and a link is established to this site. The photos remain the property of the author. NOTHING OF THE MATERIAL, WHICH IS PUBLISHED ON THIS SITE MAY BE USED ON COMMERCIAL WEBSITES OR FOR OTHER COMMERCIAL PURPOSES.

THIS IS NOT A COMMERCIAL WEBSITE.