|

Dat het toch moeilijk wordt nog kandidaten te vinden
voor parochieploeg of kerkfabriek, voor catechese of kerkpoets.
Ongetwijfeld kun je die verzuchting op vele plaatsen horen. Enerzijds is
de kerkpraktijk drastisch gedaald, anderzijds is het
vrijwilligerslandschap sterk gewijzigd.
Toch spreekt onderzoek van socioloog Marc Hooghe
tegen dat het vrijwilligerswerk in parochies in Vlaanderen sterk achteruit
zou gaan. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie en door het vergrijzende
priesterbestand gingen net meer leken zich vrijwillig inzetten voor de
Kerk. Vandaag staat de teller op 123.431, oftewel al enkele jaren min of
meer stabiel op drie procent van de bevolking (tegenover twintig procent
vrijwilligers in het algemeen). Vrijwilligers in katholieke verenigingen
zoals KVLV of Okra zijn daar niet bij gerekend.
Weliswaar zetten hedendaagse vrijwilligers zich
anders in dan vroeger. Bij de levensstijl van vandaag passen korte
opdrachten en afgelijnde taken. Vrijwilligers willen weten waar ze aan
beginnen en een concreet doel voor ogen hebben. Nog altijd zijn velen
bereid zich ten volle in te zetten, maar ze haken af als ze aan hun lot
worden overgelaten of niet het gevoel hebben zich echt te kunnen
ontplooien.
Het wordt al duidelijk: vrijwilligers werven en
blijvend motiveren, gebeurt niet langer vanzelf. Onze parochies zijn
dringend toe aan het ontwikkelen en toepassen van een heus
vrijwilligersbeleid, waarbij niet enkel de noden van de parochie zelf
vooropstaan, maar ook die van de vrijwilligers als een waarde op zich
worden beschouwd.
|
|
Jan Lagae, federatiepastoor in
Londerzeel, maakte enkele jaren geleden deel uit van een tijdelijke
Werkgroep Vrijwilligers in het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen.
In een eindrapport noteerde de werkgroep: „Cruciaal is een
andere vorm van leiderschap en het ruimte maken voor vrijwilligers die
creatief en vrij aan de slag mogen gaan, terwijl ze ondersteund,
gewaardeerd en gefaciliteerd worden door de pastoraal benoemden.”
Aan dat soort leiderschap geeft Lagae in zijn parochies alvast
gestalte. Met vrucht, want in Meise bijvoorbeeld telt hij wel 110
vrijwilligers. „Vroeger was het kerkelijke vrijwilligerswerk niet meer
dan een soort verlengstuk van wat de priester deed”, legt hij uit.
„Leken waren uitvoerders. Sinds Vaticanum II begrijpen we dat gelovigen
zelf ook meer zicht krijgen op het evangelie via hun belangeloze inzet. We
evolueerden naar een volgende fase, waarbij vrijwilligers gewaardeerd
worden om hun competenties en mogen meedenken.”
Lagae is echter de eerste om toe te geven dat het nog veel beter
kan. „In veel parochies gaat het beleid ten opzichte van vrijwilligers
nog niet veel verder dan het maken van correcte afspraken, onder meer wat
betreft verzekeringen en vergoedingen. Dat wordt meestal in de bisdommen
geregeld door de financiële diensten.” „Mensen waarderen houdt ook
in: afspraken maken omtrent duur en engagement, zodat niemand er een
schuldgevoel aan overhoudt wanneer hij zijn taak na verloop van tijd
teruggeeft.
Begeleiding en vorming zijn belangrijk, omdat die maken dat de
vrijwilliger zich meer en meer thuis voelt in de taak die hem is
toevertrouwd. Voorts moeten we meer het gesprek aangaan, vanaf het moment
dat we iemand uitnodigen een bepaalde taak op zich te nemen, over
tussentijdse gesprekken tot het ‘bedankgesprek’ bij het beëindigen
van een opdracht.
Ook een beperkte inzet moeten we voldoende waarderen.” Eens per
jaar houdt Lagae een parochiaal bemoedigingsfeest voor de vrijwilligers,
een gemeenschapsopbouwend moment. „Het kerkelijke vrijwilligerswerk is
een diamant met veel facetten. Iedereen doen schitteren is de kunst. Zo
krijg je evangelisch geïnspireerde mensen.”
Lieve Wouters in K&L 11 mei 2011
|