What’s in a name?

Eind juni ging ik in de
straat waar ik woon huis aan huis met lotjes voor de tombola van de
parochiefeesten. Een vrouw kocht er twee en wenste ons toe dat de
parochiefeesten onder een stralende zon zouden plaatsvinden, temeer omdat zij
die dag ook een feest organiseerde: het lentefeest van haar dochter. Voor mij
was dit een fijne ervaring: deze vrouw, die
klaarblijkelijk niet godgelovig is, steunt toch de Parochiefeesten en
wenst ons een mooie dag! Het is
inderdaad fijn wanneer mensen elkaars (levensbeschouwelijke) keuzes waarderen en
respecteren. Deze houding vertrekt vanuit de erkenning van het verschil. Dit is
een cruciaal gegeven. De Bijbel vertelt
ons immers dat wij God niet ontmoeten in het streven naar een universeel beeld
van de mens, maar dat wij enkel in particuliere
mensen -die van elkaar verschillen- God op het spoor kunnen komen. In de mens
die anders is, komt God in onze wereld tot leven.
Meer nog: de mens wordt
slechts mens bij de gratie van het verschil dat hem oproept en uitdaagt om de
ander in zijn anders-zijn te bevestigen, dat hem oproept en uitdaagt om zichzelf
voortdurend in vraag te stellen en te herdefiniëren, dat hem -kortom- oproept
en uitdaagt om ten volle mens te worden. Met de ontkenning van het verschil komt
dus meteen ook een einde aan de dynamiek van de humanisering. Verschillen moeten
niet uitgevlakt worden, wij moeten
er gewoon mee leren omgaan.
Omgaan met diversiteit, met
verschil is een houding die uitgaat
van eerlijkheid en respect.
Deze houding is fundamenteel
omdat onze eigenheid (wie of wat wij zelf zijn)
oplicht in de confrontatie of de ontmoeting met het of de ander(e).
In de ontmoeting
komen wij niet alleen op het spoor van wat gemeenschappelijk
is. Wij ervaren ook meteen wat waardevol is in onze
eigen levensvisie, in de eigen
geloofstraditie en wij worden
aangezet om die scherper te stellen. Kijkend naar de ander leren wij immers
onszelf kennen.
Ten slotte merken wij ook wat
de moeite waard is in de visie van de ander
(waarvan wij dus kunnen leren).
Deze houding gaat in tegen
relativisme. Zij verschuilt zich niet achter
‘ieder zijn waarheid’. Indien
alles even waar/waardevol zou zijn, dan is immers
niets meer waar/waardevol. Zij gaat er ook niet van uit dat ‘alles toch
ongeveer hetzelfde is’, dat het slechts een kwestie is van hoe je het benoemt.
What’s in a name?
Zij roept op tot het
affirmeren van de eigen geloofsovertuiging,
ook omdat enkel daardoor de verscheidenheid gestalte krijgt. Kortom: wie
zelf niet duidelijk weet waar hij voor staat en wie dat niet kan duidelijk maken
aan de ander, kan onmogelijk een zinvolle ontmoeting aangaan.
De vriendelijke vrouw die
lotjes kocht, weet waar ik voor sta: ik ben een lid van de parochiegemeenschap
van Malderen, een christen, een katholiek. Ik ervaar dat zij dat niet is: zij
maakt een levensbeschouwelijke keuze die niet op godsdienstig geloof
is gegrondvest. Het verschil is duidelijk en het opent perspectieven voor een
zinvolle en leerrijke ontmoeting.
Weten waar je voor staat…
uitkomen voor wat je bent: doen wij dat?
Een paar voorbeelden…
“Aanbidden de meeste
godsdiensten niet dezelfde God”, zo hoor je soms.
“Is het niet enkel een kwestie
van naamgeving?”
“Een lentefeest en een vormsel: is dat niet ongeveer hetzelfde? Het
gaat in beide gevallen toch over het ‘groter worden’ van jongeren?”
“En waarin verschilt een katholieke school nu eigenlijk van een
andere? Is dat allemaal niet ongeveer gelijk?”
Dergelijke reacties hollen
onze eigen identiteit uit. Je merkt dat dan ook in de acties die ondernomen
worden. Organisaties, scholen en verenigingen laten in hun naam de ‘K’ van
katholiek wegvallen. Want die ‘K’ staat volgens hen voor een gesloten
gedachtegoed; zij verwijst naar een gebrek aan openheid. Katholieke hogescholen
krijgen dan namen als ‘Artevelde’ of ‘Karel de Grote . Een te
expliciete verwijzing naar
het katholieke aspect zou immers minder studenten kunnen aantrekken.
De cursus ‘godsdienst’
verdwijnt uit het programma, want men wil studenten niet indoctrineren…
In katholieke ziekenhuizen
spreekt men liever niet meer van ‘pastoraal’ waarbij een katholieke
ziekenhuispastor betrokken is. ‘Spiritualiteit’ klinkt meer uitnodigend en
schrikt minder mensen af.
“De drijfkracht die een (katholieke) organisatie doet functioneren kan
niet langer de motivatie zijn verbonden met de erfenis van een (katholieke)
traditie en met roeping. De motivatie moet van elders komen: van het streven
naar een of andere vorm van ‘winst’, bijvoorbeeld het succes in een of ander
opzicht in vergelijking met de concurrenten”, schrijft Herman De Dijn in
Tertio nr. 599.
Meer leerlingen of studenten,
meer patiënten die een gesprek aanvragen, meer mensen in de kerk/gebedsruimte.
Katholieke kerken en kapellen
worden plots ‘gebedshuizen’ genoemd, om aan te tonen dat iedereen er welkom
is.
En waarom zouden wij in die
‘gebedshuizen’ nog eucharistie vieren en de Bijbel lezen? Al die
onverstaanbare rituelen en onbegrijpelijke teksten jagen de mensen immers weg.
‘Katholiek’ wordt al
langer dan vandaag graag vervangen door ‘christelijk’ en in de feiten steeds
meer en meer door ‘humaan’…
Alles en iedereen krijgt
dezelfde grijze kleur. Het verschil vervaagt en daarmee ook onze eigen
identiteit.
Wat is er echter mis met het
begrip ‘katholiek’? Een katholiek is (ook) een christen en deelt samen met
vele anderen ook humane waarden. Is dat een probleem? Getuigt het van een vorm
van uitsluiting dat een katholiek zijn christen-zijn anders invult dan
bijvoorbeeld een protestant? Is het een probleem dat
hij humane waarden als gelovige beleeft? Is dat respectloos ten opzichte
van een niet-gelovige?
Het wordt de hoogste tijd dat
wij (opnieuw) durven tonen wie wij zijn, zo niet laten wij onze naam en onze
identiteit achter in de handen van anderen. Is ‘katholiek’ in de ogen van
velen synoniem voor reactionair en onverdraagzaam? Wordt het gelinkt met
kindermisbruik? Dan moet onze reactie niet zijn dat wij onszelf een andere naam
geven, maar dat wij die naam ‘katholiek’ weer positief invullen in ons eigen
midden; dat wij weer echt op zoek gaan naar de oorspronkelijke, inspirerende
betekenis. Katholieke scholen,
ziekenhuizen, organisaties, parochies etc. zijn geen instellingen enkel en
alleen van en voor katholieken. Zij staan open voor iedereen: voor elke leerling
of student, voor elke zieke, voor elke man of vrouw, voor klein en groot, voor
gelovigen, anders-gelovigen en ongelovigen. Iedereen is welkom op de
parochiefeesten en in onze kerk: wij wachten hen op met open armen. Wij
verwachten echter niet dat elke leerling of student, elke zieke, elk deelnemer
aan een activiteit van een vereniging ook onze geloofsovertuiging deelt. Wij
zelf mogen die overtuiging echter niet loslaten: zij is immers de grond van ons
bestaan, onze identiteit waarmee wij de ander tegemoet treden vanuit een open
houding die echte ontmoeting mogelijk maakt.
Ik heb het moeilijk met het
feit dat sommige van onze katholieke (hoge)scholen en organisaties uitdrukkelijk
meedeinen op de stroom van het huidige, neoliberale
gedachtegoed en de eigen visie op mens en wereld laten ondersneeuwen.
Dat is in strijd met onze
opdracht.
Ook al lijkt het soms vechten
tegen de bierkaai, het blijft uitermate belangrijk dat onze katholieke scholen
en organisaties, onze gemeenschappen vanuit
hun eigen inspiratie het voortouw nemen in een kritische benadering van het
mens- en maatschappijbeeld van deze tijd en dit met een grote openheid voor al
wie of wat ander is.
Ik hoop uit de grond van mijn
hart dat onze kerk(gemeenschap) zichzelf niet opheft doordat zij niet langer
durft te tonen waarvoor zij staat. De
ontelbare katholieken die eeuwenlang actief waren (en zijn!) in onderwijs,
ziekenzorg, sociale bewegingen, Derde Wereldorganisaties, buurtwerking,
liturgie, pastoraal enzovoort enzovoort zouden het niet begrijpen.
Terecht.
Hein Van Renterghem, Malderen
|