Deze spoedcursus is geschreven voor wie van Fysica Vandaag 3.1 naar Fysica Vandaag 4.2 overschakelt. Dit zijn de leerlingen die geen wetenschappen volgen maar wel in een A-richting zitten.
Elke uitwendige oorzaak die de vorm of de bewegingstoestand van een voorwerp kan veranderen, noem je kracht.
Een kracht is dus slechts waar te nemen door haar uitwerkingen:
Enkele voorbeelden van uitwerkingen van krachten, bedenk zelf over welke kracht het gaat:
En welke kracht kunnen we hier aan het werk zien?
Een kracht is een vectoriële grootheid, dat wil zeggen dat een kracht niet enkel wordt bepaald door haar grootte. De elementen zijn:
We kunnen dit dan ook met een pijl voorstellen. Deze pijl lijkt erg sterk op geörienteerde lijnstukken uit de wiskunde. Het enige verschil is dat een kracht het vierde element aangrijpingspunt heeft en natuurlijk een begrip is uit de fysica en niet uit de wiskunde.

In het voorbeeld werken twee krachten op een paal. Beschouwen we even de kracht uitgeoefend door de rode tractor. Deze wordt getoond met de rode pijl.
Krachten drukken we uit in Newton:

Dus:

Definitie: Een voorwerp dat niet ondersteund wordt, valt onder invloed van de aantrekking van de aarde. We zeggen dat de aarde op het voorwerp een kracht uitoefent. Deze kracht noemen we de zwaartekracht. We stellen haar voor door:

Met behulp van een eenvoudige proef kunnen we aantonen dat de grootte van de zwaartekracht recht evenredig is met de grootte van de massa waarop de zwaartekracht werkt. Hieruit volgt:

Hierin:
In bovenstaande kon je zien dat we een kracht soms met pijl en soms zonder pijl schrijven.
Als we het willen hebben over de grootte (zoals in formules en berekeningen) mag je dus geen pijl noteren. Je moet dan weer een pijl noteren in tekeningen en in vergelijkingen van de vectoriële grootheid zelf.
Enkele voorbeelden:
Grootte => geen pijl

Formule => geen pijl

Vergelijking van de vectoriële grootheid => wel een pijl

Dit betekent: kracht 1 is even groot als kracht 2, maar heeft een tegengestelde zin.
Met deze kennis kunnen we nu enkele simpele oefeningen maken.
Een stukje koper heeft een massa van 75,0 g. Bereken de grootte van de inwerkende zwaartekracht.
Herschrijf de formule van de zwaartekracht met behulp van de formule voor massadichtheid.
Een waterdruppel hangt aan een kraan, welke krachten werken op de druppel?
Hoe kunnen we de uitrekking van een veer beschrijven onder invloed van een kracht?
Of nog: zoek een formule waarmee je kan uitrekenen hoe je met een gegeven veer een bepaalde uitrekking verkrijgt.
Beschouw volgende proefopstelling:

De punten vormen een rechte door de oorsprong. Dit impliceert een recht evenredig verband tussen de gemeten grootheden m en ∆l
We kunnen dus besluiten:

Deze constante noemen we de veerconstante:

of nog:

We noemen dit de Wet van Hooke.
Dus de eenheid van k:

We berekenen de grootte van deze constante voor de uitgevoerde proef.
Verschillende veren komen verschillende constanten uit. Hoe groter deze constante hoe sterker de veer. Er is immers meer kracht nodig voor eenzelfde verlenging.