De opgave en oplossing vind je in dit document.
Massa wordt uitgedrukt in kg en weegschalen meten een gewicht -zogezegd- in kg. Dat klopt natuurlijk ergens niet. Ondertussen weet je dat weegschalen eigenlijk een kracht meten en hun meeteenheid eigenlijk de newton dient te zijn (genoemd naar Isaac Newton). Op de weegschaal is echter een schaal aangebracht die het mogelijk maakt een massa af te lezen. Je zou dus een schaal aan kunnen brengen die het mogelijk maakt op de maan correct massa's af te lezen.
Om wat vlotter te worden in het aflezen van de schuifmaat of als je het eens zonder de uitleg in tekstvorm wil zien, hier staat een goeie animatie.
De massadichtheid van een stof, het woord zegt het zelf, drukt uit hoeveel massa er van die stof aanwezig is in een bepaald volume. Deze Engelse site maakt het duidelijk met een tekening en een oefening.
De stof met de grootste massadichtheid is Osmium (Os), een metaal ontdekt rond 1800. Het heeft een massadichtheid van liefst 22 590 kg/m³. Bij wijze van oefening kun je eens proberen te berekenen wat de ribbe moet zijn van een kubus Osmium met massa 1,00 kg.De getalwaarde van het antwoord uitgedrukt in cm komt overeen met de hoogte van het paard Lady van de Beurshoeck. Deze stof wordt onder andere gebruikt in de schrijftop van balpennen.
De stof met de kleinste massadichtheid is dan weer waterstof (0,08988 kg/m³).
Tabellen met massadichtheden zoals die in je boek gebruiken steeds standaardtemperatuur (298 K) en druk (1013 hPa). De temperatuur is wat men noemt 'kamertemperatuur', de druk is die gemeten ter hoogte van de zeespiegel. Dat is belangrijk want stoffen zullen een groter volume innemen bij hogere temperaturen terwijl (vanzelfsprekend) hun massa niet verandert. Dit heeft dus een invloed op de massadichtheid. Wijziging van druk heeft een gelijkaardig effect. 0°C is ongeveer 273K.
Een cilindervormig maatglas heeft een straal van 3,0 cm. Het wordt met 0,550 kg benzine gevuld. Vervolgens wordt het maatglas leeggegoten en tot dezelfde hoogte gevuld met ether. Bepaal de hoogte van de vloeistoffen en de massa ether die in het maatglas gegoten is.
(ρbenzine = 0,660 g/cm3, ρether = 0,714 g/cm3)
Zoals we in de les zien heeft ijs een smeltpunt van 0°C. Als we er zout aan toevoegen daalt dat smeltpunt. Wat is het effect hiervan? Sebastien uit 3W2 onderzocht het voor ons.
Het was een opmerking in de les, blijkbaar zou warm water sneller bevriezen dan koud water. Niet 100% juist natuurlijk, ik geef twee links mee die de situatie uitleggen.

Om af te koelen in de hete Australische woestijnen waar het op de grond meer dan 70°C kan worden gebruiken kangoeroes speciale technieken. Vanzelfsprekend zoeken ze de schaduw op, maar dat is niet voldoende. Ze koelen ook af door aan hun voorpoten te likken. Het dichte contact met een netwerk aan bloedvaten zorgt ervoor dat als het speeksel verdampt, het bloed afkoelt. Op deze manier verliezen de dieren de noodzakelijke hoeveelheid warmte om te overleven. Grootste nadeel is natuurlijk dat ze ook veel vocht verliezen op die manier.
Ik vond het schitterende fragment van Planet Earth, aflevering "woestijnen" terug in Amerikaans-Engels. Jammer genoeg lukt het niet de video op deze pagina te tonen. Even doorklikken of de minder kwalitatieve versie (Brits-Engels) hieronder bekijken dus.
De brownse beweging wordt mooi geïllustreerd in deze applets. Begin met slechts een molecule, laat het aantal daarna oplopen.