CATVLLI CARMINA 

 

                                                                                     carmen 51

Ílle mí par ésse deó vidétur,
ílle, sí fas ést, superáre dívos,
quí sedéns advérsus idéntidém te
     spéctat et aúdit  
dúlce rídentém,  miseró quod ómnes
éripít sensús mihi: nám simúl te,
Lésbia, áspexí, nihil ést supér mi
     vócis in óre
língua séd torpét, tenuís sub ártus
flámma démanát, sonitú suópte
tíntinánt aurés, geminá tegúntur
     lúmina nócte.
Ótiúm, Catúlle, tibí moléstum_est:
ótio_éxsultás nimiúmque géstis:
ótiúm_et regés prius ét beátas
     
       pérdidit úrbes.

 

 

 

lectuurnotities

 

metrum: de Sapphische strofe

Dit is het tweede gedicht in de versmaat van Sappho van Lesbos, wat weer de verwachting creëert van diepgevoelde, haast emotioneel overladen liefdespoëzie.

Dit keer (anders dan carmen 11) heeft Catullus zijn voorbeeld echt nagevolgd – hij heeft Sappho zo goed als letterlijk vertaald, op de laatste strofe na: in de overlevering van Sappho’s tekst is die verloren gegaan (reeds in de oudheid???).  Dit feit gaf Catullus natuurlijk de kans om het gedicht een heel eigen slot, een persoonlijke pointe mee te geven.  En die kans grijpt hij natuurlijk met beide handen aan!

 

ga naar index

 

regel       commentaar

1          ille: een man dus, die in Catullus’ ogen lotgezegend is – gaat het om een rivaal in de liefde???- is het iemand die op het toneel verschijnt terwijl Catullus en Lesbia al een relatie hebben, of is het juist een minnaar van Lesbia op wie Catullus jaloers is, vlak nadat hij zijn ‘vlam’ ontmoet heeft? Een minnaar dus wiens plaats hij wilt innemen?  Anders geformuleerd: is dit misschien het gedicht waarmee de Lesbia-cyclus opent, of veeleer eentje dat ná de breuk, of alleszins kort voor de breuk tot stand gekomen is?

            par deo: een stoute ambitie was het om aan de goden gelijk te willen zijn.  Zoiets getuigt van zelfoverschatting (hybris) en loopt altijd het risico om bestraft te worden door de goden!

3          si fas est: de goden overtreffen is natuurlijk nóg erger, daarom deze verontschuldiging, waardoor het blasfemische van wat hij zegt wat wordt afgezwakt, maar de lezer anderzijds heel duidelijk mag aanvoelen hoe sterk Catullus wil spreken.

            divos: divus is adjectief in klassiek Latijn, maar archaïserend kan het ook substantief zijn.  Het archaïsme geeft extra voornaamheid aan het vers.

            te: staat als een zeugma bij adversus en bij spectat/audit

            identidem: het klinkt bijna jaloers, zoals Catullus met dit woordje het langdurige van het contact tussen Lesbia en die ‘ille’ onderstreept.

4          spectat et audit: feitelijk volslagen passieve bezigheden, zonder enige fysieke betrokkenheid: niet het knuffelen, vastpakken, zoenen, maar zelfs gewoon het bekijken en beluisteren van Lesbia wekt een betovering.

            [zou dit puur platonische een aanwijzing kunnen bevatten om het gedicht in het begin van de liefdesrelatie te situeren?]

5          dulce ridentem: hoort voor 100% nog bij de vorige strofe: heel bewust suggereert Catullus dat hij zo vol is van de charme van Lesbia, dat het strakke keurslijf van één strofe niet volstaat om zijn gevoelens uit te schreeuwen.

            quod: blijkens het vervolg slaat dit op ridentem terug: Lesbia’s lieve lach slaat Catullus met absolute verstomming!  Op deze manier wordt het doorbreken van de strofegrens wat verzacht: beide woorden horen met evenveel recht ook écht bij de tweede strofe.

            misero mihi: hij noemt zichzelf miser omdat zijn liefdesgevoelens tot nu toe onbeantwoord moeten blijven: Lesbia heeft voor hem nog geen aandacht, zodat hij alleen staat met zijn smachtend verlangen.

6          omnes…sensus: hyperbaton alover het verseinde!  dus in enjambement: een heel krachtige manier om reliëf te geven aan de uitdrukking

7          aspexi: weer duidelijk dat het contact met Lesbia nog heel oppervlakkig is: alleen kijken! Het is bijna zoals met een verliefde puber, die het voorwerp van zijn liefde maar hoeft te zien om meteen te smelten!

8          vocis: partitieve gen. bij nihil

9          sed: niet echt tegenstellend, maar eerder uitbreidend – vertalen met “maar” kán wel natuurlijk, want ook in vertaling grijpt het in op de mededeling van de vorige strofe: “er is geen stem meer over in mijn mond, maar mijn tong verstijft”

            tenuis:  best met flamma verbinden: een fijne liefdesvlam is in staat om in het kleinste en geringste vezeltje van zijn lichaam door te dringen.

10        sonitu suopte: lichte klanksuggestie: je hoort als het ware het zoemende gesuis achter het trommelvlies.

            suopte: het suffix –pte versterkt normaliter de bezittersaanduiding – hier is het echter in feite zonder betekenis

11        tintinnare: onomatopee: om de klankwaarde te bewaren zou je eigenlijk moeten vertalen met “tingelen” of “tuiten”

            gemina: hypallage: de scansie toont aan dat de –ā lang is, dus ablactief (bij nocte), maar naar de betekenis sluit het natuurlijk aan bij lumina

12        lumen: letterlijk “licht” maar bij uitbreiding ook “datgene wat het licht opvangt” à ogen.  Vergelijk met onze uitdrukking ‘het licht van mijn ogen’ = het gezichtsvermogen, de mogelijkheid om met de ogen licht te zien.

13        otium: hier komt de eigen invulling van Catullus van het slot van dit gedicht.  Het kernthema is otium: nietsdoen, alleen krijgt dit begrip hier een heel ruime betekenis mee.

            otium…molestumst: gaat over het feit dat Catullus (nog) geen actie kan of durft te ondernemen om Lesbia voor zich te winnen.  Hij kan alleen maar kijken en in vervoering geraken door haar schoonheid, maar hij moet daarbij werkeloos blijven, en dat valt hem zwaar.

14        otio exsultas: hij beschikt ook over de tijd en de vrijheid om niets te doen, om zich geheel aan zijn gedachten en gevoelens over te geven; dat leidt onvermijdelijk tot nóg grotere verliefdheid en nóg gewaagdere plannenmakerij.

15        otium…perdidit: maar dat nietsdoen heeft ook een schaduwzijde: het kan ertoe leiden dat men zijn taken vergeet en zijn plichten verzuimt.  Door alleen nog maar oog te hebben voor Lesbia en zijn verliefdheid zou het Catullus nog wel eens heel slecht kunnen vergaan: hij waarschuwt in feite zichzelf om niet overdreven dweperig te worden.

 

ga naar begin

ga naar index