| |
Geschiedenis van de Mattentaart
Iemand op bezoek of
op doortocht in de omgeving van Geraardsbergen kan onmogelijk
deze streek verlaten, zonder te hebben geproefd van de
heerlijke ‘mattentaart’. Deze lekkernij, door de plaatselijke
bakkers met liefde en zorg bereid, is een uniek streekproduct
dat tot over onze grenzen een zeer goede faam bezit.
Hoewel men over de oorsprong van de mattentaart weinig weet,
toch is men er bijna zeker van dat de geschiedenis van de
mattentaart terug gaat tot in de middeleeuwen. De ‘matten’
vindt men terug in oude dialecten in Duitsland, Frankrijk en
Vlaanderen.
Men gebruikte matten om sausen van te maken. Nadien om taarten
te bereiden.
Met de benaming ‘matten’ bedoelt men gewonnen of gestremde
melk, het voornaamste bestandsdeel van mattentaarten. De
kwaliteit van de matten wordt bepaald door de kwaliteit van de
melk. De bodemgewassen in de streek van Geraardsbergen
(klavergroei) spelen dus indirect een rol bij de productie van
de mattentaart. Door aan de matten eieren, suiker en amandelen
toe te voegen bekomt men de vulling van de taarten.
Het is zonder twijfel dat in de
gastronomie de zuivelproducten een belangrijke rol spelen.
Daarnaast kennen we in ons land nog andere lekkernijen die hoofdzakelijk te
danken zijn aan de zuivelproducten die ze bevatten.
Eén van deze zijn de Kaastaarten die voornamelijk tot stand komen op basis van
melkbestanddelen.
De bekendste streekgebonden kaastaart is de mattentaart.
Zuivelproducten en pasteibakkerswerk
zijn zeer onderscheiden voedingsmiddelen die het tafelgenoegen verruimen. Dat
een gelukkige combinatie van beide aanleiding kan geven tot nieuwe delicatessen
wordt onder meer bewezen door de mattentaarten.
Omtrent de juiste oorsprong van de mattentaart is weinig gekend. We weten wel
dat ze uit een ver verleden stamt. De eerste aanwijzingen gaan terug tot een
troebadoerslied uit de XIIIe eeuw waarin de benaming 'matte' of 'maton'
voorkomt. Dit had toen al betrekking op de uit gestremde melk verkregen
wrongel. Het begrip komt zowel in Vlaanderen als in oud Franse en Duitse
dialecten voor.
Men kan aannemen dat de mattentaart, of de eeuwenoude voorganger ervan,
aanvankelijk op de hoeve ontstond. Daar bestond van oudsher naast de traditie
van de eigen brood- en banketbereiding de noodzaak een valorisatie te zoeken
voor gestremde melk. Het aanwenden van wrongel in gebak kende blijkbaar succes
want Abbé Delcourt vermeldt in zijn 'Histoire de la tarte au Maton' dat de koks
en pasteibakkers uit de middeleeuwen veel geronnen melk gebruikten. De
kasteelheren uit deze tijd dronken bij hun gastronomische eetmalen de beste
wijnen en eindigden met de fijnste mattentaarten.
Het oudste bekende recept van de mattentaart werd door Thomas van der Noot in
zijn 'Boeken van cokerijen' (1510) opgetekend. De populariteit van kaastaarten
in de XVIe eeuw blijkt onder meer uit het beroemde schilderij Boerenbruiloft van
Pieter Breughel de Oudere.
|
 |
|
In dit
schilderij van Pieter Bruegel De Oudere kun je zien dat de matentaart uit
een ver verleden stamt. Dit werd geschilderd in 1565-1566. Hier zie je hoe
ook de boeren, dus niet alleen kasteelheren, ook genoten van de
mattentaarten.
Hij is gekend als de belangrijkste Zuid-Nederlandse schilder uit de 16de
eeuw. Zijn taferelen uit het boerenleven bieden een tegenpool voor zijn
moraliserende schilderijen. Het werk van Bruegel werd reeds tijdens zijn
leven zeer gewaardeerd en door vorsten verzameld. Historische
gebeurtenissen zijn in het werk van Bruegel gezocht en voor een deel ook
gevonden. |
De mattentaart, zoals we ze vandaag
kennen, was de lekkernij bij uitstek op kermissen in Westelijk Brabant,
noordelijk Henegouwen en de Denderstreek vanaf XVIIIe begin XIXe eeuw.
In hoofdzaak had het gebak toen reeds zijn karakteristieke ronde vorm, terwijl
in Brabant ook de schietspoelvorm voorkwam (mattengozetten).
Oorspronkelijk was de mattentaart met als bakermat en voornaamste
productiecentrum het Geraardsbergse vooral bekend in Aalst, Brussel, Lessen, Ath,
Ellezelles, Ronse, Brakel, Gent en Charleroi.
Vandaag de dag wordt deze specialiteit over heel België geapprecieerd.
.
|
|