titel page 1
Model History 
Wie is Puffin Pete ?
Go Home 
English page
Hallo, Piet Van Damme is de naam, en nee... Jean-Claude is geen familie (vind je me niet ietwat "knapper"?). Ik woon te Asse, op 22 km ten westen van Brussel, maar ben geboren te Lokeren op 17 sept. 1952. Gehuwd met Rita op 13 aug. 1976 (ja, een vrijdag de 13e). Op 16 okt.1979 pauwetrotse vader geworden van een spetter van een zoon (Rik), dewelke wij op 2 dec.1998 zijn verloren toen hij met zijn motor door een dwaze automobilist van de weg gemaaid werd. Van beroep ben ik beambte bij de Hypotheekbewaring te Brussel (Min.van Financies). Een stomme, doodvervelende job 
 zonder toekomst, welke ik sinds apr. 1976 alleen heb kunnen volhouden omdat er een
 gezin te onderhouden was. En daar hebben mijn hobby's dan ook hun bijdrage geleverd.
Stel u voor... een geboren mecanicien met een vrij creatieve geest die zijn leven slijt 

 achter een ganzestront kleurig bureau... èèk. Van kinds af was het al mechaniek wat mij
 boeide, iets maken dat werkte, uitzoeken hoe de werkende dingen dat deden en die bij
 het onderzoek meestal doen sneuvelen. Van opleiding ben ik een wiskundenaar
 (wetenschappelijke A van het klassieke type), want "vet krabben" was niet het idee dat
 volgens mijn ouders bij een goed beroep paste. Je zou denken dat ik van mijn schooltijd
iets opgestoken heb... niets is minder waar. Alles wat ik ken heb ik als autodidact zelf

 uitgezocht, mechanica, elektriciteit en electronica, planlezen en tekenen, houtbewerking,
 loodgieterij, ornithologie en erfelijkheidsleer bij het kweken van diverse vogelsoorten en
 cavia's. Zelfs in de informatica ben ik autodidact, van het monteren, repareren en
 configureren van computers tot programmeren in Basic, Pascal, dBase, en begrippen 

Een zonnig winters weekend met Rita in Zierikzee (Nederland)
 van C++ en Cobol. En dat is dan nog maar een grove opsomming, want alles boeit, zolang de theorie maar in
 teken van de praktijk staat. En daar heb je dan een van mijn karaktertrekken. Mijn praktijkgerichtheid, niet
 zeveren maar DOEN!! En alhoewel ik als laatbloeiend hippie de vrede preek boven oorlog, kan het soms
 stevig donderen als de dingen niet verlopen zoals het hoort of mensen zich niet gedragen zoals het hoort.
 Toch ben ik van het principe "vivre et laisser vivre". Leve de vrijheid als je een ander maar niet tekort doet.
 Een woord is een woord, goede manieren en eerlijkheid zijn primair en al is het soms moeilijk, je moet van
 mensen zoveel houden als van dieren. Kinderen en jongeren in het algemeen hebben een bijzonder voorrecht
 bij mij, zelfs een vervaarlijk uitziend punker blijkt meestal een sympathiek jongmens te camoufleren.
 Alleen religie krijgt geen krediet. Bah! Kijk maar eens wat mensen zoal doen en gedaan hebben in de naam
 van hun god en geloof. De kruistochten, vervolgingen, Irak, het nabije Ierland, pedofiele priesters, etc... de hel
 op aarde dank zij religie. Nee, ik geloof in mensen, niet in spoken, bijbelse fantastische verhalen en dogma's
 die er alleen op gericht zijn mensen klein en volgzaam te houden. 'k Weet het, er zijn er nog die zeggen dat ik
 een "rare" ben. Ik doe de dingen op mijn manier en mijn kop is harder dan het hardste beton, punt.
 Geen zever, uitleg, slijmerij of flauwe kul, maar rechtaan-rechtuit, eens goe lachen en de clown uithangen.
 Dat is wat het leven draaglijk maakt.
 Genoeg over mijn klein persoontje, we zouden het hier over boten hebben...

 
Wie is Puffin Pete  My Model History Go Home 
Puffin Pete's picture  Goed, als klein ventje prutste ik steeds mijn technisch speelgoed open om het
 "machinisteke" te vinden. Niet dat ik die vond, en meestal was mijn speelgoed
 grondig naar de vaantjes. Ietwat later (+/- 7jaar) brak mijn constructieve fase
 aan, wat zich uitte in aaneenklitten van bendes lijm en wat plastic onderdelen
 van Airfix bouwpakketjes, die dan een vlieger of auto moesten voorstellen.
 Ooit bouwde ik mijn eerste boot van lucifers, de solfer één voor één afbran-
 dend. Mijn vader beweert het nog steeds te ruiken. Mijn eerste boormachine
 overleed halfweg mijn poging tot een eerste "echt" model, (zucht). Ondertussen
hebben elektrische treinen mij een 15-tal jaar bezig gehouden. En dan was er

 de leeftijd van de eerste motor (zo oud als ikzelf), een roestig dwerg-autootje,
 een handvol meiskes, waaronder tenslotte de enig ware. Dingen die me genoeg
bezig hielden om van de modelbouw te blijven.
 Maar dan, eens getrouwd en gesettled, was daar het moment om er in te vliegen (alla, een beetje later toch...).
 Mijn eerste echte scheepsmodel was de "Samson I" van Billing Boats, een havenslepertje van 45cm, afgewerkt
 met allerlei gerecycleerde onderdelen. De regelaar was een eigen constructie van wolfram weerstandsdraad
 rond een pertinax plaatje gewikkeld, met een uit een oude wekker gesloopt koperen glijdend contact. Toen dat
 goed verlopen was, kwam een grotere uitdaging op tafel: de "Hamburg" van MSI, een havensleper van 65cm.

 Hiervoor bouwde ik een eigen geluidsgenerator met diverse klanken, waaronder iets wat voor een diesel moest
doorgaan. In die periode werden nog een aantal experimentele RC vliegtuigen en auto's gebouwd (Tamiya had

 nog geen RC auto's). De aandrijving geschiedde met kleine motorfiets batterijen, wat me voortdurend gaatjes
 in mijn kledij opleverde door het gepruts met zwavelzuur. Voor de gekkigheid bouwde ik een Tonka metalen
 speelgoed bulldozer en een stel plastic auto-en bootkits om naar RC. Hierbij werd menig servo gesloopt om
 alles erin te krijgen. Met een kleine aanpassing had je zelfs een prima proportionele regelaar voor kleine
 modellen. Vriend Robert uit mijn toenmalige club daagde me uit met een artikel over het "kleinste" RC bootje
 ter wereld, 21cm, aan-uit en flip-flop roer. Twee weken later was het mijn beurt met 19cm, proportionele
 voor- en achteruit en roer. Hah!! Me uitdagen! Dat kostte hem een dikke tourné général, nèm!
 Maar dan kwam de dag dat er om familiale noden een punt achter gezet werd. De hele rimram werd verkocht
 en mijn twee slepers werden weggegeven aan een paar jonge gastjes uit de club, die zo een toffe start kregen
 in het modelbouwwezen. Tot 1995 droomde ik nog enkel van modelboten en auto's.

RC is ontspannend, niet?
 En dan was er D-day. Samen met mijn broer en mijn zoon
 gingen wij het dirt-racen met elektrische Tamiya 4x4 wagens
 schaal 1/10. Weerom flink gebeten van het "beestje" begon ik
 uit te kijken naar een geschikte modelboot. De "Orkney
 Express" (110cm) van Robbe leek me wat: een snel werk- en
 interventieschip dat voor Shell ingezet werd, met een ruim
 werkdek en het profiel van een speedboot. Onervaren met de
 bouw van de moderne plastic kits ging ik vol optimisme aan de
 slag. Was me dat even een kouwe douche! Een getordeerde
 romp en volstrekt niet passende onderdelen bekoelden mijn
 enthousiasme voor plastic kits snel. Na zes maand prutsen en
 foeteren besloot ik terug te keren naar de meer klassieke
 houtbouw met de "Brooklyn" van Dumas. Een model met een
 polyester romp en zeer weinig plastic onderdelen. Oef, was dat een opluchting
 zeg. Puur plezier om te bouwen. Ondertussen kon ik 2 tweedehands boten
 kopen: een trawler van Graupner, de "Wotan", en een sleper van Corel, de
 "Muimota" (107cm). De "Muimota" had zelfs nog nooit water geraakt!
 Vlug 2 Johnson motoren ingebouwd met een 1/3 tandriem-reductie en we
 konden snel het water op. Kort daarna gebeurde als het ware een klein
 wonder. Met enkele maanden tussentijd vond ik mijn 2 eerste modelboten
 terug. De "Samson" en de "Hamburg" waren, weliswaar met zware schade,
 terug in mijn handen. Op de steun van de "Samson" kleefde zelfs nog mijn
 toenmalige adreskaartje! Na ruim 20 jaar en een flinke restauratie waren mijn
 oudjes weer in de vaart. En zelfs de derde boot die ik toendertijd maakte
 kwam terug dank zij mijn neefje. Deze werd voor hem gerestaureerd en

 M'n broertje heel geconcentreerd.
Destelbergen1
Onze traditionele vaar-poel: de 32ha vijver van mijn oom.
 vaarklaar gemaakt. En ik die dacht nooit geluk
 ye hebben... zo gelukkig als een klein kind was
 ik. Mijn vrouw denkt wel dat ik een steek los
 heb zitten, maar dat is normaal, daar valt best
 mee te leven. Wat telt is dat ik mijn boten terug
 heb en dat zij nu deel uitmaken van een mooie
 steeds groeiende vloot.



Mijn vloot kan je op de volgende pagine bekijken.
 HOME  |  Next Page