OedipusSfinx.gif

Psychoanalytisch Studiecentrum Diest

De Lacaniaanse oriëntatie

Atelier XVIi 2012 – 2013

Home

Data

Printversie (pdf)

 

 

Van “De instantie van de letter in het onbewuste…”

naar

de freudiaanse Oedipus en daaraan voorbij.

 

Ter situering. Door de symbolische orde te onderscheiden als autonoom en exterieur t.o.v. het imaginaire register en de duale imaginaire verhouding, heeft Lacans onderwijs een aardverschuiving teweeg gebracht in de psychoanalyse die niet meer terug te schroeven valt. Omdat we ons als subject niet terugvinden in de taal, wordt een onbewuste gecreëerd waar het subject zijn intrek neemt en stelt zich de kwestie van de verhouding van het subject tot zijn lichaam en de jouissance. Dit maakt dat we een spreekwezen zijn. Met de ervaring die geïnaugureerd werd door de psychoanalyse kan men vatten hoe het symbolische inwerkt en ingrijpt op het imaginaire tot in het meest intieme van het menselijk organisme, zodat het reële, meer specifiek de stukjes van het reële, dat altijd traumatisch is en ondraaglijk voor het lichaam, zijn plaats kan krijgen. Zoniet is het imaginaire, ondanks zijn inertie, niet meer dan ‘schaduwen en weerspiegelingen’. De psychoanalyse is dan ook evidence-based, niet omwille van cijfers en statistieken, maar op grond van wat er gezegd wordt. Enkel daarin kan het singuliere van het subject tot zijn recht komen, gevalideerd worden. En dit moet ook aangetoond worden, geval per geval. Kwestie is dat de psychoanalyse geen rechtstreekse toegang heeft tot haar object en opereert aan de boord van de wetenschap.

-------------------------------------------------

 

imagesCANA2J93.jpgL'instance de la lettre… is één van de kapitale teksten uit de klassieke periode van Lacans onderwijs. In deel I Le sens de la lettre geeft Lacan aan dat het niet gaat over (onbewuste) representaties: “(…) zolang men zich niet van de illusie ontdaan heeft dat de betekenaar beantwoordt aan de functie van het betekende te representeren (…)”. (Écrits, 497-498) De spil waarrond de tekst draait wordt de metafoor en de metonymie, linguïstische termen die Lacan ontleend heeft aan Jakobson en voor Lacan staan voor wat Freud in het tot stand komen van de formaties van het onbewuste (droom, lapsus of geestigheid) ontdekt heeft als de Verdichtung en hieroglyfen.jpgVerschiebung. Freud heeft in ieder geval aangetoond dat een beeld niets van doen heeft met zijn betekenis doch de waarde heeft van een betekenaar vergelijkbaar met de Egyptische hiërogliefen. (Écrits, 510) Lacan is Freuds canonieke geschriften met betrekking tot het onbewuste aan het doortrekken naar het spreken én de schriftuur, in het perspectief van de subjectwording. ‘Het subject komt tot stand door een discours…’ (Écrits, 216)

Lacan gaat het linguïstisch teken openbreken, verguizen zelfs. Terwijl de orde van de betekenaar en van het betekende primordiaal verschillend en gescheiden zijn door een barrière die weerstand biedt aan de betekenisverlening, gaan de substituering in de metafoor, de con­nec­tie in de metonymie, toegang verschaffen tot het betekende. In de capitonnering is de betekenaar het betekende binnen getreden. Hetzij door de betekenis tot stand te brengen in de pas-de- sens van de metafoor, de stap van de onzin naar de zin. Hetzij doordat de totstandkoming van de betekenis achterwege blijft in de peu- de-sens van de metonymie en een manco installeert dat het voortdurend verschuiven van het verlangen mogelijk maakt. Dit maakt het poëtische uit van de taal met zijn resonanties. De ‘creatieve functie van het spreken’ is hier aan de orde.

In aansluiting op de lectuur en het commentaar van “De instantie van de letter…” worden er dit jaar drie topics weerhouden die ons naar de freudiaanse Oedipus zullen voeren. 1°) De triade van de behoefte, de vraag en het verlangen die basaal zijn voor elke behandeling waarin gewerkt wordt met het woord. Wanneer de leegte die het intransitieve van de vraag voortbrengt, niet zo leeg blijkt te zijn, begint Lacan het register van het reële uit te werken gekoppeld aan de jouissance en het Ding. In zijn verder parcours zal de intentionele opvatting van het verlangen plaats maken voor de causaliteit van het object a, en in zijn laatste onderwijs wordt het contingente het sleutelwoord. 2°) De symbolische vaderfunctie en de articulatie van de metafoor Naam-van-de-Vader is een interpretatie van de volledige Oedipus en Freuds vadermythe. Van hieruit zal Lacan gaandeweg een postoedipale theorie van het onbewuste construeren, waarbij de wijze van genieten van het subject en de Ander losgekoppeld wordt van de vaderfunctie: Les non-dupes errent, het sinthoom... Een cruciale stap was dat de Ene Vader, die Freud in stand heeft gehouden, moet wijken voor een pluriformiteit van Namen-van-de-Vader. De dramatische omstandigheden van de ‘excommunicatie’ (nov. 1963) heeft Lacan geïnterpreteerd als een teken dat de psychoanalyse niet klaar is om de sluier die Freud gelegd heeft over de ‘werkelijk drijvende kracht van de psychoanalyse’ weg te nemen. Na de eerste les werd dit seminarie voor altijd opgeschort. Het daarop­volgende seminarie met de fundamentele concepten (1964) is een scharnier in Lacans onderwijs. 3°) Andere voorname concepten uit L’instance de la lettre worden toegelicht.

-------------------------------------------------

De wijze waarop Lacan het vraagstuk van de vrouwelijkheid met de heuse struikelsteen van Freuds dito fallocratie heeft aangesneden is ongehoord. In Les amoureuses. Voyage au bout de la féminité (Seuil, 2009) heeft Clotilde Leguil van de Les amoureuses.BMPanalyse van de film van Sofia Coppola, Virgin suicides (1999), van Florian Henckel von Donnersmarck, Das Leben der Anderen (2006) en van David Lynch, Mulholland Drive (2001) een drieluik gemaakt van wegen in de liefde uit de XXIe eeuw die “in niets moeten onderdoen voor de helden uit de Oudheid, zoals Oedipus of Antigone…” Ze schrijft verder: “De verliefden van de XXIe eeuw hebben een geheime boodschap over te brengen over wat niet gaat in de wereld, op voorwaarde dat de beschaving niet afziet van het enigma waar ze de draagsters van zijn te ont­cijferen en doorgaat met een plaats te maken voor zij die zich afvragen waar het geheim van hun zijn zich verbergt.” Alle drie de heldinnen dienen de ogen te openen voor de horror van het eigen onbewuste lot en voor het geheim van hun eigen zijn dat ze niet kunnen ontdekken zonder relatie met de ander. Dit staat in een schril contrast met het discours van neuroweten­schap­pen en cognitivis­­tische psychologie, of met het discours van een hedendaags hedonisme dat het verschil tussen de seksen uitgomt en er van uitgaat dat partners symmetrisch van dezelfde zaken, op dezelfde wijze genieten, met gelijke rechten als het mis gaat.

 Dit jaar wordt één van deze films gecommentarieerd om deze thematiek te situeren.
Verdere bibliografie: Zalcberg Malvine, Qu’est-ce qu’une fille attend de sa mère? Odile Jacob, 2010.

Guido Laforce

 

P.S. In de XXIe eeuw is de symbolische orde heel wat fragieler geworden en staat de psychotherapie voor een paradox: de hedendaagse vragen uit de kliniek liggen aan gene zijde van de Oedipus, maar niet voorbij het analytisch discours of de machten van het woord. Welke consequenties heeft dit voor de behandeling?

Top

Medewerkers


Francine Danniau, Psychoanalytica, Kring voor Psychoanalyse van de New Lacanian School.

Luc Peeters, Licentiaat in de filosofie, economie en politieke en sociale wetenschappen.

Guido Laforce, Psychoanalyticus, New Lacanian School en Kring voor Psychoanalyse van de NLS

Praktijk

Deelname in de kosten

Data:

12 oktober, 9 november, 7 december 2012,

11 januari, 8 februari, 8 maart, 29 maart, 19 april, 3 mei, 31 mei en 21 juni 2013.

Telkens op vrijdag van 14 tot 17 u.

CC Begijnhof te Diest.

 

Wegwijzer en parking CC Begijnhof: http://www.ccdiest.be

Selecteer onder Info “Bereikbaarheid”.

 

Top

 

20 € per bijeenkomst,

50 € per reeks van drie.

Studenten 10 € en 25 € respectievelijk.

 

Bghpoort.gif