START--CV--PROGRAMMA'S--CD--PERS--CONCERTEN--CONTACT ________________________________________________________

 

CD "per flauto e chitarra"

 

 

Text Box:                                                                                             Jan Van Landeghem(°1954)           -Fandango

                                                                                                                                                 -Folia

                                                                                                                                                 -Farandola

 

                                                                                           August Verbesselt(°1919)               -Iberia

 

                                                                                           Pieter Schuermans(°1970)              -Per flauto e chitarra

 

                                                                                           Philip Duerinck(°1954)                   -Serenade 1

                                                                                                                                                 -Serenade 2

 

                                                                                           Leon Vanheel(°1938)                     -Improvisata e Allegro

 

                                                                                           Emmanuel Gevers(°1948)               -Vormen

 

Beluister een demo : Farandola  -- Vormen  -- Iberia --  Per flauto e chitarra

 

 

In 1998 traden Geert Claessens (gitaar) en Steven De Baecke (fluit) voor het eerst samen op als gelegenheidsduo. Al van bij het begin bleek dat het samenspel tussen deze twee musici leidde naar een hogere muzikale expressie.

De naam “Profundo”, het Spaanse woord voor diepzinnig, intens en hartroerend, is hen dan ook op het lijf geschreven. Ook in hun muziekkeuze tracht Profundo steeds composities te kiezen waarbij originaliteit en diepgang primeren.

 

 

In 1999 ontstond de idee bij Profundo om een programma met Vlaamse muziek samen te stellen. De zoektocht naar originele composities leverde een groot aantal werken op van bekende en ongekende Vlaamse meesters. Uiteindelijk werden er zes composities uitgekozen. Het geheel zorgt voor diversiteit en eenheid. Hiermee wordt getracht een beeld te schetsen  van de Vlaamse muziek voor fluit en gitaar in de tweede helft van de twintigste eeuw. Een opname is dan ook een stimulans om menig luisteraar en muziekliefhebber deze verrassende muziek te laten ontdekken.

Antwerpenaar August Verbesselt heeft zich als muzikant op diverse terreinen geprofileerd. In het orkest van de Koninklijke Vlaamse Opera van Antwerpen was hij fluit- solo van 1942 tot 1980. Daarnaast gaf hij fluitles en doceerde analyse en vormleer aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium van Antwerpen. Als componist is Verbesselt nog steeds actief, hij werkt meestal met reekssegmenten, kleine cellen of groepsfiguren. Hieruit ontstaan steeds nieuwe combinaties. Ondanks de constructieve ordening van de reeksen is ook bij Iberia steeds een sfeerrijke klankbehandeling of expressieve inhoud aanwezig.

Jan Van Landeghem behoort tot de gematigde modernisten. Hij maakt dankbaar gebruik van citaten en schrijft bij voorkeur virtuoze muziek. Hierbij zoekt hij bewust naar vernieuwing en verdieping van bestaande stijlen.

Jan Van Landeghem liet zich in deze Tres Danzas festivas (1987) inspireren door flamenco-artiesten die hij tijdens een verblijf in Spanje aan het werk zag op een bruiloftsfeest. In de fandango verwijst hij nadrukkelijk naar de improvisatorische flamencostijl. Zo herinnert het kleppenvibrato in de fluit aan de geëxalteerde zang van de flamencozanger, terwijl tremeli-en slagwerkeffecten de flamencogitaar illustreren.

De folia is van oorsprong een Portugese vruchtbaarheidsdans. Boven een zich steeds herhalende bas ontwikkelen zich uiteenlopende variaties.

De farandola stamt uit de Provence (Frankrijk) en werd eveneens met de vruchtbaarheidsriten in verband gebracht. Het is van de drie dansen de meest vreugdevolle. Van Landeghem verwerkt in dit deel een 16de eeuws Frans drinklied.

Pieter Schuermans genoot een brede muzikale opleiding. Hij profileert zich even divers in het professionele muziekleven als contrabassist, fluitist, componist en docent (o.a. aan het Lemmensinstituut te Leuven).

In zijn composities probeert Pieter Schuermans de nieuwe terreinen van het muzikale landschap uit te diepen. Zo bestudeerde hij de 'artistieke interactie' tussen muziek en beweging. Een nauwe samenwerking in dit verband met zijn broer, jongleur Toon Schuermans resulteerde  in uiteenlopende projecten jonglerie-muziek.

Per flauto e chitarra (1999) ontstond eveneens vanuit een samenwerkingsverband tussen de componist en de uitvoerders van ensemble Profundo. Verschillende niet-conventionele speeltechnieken van zowel de fluit als de gitaar werden gezamenlijk verder uitgediept. Het nieuwe klankmateriaal dat hieruit ontstond gebruikte Pieter Schuermans binnen zijn georganiseerde klankopbouw. Zo is het aanwenden van de kwarttoon een gevolg van een proces waarbij fluit en gitaar zich steeds opnieuw oriënteren rond één toon (namelijk mi). Het gebruik van de kwarttoon wordt een verworvenheid voor de fluit en wordt geplaatst boven repetitieve en krachtige klankpatronen van de gitaar. Naar het einde van het stuk neemt de muziek in kracht af. Dit gaat gepaard met het afbrokkelen van de waarneming van het interval. De toonafstanden zijn namelijk zo klein geworden (tot één tiende van een toon) dat deze niet meer als dusdanig ervaren worden. Dit werk is opgedragen en gecreëerd door Profundo.

Interessant in deze twee serenades is dat ze van de hand zijn van een gitarist-componist. Schrijven voor de gitaar vraagt namelijk van de componist een grote  voorkennis over de technische en muzikale mogelijkheden van het instrument.

Philip Duerick is zelf een klassiek-opgeleid professioneel gitarist. In de manier waarop hij voor de gitaar schrijft, wijzen de organische klankpatronen op een onderbouwde instrumentale beheersing. De dialogen en het samenspel tussen de fluit en de gitaar zorgen voor een luchtig en onderhoudend karakter.

Leon Vanheel studeerde aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium van Antwerpen. J. Fontaine, J. Decadt en W. Kersters behoren tot zijn leermeesters. Vanheel schreef vooral kamermuziek en vocale werken. Momenteel is hij directeur van de Academie voor Muziek, Woord en Dans te Genk.

In het eerste deel van Improvisata e Allegro wordt een kernmotief enerzijds en een dromerige melodische lijn anderzijds tegenover elkaar geplaatst. De instrumenten worden tot hun uitersten gedreven. Daarbij ontstaat een quasi redetwist tussen de hoge solist en de eerder nederige gitaar. Ook in het allegro dient zich een sterke contrastwerking aan. Een dansend motief in de fluit wordt sober begeleid door de gitaar. Het geheel krijgt een zenuwachtig karakter door een versnellingsprocédé dat op zijn beurt wordt afgebroken door langgerokken trillers en gebroken akkoorden. Hierop volgt een ingetogen middendeel dat een schakel vormt naar het initiële allegro waarin dezelfde elementen uit het begin opnieuw te voorschijn komen.

Emmanuel Gevers  stamt uit een muzikale familie. Als kind improviseerde hij reeds aan de piano. Later studeerde hij harmonie en compositie bij Jef Maes en behaalde aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium van Antwerpen een eerste prijs in de klas van Willem Kersters. Gevers heeft een grote bewondering voor componisten als Prokofiev, Stravinsky en Bartok.

Vormen werd gecomponeerd in 1974. Deze compositie ontstond op aanvraag van Guilermina Coll, een Spaanse danseres toen werkzaam bij het Ballet van Vlaanderen. Het werk werd gecreëerd door gitarist, Yves Storms en fluitiste, Gaby Van Riet in de Opera van Antwerpen. De grote verscheidenheid in tempi, alsmede de vele thema's die terug te vinden zijn in het werk weerspiegelen de behoefte om verschillende gemoedstoestanden snel te laten opvolgen.

 

 

-TOP-