Home Aardrijkskunde Geschiedenis Activiteiten Overzicht Doelstelling Links Foto's 1 Foto's 2 Contact PHH

Provinciale Handelsschool Hasselt

2-daagse van de derdejaars in de Voerstreek

Woordenboek

Mijnbouw-
woordenboekje

ADER : steenkoollaag.
BOORGAT : gat dat met een persluchtboorhamer in de steenkoollaag of het gesteente wordt geboord, waarna springstof wordt ingebracht.
BREUKWINNING : methoden waarbij men het dak laat instorten door de stutten weg te halen nadat de steenkool is gedolven.
DAK : formatie boven de steenkoollaag die wordt ontgonnen.
DIKTE : hoogte van de steenkoollaag, gemeten tussen het dak en de vloer van de laag.
DROOGHOUDING: handeling waarbij het water door middel van pompen naar de bovengrond wordt gepompt.
GRONDGALERIJ OF VOETGALERIJ : luchtintrekkend galerij of afvoergalerij (laagste gelegen galerij)
KOLENGRUIS : zeer fijne steenkool met een doorsnee van minder dan 6 mm.
LAADBAK : voorziening aan de voet van een pijler of opbouw om de kolen in een wagon te kunnen storten.
LOSVLOER : zaal waar de mijnwagens met kolen en stenen aankomen en waar de lege mijnwagens weer worden aangekoppeld.
MIJNGAS : (methaangas) reuk-, kleur- en smaakloos, bij de minste vonk hevig ontplofbaar.
MIJNOPZICHTER : voorman.
MIJNTERREIN : het hele terrein rond de schacht waar alle bovengrondse installaties zijn gevestigd.
MIJNWAGEN : wagon van dik plaatstaal om kolen en wasstenen in te doen, met een inhoud van 500 kilo (kolen) tot 1000 kilo (stenen).
ONDERLIGGENDE BREUKWAND : gedeelte van de vloer dat in galerijen wordt ontgonnen om de juiste hoogte te bekomen.
OPHAALMACHINE : elektrische motorlier waarmee de liftkooien kunnen worden opgehaald.
OPHOUW : aanzet tot de pijler, kop en voet galerij worden in stijgende lijn met elkaar verbonden.
PIJLER : verbinding tussen twee galerijen (kop en voet) daar wordt de steenkool ontgonnen.
SCHACHTPUT : gedeelte van de schacht onder de laatste steengang dat dient om doorsijpelend water uit de schacht op te vangen.
SCHIETMEESTER : geoefende arbeider die de springstofladingen in de schietgaten aanbrengt.
SCRAPER : soort grote schaal die met een heen-en-weerbeweging de kolen losschraapt en tegelijkertijd in een bak opvangt.
SORTEREN : handeling waarbij de kolen van het gesteente worden gescheiden.
STEENBERG : heuvel die ontstaat door het storten van wasstenen.
STEENGANG : horizontale galerij door steenlagen die in een lichte helling naar de schacht loopt, zodat het water kan wegstromen en de volle mijnwagens gemakkelijker te vervoeren zijn.
STUTTEN : handeling waarbij de pijler naarmate deze voortschrijdt met stutten wordt ondersteund om instorting te voorkomen.
VLAKKE GELAAGDHEID : pijlers met een helling van minder dan 45%.
WAS GESTEENTE : stukken lei- of zandsteen die tegelijk met de kolen worden gedolven.

Immigratie
Bezoek
Energie
Woordenboek
Quiz