Home Aardrijkskunde Geschiedenis Activiteiten Overzicht Doelstelling Links Foto's 1 Foto's 2 Contact PHH

Provinciale Handelsschool Hasselt

2-daagse van de derdejaars in de Voerstreek

Bezoek

Bezoek aan de koolmijn
Blegny-Trembleur

De Schachten

Elke mijn moet minstens twee schachten hebben. Dat is absoluut noodzakelijk voor de ventilatie van de mijn. Op de tekening (zie verder) kun je de schachten zien. De gids zal je aan het begin van het ondergrondse bezoek erover vertellen. Tijdens de ontginning werd in Blegny gebruikgemaakt van Schacht nr. 1 en Schacht Marie. Deze laatste diende als luchtafvoerschacht.

Tegenwoordig is Schacht Marie afgesloten. Daarom moest een derde schacht worden gegraven om de galerijen tijdens het bezoek te ventileren. Deze schacht bevindt zich bij de steenberg.

De hoofdschacht is Schacht nr. 1 . Dit is de meest recente schacht, die tot de sluiting dienst heeft gedaan. Hij is steeds verder uitgediept en reikt nu tot …….m onder de grond.
De gids gaat voor deze schacht staan om uitleg te geven.

Boven je bevindt zich de schachttoren. Daar zorgt de machinist, zoals je in de film hebt gezien, dat de liftkooien omhoog en omlaag gaan.

Hoe hoog is deze toren? ……………………………..

De oudste van de drie schachten is Schacht Marie. Als je het museum bezoekt, zie je de schacht bij de ingang van de eerste zaal. De eerst 60 meter zijn vanaf 1816 met de hand opgegraven.

Herinner je het opschrift boven de toegangshal. Hoe diep was deze schacht?….. Vanaf deze schacht leiden vijf galerijen naar de steenkool. De diepte van de galerijen kun je zien op het bord bij de schacht.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden alle werkzaamheden van hieruit verricht.

Je ziet hier ook de ophaalmachine.

Wat was de eerste energiebron waarmee deze machine werd aangedreven?
………………………………………………………………………………………..
Welke energiebron kwam daarvoor in de plaats?
………………………………………………………………………………………..
Wat is de andere naam van de schachttoren?
………………………………………………………………………………………..

In de mijn

Hier zie je een doorsnede van de mijn zoals ze er nu uitziet.

Je stapt uit de liftkooi op de verdieping die 30 m onder de grond ligt.
Er ontbreekt een onmisbaar onderdeel op deze doorsnede: de luchtsluis.
Geef op de tekening aan waar deze zich bevindt.

Waarom op die plaats?
………………………………………………………………………………………
Waarom is er geen luchtsluis op de verdieping die 60 m onder de grond ligt?
………………………………………………………………………………………

De luchtverversing gebeurt door een ventilator op de luchtafvoerschacht, die lucht uit de schacht aanzuigt. De onderdruk die daardoor ontstaat, heeft tot gevolg dat via Schacht nr.1 lucht naar binnen komt.

De verlichting

Alles is verlicht in de galerijen.
Vroeger was het pikdonker in de mijn.
Tot het begin van de 20ste eeuw lichtten de mijnwerkers zich bij met vlamlampen.
In eerste instantie gebruikten ze lampen met een onbedekte vlam, zoals de talkkaars.
Deze lampen waren uiterst gevaarlijk als er mijngas in de buurt was.

Er vonden vaak ontploffingen plaats, want mijngas is zeer licht ontvlambaar. Omdat mijngas lichter is dan lucht, gingen de mijnwerkers naar beneden met een kanarie in een kooitje, dat ze aan het plafond van de galerij hingen. Als de kanarie van zijn stokje viel, moesten ze zich zo snel mogelijk uit de voeten maken.

In 1815 werd een nieuwe veiligere lamp uitgevonden door Davy. Deze lamp is voorzien van ijzerdraadgaas met zeer fijne, cilindrische mazen, dat voldoende hoog is om niet gloeiend te worden. Dit zou je een bedekte vlamlamp kunnen noemen.

In 1838 voegde Mueseler een glazen cilinder toe en de laatste verbetering werd aangebracht door Wolf die de vette olie verving door benzine.

De eerste modellen elektrische lamp dateren van 1891 en waren onpraktisch. Het duurde nog 20 jaar voordat de geperfectioneerde accumulator naar verwachting functioneerde.

De gevaren in de mijn

Mijngas een groot gevaar in de mijn. Dat mijngas nog steeds actueel is, blijkt helaas uit de nieuwsberichten over rampen in landen waar nog wel steenkool wordt gewonnen. Vaak vallen er honderden doden.

Maar mijngas is niet het enige gevaar: een ongeluk of onvoorzichtigheid kan brand in de mijn veroorzaken.

Als de steenkool brandt, komt koolmonoxide (CO) vrij, dat eveneens zeer gevaarlijk is.

Er is nog een derde gas, dat weliswaar niet giftig, maar in sommige opzichten toch gevaarlijk is. Dit gas heet CO2 of kooldioxide en komt voornamelijk vrij door de ademhaling van de mijnwerkers, de uitlaatgassen van de locomotieven en de ontbinding van hout. Dit gas is zwaarder dan lucht. In de laagste gedeelten van de galerijen neemt het dus de plaats in van de lucht, terwijl de mijnwerkers juist het grootste deel van de tijd liggend werken. Dus goede ventilatie noodzakelijk.

Een ander gevaar dat veel voorkomt in alle ondergrondse mijnen, is verzakking of vallend gesteente.

Een even verraderlijk gevaar is de waterdoorbraak.

Een laatste, sluipender gevaar is de mijnwerkersziekte. De mijnwerker ademt voortdurend stof in. De fijne steenkooldeeltjes blokkeren de longblaasjes en bemoeilijken de ademhaling. Maar het schadelijkst is leisteenstof, dat silicose veroorzaakt, een progressieve ziekte waardoor veel mijnwerkers vroegtijdig zijn gestorven. De mijnwerkers die diep onder de grond aan de aanleg van nieuwe galerijen werkten, liepen het meeste gevaar.

Het loshakken van de steenkool

De gids laat je zien hoe de gereedschappen in de mijn werken. In het museum kun je enorme compressors zien die deze gereedschappen aandrijven. Maar dat is niet altijd zo geweest.

Tot aan het begin van de 20ste eeuw was menskracht de enige bron van energie die in de mijn werd gebruikt. In 1907 vond een grote doorbraak plaats met de komst van de pneumatische hamer en later de boorhamer. Het beroep van mijnwerker was geen pretje!

Vanaf de schacht worden steengangen gegraven. Dat zijn net zulke galerijen als die waar je tijdens het bezoek doorheen loopt. Als de steengang een steenkoollaag kruist, graaft de mijnwerker een loodrechte galerij langs die laag. Dat noemen we een grondgalerij. Deze dient als boven- en onderkant voor de ontginning van de pijler.

De steenkool die de mijnwerker heeft losgehakt, wordt dan boven de grond getransporteerd.

Je ziet nu mijnwagens, spoorrails en locomotieven staan, maar dat was heel anders toen de ontginning pas begon! In het museum zie je afbeeldingen van kinderen die een kist vol steenkool achter zich slepen. Dat was de wijze van vervoer die voor 1800 werd gebruikt.

Later werd het slepen vervangen door vervoer per as door kipkarren op rails. Tussen 1815 en 1820 werd in Luik een zeer belangrijke vernieuwing doorgevoerd: vervoer door paarden. Het paard werd ingesnoerd in een tuig onder de liftkooi en vervolgens neergelaten in de schacht. Het bracht zijn hele leven in de mijn door.
Pas in de loop van de 20ste eeuw doen de mijnlocomotieven hun intrede.

De was- en sorteerinstallaties

Als de mijnwerker de steenkool loshakt, kan hij natuurlijk onmogelijk voorkomen dat er stenen tussen zitten. Boven de grond moet de steenkool dus van de stenen worden gescheiden, in een gebouw dat de wasserij wordt genoemd. Dat is heel eenvoudig, omdat steenkool en stenen niet dezelfde dichtheid hebben.

Immigratie
Bezoek
Energie
Woordenboek
Quiz