Home Aardrijkskunde Geschiedenis Activiteiten Overzicht Doelstelling Links Foto's 1 Foto's 2 Contact PHH

Provinciale Handelsschool Hasselt

2-daagse van de derdejaars in de Voerstreek

Immigratie

Immigratie

In jouw klas zitten hoogstwaarschijnlijk ook kinderen die niet de Belgische nationaliteit hebben. Hoe zijn ze hier gekomen?

Na de Tweede Wereldoorlog maakt de industrie een geweldige bloei door. De energiebehoefte neemt sterk toe. De enige inheemse brandstof die deze energie kan leveren, is de steenkool die in onze mijnen wordt gedolven. Achille van Acker, die toen minister was, wil de kolenslag winnen. Daarvoor heeft hij mijnwerkers nodig, veel mijnwerkers. Het aantal Belgen dat in de mijnen wilt werken, is echter onvoldoende. Daarom worden vrijwilligers in de landen waar het economisch slechter gaat dan bij ons, opgeroepen om zich aan te melden. Dat gebeurt vaak door middel van aanplakbiljetten. Wij hebben twee inwoners van Blegny ondervraagd die niet uit België komen.

Een Italiaan : Vittorio Gombosco.

1. Waarom bent u naar België gekomen?
Na de Tweede Wereldoorlog was er geen werk in onze streek. Ik was 21 jaar. Op de muren in het dorp hingen aanplakbiljetten die de mannen opriepen om in België te komen werken. Ik heb me ingeschreven en in 1947 werd ik aangenomen om in een steenkoolmijn te komen werken. Ik had trouwens geen idee wat dat was!

2. Waar heeft u gewerkt?
Ik ben in 1947 begonnen in de steenkoolmijn van Tamines. Ik ben er maar een paar dagen gebleven, want ik wilde naar Grâce-Berleur bij Luik, waar zo"n twintig mannen uit mijn dorp waren gevestigd. Ik heb tot 1953 in Queue-du-Bois gewerkt en daarna opnieuw in Trembleur, tot 1964. Als laatste heb ik tot mijn brugpensioen in 1981 in de metaalfabriek van Chertal gewerkt.

3. Werd u goed ontvangen in België?
We leefden rond de steenkoolmijnen. In Grâce-Berleur was ik naar behoren gehuisvest in een barakkenkamp. In Trembleur had ik een kamer in een huis van de mijn en in 1955 ben ik getrouwd met een meisje van Blegny. We hebben drie jongens gekregen.

4. Hadden ze u "gouden bergen" beloofd om naar België te komen?
Absoluut niet. Ze garandeerden ons dat we een goede boterham zouden verdienen, wat ook zo was, maar ze beloofden ons niets anders. Zoals ik al heb gezegd, wist ik niet wat het werk in de mijn inhield. Ik wist ook niet dat dit werk bepaalde ziektes met zich meebracht: zoals heel wat kameraden lijd ik aan silicose.

5. Als u het over kon doen, zou u dan in dezelfde omstandigheden naar België terugkeren?
Ik moet mijn antwoord nuanceren. Als ik de woonomstandigheden en het isolement van de eerste jaren van tevoren had geweten, zou ik zeker niet zijn weggegaan uit mijn dorp. Maar toen de integratie een feit was, is het leven een stuk aangenamer geworden. Het is duidelijk dat ik nu nergens spijt van heb.

Een Hongaar : Jonny di Giovanni

1. Waarom bent u naar België gekomen?
Ik was 19 jaar in 1945. De Duitse troepen trokken zich terug uit Rusland, waarbij ze op weg naar Duitsland door Hongarije kwamen. De Pijlkruisers, een Hongaarse organisatie die met de nazi"s collaboreerde, voerden alle mannen tijdens hun terugtocht met zich mee. We moesten voor de Duitse oorlogsindustrie gaan werken. Dankzij een onderofficier die ons bewaakte, konden we met zo"n zeventig man ontsnappen in de richting van het kanongebulder, dat wil zeggen naar de Engelse linies. Vijf van ons werden gedood. We werden als gevangenen beschouwd en zeer snel in de buurt van Brussel ingekwartierd. We waren met z"n duizenden en de kans om ziek te worden was zeer groot. Toen ze na ongeveer een jaar gevangenschap voorstelden om ons vrij te laten als we in de steenkoolmijn gingen werken, twijfelden we dan ook geen seconde. Met vijf kameraden zijn we op 25 februari 1946 in Trembleur aangekomen. We hebben een contract getekend voor drie maanden, dat in werkelijkheid vierentwintig maanden duurde! Daarna zijn sommigen naar huis teruggekeerd, maar die hebben er spijt van gekregen. Ik ben in België gebleven, want in een ongecensureerde brief waarschuwde mijn moeder mij voor de schaduwkanten van de Russische bezetting in Hongarije.

2. Waar hebt u gewerkt?
Mijn hele loopbaan heeft zich in Trembleur afgespeeld. Ik ben in februari 1973 gepensioneerd na 27 jaar in de mijn te hebben gewerkt.

3. Werd u goed ontvangen in België?
Zodra we in Trembleur aankwamen, werden we door bemiddeling van de mijn gehuisvest in Feneur, bij Rosenholtz. We hadden het daar heel goed. Als arbeiders hadden we dezelfde rechten als de Belgen en de vriendschap tussen mijnwerkers houdt geen rekening met nationaliteiten. Ik heb mijn toekomstige echtgenote Ninie ontmoet op een bal in Dalhem, in 1946. Zij vrolijkte de avond op door accordeon te spelen. We zijn in 1952 getrouwd en ons gezinnetje werd compleet door de geboorte van de kleine Elisabeth.

4. Hadden ze u "gouden bergen" beloofd om naar België te komen?
Nee, wij hadden gevraagd of we mochten komen.

5. Als u het over kon doen, zou u dan in dezelfde omstandigheden naar België terugkeren?
Absoluut. Nu 22 jaar na mijn pensionering droom ik soms nog dat ik in de mijn werk. Als ik kon, ging ik er weer werken, maar dan voor een paar uur per dag, want ik ben geen 20 meer.

Vlak voor 1925 komen de eerste emigranten bij de steenkoolmijn van Blegny-Trembleur aan. Uit de archieven van 1925 blijkt dat zo"n dertig arbeiders, voornamelijk Italianen en Nederlanders, in de mijn werken op een totaal van ±350 werknemers. Omdat ze zonder hun familie zijn gekomen, laat de directie een onderkomen bouwen, dat uit meerdere kamers bestaat. Deze woning, die achter het huidige zelfbedieningsrestaurant ligt, wordt na 1945 omgebouwd tot kantoor.
In 1939 vindt een tweede emigratiegolf plaats. In dat jaar is 29% van de arbeiders van buitenlandse afkomst op een totaal van ± 320 werknemers.
Tijdens de oorlog zijn er geen gastarbeiders: alle 112 arbeiders hebben de Belgische nationaliteit. Het duurt tot 1946 voordat er weer mannen wegens gebrek aan werk of een instabiele politieke situatie aan de poort van de mijn aankloppen.
Tot in 1976 blijft het aantal gastarbeiders stijgen. Zo hadden ze in 1960 een aandeel van 38% in het totale personeelsbestand van ± 700 werknemers. In 1976 was 68% van het personeel van buitenlandse afkomst op een totaal dat min of meer gelijk was. De gastarbeiders die in de mijn werkten, kwamen uit Italië, Nederland, Griekenland, Spanje, Polen, Hongarije, Tsjechië, Turkije, Marokko en nog een paar andere landen.

Immigratie
Bezoek
Energie
Woordenboek
Quiz