Heel lang geleden …
de kust van een vrij warme zee lag te zuiden van de huidige Voerstreek
en overspoelde dit gebied. Gedurende tientallen miljoenen jaren zonken
de resten van zeeplantjes en dieren naar de zeebodem en hoopten zich zo
meters hoog op. Deze lagen bestonden hoofdzakelijk uit kalk of krijt en
hieruit ontstond het huidige mergel dat we in de Voerstreek terugvinden.
We gaan mergelgrotten bezoeken tijdens één van de wandelingen.
Ongeveer 35 miljoen jaar geleden overspoelde de zee voor het laatst de
Voerstreek en omgeving en trok zich daarna definitief terug.
De
Romeinse tijd (van 700
voor tot 500 na Christus)
Voeren ligt ten zuiden van een belangrijke verbindingsweg uit de
Romeinse tijd, de weg die van Tongeren via Maastricht en Heerlen naar
Keulen leidde. Het logische gevolg hiervan is dat we in Voeren twee
Romeinse villa"s kunnen situeren. Het grootste is gedeeltelijk
blootgelegd in "s Gravenvoeren in 1840 en 1846. De toenmalige
burgemeester liet met de brokstukken de mooie Steenboskapel oprichten
die we zeker ook zullen zien tijdens één van de wandelingen. Dit
kapelletje is een uniek voorbeeld van een monument dat volledig gebouwd
werd met gerecupereerd materiaal. Over de grens tussen Moelingen en het
Nederlandse buurdorp Eysden werd een grafveldje uit de Romeinse tijd
ontdekt en dateert van rond 180 na Christus.
De
Kersteningtijd (van 500 tot 1200 na Christus)
Uit deze tijd bestaan er weinig bewijzen dat de Voerstreek bewoond was,
toch kunnen we ervan uitgaan dat dit wel zo was, want Aken, het
toenmalige machtscentrum, ligt amper 25 km van Teuven. In de periode na
870 vallen de Noormannen regelmatig binnen en dit heeft een verwarde en
onveilige toestand tot gevolg; Het rijk valt uiteen in kleine
vorstendommen die een grote zelfstandigheid bezaten en elkaar bekampten
om de macht.
De
Stedentijd (van 1200 tot 1500 na Christus)
Als we Voeren bekijken in de dertiende eeuw, stellen we vast dat dit
gebied deel uitmaakte van verschillende bestuurseenheden. Teuven en
Remersdaal behoorden tot de ban Montzen en "s Gravenvoeren,
Moelingen en Sint - Martens - Voeren tot het land van Dalhem. In 1242
werd Sint - Pieters - Voeren door ridder Daniël van Voeren geschonken
aan de Duitse Ridderorde en stond dus onder het gezag van de Duitse
keizer. Op 12 juni 1288 vond de Slag van Woeringen plaats en dit
betekende een historische mijlpaal voor de streek. Tijdens deze strijd
versloeg hertog Jan I van Brabant een Gelders - Limburgse coalitie en zo
werd de Duitse invloedsfeer sterk teruggeduwd. Voeren behoorde vanaf
toen tot de " Landen van Overmaze", die later bij het
Bourgondische Rijk gevoegd werden
De
Vorstentijd (van 1500
tot 1800 na Christus)
In de zestiende eeuw werden de Nederlanden uit elkaar getrokken ten
gevolge van godsdienstoorlogen. In 1648 werd de toestand vastgelegd in
het Verdrag van Munster en Voeren kwam zo onder Spaans bewind terecht.
Frans werd toen de officiële voertaal, met de gevolgen die we nu nog
regelmatig in de pers lezen, namelijk de taalstrijd in Voeren.
De
Volkerentijd (van 1800
tot 1945 na Christus)
In 1815 ontstonden de namen Limburg en Luik en kwam Voeren terecht bij
Luik. 133 jaar behoorden de Nederlandstalige Voerdorpen tot het
Franstalige gebied, ook al werd thuis en op straat Limburgs geleefd. De
mensen spraken onder elkaar het plaatselijke dialect, zodat er van
taalonenigheid geen sprake was. Dit dialect leunt aan bij het Nederlands
en het Platduits van de Oostkantons. De gebeurtenissen in het Vlaamse
Limburg werden op de voet gevolgd en het grootste deel van de Voerense
bevolking voelden zich Limburgers in hart en nieren.
Onze tijd (van 1945 tot ….. na Christus)
Op 1 september 1963 gingen de nieuwe taalgrensregeling en de nieuwe
taalwetten van start en eindelijk hoorde Voeren bij Limburg. Wie had
gedacht dat die taalwetgeving ook taalvrede mee zou brengen vergist
zich, want nieuwe regels waren alles behalve waterdicht en de strijd van
de verfransing bleef aanhouden. Voeren bleef voor Vlaanderen een
afgelegen stukje land en de steun vanuit Vlaanderen liet dan ook lang op
zich wachten. Luik daarentegen gaf directe steun en daardoor bleef
Voeren voor de levensnoodzakelijke diensten zoals bijvoorbeeld de
brandweer afhankelijk van Wallonië. Dat leidt nu nog tot problemen bij
bijvoorbeeld een brand bij Vlamingen die het noodnummer bellen en zo in
het Frans moeten uitleggen wat er aan de hand is.
Vanaf 1968 deden Vlaanderen en vooral de provincie Limburg erg hu best
om de culturele activiteiten in de Voerstreek te stimuleren. Een
belangrijke impuls was de oprichting van de Provinciale Middelbare
School Voeren. Later volgden de avondleergangen, een cultureel centrum
in het Veltmanshuis, dat we zeker ook zullen zien tijdens een activiteit
ter plaatse. Ook de muziekacademie en de jeugdherberg De Veurs zijn
resultaten van deze inzet. De Vlaamse wortels in de Voerstreek krijgen
eindelijk vorm!
Deze vooruitgang zorgde natuurlijk voor strubbelingen van de kant van de
Waals gezinde Voerenaars, hetgeen zorgde voor harde confrontaties eind
de jaren "70. De laatste evolutie is in het "nadeel" van
de Vlamingen, want er worden toegevingen gedaan aan de Waalse eisen. Zo
kregen ook zij de kans een cultureel centrum te bouwen op Vlaams
grondgebied, wat natuurlijk ook weer de nodige macht met zich meebrengt.
Al deze strubbelingen hebben tot gevolg dat Voeren wordt aanzien als een
"Klein-Joegoslavië, terwijl het vooral een rustige gemeente is
waar Walen en Vlamingen naast elkaar wonen. De spanning stijgt alleen
een beetje als we richting verkiezingen gaan, maar het is vooral de
natuurlijke rijkdom van de streek die ons zou moeten aanspreken.