DE ALOUDE MECHELSE OMMEGANG

Door "Ommegang" verstond men destijds de processie die jaarlijks rond de stadswallen trok met de relikwieën van Sint-Rombout. De eerste had plaats in 1302 ingevolge een belofte door de Mechelaars gedaan, "toen vijandelijke legers de stad bedreigden". - Bedoeld werd het beleg van Mechelen door hertog Jan II van Brabant. - Deze processie werd "Peisprocessie" genoemd en werd sindsdien elk jaar op de woensdag na Pasen door de stad ingericht.

 

Het hoofdelement is de reuzenfamilie met de reus (1481) en de reuzin (1549), beiden ca. 4,15 m. hoog, de drie reuzenkinderen janneke, Mieke en Klaaske (1618), ca. 2,50 m., en grootvader reus (1600), gezeten op een vierwielige wagen, zodat hij zelfs de 5 m. haalt.  

 

Volgen dan het Ros Beiaard of Vier-Gebroederspaard (1415), bereden door de vier Heemskinderen, het oudste van de onderdelen; de kemeltjes (1501), bereden door cupido's, en de paardjes (1648); het Schip van Oorlog of Schip van 's Lands Welvaren (1647); het Rad van Fortuin of Rad van Avontuur (1615) en tenslotte Opsignoorke of Sotscop of Vuylen Bras (1647), die al een hele geschiedenis achter de rug heeft.

 

Tot in 1938 werden de Hanswijkcalvalcades steeds besloten met deze ommegang. Onder impuls van de stedelijke cultuurraad en van het Stadsbestuur werden al de onderdelen grondig gerestaureerd, zodat dit jaar opnieuw met de vroegere traditie kan worden aangeknoopt en de ommegang op de cavalcade zal kunnen volgen.

 

De ommegang zelf zal worden voorafgegaan door een aantal praalwagens uit 19de eeuwse cavalcades: De Lischbloem, De Peoene, Slede van de Peoene, Prediking van Rumoldus te Mechelen en Schrijn van Rumoldus. Zij vormen meteen de overgang tussen de religieus-historische cavalcade en de folkloristische ommegang. Ook deze unieke wagens werden recent op oordeelkundige wijze hersteld.