Kalfsschnitzeltjes met kappertjes en champignons

Ingrediënten:
6 kalfsschnitzels van ca. 100 gram per stuk
1 citroen
2 tot 3 eetlepels kappertjes
1 takje verse tijm of 1 theelepel gedroogde
1,5 dl droge witte wijn
1 teentje knoflook
zout en versgemalen peper
500 gram champignons
2 tot 3 eetlepels bloem
150 gram boter
2 eetlepels fijngehakte peterselie

Voorbereiden:
Sla de schnitzels zonodig tussen twee velletjes gladfolie wat platter met de deegrol of de bodem van een steelpan en snijd ze in twee gelijke stukken. Borstel de citroen af onder de hete kraan, rasp de schil en pers het sap uit. Spoel de kappertjes in een zeef af onder de koude kraan en laat ze uitlekken. Hak de verse tijm fijn. Roer de wijn, de citroenrasp, het citroensap, de tijm, de geperste knoflook en wat zout en peper door elkaar. Snijd de schoongemaakte champignons in plakjes.

Bereiden:
Schep wat zout en peper door de bloem. Haal de schnitzeltjes door de gekruide bloem en klop het teveel aan bloem af. Bak ze (in twee koekenpannen) in 100 gram van de boter in ca. 2 minuten aan beide kanten bruin. Neem ze uit de pan en houd ze warm in een op 100° C voorverwarmde oven. Doe de resterende boter in één van de koekenpannen en bak de champignons omscheppend op hoog vuur tot ze beginnen te kleuren. Voeg de kappertjes en het wijnmengsel toe en breng aan de kook. Laat kort koken en proef of er nog zout en/of peper bij moet. Schep de saus over de schnitzeltjes en bestrooi met de peterselie