| Een schommelende bloedsuikerspiegel vlak voor de start. |
| Tijdens het lopen verbruiken we zowel vetten als koolhydraten. De brandstof
koolhydraten is een verzamelnaam voor zetmeel en suikers. Ze komen in redelijke
hoeveelheden voor in aardappelen, rijst, pasta’s, peulvruchten, pap,
pannenkoeken, fruit, vruchtensappen, brood en andere graanproducten.
Het lichaam kan koolhydraten in lever en spieren opslaan in de vorm van glycogeen. Deze glycogeenvoorraad is normaal gesproken groot genoeg om 1,5 tot 2 uur te kunnen hardlopen. De voorraad vetten in het lichaam is zodanig groot dat we hiervan geen extra hoeveelheden via de voeding nodig hebben. Het eetpatroon van een hardloper dient daarom koolhydraatrijk en vetarm te zijn. In de maag wordt het zetmeel in glucose gesplitst en wordt doorgegeven aan de dunne darm. Via de dunne darm komt dit suiker in het bloed terecht. We noemen het dan bloedsuiker. Na het gebruik van voedsel stijgt de hoeveelheid bloedsuiker Deze onmisbare brandstof wordt door middel van het bloed naar de spiercellen getransporteerd. Het hormoon insuline loodst dit bloedsuiker de spiercellen in. De werking van insuline is te vergelijken met een portier. Insuline ‘opent de deur’ van de spiercel, waardoor glucose uit het bloed naar binnen kan. In de spiercellen wordt glucose verbrand. Hierbij komt energie vrij, waarmee we bijvoorbeeld kunnen hardlopen. Het is belangrijk dat er een goed evenwicht bestaat tussen aan de ene kant de aanvoer van bloedsuiker via de voeding naar het bloed toe, en aan de andere kant de afvoer van bloedsuiker uit het bloed naar de spieren: door middel van insuline; Een normale bloedsuikerwaarde schommelt tussen de 4 en 8 mmol per liter bloed. Als u de (koolhydraatbevattende) maaltijden regelmatig over de dag verdeelt en uw dagelijkse voeding niet extreem veel suiker bevat, dan zal uw bloedsuikergehalte binnen redelijke marges blijven. Er is echter een situatie die bij hardlopers nog wel eens voorkomt en waarbij het bloedsuikergehalte vlak voor een wedstrijd of training uiteindelijk te laag kan worden. Een te laag bloedsuikergehalte noemt men hypoglycemie. Het kan veroorzaakt worden door opname van een te hoge suikerconcentratie een aantal minuten voor een wedstrijd of training. Meestal gebeurt dit in de vorm van suikerrijke sportdranken, suikerklontjes of druivensuikertabletjes. Waarschijnlijk gaat men ervan uit dat op deze manier de koolhydraat-energietank van het lichaam nog even bijgevuld wordt. Helaas heeft dit juist het tegenovergestelde effect. Als u in rust suiker nuttigt, gaat de alvleesklier insuline produceren. Bij gebruik van snel opneembare suikers komt er plotseling veel suiker in het bloed terecht. Om te voorkomen dat het bloedsuikergehalte te hoog wordt, reageert het lichaam met de productie van een extra hoeveelheid (teveel in dit geval)insuline. Hierdoor wordt de bloedglucose extra snel in de spieren opgenomen. Als na het startschot het insulinegehalte in het bloed verhoogd is, wordt dit suiker extra snel door de spiercel uit het bloed opgenomen. Dit is een gevolg van inspanning en een verhoogd insulinegehalte in het bloed tegelijkertijd. Het bloedsuikergehalte gaat hierdoor extra snel dalen en wordt lager dan gewenst. Hersenen en zenuwcellen die geheel afhankelijk van het bloed suiker zijn, kunnen een energietekort krijgen. Het gevolg is dat er na 5... 10 minuten in een wedstrijd of training een gevoel van krachtverlies en duizeligheid kan ontstaan. Bovendien neemt het coördinatievermogen af en ziet men ‘zwart voor de ogen’. Insuline zorgt ervoor dat zuivere glucose die b.v in keukensuiker aanwezig is zo vlug mogelijk uit het bloed in de (spier-)cellen opgenomen wordt zodat men zich, na weliswaar enkele minuten van welbehagen, vrij vlug weer slechter voelt dan tevoren; Dit komt door wat men noemt een toestand van "hypoglycemie" Topsporters ervaren het verschil in energieaanvoer tussen enkelvoudige en
meervoudige suikers, meestal tot hun verdriet. Nemen zij vlak voor de
wedstrijd flink wat suiker voor extra energie, dan krijgen zij die ook heel
snel. Maar daarna tracht het lichaam weer tot een evenwicht te komen: als
reactie daalt het bloedsuikergehalte. En dat betekent juist krachtverlies. Gebruik tot 2 uur voor de training of wedstrijd géén snel opneembare suikers in de vorm van koolhydraat rijke (sport)dranken, suikerklontjes of druivensuikertabletten. Als uw eetpatroon koolhydraat rijk is, is er normaal gesproken genoeg glycogeen in uw lever en spieren voorradig. |