|
Wat is melkzuur ? |
|
Bij de samentrekking van een spier dient ATP (adenosine triosfaat) als directe energiebron. Het ATP dat beschikbaar is in de spiegel kan de concentratie maar voor enkele seconden ondersteunen. Om de spier langdurig te laten samentrekken, moet er dus voortdurend ATP gesynthetiseerd worden. De energie om dat ATP te vormen, putten we uit onze voeding. De belangrijkste energiebronnen hiervoor zijn vetten en koolhydraten. Door de spijsvertering worden complexe moleculen omgezet tot kleinere en eenvoudiger moleculen die via de darmwand in het bloed opgenomen en zo naar de verschillende weefsel gebracht worden. Hier kunnen ze opgeslagen worden in de vorm van glycogeen (in lever en spieren) of in de vorm van triglyceriden (in vetweefsel) waarna ze verbruikt worden bij spierinspanningen. Bij voldoende toevoer van zuurstof (bij inspanningen van lage intensiteit), worden de koolhydraten en vetten omgezet in verschillende stoffen die verder verbruikt worden in het lichaam. Ter hoogte van de spieren komt energie vrij onder de vorm van ATP-moleculen. Bij zware inspanningen zal de toevoer van zuurstof niet voldoende zijn. De koolhydraten worden onder anaërobe omstandigheden (zonder zuurstof) afgebroken tot ATP enerzijds en tot een afvalstof in onze spieren anderzijds : melkzuur. De vorming van ATP door afbraak van suikers (glucose) met vorming van melkzuur in anaërobe omstandigheden (zonder zuurstof) wordt anaërobe glycolyse genoemd. Dit proces is belangrijk omdat het een kortstondige bron van energie vormt op een ogenblik dat het organisme niet over zuurstof beschikt zoals bij korte, intensieve inspanningen als 400 meter, 800 meter, verrek en aankomst bij een langere afstand, ... Het energieverbruik is hier zó groot dat het cardiovasculaire systeem noch de tijd noch de mogelijkheid heeft om een voldoende verhoogde toevoer van zuurstof te leveren. Nadat melkzuur gevormd werd en in de spier terecht gekomen is, zal het melkzuur in het bloed komen als er geen directe toevoer van zuurstof is. Hierdoor daalt de zuurtegraad van het bloed en, als de daling groot genoeg is, zal dit de inspanning beperken. Na een intensieve inspanning wordt het melkzuur gemetaboliseerd. Door rustig uit te lopen na de inspanning wordt het melkzuur makkelijker geëlimineerd. Bij een eenmalige inspanning van langere duur wordt het gevormde melkzuur snel geoxideerd in de spieren, zodat de basale melkzuurspiegel behouden blijft (aërobe inspanning). Om de juiste intensiteit van een training te bepalen, is een inspanningstest met melkzuurbepaling van belang. De hartfrequentie waarbij de melkzuurspiegel ongeveer constant blijft (4 mmol/liter) wordt dan bepaald (de Aëroob-anaërobe grens). Lange afstandslopers kunnen aan deze intensiteit één maal per week trainen gedurende 30 à 45 minuten. Intervaltraining gaat gepaard met melkzuurfluctuaties die specifiek zijn voor die inspanning. Dit soort training is vooral geschikt voor goede lopers van 400 à 800 meter om hun organisme te laten wennen aan hoge melkzuurwaarden (tot 25 mmol/liter). |
| Artikels | Terug naar nieuws |