|
Wat eet een sporter best ? | ||
| Voor
elk sporttype bestaat een specifiek menu. Toch kunnen we enkele algemeen
geldende regels geven.
Verdubbel vooreerst je portie groenten. Probeer minstens twee maal per dag groenten te eten. Eet bijvoorbeeld soep bij je boterhammen en een gemengde sla en een grote portie gestoomde groenten bij je warme maaltijd. Het ordewoord is hier : afwisseling! Probeer ook wat meer peulvruchten te eten. Die zijn rijk aan ijzer, calcium en voedingsvezel. Deegwaren, rijst en aardappelen moeten een belangrijke plaats innemen in je voeding. Ze kunnen makkelijk verwerkt worden in lekkere gerechten van soep tot dessert- en vormen een zeer goede bron van samengestelde koolhydraten. Eet veel fruit. Fruit is een uitstekende bron van koolhydraten en bevat tegelijk veel vitamines en mineralen. Gedroogd fruit is een geconcentreerde brandstofleverancier. Het kan nuttig zijn voor en na een zware training. Eet vooral niet-geraffineerd voedsel. Gebruik dus liefst volkoren producten en volle rijst. Je voelt je vlugger verzadigd én ze brengen de belangrijkste vezels aan. Probeer vlees, vis, kaas, melk en eieren te beperken. Honderd gram vlees of vis per dag is voldoende, samen met een portie kaas, en twee porties melk of yoghurt per dag. Eet niet meer dan drie eieren per week. Beperk ook het gebruik van suiker, jam, honing en softdrinks. Kies in elk geval vetarme producten : magere of halfvolle melk, magere vlees- en vissoorten, magere kaas en yoghurt, halvarine, ... Bij het koken gebruik je best de vetarme technieken als stomen, pocheren, grillen. Bereid vlees, vis en groenten in aluminiumfolie. Vermijd in elk geval de frietketel, bakken met veel vet en braden. In de keuken kun je ook wat olie met veel linolzuur als saffloerolie, tarwekiemolie of olie van zonnebloempitten gebruiken. Maak je slasausjes dan weer op basis van magere yoghurt of kwark en breng ze op smaak met kruiden, sojasaus of citroensap. De drank bij uitstek is vanzelfsprekend water. Drink liefst 2 tot 2,5 liter water per dag! Wacht niet met drinken tot je dorst hebt. Het dorstgevoel loopt immers niet echt gelijk met het vochtverlies. Als je dorst hebt is het met andere woorden al te laat. Probeer daarom voor, tijdens én na de wedstrijd of training te drinken. |
| Artikels | Terug naar nieuws |