Tekst van Leo Vervloet (ook gepubliceerd in het tijdschrift van VVF-Mechelen)

P.S. een deel van deze tekst werd ontleend aan “de geschiedenis van Bonheiden” geschreven door één van onze leden: E. Raes † 22.04.1998 ( waarmee ik (Leo) voor een stuk heb samengewerkt om bepaalde teksten tot stand te brengen).

 

MOORD OP DE BEFFERHOEVE

Op de plaats waar zich nu binnen zijn oude watergordel het moderne kasteeltje van Befferen bevindt, stond twee eeuwen geleden op ongeveer dezelfde plaats een ouder zo­genaamd speelhuis. Voor Bonheiden en zijn omgeving niets ongewoons, ware het niet dat zijn naam "Befferen" aanleiding gaf tot speculaties, als zou het voormalige Hof van Befferen op dat kasteeltje gezeteld hebben. Het staat nochtans buiten kijf dat het voormalige bestuursorgaan van het Land van Mechelen te Putte gevestigd was. J.J.De Munck, een Mechelse notaris, die leefde tussen 1740 en 1792, schreef echter in zijn gedenkschriften dat, indien voor de Domaniale goederen van het Land van Mechelen (de goederen van de koning) de rentmeester-generaal van hare majesteit met de zeven schepenen van Befferen en een griffier samen kwamen, dan de Hoofd- en Domaniale Bank gevormd werd en deze van ouds gehouden werd over de Pasbrug, op Brabant bij Mechelen'. Het lag voor de hand dat gezien zijn naam, velen het oude kasteel van Befferen als de vergaderplaats zouden beschouwen. Maar dat is fout. Ook Putte ligt over de Pasbrug en echt niet ver van Mechelen. Bovendien kon er voor het einde van de 18de eeuw geen enkel spoor van een kasteeltje ontdekt worden, het oude huis van plaisantie, de voorloper van het nu bestaande kasteel, werd nog geen twee decenia voor de Franse Revolutie gebouwd. Wel bestond er op die plaats een oude, beslist belangrijke hoeve, de grote Befferhoeve genaamd. Van die hoeve werd de kleine Befferhoeve, ook Bruinbeekhoeve genoemd, afgesplitst, ze lag ergens aan de Bruinbeek en was in 1682 tien bunders (12,236 ha) groot. De adellijke eigenaar bezat ook nog landbouwgronden die hij afzonderlijk verhuurde. Voorzover we konden nagaan, bedroeg de totale oppervlakte van het domein ongeveer 53 bunders of 63 ha. De agrarische gronden lagen in het gebied dat in het charter van 1265, toen Lodewijk Berthout de heide aan onze inwoners verkocht, de Campe genoemd wordt en de oudste landbouwontginning in de streek zou geweest zijn. Het ligt dus voor de hand dat in dat geval het genoemde domein hierin een belangrijke rol speelde en bijgevolg zeer ver in de tijd teruggaat.

Aangaande de naamgeving "Befferhoeve" en "Befferveld" is niets met zekerheid geweten; wel staat vast dat er in de 15de eeuw een Jan Van Befferen leefde die op die plaats bezittingen had. Zoals blijkt uit een cijnsboek, geschreven tussen 1445 en 1450, was hij op enkele van die gronden een cijns verschuldigd aan het kapittel van Sint-Rombouts:

Item Ian van Beffere van 4 stucken lans op Befferen velt dat geit nu Ian van den Streke 10 . ?.   lovens                                                                               

 

De vraag blijft of Jan Van Befferen de Befferhoeve stichtte en zijn naam gaf aan de landbouwvestiging, ofwel dat het omgekeerde gebeurde en hij de naam aannam van zijn bezit.

We spitsen onze aandacht toe op de Grote Befferhoeve en haar later kasteeltje. Volgens het pachtcontract van 22 februari 1639 behoorden volgende gronden tot de hoeve:

  • Eerst het huys metten stallingen schuere ende hovenbuer staende op een motte besloten in grachten mette weyden rontomme tselve huys schuere ende ovenbuer groot tsamen 6 dachwanden 66 roeden geteeckent inde caerte met A

  • Item 20 dagw. 63 1/2 roeden genoempt tgroot Befferenvelt oft Hoogen Heuvel geteeckent in de caert met B

  • Item 17 dagw. 42 r. genoempt de Schyethaege geteekent in de caerte met C Item 2 dagw. 43 r. genoempt Tcleyn Veldeken voor de hoeve oft voor de hoffgracht geteeckent inde caerte met D

  • Item 19 dagw 66 1/2 r. genoempt den Broeckcant geteekent inde caerte met E

  • Item 1 dachw. 23 r. gelegen aan de Voort ende aende Shyethaeghe geteekent inde caerte met G

  • Item 1 dagw. 23 r. gelegen aende Voort ende aen dander straete geteekent inde caerte met H

  • Item 2 dagw. 35 r. leggende aende Voort ende aent naervolgende stuck geteeckent inde caerte met J

  • Item 2 dagw. oft daer ontrent vercregen in tjaer 1631 door myn heere Snoy van vrouwe Louyse van de Vorst vrouwe van Borgesteyn gelegen aende Voort, aende herbaene lopende naer Berlaer ende aen tvoorgaende stuck lants met niet geteeckent inde caerte

  • Noch 4 dagw. 74 1/2 r. bempts gelegen tegen die hoffgrachte geteekent inde caerte met A

  • Noch 3 dagw. 59 1/2 r. bempts genoempt de Middel Hoffgracht leggende tegen die hoff­gracht ende den voorgaenden bempt geteekent inde caerte met B

  • Noch 2 dachw. 96 r. genoemt den Cleynen Tervenbempt oft Cleynen Hoogen Bempt gele­gen tegen die hoffgracht ende den voorgaende bempt geteekent inde caerte met C

  • Noch 4 dagw 57 1/2 r. genoempt het Peertseussel gelegen neffens den voorgaende ende neffens het Cleyn Veldeken voor de hoeve geteekent inde caerte met D

  • Noch 4 dagw. 23 3/4 r. genoempt den Bessem comende mette eene syde aenden naervol-genden bempt ende met de twee hoecken aen de Middelhof/"gracht ende aenden Boeymeer-bempt geteekent inde caerte met F

  • Noch 6 dachw. 29 r. genoempt de Hooghenbempt oft Tervenbempt gelegen tussen die vier voorgaende bempten ende den naervolgende geteekent inde caerte met G

  • Noch 9 dagw. 57 1/4 r. genoempt den Boeymeerbempt gelegen neffens den voorgaenden bempt ende de Boeymeer geteekent inde caerte met H

  • Noch 4 dagw. 53 1/4 r. gelegen aende hoffgracht ende aende Drift geteekent inde caerte met J

  • Noch 1 dagw. 70 1/2 r. gelegen neffens den voorgaende ende aende Drifft geteekent inde caerte met K

  • Noch 83 1/2 r. bempts gelegen neffens die voorschreven ende neffens den Broeckcant geteekent inde caerte met O.

De kaart waarvan sprake in het huurcontract bestaat helaas niet meer.

 

a. DE EIGENAARS

PHILIPPE GUILLIAM VAN STEENHUYSE X WALBURGA SNOY

De eerste met zekerheid gekende eigenares was de kleindochter van ridder Joost Snoy en Walburgis van der Aa, vrouw van Oppuurs. Aanvankelijk verbleef dat adellijke echtpaar te Utrecht, maar na de dood van Adolf van der Aa (+1568), grootvader van Walburgis vestigden het zich te Mechelen in het kasteel "Ter Borcht". Dat was eertijds een vesting langs de Dijle die de Berthouts zouden hebben gebouwd. Op dezelfde plaats, op de hoek

van de Lakenmakersstraat, staat nu nog een moderner kasteeltje.

Philippe Snoy, zoon van Joos en Walburga, werd opgenomen in de ridderstand bij patentbrief van 2 maart 1633. Op zijn beurt werd hij Heer van Oppuurs. Hij trouwde driemaal, namelijk met:

1. Florence de Brimeu, Vrouw van Poederlee en Gierle, overleden te Mechelen op 8 ja­nuari 1616. Van haar had hij twee kinderen: Walburga, geboren op Pasen 1605, en Philippe Guilliam.

2. Maria vander Dilft, weduwe van Jan Bap. Kerremans. Ze overleed te Mechelen op 17 mei 1618 en liet een kind na: Joannes Carolus.

3. Lucia van der Laen, overleden op 14 maart 1670. Uit dit laatste huwelijk werd Maria Anna Snoy geboren.

Zelf overleed Philippe Snoy te Mechelen op 9 juni 1637; hij werd in de Sint-Rombouts-kerk begraven.

Walburga Snoy, kind uit het eerste huwelijk, werd vanwege haar moeder Vrouw van Poederlee en Gierle, en trouwde op 14 januari 1636 met Philippe Guilliam van Steenhuyse. Haar echtgenoot was geboren te Mechelen op 27 september 1593 als zoon van Guilliam van Steenhuyse en Margaretha van Gottignies. Hij werd Heer van Fiers, Heerle en later, in 1653 na de dood van zijn echtgenote, baron van Poederlee.

Uit de archieven blijkt dat het echtpaar in 1639 eigenaar was van het landgoed Befferen in Bonheiden; wellicht was het goed afkomstig van de in 1637 overleden Philippe Snoy en had zijn dochter Walburgis het eigendom verworven.

Van hun zeven kinderen is enkel het vijfde kind, Maria Walburgis van Steenhuyse, geboren te Mechelen op 12 december 1642, voor ons van belang.

Philippe Guilliam van Steenhuyse, die in 1650 raadsheer van de Private Raad werd en in 1659 zelfs Kanselier van Brabant, overleed te Brussel op 1 mei 1668; zijn echtgenote was reeds op 24 februari 1651 gestorven.

MARIA WALBURGA VAN STEENHUYSE X JOANNES JACOBUS ANTOON SNOY Maria Walburga van Steenhuyse trouwde op 26 februari 1682 met haar neef, Joannes Jacobus Antoon Snoy, de oudste zoon van Joannes Carolus Snoy, Heer van Calster, Elsbroek, Langerhage, Oppuurs, Weert en vanaf 1664 baron van Oppuurs, de halfbroer van haar moeder. Hij was getrouwd met Jacqueline Isabella van Steenland. Hun oudste zoon, Joannes Jacobus Antoon, werd de tweede baron van Oppuurs en overleed op 31 juli 1691. Zijn weduwe verhuurde in 1696 als mevrouw van Steenhuyse, douairière van Oppuurs de hoeve van Befferen; ze had het landgoed dus van haar vader gekregen. Ook de Bonheidense belastingsboeken bevestigen o.a. in 1690 dat de toenmalige eigenaar van het landgoed Befferen de baron van Oppuurs was.

Maria Walburga van Steenhuyse overleed te Mechelen op 11 februari 1709 en werd begraven in de Sint-Romboutskerk.

 

CHARLOTTE MARIA FLORENCE SNOY X CAROLUS PHILIPPUS HANGOU­VART

Het echtpaar Snoy - van Steenhuyse had slechts één dochter: Charlotte Maria Florence Snoy, geboren op 26 november 1683. Ze trouwde te Mechelen in 1701 met Carolus Philippus Hangouvart, die baron, graaf en markies was. In de oude Bonheidense archieven wordt hij regelmatig de eigenaar van het landgoed Befferen genoemd met de titel van graaf van Avelin, eigendom die hij aan zijn echtgenote te danken had.

Carolus Philippus Hangouvart was geboren te Rijsel op 1 juli 1680 als zoon van Bartholomeus Franciscus Josephus Hangouvart en Francisca Isabella van Vichte. Hij werd grootbaljuw van Rijsel en overleed er op 19 november 1749; zijn echtgenote was al in maart 1727 gestorven.

 

b. DE PACHTERS VAN DE VROEGERE BEFFERHOEVE

HENDRIK VAN MOERE X MAYKEN TIMMERMANS

De eerste ons bekende huurder van de Befferhoeve was Hendrik Van Moere. Volgens het pachtcontract was hij getrouwd met Mayken Timmermans en huurden ze de Befferhoeve voor 550 gulden en vier veertelen koren. De pacht ging half maart 1639 in, de oppervlakte die ze zouden bewerken, werd reeds uitvoerig genoemd.

Een windhoos rukte op 4 september 1661 het dak van de Befferhoeve af; het vernielende natuurgeweld werd als volgt beschreven:

Den 4 september 1661 is te Mechelen, by avont swaer donder en blixem ontstaen, 't scheen dat het vier regende, ende alle elementen barsten... Befferhoef is op de mueren naer wegh gheslaghen, 20 schapen gedoot, en onder menichte boomen is een onghemeen dicken nooteboom uyt de aerde opghenomen, en 20 treden van syn plaets in der aerden gheset.

Waarschijnlijk verliet Hendrik Van Moer de hoeve ten gevolge van die vernieling. Hij zou te Bonheiden op 5 mei 1667 overleden zijn.

 

NIKOLAES VERVLOET X ELISABETH VANDER AUWERA (onze voorouders)

Hoewel Nicolaes Vervloet pas vanaf 1664 met zekerheid de Befferhoeve huurde, is het mogelijk dat hij ze reeds in 1656 pachtte. Hij trouwde immers te Bonheiden op 9 september 1656 met Elisabeth Vander Auwera, en het was toen toch gebruikelijk dat men wachtte om te trouwen tot er ergens een bedrijf vrij kwam.

Heel hun verdere leven brachten de echtelieden door op de hoeve waar ze tussen 1661 en 1684 zeven kinderen kregen. Nicolaes Vervloet werd in die jaren ook schepen en burgemeester van Bonheiden.

Voor hun landbouwbedrijf bewerkten ze minder grond dan hun voorganger; in 1682 bijvoorbeeld gebruikten ze 19 1/2 bunders land en huurden ze van het klooster van Hanswijk een beemd van vijf dagwanden .

In het stadarchief van Mechelen (nr. 1014) vinden wij bij Notaris Horte in het jaar 1676 volgende huurovereenkomst:

Op heden 6den meert 1671 comparerende voor mij openbaer notaris ende ter presensie van getuygen naergenoempt: Jonckheer Philipus Hendrik de Steenhuysen heer van Capel etc... als last ende commissie hebbende van Jonckfre. Marie Walburga van Steenhuysen welcken Heere comparant heeft verclaert ende verhuert te hebbenende verhuert mits desen aen Niclaes Vervloet ende Elisabeth vander Auwera zyn huysvrouwe ten desen present ende voorts huere accepterende de groote Befferhoeve met de Bempden de landen daer aen gelegen soo ende gelijck den voorseyden huerders deselve hoeve voor desen noch in hueringe gehouden hebben in confirmiteyd van de huersele daer van sijnde voor mij notaris ende sekere getuygen gepasseert den 15 october 1661waeaen wordt gherefereert/Ende dat voor de somme van 500 gulden ‘sjaers  in permiste (?) gelde/item noch 4 vertelen coren /150 bussels deckstrooi/6coppelen kieckens tjaers /ende 4 daegen te craweyen met waegen dnde peerd /ingaende deszelve huere thalff meert naest comende van desen jaere 1676.  Ende dat voor eenen termijn van sesse jaeren ten drijen te scheyden wient gelieff mits malcanderen deselve huere een halff jaer te vooren op te seggen/ op conditie dat de huerlingen moeten betaelen alle dorpscoste hoedanich die souden mogen sijn / maer de concincxbeden ende subsidien als die op den voet van de ordenassen (?) heden in gehalt worden sullen wesen tot last van den voor Jonckfre.propretaresse ende sullen de huerders genieten het willigenhoudt om hun te ….te kappen alle vijff jaerenende voorts / de huerders sijn gehouden soo sy belooven mits desen hun te regelen naer den inhoudt van de voor…conditiën  van 15 octobris 1661aen dewelcke wordt gerefereert ùidts desen alhier onder verbintenisse ende obligatie als naer regte / ten desen mede comparerende Jan van der Auweravader van de voorn. Elisabeth den welcken heeft hem gesteldt borge en cantionaris  als quael (?) voor de jaerlijckse betalinghe van de voors. Huere onder tverbandt van sijnen persoon ende goederen present ende toecomende constituerende de voors. Comparantenonwederroepelijk midts desen…

Dan volgen nog een aantal officiële regels vereist door de wet om te eindigen met:

Aldus gedaen ende gepasseert binnen deser stadt Mechelen ter presentie van Jan Sullens ende Jan Caluwaert als getuygen

Ondertekend oor:

P:H: van Steenhuys Cappel

Niclaes Vervloet

Elisabeth vander auwera

Jan vander auwera

 

Door de voortdurende oorlogen in die periode kregen ook de bewoners van de Befferhoeve hun deel van de militaire lasten en inkwartieringen; daarbij gebeurde er op hun pachthof een moord.

In de oorlog der Liga van Augsburg (1688-1697) was kapitein Raetvelt met enige van zijn ruiters ingekwartierd op de Befferhoeve.

 

Korte samenvatting van de inhoud van onderstaande originele akte en transcriptie:

Op de avond van 23 mei 1691, de pachter was met zijn echtgenote reeds naar bed, kwam het logerende soldatengezelschap luid ruziemakend thuis. Plots werden de slapende bewoners van de Befferhoeve opgeschrikt door een schot. Ook Adriaen Vervloet, de toen 32-jarige zoon die in de schaapskooi sliep, hoorde de knal. Onmiddellijk daarna kwam zijn moeder hem zeggen dat soldaat Labonte zijn collega Baudewijn Janssens voor de hoeve doodgeschoten had. Een der ruiters had nog vruchteloos getracht de ruziemakers te scheiden en de dader het schieten te verhinde­ren. Het hielp echter niet, het zaad was onder zijn arm door gegaan en had de militair do­delijk getroffen. De vrouw van de vermoorde soldaat, die ook ingekwartierd was, riep luid jammerend "Labonte heeft mijn man doodgeschoten. Labonte nam onmiddellijk de vlucht en nooit zag men hem nog terug. De vermoorde Baudewijn Janssens werd reeds 's anderendaags 24 mei 1691 te Bonheiden begraven.  In de parochieregisters vinden wij daar echter geen spoor van.

Dit is de originele tekst:

Transcriptie:

OGA Bonheiden, Rijksarchief Antwerpen: goedenissen nr.100 F°125, 07-03-1693:

Wij Guilliam Janssens ende Jan Vercammen schepenen der Bancke ende heerlijkhijt van Bonheden, doen te weten dat voor ons ende voor Michel van de Roost meyer der voorseyde heerlijckht. Comen ende gecompareert is/  Niclaes Vervloet, onsen mede Schepen aut omtrent de 60 jaere, ende Adriaen Vervloet, sijnen  sone, oud omtrent de 32 jaeren, welcke comparanten geëedt ende geëxamineert, ten versoeche van/

            Richaert Janssens tuygen ende verclaeren wel te weten ende waeachtig te wesen  onder den gedaenen eede in hande des voorseyden meyers dat/ stijnen huyse gestaen binnen Bonheijden genoempt de Befferhoeve ten jaere 1691 hebben gelogeert den Heere Raesvelt capiteyn van het Regiment cavalerie van den Heere Baron de Steyn/ met eenige Ruyters van de compagnie van den selven heere capiteyn waaronder waeren sekeren Ruyters genoempt Lanbonte ende eenenanderen genoempt Baudewijn Jannssens/  die opden 23e may van den selve jaeren 1691 tsaemen crackeel hebbende thuys sijn gecomen inden avont ende thuys sijnde heeft den voorseyden Lanbonte genomen sijn Pistoel/  ende den voorseyden Baudewijn Janssens voor het huys staende heeft den voornoemden Iersten Deponent liggende op sijn bedde den voornoemde ytweeden deponent oock liggende op sijn Bedde inde Schaepkoeye gehoort datter eenen scheut is affgegaan/  ende hoort datter iemant was dootgeschoten heeft wijlen de huyfrauwe van den iersten deponnent ende moeder van den tweeden istantelijck comen seggen dat Labonte den voornoemden Baudewijn Janssens hadde door geschoten/  gelijck oockseyden de andere Ruyters, gelijck den behautsone van den voornoemden heere capiteyn seyde dat den scheyt door off onder sijnen arm was doorgegaan die meynden theluie te beletten daerop de huysvrouw van den voorseijden Baudewijn grootelijcx lamenterende ende groote droeffhijt maeckte seggende Labonte heeft mijnen man Baudewijn doorgeschoten/  welcken Baudewijn terstont naer den scheute is gestorven ende op den 24ste dito may begraeven op het kerckhoff tot Bonheyden voorseyd/  welcke Labonte te selven avont soo hij hadde geschoten is gaen loopen vuyt Bonheyden ende vuyt sijne compaignie sonder wederom gecomen te wesen immers noyt alhie meer gesien/  want Goddelijck ende redelijck is den waerheyt getuygenisse te geven hebben dese naer voorgaende lecture onderteeckent ende daerop gepersisteert tot meerdere vastichheyt der selver hebben wij Schepenen hierboven genoempt desen met onsen Schepen-domssegel bevestigt ende door onsen secretarislaeten depesscheren/

Gedaen inden jaere alsmen schreef 1693 VI daegen in de maent van meert ende waren ondertekent Niclaes Vervloet ende Adriaen Vervloet.

Op 22 november 1691 overleed de pachtersvrouw. In 1693 vinden we in de toenmalige volkstelling Nicolaes Vervloet nog altijd terug als weduwnaar en pachter van de Befferhoeve. Zijn kinderen Francis, 21 jaar oud, Antoon, 19 jaar oud, Joanna 17 jaar oud en Hendrik 8 jaar oud, woonden nog steeds bij hem. Peter Vermeulen, een inwonende knecht, Joanna Uytterhoeven en Joanna Uytterhoeven alias Thys, twee inwonende meiden hielpen hen bij het werk. Zijn oudste zoon Jan, onze stamouder, was ondertussen schepen geworden in Rijmenam en vervolgens in Keerbergen.

Op 14 februari 1695 overleed Nicolaes Vervloet

 

FRANCISCUS VERVLOET X BARBARA VAN DER AUWERA

Na het overlijden van zijn vader nam Franciscus Vervloet, geboren op de Befferhoeve op 5 januari 1668, de pacht over. Weinige tijd later, op 3 maart 1696, trouwde hij met Barbara Vander Auwera, dochter van Jan Vander Auwera en Joanna Haverhals, pachters op de Blijdenberghoeve. Ongetwijfeld was die familie verwant met de moeder van de bruidegom, vermits van de kerkelijke overheid dispensatie in de derde graad nodig was om te kunnen trouwen. Uit dat huwelijk werden drie kinderen geboren. Het is opmerkelijk dat Walburga van Steenhuyse, eigenares van de Befferhoeve, meter was van het eerste kind, een meisje dat werd geboren op 16 januari 1697 en naar haar ook Maria Walburga genoemd. De relatie pachter-eigenaar was dus opperbest.

 

Terug naar startpagina     Terug naar startpagina stamboom