Voorouderlijst Vloebergs Cornelis

 

Vloeberg, Vloeberg(h)(s), -berg(h)en, Vloeijberghs, Vloerbergh(en), Flouberg

Familienaam uit de plaatsnaam Vloedbergh, o.a. in Oostmalle en Turnhout (Antwerpen).

 


De eerste drie generaties, bron: E. Raes - Getuigen van het agrarisch verleden van Bonheiden - 1993.

Met dank aan Paul Peeters en Luc Vangeel.

 

XIV - XV - Vloebergs - Vloeberghs Cornelis (S14480 + S28992), ° (Wijnegem ?) > 1510, + < 1556, x met ...

 

Uit dit huwelijk:

 

Vloebergs Peter , ° > 1530, + < 1558, x met Lucia De Vrye,

 

Vloebergs Jan, ° > 1540, + <1558,

 

Vloebergs Adriaen, XIII - XIV (S7240 + S14496).

 


 

XIII - XIV - Vloebergs Adriaen (S7240 + S14496), ° (Wijnegem ?) > 1535, + 1558-1575, x Antwerpen met Elisabeth De Vrye (S7241 + S14497).

 

Uit dit huwelijk:

 

Vloebergs Jan, ° > 1572, + 1620-1626, x 1 met Jacoba N, x 2 met Elisabeth Drossaert, x 3 met Elisabeth De Neve, x 4 (niet DD, ) met Joanna De Rycke,

     Uit dit huwelijk:

     ...

     3. Vloeberghs Laurentia, (°) Puurs 24.02.1609,

     Vloeberghs Jan, molenaar te Reet, (°) Puurs 25.01.1612,

     Vloeberghs Petrus, (°) Puurs 18.10.1614,

 

Vloebergs Gilis, XII - XIII (S3620 + S7248).

 


 

XII - XIII - Vloebergs Gillis (S3620 + S7248), molenaar Willebroek, in 1619 schepen van Willebroek, ° Willebroek > 1560, + 1642-1644, x Antwerpen 06.03.1590 met Josina - Josynken Voets (S6321 + S7249).

 

Uit dit huwelijk:

 

Vloebergs - Vloe(t)berch Servaes, ° (Willebroek ?) > 1585, + 1628-1621, in 1616 molenaar in O.L.V.Waver, (x) Puurs 21.08.1605, x Puurs 13.09.1605 (g. Egidius Vloebergs en Egidius Van den Eynde) met Joanna Van den Eynde - Van Hove,

Eigenaar van molens in Haacht en Boisschot.

     Uit dit huwelijk:

     Vloeberghs Egidius, molenaar op Haacht-Roost, schepen, (°) Puurs, + Haacht 1654-1666,

     x 1 O.L.V.Waver 09.09.1629 (g. Carolus Cuppens en Cornelius De Belser) met Meert Maria,

     x 2 Haacht 02.04.1636 met Docx Maria, fii in Haacht,

In deze akte (met dank aan Paul Peeters) wordt melding gemaakt van molenaar Egidius Vloe(t)bergh(en) sone Servatius en zijn (tweede) vrouw Maria Docx.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7902, folio 133r., akte dd. 15 mei 1641.

Item in teghenwoirdicheyt der schepenen van Loven nagenoempt gestaen m(eeste)r Guillam Impens naer vermoghen van onwederroepelijcke procuratie, hem als thoonder der selver gegeven bij Gillis Vloetberghen sone Servaes ende Maria Docx, sijne huysvrouwe, om des hier volght, valide te moghen doen volghens den instrument van procuratie daeraff sijnde, gepasseert voor den notaris P. Croon ende seeckere getuyghen, etc(etera), opden ia. martyo a(nn)o 1640, die heeren schepenen in origineli gesien en(de) gebleken, die welcke midts de so(m)me van vijffhondert carolus guldens, bijde constituanten ontfanghen van heere Andreas Smets, pastoir in S(in)te Cathlijne Waver, heeft bekent aenden voorghenoempt (!) heere pastoir en(de) aen Dorothea Smets, moye desselffs, present m(eeste)r Pauwel Van Meerbeeck, en(de) dat in hu(n)ne name accepterende, wel en(de) deuchdelijck schuldich te sijn vijffentwintich guldens erffel(ijck), den gulden tot xx s(tuyvers), vallende jaerlijcx den ie. marty, erffelijcke rente, jaerlijcx wel ende) loffelijck te betaelen en(de) los ende vrije, oyck van xe., xxe., ic., mindere ende meerdere peninghen en(de) ander impositien, alreede innegestelt oft alnoch inne te stellen, te leveren ten behoeve des voer(chreven) heere Smedts ende sijne voors(chreve) moye erffelijck in toecomende tijde telcken termijn als schuldt met recht verwonnen, den voors(chreven) comparant tot vasticheyt der voors(chreve) renthe en(de) verloopen van dijen verbindende en(de) verobligerende de persoonen ende goeden vande constituanten, present en(de) toecomende, en(de) namentlijcken seecker huys ende hoff mette landen daer aen liggende, groot int geheel vijff dachmaelen een halff, geleghen inde Smidts straet tot Haecht, die constituanten ten deele ghebleven teghen henne susters ende broeders, item alnoch het virendeel en(de) alle voordere actie, die sij hebben en(de) alnoch souden moghen vercreyghen aen en(de) tot eenen wintmolen, gestaen tot Haecht voors(chreven), gelovende den voors(chreven) comparant die voors(chreve) rente jaerlijcx wel en(de) personelijcken te betaelen onder obligatie als voore, op conditie dat die voors(chreve) renthe sal moghen worden gelost met gelijcke so(m)me van vijffhondert guldens capitael ende verloopen van dijen naer raete van tijde, behoudelijck die constituanten gehouden sullen sijn aenden renthefferen tselve drije maenden te vooren op te segghen, coram Boorgreef, Daneels, xv. maii 1641.

            In de marge.

Is alhier gebleken bij de notariale quittantie den 4. meert 1715, gepasseert voor den notaris F.J. (?) Croon, not(ari)s reg(alis), ende getuygnen, dat die capitaele somme ende verloopen der rente, int witte deser vermelt, sijn ontfanghen bij jouff(rouw)e Constantia Vander Camp, weduwe van de heer Ambrosius Hermans, in sijn leven greffier vande geestelijcken hove van het artsbisdom van Mechelen, soo voor haer selven als in qualiteyt van moeder ende momboiresse van haere kinderen, van jo(uffrouw)e Catharina Van Langendonck, wed(uw)e van Gillis Vloebergh wijlen Gillis sone ende van Maria [Van A]dorp et sic vacat, actum 13. aprilis 1715, testor J. Lache.

 

In de onderstaande akte wordt melding gemaakt van de niet nader genoemde wezen van Servatius Vloeberch en Joanna Vanden Eynde. Joannes Vloeberch, broer van Servatius, treedt op als voogd langs vaderszijde voor de wezen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7521, folio 133v., akte dd. 12 december 1631.

Item in tegenwoordicheyt des meyers ende schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Jacques Van Werremborre, borger deser stadt Loven, per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdenisse alsul(cke) xxv r(insguldens) erffel(ijck) mette verloopen van dijen als hij transportant jaerl(ijcx) was treckende op Anthoen Van Gindertaelen sone wijlen Henr(icx), woonen(de) tot Weert onder Grimbergen en(de) sijne goeden, gelegen onder Roost onder Haeght, en(de) dat door handen van Jan Vloeberch als vaederl(ijcke) momboir van(de) kinderen van Servaes wijlen Vloeberch, vallen(de) jaerl(ijcx) den naestlesten augusti volgen(de) de schepen(en) brieven van Loven daer aff sijn(de) van(der) daet den naestlesten augusti a(nn)o 1627 in die. [dierste] camere, expos(ito) impos(itus) est de voors(chreven) Vloeberch inden naem van(de) v(oor)s(chreve) weesen wijlen Servaes Vloeberch en(de) Jenneken Van(den) Eynde, en(de) dat bij maniere van affquytin(ge) et satis, etc(etera), et waras dat sedert sijn vercrijch de sel(ve) rente nyet heeft verthiert noch belast prout, consenteren(de) alsoo inde cassatie er voors(chreve) erffbrieven, coram Cruyningen, Willemaers, decemb(ris) xiia., 1631.

     Vloetberch Elisabeth, (°) O.L.V.Waver 27.01.1622 (g. Cornelius Bosmans en Elisabeth Pueters),

     Vloetberch Catharina, (°) O.L.V.Waver 23.08.1624 (g. Cornelius Van de Sande en Catharina Vermeeren),

     x 1 Haacht 16.11.1664 met Abraham Grietens, (°) Haacht 23.12.1630, deze x 2 (niet H, Wes, )

     met Joanna Van Langendonck, (°) Haacht 20.01.1641, fa Petrus en Elisabeth Delanghe, deze x 1 Haacht 13.02.1661 met Gijselincx Adrianus, meer info daar,

     Vloetberch Joanna, (°) O.L.V.Waver 26.06.1628 (g. Joannes De Doncker en Anna Aerts),

 

Vloebergs Gillis, ° > 1595 ((°) Puurs 29.06.1593?), x (niet DD, ) met Adriana Verschueren, geen fii DD,

 

Vloebergs Catharina, x 1 (niet DD, ) met Anthoon Verbrugge, x 2 (niet DD, ) met Jeroen De Bruyn,

 

Vloebergs Jan, XI - XII (S1810 + S3624),

 

Vloebergs Margaretha, x 1 (niet DD, Mech, ) met Jacobus Van den Eynde, x 2 (niet DD, Mech, ) met Joris Heyliger, x 3 (niet DD, Mech, ) met Albert Mertens.

 


 

XI - XII - Vloebergs Jan - Hans (S1810 + S3624), x Mechelen P&P 08.09.1618 (g. Vloetberch Silis en Van den Eijnde Hans) met Petronella - Peeryn Van den Eynde (S1811 + S3625), Mech+.

 

Deze Jan, kocht de molen te Bonheiden, met molenberg, molenhuis, het meulenblok, de bijhorende grond en het daarnaastgelegen viswater op 3 augustus 1658. De molen kwam uit de erfenis van ridder Franciscus Van Steenlant (fs Lodewijk), ridder Hendrik Van Dongelberghe (fs Franciscus), Maria en Joanna Oudaert.

Deze Jan Vloebergs deed op 10 september 1658 verhef voor het Leenhof van Mechelen. De eigenaar was nu geen hoge ambtenaar, maar de molenaar van Willebroek.

Uit de erfenis van Jan x Peeryn bleek dat ze nog heel wat andere eigendommen hadden. Zo o.a. 1/5 van de windmolen van Willebroek, met daarnaast een rosmolen, ook 1/5 deel van de windmolen van Tisselt (een stampmolen). Ze waren ook eigenaar van 1/2 windmolen van Kruibeke.

De eigendommen werden in vijf loten gedeeld en bij loting gedeeld onder de vijf levende kinderen.

De derde kavel (C), bevatte de helft van de Bonheidense windmolen met het huis, stal, hovenbuur en het daaraan gelegen land dat ongeveer 7 dagwanden groot was. Tesamen met de helft van het ven. Tevens renten en een obligatie.

De vierde kavel (D) had dezelfde inhoud.

De loting gebeurde op 7 november 1671 (voor het overlijden van de ouders) voor notaris Vander Veken te Willebroek.

Jan Vloebergs kreeg deel C, Jacobus deel D toegewezen.

Bron: E. Raes - Getuigen van het agrarisch verleden van Bonheiden - 1993.

 

Uit dit huwelijk:

 

Vloebergs Jan, molenaar in Kessel, + 02.01.1695, (+) Lier St.-Gummaruskerk, x Puurs 10.04.1644 (g. Joannes Vloebergh en Marcus Zegers) met Adriana Zegers, (°) Puurs 18.12.1623, + 26.06.1685, (+) Lier St.-Gummaruskerk, fa Marcus en Anna Selleslachs, kinderloos,

Een hevige storm op één augustus 1674 wierp de molen omver.  Ze kwamen de tegenslag te boven want ze waren in 1684 nog altijd molenaars in Kessel. Omdat ze kinderloos waren, werd de halve windmolen van Bonheiden overgedragen aan de nog levende broers en zussen van Jan. Alle erfgenamen verkochten samen de molen aan Michiel Vloebergs, zoon van Servaes die reeds overleden was.

 

Vloebergs Jacobus, XI (S1812),

 

Vloebergs Adriana, + Aartselaar 23.02.1672, x met Verhaegen Jan, molenaar van Aartselaar,

     Uit dit huwelijk:

     Verhaegen Pieter,

     Verhaegen Jan, x Aartselaar 18.02.1696 met (zijn nicht) Vloebergs Elisabeth,

     Verhaegen Adriaen,

     Verhagen Nantien (Adriana),

 

Vloebergs Servaes, + > 1693, molenaar op de 's Hertogenmolens van Aarschot, x met Catharina Van Camp,

Hieronder met dank aan Paul Peeters

De stamboom van de familie Vloebergh in Aarschot en daarbuiten ziet er als volgt uit :

I. Vloebergh Servatius x Van Camp Catharina.

Hun kinderen waren :

1. Joannes Baptista (Jan Baptist).

2. Anthonius (Anthoon).

3. Barbara

4. Michael (Michiel).

De volgorde van de kinderen is onzeker.

II.1 Joannes Baptista Vloebergh, in de akten gewoonlijk kortweg Joannes genoemd, huwde een eerste keer met N.N. en een tweede maal met Anna Michiels.

Hun kinderen waren :

1. Philippus.

2. Anna Catharina die huwde met Josephus Anthonius Van der Seypen.

De volgorde van de kinderen is onzeker.

II.2 Anthonius Vloebergh huwde met Catharina Van Cantelbeeck.

Catharina Van Cantelbeeck was :

- dochter van Joannes Van Cantelbeeck en Elisabetha Andriessens;

- kleindochter van Henricus Van Cantelbeeck en Dymphna De Caerle / Henricus Andriessens en Anna Smets;

- achterkleindochter van Joannes Van Cantelbeeck en Christina Middleton / Carolus De Caerle en Maria Van Aerschot / Egidius Andriessens en Elisabetha Van Druyen / Rumoldus (Rombout) Smets en N.N.;

- achterachterkleindochter van Hieronymus (Jeroen) Van Cantelbeeck en Anna De la Bastia / Joannes De Carel en Anna Haenegreefs / Carolus Andriessens en N.N.

Anthonius Vloebergh en Catharina Van Cantelbeeck lieten volgende kinderen na.

- Catharina Josepha, begijn.

- Maria Theresia.

- Gregorius, schepen van Aarschot.

II.3 Barbara Vloebergh huwde met Rumoldus Jacobus Wetz, gedoopt te Haacht op 17.07.1644, zoon van Petrus Wetz en Margaretha Docx. Rumuldus Jacobus was schoolmeester-organist, rentmeester van het kapittel, notaris, stadssecretaris te Aarschot, lid van de rederijkerskamer "de Wijngaertranck" en de Kolveniersgilde. Zijn vader overleed te Haacht op 09.10.1666.

Rumoldus Jacobus en Barbara lieten volgende kinderen na :

- Henricus Martinus.

- Theodorus.

- Maria Theresia.

- Maria Catharina, ongehuwd gebleven.

- Anna Catharina, gehuwd met Mattheus Sutens.

- Eustachius, bakker, eerst gehuwd met Barbara Van der Beken en op 24.01.1756 met Joanna Maria Tuerlinckx.

- Petronella Cecilia, religieuse in het klooster van Onze-Lieve-Vrouw in d' Elsen te Zichem.

- Barbara, gedoopt te Aarschot op 03.02.1701 (ss. : Anthonius Vloebergh en Catharina Van Camp).

Petrus Wetz (schoolmeester aan de Haachte koraalschool en administrateur der fundatie Petrus Mertens te Haacht). Vooraleer hij zich in Haacht kwam vestigen, was hij notaris, erfkoster en schoolmeester te Wezembeek-Oppem en Sint-Pieters-Woluwe (vlg. A. EVERAERTS, Recueil de tombes et épitaphes à Louvain et ces environs). Margaretha Docx werd gedoopt te Haacht op 23.09.1607 als dochter van Joannes en Anna Van Langendonck. Petrus Wetz en Barbara Docx lieten volgende kinderen na :

- Joanna Lucia, overl. Haacht 04.03.1659, huwde met Philippus Van Inthoudt te Haacht op 23.11.1655.

- Magdalena, bleef ongehuwd.

- Joannes, gedoopt Haacht 23.12.1637, norbertijn in de abdij van Tongerloo (kloosternaam Henricus), onderpastoor te Wijnegem (1668) en Duffel (1670), pastoor te Oosterwijk (1677) en te Westerlo (1687) en kamenier te Tongerlo (vanaf mei 1695).

- Petrus, gedoopt Haacht 22.11.1640 en overl. Haacht 06.04.1662.

- Anna Wetz, gedoopt Haacht 08.07.1642 en overl. Haacht 23.06.1658.

- Rumoldus Jacobus, gedoopt Haacht 17.07.1644, x Barbara Vloebergh.

- Catharina, gedoopt Haacht 13.07.1648, maakte op 06.07.1672 haar testament en trad binnen in het klooster van Leliëndaal te Mechelen.

De gegevens van de familie Wetz zijn terug te vinden in het boek van W. SCHROEVEN, Beschryvinge der stadt Aerschot door Rumoldus Jacobus Wetz, Aarschot, 1996 (uitgave van de Hertogelijke Aarschotse Kring voor Heemkunde v.z.w. in de reeks Bijdragen tot de Geschiedenis van het Land van Aarschot, deel XII).

II.4 Michael Vloebergh huwde met Maria Van Moockenborgh, dochter van Joannes, notaris en secretaris van Aarschot. Maria was de zuster van Claudius Josephus Hieronymus (priester), Cornelius Eustachius, Elisabeth, Catharina (x Eustachius Van der Beken) en Agnes die op 18.09.1716 haar testament maakte voor notaris Martinus Daels te Aarschot. Op dat ogenblik was Michiel reeds overleden.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13758, akte dd. 10.06.1662 (verkorte transcriptie).

Nots. Grego. Van Cantelbeeck heeft sich ten v(er)sueke van Jan De Geuter, deken, Aert Heynckens, onderdeken, Cornelis De Geutter den ouden en. Cornelis De Geutter den jonghen met Jan Dekens en. Anthoen Verhacht Cornelis soone, schippers, respective vant schippersambacht der stadt van Mechelen, getransporteert aen en. bij den persoon van Servaes Vloeyberghe, molder op den watermolen van sijne excie. den heere hertoghe van Aerschot binnen deselve stadt van Aerschot en. van. selven molder afgevracht ten v(er)sueke. van. vs. requiranten beneffens de naerbes. getuyghen, alsoo de reqten. met henne gelaeden schepen waeren liggen. in de rivire van. Demer, soo binnen als buyten de stadt Aerschot met intentie van op morghen met henne schepen af te vaeren naer Mechelen oft hij Vloeyberghe het water van. selve riviere van. Demer, noodich tot henne afvaeringhe, volghens die oude gewoonte en. usantie begeerde op te steyghen mette nieuwe sluysen alhier oft niet, waerop den selven Vloyenberghe aen. vs. nots. en. die getuyghen naergenoempt heeft voor antwoordt gegeven dese woorden "Siet aen. berders van. sluyse en. daer en loopt egheen water Xloren.", daerop de vs. reqten. beneffens den vs. nots. en. getuyghen aen. selve molder wederom hebben geseght dat hij alsnu niet en moeste maelen en. oft hij met het selve malen voor desen halven daeghe begeerde stille te houden alsoo sij anders egheen water genoch tot het vs. afvaeren en soude winnen, waerop den selven molder wederom heeft geantwoort dat hij egheensints het maelen begeerde te laten dan dat hij soude blijven maelen gel. hij was doende met twee raeders van. selven meulen, aen ons gebleken, daerbij vuegen. den selven molder "Ick moet mijne gemeynte voldoen", daerop de selve reqten. hebben wederom gerepliceert en. geseyt dat hij den v(oor)gaen. lesten nacht hem gecocht water niet en hadde moeten laten loopen, gel. hij gedaen hadde doort trecken die sluysen van. selven meulen, daer op den selven molder wederom heeft geantwoort dat sij gene water selver soude gaedeslaen en. dat hij absolutel. niet en begeerde op te houden met maelen voor desen halven dach.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13759, akte dd. 18.10.1664 (verkorte transcriptie).

Jan De Geutter, schipper, hem bevinden. alhier binnen dese stadt Aerschot gearresteert ter instantie van. heeren schepenen en. scris. deser stadt voor de some. van tweentsestich gl. achtien stuyvers en halven als reste van wetcosten, vacatien, gedaen tot Loven int overdraeghen het processe voor hen gehangen hebben. tusschen die dekens en. supposten vant schippersambacht van Mechelen als aenre. ter ie. en. Servaes Vloeberch, gede. ter andere sijden, heeft tot relaxae. van. selven arreste geloft de vs. some. van tweentsestich gl. achthien sts. en halven als reste van. wetcosten, vacatien en. andersints aen. vs. schepenen en. scris. te voldoen en. betalen oft wel doen betalen binnen heden dathe deser en. een maent naestcomen., Xschijnen. den 18 november van. loopen. jaere 1664 sonder voorder diley of uytstel van betalin. als schult met recht Xwonnen.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13760, akte dd. 04.01.1666 (verkorte transcriptie).

Alsoo mr. Sebastiaen Rondelet, procur. deser stadt Aerschot, tot laste van. dekens ende gemeyne supposten vant vrij schippersambacht der stadt van Mechelen was vindende de some. van vierhondert vijffthien gl. eens salvo justo ter saeke van diensten, vacatien ende salarissen, bij hem Rondelet in. vs. qualiteyt voor de vs. dekens cum suis gedaen in processe bij hun voor wethouderen deser stede gesustineert tegens Servaes Vloeberch, ged(aeghd)e., over welcke vs. some. van vierhondert vijfftien gl. den vs. Rondelet tot laste van Jan De Geutter als deken vant vs. ambacht alreede hadde geobtinueert vonnisse en. om alle voordere costen van executie en. anderssints t' eviteren, soo den vs. mr. Sebastiaen Rondelet ter ie. en. Jan De Winter en. Cornelis Mielens, tegenwoordighe dienen. dekens vant vs. schippersambacht, soo voor hem selven als mede hun sterckmaeken. voor t' vs. geheel schippersambacht, d' welck sij bij desen sijn v(er)vangen., ter andere sijden, de welcke bekennen met malcanderen over de vs. some. van 415 gl. int minnel. overcomen, v(er)accordeert. en. getransigeert te wesen in vueghen en. manieren naerbes.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13762, akte dd. 27.04.1668 (verkorte transcriptie).

Guilliam Haens ten bijsijne, overstaen en. consente van Anna Heylen, sijne huysvre., hebben bekent en. geleden deuchdelijck ontfanghen te hebben uyt handen van Pr. Loots, kerckmr. van. Onse L. Vrouwe kercke deser stadt Aerschot, met authorisae. van. borghemr. Munios als oppermomboir der selver kercke, de some. van hondert rinsgl. in permissie en. geevalueert gelt (rente van ses gull. vijff stuyvers erffelijcx).

In de marge staat de kwitantie van voornoemde rente, gedateerd op 15.04.1677.

Adriaen Brughmans, tegenwoordich kerckmr. van. Onse L. Vrouwe kercke tot Aerschot, bekent aen hem in. selve qualiteyt ten behoeve der v(oor)seyde. kercke afgeleyt en. gequeten te wesen door Servaes Vloeberch, molder alhier, de capitale pennin. der rente, int witte deser naerder geruert, mette v(er)loopen. der selver tot dathe deser v(er)achtert., consenteren. oversulcx hij compt. in. selve qua(li)teyt in. cassa(ti)e der selve rente in fo(rm)a.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13764, akte dd. 18.1671 (verkorte transcriptie).

D' eerw. mater en. procuratersse vant clooster van Ste. Nicolaesberch deser stadt Aerschot, bekennen aen hen ten behoeve vant selve clooster van Ste. Niclaes deuchdel. afgequeten en. gedequiteert te wesen door Servaes Vloeberch, tegenwoordich molder binnen deser stede, de capitale pennin. eender rente van ses gull. erffel. mette v(er)loopen. van dien totten dach van heden toe incluys v(er)achtert. wesen., als t' vs. clooster heeft getrocken op een halff boender lants, buyten de Boonewijckport deser stede gelegen, regenoten de baene naer Loven suyt, de Boggaerden west, het Melckstraetken noort en. Adriaen Brughmans oost, onlancx bij den vs. Vloeberch v(er)creghen. van. wede. van wijlen Sebastiaen Rondelet en. jaerlijcx gevallen hebben. den xvie. octob., consenteren. oversulcx sij compten. in. cassatie der selver rente in foa.

Opmerking.

De akte werd namens het klooster van Sint-Niklaasberg ondertekend door E. Hermans, Maria Anna Van Damme en Elisabeth Cruysstraten.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13764, akte dd. 28.09.1671 (verkorte transcriptie).

Anna Lemmens, achtergelaeten wedue van wijlen Sebastiaen Rondelet, ter eenre, en. Servaes Vloeberch, molder deser stede van Aerschot, ter andere sijden, bekennen met malcanderen gerekent en. geliquideert te hebben over de coopsome. oft cooppennin. van vijff dachmaelen bempts der maete onbegrepen, binnen deser stadt in. Amerstraet gelegen, item van ontrent een halff boender lants, buyten de Boonewijck port gelegen, regenoten Adriaen Brughmans oost, en. van seker wijngaert lachken, gelegen int hangen van. Geelroyschen Berch, bij den vs. tweeden comparant de vs. goederen onlancx geleden in coope v(er)creghen. van. eerste comparante volgens de conditie daer van voor den nots. Grego. Van Cantelbeeck gepasseert den 19. meert lestleden en. de goedenisse daernaer daerop gevolcht.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13765, akte dd. 05.01.1672 (verkorte transcriptie).

Den eerw. heere Hermanus Haerts, choordeken, en. heer Christianus Van Hove, canonick en. rentmr., respective van. capitule van Onse L. Vrouwe kercke deser stede van Aerschot, representeren. en. v(er)vangen., soo sij v(er)claerden., het geheel corpus desselfs capittels, bekennen ontfangen te hebben uyt handen van Servaes Vloeberchs, molder op den watermolen deser stadt Aerschot, die capitale pennin. eender rente van vijffthien gl. twelff sts. en halven s' jaers, beloopen. in capitael twee hondert vijfftich gl., mitsgaders sessenviertich gl. seventhien sts. en halven over drij jaeren v(er)loops., te v(er)schijnen. den 22. deser loopen. maent january, ten behoeve vant vs. cappittel, bekent de vs. rente bij mr. Sebastiaen Rondelet en. Anna Lemmens, gehuyschen, den 22. january 1669 en. bij Lovensche mainmisie daernaer geaffecteert in prima den xxviije. january desselfs jaere op sesse dachmaelen bempts, binnen deser stadt in. Amerstraet gelegen, regenoten de selve straet suyt, de stadtsvesten noort, de Boggaerden oost, item op een halff boender lants, buyten de Lovensche port deser stede gelegen, regenoten de herbaene suyt, Adriaen Brughmans oost, de Boggaerden west en. het Melckstraetken noort, respective bij den vs. Vloeberchs onlancx gecocht van oft tegens de vs. Anna Lemmens, wede. des vs. Rondelet, consenteren. oversulcx sij compten. in de cassae. der selver rente van 15 gl. – 12 ½ erffel.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13765, akte dd. 11.08.1672 (verkorte transcriptie).

Servaes Vloeberch, molder op den watermolen van sijne excie. den hre. hertoghe van Aerschot, gestaen binnen de selve stadt, ter ie., en. Cornelis De Winter, dienende deken, Cornelis Nilis, auderdeken, Rombaut Staes, Jan Dekens, Christoffel Spoelberchs, Phs. Dekens en. Nicolaes Stobbelaers, schippers en. supposten, respective vant schippers ambacht der stadt van Mechelen, ter andere sijden, bekennen met malcanderen voort toecomen. v(er)accordeert te wesen over het steygen der wateren van. rivire van. Demer tot gerieff van. vaerte en. navigatie der vs. tweede comparanten en. andere supposten vant vs. schippersambacht met henne schepen in der vuegen en. manieren naer volgende.

Ierst dat den vs. eersten comparant sal schuldich en. gehouden wesen gedueren. de pachte van. selven eersten comparant op den selven molen de wateren van. selve riviren van. Demer met sijne molensluyse ten gerieff van. tweede comparanten en. henne andere medeconsorten vant vs. schippersambacht, soo hooch en. volcomentlijck te steygen dat sij gevuchelijck en. bequaemelijck met henne schepen, soo geladen als ongeladen, sullen connen opcomen, afdrijven en. bevaeren de selve rivire sonder opstackel en. dat soo dickwils ter weke als sulcx sal gevuechel. wesen behoudel. dat den selven eersten compt. de vs. steyginge der wateren in der vuegen voorverhaelt, specialijck en. precisel. sal v(er)plicht. wesen voor de tweede compten. en. henne mede confrers t' effectueren en. te besorgen wekelijck des saterdachs en. sondachs om met het selve gesteyght water, geladen en. ongeladen, te comen, opcomen en. nederwaerts vaeren sonder door gebreck van steygen eenich retardissement in henne vaerte te leyden, voor het steygen van welcke wateren in der vueghen, hier vooren v(er)haelt., ider schipper, gebruycken. het selve gesteyght water, sal gehouden wesen aen. eersten comparant te betalen voor ider geladen schip voor opcomen en. afdrijven de some. van vijff gl. en. vijff sts. voor den knecht en. van ider schip ongeladen opcomen. en. wederom geladen afdrijven. drij gl. voor den ie. compt. en. vijff sts. voor sijnen dinstbode, alles te betalen soo haest de vs. 2e. compten. oft die vant vs. schippersambacht de vs. molensluyse met henne schepen sullen passeren en. de selve wateren alsoo gesteyght sullen comen te gebruycken.

Daerenboven is tusschen de vs. contractanten besproeken dat die schepen, die niet en sullen passeren de vs. molensluyse, maer beneden comen te laeden in. vs. Demer, t' sij tot Stay, Riviren oft daer ontrent onder den molen, sullen aen. eersten comparant voort gebruyck der gesteyghde wateren oyck moeten betalen twee gl. acht sts. en. voor den knecht van. selven ien. compt. alnoch vijff sts. voor drinckgelt en. dat alleenel. gedueren. den tijt van acht maenden jaerl., te weten de maenden april, may, juny, july, augusti, 7ber., octob., november en. de resteren. vier maenden en sullen de schippers, beneden laeden., niet gehouden wesen voort water ijet aen. ien. te betalen ten waere de selve beneden laedende schippers eenich gesteyght water binnen de selve resteren. vier maenden quaeme te genieten, in welcken gevalle de selve beneden laeden. schippers oyck sullen moeten betalen t' elcken reyse als sulcx gebeuren sal, aen. ien. compt. als voor 2 gl. 8 sts. en. drinckgelt van vijff sts.

Oock sal ider schipper gedurich is geladen opcomen. boven t' gene vs. is, alnoch aen. ien. compt. schuldich wesen voor eene recogni(ti)e., te leveren een. geheelen ... (?) jaerl.

Naer welcke transactie de vs. partijen contractanten geloven te reguleren, alles onder obl. sub. en. renuntiae. als naer recht, behoudel. dat d' een oft d' ander partije van dese transactie sullen mogen resilieren en. hennen rouw geven binnen acht naestcomen. daegen sonder voorder en. soo wanneer de selve resilieringe oft rouw bij d' een oft d' ander partije binnen de vs. acht daeghen niet en quaeme wettel. v(er)claert. te worden, dat dese transactie en. accorde sal worden gehouden voor voltrocken en. dat deselve acht daegen verstrecken sijn., sonder malcanderen den vs. rauw te declareren, t' vs. accordt sal worden tusschen partijen gehouden voor onverbreckel. gedueren. de pachte van. selven ien. compt. en. tweede compten., daernaer dese tegenw. acte oyck sullen moeten doen aggreeren bij d' andere absente supposten vant vs. ambacht in. v(er)gaderin. van henne camer binnen Mechelen onder obl. ut supra.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13765, akte dd. 16.08.1672 (verkorte transcriptie).

Servaes Vloeberch, molder op den watermolen binnen deser stadt Aerschot, v(er)claert. en. declareert te resilieren van alsulcken accordt als hij op den xien. deser loopen. maent augusti heeft aengegaen teghens Cornelis De Winter, Cornelis Nilis, Rombaut Staes, Jan Dekens, Christoffel Spoelberchs, Phs. Dekens en. Niclaes Stobbelaers, schippers, respective vant schippers ambacht der stadt van Mechelen, en. gepasseert voor den nots. Grego. Van Cantelbeeck, waertoe wort gerefereert, willen. en. wel expressel. begeren. hij comparant dat t' selve accordt in sijnen regarde sal worden gehouden aloft het noynt en waere gepasseert oft geschiet, oversulcx is hij compt. t' selve accordt uyt crachte van. conditie oft bespreck in fine vant selve v(er)vat., mits desen van sijnen candt doodt en. te niet doende in fo(rm)a.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13765, akte dd. 16.08.1672 (verkorte transcriptie).

Alsoo Cornelis De Winter, deken, Ferdinande De Gortter, deken, ende Cornelis Nielis, oudermans van het schippers ambacht deser stede van Mechelen geene resolutie en hebben connen becomen van de gemeyne supposten over het geconcipieert accordt van den elffsten deser maendt augusti, verclaeren daer aen nijet te houden emmers voor alsnoch ende tot naerdere resolutie, versoecken. hier van de wete ende instantie gedaen te worden door den nots. Cantelbeeck aen Servaes Vloeberch, molder tot Aerschot, ende daer van gelevert te worden relaes op den voet deser.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13765, akte dd. 16.08.1672.

Copije van het relaes, staen. op de copije van. acte van resilierin., overgesonden naer Mechelen.

Ter instantie en. v(er)sueke. van. v(oor)noempden. Cornelis De Winter, Ferdinande De Gortter en. Cornelis Nielis, hebbe ick ondergesch. nots. op heden dathe ondergeteeckent, visie en. lecture gedaen aen Servaes Vloeberch, molder binnen Aerschot, van de manuele acte van v(er)claeren. oft resilieringe van den selven De Winter, De Gortter en. Nielis, daer van hier boven staet copije, mede oyck aen. selven Vloeberch in persoon gelevert copije van. selve acte die den selven heeft aenveert en. daer beneffens heeft den selven Vloeberch aen mij notaris v(er)claert. te vreden te wesen dat het accordt van. elffsten deser maent augusti, voor mij als nots. gepasseert, soude worden gehouden voor doodt en. te niet gedaen, des t' oirconden, eth., desen xvij. augusti 1672.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13765, akte dd. 16.08.1672.

Aen monsieur,

Monsieur Cantelbeeck, nots., eth., tot Aerschot.

Monsieur Cantelbeeck,

De dekens ende oudermans en hebben geene resolutie connen becomen van de gemeyne supposten over het geconcipieert accordt van den elffsten deser gelijck te sien is vant de acte onder signature, hier mede gaende, bidde daeromme volgens hun versoeck daer bij gedaen datelijck te adresseren aen den persoon van Servaes Vloeberg ende hem adverteren de resilieringhe, hem laetende copije van de voors. acte, ende stellende U E. relaes op de originele, de welcke metten brenger deser wederom te rugghe sal v(er)wachten.

Het schijnt dat de supposten wel eenichsints souden geweghen wesen om het accordt aen te gaen op de conditien daer bij gevoeght, ende dat hij soude doen den eedt in U E. handen, oft in handen van de weth. van Aerschot, dat hij precieselijck soude volbrengen allen t' gene in het accordt is begrepen, daer voren oock stellende goede ende souffisante borghe, bij soo verre t' selve soude willen accepteren moeght de dekens adviseren, dattet mij alleen te doen stont, soude eenen anderen middel soecken ende soude sien oft den voors. Vloeberch vant sijn eygen authoriteyt v(er)mach. te doen sulcken extorsien ende de commercie oft navigatie bederven, daer geene van de militie t' selve en is toegelaeten, soude alle sijne mesusien te kennen geven aen het officie fiscael, ende soude daer inne wel corte remedie gestelt worden, hier op sijne resolutie v(er)wachtende. ende oock het medegaende contract sal mij teeckenen.

Monsieur Cantelbeeck, U E. ootmoedighen dienaer.

Quisthoudt.

Mechelen, desen 16 augusti 1672.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13765, akte dd. 17.08.1672 (verkorte transcriptie).

Nots. Grego. Van Cantelbeeck heeft visie en. lecture gedaen ter instantie van Cornelis De Winter cum suis, geteeckent hebben. de vs. acte aen Servaes Vloeberch in persoon van. inhouden van. selve acte van resilieringe en. aen. selven Vloeberch oyck gelevert copije der selver acte, die hij heeft geaccepteert.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13767, akte dd. 16.05.1675 (verkorte transcriptie).

Alsoo Huybrecht Van Rijmenam, ingesetenen van Put, heeft in coope aenveert van oft tegens mijnheer Theodorus Van Hamme, prister en. canonick, eth., vijff boenderen bempts, leenrurich onder sijne excie. den hre. hertogh van Aerschot, eth., gelegen achter dese stadt Aerschot naer de noortsijde van. Demer, regenoten den hre. van Schoonhoven noort en. oost, den Demer suyt en. den hre. prelaet van Everbode west, voor de some. breeder uytgedruckt in. conditie van v(er)coopin. diesaengaen., gepasseert voor nots. Grego. Van Cantelbeeck en. sekere getuygen op dathe naerbes. en. alsoo bij de selve conditie onder andere is besproeken dat den cooper schuldich is de coopsome. aen den vs. hre. v(er)cooper. te betalen in contante pennin. ten daege van. goedenisse, die op hodie oock van. vs. sijne excie. en. naer want den selven cooper hem naer de selve conditie van v(er)coopin. niet en heeft gereguleert, noch aen. hre. v(er)cooper. voldaen de gerechtighe coopsoe., hoogen en. andere oncosten in. selve conditie breeder v(er)vat., soo is gecompareert den vs. Huybrecht Van Rijmenam, den welcken bekennen. die niet betalin. van. selve coopsoe., hoogen en. andere oncosten gel. oft bij desen de selve coopsome. mette hoogen en. andere oncosten aen. v(oor)noempde. hre. Theodorus Van Hamme te voldoen binnen heden dathe deser en. seven naestcomen. weken, alles precies sonder voorder diley als schult met recht v(er)wonnen., daertoe v(er)obligeren. hij comparant sijnen persoon en. goederen, pnt. en. toecomen., onder renuntiae. in fo(rm)a en. om den hre. Theodorus Van Hame. ter saeke der vs. coopsoe., hoogen, eth., naerder te sekeren, soo is tot desen oock gecompareert Servaes Vloeberchs, molder deser stadt, den welcken hem voor den vs. Rijmenam, sijnen swager, tot voldoenin. der vs. coopsoe., hoogen en. andere oncosten breeder in. selve condie. geruert, heeft gestelt en. geconstitueert borge en. cautionaris als principael.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13769, akte dd. 12.01.1677 (verkorte transcriptie).

12 jan. 1677 : Jan Maes, in hauwel. hebben. Elisabeth De Welde, achtergelaten wedue van wijlen Willem Bets en. in dijer qualiteyt erfgenaem van wijlen joe. wijlen Catharina Foblets, begijncken op den begijnhove deser stadt Aerschot, des vs. Willem Bets halve suster was, heeft met overstaen en. consente der vs. Elisabeth De Welde bekent v(er)cocht. en. gecedeert te hebben aen Servaes Vloeberch, hooftman, mr. Thomas Roelants en. Robert Craenen, dekens, respective van de gulde van Ste. Sebastiaen deser stadt Aerschot, ten behoeve van. selve Ste. Sebastiaens gulde alsulcken rente van ses gl. vijff sts. erffel. als den vs. compt. met sijne vs. huysvre. in de vs. qualiteyt trecken. sijn ten laste van. wede. en. erfgen. van wijlen Phs. De Brier tot Langdorp, uytgaende en. bepant wesen. op huys en. hoff metten lande daer aen gelegen tot Langdorp vs. ter Donck, regenoten Adriana V(er)steyvoort. noort en. voorts op meer andere goederen, breeder geruert in. creatie brieff der selver rente en. brieven van mainmise, daerover gepasseert voor schepenen van Loven den 21. january 1669, onderth. Berckel, daertoe wort gerefereert, die aen. vs. acceptanten ten behoeve der vs. gulde worden bij desen overgelevert en. in handen gestelt om die voortaen bij de selve gulde getrocken te worden als haer eygen rente, vallen. jaerl. de selve rente den viije. january en. quytbaer tegens den pennin. 16 conform de vs. brieven van mamise, sijnde de selve rente bekent ten behoeve van joe. Maria De Boye, begijncken, die deselve op den 23. meert 1671 heeft getransporteert aen. vs. joe. Catharina Foblets, begijnken, volgens d' acte van transport diesaengaen. ten selven daege gepasseert voor nots. Grego. Van Cantelbeeck, daertoe oock wort gerefereert.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13769, akte dd. 01.04.1677 (verkorte transcriptie).

Andries Heylen, Guilliam Van der Eesen, geassisteert met Johanna Sels, sijne huysvre., te vooren wedue was van wijlen Adriaen Heylen, voor de tochte, en. Guilliam Haens als man en. momboir van Anna Heylen, alhier pnt., en. Adriaen Vlemincx, in houwel. hebbende Catlijn Heylen, oock in desen pnt., respective kinderen van wijlen den vs. Adriaen Heylen, voor de erffelijckheyt, hebben t' saemenderhant onwederroepel. geconstitueert en. machtich gemaeckt ... [n.v.] en. alle thoonders deser om in hennen comparanten en. constituanten naemen en. van hennen twegen te gaen en. te compareren, soo voor schepenen der stadt Loven, lathen oft grondtschepenen der grondheerlijckheyt van Riviren onder Betecom als alome. elders voor hoff en. heer, daer sulcx sal mogen geschieden en. aldaer met alle gereqde. solemniteyten te goeden en. erven Servaes Vloeberch, molder binnen Aerschot, met Catharina Van Camp, sijne huysvre., in drij dachlen. bempts der precise maete onbegrepen, ten Hulst onder Betecom gelegen, regenoten Adriaen Brughmans oost en. suyden, Aert Nijs west en. de Laeke noort, bij den vs. Vloeberch van. vs. comparanten in coope v(er)cregen. volgens de notariale conditie diesaengaen. gepasseert voor nots. Grego. Van Cantelbeeck den xviiien. meert lestleden, daertoe wort gerefereert, en. dienvolgen. de vs. compten. en. constituanten uytten v(oor)noempde. bempt t' ontgoeden en. onterven naer recht en. behooren.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13769, akte dd. 21.06.1677 (verkorte transcriptie).

Jan Cuypers ende Maria Vervoort, wettige gehuyschen, ingesetenen van Langhdorp, bekennen deuchdel. ontfangen en. opgelicht te hebben uyt handen van. hooftman, coninck, capiteyn, alferis, dekens en. gemeyne supposten van. Hantbochgulde, respective deser stadt Aerschot, de some. van hondert vijfftich gl. in permissie gelde (rente ten behoeve der Xseyde. gulde).

In de marge volgende akte, gedateerd op 19.01.1698.

Sr. Michiel Vloebergh, hooftman van. gulde van St. Sebastiaen binnen dese stadt Aerschot, heeft bekent ontfangen te hebben van Peeter Peeters alias Ovenboers de capitale somme metten intrest der obligatie, in dese acte geruert, bekennende oversulcx tot laste van Jan Cuypers oft de goederen, in dese obligatie vermelt, geen recht meer te hebben noch te behouden, dan is t' selve quitterende, heeft geconsenteert in de tracheringe deser obligatie (Aarschot).

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13769, akte dd. 25.06.1678 (verkorte transcriptie).

Michiel Vloeberchs, jonckman, aut 20 jaeren, tuyght en. v(er)claert. ten v(er)sueke. van Jan Van Tholhuysen, molder op den watermolen van Rotselaer, competeren. sijne excie. den hre. hertoghe van Aerschot, eth., hoe dat hij attestant op gisteren voor en. in den naem van sijne moeder heeft gevaceert tot Loven beneffens Augustijn Van Ysschot, molder alhier, en. sijne huysvre., om aldaer, waert doendel. geweest, t' accorderen over sekere questie en. proces, alhier voor wethouderen deser stadt, tusschen hen hangende onbeslicht, en. aldaer daerover in de herberge, genoempt de Gulde Sonne, gecompareert wesende ten overstaen van heer en. mr. Jacobus Van Hove, rentmr. der v(oor)seyde. excie., is aldaer oock v(er)schenen. den vs. requirant, den welcken om beters wille een woordt tusschen beyde de selve partijen gesproeken hebben. tot een vrindel. accordt heeft de huysvre. van. vs. Van Ysschot den requirant daerover genoempt vuyl met dese woorden "Wel, wat buyt mij desen vuyl", hier gedesigneert hebben. den vs. requirant, waerover den requirant deselve huysvre. genoempt hebben. "Vercken", is eyndel. den vs. hre. rentmr. opgestaen, den welcken opensettende de camerdore van. selve herberghe, heeft tot diversche reyse totten requirant geseyt dese woorden in substantie "Buyt ghij hier uyt en. wie heeft u hier geroepen", aenwijsende alsoo den selven requirant de dore, waerover den selven requirant van daer eyndel. is v(er)trocken., eynden. hier mede hij attestant dese sijne attestatie.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13769, akte dd. 25.09.1678 (verkorte transcriptie).

Alsoo proces en. v(er)schiel is hangende onbeslicht voor wethouderen deser stadt Aerschot tusschen die achtergelaten wedue van wijlen Servaes Vloeberch, lest afgaende moldersse, alhier als aen(legge)rsse, ter ie., en. Augustijn Van Ysschot, tegenwoordich molder alhier, ter andere sijden, ter plaetse van. molensteenen van. watermolen alhier bij de afgaende moldersse in haer afscheyden aen. tegenwoordigen molder gelaten volgens de processible stucken, hinc inde in rechte overgegeven, daertoe brevitatis causa wort gerefereert, en. om t' selve proces te neder te leggen en. voordere costen van rechtveerderinghe t' eviteren, soo is gecompareert Michiel Vloeberchs sone wijlen Servaes in. naem van sijne vs. moeder, daertoe van. selve, soo hij v(er)claerde., geauthoriseert, ter ie., en. den vs. Augustijn Van Yschot, ter andere sijden, de welcke v(er)claeren. hen vs. differentie en. proces te stellen in. arbitragie van molders oft mannen, hen des v(er)staende., die welcke partijen hinc inde daertoe ad primam sullen assumeren naer de uytspraeke en. jugie van welcke t' assumeren molders en. mannen de vs. comparanten hem geloven te reguleren ten opsichte vant vs. proces en. questie, daerinne gecontroverteert, sonder daertegens te connen oft doen doen in eeniger manieren ... (?) ter contrarien de selve uytspraeke altijt te houden voor goet, vast, van weerden en. onverbrekel., nu oft hiernaermals.

Bron : R.A.L., Notariaat G. Van Cantelbeeck, register nr. 13769, akte dd. 11.12.1679 (verkorte transcriptie).

Leonart Wauters en. Gabriel Van Asbroeck, respective molders van Betecom en. Meerbeeck, dewelcke hen sijn reguleren. naer het compromis, aengegaen tusschen Augustijn Van Ysschot, ter ie., en. de wede. Servaes Vloeberchs, ter andere sijden, en. bij de vs. partijen comparanten daertoe geassumeert, verclaeren ten. v(er)sueke. der vs. requiranten en. partijen, bij henne arbitrale uytspraeke naer v(oor)gaen. oculaire en. visitae. over de molensteenen tusschen partijen genomen, dat den vs. Augustijn Van Ysschot, tegenwoordigh molder op den watermolen deser stadt Aerschot, sal gestaen ten regarde van. twee steenen van. boeckweye molen en. den ligger van. mautmolen mits betalen. aen. wedue Vloeberchs van ideren duym steens derthien gull., d' eenen door den anderen gerekent en. genomen, welcke vs. uytspraeke den vs. Van Yschot en. de wede. Vloeberch, alhier pnt., en. tot desen oock mede gecompareert sijnde, bij desen hebben geaccepteert met gelofte van hun daernaer te reguleren.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13775, akte dd. 02.05.1692 (verkorte transcriptie).

Joe. Catharina Van Camp wedue wijlen sr. Servaes Vloeberch bekent opgelicht en. ontfangen [te hebben] vuyt handen van joe. Elisabeth Van Moockenborch de soe. van drij hondert guldens ende van joe. Agnes Van Moockenborch de soe. van een hondert ende vijftich guls. in hooge munte, de permissie schellingen gerekent tot ses stuyvers eenen halven en. d' andere specien naer advenant (rente van twelff guls. jaerl. aen. de voors. Elisabeth Van Moockenborch en rente van ses guls. jaerl. aen de voors. Agnes Van Moockenborch).

Borgstelling : Messieurs Rumoldus Jacobus Wetz en. Michael Vloeberch, borgers deser stadt Aerschot en. resp. sone ende schoonsone der voors. compte. hebben hen voor de selve gestelt borgen en. cautionarissen als principael.

Volgende akte dd. 27.02.1697 volgt op de voorgaande.

Joe. Elisabeth Van Moockenborch en. joe. Agnes Van Moockenborch bekennen ontfangen te hebben vuyt handen van joe. Catharina Van Camp wede. wijlen Servaes Vloeberch de soe. van twee hondert vijftich guls. ende vuyt handen van sr. Michiel Vloeberch de soe. van twee hondert guls., den welcken onder den selven door sijne voors. moeder waeren gedepositeert als voorts gecomen sijnde van de vercoopinge van. materialen van haere afgebrande schure, gecocht door Peeter Dumonceau, welcke sommen egaleren en. vuytmaecken het capitael in. bovenstaen. acte van bekentenisse naerder geruert, waer van de compten. ieder a rate hen contingent hebben ontfangen en. geproffiteert, consenteren. oversulcx in de cassatie der selver rente.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13775, akte dd. 17.01.1693 (verkorte transcriptie).

Elisabeth Leerse, audt in de tweenseventich jaeren, wede. wijlen Andries Wuyts, in sijn leven borger deser stadt Aerschot, verclaert ten versuecke van joe. Clara Van Leyen waerachtich te wesen dat den selven haeren man heeft in pachte gehadt van wijlen N. Raeymaeckers, in sijn leven rentmr. van sijne excie. den heere hertoge van Aerschot, de pattrijsen jacht en. de visscherije van. riviere de Demer onder de selve stadt voor de jaeren 1660, 1661 en. 1662, welcke pachten t' samen waeren beloopen. ter soe. van sessensestich guls. en. vijfthien sts. voor den selven termijn, ende welcke soe. bij den man der supplte. is voldaen geweest op den 14en. january 1664 volgens de quittancie van den selven rentmr., berustende onder de attestante, niettegenstaende welcke voldoeninge, soo heeft een der sonen desselfs naer de doodt sijn vaders, de selve attestante comen bedwingen bij executie tot betaelinge van de voors. somme, en. alhoewel sij attestante hem verseeckerde deselve betaelt te wesen aen. voors. sijnen vaeder en. dat sij daer van oock hadde de quittancie ten onderen, alhoewel sij deselve niet promptel. en conde vinden, soo en wilde den selven daer naer niet luysteren, terwijlen de selve somme open en. onbetaelt stont, soo hij seyde, in den boeck van sijnen voors. vader, waerdoor sij attestante haer genoodsaeckt heeft gevonden deselve quittancie te soecken, dewelcke sij naer vele gedaene devoiren oock ten leste heeft gevonden, ende andermael heeft gaen vinden den sone van den voors. rentmr., sittende tot sijnen ontfanck in. Hasenwint, alsdan sij is geweest [in] eene herberge binnen dese stadt, dewelcke sij attestante in presentie van wijlen Servaes Vloeberch en. Sebastiaen Van Nederseel en. verscheyde andere heeft gethoont de selve quittancie, waerdoor den selven geconvinceert ... (?) confus sijne de attestante daer naer diesaengaende heeft ongemolesteert gelaeten, eynden. de selve hiermede dese haere attestae (verleden ter presentie van Peeter Peeters en. Cornelis Van. Eynde, inwoonders deser stadt Aerschot).

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13775, akte dd. 05.03.1693 (verkorte transcriptie).

Jan De Bruyn en. Maria Hermans, gehuysschen, bekennen ontfangen te hebben vuyt handen van Michiel Vloeberch als hooftman en. Guilliam Somers als coninck van Ste. Sebastiaens gulde de soe. van een hondert guls. in permissie gelt, de schellingen tot ses stuyvers en halven gerekent (rente van ses guls. jaerlijcx).

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13775, akte dd. 31.10.1693 (verkorte transcriptie).

Testament van d' eerw. heere Claudius Josephus Hieronimus Van Moockenborch, priester seculier, sieck te bedde liggende (verleden ten woonhuyse van den voors. testateur ter presentie van Jan De Preter en. Guilliam Vermeulen, borgers deser stadt Aerschot).

Erfgen. : - sr. Cornelius Van Moockenborch, sijnen broeder, en sijne susters Maria Van Moockenborch, Agnes Van Moockenborch en. Elisabeth Van Moockenborch

- de kinderen van sr. Eustachius Van der Beken, bij hem verweckt met wijlen Catharina Van Moockenborch, gewesene huysvrouwe, sijns testateurs suster was.

Executeurs testamentair : - sr. Cornelius Van Moockenborch, sijnen broeder

- sr. Michiel Vloeberch, sijnen swager, getrouwt wensende mette voors. Maria Van Moockenborch

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13776, akte dd. 31.10.1693 (verkorte transcriptie).

Joe. Catharina De Wit, bejaerde dochter, sr. Michiel Vloeberch als man en. momboir van Maria Van Moockenborch, mette selve alhier geassisteert, joe. Agnes Van Moockenborch, bejaerde dochter, en. sr. Eustachius Van der Beken, lest weduer van wijlen joe. Catharina Van Moockenborch, alle erffgen. van wijlen sr. Philips De Wit en. joe. Catharina De Roover, gewesene ingesetenen der stadt Antwerpen, verclaeren samenderhant dat seeckere rente van seven hondert guls. capitaels, gegolden wordende bij joe. Van Cam, woonachtich binnen deselve stadt Antwerpen, voor desen gecompeteert hebben. den voors. Philips De Wit, alsnu in privatel. eygendom is competerende aen joe. Elisabeth Van Moockenborch, tegenwoordich residerende tot Antwerpen voors., sonder dat de voors. comparanten daerinne eenich paert oft deel sijn hebbende, tot meerdere vastichijt vant welck de selve hebben geconsenteert hiervan gemaeckt te worden acte in fo(rm)a.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12283, akte dd. 06.12.1698 (verkorte transcriptie).

Nots. M. Daels heeft sigh ter requisitie van sr. Jan Imbrechts, borgemr. der stadt Aerschot, getransporteert bij en. aen den persoon van sr. Michiel Vloebergh en. aen den selven aengeseyt dat den requirant beneffens de andere deser stadt regeerders niet en verstonden aen te nemen den bieraccijnse, door den voors. Vloebergh lest ingepaght, dan dat si den selven sauden laeten tot sijnen laste, waer op hij hem heft [ge]antwoordt dat hij gelijck voor desen den accijns wel saude ontfangen en. in aght nemen sonder prejuditie nochtans van sijn recht, waer van de wete aen. requirant instantel. heeft gedaen.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12283, akte dd. 12.12.1698 (verkorte transcriptie).

D' eersame Hendrick Lissens, Jan Craenen, Andries Tubacx, Anna Van. Kerckhoven wede. Adriaen Dillen, innegesetene borgers der stadt Aerschot en. herbergiers van hunnen style, veclaeren ter requisitie van sr. Michiel Vloebergh, oock borgher deser stadt, dat t' sedert de publicatie van. placcaerte, geëmaneert over het brauwen van. bieren, niet hooger dan tot vier guls. de tonne, sij attestanten zoo vele neringe in hunne huysen niet en hebben gehadt als voor desen, sijnde waerachtigh dat den eersten wel thien tonnen meerder als tegenwoordigh saude hebben getapt, den tweeden comparant 6 a 7 tonnen, den derden ses a seven tonnen, de vierde compt derthien a vierthien tonnen, verclaerende sij attestanten dat sij niet en hebben gebrauwen om redenen vant voors. placcaert, niet wetende oft soodanige bieren als daer bij geordonneert wierden te brauwen, hun sauden worden affgehaalt.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12283, akte dd. 12.11.1700 (verkorte transcriptie).

Den eersamen Gillis Janssens, tegenwoordigh paghter op Bruggen onder Betecom, ontfangt van sr. Michiel Vloebergh in den naem van. kinderen van d' heer Eustach. Van der Beken en. van wijlen Catharina Van Moockenborgh eene somme van vijfftich guls. in Bbants. permissien gelden.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13776, akte dd. 25.09.1702 (verkorte transcriptie).

Alsoo questie en. proces was geresen tusschen den coninck, hooftman, capitijn en. gemijne supposten van de hantboochgulde deser stadt Aerschot als supplianten ter eenre, en. Jan Imbrechts als geinsinueerde ter andere sijden, ter saecke dat de voors. supplianten pretendeerde dat de voorseyde gulde hadde recht om te mogen bouwen eene camer tot haeren behoeve op de tweede stagie van seeckere erffve, voor desen ledich en. ruineus gelegen hebbende op de Groote Merckt deser stadt, genoempt den Hantbooch, volgens den chijnsboeck van sijne excie. en. volgens de acte van goedenisse, alsnu de Sterre, waerop in voortijden een huys heeft gestaen, het welck in. generalen brant voorgevallen a°. 1637 is afgebrant, regten. de merckt zuyt, het stadthuys oost, Jan De Vet west, de Caetstraet van achter met Francois Cicot noort, welcke proces alreede tusschen partijen voor wethouderen deser stadt was geinstrueert tot antwoorde, die bij den geinsde. was gedint, dan om alle voordere costen van procedure te schouwen en. alle aversie en. bitterhijt tusschen de voors. partijen wech te nemen, soo sijn de selve met tusschen spreecken van goede mannen beraeden geweest den selven processe neder te leggen, tot welcken eynde sijn gecompareert sr. Robert Cranen, coninck, en. sr. Michiel Vloeberch, hooftman der voors. gulde, hun sterckmaeckende in solidum en. ieder van hun int besonder voor het corpus der selve, ter eendere, en. sr. Jan Imbrechts, ter andere sijden, welcke partijen bekennen in de aldersterckste forme en. maniere hun doendelijck sijnde, over den voors. processe n... (?) allent gene daer van dependeert, met malcanderen getransigeert te hebben in vuegen ende op de conditien hiernaer beschreven (verleden ter presentie van sr. Martinus Daels en. sr. J... De la Bastita, borgers deser voors. stadt, als getuygen).

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12283, akte dd. 13.12.1702 (verkorte transcriptie).

Alsoo die wethouderen der stadt Aerschot bij hennen cohier van xxen. penn. beswaeren en. quotiseren de personele neringe van herbergiers en. brauwers, respectivel. den eerste met thien strs. een blanck een achtste ende den tweeden met vijffentwintich stuyvers in ieder xxe. penn. boven de quotiseringe van. brauwerije en. huysen sonder dat sij daer inne begrijpen oft beswaeren eenige andere neringe, abstract van. gene boven gespecificeert, soo committeren Peeter Anthonis, Andries Teubecx, Michiel Vloebergh, Robert Cranen, Jan De Man, J. Imberechts en. Jan ... (?) den notaris Daels om in hunne naeme aff te vraegen aen. borghemr. deser stadt oft hij verstaet te tracheren oft doen tracheren de voors. personele quotisatie en. hun te laeten gestaen, mits betaelende de quotisatie van hunne huysen en. brauwerije, het welck sij in cas van weygeringe van costen, schaeden en. interesten, gelden en. alnoch te leyden, en. dat sij voorders bij middel van rechte daer inne sullen vinden te behooren, presenterende voorders over dit poinct differentieel bij arbitragie van rechtsgeleerde te compromitteren.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12284, akte dd. 14.08.1704 (verkorte transcriptie).

Heer en. mr. Jacobus Standaerts, borgemr., sr. Guilliam Verloy, Eustaes De la Bastita, heer en. mr. Jacobus Geeraets, Hendrick Loots, Guilliam Somers, Hendrick Britsiers en. Hendrick De Wit, schepenen, Eustachius Van der Beken en. Jan Van Cantelbeeck, secretarissen, respective der stadt Aerschot, kennen deughdelijck in den naem en. tot behoeff deser stadt ontfangen te hebben van sr. Michiel Vloebergh, insgelijck borgemeester deser stadt, eene somme van twee hondrt pattacons wisselgelt om daer mede te restitueren gelijcke somme, die sr. Cornelis Van. Broeck in den naem deser stadt heeft getelt int honorarium, d' welckde gedeputeerde van dit hertogdom hebben gedaen aen haere hooght. mevrauwe de hertoginne van Arenbergh en. Aerschot in recompens van haere gedaene dinsten en. geemployeert crediet tot het reguleren van. contributie aen die hoogh. heeren die Staeten der Vereenigde Nederlanden.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12284, akte dd. 31.03.1707 (verkorte transcriptie).

Den eersaemen Jan Van Emelen en. Johanna Van der Meulen, gehuysschen en. innegesetenen van Gelrode, ontfangen van sr. Michiel Vloebergh, tegenwoordigh borgemr. der stadt Aerschot, en. jouffe. Maria Van Moockenborgh, wettige gehuysschen, eene somme van tweehondert en. vijfftigh guldens in wisselgelt.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12284, akte dd. 04.06.1707 (verkorte transcriptie).

Guilliam Cranen en. Anthonette Van Leemputten, gehuysschen en. innegesetenen der stadt Aerschot, ontfangen van sr. Michiel Vloebergh, tegenwoordigh borgemr. deser stadt, als momboir over de kinderen van sr. Eustach. Van der Beken, sris. deser stadt, door hem geprocreert met wijlen joe. Catharina Van Moockenborgh, eene somme van drij hondert guldens in wisselgelt.

Opmerking : De rente werd afgelegd op 12.06.1717.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12284, akte dd. 10.09.1707 (verkorte transcriptie).

Adriaen Milis ende Maria Thielens, gehuysschen ende innegesetenen van Rillaer, ontfangen van sr. Michiel Vloebergh, out borgemr. der stadt Aerschot, als momboir over de weesen oft kinderen van sr. Eustach. Van der Beken, secretaris deser stadt, door hem verweckt met wijlen jouffe. Catharina Van Moockenborgh, eene somme van vijfftigh guls. wisselgelt.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13778, akte dd. 21.01.1709 (verkorte transcriptie).

Sr. Michiel Vloeberch, hooftman, Jan Dillen, capitijn, en. Peeter De Preter, deken van St. Sebastiaens gulde binnen de stadt Aerschot, bekennen ontfangen te hebben van. kinderen en. erffgen. Adriaen, Jan (?) Vlemincx en. signantel. van Damiaen Vlemincx de somme van hondert guls. wisselgelt in quytinge van eene capitaele rente van hondert guls. capitaels, de welcke de voors. gulde heeft geheven tot laste der voors. erffgenaemen, mede de soe. van ses guls. vijf sts. in voldoeninge van een openstaen. jaer verloops, alles in voldoeninge van den voors. capitale rente en. verloops tot date deser verschenen, consenteren. oversulcx in de cassatie van. selve rente ten registre, alwaer deselve bekent is, verclaeren. de compten. dat den constitutie brief daer van is gedemanueert en. niet te vinden.

 

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12285, akte dd. 10.04.1709 (verkorte transcriptie).

Nots. M. Daels heeft sigh tusschen 12 en. 1 ure smiddaghs getransporteert bij en. aen sr. Anthoni Vloebergh, commiss. der fouragie, en. heeft aen den selven ter requisitie en. bijsijn van sr. Thomas Duyfhuys affgevraeght vuyt wat crachte en. ordre hij alhier hadde doen ophauden en. dede ontlaeten een quantiteyt hoey, gelaeden int schip van mr. Jan Verhaecht, door den voors. V(er)haecht voor den requirant tot Sichem affgehaelt om voorts te brengen naer Mechelen, waer op den voors. Vloebergh aen den nots. heeft geantwoort dat het ophauden en. ontlaeden van dit schip was geschiet door ordre van. heere bregadier commandant binnen dese stadt, ondertusschen heeft den nots. tegens de voors. Anthoni Vloebergh geprotesteert van costen, schaeden en. interesten, door den voors. requirant door het ophauden en. ontlaeden van het voors. hoey, alreede geleden en. alnogh te leyden.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12285, akte dd. 11.04.1709 (verkorte transcriptie).

D' eersaeme Jan Verhaecht, schipper, ende Peeter De Gutter met Jan Janssens, tegenwoordigh in dinst van den voors. schipper, verclaeren te samen en. elck van hun int besonder ter requisitie van sr. Thomas Duyfhuys dat sij op dynsdagh lestleden, comende met schip, gelaeden met hoy voor den requirant, van Sichem naer Aerschot om alsoo voorders te vaeren oft te drijven naer Mechelen, ontrent de Waterpoorte deser stadt sijn opgehouden door de schilwaght, roepende het eerste schip en. het aghterste magh passeren, maer het middelste (wesende dat van. voors. Jan Verhaecht) moet hier blijven, waer op den voors. Verhaecht vraeghde in dese woorden "En magh ick niet passeren tot aen de brugge", daer op de schilwaght heeft geantwoort "Jae, maer ghij moet het andere laeten voorbij vaeren", daer mede sijn sij attestanten gecomen met hun schip tot aen de Hooghbrugge, alwaer de twee leste compten. verclaeren gesien en. gehoort te hebben dat sr. Brauwers met sr. Jan Vloebergh, staende op de voors. Hooghbrugge, aldaer seyden tegens de schilwaght in verbis "Dat schip", designerende t' gene van. voors. Jan Verhaeght (daer sij attestanten op waeren) "moet ghij hier houden" ende alswanneer de andere twee schepen de voors. brugge gepasseert waeren, heeft den voors. Jan Vloebergh geseyt tegens de twee leste attestanten (mits den schipper alsdoen vuyt het schip gegaen was), "Ghij lieden moet met u schip meeren aen de essche en. gaen liggen achter de schure tegenover de p(aters) Capucienen", verclaerende den eersten attestant dat den voros. Jan Vloebergh en. Anthoen Vloebergh aen hem oock hebben geseyt, "Ghij moet u schip leggen aghter de schure en. wij sullen dat morgen doen lossen", daer op den eersten attestant seyde "Dit hoy heb ick gelaeden voor sulcken persoon", designerende den requirant, waer op de voors. Jan en. Anthoni Vloebergh hebben geantwoort en. geseyt "Wij sullen dijen persoon betaelen ende contentement doen en wij sullen U E. de vraght betaelen", allen d' welck alsoo gepasseert sijnde, sijn op woensdagh smorgens lestleden heel vroeg aen het schip gecomen seven wercklieden, de welcke seyden "Wij comen hier om dat hoy te lossen", d' welck sij oock hebben gedaen, verclaerende den eersten en. derden attestant al voorder gehoort te hebben dat Anthoni Vloebergh seyde in dese woorden, "Ick sal allen de schepen, die soo gelaeten met hoy affcomen, aenhouwen", tot dijen verclaert den derden attestant op heden naer middagh geweest te hebben in de herberge de Duyver alhier, alwaer oock was Anthoni Vloebergh met eenige menschen van buyten dese stadt, die hij attestant niet en kende, alswanneer hij derden attestant heeft gehoort dat den voors. Anthoni Vloebergh seyde tegens dese buyten menschen dese woorden "Wilter iemant thien duysent busselen hoey coopen, ick sal die hem vercoopen", alleguerende sij attestanten voor redenen van wetentheyt t' gene voors. is, alsoo te hebben gehoort ende verclaeren t' selve alsoo waerachtich te wesen.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12285, akte dd. 24.09.1709 (verkorte transcriptie).

D' eersaeme Peeter Lavaerts en. Catharina Troeyen, wettige gehuysschen en. innegesetenen der stadt Aerschot, ontfangen van sr. Michiel Vloebergh, out borghemr. deser stadt ende gewesene kerckmr., eene somme van hondrt guldens wisselgelt vuytte penningen de kercke deser stadt competerende.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12285, akte dd. 28.11.1709 (verkorte transcriptie).

Mr. Carel Britsiers en. Maria Wuyts, gehuysschen en. borghers der stadt Aerschot, ontfangen van sr. Michiel Vloebergh, out borgemr. deser stadt en. in qualt. van hoofftman van Sinte Sebastiaensgulde, eene somme van hondert guldens wisselgelt, den ducaton tot drey guls., den schellinck tot sesse strs. en. soo voorts allen andere specien naer advenant gerekent.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12286, akte dd. 12.02.1712 (verkorte transcriptie).

D' eersaeme Peeter Lavaerts en. Catharina Troyen, gehuysschen en. borgers der stadt Aerschot, ontfangen van Arnoldus Lavaerts en. Jacoba Troyen, insgel. gehuysschen, eene somme van hondert guls. wisselgelt om daer mede te quyten gelijcke rente oft obligatie, door de compten. op den 14. septemb. van. jaere 1709 gelight tegens sr. Michiel Vloeberch als kerckmr. deser stadt.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12284, akte dd. 10.09.1707 (verkorte transcriptie).

D' eersaeme Maria Hermans, innegesetene van Langdorp, wed. wijlen Jan De Bruyn, geassisteert van haeren sone Peeter De Bruyn, vercoopt vuyt crachte van testamente, tusschen haer en. wijlen haeren voors. man gemaeckt voor den nots. P. Van Leemputten, tot Landorp residerende, in date lesten augustus 1700, aen sr. Michiel Vloebergh, out borgemr. der stadt Aerschot, en. Maria Van Moockenborgh, wettighe gehuysschen, eene rente van hondert guldens capitael wisselgelt als sij compte. is heffende en. treckende tot laste van de wede. wijlen Adriaen Smets op haeren huyse, gelegen binnen dese stadt, en. andere goederen volgens den erffbrieff daer van sijnde, gepasseert voor schepenen deser stadt op den 19en. february van. jaere 1626, onderteeckent E. Van der Beken, verclarende sij comparanten over desen transporte te wesen voldaen met het loopende jaer, begonst 19. february lestleden, d' welck sal sijn tot proffijt der acceptanten, en. waranderen. sij transportanten de voors. rente voor goet, vrey en. onbelast, daer vooren guarantschap gelovende in behoorelijcke forme, mits welcken verclaren sij compten. totte voors. rente geen reght oft actie meer te hebben nogh te behouden, nu nogh ten eeuwigen daege, oock met geloffte van. selve altijt goet te sullen houden onder obligatie, submissie en. renuntiatie als naer reghte.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13779, akte dd. 22.02.1713 (verkorte transcriptie).

Sr. Antonius Vloeberch, borger deser stadt Aerschot, verclaert geconstitueert en. machtich gemaeckt te hebben sieur N. De Costere, procureur, postuleren. voor hren. wethouderen der stadt van Antwerpen, om in sijnen constituants naeme te vervolgen totte sententie definitive inclus alsulcken actie en. proces als hij voor de voors. hren. wethouderen heeft doen aenstellen tegens sr. Ambrosius Egidy tot betaelinge van de soe. van twee hondert guls. volgens desselfs gegeven manuele obligae. de date sesden Xber. 1706 met macht om in de voors. saecke te doen en. handelen gelijck een procureur ad lites can oft mach doen.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13779, akte dd. 16.03.1713 (verkorte transcriptie).

Sr. Joannes Vloeberch, borger deser stadt Aerschot, verclaert ter requisitie van sr. Antoen Vloeberch, sijnen broeder, dat den selven niet en is geassocieert geweest beneffens den comparant in de leveringe van fouragie, gedaen in den jaere 1708 voor vier compagnien van. hre. generael Botmaer, gelegen hebbende binnen Geel, maer wel sr. Ambrosius Egidy, den welcken hij compt. daerover te meermaelen heeft versocht tot reeckeninge, voor den hre. Robijns, hunnen principaelen, tot welcke reeckeninge den compt. alnoch verclaert bereedt te wesen, sijnde waerachtich dat den selven Antoen Vloeberch in de voors. leveringe van fouragie noch paert noch deel en heeft gehadt, maer alleen den comparant metten selven Amb. Egidy, verclaerende t' selve alsoo waerachtich te wesen (verleden ter presentie van Henr. De Wit en. Joris Van Gercum, inwoonders deser stadt Aerschot).

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13779, akte dd. 09.09.1713 (verkorte transcriptie).

Peeter De Jonge ende Wauter De Ceuster, ingesetenen deser stadt Aerschot en. hantwerckers van stiel, verclaeren ter requisitie van sr. Joan. Vloeberch dat, alsoo wanneer de twee regimenten van de hren. oversten Melville en. Diepenbroeck den lestleden winter binnen dese stadt hebben geweest in garnisoen, sij comparanten door ordre van den voors. requirant hebben helpen binden en. vuytleveren vuyt verscheyde schuren, gelegen binnen deser stadt Aerschot de rations hoey aen de militaire peerden, soo gelogeert binnen als buyten de selve stadt, ende namentlijck vuytte schure achter den huyse, genoempt den Moriaen, competeren. den voors. requirant, de gene van Thomas Nuyers, verclaeren. sij attestanten sulcx te wesen waerachtich met presentatie van selve des noodt sijnde met eedt te bevestigen (verleden ter presentie van Gregoir Gercum en. Hendrick Eloy, ingesetenen deser stadt Aerschot).

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12286, akte dd. 23.10.1713 (verkorte transcriptie).

Maria Van Moockenborgh geeft last aen den notaris Daels om hem te transporteren bij d' eerw. heeren Bentingh, plebaen der stadt Aerschot en canonick Sebastianus Van der Voort en. aen de selve affvraegen oft sij gelieven te verclaeren t' gene sij gehoort hebben vuyt den mondt van joe. Catharina Van Camp, liggende in haer sieck bedde, namentlijck oft sij niet gehoort en hebben dat de voors. Catharina Van Camp opentlijck heeft geseyt dat haeren sone Anthonius Vloebergh aen haer schuldigh was vijffhondert guls. en. dat den secretaris Wetz aen haer schuldigh was drey hondert guls. ende dat haeren sone Michiel Vloebergh moets voorvuyt hebben vijffhondert guls. oft en stuck landts.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12286, akte dd. 23.10.1713 (verkorte transcriptie).

Sr. Rumoldus Wetz, secretaris der stadt Aerschot, soo van sijn selven als in qualiteyt van momboir over sijne kinderen, verweckt met wijlen jouffe. Barbara Vloebergh, Henricus, Theodorus, Johanna Maria en. Catharina Wetz, bejaerde kinderen van. voors. secretaris Wetz, soo voor hun selven als hun sterckmaeckende voor hunne minderjaerige susters en. broeders Anna, Petronella, Barbara en. Eustahius Wetz, de welcke tot het gene naerbes. is alnogh gebruyckende de authorisatie, hun daer toe verleent bij die weesmrs. en. oppermomboirs der stadt Loven in date 8en. january 1712, onderteeckent Rombouts, vercoopen aen. kinderen van wijlen Jan Genar en. Catharina De Vos, in hun leven gehuyscehn waeren, te weten Catharina en. Anna Genar, alhier present, den eerw. heer E.A. Bentingh, plebaen deser stadt, en. den eerw. heer Sebastianus Vandervoort, canonick deser stadt, als curateurs wegens die voors. gehuysschen, over de voors. twee hunne kinderen vercosen, de welcke bij transport voor de selve twee kinderen sijn accepterende twee distincte renten, elck van vier hondert guls. capitael, als sij hun comparanten en. transportanten vuyt crachte van scheydinge en. deylinge, aengegaen tusschen hun en. srs. Joes., Michael en Anthonius Vloebergh waeren competerende tot laste van Jan Meerkens en. Catharina Tuerlincx als coopers van. huyse van d' erffgenaemen Rondelet volgens de respective bescheeden daer van sijnde, in date 8en. novembris 1655 gepasseert voor den nots. Arnoldus Tordoir en. de Lovensche mainmise daer op gevolght 4. novemb. 1664, onderteeckent Peeters, item van date 5. octobris 1641, gepasseert voor den nots. J. Schellekens en. de goedenisse daer op gevolght voor schepenen van Loven, vallende en. verschijnende op de voors. respective valdaeghen ten penninck volgens de voors. constitutien, geaffecteert op huys en. hoff, gestaen binnen dese stadt, regenoten den licentiaet Meuris ter ie., de Gracht oft straetken van aghter suyt, de Lombaerstraet west, mr. Jan De Becker, Cornelis en. Adriaen Dillen, Jan Verhoft en. de Merckt noort ter 4e. sijdne, en. tot naerder asseurantie, bepant op eenen bemt, gelegen bij het sluysken aghter de stadtsvesten alhier, regenoten de voors. vesten ter ie. suyt, het gasthuys alhier oost, de Laecke west ende d' erffgen van Rivieren noort, volgens de acte van herkentenise voor schepenen van Aerschot daer van sijnde in date 26 augusti 1709, onderteeckent E. Van der Beken, sris.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13779, akte dd. 25.01.1714 (verkorte transcriptie).

Sr. Joan. Van Vloeberch bekent verhuert te hebben aen Maria Suens sijn clijn huys, genoempt den Clijnen Moriaen, gelegen ten zuyden van den Grooten Moriaen, gestaen binnen dese stadt Aerschot, voor eenen termijn van drij jaeren, waervan het ierste jaer sal ingaen te halff meert 1714 ende het derde jaer daervan expireren te half meert 1717, ende sulcx voor de soe. van vijffenviertich guls. jaerl., te betaelen van drij tot drij maenden als schult met recht verwonnen.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13780, akte dd. 25.01.1714 (verkorte transcriptie).

25 jan. 1714 : Alsoo wijlen joe. Catharina Van Camp wede. wijlen Servaes Vloeberch op den 8en. february heeft verhuert aen Adriaen Admirael seecker huys, schure en. stallinge met een half boender lant daeraen gelegen ende ses dachmaelen lant onder Puers, genoempt het Molevelt, item drij dachmaelen lant, gelegen onder Tisselt, voor eenen termijn van ses jaeren, waer van het sesde jaer sal expireren ten respecte vant lant te Kersmisse een duysent seven hondert vijfthien, ende ten respecte vant huys mette appendentien van dien te halff meert daer naer, ende dat den voors. Adriaen Admirael aflijvich geworden sijnde in deselve hure is getreden Peeter Peeters, sone van. wede. desselfs, soo is gecompareert joe. Maria Van Moockenborch wede. wijlen sr. Michiel Vloeberch, alsnu tochtersse vant voors. goet, het welck bij partagie aen. selven wijlen haeren man is gevallen tegens sijne broeders, de welcke bekent verhuert te hebben aen den voors. Peeter Peeters het voors. huys mette appendentien van dien, en. de lande hier boven genoempt, voor eenen voordere termijn van andere ses jaeren, beginnende naer de expirae. van den voors. termijn, te weten te Kersmisse 1715, waer van het ierste jaer sal verschijnen te Ker[s]misse van den jaere seventhien hondert sesthien nopende de lanthure ende het sesde oft leste jaer expireren te Kersmisse een duysent seven honder eenentwintich ten respecte van de selve lanthure, en. de huyshure te halff meert 1722 naestvolgende, sulcx voor de somme van een hondert ende twintich guldens jaerl. courant gelt, te betaelen aen de verhuerdersse binnen dese stadt Aerschot op ieder valdach te Kersmisse als schult met recht verwonnen (verleden tot Aerschot ter presentie van Michiel Boschmans en. Guilliam Van den Brande, inwoonders deser stadt).

N.B. : Srs. Joan. en. Antonius Vloeberch, sonen van. voors. Catharina Van Camp en. erffgen. der selve voor soo vele aengaet de proprietijt der voors. goederen, hebben geaggreert en. geapprobeert de voors. sesjaerige hure voor soo vele hun aengaet.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13780, akte dd. 22.03.1714 (verkorte transcriptie).

Alsoo wijlen sr. Michiel Vloeberch als aengehouden oom en. momboir van de weeskinderen, geprocreert metten hre. sris. E. Van der Beken en. wijlen joe. Catharina Van Moockenborch, sijne gewesene wettige huysvrouwe, hadde vuytgestelt ter rente aen Guilliam Cranen een capitael van drij hondert vijftich guls. ten behoeve der voors. weeskinderen, waervan den selven E. Van der Beken is besittende die tochte, ende dat een der voors. kinderen alsnu is geproffessit in de ordre der eerw. paters Capucinen, genoempt Nicolaus Van der Beken, waertoe van noode geweest sijnde eene considerabele somme van penningen, alreede geavanceert en. ter wijlen den voors. sris. Van der Beken, hunnen vader van sijnen candt daertoe wilt contribueren, soo is den selven gecompareert, geassisteert met joe. Maria Louise Bigée, desselfs tegenwoordige huysvre., het gene naerbes. is approberen. voor soo vele des noodich is, den welcken heeft gecedeert en. affgegaen de tochte der voors. rente van vijffthien guls. vijthien sts. jaerl. ten behoeve van. voors. drij resteren. sijne kinderen, achtergelaeten en. geprocreert bij den selven cedent en. wijlen de voors. joe. Catharina Van Moockenborch, met name Catharina Van der Beken, getrouwt met Gilis Somers, Carolus Ferdinandus en. Arnoldus Ernestus Van der Beken, dewelcke alle meerderjaerich geworden sijnde, alhier compareren., de selve cessie sijn accepterende, verclaerende den cedent daeraen geen recht meer te reserveren, behoudel. het loopende jaer interest totten naesten valdach, ingevalle den selve alnoch int leven is, in considerae. van welcke cessie sij acceptanten remitteren aen den voors. vaeder cedent in desen seeckeren selveren ... ? gegeven voor eene vontgifte, aen den voors. Nicolaus Van der Beken, alsnu capucien sijnde, welcken ... ? bij den selven hunnen vaeder is geproffiteert, d' welck den voors. cendent en. ... ? geloven te houden voor goet en. van weerde.

Bron : S.A.L.., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598, folio 177r°., folio 177r°, akte dd. 20.09.1714.

Copije der reqte, waer van inde voors. acte.

Verthoont met eerbiedinghe sr. Joannes Baptista Vloebergh, innegesetene der stadt Arschot, hoe dat tegenwoordigh is onversien van gereede penninghen ende des nyettemin hem geexecuteert vindt tot betaelinghe van eene somme van vierhondert guldens inder voeghen dat hij hem genoodtsaeckt vindt dierghelijcke somme te lichten ter rente ende daer voor te verbinden eenighe van sijne goederen, waervan hij liber dispositie is hebbende ende naementlijck eenen bempt, geleghen binnen die stadt Arschot, waerinne hij naer de doodt van sijne huysvre. maer eerst en is gegoydt vuytwijsens het neffens gaende stuck, dan gelijck het selve is leenroerigh onder sijne hoogheydt den heere hertogh van Arenbergh en. Arschot, soo ontmoet hij difficulteyt ontrent die gene die het gelt souden schieten om dieswille dat die rente soude wesen leenroerigh ende dat sij alsoo souden vervallen in die oncosten van verheffen, oorsaecke dat den verthoonder egeenen bequaemeren middel en heeft connen vuytvinden om sigh van. voors. schuldt ende eenighe andere te ontmaecken als naementlijck een van sijn twee kinderen te stellen inde philosophie ende den selven aldaer t' onderhouden twee volle jaeren als bij het vercoopen van vijff daghmaelen bempts, geleghen inde stadt Arschot, op sijne twee kinderen gedevolveert, wesende chijnsgoet, midts opdraegende tot behoeff vande selve twee kinderen den gemelden leenbempt ende voorts noch eenighe andere goederen, waer van den verthoonder is vrije heer ende mr., sulcx dat sijn twee kinderen daer bij merckelijck sullen worden gebeneficeert ende ten selven tijde den verthoonder gesolageert inden dringenden noodt, waerinne hij hem teghenwoordigh bevindt als nyet comende proffijtelijcker in dese coniuncture, vercocht worden als het gemelt stuck bempts, maer want het gene voors. is egeen vuytwercksel hebben en kan ten sij bij concours van U E. permissie ende authorisatie, soo keert hij hem tot U E.

Biddende oodtmoedelijck gelieven gedient te wesen aen hem te accorderen die permissie om den voors. chijnsbempt te moghen vercoopen ende opdraeghen ten prouffijte van sijne kinderen het dobbel van dijen van andere goederen, waervan hij is vrije heer ende meester, hetwelck doende, ettha.

Gesien bij die ondergeschr. als naeste bloetverwanten die appostille, gegeven bij die heeren oppermomboiren in date xxviiie. 7bris. 1714, sig. J. Rombouts ende hun daer naer conformerende, soo verclaeren sij te wesen die respective ooms vande vaderlijcke ende moederlijcke seyden vande twee kinderen van sr. Jan Vloebergh gevraeght sijnde hun advys om over het versueck des verthoonders te disponeren, soo verclaeren sij bijde te draeghen hun consent over het vercoop vanden chijns bempt, mits den leenbempt aldaer geroert beneffens die aengeroerde panden in die plaetse surrogerende, bestaende in vier boinderen onbegrepen der maete, soo landt als bosch, hun naeste bloetverwanten dit onderteeckent hebbende, wel bekent en. is d' originele deser geteeckent Anthoon Vloebergh, vaderlijcken oom, J. Van Leemputten vande moederlijcke seyde, en. Philippus Vloebergh, sone des supplts.

Den ondergeschr. verclaert als dat hij den leenbempt, in dese reqte. vermelt, beneffens die vier boinderen, soo landt als bosch, onbegrepen der maete, waervan breeder inden advyse vande vaderlijcke ende moederlijcke ooms, en. die welcke hij tot behoeffve van desselffs kinderen heeft vuyt crachte van U E. authorisae. daer over te verwerven, veralieneert teghens vijff dachmaelen chijns bempt in preiuditie van des selffs twee kinderen nyet en sal vercoopen, veralienieren dan alleenelijck betochte, daervoorens verobligerende sijnen persoen en. goederen, meubelen en. immeubelen, present en. toecomende, actum 28. 7bris., in teecken der waerheyt, heeft hij dit onderteeckent en. was ondert. J.B. Vloeberch.

Copije der authorisatie.

Die heeren oppermomboiren der stadt ende resorte van Loven, gesien hebben. den inhoude deser reqte. met sekere acte van vercoop, gepasseert voor den nots. W. Drijwegen en. sekere getuyghen binnen Put opden 20. july 1673, en. de goedenisse met het gene des daer aen cleeft, gepasseert inden leenhove van. hre. hertogh van Aerschot, etc., onderteeckent J.F. Van Buggenhoudt, 1712, tot dijen de respective twee schrifftelijcke advysen, in pede der selve gestelt, en. op alles geleth, hebben den supplt. geauthoriseert, gelijck hij den selven sijn authoriserende mits desen ten effecte als inden dispositiven deser op den voet en. conditie nochtans als inde voors. respective twee advysen breeder vermelt, actum ter weescamere den 20. september 1714, coram hr. en. mr. Ludovico Vekemans en. sr. Bartho. Corthoudt, overmomboiren, mij present sris., sig. J. Rombouts, 1714.

Bron : S.A.L.., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598, folio 177r°., folio 177r°, akte dd. 10.12.1714.

In teghenwoordigheyt des hre. meyers ende schepenen van Loven naer te noemen comparerende sr. Joannes Baptista Vloebergh, innegesetenen der stadt Aerschot, den welcken om te voldoen aen het advies vande naeste bloedtverwanten, soo vande vaderlijcke ende moederlijcke seyde van sijne naerbeschr. kinderen, bij hem verweckt vuytten schoede van wijlen jouffe. Anna Michiels, sijne huysvrouwe was, als aen d' authorisatie der hren. oppermomboiren deser voors. stadt in date xxiiii. 7bris. lestleden, onderteeckent J. Rombouts, gevolght op des selffs reqte., aen. voors. hre. gepresenteert, die welcke alhier in originali gesien, wordt gehouden voor geinsereert, heeft ter manisse des voorschr. hre. meyers ende wijsdomme der naerbeschr. hren. schepenen onwederroepelijck opgedraeghen met behoorelijcke verthijdenisse ten behoeve van. voors. sijne kinderen Philippus en. Anna Catharina Vloebergh, ierst thien dachmaelen bleckbosch, in drije parceelen aen malcanderen geleghen onder Moorsel, ressort van Aerschot voors., regenoten die Groote straete oost, mijn heer Wours (?) tot Mechelen west, Andries Engelbosch suydt ende Peeter Reyers noort, item sesse dachmaelen, soo landt als bosch, geleghen tot Bael, ressort van Aerschot voors., regen. de Bolloy west, Peeter Bauwmans suydt, Peeter De Keyser met d' erffgenaemen Jaecques Van Tongelen noordt en. ... [n.v.], item vijff dachmaelen bempts leengoet, geleghen binnen Aerschot voors., regen. den hre. van Schoonhoven in twee seyden, den eerw. hre. prelaet van Everbode ter iii. en. Anthoon Vloebergh ter iiii. seyden, met verclaeren van dat hij tot die voors. goederen geen recht van proprieteyt meer en is behoudende nochte en is reserverende dan alleenel. maer en verclaert te behouden en. te reserveren sijne naeckte tochte sijn leven geduerende, allen d' welck den officiael Essinck, alhier present, ten behoeve van. voors. Philippus en. Anna Catharina Vloebergh heeft geaccepteert, coram d. Van Schore et Corthoudt, hac xa. xbris. 1714.

G. Deens, 1714.

Bron : S.A.L.., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598, folio 177r°., akte dd. 10.12.1714.

In teghenwoordigheyt der hren. schepenen van Loven naer te noemen ghestaen den clercq Essinck om die naervolgende acte notariael alhier te vernieuwen ende te herkennen, als thoonder vande selve geconstitueert sijnde bij die procuratie daerinne geinsereert, heeft t' selve ghedaen als volght.

Op heden den xie. xber. 1714 comparerende voor mij notario, binnen Loven residerende, present die getuyghen naer te noemen, sr. Joannes Baptista Vloebergh, innegesetene poirter der stadt Aerschot, den welcken bekent wel ende deughdelijck ontfanghen te hebben, soo hij doet bij desen, van suster Elisabeth Vanden Brande, den eerw. hre. Jacobus Moors, susters Barbara Van Beylen ende Maria Van Santen, respective moeder, pastoir ende ouderlinghen vanden Grooten Siecken Gasthuyse, de somme van duysent guldens courant gelt, den pattacon gerekent a twee guldens sesthien stuyvers, den ducaton a drije guldens thien stuyvers ende die andere munte naer advenant, ter saecke van welcke somme hij comparant jaerelijcx alhier binnen Loven inden voors. gasthuyse los en. vrije van alle lasten ende impositien, innegestelt en. naermaels inne te stellen, soo van xe., xxe., mindere en. meerdere penninghen, nyettegenstaende sijne mats. placcaerten, aen. welcke hij bij desen is derogerende, belofft te betaelen eene rente van viertich guldens sjaers in munte ten tijde vande betaelinghe, cours ende loop hebbende, alles onder obligatie van sijnen persoen ende goederen, meubelen ende immeubelen, present en. toecomende, ende naementlijck eenen bempt, groot ontrent die sesse dachmaelen onbegrepen der maete, geleghen binnen die stadt Aerschot, regenoten die Bogaerden aldaer ter ie., die stadts vesten ter iie;, d' erffgenaemen Geeraert Mantels ter iiie. ende die Hamelstraete (!) ter iiii., consenterende daer over int maecken van beleydt en. mainmise, mede int decreet en. anderwerff decreet van dijen sonder daer toe te moeten gedaeght oft geroepen te worden, verclaerende den selven bempt hem te competeren bij scheydinghe ende deylinghe teghens sijne mede condividenten, mitsgaeders dat den selven is vrije ende onbelast dan alleenelijck met eenen chijns van eenen cappuyn aen sijne exce. den heere hertoghe van Arenbergh en. Aerschot ende negen oorden aende heeren van Ste. Geertruyden tot Aerschot en. ontrent die negen oorden aen. hre. van Elsbroeck sonder meer, daer toe gebruyckende die authorisatie, aen hem verleent bij die oppermomboirden deser stadt de date xxviii. september lestleden, alhier in originali ghesien ende ghebleken ende die welcke alhier wordt gehouden voor geinsereert, gelovende die voors. rente jaerelijcx wel en. loffelijck te betaelen als voor, sulcx dat den iersten valdaeghe vallen ende verschijnen sal op den elffsten december vanden toecomenden jaere 1715 ende soo voorts van jaere tot jaere totte effective quytinghe toe, die welcke sal moghen geschieden als het den comparant gelieven sal t' eender reyse ende met volle rente in munte als voor, constituerende voorts onwederroepelijck een ieder thoonder deser om t' gene voors. is, in sijne mats. Raede van Brabant, die hren. meyer ende schepenen van Loven ende alomme elders te laeten vernieuwen, vervonnissen ende verclaeren executoriael, mitsgaeders consenteert inde condemnatie voluntair, allen d' welck die voors. ster. Elisabeth Vanden Brande, hre. pastoir en. andere susters, alhier present, hebben geaccepteert, aldus ghepasseert ten daeghe, maende ende jaere voors. ter presentie van heer ende mr. Joannes Baptista Smets, licentiaet in beyde de rechten, ende Nicolaes Keuppens, als getuyghen hier toe gheroepen en. ghebeden, ende hebben den voors. comparant en. acceptanten die minute deser geschreven op sijnen behoorelijcken segel beneffens mij notario onderteeckent, onderstont mij present als notaris, quod attestor, sig. H. Van Roost, nots., 1714, aldus vernieuwt en. herkent die voors. acte notariael in alle en. iegeweclke haere poincten en. clausulen bij den voornoempden geconstitueerden, coram d. van Winghe et Corthoudt, xii. xbris. 1714.

In de marge.

Opden 29en. xber. 1715 is gebleken bij acte notariael in date 24. eiusdem, gepasseert voor den nots. H. Van Roost den jongen als dat dese tegenstaen. rente is gequeten door Guilliam Verloo als cooper van. bempt, voor dese voors. rente verobligeert, quare sic vacat, geschreven op sijnen behoorelijcken segel.

Sol(vit).

C(opia) s(olvit) sig(natum) deb(itum).

Bron : S.A.L.., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598, folio 185r°., akte dd. 15.12.1714.

In teghenwoordigheyt der hren. schepenen van Loven naer te noemen, comparerende den clercq Eduardus Essinck, den welcken in conformiteyt vanden vonnisse provisioneel, op gisteren geobtineert bij jouffe. Maria Van Moockenborgh weduwe wijlen sr. Michiel Vloebergh, innegesetenen der stadt Aerschot, hem heeft gestelt als borghe ende cautionaris als principael voor t' gene die voorschre. jouffe. Maria Van Moockenborgh vuyt crachte van. voors. vonnisse sal comen t' executeren ten laste van vrouwe Henrietta Verschueren weduwe wijlen jor. Saverneel, gelovende daer voorens altijts in sijnen eyghen en. priveen naem inne te staen in soo verre den voors. vonnisse bij vonnisse definitieff hier naermaels wierde geretracteert, voorders oft anderssints nyet, reserverende des nyet te min den voors. comparant sijne actie van guarrandt ten laste van. voors. jouffe. Van Moockenborgh, die voors. vrouwe Verschueren in haeren procureur Davidts hier toe gedaeght door den dienaer Renson ut scripto retulit, coram d. van Winghe et Corthoudt, hac xve. xbris. 1714.

T. Dirix, 1714.

In de marge.

Sol(vit).

C(opia) s(olvit) sig(natum) deb(itum).

Bron : S.A.L.., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598, folio 205r°., akte dd. 24.12.1714.

In teghenwoordigheyt des hre. meyers ende schepenen van Loven naer te noemen ghestaen den clercq Essinck om die naervolgende acte notariael alhier te vernieuwen en. t' herkennen, als thoonder vande selve geconstitueert sijnde bij die procuratie, daerinne geinsereert, heeft t' selve ghedaen als volght.

Op heden den xviie. meert 1708 compareerde voor den ondergeschreven notaris, binnen de stadt Aerschot residerende, ende inde presentie vande getuyghen naergenoempt de eerbaere joe. Cecilia Geulincx, meerderjaerighe dochter, de welcke bekent bij ende mits desen wel ende deughdelijck vercocht, gecedeert ende getransporteert te hebben aen sr. Michiel Vloebergh, out borghemeester deser stadt Aerschot, ende jouffe. Maria Van Moockenborch, gehuysschen, alhier present ende accepterende, alsulcken capitaele rente van hondert ende vijfftich guldens in specie van ducatons, gecreeert ende bij mainmise geaffecteert ende vernieuwt bij heeren meyer ende schepenen van Loven prima july anno 1669, coram Dilbeeck ende Vander Veken, onderteeckent J. Van Espen, alles in conformiteyt vande constitutie ende mainmise brieven, die alhioer aende acceptanten sijn overgelevert ende ontfanghen als sij ierste comparante was heffende op Peeter Sels ende Maria Verrijt, gehuysschen waeren doen sij leeffden ende inwoonderen van Langhdorp, lande van Aerschot, vallende jaerlijcx xxviie. juny tot behoeve vande acceptanten, gevallen prima juny 1706, 1707 ende te vallen 1708 ende soo voorts, surrogerende de ierste comparante de tweede comparanten in haere stede ende plaetse om de selve rente te joysseren ende te trecken als hunne andere eyghen renten ende goederen verthijende mits desen aende voors. rente, soo cappitael als twee jaeren verloopen, die verschenen sijn als die alnoch sullen comen te verschijnen met vollen recht sonder reserve, etc., dat voor ende midts gelijcke capitaele somme van hondert vijfftich guldens die inde presentie vanden ondergeschreven nots. ende getuyghen bij de tweede comparanten sijn in wissel gelt getelt ende bij de ierste comparante ontfanghen, waranderende de selve rente voor goet, los ende vrije, alles volghens de voorschr. mainmise ende constitutie brieven, waer toe wordt gerefereert, houdende den inhoudt van dijen hier als geinsereert, in alle gevalle guarrandt ende waerschap gelovende, bepant op eene plecke landts, geleghen int Goervelt onder Landtdorp, groot ontrent vijff dachmaelen, regenoten d' erffghenaemen van Lenaert Borchmans oost ende noort, Peeter Verluyten west ende het Winterstraetken suyt, item op een halff boinder landts, oock int voors. Goervelt geleghen, regenoten Peeter Verluyten oost, t' Winterstraetken suyt, Pr. Pauwels met d' erffgenaemen Willem Loeffs west, d' erffghenaemen Adriaen Vanden Bosch noort, ende voorts als in dese constitutie brieven, gelovende partijen t' gene voors. te houden voor goet, vast ende van weerden, alles onder obligatie, submissie ende renuntiatie pro ut in communi forma, specialijck sij vrouwe persoen renuncierende vande exceptie senatus consulti velliani si qua mulier, etc., des vooren gecertioreert, consenterende ten dijen inde condemnatie volontair met constitutie irrevocable van ... [n.v.] ende alle thoonders deser, soo om t' gene vernieuwende, daer ende alsoo, sonder hierinne te willen doen eenighe innovatie als om dese acte tot laste vanden ghebrekelijcken te doen ende laeten verclaeren executoriael, alsmede inde ontgoedenisse ende goedenisse in forma sonder voorgaende dagement, promittentes ratum et gratum, obligando, submittendo ac renuntiando pro ut moris et stylli, actum binnen Aerschot, hac ut supra, present Martinus De Groot ende Adriaen Jnnes, getuyghen, ende is d' originele minute bij de voors. comparanten beneffens mij notaris behoorelijcken onderteeckent, onderstont quod attestor, sig. R.J. Wetz, nots. pubs.

Aldus vernieuwt ende herkent die voors. acte notariael in alle ende iegewelcke haere poincten ende clausulen, bijden voornoempden gheconstitueerden, den welcken dijen volghens ter manisse des hre. meyers ende wijsdomme der naerbeschreve heeren schepenen, heeft opgedraeghen met behoorelijcke verthijdenisse ende solemniteyten van rechte daertoe gerequireert, die rente inde voors. acte notariael breeder geinsereert ende ghespecificeert, ende daer vuyt ontgoyt ende onteerfft sijnde, soo wordt daerinne gegoyt ende geeerfft den clercq Beetens, alhier present ende die selve rente accepterende inden naeme ende ten behoeve van jouffe. Maria Van Moockenborch weduwe wijlen sr. Michiel Vloeberch et satis et waras pro ut latius in dicto procuratorio, coram d. Adonia et Vekemans, hac xxiiii. xbris. 1714.

T. Dirix, 1714.

In de marge.

C(opia) s(olvit) sig(natum) deb(itum).

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13780, akte dd. 29.05.1715 (verkorte transcriptie).

Joe. Maria Van Moockenborch wede. wijlen sr. Michiel Vloeberch bekent ontfangen te hebben vuyt handen van Jan Baecx en. Cornelis Briers, gehuchtmrs. van Begijnendijck, de somme van hondert vijftich guls. wisselgelt in quytinge van alsulcken capitale rente als Dionys De Cock voor en. in den naem vant selve gehucht van den voors. Vloeberch heeft gelicht inde selve evaluatie den 25. february 1713 tot betaelinge van. contributie aen. vijandt, verclaeren. dienvolgens de voors. comparante daer over voldaen te wesen, mede over den interest tot date deser verschenen, en. consenteren. in de cassae. der selve rente.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12287, akte dd. 15.06.1715 (verkorte transcriptie).

Niclaes Vos en. Francisca Beylen, innegesetenen van Rillaer, ontfangen van jouffe. Maria Van Moockenborgh, wede. van wijlen sr. Michiel Vloebergh, eene somme van twee hondert en. vijfftigh guls. courant gelt, den schellinck tot seven stuyvers en. voorts alle andere specien naer advenant gerekent.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12287, akte dd. 21.06.1715 (verkorte transcriptie).

Sr. Joannes Van Cantelbeeck, secretaris der stadt Aerschot, verhuert aen sr. Antoen Vloeberch, sijnen schoonsone, seecker huys, hoff, schure, brouwerije en. appendentien van dien, gestaen ende gelegen opt Schalluyn binnen dese stadt.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12288, akte dd. 24.02.1716 (verkorte transcriptie).

Jouffe. Maria Van Moockenborgh, weduwe van wijlen sr. Michiel Vloebergh, constitueert aen den procureur ... [n.v.] en. een ieder thoonder deser oft van copije authenticq om te compareren voor meyer en. schepenen van Puirs en. allomme elders voor heer en. hoff competent, van Jan Peeters als cooper ingevolge de publiecke conditie ter instantie van wijlen haeren man, gehouden door sr. A. Vanderveken, greffier tot Puis, op den 8. january 1712 over de vercoop van een daghwant en. vijffenvijfftigh roeden lant salvo justo, gelegen op den Meerlichte onder Puirs voors., waer van alsdoen cooper gebleven is Jan Peeters.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13781, akte dd. 27.08.1716 (verkorte transcriptie).

Testament van sr. Joan. Vloeberch, lest weduer van wijlen joe. Anna Michiels, gesont van lichaeme, gaende ende staende en. sijne sinnen, memorie en. verstandt allomme wel machtich sijnde (verleden tot Aerschot ter presentie van Adriaen Van den Eynde en. Arnold Hobreu, borgers, ingesetenen deser stadt, als getuygen).

Erfgen. : sijne twee kinderen Philippus Vloeberch en. Anna Catharina Vloeberch, bij hem verweckt mette voors. Anna Michiels, sijne gewesene huysvre.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12288, akte dd. 27.03.1717 (verkorte transcriptie).

Joe. de wede. wijlen sr. M. Vloebergh geeft last aen nots. M. Daels om hem te transporteren bij ende aen den persoon van Philip Stuckens, deurweerder van. Souvereynen Raede van Brabant en. aen den selven aff te vraegen wat pretentie hij tot laste van joe. de wede. wijlen sr. M. Vloebergh is hebbende, door wyens schriftelijcke ordre hij haer dreyght t' executeren en. voor wat somme en. vuyt wat craght, mits in conformiteyt van. 115. arle. der ordonnantie additioneel van. Raede van Brabant de anno 1691 geen relaes en heeft gelevert over eenige pretense sommatie en. ingevalle van refues te protesteren over alle schaeden ende interesten, geleden en. te leyden, mitsgaders haere claghten te doen aen. hre. raedt en. procur. gnael. over den onbehoorelijcken handel van. voorn. deurw.

Bron : R.A.L., Notariaat M. Daels, register nr. 12288, akte dd. 09.06.1717 (verkorte transcriptie).

Jouffe. Maria Van Moockenborgh, wede. van wijlen sr. Michiel Vloebergh, in sijn leven borgemr. der stadt Aerschot, constitueert ende maghtight sr. Gillis Van Rijmenant, woonende tot Bonheyde, om in den naem van haer constituante reghten te doen de overdraght van. helft in de molen van Bonheyde voors. met appendentien en. dependentien van dijen en. sulcx om te voldoen aen de mandementen, begrepen in den brieven van terrier, tot dijen geimpetreert.

Bron : R.A.L., Notariaat J. Van Cantelbeeck, register nr. 13782, akte dd. 19.06.1720 (verkorte transcriptie).

Testamentaire dispositie van R.J. Wetz, notaris en. raet en. secretaris der stadt en. lande van Aerschot.

Erfgen. : sijne kinderen, verweckt vuytten schoode van sijne huysvrauwe Barbara Vloeberch

N.B. : Zijn dochter Anna Wetz is gehuwd met Matthijs Sutens.

De testateur schreef eigenhandig zijn testament.

     Uit dit huwelijk:

     Vloebergs Joannes,

Ditmaal (weer met dank aan Paul Peeters) Jan Baptist Vloebergh als weduwnaar van zijn tweede vrouw Anna Michiels, die een lening van 200 guldens aanging bij Guilielmus Renardi, doctor in de godgeleerdheid en president van het College du Bay, die namens de fundatie van Egidius du Bay optrad. Allicht had Jan Baptist nog minderjarige kinderen, want er was een voorafgaandelijke toestemming van de weesmeesters van Leuven nodig. Hij stelde 5 à 6 dagmaal beemd in pand, gelegen in de Amerstraat te Aarschot. De lening werd reeds op 05.08.1716 vereffend door ene Jan Van Leemputten. Mogelijk is deze laatste familie van Jan Baptist, doch op welke manier is niet duidelijk. Het is ook merkwaardig dat de akte van vereffening slechts op 09.08.1718 werd genoteerd of vergiste de klerk zich ?

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598 fol. 246r°, akte dd. 19.01.1715.

In tegenwoordigheyt der heeren meyer ende schepenen van Loven naergenoempt gestaen den officiael Essinck, om die naervolgende rentbekentenisse alhier te vernieuwen ende realiseren, als thoonder van. selve geconstitueert volgens die procuratie daerinne geinsereert, heeft dat gedaen als volght.

Op heden den iersten meert 1715 compareerde voor mij noto., bij den Souverainen Raede van Brabant geadmitteert, binnen Loven residerende, present die getuygen naergenoempt sr. Jan Baptist Vloebergh, ingesetenen borger van Arschot, weduwer wijlen Anna Michiels, den welcken op macht der authorisatie vande heeren oppermomboiren deser stadt Loven metten adviesen, soo vande vaderlijcke als moederl. sijden daer op gestelt in date 28. 7ber. 1714, signatum J. Rombouts, gesien en. gebleken, houdende dese voor geinsereert ende gerepeteert, verclaerde bij desen ontfangen te hebben van. eerw. heere Guilmo. Renardi, doctoor inde h. godtheyt, president Collegii Bay, twee hondert guls. courant, den schellinck tot seven stuys. gerekent, dienende dese voor quitantie, belovende daer voorens aende fondatie domini Egidy Bay, aldaer gefondeert, te betaelen eene rente van thien guls. siaers tegens den penninck xx, voor het eerste jaer te vallen prima marty 1716 ende soo voorts van jaere tot iaere totte quytinge der selver rente, te geschieden t' eender rijse in gelijcke munte ende met volle rente, los ende vrije van alle conincx ende andere lasten, te betaelen binnen Loven, oock van x., xxe., xl., l., ce., meerdere oft mindere penningen, contributien, eta., daer voorens is verobligerende sijnen persoon en. goederen ende generalijck alle andere, tot wat plaetsen die gelegen oft bevonden sullen worden, geene vuytgenomen als oock vijff a ses dachmaelen bempts, gelegen binnen Arschot, der maten onbegrepen inde Hamerstraet, regten. de Paters Bogaerden oost, de straet suyt, de erffgen. Mantels west ende de stadtsvesten noort, belast met ontrent 4 ½ stuys. chijns siaers, daer voorens altoos satis et waras belovende, in cas voordere lasten bevonden wierden daer op vuyttegaen, als hij verclaerde, consenterende daer over int slaen van mamiese, decreet ende herdecreet sonder daegement ofte in de realisatie bij middele van opdracht ter geliefte, lichtende dese penningen om daer mede te voldoen sijne schulden in desen dringenden noot, waer toe hij wort met recht overvallen als hij alhier opentlijck verclaerde, belovende altijt van woerden te houden t' gene voors. is onder obligatie ut supra, constituerende onwederroepel. ieder thoonder deser om t' gene voors. is voor den Souverainen Raede van Brabandt, wethouderen van Loven ende elders te vernieuwen ende realiseren teneynde van opdracht oft andersints naer beliefte, consenterende tot volbrengen van dien inde condemnatie volontair ende parate exe. ten laste vanden gebreckelijcken sonder daegement, gelovende, verbindende ende renuncierende aen alle privilegien ende exceptien dese eenighsints quo ad hunc actum contrarierende, gepasseert int selve collegie, present den eerwe. heere Petrus Molemaeckers ende Hermanus Gijsen, getuygen ten desen aensoght, hebbende den voors. compt. en. heere Renardi de minute deser, ges. op segel van drije stuys., neffens mij notario respective ondert., quod attestor, signatum H. Van Roost, nots., 1715.

Aldus vernieut en. gerealiseert de voors. rentbekentenisse bij den voornden. geconstitueerden in alle ende iegewelcke sijne pointen en. clausulen, consenterende als in de selve, welcken volgens heeft ter manisse des heere meyers ende bij wijsdomme der heeren schepenen deser stadt Loven met alle behoorelijcke solemnitijten van rechte daer toe gerequireert, opgedraegen den voorseyden bempt, groot vijff a ses dachmaelen, naerder hier voorens gespecificeert, exposito impositus est den nots. Van Roost, alhier present ende het selve ten behoeve der fondatie dni. Egidii Bay accepterende, quo facto idem eadem bona eodem iure reddidit op den last der rente van thien guls. siaers, te vallen en. te quyten ut ante et satis et waras prout latius dicto procuratorio, coram dno. de Schore et Corthout, martii, 5a., 1715.

T. Dirix, 1715.

In de marge.

Is gebleken 5. augusti 1716 bij quite., ondert. G. Renardi, president van Bay Collegie, waer bij blijckx dat hij heeft on[t]fhangen van Jan Van Leemput de capitaele pen. deser tegenstaende rente mette verloopen dier, en. daer bij geconsenteert inde cassatie, hac 9. augusti 1718, quare vacat.

C(opia) s(olvit) s(ignatum) d(ebitum).

     Vloebergs Antonius,

     Vloebergs Barbara, x met Rumoldus Wetz,

     Vloebergs Michiel, brouwer, handelaar en borgemeester van Aarschot, x Aarschot disp. 07.12.1686 met Maria Van Mockenborg, kinderloos,

eigenaar van de halve Bonheidense molen vanaf 1696,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters)  aktes met vermelding van Michiel Vloebergh en Maria Van Moockenborch enerzijds en Christianus De Meyer en Anna Verstappen anderzijds. De akte is nogal complexen.

Henricus Keuppens en Jacobina Somers verkochten op 05.03.1708 een rente van 200 guldens aan Michiel Vloebergh en Maria Van Moockenborch. De verkoop gebeurde bij volmacht dd. 03.03.1708 door de predikheer Vaes, oom van Jacobina. De rente hadden zij verkregen van Servatius Vaes, licentiaat in de medicijnen en professor aan de universiteit te Leuven en stond op het ogenblik van de huidige verkoop ten laste van de erfgenamen van Christianus De Meyer en Anna Verstappen uit Betekom. Christianus De Meyer en Anna Verstappen hadden de som van 200 guldens op 19.11.1656 gelicht bij de begijntjes Louise en Catharina De Pape te Leuven tegen een jaarlijkse rente van 12 guldens en 10 stuivers. Voor de lening hadden zij goederen te Betekom in pand gesteld.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598 folio 216v°, akte dd. 10.01.1715.

In teghenwoordigheyt des hre. meyers ende schepenen van Loven naer te noemen ghestaen den clercq Essinck om die naervolgende acte notariael alhier te vernieuwen en t' herkennen als thoonder vande selve, gheconstitueert sijnde bij die procuratie daer inne geinsereert, heeft t' selve ghedaen als volght.

Op heden den vijffden marty 1708 compareeerde voor den onderges. notaris, binnen de stadt Aerschot residerende, ende inde presentie van. getuyghen hier onder genoempt, sr. Henricus Keuppens, getrauwt met joe. Jacobina Somers, hier absent, doch bij haere manuale procuratie date derden deser tot het naerbeschreven heeft gemacht den eerw. pater Vaes, haeren oom, hier mede comparerende, gelovende hij ierste comparant t' selve bij sijne huysvre. te sullen doen advoyeren ende confirmeren in forma toties quoties des aensocht, de welcke alsoo hebben verclaert gecedeert ende getransporteert te hebben aen sr. Michiel Vloebergh ende jouffe. Maria Van Moockenborch, gehuysschen, oudt borghemeester deser stadt Aerschot, alhier present ende accepterende in coope, sekere capitale rente van twee hondert guldens, renderende twelff guldens thien stuyvers jaerlijcx, gecomen vuytten hooffde van heer ende mr. Servatius Vaes, licentiaet inde medicijnen ende professeur inde universiteyt van Loven, die sij sijn heffende op de erffgenaemen Christaen De Meyer ende Anneken Verstappen, gehuysschen, inwoonderen van Betecum doen sij leeffden, ende opde panden naer breeder gespecificeert inde brieven van mainmise daer op geslaeghen den xve. july 1658, onderteeckent N. Van Berckel, met allen de verloopen tot datum deser verschenen, vallende altijt xix. novembris, opgelicht bij den voors. Christiaen De Meyer ende Anneken Verstappen, sijne huysvrouwe, op den xix. novembris 1656 vuyt handen wijlen joe. Loyse ende Catharina De Pape, wijlen beggijnckens tot Loven, ende bepandt ingevolghe de voors. constitutie brieven ende van mainmise, ieerst op het sesde paert in huys en. hoff, groot ontrent de drije dachmaelen, gestaen ende geleghen tot Betecum, regenoten de straet in drije seyden ende Jan Govaerts met huys ende hoff oost ter vierdere seyden, item op vier dachmaelen lants daer bij, genoempt de Beecken, item een dachmael lants, ghenoempt het Halff Lants, item twee ende een halff dachwant, geleghen aenden Meulenberch, item huys ende hoff, groot ontrent onderhalff dachmael, geleghen bijde kercke tot Betecum, inde voorschr. brieven van mainmise breeder met sijne regenoten geexprimeert, waertoe brevitatis causa wordt gerefereert, houdende den inhoudt van dijen hier als geinsereert ende dat voor ende mits de somme van twee hondert guldens in wissel gelt, in presentie van mij notaris ende getuyghen getelt ende ontfanghen bij den transportant, in sulcker vueghen datten selven transportant bij desen den acceptant is surrogeren. in sijne plaetse om de selve rente te besitten ende joysseren als hunne andere eyghen renten, verteyende, verteyende ten dijen van allen recht ende actie aen ende tot de selve rente sonder reserve van eenighe, gelovende partijen t' gene voorschr. is, te houden voor goet, vast ende van werden, alles onder obligatie van hunne persoenen ende goederen, submissie ende renuntiatie in forma, consenteren. ten dijen inde condemnatie volontair met constitutie irrevocable ... [n.v.] ende alle thoonders deser om t' gene voorschr., herkennende voor heeren wethouderen van Loven, Aerschot, heer en. hoff competent oft alomme elders, soo om de voorschr. acte te vernieuwen tot asseurantie vanden acceptant als om de selve tot laste vanden ghebrekelijcken te doen ende laeten verclaeren executoriael in forma sonder voorgaende dagement oft hierinne te willen doen eenighe innovatie, t' sij bij ontgoedenisse ofte goedenisse, etc., promittentes ratum ac gratum, obligan., sub. ac renuntiando pro ut juris etque styli, actum binnen Aerschot ter presentie van Martinus De Groot ende Carolus Vander Beken, getuyghen, ende is d' originele minute deser geschreven op sijnen behoorelijcken segel, bij de comparanten beneffens mij notaris behoorelijck onderteeckent, onderstont, quod attestor, sig. R.J. Wetz, nots.

Aldus vernieuwt en. herkent die voors. acte notariael in alle ende iegewelcke haere poincten ende clausulen bij den voornoempden gheconstitueerden, den welcken dijenvolghens ter manisse des heere meyers ende wijsdomme der naerbeschr. heeren schepenen heeft opghedraeghen met behoorelijcke verthijdenisse die rente van twee hondert guldens capitaels, inde voors. acte notariael breeder gespecificeert ende daer vuyt ontgoyt ende onteerfft sijnde, soo wordt daer inne met alle solemniteyten van rechte daer toe gerequireert, gegoyt en. geeerfft joe. Maria Van Moockenborch weduwe wijlen sr. Michiel Vloeberch, present den clercq Beetens ende die selve t' haeren behoeve accepterende, et satis et waras pro ut latius in dicto procuratorio, coram d. Herckenrode et Corthoudt, hac x. january 1715.

G. Deens, 1715.

In de marge.

C(opia) s(olvit) sig(natum) deb(itum).

Sol(vit).

Voornoemde akte werd gevolgd door een kopie van de volmacht die aan pater Vaes werd verstrekt om de rente te verkopen

Hiernaer volght die copije der schrifftelijcke procurae., waervan inde voors. goedenisse.

Wij ondergeschreven gehuysschen constitueren ende authoriseren den eerw. pater Vaes, onsen oom, predickheer, om te vercoopen sekere rente van twelff guldens thien sts. t' sjaers, gehipotecqueert op sekere panden, geleghen tot Betecum ende te ontfanghen de verloopen der selver, actum 3. meert 1708, ende waeren onderteeckent H. Keuppens et J. Somers.

 

Ditmaal met vermelding van Maria Van Moockenborgh als weduwe van Michiel Vloebergh. Ludovicus Van Blockhoven, kanunnik van de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Aarschot, die optrad als voogd van de minderjarige dochter van majoor Verschueren, werd gedagvaard wegens het niet afbetalen van een lening, aangegaan bij Michiel Vloebergh en Maria Van Moockenborgh. Haar goederen onder Rillaar werden openbaar verkocht in de herberg van Philip Verstreken te Rillaar. De kopers waren Simon De Raedemaecker en Maria Anna Vanden Hove. Michiel Vloebergh was op dat moment reeds overleden.

Noot : bb. = brieven; ret. = retulit.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7598 folio 224r°, akte dd. 12.01.1715.

Allen de gene die dese letteren sullen sien oft hooren lesen, saluyt.

Wij Herkenrode, van Schore, van Winghe en. Corthoudt, schepenen der stadt Loven, doen condt ende te weten met kennisse der waerheyt dat alsoo den eerw. hre. Ludovicus Van Blockhoven, canonick van Onse Lieve Vrouwe kercke van Aerschot, als momboir der minderjaerighe dochter wijlen den hre. maior Verschueren, daer toe geauthoriseert bij die heeren oppermomboiren der stadt ende lande van Aerschot in in (!) date x. maii 1695, onderteeckent R.J. Wetz, met schepene brieven in date xve. junii 1695 in hac camera verbonden ende verobligeert stont aen sr. Michiel Vloeberch en. jouffe. Maria Van Moockenborch, gehuysschen, in eene rente van tweeenvijfftich guldens sjaers, daer aff hij t' hemwaerts in ghebreke soude sijn van vasticheyt ende betaelinghe, soo sijn vuyt crachte der voors. schepene brieven verleent geweest deser stadts opene brieven van mainmise op de goederen, competerende die voorschr. dochter vanden voors. hre. maior Verschueren ende naementlijck ierst op drije bunderen bosch ende een dachmael, regenoten die begijnen van Aerschot oost, de Cappellaenen van Loven suydt, Andries Viskens west de straete noort, geleghen tot Montenaken onder Rillaert, item twee derde deelen van eenen bempt, geleghen tot Cockstaye, regenoten d' Ossebeke noort ende west ende die straete suydt, item sekeren bempt, ghenoempt het Natgraes, regenoten Jan Vlasselaer oost, de straete west ende noort, item een boinder bosch, geleghen tot Montenaecken voors., regen. Simon Houfs den ouden oost, d' erffgenaemen Aert Van Geestheuvel (!) west, d' erffgenaemen Jan De Groot noort, item een halff boinder bosch, waer door een grachte loopt, ende een dachmael, staet vol opgaende eesters ende d' ander noch schaerbosch, regenoten Jan Van Goir mette braecke oost, jor. Verschueren suydt en. den selven weest, welcke bb. van mainmise bebehoorelijck geexploicteert sijnde, soo sijn de selve opden xviie. der selver maendt gedecreteert en. verclaert executoriael mits het voluntair consent int bekennen der selve rente gedraeghen, en. mits die surraneringhe vanden selven decreete, soo is vre. Henrietta Verschuere weduwe wijlen jor. Save[r]neel, soo in haeren eygen ende als moederlijcke momboiresse haerder kinderen ter instantie vande voors. jouffe. Maria Van Moockenborgh wede. wijlen den voors. Michiel Vloeberch bij condtbb. deser stadt gedaeght, geexploicteert door den bode Essinck ut scripto retulit om de selve bb. van mainmise anderwerff te comen decreteren en. verclaeren executoriael door faulte van betaelinghe der voorschr. rente, open ende onbetaelt voor diversche jaeren, ende mits haerder non comparitie nochte oppositie, soo sijn die voors. brieven opden xe. november vanden voorleden jaere anderwerff gedecreteert ende verclaert executoriael, welcken volghens sijn aende voors. weduwe Vloeberch verleent gheweest voordere brieven van executorien, de welcke oock behoorelijck ter executie sijn gestelt geweest door den voors. bode Essinck met affixie van bilietten, inhoudende specificatie vande panden, waer ende wanneer de selve soude vercocht worden ende dijen volghens sijn binnen Rillaert ten huyse van Philip Verstreken, herberghe aldaer, gehouden twee behoorelijcke sitdaeghen, waer van den lesten is geweest op den xviii. xbris., eensgelijcx lestleden, alswanneer allen die voors. goederen ten vuytgaen vande brandende kersse sijn ghebleven aen d' heer Simon De Rademaker om ende voor de somme van achthien hondert negenensestich guldens wissel gelt, alles ingevolghe die conditie daer over gehouden bij den clercq Essinck, die alhier beneffens die voors. bescheeden in originalibus gesien, worden gehouden voor geinsereert, welcken volghens is die voors. vre. weduwe, soo in haeren eygen naeme en. als moederlijcke momboiresse haerder kinderen, bij behoorelijcke condtbrieden deser voors. stadt, geexploicteert door den voors. bode Essinck ut quoque scripto ret. anderwerff gedaeght om teghens alsnu over dese vercoopinghe te comen sien ende hooren interponeren den decreet ende goedenisse ofte wel haer daerenteghens t' opponeren ende mits geene comparitie offte oppositie, soo is versocht dat soude worden voorts geprocedeert totten voors. decreete, doen te weten dat wij schepenen boven ghenoempt wel ende int langhe oversien hebbende de voors. stucken ende bescheeden, met allen t' gene daer vuyt ende naer is gevolght, procederende alsoo tot d' interpositie vanden voors. decreete, hebben wij schepenen voorgenoempt ter manisse des hre. meyers daer over staende weghens s' heere hertoghe van Brabant ende van sijn recht van naederschap vertheyende, bij onsen vonnisse geauthoriseert ende authoriseren bij desen die voors. vercoopinghe ende allen t' gene daer vuyt ende naer is gevolght en. voorts die voors. vre. Verschueren, soo in haeren eyghen naeme en. als moederlijcke momboiresse, alnoch behoorelijck voorts geroepen sijnde door den bode De Coninck ut ret. scripto ende nyet comparerende, deffault ende contumacie gevende ende voort proffijt van dijen haer van alsulcken recht en. actie als sij beneffens haere kinderen tot de voors. goederen souden moghen hebben, verstekende ende secluderende, hebben wij schepenen boven ghenoempt de selve aengewesen ende aenwijsen bij desen den voors. d' heer Simon De Rademaker ende vrouwe Maria Anna Vanden Hove, gehuysschen welcken volghens is den voors. clercq Essinck, alhier present en. allen de selve goederen inden naeme ende ten behoeve van. voors. gehuysschen accepterende, met alle solemniteyten van rechte daer toe gerequireert, daerinne behoorelijck gegoyt ende geeerfft om bij de selve gehuysschen beseten ende geprofiteert te worden als hunne andere ende propre goederen, et satis et waras pro ut latius inde voors. geciteerde conditie, actum xiie. januarii 1715.

T. Dirix, 1715.

In de marge.

Sol(vit).

Cop(ia) s(olvit) sig(natum) deb(itum).

Hieronder een akte met vermelding van Maria Van Moockenborgh, weduwe van Michiel Vloebergh.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7599 fol. 29v°, akte dd. 12 juli 1715.

In tegenwoordigheyt der heeren schepenen van Loven naergenoempt gestaen den officiael Croons om die naervolgende rentbekentenisse alhier te vernieuwen ende herkennen, als thoonder vande selve geconstitueert volgens die procuratie daerinne geinsereert, heeft dat geeffectueert in vugen als volght.

Op heden den xv. juny 1715 compareerden voor mij onderges. nots., bij den Souverainen Raede van Brabant geadmitteert, tot Arschot residerende, ende inde presentie vande getuygen naer te noemen, Niclaes Vos ende Franciska Beylen, ingesetenen van Rillaer, de welcke kennen ende leyden deughdelijck ontfangen te hebben van jouffe. Maria Van Mooeckenborgh (!), wede. van wijlen sr. Michiel Vloebergh, eene somme van tweehondert ende vijfftigh guls. courant gelt, den schellinck tot seven stuys. en. soo voorts alle andere specien naer advenant gerekent, waer vooren de comparanten geloven te gelden en. te betaelen eene iaerelijcxe rente van twelff guls. en. thien stuys. en. alsoo tegens den penninck xx, daer van oversulcx d' eerste jaer van betaelinge vallen ende verschijnen sal opden xv. juny van. toecomen. jaere 1716 ende soo voorts van iaere tot jaer tot de quytinge toe, de welcke sal vermogen te geschieden als het de comparanten gelieven sal met hondert guls. smaels en. metten interest van dijen, gelovende de comparanten de voors. rente alsoo jaerl. ten voors. valdaeghe wel ende loffelijck te sullen betaelen a. voors. joe. Maria Van Moockenborgh oft haere actie hebbende, binnen dese stadt Arschot, los ende vrije van alle lasten, soo van x., xxe., l., ce. en. alle andere meerdere oft mindere penningen ende impositien, alreede vuytgesonden oft naermaels vuyt te senden, daer voor verbindende ende verobligerende henne persoonen en. goederen, meubelen en. immeubelen, present ende toecomende, met submissie ende renunciatie als in gewoonel. forme, ende namentlijck daervooren verobligerende huys en. hoff met appendentien ende dependentien van dien, gestaen ende gelegen onder Rillaer ten Heycken, regenoten de straet oost, Jan De Preter oft een aertstraetken suyt, t' Vranxvelt west, Guilliam Branders noort, item de helft van een half boender bos, gelegen onder Rillaer, regenoten de kercke aldaer oost, Adriaen Goethuys suyt, Jan Baptist De Raemaeckers (!) west ende Simon De Raedemaecker noort, item twee veerdel een half lants, gelegen int Rillaers Velt, regenoten de straete naer Thilt oost, Jan Van Gemel erffgen. suyt, Peeter Van. Sande west, Cornelis Goethuys erffgen. noort, item drije veerdel lants, gelegen onder Rillaer tegens het Soencke Block, regenoten Martinus Morren oost, suyt en. west, het Blanckestraetken noort, item onderhalf dachmael weyde, inschelijcx gelegen onder Rillaer te Netelbempt, regenoten de strate naer Thilt west, Guilliam Branders noort, de Motte oost, Aert Teerens suyt, waranderende de voors. panden op hennen gerechtigen sheeren chijns en. servituten van. gronden sonder meer, oock met gelofte van. selve in preiuditie deser nimmermeer te sullen belasten oft veralieneren ende dese rente altijt goet te sullen houden, constituerende onwederroepel. ... [n.v.] en. een ieder thoonder deser om te compareren voor de heeren meyer en. schepenen van Loven, van Arschot en. allomme elders daer het van noode soude mogen wesen, ende aldaer t' gene voors. is, te doen ende laeten vernieuwen, herkennen ende realiseren ende hun comparanten int onderhouden deser te doen ende laten condemneren met costen, mitsgaders om te consenteren int slaen van belijde en. mamiese, mede int decreet, bijde voors. heeren meyer en. schepenen van Loven daer over te geven sonder voorgaende dagement, gelovende, verbindende ende renuncierende die vrouwpersoone met beneficie senat. cons. velle. auth. si qua mulier, et(ceter)a, daer van door mij nots. gecertioreert sijnde, aldus gedaen binnen Arschot ten tijde voors. ter presentie van Guilliam Vermeulen en. Jacobus Dirix als getuygen, de welcke de minute deser neffens de compten. en. mij nots. hebben ondert., qd. attestor signatum M. Daels, nots., 1715, ges. op segel van ses stuys.

Aldus vernieut en. herkent corma dno. Adonia et Corthoudt, july xiia., 1715.

T. Dirix, 1715.

In de marge.

Sol(vit).

C(opia) s(ignatum) de(bitum).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7599 fol. 177v°, akte dd. 30 december 1715.

In teghenwoordigheyt des hre. meyers ende schepenen van Loven naer te noemen ghestaen den clercq Essinck om die naervolghende acte notariael alhier te vernieuwen en. t' herkennen als thoonder vande selve, gheconstitueert sijnde bij die procuratie daerinne geinsereert, heeft t' selve ghedaen als volght.

Op heden den xxiii. xbris. 1715 comparerende voor mij ondergeschreven notaris, bij den Raede van Brabant geadmitteert, binnen Loven residerende, ende inde presentie van die getuyghen naer ghenoempt sr. Jan Baptista Vloebergh, borgher der stadt Aerschot, den welcken verclaert vercocht, gecedeert ende getransporteert te hebben, soo hij is doende bij desen, aen sr. Guilliam Verloy den jonghen, insgelijcx borgher der voors. stadt, alhier present ende in coop aenveerdende, sekeren bempt, groot vijff dachmaelen onbegrepen der maete, geleghen binnen de stadt Aerschot voors., regenoten de paters Bogaerden oost, d' erffgenaemen vanden heere Mantels west, de Haemelstraete suyt, de stadts vesten noort, welcke voorschr. transporte is geschiet om ende voor de somme van achthien hondert guldens courant gelt, den schellinck gerekent tot seven stuyvers, den pattacon tot twee guldens ende sesthien sts. ende d' ander specien naer advenant, die den transportant kent vuyt handen des acceptants ontfanghen te hebben, dienende dese oversulcx voor absolute quittantie sonder van voorder te moeten doceren, waranderende den voors. bempt voor vrije, eyghen ende onbelast goet, behoudelijck op eene rente van duysent guldens courant gelt, croyserende teghens den penninck xx aenden Siecken Gasthuyse binnen de stadt Loven ende geaffecteert opden voors. bempt bij mainmise voor schepenen alhier ende op eene rente van twee hondert guldens courant aen. voors. Siecken Gasthuyse, sijnde personeel bij acte gepasseert voorden notaris Henrick Van Roost den ouden volghens het verclaeren bij den transportant, aen mij notaris gedaen, ende op s' heeren chijnsen, monterende jaerelijcx tot vier stuyvers eenen halffven, respective aenden heere hertogh van Aerschot, die Drije Edele Heeren van Ste. Geertruyden binnen Aerschot ende den heere van Elsbroeck sonder meer, ende in cas daer eenighe voordere lasten bevonden wierden, op vuyttegaen, excederende die drije stuyvers, soo verclaert den transportant hem acceptant altijt te sullen guarranderen ende indemneren, verclaerende hij transportant tot het vercoop vanden voorschr. bempt te wesen geauthoriseert volghens acte van authorisatie, bij hem transportant verworffven voor die heeren weesmeesteren der stadt Loven de date xx. 7ber. 1714, onderteeckent J. Rombauts, sris., bij mij notaris gesien ende ghebleken, verclaerende oversulcx aenden voors. bempt egeen recht oft actie meer te hebben offte te pretenderen dan den acceptant bij middele vanden voors. transporte in sijne plaetse te surrogeren met allen solemniteyten van rechte daer toe gerequireert, constituerende ten effecte van dijen onwederroepelijck een ieder thoonder deser om te compareren voor sijne mats. Souvereynen Raede van Brabant, die heeren meyer en. schepenen van Loven ende alomme elders daer sulcx van noode wesen sal ten fine, om aldaer te consenteren dat den transportant van. voors. bempt wordt ontgoyt ende den acceptant daerinne geeerfft en. gegoyt naer behooren, mede tot achtervolginge van allen het gene voorschr. inde condemnatie voluntair sonder voorgaende dagement, belovende, verbindende ende renuntieren. in gemijne forme, aldus ghedaen ende ghepasseert ten daeghe, maende ende jaere als boven ter presentien van Cornelis Kerstens ende Guilliam Gruyter als getuyghen, tot desen geroepen ende ghebeden, en. hebben den voors. transportant en. acceptant die minute deser geschreven op sijnen behoorelijcken segel beneffens mij notario onderteeckent, onderstont mij present als notaris, quod attestor, en. was onderteeckent H. Van Roost, nots., 1715.

Aldus vernieuwt en. herkent bij den voornoemden geconstitueerden die voors. acte notariael in alle ende iegewelcke haere poincten ende clausulen, den welcken dijenvolghens ter manisse des heere meyers en. wijsdomme der naerbeschr. hren. schepenen heeft opgedraeghen met behoorelijcke verthijdenisse ende solemniteyten van rechte daer toe gerequireert den bempt, groot vijff dachmaelen, inde voors. acte notariael in sijne regenoten breeder geinsereert ende ghespecificeert, ende daer vuyt ontgoyt ende onteerfft sijnde, soo wordt daer inne gegoyt ende geeerfft den procr. en. notaris Van Roost, alhier present ende den selven accepterende inden naeme ende ten behoeve van sr. Guilliam Verlooy den jonghen cum sua, sijne erffven ende naercomelinghen, et satis est waras pro ut latius in dicto procuratorio, coram d. van Schore et Corthoudt, hac xxxen. xbris. 1715.

T. Dirix, 1715.

 

Vloebergs Joanna, X (S905), ° ca. 1640.

 


 

XI - Vloebergs Jacobus (S1812), (°) (niet DD, ), wellicht (tijdelijk ?) maalder in Merchtem, + Aartselaar 02.01.1702, x (niet  DD, ) met Anna Zegers (S1813), (°) Puurs 21.11.1627.

 

Ze keerden ca. 1672 van Merchtem terug naar Willebroek.

Hij ruilde met toestemming van vader, broers en zussen zijn kavel met zijn zuster Joanna.

    

Uit dit huwelijk:

    

Vloebergs Maria, (°) Merchtem 22.07.1649 (g. Cornelius Zegers en Maria Zegers),

    

Vloebergs Adriana, (°) Merchtem 25.02.1651 (g. Servatius Vloebergh en Adriana Zeghers),

    

Vloebergs Jan, X (S906), (°) Merchtem 01.08.1652 (g. Joannes Vloebergh en Joanna Ruysevelt),

    

Vloebergs Henricus, (°) Merchtem 09.11.1654 (g. Henricus en Anna Van Linthout),

    

Vloebergs Marcus, molenaar in Willebroek, (°) Merchtem 22.03.1656 (g. Marcus Zegers en Petronilla Vanden Ende), x (niet DD, ) met Bogaerts - Van den Bogaert Joanna,

     Uit dit huwelijk:

     Vloebergs Judoca Ludovica, (°) Willebroek 08.10.1687,

     Vloebergs Jan Baptist, (°) Willebroek 15.09.1689, wellicht molenaar in Noorderwijk,

     x Noorderwijk 21.04.1711 (g. Wils Petrus en Van Bockel Adrianus met Van Camp Michaella - Michelle, fii in Noorderwijk,

     Vloebergs Joanna, (°) Willebroek 15.01.1693,

     Vloebergs Henricus, (°) Willebroek 06.02.1695, x Noorderwijk 07.11.1716 (g. Vloeberghs Joannes Baptist en

     Everaerts Theodorus) met Van Camp Elisabeth, fii in Noorderwijk,

     Vloebergs Joanna Maria, (°) Willebroek 18.11.1698,

 

Vloebergs Joanna, (°) Merchtem 25.11.1657 (g. Stephanus Herbosch en Joanna Lemmens), + Merchtem 21.01.1660,

    

Vloebergs Petrus, (°) Merchtem 25.11.1659 (g. Petrus Zeghers en Catharina Zeghers),

 

Vloebergs Cornelius, (°) Merchtem 26.11.1662 (g. Cornelius Van Zeebroeck en Magdalena Van Moillders), + Merchtem 13.09.1663, (+) in kerk ter hoogte van de H. Maagd,

 

Vloebergs Anna, (°) Merchtem 01.07.1664 (g. Joannes Zeghers en Elisabeth Van Zeebroeck), x Willebroek 30.04.1683 met Joannes Baptist Ryniers,

     Uit dit huwelijk:

     Renier Anna Benedicta, (°) Merchtem 20.10.1684 (g. Joannes Zeebroeck n. Benedictus Dordins en Anna Zegers),

     Renier Adrianus, (°) Merchtem 21.10.1686 (g. Jacobus Vloebergh en Anna Zegers n. Adriana Zegers),

     Renier Benedictus, (°) Merchtem 29.02.1688 (g. Mag. Benedictus Derdins notaris en Anna Lissens),

     Reynier Elisabeth, (°) Merchtem 01.05.1689 (g. Marcus en Elisabeth Vloeberch), + Merchtem 14.11.1690,

     Reinier Henricus, (°) Merchtem 22.01.1691 (g. Henricus Floebergh en Anna Lissens n. Maria Lissens),

     Reynier Jacobus Josephus, (°) Merchtem 06.10.1692 (g. Jacobus Kieckemans en Elisabeth Van Roy n. Maria Degdemaker),

 

Vloebergs Cornelius, (°) Merchtem 01.07.1664 (g. Joannes Vloeberghe en Adriana Vloeberghe), + Merchtem 11.07.1665,

 

Vloebergs Elisabeth, (°) Merchtem 29.07.1666 (g. Petrus Van Linthout n. Hubertus Van Rymenandt en Elisabeth Van Zeebroeck), x Aartselaar 18.02.1696 met (haar neef) Jan Baptist Verhaegen, molenaar te Aartselaar, fs Jan x Vloebergs Adriana,

    

Vloebergs Judocus, (°) Merchtem 06.03.1670 (g. Petrus Van Linthaut n. Judocus Grachary en Margareta De Reus),

    

Vloebergs Egidius, (°) Merchtem 24.06.1672 (g. Petrus Zeghers en Petra Vanden Eynde), + Merchtem 03.11.1672,

    

Vloebergs Lucas, (°) Merchtem 24.06.1672 (g. Lucas Vergenie en Elisabeth Fytens n. Maria Vergenie), + Merchtem 26.09.1672.

 

 

 

X - Van Rijmenam (Van Rijmenant - Rijmenam) Hubertus (S904), schepene, brouwer en eigenaar "Den Hert", eigenaar  door ruiling 1/2 molen te Bonheiden, (°) Putte 09.09.1635 (g. Hubertus Van Leemputte en Elisabeth Van Eynde), + Putte 25.10.1716, x (niet P, Beer, Ber, O!, SKW, K, R, Bon, Bet, Wiek, I, Heist, Huls, Nijl, WMB, Hert, DD, ) met Vloebergh (Vlobergh - Vloeberghen - ...) Joanna (S905), (°) (niet P, Beer, S, K, Ber, R, O?, SKW, Bon, L, LSt.J, I, Heist, Bev, Huls, Wiek, Nijl, WMB, Kamp, Berg, Perk, Duf, Wal, Mech, Kes, Ges, Hert, DD, Broech, Waar, ), + Putte 03.08.1707.

 

Een heleboel aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Van Rijmenam Hubertus.

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Rijmenam Adriana, (°) Putte 14.04.1659 (g. Joannes Vloebergh en Adriana Verscheuren), x Putte 31.05.1684 (g. Petrus Dockx en Hubertus Van Rijmenant) met Dockx Cornelius,

      Uit dit huwelijk:

      Dockx Hubertus, (°) Putte 17.02.1687,

      Dockx Joanna, (°) Putte 19.04.1689,

      Dockx Egidius, (°) Putte 22.04.1691,

      Dockx Maria Magdalena, (°) Putte 10.12.1692, x Putte 13.11.1717 met Van der Auwera Petrus,

      Dockx Adrianus, (°) Putte 06.11.1695,

      Dockx Joannes, (°) Putte 29.09.1697,

      Dockx Petrus, (°) Putte 22.02.1700,

      Dockx Anna, (°) Putte 05.07.1702, x Putte 28.07.1728 met Vertommen Adrianus,

 

Van Rijmenam Petronella, (°) Putte 07.04.1661 (g. Joannes Verhaghen en Petronella Verscheuren),

 

Van Rijmenam Anna, (°) Putte 09.11.1663 (g. Philippus Coop en Anna Peeters),

 

Van Rijmenam Adrianus, (°) Putte 27.02.1665 (g. Michael Verstraten en Adriana Zeghers),

 

Van Rijmenam Maria, (°) Putte 18.01.1668 (g. Gaspar Van Dijck n. Herman Elincx en Maria Van Hocht), x Putte 07.10.1691 met Van Boeckel Petrus,

     Uit dit huwelijk: geen andere fii te P, Beer,

     Van Boeckel Joanna, (°) Putte 03.08.1692,

     Van Boeckel Joannes, (°) Putte 24.05.1695,

     Van Boeckel Catharina, (°) Putte 31.03.1697,

    

Van Rijmenam Joanna, (°) Putte 04.09.1670 (g. Jacobus Vloetbergh en Petronella Van den Eynde n. Maria Van den Broeck),

 

Van Rijmenam Egidius, molenaar oude molen Bonheiden, (°) Putte 12.10.1672 (g. Egidius Docx en Dymphna Van den Brande), + Bonheiden 01.10.1732, x (niet Bon, P, R, Mech, O, SKW, DD, ) met Janssens Maria, (°) Bonheiden 05.09.1686 op de Groothoeve (g. Adrianus Van den Eijnde en Maria Vanden Eijnde), fa Henricus en Van den Eijnde Clara,

     Uit dit huwelijk:

     Van Rijmenam Clara, (°) Bonheiden 05.01.1707 (g. Hubertus Van Rijmenam en Clara Van den Eijnde), + Bon 09.01.1707,

     Van Rijmenam Adriana, (°) Bonheiden 25.02.1708 (g. Henricus Janssens en Adriana Van Rijmenant), + Bon 13.04.1708,

     Van Rijmenam Maria, (°) Bonheiden 17.12.1709 (g. Joannes Baptista ...),

     Van Rijmenam Joanna, (°) Bonheiden 01.01.1712 (g. Goswinus Maes en Joanna Van der Auwera),

     Van Rijmenam Hubertus, (°) Bonheiden 17.02.1713 (g. Hubertus Van Rijmenam en Catharina Vervloesem),

     Van Rijmenam Joanna Maria, (°) Bonheiden 11.04.1715 (g. Petrus De Grove en Maria Van Moockenbeurgh), + Bon 22.05.1715,

     Van Rijmenam Joanna, (°) Bonheiden 26.05.1716 (g. Georgius De Croes en Joanna Van der Auwera),

     Van Rijmenam Joanna, (°) Bonheiden 28.07.1718 (g. Cornelius De Wint en Joanna Janssens), + Bonheiden 25.08.1721,

     Van Rijmenam Anna Theresia, (°) Bonheiden 26.03.1721 (g. Laurentius Ceulemans en Anna Vloeberghs),

     Van Rijmenam Agnes, (°) Bonheiden 29.03.1725 (g. Mattheus Braeckmans en Agnes Doremans),

     Van Rijmenam Elisabeth, (°) Bonheiden 29.03.1725 (g. Joannes Van der Auwera en Elisabeth Vloeberghs), + Bon 27.09.1746,

     Van Rijmenam Clara Elisabeth, (°) Bonheiden 20.11.1728 (g. Petrus Van Boeckel en Elisabeth Michiels), + Bon 13.12.1728,

     Van Rijmenam Clara Elisabeth, (°) Bonheiden 15.04.1730 (g. Petrus Van Bockel en Elisabeth Michiels),

 

Van Rijmenam Magdalena, (°) Putte 14.04.1675 (g. Joannes Vloetbergh en Anna Van Laer), x ? Putte 04.12.1695 met Van Boeckel Petrus,

 

Van Rijmenam Jacobus, IX (S452), (°) Putte 27.05.1677 (g. Jacobus Van den Bosch en Elisabeth Van den Brande),

 

Van Rijmenam Elisabeth, (°) Putte 10.04.1680 (g. Petrus Tserneels en Maria Van Kiel), + Putte 22.07.1719, x Putte 18.12.1708 met Maes Goswinus, deze x 1 Putte 09.01.1707 met Verstraten Petronella, + Putte 06.02.1708, x 3 (niet P, O, R, Beer, K, Heist, Ber, ) met Lens Anna Francisca,

     Uit dit huwelijk:

     1. kinderloos

     2. Maes Joanna Catharina, (°) Putte 13.10.1709,

     Maes Adriana, (°) Putte 06.09.1711,

     Maes Maria Anna, (°) Putte 17.02.1713,

     Maes Anna, (°) Putte 29.09.1714,

     Maes Maria, (°) Putte 16.03.1716,

     Maes Joannes Franciscus, (°) Putte 11.01.1718,

     2. Maes Michael, (°) Putte 19.04.1721,

     Maes Petronella, (°) Putte 15.02.1723,

     Maes Maria Theresia, (°) Putte 26.05.1725,

 

Van Rijmenam Anna, (°) Putte 08.04.1682 (g. Petrus Van Deuren en Anna Van Linden).

 


 

X - Vloeberchs (Vloebergh(s)) Joannes (S906), (°) Merchtem 01.08.1652, x Berlaar 04.09.1677 (g. Jacobus Vloeberghs en Adrianus Truyts) met Faes (Vaes) Anna (S907), (°) Kessel 26.08.1647 (g. Joannes Baptista Verlinden en Anna Wellens), deze x 1 Kessel 12.08.1667 (g. Joannes Van Leemputten, Michael Peeters en Joannes Faes) met Jan Peeters.

 

Not. Swiggers 05.03.1692: Klachten tegen den drossaert van Berlaer:

a. Jan Vloebergs, schepene van Berlaar (echtg. Anna Faes, die we. was van Jan Peeters) werd 14 j. geleden door den drossaert gedwongen tot het maken van een inventaris met 32 gd onkosten.

b. Evenzo Peter Van Deuren (echtg. Maria Marien) oud-schepene van Berlaar 14 j. geleden.

c. Peter Brabants en Jan Van Hove, beide oud-schepenen van Berlaar, werden 4 à 7 j. geleden door de drossaert verplicht verscheidenen inventarissen op te maken.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Peeters Maria Anna, (°) Berlaar 02.11.1670 (g. Mr. Gommarus Bouwens en Maria Peeters),

 

Peeters Adriana, (°) Berlaar 19.09.1673 (g. Anthonius Stuyck, Anthonius Verschueren en Adriana Peeters),

 

2. Vloeberchs Egidius, (°) Berlaar 22.09.1678 (g. Joannes Vloeberch en Anna Zeghers),

 

Vloeberchs Anna, IX (S453), (°) Berlaar 05.05.1685 (g. Michael VerA loco Cornelius Dieltiens en Angela Oostens),

 

Vloeberchs Jacobus, (°) Berlaar 22.02.1689 (g. Adrianus Vervloet loco Jacobus Vloebergs en Catharina Mertens loco Adriana Zegers),

 

Vloeberchs Barbara, (°) Berlaar 05.02.1691 (g. Petrus De Winter en Anna Faes loco Dna Barbara Van Wachtendonck).

 


 

IX - Van Rijmenam (Rijmenants) Jacobus (Joannes) (S452), (°) Putte 27.05.1677 (g. Jacobus Van den Bosch en Elisabeth Van den Brande), + Putte 06.10.1750, x Berlaar 22.04.1708 (g. Joannes Vloeberchs en Hubertus Docx) (disp. 2 de en 3 de graad) met Vloeberghs Anna (S453), (°) Berlaar 05.05.1685 (g. Michael VerA loco Cornelius Dieltiens en Angela Oostens), + Putte 21.10.1765.

 

Aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Van Rijmenam Jacobus (Joannes).

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Rijmenam Joannes, VIII (S226), (°) Putte 30.04.1709,

 

Van Rijmenam Maria, (°) Putte 09.01.1711,

 

Van Rijmenam Adriana, (°) Putte 20.03.1712,

 

Van Rijmenam Jacobus, (°) Putte 08.05.1714,

 

Van Rijmenam Joanna, (°) Putte 04.12.1719, + Putte 01.03.1758,

 

Van Rijmenam Magdalena, (°) Putte 17.07.1723,

 

Van Rijmenam Egidius, (°) Putte 09.11.1726, + Putte 27.03.1728

 

Van Rijmenam Anna Maria, (°) Putte 22.01.1731.

 

Terug naar startpagina    Terug naar startpagina stamboom