Voorouderlijst Vandeputte Goerdt

 

Put(te) Van de(n), Van de Peut(te), Van de Pitte, Van de Putt, (van der) Put, Van de(r) Putte(n), Van Put(te), Van der Potte, Vandrepot(t)e, Vantrepot(t)e

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Put, Pit.

 


De oudste gegevens en de aktes met dank aan Christine Savat en Michael Roekaerts. Meer info op hun website.  En dan zijn er natuurlijk de aktes van Paul Peeters ...

 

XV - Vandeputte Goerdt (S11322), ca. 1500, x met ...

 

Uit dit huwelijk:

 

Vandeputte Jan,

Hieronder een akte met vermelding van Joannes Vande Putte, zoon van Godefridus (Goert).  In de akte wordt ook de voirs(chreven) Henrick vermeld, doch het is allerminst duidelijk naar wie verwezen wordt.  In de voorgaande akte die totaal niets met deze akte te maken heeft, wordt ook geen melding gemaakt van een Hendrik.  Ik vermoed dan ook dat het om een lapsus van de klerk ging.

In de akte is er ook sprake van de helft van een bunder land dat gelegen is op het Groot Molenveld in Wakkerzeel.  Het stuk werd ter Beken genoemd en lag achter de kapel van Haacht.  Dit kan geenszins verward worden met de kerk van Haacht.  Er moet dus een kapel van Haacht in Wakkerzeel gestaan hebben.  Het is de eerste keer dat ik tegen kom.  Toch wel interessant !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 74r., akte dd. 18 oktober 1574.

Item, in tegenwoirdicheyt des meyers gestaen, Jan Van(de) Putte sone wijlen Goerts heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse alsulcken dertich stuyvers erffel(ijcke) rinte, jaerlijx opden xxiiii. octobris te betalen(e) vuyt een rinte van twee car(olus)g(ulden) erffel(ijck) als de voirscreven Jan Van(de) Putte vercregen heeft gehadt met schepenen brieven van Loven(e) daerop gemaeckt den ... [n.v.] a(nn)o xvc. ... [n.v.] tegen Janne Van Diependale ende de voirs(creven) Henrick en(de) Jan Van Diependale de selve rinte vercregen hadden met schepenen brieven van Loven(e), daerop gemaeckt den xxiiiien. dach octobris a(nn)o xvc. xxxvii aen ende op de goeden naebescreven, te weten(e) de hellicht van een boender lants, gelegen opt Groot Molenvelt inde prochie van Wackerzeele, ter plaetsen geheeten ter Beken achter de cappelle van Haecht tusschen de goeden Goerts wijlen Vekemans ter eenre, tgoidshuys van S(in)te Geertruyden ter iier., Cornelis Verbeken ter derder sijden, item noch onderhalff dachmael lants, gelegen opt selve velt, regen(oten) Cornelis Verbeken ter eenre, Aert Huens ter iier. ende Goert Vekemans ter andere sijden, exp(osito) impos(iti) sunt jure hereditario Peeter Van Espen ende Jan De Clerck ter saken van affquytingen p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) voer ombelast prout, coram Schoenhoven, Berthijns, octob(ris) xviiia.

 

Vandeputte Mathijs, XIV (S5661).

 


 

XIV- Vandeputte Mathijs (S5661), ca. 1530, wonend Tildonk, x met Barbara Van Diependael.

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) zeer interessante aktes en commentaar m.b.t. de familie Vandeputte. Even nadenken is wel de boodschap. Gezien het complexe geheel zie ik het als volgt.

Goert Vandeputte had een zoon Mathijs, die hier gemakkelijkheidshalve Mathijs de oude wordt genoemd. Mathijs de oude treedt in de akte op voor het vruchtgebruik, m.a.w. zijn echtgenote was reeds overleden. Mathijs de oude had minstens 7 kinderen die hier optreden voor de naakte eigendom, te weten :

- Jan Vandeputte (reeds overleden), die getrouwd was met Margaretha Verhulst (Vanderhulst);

- Mathijs Vandeputte (de jonge);

- Anna Vande Putte, gehuwd met Jan Van Langendonck;

- Maycken (Maria) Vandeputte.

- Peter Vandeputte (nog minderjarig);

- Willem Vandeputte (nog minderjarig);

- Barbara Vandeputte (nog minderjarig).

Hendrik Van Diependael en Loyck Van Malco(e)t(e), daartoe gemachtigd door de wethouders van Tildonk, treden op als voogden voor de nog minderjarige kinderen Peter, Willem en Barbara. Op hun beurt treden Mathijs de jonge en Hendrik Verhulst (broer van Margriet) op als voogden van de minderjarige kinderen van Jan Vandeputte en Margriet Verhulst. Rekening houdende met het feit dat men in het Ancien Regime slechts meerderjarig was vanaf 25 jaar, veronderstel ik dat Mathijs de jonge en Jan vr 1570 moeten geboren zijn, allicht zelfs vr 1563. Alhoewel het geen zekerheid biedt, heb ik de kinderen vermeld in de meest voor de hand liggende chronologische volgorde.

Echt een mooie akte !

 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7480 fol. 215v, akte dd. 14.03.1588).

Item Mathijs Van(den) Putte soene wijlen Goerdts, woonen(de) tot Thieldonck, voer sijne tocht, Mathijs Van(den) Putte soene des v(oir)s(creven) Mathijs, Anna Van(den) Putte dochtere desselffs Mathijs Van(den) Putte, tegenwoirdige huysvrouwe Jans Van Langendonck, met consente, overstaene en(de) auctorisatie desselffs Jans, haers mans, Mayken Van(den) Putte, insgelijckx dochtere desselffs Mathijs, sustere des v(oir)s(creve) Mathijs en(de) Anna Van(den) Putte, m(eester) Henrick Van Diependael en(de) Loyck Van Malcoete om des naerbes(creven) staet te moegen doene van weegens Peeters, Willems en(e) Barbara Van(den) Putte, broeders en(de) sustere des v(oir)s(creven) Mathijs en(de) gesusteren Van Putte, alnoch mindere van jaeren, bijde weth van Thieldonck behoirl(ijck) geconstitueert en(de) gedeputeert zijn(de), al naerder blijckende bijder acte van aucthorisatie d(aer)aff sijnde in date [vacat], die hier naer van woirde te woirde sal wordden geinsereert, daeraff die v(oir)s(creven) Mathijs en(de) sijne kinderen geloven te doen blijcken en(de) die selve Mathijs Van(den) Putte de jonge en(de) met Henrick V(er)hulst als momboirs vanden onbejaerde kinderen wijlen Jans Van(den) Putte, broedere als hij leeffde desselffs Mathijs, bij hem behouden van Margriete Van(der) Hulst, zustere des v(oir)s(creven) Henricx, allen die selve p(er)soonen, te weten die v(oir)s(creven) Mathijs, den vadere, voirde tocht als voire en(de) allen dandere p(er)soonen inder qualiteyt v(oir)s(creven) voirde proprieteyt, hebben opgedragen met ressche en(de) rijse drije dachm(ael) eygens lants, gelijck tselve stuck onbegrepen vander maeten gelegen is inde prochie van Winxele opden Herpoele tusschen die goeden heer Niclaes Smets wijlen, tgoidtshuys van Vrouwenperck in deene, derffgen(aemen) Jans Van Diependael ter andere, Joachim Van Malcot ter derdere en(de) derffgenaemen Symoens Schets ter vierdere sijden, ende hebben d(aer)inne gegoedt, te wetene die v(oir)s(creven) Mathijs Van(den) Putte, de vaedere, voer die tocht en(de) allen dandere persoonen inder qualiteyt v(oir)s(creven) voerde proprieteyt Andries Medaerts, bode, inden naeme en(de) tot behoeff van Anna Van(den) Bossche en(de) Jans Van Heylichsum, haers soens, hier hebben over geweest Luenis, Liebrechts, schepen(en) van Loven en(de) eygengen(ooten), item m(eeste)r Goert Reynders en(de) m(eeste)r Joris Roberts, insgel(ijcx) als eygengen(ooten), coram quibussat(is) obligan(do) et submitten(do), respective elck in sijn qualiteyt, et waras voer vrije, eygen goet en(de) onbelast, p(rese)nt quiquidem allodii consortes rogan(tes) quod faciunt scabini p(re)dicti martii xiiii.

 

In bijlage nog een akte met vermelding van Mathijs Vande Putte, zoon van Goert Vande Putte.  In de akte vernemen we dat Mathijs nog een broer Jan had, die reeds overleden was.  Opvallend is ook dat Mathijs van Tildonk naar Leuven gevlucht was, doch dat is niet zo verwonderlijk ingevolge de troebele tijden onder de Spanjaarden.  Regelmatig zie ik in de akten staan dat huizen afgebrand en geruneerd waren.  Overigens heb ik de indruk dat nogal wat mensen naar Leuven zijn gevlucht, omdat ik geregeld akten betreffende Leuvense inwoners tegenkom met familienamen die eerder eigen zijn aan de streek tussen Aarschot en Haacht.  De vlucht naar andere steden is natuurlijk niet uitgesloten, maar hiervan vind ik echter geen weerslag in de Leuvense schepenakten.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7865, fol. 368v, akte dd. 6 maart 1585.

Item Mathijs Van(den) Putte zone wijlen Goerts, woonen(de) nutertijt binnen deser stadt, alhier gevlucht van Thieldonck, in p(rese)ntia, heeft gecedeert ende getransporteert, cedeert ende transporteert mits desen tot behoeff van Lijsbeth Van(der) Beken, present en(de) tzelve accepteren(de), derffrinte van twee carolusguld(en) te xx st(uyvers) tstuck, erffelijcke rente, vallen(de) jaerlijcx opden xven. meye, staende te quyten den penn(inck) xviiien., daerinne Peeter wijlen Van Espent p(er)soenelijck voer schepen(en) van Thieldonck volgen(de) de brieven daeraff zijn(de) in date den xiiien. meerte xvc. lxviii verbonden aen wijlen Jannen Van(den) Putte, broede(re) des voirs(creven) Mathijs, ende open zelven Mathijs verstorven, quare contulit has easd(em) l(itte)ras eodem jure metten achterstellen te verschijnen inden mey naestcomen(de) et satis de voirs(creven) Mathijs obligan(do) et submitten(do) dat de rente is goet ende ongealieneert ende duechdelijck, cor(am) Edelheer, Voshem, meerte via.

            In de marge.

S(olvi)t.

            Onder de akte op folio 368v.

Comparerende op heden den xv. dach november 1649 m(eester) Christophorus Oudaert sone m(eester) Jans, clerck tot Loven, heeft bekendt van Jan Van Malcot, woonen(de) tot Tildonck, van(de) rente, in desen vermelt, met verloop van dijen, geloven(de) niet meer theysschen et sic vacat toirconde.

Christophorus Oudaert.

 

Hieronder twee opeenvolgende akten met vermelding van Matthias (Matthijs) Van de Putte, zoon van Godefridus (Goert).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7865, fol. 442r, akte dd. 7 juni 1585.

Item, in p(rese)ntia vil(lici), Henr(ick) Van Roost sone wijlen Hen(ricx) heeft opgedragen met behoirl(ijcke) verthiedenisse drije carolus guld(en) erffelijcke rente, verschijnen(de) xxvii. januarii, bijden voers(creven) wijlen Van Roost, vader des voerscreven opdrage(re) vercregen tegen Cath(lij)ne Van(der) Heyden weduwe Henr(icx) wijlen Verhoeven ende tegen Willem, hueren zone, aen ende op tvijfste deel van zeke(re) goeden nae de doot der selver Cathlijnen sellen opden opden selven Willem Verhoeven, huere sone, als onde(r) ande(re) van een stuck beempts, gelegen tot Wesemale tusschen de goeden der erffgen(aemen) Arndts wijlen Kyps ter eenre, de strate aldaer ter ande(re), Jan wijlen Van(der) Heyden ter derde(re) ende Anthoenis Vits ter vierder zijden, item van huys ende hoff met allen den toebehoirten, gelegen onder Gheelrode tusschen de strate aldaer in twee zijden ende derffgen(aemen) Jans wijlen Elyas ter derde(re) zijden, met schepen(en) brieven van Loeven in date xxvii. januarii xvc. li stilo Brabantie in me(di)a ende van meer ande(re) gronden van erven, inde selve brieven begrepen, exp(osito) imp(ositus) Mathijs Van(den) Putte sone wijlen Goerts per mo(nitionem) jure et satis obligan(do) , etc(etera), et waras voe(r) een goede ende duechdelijcke rente ombelast, cederen(de) ende transporteren(de) voirts den voers(creven) Mathijs de gelufte van genoech doen ende warantschap, inde voirn(oempde) brieven begrepen, ten selven rechte quare contulit l(itte)ras eodem jure prout, coram Greve, Liebrechts, junii vii.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7865, fol. 442v, akte dd. 7 juni 1585.

Item de voers(creven) Mathijs Vanden Putte, in p(rese)ntia, etc(etera), heeft gecedeert, getransporteert ende overgegeven, cedeert, transporteert ende gheeft ove(r) mits desen den voers(creven) Henr(ick) Van Roost sone wijlen Henr(icx) derffrente van twee carolus guld(en) tsiaers, daervoe(r) personel(ijck) verbonden staet de voers(creven) wijlen Henr(ick) Van Roost aen heeren Willem Van Diependaele met schepen(en) brieven van Loeven in dat[e] xxii. aprilis libro xvc. xxxv in tertia, quare contulit l(itte)ras uno cum arriragiis exin(de) cess(...) ? jure et semp(er) satis si quid minus prout, coram eisd(em).

 

Hieronder een akte met vermelding van Matthijs Vanden Putte, zoon van Goert (Godefridus).  Ook hij woonde in die tijd (tijdelijk) in Leuven.  Dit bevestigt nogmaals dat heel wat mensen op het platteland in hun toevlucht zochten in de stad tijdens de troebele tijden.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 364r., akte dd. 12 juli 1585.

Item in presentia villici, etc(etera), gestaen Mathijs Vanden Putte zoone wijlen Goerts, nu ter tijt woonende te Lovene, als d' actie hebbende van(de) goeden naebeschreven, zoe hij vercleerde, heeft opgedraegen met behoirlijcke verthijdenisse een halff boend(er) bossch, gelegen ond(er) Wezemaele, genaempt den Cruysput, regenooten Joos Cappellaens ter eenre, Jan Van Westere ter andere ende Hendrick Van Roost ter derd(er)e zijden, item noch de hellicht van drije dachmaelen bossch, gelegen op den Crieckelberch tot Nieuwrode, de regenooten de Boogaerden van Aerschot ter eenre, Jan Stockmans ter andere ende den selven berch ter vierd(er)e sijden, ende de voers(chreven) Mathijs bij ouderen ordre van recht daer aff ontgoeyt sijnde, zoe zijn daer inne gegoeyt ende geerft ten erffelijcken rechte Francois Van Roye ende Cathlijne Ph(i)l(ip)s, sijn(e) huysvrouwe, per mo(nitionem) jure et sat(is), obligan(do) et submitten(do) et waras voir ombelast, coram Goerts, Loenis, julii xiia., 1585.

 

Hierna twee opeenvolgende akten die op mekaar betrekking hebben.  In de eerste akte wordt melding gemaakt van Matheus Vanden Putte en zijn echtgenote Barbara Van Diependaal.  Mogelijk Matheus (Mathijs) Vanden Putte de zoon van Goerdt en past hij in het plaatje.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7864, fol. 171r, akte dd. 16 december 1580.

Item in teghenwoordicheyt des meyers, schepen(en) en(de) eygenghenooten van Loven naerbes(chrev)en ghestaen heer Jacop De Rijcke, priester, m(eeste)r Mathijs Vanden Putte en(de) Berbel Van Diependael, ghehuysschen, hebben opghedragen met behoorlijcke v(er)thijdenissen ende met resche en(de) rijse de goeden naerbeschreven, gheleghen ontrint Thildonck en(de) Wespelaer, ende ierst de v(oor)s(chreve) ghehuyschen een(en)same(n)d(er)ha(n)t ende met elcx anders consente huys, hoff mett(en) stallen en(de) ande(re) sijnen toebehoorten, groot ontrent drij dachmaelen met een stuck lants, gh achter aen gheleghen, groot ii boenderen, gheleghen opt Thieldonckx Velt, reghenooten de goeden des heeren van Zava(n)t(em) ter eenre, de goeden vanden Heylighen Geest van Thieldonck ter ande(re), Jan Van Meerbecke ter iiie. en(de) Peeter Van Meerbecke ter iiiier. zijden, item opt selve velt een plecxken la(n)ts, groot ontrint een halff boender, gheheeten / gheheeten Straten Block, reghenooten de kerck van Thieldonck ter eenre, sheeren strate ter iie., m(eeste)r Hans Van Diependael ter iiie., item noch een stuck lants, groot ontrent seven dachmalen, ghelegen opt Meuttrevelt, reghen(ooten) Ph(i)lips Goorts ter eenre, de goeden der kercken van Wesemael ter ander, item opt selve velt noch een halff boender lants, reghen(ooten) tclooster vand(er) Banck ter eenre, de kercke van Thieldonck ter ande(re), item een stuck landts, gheleghen opt Moersbroeck, groot ii 1/2 boender(en), reghen(ooten) derffghenamen Phlips De Vleeshauwer ter eenre, de wed(uw)e Van(der) Bruggen, gheheeten Metten Gelde, ter andere, derffghename(n) Jans Verelst ter derde(re), item een(en) bempt, groot twee boenderen, gheleghen int Moesbroeck, reghenooten de Heyligheest van Wespelaer ter eenre, de goeden des godtshuys van S(in)te Geertruyden ter ande(re), derffghename(n) joncker Charles Busleyden in twee ander zijden, item een(en) eussel eyghen goet, gheleghen int v(oor)s(chreven) Moersbroeck, reghenooten derffghenamen des voors(chreven) Phlips De Vleeschauwer ter eenre, de goeden der erffghenamen Jacops Van Lare ter andere zijden, item eenen besloten bempt, gheleghen te Wespelaer, gheheeten den Claes Bempt, groot bat dan een halff boender, reghenooten de goeden heer Jacop De Rijcke voorschreven ter eenre, den Heylighen Geest van Wespelaer ter ander(e), joncker Peeter Van Griecken ter derde(re), item noch drij dachmaelen lants, gheleghen opde Putte, reghen(ooten) den Groot(en) Heylighen Geest van Loven ter eenre, derffghen(aemen) Henrick Van Langendonck ter ander(e), item noch een stuck lants, gelegen opden Heeren Poel, groot drije dacmaelen, reghen(ooten) derffghen(aemen) Jans Van Diependael ter eenre, derffghen(aemen) Peeters Van Espen ter ande(re) ende tgodtshuys van Vrauwe(n)perck ter derde(re) ende de v(oor)s(chreven) heer Jacop heeft opghedraghen deyghen goeden naerbeschreven, ierst huys en(de) hoff met allen anderen sijnen toebehoorten metten bogaerden wate(re), soo tselve gheleghen is te Wespelaer inde plaetse, gheheeten den Hert, groot ontrent ii dachmalen, reghen(ooten) sheeren strate ter eenre, Anna Sijcken ter ander(e), de hoffgrechten des heeren van Savanthe(m) ter derder(e), item een boender landts, gelegen ontrint tvoorschreven huys opt velt, geheeten Cumptvelt, reghenooten de goeden des heeren van Zavendem ter eenre, den smeth van Wespelaer ter ander(e), sheeren straete ter derde(re), die Saeycken ter vierd(er) sijden, item een besloten block, gheheeten het Gevelblock, groot ontrint drije dachmael, reghenooten sheeren strate in twee zijden, Raes De Rijcke ter derdere ende derffghen(aemen) Saycken ter iiiier. zijden, item drije dachmalen eeusselen daer aen(e) gheleghen, reghen(ooten) derffghenamen Saycken ter eenre, sheeren strate ter ander(e), de boschen, eertijden des heeren De la Seche ? ter derde(re), item een beslooten block, gheleghen bij Aerts Van Malcote goeden, groot drije boenderen, d(aer)onder een halff boend(er) chijsgoet is liggende inden hoeck aen(de) Mechelsche herstrate, sheer(en) straet in ije. zijden, Aert Van Malcote ter iiie., Gheert Vereeckt en(de) Baycken Van Meerbecke ter vierder zijden, item een stuck broecx, ghelegen int Speck, groot i dachmael, reghen(ooten) den heer(e) van Zavant(em) ter eenre, de kercke van Wespelaer ter ande(re), derffghen(aemen) Srijcken ende den lijgracht ter derde(re) en(de) iiiier. zijden, item een bloxken lants, wes(en)de chijnsgoet, groot ontrent een halff boend(er), gheleghen opden Savel, reghen(ooten) tbroeck, gheheeten Tquaeybroeck ter eenre, de goeden des heylighen [geest] van Wespelaer ter andere, exposit(o) ende Peeter Steenaerts als momboir Leysken Van Bullenstrat(en) dochter wijlen Jans ende van Lijsbet Maes wijlen gehuyschen, ende ter p(rese)ntien Nicolaes Maes als moederlijck oom der selver weese, imp(ositus) p(er) mo(nitionem) soo vele die chijnsgoeden sijn gedraeghende deyghen goeden, die ten eyghen rechte te hauden, etc(etera), redd(i...)t ende voorts meer op viertich carolus gulden te twintich stuyver(en) stuck, munt cours en(de) loop in Braba(n)t hebbende, erffeijcke rente, alle jaer(en) opden xvien. decembris te betalen(e) ende inde stadt wissele van Loven los en(de) vrije, oyck van x., xx., c. en(de) alle ander(e) penninghen, gheimponert oft timponeren, te leveren tot behoeff der v(oor)schreven Lijsebeth Maes voor haer tochte en(de) de v(oor)s(chreve) Lijsbeth Van Bullestrat(en) haere weese voor erffelijckhed(en) infuturu(m) hiis interfueru(n)t Impens, Goerts, schepen(en) te Loeven ende eyghenghenooten, item Jan Vrancx, lieutena(n)t smeyers van Loven ende Henr(ick) Cloet, secretar(is), als eygenghen(o)t(en), coram quibus sat(is) de voors(chrev)en p(er)soon(en) indivisim et waras de v(oor)s(chreve) chijsgoeden op sheeren chijs vanden gronde ende deyg(en) goeden voor vrije eyghen goeden, met conditien dat de v(oor)schreven respective opdragheren de v(oor)s(chreve) rente van vieertich (!) rinsguld(en) erffelijck sullen moegen lossen ende quyten tallen tijden alst hem ghelieven sal teenre reysen ende elcken pen(ninck) d(aer)aff met xvi pen(ningen), munte ten tijde vand(er) affquyttinghe in Brabant cours en(de) loop hebben(de), ac cum et casu quo pignora, et(cetera), en(de) hebben de v(oer)s(chrev)en ghehuyschen ghelooft den v(oor)s(chrev)en heeren Jacoppen De Rijcke tindempneren(e), los ende vrije te hauden van(de) xxii rinsguld(en) vuytte v(oor)s(chrev)en rente van xl rinsg(ulden) ende de v(oor)s(chrev)en h(eer) Jacoppe(n) d(en) zelven ghehuyschen van(de) resteren(de) xviii rinsgulden erffelijck, procur(...) vuyt dijen sij v(er)cleeren in wed(er)zijden elck soo vele als de v(oor)s(chrev)en hootpen(ningen) pro p(ar)te bedrag(en) ontfanghen, genyet ende tot elck heur singulier(en) proffijte gh[e]applicert oft naer hen ghenomen(e) te gellen(e) daer voor in wed(er)zijden, obligant(es) et submittent(es) henre p(er)soonen ende goeden in forma en(de) renuntieren(de) van allen exceptien ende de v(oor)s(chrev)en heer Jacop van alle geestelijcke rechten, soo wel vand(er) universiteyt als ande(re), quiquidem rogant(es) quod faciunt, etc(etera), decembr(is) xvi., 1580.

Sentent(iatum) p(er) Lambert(um) Meermans in qualitate infrascripta, cor(am) Vrancx, Griecken, martii viii, a(n)no xvc. lxxxv, et est adductus, cor(am) eisdem.

            In de marge.

S(olvi)t.

De quitan(tie) van dese rente van xl r(ins)g(ulden) erfel(ijck), beghinnen(de) item in teghenwoirdicheyt der schepenen van Loven naerbes(chrev)en ghestaen Jan Maes sone wijlen Niclaes, etc(etera), habetur xvi. decembris anno 1611 in hac camera, et sic vacat.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7864, fol. 173r, akte dd. 16 december 1580.

Item de v(oor)s(crev)en respective opdrager(en) en(de) tot hem Willem Van Langhendonck hebben ghelooft ende ghelooft midts desen indivisim de voorschreven rente jaerlijcx wel ende loffelijck te betalen(e) ende te leveren als voor assecut(um), te dijen eynde renuntieren(de) van allen exceptien en(de) deffentien, mitdsgad(er)s van brieven van res... ?, die in eenighe manieren hierteghen en(de) teghen de jaerlijxe betalinghe der v(oor)s(chreve) rente saude moghen bijden hove, soo wel de betalinghe der renten als anderssints, ghemaeckt worden, maer d(aer)van en(de) van andere expresselijcke, nu voor alsdan, dan voor als nu renuntieren(de) ende v(er)thijden(de), gheloven(de) mette selve hem niet te willen behulpen, maer de v(oor)s(chreve) rente jaerlijcx wel en(de) loffelijck te betalen(e), behaudelijck ende in desen merckelijck onderspreecken dat de v(oo)rs(chrev)en Willem Van Langhendonck sal sijn ende blijven bij desen gheloofte ontslaghen, soo wanneer dese troublen sullen cesseren, te weeten als de v(oor)s(chrev)en ghehuyschen moghen thuys gaen ende hen labeur doen ende buyten hunne habitatie hauden, soo ende sulcx als bij wed(er)staen van dese teghenwordighe troublen ghedaen hebben, ende hebben de selve respective opdragheren ende de v(oor)schreven oblig(atio) et submitten(tio) en(de) renu(n)t(ierend)e den selven Willem van(den) v(oor)s(chrev)en gheloofte allsess(int)s costeloos en(de) schadeloos geweest te hauden en(de) tindempneren prout, cor(am) Impens, Goorts, decembr(is) xvi, 1580.

 

Hieronder nog twee opeenvolgende akten met vermelding van Matthijs Van de Putte (zoon van Godefridus) en Barbara Van Diependael, wonende te Tildonk.  Zoals je kan vaststellen worden ook familienamen afgekort, wat het er allemaal niet gemakkelijker op maakt en in sommige gevallen zelfs onzeker (aangeduid met ?).  Dikwijls valt het voorvoegsel weg, bijv. Van Bredzijp (wel onzeker), De Vleeschouwer, Van Hanewijck, Vander Varent, Van Berckel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7860, fol. 131v, akte dd. 12 december 1575.

Allen, etc(etera), dat Mathijs Van(de) Putte zone wijlen Goerts, woonen(de) tot Thieldonck, als man en(de) momboir van Barbele Van Diependale en(de) van wegen zijn(e) kinderen heeft geconst(itueer)t m(eester) Peete(re) Van Papenhoven, ad recipien(te) necnon eiudem et cum eo moe...s ? Severijn(en) en(de) Cornelisen Vand(er) Brugg(en), Jan(nen) Van(den) Veken(e), Witr(icx), Boxh(oren), Bred(zijp) ?, Foss(eal) ?, Vleesch(ouwere), Hanewijck, Martini, Varent, Baerts, Berckel aut om alle zijne saecken in forma cum potestatie substituen(di) quo ad lites, promitt(ens) rat(um) salvo calculo, quo ad p(re)d(ictu)m Papenhove, coram eisd(em).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7860, fol. 131v, akte dd. 12 december 1575.

Item de v(oir)s(creven Papenhoven heeft geloeft den v(oir)s(creven) Mathijsen van(de) processen bij hem te intente(ren), costeloos en(de) schadeloos te houden tanq(ua)m ass(ecutu)m, cor(am) eisd(em).

 

Hierbij een interessante akte met vermelding van de afstammelingen van Mattheus Vanden Putte en Barbara Van Diependael. In de akte verschijnen volgende kinderen :

-     Guilielmus (Willem).

-     Anna x Joannes Van Langendonck.

-     Gaspar, optredende als voogd van Joannes Vanden Putte.

-     Barbara x Joannes Stroobants, wonende te Tildonk ,

-     Maria (Maeycken) x N. Schots , waarvan :

             Elisabetha Schots x Severinus Poels.

In de akte is er sprake van twee huisjes te Leuven. Vermoedelijk kwamen deze van de kant van Barbara Van Diependael.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7502, folio 107r., akte dd. 15 december 1611.

Item in p(rese)ntie der schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Matthijs Van(den) Putte voorde tocht met consent en(de) overstaen van zijne kinderen en(de) kindts kinderen naerbes(chreven), voor derffelijckh(eyt), te weten Willem Van(den) Putte, Anna Van(den) Putte met consent en(de) overstaen van Jan Van Langendonck, haers mans, soo voor hen als mede dactie hebben(de) van Jaspar Van(den) Putte, Barbara Van(den) Putte met consent ende overstaen van Jan Stroobants, haers mans, woonen(de) tot Tieldonck, E(lisa)b(e)th Schots met consente en(de) overstaen van Severijn Poels, haers mans, daer moeder aff was Marie Van(den) Putte, dochter des voors(chreven) Mathijs, ende den voors(chreven) Jasp(ar) Van(den) Putte als momboir van Hansken Van(den) Putte, mede noch vuyt crachte en(de) naer v(er)moghen van zekere authorisa(ti)e van(de) h(ee)ren weesm(eeste)ren des(er) voors(chreve) stadt, opde req(ues)te des voors(chreven Matthijs Van(den) Putte gestelt van(der) daet xviie. septemb(ris) 1611 ten respecte van(de) weesen, alhier gesien en(de) gebleken, waervan den teneur van woorde te woorde naer volght.

      Aen die eerw(eerde) h(ee)ren, heeren weesm(eeste)ren des(er) stadt Loven.

Geeft ootmoedel(ijck) te kennen Matthijs Van(den) Put weduwer wijlen Barbara Van Diepentale (!) hoedat hij met zijne huysvr(rouw)e saliger en(de) h(ee)r Jacob De Rijcke hebben over eenighe jaeren tsaemen gehaelt xl g(u)l(dens) erffel(ijck) op E(lisa)b(e)th Maes, waer voor den suppl(ian)t hem heeft v(er)bonden ten respecte des voors(chreven E(lisa)b(e)ths in solidum, nu eest soo dat derffgen(aemen) van h(ee)r Jacob voors(chreven) hun deel van xx g(u)l(dens) erffel(ijck) vuytte rinte van xl g(u)l(dens) begeren te quytten aen(de) voors(chreve) E(lisa)b(e)th, maer en kunnen tsel(ve) nyet doen sond(er) heur consent, midts de rente voors(chreven) maer en stonde te staet te quytten teender reyse, soo dat derffgen(aemen) voors(chreven) hun deel van(de) capitaele penn(ingen) van xx g(u)l(dens) met het deel van een jaer rente dat nu te Kersmisse toecomen(de) v(er)schijnen sal, willen stellen in handen des suppl(ian)ts ofte onde(ren) de weten, midts hij is den genen die in solidum de voors(chreve) rente geldende is ten opsien der voors(chreve) E(lisa)b(e)th, om alsoo ontslaen te zijn van xx g(u)l(dens) ten respecte des suppl(ian)ts, soo dat den rem(onstran)t alsdan zoude moeten jaer(lijcx) betaelen xl g(u)l(dens) erffel(ijck), gemerckt de voors(chreve) E(lisa)b(e)th de rente van xl g(u)l(dens) nyet en wilt laeten quytten voor een(e) hellicht, waerdoer hij zoude sijn en(de) blijven geinteresseert, want den voors(chreven) suppl(ian)t gheene gereede pe(n)nin(gen) en is hebben(de) om de resteren(de) capitaele pe(n)nin(gen) totte xl g(u)l(dens) met het v(er)loop promptel(ijck) te furnieren, ten waere den rem(onstran)t v(er)cochte metten vuytganck van(de) branden(de) keersse twee cleyn huyskens, staen(de) inde Borchstraete tegen over het clooster onder die Borcht, maer alsoo den suppl(ian)t dat nyet gevuechel(ijck) en can doen als maer wesen(de) tochtenaer van sijn(e) en(de) sijns voors(chreven) huysvr(ouw)e achtergelaeten goeden, wesen(de) de proprieteyt achtervolgen(de) d' landt recht gedevolveert midts scheyden van(den) bedde op hunne kinderen, is den rem(onstran)t hem addresseren(de) aen uwe eerw(eerde), diesel(ve) ootmoedel(ijck) bidden(de) om app(osti)lle opde marge van des(en) ofte aid ande(re) behoorl(ijcke) acte, waerbij den suppl(ian)t sal wordden geauthoriseert en(de) machtich gemaeckt de voors(chreve) twee cleyn huyskens te v(er)coopen ter cause voors(chreven) en(de) alsoo heme en(de) zijne kinderen te ontlasten van(de) voors(chreve) groote en(de) swaere jaerl(ijcxe) rinte, dwel(ck) doen(de), etc(etera), ond(erteecken)t M. Van Schutteput.

      Appostille.

Die h(ee)ren weesm(eeste)rs geleth hebben(de) op dinhoudt des(er) req(ues)te en(de) oock mondelinghe aenhoort hebben(de) Jan Van Langendonck, man en(de) momboir van Anna Van(den) Putte, en(de) oock Jannen Stroobants, man en(de) momboir van Barbara Van(den) Putte, beyde kinderen des voors(chreven) Mathijs Van(den) Putte, in desen suppl(ian)t, die wel(cke) int v(er)socht v(er)coop waeren accorderen(de) ten effecte bijd(en) dispositive des(er) breeder v(er)haelt en(de) toegeseeght, soo eest dat die sel(ve) heeren weesm(eeste)rs insgel(ijcx) int v(er)coop van(de) twee huysen, in des(en) geruert, bij desen zijn accorderen(de) en(de) consenteren(de), behoudel(ijck) nochtans en(de) op meckel(ijcke) restrictie dat het sel(ven) v(er)coop sal geschieden met voorgaen(de) affixie van billetten openbaerl(ijck) en(de) metten vuytganck van(der) berrender keersse den meest daer voor biedende en(de) dat die pe(n)nin(gen) daer vanj te procederen, sullen worden gebrocht ter weescamer alhier om met kennisse der h(ee)ren weesm(eeste)rs ten meesten proffijtte der weesen, zoo vele hun aengaet, terstonts wederomme geemployeert te wordden, te wetene alsul(cke) pe(n)nin(gen) als alnoch zullen mogen overen die veertich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), affgeleeght zijn(de), in dese req(ues)te breeder v(er)haelt, authoriseren voorts den suppl(ian)t oft iemand(en) van zijne kinders om den cooper oft coopers van(de) voors(chreve) huysen behoorl(ijck) gicht en(de) goedin(ge) te doene, met geloeffte van waerschap, etc(etera), dienen(de) dese jegenwoordige voor acte, aldus gedaen ter weescamere presentibus omnibus opden xviien. septemb(ris) anno 1611, mij present secret(aris) der stadt van Loven en(de) der weescamere aldaer, ond(erteecken)t R. Prince, hebben allen de voors(chreve) p(er)soonen tsamen opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) twee huysen met allen henne toebehoorten, gestaen bynnen des(er)stadt inde Borchstraete neffens malcanderen, tegen over het clooster onder de Borch, regen(oten) derfftgen(aemen) m(eeste)r Henricx Van Diependael ter ie., comen(de) van achter en(de) vore aen(de) voors(chreve) Borchstraete ter iie. en(de) iiie. zijden, exp(osito) soo is daerinne gegoyt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Steven Van Halle, woonen(de) ond(er) Rotselaer, soo voor hem als voor Anna Philips, zijn(e) huysvr(ouw)e, en(de) naercomelin(gen) et satis allen de voor(chreven) opdraege(re) en(de) elcken van hen indivis(im) een voor al obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, et waras op sh(ee)ren chijns van(den) gronde van ontrent drije st(uyvers) ts(iae)rs indyen men bevindt den sel(ven) daerop vuyt te gaen en(de) indyen den sel(ven) meer en(de) hooger waere bedraegen(de), sal tsel(ven) bijde voors(chreven) opdraege(re) en(de) elcken van hen den voors(chreven) gegoydde goet gedaen wordden, coram Loomans, Leunckens, decemb(ris) xva., 1611.

Item is te weten dat de voors(chreve) twee huysen zijn op hoogen v(er)cocht in conformiteyt van(de) voors(chreve) authorisa(ti)e en(de) metten vuytgaen(e) der berrender keersse gebleven den voors(chreven) Steven Van Halle, de baete daer van om en(de) voorde so(mm)e van vijff hondert rinsg(u)l(dens) eens, coram eisdem.

Item is alnoch te weten dat de voors(chreve) pe(n)nin(gen) van(den) voors(chreven) coop geprocedeert hebben(de), zijn geemployeert aen(de) quictan(tie) en(de) affleggen van zekere erffel(ijcke) rente van xx rinsg(u)l(dens vuyt een(e) meerdere rente van xl rinsg(u)ldens aen Elisabetha Vaes, eisd(em). 

 

Bijjgaand een akte met vermelding van Matheus Vanden Putte en zijn vrouw Barbara Van Diependael. Verder ook de vermelding van Anna Wants, weduwe van Guilielmus Vanden Putte, inwoonster van Tildonk. Tussen Mattheus Vanden Putte en Guilielmus Vanden Putte werd in de akte geen verwantschap vermeld, maar ik vermoed dat laatstgenoemde de zoon is eerstgenoemde, vermits je op de 3e link vermeldde : Wants Anna x Willem Vande Putte fs. Mattheus. Ook op de eerste link heb je een zoon Guilielmus vermeld, geb. ca. 1560 (doch zonder vermelding van een echtgenote). Ook de akte laat vermoeden dat Guilielmus Vanden Putte de zoon is van Mattheus Vanden Putte en Barbara Van Diependael. In de akte maakt men tenslotte ook melding van de gebroeders Joannes en Balthasar Van Haeften (Van Haffen).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7507, folio 272r., akte dd. 8 maart 1617.

Item in presen(tie) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Anna Wants wed(uw)e Willems wijlen Vand(en) Putte, woonen(de) tot Thieldonck, per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) allen haer recht, paert, deel en(de) actie dat haer zoude mogen competeren inde achtergelaeten goederen van wijlen Mathijs Vand(en) Putte en(de) Barbara Van Diependael, gehuysschen als sij leeffden, soo waer die bevonden sullen mogen worden als mij met haer mede erffgen(aemen) van wegen haers voors(creven) mans zal hebben s gescheyden en(de) gedeylt eentsamentlijck alle en(de) iegewelcke haere goederen, have en(de) erffve, die voors(creve) Anna obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) van alle privilegien en(de) exceptien et precipue privilegium senat(us) colsult(i) vell(eiani) dictans (?) si qua mulier de eo certiorata imp(ositus) Jan Van Hafften, soe in zijn(en) eygenen naeme als ten behoeve van Baltasar Van Hafften, zijnen broeder, en(de) dit alleenel(ijck) bij maniere van cautie om daeraen te v(er)haelen alsulcke acht hondert vierendertich rinsgul(den)s en(de) xiiii st(uyvers) als die voors(creve) Anna bekinde met Willem wijlen Van(den) Putte, haeren overledenen man, aende voors(creven) Van Hafften ter saecke van pacht en(de) huere schuldich en(de) ten achteren waeren gebleven, gelovende de voors(creve) Anna obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) als vore, egeene goederen te v(er)coopen oft veralieneren voor en(de) al eer de voors(creven) Van Hafften en sullen betaelt en(de) gecontenteert zijn van(de) voors(creve) so(mm)e, coram Van Thienen, Maelstede, martii viiia., 1617.

 

Hierbij een akte met vermelding van Mattheus Vanden Putte, weduwnaar van Barbara Van Diependael.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7496, folio 248v., akte dd. 28 april 1605.

Item in tegenwoirdicheyt der schepenen van Loven(en) gestaen, Mathijs Vanden Putte weduwer wijlen Barbara Van Diependael heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse vijff rinsgjuld(ens) erffelijck, gehypothiceert op zeckere huys, staende alhier tot Loven inde Borchstraete opden hoeck vande Leye naest het Rosbaer, bekent voer schepenen van Loven opden xven. september libro 1559 in tertia, expos(ito) impos(itus) Hendrick Van Roessenborch ende dat in plaetse van lossinge, consenterende alsoe inde cassatie van dijen, promittens nullatenus alloqui sed semper satis et waras erga quoscunq(ue), coram Borcht, Vander Vorst, aprilis xxviiia., 1605.

 

Uit dit huwelijk:

 

Vandeputte Joannes, ca. 1555, x 1 met Margaretha Verhulst, x 2 met Maria Van Wilre,

In bijlage (met dank aan Paul Peeters) de transcriptie van een schepenakte met vermelding van Joannes Vanden Putte zone Matthijs, die gehuwd was met Margaretha Verhulst, enerzijds en Joannes Van Langendonck zone Henricus, die gehuwd was met Anna Vanden Putte, zuster van voornoemde Joannes, anderzijds.

BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7863, folio 316r, akte dd. 6 febuari 1580.

Transcriptie

Item, in p(rese)ntia villici, Jan Vanden Putte sone

wijlen Mathijs(en) ende Margriete V(er)hulst, zijn(e)

huysvrouwe, hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke)

v(er)thijdeniss(en) een stuck lants, groot ond(er)halff

dachmael, gelijck tzelve ombegrepen der mate(n)

gelegen is te Thieldonck opt Maeyeneycken

Velt, regen(ooten) mijn(e) hee(re) van Chavont ten twee

zijden, Philips Schotz ter iiir en(de) Jan Van

Bullestraten ter iiiir zijden, ghelijck zij opdrage(re)n

de zelve goeden v(er)creghen hebben van Henrick

Coninx voer schepenen van Thieldonck opd(en)

... [n.v.], zoe zij v(er)cleerd(en),

expos(ito) imp(ositus) Jan Van Langendonck zone

wijlen Henricx voer hem zelven en(de) tot

behoeff van Anna Vanden Putte, zijne huysv(rouw)e,

p(er) mo(nitionem) jure et satis ind(ivisi)m oblig(ando) et

waras op xv (mij)t(en) heeren chijs aen m(eeste)r Jan(nen)

Gheens, tanqua(m) prout, cor(am) Vrancx, Luenis,

febr(uar)ii xxa.

       In de marge.

Thieldonck.

S(olvi)t.

     Uit dit huwelijk: geen verdere gegevens Kamp, Til,

     1. Vandeputte Petrus, 1575,

     Vandeputte Joannes, 1575,

     Vandeputte Oliverius, 1580, x Wakkerzeel 01.07.1636 (g. Meulders Antonius, Van Laer Henricus, Vanden Putt Petrus en Leerbels Guilielmus) met

     Vervoert Anna, fii in Wakkerzeel, zus van Barbara, x met Walterus Van Gorp,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een schepenakte met vermelding van Oliverius Vande Putte en Anna Vervoort.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8272 fol. 168r.

In tegenwoordicheyt der heeren schepenen van Loven naerbeschreven gestaen den clercq H. Smedts vuyt crachte ende naer vermogen van onwederroepelijcke procuratie, hem als thoonder der selver gegeven, waer van den teneur hiernaer van woorde tot woorde is volgende, luydende aldus.

Op heden den 13en. septemb. anno 1669 compareren. voor mij als openbaer notaris, bijden Raede van Brabant geadmitteert, tot Loven residerende, ende inde presentie vande getuygen hier onder gnoempt, Olivier Vanden Put, ingesetene van Wackerseel, ende Anna Vervoort, gehuysschen, die welcke hebben bekent ende bekennen bij desen ontfangen te hebben vuyt handen van sr. Jan De Haeze, borgher deser stadt, ende Jasperijne Berckmans, sijne wettige huysvre., de somme van hondert ende vijffenseventich guldens eens in permissien gelde, ter saecke van welcke somme de voors. gehuysschen hebben geloeft ende geloven bij desen te geven ende te betaelen jaerlijcx op date van desen aen ende ten behoeve vanden voors. sr. De Haeze ende sijne huysvrouwe oft huns actie hebbende, eene rente van thien guldens achtien stuyvers een blanck sjaers den peninck sesthien, daervan den iersten valdach sal wesen den xiijen. septemb. 1670 ende soo voorts vervolgens van jaere te jaere totte quytinge toe, welcke sal mogen geschieden als de voors. gehuysschen gelieven sal t' eender reyse ende met volle rente in munte als voor, gelovende de selve rente jaerlijcx wel, loffelijck ende personelijck te betaelen ende in stadts wissele van Loven te leveren, los ende vrije van alle impositien oft exactien,

ingestelt ende alnoch innetestellen, als schult met recht verwonnen, daervoor verbindende hunne respective persoonen ende alle hunne goederen, meuble ende immeuble, present ende toecomende, ende namentlijck huys, hoff, schuerken, stalleken ende alle appendentien van dijen, met het landt daeraen gelegen, groot ontrent drije dachmaelen, gestaen tot Wackerseel voorschreven, regenootten Lucas Merttens ter eenre ende ije., de straete ter iije. ende d' erffgenaemen Vanden Heetvelde ter iiije. zijden, verclaerende den voors. pandt niet voirder te wesen belast als met s' heeren chijns vanden gronde, consenterende daerover int maecken van beleyde ende mainmise ende int decreet ende herdecreet van dijen sonder daertoe geroepen oft gedaeght te sijn, constituerende voorts de voors. gehuysschen onwederroepelijck een ieder thoonder deser om de selve bekentenisse voor meyer ende schepenen van Loven ende alle hoff ende heer competent te vernyeuwen ende te herkennen, promittentes ratum, etta.

Aldus gedaen ende gepasseert ten daege, maende ende jaere als boven ter presentie van Dionijs Maes ende Jacob Diericx, getuygen, tot dese geroepen ende gebeden, ende hebben de compten. de minute deser neffens mij notario onderteeckent, onderstaet quod attestor, ende is onderteeckent A. Van Heusden, nots.

Den voors. geconstitueerden vuyt crachte ende naer vermogen als voor heeft dit contract alhier vernyeuwt, herkent ende gereitereert, gelovende ende consenterende prout latius inden selven, obligando, submittendo ac renuntiando in forma, coram jor. Eynatten, sr. Hoppenbrouwer, hac xvia. novemb. 1673.  Jan Hoppenbrauwer.  

 

In de onderstaande akte maakt men melding van Oliverius Vanden Put en zijn vrouw Anna Vervoort enerzijds en haar zuster Barbara Vervoort, die huwde met Walterus Van Gorp (Van Gorck), anderzijds. De datum van de akte is gebaseerd op de datering van de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7900, folio 348r., akte dd. 8 februari 1638.

Item in teghenw(oirdicheyt) des meyers en(de) schep(enen) van Loven naerbes(creven) gestaen Adriaen Vincx, Jan Pluggers, Olivier Van(den) Put, hem sterckmacken(de) voor Anna V(er)voort, sijn(e) huysvrouwe, dat sij dit contract sal commen ter manisse lauderen en(de) approberen, Wouter Van Gorck, man en(de) momboir van Barbara V(er)voort, hun altesaemen sterckmacken(de) den eenen voor den anderen en(de) voor hunne mede erffgenaemen, absent, dat dit contract ter manisse sullen commen lauderen en(d)e approberen, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraeg(en) een halff boender lants, geleghen tot Thieldonck op het Dalder Velt, reg(enoten) tsheeren straet ter i., Cathel(ijn) Quintens ter ii. en(de) iiie. en(de) eenen, geheeten Janneken Onder de Borcht, ter iiii., item alnoch een halff dachmale lants, geleg(en) onder Wackerzeel opde Hulst, reg(enoten) jouff(rouwe) E[e]tvelts ter ie., de kinderen Kerrincx ter ii., de leybecke ald(aer) ter iii., expos(ito) impos(itus) Anthone V(er)voert p(er) mo(nitionem) jure et satis oblig(ando) submitt(endo) in solid(um) et indivisim ac renunt(iando) in forma et waras het v(oor)s(creven) halff boeder lants op iii veertel coerens en(de) halff dachmale op xii st(uyvers) heeren chijns aen(den) hertoghe van Arsschot sonder meer, coram eisd(em).

Den rechtveerdig(en) prijs is bedrag(ende) lxxv rins(guldens) boven vijff guld(ens) int gelach, coram eisd(em).

 

Nog een  belangrijke akte bij Van Gorp. En nog meer gegevens bij Verstraten.

     Vandeputte Guilielmus, 1580,

 

Vandeputte Anna, XIII (S5661), ca. 1555,

 

Vandeputte Mathijs jr, ca. 1570, x 1 met Jenneken Van Cornillie, x 2 met Catharina Van Haecht, (deze x 1 Haacht 12.11.1623 met Peter Bauweleers), x 3 Haacht 09.04.1641 met Elisabeth Fierens, deze laatste x 1 Haacht 06.11.1635 met Mathijs Boons,

Anna Uijterhellicht we Jan Vanden Sluijse geasst van Mathijs Vandeputte als momboir voor de tocht en Peeter Uijterhellicht broeder van Anna als momboir van de weesen Vanden Sluijse voor derfelijkheid verkopen huis en hof met het land een half boender in de Smetstraete in Wakkerzeel aan Jan Van Langendonck zone wijlen Hendrik & Anna Vandeputte zijn huisvr.
H835b: Fo 102: 2 mei 1652.
Mathijs Vandeput x Elisabeth Fierens we wijlen Mathijs Boons verkopen aan Joanna Ingelborghs we Jan Palmaerts een half dm land genomen uit een hofstede op Houtten.
H835b: Fo 116v: 13 mrt 1653:
S+D kinderen Michiel Van Haecht x Anna Vertiers
- Jan Van Haecht
- Jan Van Adorp als wettig momboir van de kinderen wijlen Peeter Van Haecht x Maeijcken Van Adorp
- Machiel Van Haecht
- Elisabeth Van Haecht we Servaes Cornelis met Jacques Sergijsels x Anneken Cornelis haere dochtere hem mede sterk makende voor Hendrik De Cock x Maeijken Cornelis sustere van sijne huijsvrouwe
- Hendrik Vanderbiest x Anna Bauweleers, dochtere wijlen Peeter daer moeder af was Cathlijn Van Haecht ende Matthijs Vandeput lest wn des vs wijlen Cathlijn Van Haecht als vader en momboir van zijn kinderen van Cathlijn Van Haecht
- Jan Derboven x Anneken Van Haecht.
H835B: Fo 212: 15 jun 1663:
Mathijs Vandeput als gemachtigt bij en van wegens Jan en Joos VL kinderen wijlen Philips in eigen naem en in de naem van hun mede erfgenamen verkopen aan Jan Van Langendonck sone Jans een hofstede met schuere ende stallingen en alle toebehoorten op het Scharent drij boenderen groot.
H835t: Fo 110: 1 sep 1671:
Gielis ende Jacques Vandeput kinderen wijlen Mathijs x wijlen Elisabeth Fierens verkopen aan Lowijs Van Boullie x Cathlijn Fierens de hellicht van huis en hof ‎(erfgen Adriaen Van Wesenbeke)‎ op de Houtheijde .
S+D kinderen Cathelijne Van Haecht daer resp vader af was Peeter Bouweleers & Mathijs Vandenput
- Hendrik Vanderbiest x Anna Bauweleers
- Jan Van Haecht als wettig momboir geasst bij Jan Docx van Janneken ende Beijken Vandeput kinderen Mathijs.
H835b: Fo 172: 22 apr 1660:
Maeijcken Vandeput dochtere wijlen Mathijs x Jenneken Van Cornillie zijne ierste huijsvrouwe geasst met Gielis Vandeput als vaderlijk momboir & Peeter Rasschaerts als moederlijk momboir van haere kinderen behouden van wijlen Peeter Schoovaerts voor d
eene hellicht
Jan Vandeput voor hemzelf en als momboir beneffens Jan Van Haecht van Barbara Vandeput zijne sustere, kinderen de svs Mathijs Vandeput x wijlen Cathlijn Van Haecht zijn tweede huijsvrouwe voor een vierde paert
Den vs Gielis Vandeput ende Lowijs Van Bolloo als momboirs van Jaecques, Gielis Cathlijn & Adriana Vandeput kinderen des vs Mathijs x wijlen Elisabeth Fierens zijne leste huijsvrouwe voor het resterende vierde paert
Verkopen aan Jan Derboven huis en hof inde Smisstraet ten behoeve van Jan Vandeput x Maria Imbrechts.

     Uit dit huwelijk: zijn onderstaande Vandeputte-kinderen reeds kleinkinderen ?

     1. Van den Putte Henricus, () Haacht 23.10.1627,

      Van den Putte Judocus, () Haacht 01.03.1633,

     2a. Bauweleers Joanna, () Haacht 01.03.1626,

     Baulers Anna, () Haacht 07.03.1629, x Haacht 13.02.1664 met Thijs Petrus,

          Uit dit huwelijk:

          Thijs Petrus, () Haacht 16.11.1664,

          Tijs Franciscus, () Haacht 14.06.1670,

          Tijs Guilielmus, () Haacht 06.07.1670,

          Tijs Joannes Baptista, () Haacht 15.09.1671,

     2b. Van den Put Barbara, () Haacht 25.01.1640,

     3.  Van den Put Egidius,

     Van den Putte Jacobus, () Haacht 17.02.1644,

     Van den Putte Catharina, () Haacht 13.02.1647,

     Van den Put Adriana, () Haacht 02.07.1651,

 

Vandeputte Maeycken,  x met ... Schots,

     Uit dit huwelijk:

     Schots Elisabeth, x met Poels Severinus, 

 

Vandeputte Barbara, ca. 1570, wonen Tildonk, x met Joannes Stroobants,

 

Vandeputte Willem, x met Anna Wants.

 


 

XIII - Van Langendonck Joannes (S5660), ca. 1545, x met Anna Vandeputte (S5661).

 

Aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Van Langendonck Joannes.

    

Uit dit huwelijk:

    

Van Langendonck Willem, XII (S2830), ca. 1575,

    

Van Langendonck Henricus, () Wakkerzeel 24.10.1576 (g. Van Langendonck Henricus en Van Langendonck Catharina),

    

Van Langendonck Joannes, ca. 1578, x met Maria Cluppels,

     Uit dit huwelijk:

     Van Langendonck Maria, ca. 1607, 

 

Van Langendonck Joanna - Anna, ca. 1579, x met Joannes Smets,
     Uit dit huwelijk:

     Smets Mathias, () St.-Pieters-Rode 23.09.1613 (g. Mathias Vanden Put en Barbara Langendonck),

    

Van Langendonck Catharina, ca. 1582, x met Guilielmus Vandenbossche,

     Uit dit huwelijk:

     Vandenbossche Maria, () 1609 

     Vandenbossche Catharina, 1610,

     Vandenbossche Jacobus, () Rotselaar 25.01.1612 (g. Langendonck Hubertus en Vanden Bossche Catharina),

     Vandenbossche Mathias, () Rotselaar 02.03.1614 (g. Vande Putte Mathias en Van Aerschot Johanna),

     Vandenbossche Anna, () Rotselaar 13.03.1616 (g. Andries Petrus en Vanden Bosche Anna),

     Vandenbossche Joannes, () Rotselaar 08.09.1618 (g. Smeets Joannes en Meree Anna),

     Vandenbossche Francisca, () Rotselaar 19.06.1622 (g. Van Reseghem Nicolaus en Dcella Borghgraef Francisca),

     Vandenbossche Elisabeth, () Rotselaar 30.03.1628 (g. Dnus Van Eijnatten Arnoldus en Van Langhendonck Elizabeth), 

 

Van Langendonck Arnoldus, () Wakkerzeel 02.03.1586 (g. Langendonck Arnoldus en Bloems Anna), x met Maria Smets,

     Uit dit huwelijk: aktes bij Van Langendonck,

     Van Langendonck Joannes x met Catharina Cortens, wonen Kortrijk(-Dutsel),

     Van Langendonck Elisabeth, x met Christiaen Van Boischot, Scherpenheuvel,

     Van Langendonck Aert,    

 

Jan Van Langendonck uit Rillaer

    

Van Langendonck Elisabeth, ca. 1588, x met Willem De Witte,

     Uit dit huwelijk:

     De Witte Maria, () Holsbeek 03.10.1618 (g. Dielbeke Anthonius Dnus Attenhoven en Coremans Maria),

     De Witte Catharina, () Holsbeek 07.04.1621(g. Van Langendonck Arnoldus en Mertens Johanna),

      De Witte Anna, () Tildonk 06.03.1624 (g. Guilielmus Daerboven en Anna De Witte),

     De Witte  Joannes, () Tildonk 21.03.1627 (g. Joannes Van Langhendonck en Joanna Van Meerbeke),

     De Witte Guilielmus, () Tildonk 23.09.1629 (g. Guilielmus Van Langhendonck en Joanna Van Meerbeke),

     De Witte Barbara, () Tildonk 03.11.1631 (g. Arnulphus De Witte en Barbara Van Meerbeke),

     De Witte  Petrus, () Tildonk 04.03.1635 (g. Petrus Vanden Put en Susanna Gorts),

     De Witte Guilielmus, () Tildonk 24.08.1639 (g. Petrus Van Rijmenam en Catharina Van Maelkot), 

 

Van Langendonck Hubertus, () Wakkerzeel 08.04.1590 (g. Vande Putte Petrus en Kerincxs Catherina), x 2 met Elisabeth Van Herck, deze huwde drie keer (zie bij Vanden Panhuijs.), Het gezin en een heleboel aktes vind je bij Vanden Panhuijs.

     Uit dit huwelijk:

     2. Van Langendonck Barbara, () Wezemaal 02.09.1635 (g. Joannes De Muijser en Barbara Van den Put), x Wezemaal 08.02.1661

     (g. Guilielmus Maijes en Adrianus De Neuter) met Geerts Bartholomeus,

 

Van Langendonck Gerardus, () Wakkerzeel 26.04.1592 (g. Van Langendonck Gerardus en De Worteleere Elizabeth), x (niet Wak, ) met Joanna Van Meerbeeck,

     Uit dit huwelijk:

     Van Langendonck Maria, () Wakkerzeel 07.05.1623 (g. Van Maelcot Arnoldus en Cluppels Maria),

     Van Langendonck Margareta, () Wakkerzeel 09.01.1626 (g. Langendonck Joannes en Langendonck Margareta),

 

Van Langendonck Maria, () Wakkerzeel 16.08.1596 (g. Smets Ludovicus), x met Leonardus Antonius Van Asbroeck,

    

Van Langendonck Barbara, ca. 1597, x Wakkerzeel 12.11.1623 (g. Verboven Guilielmus, Gobbelijns Joannes, Van Maelcot Anthonius en Moens Joannes) met Arnoldus De Wit,

     Uit dit huwelijk:

     De Wit Joanna () Wakkerzeel 20.10.1627 (g. Der Bogen Petrus en Van Mierbeeck Joanna),

     De Wit Petrus, () Wakkerzeel 01.10.1630 (g. Van Rijmenam Petrus en De Wit Anna), 

 

Van Langendonck Margareta, () Wakkerzeel 16.01.1597 (g. Langendonck Jaspar en Vande Putte Barbara),

 

Van Langendonck Margareta, () Wakkerzeel 31.07.1602 (g. Van Langendonck Guilielmus en ... Margareta uxor mag. Joannes Van Diependael), x Wakkerzeel 10.11.1630 (g. Bols Joannes) met Hubertus Bols, gezin daar.

 

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom