Voorouderlijst Vandenpanhuijsen Jan

 

Panhuizen, -huis(e), -huys(en), -huyzen, -huijzen, -hausen, Paenhuys(en),  -huijsen, -huyzen, -huis, Poenhuys, Panis(se), Pannis, Pan(n)us, Van den Panhuyzen, -huysen, Van 't Panhuis, In het Panhuis, In 't Panhuis, Int Panis, Impanis, Inpanis

Familienaam uit het Middelnederlandse panhuus: brouwerij, brouwhuis. Ook de plaatsnaam Pannenhuis komt voor.

 


Deze en de aanverwante pagina's kwamen tot stand met de zeer gewaardeerde hulp van Wim Vandersloten.

De oudste gegevens en de aktes met dank aan Christine Savat en Michael Roekaerts. Meer info op hun website.

 

XVI - XVIII - Vandenpanhuijsen (Aert ? broer) Jan (S + M), ca. 1470, x met ...

Wez1706: anno 1453
- item Jan Vandenpanhuijs woonenden in de Eect een mijte rijs
- item heer Gheerd Vanden Panhuijse van Rotselaer priester een mijte rijs ende 8 wissen houts.

Reeds in 1455-1456 is er sprake van Aert en Jan Vanden Panhuyzen als groevemeesters. Zij baatten de steengroeven uit op de Middelberg in Rotselaar. In 1455 bestelden de kerkmeesters van de St. Plessiskerk in Diest:
goede en coerlicken stene wel en rijkelijk gehouwen bij Aert en Jan. Deze Jan Vandepanhuijsen was mogelijk gehuwd met Katharina Lederbijl.
Wez1270 fo 7v:
Item Jan Vandenpanhuijsen man van synen gedeylte vanden roeden huyse metten hoefken gelegen inde Eect aen die Lammerstrate aen Heyns Verporten gedeylte ... 7 schilde ‎(fo 8)‎ tot is comen bij transporte nij de tyt des jonckheren van Wesemaele 1460?
heeft den eedt voor jouffr Joanna sijnder suster gedaen den 11 jan 1478 actum ut supra selfde dag dat jouffr Anna Van Grave de voors rente
aen Wouter Van Dielbeke?
item Heyn Vanderpoorten man van synen gedeylte vande Roden Huijs voors in de Eect gelegen met synen hoefken aen Jans Vanden Paenhuijsen gedeylt gelegen, present Heyn Vanderpoorten post mortem Henric
ontfaen ende gederft op ... Johes De Pape actum 3 sep ‎(1506?)‎.
Wez1720 fo 34v:
Na de doot van Henric Van Spoelhove is man van leen heer en mr De Capella doctor als m+m van jouffr Gudrun Van Spoelhove dochter wijlen Hendrickx
?
Henricus Vande Spoelhove ... van Loven houdt te leene bij coope tegen heere Peeter Corckens priester een hofstadt mette huijsinge hove ende met een hoppen cruyden hove met gronde geheeten dat Roye Huijs gelegen te Wesemael in de eect ... gelijck de voors h Peeter Corckens tandere tyde vercregen hadde tegen Willem Drawckier ende voortyts voor deen deel van Janne De Pape en deel van Janne Vanden Panhuijsen ende het derde deel van joncker Van Halbeke.
Wez1720 fo 16:
Item Marie Syongen dochter wijlen Jans Jongen van Turnhout met Lorijs Pijnbrants haeren voorganger ende wettige man heeft ontfaen voor een vol leen na de dood van voors Jans Jongen heurs vaeders tderdedeel van 24 ‎(morghen)‎ lants in Nuwlant gelegen tusschen Arnt Heym aen deen sijnde ende ende Peeter Van Best Gords sone aen dander sijde actum Bruxelle 9 daege in januario anno naer costuyme van Camerrijck pt Jo De Gheele, Risel De Pape, Jan Vanderstraeten ende Jan Vandepanhuijsen.
HW6478: cijnsboek 1523
- in de Moors hoeve 30 roijen lants reg Johes Coels, Art Panhuijs.
Wez1720 fo 15:
Item heer Peeter Coertkens priester cantor van ‎(Huijsboge)‎ heeft ontfaen te leen bij coopt gedaen yegens mr Janne Trabucker ... een hofstadt metten huysingen hove ende met eenen hoppecruydt hove ende grondt geheeten den Roythuijse also daer gelegen es tot Wesemaele ind eect metter eenre sijde aen die hoefstadt aldaer metter andere sijde aende Lammerstraete metter derden sijde aen Johannes Nonaerts goed metter vierder sijden aent duyfhuys eusel gelijc die voors heer meester Jan Trabukier daer wijlen vercregen hadde deen deel tegens Janne De Pape dander gedeelte daeraf yegens Janne Vandenpanhuijs ende derde gedeelte daeraf yegens van Halle op 23 mrt 1472.
In 1543 was Aert Vandenpanhuijsen schepen in Nieuwrode.
NR6129: anno 1547
- item Goert Leunens heeft opgedragen een cleijn stucxken erffve dat denh geest toebehoorde, daer Aert Vandenpanhuijsen weder inne gegoet daer den h geest op behouden heeft een molevat rocx.
Wez1720 ‎(1471?)‎ fo 7v:
- item Jan Vandenpanhuijsen man van synen gedeylte vanden Roden Huyse metten hofken gelegen inde Eect aen die Lammerstrate ...
‎(heeft dijer van jouffr Joh synder suster .. in tjaer van 1208? )‎
- item Heyn Vanderpoorten man van synen gedeylte vande Roden Huijs voors in de Eect gelegen met synen hoefken aen Jans Vanden Paenhuijsen gedeylt gelegen ... post mortem Henric ... ontfaen ende gederft ad op ... Johes De Pape.
 

 

Uit dit huwelijk:

 

Van den Panhuysen alias Verperct Henricus, XV - XVII (S22448 + S23952 + M75996),

 


 

XV - XVII - Van den Panhuysen alias Verperct Henricus (S22448 + S23952 + M75996), ca. 1500, x met ...

 

Vermeld in de kerkrekeningen van Wezemaal in 1532 en 1545: "Henri Van den Panhuyse alias Verperckt van zijnen huyse ende hove geheeten 'den Ingele' te Wesemaele (Kerkrkg. 1545, f4-V).

1596-97:
Item betaelt aan Ysaacq Van Panhuysen 't geene dat verteert ende verdroncken es geweest bij mijnheere de pastoor, meyr, schepenen, kerckmeesters, heyligegeestmeester ende gemeynten van Wesemale doen die zelve zijn overcomen ende geaccordert met Claes Leenaert timmerman van zijn aembacht als hij die torrewen en leffel heeft aengenomen te maecken in acht kanten hooge van voet ende breet als de messelrie van steene" ‎(G16 f XXII V II R X S)‎
1607 - Kerk te Wezemaal S.H. n2 f37:
Herstellingen aan het dak; aankoop van 25.000 schalin te Namen gekocht door toedoen van J. de Lanne, bij Jean Stapleaux; nog werden gekocht bij Mathieu Stapleaux, marchant demeurant Namur 10.000 scaillen; "Leysmans die welcke hebben gelegdde ende den wech geweese van Loeven tot Wesemal aan de voerlieden kregen 16 dt. samen; het werk werd uitgevoerd door Henrick Hubeke met zijn werklieden schaliedekkers te Leuven wonende; werden gedekt: "den groeten beucken met diverschen cappeleken op de zijden van den pastorije"; in het contract aangegaan tussen de schaliedekker, de pastoor en de Kerkmeesters was begrepen "het gelach, 33 st." dat verteerd werd ten huize van Isaacs Van den Panhuysen.
Wez 4539 ‎(1565)‎ fo 7v:

- Van Ysack VDP die gehuert heeft eenen bempt geheeten Wingroot leen zynde onder den heer van Wesemaele ... sterfman es Jan Wijebrechts
- van Henrick Van Panhuyse die gehuert heeft drij vd bempts gelegen int Schipstalbroeck ende noch drij vd int selve broeck.
Wez21432 fo 104v:
Item van Andriese Vudinckx voors Isaack Van Panhuijsen die gehuert heeft eenen bempt geheeten Winghof tusschen derfgen ...
Item van Hendrick Bruelmans voorh henrick VDP die gehuert heeft drije vd beempts gelegen int Schipstal.
R1604 fo 2: 27 nov 1566
Henrick Vanden Horicke verkoopt aan Isaacq Vanden Panhuijs x Anna Spoelbergh onderhalf dm beemps int Hellichterbroeck ‎(Willem Aurogge, heer en meester Peeter Vander Aa doctor in de rechten, Aert De Pelsmaker)‎.
Rotselaar 1567:
Wij Aert Wiggers, Willem Goorts, Lijbrecht Vanden Berge, Isaack Vanden Paenhuijsen, Anthonis Van Aerschot, Jan De Pelsmaker ende Willem De Witte schepenen van Rotselaer ende met ons Peeter Van Kelfs ende Peeter Rogmans als kerckmeesters der kercke van Rotselaer, de voors Aert Wiggers ende Jacop De Schrijnmaker als heylighe geestmeesters van Rotselaer, Henrick Aurogge als dorpmeester van Rotselaer, Anthonis De Keppere, Aert Aurogge, Jan De Rouwe ende Jan De Witte ingesetenen des dorpe van Rotselaers als representerende de geheele ingesetene des voors dorpe ...
1569:
Den eest te Bexem heeft gehuert Isaac Panhuijsen.
R1604 fo 59: 19 okt 1569
IJsaack Vandenpaenhuijse x Anne Spoelbergh heeft opgedragen
seven hollants stjaers erfelijck ende ontquijtbaer chijns goet ende payabel van waervoor men jaerlijckx betaelt achttien stuijvers vallende jaerlijckx Sint Jansmisse Baptista, gelijck den briefen begrijpen daer desen brieff daer gestecken is: ende heeft daeraff vertegen tot behoef van Anthonise Van Wesenbeeck, te heffen metten rechte ende opde panden begrepen inde voors brieffven welcke panden in ter tijt sijn genoempt den Valck tot Wesemaele, de Helije, den Ingel daer bij gelegen ende noch een huijs dat derfgen Peeter Lijftochts alias De Raeijmaker nu besittende is/ van welcke panden regenoten sijn den wech die te mijns heeren hof fwaert gaet nu geheeten den hoffwegh ter eenre, Andries Vuedinckx ter andere ende de strateke ter derder ende vierder zijden, ende de voors IJsaack VDP heeft de voors rente gewarandeert.
SAL 6335: Werchter
Wezemaal: Isacq Vanden Panhuijse ende Cairle Van Linden schepenen der baronije van Wesemael certificeren ... dat in de jaren 1575, 1576 en 1577 ontrent 94 huijsen en huijsgesinnen waren, ontrent 37 ploegen, item drij hondert horne beesten ende drij duijsent schaepen
waervan 54 huijsen sijn afgebroken of afgebrand, zodat er maar zeventien huijsen bewoont worden daeraf vier vanden he geest.
Wez4541 ‎(2)‎ jaar 1589: Lenaert Reynkens als h geestmeester
Fo 19v: processen en vacatien
- betaelt voorde vacatie deze rekenaer ... Jan De Wige ende Isak VDP dwelck zyn gecompareert voor mijn heer den officiael den 11 jan 89 achtervolgens den apostile vanden voors req
- item betaelt voor de vacatien en montcosten Isaacq VDP ende Jan De Wigger dwelck in decembris 88 hebben tot Brussel gevaceert om aldaer te helpen de moderatie ende atterminatie te doen metten rentiers hierveur gementionneert
- item betaelt voor de vacatien ende alleene de montcosten van dese rekenaer ende met hem van Isaacq VDP dwelck hebben tzamen tot Brussel gevaceert den 14 ende 15 dagh van novembris 89 om aldaer by ordinantie vanden pastoir ende meyer ende schepenen van Wesemaele de rekeningen van mr Joos Van Middelborgh te horen ende passen als daertoe gecommitteert.
R1605 fo 10: 3 jan 1601
Isack VDP, meijer van Wesemaele, met procuratie vanwege Abraham Vanderhoeven x Margrite De Pelsmaker ‎(Antwerpen?)‎ verkoopt aan dm bempts gelegen opt Hooghe broeck aan Adriaen De Muysere x Anna Van Aerschot.
Wez4539/ 3: Claude Maschelier
jaar 1606
- Isaacq Vandenpanhuijsen van huis en hof geheten den Wildeman twee potten lantwijn
- Isaac VDP van een eusele geheeten de Wingecot.
Wezemaal 20226: Bijden rendant Claude Maschelier als rentmeester van de kerk van Wesemaal
Begonst Sint Andriesmisse 1615: item van twee halsters rogs sjaers op drij dm lants ende bossch gelegen opden Waterloos. reg we ende erfgen Jan Van Inthout, nu toebehorende Isaack VDP.
Wezemaal 20226 ‎(1615)‎: Fo 6:
- Item van acht pleck sjaers op huijs ende hof geheeten den Ingel daerinne woonachtig Ysaack VDP meyr

 

Uit dit huwelijk:

 

Vanden Panhuijs Isaac (S11224 + S11976 + M37998).

 


 

XIV - XVI - Vanden Panhuijs Isaac (S11224 + S11976 + M37998), schepen (1578 - 1588, 1591 - 1592), kerkmeester (1580), H.Geestmeester (1593), momboir van de Tafel van de H.Geest, meier (1596 - 1597), + voor 1619, x 1 ca. 1550 met Anna Spoelberghe (S11225 + S11977 + M37999), + ca. 1600, x 2 ca. 1600 met Vander Hoeven Emerantiana. Deze laatste x 1 met Adrianus De Costere, fs Adrianus.

 

In 1566 kochten Isaac van den Paenhuysse en Anna Spoelbergh een beemd "geleghen int hellichterbroeck".
'Den Ingel' huis en hof behoorde aan de erfgenamen van Henric. Van den Panhuysen (1589).
Hij woonde in de herberg 'Den Ingel' te Wezemaal (1591, 1592, 1607), op den wegh van Arschot op Loven, waarvan hij eigenaar was in 1589.
De vergaderingen van burgemeester en schepenen van Wezemaal gingen door in de herberg 'Den Ingel' en belangrijke beslissingen en overeenkomsten werden daar genomen:
1596-97 - "item betaelt aan Ysaacq van Panhuysen 't geene dat verteert ende verdroncken es geweest bij mijnheere de pastoor, meyr, schepenen, Kerckmeesters, heyligegeestmeester ende gemeynten van Wesemale doen die zelve zijn overcomen ende geaccordert met Claes Leenaert timmerman van zijn aembacht als hij die torrewen en leffel heeft aengenomen te maecken in acht kanten hooge van voet ende breet als de messelrie van steene" (G16 f XXII V II R X S);
1607 - Kerk te Wezemaal S.H. n2 f37: Herstellingen aan het dak; aankoop van 25.000 schalin te Namen gekocht door toedoen van J. de Lanne, bij Jean Stapleaux; nog werden gekocht bij Mathieu Stapleaux, marchant demeurant Namur 10.000 scaillen; "Leysmans die welcke hebben gelegdde ende den wech geweese van Loeven tot Wesemal aan de voerlieden kregen 16 dt. samen; het werk werd uitgevoerd door Henrick Hubeke met zijn werklieden schaliedekkers te Leuven wonende; werden gedekt: "den groeten beucken met diverschen cappeleken op de zijden van den pastorije"; in het contract aangegaan tussen de schaliedekker, de pastoor en de Kerkmeesters was begrepen "het gelach, 33 st." dat verteerd werd ten huize van Isaacs Van den Panhuysen.
Hij was burgemeester van Wezemaal (1607, 1608).

 

Isaack VDP zone wijlen Hendrik woonende te Wezemaal wn Anneken Spoelbergh in zijn naam en voor Willem VDP en Lijncken VDP zijne kinderen van voors Anna zijne ierste huijsvrouwe verkoopt een rente die hij is heffende op de goeden van Wouter Van Doerne ende nu Janne Van Hove wijlen Hendric zone en dit uit een meerdere rente van vijf rijnsgl erfel bij den voors Woutere Van Doerne bekindt aen voors Ysaack VDP voor deen hellicht en dander hellicht tot behoef der we en erfgen van wijlen Francen Van Hove. 

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) aktes waaruit blijkt dat de Emerentia(na) Van der Hoeven, de vrouw van Isaac Van den Panhuysen, voordien gehuwd was met Adrianus De Coster(e).

 Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7480 fol. 223r, akte dd. 21.03.1588.

Item in tegenwoirdicheyt der schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Isack Van(den) Paenhuyse soene wijlen Henricx, man en(de) momboir van Emerentia Vander Hoeven, achtergelaten weduwe Adriaens wijlen De Costere, obligan(do) et submitten(do) in forma, heeft geloeft en(de) geloeffde midts desen te voldoen en(de) te volbrengen allen en(de) yegewelcke conditien, conventien ende beloeften, begrepen inde schepen(en) brieffven van Loven vander daet xxv. maii lib(ro) xvc. lxxii, berusten(de) inde yerste griffie deser v(oir)s(creve) stadt, waer doire desen sal wordden getransfigeert en(de) die rente van vier carolusg(uldens) erffelijck inde selve brieffven begrepen, daervoire die v(oir)s(creven) wijlen Adriaen De Costere en(de) sijne v(oir)s(creve) weduwe indivisim aen wijlen jouffv(rouw)e Catlijne du Pois personelijck staen v(er)obligeert jaerl(ijcx) ten tijde en(de) termijne als inde selffve brieffven aen Jannen Cobbelgiers en(de) Marie Van(de) Vinne, gehuyschen, weduwe Joachims Pynnocx, wyen dactie van(de) selve rente is competeren(de), wel en(de) loffelijck te betaelen en(de) los en(de) vrije te leveren in futuru(m) quolibet assecutum et tant(um) behoudelijck dat die v(oir)s(creven) gehuysschen den v(oir)s(creven) Isacken bynnen den tijt van drije jaeren naer date deser nyet en sullen moegen praemen tot bepandinge der selver voirs(creve) rente van iiii rins(guldens) erffelijck, dwelck sij geloeffden aldus te observeren, cora(m) Temple, Luenis, martii xxii.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Isaak Van den Panhuysen als heilige geestmeester te Wezemaal.  De patroonheilige van Wezemaal is Sint-Job.

BRON : S.A.L, Inventaris Cuvelier, register nr. 7860, folio 114r, akte dd. 28.11.1575.

Transcriptie.

Item Willem Leys, Ysacq Van(den) Paenhuyse en(de) Jasp(er) Schelckens,

alle als heyligegeestm(eeste)rs der pro(chie)kercke van S(in)t Jobs tot

Wezemale, in p(rese)ntia, hebben gekindt en(de) geleden, kinnen en(de)

lijden mits des(en) dat m(eester) Anthonis Van Middelborch en(de) Joes

De Vroye als gesubst(itueer)de executeurs bij m(eester) Renieren Vand(er)

Moelen, eenich executeur van wijlen joncker Henr(ick)

Vand(er) Meren, zijn(en) leven(e) woonachtich en(de) gestorven

tot Wezemale v(oir)s(creven), gestelt den voer(noempde) heiligegeestm(eeste)ren

opgeleet en(de) bet(ael)t gehadt tslot vand(er) rekeninge

vand(er) executie des v(oir)s(creven) Vand(er) Meren, ged(aen) bijd(en) v(oir)s(creven)

Middelborch en(de) Vroye voer mijn(en) hee(re) den officiael

met zijn(en) gedeputeerde, bedraegen(de) t(er) zommen van lxviii

r(insgulden) xix st(uyvers) eens, geloven(de) vurts de v(oir)s(creve) heyligeestm(eeste)rs

den v(oir)s(creven) m(eester) Renieren te indemneren van zeke(re) litispen(dentie),

alnoch ombeslicht hanghen(de) inden Rade van Brab(ant) tusschen

den zelven m(eester) Renieren en(de) den pastoir van Elinghen

en(de) alnoch den voern(oempden) Middelborch en(de) Vroye te indemneren

en(de) ontheffen van alsulcken arreste als van wegen joncker

Anthonis De Mol ged(aen) es opt v(oir)s(creve) slot van(der) rekeninge,

scelden(de) hen d(aer)aff volcomel(ijck) quyte, promitt(ens) oblig(ando)

non alloqui sed sat(is) et war(as) erga quoscumque p(ro)ut,

cor(am) Liekercke, Spira, xxviii. novembr(is).

 

Hieronder weer een akte met vermelding van Isaac Vanden Panhuysen, zoon van Henricus en wonende te Wezemaal, die zich borg stelt voor Gabriel De Weghe, zoon van Martinus en eveneens wonende te Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7862, fol. 227r, akte dd. 9 december 1577.

Item Gabriel De Weghe sone Mertens, woonen(de) te Wesemale, in p(rese)ntia, obligan(tes) et submitten(tes), heeft geloeft m(eeste)ren Laureysen Thielma(n)s, advocaet inden Raide van Brabant, de so(m)me van veertich carolusgulden te xx st(uvers) tstuck ee(n)s, te betalen(e) deen hellicht daer aff te Kersmisse naestcomen(de) ende dande(re) hellicht te Paesschen daer naestvolgen(de) tanqua(m) assecutu(m) ende dat voorde twee leste payen vanden vijffsten ende zesten coopen van opgaen(de) eycken, gestaen inde prochie va(n) Holsbeke, bij hem tegen den voors(chreven) m(eeste)r Laureysen opten viien. octobris lestleden gecocht, geloeven(de) voorts alle de poincten ende conditien, inde vercoopcedulle daer aff zijnde begrepen, in alles wel en(de) loffel(ijck) te volbrengen(e) ende dese geluefte en(de) borchtochte ter manissen des voors(chreven) m(eeste)r Laureys oft zijn geco(m)mitteerde te versterckene ende hier voor is borge gebleven ende heeft hem v(er)bonden als principael Isaack Vanden Panhuyse sone wijlen Henricx, woonen(de) tot Wesemaele, similite(r) obligan(do) et submitten(do) et p(ri)mus, cor(am) Winde, Malcote, decembris nona xvc. lxxxii.

 

Nog eens Isaak Vanden Panhuysen als zoon van Henricus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7862, fol. 229r, akte dd. 9 december 1577.

Item Jan Maes sone wijlen Jans, woonen(de) te Loeven(e), in p(rese)ntia, heeft in alder bester formen, vueghen, wege en(de) maniere hem doenl(ijck) zijnde, gecedeert ende ghetransporteert, cedeert en(de) transporteert midts desen Isaack Vanden Pa(n)huyse sone wijlen Henricx, woonen(de) tot Wesemaele, present ende accepterende alsulcke xxiiii stuvers erffel(ijck) van ende vuyte een(e) rente van zesse carolus gulden erffel(ijck), te quyten(e) den penn(inck) xviii., jaerl(ijcx) vallende Sinte Andriesmisse, daer voe(r) p(er)sonel(ijck) v(er)bonden staet Andries Wijbrechts aen Jan(nen) Vande(r) Heyden en(de) El(isabe)t Wijbrechts, zijne huysv(rouw)e, met scepenen brieven van Loeven in date junii xiii., lib(r)o xiiiic. xciii, in dese came(re) gepasseert ende waer aff dactie vande voors(chreve) xxiiii st(uvers) erffel(ijck) den voors(chreven) Jan(nen) Maes es competerende bijden testame(n)te ende vuytersten wille heeren Niclaes wijlen Vande(r) Heyden, priesterre ende capellaen van Sinte Peeters als hij leeffde, soe hij vercleerde, quare co(n)tul(it) has easdem l(itte)ras in forma cessionis eodem jure, quo ad dictos xxiiii st(uferos) promitt(endo) rat(um) et sat(is) de cessis, cor(am) Winde, Malcote, decembris ixa., 1577.

 

Hieronder een akte met vermelding van Isaac Van den Panhuysen, zoon van wijlen Henricus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7862, fol. 337v, akte dd. 19 april 1578.

Item Arndt Cappels sone wijlen Henricx, woonen(de) te Wesemaele, oblig(antes), recognovit se debere Ysaaco Van(den) Panhuyse filio quondam Henrici unu(m) florenu(m) caroli te ss st(uferos) monete, etc(etera), tot drije pl(e)c(ken) den stuver gerekent, pronu(n)c curren(tis), erffel(ijcke) rinte, alle jae(re) opten xviii. aprilis te betaelen(e) et in cambio quite et libere, etc(etera), necno(n) a x., xx. et c. denariis, quol(ibe)t ass(ecu)tum ad mo(bilia) pignus sub Wesemaele p(re)dicto val(ens) duplum et tantu(m) et poter(it) redime(re) quando vol(verit) que(m)l(ibe)t denariu(m) exinde median(tibus) sedecim denariis co(n)s(imili)bus ac cu(m), cor(am) Griecken, Malcote, aprilis xix.

            In de marge.

S(ovlit).

Item Isack Van Panhuyse heeft geco(n)senteert inde cassatie van desen et sic vacat, actum iiii. septe(m)bris anno xvc. xci.

 

En nog een akte met vermelding van Isaac Van den Panhuysen, zoon van Henricus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8226, fol. 105r, akte dd. 21 augustus 1579.

Item Isaeck Van(den) Panhuyse soene wijlen Henricx, in p(rese)ntia, heeft gecedeert ende getransporteert, cedeert ende transporteeret mits desen, Jannen Wijbrecht ende Jannen Van Langendonck als momboirs vande ombejaerde kynderen wijlen Jans Huens ende Marie Wiggers ende tot behoeff der selver alsulcke rente van vier carolusg(ulden) erffelijck, jaerlijcx opten lesten septembris te betalen als de voirscreven) Isack jaerlijcx treckende is met schepen(en) brieven daerop gemaeckt opten lesten septembris li(br)o xvc. lxxvii in 3a. op Andriesen Vuedincx soene Andries ende Cathlijne Van Vlasselaer, sijn huysvrouwe, gevende alsoe de voirscreven transportan(ten) der voirscreven momboirs tot behoeff als voir overe metten verloope ter causen van dijen verschenen ten selven rechte, gelijck hij die van voiren gehadt heeft et sat(is) oblig(ando) et submitt(endo) se et sua in forma et war(as) voir ombelast prout, cor(am) Grave, Termonde, augusti xxi.

 

Hieronder een Latijnse akte, waarin melding werd gemaakt van Adrianus De Coster zone Adrianus en zijn vrouw Emerentiana Vander Hoeven, die minstens reeds op 29 januari 1597  hertrouwd was met Isaac Vanden Panhuysen.  Adrianus De Coster en Emerentiana Vander Hoeven bekennen ten aanzien van Barbara Loenis/Luenis dochtere Petrus een schuld van 3 karolusgulden te hebben.  Op 29 januari 1597 bekent Joannes De Pape als man van Barbara Luenis dat de schuld met de intresten werd vereffend door Isaac Vanden Panhuysen, de tweede man van Emerentiana Vander Hoeven. 

Bron : S.AL., Inventaris Cuvelier, register 7859, fol. 52r., akte dd. 9 augustus 1574.

Item Adrianus De Costere f(ilius) quond(am) Adriani et Emere(n)tiana Vander Hoeven, eius uxor, co(m)moran(tes) apud Rhodium S(an)cti) Petri, obligan(tes), recognoverunt se debere indivisim Barbare Loenys filie quond(am) Petri tres florenos caroli te xx st(uferos) monete curren(tis), hered(itar)ii redditus singulis a(n)nis ad novam augusti p(er)solven(dis) et in cambio quite et libere, quol(ibe)t ass(ecutu)m ad mo(nitionem) pignus vol(verunt) et tantum et poterint redimere q(ua)n(do) volverint que(m)libet denarium exinde median(tibus) sedecim denariis consi(mi)libus ac cum, cor(am) Schoonhoven, Berthijns, ixa. augusti.

            In de marge.

Item Jan De Pape als man en(de) mo(m)boir van(de) v(oer)s(creve) Barbele Luenis, heeft hier inne genoempt, heeft bekindt vuyt hand(en) Ysaacx Van(den) Panhuyse als man en(de) mombour Emerentiane Van(der) Hoeven, insgel(ijcx) hier inne gementio(n)neert, ontfanghen te hebben(e) de capitale pen(ningen) met alle de verloopen der van des(er) drije r(ins)g(ulden) erffel(ijck), tot nu toe v(er)schenen, consenteren(de) alsoo inde cassatie van des(en) contracte et sic vacat, act(um) xxixa. januarii 1597.

 

De onderstaande akte getuigt van enige liefdadigheid in vroegere eeuwen.  In de akte wordt melding gemaakt van Claudius Masquelier en Isaac Vanden Panhuysen als heilige-geestmeesters van de kerk van Wezemaal.  De patroonheilige van de kerk van Wezemaal was weliswaar Sint-Martinus, maar het was vooral Sint-Job die daar vereerd werd.  Wezemaal was dan ook een gekend bedevaartsoord.  Over het bedevaartsoord Wezemaal en de verering van Sint-Job kan ik verwijzen naar het zeer degelijke en uitgebreide 2-delige werk onder de redactie van Bart MINNEN, Den Heyligen Sant al in Brabant. De Sint-Martinuskerk van Wezemaal en de cultus van Sint-Job, 1000-2000, Averbode, 2011.  Het spreekwoord zo arm als Job zijn ken je wel zeker.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8222, fol. 188r., akte dd. 5 februari 1573.

Condt zij eenenyegelijcken dat meester Reynier Vander Molen als executeur vanden vuytersten wille ende testame(n)te jonckh(ee)rs Henricx wijlen Vander Meren sone wijlen heeren Henricx, ridde(re) als hij leeffde, in zijn(en) leven(e) de selve testateur gewoont hebbende ende gestorven te Wezemale, in tegenwoirdicheyt der schepenen van Loven(e) nabescreven gestaen, heeft om goidtswille ende in puerder aelmoessen gecedeert ende getransporteert en(de) ghaff ove(re) midts desen Glaude Masculier ende Isack Vanden Paenhuyse als heyligegeestm(eeste)rs der prochie kercke van S(in)t Jobs te Wesemale inden name ende tot behoeff vanden zelven Heyligengeest ende alder armste en(de) miserabelste persoonen vander voers(creve) prochie, in desen p(rese)nt ende accepteren(de), alsulcke vijff rinsg(uldenen) ende thien stuyvers erffelijck als die voers(creven) testateur treckende es op zeke(re) huys, staende te Bruessele inde Berchstrate, achtervolgen(de) den schepenen brieff der stadt van Bruessele van date xvc. achthiene, sesthiensten dach va(n) junio, onderteeckent J. Brechts ende midts desen de heyligegeestm(eeste)rs voers(creven) den voers(creven) brieff overleveren(de), item heeft alnoch ind(er) qualiteyt voers(creven) ende tot behoeff voers(creven) alsulcken negen stuyvers erffelijck als de voers(creven) testateur treckende es op zeke(re) huys, staende te Bruessele op Swolffs Grecht, toebehooren(de) Adolph Van Vlierden, item alnoch een(en) cappuyn erffelijck, staende bepandt op zekere huys, staende te Bruessele int Wermoesbroeck, toebehoorende derffgen(aemen) van Gheerdt De Smet met den verloope van(de) selve, item alnoch een(en) stuyve(re) xviii (mij)t(en) erffelijck, wesende bepandt opt voers(creven) huys, item alnoch eenen stuyve(re) erffel(ijck), wesende bepandt op een huys, staende te Bruessele opde Werft, toebehooren(de) Franchoys(en) Va(n) Dieven, item alnoch het derdendeel in vier zisteren een viertel rogs als de testateur voers(creven) trecken(de) es op zeke(re) goeden, geleg(en) Sint Aechten Berchen, toebehooren(de) Joos(en) De Beer, mettten verloope van(de) selve, diewelcke rinten heeft die voerg(enoempden) m(eeste)r Reynier naer vermogen vanden voers(creven) testamente, gemaect ende gepasseert voer Cornelis(en) De Buff als notaris ende zeke(re) getuygen opden thiensten augusti a(nn)o xvc. lvi, heeft voerts overgegeven ten selven rechte als de voers(creven) testateur de zelve treckende ende heffende was, om die te hebben ende behouden gelijck ande(re) goeden ende rinten den selven armen gelaten, op merckelijcke conditien ende voerweerden datmen het innecomen van(de) selve rinten jaerl(ijcx) sal op Sinte Andries dach distribueren den alder armste ende miserabelste p(er)soon(en) van dijer prochie int openbaer volgen(de) den testame(n)te des voers(creven) Vander Meren oft bij gebreke van dijen dat de selffste rinten sullen devolveren opde arme ende miserabele persoonen van Sinte Machiels prochie te Loven(e) en(de) soe wanneer de selve rinten gequeten sullen wordden, datse de pen(ningen) daeraff comen(de), ter zelver natueren sullen moeten employeren soe dickwils ende menichwerffven als dat gebeuren zal, sijnde in desen bijden voers(creven) m(eeste)ren Reynie(re) zoe tot zijn(en) als der voers(creve) gesubstitueerde verzekerheyt merckelijck ondersproecken ende geconditioneert ende bijden heyligegeestm(eeste)ren geaccepteert dat ingevalle in toecomende tijde ter zaken voers(creven) ende oyck transporte bij desen gedaen, eenige moyenisse oft questie aengedaen oft gesocht wordde, dat de voersch(reve) heyligegeestm(eeste)rs voer soe vele der voers(creve) rinten aengaet, ten laste der selver rinten dat sullen schuldich zijn te defenderen ende den voers(chreven) m(eeste)ren Reynie(re) costeloos ende schadeloos te ontheffen, alsoe dat hen ende elcken van hun ende hueren nacomelingen in toecomenden tijden sal mogen genoech zijn, coram Liedekercke, Ketelboete(re), februarii va.

 

Hieronder een akte met vermelding van Isaac Vanden Panhuysen als heilige geestmeester van Wezemaal.  Schijnbaar reikte de invloed van Wezemaal ver, waarschijnlijk door de verering van Sint-Job.  Het is geweten dat de kerk van Wezemaal n der rijksten was uit de omgeving (Bart MINNEN, Den Heyligen Sant al in Brabant. De Sint-Martinuskerk van Wezemaal en de cultus van Sint-Job, 1000-2000, Averbode, 2011).

Bron : S.A.L., Inventuris Cuvelier, register nr. 7857, fol. 61v., akte dd. 22 augustus 1572.

Item Ysack Van(den) Panhuyse, heyligegeestm(eeste)r, Jacop Van(den) Calster, meyer, en(de) Anthonis Van Wesemale, als gemechticht van(de) heyligeestm(eeste)rs van Wesemael, in p(rese)ntia, hebben gekindt ontfangen te hebben vuyt handen m(eeste)r Joos De Vroye als gesubstitueerde m(eeste)rs Reyniers Van(der) Malen, eenige executeur jonch(eer) Henr(icx) wijlen Van(der) Meeren, in sijn(en) tijt woonende tot Wesemale, een(en) scepen(en) br(ief) van Bruessel van(der) daet ia. aprilis a(n)no lxviii, inhoudende achtien rinsgul(denen) erffel(ijck) op seker landen tot Schaerbeeck, noch een(en) scepen(en) brief van ... [n.v.] van Gaesbeke van(der) daet xxii. junii a(n)no lxxi, spreken(de) van twee(n)twintich rinsgul(denen) ende thien st(uvers) erffel(ijck), noch een(en) scepen(en) br(ief) van S(in)te Peeters Leeuwe in date p(ri)ma ap(ri)lis a(n)no xvc. lxviii van vier rinsgul(denen) en(de) thien stuvers erffel(ijck) op sekeren boogaert, gelegen inde voirs(creve) p(ro)chie, ende dat tot behoef van darme persoon(en) van Wesemale, breder gemencioneert int transport van(den) selven renten voer scepen(en) van Loeven, gepasseert xv marcii lestleden, coram Ketelboete(re), Wynde, xxii. augusti.

 

Nogmaals een akte, waarin Isaac Van den Panhuysen en Anna Spoelberchs worden vermeld.  Zij kwamen in het bezit van een anderhalf dagmaal broek in het Hefsterbroeck (Hellichterbroek) onder Rotselaar, dat zij verkregen hadden van Petrus Van der Aa, raadslid van de koning in hertogdom Brabant.  Deze laatste liet zich voor de overdracht vertegenwoordigen door Guilielmus Van den Broeck.  De datum van de akte is gebaseerd op de datering van de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7463, fol. 112r., akte dd. 3 oktober 1569.

Item in tegenwoerdicheyt des meyers van Loeven(e) gestaen Willem Van(den) Broecke tot des naebescreven staet te doene bij m(eesteren) Peeteren Vand(er) Aa, raedt ons genad(ichs) heeren des conincx in Braba(n)t, special(ijck) ende onwederoepel(ijck) geconstitueert zijn(de) ulti(m)a septembris lestled(en) voe(r) m(eestere) Jannne Van Wamele als notaris ende zekere getuyghen, gelijck tselve gebleken is bij den aucte(n)tycken instrume(n)te d(aer)aff zijnde, geteecke(n)t bijden v(oir)s(creven) Wamele de zelve bij manissen heeft opgedragen vuyt crachte als voe(r) met behoerel(ijcke) v(er)thijdenisse onderhalff dachmael broecx, geleghen onder Rotselaer int Hefsterbroeck tussche(n) de Dijle ter eenre, Ysack Vanden Panhuyse ter iier. en(de) ... [n.v.] ter iiier. zijden, als de voers(creven) opdrage(re) vade(re) v(er)cregen heeft opd(en) xiiien. martii a(n)no xvc. ende vijftich in 3a. tegen Jannen Kessel, exp(osito) imp(ositus) est de voers(creven) Ysack Van(den) Panhuyse ende Anna Spoelberchs, zijn(e) huysv(rouw)e, p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) vuyt crachte als voe(re) op shee(ren) chijs ta(m)q(uam) p(ro)ut jure, cor(am) eisd(em).

 

Hierbij drie opeenvolgende akten van dezelfde datum met interessante en nieuwe gegevens over de familie Vanden Panhuysen. Emerentia Vander Hoeven was eerst gehuwd met Isaac Vanden Panhuysen en een tweede maal met Adrianus De Costere (Cuesters).

1.      Isaac Vanden Panhuysen x Emerentia Vander Hoeven, waarvan o.m. :

                  -        Joannes Vanden Panhuysen (x N.N.).

2.      Adrianus De Costere x Emerentia Vander Hoeven, waarvan o.m. :

                   -        Catharina Cuesters x Gaspar Van Halbeeck, waarvan :

                            -        Elisabetha Van Halffbeeck, ged. Wezemaal 09.04.1593

                                     (ss. : Joannes Vander Hoven en Elisabetha Van Halffbeeck),

                                     als moeder alleen Catharina vermeld.

                            -        Emerentiana Van Halbeeck, ged. Wezemaal 23.05.1596

                                     (ss. : Isaac Vanden Panhuyse en Maria Van Halbeeck),

                                     als moeder alleen Catharina vermeld.

                            -        Anna Van Hallebeeck, ged. Wezemaal 09.03.1599

                                     (ss. : Henricus Mijns Heeren en Anna Van Berch),

                                     als moeder alleen Catharina vermeld.

                            -        Dymphna Van Hallebeecke, ged. Wezemaal 09.04.1602

                                     (ss. : Guilielmus Vanden Panhuyse en Dymphna Auroucx,

                                     moeder wordt Catharina Van Hove genoemd.

                            -        Joannes Van Hallebeeck, ged. Wezemaal 23.03.1608

                                     (ss. : Joannes Vanden Panhuys, meier van Rotselaar, en Emerentiana Vander Hoeven

                                     echtgenote van Isaac Vanden Panhuyse, meier Van Wezemaal),

                                     vader afkomstig van Uythem onder de parochie van Sint-Pieters-Rode

Guilielmus Vanden Panhuysen, een andere zoon van voornoemde Isaac (en man van Margaretha Paeps) had op zijn beurt een zoon Isaac, gedoopt Wezemaal 31.12.1592. Deze zoon huwde eerst met Catharina Poortmans, eveneens in de akten vermeld (en nadien met Elisabetha Van Herck). Isaac Vanden Panhuysen en zijn eerste vrouw Catharina Poortmans hadden een zoon Joannes (NIEUW), ged. Wezemaal 21.11.1619 (ss. : Joannes de Lanne, secretaris van de baron van Wezemaal, en Emerentiana Vander Hoeven, grootmoeder). Bij de doop staat dat moeder Catharina Poortmans afkomstig is van Gelrode. De volgende kinderen behield Isaac van zijn tweede vrouw Elisabetha Van Herck.

Bron : S.A.L., Inventaris CuvelierI, register nr. 7509, folio 163r., akte dd. 11 maart 1619.

Item, in presen(tia), etc(etera), gestaen Emerentia Van(der) Hoeven wed(uw)e wijlen Isack Van(den) Panhuysen voor haer tocht en(de) Jan Van(den) Panhuyse soone wijlen Isack, meyer van Rotselaer, voorde proprieteyt voor drije vierendeelen, en(de) Jaspar Van Halbe[e]ck als man en(de) momboir van Cathlijn Cuesters, halff suster des voors(creven) Jans, absent, voor een vierendeel, voorden welcken den voors(creven) Jan hem inne desen is sterckmaecken(de) dat hij dit tegenwoordich transport voor een vierendeel sal lauderen en(de) approberen, per mo(nitionem) hebben opgedraeghen met behoorlijcke v(er)thijdenisse de hellicht van een huys mette brauwcamme, brauw ketel en(de) alle andere sijne toebehoorten, gestaen en(de) gelegen tot Wesemael, regen(oten) sheeren straete ten twee sijden en(de) een cleyn straetken ter derdere, exp(osito) imp(ositus) est Isack Van(den) Panhuyse soene wijlen Willems en(de) Cathlijn Poertmans dochter Adriaens, gehuysschen, woonen(de) tot Wesemael voors(creven), per mo(nitionem) et satis die voors(creve) opdraegeren obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma en(de) naementl(ijck) die voors(creve) Emerentia privilegio senat(us) cons(ulti) vell(eiani) de eo certiorata ac aliis quibuscunq(ue) in forma, warand waranderen(de) tselve halff huys en(de) toebehoorten op ontrent v st(uyvers) in dyen met tselve daermede bevindt belast te sijne, sullen die voors(creve) coopers tselve moeten thennen laste draegen en(de) ingevalle meer daerop bevonden wordt vuyt te gaene, dwelck die v(er)cooperen v(er)cleren nyet te weten, sullen den cooperen daeraff altijts indemneren, obligan(do), etc(etera), in forma, tanquam prout iure, coram Edelheer, Leunckens, martii xia., 1619.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7509, folio 163v., akte dd. 11 maart 1619.

Item, in presen(tia), etc(etera), gestaen Isack Van(den) Panhuyse soene wijlen Willems en(de) Cathlijn Poertmans, gehuysschen, woonen(de) tot Wesemael,  per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse vijff virendeel beempts, gelegen onder Wesemael, regen(oten) Jan Van Panhuyse, meyer van Rotselaer, in twee zijden, en(de) de Perckstraet ter iiie. zijden, exp(osito) imp(osita) est Emerentia Van(der) Hoeven wed(uw)e wijlen Isack Van Panhiuyse voorde tocht en(de) Jan Van Panhuyse voorde proprieteyt van drije vierendeelen en(de) Cathlijn Cuesters, een oock voorde proprieteyt van een vierendeel, per mo(nitionem) et satis die voors(creve) opdraegeren obligan(do), etc(etera), et waras op een(en) quaert cappuyns tanquam prout iure, eisd(em).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7509, folio 164r., akte dd. 11 maart 1619.

Item Isack Van Panhuyse soene wijlen Willems en(de) Cathlijn Poertmans, gehuysschen, obligan(tes), etc(etera), hebben indivisim ende elck in solidum bekendt, gelijck sij bekennen midts desen, schuldich te sijne Emerentia Van(der) Hoeven weduwe wijlen Isack Van Panhuyse voor haer tocht en(de) Jan Van Panhuyse, meyer tot Rotselaer, sijne erffven en(de) naercomelingen voorde proprieteyt van drij deelen en(de) Cathlijn Cuesters voor een vierendeel naerde doot der voors(creve) Emerentia twelff carolus gul(den)s te xx st(uyvers) Brabants stuck erffel(ijcke) rente, alle jaer op date deser te v(er)schijnen en(de) in deser stadt wissele van Loven oft tot Rotselaer ten contentemente en(de) keuse der renthefferen te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere penn(ingen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolibet assecutum et ad mo(nitionem) pignus valens duplum et tantum obligan(do), etc(etera), met conditie dat die voors(creve) bekinderen, henne erffven en(de) naercomelingen die voors(creve) rente sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal ten twee reysen, elcke reyse de hellicht tegen den penn(inck) xvi en(de) met volle rente, midts welcke bekintenisse en(de) opdrachte van(de) vijff vierendeelen beempts, inden voorgaen(den) contracte begrepen, soo bekinnen die voors(creve) Emerentia en(de) Jan Van Panhuyse te vollen voldaen te sijne van(den) coop van(den) voors(creven) halven huyse en(de) brauwcamme, op heden gedaen en(de) gepasseert, in welcke voors(creve) bekintenisse van xii rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) sijn begrepen alsulcke twee gul(den)s en(de) acht st(uyvers) vuyt eene meerdere rinte van vier gul(den)s xvi st(uyvers) erffel(ijck) als die voors(creve) Emerentia was trecken(de) opden voors(creven) halffven huyse, consenteren(de) voor sulcx inde cassatie van(de) voors(creve) twee gul(den)s en(de) viii st(uyvers) erffel(ijck), promitten(tes), etc(etera), ende om de voors(creve) Emerentia, heuren erffven en(de) naercomelinghen van(de) voors(creve) xii g(u)l(dens) erffel(ijck) en(de) jaerl(ijcxe) betaelinghe der selver te bat te v(er)seckeren, hebben die voors(creve) bekinderen geconsenteert int maecken van mainmise over alle henne goeden en(de) int decreet der selver sonder daegement, eisd(em).

 

De volgende akte lijkt weer de kladversie te zijn van de akte dd. 11.03.1619 uit het register nr. 7509 (folio 163r.). In deze akten stonden heel wat doorhalingen en enkele inlassingen in de rand.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7510, folio 55r., akte dd. 11 maart 1619.

Item, in presen(tia), etc(etera), gestaen Emerentia Van(der) Hoeven wed(uw)e wijlen Isack Van(den) Panhuysen voor haer tocht en(de) Jan Van(den) Panhuyse soene wijlen Isack, meyer van Rotselaer, voorde proprieteyt voor drije vierendeelen, en(de) Jasp(ar) Van Halbeck als man en(de) momboir van Cathlijn Cuesters, halff suster des voors(creven) Jans, absent, voor een virendeel, voorden welcken den voors(creven) Jan hem in desen is sterckmaecken(de), dat hij dit teghenwoordich transport voor een virendeel sal lauderen en(de) approberen, per mo(nitionem) hebben ind opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse de hellicht van een huys mette brauwcamme, brauw ketel en(de) alle andere sijne toebehoorten, gestaen en(de) geleghen onder tot Wesemael, regen(oten) sheeren straete ten twee sijden en(de) een cleyn straetken ter derdere, exp(osito) imp(ositus) est Isack Van(den) Panhuyse soene wijlen Willems en(de) Adriana Schrieckmans Cathlijn Poertmans dochters Adriaens, gehuyschen, woonen(de) tot Wesemael voors(crreven), per mo(nitionem) et satis die voors(creven) opdraegeren obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma en(de) naementl(ijck) die voors(creve) Emerentia privilegio senatus consulti velleani de eo certiorata ac aliis quibuscunq(ue) in forma, waranderen(de) tselve halff huys en(de) toebehoorten op ontrent x st(uyvers) v st(uyvers) in dijen men tselve dazer mede bevindt belast te sijne, sal den voo sullen de voors(creve) coopers tselve moeten thennen laste draeghen en(de) ingevalle meer daerop bevonden wordt vuyt te gaene, dwelck die v(er)cooperen v(er)cleren nyet te weeten, sullen den cooperen daeraff altijts indemneren, obligan(do), etc(etera), in forma, tanq(uam) prout iure, coram Edelheer, Leunckens, martii xi., 1619.

 

De volgende akte is weer de kladversie van de tweede akte dd. 11.03.1619 uit het register nr. 7509 (folio 163r.).

Bron : Inventaris Cuvelier, register nr. 7510, folio 55r., akte dd. 11 maart 1619.

Item, in presen(tia), etc(etera), gestaen Isack Van(den) Panhuyse soene wijlen Willems en(de) Adriana Schrieckmans Cathlijn Poertmans, gehuyschen, woonen(de) tot Wesemael, per mo(nitionem) hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse vijff virendeel beempts, geleghen onder Wesemael, regen(oten) Jan Van(den) Panhuyse, meyer tot van Rotselaer, in twee sijden en(de) de Perckstraete ter iiire. sijden, exp(osito) imp(ositus) est Emerentia Van(der) Hoeven wed(uw)e wijlen Isack Van(den) Panhuyse voorde tocht en(de) Jan Van(den) Panhuyse voorde proprieteyt, van(de) drije virendeelen, en(de) Cathlijn Cuesters voor het een vierendeel, oyck voorde proprieteyt van een virendeel, per mo(nitionem) et satis die voors(creve) opdraegheren obligan(do), etc(etera), et waars op een halffven quaert cappuyn, tanq(uam) prout iure, eisd(em).

 

Hier is de derde akte dd. 11.03.1619 (kladversie) die betrekking heeft op de familie Vanden Panhuysen die ook in het register nr. 7509 werd vermeld op folio 164r. ul.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7510, folio 55v., akte dd. 11 maart 1619.

Item in pre Isack Van(den) Panhuyse soene wijlen Willems en(de) Adriana Schrieckmans Cathlijn Poertmans, gehuyschen, obligan(tes), etc(etera), hebben indivisim en(de) elck in solidum bekindt, gelijck sij bekinnen midts desen schuldich te sijne Emerentia Van(der) Hoeven weduwe wijlen Isack Van(den) Panhuyse voor haer tocht en(de) Jan Van(den) Panhuyse, meyer van Rotselaer, sijne erffven en(de) naercomelinghen, voorde proprieteyt van drije deelen, en(de) Cathlijn Cuesters voor een virendeel, naerde doot der voors(creve) Emerentia twelff carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants stuck, erffel(ijcke) rente, alle jaer op date deser te v(er)scheynen en(de) in deser stadt wissele van Loeven oft tot Rotselaer ten contentemente en(de) keuse der renthefferen te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen) en(de) impositien, inne gestelt oft naermaels inne te stellen in futur(um) quolibet et assecut(um) et ad mo(nitionem) pignus valens dupl(um) et tant(um) oblig(ando), etc(etera), met conditie dat die voors(creve) bekinderen, henne erffven en(de) naecoemelinghen de voors(creve) rinte sullen moeghen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hen gelieven sal ten twee reysen, elcke reyse de hellicht teghen den pen(ninck) xvien. en(de) met volle rinte, midts welcke bekentenisse en(de) opdrachte van(de) vijff virendeelen beempts, inden voorgaen(de) contracte begrepen, soe bekinnen die voors(creve) Emerentia en(de) Jan Van(den) Panhuyse te vollen voldaen te sijne van(den) coop van(den) voors(creven) paenhuyse en(de) brauwcamme, op heden gedaen en(de) gepasseert, in welcke voors(creve) bekintenisse van xii r(insguldens) erffel(ijck) sijn begrepen alsulcke twee gulden en(de) acht stuyvers vuyt eene meerdere rinte van vier g(ulden) xvi st(uyvers) erffel(ijck) als de voors(creve) Emerentia was trecken(de) opd(en) voors(creven) halffven huyse, consenteren(de) voorsulcx inde cassatie van(de) voors(creve) twee gulden en(de) acht st(uyvers) erffel(ijck), promitten(tes) etc(etera), eisd(em) en(de) om de voors(creven) Emerentia en(de) huere erffven en(de) naecomelinghen van(de) voors(creve) xii g(ulden) erffel(ijck) en(de) jaerl(ijcxe) betalinghe der sever te bat te v(er)seckeren, hebben die voors(creve) bekinderen geconsenteert int maecken van mainmise over alle henne goed(en) en(de) int decreet der selver sonder daegement, eisd(em).

 

Hierbij een akte met vermelding van Emerentiana Vander Hoeven, weduwe van Isaac Vanden Panhuysen, met haar zoon Joannes.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 193v., akte dd. 27 april 1618.

Item in tegenwoordicheyt des meyers, etc(etera), is gecomp(areer)t m(eeste)r Godevaert Martens, rentm(eeste)r des godsthuys van Vrouwenperck, om t' gene naerbe(chreven) staet te moghen doene, behoorel(ijck) gemechticht en(de) geauthorizeert bijde eerw(eerdige) vrouwe abdisse en(de) conventuaelen met procuratie speciale en(de) irrevocable, gepass(eer)t voor Jannen Hermans, not(ari)s, ende zekere get(uygen) den xix. aprilis van desen tegenwoordighen jare, den heeren schepen(en) naerbes(chreven) volcomel(ijck) gebleken en(de) heeft naer vermoghen vande selve procuratie opged(raeg)en met wettighe v(er)thijdenisse eerst twee rinsg(uldens) erffel(ijck) metten loopen(de) jare der selver sonder voorder, den godtshuyse competerende op eenen boogaerdt, geleghen tot Beversluys, toebehooren(de) jo(ncke)r Gillis Edelheer, regen(oten) de Winghe ter eenre, Jan Van(den) Bossche ter iire., item acht stuyvers erffel(ijck) metten verloopen der selver, den godtshuyse competerende op eenen bemdt, geleghen t' Vuythem onder Wesemael, toebehooren(de) den erffgen(aemen) Jacques Van(den) Panhuyse, gen(oempt) het Caris, ende den opdragere d(aer)vuyt ontgoeyt en(de) onterfft zijn(de), zoo is d(aer)inne gegoeyt en(de) geerft Emerentiana Van(der) Hoeven, wed(uw)e van wijlen Isaacq Vanden Panhuyse, en(de) Jan Van(den) Panhuyse, haren sone, per mo(nitionem) ende dat ter saecken van mangelinghe op en(de) teghens een huys, hoff en(de) toebehoorten, genoemt het Hoeffijser, tot Rotselaer, naerder int naervolgen(de) contract te specificeren, en(de) comen midts desen te smelten ende te casseren alsulcke vier guld(ens) en(de) thien st(uyvers) erffel(ijck) onbegrepen als het godtshuys was hebben(de) opt voors(chreven) huys ende boven dijen zoo geloeft den voors(chreven) Godevaert vuyt crachte zijnder commissie aen d' opdragheren voors(chreven) optelegghen en(de) te betaelen binnen een(en) jare, eyndende xix. aprilis 1619, die somme van een hondert guld(ens) eens ass(ecut)um oft bij gebreke van dijen, zoo bekent den voors(chreven) Martens als nu voor als dan eene erffelijcke rente, daer voor van sesse guld(ens) s(iae)rs, allen jare te verschijnen xix. aprilis en(de) te quyten t' seffens en(de) t' eenemael met hondert guld(ens) capitaels volgens zijne commissie voors(chreven), obligeren(de) en(de) sub(mitterende) prout in forma, eodem eisdem. 

De vorige akte wordt gevolgd door de onderstaande akte van dezelfde datum met vermelding van Emerentiana Vander Hoeven, weduwe van Isaac Vanden Panhuysen, met haar zoon Joannes.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 194r., akte dd. 27 april 1618.

Item in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Emerentiana Vander Hoeven, wed(uw)e van wijlen Isaacq Van(den) Panhuyse, in desen geass(isteer)t met Jan Van(den) Panhuyse, haren sone, hebben t' samenderhandt opged(raeg)en met behoorel(ijcke) v(er)thijden(isse) een huys, hoff, erffve ende toebehoorten, genoemt het Hoeffijser, liggen(de) onder die baenderije van Rotselaer, regen(oten) den watermolen des voors(chreven) godtshuys ter ire., s' heeren strate ter iire., die beke, gen(oempt) den Lostinck, ter iiire. zijden, expos(ito) impos(itus) est iure haeredit(ario) m(eeste)r Godevaert Martens, als rentm(eeste)r en(de) tot behoeff van het godtshuys van Vrouwenperck, ter zaecken van erffmangelinghe, opde partijen, int voorgaende contract begrepen, allen naer v(er)moghen zijnder commissie, hem gegeven bij d' eerw(eerdige) vrouwe abdisse en(de) conventualen van(den) voors(chreven) godtshuyse met wettighe procuratie speciale en(de) irrevocable, gepass(eer)t voor Jannen Hermans als not(ari)s en(de) get(uygen den xixen. deser loopen(de) maendt en(de) jare, den heeren schepen(en) naerbes(chreven) volcomel(ijck) gethoont, et satis die voors(chreve) opdrageren obligan(tes), sub(mittentes) ac renun(ciantes) prout in forma, et waras d(aer)op dat zij sedert hunnen v(er)crijghe, eertijden gedaen teghen die van(den) godtshuyse, dit parcheel niet en hebben v(er)cocht, belast noch v(er)alieneert, cederende voorts eodem iure, behoudel(ijck) dat midts desen transporte comen te smelten en(de) geheel(ijck) te sneven, doot en(de) te niet te blijven alsulcke vier guld(ens) thien st(uyvers) onbegrepen als die van(den) godtshuyse daerop waren treckende, ghelijck partijen dat verclaerden, eodem eisdem.

 

In de volgende akte wordt melding gemaakt van Isaac Vanden Panhuysen en zijn vrouw Emerentia(na) Vander Hoeven. In de marge maakt men nog melding van hun schoondochter Dymphna Aurocx, weduwe van Joannes Vanden Panhuysen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7890, folio 423v., akte dd. 13 juni 1616.

Item Jan Dillemans sone en(de) Anna Van(den) Bossche, gehuysschen, woonen(de) te Vlasselaer onder Wesemael, he tot desen v(er)obligeren(de) en(de) submitteren(de) hunne respective persoon(en) en(de) goed(en) ter cohertien en(de) jurisdictien des heeren meyers en(de) schepen(en) van Loven, hebben onbesundert, onverscheyd(en) en(de) elck een voer al als principael bekent schuldich te sijn Izaacq Vand(en) Panhuyse en(de) Emerentia Vander Hoeven, gehuysschen, acht carolusg(uldens) te xx st(uyvers) tstuck, munte in Brab(an)t cours en(de) loop hebben(de), erffel(ijcke) rente, alle jaere op heden datum van desen te betalen en(de) inder stadt wissele van Loven, los en(de) vrij, etc(etera), oyck van xe., xxe., ce., mindere en(de) meerde(re) pen(ningen), als schult met rechte verwonnen, oblig(ando) et submitt(endo) ind(ivisi)m in forma, geloven(de) voerts ter manissen pant te stellen, geleg(en) onder tbescrijff van Loven, weerdich sijn(de) boven alle voergaen(de) co(m)meren en(de) lasten d(aer)op vuytgaen(de), dobbel rente, en(de) altoos soo vele te doene dat d(en) v(oer)s(chreven) renthefferen en(de) hunne nacomeling(en) ten eeuwig(en) dag(en) zal mogen genoech zijn, sub oblig(atio) p(re)d(ict)a met conditien dat de v(oer)s(chreve) bekenderen des(elv)e rente van acht rinsg(uldens) altijt zullen mog(en) lossen en(de) affquyten tallen tijd(en) alst hen gelieven zal teender reysen teg(en) d(en) pen(ninck) xvie. en(de) met volle rente, coram Vander Thommen, Nijverseel, junii xiii., 1616.

Sent(entiatum) per Andream Ghijseleers ad opus Emerentianae Van(der) Hoeven, coram Loomans, Willemaerts, sept(embris) 19., 1623.

            In de marge.

Item Digna Aurogs wed(uw)e wijlen Jan Vanden Panhuyse heeft bekent en(de) geleden dat Anna Van(den) Bossche weduwe wijlen Jan Dillemans aen haer gelost en(de) affgequeten heeft dese acht gul(dens) tsiaers, in dit c(on)tract gementioneert, blijvende de selve Anna alnoch mits desen ten achter de so(m)me van xi gul(dens) eens ter saecken van het v(er)loop der rente, die welcke sij geloeft tuschen nu en(de) Lovenkermisse toecomen(de), tanq(uam) ass(ecu)tum), c(on)senteren(de) oversulx inde cassa(ti)e der selver rente et sic vacat.

Dit is thanteecken  +  vande v(oir)s(chreve) Digna.

Opden x. octob(ris) 1633 is gecomp(areer)t die v(oir)s(chreve) Digna Aurogs, die welcke mits desen bekent van het restant te vollen te sijn voldae(n), schelden(de) alsoo de v(oir)s(chreve) Anna Van(den) Bosche, d(aer)van volcomel(ijck) quyte.

Dit is  +  thanteecken vande v(oir)s(chreve) Digna Aurogs.

 

Hierbij een akte met vermelding van Isaac Vanden Panhuysen en zijn vrouw Emerentiana Vander Hoeven en hun zoon Joannes.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7888, folio 23r., akte dd. 23 augustus 1613.

Allen, etc(etera), dat jouff(rouwe) Anna Haulanus dochtere wijlen heer en(de) m(eeste)r Eckius Haulanus, in sijnen leven licen(tiaet) in bijde rechten ende weduwe m(eeste)r Diericx wijllen Van Berckel, haer in desen sterckmaecken(de) voor haere kinderen, bij haer behouden vanden voors(chreven) vanden voorschreven m(eeste)ren Diericken, in presentia, heeft gecedeert en(de) getransporteert ende overgegeven, cedeer, transporteert ende gheeft over midts desen Jannen Van(den) Panhuyse, p(rese)nt ende dat accepterende inden naem ende ende (!) tot behoeff van Isaacq Vanden Panhuyse, sijnen vader, alsulcke rente van vijff rinsguldens erffel(ijck), te lossen den penninck xviiie., als wijlen Peeter Van(den) Eynde alias Raeps, in sijn leven ghewoont hebben(de) te Werchteren, met sijnen consorten personel(ijck) bekindt hebben ghehadt voor schepenen van Loven opden lesten aprilis libro xvc. liiii in media aen wijlen Sebastiaen Lenarts ende Aerden De Jonghe als momboirs ende tot behoef van Barbara Houbocx ende van welcke voorschreven rente dactie alsnu is competeren(de) die voorschreven transportante midts der afflijvicheyt des voorschreven) wijlen m(eeste)r Eckius, haers vaders, die de selve in sijnen leven vercregen ende altijt ontfanghen heeft ghehadt, soe sij vercleerde, om bijden voorghenoemden Isaecken de selve rente alle jaer van nu voirtaen gheheyscht, ghemaent, opghebuert ende ontfanghen te worden tot sijnen eyghen ende singulieren proffijte ende behoeve, te dijen eynde den selven midts desen cederen(de) ende overghevende doriginele brieven van constitutien der selver rente met alle ende ieghewelcke conditien ende gheleuften, daerinne begrepen, om die al ten selven rechte te hebben ende te houden, ghelijck sij transportante die voor date van desen al hebbende was et satis die voorschreven transportante de cessis obligeren(de) ende submitteren(de) et waras voor eene goede ende deughdel(ijcke) rente, onbelast ende ongealieneert prout, coram Loomans, Nijverseel, augusti xxiii., 1613.

            In de marge.

De rente van vijff r(ins)g(uldens) erffel(ijck), in desen contracte v(er)melt, is bij Paulyne Van(den) Eynde ghequeten en(de) affgheleet aen Jan Van(den) Panhuyse zone wijlen Isaacx, den welcken deselve rente bij wijlen Emerentiana Van(der) Hoeven, zijn(e) moedere, is geced(eer)t en(de) ghetransp(or)teert, zoo hier is ghebleken, zoo oyck de selve rente ten respecte reg(ist)re in margine van(de) constitutie brieff, wesen(de) van(der) daet ulti(m)a ap(ri)lis lib(ro) 1554 in media, is ghecasseert, doot en(de) te nyete ghedaen, des toirconden, etc(etera), actu(m) xa. septembris 1629.

Jan Vande Panhuysse.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Vandenpanhuijsen Katlijn, XV (M18999),

 

Van den Panhuysse Isaak, ca. 1553, x ca. 1575 met Emerantia van Lantrop,

Hij wordt vermeld in "de declaratie ... van den huysen ..." opgemaakt a 1597: "Isaack van den Panhuysse als proprietaris houdt onder Rotselaer dry dachmaelen maybempts".

Beschrijving van pand voor lening door Isaak Vanden Panhuysse van 1300 gulden van Groot Begijnof in Leuven.
Sint Anthonis: huys ende hof met syne toebehoorten gestaen en gelegen tot Rotselaer genoemt Sint-Anthonis regenoten de Straet van kerck naerde pastorye ten eender, deselve pastorye ter tweede, Sint Cathlyne autaer ter derde, de straet naer het kerckhoven verledeken ter vierde syde
Herberg en brouwerij, gelegen op de plaats waar nu het gemeentehuis staat, was zeker in het begin van de 17de eeuw eigendom van de familie Vanden Panhuyzen, die eigenaar bleef tot in het derde kwartaal van de 18de eeuw. Door erfenis ging het toen naar Jan Verstraeten.

 

Onderstaande akte (met dank aan Paul Peeters) inzake de pacht van de tienden van de abdij van Averbode te Wezemaal. Ditmaal waren het Isaak Van den Panhuysen en Franois Van Roye, hun sterk makende voor Sebastiaan Van Beneden en Willem Van den Panhuisen, die optraden als tiendenaars. De was die moest geleverd worden, diende voor het verlichten van de kerk.Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7480 fol. 28v, akte dd. 27.07.1587.Item Isaeq Vanden Paenhuyse, Franchois Van Roye, innegesetenen der baenderije van Wesemal, ende hen sterckmaeckende voer Sebastiaen Van Beneden ende Willem Vanden Panhuyse, insgelijcx woonende tot Wesemael, die welcke sij geloven in dijen te hebben, dat sij dit tegenwoirdich zullen lauderen ende approberen in p(rese)ntia, etc(etera), hebben bekindt ende bekinnen midts desen in pachtinge genomen te hebben tegen der eerw(eerde) vader in goede den prelaet des goidtshuys van Everbode seeckere desselffs convents thiende int quartier van Wesemael voernoemt vanden jaere xvc. lxxxvii, te wetene om ende voire thien mudden corens, thien mudden gersten ende thien mudden boeckweye Lovensche mate, die welcke die voirs(creve) bekinders indivisim geloeft hebben wel ende loffelijck te betaelen ende tot Loven los ende vrije op cost ende last vanden voirscreven pachters ten huyse van Everbode te leveren op conditie dat die selve pachters terstont nae den oighst sullen vuytdorsschen ende het graen cuyssch, drooch ende leverbaer sullen volleveren, item sullen die voirscreven pachters geven tot licht onser kercken acht pont was, item vier carolus guldens dienaers gelt ende vijfftich busselen walms voer den pastoor, al los ende vrije van allen lasten, beden, contributien ende desgelijcx alsnu op die thienden voirscreven staende oft toecomende, welcke lasten dese thiendenaers gehouden sullen sijn te dragen sonder cortsel oft affslach der voirs(creven) pachtinge, al achtervolgende der voirscreven acte daeraff sijnde, alle welcke voirs(creve) leveringe ende conditien hebben die voirs(creve) pachters indivisim geloeft te voldoene ende tachtervolgen, assecutu(m), obligan(do), submitten(do) ac renuntian(do) in forma, coram Grave, Luenis, julii xxvii, lxxxvii.

      Uit dit huwelijk:

     Vanden Panhuijs Joannes, ca. 1575, brouwer, burgemeester van Rotselaar, + Rotselaar 11.12.1632,

     x Rotselaar 05.06.1599 met Dymphna Aurocx, meer info met aktes en commentaar van Paul Peeters bij Aurocx,

 

Vanden Panhuijs Joannes, XIII (S5988), ca. 1555,

 

Vanden Panhuijs Anna ?, ca. 1557,

 

Vanden Panhuysse Guilielmus, XIII (S5612), ca. 1559,

 

Vanden Panhuijs Lyncken (Elisabeth), ca. 1561,

 

2. Cuesters Cathariana, x met Gaspar Van Halbeeck,

     Uit dit huwelijk:

    Van Halffbeeck Elisabeth, () Wezemaal 09.04.1593 (g. Joannes Vander Hoven en Elisabeth Van  Halffbeeck),

     Van Halbeeck Emerantiana, () Wezemaal 23.05.1596 (g. Isaac Vanden Panhuyse en Maria Van Halbeeck),

     Van Hallebeeck Anna, () Wezemaal  09.03.1599 (g. 09.03.1599 (g. Henricus Mijns Heeren an Anna Van Berch),

      Van Hallebeecke Dymphna, () Wezemaal 09.04.1602 (g. Guilielmus Vanden Panhuyse en Dymphna Auroucx), moeder Catharina Van Hove,

     Van Hallebeeck Joannes, () Wezemaal 23.03.1608 (g. Joannes Vanden Panhuys en Emerantiana Vander Hoeven echtg. Isaac Van den Panhuyse meier van Wezemaal).

 


 

XV - Leijs alias Van Gele Willem (M18998), ca. 1545, x met Vandenpanhuijsen Kathlijn (M18999), ca. 1548.

 

Een heleboel aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Leijs alias Van Gele Willem.

 

Uit dit huwelijk:

 

Leijs alias Van Gele Geert, ca. 1564,

 

Leijs Maria, XIV (M9499), ca. 1565,

 

Leijs alias Van Gele Herman, ca. 1570, x 1 (niet Wez, ) met Maria Everaerts, + Wezemaal 23.02.1598, x 2 (niet Wez, ) met Joanna Verhoeven,

     Uit dit huwelijk:

     1. Leijs Guilhielmus, () Wezemaal 22.07.1593 (g. Capels Guilhelmus en Truijens Maria),

     Leijs Margareta, () Wezemaal 31.01.1597 (g. Foblets Joannes en Weijbrechts Maria),

      2. Leijs Joannes, () Wezemaal 17.08.1600 (g. Vanden Panhuijse Joannes en Van Zijpe Maria),

     Leijs Maria, () Wezemaal 25.11.1602 (g. Wterhelcht Gregorius en Vroenen Maria),

     Leijs Maria, () Wezemaal 20.05.1604 (g. Verlinden Charle en Van Hallebeeck Maria), 

     Leijs Anna, () Wezemaal 06.01.1607 (g. Verhoeven Nicolaes en Dauwen Anna jr), 

     Leijs Catharina, () Wezemaal 21.10.1609 (g. Maelcote Henricus en Verhoeven Catherina),

     Leijs Petrus, () Wezemaal 05.04.1611 (g. Reijniers Petrus en Verhoeven Anna), x met Anna Brugmans,

     Leijs Hermannus, () Wezemaal 15.12.1613 (g. Vermuelen Joannes en Muijsers Anna),

     Leijs Job, () Wezemaal 14.06.1617 (g. Vroelijcx Godefridus en Van Eijnde Anna).

 

 

 

XIII - Vanden Panhuijs Joannes (S5988), ca. 1555, x met ?

 

Bij de onderstaande goedenisakte (met dank aan Paul Peeters) wordt Hansken (Joannes) Van den Panhuysen, zoon van Isaac en kleinzoon van wijlen Henricus Van den Panhuysen officieel in het bezit gesteld van twee stukken beemd, gelegen in het Beversluisbroekske.  Ter verduidelijking, de Winde (geen tikfout) is hier natuurlijk de Winge.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7865, fol. 429r, akte dd. dd. 28 mei 1585.

Item, in p(rese)ntia vill(ici), etc(etera), Willem Brugmans sone wijlen Willems, achtergelaeten weduwer van wijlen Barbele Van Meerbeke dochte(re) wijlen Bernaerts, zoe inden name van hem zelven als vuyt vermoegen vanden testamente der zelver wijlen Barbele, gepasseert voer schepen(en) van Rotselaer opten ... [n.v.] ende anderssints in alder bester vuegen hem doenlijck zijnde, heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse twee stuc[x]kens beempts, gelijck de selve ombegrepen der maten gelegen zijn onder Rotselaer in Beversluys Broexken, regen(oten) van beyden stucxkens de Winde, aldaer vlieten(de) ende tRotselaer Velt, exp(osito) imp(ositus) Ysack Vanden Panhuyse sone wijlen Henr(icx) inden name ende tot behoeff Hansken Van(den) Panhuyse, sijn(en) zone, prius emancip(avit), per mo(nitionem) jure et satis obligan(do) et submitten(do) et waras op een(en) st(uver) ts(iaers), zoe verrre bevonden wordt de zelve goeden daermede belast te zijn(e) maer anders nyet, tanq(uam) prout, behalven den voirs(creven) Ysack daerinne zijn tocht ende vrij dispositie, coram Voshem, Liebrechts, maii xxviii.

Item es te weten zoe partijen vercleerden den rechtveerdigen coop te zijne vierendertich rinsguld(en) ende eenen guld(en) ten lijcoop, los gelts van pontpenn(ingen ende anderssints, al ten laste van(den) coope(re), cor(am) eisd(em).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7865, fol. 429v, akte dd. 28 mei 1585.

Item predictus Ysack, in p(rese)ntia, emancip(avit) pred(ictum) Johannem Van(den) Panhuyse, suum filium, a pane suo modo debito, quo facto Berwouts reconduxit, cor(am) Voshem, Liebrechts, maii xxviii.

 

Uit dit huwelijk:

 

Vanden Panhuijs Helena, ca. 1583, x Rotselaar 11.07.1627 (g. Anthonius Gooris, Joannes Van den Panhuysse, Adrianus Bries) met Henricus Van Hoeve, geen fii te Rot, Wez,

Hierbij twee opeenvolgende akten (met dank aan Paul Peeters) in het register.

11a. julii solemnizatu(m) est matr(imon)iu(m)

Henrici Va(n) Hoeve et Helena

Van den Panhuyssen, coram me

f(rat)re Brunoni Mertens, pastore,

Anthonio Gooris, Jo(ann)e Van den

Panhuysse, Adriano Bries,

aliisq(ue) qua(m) plurimis testibus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7517, folio 67v., akte dd. 30 augustus 1627.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Guilliam Herts, sijnde tot des naerbes(chreven) staet te doen, onwederroepel(ijck) geconstitueert bij procuratie, hem gegeven bij jo(uffrouw)e Marie Van Wamese dochter wijlen m(eeste)r Wouters en(de) van jo(uffrouw)e Catharina Ingels ten overstaen van jo(ncke)r Emont Van Richtrich, haeren wettigen man en(de) momboir voor den not(ari)s A. Van(den) Sande en(de) sekere getuyghen opden xxviii. augusti 1627, alhier gesien en(de) gebleken, bij manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse een stuck bempdts oft eussels, groot een halff boender, geheeten Momkens Eussel, gelegen onder Rotselaer, reg(eno)ten d' erffgen(aemen) Laureys De Man ter ie., het Stevemans straetken ter iir., d' erffgen(aemen) van Cornelis Van Grave ter iiir. en(de) het Schepstalbroeck ter iiii. sijden, expos(ito) impos(itus) est Jan Van(den) Panhuyse, meyer van Rotselaer, in(den) naem en(de) tot behoeff van(de) kinderen Jans Foiblets en(de) van Anna Aurogge p(er) mo(nitiomnem) et satis et waras op een halster haever aen(den) hertoghe van Aerschot sonder meer, coram eisdem.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7517, folio 67v., akte dd. 30 augustus 1627.

Item die voors(chreven) geconstitueerde vuyt crachte der voors(chreve) procuratie, p(er) mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijdenisse onderhalff dachm(ael) bempts, int Schepstalbroeck onder Rotselaer gelegen, reg(eno)ten den Ouden Demer gracht, expos(ito) impos(itus) est Henrick Van Hove, soo tot behoeff van hem als van Helena Van(den) Panhuysen, sijne huysv(rouw)e, p(er) mo(nitionem) et satis et waras voor onbelast prout, coram eisdem.

 

Vanden Panhuijs Wilhelmus, XII (S2994), ca. 1584,

 

Vanden Panhuijs Maria, ca. 1586.

 

 

 

XIII - Vanden Panhuyse Guilielmus (S5612), ca. 1559, x met Paeps Margareta (S5613), + Wezemaal 26.01.1639. Zij x 2 Wezemaal 23.09.1608 (g. Isaac Vanden Panhijs en Gregorius Wter) met Christianus Smoors.

 

Kerkrkg. 1578-88 f6 V: "item van Willem Van den Panhuysen die in huringhe ghenomen heeft een huys en hoefken gestaen op het Kerckhof toebehoirende deser Kercke den termijn van drije jaeren verschenen halfmeerte a XVCLXXXVIII".

 

"Christianus Moors, Peltanus (=Neerpelt), Braxator (=brouwer) Generosi Dni Baronis de Wesemael, Dni Lancelotti de Grobbendonck, et Margareta Paeps, relicta quondam Wilhelmi vanden Panhuijs, contraxerunt matrimonium in Ecclesia nostra, Wesemaliensi hac 23 septembris Anno 1608, prsentibus Isaac vanden Panhijs, mayero, et Gregorio Wter hellicht, tanquam testibus".

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een schepenakte met vermelding van Willem Vanden Panhuysen uit Wezemaal, zoon van Isaac (en van Anna Spoelberghe), alsmede van Claudius Masquelier uit Leuven, die gehuwd was met Emerentiana Van Lantrop.Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8230 fol. 5r, akte dd. 6 juli 1590.Item Sebastiaen Van Beneden soene wijlen ... [n.v.] ende Willem Van(den) Paenhuyse soene Izacx, beyde woonende tot Wesemale, hebben bekindt onverscheyden ende elck een voer al als principael schuldich te zijne Glaude Masquelier, woonende bynnen deser stadt Loven, die somme van tweenviertich rinsguldens eens, soe ter causen van geleenden gelde als coope van eenen waghen ende van zeeckeren garsse, bij henlieden vanden voirs(creven) Glaude gecocht en(de) hen peyselijck gevolght, zoe zij verclaerden, en(de) die te betalen te Loven kermisse naestcomen(de) anno 1590 als schult met rechte verwonnen en(de) daerenboven zoe geloven die voirs(creven) Sebastiaen en(de) Willem indivisim als voire den voirs(creven) Glaude te cultiveren een boender lants, daer die selve Glaude hem tselve wijsen zal en(de) tselve te geven twee behoirl(ijcke) vooren ende twee geechdt ende tselve alzoe te bereyden voer Bamisse naestcomende 1590 en(de) ingevalle zij tselve voer Bamisse nyet en doen dat hij panhGlaude tselve zal moghen doen doen thunnen coste en(de) dat zij die selve costen zullen moeten betaelen sonder eenighe rechtvoirderinghe daeromme te derffven doen, obligan(do), submitten(do) ac renuntian(do) omnibus et singulis in forma, cora(m) Leunys, Liebrechts, julii vi, senten(tiatem) p(er) p(re)dict(um) Masquelier, cora(m) Grave, Liebrechts, octob(ris) xvii, 1590.

 

Hierbij een interessante akte met diverse nakomelingen van Guilielmus Vanden Panhuyse x Anna Paeps xx Christianus Smoors. Het gaat over :

-     Guilielmus (Willem) Vanden Panhuysen (x Jacoba Vits), meier van Wezemaal.

-     Isaak Vanden Panhuysen  (x Catharina Poortmans xx Elisabetha Van Herck).

-     Godefridus Vanden Panhuysen (x Maria Van Inthout).

-     Guilielmus (Guilliame) Vanden Panhuyse.

-     de kinderen van Anna Vanden Panhuyse met haar man Henricus Van Inthout.

Het is zeer merkwaardig dat hier twee keer de naam Guilielmus wordt geciteerd (een lapsus van de griffier of misschien eenzelfde Latijnse voornaam voor twee verschillende personen ? / heb het ooit nog meegemaakt). Het lijkt me geen vergissing van de griffier, want hij citeert letterlijk Christiaen Smoors, hem sterckmaeckende voor Guilli(am)e, oock broeder des voors(chreven) Willems.

Daarnaast nog een Isaac Vanden Panhuyse en zijn zoon Joannes, die meier van Rotselaar was.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7518, folio 2v., akte dd. 26 juni 1628.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Guill(iam)e Herts, tot des naerbes(chreven) staet te doen, hebbende speciale procuratie, hem gegeven bij Jan Van(den) Panhuyse, meyer van Rotselaer, voor den not(ari)s m(eeste)r Librecht Van(den) Berghe en(de) sekere getuyghen opden vijffden july 1627, alhier gesien ende gebleken, bij manisse heeft opgedraegen met behoor(lijcke) v(er)thijdenisse die juste hellicht van allen die achtergelaeten goeden van wijlen Isaack Van(den) Panhuyse, sijns consti(tuan)ts vaeder, die hij v(er)cregen hadde, soo bij donatie als anderssins, van Willem De Neutere voor meyer en(de) schepen(en) deser stadt Loven opden xxiiiien. septembris 1626 in ia. cam(er)a, expos(ito) impos(iti) sunt Willem Van(den) Panhuyse voor een vijffdedeel, Isaack Van(den) Panhuyse oock voor een vijffdedeel, Goordt Van(den) Panhuyse insgelijcx voor een vijffdedeel, Guill(iam)e Van(den) Panhuyse oock voor een vijffdendeel en(de) die kinderen van wijlen Anna Van(den) Panhuyse, daer vaeder aff is Henrick Van Inthoudt, voor t' resterende vijffdedeel, per mo(nitionem) et satis et waras opden last, int voors(chreven) v(er)crijch begrepen, sonder voorder, mits welck voors(chreven) transport doodt en(de) te nyette gedaen worden allen actien en(de) pretensien, die d' een tegen d' andere soude moghen pretenderen, alles achtervolgende den v(oor)s(chreven) contracte notariael  hier naer volgende, coram Van Assche, Stockmans, junii xxvi., 1628.

Teneur der procuratie, in desen gemelt.

Compareren(de) op heden den vijffden july a(nn)o xvic. en(de) seven en(de) twintich voor mij Librecht Van(den) Berghe, openbaer not(ari)s, in Brabant geadmitteert, tot Loven residerende, en(de) die getuygen naergen(oemp)t, Jan Van(den) Panhuyse sone Isacx, meyer van Rotselaer, die welcke heeft gecedeert en(de) getransporteert, soo hij cedeert en(de) transporteert mits desen, aen en(de) tot behoeff van Willem Van(den) Panhyse, meyer van Wesemael, Isack Van(den) Panhuyse, Christiaen Smoors, hem sterckmaecken(de) voor Guill(iam)e, oock broeder des voors(chreven) Willems, Isack en(de) Willem voors(chreven) als momboirs van(de) onbejaerde kinderen van Anna Van(den) Panhuyse, hen tsaemen sterckmaeckende voor Goordt Van(den) Panhuyse, alle kinderen en(de) respective kindtskinderen wijlen Willems Van Panhuyse sone Isacx voors(chreven), allen t' recht, actie, pretensie als hen eenichssins gecedeert en(de) getransporteert bij donatie inter vivos bij Willem De Neutere sone Joos opden vijffden meert a(nn)o 1626 en(de) naerderhandt voor meyer en(de) schepen(en) van Loven vernieuwt in ia. ca(mer)a op den xxiiiien. septembris desselffs jaers 1626, te weten die juste hellicht van allen die achtergelaeten goeden opden voors(chreven) Willem De Neutere gedevolveert geweest sijnde van vaeder, moeder, kinderen en(de) anderssins volgende den transporte voors(chreven), voor mij not(ari)o gepasseert opden voorn(oempden) vijffden meert 1626, inder vuegen dat die tweede comp(aran)ten hen sijn stellende en(de) representeren(de) den persoon van(den) eersten comp(aran)t sonder dat den selven eersten comp(aran)t ergens inne gehouden sal wesen, tsij guarrandt, relievement oft yet anders, hoedanich dat soude mogen wesen, alleenlijck overtransporteren(de) t' gene hij eerste comp(aran)t daer aene soude mogen hebben, item is conditie en(de) in desen merckel(ijck) ondersproken dat hier mede doodt en(de) te nyette sijn alle pretensien, die d' een tegen d' andere totten dach van heden eenichssins soude mogen heysschen, t' sij van haeffve, erffve oft dyergelijcke, verclaeren(de) ende bekennende respectievelijck dese cessie te gebeuren bij gelijcke donatie, gelijck hem eerste comp(aran)t die selve als vore is geschiedt en(de) gedaen, alles sonder fraude, arch oft list, aldus gedaen ten huyse mijns not(ari)s ter p(rese)ntien van m(eeste)r Adam Hemselmans ende Aert Van Aershot als getuygen, constitueren(de) Leunckens, Herts, ... [n.v.], int witte van desen te stellen, t' saemen ende elcken van hen int besundere thoonder deser in hennen comp(aran)ten naeme te compareren voor meyer en(de) schepen(en) van Loven aut alias hoff en(de) heer competerent en(de) aldaer t' gene voors(chreven) is, in henne naemen te herkennen, promittentes gratum ac ratum de et super quibus, et(ceter)a, coram eisdem testibus, item is conditie dat de tweede comp(aran)ten moeten inne staen van en(de) voor alle relievementen, questien ende geschillen, soo dat den eersten nergens in en sal gemolesteert worden oft gehouden sijn, onder stondt, Jan Van(den) Panhuyse, Isack Van(den) Panhuyse, Christiaen Smoors, het handtteecken van Willem Van(den) Panhuyse, Adam Hemselmans, ende was ondert(eeckent) L. Van(den) Berghe, not(ariu)s.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Vanden Panhuyse Anna, () ca. 1588, + Wezemaal 03.02.1625, x Wezemaal 30.09.1607 (g. Theodoricus Van Vlasselaer en Isaac Vanden Panhuijs, mayerus Wesemaliensi) met Henricus Van Inthout, deze x 2 Wezemaal 29.07.1626 (g. Michael Enghelberts, Joannes Joannes en Andreas Valentijns) met Van Hoevelt Adriana,

"Henricus van Inthout, et Adriana van hoevelt, relicta michaelis van Schrieck, in Deeckte, quondam Rotarij huius Baronatus; Ao Derimatoris (?) Redie Dni Paschari Averboduensis; contraxerunt matrimonium in Ecclesia nostra Wesemaliensi, hac 29 Julij, anno 1626 (Dico precedetes coniuges contraxisse anno 1626; non autem anno 1627; unde facile advestre lector, peceroram (?) arridisse quod non sint in fine Anni 1626ti; asscrupti (?) loco videlicet suo). Contraxerunt autem, presentibus Domino ac fratre michaele Enghelberte, de Herckenrode, prope Hesseletum; sorro, sine, Vice-cinato Pastoris in Wesemael: Domino Joanne Joannis materculario (?), Ac Premissario, et magistro Andrea valentijns, Ludimayrthio (?); tanquam testibus,

solemnisavit autem hoc matrimonium, Dnus ac fre. Anthonius Leyssens, Corselius Religiosus Averbodiensis; et Pastor in Wesemael".

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Inthout Emerantiana, () Wezemaal 09.03.1608 (g. Vanden Panhuijs Joannes en Vander Hoeven Emerantiana),

     Van Inthout Maria, () Wezemaal 06.03.1610 (g. Van Mechelen Joannes en Mertens Johanna),

     Van Inthout Joannes, () Wezemaal 19.02.1612 (g. Vanden Panhuijs Joannes jr en Van Inthout Catharina),

     Van Inthout Wilhelmus, () Wezemaal 10.06.1614 (g. Vanden Panhuijs Wilhelmus en Berthauw Elijsabeth),

     Van Inthout Arnoldus, () Wezemaal 28.02.1617 (g. Van Beetz Arnoldus en Hoors Maria),

     Van Inthout Adriana, () Wezemaal 31.05.1618 (g. Van Inthout Dionisius en Holemans Adriana),

     Van Inthout Elijsabeth, () Wezemaal 18.08.1620 (g. Van Inthout Anthonius en Van Herck Elijsabeth),

     Van Inthout Anna, () Wezemaal 01.10.1622 (g. Vanden Booghaerts Dionysius ex Veltem en Vanden Panhuijse Anna ux. De Briers Adrianus ex Bexem,

 

Vande Panhuyse Joannes, () Wezemaal 21.11.1590 (g. Joannes Paeps en Anna Spoelbergers),

 

Vanden Panhuijse Isaac, XII (S2806), () Wezemaal 31.12.1592 (g. Joannes Vanden Panhuijse en Catharina De Vos oft Vanden Panhuijsse),

 

Vanden Panhuyse Godefrid, () Wezemaal 06.05.1597 (g. Godfried Vanhove en Margareta Van Inthout), (+) Wezemaal 16.09.1636, x Wezemaal 28.06.1620 (g. Wilhelmus Vanden Panhuijs frater en Henricus Van Inthout frater) met Maria Van Inthout,

"Godefridus vanden Panhuijs et maria van Inthout, de evervelt, Wesemalientes, contraxerunt matrimonium in ecclesia nostra Wesemaliensi hac 28 Junij a 1620.
Presentibus Wilhelmo vanden Panhuijs, fratre sponsi, et Henrico van Inthout, sponsae fratre, tanqi testibus".

 

Die Joannes hoeve oft Putvelthoeve gelegen aen heerlijckheijd van Wesemael lancx inne streckende & is als gichtdragere daervan Guilliam De Wit Henricqsone out 12 jaeren den 28 dec 1600 naer doot Guiliam De Wit Henrissone is dese keur verdinght door de meeste gegoede opden vierden meert 1645 nieuwe gichtdrager Jan Van Emelen Michielssone daer moeder aff was Barbara Van Hove out ontrent 15 jaere

- nu Berthel Van Inthout bij versterf Dierick Van Vlasselaer bij coop te voren Goort Van Panhuijsen met een dm lants reg Jan Van Inthout

- nu Nijs Van Inthout bij versterf Jan Van Inthout over een dm

- Goort Verreckt met thien vd

- Dierick Van Vlasselaer bij coop Wilm Van Vlasselaer Henricsone met dm lants reg Goort Verreckt. 

 

In de akte (met dank aan Paul Peeters) maakt men melding van Godefridus Vanden Panhuysen, zoon van Guilielmus en inwoner van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7518, folio 224v., akte dd. 4 mei 1629.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) Goordt Van(den) Panhuyse sone wijlen Willems, woonen(de) tot Wesemael, bij manisse heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse een dachm(ael) landts, gelegen tot Geelroede int Putvelt, regen(oten) sheeren straete suyden ter ie., Jan Van Inthout westen ter iie., Henrick De Wit oost en(de) noort ter iiie. en(de) iiiie. sijden, expos(ito) impos(itus) est Michiel Van Emelen, soo voor hem als voor Barbara Van Hove, sijne huysv(rouw)e, woonen(de) tot Geelroede voors(chreven), per mo(nitionem) et satis et waras op een blanck chijns en(de) voorts noch op alsulcke negen rinsg(uldens) vii st(uyvers) erffel(ijck) als die v(oor)s(chreven) v(er)cooper personel(ijck) is geldende aen Dirick Van Vlasselaer, welcke rente die v(oor)s(chreven) Goordt daervoor niet en sal worden gemolesteert noch aengesproken, ob(ligando) et sub(mittendo) ac ren(unciando) omnibus et singulis privilegiis in forma, vercleiren(de) den prijs van(den) coop te sijne boven de v(oor)s(chreve) negen rinsg(uldens) vii st(uyvers) om en(de) voor elff pondt groodt eens en(de) drije rinsg(uldens) lijffcoop, sijnde in desen ondersproken dat die v(oor)s(chreven) cooper het landt sal aenveerden S(in)t Andriesmisse 1630 en(de) sal de pacht trecken, alsdan te v(er)schijnen, en(de) sal den cooper de lasten affdoen tot date deser v(er)schenen, coram Assche, Berckel, maii iiii., 1629.

            In de marge.

Nota dat dit dachm(ael) landts is v(er)naerdert bij Dirick Van Vlasselaer xxviii. juny 1629 voor schepen(en) en(de) lathen van Geelroye als bleke bijde goedenisse, alhier v(er)thoont.

 

In de bijgaande akte maakt men melding van Godefridus (Goert) Vanden Panhuysen en zijn vrouw Maria Van Inthout enerzijds en Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer (x Anna Boogaerts) anderzijds.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8250, folio 248r., akte dd. 28 november 1625.

Item in p(rese)ntie der scep(enen), etc(etera), gestaen Dierick Van Vlasselaer Goert Van(den) Panhuyse en(de) Maria Van Inthout, gehuyschen, ob(ligerende), sub(mitterende) en(de) renunt(ierende) in for(m)a, en(de) na(m)ent(lijck) s(enatusconsult)o v(elleian)o en(de) auth(enico) si qual mul(ier), d(aer)van ondericht sijn(de), hebben elck een besondere bekent en(de) beke(n)nen bij desen Dierick Van Vlasselaer negen rinsguld(ens) vii st(uyvers van xx st(uyvers) den gulden tstuck, loop(ende) munte, vallen(de) iaerl(ijcx) date deser, los en(de) vrij van xe, xxe., meerde(re) en(de) minde(re) pen(ningen) ten woonhuyse des v(oer)s(chreven) Diericx erfel(ijck) in toecom(de) tijden, telcken jaere als schult met rechte verwo(n)nen, geloven(de) ter maenisse pandt te stellen, weerdt sijn(de) boven allen lasten dobbele rente, en(de) soe vele te doen(e) dat den v(oer)s(chreven) rentheffere, sijn(e) erfgen(aemen) en(de) actie hebben[de], altijt genoch sal sijn, consenteren(de) int beleyde, mainmise en(de) decrete, met condi(ti)e van dese rente te mogen lossen teen(der) reyse, elcken pen(ninck) met xvi gel(ijcke) pen(ningen) en(de) met volle rente, los en(de) vrij van allen ongelt, cora(m) Schore, Maes, novemb(ris) 28.

            In de marge.

Compareerden op heden desen ixen. july 1629 Dierick Van Vlasselaer ende heeft bekendt en(de) geleden, leydt ende bekendt midts desen te hebben ontfangen vuyt handen Goordt Vanden Panhuyse die capitaele penninghen mette v(er)loopen der rente van neghen r(ins)g(uldens) vii st(uyvers) erffe(lijck), int witte deser begrepen, consenterende voersulcx inde cassatie der selver met gelofte van dijen aengaende niet meer te heysschen, sed semper satis et waras erga quoscun(que) ende ob(ligatie), sub(missie) ende renunciatie in forma.

     Uit dit huwelijk:

     Vanden Panhuijse Maria, () Wezemaal 10.12.1620 (g. Moors Christianus en Van Hallebeeck Emerantiana),

     Vanden Panhuijse Hermannus, () Wezemaal 06.12.1621 (g. Blooms Hermannus en Holemans Adriana),

     Vanden Panhuijse Gwilhelmus, () Wezemaal 14.11.1624 (g. Vanden Panhuijse Gwilhelmus frater en Van Herck Elijsabeth), x Rotselaar 21.05.1667 (g...) met Janssens Adriana,

     Hierbij (met dank aan Paul Peeters) een akte met vermelding van Guilielmus Van den Panhuysen en Adriana Janssens, pachters in Rotselaar.

     Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7931 fol. 166r.

     Inde tegenwoordicheyt des heere meyers ende schepenen van Loven naergenoempt ghestaen den clerck Van Limborch om tgene naerbes.

     staet, te vernieuwen ende herkennen, geconstitueert sijnde bij procuratie, hier onder geinsereert, ende heeft tselve gedaen inder vueghen naervolgende.

     Op heden desen xen. 7ber. 1678 comparerende voor mij onderges. notaris, inden Souverainen Raede van Brabant geadmitteert, tot Loven residerende,

     present die getuygen hier onder te noemen, Adriana Janssens, tegenwoordige huysvre. van Guilliam Van. Panhuysen, pachter ende innegesetene der

     baenderije van Rotselaer, dewel. gebruyckende de macht ende proae., bij den voors. haeren man gegeven, ghepasseert voor frater Huselius Xspreet.,

     vicarius in Wesemael, ende seekere getuygen in date ut supra, allhier in originali gesien ende geblecken, bekent wel ende deugdel. te hebben Xcocht.,

     gecedeert ende getransporteert, soo sij is doende bij desen aen Henrick Meeus ende Maria Anna Ranson, gehuyschen ende innegesetene der stadt

     Loven ende molder van sijnen stiel, alhier present ende in coop accepterende, ses vierendelen landts, soo de selve sijn gelegen in een stuck tot

     Rotselaer voors. op den Wijngaert, regenooten die capellaenen ter ie. ende den voetwech ter andere sijden, op de voors. transportante competerende

     vuyt de hooffde van haere ouders volgens die scheydinge ende deylinge daer van sijnde, gepaseeert voor schepenen der voors. baenderije in date

     den xij. october 1677, ende dat om ende mits eene somme van tweehondert gul. eens, die welcke die voors. transportante alsnu bekent te hebben

     ontfanghen, dienende oversulcx dese voor quitancie, waranderende voorts die voors. transportante die voors. sesse vierendelen landts op den chijns

     van vier mol[e]vaten rocx aen sijne exe. den hertoch van Arenberch ende Arschot sonder meer, waer van die verloopen bij haer sullen worden

     affgedaen tot Kersmisse naestcomende inclus ende in cas de sesse vierendelen vuyt dijer oirsaecke souden subiect wesen aen pontgelt, daer van

     moeten betaelt worden bij de transportante ende de andere hellicht bij de voors. coopers ende acceptanten, Xclaerende. oversulcx aende voors.

     sesse vierendelen landts egeen actie, recht oft pretentien meer te hebben oft te reserveren dan de selve totalijcken aenden vs. Henrick Merens (?)

     ende Maria Anna Ranson te hebben gecedeert ende getransporteert pro ut ante in foa., gelovende, etha., onder obligatie, sub. ende renunciatie in

     forma, ende naementl. die voors. transportante de benef. senat. consult. vell. auth. si qua mulier ende alle andere de ys certiorata, constituerende

     alle thoonder deser indt besundert om desen transporte te doen ende laeten vernieuwen, tsij voor meyer ende schepenen van Loven oft elders

     ende aldaer te consenteren inde volontaire condemnatie, mede haer vuytte voors. ses vierendelen landts t' ontgoeden en. t' onterffven ende daer inne

     te goeden, gichten ende erffven, die voors. acceptanten met alle solemniteyten daer toe noodich.

     Aldus gedaen ende gepasseert ten daege, maende ende jaere voors., present Peeter Haerts ende Franchois Carlien (?), als getuygen tot desen

     geroepen ende gebeden, hebben die transportante ende acceptante de minute deser beneffen[s] mij notario onderteeckent, quod attestor, signatum

     J. Vanden Zande.

     Aldus vernieuwt ende herkent bij den voors. geconstitueerden desvolgens ter manisse des voors. heere meyers, heeft opgedraegen met behoorlijcke

     verthijdenisse de sesse vierendelen landts, hier boven indt witte deser vermelt, exposito impositus den procureur Vanden Zande, present ende

     accepterende inden naem en. voor den vs. Henrick Meeus ende sijne huysvre., per mo. jure et satis, ob., sub. ac ren. in forma et waras ut supra

     coram Ketelb., De Ridder, xen. 10ber. 1678.  Jan De Ridder, 1678.

 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7944, folio 10r., akte dd. 15 juli 1690.

Inde teghenwoordicheyt des heere meyers ende schepenen van Loven naergenompt gestaen den clerq Lijftocht vuyt crachte ende naer vermoeghen van sekere procuratie om den naervolgenden contracte notoriael (!) wettelijck te moegen doen vernieuwen ende passeren, hem gegeven, heeft tselve gedaen inder manieren naervolgende, luydende aldus.

Op heden den xiiien. augusti 1691 is gecompareert voor mij onderges(chreven) als not(ariu)s, bij den Raede van Brabant geadmitteert, tot Loven residerende, present de getuyghen naerbechreven, d' eersame Adriana Janssens weduwe Wilhem Vanden Panhuysen, ingesetene van Rotselaer, heef bekent vercocht, overgegeven ende getransporeert te hebben, soo sij doet bij desen, aen ende ten behoeve van Hendrick Geyselincx ende Joanna Van Langendonck, gehuysschen, de selve Joanna present ende accepterende, de proprietijt inde goederen ende effecten, haer toecomende vuytten hooffde van Carel De Brier, iersten man was vande voors(chreve) Joanna Van Langendonck, consisterende in een huys, gestaen tot Rotselaer, ter plaetse genompt Nerom, waerinne d' acceptante tegenwoordigh is woonachtich, item alnoch in eenige landen, bempden, brockplecken ende boschen, d' ierste comparante genoch bekent, waerinne den voors(chreven) De Brier maer en was hebbende paert ende deel, te weten inden voors(chreven) huyse ende voorts in eenige renten indistinctelijcken de proprietijt, welcke sij comparante vuytten hooffde voors(chreven) was hebbende, consisterende die selve proprietijt in het vierde van een vierde paert vanden voors(chreven) huyse ende alsoo in een sesthiende vande hereditijt, van(de) welcke voors(chreve) herediteyt sijnde daer van den coopprijs twee hondert vijfftich guldens, welcke alsnu sijn getelt, waer toe dese dient voor quitnatie, geloevende alsoo daer aen geen recht ofte actie meer te pretenderen, soo luttel inde voors(chreve) goederen als inde vliegede erffve, bij den voors(chreven) Carel De Brier achtergelaeten, allen het selve bij desen cederende ende transporterende aenden voors(chreven) genompden Geyselincx ende Joanna Van Langendonck met procuratie ende constitutie van ieder thoonder deer in ordine van vernieuwinge, goeden ende ontgoeden in forma,, soo voor de heeren meyer ende schepenen van Loven als alomme elders des aensocht sijnde, gelovende altijt van weerde te houden t' gene voors(chreven) is onder obligatie, submissie ende renunciatie als in behoorelijcke forme, aldus gedaen binnen Loven ten tijde voors(chreven) present heer Franciscus Cuypers, pristere ende licentiaet in beyde rechte, ende van Hendrick Van Roost, als getuyghen hier toe geroepen ende gebeden, ende hebben de comparanten ende acceptanten beneffens mij notario dese geteeckent, quod attestor, ende was onderteeckent A. Cuypers, not(ariu)s, 1691.

Dijenvolgens den voors(chreven) geconstitueerden vuyt crachte sijnder voors(chreve) procuratie, heeft den bovengeschreven contracte notariael in allen ende iegewelcke articulen, daerinne breeder vermelt, alhier vernieuwt, herket ende gereitereert, midtsgaders bij manisse des voors(chreven) heere meyers heeft opgedragen met behoorelijcke verthijdenisse ende renuncitatie die proprietijt inden voors(chreven) huyse, goederen ende effecten, vliegen(de) erffve, alles breder inden bovenges(chreven) contracte gementioneert, die alhier worden gehouden voor gerepeteert ende midts die ordonnantie van rechte die voors(chreve) opdragere daer vuyt ontgoeyt ende onterft sijnde bij vonnisse des voors(chreven) heere meyers, soo is daer inne gegoeyt ende geerft ten erffelijcken rechte den bode Peeter De Coninck, alhier present ende accepterende inden naem ende ten beho[e]ve van Hendricx Geyselincx ende Joanna Van Langendonck, gehuysschens (!) oft hens actie hebbende, per monitionem jure et satis den voors(chreven) opdragere vuyt crachte als boven obligando, submittendo ac renunciando in forma et latius pro ut in procuratorio, coram jo(ncke)r Vander Straeten, Veckemans, hac 17. augusti 1691.

     Vanden Panhuijse Johanna, () Wezemaal 19.02.1627 (g. Vanden Panhuijse Gwilhelmus en Mertens Johanna), x (niet Wez, ) met De Preter Peter,

     Aktes met vermelding van dit gezin (met dank aan Paul Peeters) zitten onder de KLIK bij 4.

     Vanden Panhuijse Johannes, () Wezemaal 14.12.1628 (g. De Lane Johan en Keijsers Ida),

     Vanden Panhuijse Isaac, () Wezemaal 17.12.1630 (g. Vanden Panhuijse Isaac per exorem en Adriana ux. Moli Johannes),

     Vanden Panhuijse Maria, () Wezemaal 27.04.1633 (g. Van Inthout Joannes en Van Hovelt Adriana),

     Vanden Panhuijse Godifridus, () Wezemaal 15.07.1635 (g. Van Inthout Bartholomeus en Van Inthout Adriana),

     Onder de KLIK bij 3 en 4 zitten diverse aktes die informatie geven over deze Godifridus, zijn zus Johanna

     en schoonbroer Peter De Preter. Tegelijk is het een stukje invulling van de Aarschotse geschiedenis.

     Met dank aan Paul Peeters.

 

Van Panhuyse Adriana, () Wezemaal 31.03.1600 (g. Gerardus Van Op de Brugge en Digna Auroncx),

 

Vanden Panhuyse Adrianus, () Wezemaal 29.05.1604 (g. Petrus Paeps en Catharina Van Brugge),

 

Vanden Panhuyse Guilielmus, () Wezemaal 31.05.1607 (g. Cappels Guilhelmus en Damianus Maria), x Wezemaal 23.07.1628 (g. Christianus Smoors en Adrianus Van Salm) met Jacoba Vits, deze x 2 Leuven St.-Michiel 27.12.1642 met Peter Vandencautere, fs Adriaan,

Onder de KLIK bij 1a zitten aktes van emancipatie (gezinssamenstelling) en schuldbekentenis, dit met dank aan Paul Peeters. Onder de KLIK zitten bij 1b tot 1e nog aktes i.v.m. dit gezin. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7524, folio 393r., akte dd. 11 juni 1636.

Item in tegenwordicheyt der schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen Jan Putmans om de naervolgende bekentenisse te vernyeuwen, onwederroepel(ijck) geconstitueert sijnde bijde procuratie, hieronder geinsereert, hem gegeven bij Guillam Vanden Panhuyse en(de) Jacomijne Vits, gehuysschen, woonende onder Wesemael, heeft de selve bekentenisse v(er)nyeuwt inder weghen naervolgende et inseratur.

Opden xvien. maii xvic. sessendertich compareren(de) voor mij openbaer notaris ende getuyghen naergenoempt Guillam Vanden Panhuyse sone Willems ende Jacomijne Vits, gehuysschen, woonende onder Wesemael, hebben bekent ende bekennen bij desen onverscheyden ende elck een voor al deuchdel(ijck) schuldich te sijn aen jo(ncke)r Matthias Van Craenevelt sone jo(ncke)r Franchois eene rente van vijffentwintich rinsguldens erffelijck, quytbaer t' eender reyse met vier hondert rinsguldens eens ende met volle rente iaerlijcx opden xvien. meye te verschijnen ende binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los ende vrije in forma, bekennende daervoor in comptante penninghen alsnu ontfanghen te hebben de somme van vier hondert rinsguldens eens, gelovende de voornoempde comparanten de voors(chreve) rente iaerlijcx op haeren valdach wel ende loffelijck te betaelen ende te leveren, los ende vrije als boven, onder obligatie, submissie ende renuntiatie in forma ende tot betere vasticheyt vande voorschreven rente, soo hebben de voors(chreve) comparanten onwederroepelijck geconstitueert ende constitueren bij desen Jan Putmans, Huybrecht Leunckens ende elcken van hun besondert om de voors(chreve) bekentenisse in hun comparanten naeme voor schepenen van Loven te vernyeuwen ende aldaer tot versekeringhe vande selve rente te consenteren int maecken van mainmise over allen hunne goeden, meuble ende immeuble, ende int decreet der schepenen van Loven sonder daertoe te derven gedaeght oft geroepen te sijn ende naementlijck over de goeden, hiernaer gespecificert, geleghen onder Wesemael voors(chreven), ierst een dachmael lants, geleghen int Hellegat, regenoten Wouter De Keysere ter eenre, den wech aldaer ter tweedere, Jan Vanden Panhuyse sone Isacx ter derdere ende Henrick Van Brusselen ter iiiie. zijden, item noch vijff vierendeelen lants, geleghen aldaer, regenoten Caerel Piaet ter eenre, Jaspar Van Hallebeke ter iie., Wouter De Keysere ter iiie. ende Adriaen Stas ter iiiie. zijden, item een dachmael bempts, geleghen int Kerckebempt, regenoten de Cinckeussels ter eenre, d' erffgenaemen Willem Vanden Panhuyse sone Isacx ter iie. ende d' erffgen(aemen) Vanden Heetvelde ter iiie. zijden, item twintich roeden lants, geleghen boven die Delle, regenoten Jan Luenaer ter eenre ende Henrick Vanden Panhuyse ter andere zijden, item een hoffken oft boogaerdeken, regenoten de goeden wijlen Henrick Cappels ter eenre, sheeren straete ter iie. ende den voetwech gaende vande kercke naer Vuytem ter iiie. zijden, item een huys en(de) hoff, genoempt S(in)t Jooris, regenoten sheeren straete in drije zijden, ende thuys ende hoff, genoempt den Bonten Osse, ter iiiie. zijden, item een dachmael lants, geleghen int Ros, regenoten de goeden der erffgenaeen Cathlijne Liebens in twee zijden ende sheeren bossch van Wesemael ter iiie. zijden, item drije plecken lants vierdeschooff, soo die geleghen sijn onder den heere van Wesemael, d' een pleck geleghen aen d' Aertgat, regenoten die pastoirije van Wesemael in twee zijden, Henrick Vanden Panhuyse ter iiie., de tweede pleck lants geleghen aenden Hontsdries, regenoten de pastorije van Wesemael in twee zijden ende Wouter Paps ter iiie. ende die derde pleck aende Gr... [rand], regenoten sheeren vierdeschooff ter ie. ende den Heylighen Geest van Holsbeke ter andere zijden, sijnde het meestendeel vande voors(chreve) parcheelen aenden voors(chreven) Guillam Vanden Panhuyse in deylinghe gevallen teghen sijne mede erffgenaemen voor schepenen van Wesemael opden xven. january 1619, verclerende allen de voors(chreve) goeden nyet meer belast te sijn dan met sheeren chijns van(den) gronde, promittentes ratum, etc(etera), obligan(do), submitten(do) ac renuncian(do), signanter predicta Jacomina Vits privilegio senatus cons(ulti) velleani et authen(tica) si qua mulier de eo prius certiorata, aldus gedaen tot Loven ten daeghe, maent ende iaere voors(chreven) ter presentien van Huybrecht Piaet ende Aert Goyen, als getuyghen hiertoe geroepen ende gebeden.

Ende van mij openbaer notaris, bijden Raede van Brabant geadmitteert.

A. Cuypers, not(ariu)s.

Aldus vernyeuwt coram Borghrave, Vander Hulst, junii xia., 1636.

            In de marge.

Dese rente is gequeten midts de bekentenisse van gel(ijcke) rente van xxv guldens tot behoeff van jo(ncke)r Mattheus Van Craenevelt bij Jan Van Halbeke en(de) Maycken Meynaerts, gehuysschen, den xxien. april 1642 voorden notaris A. Cuypers, opden xxixen. der selver maent voor schepenen van Loven in ia. v(er)nyeuwt als blijckt bijde manuaele clausule van(de) selve bekentisse et sic vacat.

     Uit dit huwelijk:

     1. Vanpanhuysen Adrianus, () Leuven St.-Geertrui 18.12.1639,

     Vandenpanhuysen Anna, () Leuven St.-Geertrui 18.12.1639,

     Vandenpanhuysen Elisabeth, 21.02, () Leuven St.-Geertrui 22.02.1639,

     2. Van Cauter Petrus, 17.04, () Leuven St.-Michiel 18.04.1644,

Hieronder een akte met vermelding van Petrus Van (den) Cauter, zoon van Petrus en Jacoba Vits.  In de akte wordt ook melding gemaakt van Anthonius Vits en Maria Van den Cauter, die in Gelrode woonden, doch hoe de relatie daar in elkaar zit, is  niet duidelijk, maar vermoedelijk is er wel ergens een familieverband.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8267 fol. 273v.

In tegenwoordicheyt der heeren meyers ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen den clercq Coecx ingevolge van sijne procuratie, hem als thoonder deser gegeven, om den naervolgenden contracte behoorelijck te vernieuwen ende te herkennen, waer van den teneur is volgende van woorde tot woorde.

Comparerende op heden desen xxijen. decembris 1668 voor mij als openbaer notaris ter presentien vande getuygen naergenoemt, Anthoen Vidts ende Maeyken Vanden Cauter, gehuysschen, woonende onder den dorpe van Geelroy, hebben bekent, soo sij bekennen bij desen, vercocht, gecedeert ende getransporteert te hebben aen joe. Sara Van Berckel, alhier present ende in coop accepterende vijff dachmaelen landts onbegrepen der maete, gelegen onder die baenderije van Wesemael, regen. sheeren bergh ter eenre, Jan Mijnaerts ter ije., Jan Croonen ter iije. ende den wech loopende naer het Hellegat ter iiije. sijden, bij hem transportant vuyt die vijff dachmaelen landts sesse vierendeelen van sijne ouders bij scheydinge ende deylinge vercregen ende elff vierendeelen bij coop van Peeter Vanden Cauter met wete, consent ende overstaen van Jaecquemijne Vits, sijne moeder was, ende alnoch een dachmael, vercregen van Michiel Cock ende Jan Elsen, respective gepasseert voor meyer ende schepenen van Wesemael, welcke brieven ende documenten sij transportanten aen haer acceptante ter manisse geloven over te leveren ende dat om ende voor eene somme van vijff hondert guldens, den gulden te xx stuyvers ende den stuyver tot drije plecken Brabants gerekent, los ende vrije van alle impositien, welcke somme van vijff hondert guldens sij transportanten van haer acceptante op heden bekennen ontfangen te hebben ende alsoo vande selve bekennen ten vollen vernueght ende voldaen te wesen, dienende dese voor absolute quittantie, waranderende die voors. vijff dachmaelen landts voor vrije, eygen ende onbelast, behoudelijck dat sij transportanten verclaeren inde voors. vijff dachmaelen een plexken, groot ontrent veertich roeden, belast te wesen met eenen chijns  van een halff blanck aenden baron van Wesemael sonder meer commers oft lasten daer op vuyt te gaen, verclaerende sij gehuysschen transportanten totte voors. vijff dachmaelen landts geene actie ofte recht meer te hebben nochte te pretenderen, maer totalijck laetende ten behoeffve vande voors. jouffe. Sara Van Berckel ofte de gene bij haer te nomineren om die selve te besitten ende te behouden als haere eygen ende propre goederen inden verstande ende expres bespreeck dat bij aldijen die voors. gehuysschen transportanten binnen den tijdt van vijff jaeren die voors. somme van vijff hondert guldens aende voors. joe. Sara Van Berckel consten restitueren, sij acceptante die voors. vijff dachmaelen sal retransporteren, constituerende meester Ignatius Coecx ende iederen thoonder deser om te gaen ende te compareren voor meyer ende schepenen van Loven ende alomme elders daer het behooren ende van noode soude moghen wesen ende aldaer die voors. transportanten vuyt de voors. vijff dachmaelen landts te laeten ontgoeden ende onterffven ende aldaer de voors. joe. Sara Van Berckel in tgene voors. is, te laeten goeden, gichten ende erffven met alle solemniteyten van rechte daer toe gerequireert, prout stili et in forma, renuntierende tot dijen eynde van alle exceptien die hen in desen eenichsints te staede souden moghen comen, naementlijck non numeratae pecuniae benefic. senat. consult. vell. et auth. si qua mulier de do certiorata et alijs in forma, promittentes ratum et gratum, obligantes, submittentes ac renuntiantes in forma de et super quibus, ettha.

Aldus gedaen, gepasseert ende gestipuleert ten daege, maende ende jaere voors. ter presentien van sr. Thomas Santels ende Jeronimus Sangers, als getuygen tot desen geroepen en. gebeden, ende hebben die voors. transportanten ende acceptante die minute deser met mij notario onderteeckent, onderstont quod attestor ende was onderteeckent L. Vander Schueren, nots., ingevolge vande voors. procuratie, soo heeft den voors. geconstitueerden den bovenges. contracte notariael in alle sijne pointen herkent ende vernieuwt, mede eentsaementlijck opgedraeghen die voors. goederen met behoorel. verthijdenisse ende den voors. Anthoon Vits ende Maeyken Vanden Cauter, gehuysschen, vuyt de voors. vijff dachmaelen ontgoeyt ende onterft sijnde sijnde (!), soo is daer inne gegoeyt ende geerft den procureur Cotthem inden naem ende tot behoeff van jouffe. Sara Van Berckel per monitionem jure et satis et waras die voors. vijff dachmaelen voor vrije ende onbelast goet, behaudelijck een plexken, groot ontrent viertich roeden, aenden baron van Wesemael op eenen chijns van een halff blanck, obligando, submittendo ac renuntian. in forma, coram jor. Eynatten, sr. De Vos, xvien. april 1669.  Delahault, Theodore Van Eynatten.

     Van Cauter Catharina, 03.10, () Leuven St.-Michiel 04.10.1645,

     Van de Cauter Joannes, () Leuven St.-Michiel 11.03.1648,

     Vandecauter Daniel, () Leuven St.-Michiel 02.03.1653,

 

2. Moors Catharina, ca. 1620.

 


 

XII - Vanden Panhuijs Wilhelmus (S2994), ca. 1584, x Rotselaar 26.11.1617 (g. Holemans Sijmon, Smoors Christianus, Vanden Panhuysse Joannes en Van Aerschot Franco) met Holemans Adriana (S2994), ca. 1595, zij x 2 Rotselaar 20.05.1634 (g. Verbeumen Gerardus en De Bril Cornelius) met Hendrick De Brier.

 

Aan dit gezin wordt via de akte onder de KLIK  bij 2 nog een zoon Willem toegevoegd. De andere gegevens worden hiermee bevestigd. Dit met dank aan Paul Peeters.

 

Hierbij een akte met vermelding van Guilielmus Vanden Panhuysen en Adriana Holemans, inwoners van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr.  8251, folio 374r., akte dd. 5 juli 1627.

In presentia, etc(etera), Willem Vanden Panhuyse, woonende tot Rotselaer, met Adriaene Hollemans, sijne huysvrouwe, obligerende ende submitterende persoonen ende goeden elck insolidum met renuncia(ti)e nove constit(utioni) de duobus reis ende de vrouwe persoone privileg(io) s(enatus) c(onsul)ti vell(eiani) et aliis in forma, hebben bekindt schuldich te sijn een voor al ende elck voor tgeheel in handen van m(eeste)r Jan Boeyens, tselve accepterende inden naeme ende tot behoeff van Jan Le Champignoy sesse guld(ens) vijff stuyvers erff(elijck) te xx st(uyvers) den guld(en) ende te drije plecken Brab(ants) elcken st(uyver) gerekent, ter cause van eene somme van hondert guld(ens) eens, bijde bekinders ten dancke ontfangen vanden voors(chreven) Champignoy, gelijck sij gestonden, belovende die selve rente jaerlijcx loffelijck te betalen, los ende vrije van allen subventien, ingestelt oft inne te stellen, ende ter manisse die selve loffelijck te besetten onder den resorte van Loven, dobbel rente weerdt sijnde boven allen voorcommere et tantum prout, vel redimere met conditiie van dese rente te mogen lossen teender reysen den pen(ninck) xvi en(de) met volle rente, eod(em) eisd(em).

            In de marge.

Op heden desen xxviiien. juny a(nno) 1630 is sijn gecompareert Jean Le Champignoy ende Willem Vanden Panhuyse, welcken iersten comparant vanden tweeden verclaert ende bekint ontfangen te hebben vuyt handen van(den) voors(chreven) Willem Van(den) Panhuyse ontfangen te hebben de cappitaele penniongen van(de) rente van sesse gul(dens) vijff stuyvers erffelijck, int witte deser begrepen, mede die verloopen der selver, waervan hij hem houdende hem voorsulcx vernuecht ende volcomentlijck affgequeten, toirconden heeft dese met sijne eygen hant onderteeckent, actum ut supra.

+  Dit is het marcq van Jean Le Schampinoy.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Vanden Panhuijs Willem,

 

Vanden Panhuijs Emerantia, () Rotselaar 22.07.1618 (g. Christianus Vermeulen en Emerantia Vander Hoijen (Verhoeven?)), x Rotselaar 12.05.1646 (g. De Brul Henricus en De Pelsmaeckers Godefridus) met Henricus De Pelsmaker,

     Uit dit huwelijk:

     De Pelsmaker Henricus, () Betekom 15.08.1646 (g. Van Brussel Henricus en Peeters Elisabeth),

     De Pelsmaker Gertrudis, () Betekom30.06.1650 (g. Verbeumen Gerardus en De Pelsmaker Joanna),

     De Pelsmaker Bartholomeus, () Betekom 17.04.1653 (g. De Pelsmaker Bartholomeus en De Brier Clara),

     De Pelsmaker Catharina, () Betekom 05.01.1656 (g. Heijdt Ludovicus en Brugmans Catharina),

     De Pelsmaker Elisabeth, () Betekom 27.11.1658 (g. Rondas Margareta loco Guilielmus Vanden Panhuijsen en Van Aerschot Elisabeth),

 

Van Panhuysse Godifridus - Goert, () Rotselaar 17.10.1619 (g. Godifridus Vanden Panhuysse en Catharina Holemans), x Haacht 04.02.1660 met Maria Bols,

     Uit dit huwelijk: geen fii te Wez,

     Vanden Panhuijsen Henricus, () Betekom 01.04.1663 (g. Bols Henricus en Bols Adriana),

 

Vanden Panhuyse Elisabeth, () Rotselaar 06.04.1621 (g. Henricus Van Inthout en Elisabeth Holemans), x Werchter 29.06.1642 (g. Bartholomeus Rixs en Joannes Van Langendonck) met Abraham Rix, + Werchter 16.04.1668, deze x 1 met Maria - Maeycken Van Langendonck, fa Joannes en Maria Cluppels, + Werchter 21.11.1639 kinderbed, (+) Werchter 22.11.1639,

AVT1: 6 feb 1668:

Peeter Van Tongelen meijer van Werchter oudt 64 jaar ende Abraham Ricx schepen hebben verclaert dat zij hebben gekend de persoon van Hendrik Bosmans woonende tot Ninde x Pauwelijn Vandeneynde die hebben achtergelaten Cornelis Bosmans  nog levende, Cathelijn Bosmans x Aert Wouters nu enige jaren overleden en twee zonen achtergelaten te weten Peter ende Cornelis Wouters, ende Anneken Bosmans getrouwt geweest x Jan Geens ende over lange jaren gestorven ende achtergelaten Jan Lucas Elisabeth ende Cathlijn Geens

alle kinderen en kleinkinderen nu woonachtig binnen Wechter en Keerbergen.

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een interessante akte en commentaar m.b.t. Abraham Ricx, die toelaat verdere genealogische gegevens te linken.  Abraham Ricx huwde een eerste maal met Maria Van Langendonck, dochter van Jan Van Langendonck en Maria Cluppels (Clippels).

Maria Van Langendonck overleed te Werchter op 21.11.1639 in het kinderbed en werd de dag nadien in de kerk begraven. 

Abraham Ricx hertrouwde te Werchter op 29.06.1642 met Elisabeth Van den Panhuysen (g. : Rixs Bartholomeus en Joannes Van Langendonck).

Abraham Ricx overleed te Werchter op 16.04.1668 en werd nog dezelfde dag in de kerk begraven.  In 1640 werd hij vermeld als heilige geestmeester van Werchter,  zoals mag blijken uit de tweede akte.

Henricus Ricx, de oudste zoon, trad te Werchter op 16.05.1671 in het huwelijk met Joanna Van Esch (g. : Immerechts Joannes en Valentijn Joannes).  Zij lieten minstens n zoon na, nl. Joannes, gedoopt Werchter 04.11.1672 (g. : Rix Joannes en Embrechs Maria).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8269 fol. 493v.

In tegenwoordicheyt der heeren schepenen van Loven naerbeschreven gestaen den clerck Coecx ingevolge van sijne procuratie, hem als thoonder deser gegeven, om den naervolgenden contracte behoorelijck te vernieuwen, waervan den teneur is volghende van woorde tot woorde.

Op heden den xvijen. meye sesthien hondert negenenvijftich comparerende voor mij openbaer notaris [ende] den getuygen naergenoemt, Abraham Ricx, ingesetenen van Werchter, naer vermoghen van speciale procuratie, hem, om des hier volght wettelijck te moghen doen, gegeven bij Maria Clippels weduwe wijlen Jans Van Langendonck, sijne schoonmoeder, volgens de acte daervan sijnde, gepasseert voor heer ende meester Henricus Vanden Panhuyse, licentiaet inde rechten, ettc., als notaris ende sekere getuygen opden negensten deser loopende maendt, alhier gesien en. gebleken, heeft bekent midts eene somme van twee hondert vijftich guldens, bij hem ontfanghen van joe. Maria Liebrechts, begijnken opt Groot Begijnhoff, present ende dat accepteren., wel ende deughdelijck schuldich te sijn vijfthien guldens tsiaers, vallende date van dese erffelijcke rente jaerelijckx wel ende loffelijck te betaelen ende in stadt wissel van Loven los ende vrije van alle impositien, exactien, etc., innegestelt en. alnoch te stellen, te leveren tot behoeffve der voorgenoemde joe. ofte d' actie van haer hebbende, erffelijck in toecomenden tijde, t' elcken jaer ende termijn als schuldt met recht verwonnen, ende om die voors. joe. vande voors. rente ende jaerel. betaelinge van dijen noch bat te versekeren, heeft geconsenteert vigore dicti procuratory int maecken van mainmise over alle der constituanten goederen, meubelen ende immeubelen, have ende erve, present ende toecomende, en. naementlijck over onder halff dachmael ter Welandt, gelegen onder Tildonck, regen. Ter Banck ter ie., de beeck in andere twee sijden, eygen goet, item alnoch onder halff dachmael onder Wackeseel, regen. de beeck aldaer ter ie., die kercke van Wackeseel ter ije., eygen goet, item een derdendeel van een boinder landts onder Wackeseel, regen. sheeren straete ter ie., Wilm Meulemans ter ije., den Vaerenberch ter iije., mitsgaeders int decreet der schepen. van Loven daer op te geven sonder daegement te moghen doen op conditie vande selve rente te moghen lossen den penninck sesthien met volle rente t' eender rijse in permissien gelde, constituerende den comparant gelijck hij doet bij desen ... [n.v.] ende elcken thoonder deses om in sijnen naem te gaen voor schepenen van Loven alias voor hoff ende richter competent ende aldaer dese bekentenisse te doen ende laeten vernieuwen, promittens prevocabiliter ratum et gratum obligando ac renuntiando in forma, gelovende den comparant voor allen des voors. is, oock inne te staen als principael in dijen des voors. is, iet te luttel gedaen waere onder obligatie, etc., constituerende ut ante.

Aldus gedaen ende gepasseert binnen Loven present Augustijn Stevens en. Henricus Geubels, getuygen, tot desen geroepen en. gebeden, ende is die minute van. compt. onderteeckent, onderstont mij present als nots., quod attestor ende was onderteeckent P. Van Meerbeeck ingevolge vande voorschreven procuratie, soo heeft den voors. geconstitueerden den bovengeschreven contracte herkent ende vernieuwt coram jor. Ketelboeter, sr. Van Dieven, xven. april 1671.

G. Vander Heyden.

Bron : K.U.L., Arenbergarchief, nr. 2181.

Op den xxvijen. february 1640 voor heeren de

mr. Theodor Mantels, licentiaet inde rechten,

stadthoudere, Jan Van Landtrop, meyer tot

Werchter, ende Frederick Heymselmans, leen.,

heeft Abraham Ricx als H. Geestmr. van

Werchter, te leene verheven naer doode

Peeter Van den Hove alias Thijs onderhalff

dachm. eussel, geleghen tot Werchter int Demer-

broeck, regen. de Demerbroeckstraete

ter ie., d' abdije van Villeers ter ije. ende iije., de

erffghen. Huybrecht De Cock met de erffgen.

Jan Auroghs ter iiije. end den selven H. Geest

ter ve. sijden, ende heeft den voors. Abraham

Ricxs als sterffman gedaen hulde, manschap

ende eedt van trauwen.

            Thergewijde                                                     2 - 0

Op den xen. xber. 1668 comparerende in den

leenhove des hertochdoms van Aerschot

mr. Cornelis Van Roost[1], rentmr. der kercke

ende H. Geest van Werchter, heeft te leene

verheven naer doode van Abraham Ricxs,

in den naem van den selven H. Geest het vs.

onder halff dachm. eussel, hier voorens met

sijne reghen. aengeteeckent, blijvende den

voors. mr. Cornelis Van Roost, sterffman,

ende heeft gedaen hulde, manschap ende eedt

van trauwen, coram jo. Guill. Innocentius

de Longin ende Henr. Grootaerts, leenmannen.

            Thergewijde                                                     5 0

Op den xxvije. february 1640 voor heer

Michiel Theodor Mantels, stadthoudere,

Jan Lantrop ende Frederick Heymselmans,

leenm., heeft Abraham Ricxs als H. Geestmr.

vande kercke van Werchter te leene verhe-

ven tot behoeff vanden voors. H. Geest

een dachm. lants, gheleghen tot Werchter

int Schampers Block bijden Hoogenwech,

rengen. Franchois Kint in ij sijden, Anneken

Ricx mette leybeecke ter iije. ende Jan Lam-

brechs ter iiije. sijden, blijvende hier van sterff-

man Henr. Leysens sone wijlen Henricx

ende heeft den voors. Abraham Ricxs als

voorgangere gedaen manschap, hulde ende

eedt van trauwen.

            Thergewijde                                                     2 - 8

Op den xe. xber. 1668 comparerende in den

leenhove des hertochdoms van Aerschot

mr. Cornelius Van Roost, den welcken

naer doode van den voors. Abraham

Ricx heeft vernieuwt den eede over

het voors. dachm. lants, coram joncker

Innocentius de Longin ende Henrick

Grootaerts.


[1]              Hij huwde te Werchter op 16.11.1659 met Anna Van Tongelen.

     Uit dit huwelijk:

     1. Rix Jan, ca. 1634,

     Rix Anna, () Wakkerzeel 24.09.1636 (g. Bartholomeus Rix en Petronella Stoeps),

     x Werchter 21.10.1664 (g. Abraham Rix en Franciscus Van Vlasselaer) met Van Vlasselaer Petrus, meer info bij Van Vlasselaer,

     Rix Abraham, () Werchter 18.11.1639 (g. Joannes Van Langendonck n. Abraham Grieten en Maria Van den Bosch),

     2. Rixs Henricus, () Werchter 22.03.1643 (g. Henricus Van den Panhuysen en Maria Cluppels),

     x Werchter 16.05.1671 (g. Immerechts Joannes en Valentijns Joannes) met Joanna Van Esch,

          Uit dit huwelijk:

          Rix Joannes, () Werchter 04.11.1672 (g. Rix Joannes en Embrechts Maria), 

     Rixs Petrus, ()  Werchter 01.08.1644 (g. Georgius Van Panhuysen nomine Henricus De Brier en Elisabetha Verhagen),

     Ricx Clara, () Werchter 03.01.1646 (g. Cornelius De Brier en Anna Ricx nomine Clara Serneels),

     Rix Joanna, () Werchter 17.12.1647 (g. Godefridus Van den Panhuysen en Anna Rix nomine Joanna De Groot), + Werchter 28.01.1733,

     Rix Maria, () Werchter 28.10.1649 (g. Christophorus Van Meerbeeck en Maria Holemans),

     Rix Elisabetha, () Werchter 19.03.1651 (g. Petrus Stop en Elisabetha Verstraeten), + Werchter 05.01.1734,

     Rix Guilielmus, () Werchter 10.05.1653 (g. Guilielmus De Witte en Catharina Van der Straeten),

     Ricks Clara, () Werchter 21.04.1655 (g. Joannes Tijs en Clara Wouters),

     Ricx Catharina, () Werchter 01.11.1656 (g. Joannes De Keyser nomine Gerardus Librechts en Fobletz Catharina),

     Ricx Jacoba, () Werchter 12.02.1658 (g. Petrus Stoop nomine Walterus Wauters en Anna Ricx nomine Jacoba Wauters), + Werchter 23.04.1685,

     Ricx Carolus, () Werchter 17.06.1659 (g. Petrus Stoop nomine Carolus Ricx en Anna Lembrechts), + Werchter 23.04.1685,

     Rix David, () Werchter 01.11.1660 (g. David Vrancx en domicella Catharina Brigitta De Troch),

 

Vanden Panhuijs Margaretha, XI (S1497), Rotselaar ca. 1624,

 

Vanden Panhuijs Anna, Rotselaar ca. 1624,

 

Vanden Panhuijs Maria, Rotselaar ca. 1624,

 

2. De Brier Clara, () (niet Wez, Bet, ), x Wezemael 23.09.1657 (g. De Cock Christianus en Van Aerschot Joannes) met Van Aerschot Guilliam,

     Uit dit huwelijk:

     Van Aerschot Theodorus, () Wezemaal 17.11.1658 (g. Tempelaers Theodorus en Vanden Panhuijsen Maria),

     Van Aerschot Maria Cornelia, () Wezemaal 10.02.1661 (g. De Brier Cornelis en Holemans Maria),

     Van Aerschot Elisabeth, () Wezemaal 06.03.1663 (g. Booms Adrianus en Vermeulen Anna n. Vanden Panhuisen Elisabeth).

 

 

 

XII - Vanden Panhuijse Isaac (S2806), () Wezemaal 31.12.1592 (g. Joannes Vanden Panhuijse en Catharina De Vos oft Vanden Panhuijsse), (+) Leuven 03.05.1633, x 1 Wezemaal 04.11.1618 (g. Christianus Moors (Colono Dni De Lastre, sponsi vitrico) en Godefridus Vereeckt de Gelrodis) met Portmans Catharina, ex Gelrode,, x 2 ca. 1620 (Linden ?) met Elisabeth Van Herck (S2807), () Leuven St.-Michiels 22.08.1600. Deze laatste hertrouwde x 2 Wezemaal 04.07.1634 (g. Joannes Van Langendonc en Joannes Stroobants) met Hubertus Van Langendonc, x 3 Wezemaal 1640 met Michael Wigghers.

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) vrij interessante aktes van evictie met vermelding van Michael Wiggers en Maria (Elisabeth) Van Herck enerzijds en Michael Wiggers en Gertrudis Van Inthout anderzijds.  Michael Wiggers en Maria (Elisabeth) Van Herck waren beiden reeds overleden voor 23.10.1673.  Michael Wiggers senior was blijkbaar eigenaar van de herberg "den Engel" te Wezemael.  Zijn zoon Michael huwde met Gertrudis Van Inthout en was na het overlijden van zijn ouders medeerfgenaam.  De andere erfgenamen van Michael Wiggers en Maria Van Herck waren

-     Jan Gits/Geerts (echtgenoot van Elisabeth Wiggers dochter Michael en Maria Van Herck);

-     Joannes Verheyden (de eerste man van Maria Wiggers dochter Michael en Maria Van Herck);

-     Theodorus (Dirk) Bloms (man van Anna Van den Panhuyse, dochter van Isaac en Maria Van Herck, eveneens doopheffer van Maria Verheyden, dochter van Joannes en Elisabeth Wiggers, alsmede getuige bij het huwelijk van Elisabeth Wiggers met Joannes Geerts);

-     Joannes Crab(be) (echtgenoot van Helena Van den Panhuysen, dochter van Isaac en Maria Van Herck).

Voor zover de nogal rommelige en complexe akte te begrijpen is, hebben Michael Wiggers junior en Gertrudis Van Inthout de herberg "den Engel"

met het bijhorende blok bij openbare verkoop gekocht.

Soms zijn het peter- en meterschap of de huwelijksgetuigen een onontwarbaar kluwen, maar dergelijke akten laten alles min of meer in zijn plooi vallen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 8272 fol. 129v.

Allen die ghene die dese letteren sullen sien oft hooren lesen, wij Eynatten, Vanden Abeele, Hoppenbrouwer en. Vander Veecken, allen schepenen der stadt van Loven, doen condt met kennisse der waerheyt dat alsoo Michiel Wiggers en. Maria Van Herck, in hennen leven gehuysschen, met schepene brieffven deser voors. stadt verbonden waeren aen wijlen heer en. mr. Vincentius Corselius in eene erffelijcke rente van achthien guldens en. vijffthien stuyvers, daer aff die voorschreve gehuysschen in gebreecke sijnde van betaelinge ende vasticheyt, heeft den voorn. heere Corselius ter saecken van dijen vuyt crachte der voorsch. schepene brieffven (in date xxixen. february 1640 in media) versocht en. geobtineert brieffven van mamise den xx. meert, onderteeckent G. Tijpoets, addresserende aenden eersten deser stadts boden op ende over eenighe der gemelde gehuysschen goederen, hebbende den bode Jaecques Schoonderhaeghen naer vermoghen der selver brieffven in sijne als in ons gen. heeren ende deser stadts handen genomen tot behoeff van. voorsch. heere Corselius huys ende hoff, genoempt den Engel, metten bloecke daer aen geleghen, groot drije vierendeelen, gestaen en. geleghen onder die banderije van Wesemael, regenooten die baene van Aerschot ter eenre, Goort Van Panhuyse ter ije. ende Thomas De Cock ter derdere, sijnde totten selven huyse ende bloecke oock behoorelijck geleyt door den voors. bode Schoonderhaeghen achtervolgens desselffs relaes, geendorsseert op de voorsch. brieffven van mamise ende midts het voluntair consent der gemelde gehuysschen, gedraeghen in het bekennen der voorsch. rente, is dienvolgens geconcludeert prout in litteris den xxiijen. marty voorschreven ende versocht datte selve souden worden gedecreteert en. verclaert executoriael, soo ende gelijck dat is geschiet den xxiiijen. der selver maendt ende alsoo die erffgenaemen en. representanten van wijlen den voorn. Michiel Wiggers cum sua in faulte sijn gebleven van te betaelen die jaerelijcxsche verloopen der voorsch. rente, soo heeft jouffe. Apollonia Nielens weduwe wijlen des voors. heer ende mr. Vincentius Corselius vuyt crachte vande gedecreteerde brieffven van mamise versocht ende geobtineert andere deser stadts brieven van executoriales (naer voorgaende conde ten eynde van anderwerff decreet aen. voors. erffgen. bijden bode Bogaerts gedaen), innehoudende permissie van te stellen ter proclamatien, addresserende oock aen. eersten deser stadts boden, onderteeckent G. Vander Heyden, om voor die voorschreve gebreecken die voors. goeden ter kercke geboden te moghen stellen, het welck oock is gedaen bijden bode Bogaerts naer behooren, sijnde die voors. executie gedreven met twee distincte sitdaeghen ende eenen derden bij die voors. erffgenaemen en. representanten wijlen die voors. geobligeerde, thennen respectiven coste opde conditien versocht, alles naer voorgaende proclamatie met afficxie van billetten op die kerckdore van Wesemael voornoempt enden ten huyse van Michiel Wiggers, een der voors. erffgenaemen, herberghe aldaer, genoempt den Engel, in desen geobligeert, met designatie van dagh ende ure, waervan den eersten sitdagh is gehouden opden xvijen. may, den tweeden opden lesten der selver maendt ende den derden opden xiiijen. juny, respective lestleden, soo dat den voors. huyse metten bloecke daer aen geleghen, onbegrepen der maete, vercocht is geweest ende gebleven metten bloecke daer aen geleghen, onbegrepen der maete, vercocht is geweest ende gebleven metten vuytganck vande brandende keersse aen Peeter Foblets om ende voor die somme van neghen hondert t' sestich guldens eens, alles achtervolghens die conditien ende notitien daer over gehouden bij den clerck Goemans, welcke exploicten alsoo behoorel. gedaen sijnde ende daer van dachbescheyden ende daghement aen Jan Gits, Jan Verheyden, Dirick Bloms ende Jan Crab, respective qualitate qua, allen representanten wijlen die meergemelde geobligeerde insgel. door den voors. bode Bogaerts ut retulit, om te comen sien ende hooren interponeren het decreet over den vercochten huyse ende bloecke ofte daer tegens te seggen prout consily met inthimatie, etc., ten welcken daeghe alsoo nyet en is gebleecken van hender comparitie, welcken aenghesien comparerende alsoo den procureur Essinck, heeft versocht geprocedeert te worden totter interpositie vanden decrete over die voorschreve vercochte goeden en. partije voorts geroepen sijnde ende nyet comparerende, doen condt ende te weten dat bij ons schepenen voors. int langhe oversien sijnde, die voorscreve schepene brieffven, mamise, decrete, proclamatien en. exploicten metten relase vanden bode Schoonderhaeghen ende allen t' gene daer vuyt en. naer is gevolght, procederende alsoo totter interpositie vanden decrete, hebben wij schepenen voorschreven ter manisse des hre. meyers daer over staende van weghen shertoghe van Brabandt ende van sijn recht van naerderschap, renuntierende bij onsen vonnisse geauthoriseert ende authoriseren bij desen die voors. vercoopinghe ende allen t' gene daer vuyt ende naer is gevolght en. die voors. geexecuteerde naer behooren voorts geroepen sijnde en. nyet comparerende, deffault ende contumacie ghevende ende voor t' prouffijt van dijen hen van alsulcken recht ende gerechticheden als sij totte voors. goeden souden moghen hebben, versteeckende, hebben wij die selve aengewesen ende aenwijsen bij desen den voorsch. Michiel Wiggers ende Geertruyt Van Inthout, gehuysschen, als t' hennen behoeffve en. prouffijte, inngecocht bijden voorn. Peeter Foblets vuytwijsens desselffs verclaeren, opden xxvien. juny lestleden gedaen, gestelt opde conditien bijden voors. clerck Goemans daer over gehouden en. bijden selven Foblets en. jor. Antineat als getuyghen respective onderteeckent, alhier gebleecken, welcken volgende is den meergemelden Wiggers inden huyse en. bloecke voornoempt te rmanisse des heere meyers behoorelijck gegoyet ende geerft, present en. accepterende, soo voor hem als ten behoeffve van Geertruyt Van Inthout, sijne huysvre., dat met alle solemniteyten van rechte daer toe versocht et satis et waras opden last vande voors. rente van achthien guldens en. vijffthien stuys., waer vorens datten voors. huyse en. erve is geexecuteert ende dat sonder eenige innovatie der bescheeden, welcke den voors. Wiggers heeft geloeft allen jaeren ten precisen valdaeghe te voldoen onder obligatie van sijnen persoon en. goederen en. naementlijck draeght op in handen des heere meyers tot naerder verseeckeringhe der selver rente een halff bunder landts, eertijts bosch, geleghen onder die voors. banderije van Wesemael, regen. den hertogh van Aerschot in twee sijden, derffgen. Niclaes Diericx en. tsheeren straete, aen den opdraegere competerende bij coope vuyt crachte van evictie, gedaen bij ofte van weghens heer Niclaes Rayemaeckers, vuytwijsens die goedenisse daer van sijnde, gepasseert voor schepenen van Wesemael voors. in date 5en. july 1669, onderteeckt. P. Willems, secr., alhier gesien, en. den voors. opdraegere naer voorgaende verthijdenisse daer vuyt ontgoyet en. onterft sijnde, is ter manisse des heere meyer voors. daerinne gegoyet ende geerfft den voorschreven Essinck, present en. accepteren. ten behoeffve der voorn. jouffe. Apollonia Nielens tot naerder verseeckeringhe, soo voorsch. is, quo facto eodem jure reddidit terminis tanquam, comende voorts te cesseren die gepresenteerde handtvullinghe, gedaen bij heer en. mr. Jeremias Van Dormael als rentmre. van de drije leden der parochiale kercke van Ste. Michiels alhier, alles innegevolge die conditien, begrepen inde acte, gepasseert voor G. Vrancx en. seeckere getuyghen opden negensten deser loopender maendt, actum xxiijen. octobris 1673.  Jan Hoppenbrauwer, G.A. Van Dieve, 1673.

 

Het betreft hier een afgebroken (en dus onvolledige) akte van evictie of uitwinning. Hieruit blijkt immers dat Elisabetha Van Herck eerst gehuwd was met Isaac Vanden Panhuysen en nadien met Hubertus Van Langendonck (en tenslotte met Michael Wigghers.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7939, folio 103r., akte te dateren tussen 1 december 1686 en 6 december 1686.

Allen die gene die dese tegenwoordige letteren sullen sien oft hooren lesen, wij ... [n.v.], scepenen der stadt van Loven, doen conde ende de wete met kennisse der waerheyt dat alsoo Elisabeth Van Herck, lest weduwe van Huybrecht Van Langendonck, ende te vorens Isaack Vanden Panhuysen, vuyt crachte van authorisatie der heeren weesmeesteren der stadt Loven in date xx. october 1636 met scepene briven deser stadt in date 3. february meert (!) 1637 in terita verbonden ende verobligeert stont aen wijlen jouff(rouw)e Maria Freraert in eene erffelijcke rente van xviii guldens xv stuy(ver)s tjaers, den pen(ninck) 16, daer van sij in gebreke was van vastigheyt ende de voorscreve impetrante om vande voorscreve rente ende jaerelijcxe betalinge van dijen naerder verseeckert te sijn, ons v(er)socht heeft haer verleendt te worden behoorelijcke provisie van mainmise, in desen dinende, addresserende aenden iersten bode, hier op versocht, die welcke oock aen hem opden xviii. meert 1649 sijn verleent geweest op ende tot alle ende igewelcke goederen der voorscreve verobligeerde, vuyt crachte van welcke briven wijlen den bode Guiliam Charliers opden dertighsten meert daernaer hem heeft getransporteert binnen den dorpe van Wesemael volgens sijn relaes, in dorso van(de) voorscreve briven gestelt, ende aldaer in sijne als in ons gen(edichs) heere ende deser stats handen tot behoeff der impetrante genomen heeft ierst een halff boinder lants, gelegen onder Wesemael opden Olivier, regen(oten) den Rotselaeren Bergh ter ie., Aert Van Betz ter ii., die Rombautsce strate ter iii. sijden, item een halff daghmael lants, gelegen aldaer ter voorscreve plaetse, regenotende Willem Vanden Panhuysen ter ie., Loys Vander Elst ter ii. ende de erffgenaemen Jan Van Bets ter iiii. sijden, item een daghmael lants, gelegen aldaer opt Elsacker Velt, regenotende jo(ncke)r de Laitre ter eendre, de erffgenaemen Franchois Wiggers ter iie. ende Jan Vanden Panhuysen ter iii. sijden, allen het welck alsoo gedaen sjnde, sijn de voorscreve) briven van mainmise erffgenaemen genoodsaeckt geweest teenen seeckeren gelegenen daege te doen daegen de voorscreve Elisabe[t]h Van Herck om de voors(creve) mainmise te comen sien decreteren ende verclaeren executoriael inder vuegen dat de selve briven opden 17. aprilis vanden jaere 1649 sijn gedecreteert ende verclaert executoriael ende want Helena Vanden Panhuysen wed(uw)e wijlen Jan Crabbe, Niclaes Henskens, Peeter Blooms, Hendric Verlaenen ende Gijsbrecht Van Arschot, alle representanten voor twee staeken vande voorscreve Elisabeth Van Herck in faulte sijn gebleven vande voorscreve rente voor twee paerten te betaelen, verscenen van diversche jaeren, soo heeft den eerw(eerdigen) heere Petrus Marcelis, licentiaet inde heylige godtheyt, etc(eter)a, als proviseur ofte representant der voorscreve erffgenamen jouff(rouw)e Maria Freraert doen daegen alle die voorscreve erffgenaemen met contbriven int particulier geexploicteert door den bode Peeter Bogaers ut retulit, ten eynde om voors(creve) briven van mainmise anderwerve te comen sien decreteren ende verclaeren executoriael, soo dat deselve briven mits non comparitie nochte oppositie der voors(creve) ged(aeghd)e opden vijffden july van desen tegenwoordigen jaere xvic. sesentachentigh anderwerf sijn gedecreteert en(de) verclaert executoriael, vuyt crachte van welcken anderwerve decrete, heeft den heere executant inde voorscreve sijne qualiteyt de voorscreve verobligeerde goederen heeft ter vente doen stellen met affixie van biletten door den voorscreven bode Peeter Bogaers ut retulit opde kerckdore van(de) banderije van Wesemael ende opden huyse van s(ieu)r Jaeques Vanden Scrieck, meyer, ende herberge aldaer, innehoudende specificatie vande panden, designatie vande plaetse, dagh ende ure, waer ende wanneer men die voorscreve goederen vercoopen vercoopen (!) soude, inder vuegen dat over de selve sijn gehouden geweest twee behoorelijcke sitdaegen, te weten opden 8. ende xxiiii. july van desen jaere 1686 ende nogh derden ex gratia door U E(dele) opden 16. november lestleden, onderteeckent P. Nicolai, verleendt, welcken is gehouden geweest naer voorgaende affixie ende proclamatie als voore opden xviii. november daer naer, als wanneer de voors(creve) goederen int generael (mits de selve int particulier niet profijtelijck en hebben connen vercoght worden) metten vuytganck van de brandende kerse, sijn gebleven aen Adriaen Van Hoeff, innegesetenen der voorscreve banderije, om ende voor de somme van twee hondert negenenvijftigh guldens eens achtervolgens conditien, daer over gehouden door den gesworen clerck m(eeste)r Jan Baptista Snijers, alhier in originali gesien ende gebleken ... [akte afgebroken].

 

Paul probeert de andere personen hier even te toe te lichten.

1.   Helena Vanden Panhuysen, weduwe van Joannes Crabbe, was de dochter van Isaac en Elisabetha Van Herck.

2.   Nicolaus Henskens trad op als representant in naam van wijlen Michael Bloems. Deze laatste is de zoon van Theodorus Bloems en Anna Vanden drij en kleinzoon van Isaac Vanden Panhuysen en Elisabetha Van Herck.

3.   Henricus Verlaenen is de man van Emerentiana Bloems. Emerentiana is de zuster van voornoemde Michael en dus eveneens kleinkind van Isaac Vanden Panhuysen en Elisabetha Van Herck. Emerentiana was eerst gehuwd met Guilielmus Meys.

4.   Petrus Bloems is broer van voornoemde Michael en Emerentiana  en dus ook kleinkind van Isaac Vanden Panhuysen en Elisabetha Van Herck.

5.   Gisbertus Van Aerschot huwde met Barbara Bloems, zuster van voornoemde Michael, Emerentiana en Petrus en dus ook kleinkind van Isaac Vanden Panhuysen en Elisabetha Van Herck.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7939, folio 106v., akte dd. 6 december 1686.

Inde tegenwoordigheyt des heere meyers ende scepenen van Loven naergenoempt gestaen den bode Peeter Bogaers naer vermoegen van sijne voorscreve procuratie, hem gegeven om den naervolgenden contracte notariael wettelijck ende reelijck te verniuwen ende te herkennen, heeft tselve gedaen inder vuegen ende maniere naervolgende, waer van den teneur hier naer is volgende ende luydende van woorde tot woorde aldus.

Comparerende opden derden december anno xvic. sesentachentigh voor mij notaris ende inde presentie vande naergenoemde ghetuygen, Helena Vanden Panhuysen weduwe Jan Crabbe, Niclaes Henskens, representant van wijlen Michiel Bloms, Hendric Verlaenen als man ende momboir van Emerentiana Bloms, hun sterckmaeckende voor Peeter Bloms ende Gijsbrecht Van Arschot, ghetrauwt met Barbara Bloms, alle erffgenaemen van Dierick Bloms, weduwer was van wijlen Anna Vanden Panhuysen, dochtere was wijlen Isaack ende van Elisabeth Van Herck, hebben in alle poincten ende articulen gelaudeert en(de) geapprobeert de executie ende vercoop van drije parcheelen lants, gelegen onder Wesemael, d' een een halff boinder opden Olivier, regenotende den Rotselaren Bergh, Aert Bets ende die Rombautsce strate, d' ander een halff dagmael, aldaer regenotende Willem Vanden Panhuysen, Loys Vander Elst ende de erffgenaemen Loys Van Bets, t' derde een dachmael ofte drije virendeelen vierde schooff, gelegen aldaer opt Elsacker, regenoten(de) jo(ncke)r de Laittre, de erffgenaemen Franchois Wiggers ende Jan Vanden Panhuysen, volgens conditie van executie, gehouden binnen Wesemael door den onders(creven), in qualiteyt als clerck vercoght op den negenthinden november lestleden, ten behoeve van Adriaen Van Hoeff, soo voor hem als voor Anna Anna (!) Van Hoyvelt, sijne huysvrauwe, om ende voor de somme van tweehondert negenenvijftigh guldens eens achtervolgens de voorscreve conditien van executie, van welcke somme de voorscreve comparanten bekennen voldaen te sijn, als siende de selve ontfangen door den eerw(eerdigen) heere Petrus Marcelis, president vande Collegie Hovii ende proviseur vande achtergelaten goederen ende renten wijlen jouff(rauw)e Maria Freraert thunder comparanten ontlastinge ende in volle voldoeninge van twee hondert guldens capitael in een meerder van drije hondert guldens ende verloopen, a rate verscenen, waer vore de voorscreve goederen bij mainmise waeren geaffecteert, constituerende tot desen effecte onwederoepelijck een ider thoinder deser om tgene voorscreven staet, voor die heeren meyer ende scepenen van Loven te verniuwen ende te herkennen, consenterende datte voorscreve comparanten vuyt de voorscreve drije parcheelen sullen worden ontgoeydt ende gegicht ende geerft den voorschreven Adriaen Van Hoeff ende sijne huysvrauwe met alle solemniteyten daer toe gerequireert, ghelovende, verbindende ende renuntierende in forma, actum ut supra ter presentie van m(eeste)r Peeter Boogaers ende Peeter Van Tongelen, gewesenen meyer der banderije van Wesemael, getuygen, tot dese geroepen ende gebeden, sijnde d' originele minute deser bijde respective comparanten met hunne naemen ende mercquen beneffens mij not(ariu)s onderteeckendt, onderstont quod attestor, signatum J.B. Snijers, not(ari)s.

Den voorcreven geconstitueerden vuyt crachte ende naer vermoegen vande voornoemde notariale procuratie ende advoy, heeft den inhouden in alle poincten, clausulen ende articulen, daer inne breeder vermelt, alhier vernieuwt en(de) herkendt, obligando, submittendo ac renuntiando, dijenvolgende bij manisse des heere meyers van Loven naer voorgaende vonnisse ende wijsdomme der heeren scepenen heeft opgedraegen met behoorelijcke vertijdenisse ende ten selven rechte drije parcheelen lants, gelegen onder de banderije van Wesemael, hier boven tusschen de regenoten breeder gespecificeert, welcken volgende daer vuyt ontgoeydt, ontgegicht (!) ende gheerft sijnde, soo wordt inde selve ter manisse als vore gegoeydt, gegicht ende gheerft den not(ari)s m(eeste)r Jan Baptista Snijers inden name en(de) behoeff van den voorscreven Adriaen Van Hoff, ende innegesetenen der voorscreve banderije, alhier present ende accepterende soo voor hem als oock voor Anna Van Hoyvelt, sijne huysvrauwe, hunne erffven ende naercomelingen, per monitionem jure et satis obligando, etc(etera), alles pro ut in dicto procuratorio, mede naer vermoegen vande procuratie, gegeven door den eerw(eerdigen) heere Petrus Marcelis, president vande Collegie Hovii, q(ualitate) q(ua) supra gepasseert voor den v(oor)s(creven) notaris J.B. Snijers quarta decembris lestleden, die welcke hier wort gehouden voor geinsereert, soo worden de voors(creve) drije parcheelen lants vande bovens(creven) rente van xviii guldens xv stuy(ver)s ontlaest ende ontslaegen, dienende alsoo dese van gelijcken voor acte van cassatie en(de) quictantie, obligando, submittendo ac renuntiando, coram jo(ncke)r Ferdinandus Vanden Driesche en(de) jo(ncke)r Fredrick Adonia, hac vi. december a(nn)o 1686.

 

In deakte wordt melding gemaakt van Isaac Vanden Panhuysen zone wijlen Guilielmus en zijn vrouw Elisabetha Van Herck dochtere wijlen Joannes.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7897, folio 195v., akte dd. 24 maart 1631.

Item in teghenwoirdicheyt der schepen[en] van Loven naergenoempt gestaen Isack Van(den) Panhuyse sone wijlen Willems ende Elisabet Van Herck dochtere wijlen Jans, gehuysschen, ende Loys Van(der) Meulen sone wijlen Jans ende Catharina Vrints dochtere wijlen Jans, gehuysschen, woone[n]de te Wesmael, hebben onbesundert, o(n)verscheyden ende elck een voor al als principael bekent wel ende deuchdelijcken schuldich te te (!) sijn jouffrouwe Maria Frerart dochtere wijlen m(eeste)r Nicolaes, p(rese)nt ende tselve accepterende vijffentwintich ca achthien carolusguldens te xx stuyvers tstuck, munte in Brabant cours ende loop hebbende, erffel(ijcke) rent ende vijffthien gelijcke stuyvers, erffelijcke rente, alle jaere opden xxiiiien. marty te betaelen ende inder stadts wissele van Loven, los ende vrije van allen beden, lasten ende impositien ons genadichs heeren shertoghen van Brabant, alreede inneghestelt oft naermaels inne te stellen, oock van(de) xe., xxe., ce. ende alle andere, mindere ende meerdere penninghen, hoedanich die soude moeghen wesen oft ghenoempt woirdden, te leveren ten behoeve vande voorghenoemde jouff(rouwe) Maria Frerart, haere erffven ende naercomelinghen oft actie van haer hebbende, erffel(ijck) in toecomende tijden, telcken termijn als schult met rechte verwonnen, daer voor die voors(chreve) respective comparanten indivisim et insolidum verbindende en(de) submitteren(de) henne persoon(en) en(de) alle henne goederen, beye haeffel(ijcke) ende erffel(ijcke), teghenwoirdighe en(de) toecomende, met renuntiatie in forma, geloeven(de) de voors(chreve) comp(aran)ten de selve rente ter manisse te besetten ende thypoticeren op goede, loffelijcke ende suffican(te) panden en(de) gronden van erffven, binnen der banmijle ende jurisdictie van Loven gelegen, boven alle voorgaende commeren ende lasten daerop vuytgaende, dobbel rente werdt sijnde ende voorts meer soo vele te doen dat de voorschreven rentheffersse erffel(ijck) in toecomenden tijden sal moeghen genoech sijn, obligan(do) et submitten(do) als boven ende om de voors(chreve) jouffrouwe Maria Frerart vande voors(chreve) rente van achthien carolusgul(dens) ende vijffthien stuyvers erffel(ijck) ende jaerlijcxe betaelinghe der selver noch naerder te verseckeren, soo hebben die voors(chreve) respective gehuysschen gheconsenteert ende consenteren bij desen dat sij van stonden aen ende tallen tijden haer gelievende, sal moeghen maecken beleyde ende mainmise op ende over alle henne goederen, beyde haeffel(ijcke) ende erffel(ijcke), teghenwoirdighe en(de) toecomen(de), egheene vuytgesundert noch ghereserveert, en(de) naementl(ijck) den voors(chreven) Isack Van(den) Panhuyse ende Elisabeth Van Herck op henne naerbeschreven goeden te Weesmael ende daer ontrent gelegen, eensdeels al hennen hauwelicken staet gedurende vercreghen en(de) eensdeels op hun verstorven van hunne auders, ierst ierst een boender beempts, gelegen opt Winghbeempt, regenooten den Heylighengeest van Wesmael ter ie., de Lostich ter iie., Herman Leys ter iiie. en(de) vierdere sijden, item een daechmael lants, aen daertgat gelegen, regenooten de pastoreye van Wesmael in twee sijden, Jan Van(den) Panhuyse ter iiie. ende den kerck wech ter iiiie. sijden, item een halff daechmael lants, gelegen int Hellegaet, regenooten derffgenaemen Jan Stevens ter ie., Guilliam Van(den) Panhuyse ter iie, Willem Van Roost ter iiie. ende den wech gaende naer tRos ter iiiie. sijden, item noch een halff daechmael lants, in tvoors(chreven) Hellegat gelegen, regenooten den voors(chreven) Isack Van(den) Panhuysen ter ie., den voetwech naer Gelroy ter iie. ende Cornelis Van(den) Cautere ten twee andere sijden, al bijde voors(chreve) gehuysschen vercreghen bij coope, soo sij vercleerde opden last alle belast alleenel(ijck) van sheeren grondtchijns, item huys ende hoff, groot ontrent een daechmael, gelegen te Weesmael, regenooten sheeren straete in twee sijden, Goort Van(den) Panhuyse ter iiie. ende Thomas De Cock ter iiiie. sijden, item een daechmael lants, gelegen opt Dolsackervelt, regenooten jon(cker) Laistre ter ie., Franchois Wiggers ter iie., den voors(chreven) Isack Van(den) Panhuyse ter iiie. sijden, item seven vierendeel lants, gelegen opt Wolffsacker Velt, regenooten jon(cker) Laistre ter ie., Jan De Neuyter ter iie., Franchois Wiggers ter iiie. sijden, item een halff daechmael lants, geleghen int Ros, regenooten derffgenaemen Sebastiaen Van Beneden ter ie., tSien Bossche ter iie. ende derffgen(aemen) Gooris Vuytter Hellicht ter iiie. sijden, item twee plecken lants, elck groot wesende drije vierendeel, gelegen int Hellegat aen dElssen Bosken, regenooten Nicolaes Andries ter ie., Ferry Vuydinckx ter iie., den pastoir van Wesmael ter iiie. ende de weduwe Andries Van Roest ter iiiie. sijden, item noch vijff vierendeel beempts, gelegen aende Perckstraet, regenooten de selve straete ter ie., tgoidtshuys van Vrouwe Perck ter iie., de weduwe Isack Van(den) Panhuyse ter iiie. ende iiiie. sijden, item de een block lants, geheeten tHeyblock, groot een halff boender, gelegen aenden Romboutschen Wouwer, regenooten de Crombautsche straete ter ie., Aert Van Beetz ter iie. ende den Roe[t]selaeren Berch ter iiie. sijden, alle welcke goeden voor deene hellicht opden voors(chreven) Isack sijn gedevolveert van weghen sijne ouders ende voor dandere vercreghen van Jan Van(den) Panhuyse opden xxvien. juny anno 1628 in prima, op den last van(den) sheeren g[r]ondtchijns ende den voorghenoemden Loys Van(der) Moelen en(de) Catharina Vrients op henne naerbeschreven goeden, ierst huys en(de) hoff met alle andere sijne toebehoorten, gelegen opde sRipstraet tot Wesmael voors(reven), groot tsaemen ontrent drije daechmael, regenooten sheeren straete in twee sijden, jon(cker) Godefroy de Laistre ter iiie. ende iiiie. sijden, item drije daechmael lants, daer een huys plach op te staen, regenooten jon(cker) de Laistre ter ie., die sRipstraete ter iie sijden, item een halff boender lants, gelegen op Dolsacker Velt, regenooten de voors(chreve) sRipstraete ter ie., jon(cker) de Laistre te iie. en(de) den voors(chreven) Loys ter iiie. sijden, item onderhalff daechmael lants, gelegen tOvervelt, regenooten Jacop Wijbrechts ter ie., derffgenaemen Anthonis Vuytter Hellicht ter iie. ende sheeren straete ter iiie. sijden, item noch drije vierendeel lants, gelegen opden Cleynen Winckel, regenooten jon(cker) de Laistre in twee sijden en(de) de straete met Willem Leys ter iiie. sijden, item een block, geheeten het Donckerstraet Block, groot wesende drije daechmael, met een halff dachmael bosch daer aen gelegen, regenooten tSienstraet in twee sijden, derffgen(aemen) m(eester) Jans Van Heetvelt in drije iii sijden, item noch drije vierendeel lants op het Waterroos, regenooten Cornelis Van Emelen ... [n.v.], item onderhalff daechmael lants opden Cleynen Winckel, regenooten Willem Busschers ter ie., Glaude Masquelier ter iie. en(de) tSien straet ter iiie. sijden, item een halff daechmael bosch, geheeten het Wijngardeken, gelegen tot Bexem onder Roetselaer, regenooten tSien straet ter ie., die Heyde ter iie. sijden, item drije daechmael eussels, gelegen tot Beversluys groote, regenooten tSien straet terie., Jan Van Ranssum ter iie., derffgen(aemen) Jan Bloems ter iiie. sijden, item ses vierendeel beempts, gelegen opt Winghbempde, regenooten derffgenaem(en) Berbels Van Crickinghen ter ie., Jan Van Vlasselaer ter iie sijden, item drije vierendeel beempts, int Kierbroeck gelegen, regenooten Adriaen Van Hoevelt ter ie. en(de) die leyghrecht ter andere sijden, item lx royen bempts, int selve broeck gelegen, regen(ooten) derffgen(aemen) Librecht Wijbrechts ter ie. en(de) de leyghrecht ter andere sijden, item drije vierendeel beempts, int Helchterbroeck gelegen aen(de) Haeghe, belast alle de selve goeden met ontrent xviii gul(dens) erffel(ijck) en(de) sheeren grondtchijns sonder meer, soo alle de selve goeden opde voors(chreve) Catharina sijn gedevolveert van weghen haere h ouders, consenteren(de) oock mede die voors(chreve) respective gehuysschen int decret bij schepen(en) van Loven daerop te gheven sonder daer toe gheroepen oft gedaecht te woirdden, met conditien dat de voors(chreve) bekenderen de selve rente van xviii rinsgul(dens) xv stuyvers erffel(ijck) sullen moeghen lossen en(de) affquyten tallen tijden hun gelieven(de) teender reyse, elcken gul(den) daeraff met xvie gelijcke gul(dens), munte ten tijde vanden quytinghe ghepermitteert en(de) met volle rente, ende want de voors(chreve) respective gehuysschen en(de) elck een van hun de hellicht van(de) voors(chreve) capitaele penninghen hebben ontfanghen en(de) gheprouffiteert, soo hebben de selven geloeft en(de) geloeven bij desen malcanderen daer van altijts costeloos en(de) schadeloos tontheffen en(de) indempneren, obligan(do) et submitten(do) ac renuncian(do) in forma, coram Lievens, Riviren, martii xxiiii., anno 1631.

            In de marge.

Comparerende op heden den xvie. octobris a(nno) 1637 jouff(rouwe) Elyzabeth Veeckemans, begijncken inden Grooten Begijnhoff tot Loven, en heeft bekendt aen haer in den naem van Marie Frerart bij Joos Poortmans en(de) Guillam Vanden Panhuyse als momboiren van Jan Vanden Panhuyse wel en(de) loffelijck ghetelt te sijn de capitaele penninghen van negen gul(dens) vii st(uyvers) erffelijcke met de verloopen van dijen vuyt eene meerdere rente van achtien gul(dens) erffel(ijck), in[t] witte deser vermelt, promittens non amplius alloqui sed semper satis et sic vacat, toircon(de), etc(etera).

Elisabeth Vequemans.

 

In de volgende akte maakt men melding van Elisabetha Van Herk, eerst gehuwd met Isaac Vanden Panhuysen en daarna met Hubertus Van Langendonck.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8255, folio 456r., akte dd. 3 maart 1637.

Item in tegenwoordicheyt der schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen Guilliam Impens om tgene naerbes(chreen) is, valide te mogen doen, volcomelijck gemachticht met procuratie speciael ende irrevocable, hem gegeven bij Elisabeth Van Herck, waer van den teneur hier is volgende van woorde tot woorde.

Op heden desen 27. feb(ruary) 1637 comparerende voor mij openbaer notaris ter presentien van(de) getuygen naer te noemen, Elisabeth Van Herck lest wed(uwe) wijlen Huybrechts Van Langendonck ende te voorens van Isaacq Van(den) Panhuyse, ten bij sijne ende overstaen van Louys Van(der) (!) Vander Meulen als momboir van(de) onbeiaerde kinderen der voors(chreve) comparante en(de) gebruyckende tot gene hier toe de permissie ende aucthorisatie vande heeren weesmeesteren deser stadt de date 20. octobris 1636, onderteeckent G. Tijpoets, heeft bekendt ende geleden, gelijck sij doet midts desen, wel ende loffelijck schuldich te sijn aen jo(uffrouw)e Marie Frerarts eene erffelijcke rente van xviii g(uldens) ende xv stuy(vers) tsiaers (midts eene somme van drij hondert g(uldens), haere ten dancke op heden getelt), den g(ulden) tot xx stuy(vers) ende den stuy(ver) tot drij plecken Brabants gerekent, alle jaere op date deser binnen deser stadts wissele van Loven, los en(de) vrij van x., xx., c., meerde[re] endere (!) mindere impositien ende subventien, alreede innegestelt oft alnoch inne te stellen, ten behoeve vande voors(chreve) jo(uffrouw)e Frerarts te leveren, daer voor verbindende haeren persoon ende goeden, present ende toecomende, met renunciatie in forma, ende naementlijck privilegio s(enatus) c(onsulti) vell(eiani) auth(entica) si qua mulier, daer van bij mij notario onderricht sijnde, ende tot meerdere versekerheyt vande voors(chreve) rente van achthien g(uldens) en(de) vijffthien stuy(vers) erffelijck, soo heeft de voors(chreve) comparante ten overstaene als voor geconsenteert int maecken van beleyde oft mamise ende decreet der selver sonder daer toe geroepen oft gedaecht te derven worden over alle haere kindere[n] goeden (volgens de voors(chreve) actie van aucthorisatie), soo voor kindt als naerkinderen, ende naementlijck over dese naervolgende goederen, bij haer comparante ende wijlen haeren ieersten man vercregen, ieerst een halff boinder landts, gelegen opden Olivier, regen(oten) den Rotselaeren Berch ter ie., Aert Van Bets ter iie., de Romboutsche straete ter iiie. sijden, item een halff dachmael landts, ter voors(chreven) plaetsen gelegen, regen(oten) Willem Vanden Panhuyse ter ie., Louys Van(der) Elst ter iie. ende d' erffgen(aemen) Jan Van Bets ter iiie. sijden, item noch een dachmael landts, gelegen opt Dolfsaecker Velt, regen(oten) jo(ncke)r de Laittre ter ie., d' erffgen(aemen) Franchois Wiggers ter iie. ende Jan Vanden Panhuyse ter iiie. sijden, item over dese naervolgende goederen, achtergelaeten bij wijlen Huyberecht Van Langendonck, haeren tweeden man, ieerst drij dachmaelen landts, gelegen opt Cleyn Kerster Velt onder Herent, belast elck dachmael met eenen penn(inck) Lovens, item vijff vierendeelen landts onder Thildonck opt Erck, belast met twee spinten ende ende (!) eenige penn(ingen) Lovens, item onderhalff dachmael landts onder Herent opt Cleyn Kerster Velt, belast met eenen cleynen heeren chijns, met conditie vande voors(chreve) rente te mogen lossen alst de voors(chreve) rentgeldersse gelieven sal teender reyse, den penn(inck) xvi. ende met volle rente, constituerende tot versekerheydt van des voors(chreven) is, Leunckens, Impens ende elken thoonder deser om tselve voor de heeren schepenen van Loven te vernieuwen ende te herkennen, gelovende allen tgene bij haeren gemachtichde hier inne sal wesen gedaen, altijdt en(de) onwederroepelijck voor goet, vast ende van weerden te houden onder gelijcke obligatie, submissie ende renunciatie als voor, aldus gedaen ende gepasseert ten daege, maendt ende jaere voors(chreven) ter presentie van Henrick De Leeuw ende Guilliam Charlieer (!), als getuygen tot desen geroepen ende gebeden, ende heeft de voors(chreve) comparante de minute deser beneffens mij notario onderteeckent, quod attesor, ende was onderteeckent, quod attestor, ende was onderteeckent J. Schellekens, not(ari)s.

Naer vermogen vanden welcken soo heeft den voors(chreven) gemachtigde den voors(chreven) contracte notariael ende inhouden desselffs in alle ende igelijcke sijne poincten herkent ende vernieuwt, mede geconsenteert int maecken van mamise ende decret der selver over de goeden, hier voor gespecificeert, met gelofte vande selve rente op sijnen behoorlijcken termijne wel ende loffelijck te betaelen, obligerende, sub(itterende) ende renuncierende in forma, coram Borchgraef, Greve, iiia. martii 1637.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Vanden Panhuijs Joannes, () Wezemaal 21.11.1619 (g. Joannes De Lanne, secretaris van de baron van Wezemaal, en Emerantiana Vander Hoeven grootmoeder),

 

2. Vanden Panhuijs Anna, XI (S1403), () Wezemael 07.04.1621 (g. Joannes Van Herck en Anna Vanden Panhuijs),

 

Vanden Panhuijs Petrus, () Wesemaal 30.08.1622 (g. Petrus Michiels ex Werchter en Adriana Holemans comune Wilhelmi Vanden Panhuijs), x Rotselaar 06.07.1649 (g. Joannes Vande Panhuyse en Adrianus Cruystraten) met Catharina Van Cruystraten,

     Uit dit huwelijk:

     Vanden Panhuijsen Anna, () Rorselaar 09.10.1650 (g. Adrianus Van Hillegem en dna Elisabeth Brielmans begina n.

     Anna Cruysstraten, x Rotselaar 30.01.1679 (g. Walterus Van Schoelandt en Joannes Mommens) met Imbrechts Joannes

     (burgemeester Aarschot),

     Grafschrift in de O.L.Vrouwkerk te Aarschot:
     "Hier light begraven
     Joannes Imbrechts
     borgemeester deser stadt
     sterft den 20 meert 1726
     ende Anna Vanden Panhuysen
     syne huysvrouwe
     sterft den 11 july 173...
     met hunne nacomelingen"

     Vanden Panhuijsen Catharina, () Rotselaar 25.01.1653 (g. Martinus Dauwe en Catharina Grietens),

     Vanden Panhuijsen Dimphna, () Rotselaar 25.07.1655 (g. Dnus Joachim Oppains dnus de Zalem en Dimphna Aurocx),

 

Vanden Panhuijse Joannes, () Wezemaal 06.02.1624 (g. Joannes Cloet en Dijmphna Walberickx),

 

Vanden Panhuijse Gullielmus, () Wezemaal 02.09.1626 (g. Gulielmus Vanden Panhuijsen en Catharina Vande List), (+) Wezemaal 27.06.1642,

 

Van Panhuyse Isaac, () Wezemaal 08.04.1629 (g. Johannes Vandenpanhuyse, mayerus Rotselariensis en Maria Van Inthout),

 

Van Panhuyse Helena, () Wezemaal 11.09.1630 (g. Hermanus Blooms en Helena Van Panhuyse fa Joannis, maieri Rotselar), x Werchter 25.11.1657 (g. Petrus ... en Guillielmus Me...) met Joannes Crabbe,

     Uit dit huwelijk:

     Crabbe Maria, () Werchter 25.08.1658 (g. Anna De Bruijn n. Michael Wiggers en Anna Verbomen n. Maria Holemans),

     Crabbe Guilielmus, () Werchter 09.06.1660 (g. Guilielmus Meys en Maria Herries),

     Crab Maria, () Wezemaal 16.10.1664 (g. De Clerecq Pieter en Wieggers Maria),

     Crab Michael, () Wezemaal 27.01.1671 (g. Bloems Michael en Van Langhendonck Barbara),

 

Van Panhuysen Maria, () Wezemaal 09.01.1633 (g. Cornelis Vereecte en Maria Van Herck), x Wezemaal 10.07.1660 (g. Adrianus De Becker en Wilhelmus Vanden Panhuysen) met Walterus De Becker, geen fii Wez, Bet, W, Rot,

 

2. Van Langendonc Barbara, () Wezemaal 02.09.1635 (g. Joannes De Muijser en Barbara Van den Put), x Wezemaal 08.02.1661 (g. Guilielmus Maijes en Adrianus De Neuter) met Geerts Bartholomeus,

     Uit dit huwelijk:

     Geerts Guilielmus, () Wezemaal 18.10.1661 (g. Guilielmus Meijs en Catharina Geerts),

     Geerts Maria, () Wezemaal 11.03.1666 (g. Guilielmus Geerts en Maria Wiggers),

     Geerts Elisabeth, () Wezemaal 25.02.1668 (g. Adriaen Van Inthaut n. Claes Joannes en Elisabeth Bols),

     Geerts Petrus, () Wezemaal 27.07.1670 (g. Geerts Petrus en Van Inthaut Gertrudis),

     Geerts Franciscus, () Wezemaal 28.09.1673 (g. Franciscus Willems en Lucia Van Langhendonck),

 

3. Wigghers Michael, () Wezemaal 03.10.1638 (g. Petrus Leijs en Catharina Janssens), x Wezemaal 29.11.1664 (g. Petrus Van Schrieck en Guilielmus Mijs) met Gertrudis Van Inthout,

     Uit dit huwelijk:

     Wiggers Petrus, () Wezemaal 12.04.1665 (g. Van Scrieck Petrus en Drijers Anna n. Van Hoovelt Johanna),

     Wiggers Elisabeth, () Wezemaal 26.05.1666 (g. Gierst Pieter en Wiggers Elisabeth),

     Wiggers Petrus, () Wezemaal 01.04.1669 (g. Bloms Petrus en Langendonck Barbara),

     Wiggers Emerantiana, () Wezemaal 27.08.1671 (g. Wilms Joannes en Bloems Emerantiana),

     Wiggers Maria, () Wezemaal 06.01.1673 (g. Moons Fredericus en Van Halbeeck Maria),

     Wiggers Antonius, () Wezemaal 02.012.1674 (g. Wilms Antonius en Van Bouschot Catharina n. Bervoets Maria),

 

Wigghers Maria, () Wezemaal 17.02.1641 (g. Petrus Huens en Adriana Van Inthout), x 1 Wezemaal 30.06.1669 (g. Michael Wiggers en Bartholomeus Geerts) met Joannes Verheijden, fs Joannes en Maria Cortens, x 2 Wezemaal 30.10.1677 (g. Dnus Joannes Vander Schrieck en Antonius Claevers) met Hendricus Vannes,

In de onderstaande akte vernemen we (met dank aan Paul Peeters) dat Joannes Verheyden de jonge (x Maria Wiggers) de zoon is van Joannes en Maria Cortens.  Deze laatste treedt als doophefster op van zowel de eerste als de tweede Maria Verheyden, resp. gedoopt op 04.03.1671 en op 26.03.1674 als kinderen van Joannes en Maria Wiggers.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8272 fol. 171v.

In tegenwoordicheyt der heeren schepenen van Loven naerbes. gestaen den clerck G. Boels, den welcken vuyt crachte ende naer vermoghen sijnder procuratie, hiernaer van woorde tot woorde volgende, om den contracte behoorel. te herkennen en. vernieuwen, heeft t' selve gedaen als volght.

Comparerende op heden den xxxien. july 1671 voor mij openbaer notaris ende inde presentie vande getuygen naergenoempt, Jan Verheyen den joengen en. Maria Wiggers, gehuysschen, die welcke hebben bekent en. geleden, soo sij doen midts desen, ontfangen te hebben van jouffe. Barbara Sillevoet, weduwe van wijlen sr. Jan Herregauts, de somme van hondert vijfftich gul. eens in permissen gelt, voor welcke somme die voors. compnten. geloven te betaelen eene jaerlijxsche rente van negen gul. vij s. opden eenendertichsten july 1672 te verschijnen en. soo voorts van jaere tot jaere totte quytinghe toe der voors. rente, d' welck sal moghen gequeten worden als die voors. rentgelders sullen believen t' eender reyse en. met volle rente tegens den peninck sesthien, gelovende die voors. rente alle jaeren binnen deser stadt Loven los en. vrije te leveren als schult met recht verwonnen, daer voor verbindende hunne respective persoonen en. goederen, meublen en. immeublen, present en. toecomende, met renuntiatie prout in communi forma, en. tot meerdere vasticheyt en. versekeringhe vande voors. capitaele penninghen en. jaerlijxsche betaelinghe vande selve rente, soo sijn alhier insgelijx gecompareert Jan Verheyen en. Maria Cortens, gehuysschen, respective vaeder ende moeder vande voors. ierste comparanten, die welcke onder obligatie, submissie en. ren. als boven hun hebben gestelt borghen en. cautionarissen als principaelen, consenterende in het maeken van beleyde en. mainmise over alle en. iegewelcke hunne goederen en. in het decreet der heeren schepenen van Loven ende naementlijcken over seker huys ende hoff, gelegen tot Vuyttum onder de baronnije van Wesemael, groot ontrent seven vierendeelen, regenoten sheerenstraete ter ire., de Lostinck ter ije., d' erffgen. Willem Vereeckt ter iijre. ende Wouter Minnen ter iiijre. zijden, item drije vierendeelen bempts min ofte meer, gelegen onder Wesemael, regenoten de Lostinghe ter eenre, Jan Verheyden voors. ter ijre. ende de straete ter iijre. zijden, wesende die voors. goederen vrije ende onbelast, gelijck die voors. comparanten sijn affirmerende, hebbende die voors. vrouw persoonen gerenuntieert aen het privilegium senat. consult. vell. auth. si qua mulier, bij mij ondergeschreven nots. onderricht sijnde, constituerende onwederoepelijcken een ieder ende thoonder en. brenger deser om allen t' gene voors. is voor meyer en. schepenen van Loven en. alomme elders daer des van noode wesen sal, te vernieuwen en. te herkennen, consenterende inde condemnatie voluntair en. parate executie, promitten. semper ratum, etha.

Aldus gedaen binnen Loven ten daeghe, maende en. jaere voors. ter presentie van Jan Andries en. mijn heere Egidius De Fraye, licentiaet inde rechten, als getuygen hiertoe geroepen en. gebeden, en. hebben die voors. compnten. en. obliganten de minute deser beneffens mij nots. onderteeckent, onderstont quod attestor ende was onderteeckent M. Froidmont, nots.

Welcken volgens heeft den voors. geconstitueerde den bovenges. contracte notariael vuyt crachte sijnder procuratie behoorelijcken herkent, vernieuwt en. gereitereert en. eentsaementlijcken geconsenteert in het slaen van beleyde en. mainmise over alle die voors. verobligeerden en. cautionarissen, meublen. en. goederen, obligan., submitten. ac ren. in forma, coram jor. Eynatten, jor. Vanden Driessche, lata 20en. 9ber. 1673.

     Uit dit huwelijk:

     1. Verheijden Michael, () Wezemaal 05.09.1669 (g. Elsmans Michael en De Brier Anna),

     Verheijden Maria, () Wezemaal 04.03.1671 (g. Bloems Theodorus en Cortens Maria),

     Verheijden Joannes, () Wezemaal 18.09.1672 (g. Janssens Joannes en Vermeulen Elisabeth),

     Verheijden Maria, () Wezemaal 26.03.1674 (g. Emmens Theodorus en Van Panhuijsen Anna n. Cortens Maria),

     Verheijden Joannes, () Wezemaal 11.11.1675 (g. Van Halbeeck Joannes en Heijdens Margareta),

     2. Vannes Barbara, () Wezemaal 27.07.1678 (g. Vannes Jacobus en Bloems Barbara),

 

Wigghers Elisabeth, () Wezemaal 28.06.1643 (g. Guilielmus Vanden Bosch en Maria Michiels), x Wezemaal 07.05.1670 (g. Theodorus Bloems en Bartholomeus Bertels) met Geerts Joannes. Geen fii te Wez, Rot, W,

 


 

XI - Vervoort Joannes (S1496), () Werchter 26.08.1621 (g. Petrus Vervoort en Barbara Vervoort), x Werchter 12.10.1645 (g. Rixs Abraham en Vervoort Judocus) met Van den Panhuysen Margaretha (S1497), () (vermoedelijk Rotselaar in de niet-register-periode).

 

Uit dit huwelijk:

 

Vervoort Maria, () Werchter 13.01.1647 (g. Godifridus Van den Panhuysen en Maria Hollemans),

 

Vervoort Anna, () Werchter 06.09.1648 (g. Bartholomeus Verstreken en Anna Holemans),

 

Vervoort Petrus, () Werchter 07.03.1651 (g. Petrus Tombeur en Anna Van den Panhuysen),

 

Vervoort Arnoldus, () Werchter 12.03.1653 (g. Arnoldus Van Tongelen en Maria Van den Panhuysen),

 

Vervoort Elisabeth, () Werchter 01.03.1654 (g. Judocus Vervoort en Elisabeth Van den Panhuysen),

 

Vervoort alias Viskens Guilielmus, () Werchter 23.12.1657 (g. Guilielmus Van Aerschott en Anna Vervoort), x Werchter 02.04.1679 met Massa Margaretha,

     Uit dit huwelijk:

     Vervoort Henricus, () Werchter 08.05.1682 (g. Vervoort Henricus en Boecksteijns Catharina),

     Vervoort Anna Cornelia, () Werchter 31.03.1680 (g. Anthoni Cornelius en Masla Anna),

     Vervoert Catharina, () Werchter 28.12.1684 (g. Rix Petrus en Vande Straeten Catharina),

     Vervoort Michael, () Werchter 27.06.1687 (g. Wendricx Michael en De Jonghe Petronilla n. Peetermans Maria),

     Vervoort Catharina, () Werchter 30.10.1690 (g. Ballau Guilielmus en Wouters Catharina),

 

Vervoort  alias Viskens Henricus, X (S748), () Werchter 12.03.1662 (g. Henricus De Brier en Anna Verbeeck).

 

 

 

XI - Blooms Theodoricus (S1402), () Wezemaal 05.04.1616 (g. Theodoricus Van Vlasselaer en Anna Verhulst), x Wezemaal 28.10.1640 (g. Joanna Van Inthout en Petrus Vanden Schrieck ex Alijs) met Anna Vanden Panhuijs (S1403), () Wezemael 07.04.1621 (g. Joannes Van Herk en Anna Vanden Panhuijs).

 

Een akte i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Blooms Theodoricus.

 

Uit dit huwelijk:

 

Bloems Emerantia, () Wezemaal 01.11.1640 (g. Gregorius Vanden Panhuijsen en Emerantia Vanden Panhuysen), x 1 met Henricus Verlanen, x 2 Wezemaal 05.08.1670 (g. Theodorus Bloems en Bartholomeus Geerts) met Guilielmus Meijs, geen fii te Wez, Rot,

 

Bloms Michael, () Wezemaal 18.01.1643 (g. Michael Wiggers en Elysabeth Van Inthout),

 

Bloems Georgius, () Wezemaal 26.02.1645 (g. Georgius Leups en Maria Van Herck),

 

Bloems Helena, () Wezemaal 24.02.1647 (g. Godefridus Vanden Panhuijsen en Helena Vanden Panhuijsen),

 

Bloems Petrus, () Wezemaal 03.12.1648 (g. Dionysius Van Inthout en Anna Van den Panhuijs),

 

Bloems Adrianus, () Wezemaal 30.04.1651 (g. Guilielmus Meijs en Adriana Montens),

 

Bloems Barbara, () Wezemaal 30.04.1651 (g. Petrus Vanden Schrieck en Barbara Claes),

 

Bloms Henricus, () Wezemaal 21.02.1655 (g. Henricus De Brier en Anna Vermeulen),

 

Bloms Barbara, () Wezemaal 24.05.1657 (g. Andreas Van Inthout loco Andreas Cranevelt en Barbara Van Langendonck), x Wezemaal 19.11.1677 (g. Van Aerschot Joannes en De Bloem Petrus) met Van Aerschot Gisbertus,

     Uit dit huwelijk:

     ... geen andere fii in Wez, W, Rot, DD,

     Van Arschot Emerantiana, () Wezemaal 18.03.1691 (g. Geerts Petrus en Blooms Emerantiana),

 

Bloems Elisabeth, X (S701), () Wezemaal 06.12.1658 (g. Franciscus Willems en Elisabeth Wiggers).

 

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom