Geslacht van Northeim                      

 

Benno van Northeim (S + N), x met gravin Eilika.

 

Uit dit huwelijk:

 

Otto van Northeim.

 


 

Otto van Northeim, ca. 1030, + 11.01.1083, x met Richenza van Zwaben (? fa Otto II van Zwaben).

 

Door zijn huwelijk worden de bezittingen van Northeim gevoelig uitgebreid. In 1061 wordt hij door keizerin Agnes van Poitou, die tevens hertogin van Beieren is, tot hertog van Beieren aangeduid. In 1071 wordt hij er van beschuldigd een aanslag tegen de koning beraamd te hebben. Hij wordt opgeroepen tot een tweegevecht, maar daagt niet op en wordt hierom afgezet als hertog van Beieren.

Het Graafschap Northeim was een middeleeuws graafschap aan de zuidwestelijke uitlopers van het Harzgebergte in Duitsland. De hoofdstad was Northeim.

Omstreeks het jaar 950 trad voor het eerst een adellijk geslacht in Northeim op de voorgrond. Haar macht bereikte met graaf Otto I een eerste hoogtepunt, toen deze van 1061 tot 1070 als Otto II Hertog van Beieren werd. Zijn zoon Hendrik de Vette werd markgraaf in Friesland. Hendriks dochter, Richenza van Northeim, werd als echtgenote van Lotharius III Duitse Keizerin.

Het bezit van de Northeimers bevond zich aan de bovenloop van de Leine, de Werra, de Wezer, de Diemel, de Nethe en de Beneden-Elbe (Boyneburg). Daarnaast waren de graven van Northeim 'voogden' van Corvey, Gandersheim, Helmarshausen, de familiekloosters in Northeim, Amelungsborn en Oldisleben.

Dit familiebezit werd na de dood van Richenza (in 1141) en de dood van haar oom Siegfried IV van Boyneburg (in 1144) en die van de vroegere markgraaf van Meissen Herman II van Winzenburg (in 1152) gerfd door Richenzas dochter Gertrude van Saksen, de vrouw van hertog Hendrik de Trotse en moeder van Hendrik de Leeuw. Hiermee kwam het bezit in handen van de Welfen.

 

Uit dit huwelijk:

 

markgraaf Hendrik van Northeim,

 

graaf Kuno van Beichlingen,

 

graaf Siegfried III van Boyneburg,

 

graaf Otto II van Northeim,

 

Ida, x met graaf Thiemo I van Wettin,

 

Ethelinde, x 1 met Welf IV, x 2 met Herman I van Kalverlange,

 

Mathilde, x met graaf Koenraad II van Werl-Arnsberg.

 


 

Hendrik van Northeim alias de Vette, + 10.04.1101, x met Gertrudis van Meissen (S + N), we van Diederik van Catlenburg.

 

Hendrik van Northeim , bijg. de Vette, was een zoon van Otto I van Northeim. Hij volgde zijn vader op als hertog in Saksen-Werra en graaf van Northeim. Hij kreeg ook Friesland en de titel Markgraaf toegewezen van Hendrik IV, maar toen hij in 1101 bezit wilde nemen van zijn land, werd hij in een hinderlaag gelokt door de bisschop van Utrecht en de Friezen en gedood. Deze moord was het feitelijke begin van de Friese Vrijheid.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Diederik III van Katlenburg, x met Adela van Beichlingen,

 

2. Otto II,

 

Richenza, x met Lotharius van Supplinberg,

 

Gertrudis, 

 



Otto I van Salm - van Rheineck, ca. 1080, x ca. 1115 met Geertruid van Northeim (S + N), we paltsgraaf Siegfried, fa Hendrik de Vette markgraaf  van Friesland en graaf van Northeim x Gertrudis van Brunswijck.

 

Otto was de zoon van de Duitse tegenkoning Herman van Salm en Sophia van Formbach. Zij waren een van de meest pausgezinde families van die tijd. Hij bouwde de burcht Rheineck die in 1151 na zijn dood door de toenmalige paltsgraaf verwoest werd. Rond 1115 trouwde hij met Geertruid van Northeim, weduwe van paltsgraaf Siegfried. Zij was de dochter en erfgename van Hendrik de Vette, markgraaf van Friesland en graaf van Northeim, en van Gertrudis van Brunswijk. Ze was de zuster van Richenza van Northeim die met keizer Lotharius III gehuwd was.

 

Uit dit huwelijk:

 

Otto II, 115-1149, x met fa Albrecht de Beer,

 

Sophia,

 

Beatrix, x met Wilbrand I van Locum-Hallermund, markgraaf van Friesland.


Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom