Voorouderlijst Van Lantrop Hendrik

 

Waar komt de familie van Lantrop vandaan en waar ging ze naartoe. In België komt ze heden blijkbaar niet meer voor, evenmin in Nederland. In de U.S.A. wonen blijkbaar  een aantal Lantrop(s).

Mogelijk komen ze uit Nederland of  Duitsland ?

Vast staat dat Wilhelm von Lantrop in Bienen (kreis Reis) in 1298 leefde. Ook in het naburige Emmerich leefden von Lantrop(s) in de 14 de en 15 de eeuw. Uit deze regio waren er een aantal soldaten gelegerd in Werchter.

 

Of is dit de plaatsbepaling  ?

1357 Juni 15: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

Regestenlijst Huis Bergh

129 Henric van Withenhorst draagt ten behoeve van zijn zoon Jhan aan de vrouwe van Bylant het leengoed te Lantorp en in de boerschap Escharden op.
Gegheven int jaer ons Heren dusent driehundert seven ende viiftich up sunte Vitus' dagh.

 

Nog ter illustratie:

Es wurde berichtet, dass die karolingischen Franken Arm in Arm mit den Missionaren über den Rhein kamen, um zu siegen und zu bekehren. Wir wissen, dass fränkische Missionare schon um 700 Kirchen in Wesel und Emmerich gebaut haben. Was spricht dagegen, dass am Platz Beenhorst, dem heutigen Bienen, um 900 eine Holzkapelle als Missionszentrum stand? Die Inschrift und alle Indizien sprechen dafür.
Schon 1122 war Bienen Sitz einer größeren Gutmasqswirtschaft des Stiftes Xanten mit einem ausgedehnten Hofesgericht. In Band 2 der "Quellen zur inneren Geschichte der Rheinischen Territorien" hat Theorod Illgen diese Urkunde als Nummer 4 veröffentlicht. Am 11.März 1122 unterstanden das Hofgericht in Bienen und die Zinspflichtigen von Warbeyen, Sulen und Mehr noch dem Erzbischof von Köln. Sein Konkurrent war Graf Arnold von Kleve, der seine Rechte als Vogt geltend machte. (Warbeyen lag übrigens 1122 noch auf der rechten Rheinseite).
1298 war Bienen schon eindeutig ein klevisches Gericht. Zwei Urkunden vom 25.November 1298 bestätigen es. In der ersten ist vom Verkauf des Hofes Keymenayde (Kemnade) und anderer Güter im "Kirchspiel Bynen" die Rede. Dechant und Kapitel von Xanten kauften den Besitz von Johann von Holthusen. Zwanzig Jahre später bezeugte Wilhelm
von Lantrop (Androp), Richter in Bienen, dass dieser Verkauf vor ihm "und anderen zu diesem Zweck an das Gericht Bynen berufenen Richtern" stattgefunden habe. Herr von Lantrop ist auch so gewissenhaft, zu quittieren, dass er für seine Rechtsfähigkeit einen Krug Wein und die anderen richterlichen Helfer ihre Zeugengelder empfangen hätten. Das waren noch Zeiten, als "Urkundsbeamte" und "Notare" mit einem Krug Wein entlohnt wurden. Die beiden Helfer des Richters von Lantrop, denen er ihre "denarios testimoniales - zeugengelder" bezahlte, waren Gerhard gen. Unmathe aus Rees und Dietrich gen. Kerle aus Androp.
Die zweite Urkunde vom 25.November 1298 bezieht sich auf denselben Kauf. In ihr bestätigt das Xantener Kapitel, dass sein Kanoniker Theodericus die Hälfte des Kaufpreises für die Bienener Güter des Johann von Holthusen gezahlt habe, und dass ihm daher auch die Hälfte "an deren Herrlichkeit und Eigentum" zustehe.
Nachfolger des Wilhelm
von Lantrop als Richter in Bienen wurde 1348 Gerhard Wolf van Meer. Aber er firmiert schon nicht mehr als Richter in Bienen, sondern als Richter in der Hetter, hatte also seine Zuständigkeit ausgeweitet. 1356 wird ein Otto Doys als "Richter in der Hetter" erwähnt, der einen Güterwechsel in Bienen bezeugt.
Auch die Abtei Hamborn hatte Besitz in Bienen. Im Jahre 1363 beurkundete der Richter in der Hetter Heinrich van Horstel den Verkauf von Klostereigentum in Bienen durch den Abt Heinrich von Hamborn.
Das kleine Dorf Bienen am Niederrhein hat eine mehr als tausendjährige Geschichte. (bron: http://www.vrasselt.de/index.html).

 

Onderstaande aktes met dank aan Evrard Van Zuylen

Regesten aus dem Hueter Archiv : Am 30. Januar 1377 verkaufen vor Richter Heinrich Huchtebuec in der Hetter Heinirch van Lantorp und sein Sohn Wilhelm an Hermann Cremer 3 maltersaatland bei dem Balkenkam" regest 1908/4
1352 n(uncius) Johannis de Rastvelde conq(uerens) de Stephano de Lantorpe Stadtrechnungen von Wesel I, p 87

1401 Henr. Van Lantorp Stadtrechnungen von Wesel II, p 236 en p 238

Lijst uit midden 14de eeuw Evert van Lantorpe, leenman van de heer van Zuylen Lijst berusttende in het Archief van Anholt.

1352 Lantrop ist ein Haus und Hof im Clevischen, welchen früher von den v Wissel zu Lehn gingen. In 1352 verspricht Stephan van Lantrop sie aus dem Wisselschen Lehnsverband zu lösen und

dem Junker Johan van Cleve als Offenhaus aufzutragen [zegel 1 zuil ]. In KMU wordt Steven al knaap genoemd. Fahne, Geschichte dr Kolnischen … Geschlechter … p84;  KMUI #4 1250 Stephan van Lantrop getuige voor akte van graaf Otto van Gelre. KMU I #5

1389 … Nynne van Lantrop … KMU II#229

1231-1255 Gelders mininsteriaal Steven van van Lantrop, verschillende malen vernoemd. Was miles de Lantorp. Sloet #538, 547, 562, 563, 565, 580, 582, 589, 589, 635, 711, 713, 765, 774

1233-1235 Willem, broer van Steven van Lantrop, beide milites Sloet #563,#582

1324-1338 … Winand van Lantrop, Kan Xanten AHVNR 137p 21

1320 W(illem) dictus de Lantdorp uns s Frau Allegerda waren bis

1320 mit einem Gut im Ksp Didam belehnt. Memorienbuch Stiftes Kleve p 152; Lehnregister kleve 866/1

1233 Henricus de Lenthorpe Kan Xanten Weiler p85

1415 Wilem van Lantrop en zijn vrouw Aliit verkopen een goed. Huis Bergh #293

 

Uit:

REGISTER OP DE EENAKTENBOEKEN VAN HET  VORSTENDOM GELRE EN GRAAFSCHAP ZUTPHEN.

NAAR HET OORSPRONKELIJKE HANDSCHRIFT

UITGEGEVEN DOOR

Mr. J. J. S. Baron SLOET EN Dr. J. S. VAN VEEN.

LEENEN BUITEN GELDERLAND.

(UITHEEMSCHE LEENEN.)

BEWERKT DOOR MR. J.J.S. BARON SLOET:

Johan Myns 1), priester, ontfinck den hoff tot Mullen, gelegen tot Hummersum, in den

gericht van Aesperden, tot eenen Rijperscheitschen leen, met allen sijnen tobehoren,

als dieselve te wesen plag Claes pastoirs voor ende na Johan Mynsen, sijns vaders,

a°. 1415. Sijn broder Henrick van Lantorp is hulder.

 

Wie lost het ooit op?

 

XVI - XVII - van Lantrop Hendrik (S), ° ca. 1430, x met ...

 

Uit dit huwelijk:

 

van Lantrop Jasper, XV - XVI.

 


 

XV - XVI -Van Lantrop Jasper (S), ° ca. 1460, + > 05.06.1538, x met de Fever Elisabeth, deze x 2 met Cornelius de Cock.

 

Hij was rentmeester van de hertog van Aarschot, Hendrik Noris (1513).

Wordt op 5.6.1538 vader genoemd van Hendrik en Jan.

 

Onderstaande aktes met dank aan Christine Savat:

R1628: Fo 41:
- 16 juli 1543: Peeter De Borchgraeve x jouffr Anne Roetmans verkopen een dm land opt Rotselaerenvelt aan Hendrik Van Lantrop
- 20 juli 1557: meester Mathijs Quinget heeft ontfangen ten behoef van Anna Van Lantrop bij doode van de voors Henric Van Lantrop het voors dm
- 30 maart 1576: Cristoffel Quinget heeft te leene ontfangen het voors dm land daer den voors meester Mathijs wijlen zijn vader lestmael vuijtgestorven es
- op dezelfde dag verkoopt hij het cs dm land aan Claude Maschelier
- 24 sept 1625: jonkvr Emerentiana Van Lantrop we wijlen Claude Maschelier heeft te leene vercregen na de dood van haar man het voors dm land opt Rotselaerenvelt
als sterfelijck persoon hierop Jore Anna Willibert dochtere wijlen sr ende mr Maximiliaens doctor inde rechten ende raedt van haer ehoogheden tot Berghen in Henegouwen heeft mr Henrick Leunis als besetman gedaen manschap hulde . . .

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Lantrop Joannes, ° ca. 1490, x met Catharina Wyfliets.

Aktes met dank aan Christine Savat:

van Lantrop Joannes, x met Catharina Wyfliets,

15.3.1532 : Verwerft in Antwerpen een huis met grachten omgeven genoemd 'Ravenborch" buiten de Sint Joris Poort. (sg. Antwerpen 181 folio 323) .
22.3.1540 : Erfdeling tussen Catharina Wijfliets, Hendrik, Jaspar en weduwe Margaretha x Wouter Willems (+).

Hubrecht Van Lantrop verkoopt aan Jan Van Lantrop, zijn broer, een huis met hof en boomgaard gelegen te Kerckhoven.
R1604 fo 43: 28 juli 1568:
Jan Van Lantrop verkoopt aan Cristiaen Van Mechelen x Barbele Dauwen twee stuckens bempt in Schipstal ‎(Wouter Vanderborcht, meester Henricq Van Haecht)‎.
Wez21432: Fo 33:
De parcheelen vanden lande die Peeteren Van Mechelen in pachtinge genomen heeft
Een dm lants gelegen opt Cappelevelt reg Henrick Vande Eijnde ter eenre, Aert Mijns Heer ter ijre, Jan Van Lantrop.
22-3-1540 : Erfdeling tussen Catharina Wijfliets, Hendrik, Jaspar en weduwe Margaretha x Wouter Willems ‎(+)‎.
1560: De Dijle van de Brugge nederwaerts heeft gehuert Jan Van Lantrop ‎(Werchter)‎
1560: den doorsteeck houd& een halff boender heeft gehuert Jan Van Lantrop ‎(Rots).‎
Wer1846: Fo 21: 27 nov 1562:
Hendrik Van Hove heeft ter sake van sekere delicten bij hem geperpetreert zijn compositie gemaakt aen Janne Van Lantrop als lieutenant van heeren Godefroij Van Wassermas riddere drossaert des lants van Rotselaer.
1567: koopt huijs en hof in Rotselaer van de hertog van Aerschot ‎(9 jan. 1567)‎ van Aerschot via de rentmeester Lambrecht de Berthoy.

 

Van Lantrop Henricus, ° ca. 1490, + Rotselaar 26.01.1550, x > 05.06.1538 met dame Mechtilde van Pulle (dochter van Willem van Pulle),

Grafsteen in de kerk van Rotselaar.
22.3.1540 : Erft gedeelte van Ravenborch en een huis te Lier (sg Antwerpen 198 folio 296)
22.5.1741 : Verkoop van Ravenborch (sg. Antwerpen 201 folio 42v)
4.4.1551 : Mechtelden van Pulle (weduwe) koopt een huis in de Raevenberghstraete te Mechelen voor 365 Carolusgulden (sa Mechelen sg nr.174 folio 50v)
9.4.1552 : Machtelt Van Pulle (weduwe van Henricus Van Lantrop) dochter van Wilhelmus van Rotselaar verkrijgt het poorterschap van Mechelen (nr. 4615)
3.3.1554 : Verdeling van de goederen.

 

Aktes met dank aan Christine Savat:

1573: wez - van Huijbrecht Van Lantrop ende zekere zijne goeden
1585: beschrijving van Rotselaar in opdracht van Karel van Croy, derde hertog van Aarschot:
In die plaats, geheten de Hellicht ‎(in feite de Loozen Hoek)‎, bevindt zich de woonst van de onlangs overleden drossaard Lantrop, helemaal gebouwd in baksteen.
Dit huis bestaat nog steeds ‎(familie Geleyns)‎. De drossaard was Hubert of Huybrecht van Lantrop, drossaard van de baronie Rotselaar in de jaren 1570. Deze Huybrecht was de zoon van Henricus en van dame Mechtilde van Pulle. Hij was eerst gehuwd met Anne Verheyden en daarna met Dame Anne Clouwens. Dit huwelijk had plaats in de Leuvense Sint-Michielskerk op 13 juli 1574. Hij overleed tussen 1576 en 1580.
R1604: Fo 7 ‎(21 april 1567)‎:
Jan Van Bettenrode x Liesbeth Fobelets verkopen aan Huybrecht Van Lantrop x Anna Verheyden
Een huijsken met een boogaert ende andere zijne toebehoorten gelegen tot Rotselaer tusschen sHeeren straete, de Monnickstrate ende goeden Lambrecht Vandenbroeck
Huijbrecht Van Lantrop heeft opgedragen aan Janne Van Bettenrode een dm lants tusschen de goeden Jans De Pelsmaker, Henricq Vanden Bossche en Geert Fobelets en het straetken gaende naer Loven.
R1604: Fo 80 ‎(9 jan 1570)‎
Jan Van Lantrop verkoopt aan Hubrecht Van Lantrop sijnen broeder een stuk bempt van een half bunder gelegen inde Haghe.
 

 

Onderstaande aktes  met dank aan Paul Peeters:

Hieronder een akte met vermelding van Hubertus en Joannes Van Lantrop, beiden zonen van Henricus.  Uit de akte blijkt dat Huibrecht drossaard van Rotselaar was.  Hij was bijgevolg gelast met het laten naleven van de openbare orde, het opsporen en vervolgen van delicten.  Hierin werd hij bijgestaan door de dienaars van de hertog (’s heeren dienaer).  Het was misschien niet de meeste populaire functie, maar er mag aangenomen dat hij heel wat ontzag en respect genoot van de bevolking.  Men mag bovendien niet vergeten dat het een tijd was die werd getekend door de inquisitie.  Allen die afweken van het christelijke geloof zoals voorgeschreven in Rome, werden vervolgd, verbannen, verminkt, verbrand, levend begraven, gevierendeeld, opgehangen, gekookt, enz.  De lichtste straffen waren boeten of bedevaarten.  Denk ook aan de Raad van Beroerten, die in 1567 werd ingesteld en in 1576 werd opgeheven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7861, fol. 29r°., akte dd. 16 juli 1576.

Item, in p(rese)ntia vill(ici), Huybrecht Lantrop sone wijlen Hendricx, drossaert van Rotselaer, heeft opgedraegen met behoirl(ijcke) verthiedenisse een stuck bempts, groot ontrent een boender, geheten Tisselen, gelegen onder Rotselaer, ter plaetsen geheeten de Haeghe, regen(ooten) de voors(chreven) Huybrecht in ii zijden en(de) tHelster Broeck ter andere zijden, exp(osito) en(de) h(eere)n Gielissen Elens en(de) Lowijc Medaerts, priesters, als meesters van(de) distributien der capellaenen van Sinte Peeters te Loeven tot behoeff van(der) selver distributien, imp(osito) per mo(nitionem) redd(imer)e ? ende voorts meer op alzulcke drie carolusg(ulden) erffel(ijck) als Meerten Suppleaens van wegen Jan Van Lantrop ten tijde zijn(de) te betaelen(e) in futur(um) quite et libere quol(ibe)t ass(ecutu)m, broedere des voors(chreven) Huybrechts, der voors(chreve) distributien bekint heeft opten vi. junii a(n)no xvc. lxxii, alle jaeren opten voors(chreven) vi. junii te betaelen de meesters van(der) selver distributien ten tijde zijn(de) te betaelen(e) in futuru(m) quite et libere quol(ibe)t ass(ecutu)m jure et sat(is) oblig(ando) et waraz op sheeren cheys van(den) gronde tamq(uam) promitten(do) insup(er) oblig(an...) ? ut semp(er) singulis annis p(er)solvere et in cambio quite et libere quol(ibe)t ass(ecutu)m et casu quo pig(nus) p(re)script(us) et t(antu)m et pot(erit) red(imer)e q(ue)m vol(verit) v(ideli)c(et) que(m)libet d(enari...) ? exinde median(tes) octodecim d(enariis) p(re)dict(is) consimil(ibus) ac cum ende dit in plaetse en(de) achtervolgen(de) des brieven van(de) bekentenisse des voors(chreven) Jans, de welcke h(ier) mede doot en(de) gecasseert sullen worden, zoe wanneer tverloop van dijen metten costen d(aer)omme gedaen, voldaen en(de) betaelt sullen wesen, cor(am) Impens, Goerts, julii xvi. 

 

Hieronder twee opeenvolgende akten met vermelding van resp. Joannes Van Lantrop in de eerste akte en Hubertus Van Lantrop, zoon van Henricus, in de tweede akte.  Alhoewel niet expliciet vermeld, is Joannes Van Lantrop wellicht de broer is van Hubertus. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7857, fol. 2r., akte dd. 23 juni 1572.

Item Jan Guedens soene wijlen Jaspers ende meester Wouter Remigii, obligan(tes) ac renu(n)cian(tes), hebben indivisim geloeft Arnde Crabeels als huysarm meesters van Sinte Geertruyden te Loeven(e) negenthien mudd(en) ende vijf halste(ren) roghs eens salvo calculo ter causen van twee mudden core(n)s erffel(ijck), verloopen van diverse jaeren, waer aff het leste jaer gevallen is opden viiien. junii a(n)no lxxi incluys, waer voer Jan Van Lantrop verbonden is aende voirscreven huysarmen van Sinte Geertruyden ende dit te betaelen(e) bynnen sekeren tijde metten costen ten hoochsten bynnen twee maenden naestcomen(de) tanq(uam) ass(ecu)tum oft voer elck halst(er) te betalen acht stuvers achtervolgende der compositie bij partijen daer af gemaect, coram Winge, Winde, xxiii. junii.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7857, fol. 2v., akte dd. 29.07.1572 (29.06.1572) foto 1

Item Huybrecht Van Lantrop soene wijlen Henricx, woon(ende) te Rotselaer, obligan(tes) ac renu(n)cian(tes), heeft insgel(ijcx) geloeft Jannen Desele(re) en(de) Arnde Crabeel als huysarmmeesters van Sinte Geertruyen te Loeven(e) tot behoef van(de) voirs(creve) huysarmen de voirs(creve) xix mudden en(de) vijf halsteren rochs metten costen daero(m)me gedaen te betalen(e) inder manieren voirs(creven) tanq(uam) ass(ecu)tum ende hier mede hebben de voirs(creve) huysarmmeesters ontslagen en(de) gelost den voirscreven Jan(nen) Guedens van(de) voirs(creve) geluften, bij hem hier af als boven gedaen, geloven(de) hem daer aff ne(m)mermeer te molesteren noch te moyen in egeend(er) manieren sed sat(is) et war(as) erga quoscu(m)q(ue) prout, coram Ketelboeter, Winde, julii penultima a(n)no xvc. lxxii.

Sen(tentiatum) p(er) Quirinu(m) Wils, receptoru(m) dictoru(m) pauperu(m), cor(am) Berthijns, Goerts, xxvii julii a(nn)o lxxiiii stilo Braban(tie).

     Uit dit huwelijk:

     Van Lantrop Huybrecht, ° ca. 1520, x 1 met Anna Verheijden, x 2 met dame Anna Clouwens/Clauwens (fa Andreas x Catharina Meersmans),

     deze x 2 met Godevaert Reynen,

Hieronder een schepenakte uit de derde schrijfkamer te Leuven, waaruit interessante familiebanden kunnen afgeleid worden.

We beginnen bij Hubertus Van Lantrop.  Hij was gehuwd met Anna Clouwens, ook wel Clauwens (Cloutens is dus niet juist; zie ook gegevens van Christine Savat).  Anna Clouwens was de dochter van Andreas en Catharina Meersmans.  Deze Catharina Meersmans huwde later met Joannes Willems.  Waarschijnlijk is Catharina Meersmans ook nog gehuwd geweest met een zekere Reynen, vermits in de akte ook gesproken wordt van haar zoon Jacobus Reynen.  Catharina Meersmans en haar schoonzoon Hubertus Van Lantrop moeten vroeger eigenaars, geweest zijn van de herberg den Hert, Catharina Meersmans waarschijnlijk voor het vruchtgebruik en Hubertus Van Lantrop (x Anna Clouwens) waarschijnlijk voor de naakte eigendom (omdat de vader van Anna Clouwens reeds overleden was).  De herberg, die gelegen was in de Hoelstraat (thans Tiensestraat) te Leuven werd verkocht aan Joannes De Haeze (zoon van Joannes) en zijn echgenote Catharina Van Kelft.  Deze laatste was dan weer de zuster van Petrus Van Kelft.  Het een en het ander moet echter niet verlopen zijn zoals het hoorde, want Joannes Willems (toen man van Catharina Meersmans) en haar dochter Anna Clouwens werden door de meier en de schepenen in het bezit gesteld van de goederen van Petrus Van Kelft.  Deze laatste had zich immers borg gesteld voor Joannes De Haeze en Catharina Van Kelft als kopers.  Vermoedelijk hadden de kopers nagelaten de koopsom van de herberg neer te tellen.  Volgens de uitgave van MEULEMANS A., Huizen en straten van het Oude Leuven, Leuven, 2004, dl. 1, p. 336 (rubriek 1011) was de herberg Den Hert in het begin van de 16e eeuw reeds een bekend gasthof.  De telling van 1597 te Leuven geeft echter volgende beschrijving : Item het huys, genoempt den Hert, geheelijck van binnen uytgebroecken ende oversulcx bevonden onbewoonbaar.  Maar in 1646 was den Hert een brouwcamme geworden, die door Germanus De Pape werd aangekocht.

Toch wel boeiend !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 2r., akte dd. 30 juni 1581.

Alsoe den meyere van Loven van heerheyden wegen van wegen des hertoge van Brabant in tegenwoerdicheyt der scepen(en) van Loven(e) behoirlijck geleydt heeft Janne Willems, man en(de) momboir van jouff(rouw)e Cathlijne Meersmans en(de) van wegen Anna Clouwens, haer dochter, soe in haeren naem als inden naeme Jacops Reynen, haers soens, tot alle de onruerende ende erffelijcke goeden Peeters Van Kelft, in wat plaetse die binnen de vrijheyt van Loven gelegen zijn, tot huysen, hoeven, landen, bempden, etc(etera), voer gebreck van voldoeninge vand(er) conditien en(de) gelueften, begrepen ind(en) contracte voer scepenen van Loven(e) daeraff sijnde in date xx. decemb(ris) lib(r)o xvc. lxxv, waeraff den teneur hier nae volght, item Peeter Van Kelft sone wijlen Huybrechts, woonen(de) te Loven, in p(rese)ntia, heeft hem cautionaris gestelt ende is borghe gebleven als principael voer Janne De Haeze sone wijlen m(eeste)r Jans en(de) Cathlijne Van Kelft, zijnder huysvrouwe, suster des voers(creven) Peeters, voer tvoldoen vand(en) coope vander herberge, genaempt den Hert, gestaen te Loven ind(er) Hoelstraete, bijden voerscreven Janne De Haeze gecocht tegen jouff(rouw)e Cathlijne Mersmans wed(uw)e Andries wijlen Clouwens ende Huybrecht Van Lantrop, man en(de) momboir jouff(rouw)e Anne Clouwens, haerder dochtere, ende den selven Janne en(de) zijnder huysvrouwe metten vuytgaen(e) vander berrender keersse gebleven opden xxvi. novembris anno xvc. lxxv lestleden, ende dat totter somme van veertich carolusguld(en) erffelijck, om de selve somme van veertich carolusg(ulden) erffel(ijck) bijde voers(creve) jouff(rouw)e Cathlijne, Huybrecht Van Lantrop, man ende momboir jouff(rouw)e Anna, haerder dochter, en(de) huere nacomelingen opden persoon des voers(creven) Peeters zijne goeden, beruerlijck ende onberuerlijck, p(rese)nt en(de) toecomen(de), bij faulte van betalinge der voers(creve) gehuysschen te moegen verhaelen, daer voer hij Peeter en(de) de zelve zijn(e) goeden is verobligerende en(de) submitteren(de) der jurisdictien ende cohortien van meye(r) en(de) scepen(en) van Loven in forma, ende hier aff hebben geloeft de voers(creve) gehuysschen den voers(creven) Peeter Van Kelft hunnen borge costeloos en(de) schadeloos tontheffen(e), obligan(do) et submitten(do) ac renuncian(do) in forma amplissima, coram Liedekercke, Ketelboetere, decembris xx, a(nn)o xvc. lxxv, et habuit querelas his interfuerunt, Grave, Liedekercke, junii ultima, a(nn)o xvc. lxxxi.

Desgelijcx tot de onruerende goeden, coram eisdem.

Scribatur similis adductio Petri Van Kelft facta decembris xx, a(nn)o xvc. lxxv, coram Liedekercke, Ketelboetere.

Item scribatur similis adductio facta per m(a)g(ist)r(u)m Joanne(m) Blocquerye no(m)i(n)e praedicti Petri Van Kelft, coram Spira, Wils, decembris iii, a(nn)o xvc lxxviii.

 

Hieronder volgen twee schepenakten die gerelateerd moeten worden aan de vorige.

De eerste akte is vrij lang en weer erg complex.  In feite dient de eerste akte in stukjes gekapt te worden om enigszins verstaanbaar te kunnen maken. 

Anna Clouwens was de dochter van Andreas en Catharina Meersmans.

Catharina Meersmans was drie maal gehuwd, nl. met Andreas Clouwens, Godefridus (Govaart) Reynen en Joannes Willems.  Van Godefridus Reynen had zij een zoon Jacob.  Omdat Godefridus Reynen reeds overleden, traden Joannes Willems, Hieronymus (Jeroen) Loenis en Lambertus (Lambrecht) Meersmans op als voogden van de nog minderjarige Jacobus Reynen.  Lambertus was naar alle waarschijnlijkheid de broer van Catharina Meersmans.  De voogden kregen vanwege de weesmeesters en oppermomboiren (het stadsbestuur van Leuven) na hun verzoekschrift van 28.07.1580 de toelating om in naam van de minderjarige Jacobus Reynen de herberg "Den Hert" in de Hoelstraat (Tiensestraat) te verkopen.  De herberg was gelegen tussen het Fochplein (thans Pieter De Somerplein) en de Savoyestraat.  In de richting van het Fochplein paalde de herberg aan het huis den Paternoster en in de richting van de Savoyestraat paalde de herberg aan het huis het Halstervat.  De huidige Bondgenotenlaan (de vroegere Stationsstraat) bestond toen nog niet.  Aan de achterkant paalde de herberg aan de Pedagogie van de Lelie, gelegen aan de Nieuwstraat (thans Leopold Vanderkelenstraat).  Op 02.01.1576 had Catharina Meersmans en Anna Clouwens, resp. grootmoeder en moeder van Jacobus Reynen,  de herberg in erfpacht uitgegeven en verkocht ten behoeve van Joannes De Haze en Catharina Van Kelft.  Catharina Meersmans en Anna Couwens hadden de herberg in vruchtgebruik (de tocht) en de minderjarige Jacobus Reynen de naakte eigendom (erfelijkheid).  De voogden verbonden tot navolging van de verkoop al de roerende en onroerende goederen van Jacobus Reynen.  Maar ook Catharina Meersmans stelde met akkoord van haar huidige man Joannes Willems nog goederen in onderpand.

Het lijkt in elk geval een vrij ingewikkelde zaak geweest te zijn. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 26v., akte dd. 20 september 1581.

Item Jan Willems sone wijlen Willems, Jheroen Loenis, nu ter tijt scepen(en) deser stadt en(de) Lambrecht Meersmans als momboirs en(de) tuteurs van Jacques Reynen sone wijlen m(eeste)r Goevarts, bij hem geproceert vuyten lichaem(e) van jouff(rouw)e Anne Clouwens dochter wijlen Andries, tot des nabescreven staet, bijde weesmeesteren ende overmomboiren deser stadt behoirlijck geauthoriseert sijnde, alst blijck bij sekere requeste ende appostille daer op gestelt opden xxviii. julii anno xvc. lxxx, geteeckent bijden secretaris Cloet, alhier gesien, in p(rese)ntia, hebben inde voers(creve) qualiteyt en(de) vuyt crachte en(de) nae vermoghen der voers(creve) appostille gelaudeert, geratificeert en(de) geapprobeert, gelijck zij lauderen, ratificeren ende approberen mits desen alsulcke vercoop van eenen huyse en(de) herberge metten kelderen, cameren, stallen en(de) alle andere zijne toebehoirten, geheeten den Hert, gestaen binnen dese stadt inde Hoelstraete tusschen thuys, geheeten den Paternoster, ter eenre, thuys, geheeten tHalstervat, ter tweeder, streckende achterwaerts tot aende goeden der pedagogie vande Lilieschole ter derder zijden, mitsgaders oick de goedinge en(de) erffvuytgevinge vand(en) selven huyse daer nae gevolght, als eertijts, te weten(e) opden tweeden dach januarii anno xvc. sessentseventich gedaen en(de) voer scepen(en) deser stadt gepasseert hebben jouff(rouw)e Catlijne Meersmans weduwe Andries wijlen Clouwens en(de) de voers(creve) jouff(rouw)e Anna Clouwens haer dochter, respective grootmoedere ende moedere des voergenoemde Jacques Reynen, tot behoeff Jans De Haze ende Catlijne Van Kelft, gehuysschen, hunnen erffven ende nacomelingen, ende in welcke vercochte en(de) ten erffve vuytgegeven herberghe, genoempt den Hert, der voers(creve) jouff(rouw)e Catlijne Meersmans en(de) haer dochter was competeren(de) de tocht en(de) den bovengenoemden Jacques Reymen derffelijcheyt der selver, geloven(de) de voers(creve) momboirs vuyt crachte en(de) nae vermogen als boven den voergenoemden Janne De Haze ende Catlijne Van Kelft, sijn huysvrouwe, hunne erven en(de) nacomelingen oft actie van hen hebbende, alle en(de) iegewelcke poincten, clausulen, conditien en(de) gelueften, soe van genoch doene, waerschap als andere inde voers(creve) brieven van erffvuytgeven begrepen, tachtervolgen(de) en(de) in alles te voldoene, daer voer verobligeren(de) en(de) verbindende de voers(creve) momboirs nae vermogen als voere, ende den voers(creven) Jan Willems oick vuyt crachte van zekere procuratie speciale, hem gegeven bijde voers(creve) jouff(rouw)e Anne Clouwens ende gepasseert voer scepen(en) deser stadt opd(en) viii. aprilis anno 1580, in desen oick verthoont, alle en(de) iegewelcke goeden des voers(creven) Jacques Reynen, rueren(de) en(de) onruerende, p(rese)nt en(de) toecomen(de), deselve submitterende der jurisdictien ende cohertien des meyers en(de) scepen(en) van Loven(e), ende namentlijck de proprieteyt van alsulcke tweentsestich rinsguld(en) erffelijck, jaerlijcx vallende te Kers(mis)se en(de) te quyten(e) den penninck achtiene, als de voers(creve) jouff(rouw)e Catlijne Meersmans ende Anne Clouwens int erffvuytgeven vand(en) voers(creven) herberghe hen gereserveert hebben prout, ende om de voergenoemde Janne De Haze, zijne huysvrouwe, hunne erven en(de) nacomelingen oft actie van hen hebbende, voerde voers(creve) gelueften van genoch doene en(de) waerschap der voerscreven vuytgegeven goeden, mitsgaders oick van alsulcken onderpandt vande hellicht van negenentwintich croonen erffelijck, gaende vuyten huyse met zijne toebehoirten, gestaen binnen dese stadt inde Hoelstraet, geheeten tGulden Hooft, bij wijlen Lenarde Boxhoren met schepen(en) brieven van Loven(e) in date novembris xxviii, anno xvc. xvie. inde middel scrijffcamere deser stadt gepasseert, daer op ende noch meer andere panden, inde selve brieven gespecificeert, gerefereert ... [n.v.], ende van noch sessenvijftich carolusguld(en) erffel(ijck) bij wijlen Catlijne Huybrechts ende huere kinderen met brieven van erffvuytgeven, gepasseert voer scepenen van Loven opden lesten dach junii a(nn)o xvc. liiii in media, gereserveert aen ende op een herberghe met huere toebehoirten, gestaen binnen dese stadt inde Hoelstraet ende geheeten den Spiegel, ende van welcke lvi r(insgulden) erffelijck alreede gequeten sijn sevenendertich rinsguld(en) negen stuyvers en(de) een halve blancke erffel(ijck), blijckende bijde quitancie, bijde voers(creve) Catlijne Huybrecht voer scepen(en) van Loven(e) gepasseert opten xxi. junii anno xvc. achtenvijftich in media camera, als int erffvuytgeven ten overgoeden vand(en) voers(creven) Hert als voer gedaen ende gepasseert voer scepen(en) van Loven(e) opd(en) tweeden januarii anno xvc. lxxvi, geomitteert en(de) verswegen sijn, te bat te versekeren, soe hebben de voergenoemde jouff(rouw)e Catlijne Meersmans met consente ende overstaene des bovengenoemde Jans Willems, haers tegenwoerdichs mans als voerde tocht ende de selve Jan Willems metten andere twee voergenoemde momboirs vuyt crachte ende nae vermogen als voere voer derffelijcheyt de licentia et in p(rese)ntia villici, etc(etera), in titule van wettigen onderpande verbonden ende in plaetse van cautie opgedragen derffgoeden en(de) renten nabescreven, te weten(e) ierst de voers(creve) erffrente van tweentsestich carolusguld(en) als volle int erffvuytgeven vand(en) voers(creven) herberghe, genoempt den Hert, gereserveert, item een huys ende hoff met alle zijne toebehoirten, gestaen binnen dese stadt inde Dorpstraet, geheeten de Croone, item drij dachmalen lants, gelegen inde Loo, regenoote den hertoge van Brabant in vier zijden, item noch twee boenderen lants, gelegen opde voerscreven Loo int Baghijnenrot, regen(oten) de goeden Peeters van Villeers ter eenre, derffgen(aemen) Jans Bloems ter tweedere, Dierick Havens ter derdere ende sConinx Bossch ter vierder zijd(en), item opt Heycken bijde Roose noch onderhalff boender lants, in twee stucken gelegen, regen(oten) dBoender Lants, sheeren straete in twee zijden ende Matheus De Roye ter derder zijden, en(de) tHalff Boender, regen(oten) de goeden m(eeste)r Bartholomeus van Grave ter eenre, tHeyken ter tweeder en(de) sheeren straete ter derder en(de) vierder zijden, item noch seven dach(mae)len lants, gelegen te Huffle, regen(oten) sheeren straete in twee zijden, de goeden des heeren godtshuys van Vlierbeke ter derder ende derffgenamen Jaspars Boons ter vierder zijden, item een boender lants ende onderhalff boend(er) bempts, gelegen ind(er) prochie van Linden, ter plaetse geheeten Wolfshaghe, regen(oten) tvoers(creven) boend(er) lants sheeren straete ter eenre, den voetwech ter tweedere ende de goeden jonch(ee)r Charles van Raveschot ter derder zijd(en), ende den voers(creven) bempt, regen(oten) den voers(creven) Raveschot ter eenre en(de) sheeren straete ter andere zijd(en), al tsamen bijde voers(creve) jouff(rouw)e Catlijne Meersmans staende hueren iersten houwel(ijck) met wijlen Andriese Clouwens vercregen en(de) in alle welcke goeden den voers(creven) Jacques Reynen de proprieteyt is competerende, item de voers(creve) jouff(rouw)e Catlijne Meersmans met consente en(de) overstaen(e) als voere heeft alnoch in titule van onderpande verobligeert ende in plaetse van cautie opgedraeghen alsulcke drij plecxkens lants, gelegen opde Blauput opde Merekens Wech, deen stuck groot zesse vierendeel, het tweede drij vierendeelen en(de) het derde ontrent drij dachmaelen lants, als sij staende huere weduwelijcken staet vercregen heeft tegen Thomas Diercix, regen(oten) de voerscreve sesse vierendeelen de laene nae Diest ter eenre, jonch(ee)r Jan van Lathem ter andere, Jan Willems ter derder ende den Merekens Wech ter vierder sijden, de drij vierendeelen regen(oten) den voers(creven) Merekens Wech ter eenre, doctor Lambertus Leoninus ter tweeder, tgodtshuys van Sinte Mertens ter derder ende den Heyligengeest van Sinte Michiels ter vierder zijden, het derde plecxken regen(oten) den voers(creven) Merekens Wech ter eenre, de voers(creven) Laethem ter tweedere ende de goeden der erffgenamen Grobbendonck ter derder zijden, expositis impositus est Mathijs De Briedere, portier inde Diesterssche poirte, inden naem ende tot behoeff des voergenoemde Jans De Haze ende Catlijne Van Kelft, sijn huysvrouwe, hunnen erffven ende nacomelingen oft actie van hen hebbende, tot sulcken eynde ende anderssints nyet, om aende voers(creve) goeden bij vercoopinge der selver oft anderssins, soot de possesseurs vand(en) voerscreven Hert gelieven zal, te verhalene alle tgene des zij ter oirsaecke vande voergen(noempde) verzwegen(e) onderpandt eenichssins in toecomen(de) tijden soude moghen beschadicht wordden, per mo(nitionem) jure de quo quidem subpignore omnes antedicte personae nominibus ac virtute quibus supra, obligan(do) et submitten(do), promiserunt satis et waras de voirs(creve) rinte van tweentsestich rinsguld(en) voer egeensins belast oft gealineert thuys, geheeten de Craen(e), op vijff rinsg(ulden) aen derffgenaem(en) Jacops Waghemans ende noch op twelff oft derthien rinsg(ulden) erffelijck) aen diversche persoonen, de drij dachmalen lants, gelegen inde Loo, op elff halsteren rogs tsiaers aenden coninck, de twee boend(er) lants opde voers(creven) Loo op twee mudden corens aende infirmarije vanden Grooten Baghijnhove alhier, sesse rinsg(ulden) aende Grauwsusteren, vier rinsguld(en) derthien stuyvers erffelijck aen Sebastiaen Hougaerts ende twee rinsg(ulden) erffelijck aen Gooris Loomans, soe verre men bevint de selve daer vuyt te gaene, het onderhalf boend(er) lants, gelegen opt Heycken, op sessendertich stuyvers erffelijck aen tgodtshuys van Sinte Mertens, de seven dachmalen lants, gelegen te Huffle, op twelff halsteren een molevat rocx aen tgodtshuys van Vlierbeke ende noch zekeren chijns ende cappuynen, daermen jaerlijcx aen tselve godtshuys voer betaelt vijff stuyvers oft daer ontrent, item het boender lants ende het onderhalff boender bempts te Wolfshagen op zekere chijnsen en(de) cappuynen aen tvoerscreven godtshuys van Vlierbeeck, daern men jaerl(ijcx) voer betaelt twee rinsg(ulden) thien stuyvers, op drij rinsg(ulden) aen jonch(ee)r Charle van Raveschot en(de) noch op gelijcke drij rinsg(ulden) aende wed(uw)e en(de) erffgen(amen) m(eeste)r Peeters de Spira, ende de drij plecxkens, opden Blauwput gelegen, op drij rinsg(ulden) erffelijck aen derffgen(am)en Jans Van Hoobroeck, al erffchijns ende rinte tanquam, ende oft de voers(creve) als nu opgedraegen goed(en) in toecomen(de) tijden voerd(en) voerscreven verzwegen onderpant bevonden wordden, nyet goet genoch te sijn(e), soe geloeft de voers(creven) Jan Willems ende jouff(rouw)e Catlijne Meersmans andere souffisante panden daer voer te stellen(e) en(de) verobligeren(de) prout, coram Liedekercke, Bouwette, septembris xx, a(nn)o xvc. lxxxi.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 31r., akte dd. 20 september 1581.

Tem de voers(creven) Jan Willems ende jouffrouwe Catlijne Meersmans, in p(rese)ntia, etc(etera), hebben geloeft ende geloven mits desen den voergenoemden Jheroen Luenis ende Lambrechten Meersmans, tuteurs ende momboirs, Jacques Reynen costeloos ende schadeloos te houden(e) en(de) tontheffen(e) van alle tgene zij ter oirsaecke vand(en) voergaende contracte in hunnen eygen(en) persoon oft goeden eenichssins souden moghen beschadicht wordden tanquam assecutum prout, coram eisdem.

 

Hieronder een akte, waarin we naast de reeds eerder gekende informatie thans vernemen dat Anna Clouwens de kleindochter is van Henricus Clouwens en Clara Rogiers.  Haar stiefvader Jan Willems en haar moeder Catharina Meersmans, weduwe van Andreas Clouwens, was verwikkeld in een geschil met het Bogaardenklooster te Leuven inzake een erfrente van 44 rijnse guldens als deel van een rente van 54 rijnse guldens, die het klooster reeds op 15.05.1529 ten laste van Henricus Clouwens en Clara Rogiers had gevestigd op de brouwerij den Rooden Leeuw.  Uiteindelijk sluiten de partijen op 18 januari 1582 een akkoord dat het voorwerp uitmaakt van deze akte.

De brouwerij den Rooden Leeuw was gevestigd in de Borchstraat (de huidige Mechelsestraat tussen de Vismarkt en de Dijle op de rechterzijde vanuit het centrum gezien).  Volgens de uitgaven van A. MEULEMANS, Huizen en straten van het Oude Leuven, Leuven, 2004, bestond het huis Den Rooden Leeuw eigenlijk uit twee woningen, te weten den Cleynen Grooten Leeuw en den Grooten Rooden Leeuw.  Verder zegt hij in het boek dat het klein huis vroeger mogelijk bekend was onder die Orgelen.  Reeds in 1430 was er een brouwerij gevestigd, die toen toebehoorde aan Petrus Boschman, zoon van Reinier.  In de stadsrekeningen van Leuven van 1532 staan er uitgaven vermeld in verband met een brand in de Rode Leeuw.  Henricus Clouwens woonde in 1553 alleszins in de Rode Leeuw (S.A.L., register nr. 8209, akte dd. 25.04.1553).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 70r., akte dd. 18 januari 1582.

Alsoe alreede questie geresen en(de) proces geintenteert was voer scepen(en) der stadt van Loeven(e) tusschen heer en(de) broeder Reynier Bourgeois als pater senior ende procurator des godtshuys vande Bogarden binnen Loven(e), aenleggere, ter eenre, ende Janne Willems als man ende momboir van jouff(rouw)e Catlijne Meersmans, achtergelaeten weduwe wijlen Andries Clouwens sone wijlen Henricx ende erffgenaem desselffs, als gedaechde ende oppontent, ter andere sijden, ter saecke van eene erffrente van vier en(de) veertich rinsg(ulden) vuyt een rente van vierenvijftich rinsg(ulden) erffelijck als die vanden voers(creven) godtshuyse eertijts, te weeten opden xv. maii anno xvc. negenentwintich met scepen(en) brieven deser stadt hen gereserveert hadden aen ende op een brouwcamme, geheeten den Rooden Leeuwe, metten cuypen, ketelen, backen en(de) alle andere huere toebehoirten, naerder inde selve brieven gespecificeert, gestaen binnen dese stadt inde Borchstraete tusschen sijne regenoten aldaer ende voerde jaerlijcxe betalinge van welcker rente van vier en(de) vijftich rinsg(ulden) de bovengenoe(m)pde wijlen Henric Clouwens ende Clara Rogiers, sijn huysvrouwe, hen ten voers(creven) daege personelijck verbonden hadden emmers soe lange ende ter wijlen toe de hellicht vande selve rente soude sijn gelost en(de) gequeten, alles blijcken(de) bijde voers(creve) scepen(en) brieven ende dat de voers(creven) broeder Reynier inde voers(creve) qualiteyt voer het capital en(de) verloop van een(en) jaer bedraegende tsamen acht hondert sessendertich rins(gulden) der voers(creve) rente van vierenveertich rinsguld(en) erffel(ijck), bedraegende tsamen ter somme van acht hondert sessendertich rinsguld(en) de voers(creve) brouwcamme met allen huere toebehoirten met oyck het huys daer naest gestaen, geheeten dOrgele, geevinceert ende dijen volgende de selve oyck vercocht hebbende, soe in aprili als octobri anno xvc. tachtentich de voers(creve) camme maer gegonden en hadde boven den vuytganck daer van oudts op vuytgaende, achtentwintich carolusguld(en) erffel(ijck), te quyten(e) den penninck achtien ende thuys, geheeten dOrgele, maer vijff rinsguld(en) erffelijck, maeckende tsamen drijendertich rinsg(ulden) erffelijck den penn(inck) achtien, bedraegende alsoe tcapital der voers(creve) twee huysen vijffhondert vier ende tnegentich rinsguld(en) ende de hooghen en(de) wijnen daer op gestelt ter so(mm)e van negen ende seventich rinsguld(en) thien stuyvers, vuytbrengende alle de voers(creve) somme tsamen sesse hondert drijentseventich rinsguld(en) thien stuyvers, waer aene moesten gecort wordden drij rinsguld(en) erffelijck, den penninck achtien, daer van oudt noch op vuytgaende achtentwintich carolusgulden erffelijck ende int vercoopen nyet gewarandeert, maeckende vierenvijftich rinsgulden ende noch voer diverse oncosten, int zelve vercoop gedaen, negenendertich rinsguld(en) achtien stuyvers en(de) eenen halve, welcke affgetogen vande penningen vanden coope vercoope der voers(creve) twee huysen gecomen, en bleeff maer de somme van ses hondert drijentseventich rinsg(ulden) thien stuyvers, alsoe dat den voerscreven godtshuyse om te comen tot vollen furnissem(ente) vande voers(creve) hunne capitale penninghen ende een jaer verloops der rente van vierenveertich rinsguld(en) erffelijck metten oncosten bij hen daeromme gedaen, noch was gebrekende de somme van twee hondert sessenvijftich rinsguld(en) viii ½ st(uyvers) eens, alles blijckende bijder calculatie daer aff gemaect ende in rechte geexhibeert, welcke voers(creve) resterende somme de voers(creven) broeder Reynier Bourgeois vande voergenoemde Janne Willems vuyt crachte vande personele geluefte eertijts bij wijlen Henrick Clouwens gedaen was verheysschende, soe sijn ten lesten bij tusschenspreken van goede mannen om alle voerder twist ende processen te neder te leggen, de voerscreven heer ende broeder Reynier Bourgois, pater senior des voerscreven godtshuys vande Bogaerden, ter eenre, ende Jan Willems met jouff(rouw)e Catlijne Meersmans, sijn huysvrouwe, ter andere zijden, dijen aengaende minnelijck met malcanderen veraccordeert inder vuegen ende op conditien nabescreven, te weten(e) dat de voerscreven Jan Willems en(de) jouff(rouw)e Catlijne Meersmans, sijne huysvrouwe, in voldoeninge vande voirscreven resterende oft gebrekende somme van twee hondert sessenvijftich rinsguld(en) act ende een(en) halven stuyvers eens hen geheysscht, sullen geven ende betaelen gelijck sij elck indivisim bij desen geloven te geven ende betaelen, dijen vanden voers(creven) godtshuyse vande Bogarden de somme van hondert ende sesse carolusgulden(en) te twintich stuyvers tstuck eens ende dat in vier payen oft termijnen, te weten(e) vijffentwintich rinsgulden(en) daer aff nu te Lichtmisse naestcomende, noch vijff ende twintich te Paesschen, gelijcke vijffentwintich rinsguld(en) Sint Jans(mis)se Baptisten dach ende de resterende eendertich rinsguld(en) te Lovenkermisse, al naestcomende, als schult met recht verwonnen, ende met sulcken conditien ende verstaende dat in dijen de voers(creve) gehuysschen eenen termijn laeten overstrijcken(e) ende den anderen verreycken, dat alsdan al gevallen sal sijn ende daerenboven sullen de voers(creven) gehuysschen op heden date deser den voers(creven) godtshuyse en(de) conventualen moeten geven een pitantie van sesse rinsguld(en) eens, mits welcke geloefte als nu bijden selven gehuysschen gedaen, soe wordt bij desen bijde voergenoemde heeren en(de) broederen Reynier Bourgois als pater senior, heer Jan Poel, heer Peeter Quarre, broeder Francen Van Thienen en(de) broeder Cornelis Dissen, alle conventualen en(de) rep(rese)nteren(de) tgeheel convent vanden voers(creven) godtshuyse vande Bogarden, doot ende te nyeuwte gedaen ende gecasseert de personele geluefte van jaerlijcxsche betalinge der voers(creve) rinte van vierenvijftich rinsgulden erffelijck bij Henricken wijlen Clouwens ende Clara Rogiers, sijne huysvrouwe, opden xv. maii anno xvc. negenentwintich voer scepen(en) deser stadt gedaen ende wordden den voers(creven) Jan Willems ende jouff(rouw)e, hunne erven en(de) naecomelingen, soe wel vande voers(creve) personele geluefte van jaerlijcxsche betalinge als vander instantie en(de) processe bij die vanden voers(creven) godtshuyse daerom als voer geintenteert, gansselijk gelibereert ende ontslaegen, des sal elck der voers(creve) partijen draegen de costen, bij hen inden selven processe gedaen, gelovende alle de voergenoemde conventualen hen nemmermeer tot gheenen daeghe tegen den voers(creven) Jan(nen) Willems ende jouff(rouw)e Catlijne Meersmans, noch hunne erven ende naecomelingen te behelpen in rechte noch daer buyten noch metter voers(creve) personele geluefte bij Henrick wijlen Clouwens gedaen, noch oyck metten processe ter oirsaecke van dijen geintenteert, maer hen daeraff altijts te laeten vrij en(de) ongemolesteert, extingueren(de) en(de) casserende daeromme gansselijck de voers(creve) personele geluefte ende de procedure daero(mm)e bij hen als voer geintenteert, ende gelovende den voers(creven) gehuysschen en(de) hunne nacomelingen altijts tegen eenen iegelijcken daer aff te garanderen, daer voer inne te staen ende altijts genoch te doene, soe verre hen bij desen iet te luttel oft te nauwe gedaen waere, sulcx dat den selven gehuysschen ende hunne nacomelingen tot eewigen daegen sal mogen genoch sijn ende tot meerdere versekerheyt des voerscreven Janne Willems, sijne huysvrouwe en(de) hunne nacomelingen van des voerscreven es te doene, soe geloeven alle de voerscreven conventualen tusschen dit en(de) den mey nu naestcomende dit voers(creven) contract ende accordt bij hunnen general oft provincial te doen lauderen ende approberen ende de voerscreven gehuysschen daer aff te leveren behoirlijcke brieven ende bescheedt onder den zegel vanden voers(creven) convente ende vanden general oft provincial voer dit en(de) alle des voerscreven staet, verobligerende alle des voers(creven) godtshuys goeden, ruerende en(de) onrueren(de), p(rese)nt en(de) toecomende, ende de voers(creven) Jan Willems en(de) jouffvrouwe Catlijne Meersmans insgelijcx voer tgene bij hen hier voer geloeft is, verobligerende hunne persoonen ende alle hunne goeden, p(rese)nt en(de) toecomen(de), ende alle de voers(creve) partijen in wedersijden, renuntieren(de) alle en(de) iegewelcke privilegien ende besunder de voers(creve) jouff(vrouw)e Catlijne Meersmans privilegio senatusconsulti velleani ipsi prius explicato, beneficien soe van indulten ofte gratien van princen, geimpetreert oft alnoch te impetreren rescisie van contracte, relievemente als van alle anderen, die hen ter contrarien van desen eenichssins souden moghen behulpich wesen, egheene vuytgescheyden, ende besundere den privilegie caverende, dat generale renuntiatie nyet en opereert, ten sij dat speciale voergaen, coram Loenis, Liebrechts, januarii xviii, 1582.

 

Uit de volgende akte blijkt dat Hubertus (Huybrecht) Van Lantrop niet alleen drossaard van het Land van Rotselaar was, maar ook meier van Pellenberg.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7862, fol. 133v°, akte dd. 28 september 1577.

Item Ph(i)l(ip)s Van Doerne, willen(de) voldoen de(n) vonnisse, bij schepenen van Pellenberge op ghisteren xxvii. septembris tusschen Huybrechten Van Lantrop, meye(re) tot Pellenberghe nomine officii, ae(n)legge(re), en(de) den voors(chreven) Philipsen, v(er)weerde(re), met co(n)sente van beyde partijen gewesen, obligan(tes) et submitten(tes), se et sua, heeft geloeft ende geloeft midts desen den voors(chreven) Lantrop op te leggen(e) ende te betaelen(e) ende te voldoen, tsij in zijnen p(er)soone als goeden, alle tgene des den selven Lantrop met rechte ter saken van desen te gewesen zal worden, tanq(uam) assecutu(m) ende hier voere is borghe gebleven ende heeft huer verbonden als principael Marie Blanckaerts met co(n)sente des voors(chreven Ph(i)l(ipp)us, huers ma(n)s, quo ad hec similiter obligan(do) et submitten(do), etc(etera), ac renu(n)cian(do) p(re)vilegio velleianii sibi p(ro)prius explicato ende tot meerde(re) vasticheyt den v(oor)s(chreven) Huybrechten van des voors(chreven) is te doene, heeft de voors(chreve) Marie met co(n)sente als boven opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijdenisse allen huere goeden, tot Pellenberge gelegen, houdende de selve alhier voe(r) geinsereert, exp(osito) imp(osito) meeste(re) Peete(re) Van Breedzijp tot behoeff des voors(chreven) Huybrechts per mo(nitionem) jure om daer aene te v(er)haelen allen tgene daer inne de voors(chreven) Ph(ilip)s in des voors(chreven) is, gebreckel(ijck) bevonden zal wesen et sat(is) obligan(do) et war(as) opde co(m)meren ende lasten daer van oudts vuytgaen(de) prout, cor(am) Liedekercke, Malcote, septembris xxviii.

 

Uit onderstaande akte vernemen we dat Anna Clouwens (Clauwens), de tweede vrouw van Hubertus Van Lantrop, de dochter is van Andreas. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8226, fol. 197r°, akte dd. 4 februari 1580.

Item jouff(rouw)e Anna Clouwens dochter wijlen Andries, wed(uw)e wijlen Huybrechts Van Lantrop, cu(m) tutore, in p(rese)ntia, heeft gerenuncieert en(de) renu(n)cieert alnoch mits desen voer soe vele haer aengaet van alle en(de) iegewelcke goeden, tzij have oft erffve, die den sterffhuyse van(de) voirs(creve) wijlen Huybrecht, haeren man als sij leeffde, eenichssins souden moegen competeren oft aengaen met wat name die moegen genoempt oft waer die bevonden mogen worden(e), vercleren(de) tot egheen(e) dagen daer van yet te willen profiteren, desisteren(de) insgelijcx oyck vande brieven van inventaris, onlancx bij haer inden Grooten Raedt tot Mechelen ter causen van(de) goeden des voirs(creven) sterffhuys geimpetreert ende verworffven, laeten(de) die selve goeden alsoe tot behoeff van(den) ghenen recht oft actie daertoe pretenderen(de), cor(am) Liedekercke, Termonde, februarii iiiia., xvc. lxxx°.

 

Hieronder een akte met vermelding van Anna Clouwens.  Uit de akte meen ik te mogen afleiden dat zij minstens twee maal gehuwd was, waarvan eenmaal met Hubertus Van Lantrop.  Deze laatste is drossaard van Rotselaar geweest.  Anna Clouwens gaf volgens de akte volmacht aan Petrus Vanden Zijpe, procureur te Mechelen, om haar zaken te behartigen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8226, fol. 217v°, akte dd. 14 maart 1580.

Allen, etc(etera), dat jouff(rouw)e Anna Clouwens wed(uw)e Huybrecht wijlen Van Lantrop, in sijn(en) leven(e) drossaert tot Rotselaer, cu(m) tutore, soo in heuren eygen(en) naeme als oyck opper mombaresse van haeren kynde ende den voerkynderen van wijlen haeren man behouden, volgen(de) die aucthorisatie, bijden weth van Mechelen verleent, heeft geconstitueert, volcomen macht, procuratie ende aucthoriteyt gegeven Peeteren Vanden Zijpe, procureur bynnen der stadt van Mechelen, om alle haere saken, questien ende geschillen, die sij constituante inder voers(creve) qualiteyt nu vuytstaende heeft oft naemaels zal moegen hebben te vervolgen in forma ad lites cu(m) potestate substituen(di) promitt(ens) ratu(m) in forma, cor(am) Grave, Greve, martii xiiii., 1580.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Hubertus Van Lantrop (x Anna Verheyden xx Anna Clouwens).  Hij was drossaard van Rotselaar. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 48v°, akte dd. 29 oktober 1576.

Item Huybrecht Van Lantrop, drossaert tot Rotselaer, wyens pe(n)ninghen berustende onder hee(re) Willem(en) Luenis, president der colegien vand(er) rechten, bij ... [n.v.], diener deser stadt, ten versuecke Willems Claes zijn gheaccepteert, heeft opde borghen naebeschreven de selve penn(ingen) ontsleghen, gheloven(de) teghen den selven van daghe te daghe te rechte te comen(e) ende tgewijsde te voldoen(e) ende hier voe(r) zijn borghe bleven als principael Niclaes Vand(er) Heyden et primus obligan(do) et submitten(do) ac renuntian(do) in forma, coram Roeloffs, Ympens, octobris xxix. 

 

Hieronder een akte met vermelding van Hubertus Van Lantrop en Anna Clouwens.  In de akte wordt bevestigd dat zijn vrouw de dochter is van Andries Clouwens en Catharina Meersmans.

Op het einde vergiste de klerk zich in het jaartal, want hij schreef nog anno xvc. lxxvi (1576).  Het moest echter 1577 zijn, reden waarom ik in de akte anno xvc. lxxvi[i] vermeldde. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 61r°, akte dd. 2 januari 1577.

Item jouffrouwe Cathlijne Meersmans weduwe wijlen Andries Clouwens, cum tutore voerde tocht, jo(uffrouwe) Anna Clouwens, dochte(re) des voirs(creven) wijlen Andries, en(de) de voirs(creve) jouff(rouw)e Cath(lij)ne met consent, wille, wete en(de) overstaen(e) Huybrechts Van Lantrop, haers mans, voer derffelicheyt, hebben vuytgegheven ende bekinnen mits desen ten erffvuytgegheven te hebben voer hun, hunne erffven en. naecomelinghen Janne De Haze ende Katlijne Van Kelst, zijn huysvrouwe, voor hun, hu(n)ne erffven en(de) naecomelinghen een herberghe metten kelderen, diverse schoone cameren, soe ter eerden als boven, een schoon groote koken(e), diverse groote stallen, houthuyse, alle dacken ende recht van(de) gebruycke van(den) borrenputte ende allen anderen zijn(e) toebehoirten, gestaen te Loeven(e) inde Hoelstrate, ghenaempt den Hert, regen(ooten) den Paternoster ter eenre, tHalstervat ter iir., streckende achterwaerts tot aen(de) goeden van(de) pedagogien vand(er) Lelie schole ter ande(re) zijden, erffelijck te houden(e) en(de) te besitten(e) opt recht en(de) co(m)meren daer te voren vuytghaende, te weten(e) yerst aen(de) capellaen(en) van S(in)te Peeters te Loeven(e) twee rinsg(ulden) thien st(uvers), item aende selve capellaene(en) noch xxvi s(tuvers), item aende selve capellaen(en) noch xxvi s(tuvers) ter saken van een(en rijd(er) erffelijck, item aen derffgenaem(en) Gielis wijlen Absoloons twee capp(uynen) ii s(tuvers) boon, item aen(de) Twelff Apostelen te Loeven(e) thien rinsg(uldens) xvi s(tuvers), vallen(de) halff te Kersmisse et S(in)t Janss(miss)e vuyt eene rinte van xxiiii croonen, item aen tgoidshuys van Ramaye vijf rinsg(ulden), item aen tgoidsh(uys) van Vlierbeke, iii r(insgulden) iii st(uvers), item aen tgoidshuys van sHertogen Daele xxiiii st(uvers), item aen Ja(n)ne Olmers xii r(insgulden) xviii s(tuvers) i bl(an)c xiiii (mij)t(en), item aen El(i)z(abe)t Van(der) Borch iii r(ins)g(ulden), item aen derffgenaem(en) Schinckels iii s(tuvers) i pl(e)c(ke), item tgoidshuys van(de) Wittevrouwen xvi d(enieren) boon, item aen Marie Impens drije oude grooten, item aen Jacop Vand(er) Paelt xxxi r(insgulden) xvii s(tuvers) i pl(e)c(ke), al erffelijcke rinten en(de) chijnsen, te lossene ende quyten(e) naeden bescheede daer aff zijnde oft achtervolghen(de) dordinan(tie) deser stadt op dafleggen ghemaect terminis ende voirts meer op tweentsestich carolus gulden(en) te xx s(tuvers) stuck, monete curren(tis), erffelijcke rinte, alle jaere te Kersmisse te betaelen(e), waer aff den iersten termijn verschijnen sal te Kersmisse a(nn)o xvc. lxxvitich. naestcomen(de) en(de) inder stadt wissele van Loeven(e) los ende vrij van xe., xxe., ce. ende alle ande(re) pe(n)ninghen ende impositien, alreede opghestelt en(de) alnoch op te stellen, te leveren erffelijcken in toecomen(de) tijden et sat(is) et war(as) prout, met conditie dat de voirs(creve) gehuysschen de selve rinte van tweentzestich car(olus)g(ulden) erffelijck sullen moghen lossen en(de) quyten alst hen gelieven sal, teene oft meer maelen maer nyet min dan twelff car(olus) g(ulden) erffelijck teender reysen en(de) elcken car(olus) g(ulden) daer aff met achthien ghelijcke car(olus) g(ulden) inde weerde voirscreven en(de) met volle rinte naer rate vander quytinghe, geloven(de) de voirs(creve) gehuysschen, verobligeren(de) en(de) sub(mitteren)de hunne p(er)soonen en(de) goeden, beruerlijck en(de) omberuerl(ijck), present en(de) toecomen(de) in forma, de voirs(creve) erffrinte van tweentzestich car(olus) g(ulden) erffelijck jaerl(ijcx) ten termijn(e) voirs(creven), wel en(de) loffelijck te betaelen(e) ende als boven te leveren erffelijck ende in toecomen(de) tijden, telcken termijn(e) als verreyckte schult ende soe verre de voirs(creve) panden naemaels bevonden wordden nyet goet genoech te wesen(e) voerde voirs(creve) rinte van lxii r(ins)g(ulden) erffelijck, altijt ter manissen ande(re) panden te stellen oft de selve rinte aff te legghen naer inhoudt van(de) voirs(creve) brieven ende is cond(iti)e dat soe wa(n)neer de voirs(creve) gehuysschen oft besitters vand(er) voirs(creve) goeden de selve rinte van lxii r(ins)gulden(en) erffelijck sullen willen lossen en(de) affquyten, int geheel oft in deele, de selve gehouden sullen zijn de pontpe(n)ninghen daer affte verschijnen(e), int geheel oft in deele, te betaelen(e) sonder cost oft last der voirs(creve) vuytgheveren oft huere naecomelinghen prout, coram Liedekercken, Winde, ja(nua)rii iia., a(nn)o xvc. lxxvi[i].

Senten(tiatum) p(er) m(a)g(ist)r(um) Petrum Breedzijp procuratorem pred(ic)te) domicelle Katherine Meersmans ac etiam Huberti Van Lantrop, coram Roeloffs, Wils, feb(rua)rii ixa., a(nn)o xvc. lxxvii et adductio facta est coram eisdem, sinili modo ad mo(bilia) eisdem.

 

Hieronder een akte met vermelding van Catharina Meersmans, weduwe van Andreas Clouwens.  Magdalena Van Kelft, de weduwe van Cornelius De Decker, was aan Goerden Renders (die namens Catharina Meersmans optradt, een som van 3 rijnsguldens verschuldigd uit hoofde van verzwegen chijnsen met betrekking tot eigendommen onder Kessel(-Lo).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 331v°, akte dd. 20 januari 1578.

Item Magdaleene Van Kelft weduwe Cornelis De Deckere, in presentia, oblig(antes) et submitt(entes) in forma, heeft gheloeft Goerden Reynders inden name ende tot behoeff jouff(rouw)e Cathlijne Meersmans wed(uw)e Andries wijlen Clouwens tusschen dit en(de) S(in)t Jansmisse naestcomen(de), te betalen die so(m)me van lii r(insgulden) eens ass(ectu)m, ter saken van zeke(re) compositie van versweghen chijnsen int vercoop van zeke(re) gronden van erffven der v(oer)s(creve) jouffrouwe Cathlijn(e) Meersmans v(er)swegen, eentsamentlijck die costen daeromme ghedaen ende tot versekerheyt van(de) voirscreven geluefte, heeft die voers(creve)n Magdaleene vuyt crachte van zeke(re) testamente en(de) vuytersten wille, haer bijden voers(chreven) haeren man ghemaect ende ghepasseert voer m(eeste)re Peete(re) Gosseal als notaris ende zekeren ghetuyghen opden ven. julii anno xvc. lxxiiitich., opgedraghen met behoirlijcke v(er)thijdenisse huys en(de) hoff metten boomgaerde ende alle andere zijn(e) toebehoirten, ghelegen te Kessele onder de Woutersdelle, regen(ooten) tsheeren strate ter eende(re), de wed(uw)e Jasp(er)s Baptiste ter tweede(re) ende Marie Van Hallebeke ter derde(re) zijden, item noch twee stucken wijngaerts, deene gheleghen achter den Achtersten Kessele ende dande(re) aende voers(creve) Woutersdelle, expos(ito) impos(itus) die voers(creven) Goert Reynders inden naeme ende tot behoeff als voe(re) om bij gebreke van voldoen(inge) vande voirscreven gelueften daeromme de voirs(creve) somme, tzij bij vercoope oft anderssints, te verhalen ende anders oft voirdere nyet, per mo(nitionoem) et sat(is) obligan(do) et submitten(do) uts(upra), et waras die voirs(creve) goeden op een halff mudde corens ende een(en) gulden erffelijck aen Steven Leys, sesse rinsgulden(en) lijffrente aen Cathlijn(e) Dekcers en(de) xxxv s(tuvers) erffelijck aen Adriaen Vand(er) Heyden tamq(uam) prout, coram Liedekercke, Winde, ja(nua)rii xxa.

 

In de volgende akte wordt melding gemaakt van Catharina Meersmans, weduwe van Andreas Clauwens en moeder van Anna Clauwens, echtgenote van Hubertus Van Lantrop.

Bron : S.A.L.,  Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 293v°, akte dd. 20 december 1575.

Item Peeter Van Kelft sone wijlen Huybrechts, woenen(de) te Loven(e), in p(rese)ntia, heeft hem cautionaris ghestelt en(de) is borghe ghebleven als principael voer Ja(n)ne De Haze sone wijlen Jans en(de) Kath(lij)ne Van Kelft, zijnd(er) huysvrouwen, sustere des voers(crev)e(n) Peeters, voer tvoldoen van(den) coope vand(en) herberghe, ghenaempt den Hert, ghestaen te Loven(e) inde Hoelstraete, bijden voers(creven) Jan(n)ne De Haeze ghecocht teghen jouff(rouw)e Cath(lij)ne(n) Mersmans weduwe Andries wijlen Clauwens en(de) Huybrecht Van Lantrop, man en(de) mo(m)boir van jouff(rouw)e Anna Clauwens, haerd(er) dochter, en(de) den zelven Ja(n)ne en(de) zijnd(er) huysv(rouw)e metten vuytgaen(e) vand(er) berrend(er) kerssen ghebleven opd(en) xxvien. novembris a(n)no xvc. lxxv lestled(en) ende dat totter so(m)men van veertych carolusg(ulden) erffel(ijck) om de zelve so(m)me van veertych carolusg(ulden) erffel(ijck) bijder voers(crev)en jouff(rouw)e Kath(lij)ne, Huybrecht Van Lantrop, man en(de) momboir jouff(rouw)e Anna, haerder dochtere, en(de) haere nacomelinghe(n) opden persoen des voers(crev)en Peeters, zij(ne) goeden, beruerlick en(de) omberuerlijck, p(rese)nt en(de) toecomende, bij faulte van betalinge der voers(creven ghehuysschen te moeghen verhaelen, daer voere hij Peeter en(de) de zelve zij(ne) goeden is verobligeren(de) en(de) submitteren(de) der jurisdictien en(de) cohertien van meyere en(de) schepen(en) van Loven in forma ende hier aff hebben gheloeft de voers(crev)en ghehuysschen den voerscreven Peeteren Van Kelft, sijn(e) goeden borghe costeloos en(de) schadeloos tontheffen, obligan(do) et submitten(do) ac renu(n)tian(do) in forma amplissima, coram Liedekercken, Ketelboete(re), decembris xxa., a(nn)o xvc. lxxv.

Senten(tiatum) per Petrum Van Kelft in p(rese)ntia et cum consensu predictorum co(n)jugum eode(m) coram eisdem et add(ucti)o facta est coram eisdem similiter ad mo(bilia) eisdem.

Senten(tiatum) per magistrum Joha(n)nem Blocqerije no(m)i(n)e pred(ict)i Petri Van Kelft, coram Spira, Wils, decembris iiia., a(nn)o xvc. lxxviii et adductio facto est coram eisdem similiter ad mo(bilia) eisdem.

Senten(tiatum) p(er) Joha(n)nem Willems maritum et mamburnum domicelle Catharine Meersmans, nec non nomine et ex parte Anne Clauwens, eius filie, tan nomine suo q(uo) nomine Jacobi Reynen sui filii, coram Grave(n), Liedekercken, junii ultima, a(n)no xvc. lxxxi, hora undecima ante meridiem et est adductus coram eisde(m).

 

Hieronder een akte met vermelding van Catharina Meersmans, weduwe van Andreas Clouwens en inwoonster van Leuven.  Zij is de moeder van Anna Clouwens, de tweede vrouw van Hubertus Van Lantrop.

Het is niet voor te stellen hoeveel woorden er werden afgekort (het papier was waarschijnlijk kostelijk).  Als men de tekst tussen haakjes zou weglaten, blijft van de akte amper de helft over.  De afgekorte woorden zijn gemakkelijk te achterhalen aan de hand van de context.  Wanneer het daarentegen om afgekorte Latijnse woorden gaat, is het niet zo gemakkelijk meer, te meer in het Latijn heel wat verbuigingen bestaan.  In dat geval moet ik mij baseren op mijn ervaring en vergelijking van andere akten waar het woord wel voluit werd geschreven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7468, fol. 355r., akte dd. 21 juni 1575.

Item joucffr(ouw)e Catlijn(e) Meersmans wed(uw)e Andries wijlen Clouwens, woonen(de) te Loven(e), heeft opgedragen met behoerl(ijcke) verthieniss(en) de goeden en(de) grond(en) van erven naebescr(even), te weten(e) ierst sesse vierend(eelen) lants, gel(ijck) de selve gelegen zijn opden Blauwenputte onder de vrijheyt des(er) stadt opden Merycken Wech, reg(enoo)t sheeren strate in deene, de goeden der wed(uw)en m(eeste)r Jans wijlen Van Lathem ter ande(re) ende den Varenwech ter derd(er), item noch drije viere(n)d(eelen) landts o(m)begrepen van(der) maten, gelegen opd(en) Diesterschen Wech tusschen de goeden h(eer) en(de) m(eeste)r Elbertus Leonin(us), doctoers ind(en) rechten, ter eenre, de goeden Peeters De Schepe(re) ter iid(er), de goeden des godshuys van S(in)te Mertens ter derd(er) en(de) sheeren strate ter vierd(er) zijden, item noch een plecxken erfs, groot omtrent twee vierendeelen, gelegen opd(en) Merycken Wech tusschen de goed(en) der v(oir)s(creve) wed(uw)e m(eeste)r Jans wijlen Van Lathem ter eenre en(de) de goed(en) Peet(er)s Wagemans ter ande(re) zijden, exp(osito) ende Marie Mercx docht(er) wijlen Goerts, jegewoirdige huysvr(rouw)e Jans Van Hoebroeck, woonen(de) te Wiltzele opt Steenwech, imp(osita) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t ende voerts meer op drije carolusg(ulden) te xx st(uvers) tstuck en(de) drije st(uvers) der mu(n)ten shertogen van Brab(ant) cours ende loop hebben(de), erffel(ijck)e rinte, vallen(de) jaerl(ijcx) opd(en) xxi. junii, spruyten(de) vuyt en(de) van een erfre(n)te van twee carolusg(ulden) metten verloopen van dijen en(de) beleyde metten oncosten t(er) caus(en) van dijen gebeurt als Cornelis wijlen De Deckere den voirs(creven) wijlen Goerd(en) Mercx opden vien. dach martii a(nn)o xvc. lxi voe(r) scepen(en) des(er) stadt p(er)sonel(ijck) bekindt heeft gehadt sculd(ich) te zijn(e) ende wlecke erfrinte de voirs(creven) wijlen Andries Clouwens opd(en) xxiiii. maii a(nn)o xvc. lxviii voe(r) scepen(en) des(er) stadt in me(di)a tzijn(der) laste genomen heeft te betalen(e) in futur(um), te weten(e) die twee carolusguld(en) daeraff tot behoeff van Lysken Leys dochte(re) wijlen He(n)ricx en(de) de resteren(de) drijentwintich st(uvers) erffel(ijck) tot behoeff des voirs(creven) Jans Van Hoebroeck en(de) der voirs(creve) Marien Mercx, zijn(e) huysvr(ouw)en, behoudel(ijck) hen gehuysschen inde geheele rinte hun p(er)ceptie en(de) voerheffe ende inde v(oir)s(creve) xxiii st(uvers) erffel(ijck) hu(n)ne vrij dispositie in futur(um) et sat(is) et war(as) de voirs(creve) grond(en) van erven voe(r) vrij en(de) o(m)belast p(ro)ut, met c(on)ditien dat de voirs(creve) opdragersse de voirs(creve) erfre(n)te sal mogen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst haer gelieven zal tot eend(er) reys(en), elcken carolusg(ulden) d(aer)aff met achtien(e) gel(ijcke) carolusg(ulden) ac cum, geloven(de) voirts de voirs(creve) erfre(n)te jaerl(ijcx) ten tijde en(de) t(er)mijn(e) voirs(creven) wel en(de) loffel(ijck) te betalen(e) en(de) los en(de) vrij als voe(re) te leve(re)n in futur(um) quolib(et) ass(ecu)t(um) et t(antu)m et casu quo pignora, etc(etera), in for(m)a prout, ende tot meerde(re) versekerheyt en(de) vastich(eyt) vand(er) v(oir)s(creve) erfre(n)te, soe heeft de voirs(creve) opdragersse de v(oir)s(creve) gehuysschen gelaten geheel en(de) inde macht vand(en) beleyde, bij hen opde voirs(creve) gelufte voe(r) meye(re) en(de) scepen(en) des(er) stadt gemaect en(de) gepass(eer)t, obligan(do) et submitten(do), cor(am) Berthijns, Wils, junii xxia.

 

Hieronder een akte met vermelding van Hubertus Van Lantrop, zoon van wijlen Henricus en man van Anna Clouwens, dochter van Andreas en Catharina Meersmans.  In de akte wordt ook melding gemaakt van Laurentius Walteri van Westerhoven.  De familienaam van deze laatste is ongetwijfeld Wauters.  Westerhoven is gelegen in Noord-Brabant, ongeveer 15 km. ten zuidwesten van Eindhoven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7859, fol. 453v., akte dd. 9 juni 1575.

Item Hubertus Van Lantrop filius quond(am) Henrici et Anna Clouwens filia quond(am) Andree, eius uxor, in Rotselaer, et Katherina Mersmans relicta dicti quond(am) Andree et m(agiste)r dicte Anne, Lovanii respective co(m)mor(antes), obligan(tes), ac dicta Katherina renunc(iantes) p(ri)vilegio velliani, recog(noverun)t se debere ind(ivisi)m d(omi)no et m(agist)ro Laurentio Walteri de Westerhoven, p(re)sidenti moderno collegii Sancte Anne fundate ac in oppido Lovanien(sis)  p(er) quond(am) dominum et m(a)g(ist)ru(m) Nicolaum Goblet, prepositi emanten(tes) dum vixit viginti quinque flor(enos) caroli te xx st(uyvers) monete curren(tis) hered(itarii) redditus singulis a(n)nis ad novam junii p(er)solven(dis) et in cambio quite et libe(re) a x., xx. et c. d(enariis) quol(ibe)t ass(ecu)tum ad mo(nitionem) pignus valens et t(antu)m et pot(erunt) redime(re) q(ua)n(do) vol(verint) quemlibet d(enarium) exin(de) median(tibus) sedecim denar(iis) cons(imilibu)s ac cum et est s...iendum (?) quod denarii huius emption(em) huius redditu promiserunt ex dequitation(em) lxxii modiorum siliginis p(er) Jacobum De Boys d(i)c(t)o collegio dequitatione(m), coram Berthijns, Goerts, ixa. junii.

 

Hierna volgt de transcriptie van een schepenakte met een dubbele vermelding, enerzijds Adrianus Rogmans, waarschijnlijk de man van Anna Van Langendonck en de zoon van Henricus en Margaretha Briers, en anderzijds Hubertus Van Lantrop, drossaard van Rotselaar.  Het is in zekere mate een bijzondere akte, omdat de inhoud ervan enigszins afwijkt van de inhoud van andere akten.

Joannes Bohon en Franciscus Vander Hoeven stellen zich borg voor de schuld van Adrianus Rogmans.  Op deze laatste zijn bruin paard werd beslag gelegd door Hubertus Van Lantrop, drossaard van Rotselaar.  In de akte staat wel degelijk Van Langtrop. Na het vonnis in gewijsde hebben Petrus Rogmans en Guilielmus De Witte de borgen schadeloos gesteld.

De akte wordt nog gevolgd door drie regels die duidelijk van een andere hand zijn.  Het verband is niet duidelijk, maar ik heb de indruk dat Joannes Blehen, licentiaat in de rechten, de schuld van drie karolusgulden erfelijk vereffende in de naam van Adrianus Rogmans of van Petrus Rogmans en Guilielmus De Witte.

Hierbij wil ik nog even stilstaan bij Joannes Bohon.  Hij was de waard in de Willegans (de Wilde Gans).  Dit pand of deze herberg bevond zich in de Steenstraat (het eerste gedeelte van de huidige Brusselsestraat tussen de Grote Markt en de Predikherenstraat) in Leuven.  De herberg was gelegen tussen de nog bestaande Pensstraat en de niet meer bestaande Slagtstraat (nog voor de Dijle).  De herberg lag tussen de Cluyse, later die Pint en nog later het Haemercken genoemd (zijde van de Pensstraat) en den Pelgrim (zijde van de Slagtstraat).  Deze informatie werd geput uit de uitgave van A. MEULEMANS, Huizen en straten van het Oude Leuven, dl. I en II.

BRON : S.A.L, Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 79r°, akte dd. 22 oktober 1574.

Transcriptie.

Item Jan Bohon, weerdt inde Willegans, ende Franchoys

Van(der) Hoeven, verobligeren(de) ende submitteren(de) in forma,

in p(rese)ntia, hebben verborcht zekere bruyn peert, toebe-

hoirende Adriaen Rogmans, wonende tot Rotselaer,

affgepandt ende alhier bynnen deser stadt van

Loven gebrocht bij Huybrechten Van Langtrop, drossaert

van Rotselaer, hebben geloeft te dage ende te rechte

te comen(e) ende tgewijsde te voldoen(e) tanq(uam) assecutu(m)

ende hier aff hebben Peeter Rogmans ende Willem

De Witte die voirs(creve) borgen costeloos ende schadeloos

tontheffene, obligan(do) et submitten(do), coram Angelis, Ber thijns, octobris xxii.

     Het bekin van drije carolus erffel(ijck) gedae(n) bij meester

Jan Blehen, licentiaet inden rechte, habetur sub data

januarii xiia.

 

In de onderstaande akte wordt melding gemaakt van Catharina Meersmans als weduwe van Andreas Clouwens en haar dochter Anna Clouwens, man van Hubertus Van Lantrop.  In de akte vernemen we dat Andreas Clouwens en Catharina Meersmans destijds eigenaars waren van een huis te Tienen op de Kaasmarkt, maar dat Andreas het huis met zijn toebehoren had verkocht aan Quintinus (Quinten Laureys).  Uit de verkoop van het huis hadden zij nog recht op een erfelijke rente van 7 karolusguldens en 10 stuivers, maar blijkbaar waren de lasten zwaarder dan de baten.  Daarom deed Catharina Meersmans op 28.03.1574, toen reeds weduwe van Andreas, en haar dochter Anna afstand van die rente.  Omdat Catharina Meersmans reeds weduwe was, liet zij zich bijstaan door een vreemde momboir, die haar door de wethouderen met rechte verleent werd.  De naam Clouwens/Clauwens kwam in de 16e eeuw nog voor in Tienen.  Dit zou erop kunnen wijzen dat de familie Clouwens van daar afkomstig was.  In elk geval werd een Andreas Clouwens op 22.06.1557 binnenpoorter van Leuven.  Hij woonde toen reeds in Leuven.  In de akte vernemen we dat hij de zoon was van Paulus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 235r., akte dd. 28 maart 1574.

Item jouff(rouw)e Cathlijn(e) Meersmans wed(uw)e Andries Clouwens, met eenen vrempden mo(m)baer, haer met rechte verleent voerde toecht, ende jouff(rouw)e Anna Clauwens, dochter der voirs(creve) gehuysschen, met consente, wille, wete ende overstaene Huybrechts Van Lantrop, haers mans, voir derffelicheyt, hebben respective verclaert ende verclaeren mits desen hoe dat zij op een huys met zijn(e) toebehoirten, bynnen der stadt van Thienen opde Keesmerckt, eertijts bijden voirs(creven) Andries(en) Quinten Laureys vercocht, maer en sijn trecken(de) zeven car(olus)g(ulden) x stuyvers erffelijck, hu(n) voirder recht ende actie dijen aengaen(de) mits desen affgaende ende renu(n)cieren(de), ende dat mits de lasten diemen bevindt boven dije ii ½ r(ins)g(ulden) erffel(ijck) bijden voirs(creven) Andries(en) opt tvoirscreven huys gewarandeert vuyte voirs(creve) goeden te gaene, cor(am) Berthijns, Goerts, martii xxviii., anno xvc.lxxiiii Br(abantie).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7841, fol. 608v., akte dd. 22 juni 1557.

Transcriptie.

Item Andreas Clouwens filius quondam Pauli

co(m)mor(ans) Lovanii, effectus est opidanus

intraneus, cor(am) Berthijns, Caverson, junii

xxii.

In de marge.

Cu(m) gra(tia)

s(olvit) 

 

Hieronder een akte met vermelding van Andreas Clouwens en Catharina Meersmans, de ouders van Anna Clouwens, die huwde met Hubertus Van Lantrop.  Daarnaast is in de akte ook sprake van Elisabetha Vanden Bossche, weduwe van Lambertus Meersmans.  Deze laatste is mogelijk een broer van Catharina Meermans.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8222, fol. 148v., akte dd. 7 januari 1573.

Item Lijsbeth Van(den) Bossche wed(uw)e Lambrechts wijlen Meersmans met een(en) momboir, haer van rechts weg(en) verleent, heeft bekint en(de) geleden, bekindt ende lijdt midts desen, haer bij Andries(en) wijlen Clouwens en(de) jouff(rouw)e Cathlijn(e) Meersmans, zijn huysv(rouw)e, volcomelijck gerestitueert ende gerembourseert te zijn(e), alle alsulcke geleent gelt, tinnewerck en(de) silvere croesen(e) als die voers(creven) Lambrecht en(de) Lijsbeth den voers(creven) Andries(en) ende zijn(e) huysv(rouw)e eenichssints souden mog(en) geleent hebben gehadt, scheldende alsoe der voers(creve) Cathlijn(e) voer huer, hue(re) erffven ende nacomeling(en) d(aer)aff ende van alle ande(re) schulden die de voers(creven) Andries oft zijn(e) huysv(rouw)e haer eenichssints souden mogen ten achte(re) zijn, gelovende die voers(creve) Elizabeth haer noch hue(re) nacomeling(en) eenichssints ter causen van dijen ne(m)mermeer te molesteren noch voer gheen(en) gerichten, geestel(ijck) noch weerlijck, aen te spreken, cor(am) Winge, Winde, januarii viia 

 

Hieronder een akte met vermelding van Catharina Meersmans als weduwe van Andreas Clouwens, resp. ouders van Anna Clouwens, die gehuwd was met Hubertus Van Lantrop.  In de akte is er sprake van de Boutersemstraat.  Deze straatnaam is later verbasterd tot Kaboutermansstraat volgens de uitgave van E. SPRENGERS, Ons Leuven, Leuven, 1995.  Deze straat loopt van de Goudbloemstraat richting Rennes Singel, ongeveer evenwijdig met de Brusselsestraat.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8222, fol. 281r., akte dd. 17 mei 1574.

Item m(eeste)r Jan Dinchebroucx sone wijlen Wijberts, woonen(de) te Loven(e), denwelcken spetiael en(de) irrevocabel bevel bij Marie De Heye, zijn(e) huysv(rouw)e, om des nabes(creven) es te doen(e), gegeven was, gelijck tselve genoech blijcken(de) was bij den instrumente daerop geexpedieert en(de) gepasseert voer Roelanden Vander Vliet, openbaer notaris, en(de) zeke(re) getuygen in date des vie. martii a(nn)o xvc. lxxiii stilo Braban(tie), heeft vuyt crachte van(de) selve procuratie opgedragen met behoorl(ijcke) verthijdenisse een huys metten hove en(de) alle andere zijn(e) toebehoorten, gelegen bynnen deser stadt inde Boutersshemstrate, regen(ooten) derffgen(aemen) hee(ren) Joachims Van Hersbeke ter eende(re) ende derffgen(aemen) Van Bree ter ande(re) zijden, item noch een huys metten hove en(de) alle zijn(e) toebehoorten, gelegen inde Mennestrate bynnen deser stadt tusschen die goeden Henricx Bulst ter eendere, m(eeste)r Jan Dinchebroucx ter tweedere en(de) derffgen(aemen) Jheroens Yerpain derdere zijden, exp(osito) en(de) Niclaes Vander Heyden inden name en(de) tot behoeff jouff(rouw)e Cathlijn(e) Meersmans weduwe Andries Clouwens imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t terminis en(de) voert meer op drije carolusg(uldenen) te xx st(uyvers) monete curren(tis) tstuck, erffel(ijcke) rinte, alle jae(re) opten ... [n.v.] novembris te betalen et in cambio quite et libere deliberan(...) (?) in futuru(m) en(de) dat in plaetse van gelijcke twee carolusg(uldenen) erffelijck, die Jan Van(den) Berge doude der voers(creve) Cathlijn(e) geloeft hadde te besetten et sat(is) die voers(creven) Dinchebroucx oblig(ando), submitt(endo) et renu(n)t(iando) et war(as) den voers(creven) hoff en(de huys inde Bouterssemstrate opde commeren en(de lasten daer te voren vuytgaen(de) en(de) tvoers(creven) huys en(de) hoff inde Mennestrate op twee carolusg(uldenen) ende) xiii ½ st(uyvers) erffel(ijcke) rinte en(de) chijns aen diverssche persoonen terminis tanq(uam) prout, met conditie dat die voers(creve) gehuysschen de v(oer)s(creve) erffrinte van drije carolusg(uldenen) zullen mogen lossen ende quyten alst hun gelieven zal, elcken carolusgulden daeraff met achthien gelijcke carolusg(uldenen) inde weerde voers(creven) ac cum, geloven(de) die voers(creven) m(eeste)r Jan Dinchebroucx de zelve erffrinte van drije carolusg(uldenen) jaerl(ijcx) ten voers(creven) termijn(e) wel en(de) loffelijck te betalen en(de) als boven te leveren in futurum ass(ecutu)m et casu quo pignora in for(ma) et t(antu)m, cor(am) Duffle, Maelcote, maii xviia. a(nn)o xvc. lxxiiii.

 

In de onderstaande akte wordt melding gemaakt van Andreas Clouwens en Catharina Meersmans, ouders van Anna Clouwens, die huwde met Hubertus Van Lantrop.  Catharina Clouwens had op 05.07.1572 te Brussel volmacht gekregen van Anthonius Meersmans (haar broer ?), doch zij stelde Lanceloot Van Ophem, postulerende voor de wethouders te Mechelen, in haar plaats.  Helaas vernemen we (voorlopig) niet waarover deze zaak gaat.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8221, fol. 5v., akte dd. 8 juli 1572.

Allen, etc(etera), dat jouffrouwe Catharina Meersmans met consente, wille, weten(e) ende overstane Andries Clouwens, haers mans, heeft vuyt crachte van zeke(re) procuratie, haer bij s(ieu)r Anthonis(en) Meersmans opden ven. julii lestled(en) geg(even) ende gepasseert voer wethouderen van Bruessele, gesubstitueert Lanceloot Van Ophem, procur(eur) postuleren(de) voerde wethouderen van Mechelen, cor(am) Grave, Duffle, julii viiia.

 

In de navolgende akte wordt weerom melding gemaakt van Andreas Clouwens (x Catharina Meersmans) die zich borg stelt voor Judocus Carpentiers m.b.t. het lichten van 13,50 karolusguldens en de kosten daaraan verbonden.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8221, fol. 15r., akte dd. 8 augustus 1572.

Item Andries Clouwens heeft hem cautionaris gestelt ende is borge bleven voer Joos(en) Carpentiers voer dlichten van alsulcke xiii ½ carolusg(uldens) metten costen daeromme gedaen als Henrick Vander Linden in handen m(eeste)rs Laureys Boon als opden wissele deser stadt tot behoeff desselffs Joos gedeponeert heeft, gelovende die selve pe(n)ningen wederomme te restitueren zoe verre tselve namaels met rechte alsoe bevonden wordt te behooren(e) en(de) hieraff heeft geloeft die voerscr(even) Joos(en) den voergenoempden Andries(en) zijn(en) borge costeloos en(de) schadeloos tontheffen prout, coram Ketelboete(re), Hoeven, augusti viiia.

 

Nogmaals een akte met vermelding van Catharina Meersmans, weduwe van Andreas Clouwens, en haar dochter Anna Clouwers.  Deze akte levert echter een nieuw gegeven op, nl. dat dochter Anna niet alleen gehuwd is geweest met Hubertus Van Lantrop, maar ook met Godefridus Reynen, licentiaat in de rechten.  Huffle (of Huffel) is een gehucht onder Kessel-Lo.  De Dorpstrate is de huidige Diestsestraat te Leuven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8221, fol. 72r., akte dd. 11 december 1572.

Item hee(r) en(de) m(eeste)r Anthonis Mensvoert, licentiaet in beyden rechten ende jouff(rouw)e Agneete sBosschers, zijn huysvrouwe, hebben opgedragen met behoorlijcke verthijdenisse alsulcke achthien carolusg(uldens) erffelijcke rinte, jaerlijcx opden achthiensten dach januarii te betalen als zij hebben met schepen(en) brieven van Loven(e) daerop gemaect den achthiensten dach januarii a(nn)o xvc. lxv aen ende op huys ende hoff, schueren, stallen, winnende landen daer achter aen, gelegen ten Huffle, groot tsamen drije boenderen onbegrepen der maten, regen(oten) de prelaet van Vlierbeke ter eenre, de strate aldaer ter ande(re) drije zijden, exp(osito) imp(ositus) est jure hereditario m(eeste)r Godevaert Rochus inden name en(de) tot behoeff jouff(rouw)e Cathlijne Meersmans weduwe Andries wijlen Clouwens voerde tocht ende jouff(rouw)e Anna Clouwens, huysvrouwe hee(re) ende m(eeste)rs Godevaerts Reynen, licentiaet inden rechten, voer derffelicheyt, ende dat ter zaken van affquytinge per mo(nitionem) et sat(is) et war(as) voer onbelast ende is te weten(e) dat die pennin(gen) d(aer)mede dese rinte gequeten is, sijn gecommen van(de) penningen van affleggen van alsulcke achthien carolusg(uldens) erffelijck bij Niclaes(en) De Pape ende El(isabe)t Van Hallebeke, zijn huysv(rouw)e, affgeleght vanden coope vander hoeven, genaempt Brugmans Hoff, gelegen tot Loven(e) inde Dorpstrate, bijden voers(creven) gehuysschen tegen der voers(creve) jouff(rouw)e Cathlijne Clouwens ende haerder dochte(re) gecocht en(de) overgegoet, coram Winge, Winde, decembris xia.

 

Andermaal een akte met vermelding van Catharina Meersmans, weduwe van Andreas Clouwens en moeder van Anna Clouwens, die huwde met Hubertus Van Lantrop.  Ditmaal is het eens akte die geen betrekking heeft op een overdracht van goederen, maar over een akkoord betreffende een goot tot afwatering tussen de huizen van de voornoemde Catharina Meersmans en Paulus De Riddere.  Uit de akte blijkt dat Catharina Meersmans de eigenares was de herberg den Hert, gelegen in de Hoelstraat te Leuven (de huidige Tiensestraat) tussen het vroegere Fochplein (nu Rector De Somerplein) en de Savoyestraat.  Volgens A. MEULEMANS, Huizen en straten van Oude Leuven, Leuven, 2004 (dl. I. Patrimonium, pp. 335-336), wad den Hert reeds in de 15e eeuw een bekend gasthof.  Volgens de telling van 1597 was het huys, genoempt den Hert, geheelijck van binnen uytgebroecken ende oversulcx bevonden onbewoonbaer.  Enkele verduidelijkingen : privande (proviandkamer; voorraadkamer), coeckene (keuken). 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8221, fol. 277r., akte dd. 17 juni 1573.

Condt zij eenenyegel(ijcken) dat jouffrouwe Catharina Meersmans weduwe Andries wijlen Clouwens, ter eenre, ende Pauwel De Riddere sone wijlen Wouters, ter ande(re) zijden, sijn tsamen met malcanderen overco(m)men ende veraccordeert aengaende den poincten nabescreven, te wetene ierst vander goten tusschen den huyse ende herberge der voers(creve) jouffrouwe Cathlijne, genaempt den Hert, ende thuys des voerscreven Pauwels, daer naest gelegen inde Hoelstrate te Loven(e), dat die voers(creven) Pauwels de selve gote sal mogen te nieuwte doen ende de selve plaetse tot zijn(en) voerscreven huyse appliceren, gebruyck(en) ende mog(en) betimmeren tot eeuwigen dagen ende inden muer van(den) huyse van den Hert met zijne balcken ende timmeringe mogen innewercken, dies sal die voerscreven Pauwels gehouden sijn den voerscreven muer vanden gronde nieuwe op te maecken tot onder tdack, daer dijen van noode, is gemaect te zijne onderhalffven steen dicke tzijn(der) coste alleene metter pijpe vanden privante, comen(de) inde coecken(e) en(de) dijen alsoe loffelijck gemaect zijnde, dat den selven muer den voers(creven) parthijen van nu voertaen gemeyn sal zijn en(de) parthijen in wederzijd(en) den selven schuldich zijn te gelijcken coste onderhouden, item dat die voerscr(even) Pauwels boven sal met een(en) haysele mogen wercken int dach van(den) voerscreven huyse den Hert en(de) tselve breken en(de) maecken op zijn(en) cost alleene ende salmen boven onder tdack een groote gote leggen om themelwate(re) van(de) daken van beyde de huysen tontfangen, deen comen(de) voer ter straten vuyt ende dande(re) achterweerts zijn(en) val van(de) hemelwatere hebben(e) op zijn(en) erffve en(de) hij Pauwel dijen sal moeten dragen ende leyden, dies sullen parthijen de selve gote te gelijcken coste doen leggen ende onderhouden ten eeuwig(en) dagen, coram Liedekercke, Duffle, junii xviia. 

 

Dezelfde akte, weliswaar in een ander geschrift en met lichte afwijkingen, blijkt ook voor te komen in hetzelfde register op folio 303v.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8221, fol. 303v., akte dd. 17 juni 1573.

Condt zij eenen yegelijcken dat jouff(rouw)e Kathelijne Meersmans weduwe Andries wijlen Clouwens, ter eenre, ende Pauwel De Ridde(re) sone wijlen Wouters, ter andere zijden zijn tsamen met malcanderen overcomen ende veraccordeert aengaende den poincten nabescreven, te weten(e) ierst vander goten tusschen den huyse en(de) herberge der voirs(creve) jouff(rouw)e Kathelijne, genaempt den Hert, ende thuys der voirs(creven) Pauwels, daer naest gelegen inde Hoelstraete te Loven(e), dat de voirscreven Pauwels de selve gote sal mogen te nieuwte doen ende selve plaetse tot sijn(en) voirs(creven) huyse appliceren, gebruycken ende moegen betimmeren ten eeuwigen dagen ende inden muer vanden huyse vanden Hert met sijn(e) balcken ende tymmeringe moeten inwercken, dies sal de voirs(creven) Pauwels gehouden sijn den voirs(creven) muer vanden gronde op te maecken tot onder tdack, daer dijen van noode wesen sal gemaeckt te sijn(e) onderhalven steen dicke tsijnen coste alleen metter pijpen van(de) privante, comende inde coken, ende dijen alsoe loffelijcken gemaeckt sijnde, dat den selve(n) maer den voirs(creven) partijen van nu voertaen(e) gemeyn sal sijn ende in wedersijden den selven schuldich sijn tonderhouden, item dat de voirs(creven) Pauwels boven met eenen haysele sal mogen wercken int dack vanden huyse den Hert ende tselven brekene ende maecken op sijn(en) cost alleen ende salmen boven onder dack een looten gote leggen om themelwatere vanden daecken van beyde de huysen tontfangen, doen(de) comende voer ter straeten vuyte ende dander achterwaerts zijn(en) val van(den) hemelwater hebbende op sijn erffve ende hij Pauwel dijen sal moeten dragen ende leyden, dies sullen partijen de selve gote te gelijcken coste doen leggen ende odnerhouden ten eeuwigen dagen, cor(am) Liedekercke, Duffele, junii xvii. anno xvc lxxiii.

 

Hieronder een akte met vermelding van Andreas Clouwens en Catharina Meersmans, ouders van Anna, die huwde met Hubertus Van Lantrop.  Zij droegen 6 dagmaal land, gelegen in twee stukken onder Vinkenbos, over aan Jan Schellekens.  Het kleine gehucht Vinkenbos was gelegen aan de houten brug van de weg naar Korbeek-Lo (Geldenaakse Baan) over Molenbeek, dat samen met de gehuchten Langendaal, Ten Broecke en Voorde de kern van de Abdij van Park vormde.  Volgens het Kaartboek van Abdij van Park van 1665 strekte Vinkenbos zich uit tussen de heirbaan van Leuven naar Tienen (Tiensesteenweg), het gebied Korbeek(-Lo) en Bierbeek (expresweg) en het domein van de heren van Heverlee met de weg Leuven – Blanden (Naamsesteenweg).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8220, fol. 101v., akte dd. 28 november 1570.

Item, in tegenwoirdicheyt des meyers, etc(etera), gestaen Andries Clouwens ende Cathlijne Meersmans, zijn huysvrouwe, woonende te Loven(e), hebben opgedragen met behoorlijcke verthijdenisse zess dachm(aelen) landts, gelijck die in twee stucken gelegen zijn doer Vinckebossch, regen(oten) ... [n.v.], gelijck die zelve ten erffdomme gehouden wordden vanden prelaet van Percke als hee(re) vanden gronde, exp(osito) imp(ositus) est jure hereditario m(eeste)r Jan Schellekens in plaetse van mangelinge, per mo(nitionem) et satis obligan(do) et submitten(do) indivisim, et waras opde co(m)meren ende lasten daer te voren vuytgaen(de) terminis tanq(uam) prout, coram Roeloffs, Dor(ma)le, novembris xxviiia.

          Uit dit huwelijk:

          1. jonker Van Lantrop Artus, 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) de schepenakte dd. 18.08.1586 en de transcriptie met vermelding van Artus (Arnoldus) Van Lantrop sone Hubertus.  Artus Van Lantrop uit Rotselaar ging blijkbaar regelmatig eten en drinken bij Hendrik Corbeels, maar hij betaalde niet.  Hendrik was er duidelijk niet mee gediend en presenteerde hem op 15.05.158 de rekening (obligatie).  Artus zou de rekening vereffenen in twee keer.  De helft zou hij betalen op 08.09.1587 en de andere helft met Bamis 1587.

BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7867, folio 62r°, akte dd. 18 augustus 1587.

Transcriptie

Item Artus Van Lantdorp zone wijlen

Huybrechts, woonen(de) tot Rotselaer, in p(rese)ntia,

obligan(tes) et submitt(entes) ac renuntian(tes) in forma,

heeft bekent schuldich te zijn(e) Henr(ick) Corbeels,

woonen(de), de so(m)me van viertich carolus guld(ens)

eens, ter saecken van verteerde montcosten

tzijn(der) Henr(icx) huys, in diversche reysen bijden

voers(creven) Lantdorp verteert, geloeven(de) deen

hellicht daeraff te betaelen(e) den viiien.

septembris toecomen(de) ende dande(re) hellicht

te Bamisse daer naestvolgen(de), telcken termijn

als schult met rechte verwonnen,

ende dit in voldoeninghe van zekere

obligatie tot gelijcke so(m)me, den voers(creven)

Henr(ick) opden xven. mey lestleden van zijn(en)

handt gegeven, coram Vrancx, Voshem,

augusti xxvi.

Senten(tiam) per m(a)g(ist)rum Leonardum Oliviers tanq(uam)

procur(atorii) predicti Henrici Corbeels, coram

Duffle, Luenis, augusti xviii, 1587.

     In de marge.

S(olvit) ii s(tuvers).

 

Hierbij een akte met vermelding van Arnoldus (Artus) Van Lantrop, zoon van wijlen Hubertus en inwoner van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 63v., akte dd. 13 december 1607.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen jo(ncke)r Artus Van Lantrop sone wijlen Huybrechts, woonen(de) tot Rotselaer, p(er) mo(nitionem) heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) opden Raetsberch, regen(oten) m(eeste)r Jan Gheens saliger ter ie., den h(ee)re hertoch van Aerschot ter andere drije zijd(en), exp(osito) soo is daerinne gegoydt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Aerdt Mercx ind(en) naem en(de) tot behoeff van Pauwel Veldacx, p(er) mo(nitionem) et sat(is) die voors(chreven) opdraege(re) obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et war(as) op i ½ capp(uyn) chijns aen(den) voors(chreven) heere hertoghe van Aerschot met conditie dat die voors(chreven) opdraeger sal moeten affdoen en(de) betaelen alle voordere v(er)loopen vanden voors(chreven) chijns, v(er)schenen van van (!) twee jaeren tanqua(m) prout, coram Beringhen, Leunckens, decemb(ris) xiiia., 1607.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Arnoldus (Artus) Van Lantrop, zoon van Hubertus en inwoner van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 217r., akte dd. 1 september 1608.

Item jo(ncke)r Artus Van Lantrop soene wijlen Huybrechts, woonen(de) tot Rotselaer, ter eenre, en(de) Pauwel Veltackter, insgel(ijcx) woonen(de) tot Rotselaer voors(chreven), ter andere zijd(en), hebben v(er)cleert, gel(ijck) zij v(er)cleren midts desen, tsamen affgerekent te hebben van alsulcke rinte van xxxvii rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) metten v(er)loopen van dijen, tot noch toe v(er)schenen, die de voors(chreven) jo(ncke)r Artus opden voors(chreen) Pauwel en(de) zijne goeden jaerl(ijcx) trecken(de) was volgen(de) die brieven daeraff zijn(de) in date xia. sept(embris) 1606, gepass(eer)t voor schepen(en) van Rotselaer, ind(er) vueghen dat bevonden es, den voors(chreven) Pauwels Veltackter aen(den) voors(chreven) Landtrop alnoch ten achteren te wesen boven alle betaelinghe, daeroppe gedaen die so(mm)e van twee hondert en(de) vierentnegentich rinsg(u)l(dens) eens, alsoo die voors(chreven) Lantrop, alhier present, oock was bekennende en(de) verclerende, consenteren(de) dat in plaetse van(de) voors(chreve) xxxvii rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) alleenel(ijck) sullen cours en(de) loop hebben de voors(chreve) twee hondert en(de) xciiiitich. rinsg(u)l(dens) eens tegen den penn(inck) xvie., welcke rente die voors(chreven) Pauwels Veltacker jaerl(ijcx) geloeft wel ende loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren, los en(de) vrije, etc(etera), obligan(do) et submitten(do) conform die voors(chreve) constitutie brieven, gepass(eer)t voorde voors(chreve) schepen(en) van Rotselaer, die wel(cke) midts desen blijven in haere cracht, macht ende vigeur voor soo vele de voors(chreve) twee hondert xviiiitich. rinsg(u)l(dens) ter rinte als voore soude moghen aengaen en(de) die panden daerinne geruert, blijven als voor v(er)obligeert, coram Asscha, Ophem, septemb(ris) prima, 1608.

 

     Van Lantrop Jan, poorter in Mechelen, wonend in Rotselaar, x met Elisabet Vijts alias Remigii, fa Walterus x Anna Willems,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) twee opeenvolgende akten, waarin resp. melding wordt gemaakt van Joannes Van Lantrop en zijn echtgenote Elisabetha (Vijts alias) Remigii enerzijds en Hubertus Van Lantrop anderzijds.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 35v°, akte dd 22 augustus 1575.

Item in tegenwoerdycheyt des meyers van Loeven, etc(etera), ghestaen Jan Van Lantrop sone wijlen Hen(ricx) en(de) jouff(rouw)e Elizabeth Remigii, zijn huysv(rouw)e, woenen(de) te Rotzelaer, hebben opghedraghen met behoerl(ijcke) verthijdenisse huys en(de) hoff, blocxken lants en(de) ande(re) zijne toebehoorten, groot ontrint een dach(mael), ghel(ijck) tselve ombegrepen der maten ghelegen is te Rotselaer bijde kercke, reghen(ooten) sheeren straete ter eenre, mijn hee(re) van Rotselaer ter iire., derffghen(aemen) Michiels Van Potsuynsberge ter iiie. ende derffghe(n)aem(en) Geerts Van Bomschoten ter vierder zijden, exp(osito) ende Janne Dezelaer, Aerts Crabbeels ende Quirijn Wils, respective huysar(m)m(eeste)rs en(de) rintm(eeste)re van(de) huysar(m)men van S(in)te Geertruyden te Loeven, imp(ositus) per mo(nitionem) reddiderunt terminis ende voert meer op twee mudden rogs erffpachts, alle jae(re) opden viiien. junii te betaelen ende dat in plaetse van ghel(ijcke) twee mudden rogs erffpachts, d(aer)inne die voers(crev)en Jan Van Lantrop met schepen(en) brieven van p(er)ficere deser stadt p(er)sonel(ijck) aen(de) voers(crev)en huysar(m)men verbonden was opden viien. dach augusti lib(ro) xvc lix in 3a., gheloven(de) die voers(crev)en ghehuysschen obligan(do) et submitten(do) die voers(crev)en rinte jaerl(ijcx) ten termeyn voers(crev)en wel en(de) loffel(ijck) te betalen en(de) als boven te leveren ass(ecutu)m per mo(nitionem) et sat(is) et war(as) op twelff stuyvers erffel(ijck) aen Cornel(is) Van Graeve en(de) sheeren chijns van(den) gronden terminis tanq(uam) prout jure aut, coram Liedekercke, Maelcote, augusti xxii., a(n)no 1575.

            In de marge.

Quitan(tio) huius habetur xxi. julii lib(ro) 1593 in med(ia).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 36v°, akte dd. 22 augustus 1575.

Item de voers(crev)en huysar(m)meesters hebben mits der voers(crev)en belastinghe ontlast alsulcke sesse dachmalen lants beempts en(de) noch drije dach(maelen) beempts, beyde aen tHellichter Broeck gelegen, toebehoeren(de) Huybrechte Van Lantrop als onder de mai(n)mise voer ghebreck van(de) betalinghe voers(crev)en rinten ghecomprehendeert staen(de), etc(etera), cor(am) eisdem.

 

Hieronder een akte met vermelding van Joannes Van Lantrop als zoon van Henricus.  Ik vermoed dat het gaat om Jan Van Lantrop, die gehuwd was met Elisabeth Vijts alias Remigii en de zoon was van Hendrik en Mechtillde van Pulle.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7856, fol. 26r., akte dd. 16 juli 1571.

Item in presen(tia) vill(ici), etc(etera), Jan Van Lantrop sone wijlen Henricx, heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse een stuck beempts, groot omtrent sesse dachmalen, gel(ijck) tselve ombegrepen der maten geleghen is tot Rotselaer tusschen de goeden desselffs Jans ter eenre, de goed(en) van(den) taeffele van Rotselaer ter andere en(de) de Dijle aldaer vlieten(de) ter derder ende vierder zijden, exposit(o) imp(ositus) m(eeste)r Lambrecht De Berthoz inden name en(de) tot behoefff heeren Jans Vanden Berghen, heere van Waterdijck, per mo(nitionem) jure, et sat(is) et cum eo jouffr(ouw)e Eliz(abet) Remigii, zijn huysvr(ouw)e, met consente ende overstaen(e) desselffs Jans, huers mans, indivisim obligan(do) et submitten(do) et war(as) op sesse carolusguld(enen) aen derffgen(aemen) meester Servaes Van Sassen, drije rinsguld(enen) aen Henrick Van Ijssche, noch sesse rinsguld(enen) aen m(eeste)r Henrick Van Haecht, al te quyten(e) tegen den penn(inck) xviiie., drije st(uvers) der taeffelen oft kercke van Rotselaer, noch xv molevaten en(de) tseste deel van een molevat gersten den hee(re) van Rotselaer als hee(re) vanden gronde, al erffchijs rente ende pachts, tamq(uam) prout, coram Graven, Ketelboete(re), julii xvi., anno xvc. lxxi.

 

In de akte maakt men melding van Artus (Arnoldus) Van Lantrop, zoon van Hubertus, alsmede van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7495, folio 92r., akte dd. 17 december 1603.

Allen den genen die dese l(ette)ren sullen sien oft hooren lesen, saluyt, wij Schore, Duffle, Liebrechts, Rivieren, schepen(en) te Loven(en), doen condt met kennisse der waerheyt dat alsoo Artus Van Lantrop sone wijlen Huybrechts met vonnisse der schepen(en) van Loven opden iiiien. octob(er) 1603 gecond(ioneer)t es aen s(ieu)r Glaude Masquelier als man en(de) momboir van jo(uffrouw)e Emerentia Van Lantrop dochter wijlen Jans costeloos ende schaedeloos te garanderen en(de) te indempneren van eene rente van twelff rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), bij die van(den) goidtshuyse van(de) Predickheeren bynnen deser stadt Loven den voors(chreven) Masquelier in rechte geheyscht ende dijen volgende zijn den sel(ven) Masquelier opden xxiien. octob(er) 1603 voors(chreven) v(er)leent geweest zeecke(re) deser stadt opene brieven van mainmise opde goeden van(den) voors(chreven) Artus Van Lantrop, gelegen tot Rotselaer, om zijn wettich gebreck metten costen en(de) commeren van dijen daeraene te moghen v(er)haelen ende namentl(ijck) opde goeden naerbes(chreven), als te weten(e) ierst huys en(de) hoff met een block daeraen geleghen en(de) een(en) boomgaert met een cleyn stucxken landts, al tsamen ombegrepen der maeten, geleghen tusschen sh(ee)ren straete ter ie., die Herbergerstraete ter iie., die goeden des goidtshuys van(de) Twelff Apostelen bynnen Loven ter iiie. en(de) die goeden ... [n.v.] ter iiiie. zijd(en), belast met drij mol(evaten) iii q(ua)rt, ii deelen van een mol(evat) even(e), ii p(ar)t mol(evaten) gerste, iiii d(enieren) Lovens, ii cap(puynen), v st(uyvers) payem(ents), xii d(enieren) boon h(ee)ren chijns, xix mol(evaten) rocx aen(den) H(eyligen) Gheest, drije rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) aen Guillam Van Langendonck en(de) drije rinsg(u)l(dens) aen(de) cappellaenen van S(in)te Peeters bynnen Loven, item noch een boend(er) landts, gelegen tusschen die goeden van h(ee)r Maximiliaen Van(den) Berghe, aertsbisschop van Camerijck ter ie., Bartholomeus V(er)straeten, nu ... [n.v.], ter iie., derffgen(aemen) Thomas Ingels, nu ... [n.v.], ter iiie. zijd(en), belast, item een halff boend(er) bempts, regen(ooten) die Dijle ter ie., den H(eyligen) Gheest van Rotselaer ter ande(re), Glaude Masquelier ter iiie., die voors(chreven) Lantrop ter iiiie. zijd(en), belast op sh(ee)ren chijns en(de) vijff rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) aen(de) kercke van S(in)te Michiels bynnen Loven, item eertijts huys en(de) hoff met allen zijn(e) toebehoorten, gelegen tot Nederhem, met die bempden daeraen geleghen, groot seven dachm(aelen), regen(ooten) het gemeyn broeck ter ie., geheeten de Wed(uw)e Betheleem ter iie., Jan Pauwels ter iiie. en(de) sh(ee)ren straete ter iiiie. zijd(en), belast met ii cap(puynen) vi d(enieren) Loevens, een q(ua)rt van een gans h(ee)ren chijns, twee hal(steren) roghs aen(den) H(eyligen) Gheest, item een(en) bempt achter den Kepper, groot vijff dachm(aelen), regen(ooten) tHellichterbroeck ter ie., Anthonis Van(der) Linden ter iie., de voors(chreven) Anthonis De Kepper ter ande(re) zijd(en), belast met vijff rinsg(u)l(dens) aen S(in)t Moors aultaer bynnen Thienen, item vijff dachm(aelen) bempts ind(en) Deule de Dijle ter ie., den H(eyligen) Geest van Rotselaer ter ande(re) zijd(en), belast met xxvi st(uyvers) ts(iae)rs, zeven mol(evaten), halff even(e), twee mol(evaten) 3 gersten, een halff pont vlasch, drije penn(ingen) Lovens en(de) een ganse chijns, item een halff boend(er) bempts int Schauwbroeck, belast op een halff mol(evat) even(e) en(de) een halff mol(evat) gerste, item een stuck landts en(de) drije dachm(aelen) aent Cloostergat, regen(ooten) sh(ee)ren straete ter ie. en(de) Jan Van(den) Berghe ter ande(re) zijd(en), belast ... [n.v.], item drije vieren(deelen) daerbij gelegen, regen(ooten) den Gruenenwech naer Vrouwenperck, item sesse dachm(aelen) landts aen(den) Lardt geleghen, regen(ooten) Aert De Pelsmaecke(re) ter ie., Vander Tommen ter andere, item een halff boend(er) daerbij, regen(ooten) h(ee)r Andries Lippens ter ie., den Gruenenwech ter ande(re) zijd(en), belast met een gans h(ee)ren chijns, item een halff boend(er) landts, beplandt met appelboomen opd(en) Hallenhoff, regen(ooten) sh(ee)ren straete in twee zijd(en), ... [n.v.], belast met een(en) cap(puyn) en(de) iii q(ua)rt en(de) vii d(enieren) Lovens en(de) x st(uyvers), item drije vieren(deelen) landts, gelegen tegen over de Scambraeck, regen(ooten) sh(ee)ren straete ter ie. ende Henrick Loycx ter ande(re) zijd(en), op sh(ee)ren chijns van(den) gronde, ende Michiel Baerts, bode deser stadt, hebben(de) naer v(er)moghen van(de) voors(chreve) brieven van mainmise en(de) zijn(e) commissie allen die voors(chreve) goeden in zijne als in ons genaedichs h(ee)ren des hertoghen van Brabant en(de) des(er) stadt handen genomen tot behoeff des voors(chreven) Masqueliers en(de) den sel(ven) insgelijcx daertoe geleydt, ende die wettighe conde daeraff gedaen te hebben aen(de) officiers van(de) plaetsen om zijn(e) pon(penn(ingen) te preserveren ende ingevalle van oppositien gedaecht te hebben den voors(chreven) Artus Van Lantrop volgen(de) den relaese, opden rugge van(de) voors(chreve) brieven van mainmise gestelt en(de) bijden voors(chreven) Michiel Baerts gedaen ten eynde hij ingevalle van oppositie soude comen voor schepen(en) van Loven voors(chreven) teenen seeckeren nu overleden(en) daeghe ende alsoo ten daeghe dienen(de), wesen(de) den iiiien. novemb(er) 1603 lestleden, nyet en es geco(m)pareert, soo sijn opden viiien. novemb(er) 1603 daernaer die voors(chreve) brieven van mainmise des imp(etran)ts bij schepen(en) van Loven midts non comparitie des gedaechde gedecreteert en(de) v(er)claert executoriael ende vuyt crachte van welcken vonnisse zijn den voors(chreven) Glaude Masquelier v(er)leent geweest des(er) stadt brieven van proclamatien, addresseren(de) aen(den) iersten des(er) stadt boden daerop v(er)socht zijn(de) om voor tvoors(chreven) gebreck die voors(chreve) goeden te moghen v(er)coopen, die wel(cke) naer teneur van(de) sel(ve) brieven en(de) soo naer vuytwijsen vande provisie des(er) stadt als vore v(er)leent behoorl(ijck) bij Michiel Baerts, bode des(er) voors(chreve) stadt, ter behoorl(ijcker) executie gestelt geweest, hebben(de) die voors(chreve) proclamatie met behoorl(ijcke) billetten, innehouden(de) specifica(ti)e van(de) goeden en(de) designa(ti)e van(de) plaetsen en(de) tijd(en), waer en(de) wanneer datmen die voors(chreve) goeden v(er)coopen zoude, aen(de) kerckddore des voors(chreven) dorps van Rotselaer, waeronder die voors(chreve) goeden geleghen zijn, soo dat dijen achtervolgen(de) van(de) voors(chreve) goeden den iersten sitdaeghhe gehouden es opden xixen. dach der maent van novemb(er) 1603 tot Rotselaer voors(chreven) ten huyse Jans Van(den) Panhuyse, meyer van Rotselaer, ende den tweeden sitdaeghe opden iiien. decemb(er) anno voors(chreven) alhier tot Loven inden Moriaen en(de) dat naer v(er)moghen en(de) den consente van mijn(e) heeren schepen(en) den voors(chreven) imp(etran)t gegeven, blijcken(de) van(den) sel(ven) consente, wesen(de) van(der) daet novemb(ris) xxix., 1603 voors(chreven), ond(erteeken)t bijden secret(aris) Vileers, alhier gesien ende gebleken, ende de voors(chreve) goeden metten vuytgaen(e) van(de) branden(de) keerssen gebleven den voors(chreven) h(ee)r Glaude Masquelier om en(de) voor die somme van twee hondert en(de) vijftich rinsg(u)l(dens) eens ende is hem bijd(en) voors(chreven) Michiel Baerts, bode, den slach daerop gegeven, ende dat al naer v(er)mogen der conditien en(de) voorweerden daervan gehouden en(de) onder den clerck Cranebroeck berusten(de), doen condt en(de) te wetene dat bij ons schepen(en) int lange oversien zijn(de) die voors(chreve) procedueren, exploicten en(de) tghene des daervuyt dependeert en(de) naergevolght is ende procederen(de) alsoo totter interpositie van(den) decrete, hebben wij schepen(en) ter manissen des meyers van Loven daerover staen(de) van heerheyden van weghen des hertoghen van Brab(an)t bij onsen vonnisse geauthoriseert en(de) authoriseren midts desen die voors(chreve) exploicten, kerckgeboden, proclamatien en(de) v(er)coopinghen en(de) allen tgene des in desen bijd(en) voors(chreven) respective bode vuyt crachte van(de) voors(chreve) commissie is gedaen geweest ende voorts tegen die voors(chreve) gedaechde deffault ende contumacie geven(de), ende voor tproffijt van dijen hem van alsul(cken) recht en(de) actie als hem nu oft naemaels soude totte voors(chreve) goeden moeghen competeren, v(er)steecken(de), aenwijsen midts desen den voors(chreven) Glaude Masquelier als leste v(er)dierdere om die sel(ve) goeden bij hem, zijnen erffven en(de) naercomelin(gen) oft actie van hem hebben(de), beseten, gebruyckt en(de) gepossideert te wordden als hunne eygene en(de) propre goeden, ende is dijen volgen(de) die voors(chreven) Glaude Masquelier bijden voors(chreven) meyere van Loven van weghen als vore met vonnisse van ons schepen(en) voors(chreven) inde voors(chreve) goeden gegoet en(de) geerft met alle solemniteyten daertoe gerequireert, act(um) decemb(ris) xviia., 1603.

Uit dit huwelijk:

van Lantrop - Van Lantdrox Emerantiana, x Leuven St.-Jacob 24.07.1574 met Claudius Maschelier - Masquelier, + Leuven 25.07.1625, fs Jan/Claudius, 

Een heleboel aktes vind je bij Masquelier.

Nog een akte bij Vanden PanhuijsVan Haecht. en bij Vercouteren.

     Uit dit huwelijk:

     Maschelier Hans - Jan, (°) Leuven SJ 30.03.1580,

     Maschelier Anna, (°) Leuven SJ 24.09.1582, x 1 Leuven Geertrui 11.10.1598 (g. meester Joannes Schellijkens en meester Walrerus Remigii)

     met Ludovicus Van Assche,

     x 2 Leuven Geertrui 02.06.1612  met Maximilianus Wittebort,

     Maschelier Elisabeth, (°) Leuven SJ 13.07.1585, x Leuven Geertrui 09.05.1605 met jonker Jacobus Van Boeckhorst. Hun gezin bij Masquelier.

 

     Van Lantrop Anna, x met Mathieu Quinget, fs Matthijs,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een schepenakte van evictie met vermelding van Anna Van Lantrop en Mathijs (Mathieu/Mathias) Quinget.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7868 fol. 36r°, akte dd. 20 juli 1587.

Allen den ghene(n) die dese l(ette)ren sullen sien oft hooren lesen, wij Grave, Pulle, Luenis, Liebrechts, schepen(en) te Loeven(en), saluyt.

Doen condt met kennisse der waerheyt dat alzoe voertijden, te wete(n) opden viiien. dach februarii a(nn)o xvc. lvi Anthonis wijlen Vand(en) Berge en(de) Johanne Van Aersschot, gehuyssche(n) als zij leeffde(n), hen met schepen(en) brieve(n) van Loeven(en) verbonden hebbe(n) gehadt aen m(eeste)ren Henricke Ghijssens inden naeme en(de) tot behoeff heer Jacops Van Roost, priester, in een(en) erffpacht van twee mudden rocx en(de) oyck met gelijcke schepen(en) brieve(n) van Loeven(en) opden xviiien. martii a(nn)o xvc. liiii aen Mathijs Quinget als man en(de) momboir van jouffr(ouw)e Anne Van Lantrop in een erffrente van drije rinsguld(ens) vuyt een meerder rente van thien rinsguld(ens), daer aff die zeve(n) rinsg(uldens) overlange zijn gequete(n) ende alzoe m(eeste)r Peeter Vekemans, secretaris deser stadt, als dactie hebbende vanden selve(n) erffpacht en(de) erffrente om vande selve rente met achterstelle(n) ter causen van dijen verschene(n) zedert den jaere lxxiiii voldaen te worden, hem opd(en) vi. dach junii lestled(en) van wegen der stadt van Loeven naevolgen(de) de provisie bij onsen genadigen heere als hertoge van Brabant op dexecutie van(de) schepen(en) brieve(n) van Loeve(n) der selver stadt verleent, geaccordeert zijn geweest zeeckere opene brieven van mainmise oft beleyde, addresserende aen(den) ierste(n) van onsen bode hier versocht op en(de) tot alle ende yegewelcke goeden, achtergelaete(n) bijde voerscreve Anthonise Vand(en) Berghe en(de) zijn huysvrouwe, beyde have en(de) erve, zoe waer die gelegen zijn binne(n) den lande van Brabant, ende Henrick Scherps, gesworen bode der stadt van Loeven(en), vuyt cracht van(de) voers(creve) opene brieve(n) van mainmisse onder andere in zijn(en) als in ons g(enadigen) h(eere) en(de) deser stadt handen tot behoeff des voers(creven) m(eeste)r Peeters Vekemans genome(n) heeft die parceele(n) van(de) goeden hier nae beschreven, te weten een block landts met zekere fruytboome(n) daerop staen(de), opde Voerlen, groot een halff boend(er), regenote(n) Cornelis van Grave met eenen elsen bosch ter eenre, Symon Coremans ter tweeder, sheeren strate ter iiier. en(de) derffgenaeme(n) Jans Vogels ter iiiier. zijden, item noch een dachmael landts opt tzelve velt, geheeten tAvereyst, regenot(en) derffgenaeme(n) Anthonis Foblet, geheeten tSladervelt ter eenre, die goeden der kercke van Rotselaer ter iier. en(de) noch een ander block, geheete(n) tSladervelt ter iiier. ende derffgenaeme(n) Mertens Verstraete(n) ter iiiier. zijde(n), item noch drije vierendeele(n) oft half dachmael landts opt selve velt, geheeten het Cleyn Avereyst, regenoten derffgenaeme(n) Henricx Ourogs ter eenre, Aert Vogels ter iier. en(de) sheere(n) straete ter iiier. zijde(n), den voerscreve(n) m(eeste)ren Peeteren Veeckemans totte zelve goeden behoorlijck leydende ende de conde daeraff gedaen aen Jan(nen) Foblet, Jan(nen) Goerts en(de) Jan(nen) Moelemans, zoe als gebruyckers van eenighe der voers(creve) erffgoeden als oyck inden naeme en(de) van wegen der kinderen ende erffgenaemen der voerscreve wijle(n) gehuyssche(n), absent zijn(de), en(de) nyet zeeckerlijck wetende die plaetse hunder residentie, die welcke oyck voersulcx alhier ter puyen bij edictie zijn gedaecht en(de) voerts geroepen te compareren voer schepen(en) van Loeven(en) tegen des dysendaechs den xvi. junii doen naestcomende, die welcke nyet comparerende ende de voerscreve m(eeste)r Peeter comparerende en(de) recht versueckende, soe dat gebleken zijnde al des voerscreve(n) is, die voers(creve) brieve(n) van mainmise oft beleyde bij vonnisse der schepen(en) van Loeve(n) zijn behoorlijck gedecreteert geweest ende vuyt crachte van welcke vonnisse den voerscreve(n) m(eeste)ren Peetere(n) tot zijn(en) versuecke andere brieve(n) van proclamatie(n) deser stadt zijn geaccordeert geweest om des voerscreve(n) m(eeste)r Peeters gebreke(n) en(de) midts nyet voldoen(e) der zelver de voerscreve goede(n) te moege(n) vercoopen, die welcke na teneur vande selve brieven en(de) zoe nae vuytwijsen der provisien deser stadt als voere vercleert bijden voerscreve(n) m(eeste)ren Peetere(n) met behoorlijcke executie zijn gestelt geweest ter vente(n) ende de voers(creve) drije parceele(n) van erffgoede(n) mette(n) vuytgaen vander bernender kerssen gebleven zijn geweest den voers(creven) Molemans als meest daervoere biedende en(de) leste verdierder daeraff geweest zijn(de), te weten(en) het ierste parceel de bate daeraff om en(de) voer neghen en(de) tachtentich rinsguld(ens) te xx stuyvers stuck eens, het tweede parceel om en(de) voer negen gelijcke karolus guld(ens) eens en(de) het derde parceel om en(de) voer acht rinsg(uldens) eens ende dat al naer vuytwijsen vande vercoop cedulle daerop gehoude(n), welcke exploicte alzoe gedaen wesende, heeft de voers(creven) Henrick Scherps, bode, gecundicht gehadt Jaspar Van Hoovelde, meyere van Rotselaer, inden naeme vand(en) grontheer ten eynde het voerscreve(n) decreet gegeve(n) zijn(de) en(de) stadtgrijpende zijn(e) heerlijcke rechte(n) in dijen hem eenige competeren, alsdan te mogen trecke(n), hebbende voerts de voers(creven) Jan Molemans zoe als gebruycker van eenige die voerscreve vercochte goeden zoe voer hem zelve(n) als oyck inden naeme en(de) van weghen der kinderen en(de) erffgenaeme(n) de voerscreve gehuysschen, absent zijnde en(de) nyet wetende die plaetse hunder residentie, dach bescheydt tegen op heden date van desen gelijck oyck de selve bij edicte alhier ter puyen naed(en) oud(en) gewoonte zijn gedaecht en(de) voirtsgeroepen te compareren voer schepen(en) van Loeven(en) om opde voers(creve) exploicte(n) en(de) vercoop de voerscreve goeden te sien en(de) hooren interponeren het decret oft daer tegen te seggen en(de) allegeren des hen goet duncken ende behoiren soude met inthime oft zij nyet en quamen dat het selve decret hunder absentie nyet tegenstaende gegeven soude worden hebbende, oyck coopere en(de) vercoopere dach bescheydt om malcanderen na inhoudt vand(e) conditie(n) vande voerscreve vercoopcedulle opt voerscreve(n) vercoop gehouden, te voldoen gelijck allet selve naerder is blijckende bijden bescheede daeraff zijn(de), doen condt en(de) te weten dat bij ons alle die voerscreve geallegeerde stucken en(de) bescheet et des dijen aencleeft int lange oversien en(de) geconsidereert, oyck dat de voerscreve ged(aechd)e behoorlijck voertsgeroepen zijnde, nyet en compareerd(en) en(de) procederende voirts tot interpositie vanden voerscreve(n) decrete, hebben wij schepen(en) voers(creven) ter manissen smeyers van Loeven(en) daer overstaen(de) van heerheyd(en) van wegen des hertogen van Brabant bij onsen vonnisse geaucthorizeert en(de) aucthorizere(n) midts desen die voerschreve exploicten, kerckgebod(en) en(de) proclamatie(n) en(de) allet ghene des in desen bijden voers(creven) onsen bode en(de) executeur vuyt crachte vand(en) voers(creven) commissien bij hem in desen is gedaen geweest ende voirts tegen de voerscreve ged(aechd)e deffault en(de) contumatie versocht zijn(de) ende deffault en(de) contumatie geven(de) voer tproffijt van dijen hen van alsulcken recht en(de) actie als hen totte voerscreve goeden oft eenige van dijen soude moegen competere(n) oft nu oft naemals souden mogen eysschen verstekende, hebben ons decret vuyt versuecke des voers(creve) vercoopers tot behoeff des coopers als meest daer voere biedende en(de) leste verdierdere daeraff geweest zijnde, geinterponeert en(de) interponere(n) midts desen ende de selve gespecificeerde goeden met henre regenote(n), hier voere gespecificeert, hebben den coopere voerscreve(n) aengewesen en(de) aenwijsen met aenwijsen midts desen voer hem, zijn(e) erven en(de) naecomelinghen behoudelijck dat de selve coopere gehouden sal sijn de penninge(n) van zijn(en) coope te voldoen in hande(n) des vercoopers en(de) oyck te betaelen den grontheere zijn(e) rechte(n) in dijen hen ter zaecken van desen zijn competerende ende es de voers(creven) Jan Moelemans desen volgende bijden voers(creven) meyer van Loeven(en) van wegen als voere tot zijnder manissen en(de) onser wijsdomme inde voerscreve(n) goeden behoorlijck gegoet en(de) geerft geweest met alle solemniteyte(n) van rechte daer toe gerequireert zijn(de), gelovende voirts de voers(creven) m(eeste)r Peeter Veeckemans, obligeren(de) en(de) submitteren(de) zijn(en) persoon en(de) goeden ende in desen renuntieren(de) van alle privilegien der universiteyt van Loeven(en) en(de) alle andere, den voers(creven) Jan(nen) Moelemans als cooper der voerscreve goed(en) altijts genoech te doen bij alzoe den zelven bij des voers(creven) is yet te luttel oft te nauwe gedaen waere ende de voerscreve goed(en) op sheeren chijs van(den) gronde als opt allet recht en(de) commere daer te voren vuytgaen(de) van alle andere commere en(de) letselen voirtaen te waranderen, alzoe dat den voerscreven Jan(nen) Moelemans en(de) zijn(en) naecomelingen in toecomend(en) tijd(en) zal moegen genoech zijn ende dat nyet voerdere dan voer en(de) totter quantiteyt van(de) penningen die hij ter zaecke van desen vercoope zal proffiteren en(de) ontfangen al nae vuytwijsen de voerscreve vercoop cedulle daerop gehoud(en) julii xxa., xvc. lxxxvii.

In de marge.

S(olvit) xxxii s(tuyvers).

 

Uit de onderstaande akte leren we dat Mathijs Quinget en Anna Van Lantrop een zoon Christoffel hadden.  Christoffel,  secretaris van de stad Aarschot, volmacht geeft aan deurwaarder Andries Medaert en Jacob De Begijnemakere, bode van de stad Leuven, om een jaarlijkse rente van drie Rijnse guldens over te dragen aan Peter Vekemans, secretaris van de stad Leuven.  De rente was een deel van een grotere rente van 10 Rijnse guldens.  Het overige deel van de rente, bestaande uit zeven Rijnse guldens, werd reeds gekweten aan zijn ouders Mathijs en Anna Van Lantrop door erfuitgeving, gepasseerd op 18 maart 1554 in de tweede schrijfkamer te Leuven (tenminste voor zover ik meen te mogen verstaan).  De constructie van de akten zijn soms toch wel heel archaïsch.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7866, fol. 230v°, akte dd. 14 juni 1586. 

Allen, etc(etera), dat Christoffel Quinget sone wijlen Mathijs, daer moeder aff was jouffvrouwe Anne Van Lantrop, als eenich erffgename van zelven secretaris der stadt van Aersschot, in presentia, heeft geconstitueert specialijck ende onwederoepel(ijck) Andriese Medaert, duerweerdere, Jacop De Begijnemake(re), bode der stadt van Loeven, ende elcken van hen besund(er)t om in zijn(en) name en(de) van zijn(en) wegen te compareren voer meyer ende schepen(en) van Loeven en(de) allo(m)me elders daer des behoeven ende van noode wesen sal ende aldaer op te dragen met behoirlijcke verthijdenissen alsulcke drije rinsgulden erffelijck vuyt ende van een meerdere erffrente van thien rinsgulden, te lossen den penninck achthien, daeraff de resteren(de) zeven rinsgulden) erffelijck zijn gequeten (alzoe de voers(creve) constituant v(er)claerde) als de voers(creve) wijlen gehuysschen, zijn(en) vader en(de) moeder als zij leeffden, bij erffvuytgeven, gepasseert voer meye(r) en(de) schepen(en) voers(creven) opden xviiien. martii a(n)no xvc. liiii inde middel schrijffcamer deser stadt, geres(er)veert hebben gehadt aen ende op zekere goeden en(de) gronden van erven, inde selve schepen(en) brieven gespecificeert, ende dijen navolgen(de) daerinne doen en(de) laten goeden m(eeste)ren Peeteren Vekemans, secretaris des(er) stadt, en(de) den selven m(eeste)ren Peeteren te doen(e) gelueften van genoechdoen, warantschap en(de) andere noottelijck en(de) gerequireert zijn(de), en(de) daervoe(r) te verobligeren ende verbinden den persoon en(de) goeden van(den) voers(creven) constituant ende voirts meer den selven m(eeste)ren Peeteren te cederen, transporteren en(de) over te geven alle ende yegewelcke conditien, voerweerden ende gelueften, inde voers(creve) schepen(en) brieven begrepen, met oick de verloopen ende achterstellen van thien jaeren ter saken vander selver erffrente verschenen en(de) onbetaelt gebleven, om die ten selven rechte te houden en(de) te hebben gelijck de voers(creven) constituant deselve hebben(de) was ende g(e)n(er)al(ijck) ende special(ijck), etc(etera), promitt(ens) rat(um) irrevocabil(iter), coram Liedekercke, Goerts, junii xiiiia.

Hieronder nog aktes met vermelding van Christoffel Quinget, zoon van Mathijs en Anna Van Lantrop.  De aktes geven meer duidelijkheid en hieruit blijkt dat Christoffel Quinget (stads)secretaris was van Aarschot en enige (mogelijk overlevende) erfgenaam was van zijn ouders.   

In de akte geeft Jacobus De Begijnemaker uitvoering aan zijn volmacht die hij op 14.06.1586 kreeg van Christoffel Quinget.

Omdat Quinget zo'n specifieke familienaam is, is Paul eens gaan neuzen in zijn persoonlijk archief om te zien of ik over die persoon niet meer gegevens waren.  En ja hoor, wat had je gedacht.  Uit het "Leenboeck vanden zeer edelen hooghen ende moghende heer, heere Philips, heer van Croy, hertoghe van Aerschot, ...", terug te vinden in de inventaris nr. 51 "Inventaris van de schepengriffies van Vlaams-Brabant (arrondissement Leuven)" onder het nr. 145, blijkt dat Christoffel Quinget gehuwd was met Johanna Verelst en dat hij een dochter Catharina Quinget had (zie de 2e en 3e akte onderaan).  Op 09.05.1576 werd Christoffel Quinget en zijn echtgenote Joanna Verelst gegoed en geerfd in een leengoed van drie bunders bos onder Aarschot aan de Duivenstraat.  Christoffel Quinget overleed alleszins voor Joanna Verelst, want op 29.03.1627 droeg zijn echtgenote voor het vruchtgebruik (voor de tochte) en zijn dochter Catharina Quinget voor de eigendom (voor de erflijcheyt) het voornoemde leengoed over aan Michiel Crabeels en zijn echtgenote Magdalena Hechmans (Hegmans).

Vermoedelijk stamde Christoffel Quinget af van een grote Antwerpse koopliedenfamilie (althans dat meen ik mogen besluiten na wat googlen).  Volgens het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Nederland had de familie Quinget ook een familiewapen "in rood een keper, vergezeld van drie bekers, allen van zilver".  Als bron wort opgegeven : CBG, Wapenboek uit de collectie van W.A. des Bouvrie, pag. 58.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7866, fol. 241v°, akte dd. 23 juni 1586. 

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loeven nabescreven gestaen Jacop De Begijnemake(re), bode deser stadt, vuyt crachte ende na vermoegen van zekere procuratie speciale ende irrevocabel, hem gegeven bij XPo(f)fel [Christoffe] Quinget, secretaris deser stadt van Aersschot, sone wijlen Mathijs, daer moeder aff was jouffvr(ouw)e Anna Van Lantrop, eenich erffgenaem van(de) selven gehuysschen, zijn(e) vade(re) en(de) moeder als zij leeffden, ende gepasseert voer schepen(en) van Loeven opden xiiiien. junii lestleden, alhier gesien en(de) gebleken, heeft opgedragen met behoirl(ijcke) verthijdenissen drije rinsgulden erffelijcke rente te twintich stuyvers tstuck vuyt ende van thien gelijcke rinsgul(den) erffel(ijck), te lossen den penninck achthien, vallende jaerl(ijcx) te halff meerte, daeraff die ande(re) zeven rinsgul(dens) erffelijck zijn gelost en(de) gequeten, gelijck de voers(creven) opdragere vuyt crachte als voe(re) vercleerde, die de voers(creven) wijlen Mathijs Quinget als man en(de) mo(m)boir der v(oer)s(creve) jouffvr(ouw)e Anna Van Lantrop met schepen(en) brieven van Loven in date martii xviii, a(n)no xvc. liiii in 2a. geres(er)veert heeft gehadt aen en(de) op een stuck bempts, houden(de) een dachmael oft daeromtrent, gelegen onder Rotselaer in Bexhem Broeck tusschen die goeden Wouters Paeps ter eenre en(de) de Demere, aldaer vlieten(de), ter andere twee zijden, item noch op een stuck lants, groot onderhalff dachmael, gelegen opt Solaren Velt tusschen het straetken aldaer ter eenre, den voetwech aldaer ande(re) ende de goeden van S(in)t Job ter derder zijden, item noch op een huys ende hoff met allen zijn(e) toebehoirten, groot drije vierendeelen, gelegen te Rotselaer, ter plaitsen geheeten tVeken, tusschen de goeden Willems Goerts ter eenre ende de strate aldaer ter andere zijden, item noch op eenen boomgaert, gelegen aldaer tusschen de goeden Mertens Verstraten ter eenre, de v(oer)s(creven) Willem ter ande(re) ende de strate aldaer ter derder zijden, exp(osito) soe is daerinne gegoet ende geerft ten erffelijcken rechte m(eeste)r Peeter Vekemans, secretaris der stadt van Loeven, per mo(nitionem) jure et satis de voerscreven opdragere no(m)i(n)e ac vigore ut supra, obligan(do) et submitten(do) ac renu(n)tian(do) et waras voer een goede en(de) duechdelijcke rente ombelast, cederen(de) voirts en(de) geven(de) over den v(oer)s(creven) m(eeste)ren Peeteren Vekemans alle ende yegewelcke gelueften, conditien ende voerweerden, inde voers(creve) brieven begrepen, midtsgaders oick de verloopen der achterstellen van thien jaeren, ter saken van dijen v(er)schenen ende ombetaelt gebleven, om die ten selven rechte te houden ende te hebben(e), gelijck de voers(creven) XPo(f)fel Quinget de selve hebben(de) was prout, coram Duffle, Goerts, junii xxiiia.

Bron : R.A.L., Schepengriffies van Vlaams-Brabant (arrondissement Leuven), reg. 145, folio's 297v°. en volgende.

                               Opden ixen. dach van meye anno xvc en(de) lxxvi

                               voer meester Jheroen van Winge als substituyt

                               van meester Eliaes Leoninus, licentiaet ind(en) rechten,

                               stadthoudere, meesteren Claese Berwouts, Anthonis

                               Middelborch, Peeteren Duetels en. Willeme

                               Peelmans, mannen van leen(e), heeft heer Philips

                                van Schoenhoeven, priester, deken van Onser Liever

                                Vrouwen kercke tAerschot opgedraegen ende

                                gederft met wettiger verthijdenisse alsulcken

                                drije buenderen bossch als hij vercregen en(de) gecocht

                               hadde tegen wijlen heeren Janne Bloemaerts,

                               landeken, gelegen buyten Aerschot, die Duyven

                               strate ter eenre, die goeden des cappittels

                               van Aerschot ter tweeder, tsheeren bosschen

                               ter derder ende die goeden des voers(creve) heeren

                               Philips van Schoenhoven ter vierder zijden,

                               ende de voirscreven heer Philips van Schoonhoven

                               bij oirlove ende manisse des voers(creve) stadthouders

                               ende vonnisse der mannen van leen(e) voers(creven) daer

                               aff ontgoet ende onterft zijnde, soe is

                               daer inne gegoet ende geerft ten leensschen rechte

                               (XP)ostofel Quinget inden naem(e) ende tot behoeff

                               van hem selven ende van Jehanne Verelst, zijn

                               wettige huysvrouwe, bij oirlove ende manisse

                               des voerscreven stadthouders en(de) vonnisse der

                               ma(n)nen van leen(e) voirgenompt, ende de voers(creve)

                               heer Philips van Schoenhoeven heeft de voers(creve)

                               drij bonderen bossch gewarandeert op negen

                               karolus guld(enen) tsaerts aende colegie, gefondeert

                               bij heeren Peetere(n) vanden Dale, priestere inder

                               universiteyt, gefondeert binnen der stadt van Loven(en),

                               ende noch op drije karolus guld(enen) tsaerts aen Janne

                               Standaerts, beyde te quytene den penn(inck) xvi sonder

                               meer commers ende heeft daer op waerschap

                               geloeft ende altijt genoech te doen(e) in dijen hij

                               in desen yet te luttel gedaen hadde, jure, etc(etera),

                               doende den voerscreven (XP)otoffel hier aff hulde

                               ende eedt van trouwen.

                               Voer theergeweyde boeven den voers(creven) commer                           - iij r.g.

 

                               Opden xxixen. marty 1627 voor jo(ncke)r Jan de

                               Angelis, stadthaudere, m(eeste)r Jan Stevens ende

                               Jan Lints, leenmannen, heeft s(ieu)r Michiel Crabeels

                                vuyt crachte ende naer vermogen vande procuratie,

                               hem gegeven bij jo(uffrouw)e Catharina Quinget dochtere

                               wijlen Christoffels, gepasseert voorden not(ari)s

                               Cornelis van Heymbeeck ende die getuyghen

                               aldaer vermelt opden vijen. november 1626, alhier

                               gezien ende gebleken, te leen ontfangen naer doode

                               van Christoffel Quinget, haers vaders, eenen bosch,

                               gelegen buyten der stadt van Aerschot, groot ontrent

                               drije buenderen, tusschen sheeren bosschen van Aerschot

                               ter ie., de Duyve straete ter ije., tcapittel van Aerschot

                               ter iije., heer Ph(i)l(ip)s van Schoonhoven

                               ter iiije. zijden, doen(de) s(ieu)r Jan Lemmens als sterfman

                               den behoorl(ijcken) hulde ende eedt van trauwen.

                               Thergeweyde                                                                                                 - iij r.

               

                               Eodem coram ijsdem met s(ieu)r Guilliam Tymmermans

                               ende Geeraert de Vleeschauwer, leenmannen, heeft

                                Jan Lemmens vuyt crachte ende naer vermoegen

                                vande procuratie, hem gegeven bij jo(uffrouw)e Joanna Verelst

                               voorde tochte ende jo(uffrouw)e Catharina Quinget, haere

                               dochtere, voorde erflijcheyt, gepasseert voorden

                               not(ari)s van Heymbeke ende zekere getuygen, aldaer

                               vermelt, opden vijen. novembris 1626, alhier gesien

                               ende gebleken, opgedraegen in handen des voors(creve)

                               heer stadthauders met wettiger verthijdenisse

                               bij titule van wettigen vercoope mits eene somme

                               van pen(ningen), daervan hij hem inder voors(creve) qualiteyt

                               vernuecht kenden, de voors(creve) bosschen gelegen

                               ter plaetsen ende regen(oten) voors(creven), expos. impos.

                               naerden leenschen rechten s(ieu)r Michiel Crabbeels

                               ende jo(uffrouw)e Magdalena Hechmans, gehuysschen, et

                               satis et waras op een rente van negen rinsgul(dens)

                               tsiaers aende collegie vanden Daele, item drij gul(dens)

                               tsiaers aen derfgen(aemen) m(eester) Jacob Standaers,

                               doende den voors(creven) s(ieu)r Michiel Crabbeels als

                               sterfman den behoorl(ijcken) hulde ende eedt van

                               trauwen.

                               Thergeweyde                                                                                                 - iij r.

 

Hieronder 2 bijna identieke akten met vermelding van Christophorus (Christoffel) Quinget en zijn echtgenote Joanna Verelst.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8226, ongenummerde folio (verso) na fol. 134, akte dd. 12 oktober 1579.

Item, in p(rese)ntia villici et scabinoru(m) Lovanien(sis), etc(etera), gestaen jouff(rouw)e Cathlijn(e) Moens met consente, wele weten(e) ende overstaene Jans Van Vlasselaer, haers mans, jouff(rouw)e Margriete Moens, haer sustere, weduwe wijlen meester Willems Talingh, Jan Rouvoets ende Jaspar Van Overwinge, beyde als momboirs der ombejaerde kynderen der selver wijlen gehuysschen, op heden date deser bij weesmeesteren deser stadt totter selver mo(m)borijen geauctoriseert, alle als erffgen(aemen) Peeters wijlen Moens, hebben soe inder qualiteyt voirscreven als anderssins naer vermogen vanden testamente ende vuytersten wille des voirscreven wijlen Peeter Moens den jongen, gepasseert voir heer Laureysen Neels, vice pastoir van Sint Jacops als notaris ende zekere getuygen opten thiensten decembris a(n)no xvc. lxxviii, alhier gebleken in alder bester formen, veugen, wegen ende manieren, hem doenlijck wesende, opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse drije carolusg(ulden) te xx st(uyvers) tstuck erffelijcke rente, jaerlijcx vallende den vijffthiensten februarii ende te quytene den pen(ninck) xvi. van ende vuyt eender rente van dertich carolusg(ulden) erffelijck, staende gehypothiceert met schepen(en) binnen deser stadt van(der) date xv. februarii a(n)no xvc. lxxvii inde derde scrijffcamere deser stadt gepasseert op zekere goed(en) jouff(rouw)e Odilia Van Beringen, Christoffels Quinget ende jouff(rouw)e Johanna Verelst, zijn(der) huysvrouwen, te wetene op drije parceelen bempts, vast aen malcanderen reenende, groot tsamen ontrent drije boenderen, gelijck die ombegrepen der maten gelegen sijn onder ende inde vrijheyt van Aersschot, regenoten de goeden des goidshuys van Everbode ter eenre ende tweeder, die heere van(den) Steene ter iiir. ende de Demere ter vierder zijden, in vuegen gelijck die voirs(creve) rente van dertich carolusg(ulden) onder andere bij Peeteren wijlen Moens den ouden bij sijnen testame(n)te, gepasseert voir schepen(en) van Loven(e) opten xviien. augusti a(n)no xvc. lxxvi inde middel scrijffcamere der selver stadt gelaten en(de) in partaigie gestelt is den voergenoempden Peeteren Moens den jonghen, zijn(e) soene, ende welcke drije carolusg(ulden) erffelijck vuyte voirscreven rente bijden voirscreven Peeteren Moens den jongen met sijnen testamente gepasseert opten xen. decembris a(n)no lxxviii als voir sijn gelaten ende gelegateert meesteren Niclas(en) Foxio, licentiaet inden rechten ende executeur van(den) voirscreven sijnen testamente, expos(ito) impos(itus) est jure hereditario de voirscreven meester Niclaes Foxius per mo(nitionem) jure et sat(is), soe inder qualiteyt voirsch(reven) als oyck nae vermogen van(den) voirscreven testamente oblig(ando) et submitt(endo) reliqua bona dicti Petri Moens junioris et war(as) dat de selve rente bij he(m) nyet en is belast oft verthiert prout, cederen(de) ende transporteren(de) voerts de voirscreven respective p(er)soenen elck inder qualiteyt voirscreven den voirgenoempden m(eeste)ren Niclaesen Foxio alle ende iegewelcke gelueften van jaerlijcxe bet(aling)e, genoechdoene, warantschap ende andere inde vercrijghbrieven der selver rente begrepen ten selven rechte in forma voir soe vele dese opgedragen rente is aengaende, coram Liedekercke, Greve, octobris xii., xvc. lxxix.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8226, fol. 136r°, akte dd. 12 oktober 1579.

Item, in p(rese)ntia villici et scabinoru(m), etc(etera), gestaen jouff(rouw)e Cathlijne Moens met consente, wille, wetene ende overstaene Jans Van Vlasselaer, haers mans, jouff(rouw)e Margriete Moens, haer sustere, wed(uw)e wijlen m(eeste)r Willems Talingh, Jan Rouvoet ende Jaspar Van Overwinge, beyde als momboirs der ombejaerde kynderen der selver wijlen gehuysschen, op heden date deser bij weesm(eeste)ren deser stadt totter selver mo(m)borijen geauctoriseert, alle als erffg(enaemen) Peeters wijlen Moens den jongen, broeder als hij leeffde der voirscreven jouff(rouw)e Cathlijne ende Margriete Moens, hebben soe inder qualiteyt voirscreven als anderssints nae vermogen van(den) testamente ende vuytersten wille des voirscreven wijlen Peeters Moens den jongen, gepasseert voir heer Laureysen Neels, vicepastoir van Sint Jacops als notaris ende sekere getuygen opten thiensten decembris a(n)no xvc. lxxviii, alhier gebleken in alder bester formen, veugen, wegen ende maniere hem doenlijck wesende, opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse drije carolusg(ulden) te xx st(uyvers) tstuck, erffelijcke rente, jaerlijcx vallende den vijffthiensten feb(rua)rii ende te quyten(e) den pen(ninck) zesthiene van ende vuyt eender rente van dertich carolusg(ulden) erffel(ijck), staende gehypothiceert met schepen(en) brieven deser stadt van(der) date xv. februarii a()no xvc. lxxvii inde derde scrijffcamere deser stadt, gepasseert op zekere goeden jouff(rouw)e Odilia Van Beringen, Christoffels Quinget ende jouff(rouw)e Johanna Verelst, zijn(der) huysvrouwe, te wetene op drije parceelen bempts, vast aen malcanderen reenende, groot tsamen ontrent drije boenderen, gelijck die ombegrepen der maten gelegen sijn onder ende inde vrijheyt van Aersschot, regenoten die goeden des goidshuys van Everbode ter eenre ende tweedere, die heere vanden Steene ter iiir. ende de Demere ter iiiir. zijden, in vuegen gelijck de voirscreven rente van dertich carolusg(ulden) onder andere bij Peeteren wijlen Moens den ouden bij sijnen testamente, gepasseert voer schepen(en) deser stadt opten xviien. augusti a(n)no xvc. lxxvi inde middel scrijffcamere der selver stadt gelaeten en(de) in partaige gestelt is den voergenoempden Peeteren Moens den jongen, zijn(en) soene, ende welcke drije carolusg(ulden) erffelijck vuyte voerscreven rente bijden voirs(creven) Peeteren Moons den jongen met sijn(en) testamente, gepasseert opten xen. decembris a(n)no lxxviii als voer sijn gelaten en(de) gelegateert m(eeste)ren Willem Willems deser stadt secretaris, executeur van(den) voirscreven testamente expos(ito) imp(ositus) est jure hereditario de voirscreven m(eeste)r Willem Willems p(er) mo(nitionem) jure et sat(is) soe inder qualiteyt voirscreven als oyck nae vermogen van(den) voirscreven testame(n)te oblig(ando) et submitt(endo) reliqua bona dicti Petri Moens junioris et war(as) dat de selve rente bij he(m) nyet en is belast oft verthiert prout, cederen(de) en(de) transporteren(de) voerts de voirs(creve) respective p(er)soenen elck inder qualiteyt voerscreven den voergenoempden m(eeste)ren Willem Willems alle ende iegewelcke gelueften van jaerlijcxe betalinge genoechdoene en(de) warantschap ende andere inde vercrijghbrieven der selver renten begrepen ten selven rechte in forma voer soe vele dese opgedragen rente is aengaende, coram eisdem.

 

Hieronder een akte met vermelding van Christophorus Quinget (Cuinget), zoon van Mattheus (Mathieu).  Uit de akte blijkt dat Matteus Quinget nog een zoon Mattheus had.  De Hool- of Hoelstraete is de huidige Tiensestraat.  Het huis De Witte Leeuw was gelegen tussen de toen nog niet bestaande Bondgenotenlaan / Fochplein (Rector De Somerplein) en de Savoyestraat.

 Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 153v°, akte dd. 18 mei 1577.

Item Christoffel Cuinget sone wijlen Mathijs vuyt crachte van zekere procuratie special en(de) irrevocabel, hem bij Mathijsen Cuinget, zijn(en) broede(re) gegheven en(de) gepasseert voer Godevaerden Reynders, openbaer notaris, ende zekere getuyghen opden iiiien. dach aprilis anno xvc. lxxvii, de welcke den scepen(en) naebescreven voergehouden en(de) verthoont is geweest, heeft opgedraeghen met behoirlijcker v(er)thijdenissen alsulcken vijff car(olus) g(ulden) iii s(tuvers) i pl(e)c(ke), erffelijcke rinte, jaerlijcx te Kersmisse te betaelen vuyt een rinte van xv r(insgulden) iii s(tuvers) i pl(e)c(ke) erffelijck als hij jaerlijcx trecken(de) is, met scepen(en) brieven van Loeven(e) daer op gemaect den lesten decembris anno xvc. lxxi stilo Brab(antie) op een huys metten hove en. allen anderen zijn(der) toebehoirten, ghestaen te Loeven(e) inde Hoolstraet, genaempt den Witten Leeuw, regen(ooten) m(eeste)r Jheronimus Welle ter ee(n)re, de herberge genaempt de Borsse, ter iir., strecken(de) achterwaerts tot aende Collegie van S(in)t Omer ter ande(re) zijden, de selven in deylinge gebleven opden iiien. julii anno xvc. lxxiiii, expos(ito) impos(itus) est jure hered(itari)o Jan De Vos, cremere, per mo(nitionem) et sat(is) soe vuyt crachte van(der) selver procuratien als oyck in zijn(en) eyghen(en) naeme, obligan(do) et submitten(do) in forma, et war(as) voer ombelast prout, coram Roeloffs, Wils, maii xviiia.

 

Hieronder nog een een korte akte.  In de akte wordt melding gemaakt van Christophorus (Christoffel) Quinget, zoon van Mattheus (Matthijs).  Christophorus geeft volmacht aan verschillende woordvoerders om zijn belangen te behartigen, doch voor wat is niet vermeld.  De datum van de akte is gebaseerd op de datering van de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 169r°, akte dd. 30 januari 1576

Allen, etc(etera), dat Christophel Quinget sone

wijlen Mathijs, in p(rese)ntia, heeft geconstitueert

Brugghen, Witricx, Vleeschouwere,

Cornelius, Papius, Martini, Cloetinghen, Boxtuyn,

Brezijp et alios huius curie, procur(ator)es

aut promitten(tes) rat(um), coram eisdem.

In de marge.

S(olvi)t.

 

Bij deze nogmaals Christophorius Quinget met zijn vrouw Joanna Verelst.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 248v°, akte dd. 9 mei 1576.

Item in tegenwoirdycheyt des meyers en(de) den schepen(en) van Loeven naebescreven gestaen Willem Baets, heeft vuyt crachte van zeeckere procuratie speciael en(de) irrevocable, hem bij heer Philips van Schoonhoven, priester, deken der kercken van Aerschot, ghegeven en(de) ghepasseert voer Goerden Reynders, openbaer notaris, en(de) zeeckere ghetuyghen op heden, in desen ghebleken, opghedraghen met behoirlijcke v(er)thijdenisse die goeden naebescreven, ierst een halff boender bossch, gheleghen bynnen de vrijheyt van Aerschot, reghen(ooten) boven shertoge(n) bossche van Arschot ter eenre, Gorysen Ijen en(de) derffghe(n)aem(en) Michiels Van Emele ter andere twee zijden en(de) sheeren straete van Arschot naer Loven(e) ter vierder zijden, item twee boomgaerdekens, aen malcanderen ghelegen, met opgaende eycxkens en(de) houtwasse bynnen der voerscreven vrijheyt, ombegrepen der maten, buyten de Boonewijt poerte, reghen(ooten) Sebastiaen Van Nieuwlant in twee zijden, Jan Suetricx ter derder en(de) sheeren straete van Arschot nae Gheelrode ter iiiire. zijden, item noch een wouweerken (!) met zijnen toebehoirten, gheleghen tot Gheelroye onder den heere van Riviren, reghen(ooten) ... [n.v.] exp(osito) soe zijn daer inne ghegoedt ende geerft ten erffelijcken rechte Christophel Quinget en(de) jouff(rouw)e Joha(n)na Verelst, zij(ne) huysvrouwe, p(er) mo(nitionem) et satis vuyt crachte vand(er) voers(creve) procuratie procuratien (!) et waras thalff boend(er) bossch op x st(uvers) erffel(ijck) op sheeren chijns van(den) gronde en(de) dander parceel insghel(ijcx) op sheeren chijns van(den) gronde, zoe verre men bevindt den zelven daer vuyt te gaen, terminis tanq(uam) prout jure aut, coram Winde, Maelcote, maii ixa. 

 

Nogmaals met verwijzing naar de link van de familie Van Lantrop volgt hieronder een akte, waarin we vernemen dat Mathieu Quinget (x Van Lantrop Anna) als zoon van Mathijs nog een broer Henricus had die te Antwerpen woonde.  De schrijver maakte in de akte wel een fout door “Velthem bij Wesemaele” te vermelden.  Dit moest het gehucht Uythem zijn, dat inderdaad tussen Wezemaal, Nieuwrode en Gelrode gelegen was.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7469 fol. 67v., akte dd. 9 augustus 1575.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende der schepenen van Lovene naebescreven gestaen Michiel Vanden Vogelsanghe tot des naebescreven staet te doene, hebbende procuratie spe(ci)al(ijck) ende irrevocable van Henricken Quinget sone wijlen m(eeste)r Mathijs, woonen(de) tAntwerpen, blijckende bijde brieve(n) daeraff zijnde, gepasseert voer heeren Peete(ren) Willeme, p(res)b(yte)re, als notaris ende seke(re) getuygen in date xxvii julii a(n)no xvc. lxxv lestled(en) p(er) mo(nitionem) heeft opgedraeghen met behoirl(ijcke) verthijenisse neghen halsteren corens erffpachts, vallende jaerlijcx S(in)t Andries(mis)se als de voerscreven wijlen m(eeste)r Mathijs voer meyer ende schepenen van Loeven bij transporte vercreghen heeft gehadt teghen derffgenaemen Crols, staende bepandt aen ende op seke(re) goeden, geleg(en) tot Velthem bij Wesemaele, genoempdt de Hoeve van Revieren, ende hem egen zijne mederffgenaemen in deylinghe gebleven zijn, exp(osito) soe is daerinne gegoedt ende gheerft ten erffelijcke rechte Anthonis Vercoutheren zone wijlen Henricx tot behoeff van hen ende van jouffrouwe Hubertyne Bertrams, zijn huysvrouwe, woonende te Loevene, p(er) mo(nitionem) et sat(is) vuyt crachte voerscreven et war(as) voer onbelaste(n) ende onverthierd(en) erffpacht prout jure, cederen(de) voirts de voers(creven) opdraghe(re) den voerscrreve(n) gehuyssschen vuyt crachte als voe(r) de brieven van transporte daeraff zijnde in date voerscreven metten geluften van genoechdoen(inge), waerschape ende ande(re), inde selve brieven begrepen mett(en) drije lest v(er)schenen ende onbetaelde jaeren ten selven rechte, coram Ketelboete(re), Maelcote, augusti ixa.

 

Hieronder nog 3 opeenvolgende akten, waaruit we vernemen dat Christoffel Quinget, zoon van Mathijs, nog een zuster Anna had.  Deze Anna was gehuwd met Thomas Van Thielt.  De eerste akte leert ons dat Christoffel omstreeks 1547 moet geboren zijn en dat zijn vader reeds overleden was.

In de eerste akte is zelfs sprake van de bisschop van Sint-Omaars in Frankrijk.  Het gaat om Gerard de Haméricourt, die er bisschop was van 1563 tot 1577 in de plaats van Guillaume de Poitiers die zijn benoeming tot abt had geweigerd.  Voordien was Gerard abt van de Sint-Benedictijner-abdij Saint-Bertin te Sint-Omaars. Gerard werd geboren te Binche in 1504 als zoon van Henri (proost en baljuw van Binche) en van Elisabeth van Spangen.  Hij stichtte in 1542 het Jezuïetenklooster te Leuven.  Hij overleed te Sint-Omaars in 1577.  Deze informatie komt van Wikipedia en de volgende site http://www.dutchrevolt.leiden.edu/dutch/personen/H/Pages/ham%C3%A9ricourt.aspx

Verder is in de eerste en derde akte sprake van het “groot nyeuw” huis de Oude Valck in de Hoelstraat (thans Tiensestraat) te Leuven.  Nadien werd het gebouwencomplex de Refugie van Barbelendaele genoemd.  De Oude Valck werd in 1597 bewoond door Joris van Spangen.  In 1627 namen de paters Oratorianen hun intrek in het gebouw, dat later werd aangekocht door het klooster van Barberendaal te Tienen om er een refugiehuis van te maken.  Aan de noordkant grensde de Oude Valck aan het huis de Zwarte Sleutel en aan de zuidkant aan het huis de Witte Leeuw.  Later moeten de inpalende huizen geïncorporeerd geweest zijn bij de Oude Valck.  Heel het gebouwencomplex zou later de basis worden van College De Valk, dat aan de achterzijde uitgeeft op Ladeuzeplein.  Er was ook een uitgang langs de Penninckstraat, de huidige Savoyestraat (informatie uit : MEULEMANS A., Huizen en straten van het Oude Leuven, Leuven, 2004).

De Lielie Schole is uiteraard de Lelieschool, die reeds gesticht werd in 1430, althans volgens uit uitgave van BOONEN W., Geschiedenis van Leuven, geschreven in de jaren 1593 en 1594, Leuven, 1880.

De familie Quinget was wel heel welstellend. Het ging om een Antwerpse koopliedenfamilie met uitzwermingen naar het buitenland, o.m. naar Amsterdam, Rouen, Venetië en Hamburg.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7858, fol. 99r., akte dd. 19 september 1573.

Item Christoffel Quinget sone wijlen m(eeste)r Mathijs Quinget, affirmeren(de) hem oudt te zijn(e) xxvi jaeren en(de) daer overe, inden name van hem zelven, Thomaes Van Thielt als man en(de) momboir van jouffrouwe Anna Quinget, sustere des voirs(creve)n Xpofels. [Christoffels] en(de) voer de welcke de zelve Xpofel. en(de) Thomaes hen in desen indivisim sterck ende principael zijn maken(de) ende Michiel Van(den) Voghelsange, tot des naebescreven is, te moeghen doen, hebbende volcomen macht en(de) procuratie speciaele van hee(re)n en(de) m(eeste)ren Jacoppe Anthonis, canonick en(de) tresorier der cathedraelder kercken van Onser Liever Vrouwen tAntwerpen, als testamentel(ijck) mo(m)boir vanden ombejaeree kinderen des voirs(creven) wijlen meester Mathijsens nae vuytwijsen den brieven van procuratien daer aff zijn(de) onder den zeghel ten saken der stadt van Antwerpen vander daet xvi. septembris xvc. lxxiii, geteeckent opde plycke der zelver Asseliers, alhier gethoont en(de) gesien, ende voer welcke ombejaerde kinderen de voirs(creve)n Xpoffel. en(de) Thomas hen insgel(ijcx) indivisim in desen sterck en(de) principael zijn maken(de), in p(rese)ntia, etc(etera), hebben vuytgegeven en(de) bekinnen in dijer qualiteyt ten erve vuytgegeven te hebben(e) heeren en(de) m(eeste)ren Jan(nen) Pieremo(n)t, canoninck der collegiaelder kercken van Sinte Peeters te Loeven(e) inden name  en(de) tot behoeff van eerweerdichsten heere, heeren Geeraerden de Hamericourt, bisschop van S(ainc)t Omair als abt en(de) prelaet des goidshuys van Sinte Berthijns, een schoon groot nyeuw huys, geheeten den Ouden Valck, met een(en) grooten hoff, scaelgije oft plaetsse, borreputte en(de) alle andere zijn(e) toebehoirten, gelegen inde Hoelstraete achter de nyeuwe huysen, vuyt deser erven eertijts genomen, tusschen derve van(de) Zwertten Sluetele aldaer ter eerne en(de) derve van(den) Witten Leeuwe lancx der erven van(den) grooten voerhuyse, nu toebehoiren(de) Jheronimo Wellens, ter andere zijd(en), comen(de) met een(en) grooten ganghe tusschen der erven des voirs(creven) m(eeste)r Jhreonimus en(de) den huyse der voirs(creve) vuytgeveren met eender grooter poirten tot inde voors(creve)n Hoelstrate, tot welcker vuytgegeven erffve alnoch is competeren(de) een huys oft stallinghe, hebben(de) een(en) grooten vuytganck met een(er) grooter poirten tot inde Pe(n)nincx straete, streckende achterweerts metten voirs(creven) hoff tot aen derffve van(de) Lielie (!) Schole, in alder veughen en(de) manieren gelijck de voirs(creve)n wijlen m(eeste)r Mathijs de zelve goeden in zijn(en) levene beseten en(de) bewoont heeft, erffelijck te houden(e) en(de) te besitten(e) opt recht en(de) comme(re), daer te voren vuytgaen(de), te weten(e) thien scell(ingen) Loevens, daermen jaerl(ijcx) voer betaelt xxiii stuvers en(de) een bl(an)c aen onsen g(enadigen) heere, v(er)schijnen(de) te Kersmisse, ende noch vier rinsgulden(en) zeventhein stuvers en(de) een(en) halven der fabrycken van Sinte Peeters te Loeven(e), vuytbringen(de) tsamen jaerl(ijcx) zesse rinsgulden(en) en(de) een(en) braspe(n)ninck, al erfchijs en(de) rente, ende voirts meer op hondert carolus gulden(en) goet en(de) ghinge, te weten(e) twintich sliveren, penn(ingen), geheeten stuvers, der munten ons g(enadigen) heeren shertogen van Brabant nu cours en(de) ganck hebben(de), goet en(de) ghinge, voer elcken der zelver carolus gulden(en) gerekent, erffel(ijcke) rente, alle jaere Sinte Andriesmisse Apostels te betalen(e), ende inde wissel der stadt van Loeven(e) te leveren, den voirs(creven) Xpoffelen. Quinget en(de) Mathijsen Quinget, zijn(en) broedere, en(de) hueren naecomelinghen erffel(ijck) in toecomen(de) tijden los en(de) vrij van bede ons g(enadigen) heeren shertoghen van Brabant en(de) van allen anderen lasten en(de) subve(n)tien, waer aff den iersten termijn van betalinghe v(er)schijnen sal van Sint Andriesmisse naestcomen(de) over een jaer en(de) nyet eer, ende opt recht en(de) co(m)me(re) voirs(creve)n, ende daer oppe dat dese goeden metten anderen goeden der voirs(creven) vuytgeveren daer bij gelegen, met oyck de goeden den voirs(creven) Jheronimi aldaer tsamen verbonden staen voer vijventwintich oft xxvi rinsgulden(en) erffel(ijck), waer aff dat de goeden der voirs(creve) vuytgeveren en(de) des voirs(creven) Jeronimi Wellens den last te draghen hebben en(de) dese vuytgegeven goeden daer aff teeuwighen daghen ontlasten, hebben de voirs(creve)n vuytgeveren inden name en(de) vuyt vermoghen als boven hen en(de) alle huere goeden, rueren(de) en(de) onrueren(de), present en(de) toecomen(de), tot desen verbinden(de) en(de) submitteren(de), des(er) jurisdictien en(de) allen anderen gerichten daer onder de zelve bevonden selen wordden, den voirs(creve)n m(eeste)ren Jan(nen) Pieremo(n)t tot behoeff als boven geloeft de voirs(creve) goeden als op allet recht en(de) co(m)mere daer van voren vuytgaen(de) van allen andere letsselen en(de) calaingien voirtane te waranderen(e) ende den zelven m(eeste)ren Jan(nen) tot behoeff als boven altijts genoech te doen(e), zoe verre hem hier inne yet te luttel oft te nauwe gedaen waere, alsoe dat den zelven m(eeste)ren Jannen tot behoeff als voere teeuwigen daghen sal moghen genoech zijn, met sulck conditie dat de voirs(creven) heer prelaet de voirs(creve) rente van hondert carolus gulden(en) tsiaers sal moghen lossen en(de) afquyten alst hem gelieven sal, te weten(e) elcken penn(inck) d(aer)aff met sesthien(e) gelijcke penn(ingen) en(de) met voller renten, ten waere dat hij de zelve lossinghe dede tusschen dit en(de) Sinte Andriesmisse naestcomen(de), dwelck hij sal moghen doen sonder eenich v(er)loop d(aer) aff alsdan te derven betalen, cor(am) Winde, Maelcote, septembris xix., a(n)no xvc. lxxiii.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7858, fol. 100v., akte dd. 19 september 1573.

Item es te weten(e) zoe partijen vercleerden tusschen hen geconditioneert en(de) besproken te zijn(e) dat de vercoopers den coopers sullen doen alle behulp en(de) assistentie, ten eynde dat m(eeste)r Benoit, proprietaris van(den) huyse, geheeten den Witten Leeuw, sal stellen een(en) steynen muer in plaetsse vanden thuyn, die hij aldaer gestelt heeft achtervolgen(de) den inhouden vand(er) conditien tusschen hen int vercoopen vanden voirs(creven) Witten Leeuw, daer aff gemaect en(de) den coopers vand(er) zelver conditien copie te doen hebben en(de) oyck te recouvreren dbescheet van(den) vercrijghe des voirs(creve)n wijlen meester Mathijs van(den) voirs(creve)n vuytgegeven goeden, zoe vele als in hen es met alder diligentie, ende dat de coopers inden muer van(den) achter ghevel van(de) sallette van desen vuytgegeven goeden, comen(de) achter aen derffve van(den) huyse der voers(creve)n vuytgeveren egheen lochtgaten noch vensteren en sullen moghen maken, anders dan daer nu en zijn, ende dat den waterloop van desen vuytgegeven goeden sal moeten blijven, lopen(de) doer een(en) ijseren roostere sonder eenighe vuylicheyt daer doere te moghen steken en(de) dat de v(er)coopers den coopers de goeden sullen moeten leveren los en(de) vrij van allen verschenen co(m)meren, daer vuyt gaen(de), totten daghe vander goedinghe toe incluys, tamquam assecutum, coram eisdem.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7858, fol. 101r., akte dd. 19 september 1573.

Item de voirs(creve)n Xpoffel. [Christoffel] Quinget tot des naebes(creve)n is te moghen doen, hebben(de) volcomen macht, p(ro)curatie speciale en(de) irrevocabel bevel van jouffrouwe Anne Quinget, zijn(e) sustere, naer vuytwijsen den instrume(n)te daer aff zijn(de), gepass(eer)t voer meesteren Claesen Berwouts als notaris en(de) zeke(re) getuygen opten xxiien. septembris anno xvc. lxxiii, alhier gethoont en(de) gesien, in p(rese)ntia, heeft vuyt vermoghen van(der) zelver gelaudeert, geratificeert en(de) geapprobeert alsulcke goedinghe als hij met Thomasen Van Thielt van hueren wegen gedaen heeft alhier voer scepen(en) tot behoeff van(den) eerweerdichsten heere, heeren Geeraerden de Hamericourt voirs(creven) opten xixen. septembris lestleden van(den) huyse, geheeten den Ouden Valck, met allen zijne toebehoirten, gelegen inde Hoelstrate, comende achter vuyte met een(er) grooter poirten tot inde Pe(n)nincx straete ende dat voer zoe vele alst heur is aengaen(de) et semp(er) sat(is) vigore ut supra prout, cor(am) Ketelboetere, Winde, septembris xxiii., a(n)no xvc. lxxiii. 

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Christoffel Quinget en zijn broer Matthijs, beiden kinderen van Matthijs. 

En het jaar is weer veranderd op 11 april (1574) : Pascha domini anno xvc. lxxiiii fuit xia. aprilis.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7858, fol. 404v., akte dd. 29 april 1574.

Item Xpoffel. [Christoffel] Quinget sone wijlen m(eeste)r Mathijs, affirmeren(de) hem oudt te zijne bat dan xxvii jaeren, heeft opgedraghen met behoirlijcke verthijdenisse alsulcken vijftich carolus gulden(en) erffel(ijcke) rente, jaerlijcx verschijnen(de) Sint Andriesmisse Apostels, als hij behouden ende gereserveert heeft met scepen(en) brieven van Loeven(e) vand(er) daet xix. septembris xvc. lxxiii aen en(de) op een schoon groot nyeuw huys, geheeten den Ouden Valck, met een(en) grooten hoff, schaelgije oft plaetsse, borreputte en(de) alle andere zijne toebehoirten, gelegen inde Hoelstrate achter de nyeuwe huysen, vuyt des(en) erven genomen, tusschen derve van(den) Zwertten Sloetele aldaer ter ee(n)re en(de) derve van(den) Witten Leeuwe ter ande(re) zijd(en), al nairdere inde voirn(oempde) brieven begrepen van en(de) vuyt hondert carolus gulden(en) erffel(ijck) waer aff dandere vijftich carolus gulden(en) erffel(ijck) zijn toebehoiren(de) Mathijsen Quinget, zijn(en) broedere, exp(osito) imp(ositus) Roelant Van Winde, nutertijt scepen(en) des(er) stadt, sone wijlen Geldolfs, per mo(nitionem) et sat(is) obligan(do) et submitten(do) ac renuntian(do) et war(as) voer een goede en(de) deughdel(ijcke) rente ombelast prout, cor(am) Ketelboetere, Malcote, aprilis ultima anno xvc. lxxiiii.

     Uit dit huwelijk:

     Quinget Mattheus, 

     Quinget Maria ?

     Quinget Henricus, 

     Quinget Christoffel, ° ca. 1547,  x met Joanna Verelst, fa Joannes x Odilia Van Beringen,

Hieronder een akte met vermelding van Christophorus Quinget en zijn vrouw Joanna Verelst.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 230r°, akte dd. 16 april 1576.

Item in tegenwoerdycheyt des meyers en(de) den schepen(en) van Loeven(e) nabescrerven ghestaen Christophel Quinget, zoe vuyt crachte van procuratie speciaele en(de) irrevocable, hem gegeven voer schepen(en) van Loeven(e) opten negensten dach aprilis lestleden, gheteeckent du Preetz, bij jouff(rouw)e Joha(n)na Verelst, zijnder huysv(rouw)en, als oyck in zijnen eyghen naem heeft opghedraghen met behoirl(ijcke) verthijdenisse een stuck bosch, groot ontrent den vijffthie(n) boederen, wezende bleckbossch, en(de) van schaerhoudt besloten tusschen twee vekens, ghelegen onder die heerlijcheyt van Herssele, reghen(ooten) derffghen(aemen) wijlen Peeter Bloems, Vranck Bloems, tstraetken comen(de) vander herstraete van Aerschot naer Herssele, comen(de) alzoe tusschen tot inde voerschreven bosschen ter eenre, den loop metten drijve weghe, gaen(de) naer Odilia Van Beringhe landt en(de) bossch, gheleghen aenden Hersselsschen wech ter tweeder, den Heyligengeest en(de) de cappelrije van Herssele ter derder, exp(osito) ende Peeter Moons, lieutenant des meyers van Loeven(e) tot behoeff van Peeter, Kath(lij)nen en(de) Margriete Moons, zij(n) kinderen, bij hem behouden van jouff(rouw)e Kath(lij)ne wijlen Geerens, zijnder ierste huysvrouwe, imp(ositus) per mo(nitionem) reddidit ende voert meer op vijfftich car(olus) g(ulden) te xx st(uvers) stuck, monete curren(tis), erffel(ijcke) rinte, alle jaere opten xvien. aprilis te betalen(e) en(de) inder stadt wissele van Loven(e) los en(de) vrij van xe., xxe., ce. en(de) alle andere pe(n)ninghen en(de) impositien te leveren infutur(um) et satis obligan(do) et submitten(do) ac renu(n)t(iando) in forma, et war(as) opden chijns van(den) heere van(den) gronde terminis tanq(uam) prout jure aut, met conditie dat die voers(crev)en opdra[egere] die voers(crev)en rinte zullen mogen lossen ende quyten alst hun ghelieven zal teender reyse, elcken car(olus)g(ulden) daer aff met zesthien ghel(ijcke) car(olus)g(ulden) inde weerde voirs(crev)en ac cum, geloven(de) die voers(crev)en Christoffel Quinget v(er)obligeren(de), submitteren(de) en(de) renu(n)t(ierende) in forma, die voers(crev)en rinnte van vijftich car(olus) g(ulden) erffel(ijck) jaerlijcx ten voers(crev)en termey(n) wel en(de) loffelijck) te betalen en(de) als boven los en(de) vrij te leveren infutur(um) prout, consenteren(de) oyck die voers(crev)en Quinget dat zoe wa(n)neer den voers(crev)en Peeter Moons oft zijn naecomelinghen ghelieven zal te moghen over alle andere zij(ne) goeden tot meerdere versekerheyt brieven van mai(n)mise dezer stadt doen decreteren, zijnder absentie nyet tegenstaende prout casu quo pignora imposterum reperien(...) ? insufficien(ti...) ? ad mo(bilia) alia pignora vel redimere in forma salva perceptione et dispositione pred(ict)i Petri Moons patris in forma, coram Ketelboete(re), Spira, aprilis xvi.

Senten(tiatum) p(er) Joh(ann)em Van Vlasselaer, maritum et ma(m)burnum Catharine Moo(n)s p(re)d(ict)e action(em) huius haben(tis), cor(am) Vrancx, Vossem, augusti xxa., 1586. 

 

Hieronder een akte met vermelding van Christophorus Quinget en Joanna Verelst.  In de akte vernemen we dat Joanna de dochter is van Joannes Verelst en Odilia Van Beringen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7469, fol. 506r., akte dd. 30 maart 1576.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen jouff(rouw)e Odilia Van Beringen wed(uw)e wijlen Jans Verelst voer haere tocht ende jouff(rouw)e Johanna Verelst met consente, wille, weten(e) en(de) overstaene Christoffels Quinget, haers mans, voer derffelich(eyt) hebben opgedragen met behoorl(ijcke) verthijdenisse ierst een huys en(de) hoff met alle ande(re) zijn(e) toebehoorten, gestaen bynnen der stadt van Aerschot inde ... [n.v.] tusschen de goeden Sebastiaens Van Yerlandt ter eende(re) ende m(eeste)rs Ingelbeerts Verluyten ter andere zijden, comen(de) achter den Demere, aldaer vlieten(de), noch eenen beempt, drijecantich wesen(de), groot ontrint een boende(re) luttel min oft meer, gelegen buyten de Koypoerte en(de) onder de vrijeheyt van Aerschoth tusschen de goeden des hertogen van Aerschoth ter eende(re), tcap(pitte)le van Aerschoth ter andere en(de) Vranck Blanckaerts ter andere zijden, exp(osito) ende Jannen De Mangele(re), Daniel Van(den) Bossche, Conrard(en) De Witte en(de) Balthasar De Roeve(re), alle als m(eeste)rs ende regeerders vand(er) clerck capelle bynnen Loven(e) tot behoeff der zelver cappellen imp(osito) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t ende voerts meer op seven carolus g(ulden) te xx s(tuyvers) tstuck, den stuyve(re) te drije pl(ecken) gerekent en(de) thien gelijcke stuyvers erffel(ijcke) rente, alle jae(re) opten xxxen. martii te betalen(e) ende te Loven(e) inder stadt wissele los en(de) vrije van xe., xxe., ce. en(de) alle ande(re) pen(ningen) en(de) lasten te leveren et sat(is) et war(as) die voers(creve) jouff(rouw)e Odilie voer hae(re) tocht ende die voers(creve) jouff(rouw)e Johanna met haeren man voers(creven) voer derffelich(eyt), te wetene tvoers(creven) huys op negen rinsg(ulden) thien stuyvers aen twee persoonen ende den voers(creven) beempt op sess rinsg(ulden) tanq(uam) prout jure, met conditie dat die voerscreven opdrageren die voers(creve) rente van seven rinsg(ulden) x s(tuyvers) sullen mogen lossen en(de) quyten tallen tijden alst hu(n) believen zal teender reysen ende elcken pen(ninck) daeraff met sesthien carolusg(ulden) munte in Brabant nu ter tijt gepermitteert zijn(de) en(de) met volle rente, gelovende die voers(creve) opdrageren die voerscreven rente ind(ivisi)m et insolidu(m) jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betalen en(de) ten voers(creven) dag(en) en(de) termijn(en) los ende vrije als voe(re) te leveren in futurum quolibet ass(ecutu)m et casu quo pignora, etc(etera), oblig(ando) et submitt(endo) ac renu(n)t(iando) in forma, coram eisd(em).

 

Hieronder een akte met vermelding van Joanna Verelst die volmacht geeft aan haar man Christophorus Quinget om voor de schepenen van Leuven haar goederen onder Herselt te belasten en te hypothekeren met een rente van 25 pond.  Het goed onder Herselt bestond uit een bos van 14 à 15 bunders.  Dat is geen klein bosje meer !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7469, fol. 533r., akte dd. 9 april 1576.

Allen, etc(etera), dat jouff(rouw)e Johanna Verelst met consente, wille, weten(e) ende overstaene Christoffels Quinget, haers mans, in p(rese)ntia, heeft geconstitueert spetialijck en(de) onwederoepel(ijck) den selven heuren man om in hueren name ende van haeren twegen te compareren voer schepen(en) deser stadt oft elders daert behoeven sal en(de) ald(aer) te belasten en(de) te hipothiceren zeke(re) hae(re) goeden ende spetial(ijck) zekere bossche, geleg(en) onder Herssele tusschen zijn(e) regen(oten) aldaer, groot zijn(de) ontrint vierthien oft vijffthien boend(er)en, besloten tusschen twee vekens, op eene rente van xxv £ erffel(ijck), te quyten(e) den pen(ninck) xvie., aen alsulcke persoon(en) alst den selven haeren man gelieven sal, met geluefte van genoechdoen(inge), jaerl(ijcxe) betalin(ge) ende ande(re) als nae recht en(de) costuyme deser stadt behoort en(de) gelijck ten meesten proffijte des coopers gerequireert sal wordden en(de) voerts general(ijck) en(de) spetial(ijck), etc(etera), promitt(entes), met authorisatie als voe(re), rat(um) irrevocabili(iter) in for(ma), coram Winde, Maelcote, aprilis ixa., lxxvi.

 

Hieronder een akte, die ons leert dat Christophorus (Christoffel) Quinget, zoon van Mattheus en man van Joanna Verelst, nog een broer Henricus had.  Deze laatste is wel een nieuw gegeven.  De klerk had duidelijk moeite met de juiste schrijfwijze.  Naast de reeds gekende schrijfwijze Quinget schreef hij nu in eenzelfde akte resp. Quinjet en Cuinjet.  Daarnaast wordt er ook melding gemaakt van Walrand Van Lantrop, hier geschreven als Van Langtrop.  In andere akte kwam ik al het volgende tegen : inwoner van Lantrop.  Het moest echter Langdorp zijn !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 285r., akte dd. 9 mei 1575.

Allen, etc(etera), dat Christoffel Quinjet sone wijlen Mathijs, in presentia, heeft onwederoepelijck geconstitueert Walrandt Van Langtrop, Erasmus ... [n.v.], Michiel Van(den) Vogelsanck ende elcken van he(n) besundert om in sijns constituants naeme te compareren voir stadthoudere ende mannen van leene des hertoge van Aerschot ende aldaer te derffven ende op te dragen met behoirlijcke verthijdenisse een stuck lants, groot ontrent een dachmael, gelegen opt Rotselaeren Velt tusschen sijn regenoten aldaer met alle geluefte van genoechdoene ende waerschap daertoe dienen(de) ende dat [tot] behoeff van Henrick Cuinjet, broeder des voirs(creven) constituants, promitt(ens) ratu(m) irrevocabiliter in forma, coram Goirts, Wils, maii xiiii., anno xvc. lxxv.

 

Hieronder een zeer korte akte, waarbij Christophorus Quinget (de zoon van Matheus en Anna Van Lantrop) volmacht geeft aan Anthonius Middelborch om zijn rechtszaken af te handelen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8220, fol. 398v., akte dd. 17 november 1571.

Allen, etc(etera), dat Christoffel Quinget, in presentia, heeft geconstitueert m(eeste)re Anthonis(en) Witrincx Middelborch in alle zijne zaken ad lites tantum, promittens ratu(m), coram Ketelboete(re), Winde, novembris xviia.

 

In deze akte is weer sprake van Christophorus Quinget in eigen naam en in naam van alle kinderen van zijn vader Mathijs Quinget.  Deze keer wordt de familienaam geschreven als Cunget.  Dat de familie Van Lantrop en nakomelingen steeds weer terugkeren in de schepenakten van Leuven, wijst alleen maar op het belang van die familie.  Als erfgenamen van Mathijs Quinget geven zij het huis de Witte Leeuw in erfpacht uit aan Benoi(s)t (Benedictus) Marchant.  Het huis was gelegen in de Hoelstraat (Tiensestraat) te Leuven naast de herberg de Borse.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8220, fol. 421v., akte dd. 31 december 1571.

Item in tegenwoirdicheyt der schepenen van Loven(e) nabescreven gestaen Christophel Cu(n)get, zoe inden name van hem zelven als oyck inden name ende van wegen zijn(e) medeerffgen(aemen), alle kinderen wijlen Mathijs Cu(n)get, voerde welcke hij hem sterckmaecte ende geloeft heeft in desen te vervangen(e), heeft vuytgegeven en(de) bekindt midts desen ten erffvuytgeg(even) te hebben Benoist Marchant voer hem, zijne erffven en(de) nacomelingen een huys metten hove ende alle ande(re) zijne toebehoorten, gestaen te Loven(e) inde Hoelstrate, genaempt den Witten Leeuw, regen(ooten) thuys m(eeste)rs Jheronimi Welle ter eenre, die herberge, genaempt die Borse, ter tweede(re), streckende achterweerts tot aende erffve vanden grooten huyse der voerscreven erffgen(aemen) ende kinderen Mathijs wijlen Cu(n)get ter ande(re) zijden, alwaer die voers(creven) Benoist gehouden sal zijn tsijnen coste te stellen een(en) muer van opden egge vanden contoire vanden grooten huyse tot aende Borse ende en zal die voers(creven) Benoist dlicht vanden grooten huyse met eenige timmeringe nyet mogen benemen, erffel(ijck) te houden ende te besitten opt recht daer te voren vuytgaen(de), te weten(e) drije carolusg(ulden) x st(uyvers) en(de) noch xxvi st(uyvers) ii pl(e)c(ken) erffelijck, te quyten(e) den pe(n)ninck xvi, ten behoorl(ijcken) ende gewoonlijcken tijde te betalen ende opde servituyt dat die voerscreven Jheronimus, welcke doer een vinster zal mogen water putten opden put, staende opde voerscreven vuytgegeven erffve, ende dat den hoven des voers(creven) Welle opde zelve erffve zal mogen blijven staen(e), behalffven dat die voers(creven) Benoist oft besitters vander selver erffven sullen hebben tgebruyck onder ende boven ende dat oyck die voers(creven) Benoist inden muer des voers(creven) Jheronimi Welle zoe lange zijn huys streckende is, zal mogen wercken een(en) halffven steen dick, des zal die zelve Benoist gehouden zijn den selven muer tonderhouden voer tderde part ende voert meer op vijffthien carolusg(ulden) te xx st(uyvers) tstuck ende drije gelijcke stuyvers een plecke, monete curren(tis), erffelijcke rinte, alle jae(re) te Kersmisse te betalen en(de) inder stadt wissele van Loven(e), los en(de) vrije van bede, schothe, lothe, xe., xxe., ce. en(de) alle ande(re) pe(n)ningen ende impositien, alreede opgestelt oft noch namaels op te stellen, te leveren den voerscr(even) kinderen Mathijs wijlen Cu(n)get ende hue(re) nacomelingen, erffelijck in toecomende tijden ende zoe verre den voers(creven) Benoist in des voerscreven is, yet te nauwe gedaen wae(re), dat heeft geloeft die voerscreven Christophel Cunget, hem sterckmakende als boven, altijts te voldoene ende die zelve erffve gewara(n)deert als voe(re), behoudelijcke dat die voerscreven Benoist de voergenoempde rinte van vijffthien carolusg(ulden) iii st(uyvers) i pl(e)c(ke) sal mogen lossen ende quyten tallen tijden alst hem gelieven zal, elcken carolusg(ulden) met zesthien gel(ijcke) carolusg(ulden) inde weerde voerscreven ende dat teenen oft meer reysen, maer nyetmin dan hond(er)t carolusg(ulden) eens, dyerste twee reysen ende die reste ter derde(re) reysen ende met volle rinte nae rate vander quytinge, gelovende die voers(creven) Benoist, oblig(ans) et submitt(ens) ac renu(n)t(ians) in forma amplissima die voerscreven erffrinte jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betalen ten termijn(e) voers(creven) ende als boven te leveren erffel(ijck) in toecomen(de) tijden, telcken termijne als verreycte schult en(de) is tusschen p(ar)thijen geconditioneert dat soe wanneer die voers(creven) Benoist oft besitters vanden selven goeden die voergen(oempde) rinten sal willen affleggen int geheel oft in deele, gehouden zal zijn de pontpen(ningen), alsdaen te v(er)schijnen, tzijn(en) laste alleene te dragen, cor(am) Hoeven, Winde, decemb(ris) ultima.

            In de marge.

Item Christophel Cui(n)get heeft bekindt thien r(insgulden) vuytte v(oer)s(creve) xv r(insgulden) gelost en(de) gequet(en) te zijn(e), act(um) ap(rili)s va., 1577.

 

Zie hierbij een akte van evictie met vermelding van Christophorus Quinget en zijn vrouw Joanna Verelst (Vereels).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 36r., akte dd. 29 september 1607.

Alllen den genen die dese l(ette)ren sullen sien oft hooren lesen, saluyt, wij Lievens, Roeloffs, Beringhen en(de) Loomans, schepen(en) te Loven, doen condt met kennisse der waerheyt dat alsoo Johanna Vereels weduwe wijlen Christoffel Quinget met schepen(en) brieven van Loven hen v(er)bonden hadden opden xvie. aprilis anno 1576 inde derde schrijffcamere aen Jannen Van Vlasselaer als man en(de) momboir van jo(uffrouw)e Cath(ari)ne Moons dochter wijlen Peeters Moons en(de) alsoo erffgen(aemen) desselffs, in eene rente van xxv rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) vuyt eene meerdere rente van vijftich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), v(er)schenen van diverssche jaeren et zijn vuyt saecken van dijen den voors(creven) Vlasselaer opden xve. january anno 1603 v(er)leent geweest behoorl(ijcke) deser stadt opene brieven van mainmise opde goeden van(den) voors(creven) v(er)obligeerde, te weten(e) opde hellicht van een stuck bossch, groot ontrent den vierthien boen(deren), wesen(de) block bosch, besloeten tusschen twee vekens, gelegen ond(er) die heerlijckh(eyt) van Hersselt, regen(oten) derffgen(aemen) Peeters Bloems en(de) Vranck Bloems en(de) [een] straetken, comen(de) van(de) herstraete van Aerschot naer Herssele ter ie., den loop metten drijve wege, gaen(de) naer Odilia Van Beringe landt en(de) dbosch, gelegen aen(den) Hersselschen Wech ter iie. en(de) den H(eyligen) Geest en(de) de cappelrije van Herssele ter iiie. zijden, ende dat om bijd(en) voors(creven) Jan Van Vlasselaer zijn wettich gebreck metten costen daeromme gedaen en(de) te doene, te mogen v(er)haelen ende Mertten Luenckens, bode des(er) stadt Loven, vuyt saecken van(de) voors(creve) brieven van mainmise, heeft in zijne als in ons genaedichs h(ee)ren en(de) des(er) stadts handen genomen den voors(creven) bosch tot behoeff van(den) voors(creven) Vlasselaer en(de) den sel(ven) daertoe behoorl(ijck) geleyt en(de) die conde daeraff gedaen aen(den) meyer van Hersselt ind(en) naem van(den) grontheere et met condtbrieven des(er) stadt gesommeert de voors(creve) Jehenne V(er)elst bynnen der stadt van Brussele opden xvie. january anno 1603 voors(creven) te co(m)pareren tot eenen zeke(re) daeghen voor schepen(en) van Loven ten eynde om die voors(creve) brieven van mainmise alsdan te hooren en(de) zien decreteren oft anderssints daertegen te seggen en(de) voorts procederen naer behooren, tot wel(cken) voors(creven) daeghe die voors(creve) jo(uffrouw)e Jehenne es gecomp(ar)eert en(de) haer opponeren(de) daerinne soo verre geprocedeert is geweest als dat ten lesten die voors(creve) brieven van mainmise opden xxvie. feb(rua)ry) anno 1605 behoorl(ijck) zijn gedecreteert geweest en(de) v(er)claert executoriael ende zijn dijen volgen(de) s(ieu)r Henry du Fraisne als dactie hebben(de) van(den) voors(creven) Vlasselaer, blijcken(de) bijden transporte, gepass(eer)t voor schepen(en) van Loven van(der) daet feb(rua)ry xixe., anno 1603 in prima, verleent geweest voorde(re) brieven executoriael, die wel(cke) naer hennen teneur zijn behoorl(ijck) ter executien gestelt geweest bynnen den dorpe van Hersselt en(de) de stadt van Aerschot met attache van billetten, inhoudende dach, ure en(de) plaetse van(de) sitdaghen, disteren(de) van malcanderen xiiii daeghen, waeraff den lesten is geweest den xxiie. marty anno 1605 en(de) es den voors(creven) bossch metten vuytgaen van(de) branden(de) keersse gebleven s(ieu)r Henry du Fresne ind(en) naem(e) en(de) tot behoeff van s(ieu)r Richaert du Fresne om en(de) voorde somme van twee hondert en(de) een(en) carol(us) guld(en) eens, doen condt en(de) te weten dat bij ons schepen(en) int lange oversien zijn(de) die voors(creve) proceduren, exploicten en(de) tgene des daervuyt en(de) naer gevolght is, procederen(de) alsoo totter interpositie van(den) voors(creven) decrete, hebben wij schepen(en) ter manisse des meyers daerover staen(de) van heerheyden van wegen des hertoghen van Brabant bij onsen vonnisse geauthoriseert en(de) authoriseren midts desen de voors(creve) exploicten, kerckgeboden, v(er)coopinghe en(de) allen tgene des bijd(en) voors(creven) bode vuyt cracht voors(creven) es gedaen en(de) gebesoigneert geweest en(de) voorts tegen de ged(aechd)e deffault geven(de) ende contumacie en(de) voor tproffijt van dijen haer van allen trecht en(de) actie aen tvoors(creven) goet co(m)peteren(de), secluderen(de), hebben tvoors(creven) goet den voors(creven) du Fresne ind(en) naeme als boven aengewesen ende aenwijsen midts desen om bij hem beseten, gebruyckt en(de) gepossideert te wordden, gel(ijck) zijne eygene goeden en(de) is dijen volgen(de) die voors(creven) du Fresne ind(en) naeme en(de) tot behoeff van(den) voors(creven) Richaert ind(en) voors(creven) bosch behoorl(ijck) gegoet en(de) geerft geweest met allen solempniteyten van rechte daertoe gerequireert, waranderen(de) den voors(creven) bosch op sh(ee)ren chijns met het recht van(den) derden boom en(de) twee Hollants guld(ens) erffel(ijck), soo verre bevond(en) wordt desel(ve) daerop vuyt te gaene, daervore hij s(ieu)r Henry du Fresne v(er)binden(de) zijn(en) p(er)soon en(de) alle zijn goeden, waer die gelegen zijn en(de) bevonden sullen wordden in behoorl(ijcke) forme, act(um) iiia. octob(ris) 1607 ende ond(er) stondt aldus, ick onderges(creven) bekenne midts desen gecontenteert te wesen van(de) pontpenn(ingen), diemen schuldich es den h(ee)re van Herssel, oircond(en) mijns naems des(er) 29. sept(embris) 1607, ond(erteeckent) Richaert du Fraisne, drossaert des landts van Weste[r]loo al(ia)s Herssel.

 

Van Lantrop Jasper, XIV - XV (S8900 + S19108 + S19236 + S19364),

 

Van Lantrop Ida, + Rotselaar 13.01.1547, x met Sebastiaan van Rivieren,

39. Olivier Van Rivieren Sebastiaensone vande Haghels goeden gelegen ter Heyden over de Heerstraete houdende 19 dagwant ende daer leijt onder mr Peeter Wasteels, Jan Vanderbrugge

 

Van Lantrop Margaretha, x 1 met Wouter Willems en 2 met Herman Van Haecke.

 


 

XIV -  XV - Van Lantrop Jasper, ° ca. 1520, + tussen 09.07.1558 en 10.10.1561, x Brussel St.-Goedele 19.05.1538 met Margaretha Rans.

 

Hij kocht op 9/7/1558 een eigendom in Tildonk. Hij was rentmeester voor de hertog van Aarschot te Rotselaar. 

 

In bijlage (met dank aan Paul Peeters) een de transcriptie met vermelding van Joannes en Walrandus Van Lantrop, kinderen van Gaspar (en Margaretha Rans) enerzijds en Hubertus Van Lantrop, zoon van Henricus (en Mathildis Van Pulle) anderzijds.  Joannes woonde te Antwerpen en Walrandus te Leuven.  Hubertus was drossaard van Rotselaar.

BRON : S.A.L, Inventaris Cuvelier, register nr. 7859, folio 19v°, akte dd. 08.07.1574.

Transcriptie.

Item Jan Van Lantrop sone wijlen Jaspars, woonen(de)

tAntwerpen, Walrandt Van Lantrop, zijn broedere,

woonen(de) te Loeven(e), en(de) Huybrecht Van Lantrop sone

wijlen Henricx, drossaet van Rotsselaere, obligan(tes) et

submitten(tes) necnon renuntian(tes) in ampliori forma, hebben

bekint indivisim schuldich te zijn(e) Willem(en) Lantsheere

sone wijlen Reyniers twelff en(de) eenen halven carolus

gulden(en) te xx st(uyvers) monete d(omi)ni ducis Brabantie,

pronunc curren(tis), erffel(ijcke) rinte, alle jaere opten

achtsten julii te betalen(e) et in cambio quite

et libere, etc(etera), necnon a x., xx. et c. denariis, etc(etera),

quol(ibe)t ass(ecutu)m ad mo(nitionem) pignus infra leucam duos

menses proxime infra leucam vel sub Rotsselae(r)

valens duplum et tantum et poterunt redimere

una vice q(ua)n(do) volverint v(ideli)c(et) quemlibet denarium exin(de)

mediantibus sedecim denariis predictis consimilibus

et hoc prout tempore dequitation(em) cursum habebunt

ac cum, cor(am) Berthijns, Goerts, julii octava,

a(nn)o xvc. lxxiiii.

In marge.

S(olvi)t.

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Lantrop Barbara, x Mechelen St.-Jan ...06.1556 met Petrus van Eertborne, fs Joannes, deze x 2 Mechelen St.-Jan ...04.1563 met Catharina Mercelis,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een akte met vermelding van Petrus Van E(e)rtborne en Barbara Van Lantrop.  De akte bevat nieuwe gegevens die nog niet bekend waren.  Zo blijkt het gezin in Mechelen gewoond te hebben, doch er waren duidelijke linken met Rotselaar.  Petrus was de zoon van Joannes.  Hij huwde twee keer, een eerste maal met Barbara Van Lantrop en een tweede maal met Catharina Marcelis (Mercelis).  Volgens de website van “De Ware Vrienden van het Archief” http://www.dewarevrienden.net/DWV/ huwde Peter in juni 1556 te Mechelen (parochie Sint-Jan) met Barbara Van Lantrop uit Rotselaar (geen vermelding van een exacte datum of getuigen).  Hij stapte een tweede maal in april 1563 te Mechelen (parochie Sint-Jan) in het huwelijksbootje met Catharina Mercelis uit de Sint-Katelijneparochie (ook zonder vermelding van een exacte datum en getuigen).  Peter en Barbara verleden hun testament op 16.11.1562 voor de schepenen van Rotselaar.  Barbara Van Lantrop moet dus overleden zijn tussen de datum van het testament en de tweede huwelijksdatum van Peter Van Ertborn. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7465, fol. 192v, akte dd. 4 februari 1571.

Item in tegewoirdich(eyt) des meyers en(de) der scepen(en) van Loven(e) naebescreven gestaen Peeter Van Eertborne sone wijlen Jans, weduwer van wijlen Barbel Van Lantrop, woonen(de) bynnen der stadt van Mechelen, en(de) heeft zoe vuyt crachte van zeke(re)n testam(ente), bijden voirs(creven) Peeter en(de) der voirs(creve) wijlen Barbelen Van Lantrop, woonende bynnen der stadt van Mechelen, ende heeft soe vuyt crachte van zekeren testam(ente), bijden voirs(creven) Peete(re)n en(de) der voirs(creve) wijlen Barbelen tsamenderhandt gemaect en. gepasseert voe(r) schepen(en) van Rotselaer in date xvi. nove(m)br(is) xvc. lxii, waermede onder a(n)de(re) den lanxtleven(de) van hen beyden volcomen macht en(de) auctoriteyt gegeven, allen hu(n)ne erffgoeden en(de) erfre(n)ten te mogen versetten, vercoopen en(de) alieneren om hue(re) sculden die zij ts(ame)n gemaect hebben, d(aer)mede te betalen als a(n)derssints in alder bester formen, vuegen, wege en(de) manie(re), hen doenl(ijck) zijnde, p(er) mo(nitionem) opgedragen met behoirl(ijcke) v(er)thieniss(en) twelff carolusg(uldens) te xx st(uvers) tstuck, erffel(ijcke) rinte, vallen(de) jaerl(ijcx) xix. may als de voirs(creven) opdrage(re) opden xixen. dach may a(nn)o xvc. lxiii voe(r) scepen(en) van Rotselaer v(er)cregen heeft gehadt van Aerden Wiggers aen en(de) op een huys en(de) hoff metten boegaerde daeraen geleg(en) inde prochie van Rotselaer, geheeten den Inghele, tusschen beyde de bruggen en(de) de Dijle aldaer vlietende in twee zijden comende voe(r) aen shee(re)n strate, exp(osito) soe es daer inne gegoet en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte m(eeste)r Symon Becx ind(en) naeme en(de) tot behoeff vand(en) goidshuyse van(de) Elff Duysent Maeghden, gestaen bynnen des(er) stadt opde Halffstrate, p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) pro redditu bono non alienato nec quonismodo transportato p(ro)ut obligan(do) et submitten(do) ende om den voirs(creven) godshuyse te bat te versekeren van(de) v(oir)s(creve) erfrinte van twelff carolusg(uldens), heeft de voirs(creven) Peeter Van Eertborne en(de) tot hem joucffr(ouw)e Catlijne Marcelis, zijn huysvr(ouw)e, ind(ivisi)m gelooft ter maniss(en) desselfs godshuys voe(r) scepen(en) der stadt van Mechelen in plaetse ende tot meerde(re) vasticheyt van(de) voirs(creve) geluften van genoechdoen(e) en(de) warantschap der selver renten te v(er)obligeren en(de) verbinden hu(n)ne p(er)soonen en(de) allen hu(n)nen goeden, beyde haven en(de) erven, p(rese)nt en(de) toecomen(de), resorteren(de) onder de jurisdictie der voirs(creve) stadt van Mechelen, cederen(de) voerts de voirs(creven) Peeter Van Eertborne den voirs(creven) m(eeste)r Symon Becx tot behoeff als voe(r) de c(on)stitutie brie(ve)n van(de) voirs(creve) erfre(n)te van twelff carolusguld(ens) metten geluften van genoechdoen(e) en(de) warantscape en(de) a(n)de(re) d(aer)inne begrepen ten selven rechte, cor(am) Liedekercke, Winghe, feb(rua)rii vii.

            In de marge.

Op heden d(en) xvii. novembris 1691 is gecompareert Christoffel Van Meerbeeck en. heeft bij quitantie van suster Barbara Van(den) Velde, priorinne en(de) suster Elysabeth Kiebooms, procuratersse van(den) goidtshuyse van(de) Elff Duysent Maeghden alhier opde Halffstraet de data viii. november 1691, alhier gethoont, v(er)cleert dese rente mette v(er)loopen gequeten te sijne bijd(en) voors(creven) Christoffel et sic vacat.

 

Van Lantrop Joannes, (kuiper) x met Beyken Sproten, wonend Antwerpen en Leuven,

Akte met dank aan Christine Savat

Wer1846: Fo 21: 27 nov 1562:

Hendrik Van Hove heeft ter sake van sekere delicten bij hem geperpetreert zijn compositie gemaakt aen Janne Van Lantrop als lieutenant van heeren Godefroij Van Wassermas riddere drossaert des lants van Rotselaer.

 

Van Lantrop Maria, x 1 met Joannes Mertens, fs Guilielmus en 2 met Jasper de Moor,

R1604: Fo 71 ‎(7 sept 1570)‎:
Marie Van Lantrop ierst we Jaspar De Moor nu x Janne Mertens verkoopt uit kracht van testament van haar eerste man op 20 juli 1562 aan Gooris Vuijterhellicht x Anne Aurogge huijs & hof mette
? & alle sijne toebehoorten gestaen in de Plaetse geheeten den Ketele ‎(Hubrecht Van Criekinge, Jacop De Scrijnmaker)‎.
R1604: Fo 71v ‎(7 sept 1570):
Anne Aurogge x Gooris Vuiterhellicht verkopen aan Jan Mertens x Marie Van Lantrop een huijs ende hof gelegen Tophem aende moelen ‎(Lijsbeth Van Bettenrode, vs Gooris).‎
Wer1847: Fo 15V: 8 jul 1586:
Procuratie voor Waelrant Van Lantrop
Item Marie Van Lantrop dochter wijlen Jaspars en ierste we wijlen Jaspar De Moor en nu we Jan Martens machtigt Walrant Van Lantrop haar broer.
 

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) twee opeenvolgende akten met vermelding van Joannes Mertens en zijn vrouw Maria Van Lantrop, wonende te Rotselaar.  In de eerste akte vernemen we dat Joannes de zoon is van Guilielmus.  In de tweede akte wordt ook melding gemaakt van een zekere Gregorius (Goris) Mertens.  Mogelijk gaat het hierom een broer van Joannes of van Guilielmus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8220, fol. 309v., akte dd. 28 juni 1571.

Item in tegenwoirdicheyt der schepen(en) van Loven(e) nabescreven gestaen Jan Mertens sone wijlen Willems en(de) Marie Van Lantrop, zijn huysv(rouw)e, woonen(de) te Rotselaer, hebben bekindt indivisim m(eeste)re Bayaerd(en) Taelincx ende Jozijne Busschers, zijn huysvrouwe, een mudde rogs, goet ende payable, met wanne ende vlogele wel bereyt, mate van Loven(e), erffelijcke pacht, alle jae(re) opden xxviiien. dach junii te betalen ende te Loven(e) ten huyse deser voers(creven) Bayaerts los ende vrij van bede, schothe, lothe, xe., xxe., ce. en(de) alle ande(re) penningen ende impositien te leveren, erffelijck in toecomende tijden, telcken termijne als verreycte schult, gelovende die voerscreven gehuysschen ter manissen der voers(creven) Bayaerts pant te stellen(e) tot Rotselaer ende specialijck op zeke(re) huys ende hoff metten boomgaerde ende alle ande(re) zijne toebehoorten, regen(ooten) sheeren strate ter eenre, de kercke van Rotselaer ter tweede(re), Lijsbeth Van Bettenrode ter derde(re) ende Goris Vuyterhellicht ter vierde(re) zijden, behalffven dat die voers(creven) Jan Merttens de selve rinte zal mogen lossen ende quyten alst hem gelieven sal met sessendertich carolusg(ulden) te twintich stuyvers tstuck, mu(n)te ten tijde vander quytinge cours ende loop hebbende ende met vollen pacht prout, cor(am) Winde, Hoeven, junii xxviiia.

Sen(tentiatum) per predictum Talincx, coram Liedekercke, Ketelboete(re), julii xixa., a(nn)o xvc. lxxii°.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8220, fol. 310r., akte dd. 28 juni 1571.

Item die voerscreven gehuysschen, in presentia, hebben geconsenteert den voers(creven) Beyaerden hem van stonden aen te doen versekeren met mai(n)mise opt voers(creve) gelege, ende vercleert bij hu(n)nen eede, d(aer)omme aenden Heyligen Goidts gedaen in handen der voers(creven) schepen(en), tselve gelege nyet hooger belast te zijn(e) dan twee carolusg(ulden) ii ½ st(uyvers) erffel(ijck) en(de) hem toe te behooren, vercregen tegen Gooris(en) Mertens, coram eisd(em).

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Joannes Mertens, zoon van wijlen Guilielmus, en zijn vrouw Maria Van Lantrop, dochter van wijlen Jaspar, beiden wonende te Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7855, fol. 67r., akte dd. 29 augustus 1570.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), Jan Merttens sone wijlen Willems ende Marie Van Lantrop, zijn huysv(rouw)e, dochtere wijlen Jaspars, woonen(de) te Rotselaer, hebben opgedragen met behoirlijcke v(er)thijdenisse een huys metten hoven, schue(re), stallen en(de) alle ande(re) zijn(e) toebehoirten, groot omtrent een dach(mael) ombegrepen der maten, gelegen tot Rotselaer bijd(en) moelen ald(aer) tusschen de goeden der erffgenamen Jans Berteroy t(er) eenre, A(n)na Ouderox t(er) ande(re), Thomas Maes t(er) iiier. en(de) shee(re)n strate t(er) vierder zijd(en), ten erffdo(m)me gehouden vand(en) hertoge van Aersschot als heere van Rotselaer, soe zij v(er)cleerden, exp(osito) ende jouff(rouwe) Anna Huybrechts, beghijne vanden Grooten Beghijnhove te Loven(e), op twee carolus gulden te xx st(uvers) monete d(omi)ni ducis Brab(antie) pronunc curren(tis) hered(itarie) redd(itus) alle jae(re) opten xxix. augusti persolven(dis) infuturu(m) quite et libere, etc(etera), necnon a x., xx., c., minoribus et maioribus denariis en(de) van allen anderen lasten en(de) subventien, innegeset en(de) innetesetten(e), hoedanich die souden mogen wezen, nyettegenstaen(de) ee(n)nige ordinan(tien) oft statuyt(en) bij ons g(enadichs) h(eere) ter contrarien van des(en) gemaect oft te maken(e), de selve mits des(en) derogeren(de), jure et sat(is) ind(ivisi)m oblig(antes) et war(as) op ii ½ st(uvers) chijs aen(de) kercke van Rotselaer, zoe verre bevonden wordt die d(aer)vuyt te gaen(e) tanq(uam) promitt(ens) insup(er) ind(ivisi)m oblig(antes) uts(upra) singulis a(n)nis persolvere et in cambio quite et libere ut sup(ra) quol(ibe)t ass(ecu)t(um) et casu quo pig(nus) et t(antu)m et poterunt red(imer)e q(ua)n(do) vol(verint) median(tibus) triginta sex florenis caroli cons(imilis) en(de) dat in goede Brabantsche mu(n)te ten tijde vand(er) quytinge cours ende loop hebben(de) ac cum, coram Roelofs, Lynden, augusti xxix.

Sen(tentiatum) per Roeland(em) Vand(er) Veren tanq(uam) p(ro)cu(rato)rem pred(ict)e Anne, coram Liekercken, Ketelboetere, dece(m)bris iiia., a(n)no xvc. lxxi.

 

Van Lantrop Waelran, XIII - XIV.

 


 

XIII - XIV - Van Lantrop - Van Langeroy - Van Lantroy Waelran, ° ca. 1543, x 1 Margareta ? en 2 Maria van Bossuyt.

 

Hij kocht een woning te Werchter op 2/3/15772.

Waelrant van Lantrop heeft ontrent een bunder lant ende bempt, huert noch nuys ende hoff groot metten lande daeraen geleghen III dachm. ende drij vierendeelen, noch VI bunderen een dachm. bempts, hebbende eenen ploech, twee peerden, vier koyen ende een brouwerije oft forneye, houdendde thien aemen nat, een vuelen, een veerse” (Bede 1597) 4, blz.299.

Hij was meyer van Werchter (1608).

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) aktes met vermelding van Walrand Van Lantrop sone wijlen Jaspar. Volgens die akte woonde hij op het slot vander Horst. Wellicht gaat het om het Kasteel van Horst te Sint-Pieters-Rode. Gezien de familie Van Lantrop wel als een semi- of laagadellijke familie kan beschouwd worden, lijkt het niet uitgesloten dat Walrand aldaar woonde om de heer van Horst te dienen.

BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7482, folio 371r°, akte dd. 01.09.1590.

     Transcriptie folio 229r°.

Item Walrandt van Lantrop sone wijlen

Jaspars, woonen(de) jegewoirdichl(ijck) opt slot

vander Horst, in p(rese)ntia, oblig(ando) et submitt(endo)

ac renu(n)t(iando), omnibus et singulis previlegiis

tam juris militaris ac aliis quibuscu(m)q(ue)

heeft bekindt en(de) bekinde midts desen

S(olvi)t                       schuldich te zijn(e) Lambecht(en) Smoors

sone wijlen Jans, woonen(de) te Loven(en), die

somme van dertich carolusg(uldens) eens,

dat ter zaken van seke(re) obligatie, onder den

voers(creven) Lambrecht berusten(de) en(de) onder het

handtgeschrift des voers(creven) bekinders gegeven,

comen(de) ter sommen van xxxvii £ en(de) seke(re)

stuyvers eens, geloven(de) die somme van

dertich carolusg(uldens) eens vuyt en(de) van(de) voers(creve)

sevenendertich rinsg(uldens) en(de) sekere stuyvers aen(de)

     Transcriptie folio 229v°.

voers(creve) Lambrecht(en) te betalen in vier

payement(en), telcken termijn(e) een vierendeel,

waervan dierste payement verschijn(en)

sal Sint Jans(mis)se naest(comen)de, het tweede te

Kers(mis)se, tderde te Paesschen en(de) tresteren(de)

vierde payement S(in)t Jans(mis)se aldaer

naer volgen(de) ass(ecutu)m en(de) soe verre

hij gelovere eenige van(de) v(oer)s(creve) termijn(en)

den tijt van eend(er) maendt laet overstrijcken,

dat alsdan al gevallen sal zijn, geloven(de)

voerts voer het voers(creve) restant boven de

voers(creve) dertich carolusg(uldens) eens inne te

staene, al achtervolgen(de) der v(oer)s(creve) obligatie

oft ande(re) bescheedt den voers(creven) Lambrecht(en)

van Matheeus He...n ? te leveren, soe dat

die selve Lambrecht daermede sal

mog(en) te vreden wesen, oblig(ando) et submitten(do)

ac renu(n)t(iando) ut sup(ra), coram Edelhee(re),

Impens, februarii prima, 1590.

Hieronder nog een akte dd. 19.10.1587, waarbij Catlijne Hullegaerts dochter wijlen Anthonis volmacht geeft aan Walraven Van Lantrop en Peter Tserstevens om in haar naam de goedenis van het achtste deel in een achtste van een huis te Brussel te  verlijden ten behoeve van Jan Vrancx uit Brussel.  De datering van de akte is gebaseerd op de datum van de vorige akte in het register.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8228 fol. 223r., akte dd. 19 oktober 1587.

Allen, etc(etera), dat Catlijne Hullegaerts dochter wijlen Anthonis met consente, wille, weete en(de) overstaene Adriaens Stevens, haers mans, in p(rese)ntia, heeft geconstitueert, volcomen macht, procura(ti)e specael en(de) irrevocabel bevel gegeven, gel(ijck) zij gheeft mits desen Waelraeven Van Lantrop en(de) m(eeste)r Peeter Tzerstevens, absente als p(rese)nte, en(de) elck van hen besundere om in haer constituants naeme te compareren voor de weth van Bruessele ende aldaer op te draegen en(de) over te goeden tot behoeff van Jan Vrancx, innegeseten(en) der voers(creve) stadt van Bruessele het achste paert oft deel van en(de) vuyt een achste deel ende paert, haer constituante competerende in een huyse, gestaen binnen den voergen(oempde) stadt van Brussele op Danias Hoffstadt, geheeten tEerssche, regen(oten) de Pauwe op deene zijden en(de) thuys, geheeten den Eenhoeren, ter andere zijden, haer verstorven bij de doot en(de) afflijvicheyt van wijlen Bertrandt Van Couwenberge, den voers(creven) Jan Vrancx daer aff te doene behoirl(ijcken) ghicht en(de) goedinge met behoirl(ijcke) geloefte van genochdoene en(de) waerschappe en(de) andere solemniteyten van rechte daer inne gerequireert, en(de) voerts inden naeme van haer constituante al te doene gelijck oft sij selver aldaer present waere, daer voer oick verbindende haer constituants persoone en(de) goederen promittens ratum in forma, eisdem.

 

Hieronder een akte van evictie, waaruit blijkt dat Walrand (Waelran) Van Lantrop eigenaar was van de herberg de Trouwe.  In 1590 woonde hij blijkbaar op het slot van Horst onder Sint-Pieters-Rode (zie akte dd. 01.09.1590 in het register 7482, fol. 371r.).

De akte is erg archaïsch opgesteld.  Michiel Vercouteren ging op 18.01.1551 voor de middenste of tweede schrijfkamer te Leuven een lening van acht karolus gulden aan bij Hendrik Van Bree en Anna Van Hoegaerden als rentheffers.  Zij bleven bij het afbetalen van de lening in gebreke en Laurent Vander Tommen en Margaretha Craen, die de rente hadden overgenomen van Anna Van Hoegaerden, zagen geen ander middel dan de achterstal te verhalen op de goederen van Michiel Vercouteren onder Wezemaal en Nieuwrode.  Hiertoe werden op 18.03.1586 en op 10.04.1586 openbare koopdagen gehouden in de herberg de Trouwe.  Hendrik Vercouteren, die zoon van Michiel was en bovendien meier van Wezemaal, kocht de goederen op voor een bedrag van 183 karolus guldens, met dien verstande dat op de goederen 106 guldens ter rente bleven staan. M.a.w. de goederen bleven mits een financiële aderlating wel in de familie.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr.  8227, fol. 467r., akte dd. 28 april 1586.

Allen den genen die deze l(ette)ren zullen zien oft hooren lezen, wij Duffle, Asscha, Goerts ende Loenis, schepenen van Loeven, zaluyt.

Alzoo voortijden opden xviiien. januarii anno xvc. li in media Michiel Vercouteren zoone Jans met zijn consoirten gecompareert zijn geweest voir schepenen van Loeven ende hebben aldaer bekendt m(eeste)r Hendrick Van Bree ende Anna Van Hougaerden, zijn huyssvrouwe, acht carolus gulden erffelijcke rinte, daer aff de voirs(chreven) Michiel Vercauthere met zijn consoirten in gebreken zijn gebleven van voldoeninghe ende bewijsenisse aen de voirs(chreven) gehuyschen naer dafflijvicheyt vander zelver aen haere erffgenaemen, soo heeft de voirs(chreven) Anna, vuyt crachte van(de) voirs(chreve) schepenen brieven, ten eynde om tot voldoeninghe van dijen met coste ende commere daeromme gedaen ende te doen(e) te comen, versocht assistentie van rechte om haer gebreck opde goeden des voirs(chreven) Michiels ende zijn consorten te verhaelen, waeromme der zelver Anna van dezer stadt van Loeven wegen naevolgende der provisien bij onzen genaedighen heere(n) den coninck als hertoghe van Brabandt der voirs(chreve) stadt van Loeven op dexecutie van(de) schepenen brieven der zelver stadt geoctroyeert zeckere oepene brieven van mainmise oft beleyde, addresserende aen den iersten van onsen boode(n) der voirs(chreve) stadt opden xiiien. dach maii anno xvc. zessentzestich geaccordeert ende verleent zijn geweest op ende over alle die goeden der voirs(chreve) debiteuren, zo waer die binnen den lande van Brabandt buyten vrije hooftsteden gelegen waeren oft moegen zijn, ende Henricken Scherps, geswooren boode, te wete der stadt van Loeven, vuyt crachte der voirs(chreve) brieven van mainmise die erffgoeden naebeschreven, te weten inden iersten huys, hoff met een pleck landts daer achter aen, gelegen tot Weezemael, regenooten tsheeren straete in drije zijden, Hendrick Vercauthere ter andere zijden, tzelve waranderende op negen gulden erffel(ijck), item een halff dachmael landts der maete ombegrepen achter Hendricx Van Ghele, de parochie van Wezemael ter eenre, d' erffgenaemen Jans Vrancx ter tweeder, Augustijn Otters ter derd(er), item op tzelve velt vijff vierendeelen landts viertschooff, regenooten derffgenaemen Aerdts De Vostere ter eenre, Willem Rogmans ter tweed(er) ende derffgenaemen Hendricx De Keysere ter derdere, item een halff dachmael landts, gelegen int Ros, de heere van Weezemael ter eenre, d' erffgenaemen Jans Verelst ter tweed(er)e ende derffgenaemen Peeter Traetss ter derder, item een dachmael landts, gelegen onder Nieuwrode, tgoidshuys van Vrouwenperck in twee, den wech nae Nyeuwrode voirs(chreven) ter derder, item xxvtich. royen beempts opt Dunberghe Broeck, regenooten d' erffgen(aemen) Willems De Keppere ter eenre ende sheeren dijck ter tweeder, d' erffgenaemen Jans Van Bierbeeck ter derdere, item alnoch veertich royen beempts, gelegen opt Vlasselaer Broeck tegen de Wnghe ter eenre, derffgenaemen Jans Wijbrechts ter tweed(er), waranderende de voirs(chreve) parcheelen van(den) landen ende beemden opt tsheeren chijns van(den) gronde in zijn als in ons genaedichs heeren sconincx ende dezer stadt handen tot behoeff der voirs(chreve) Anna genomen heeft gehadt ende der zelver impetrante daer toe behoirlijck geleydt ende de voirs(chreve) debiteuren dach bescheyden tegen den xxviiien. maii anno xvc. lxvi ingevalle zij hen tegen tvoirs(chreven) beleydt ende mainmise hadden willen opponeren ende recht versueckende, zijn die voirs(chreve) brieven van mainmise mits de non comparitie der voirs(chreve) ged(aechd)e bij vonnisse der voirs(chreve) schepenen opten xxien. junii anno xvc. lxvi behoirlijck gedecreteert geweest, vuyt crachten vanden welcken vonnisse d' impetrante thaeren versuecke andere dezer stadt brieven van proclamatien addresserende aenden iersten dezer stadt boden daer op versocht zijnde, verleent zijn geweest om voer de gebreken der impetran(ten) mits nyet voldoeninghe der voirs(chreve) debiteuren die voirs(chreve) goeden ter kercken geboden ende proclamatien te moegen stellen ende op hoogen te vercoopen, die welcke nae forme ende maniere der zelver brieven ende der provisien dezer stadt als voere verleent bijd(er) Henrick Scherps voirs(chreven) dezer stadt bode ende executeur ten versuecke Laureys Vand(er) Tommen ende jouffvrouwe Margriete Craen, gehuyschen, als transpoirt hebbende vande voirs(chreve) rinte van acht guldens erffel(ijck) met zecker verloopen, alsdoen verschenen met trecht vand(er) manisse, decreet der schepenen van Loeven ende brieven van proclamatien daer nae gevolcht, volgende de schepenen brieven van Loven daer aff zijnde vand(er) daet aprilis quarta libro xvc. lxxxii in media bij diversche proclamatien ende behoirlijcke kerckgeboden tot Weezemael voirs(chreven) gestelt zijn geweest ende de cedullen daer aff op de plaetze ende herberghe ende andere plaetzen, aldaer geaffigeert ende diversche coopdagen tot Weezemael voirs(chreven), te weeten den iersten opden xxviiien. dach van meert anno xvc. lxxxvi ende den tweeden opten thiensten aprill lestleden ten huyze Waelrants Van Lantrop, geheeten de Trouwe, gehouden zijn geweest in vuegen dat die voirs(chreve) goeden vercocht ende ten vuytgaen vand(er) berrender keerssen Henricx Van Cauther, zoone des voirs(chreven) wijlen Michiels, meyer vand(er) baennerije van Weezemael voirs(chreven) als meest voirde voirs(chreve) goeden geboden hebben(de) ende lest verdierdere gebleven zijn voir ende omme de zomme van ic. lxxxiii carolus gulden te twintich stuyvers tstuck eens boven de commeren van(de) lasten boven gewarandeert, van welcke somme de hondert zess zullen opt tzelve goet ter renten blijven staen, nae welck exploicten zoo behoirlijck gedaen zijnde, heeft die voirs(chreven) Scherps, boode, Hendrick Prat, getrouwt hebbende de dochter des voirs(chreven) wijlen Machiels Van Cauthere, ende den voirs(chreven ) Hendrick Van Cauthere, zijne zwagere, ende alle andere recht ende actie heb totte zelve goeden pretenderen dach bescheyden tegen den xxviiien. aprilis om te compareren voir schepenen van dezer stadt Loeven, ten eynde om te commen zien ende hoiren interponeren tdecreet op ende over die voirs(chreve) vercochte goeden oft alsdan te seggen ende allegeren, redenen waeromme tzelve nyet en zoude behoiren te geschieden met inthimatie, zoo verre zij nyet en quaeme dat men hund(er) absentie nyet tegenstaende totter interpositie van(den) voirs(chreven) decrete voirts procederen zoude ende tegen den zelven dage der voirs(chreven) Hendrick Vercauther als meyer van(de) voirs(chreven) banerije inden naem vanden grontheere insgelijcx gedaecht wesende, ten eynde om den grontheere van zijnen rechten gecontenteert te wordden, ten welcken daghe compareren(de) den voirs(chreven) Hendrick Van Cauther, zoo als coopere ende meyere van Weezemael voirs(chreven) ten totter interpositie van(den) decrete van(de) voirs(chreve) vercochte goeden geprocedeert te wordden ende partijen voirts geroepen zijnde, en is van wegen der voirs(chreve) debiteuren nyemant gecompareert, welcken naevolgend(e) versochte de voirs(chreven) Laureys vercooper ende de voirs(chreven) Hendrick Van Cauthere coopere, voirts geprocedeert te wordden om tot behoirlijcke goedinghe vande voirs(chreve) goeden te comen, doen te weeten dat oversien ende gevisiteert bij ons schepenen van Loeven wel ende int langhe die voirs(creve) schepenen brieven, die brieven van main(m)ise ende beleyde, tvonnisse van decreet, daer op gegeven die brieven van proclamatien ende executorien metten exploicten ende relatien bijden voirs(chreven) boode ende executoriale, zoo van conde als van dagemente ende anderss(in)ts om tzelve, ons gebleken zijnde ende geconsidereert, oyck dat de wederpartijen ten voirs(chreven) daghe nyet en compareerden ende procederen(de) daeromme voirts totter interpositie van(den) voirs(chreven) decrete, hebben wij schepenen voirs(chreven) ter maenissen des meyers van Loeven(e) daer over staende van heerheyden wegen ons genaedichs heeren sconincx als hertoghe van Brabandt bij onzen vonnisse geauctorizeert ende auctorizeren bij dezen de voirs(chreve) exploicten, kerckgeboden, proclamatien, vercoopdagen der voirs(chreve) goeden dijen naegevolcht ende allet tgene des in dezen bijden voirs(chreven) bode ende executeur vuyt crachte vande commissien, hem in dezen gegeven, gedaen is geweest, ons decreet tot behoeff des voirs(chreven) Hendricx Van Cauthere, cooper, meest voirde voirs(chreve) goeden geboden hebbende ende leste verdierder daer aff geweest zijnde, hebben geinterponeert ende interponeren mits dezen om die bij den voirs(chreven) Hendrick Vercautheren, zijn erffven ende naecomelingen oft zaecke van hen hebbende, beseten ende gebruyct te wordden teeuwigen dagen, gel(ijck) zijn andere propre goeden, behalven dat de voirs(chreven) cooper gehouden zall zijn te betaelen den grontheere van zijne rechten, zoo verre hem ter causen van dezen eenighe competeren ende verschenen zijn, ende is de voirs(chreven) Hendrick Vercauther, zoo voir hem zelven als oyck inden naem(e) ende tot behoeff van zijne huyssvrouwe bijden voirs(chreven) meyer van Loeven van wegen als boven tot zijnd(er) maenissen ende onzen wijsdomme inde voirs(chreve) goeden als boven gelegt, behoirlijck gegoet ende geerft geweest met alle solemniteyten daer toe van rechts wegen gerequireert wesende ende hier aff heeft de voirschreven Laureys Vand(er) Tommen den voirs(chreven) Hendrick Vercauther, obligan(do), submitten(do), mits dezen geloeft te voldoen(e) ende garanderen voir zoo vele penningen als hij ter causen van desen ontfanck nyet voirdere, alzoo dat den zelven Hendricken Vercauther ende zijne naecommelingen tot eeuwigen dagen zal moegen genoch zijn, actum den xxviiien. aprill xvc. lxxxvi.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Walrand (Walraven) Van Lantrop sone Gaspar en zijn echtgenote Maria Van Bossuyt.  Uit de akte kan je verstaan dat Walrand binnen het jaar een brouwcamme (brouwerij) op de uitgegeven goederen moest stellen.  De inhoud van de akten zijn soms nogal moeilijk te begrijpen.  Men zou eigenlijk de akten in verschillende zinnen moeten kappen en dan proberen de inhoud te verstaan.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7861, fol. 252r°, akte dd. 2 maart 1577.

Item, in p(rese)ntia vill(ici), etc(etera), Willem Vriendts sone wijlen Willems ende Marie De Rijck, zijn huysvrouwe, hebben vuytgegeven, etc(etera), Walraven Van Lantrop sone wijlen Jaspers ende Marie Van Bossuyt, zijn huysvrouwe, voer hen en(de) hue(re) nacomelingen de drije vierendeelen en(de) alle ande(re) voirde(re) recht, hen competeren(de) in een huys ende hoff mettten boogaerde d(aer)aen liggende gelijck de zelve goeden int geheel gelegen zijn tot Werchte(re) tusschen de goeden Claes Cluppels ter eende(re), de Dijle ter ande(re) ende de straete ter derder zijden, waeraff dat den kinderen Jans wijlen Daniels oyck een paert is competeren(de), erffelijck te houden(e) ende te besitten(e) op trecht en(de) comme(ren) daer te voeren vuytgaende, te weten twee rinsgulden aen Mathijsen Van Putte, item xix st(uvers) der infirmarie van Groote Beghijnhove te Loeven ende sheeren cheys vand(en) gronde, bedragende jaerlijcx xxviii oft xxx st(uvers), noch negen carolusgul(den) de drije daeraff aen derffgenaemen Mathijs(en) Van(den) Eynde ende dander zess aen(den) voers(chreven) vuytgeveren, al erffcheys ende rente, van welcke commeren ende lasten de voerschreven kinderen des voers(chreven) wijlen Jans een deel nae raet te dragen hebben, terminis debitis en(de) voirts meer op drije carolusgulden te xx st(uvers) tot drije pl(e)c(ken) den stuver gerekent, erffel(ijcke) rente, alle jae(re) opden tweeden martii te betalen(e) infuturum, quite et libe(re), etc(etera), jure, etc(etera), et sub hiis satis obligan(do) et waras ende tot meede(re) verzekerheyt den voerschreven vuytgeveren van haere rente te doen(e), p(ro)misit dictus Walrandus obligan(do) singulis a(n)nis persolve(re) et in cambio quite et libe(re) ut supra, quol(ibe)t ass(ecu)tu(m) ende bynnen jaers opde zelve vuytgegeven goeden een brouwca(m)me te stellen et tantu(m) et poterit redimere quando volverit, te weten elcken penni[n]k daeraff met achthien gelijcke penningen ende met volle rente, cederen(de) ende transporteren(de) voirts de voers(chreve) vuytgeveren den voers(chreven) Walraven, alle dachterstellen bij hen ter saken van(den) voerschreven ... [n.v.] comen van wegen der kinderen des voers(chreven) wijlen Jans verschoten oft verleet, eodem jure, cor(am) Roeloffs, Ympens, martii s(e)c(un)da.

 

De voorgaande akte wordt onmiddellijk gevolgd door de onderstaande akte.  In de akte wordt ook melding gemaakt van Jan Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7861, fol. 253r°, akte dd. 2 maart 1577.

Item de voers(chreven) partijen hebben verclaert den coop der voerschreven goeden te zijn(e), boven des v(oer)s(chreven) is, negen rinsgulden eens tot eenen doeck voe(r) der voers(chreven) Marien De Rijcke ende voe(r) den lijcoop daerop gestelt te zijn(e) zess rinsgul(den), de vijff daeraff ten laste vanden voers(chreven Walraven ende den zesten rinsgulden ten laste der voers(chreve) vuytgeveren, vercleren(de) voirts de voers(chreve) vuytgeveren dat de zelve goeden zijn verhuert aen Jan(nen) Van Lantrop een(en) termijn van twelff jaeren, coram eisdem.

 

Hieronder een akte met vermelding van Walrandus Van Lantrop, zoon van Jaspar, en van Hubertus Van Lantrop, zoon van Hubertus, beiden inwoners van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7854, fol. 401r., akte dd. 17 maart 1569.

Item Walrandus Van Lantrop f(ilius) quond(am) Jasperi et Hubertus Van Lantrop f(ilius) quond(am) Henrici, co(m)morant(es) apud Rotselaer, oblig(antes), recognoverunt se debere indivisim m(a)g(ist)ro Henrico Ghijsens no(m)i(n)e et ad opus monasterii Clarissarum in Lovanio viginti florenos caroli te xx st(uferos) monete curren(tis) et quindecim consimiles st(uferos) hered(itarie) redd(itus) singulis a(n)nis ad xvii. m(ar)cii p(er)solven(dis) et in cambio quite et libere necnon a x. et xx d(enariis) quol(ibe)t ass(ecu)t(um) ad mo(nitionem) pig(nus) valens et t(antu)m et poterunt red(imer)e q(ua)n(do) vol(verint que(m)libet denariu(m) exin(de) median(tibus) sedecim denariis cons(imilibus) ac cum et p(ri)mus et est sciendum q(ue) denarii huius emptionis p(ro)veneru(n)t partim ex dequitatio(n)e(m) octuaginta flor(enis) caroli hered(itarium) redd(itum) p(er) m(a)g(istru)m Jasperu(m) Roeloffs , dicto monasterio dequitator(um) quare hic redditus erat eiusd(em) nature cuius erat prior redd(itus), cor(am) Dormale, Goerts, xvii. m(ar)cii.

 

Onderstaande aktes met dank aan Christine Savat:

R1628: Fo 253:
- 12 april 1508: Peeter De Borggrave x Anna De Camerson derven het vijfde deel vande heerlijcke chijnsen metde mannen van leene ende bedrijven der selver ende de thienden behoorende totden hoeve geheeten ter werf gelegen onder Rotselaer met allen den verloope van achterstellen sedert daflijvigheijt van wijlen jonkvrouwe Kathelijne Van Camerson moder der voors jouffr Anna, aan Jaspaer Jan Lantrop rentmeester van Rotselaer
- 23 juli 1599: Waelran Van Lantrop woonende te Werchter heeft na de dood van zijn vader Jaspar te leene ontvangen het vijfste deel van alsulcken heerlijcken rechten en thienden toebehorene aan de hoeven ter werff gelegen te Rotselaer en nu toebehorende aan Adriana Luijtens ddr van meester Peeter Luijtens.

SAL 6340/ B: bedezetting Werchter °1597:
123. Walrant Van Lantrop heeft ontrent een bunder land ende bempt huert noch huijs ende hof groot mette lande daeraen gelegen 3 dm ende drij vdn noch 6 en half bunder een dm bempt hebbende een ploeg, twee peerden vier koijen ende een brouwerij of forneijs houdende thien bennen nat, een veulen een veerse.

Wer1848: Fo 1v ‎(3 feb 1600):‎
Peeter Zwinnen heeft opgedragen tot behoef van Waelran Van Lantrop x Maria Bossuijt een stuck erven daer huijs en hof plach op te staen gelegen bij den deel te Werchter aende brugge ‎(erfgen Aert Goris, het straetken vanden Dele naer de cappelle gaende)‎
? dat vercocht hadden aen Aert Wauters daer den voors Peeter Swinnen bij naerderschap toegecomen is.

De tafele vanden register der schepenen van Rotselaer begonst a° 1544 vermelden: Jaspar Van Lantrop drossard, Hendrik Van Lantrop zijn broer en Jan Van Lantrop. In dit verloren register stond ook het testament van Jan Van Lantrop.
De betekenis van de familie Van Lantrop moet niet worden overschat, een soort derde klas ambtenaren. de twee laatste vertegenwoordigers leefden te Werchter en verdienden op het veld hun ‎(welgesteld)‎ brood.

 

Hieronder een akte waaruit blijkt dat Jan De Kemmer in naam van zijn broer Andries voor drie jaar ongeveer 3 bunders aan de Calvariënberg te Leuven land in pacht uitgaf aan Claude Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 108r., akte dd. 8 januari 1582.

Condt sij eenen iegelijck dat heer en(de) m(eeste)r Jan De Kemmer, licentiaet inde rechten, inden naeme van m(eeste)r Andries De Kemmere, sijnen broeder, man en(de) momboir van ... [n.v.], daer voer hij hem mits desen is sterckmaeckende, heeft in pachtinge vuytgegeven Glaude Masquelier, die insgelijcx bekint in pachtinge genomen te hebben, ontrent de drij boenderen lants, gelijck die onbegrepen der mate gelegen sijn aenden Berch van Calvarien, regenote sheeren straete in drij sijden, ... [n.v.] ter vierder sijden, ende dat eenen termijn van drij jaeren, waer aff d' ierste jaer verschijnen sal Andree anno xvc. lxxxii ende soe van jaer te jaere sonder middel vervolgende ende elck boender jaerlijcx om ende voer veerthien halsteren rog Lovensschen mate, wel bereyt, jaerlijcx te leveren ten huyse des voers(creven) Kemmers oft daert den vuytgever gelieven sal binnen de stadt van Loven(e), des sal den voers(creven) Masquelier d' ierste jaer mogen betalen in gherste nae advenant het lant dat hij sal hebben besayt ende nyet voerder, ende sal tvoers(creven) lant cultiveren ende mesten, gelijck hem moegelijck sal sijn ende tsijnen affscheyden laeten liggen met stoppelen oft ommegedaen, gelijck den pachter believen sal, alle welcke conditien, etc(etera), coram Termonde, Bouwette, januarii viii, 1582.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Van Lantrop Catharina, XIII (S6006), (°) Leuven St.-Pieter 17.05.1574,

 

2.Van Lantrop Lucia, XII (S2225 + S4777 + S4809 + S4841),

 

Van Lantrop Huybrecht,

 

Van Lantrop Emerantia, (°) Leuven St.-Geertrui 22.03.1590,

 

Van Lantrop Jan Sieur, + Werchter 28.04.1642, x > 25.02.1613 met Joanna Maria Holemans.

Hij was meyer van Werchter . Grafsteen in de kerk van Werchter: “Hier leet begraven den eersame Jan van Lantrop in syn leven meyer van den dorp ende eerlyckheyt van Werchter sterft den 28 april 1642 en … Joanna Maria Holemans syne huysvrouwe sterft den …”

De zerksteen was versierd met vier blazoenen.

Aktes met dank aan Christine Savat. 

Wer1874: Fo 422:

- 12 okt 1495: Lauwereijs Wouters sone wijlen Goorts heeft ontvangen een half bonder land opt Sollevelt

- 6 jul 1517: meester Joorijs Wageniers clockgieter x Lijsbeth Wouters

- 20 mei 1549: jouffr Kathlijne Wouters alias Van Mechelen in deijlinge tussen heur en Lijsbeth Wouters heur suster ende momboiren van Adriaen Steylaerts sone Jans gevallen een half bonder land opt Sollevelt

- 28 sept 1573: Adriaen Stylaerts zone wijlen Jans heeft na de dood van Joiffr Kathelijne Wouters alias Van Mechelen sijnder moijen ontvangen een half bonder land

- 20 dec 1593: mr Wouter Remigy gemachtigt van de momboirs van Maijcken Stylaerts 14 jr, dochter Adriaens, heeft te leene ontvangen

- 6 aug 1607: het half bonder land wordt verkocht aan Waelrant Van Lantrop

- 21 nov 1616: Jan De Wijngaerde x Lucia Van Lantrop heeft na de dood van Walrant Van Lantrop te leene ontvangen een half bonder land opt Sollevelt en verkoopt aan Jacques Smets sone Gysbrechts

- 13 nov 1617: Jacques Smets vernadert aan Jan Van Lantrop zone Walrants ende Maria Hollemans zijn wettige huijsvrouwe

- 9 feb 1643: Maria Hollemans we Jan Van Lantrop verheft – Christiaen Van Rijmenant voorganger

- 2 apr 1674: sr Peeter De Raeijmaker na de dood van Maria Hollemans heeft verheven

- 28 jan 1679: Martinus Smets na doode sr Peeter De Raeijmaker heeft ontvangen te leene

- 9 mei 1689: Peeter Mommens x Anna Van Hougaerden kopen het voors half bunder land met het huijs daerop staende gelegen te Kerkhoven

- 5 mei 1732: De proprietyt van het voors half bunder lants met het huijs is bij coop gecomen aan Maria Hoegaerden & Jan Verswijver voor de tochte

op last van een erfelijke rente van 400 gl cap gereserveert uit de coopsomme ten behoeve van Antoon Van Leemputten.

Wer1849/ 1 fo 64v: 4 okt 1611:
Jan Van Lantrop Waelrantsone met procuratie gepasseert voor borgem en schepenen Antwerpen dd 1 juni 1611 onderteckent bij den secretaris Rubens ... heeft opgedragen ... de juste hellicht van een huys ende hoff met syn toebehoorten gelegen onder Werchter tot Ninde... met noch een juste hellicht van een half boender beempts oock onder Ninde ‎(Hendrick Van Horrick)‎ aan Anna Vlieghe x N x Cornelis Boudewijns.

Wer1849/1: Fo 5: 24 jan 1626:

Hendrik Machiels sone Dionijs met procuratie van Cornelis Verthiers voor notaris Librecht Vandenberghe op 27 april 1625 verkoopt aan Jan Van Lantrop x Marie Holemans een half boender land opt Groot Terwelant – ten waere dat bevonden wordt dien helcht leengoet te wesen dan wordt wel verclaert dat het een dachmael is gecomen van Huijbrecht Van Hove ... den welcken als leenman heeft gestaen op den leenboeck van jouffr Anna Vandervorst.

AVT2: 5 maart 1675:

Bertel Kerstens uit Rotselaer hem sterk makende voor Adriaen Kerstens zijn broeder mede voor de kinderen van Jan Kerstens ende voor de kinderen van Govaert De Pelsmaker x Elisabeth De Brier sijne halfsustere wijlen was, mede comparerende Cornelis Claes Hendriksone transporteren aan Hendrik Claes tot Werchter het voors paert en deel als aan de voors Bertel Kerstens ende voors kinderen ... in huijs en hof schuere stallinge brouwerije met boomgaerd app en dep competerende wegens wijlen Jan Van Lantrop x Maria Holemans des voors Kerstens de representatenten ende Cornelis Claes oome ende moije waren, gelegen aen de kerck alhier …

20 maart 1675:

Henrick Claes heeft bij forme van transactie vandencoop ... over het paert ende deel in vs huis en hof etc wederomme vercocht aende we Guilliam De Wijngaert.

AVT3: 1681: (datum niet ingevuld):

Testament van Cornelis Claes 33 jaar begeert dat aende kinderen van Jan Kestens, item Bertel Kestens noch tegenwoordig int leven zijns testateur

item aan die kinderen wijlen Govaert De (Pelsmaker)

item aan zijne halfbroers ende .. daer zijn vader aff leeft Hendrik Claes de som van 12 gl ...

vermits oock ... dat zijnen vader te voorens over ontrent ses jaren gelegen int vercoopen vant huis en hof Maria Holemans we Jan Van Lantrop heeft genoten in plaetse van de testateur ontrent die 50 gl

voorts wil testateur dat Govaert Kestens ende Dymphna Kestens broer en zuster ende neve en nichte des testateurs sullen genieten alle ende iegelijcken sijne goederen bij hem achtergelaten so leengoederen als chijnsgoederen. 

 

In deze aktes (met dank aan Paul Peeters) wordt melding gemaakt van (Joanna) Maria Holemans, weduwe van Joannes Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8259, fol. 512v., akte dd. 10 november 1646.

Item in tegenwoordicheyt der heeren meyer en. schepenen van Loven naebeschreven gestaen Anthoen Boelens weduwer wijlen Marie Van Landtrop, tot desen gebruyckende de cracht ende macht, hem gelaeten metten testamente van wijlen Marie Van Landtrop, gepasseert voorden notaris H. Marchant ende seeckere getuygen den ixen. dagh der maendt van october xvic. ende drijenviertich, dheeren schepenen desen gesien ende gebleken, ende heeft opgedragen met behoorelijcke verthijdenisse alle sijn paert ende deel, hem competerende vuytten hooffde sijnder voors. huysvrouwe inde achtergelaeten goederen wijlen Jan Van Landtrop,die tegenwoordelijck in tochte is besittende Marie Hollemans, weduwe des voors. Jans, expos. imposit. est jure hereditario per mo. Guilliam Peeters, present ende accepterende, soo voor hem als voor Magriet Paeps, sijne huysvrouwe, oft actie te hebbene, idem reddidit opde lasten ende commeren daer te voorens vuytgaende, ende voorts meer op eene voortaene rente van achthien guldens erffelijck, te twintich stuyvers den gulden ende te drije plecken Brab. den stuyver gereeckent, los ende vrije van xe., xxe., xxxe., ce., ende mindere ofte meerdere impositien ende exactien, alreede inne gestelt oft naemaels inne te stellen, te leveren binnen de stadts wissele van Loven, alle jaeren den thiensten novemb., waer van dierste jaer sal vallen ende verschijnen den xen. novemb. vanden toecomenden jaere xvic. ende sevenenviertich ende soo voorts van jaere tot jaeren, gelovende die voors. rentgeldere die voors. erffelijcke rente alle jaeren wel, loffelijck en. personel. te betaelen, t' elcken termijne als schult met rechte verwonnen en. verschenender rente, te leveren alsboven, mede ter manisse noch naederen pandt te stellen onder den resorte van Loven, weerdt sinde dobbele rente vel redimere, alles onder obligatie, sub. ende renunciatie in forma, behoudelijck dat den voors. rentgeldere oft sijns actie te hebbene ende naercommelingen de voors. erffelijcke rente van achthien guldens altijt sullen mogen lossen ende quyten elcken penninck daer van met sesthien gelijcke pe(n)nin(gen) ende met volle rente, coram Roeloffs, Suetrickx, xen. novemb. 1646. 

 

In de onderstaande akte draagt Joannes Van Lantrop, meier van Werchter (en man van Joanna Maria Holemans) een erfelijke rente van  6 rijnse guldens en 5 stuivers ten laste van Joannes Van Hove alias Thijs over aan Nicolaus Vander Noot. De datum is gebaseerd op de datering van de vorige akte. De rente was bepand op een bunder land in de Blaasbroekstraat onder Werchter.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7530, fol. 3r., akte dd. 28 juni 1641.

Item, in presen(tia), etc(etera), compareren(de) s(ieu)r Jan Van Lantrop, meyer van Werchter, bij manisse heeft opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijdenisse alsulcke sesse rinsg(uldens) vijff stuyvers erffelijck, vallen(de) jaerlijcx den xxiiien. martii, als ten behoeve des voors(chreve) opdraegers heeft bekent Jan Van Hove alias Thijs opden xxiiien. martii 1626 in prima ende bepandt op een boender landts, geleghen onder Werchter inde Blaesbroeck straete, bijden s(ieu)r Niclaes Van(der) Noot onlancx vuyt crachte van mainmise en(de) decreete der schepen(en) van Loven inne gecocht met noch andere des voors(chreven) Van Hove goederen, expos(ito) imp(ositus) est die voors(chredven) s(ieu)r Niclaes Van(der) Noot per mo(nitionem) et satis obligan(do), etc(etera), in forma et waras voor eene goede, onbelaste ende onverthierde rente prout, cederen(de), transporteren(de) en(de) gevende voorts over ten behoeve als voor de constitutie brieven daer aff sijnde in dacte voors(chreven) met alle en(de) iegewelcke geloeften en(de) conditien daer inne begrepen, midts gaeders twee jaeren v(er)loops der v(oor)s(chreve) rente eod(em) jure, coram bekennen(de) die voors(chreven) Van Lantrop vuyt handen des v(oor)s(chreven) Van(der) Noot ontfanghen te hebben tcapitael der v(oor)s(chreve) rente mette twee jaeren v(er)loops, den selven Van(der) Noot voor sulx daeraff quiteren(de), promittens nullatenus alloqui sed semper satis et waras ergo quoscumque, obligan(do), etc(etera), in forma, cor(am) eisd(em).

 

Uit de onderstaande akte blijkt dat Joannes Van Lantrop, meier, in naam van het dorp van Werchter, hiertoe gemachtigd door de schepenen, de dorpsmeesters en de heilige geestmeesters van Werchter, een bedrag van 513 guldens en 5 stuivers ging lenen bij jonker Philippus Van Wijngaerden, waarvoor het dorp van Werchter een rente van 32 guldens en 1 ½ stuiver moest betalen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7529, fol. 12r., akte dd. 17 september 1640.

Item in tegenwoirdicheyt der schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Jan Van Lantrop, meyer van Werchter, diewelcke soo in sijnen eygen naem(e) als vuyt crachte der onwederroepel(ijcke) procura(ti)e, hem gegeven opden xien. septembris lestleden respectivel(ijck) bij Peeter Van Rijmenant, Geeraerdt Ingelborchs, Jan Bruynincx, Merten Briers, Peeter Van Tongelen en(de) Abraham Ricx, schepen(en) van Wechter, P. Spoelberch, Peeter Wauters, dorpmeesters, Jan Verswijveren ende Gielis Verhulst, h(eylige) geestm(eeste)rs, representeren(de) het geheel corpus der heerlijckheyt van Werchter v(oir)s(chreven), voer H. Van(den) Cauther als openbaer not(ari)s en(de) sekere getuygen opden xien. septembris lestleden gepasseert, alhier gesien en(de) gebleken, heeft bekendt te hebben ontfangen ontfangen te hebben vuyt handen van jo(ncke)r Philips Van Wijngaerden de so(m)me van vijffhondert dertien guldens vijff stuyvers eens in goeden gevalueerden gelde, waervoer den v(oir)s(chreven) comparant in sijn(en) eygen(en) naem ende inden naem der v(oir)s(chreve) constituanten elck in solidum heeft geloeft te betaelen aen(den) v(oir)s(chreven) jo(ncke)r Philips Van Wijngaerden eene erffelijcke rente van tweendertich guldens onderhalven st(uyver) tsiaers, waeraff den iersten valdach sal wesen den xviien. septembris 1641 ende soo voirts totte redemptie toe, de welcke sal moegen gebeuren mette v(oir)s(chreve) somme in goede gevalueerde munte en(de) met volle rente, geloven(e) ondertusschen onder obligatie van sijn(en) persoon en(de) goeden de voirs(chreve) rente jaerlijcx en(de) loffelijck te betaelen aen(den) voirs(chreven) jo(ncke)r Philips en(de) sijne actie hebben(de) binnen des(er) stadt Loven los en(de) vrije van bede en(de) van alle andere impositien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen, ende tot meerder verseeckerheyt heeft den v(oir)s(chreven) comparant geconsenteert int maecken van mainmise ende int decreet sonder daertoe gedaeght oft geroepen te sijn over alle sijn(e) goeden en(de) naementl(ijck), etc(etera), coram Fusco, Corselius, septembris xvii., 1640.

            In de marge.

Ick onderges(chreven) Philips Van Wijngaerden bekendt midts desen ontfangen te hebben vuyt handen van(den) meyer Jan Van Lantrop, meyer van Werchter, die mij heeft aengetelt de capitaele penn(ingen) met een jaer v(er)loops en(de) de costen daerom gedaen, scheldende d(aer)mede quyt het v(oor)s(chreven dorp van Werchter en(de) in teecken der waerheyt, soo hebbe ick dese geteeckent op heden den viien. september 1641, ond(erteecken)t P. Van Wijngarden, et sic vacat.

 

In deze akte wordt melding gemaakt van Maria Holemans, weduwe van Jan Van Lantrop, meier van Werchter. Ter verduidelijking, d’ Eckgelenbroexken is het Eggelbroek, een zijstraat van de Hanewijk in Werchter.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7904, fol. 40v., akte dd. 12 augustus 1644.

Item in tegenwoerdicheyt der schepen van Loven naergenoempt gestaen Niclaes Vander Vorst, vuyt crachte en(de) naer vermogen van twee distincte procuratien, hem tot des naerbeschreven staet te doen en(de) te passeren, gegeven bij ende van wegen vrauwe Elisabeth de Clermes weduwe wijlen s(ieu)r Jan Diricx, capiteyn van eene compaingnie peerden ten dienste van sijne Co(nincklijcke) Ma(jestey)t en(de) bij en(de) van wegen her Maximiliaen Schellekens, capiteyn gereformeert van eene compaingnie peerden, haeren sone, volgens d' instrumenten notariael daer van sijnde, gepasseert voerde notarisssen H. Van Panhuysen en(de) J. de Bruyn en(de) seeckere getuyen, respective in daten opden xvien. juny a(nn)o 1643 en(de) xvia. januarii 1644, die naerbeschreven schepen in desen volcomentlijck gethoont en(de) gebleken, ende waer van de theneuren hier naer sullen worden geinsereert, heeft bekendt van wegen de voers(chreve) constituanten wel ende deuchdelijck schuldich te wesen aen jo(uffrouw)e Marie Hollemans weduwe wijlen Jans Van Lantrop, meyer in sijnen leven der heerlijckheyt van Werchter, vijffentwintich carolus guldens te xx stuyvers tstuck, ende den stuyver te drey plecken Brabants gereeckent, erffelijcke rente, alle jaere opden iersten july te betaelen, waer van dierste jaer van betalinge verschenen is opden iersten july 1644, ende te leveren inde stadts wissele van Loven oft Mechelen, los ende vrey, et(ceter)a, oyck van xen., xxen., cen. ende alle andere, mindere ende meerdere penningen, alreede innegestelt oft alnoch inne te stellen, ten behoeffve der voerschreve jo(uffrouw)e Marie Hollemans, haere erffven en(de) naercomelingen oft actie van hun haer hebben(de), t' elcken jaer en(de) termijn als schult met recht verwonnen, et satis obligan(do) et submitten(do) die persoonen en(de) goederen der voerschreve respective constituanten met renunciatie in forma ende om die voerschreve jo(uffrouw)e Marie Hollemans, haere erffven ende naercomelingen in toecomenden tijden vande voerschreven rente van vijffentwintich carolus guldens erffelijck en(de) jaerlijcxe betalinge der selffver noch beter te verseeckeren, soo consenteert den voerschreven Niclaes Vander Vorst vuyt crachte sijnder voerschreven commissie int maecken van beleyde en(de) mainmise op en(de) over alle en(de) iegewelcke goederen der voerschreve constituanten, beyde haefve ende erffve der voerschreve constituanten, waer die binnen Brabant gelegen sijn, ende namentlijck op seeckeren bempt, groot vijff dachmaelen, genoempt die Cauterbempt, gelegen onder Werchter, regen(oten) het clooster van Muysen ter eenre, den H. Geest van Werchter ter iie., die voerschreve renthefferse ter iiie. ende d' Eckgelenbroexken ter iiiie. zijden, los ende vrey goet, item op eenen bempt, groot twee boenderen, genoempt d' Auwe Waye, oyck gelegen tot Werchter, regenoten die voerschreve renthefferse ter eenre en(de) iier, die Collegie van Diven binnen Loven ter iiie. en(de) het clooster van Muysen ter iiiie. zijden, oyck los ende vrey goet, mede int decreet der heeren schepen van Loven daer op te gheven sonder daertoe te derffven gedaeght oft geroepen te worden, met conditie dat die rentgelderen die voerschreve rente van vijffentwintich guldens altoos sullen moghen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hun gelieven sal teghen den penninck xvien. t' eender rijse en(de) met volle rente, coram Dilbeeck, Crabeels, xxiia. augusti a(nn)o 1644.

Hier naer volght den theneur der procuratie, gegeven bij vrouwe Elisabeth de Clermes.

Op hodie den xxxen. juny 1643 compareren(de) voer mij als openbaer not(ari)s, inden Raede van Brabant geadmitteert, tot Werchter residerende, ende inde presentie der getuygen naer te noemen, vrauwe Elisabeth de Clermes weduwe wijlen s(ieu)r Jan Diricx, capiteyn van eene compaingnie peerden ten dienste van sijne Co(nincklijcke) Ma(jestey)t, heeft bekendt wel ende deuchdelijck ontfangen te hebben vuyt handen jo(uffrouw)e Marie Hollemans weduwe wijlen s(ieu)r Jans Van Lantrop, meyer in sijnen leven der heerlijckheyt van Werchter, die somme van vier hondert guldens eens, gelovende ende bekennende daer voer eene jaerlijcxe rente in versien van alle lasten ende impositien, alreede gestelt ende alnoch te stellen, vallende en(de) verschijnende jaerlijcx den iersten july en(de) ierst 1644, ende alsoo van jaere tot jaere totte volle betaelinghe en(de) affquytinge toe, die t' allen tijden sal moghen geschieden om ende midts de somme van vier hondert guldens eens, ende die verloopen van dijen, t' elcken termijn wel en(de) loffelijck te betalen als schult met recht verwonnen onder obligatie van haeren persoon ende goederen, haeffve en(de) erffve, vercregen ende te vercrijgen, namentlijck van seeckere vijff dachmael bempts, genoemt die Cauterbempt, gelegen onder Werchter, regen(oten) het clooster van Muysen ter eenre, den H. Geest van Werchter ter iie., haer comparants goet ter iiie. en(de) dEckgelsbroecxken ter iiiie. zijden, bij coope vercregen tegens Willem Ceuppens, los ende vrey goet, item alnoch twee boenderen bempt, genoempt d' Auwe Waye, insgelijcx gelegen onder Werchter, regen(oten) haers comparants goet ter eenre en. iie., die Collegie van Dieven binnen Loven ter iiie., het clooster van Muysen ter iiiie. zijden, los ende vrey goet van alle commeren en(de) lasten, daer op waras et satis gelovende super se et sua, ende om die voerschreve jo(uffrouw)e Marie Hollemans bath te verseeckeren, heeft die voerschreve vrauwe comparante geconsenteert int slaen ende maecken van mainmise en(de) int decreet van mijne heeren schepen(en) der stadt Loven, constituerende te dijen eynde een ieder thoonder deser om te comen en(de) te compareren voer mijne heeren meyer ende schepen(en) der selve stadt Loven ende tghene voerschreven is, te herkennen en(de) renovelleren, ende int beslaen en(de) maecken van mainmise ende decret der selver volontairlijck te consenteren sonder daer toe te derffven gedaeght oft geroepen te worden, promittens onder obligatie als boven, submissie en(de) renuntiatie pro ut in forma, aldus gedaen ten daege, maende en(de) jaere als boven, coram Peeter Tombeur en(de) Jan Vermeeren, getuygen hier over geroepen en(de) gebeden, en(de) was de minute deser int prothocolle mijns not(ari)s bijde voerschreve vrauwe comparante metten getuygen beneffens mij onderteeckent, onder stondt, quod attestor, ende was onderteeckent H. Van(den) Panhuysen.

Hier naer volght den theneur vande procuratie des voerschreven heere Maximiliaen Schellekens.

Op heden den xvien. dach january 1644 compareerde voer mij als openbaer not(ari)s en(de) inde presentie vande getuygen naergenoempt heer Maximiliaen Schellekens, capiteyn gereformeert van eene compaingnie ruyteren, teghenwoerdelijck residerende binnen der stadt Mechelen, welcken voerschreven heer comparant heeft verclaert te lauderen, ratificeren ende approberen midts desen alsulcken belastinge eender rente van vijffentwintich carolus guldenen tsjaers ten behoeffve vande weduwe van Jan Van Lantrop, bij naeme Marie Hollemans, gewesene meyer vanden dorpe van Werchtere, ende desselfs naercomelingen als vrauwe Elisabet de Clermes, weduwe van wijlen den heere capiteyn Diricx, sijns voers(chreven) heere comparants moedere, ten laste opgenomen heeft van des voerschreven meyers weduwe op seeckeren bempt, genoempt den Cauterbempt, gelegen onder den voerschreven dorpe van Werchter, alles naer breeder luydt vanden contracte ofte bescheede, voer desen daer van noch gepasseert sijnde voerden secretaris vanden voernoempden dorpe, consenterende oversulcx hij heere comparant dat de affectatie ende belastinge (op dats noot waere) vanden voerschreven bempt tot meerder asseurantie van(de) voerschreve rente ten behoeffve als voren sal geschieden voer heer en(de) hoff competent cum solemnitatibus requisitis, tot dijen effecte ende om voerde selffve in sijns heere comparants naeme te gaene ende te compareren ende aldaer te doen ende hanteren gelijck dat costumelijcken is in saecke voerschreven, constituerende hij onwederoepelijck midts desen N., N. Hollants, N. Vander Vorst tsamen ende elcken van henlieden int besundere, int witte van desen te stelen, promitten(tes) et obligans pro ut in forma, actum ut supra, coram Gillis Deunckbroeck ende Jaecques La Fontaine, testibus requisitis, ende is de minute deser bijden voerschreven heere comparant beneffens mij notario ondergenoempt respectivelijck onderteeckent, quod attestor, ende was onderteeckent J. De Bruyn, not(ari)s.

 

Bij deze nog een akte met vermelding van Maria Holemans, weduwe van de meier Jan Van Lantrop

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7904 fol. 66v. (12.08.1644) - f. 132

Item in tegenwoerdicheyt des meyers, schepenen van Loven en(de) eyghenoeten naergenoempt gestaen Niclaes Vander Vorst vuyt crachte ende naer vermogen van speciale procuratie en(de) onwederoepelijcke procuratie, hem tot des naerbeschreven staet te doen, gegeven volgens den instrumente notariael hier naer volgende, luydende aldus.

Op heden den iiien. octobris xvic. vierenveertich comparerende voer mij notario openbaer ter presentie vande getuygen, int eynde genoempt, vrauwe Elisabet de Clermes, weduwe van wijlen d'heere Guilliam Diericx, in sijnen leven superintendent vanden Demere, geassisteert van eenen vrempden momboir, bij mij notaris ex officio haer verleent, voerde tochte ende als procuratie hebbende van jo(ncke)r Maximiliaen Schellekens, capiteyn van peerden, haeren sone vanden iersten bedde, voerde prorprieteyt, volgens de letteren van procuratien, gepasseert voerden notaris m(eeste)r Guilliam De la Motte ende seeckere getuygen opden xviiien. juny xvic. tweendertich, ten desen evenwel comparerende, ter eenre, ende Marie Hollemans, weduwe van Jan Van Lantrop, in sijnen leven meyer van Werchter, oyck geassisteert van eenen vrempden momboir, bij mij notaris ex officio haer verleent, ter andere zijden, welcke ierste comparanten hebben bekendt, soo sij doen bij desen, aende tweede comparanten vercocht te hebben twee bunderen een half en(de) xx roeden bempts, gelegen onder de voerschreven prochie van Werchter, de goeden vande voerschreven ierste comparanten ter eenre, de Deyle ter iie., Rombaut Van Langendonck ter iiier. en(de) tghene van t' clooster van Muysen ter iiiie. zijden, soo de selffve tegenwoerdelijck affgepaelt ende gescheyden sijn van der voerschreven ierste comparanten goederen, welcken coop sij comparanten verclaeren geschiet te wesen midts de somme van seven hondert ende vijfftich guldens het bunder, waranderende de voerschreven vercoopers de voerschreven tweebunderen voer vrey ende onbelast, ende oftet geviele dat men daerop iet bevondt vuyt te gaen, sullen de vercooper de coopersse daer over altijts garranderen met conditie dat de coopersse int gebruyck vande voerschreve twee bunderen ende ... [n.v.] roeden ierst sal comen te kermisse vanden toecommenden jaere xvic. vijffenviertich, maer sal evenwel de huere daer van genyeten ten advenant dat de selffve in huere sauden mogen getauxeert worden weerdich te wesen, belovende de voerschreve vercoopersse alsnu datelijck daerop gereet te betaelen de somme van acht hondert guldens, de welcke sij ierste comparanten bekennen ontfangen te hebben, ende belangende de reste vande coopsomme sal sij moeten betalen op alsulcken tijt als sij lieden contractanten malcanderen binnen xiiii daegen ofte drey weecke[n] sullen determineren, verbindende de voerschreven comparanten daer voere hunne persoonen ende goeden, present ende toecommende, waer die gelegen sauden mogen wesen, om daer aen tvoerschreven garrandt te verhaelen, met alle oncosten daeromme te geschieden, constituerende voirts onwederoepelijck m(eeste)r Niclaes Vander Vorst om te gaen ende compareren voer heer ende weth competent, ende aldaer herkennende tghene voerschreven is, hun int onderhaudt van tselffve te doen en(de) laeten condempneren ende de voerschreven Marie Hollemans daer inne te goeden, vestigen ende erffven, gelovende en(de) verbindende ut in forma, aldus gedaen tot Mechelen ter presentien van Jaecques Caproen ende Franchois Verstraeten als getuygen, ende was de minute deser bijde voerschreven comparanten respectivelijck onderteeckent, mij present ende stipulerende ende was onderteeckent C. Van Coorspoel, not(ariu)s publicus, Mechelen, welcken volgende den voers(chreven) comparant vuyt crachte ende naer vermogen der voerschreven procuratie heeft den boven geschreven instrumente notaria[e]l in alle sijne poincten en(de) articulen alhier vernieuwt, herkendt en(de) andermael gerepeteert ende dijenvolgende per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoirlijcke verthijdenisse die voerschreven twee bunderen ende ... [n.v.] roeden bempts, hier voirens in henne regenoten breeder gespecificeert, expositis, soo is daer inne behoirelijck gegoyet ende geerft ten erffelijcken en(de) eyghen rechte die voerschreve Maria Hollemans, per mo(nitionem) jure et satis die voerschreven comparant vuyt crachte als boven, obligan(do) et submitten(do) die persoonen en(de) goeden der voerschreven respective constituanten ac renun(ciando) in forma, en(de) hier waeren over jo(ncke)r Jan De Borchgraeff en(de) sr. Michiel Crabeels, schepen(en) te Loven en(de) eygenoten, item jo(ncke)r Paulus De Rijck, meyer, en(de) Niclaes Vander Vorst, insgelijcx als eyghengenoten, coram quibus satis et waras voer vrey, eygen ende ombelast goet pro ut, alles ingevolge vanden boven geschreven contracte notariael, coram Borchgraeff, Crabeels, viia. novembris a(nn) 1644.

 

In de onderstaande akte wordt melding gemaakt van Joannes Van Lantrop en (Joanna) Maria Holemans. De griffier sloeg de bal goed mis met “Van Landorp” te schrijven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7902, folio 313r., akte dd. 9 september 1642.

Item inde teghenw(oirdicheyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Peeter De Beghijnemacker, raedt deser stadt, als momboir des godtshuys vande Tweelff Apostel(en) binnen deser stadt, ter manisse des v(oor)s(chreven) meyers heeft opgedraghen met advis van(de) heeren borghem(eeste)ren der selver stadt een erffelijcke rente van sesse guldens en(de) vijff st(uyvers) tsjaers als Anna Molanus (?) wed(uw)e wijlen Ph(ilip)s Zegers en(de) Ph(i)l)(ip)s Zegers, haeren soene, opden xxvi. marty 1627 hebben bekent ten behoeve van(den) selven goitshuys voor schepen(en) van Loven in hac camera en(de) van te voorens geconstituert met schepen(en) brieven van Loven opden xxiien. aprilis 1619, oock in dese camere, cedere oock met allen de v(er)loopen en(de) oepenstaen(de) jaeren der selver renthe, ceder(ende) en(de) gevende allen de selve brieven over en(de) naerbes(chreven) coopersse eod(em) jure expos(ito) impos(itus) j(ouffrouw)e Maria Hollemans wed(uw)e wijlen Jan Van Landorp, in sijn leven meyer van Werchter, p(er) mo(nitionem) jure en(de) is te weten dat dese rente wordt v(er)cocht in forme en(de) maniere soe sij is sonder eenich garrant te moeten presteren, coram Borchgrave, Daneels, 7bris. ixa., a(nno) 1642. 

 

In deze akte wordt gemaakt van Joannes Van Lantrop en Maria Holemans.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7901, folio 84r., akte dd. 18 juli 1639.

Item in tegenwoordicheyt des smeyers ende schepenen van Loven nabes(chreven) gestaen jo(ncke)r Hereman Harts, woonende tot Loven, naer vermoghen van zeeckere procuratie, hem om des nabeschreven staet valide te moghen, gegeven bij jouff(rouw)e Johanna De la Bastita, huysvrouwe van Guillam Smidts, t' Aentwerpen residerende, volgens den instrumente van procuratie daer aff sijnde, gepasseert voor Cornelis Doppegieter als openbaer notaris en(de) seeckere getuyghen binnen de voors(chreve) stadt van Antwerpen, per monitionem heeft opgedraghen met behoorlijcke vertheydenisse eene erfffelijcke rente van neghen guldens ede x st(uyvers) tjaerts, die sij constituanten jaerlijcx met schepenen brieven van Werchter is treckende opde huyssinghe en(de) erven, nu toebehoorende d' erffgenamen van wijlen Niclaes Laurent ende Anna Van Zegers (?), gehuysschen, vander date 29. decembris xvic. xv, onderteeckent Leerze en(de) opde constituante aengewesen ende bij scheydinghe ende deylinghe ten deele gevallen tegens hare susters ende broeders als erffgenamen van wijlen s(ieu)r Jan De la Bastita en(de) jouff(rouw)e Anna Ijen, vader en(de) moeder was vande constituante, expos(ito) impos(itus) Jan Van Landtrop ende) Marie Hollemans, gehuysschen, per monitionem) jure et satis den voors(chreven) comparant vuyt crachte sijnder voors(chreve) procuratie, verbindende en(de) submitterende den persoon en(de) goederen vande constituante et waras van een goede deuchdelijcke onvertierde ende ontbelaste rente ende bekenden den comparant tot behoeve vande constituante vanden voors(chreven) Jan Van Landtrop ontfanghen te hebben de capitale penninghen vande voors(chreve) getransporteerde rente met drije jaeren een halff verloopen van dijen, obligando, etc(etera), coram Leunckens, Begijnemaker, xviii. july a(nn)o 1639.

 

Hierbij nog een akte met vermelding van Joannes Van Lantrop en zijn vrouw (Joanna) Maria Holemans. Het gaat om een akte van evictie. De structuur van dergelijke akten is toch altijd vrij complex.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7528, folio 164v., akte dd. 15 december 1639.

Allen den ghenen die dese letteren sullen sien oft hooren lesen, saluyt, wij Lievens, Dilbeeck, Borchgreeft, Van Grave, schepen(en) te Loven, doen condt en(de) te weeten dat alsoe de weesen van Jan Gooris alias Bruers hen verbonden hadden met schepen(en) brieven deser stadt Loven van(der) daet february viii., 1639 in prima aen Willem Van Roest, getractert hebben(de) die weduwe wijlen Michael Willems in eene somme van vier hondert xxv r(insguldens) eens, daer aff sij in gebrecke waeren van voldoeninghe der v(oor)s(chreve) somme en(de) die voors(chreven) Willem om van(de) v(oor)s(chreve) somme voldaen en(de) betaelt te worden, heeft v(er)socht hem verleent te worden behoorlijcke brieven van mainmise, in desen dienen(de), die welcke hem opd(en) ixen. february 1639 sijn verleent geweest, dwelcke oyck naerdemael de momboirs der voors(chreve) weesen met condt brieven deser stadt sijn gedaeght geweest, ge[e]xploictert doer Jacques Van(der) Schoonderhaghe, bode, als blijckt in actis, sijn opd(en) iersten octobris 1630 naer langhe proceduere gedecreteert geweest en(de) v(er)claert executoriael, vuyt crachte van welcken decrete de voors(chreven) Willem de goeden der voors(chreve) weesen heeft te coope doen stellen met attache van billetten, innehauden(de) dach, ure en(de) plaetse, waer ende wanneer men de goed(en) naervolgen(de) saude v(er)coopen, te weeten huys en(de) hoff, geleghen te Tremeloo, regen(oten) de Tremeloo Heyde ter ier., de straet ter iier. en(de) Jan De Municx ter iiier. sijd(en), item twee beempdekens, liggen(de) onder Keerberghen, regenoot derffgen(amen) Jan Van Aerschot ter ier., Jan Gooris ter iier., Anthoen Gooris ter iiier. en(de) derffgen(amen) Peeter Briers ter iiiier. sijd(en), item ontrent een dachmael beempts, aen het voors(chreven) huys ende hoff geleghen, onbegrepen der maete, regen(oten) ... [n.v.], ende daer over te Werchter ten huyse Jans van Aert Michiels gehauden twee distincte sitdaeghen, daeraff d(en) lesten is geweest den xxiiien. novembris 1639, als wanneer tvoors(chreven) huys metten hoff is gebleven ten vuytgaen(e) van(de) keerssen den voors(chreven) Willem Van Roost inden naem en(de) tot behoeff van ... [n.v.] om en(de) voor tweehondert r(insguldens) eens ende hem daer voor bijd(en) voors(chreven) Schoenderhaghen den slach gegeven, item de v(oor)s(chreve) twee beempdekens sijn bleven aen Jan Claes inden naem en(de) tot behoeff van Jan Gooris sijnen soen voorde somme van een hondert eenenvijftich r(insguldes) en(de) hem als vooren slach gegeven, item het dachmael beempts is ten vuytgaen(e) van(de) keerssen gebleven aen s(ieu)r Jan Van Lantrop, meyer van Werchter, soe voor hem als voer Marie Hollemans, sijne huysvrouwe, om en(de) voorde somme van vijftich r(insguldens) eens en(de) daerop gestelt in alles xxxv hooghen, alles volgen(de) de conditie daeraff sijnde en(de) gehauden bijden clerck Poorters nomine Hollandts en(de) onder h(em) berustende, doen condt ende te weeten dat bij ons schepenen int langhe oversien sijnde de proceduere, vonnisse ende thghene daer naer is gevolght ende daeraff dependeert, procederen(de) alsoe totter interpositie van(den) voors(chreven) decrete, hebben wij schepenen voors(chreven) ter manisse des lieutenant meyers van Loven daerover staen(de), van heerheyden van weghen shertoghen van Brabant bij onsen vonnisse geauthoriseert en(de) authoriseren midts desen die voors(chreve) exploicten, kerckgeboeden, proclamatien, vercoopinghe en(de) alle tgheen des in desen is gedaen en(de) gebesoigneert en(de) voorts de voors(chreve) momboirs der voors(chreve) weesen teghen op nu met condt brieven deser stadt gedaeght doer Jaecques Van(der) Schoenderhaeghen, boede deser voors(chreve) stadt, soe hij, alhier present, relateerde en(de) op nu wederom doer den voors(chreven) Schoonderhaghen voorts geroepen sijnde ende nyet compareren(de) om den voors(chreven) executant hantvullinghe oft ander contentemente te doen, deffault en(de) cotumatie geven(de), hebben de selve goede den voors(chreven) cooperen respective aengewesen en(de) aenwijsen midts desen ende sijn dijen volgen(de) die voors(chreve) coopers respective inde voors(chreve) henne gecochte goeden behoorlijck gegoydt ende geerft geweest, naerdemael den voors(chreven) lieutenant meyer deser stadt Loven inden naem sijnder offitie van sijn recht van naerderschap hadde gerenuntieert, bij manisse des voors(chreven) lieutenant meyers en(de) vonnisse der v(oor)s(chreve) schepenen met alle solemniteyten daertoe noodich en(de) gerequireert om de selve goeden bijde voors(chreve) coopers beseten, gebruyckt en(de) geproffiteert te woorden opde commeren en(de) lasten, te weeten tvoors(chreve) huys en(de) hoff op ontrent drije r(insguldens) erffelijck in verscheyde renten, als mede pandt van andere goeden, welcke rente die voors(chreven) Willem Van Roost inder v(oor)(schreve) qualiteyt jaerlijcx geloeft soe in tijts te vernieuwen dat dandere goeden voors(chreven) de voors(chreve) drije r(insguldens) erffel(ijck) nyet en sullen worden gemolestert oft aengesproecken, obligan(do), etc(etera), in forma, en(de) dandere parcheelen op sheeren chijns van(den) gronde, soe verre met wettighen bescheede bevonden wordt daerop vuyt te gaen(e), voorder en(de) andersints nyet, act(um) decembris xv., 1639.

 

In de akte maakt men melding van Joannes Van Lantrop en zijn vrouw Maria Holemans enerzijds en van Nicolaus Michiels en zijn vrouw Margaretha Van Melliart (Van Mellaer), inwoners van Werchter, anderzijds.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, regiter nr. 7516, folio 184r., akte dd. 11 december 1626.

 Niclaes Michiels h(abe)t l(itte)ras.

Item in tegenwoordicheyt des meyers ende der schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Willem Rogmans sone wijlen Willems, woonende binnen deser stadt van Loven,  per mo(nitionem) heeft opgedragen met behoorl(ijcke) verthijdenisse een huys ende hoff met sijne toebehoorten, alsoo t' sel(ve) gestaen en(de) gelegen is binnen de prochie van Werchter, groot ontrent een halff dachmael, regen(ooten) Peeter Van Cruchten ter ire., de straete loopen(de) naer de cappelle ter iie., d' erffgen(aemen) Anna Molijn ter iiire. en(de) Niclaes Thijs ter iiiie. zijden, gel(ijck) de voors(chreven) opdragere t' sel(ve) vercregen heeft voor schepen(en) deser stadt tegen Jan Lantrop en(de) Marie Holemans, gehuysschen, expos(ito) impos(itus) est Niclaes Michiels soene Jans, soo tot behoeff van hem sel(ven) als oock tot behoeff van Marg(rie)te Van Melliart, sijne huysvr(ouwe), woonen(de) tot Werchter, et satis die voors(chreve) opdragere oblig(ando), submitt(endo) ac renun(ciando) in fo(rm)a, et waras op vijff capp(uynen min oft meer aen(den) pastoor van Werchter en(de) eenen hal(ven) stuy(ver) heeren chijns aen(den) hertoge van Aerschot en(de) negenthien gul(dens) erffel(ijck), den pen(ninck) xvie. aen Peeter Van Rivieren, woonen(de) alhier inde Kovie (?), tamq(uam) prout jure, met conditie dat de voors(chreve) coopers sullen jaerlijcx aen(den) voors(chreven) Peeter Van Rivieren moeten affleggen drije gul(dens) erffel(ijck) tot volle redemptie der selver, achtervolgen(de) de conditie daeraff sijnde, alsoo dat hij vercooper daer voren nyet en sal worden gemolesteert, noch in rechte aengesproken in egeender manieren, daer voor verbinden(de) haerl(ieder) respective persoonen en(de) goeden met behoorl(ijcke) renun(tiatie) in fo(rm)a, ende om den voors(chreven) vercooper te bat te verseeckeren, soo heeft de voors(chreven) Niclaes Michiels met manisse opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdenisse een dachmael landts, geleghen tot Werchter op den Bremptberch, regen(ooten) Peeter Michiels ter ie., Jan De Crijter ter iie., Peeter Lauwaerts ter iiie. ende een straetken loopen(de) naer de cappelle ter iiiie. zijden, expos(ito) impos(itus) est de voors(chreven) Willem Rogmans en(de) dat bij maniere van onderpant en(de) cautie om daeraen te verhaelen sijn gebreck in soo verre de voors(chreven) Niclaes Michiels jaerl(ijcx) drije gul(dnes) erffel(ijck) nyet aff en leyde tot redemptie der voors(chreve) xix g(uldens) erffel(ijck), et satis et waras voor onbelast, coram Roeloffs, Willemaers, decemb(ris) xia., anno 1626.

Item partijen vercleeren den rechtveerdigen coop te wesen om ende voor de so(m)me van iic. en(de) xlvi g(uldens) los gelts eens, bijden voors(chreven) Rogmans ontfangen, alnoch vijfftich gul(dens) eens in hoogen, te betaelen S(in)t Jansmisse 1627 naestcomen(de), assecutum, oblig(ando), etc(etera), coram eisdem.

 

Hierbij twee opeenvolgende akten van dezelfde datum met vermelding van jonker Arnoldus (Artus) Van Lantrop, inwoner van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7502, folio 53v., akte dd. 26 september 1611.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen jo(ncke)r Artus Van Lantrop, woonachtich tot Rotselaer, p(er) mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) seven vieren(deelen) bempts, gelegen in twee p(ar)cheelen tot Rotselaer int Schaubroeck, regen(oten) van een stuck, wesen(de) een dach(mael), Michiel Van Thienen zuydt, Waeterdijck nort, jo(ncke)r Raes Van Grave west ende Henrick Paps oist, en(de) het ander stuck, wesen(de) drije vieren(deelen), regen(oten) de voors(chreven) jo(ncke)r Raes Van Grave oost, Waterdijck zuydt oft de erffgen(aemen) Peeter Molemans ter andere, exp(osito) imp(ositus) Bertrandt Otto soene wijlen Augustijns, woonen(de) tot Wesemael, p(er) mo(nitionem) et sat(is) obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, et waras op shee(ren) chijns van(den) gronde tanquam prout iure, coram Borcht, Leunckens, septemb(ris) xxvia., 1611.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7502, folio 54r., akte dd. 26 september 1611.

Item in tegenwoordich(eyt) als voor gestaen Bertrandt Otto soene wijlen Augustijns, woonen(de) tot Wesemael, soo in zijn(en) eygen(en) naeme als oock mede naer v(er)mogen van authorisa(ti)e en(de) consent, hem gegeven bijde h(ee)ren weesm(eeste)ren des(er) voors(chreve) stadt Loven op heden date des(er), blijcken(de) bijd(en) acte van consent daeraff zijn(de), ond(erteecken)t R. Prince, p(er) mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) twee stucken bempts, daeraff deene groot es een dach(mael), gelegen ond(er) Rotselaer int Schoubroeck, bijd(en) voors(chreven) opdraeger op heden v(er)cregen tegen jo(ncke)r Artus Van Lantrop, regen(oten) Michiel Van Thienen ter ie., N. Waterdijck ter iie., jo(ncke)r Raes van Grave ter iiie., Henrick Paps ter iiiie. zijden, item het ander stuck, wesen(de) drije vieren(deelen), regen(oten) de voors(chreven) Grave ter ie., Waterdijck ter andere, item noch ses vieren(deelen) lants, gelegen ond(er) Wesemael int Hellegat, regen(oten) Isack Van(den) Panhuyse ter ie., Jaspar Van Hallebeeck ter iie., den voetwech gaen(de) naer Aerschot ter iiie. zijden, item noch een rinte van x rinsg(u)l(dens) x st(uyvers) erffel(ijck), staende opde goeden Jans Van(der) Heyden, woonen(de) tot Vlasselaer onder de baenderije van Wesemael, volgen(de) de brieven daeraff zijn(de), gepass(eer)t voor schepen(en) van Wesemael anno 1563, exp(osito) ende hee(re) en(de) m(eeste)r Laureys Zoenen, p(res)b(yte)r en(de) executeur van(den) testam(ente) wijlen hee(re) en(de) m(eeste)r Clarius, doctoir ind(er) h(eylige) godtheyt als hij leeffde, tot behoeff van zijn(e) fond fundatie, gefundeert inde Groote Collegie van(der) Godtheyt bynnen des(er) voors(chreve) stadt Loven, imp(ositus) p(er) mo(nitionemà) redd(idi)t den voors(chreven) opdraege(re) om tvoors(chreven) goet te hebben, te houden en(de) te besitten opt recht en(de) commer daer te voren op vuytgaen(de), te weten sh(ee)ren chijns sond(er) meer, daerop desel(ven) opdraeger tsel(ve) es waranderen(de), ende voorts meer op eene voortaene rente van vier carol(us) gul(den)s ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brab(an)ts tstuck en(de) thien gel(ijcke) stuyvers erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opdne xxvien. dach sept(embris) en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pe(n)nin(gen) en(de) impositien, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutu(m) et tantum et casu quo pignora, etc(etera), in forma, obligan(do) et submitten(do) ac renun(ciando), etc(etera), geloven(de) voorts die voors(chreven) Bertrandt de voors(chreve) rinte van vier rinsg(u)l(dens) x st(uyvers) jaerl(ijcx) ten termijne voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als voor, los en(de) vrije, etc(etera), in futuru(m) quolibet assecutu(m) obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, met conditie dat de voors(chreven) opdraeger oft zijn(e) naecomelin(gen) de voors(chreve) rinte van vier rinsg(u)l(dens) x st(uyvers) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teend(er) reysen, elcken guld(en) erffel(ijck) met xvi gel(ijcke) carol(us) gul(dens) loopen(de) munte, ac cum, coram Borcht, Leunckens, septemb(ris) xxvia., 1611.

Opden iiien. dach van octob(ris) 1612 heeft h(ee)r en(de) m(eeste)r Laurentius Zoenius bekindt en(de) bekint midts desen te vollen betaelt te zijn van Bertrant Otthen, soo van(de) capitaele pe(n)nin(gen) van vier rinsg(u)l(dens) en(de) x stuyvers erffel(ijck), in dit contract gementionneert, als van(de) v(er)loopen der sel(ve), consenteren(de) alsoo inde cassa(ti)e van desen, et sic vacat, ond(erteeceken)t Laurentius Zoenius.

 

In de volgende akte maakt men melding van Joannes Van Lantrop, meier van Werchter, en zijn vrouw Maria Holemans.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr.  7503, folio 158v., akte dd. 25 februari 1613.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Jan Van Lantrop, meyer tot Werchter, en(de) Marie Hollemans, sijne huysvr(ouw)e, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een erffve oft hoffstede, daer eertijts een huys plach op te staen, ind(er) vueghen en(de) grootten gel(ijck) tsel(ven) gelegen es tot Kerckhove onder Werchtere voors(chreven) tusschen die straete aldaer ter ie., Dierick Crouchten ter iie., derffgen(aemen) Christoffel V(er)straeten ter iiie. ende derffgen(aemen) Ph(i)l(ip)s Gruenseels ter iiiie. zijden, exp(osito) imp(ositi) sunt Willem Rogmans den jonghen ende Johanna Vand(er) Wordt, zijn(e) huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Werchter voors(chreven), et satis die voors(chreve) opdraegeren obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, et waras op een(en) pe(n)nin(ck) Lovens aen(den) H(eyligen) Geest tot Werchtere, iii ½ st(uyvers) aen(den) pastoor aldaer en(de) vijff cappuynen en(de) noch op negenthien rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) aen Peeter Van Riveren en(de) Dorothea Van Opstal, gehuysschen, tanquam prout iure, welcke rinte van xix rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) die voors(chreven) Willem Rogmans en(de) zijne huysvr(ouw)e geloven jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren, los en(de) vrije, etc(etera), prout inde constitutie der sel(ver) rinte, coram Vorst, Pulle, feb(rua)rii xxv., 1613.

 

In de akte maakt men melding van Joannes Van Lantrop (x Holemans Maria), zoon van wijlen Walrandus en inwoner van Werchter.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7503, folio 183v., akte dd. 29 maart 1613.

Item, in p(rese)ntia, etc(etera), gestaen Jan Van Lantrop sone wijlen Waelrants, woonen(de) tot Werchter, p(er) mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een stuck erffven, groot ontrint een dach(mael) ombegrepen der juster maeten, daer iertijts een huys en(de) hoff plach op te staen, genoempt den Bonten Os, gelegen tot Werchter voors(chreven) ter plaetsen, genoempt Kerckhoeven, regen(oten) die Deyle ter ie., derffgen(aemen) Stoffel V(er)straeten ter iie., sheeren straete ter iiie. ende die Cappelstraete ter iiiie. zijden, exp(osito) imp(ositus) est Henr(ick) Gielis soene Henr(icx) ende Cathelijn Schuermans, sijne huysvrouwe, per mo(nitionem) et sat(is) obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma et waras op twee capp(uynen) aen tgoidtshuys van Villeers en(de) noch twee stuyvers h(ee)ren chijs indyen men bevindt tsel(ve) daerop vuyt te gaen(e), tanquam prout iure, coram Van(der) Vorst, Maes, martii xxixa., anno 1613.

Item is te weten soo partijen hinc inde v(er)claeren den rechtveerdighen prijs te wesen van(den) voors(chreven) erffve om ende voorde so(mm)e van hondert en(de) lxxx rinsg(u)l(dens) eens met twee gul(den)s lijckcoop en(de) twee gul(den)s voor een(en) doeck, los gelt, soo van pontpe(n)nin(gen), goedinghe en(de) alle ander ongelt, coram eisd(em).

 

Bijgaand een vermelding van Joannes Van Lantrop, meier van Werchter, en zijn vrouw Maria Holemans, inwoners van Werchter.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 319v., akte dd. 30 juni 1626.

Item Niclaes Cluppels sone wijlen Jans, woonen(de) tot Werchter, in presen(tia), et(ceter)a, heeft bekent, soo hij bekent midts desen, schuldich te sijn aen Jan Van Lantrop, meyer van Werchter, en(de) Marie Hollemans, gehuysschen, woonen(de) tot Werchter voors(chreven), sesse carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants tstuck, erffelijcke rente, alle jaer op date deser te v(er)schijnen en(de) te betaelen en(de) inder stadt wissele van Loven te leveren aen(de) voors(chreve) gehuysschen oft hens actie hebben(de), los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere mindere oft meerdere penn(ingen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolibet assecutum et ad mo(nitionem) pig(nus) infa leucam valens duplum et tantum obligan(do) et submitten(do) ac renun(tiando) in forma, met conditie dat die voors(chreve) bekender de voors(chreve) rente sal mogen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hem gelieven sal t' eender reyse, elcken gulden erffel(ijck) d(aer)aff met xvi gelijcke carolus guldens loopen(de) munte en(de) met volle rente, wel v(er)staen(de) dat den lancxtleven(de) van hen beyden sal hebben vrije dispositie van(de) voors(chreve) rente sonder iemandts tegenseggen, coram Vorst, Greve, junii xxx., 1626.

 

Hierbij een akte met vermelding van Joannes Van Lantrop als inwonere van Werchter, zoon van Walrandus (en man van Maria Holemans). Daarnaast ook de vermelding van Guilielmus Peeters, eveneens inwoner van Werchter, zoon van Daniel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7893, folio 22r., akte dd. 2 januari 1621.

Item in teghenwoirdicheyt der schepen(en) van Loven naerbeschreven ghestaen Jan Van Landtrop zone wijlen Walrants en(de) Willem Peeters sone wijlen Daniels, beyde woonende te Werchteren, hebben ombesund(er)t, onverscheyden en(de) elcken een voir al als principael bekent, soo zij bekennen midts dezen, schuldich te zijn(e) aen m(eeste)r Philips Van Caverson, rentm(eeste)r der kercken van Sinte Quintens te Loven, vier carolus gul(dens) te xx st(uyvers) tstuck en(de) thien xii ½ st(uyvers) thien ghel(ijcke) stuyvers, mu(n)te in Braba(n)t cours en(de) loop ganck hebben(de), erffel(ijcke) rente, alle jaere opden tweeden dach van januarii te betaelen en(de) inder stadt wissele van Loven, los en(de) vrije van allen lasten en(de) beden ons heeren shertoghen van Braba(n)t en(de) van allen ande(re) impositien, opghestelt oft alnoch in toecomen(de) tijd(en) op te stellen, oock van xe., xxe., ce., minde(re) en(de) meerdere pen(ningen) te leveren tot behoeff der v(oir)s(creve) kercken van S(in)te Quintens erffel(ijck) in toecomen(de) tijd(en), telcken termijn(e) als schult met recht v(er)wonnen, gheloven(de) voirts ind(ivisim) de zelve rente ter manisse te besetten en(de) te hypoticeren op goede, loffel(ijcke) en(de) sufficiente panden en(de) gronden van erffven, tot Werchter en(de) d(aer)ontrent ghelegen, weert zijn(de) boven allen voirco(m)mer dobbel rente en(de) voirts zoo vele te doen dat den voirghen(oempden) Van Caverson tot behoeff der v(oir)s(creve) kercken sal moghen ghenoech zijn, ind(ivisim) oblig(ando) et submitt(endo) hunlied(en) respective p(er)soonen en(de) alle hunne goeden, p(rese)nt en(de) toecomen(de), met conditien dat zijlied(en) de selve rente sullen moghen lossen en(de) quyten tallen tijden alst hen ghelieven sal teend(er) reys(en) teghen den pen(ninck) xvie. en(de) met volle rente, ende is te weten zoo die v(oir)s(creve) bekenders v(er)cleeren hoe wel dat zijlied(en) hunlied(en) eyghen(en) p(er)soon en(de) goederen voirde v(oir)s(creve) rente hebben v(er)bonden, dat nochtans zijlied(en) de zelve rente hebben bekendt en(de) ghehaelt inden naem en(de) tot laste van(den) dorpe van Werchteren om d mette pen(ningen) daervan gheprocedeert, te betalen zeke(re) costen, dairinne dinghesetenen van(den) zelven dorpe ghecondempneert zijn gheweest aen(de) m(eeste)rs van(den) Grooten Heylighen Gheest binnen Loven en(de) waervoir tv(oir)s(creven) dorp wordde gheexecuteert, v(er)claeren(de) voirts die v(oir)s(creven) rentm(eeste)r Van Caverson dat de pen(ningen) d(aer)mede dese rente ghecocht en(de) aengheleetght is, zijn ghecomen van een rente van vier gulden erffelijck, ghequeten aen(de) v(oir)s(creve) kercke bij Jan Renchon ende Lenaert Petit teghen den penninck achthiene, coram Schore, Van(der) Vorst, januarii secunda, 1621.

            In de marge

Item joncker Jan dAngelis als kerckm(eeste)r, etc(eter)a.

Ite(m) m(eeste)r Philips Van Caverson als rentm(eeste)r van(de) kercke van S(inte) Quintens alhier ter presentien van jo(ncker) Jan dAngelis als kerck(meeste)r vande voors(chreve) kercke heeft bekent ontfangen te hebben vuy thanden van Hendrick Goris alias Briers als borgem(eeste)r van Werchter die capitale penninghen  met het v(er)loop van dese rente van vier guldens thien stuyvers, staende in desen v(er)melt, consenterende alsoo inde cassatie et sic vacat, actum desen 30. decemb(ris) 1621.

            J. d' Angelis.

            P. Caverson.

 


 

XIII - XIV - XV - Paeps Henricus (S6006), ° ca. 1550, x met Van Essche Cathlijn,  x 2 met Cathlijn Van Lantrop (S6007), (°) Leuven St.-Pieter 17.05.1574.

 

Aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Paeps Henricus.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Paeps Libertus,

 

Paeps Catharina,

 

Paeps Elisabeth, x ca. 1615 met Spoelberch Petrus, x 2 (niet W!, ) met Van Nuffel Cornelius, fs Petrus,

De akte 2 onder de KLIK levert het bewijs dat dit gezin correct is. Met dank aan Paul Peeters.

     Uit dit huwelijk:

     1. Spoelberch Petrus (°) Werchter 29.02.1624 (g. Michiels Petrus sr. en Paeps Margaretha),

     2. Van Nuffel Anna, (°) Werchter 22.04.1641 (g. Verstraten Joannes en Paeps Anna),

 

Paeps Adriana, x ca. 1618 met Stoop Petrus, fs Petrus,

     Uit dit huwelijk:

     Stoop Petrus, (°) Werchter 22.08.1619 (g. Paeps Petrus en Timmermans Margaretha),

     Stoop Maria, (°) Werchter 11.09.1624 (g. De Leew Adrianus en Stoop Maria),

     Stoop Catharina, (°) Werchter 13.05.1628 (g. Van Eijken Petrus en Paeps Catharina).

 

Paeps Guilielmus,

 

Paeps Anna,

 

2. Paeps Maria, XII (S3003), ° ca. 1601,

 

Paeps Cecilia, ° ca. 1603,

 

Paeps Margareta, ° ca. 1603,

 

Paeps Willem, ° ca. 1603.

 

 

 

XII - De Wijngaerder Joannes (S2224 + S4776 + S4808 + S4840), x met van Lantrop Lucia, XII (S2225 + S4777 + S4809 + S4841), ° 1583-1592, + voor 12.06.1637.

 

Een heleboel aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van De Wijngaerder Joannes.

 

Dit dit huwelijk:

 

van de Wijgaerde Walrand,

 

van de Wijgaerde Guilielmus, XII (S2388 + S2404 + S2420),

 

van de Wijgaerde Maria, ° 1616 ?, x 1 met Guilielmus Reijers, x 2 met Adrianus Viskens,

 

De Wijngaerder Henricus, XI (S1112),

 

De Wijngaerder Catharina, (°) Werchter 18.12.1621 (g. Joannes Holemans en Maria Spoelberchs),

 

De Wijngaerder Gerardus, (°) Werchter 22.03.1623 (g. Gerardus Ingelborchs en Anna Worteleers),

 

De Wijngaerder Lucia, (°) Werchter 23.07.1628 (g. Anthonius Ingelborch en Lucia Michiels).

 

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom