Voorouderlijst Van Inthout Jan

 

Inthout Van, Van Inthoud, Van Inthou(e)d

Familienaam uit de plaatsnaam Eindhout (Antwerpen).

 


De oudste gegevens en de aktes met dank aan Christine Savat en Michael Roekaerts. Meer info op hun website.

 

XIV - Van Inthout Jan (S11220), ° ca. 1530, x met De Pelsmaecker Katlijne (S11221).

 

pacht: Jan Van Inthout van de helft van zeven dagwant lants gelegen opde Waterloos opde Hazelaer reg 1567?
Wez21342 fo 2:
Copie van brieve van twee hat rocq erfpacht die de kercke van Wesemale jaerl is heffende op drije dm lants gelegen opt Waterloos reg Jan Goerts ter eende Jan Van Inthout ter andere Willem Van Emelen ter derde zijden van welcken twee halsteren rocq Jan Van Schriecke deene en Jan Goerts dander zijn betalende.
Wez21432: Fo 60: 18 okt 1536?
Van Hendrick Wijbrechts sone wijlen Henricq van eenen eusel gelegen achter Vrouwenperck tusschen de boogaert Henric Boecs ter eenre ende Aerdt De Pelsmaker ter andere zijden.
Copije van brieve van 23 st erfchijns vuijtgaende op een boomgaert gelegen bij Vrouwenperck de hellicht voor de kercke ende hellicht voor den h geest van Wesemaele.
Wij schepenen van Rotselaer doen condt
Jan Ropijn ende Henrick Vandenbossche kerckmeesters van Wesemaele met Steven Vercouteren ende Janne Van Inthout heijlighen geest meesters ende welcke tsamen tot erfelijcke chijnse vuijtgegeven Henricke Wijbrechts wijlen Janssone & sijne naercomelingen ... een boomgaert ontrent een dm groot, gelegen bij Vrouwenparck tusschen de goeden des voors Henricq ter eenre, de erfgen Jans De Kremere, de kinderen Jans Van Hoevelde .. om tselve te houden ende te gebruijcken opden heeren chijns daerop staende.

R1604 fo 9v: 19 nov 1567:
Herman Van Eijnatten verkoopt aan Jan Van Inthout x Kathelijne De Pelsmaker vijff vd bempts int Bexembroeck aen die trawelicke tusschen Jacop Vanden calster, Cornelis Van Emelen, Willem Van Emelen ende den Demer aldaer.
R1604 fo 10: 19 nov 1567:
Jan Van Inthout x Kathlijne Pelsmakers hebben bekendt schuldig te sijn aen Herman Van Eijnatten x Emerentiana Jordens ende Adriaenen Van Eynatten huerluijden soene een lijftochtrente van eenen mudde roch tsjaers en stellen hiervoor borg vijf vd bempts etc...
Wer1848 fo 21: 27 april 1606:
Anneken Uijterhelst we Peeter Van Essche met Jan Verthiers momboir des voors gehuijsschen kinderen ende Adriaen Briers momboir tot deser goedenisse volgens testament gepasseert voor notaris Bartholomeus Van Ninthout tot Brussel op 27 jan 1606 hebben verkocht huis en hof stallen ende schueren die omgewaeydt lach groot wesende ontrent 6 dm ‎(Jan Van Hove alias Thijs)‎ met nog daerbij gelegen een bempdeken geheten het Kalvereneusel onderhalf dm groot aan Hendrik Goris alias Bruers x Maeijcken Van Loosvelt ‎(Loossene)‎ alias Walravens sijn wijf.
Aarschot 6912 Gelrode:
- 1639 tot 1655: nu Nijs Van Inthout bij versterf te voren Jan Van Inthout Janssone te voren Willem Van Emelen Willemsone van sijn woninge voor de cappelle gelegen regt. Antoon Van Emelen, Michiel Van Oppen.

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Inthout Joannes, XIII (S5610),

 

Van Inthout Adriaen, ° ca. 1560, x 1 met Clara Poortmans (S2933), x 2 met Maria Wouters, deze x 2 met Jan Verhulst (S2932) , x 1 met Anna De Rijck,

6911 Rivieren: jaar 1577-1593?
- Tsallaeken: nu Jan Van Inthout
Jan Verhoeven alias Dielis nu Jan Van Inthout alias Banerd? van die hooge van huijs ende hoff geleghen te Sallaecken
- Jacob Van Inthout ‎(nu Adriaen Poortmans)‎ van onderhalf dagwant lande gelegen
?
- Adriaen Van Inthout bij coope ‎(1596)‎ eerst Cornelis Van Emelen, dan Jan Van Emelen
Adriaen Van Inthout ‎(1596)‎ onderhalf dm lants gelegen neven de Leemputten regen Jan Van Inthout, Cornelis Van Emelen,
- derfgen Jacops Van Inthout een dagwant lants aent selve ‎(nu Jan Van Emelen)‎
- derfgen Jacops Van Inthout ‎(1592)‎ van een derdedeel van drij vierendelen lants gelegen aent Daemeken aent ... ende van een stuck lants groot zijnde onderhalf dachwant gelegen aende Vaerenstraete reg Henrick Van Vlasselaer, Joos Van Aerschot, Jan Van Emelen Cornelissone
- Adriaen Van Inthout Jacop Van Inthout van onderhalf dachwant lants opde Waterloos gelegen..
- Jacob Van Inthout van een dagwant lants

-
- derfgen Huijbrecht Van Inthout nu Jan Mathijs met Maria Van Inthout sijn huijsvrouwe dochter Huijbrechts van een blocken metten lande tot aende Grobbe groot ontrent een bunder lants gelegen aenden Hondste
reg derfgen Maria Meijs west, Sheerenstraete oost,
Wer1874 fo 433:
- 31 aug 1573: Jan Van Hamme als proc spec van Peeter Van Aerschot heeft gederft het voors dagmael terwelant ‎(Claes Clippels, erfgen Marie Paeps alias Van Eijcken, Vranck De Schrijmaker)‎ aan Jan Van Aerschot doude zone wijlen Aerts, x Lijsbeth Leerse
- 23 jan 1598: Adriaen Van Inthout in de naem en tot behoef van Peeter Wouters zone wijlen Aerts woonende tot Werchter heeft na de dood van Jan Van Aerschot te leen ontvangen een dagmael terwelant.
 

 

Akte en commentaar met dank aan Paul Peeters

Voornoemde Joannes Van Inthout was gehuwd met Anna Blo(e)ms, ook overleden, waarvan een niet nader genoemd minderjarig kind.

Voornoemde Jacobus Van Inthout was gehuwd met Elisabetha Molenberchs, ook overleden, waarvan eveneens een niet nader genoemd minderjarig kind.

Voor het minderjarig kind van Joannes Van Inthout en Anna Bloems traden Vranck (Franciscus/Franconis ?) Bloems en Petrus Wauters op, normaal gezien voogden langs moeders- en vaderszijde.

Vranck Bloems (langs moederszijde) is allicht de broer van Anna Bloems.

Petrus Wauters (langs vaderszijde) kan ik niet onmiddellijk thuisbrengen, maar ik vermoed dat hij een broer was van Joannes Wauters, die gehuwd was met Anna De Rijck, die daarna huwde met Joannes Verhulst (Verhelst). Na het overlijden van Anna De Rijck hertrouwde Joannes Verhulst met Clara Poortmans. Deze laatste was voordien gehuwd met Adrianus Van Inthout.

Voor het minderjarig kind van Jacobus Van Inthout en Elisabetha Molenberchs traden voornoemde Petrus Wauters en Wauter Molenberchs als voogden op.

Wauter Molenberchs is allicht de broer van Elisabetha Molenberchs.

Voornoemde Petrus Wauters trad ten slotte ook als voogd op van Gasparina Verhulst (Verhelst), dochter van Maria Wauters.

Iets zegt mij dat er iets niet klopt met de gegevens op voornoemde webpagina. Vooral het gegeven dat Gasparina (Jasparijn) de dochter is van N. (Jan ?) en Maria Wauters is hierin een belangrijk element !

Ter inlichting : de drije heeren zijn de personen met de belangrijkse functies in het kapittel van Aarschot.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7526, fol. 4v., akte dd. 13 juli 1637.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbeschreven gestaen Vranck Bloms en(de) Peeter Wauters als momboiren en(de) voeghden van(den) ombejaerden kinde van wijlen Jan Van Inthoudt, daer moeder aff was Anna Bloms, item Peeter Wauters en(de) Wauter Molenberchs als momboiren van(den) ombejaerden kinde van wijlen Jacques Van Inthoudt, daer moeder aff was Elisabet Molenberchs, en(de) den voors(chreve) Peeter Wauters oyck als momboir van Jasparijn Verhelst dochter Marie Wauters, met consente en(de) authorisatie der heeren weesm(eeste)ren deser stadt Loven, volgen(de) dacte van authorisaite daeraff sijnde in date den ... [n.v.] juny 1637, ond(erteecken)t Tijpoets, secretaris, alhier gesien en(de) geblecken, ende hebben inder voors(chreve) qualiteyt bij manisse opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse huys en(de) hoff, schueren, stallen metten boomgaert en(de) blocxken daeraen geleghen, groot tsaemen een boender der maeten ombegrepen, geleghen onder Geelroye, regen(oten) sheeren straete oost, Jan Poertmans sone Adriaens suyden, Michiel Van Emelen bij coop van Jan Van(den) Panhuyse den jonghen Jaecques soene west en(de) derffgen(aemen) Hendrix Verreckt noorden, expos(ito) impositus est Ph(i)l(ippu)s Hollandts item noch een pleck landts, groot een dachmael en(de) xviii royen, geleghen inde Merenshaeghe onder de drije heeren, regen(oten) Jan Poertmans sone Jans t' Aerschot oist, jo(ncke)r Aerdt van Eynatten suyden, Adriaen Haens noord(en) en(de) de selve  erffgen(aemen) west, expositus imp(ositus) est Ph(i)l(ippu)s Hollandts inden naem en(de) tot behoeff van Ph(i)l(ip)s Van Brussel, soe voor hem als voor Barbara Wijbrechts, sijne huysvrauwe, per mo(nitionem) et satis obligan(do), etc(etera), in forma et waras op tvoors(chreven) huys en(de) hoff op een(en) car(olusgulden) xi d(enieren) Lovens en(de) xx st(uyvers) en(de) tvoors(chreven) dachmael en(de) xviii royen op een molevat corens aen(de) drije heeren sonder meer, ende dit om en(de) voor twelff hondert guldens eens boven den slach, bedraegen(de) sesse guldens en(de) vijffenviertich hoogen, in alles bedraegen(de) elcke hooghe twee guldens, halff en(de) halff, en(de) het dachmael en(de) xviii royen om en(de) voor xxxv guldens boven den slach, doen(de) twee gulden en(de) thien hooghen, doen(de) twee gulden als voor, item een(en) stuyver van elcken gulden, ses stuyvers voor elck parcheel voor een(en) goidtspenninck en(de) ses stuyvers voort recht van(den) meyer, alles volgen(de) de conditie daer aff gehauden bijden notaris Notelaers, coram Daneels, Gudelinus, julii xiii., 1637.

 

Hierbij nogmaals een akte van naderschap met vermelding van Gasparina Verhulst en de wezen  van Joannes en Jacobus Van Inthout, gebroeders.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7526, folio 93v., akte dd. 4 september 1637.

Item Michiel Van Emelen sone wijlen Jans, woonen(de) tot Geelroy, in p(rese)ntia, etc(etea), heeft hem gestelt gepresenteert als naederlinck van een dachmael landts ende xviii royen, gelegen inde Merenshaege onder de drije heeren van Sinte Geertruyden binnen de prochie van Geelroy, regenoot Jan Poortmans sone ter eenre, jo(ncke)r Aert Van Eynatten ter tweeder, Adriaen Haens ter iiie. en(de) derfgen(amen) Jan en(de) Jacques Van Inthoudt, gebroeders, en(de) consorten ter virder sijden, bij Philips Van Brussel opden xiiien. july lestleden, gecocht en(de) vercregen voer meyer ende schepen(en) van Loven tegen de momboir van(de) weesen weesen van(den) voors(chreven) Jan en(de) Jacques Van Inthoudt ende Jasperijne Verhulst, hebben(de) tot dijen eynde op des(er) stadt registre als onder de weth geconsigneert een(en) halven peeter en(ce) een(en) drij stuyvers penninck, wesen(de) gout en(de) silver, om te comen totte sel(ve) naederschap, wesen(de) gout en(de) silver, presenteren(de) den sel(ven) coop te suppleren, naerdijen partijen sullen onder eedt verleent hebben den rechtveerdigen prijs van(den) selven coope, geloven(de) hem voirts te reguleren volgen(de) de costuym(en) des(er) stadt, coram Dielbeeck, Godelinus, septembris 4a., 1637.

J.F. De Vroey.   

 

Het komt me dan ook voor dat Adrianus Van Inthout een eerste maal huwde met Clara Poortmans en een tweede maal met Maria Wouters. Heeft de griffier zich vergist of zijn er hier twee Maria Wouters'en in het spel ? Bizarre situatie !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7520, folio 166v., akte dd. 26 maart 1631.

Item in tegenwoordicheyt der schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen m(eeste)r Jan Putmans, procur(eur), postuleren(de) voor de heeren wethouderen der stadt van Loven, als thoonder deser geconstitueert sijnde bij procuratie, hem specialijck daertoe gegeven bij Jaecques Van Inthout sone Adriaens, woonen(de) tot Werchter, en(de) gepass(eer)t voor G. Loesen als not(ari)s en(de) sekere getuyghen van(der) daet xxiiii. marty 1631 lestleden, alhier gesien en(de) gebleken, heeft in dijer qua(litey)t bekendt deuchdelijck schuldich te sijn aen jo(ncke)r Ph(i)l(ip)s Van Wijngaerden, alhier p(rese)nt en(de) t' s(elv)e accepteren(de), achthien carolusg(uldens) te xx st(uyvers) Brabants t' stuck en(de) xv gelijcke stuyvers erffel(ijcke) rente, alle jaere opden xxiiiien. meert te betaelen en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, oock van xe., xxe., ce. en(de) van alle andere impositien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen, ten behoeve des voors(chreven) jo(ncke)r Ph(i)l(ip)s in toecomen(de) tijden, t' elcken jaere en(de) termijne als schult met rechte v(er)wonnen, ob(ligando) et sub(mittendo) personam et bona praedicti consti(tuen)tis ac ren(unciando) in forma, ende om den v(oor)s(chreven) geconstitueerde in(den) naem en(de) qua(liteyt) als vore, geconsenteert int maecken van mainmise over de goeden des voors(chreven) consti(tuan)ts ende int decreet der schepen(en) van Loven sonder daertoe te derfven gedaeght oft geroepen te worden tsijnen coste ende signantelijck op de hellicht van elff dachm(aelen) bosch der maeten onbegrepen, geleghen in(den) Moerwech onder d' Nieuwgoedt te Baelen, regen(oten) Henrick Paeps ter ie., Huybrecht Spoelberch ter iie., d' erffgen(aemen) Ijken Nijs ter iiie. en(de) den Moerwech ter iiiie. sijden, item noch een huys en(de) hoff, groot ontrent een boender, geleghen tot Werchter, regen(oten) Peeter Wouters in twee sijden, s' heeren straete ter iiie., hem consti(tuan)t insgelijcx voor de hellicht competerende, daeraff d' ander hellicht is toebehooren(de) Jan Van Inthoudt, sijnen broeder, item noch op sijn kindtsgedeelte, hem consti(tuan)t v(er)storven bij d' afflijvicheyt van sijnen vaeder, daeraff Marie Wouters, sijne moedere, in tochte is besitten(de), geloven de s(elv)e sijne moedere in dijen te hebben dat sij dese bekentenisse sal comen lauderen en(de) approberen  met conditie dat den v(oor)s(chreven) consti(tuan)t de s(elv)e rente van xviii r(insguldens) en(de) xv st(uyvers) erffel(ijck) sal moghen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hem gelieven sal t' eender reyse met drije hondert guldens eens, wesen(de) den pen(ninck) xvien. en(de) met volle rente, coram Lievens, Rivieren, martii xxvi., 1631.

            In de marge.

Ick onders(chreven) Ph(i)l(ip)s Van Wijngaerden bekenne in alles voldaen te wesen van dese rente van 18 r(insguldens) met de v(er)loopen van dijen en(de) de costen van mainmise, bedraegende in alles met de principaele pen(ningen) ter so(mm)e van 346 r(insguldens) 2 ½ st(uyvers), bekenne op date onderget(eeckent) voldaen en(de) wel betaelt te wesen, begeirende dat dese v(oor)s(chreve) rente sal gecass(eer)t worden op date den xven. november 1639 en(de) ondert(eeckent) P. Van Wijngaerden et sic vacat.

Dese copije is getrocken en(de) geschreven mette eygen handt des v(oor)s(chreven) jo(ncke)r Ph(i)l(ip)s Van Wijngaerden, quod attestor, en(de) was ondert(eeckent) H. Van Roost. 

 

De onderstaande akte laat toe de gegevens op voornoemde link bij te stellen. In de akte wordt melding gemaakt van Maria Wouters, weduwe van Adrianus Van Inthout en moeder van Joannes en Jacobus Van Inthout. 

De akte vertoont ook enkele onvolmaaktheden, in de bijgaande akte respectievelijk aangeduid met (*), (**) en (***):

(*)          De familienaam "Wouthers" ontbreekt hier.

(**)       Er had moeten staan : "los en(de) vrije van bede te leveren ten behoeve voors(creven)".

(***)    Er diende hier "Van Inthout" te staan.

Tot slot merk ik op dat in de akte sprake is van goederen als onderpand, gelegen te Werchter, waarbij ondermeer de erfgenamen Huybrecht Wouters en Peeter Wouters als regenoten werden opgegeven. Dit laat veronderstellen dat Maria Wouters afkomstig was van Werchter.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7507, folio 305v., akte dd. 3 april 1617.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Marie (*) wed(uw)e wijlen Adriaens Van Inthoudt ter eenre ende Jan en(de) Jacob Van Inthoudt, haere sonen, bij haer behouden van(den) selven Adriaen, haers mans voors(creven) zali zaliger, ende Laureys Spoelberchs en(de) Jan Van Hove ter andere zijden, ende hebben bekindt, gel(ijck) sijlieden tsaemen en(de) elcken in solidum bekinnen midts desen, schuldich te zijn heeren en(de) m(eeste)ren Anthoniss(en) Vortio, licen(tiaet) inder heyliger godtheyt, ind(en) naem en(de) tot behoeff van(de) fundatie heer Jan wijlen Van Vileers dertich carolus gul(den)s te xx st(uyvers) Brabants tstuck erffel(ijke) rente, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden x. aprilis en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven los en(de) vrije te leveren ten behoeve voors(creven) van bede (**), oyck van xe. xxe., ce. ende van alle andere, mindere oft meerdere penninghen, impositien oft exactien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum, telcken termijn(e) als schult met rechte v(er)wonnen, obligan(do) et indivis(im) submitten(do) ac renun(tiando) in forma, geloven(de) allen de voors(creve) p(er)soonen indivisim en(de) in solidum de voors(creve) rente van dertich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) jaerl(ijcx ten termijne voors(creven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als vore, los en(de) vrije ten behoeve voors(creven), obligan(do) et indivisim en(de) elcken in solidum submitten(do) in forma, met conditie dat die voors(creve) bekinders oft heurl(ieder) naercomelin(gen) die voors(creve) rente van dertich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teender reysen, elcken carolus guld(en) erffel(ijck) daeraff met xvi gel(ijcke) carolus gul(den)s loopen(de) munte en(de) met volle rente, ende om den voors(creven) heere Anthonis inden naeme en(de) qualiteyt als boven te beter te v(er)sekeren, heeft die voors(creve) Marie Wouthers voer haer tocht ter eenre en(de) haere twee sonen voor derffelijckheyt ter andere geconsenteert int maecken van mainmise over de naerbes(creve) goeden en(de) decreet der schepen(en) van Loven sonder daertoe te derven geroepen te zijn(e), te weten ierst een huys en(de) hoff met allen anderen sijnen toebehoorten, gelegen onder Gelroy, ter plaetsen geheeten teen Eycken Vondele, met een block landts daeraen gelegen, tsaemen groot een boen(der), regen(oten) Goerdt Vereeckt ter eenre en(de) ter iie., sheeren straete ter derdere en(de) Andriaen Van Bruessel ter vierdere zijden, item noch een stuck landts, oock t' Eycken Vondele, gelegen onder Geelroy voors(creven), groot drije dachm(aelen), geheeten Strommens Velt, regen(oten) den heere van Rivieren ter eenre en(de) Goert Vereeckt ter iie. en(de) iiie. zijden, item noch een halff boender bempts, geheeten Breseussel, gelegen tot Geelroy, regen(oten) t' cappittel van Aerschot ter eenre, den heere van Rive Rivieren ter iie., den voetwech ter iiie. en(de) Jan Wijbrechts ter iiiie. zijden, item noch een boender landts, daer iertijts een brouwerije plach op te staen(e), geheeten tKetelers Landt, oock tot Geelroy gelegen, regen(oten) den heere van Rivieren ter eenre, Goert V(er)eeckt ter iie, Jan Snijcx ter iiie. en(de) sheeren straete ter iiiie. zijden, item noch drije dachm(aelen) landts, gelegen opde Cleyn Varent onder Geelroy, regen(oten) Jan Wijbrechts ter eenre, Goert V(er)eeckt ter iie., derffgen(aemen) Anthonis Van Emel ter iiie. en(de) sheeren straete ter iiiie. zijden, ende ten lesten om den voors(creven) heere Anthonis ind(en) naem(e) als vore noch beter te versekeren, soe geloven die voors(creve) bekinderen en(de) elcken in solidum tot wettigen onderpandt te stellen alsulcke drije dachm(aelen) bempts, gelegen tot Werchtere onder Hanewijck, regen(oten) Jan Michiels ter eenre, derffgen(aemen) Huybrechts Wouthers ter andere, Peeter Wouthers ter iiie. en(de) sheeren straete ter iiiie. zijden, belast met een(en) d(enier) heeren chijns en(de) noch onderhalff dachm(ael) landts, geleghen int Terwelandt aen dWerchterbroeck, regen(oten) tsel(ve) broeck ter eenre, Peeter Wouthers ter iie., Huybrecht Spoelberchs ter iiie. ende den bovengen(oempden) Laureys Spoelberchs ter iiiie. zijden, als de voors(creven) Jan en(de) Jacob Wouthers (***) metten voirn(oempden) Laureys onlancx hebben gecocht mette pe(n)nin(gen) van dit bekinne, voerde welcke zijlieden dese voirn(oempde) pe(n)nin(gen) sijn oplichtende, daeraff zij de goedenisse sullen blijcken bynnen den tijt van xiiii daeghen naestcomen(de) onder die selve obliga(ti)e, coram Maelstede, Van Thienen, aprilis xa., 1617.

            In de marge.

Dese rente wordt gecassert midts de bekentenisse gedaen bij Bertel Van Inthaudt opd(en) van xxxvi r(insguldens) v st(uyvers) erffelijck opd(en) xviiien. decembris 1637 in hac camera.

     Uit dit huwelijk:

     2. Van Inthout Jacobus, ° ca. 1590, x met Elisabeth Molenberchs,

     Van Inthout Jan, ° ca. 1595,  x ? met Anna Bloems,

In de bijgaande akte wordt melding gemaakt van Joannes Van Inthout, zoon van Adrianus en Maria Wouters. Zijn moeder was nog in leven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7891, folio 410v., akte dd. 17 april 1617.

Item in teghenwoordicheyt des meyers ende schepenen van Loven naerbeschreven ghestaen Laureys Spoelberchs tot des naerbeschreven staet te moghen doen, behoorelijck gheconstitueert ende ghemachticht zijnde bij ende van weghen Elizabeth Veyts weduwe wijlen Huybrecht Wouters met consente, wille ende overstaen Adams Hoffmans, haers tegenwoordich mans, volghende den instrumente van procuratie daer op ghemaeckt ende ghepasseert voor Anthoon Spoelberchs als notaris ende zekere ghetuyghen, resideren(de) binnen der stadt van Brussel, op den vijfthienden deser loopender maent van april 1617, alhier ghesien ende ghebleken, per monitionem heeft opghedraghen met behoorelijcke verthijdenis onderhalff dachmael landts ombegrepen der juster maeten, ghelegen onder die prochie van Werchtere, reghenoten Peeter Wouters ter eenre, Huybrecht Spoelberchs voorschreven ter andere, joncker Philips Van Wijngaerden ter derdere ende d' Werchterbroeck ter vierder zijden, der voorschreven Elisabet verstorven ende ghemaeck[t] bij testamente vanden voorchreven wijlen haeren man Huybrecht Wouters volghende den testamente daer aff zijnde, ghepasseert voor den notaris J. Hermans ende zekere ghetuyghen opden naestlesten juny 1615 ende die voorschreven transportant uytten naem ende van weghen der voorschreven constituanten daer uyt behoorelijck ontgoet ende onterfft zijnde, zoo is daerinne behoorelijck ghegoet ende gheerft ten erffelijcken rechte Jan Van Inthout inden naem ende tot behoeff van Marie Wouters weduwe Adrians Van Inthout, zijne moedere, p(er) mo(nitionem) iure et satis die voorschreven transportant uyt crachte ende naer vermoghen der voorschreven procuratie, obligan(do et submitten(do) den persoon ende goeden der voorschreven constituant in forma et waras zoo in chijns als renten ontrent drije rinsguldens t' sjaers tanquam prout, coram Duffle, Maelstede, die xviia. aprilis 1617.

 

Hierbij een akte met vermelding van Joannes Van Inthout en zijn moeder Maria Wouters als weduwe van Adrianus Van Inthout.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7890, folio 246v., akte dd. 17 april 1617.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naebescreven gestaen Laureys Spoelberchs, tot des naebescreven staet te mogen doen, behoorl(ijck) geconstitueert en(de) gemechticht zijnde bij en(de) van weg(en) El(i)z(abe)t Veyts wed(uwe) wijlen Huybrecht Wouters met consente, wijl(en) wille, wete en(de) overstaen Adams Hoffmans, haers tegenwoirdich mans, volgen(de) den instrumente van procuratie d(aer)op gemaeckt en(de) gepasseert voer Anthoen Spoelberchs als not(ari)s en(de) zeke(re) getuyg(en), resideren(de) binnen der stadt van Brussele, opd(en) xven. deser loopen(de) maent van april 1617, alhier gezien en(de) gebleken, per mo(nitionem) heeft opgedrag(en) met behoorl(ijcke) verthijden(isse) onderhalff dachm(ael) lants gelegen ombegrepen der juster maeten, geleg(en) onder de prochie van Werchtere, regen(oten) Peeter Wouters ter eenre, Huybrecht Spoelberch v(oer)s(chreven) ter anderre, jo(ncker) Jan Ph(i)l(ip)s Van(den) Wijngaerd(en) ter derdere en(de) dWerchterbroeck ter vierd(er) zijd(en), der v(oer)s(creve) El(i)z(abe)t verstorven en(de) gemaeckt bij testamente van(den) v(oer)s(creven) wijl(en) haeren man Huybrecht Wouters volgen(de) den testamente daeraff zijnde, gepass(eer)t voerd(en) not(ari)s J. Houtmans en(de) zeke(re) getuyg(en) opden naestlesten juny 1615 ende de v(oer)s(creve) transportant vuytten naem en(de) van weg(en) der v(oer)s(creve) constituanten daervuyt behoorl(ijck) ontgoet en(de) onterft zijnde, soo is daerinne behoorl(ijck) gegoet en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Jan Van Inthout inden naem en(de) tot behoeff van Marie Wouters z wed(uwe) Adriaens Van Inthout zijn(e) moedere, per mo(nitionem) iure et satis die voers(creve) transp(or)tant vuyt crachte en(de) naer vermogen der v(oer)s(chreve) procuratie, oblig(ando) et submitt(endo) de p(er)soon(en) en(de) goed(en) der v(oer)s(chreve) constituanten in forma, et waras zoo in chijns als renten ontrent drije rinsg(uldens) tsiaers tanq(uam) prout, coram Duffle, Maelstede, aprilis xvii., 1617.

     2. Verhulst Gaspara, x met Jan Cerneels, aktes daar,

     Verhulst Henricus, (°) Werchter 23.01.1619 (g. Ricx Henricus en Verhagen Anna),

     3. Verhulst Maria, (°) Werchter 16.05.1621 (g. Wouters Petrus en Holemans Maria),

     Verhulst Catharina, (°) Werchter 18.04.1623 (g. Wouters Petrus en Wouters Catharina),

     Verhulst Joannes, XI (S1464), (°) Werchter 29.09.1626 (g. Stoop Joannes fs Petrus en Boschmans Catharina).

 

Van Inthout Maria,

 

Van Inthout Hubertus, ° ca. 1570,  x met Margriet Goorts, fa Willem, zij x 2 Rotselaar 05.02.1608 (g. Vanden Eijnde Johannes en Fobleths Johannes) met Joannes Vermeulen -Vermolen, fs ... en Maria Fobelets, deze x 2 ? met Adriana ..., x 3 met Gertrudis Goorts,

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Inthout Joannes, (°) Rotselaar 30.09.1607 (g. Vautmans Johannes en Pelsmaeckers Johanna),

     2. Vermeulen Adrianus, (°) Rotselaar 25.10.1609 (g. Vanden Eynde Adrianus en Vanden Eynde Anna),

     Vermeulen Maria, (°) Rotselaar 11.12.1611 (g. Vermeulen Gualterus en Van Inthout Maria), 

     Vermeulen Antonius, (°) Rotselaar 06.03.1614 (g. Fobelets Joannes jr en De Muijsere Maria),

     Vermeulen Gerardus, (°) Rotselaar 06.03.1614 (g. Verbeume Gerardus en Van Aerschot Joanna), 

      Vermeulen Anna, (°) Rotselaar 27.09.1616 (g. Fobleths Joannes sr en Van Eynde Anna),

     3. Vermeulen Paulus, (°) Rotselaar 24.10.1620 ill. (g. Smols Paulus en Holemans Elizabeth).

 


 

XIII - Van Inthout Joannes (S5610), ° ca. 1555, x met Bogaerts Anna (S5611), Wez+., + Wezemaal 18.11.4638. Deze x 2 Wezemaal 13.02.1605 (g. Hoelmans Simonis, Gerardus Verstraten, Dionisius Bogaerts frater en Hubertus Van Inthout) met Theodorus Van Vlasselaer, + Wezemaal 22.09.1639, fs Seger.

 

Onderstaande akte met dank aan Christine Savat

Die Joannes hoeve oft Putvelthoeve gelegen aen heerlijckheijd van Wesemael lancx inne streckende & is als gichtdragere daervan Guilliam De Wit Henricqsone out 12 jaeren den 28 dec 1600 – naer doot Guiliam De Wit Henrissone is dese keur verdinght door de meeste gegoede opden vierden meert 1645 – nieuwe gichtdrager Jan Van Emelen Michielssone daer moeder aff was Barbara Van Hove out ontrent 15 jaere

- nu Berthel Van Inthout bij versterf – Dierick Van Vlasselaer bij coop te voren Goort Van Panhuijsen met een dm lants reg Jan Van Inthout

- nu Nijs Van Inthout bij versterf – Jan Van Inthout over een dm

- Goort Verreckt met thien vd

- Dierick Van Vlasselaer bij coop Wilm Van Vlasselaer Henricsone met dm lants reg Goort Verreckt.

R1604 fo 158: 11 jan 1576:
Jooris Goirts verkoopt aan Jan Van Inthout een half dm bempts int Bexhembroeck ‎(wijlen Jan Schermers, de Demer, Jan Vandeneijnde)‎.
SAL 6340/ B: bedezetting Rotselaar °1597:
Jan Van Inthout uit Wezemaal labeurt onder Rotselaar.

RM23716 fo 21:
Derfgen Jan Van Inthout van een block tot Sallaken aen die Damstraet ter jre, Adriaen Van Inthout ter ijre, erfg Cristiaen Broeckmans, vermelt 1643 item over Nijs Van Inthout de jaeren 1644 tot 1671.
Wezemaal 4511 ‎(1)‎ 1647: anderen ontfanck
item van een half dm land gelegen Tovervelt int block van Jan Meyntenaers eertijts toebehoort hebbende die erfgen Jan Van Inthout nu toebehorende de erfgen Michiel Wiggers.
  

 

Aktes met dank aan Paul Peeters:

Nog maar eens Theodorus Van Vlasselaer en Anna Boogaerts uit Wezemaal. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7522, folio 72v., akte dd. 24 januari 1633.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Hendrick V(er)eckt sone wijlen Gordts, woonende tot Wesemael, hem sterckmaeckende voor Pirijne Meys, sijne huysv(rouw)e, gelovende de s(elv)e in dijen te hb hebben dat sij dese naerbes(chreven) belastinghe sal commen lauderen en(de) approberen, per mo(nitionem) heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse drije dachm(aelen) landts, wesende een besloten block, geleghen onder Geelroy, regen(oten) Michiel Van Emelen oigst, d' Vuytterste straete zuydt, d' erffgen(aemen) François Wiggers west en(de) Geert Van Aerschot noordt, gelijck t' voors(chreven) block landts den voors(chreven) opdraeghere in deylinghe vallen is teghen sijne medeerffgen(aemen) voor schepen(en) en(de) laethen van Rivieren in decembri lestleden, expos(ito) ende Dierick Van Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, gehuysschen, woonende tot Wesemael impos(iti), per mo(nitionem) reddiderunt aen(den) v(oor)s(chreven) opdraegere om t' s(elv)e block landts te hebben, te houden en(de) te besitten op drije molevaeten corens aen(den) heere van Rivieren, heeren chijns sonder meer, ende voorts meer op eene voortaene rente van sesse carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants t' stuck, erffel(ijcke) rente, alle jaere opden xxiiiien. jan(ua)ry te betaelen en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije vna beden, oock van xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen) en(de) impositien en(de) exactien, alreede innegestelt oft inne te stellen, in toecomende tijden ten behoeve des voors(chreven) Diericx Van Vlasselaer en(de) sijne huysv(rouw)e, quolibet ass(ecu)tum, et casu quo pig(nus), etc(eter)a, gelovende die v(oor)s(chreven) opdraegere de voors(chreve) rente van sesse rinsg(uldens) erffel(ijck), jaerl(ijcx ) ten tijde ende termijne voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als voor, los en(de) vrije als boven ten behoeve voors(chreven), ob(ligando) et sub(mittendo) ac ren(untiando) in forma, met conditie dat de voors(chreve) gehuysschen de v(oor)s(chreve) rente van sesse rinsg(uldens) erffel(ijck) sullen moghen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hen gelieven sal t' eender reysen, elcken gulden erffel(ijck) daeraff met xvien. gelijcke guldens loopende munte en(de) met volle rente, coram Lievens, Waegemans, jan(ua)ry xxiiii., a(nn)o 1633.

            In de marge.

Is gebleecken bij manuele quittancie de date 9en. 7ber. 1698, onderteeckent J.B. Van Roye ende Anna Maria Van Thienen dat dese tegenstaen(de) rente van sesse gul(dens) sjaers den penninck xvi, originel(ijck) bekent prout in textu, ende de voors(chreven) Van Roye ende Van Thienen competeren(e) vuytten hooffde van haere suster jouff(rouw)e Catharina Van Thienen als haeren erffgenaem is gequeten door den eerw(eerdigen) heere Andreas Van Brussel, pastoir van Beygem bij Vilvoorden, als cooper van den onderpandt bij evictie tegens Guilliam Janssens, promitten(tes) de voors(chreven) Van Roye ende Van Thienen respective non amplius alloqui et sic vacat, actum hac ix. 7bris. 1698.

Vide libro 1640, 30. martii, staende ten boeck 1639 in prima, welck transport aldaer breeder v(er)melt, bij affquytinhe voors(chreven) comp te cesseren.

 

De akte maakt melding van Theodorus Van Vlasselaer en Anna Boogaerts uit Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7522, folio 240v., akte dd. 19 december 1633.

Item Cornelis Vereeckt sone wijlen Goorts, woonen(de) binnen Aerschot, in p(rese)ntia, etc(eter)a, heeft bekendt, gelijck hij bekendt mits desen deuchdel(ijck) schuldich te sijn aen Dierick Van Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, gehuysschen, woonende tot Wesemael, alhier p(rese)nt en(de) t' selve accepterende, sesse carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants t' stuck en(de) vijff gelijcke stuyvers erffel(ijcke) rente, alle jaere opden xix. dach decembris te betaelen en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, oock van xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen), impositien oft exactien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen ten behoeve der voors(chreve) gehuysschen in toecomende tijden, t' elcken jaere en(de) termijne als schuldt met rechte v(er)wonnen, ob(ligando) et sub(mittendo), met conditie dat de voors(chreve) bekendere de voors(chreve) rente van sesse rinsg(uldens) en(de) x st(uyvers) erffel(ijck) sal moghen lossen ende affquyten t' allen tijden tijde alst hem gelieven sal t' eender reyse, elcken gulden erffel(ijck) daeraff met sesthien gelijcke guldens loopen(de) munte en(de) met volle rente, ende om den voorsch(reven) gehuysschen te bat te v(er)sekeren, soo heeft de voors(chreve) Cornelis geconsenteert int maecken van mainmise over sijne goeden en(de) int decreet der schepen(en) van Loven sonder daertoe te derfven gedaeght oft geroepen te worden t' sijnen coste, ende naementl(ijck) aen en(de) tot sesse dachm(aelen), soo landt als bempdt, geleghen in een(en) stucke onder Geelroy, geheeten de Biest, regen(oten) Jan Wijbrecht ter ie. oost en(de) s' heeren straete in drije andere sijden, waranderen(de) t' selve op vii ½ st(uyvers) heeren chijns, voorder niet, coram Willemaers, Rivieren, decembris xix., anno 1633.

            In de marge.

Opden 30. 7ber. 1712 is ghebleken bij quitt(antie) de date deser, ondert(eeckent) H. Davidts, dat die capitaelen en(de) verloopen van dese tegenstaen(de) rente van Maria Vreeck, wed(uw)e van Adriaen Adriaen Smets sijn gequeten et sic vacat. 

 

Hierbij een akte met vermelding van Anna Boogaerts, weduwe van Joannes Van Inthout en moeder van Catharina Van Inthout, die huwde met Hermannus Blo(e)ms.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7508, folio 79v., akte dd. 23 oktober 1617.

Item in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Anna Boogaerts weduwe wijlen Jans Van Inthout voorde tocht en(de) Herman Bloems, soo voor hem als man en(de) momboir van Cathelijne Van In[t]hout, dochter des voors(creven) wijlen Jans, hem voerde selve sterckmaeckende, voer derffelijcheyt, per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijdenisse allen alsulcke kintsgedeelte als opde voors(creve) Cathelijne is gedevolveert bij doot van wijlen haeren voors(creven) vaeder in alle goeden en(de) erffrenten, te wat plaetse deselve souden mogen gelegen sijn, egeene vuytgenomen, item een huys en(de) hoff, gestaen tOvervelt onder die prochie van Wesemael, dwelck die voors(creven) Herman en(de) sijne huysvr(ouw)e v(er)cregen hebben tegen Matheus Crosse achtervolgende die goedinge, hier naer volgende, de welcke voor dese belastinge is voor schepenen gepasseert geweest, exp(osito ende Marie Cools huysvr(ouw)e Charles Van(der) Linden, woonende onder Wesemael tot Vlasselaer, imposito per mo(nitionem) reddidit op de lasten van oudts daerop vuytgaen(de), ende voorts meer op twelff carolusguldens te xx st(uyvers) tstuck en(de) thien gelijcke stuyvers erffelijcke) rente, alle jaer op daete deser te v(er)schijnen ende in deser stadts wissele van Loven te leveren tot behoeff der voors(creve) Marie Cools en(de) haeren man en(de) henne erffven en(de) naecomelingen, los en(de) vrije, etc(etera), in futur(um) quolibet ass ass(ecu)t(um), met conditie dat de voors(creve) opdraegeren de voors(creve) rente van xii r(insguldens) x st(uyvers) sullen mogen lossen ende affquyten tallen tijden alst hun gelieven sal teender reyse tegen den penninck xvi en(de) met volle rente, geloven(de) voorts die voorscreven Herman Bloems, soo voer hem als inden naem sijnder voors(creve) huysvr(ouw)e indivisim die voors(creve) rente wel en(de) loffelijck altijts ten tijde en(de) termijn(e) voors(creven) te betaelen en(de) jaerlijcx te leveren, los en(de) vrije als boven in toecomende tijden, telcken termijn als schult met recht v(er)wonnen et casu quo pignora, etc(etera), coram Roeloffs, Maes, octobris xxiiia., 1617.

            In de marge.

Dopdracht bij manioere van affquytinge van(de) ix rinsg(u)l(dens) x st(uyvers) erfffel(ijck) vuyt dese xii rinsg(u)l(dens) x st(uyvers), h(abetu)r maii xv., anno 1620 in prima.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Bo(o)gaerts, inwoners van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7508, folio 284r., akte dd. 4 mei 1618.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbescreven) gestaen Hans Geboeren en(de) Naenken Claes, sijne huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Wesemael, met manisse hebben opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijdenisse een halff dachmael bempts, gelegen int Sallaecken Broeck onder die baenderije van Rotselaer, regenooten Adriaen Briers ter eenre, die kercke van Aerschoth ter iie., Adriaen Van Brussele ter derder en(de) Dierick Van Vlasselaer ter vierdere zijden, exp(osito) imp(ositus) die voors(creven) Dierick Van Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, sijne huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Wesemael, et satis die voors(creve) opdraegeren obligan(do) et submitten(do) ac renun(iando) in forma, et waras op sheeren chijns van(den) gronde indyen men bevindt daerop vuyt te gaen(e), prout, coram eisd(em).

Item partijen v(er)claeren den rechtveerdigen coop te wesen om en(de) voor die somme van xlvi rinsg(u)l(dens) eens los geltz, eisd(em).

 

Hierbij een akte met vermelding van Anna Boogaerts, weduwe van Joannes Van Inthout, en haar dochter en schoonzoon Catharina Van Inthout en Herman Bloems.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7510, folio 349r., akte dd. 15 mei 1620.

Item, in p(rese)ntia villici Lovanien(sis), etc(etera), gestaen Willem Boon zone wijlen Adriaens, woonen(de) bynnen des(er) stadt van Loven, en(de) dat inden naem(e) van Marie Cools wed(uw)e Charles V(er)linden, zijn(e) schoonmoedere, en(de) dat overmidts heure debiliteyt ende indispositie, voerde welcke hij hem is sterckmaecken(de), met manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) negen carol(us) g(u)l(dens) te xx st(uyvers) Brab(an)ts tstuck en(de) x gel(ijcke) stuyvers vuyt een(e) meerdere rente van xii rinsg(u)l(dens) en(de) x st(uyvers) erffel(ijck) mette v(er)loopen van dien, vallen(de) jaerl(ijcx) opden xxiii. octob(ris) als de voors(creve) Marie Cools met schepen(en) brieven van Loven jaerl(ijcx) was heffen(de) en(de) trecken(de) opde p(er)soonen van Anna Boegaerts wed(uw)e wijlen Jans Van In[t]houdt voerde tocht en(de) Herman Bloems voer hem als man en(de) momboir van Cathlijn Van In[t]houdt volgen(de) de constitutie brieven van Loven daeraff zijn(de) van(der) daet xxiii. octob(ris) anno 1617 in prima, exp(osito) imp(ositus) Herman Bloems en(de) Cathlijn Van Inthoudt, gehuysschen, woonen(de) tot Wesemaele, en(de) dat bij maniere van affquyttinghe, reserveren(de) daerop alnoch de bovengen(oempde) drije rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) et satis, etc(etera), et waras desel(ve) rinte tzedert nyet belast noch v(er)thiert in eeniger manieren, tanquam prout iure, cederen(de), transporteren(de) en(de) geven(de) voorts overe die voors(creven) transportant inden naem(e) ende qua(litey)t als voren derffbrieven daeraff zijn(de) met allen en(de) iegewelcke gelueften, daerinne begrepen, ten sel(ven) rechte, verclaren(de) die voors(creven) transportant dat de voors(creve) Marie Cools, sijn(e) schoonmoedere, de capitaele penn(ingen) van(den) voors(creven) Bloems heeft ontfanghen ter p(rese)ntien van Adriaen Pasteels en(de) Andries Van Salin, coram Lievens, Beringhen, maii xva., anno 1620.

 

Hierbij een akte met vermelding van Henricus Van Inthout met zijn vrouw Anna Vanden Panhuysen enerzijds en Theodorus Van Vlasselaer met zijn vrouw Anna Boogaerts anderzijds.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 349r., akte dd. 4 februari 1619.

Item, An in presentia villici, etc(etera), Anna Vanden Panhuys dochter Wille wijlen Willems bij consente ende ten overstaene van Hendrick Van Inthoudt, haeren man en(de) momboir, hebben opgedragen met behoorlijcke) v(er)thijdenisse, rijssche ende rijse drije dachm(aelen) vii roeyen beempts ombegrepen die precise maete, soo ende gelijck het parceel is geleghen onder Rotselaer int Helchterbroeck, regenot(en) de Dijle ter i., Willem Ourocx ter ii., Hendrick derffgen(aemen) Hendricx De Neutere ter iii. ende derffgen(aemen) van Machiel Lechy ter vierdere zijden, exposit(o) impositus) est iure hereditario Dierick Van Vlasselaer, soo voor hem als voor Anna Boogaerts, sijne huyvrouwe, ende actie hebbende per monit(ionem), ende dat ter zaecken van coope ten vuytgaene vander berrender keerssen om ende mits de somme van ... [rand] hondert tsestich guld(ens) met den slach wijn, hooghen ende andere ongelden, coemende op liiii g(uldens), et satis dopdrageren oblig(antes) et submittentes ac renunc(iantes) ut in forma, et waras voor vrije, eygen ende onbelast, his interfuerunt Schoere, Edelheere, scab(inis), et allodii consortib(us) Lovanien(sis), item dheere meyer et Hermans itidem allodii consortes Lovan(iensis) quiquidem hec quod faciunt, actum februarii iiii., 1619.

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Inthout Bartholomeus, ° ca. 1584, x > 1616 met Johanna Mertens, fa Henricus,

Onder de KLIK, zit bij 1a een boeiende akte over Bartholomeus en Johanna Mertens. Met dank aan Paul Peeters.

Onderstaande aktes met dank aan Christine Savat

De Kinnebacq hoeve gelegen opt Waterloos hiervan is gichtdrager Joosken Poortmans Adriaenssone out 13 jaeren maart 1600 – na dood van Joosken is Goris Van Emelen Michielssone daer moeder af is Bayken Van Hove gestelt als gichtdrager – out ontrent sesse jaeren

- nu Jan Spoelbergh bij houwelijck Antonis Van Emelen

- nu bij koop Berthel Van Inthout Goort Verreckt bij houwelijck te voren Adriaen Poortmans reg Adriaen Van Inthout, Jan Spoelbergh

- Berthel Van Inthout bij coop van dese dri perceelen gelegen boven Uijthelstraet

- Hendrick Verret Goortsone bij versterffe (1653) – Goort Verreckt bij houwelijck te voren Adriaen Poortmans met dm lants inde Varent reg

- Jan Spoelbergh bij houwelijck te voren Antoon Van Emelen ... reg Berthel Van Inthout. 

 

Hieronder weer aktes met dank aan Paul Peeters:

Hieronder een akte van emancipatie van de kinderen van Bartholomeus Van Inthout (en Joanna Mertens), wonende te Wezemaal.  De datum van de akte is gebaseerd op de datering van de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7522, folio 168v., akte dd. 23 juni 1633.

Transcriptie.

Item Bartholomeus Van Inthoudt filius Jo(hann)is, com(morans) apud

Wesemael, in p(rese)ntia, etc(eter)a, emancipavit Jo(hann)em, Petrum, Hubertum,

Nicolaum, Annam et Mariam Van In[t]houdt, suas proles, a pane suo

modo debito et consueto, quo facto idem reconduxit, coram eisdem.

 

In de akte wordt melding gemaakt van Bartholomeus Van Inthout (zoon van wijlen Joannes) en zijn vrouw Joanna Mertens.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7526, folio 29r., akte dd. 18 december 1637.

Item Bertel Van Inthaudt soene wijlen Jans en(de) Johanna Mertens, gehuyschen, woonen(de) onder Wesemael, in presen(tia), etc(etera), hebben indivisim bekendt wel en(de) deuchdelijck schuldich te sijn aen heer Jan Bancx, regent van(de) Pedagogie van(de) Valck alhier, present en(de) tselve accepteren(de) inden naem en(de) tot behoeff van(de) voors(chreve) Pedagogie van(de) Valck bynnen deser stadt ende eerw(eerdighe) universiteyt van Loven, sessendertich carolus guldens te xx s(tuyvers) Brabants tstuck en(de) vijff gelijcke stuyvers erffelijcke rente, alle jaer opden xen. aprilis te v(er)scheynen en(de) te betaelen, daer aff dierste jaer van betalinghe sijn sal den xen. aprilis xvic. achtendertich ende inder stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere penninghen en(de) impositien, inne gestelt oft naermaels inne te stellen in futuru(m) quolibet assecut(um) et ad mon(itionem) pignus infra leucam valens dupl(um) et tant(um), obligan(do), etc(etera), in forma, met conditie dat die voors(chreve) gehuyschen, henre erffven en(de) naecomelinghen die voors(chreve) rente sullen moeghen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hen gelieven sal teender reyse teghen den pen(ninck) xvien. en(de) met volle rente, consenteren(de) die voors(chreve) gehuyschen tot naerder vasticheyt int maecken van mainmise over de goeden naerbeschreven, en(de) int decreet van dijen sonder daertoe te dorven gedaeght oft geroepen te woorden en(de) namentl(ijck) over drije dachmael landts, geheeten die Cleyn Varent, geleghen onder Geelroye, regen(oten) derffgen(amen) Jan Spoelberchs suyden, item noch een boender landts, geleghen opden Coxhaghen, regen(oten) Ph(i)l(ip)s Van Brussel oost, Geert Van Aerschot bosch noorden en(de) den Heyligen Geest van Wesemael west, item noch thien virendeelen landts, geleghen onder Geelroye, regen(oten) Cornelis V(er)eckt ter ier., Herman Bloms ter andere, en(de) Cornelis Stuyx ter iiier. en(de) Wauter Coleyns ter iiiier. sijden, item huys en(de) hoff metten toebehoorten, groot een halff dachmael, geleghen onder Wesemael, geheeten Nies Willekens, regen(oten) Dirick Van Vlasselaer ter ier., sheeren straete ter iier. en(de) die voors(chreve) bekenderen ter andere sijden, en(de) generalijck over alle henne andere goeden, soe meuble als immeuble, sijnde de voors(chreve) goeden alleenelijck belast met sheeren chijns, midts welcke voors(chreve) bekentenisse doot en(de) te nyet gedaen wordt alsulcke rente van dertich r(insguldens) erffel(ijck) tot behoeff als voor, bekendt bij Jan en(de) Jacques Van Inthaudt opden xen. july aprilis anno 1617 in hac camera, coram Borchgreeff, Leunckens, decembris xviii., 1637.

 

In de akte maakte men melding van Bartholomeus Van Inthout en zijn zoon Joannes.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7527, folio 62v., akte dd. 28 maart 1639.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven en(de) eygengenoeten

naerbeschreven gestaen Dionijs Van Inthadut, woonen(de) tVuythem onder

Geelroye, bij manisse heeft opgedraeghen met behoorlijcke

v(er)thijdenisse een dachmael landts min vier royen, geleghen onder

Wesemael t' Overvelt, regen(oten) Jasp(er) Van(den) Schrieck ter ier., Bertel

Van Inthout ter iier., derffgen(amen) Henrick Anthoen Gooris ter iii. en(de) den wech aff-

loopen(de) van dWaterloos ter iiiier. sijden, exp(osito) imp(ositus) est Berthel Van

Inthoudt inden naem en(de) tot behoeff van Jan Van Inthoudt, sijnen soen, per

mo(nitonem), et satis obligan(do), etc(etera), in forma, et waras

voor ombelast, ten waere tselve waer liggen(de) onder eenen peertskeur,

den welcken den cooper tsijnen last is nemen(de), ende dit om en(de) voor een hondert

ende vijff r(insguldens) eens, los en(de) vrije gelt, coram Fusco, Leunckens, martii

xxx., 1639.

 

In de akte maakt men meling van Bartholomeus Van Inthout en zijn vrouw Joanna Mertens dochter Henricus, inwoners van Wezemaal. De akte laat vermoeden dat Joanna Mertens afkomstig was van Betekom.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7527, folio 156r., akte dd. 14 januari 1639.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Jenneken Mertens dochter wijlen Henricx met consente, wille, wete ende overstaen(e) van Bartholomeeus Van Inthoudt, haers mans, woonen(de) onder Wesemael, per mo(nitionem) hebben tsaem(en) opgedraeghen met behoirlijcke) verthijdenisse alsulcke zeven gul(dens) erffel(ijck), den pen(ninck) xvie., vallen(de) jaerl(ijcx) 4a. may, d(aer)aff deerste jaer verschijnen sal 4a. may 1639 toecomen(de), gel(ijck) de sel(ve) rente hem opdraegheren in deylinge is gevallen voer schepen(en) van Bethekem vander daet ... [n.v.], dewelcke sij sijn trecken(de) op eenen eenen beempt, alsoo den sel(ven) gelegen is rontsomme in sijn(e) grachten, groot ontrent een halff boender, gelegen aen(de) Laecke, regenoot de straete ter eenre noordt ter eenre, het Aelstraetken ter andere ende Sebastiaen Vander Vorken ter derdere sijd(en), ende de voors(chreve) opdraegeren met orden(en) van rechte daervuyt ontgoidt ende onterft sijn(de), soo wordt d(aer)inne gegoidt en(de) geerft ten erffelijcken rechte Peeter Craenen, woonen(de) tot Aerschot jouffvr(ouw)e Dorothea Craenen, weduwe van(den) heere lieuten(ant) Gaudet, per mo(nitionem) et satis die v(oor)s(chreve) opdraegeren obligan(do) et indivis(im) submitten(do) ac renuntian(do) in forma et waras op sheeren voer eene goede ombelaste en(de) onverthierde rente, cederen(de), transporteren(de) en(de) geven(de) midts desen over de v(oor)s(chreve) brieven van scheydinge en(de) deylinge ten behoeve v(oor)s(chreven), coram Borchgrave, Fusco, januarii xiiii., 1639.

 

In de akte maakt men melding van Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer, weduwnaar van Anna Boogaerts en inwoner van Wezemaal. In de akte vernemen we dat Theodorus de zoon is van Seger.  Kort daarna werd Theodorus Van Vlasselaer te Wezemaal begraven op 22 september 1639. Anna Bo(o)gaerts werd te Wezemaal begraven op 18.11.1638.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7527, folio 157v., akte dd. 31 januari 1639.

Vlasselaer h(abe)t l(itte)ras.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Peeter Oyen zone wijlen Peeters voerde tocht en(de) Jan Oyen, sone des v(oor)s(chreven) Peeters voer derffelijckheyt, woonen(de) respective woonen(de) tAerschot en(de) Herssel, per mo(nitionem) hebben tsaem(en) opgedraegen met behoirl(ijcke) v(er)thijdenisse twee dachmael en(de) xxv royen landts, gelegen tot Wesemael in dOverenvelt, regenooten sheeren straete ter eenre, Herman Bloems ter tweeder, derfgen(aemen) Jan Van Thienen ter derdere en(de) vierdere sijd(en), item een huys en(de) hoff, gestaen in dOverenvelt, groot tsaem(en) drije dachmael, regenooten sheeren straet in twee sijd(en), derfgen(aemen) Jans Van Inthoudt ter derdere en(de) de Heyde ter vierdere sijd(en), expos(ito) ende Dierick Van Vlasselaer sone wijlen Zegers, weduwer van Anna Boogaerts, woonen(de) tot Wesemael, impos(itus) per mo(nitionem) reddidit om de v(oor)s(chreve) p(ar)ceelen van goeden te hebben, te houden en(de) te besitten, dierste p(ar)ceel op een(en) peerdtskeur aen(den) heere van Wesemael ende het tweede parceel op vijff moleaten corens en(de) drije cappuyn(en) aen(den) sel(ven) heere van Wesemael en(de) xxvii stuyvers erffel(ijck) tanquam prout jure ende voirts meer op eene vortaen(e) rente van twelff carolus gulden te xx st(uyvers) Brabants tstuck en(de) thien gelijcke stuyvers erffelijcke rente, alle jaere op heden date des(er) te betaelen ende binnen des(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede en(de) van alle andere impositien, oock van xe., xxe., ce. en(de) van andere t' elcken jaere en(de) termijn(e) als schult met rechte verwonnen,obligan(do) et submitten(do) ac renuntian(do) in forma, geloven(de) de v(oor)s(chreve) bekinders de v(oor)s(chreve) rente indivis(im) en(de) insolidum wel ende loffelijck te betaelen en(de) leveren als vore, los en(de) vrije als boven, onder de sel(ve) obligatie ende submissie met conditie dat sijl(ieden de voirs(chreve) rente van xii gul(dens) en(de) x st(uyvers) erffel(ijck) sullen moegen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hun gelieven sal t' eender reyse, elcken gul(den) erfel(ijck) daeraff met sesthien gel(ijcke) guldens loopen(de) munte en(de) met volle rente bekennende de v(oor)s(chreve) rentgelders de capitaele penn(ingen) vuyt handen van(den) v(oor)s(chreven) Dierick Van Vlasselaer ontfangen te hebben, coram Roeloffs, Begijnemaecker, januarii ultima, 1639.

 

In de navolgende akte wordt melding gemaakt van Bartholomeus Van Inthout zone wijlen Joannes en zijn vrouw Joanna Martens. Je leest het goed, er staat "Van Nyethout" en niet "Van Inthout". Het is dus geen tikfout.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7505, folio 297r., akte dd. 4 mei 1615.

Item Bartholomeeus Van Nyethout zone wijlen Jans en(de) Johanna Merttens, zijne huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Wesemael, in p(rese)ntia, etc(etera), hebben bekint, gel(ijck) sij bekinnen midts desen schuldich te zijn Carel Van(der) Linden en(de) Marie Coels, gehuysschen, woonen(de) insgel(ijcx) tot Wesemael, drije carol(us) g(u)l(dens) te xx st(uyvers) Brabants tstuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden iiiien. may date des(er) en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven, los en(de) vrije van bede te leveren, den voors(chreven) gehuysschen oock van xe., xxe., ce. en(de) van allen andere, mindere oft meerdere penn(ingen) en(de) impositien, alreede innegestelt oft naemaels inne te stellen in toecomen(de) tijden, telcken termijn(e) als schult met rechte v(er)wonnen, obligan(do) et submitten(do), etc(etera), et tantum et casu quo pignora, etc(etera), in forma, met conditie dat die voors(chreve) bekinders oft henne naercomelin(gen) die voors(chreve) rente van drije carol(us) g(u)l(dens) erffel(ijck) sullen sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teender reysen, elcken gulden erffel(ijck) daeraff met xvi gel(ijcke) carol(us) g(u)l(dens) loopen(de) munte en(de) met volle rente, coram Lievens, Glavimans, maii iiiia., anno 1615.

         In de marge.

De quictan(tie) van dese drije g(u)l(dens) staet in een contract van(der) daet xxia. feb(rua)ry a(nn)o 1633 in hac ca(mer)a, beginnen(de), item op Johanna Mertens et sic vacat.

 

Bij deze een akte met vermelding van Bartholomeus Van Inthout (Van Inckhout) zone Joannes en zijn vrouw Joanna Mertens, inwoners van Zallaken onder Rotselaar. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7507, folio 245r., akte dd. 20 februari 1616.

Item, in p(rese)ntia villici Lovanien(sis), etc(etera), Bartholo(meus) Van Inckhout zone wijlen Jans en(de) Johanna Merttens, gehuysschen, woonen(de) tZallaecken onder Rotzelaer, ende hebben bekindt indivis(im) ende insolidum schuldich te zijn Caerel Van(der) Linden en(de) Marie Coels, sijne huysvr(ouw)e, woonen(de) onder Wesemael, twelff carol(us) carolus gul(den)s te xx st(uyvers) Brabants tstuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden xxen. feb(ruary) date van des(en) en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven, los en(de) vrije te leveren, oock van xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pe(n)nin(gen), impositien oft exactien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolibet assecutum obligan(do) et indivisim submitten(do) ac renun(tiando) in forma et tantum et ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), in forma, met conditie dat die voors(creve) bekinders de voors(creve) rente van xii carolus gul(den)s erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal ten twee reysen, met sesse rinsgul(den)s smaels, elcken carolus gul(den) erffel(ijck) daeraff met xvi gel(ijcke) carolus gul(den)s loopende munte en(de) met volle rente, coram S(ainc)t Victor, Maelstede, feb(rua)rii xxa., anno 1617.

            In de marge.

De quictan(tie van dese twelff rinsg(uldens), h(abe)tur in zeker contract, beginnen(de), item, etc(etera), gestaen Johanna Mertens van(der) daet xxi. feb(rua)ry a(nn)o 1633 in hac ca(mer)a et sic vacat.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Bartholomeus Van Inthout zone Joannes en zijn vrouw Joanna Mertens, inwoners van Zallaken onder Rotselaar. Het bijzondere aan deze akte is dat Bartholomeus werd vermeld als Van Eynthout. What's in a name ? Verder ook de vermelding van Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7508, folio 16r., akte dd. 21 juli 1617.

Item Bartholomeus Van Eynthout soene Jans en(de) Jenneken Merttens, gehuysschen, woonende tot Sallaecken onder Rotselaer, in p(rese)ntia, etc(etera), hebben bekindt en(de) bekinnen midts desen indivisim schuldich te sijn aen s(ieu)r Glaude Masquelier oft aende genen bij hem naemaels te nomineren, sesse carolus guldens tsiaers te xx st(uyvers) Brabants tstuck en(de) thien gelijcke stuyvers erffel(ijcke) rinte, jaerlijcx vallende en(de) v(er)schijnende opden xxien. dach july en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pe(n)nin(gen) oft impositien, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futur(um) quolibet ass(ecu)t(um) ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), et tantu(m) obligan(do), submittenten(do) ac renuncian(do) in forma, met conditie dat die voors(creve) bekinderen die voors(creve) rente van ses rins(guldens) en(de) thien stuyvers ts(iae)rs sullen mogen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hun gelieven sal teender reysen, elcken gulden erffel(ijck) met xvi gel(ijcke) carolusgul(dens) loopende munte, ac cum, coram Schore, Maes, julii xxia., 1617.

            In de marge.

Transport van(de) sesse rinsg(uldens) en(de) x st(uyvers) erffel(ijck), h(abetu)r xxa., decembris 1625 in prima.

 

In de bijgaande akte maakt men melding van Bartholomeus Van Inthout en zijn vrouw Joanna Mertens.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8246, folio 54r., akte dd. 19 september 1616.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen Jan Sloecx voorde proprieteyt, hem sterckmaken(de) voor Barbara Rouckeloos wed(uw)e wijlen Peeters Van(der) Taelen, zijne schoonmoedere, heeft opgedraghen met wettighe v(er)thijdenisse een stuck erfven, geleghen onder Rotselaer opt Sallaeck, ter plaetsen geheeten Craenenbroeck, groot ontrent een halff boendere, regen(ooten) Loyck Van Meerbeke ter ire., d' erffgen(aemen) Jans Cerneels ter iire., de Heyde ter iiire., Ferdinando Vuerincx ter andere zijden, expos(ito) impos(itus) Bartholomeus Van Inthout, soo voor hem selven als voor Jehenne Mertens, zijne huysvrouwe, per mo(nitionem) et satis obligan(do), sub(mittendo) en(de) renun(tiando) in forma, et waras op een ganse en(de) eenighe cleyne chijnsen, item den rechtveerdighen coope is de somme van thien guldens eens, los geldts, staende ten laste van(den) coopere d' achterstellen van(den) chijns, coram Duffle, Malstede, septemb(ris) xix., 1616.

     Uit dit huwelijk:

     Van Inthout Joannes,

     Van Inthout Petrus, 

     Van Inthout Bartholomeus, (°) Rotselaar 27.12.1616 (g. Bartholomeus De Pelsmaekers en Anna Van Inthout), x met Ida Blooms,

     Een akte waarin Bartholomeus en Ida voorkomen vind je onder de KLIK bij 6. Met dank aan Paul Peeters.

     Van Inthout Anna, (°) Rotselaar 18.02.1618 (g. Dionys Van Inthout en Adriana Van Emele),

     x 1 Wezemaal 10.01.1643 (g. Adrianus De Kepper en Walterus Minnen) met Mellaerts Guilielmus, (+) Wezemaal 17.03.1652,

     x 2 Wezemaal 11.08.1652 (g. Van Inthout Hubertus en Minnen Walterus) met Vercouteren - Van de Cauter Joannes,

     (°) Holsbeek 07.11.1629 (g. Piaet Joannes en Pasteels Catharina), gezinnen en meer info bij Vercouteren,

     Onder KLIK zit bij 20 een akte met vermelding van dit gezin. 

     Van Inthout Maria, (°) Rotselaar 13.03.1621 (g. Adrianus Mertens en Smeyers Maria),

     x Wezemaal 21.01.1655 (g. Bartholomeus Van Inthout en Gerardus Elsens) met Cornelius Van Beringhen,

     Van Inthout Hubertus, (°) Wezemaal 19.12.1627 (g. Verect Hubertus en Van Inthout Maria),

     Onderstaande akte (met dank aan Paul Peeters)

     met vermelding van Hubertus Van Inthout sone Bartholomeus.  Wellicht gaat om Hubert, zoon van Bartholomeus en Maria Mertens,

     alhoewel het niet zo uitdrukkelijk werd vermeld in de akte. Een mogelijkheid om hierover zekerheid te hebben, is bijv. het grondbezit van

     Bartholomeus en Hubertus in de verschillende akten te vergelijken.  Opmerking : [n.v.] = niet vermeld.

     Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7929 fol. 166r°.

     Item inde tegenwoordicheyt des heeren meyers ende schepenen van Loven naergenoempt gestaen den procur. Le Riche om tgene naerbeschreven

     staet, te vernieuwen ende herkennen, geconstitueert sijnde bij procuratie, hier onder geinsereert, ende heeft tselve gedaen als volcht.

     Op heden desen viijen. febry. 1677 compareren. voor mij openbaer notaris, pnt. die getuygen naertenoemen, Huybrecht Van Inthout, innegesetene

     van Rotselaer, soone Bertels, heeft Xcocht., soo hij doet bij desen aen ende tot behoeff van jouffe. Anna De Waersegere weduwe wijlen sr. Peeter

     de Caumon, present ende in coop accepterende, een halff boinder landts, gelegen t' Overvelt onder Wesemael, regenooten de voors. coopersse

     ter eenre, Jan Vercauteren ter ije., derffgen. van Niclaes Van Inthout ter iije. ende de baene naer Geelroode ter iiije. sijden, ende dat om ende voor

     de somme van tweehondert ende thien guldens eens, dewel. den voors. vercoopere bekent te hebben ontfangen vuyt handen vande voors.

     coopersse, passerende dese oversulcx voor quitancie absolut, waranderen t' voors. goet op een rente van twintich stuyvers aen ... [n.v.] sonder meer

     andere lasten van chijns, comeren. oft andersints daerop vuyttegaen, daer voor altijts in cas anders naermaels bevonden wiert, garant ende

     genochdoeninge geloovende, onder obligatie, submissie ende renunciatie in forma, mede de Xloopen. der vs. rente aff te doen totten daege vande

     goedenisse deser toe Xschenen., Xclaerende. den vs. comparant t' vs. Xcocht. goet aen hem in deylinge gevallen te sijn voorde weth van Wesemael,

     aldus geregistreert fol. 128 ende 129, onderteekent P. Willems, sris., constituerende allen thoonder deser int besundert om tgene vs. staet, voor meyer

     ende schepenen van Loven ende alomme elders daer des van noode wesen sal, te vernieuwen ende herkennen, mede te laeten passeren in

     volontaire condemnatie, oock aldaer te doen ontgoedenisse ende goedenisse pro ut moris et stily, promittens ratum in forma.

     Actum binnen Loven present Peeter Van Limborich ende Joannes Babtista Lissens, als ghetuygen tot desen gebeden, ende hebben de voors.

     Xcoopere. ende coopersse de minute deser onderteekent, mij present als nots., quod attestor, ende was onderteekent W. Van Limborch, nots.

     Aldus vernieuwt ende herkent bij den voors. geconstitueerden ende dijenvolgens ter manisse des vs. heere meyers heeft opgedraeghen met behoorl.

     Xthijdenisse. het halff boinder landt, hier boven indt witte deser met sijne regenooten Xmelt., exposito impositus est den nots. Van Limborch, present,

     inden naeme ende tot behoeve vande vs. wede. Peeter de Caumon oft haere actie hebbende, accepterende, per mo. juere et satis, den voors.

     opdraegere obligans, submittens ac renuncians in forma et waras ut supra, alles pro ut latius in dicto procuratorio, coram Silvius, Tsantels, xi febry. 1677.

     Van Inthout Nicolaus, (°) Wezemaal 20.11.1631 (g. Geerts Claes en Verhoeven Jenneken),

     x Betekom 25.02.1659 (g. Cornelius Goians, Franciscus Luyten, Anthonius ? Van Meerbeeck en Hubertus Van Ninthaut)

     met Barbara Van Vlasselaer, fa in Betekom,

     In verband met dit gezin (lees intro - met dank aan Paul Peeters) vind je aktes en info onder de KLIK bij 8.

     Onder dezelfde KLIK bij 15 nog een vrij interessante akte betreffende Bartholomeus Van Inthout (x Joanna Mertens),

     zijn zoon Huybrecht als voogd van de kinderen van wijlen Nicolaas Van Inthout (x Barbara Van Vlasselaer), zijn schoonzoon

     Jan Van de Cauter (x Anna Van Inthout) en anderen, waarmee het familieverband niet altijd direct duidelijk is.

 

Van Inthout Dionisius, + Wezemaal 03.06.1657, x 1 > 1621 met Keijsers Ida - Aleijdis (fa Walterus (x 1 Leuven Geertrui 13.10.1584 (g. Franciscus Van Roy en Claudius Masquelier) met Catharina Vuedinck) x Catharina Philips), (°) Wezemaal 20.11.1589 (Hubertus Ooms en Elisabeth Steensenmans), x 2 Wezemaal 05.04.1639 (g. Guilielmus Keijsers en Joannes Van Inthout) met Maria Van Halbeeck,

Uit het huwelijk (deze gegevens met dank aan Wim Vandersloten) Keysers Watterus x Catharina Vuedinck:

Joannes geboren, gedoopt Leuven (Sint-Geertrui) op 28.07.1585 met als doopgetuigen Johannes Kaeck en Maria Vuerdincx, dan Franciscus en Elisabetha.

vervolgens Henricus, gedoopt te Leuven (Sint-Geertrui) op 20.01.1591 met als doopgetuigen Henricus Van Aerschot en Anna Roggemans.

Blijkbaar pendelde het gezin tussen Wezemaal en Leuven, want hun laatste kind werd weer in Wezemaal gedoopt. Ze hadden dus niet 3  maar 5 kinderen.

In Leuven verbleef of woonde het gezin in het pand het Gulden Schip op dUylaeck. Walterus De Keyers werd begraven te Leuven (Sint-Geertrui) op 14.01.1636.

Zijn tweede vrouw Catharina Philips werd begraven te Leuven (Sint-Geertrui) op 12.11.1640.

Dan is er nog het overlijden van Ida Keysers (x Dionysius Van Inthout), doch hieromtrent is er wel wat verwarring. Haar overlijdens- en begrafenisakte werd ingeschreven in de parochieregisters van Wezemaal op 17.12.1638 na een overljden van 21.12.1638 en in de akte wordt vermeld dat zij gestorven is en begraven werd te Leuven.

Op 17.12.1638 is echter niets te vinden te Leuven. Wel werd op 11.12.1638 een begrafenisakte van Sijken of  Eyken Kaeysers ingeschreven in de parochieregisters van de parochie van Sint-Geertruy te Leuven . Syken is normaal een roepnaam voor Lucia, terwijl Eyken de roepnaam is voor Ida. Ofwel vergiste de pastoor van Wezemaal zich van datum ofwel staat er te Leuven Sijken en is dit nog iemand anders (wat toch wel een toeval zou zijn) ofwel moet het gelezen worden als Eyken en werd zij in werkelijkheid op 11.12.1638 begraven.

 

Het gaat hier weer om een dubbele vermelding, enerzijds  Dionysius Van Inthout, zoon van Joannes en man van Ida (Ijken) Keysers, inwoners van Gelrode, en anderzijds Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts, inwonders van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7522, folio 69v., akte dd. 17 januari 1633.

Item Dionijs Van Inthoudt sone wijlen Jans en(de) Ijken Keysers,

gehuysschen, woonende onder Geelroy, in p(rese)ntia, etc(eter)a, hebben indivisim

en(de) insolidum bekendt deuchdel(ijck) schuldich te sijn aen Dierick Van

Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, sijne huysv(rouw)e, woonende tot Wesemael,

vier carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants t' stuck, erffel(ijcke) rente, jaerlijcx

te v(er)schijnen open xviien. jan(ua)ry en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te

leveren, los en(de) vrije van bede en(de) van alle andere impositien, alreede inne-

gestelt oft naermaels inne te stellen, ten behoeve des voors(chreven) Diericx

en(de) sijne huysv(rouw)e, gelovende binnen t' siaers pandt te stellen, weerdt

sijnde boven alle commeren daer te vorens vuytgaende, dobbel rente,

quolibet ass(ecu)tum, met conditie dat die voors(chreve) bekenders de voors(chreve) rente

van vier rinsg(uldens) erffel(ijck) sullen moghen lossen en(de) affquyten t' allen tijden

alst hen gelieven sal t' eender reysen, elcken gulden erffel(ijck) daeraff

met xvien. gel(ijcke) guldens loopende munte en(de) met volle rente,

coram eisdem.

      In de marge.

Op heden den 29en. mey a(nn)o 1634,

soo heeft Dierick Van Vlasselaer

bekendt vuyt handen van

Dionijs Van Inthoudt en(de) Ijken

Keysers, gehuysschen, ontf(angen) te

hebben de capitaele pen(ningen)

van dese vier gul(dens) erffel(ijck), int

witte van desen begrepen,

mette v(er)loopen van dijen,

consenterende alsoo inde

cassatie van desen, des

t' oircon(den), etc(eter)a, ende was

ondert(eeckent) met het marcq

van Dierick Van Vlasselaer.

 

Een akte van lening van dit gezin, vind je onder de KLIK bij 1b.

Keijsers Ida had een zus Elisabeth. Je vindt gegevens onder de KLIK bij 5a. Bedankt Paul.

De akte onder de KLIK bij 14 geeft de mogelijkheid om (met het nodige voorbehoud) het oudergezin van moeder Ida Keijsers - De Keyser gedeeltelijk samen te stellen.k

Bij de KLIK vind je onder 16 de akte van emancipatie van de kinderen uit dit gezin.

 

In deze aktes (met dank aan Paul Peeters) wordt melding gemaakt van Dionysius Van Inthout, wonende te Uithem onder Gelrode, en zijn zoon Guilielmus, verwekt met zijn eerste vrouw Ida De Keyser. Verder wordt er melding gemaakt van Anna Boogaerts, de moeder van Dionysius, die na het overlijden van zijn vader, hertrouwde met Theodorus (Dirick) Van Vlasselaer. Dionysius Van Inthout transporteert een rente van 6 guldens en 5 stuivers aan de armentafel (de Heilige Geest) van Wezemaal. Petrus Peeters, koster te Wezemaal, trad op in naam van de armentafel. Dionysius had de rente verkregen ingevolge scheiding en d (g. eling, op 3 november 1639 verleden voor de schepenen van Wezemaal. Ik meen hieruit te mogen afleiden dat het gaat om de scheiding en deling van de goederen van zijn moeder, alhoewel dit niet met zoveel woorden wordt gezegd.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7903, fol. 126r., akte dd. 24 juli 1643.

Item in tegenwoerdicheyt der heeren schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen Dionijs Van Inthoudt, woonende tUythem onder Gelrode, bij consente, aggreatie en(de) overstaen, voor soo vele van noode soude mogen wesen, van Guillam Van Inthoudt, sijn(en) sone, bij hem verweckt vuytten lichame van wijlen Ida De Keysere, heeft gecedeert en(de) getransporteert, soo hij doet midts desen, aen Peeter Peeters, coster tot Wesemael, present en(de) t' ghene naerbes(chreven) staet, accepteren(de) inden naem en(de) tot behoeff van(de) tafele van(den) armen van Wesemael, alsulcken personele rente van zesse gul(dens) v st(uyvers) t' siaers, den penninck xvie., als wijlen Henrick Vereedt en(de) Perijne Meys voor schepen(en) alhier bekent hebben opden ixen. marty a(nn)o 1635 in prima tot behoeff van Dirick Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, sijns comparants transportants moedere was, welcke rente van vi gul(dens) v st(uyvers) t' siaers hem transportant is aengedeylt bij scheydinge en(de) deylinge, gepasseert voor schepenen van Wesemael opden iiien. november 1639 tegen zijn(e) broeders en(de) zusters, bekennen(de) die voors(chreven) transportant aende voors(chreve) rente noch met het loopen(de) jaer verloops egeen recht oft actie meer te hebben noch te behauden, dan daervan van alles tot alles verthijende tot behoeff van(de) voors(chreve) tafele oft Hey(ligen) Geest van Wesemael, cederen(de), transporteren(de) ende overgeven(de) voorts meer aenden voors(chreven) Peeter Peeters, t' selve insgel(ijcx) accepteren(de) tot behoeff der voors(chreve) tafele, die bekentenisse der voors(chreve) rente brieven van mainmise, beleyde decrete en(de) allen andere brieven, titulen ende munimenten, die voors(chreve) rente van zesse gul(dens) v st(uyvers) t' siaers eenichssints raecken(de) ten selven rechte ende waranderen(de) die selve rente voor goet, deuchdel(ijck), onbelast ende onveralieneert in eeniger manieren, en(de) voorts meer gelovende voor het capitael der selver rente altijt inne te staen, soo verre die selve naermaels quame te wesen insufficient, obligan(do), submitt(endo) ac renunc(iando) personam et bona, in fo(rm)a, coram Leuncens, Begijnemaker, 24. july 1643

 

In de onderstaande akte werden Dionysius Van Inthout en zijn vrouw Maria Van Halbeeck vermeld.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7903, folio 210v., akte dd. 12 februari 1643.

Condt sij eenen iegelijcken als dat in tegenwoerdicheyt des meyers en(de) schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Anna De Keysere dochtere wijlen Wauters, woonende binnen deser voerschreven stadt, haer sterckmaeckende voer haere sustere Elisabet De Keysere, heeft vuytgegeven, soo sij bekendt midts desen ten erffchijnse vuytgegeven te hebben aen Dionijs Van Inthoudt, die insgelijcx bekenden voer hem, sijne erven en(de) naercomelingen ten erffchijnse genomen en(de) aenveert te hebben vijff dachmaelen, soo bempt als landt, gelegen onder de prochie van Holsbeeck, regen(oten) de Winghe in twee zijden, Guilliam Timmermans ter iiire., d' erffgenaemen Goert De Muysere ter iiiier., d' erffgenaemen vande voers(chreven) Dionijs Van Inthoudt ter ve. en(de) sheeren straete ter vie. zijden, alsoo die voershreven goederen opde voerschreven Anna De Keysere en(de) haere sustere sijn verstorven bijder doot en(de) afflijvicheyt van wijlen henne ouders, erffelijck te hauden en(de) te besitten opt recht en(de) commer daer van te voirens op vuytgaende, in soo verre men bevint daer iet op vuyt te gaen, des men ignoreert, ende voirts meer op eene voirdaene rente van achtendertich carolus guldens te xx stuyvers stuck, munte in Brabant cours en(de) loop hebbende, erffelijcke rente, alle jaere op heden date van desen te verschijnen en(de) te betalen, en(de) inder stadt wissele van Loven los ende vrey van allen beden, lasten en(de) impositien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen, oyck van xen., xxen., cen., mindere en(de) meerdere penninghen te leveren, de voerschreven Anna De Keysere, haere erven en(de) naercomelinghen erffelijck in toecomende tijden, t' elcken termijn als schult met recht verwonnen, jure et sub his satis die voerschreven erffvuytgeversse, soo in haeren eygen naeme als haer sterckmaeckende voer haere voers(chreve) sustere, obligan(do), submitten(do) ac renuncian(do) in forma et waras als boven, ende om de voers(chreve) erffvuytgeversse en(de) haere voerschreven sustere vande voers(chreve) rente van achtendertich carolus guldens erffelijck en(de) jaerlijcxe betaelinghe der selver beter te verseeckeren, soo geloeft midts desen die voerschreven erffnemere soo voer hem als midts desen vervangende en(de) hem sterckmaeckende voer Maeyken Van Haelbeeck, sijne huysvrauwe, en(de) gelovende die selve in dijen te hebben dat sij dese tegenwoerdige ter manisse sal lauderen en(de) approberen, tsij in persoon oft met procuratie speciael die selve rente jaerlijcx ten tijde en(de) termijn voerchreven wel en(de) loffelijck te betaelen en(de) los en(de) vrey tot behoeff als boven te leveren, quolibet assecutum ende om de voerschreven vuytgeversse van(de) voers(chreve) rente van acthendertich carolus g(u)l(den)s erffelijck noch bat te verseeckeren, soo heeft den voerschr(ev)en erffnemere bij manisse des voerschreven meyers, etc(eter)a, opgedraeghen met behoirlijcke verthijdenisse een stuck bosch, groot vijff vierendeelen, gelegen binnen den dorpe van Wesemael onder den Benninckberch, regen(oten) Hendrick Van Brussel ter eenre, regenoten sheeren straete ter eenre, sheeren bosch van Wesemael ter iier. en(de) iiier. en(de) derffgenaemen Meulemans ter iiiier. zijden, bij hem onlancx vercregen voer schepenen van Wesemael 3a. april 1640 teghen Jan Van Inthoudt, wesende vrey ende ombelast goet, item noch een plecke landts, groot seven vierendeelen, gelegen binnen den voerschreven dorpe onder den Benninck Bergh, regen(oten) Hendrick Van Brussel ter ie., derffgenaemen Hendrick Viskens ter iier., d' erffgenaemen Willem Van Alcken ter iiier. en(de) sheeren straete ter iiiier. zijden, belast met een halster corens aenden voers(chreven) heere van Wesemael, exposit(o), soo sijn daer inne behoirlijck gegoyet en(de) geerft de voers(chreve) Anna De Keysere en(de) Elisabet De Keysere, haere sustere, en(de) dat bij titule van wettigen onderpandt en(de) ingevalle naermaels bevonden worde den voerschreven originelen pandt nyet goet oft bestandt genoch te sijn om de voers(chreve) rente van achtendertich gul(den)s daer aen te verhaelen et satis die voers(chrev)en opdraegere, obligan(do) et submitten(do) in forma et waras ut supra, met conditie dat den voers(chreven) erffnemere, sijne erven en(de) naercomelingen de selffve rente sullen moghen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hen gelieven sal ten twee rijsen, elcken penninck daer aff met sesthien gelijcke penninghen, munte ten tijde van(de) quytinge gepermitteert en(de) met volle rente, coram Dielbeeck, Goffart, xia. februarii a(nn)o 1643.

            In de marge.

Op heden den iiii. meert 1652 comparerende Guilliam Bergans ende Anna De Keysere, gehuysschen, die welcke hebben bekent ende bekennen midts aen hen wel ende deuchdelijcken affgelost ende gequeten te sijn sijn alsulc dese tegenstaende rente van achtendertich gul(den)s erffelijck, int witte alhier vermelt, en(de) dat bij Dionijs Van Inthoudt met allen verloopen van dijen, consenterende oversulcx inde cassatie der selver rente, promitten(tes) non amplius alloqui sed semper satis et waras erga quoscumque et sic vacat, actum eodem.

G. Bergans.

Het  +  marcq van Anna De Keysere.

 

Deze akte overspant zowat de ganse 17e eeuw beginnende bij Dionysius Van Inthout (geb. ca. 1585), die een eerste maal huwde met Ida/Aleydis De Keyser (Keysers) en een tweede maal met Maria Van Halbeeck. Zijn eerste vrouw werd als Aleydis Keysers gedoopt te Wezemaal op 20.11.1589 (ss. : Hubertus Ooms en Elisabetha Steenselmans) als dochter van Walterus en Catharina Philips. Van Dionysius en Ida De Keyser/Keysers blijkt er op voornoeme webpagina nog een elfde kind te ontbreken, te weten Elisabetha Van Inthoudt, gedoopt te Leuven (Sint-Geertrui) op 07.12.1638 (ss. : Justus Lambrechts en Elisabetha Keysers) .

Walterus Keysers was een eerste keer gehuwd met Catharina Vuedincx en een tweede maal met Catharina Philips.

Uit het eerste huwelijk met Catharina Vuedincx :

-     Keysers Franciscus, gedoopt Wezemaal op 15.11.1587 (ss. N. Anselmans en Catharina Auroxcs).

-     Keysers Elisabetha, gedoopt te Wezemaal op 20.11.1589 (ss. : Hubertus Ooms en Elisabetha Steenselmans) - zie foto 2.

-     Keysers Gregorius, gedoopt Wezemaal op 09.05.1593 (ss. : Gregorius Aurocx en Catharina Van Beneden).

Uit het tweede huwelijk met Catharina Philips :

-     Keysers Walterus, gedoopt te Wezemaal op 22.06.1595 (ss. : Joannes Wiggers en Anna Muysers).

-     De Keyser Anna, gedoopt te Wezemaal op 05.10.1597 (ss. : Gerardus Verstraeten en Anna Keysers).

-     De Keysere Guilielmus, gedoopt te Wezemaal op 20.02.1602 (ss.: Wilhelmus Steenselmans en Catharina Doncx).

-     De Keyser Aleydis, gedoopt te Wezemaal op 24.06.1602 (ss.  : Wilhelmus Vanden Panhuyse en Aleydis Winnepenninckx) - zie foto 3.

      (en hier zit de verwarring met de voornaam van Elisabetha/Aleydis/Ida !)

-     De Keyser Andreas, gedoopt te Wezemaal op 21.07.1605 (ss. : Gregorius Uuterhelgt en Catharina N. uxor Joannes Foblets).

Op 30.04.1652 was Dionysius Van Inthout (met zijn tweede vrouw Maria Van Halbeeck) in het bezit gekomen van 5 dagmaal land, gelegen in 2 naast mekaar gelegen percelen onder Holsbeek, die hij verkreeg van Elisabetha De Keyser, gedoopt te Wezemaal op 20.11.1589 (en dus halfzuster van zijn eerste vrouw). Dionysius Van Inthout moest in de plaats daarvan wel een rente ten kapitale van 500 guldens ten laste nemen, die verschuldigd was aan jonker Joannes Baltasar de Cordes en zijn vrouw Susanna Ludovica Tijpoets. Voor de rente stelde Dionysius naast de 5 dagmaal land nog andere goederen in pand, die gelegen waren onder Holsbeek, Wezemaal en Wilsele, waarvan akte voor de schepenen van Leuven op 04.05.1652.

Wegens het overlijden van Dionysius Van Inthout kwam zijn erfenis voor de ene helft in handen van de 6 nog levende kinderen uit zijn eerste huwelijk met Ida/Aleydis Keysers en voor de andere helft in handen van de 4 nog levende kinderen uit zijn tweede huwelijk met Maria Van Halbeeck. Maar niet alleen de baten kwam in handen van zijn kinderen, maar ook (het niet afbetaalde gedeelte van) de rente ten kapitale van 500 guldens, verschuldigd aan jonker Joannes Baltasar de Cordes en Susanna Ludovica Tijpoets. Hiervan kwam 6/10e ten laste van de kinderen uit zijn eerste huwelijk en 4/10e ten laste van de kinderen uit zijn tweede huwelijk. Helaas beschikten zijn kinderen niet over het nodige contant geld (of wilde de ene voor de andere niet opdraaien) om de openstaande schuld af te betalen en zagen zij zich genoodzaakt een oplossing te zoeken.

Er werd uiteindelijk een akkoord gevonden, waarbij Guilielmus Van Aerschot, man van Adriana Van Inthout (jongste dochter van Dionysius en Maria Van Halbeeck), optrad namens de kinderen uit het tweede huwelijk van Dionysius, en Maria Van Inthout (jongste dochter van Dionysius en Ida Keysers), begijn te Leuven, optrad namens de kinderen uit het eerste huwelijk van Dionysius.

 

Guilielmus Van Inthout en Lucia Poortmans hadden naast de reeds 7 gekende kinderen nog een 8e kind Elisabetha, ingeschreven in de doopregisters van Sint-Pieters-Rode, maar gedoopt in de kerk te Wezemaal.

Transcriptie.

Elisabetha     15 julii [1643] baptizata est in Wesemael a d(omine) pastore ibidem

                               Elisabetha filia legitima Guilielmi Van inthaut

                               et Luciae Poortmans, susceptores erant  Jo(ann)es Poort-

                               mans et Elisabetha Keysers.

Nu blijkt er nog een negende kind te zijn in het gezin van Guilielmus Van Inthout en Lucia Poortmans, nl Andreas, ditmaal gedoopt te Sint-Pieters-Rode op 03.07.1644.

Transcriptie.

Andreas              3 julii [1644] baptisatus est Andreas filius legitimus

                               Wilhelmi Van Inthaut et Luciae Poortmans, suscept(ores)

                               erant Andreas Van Inthout et Maria Van Brussel.

 

Dat Adriana Van Inthout (ged. Wezemaal 01.02.1649) gehuwd was met Guilielmus Van Aerschot is  Zij hadden minstens volgende kinderen :

-     Van Arschot Catharina, gedoopt te Wezemaal op 24.03.1677 (ss. : Joannes Van Halbeeck * en Catharina Van Aerschot).

      (* Joannes Van Halbeeck was waarschijnlijk broer van Maria Van Halbeeck of misschien de grootvader van het kind maar onwaarschijnlijk).

-     Van Aerschot Bartholomeus, gedoopt te Wezemaal op 12.03.1679 (ss. : Bartholomeus Gijbels en Lucia Poortmans * nomine Magdalena Van Inthout, eius filie).

      (* Deze Lucia Poortmans is de vrouw van Guilielmus Van Inthout, oudste zoon van Dionysius en zijn eerste vrouw / NIEUW - zie ook hierna).

-     Van Aerschot Elisabetha, gedoopt te Wezemaal op 23.02.1681 (ss. : Walterus De Keyser * en Elisabetha De Welde).

      (* Deze Walterus De Keyser is de 3e zoon van Dionysius en zijn eerste vrouw).

-     Van Arschoth Joanna, gedoopt te Wezemaal op 13.10.1683 (ss. : Joannes Paeps en Joanna Van Inthoudt *).

      (* Deze Joanna Van Inthoudt is de oudste dochter van Dionysius en zijn tweede vrouw).

-     Van Arschot Henricus, gedoopt te Wezemaal op 19.05.1686 (ss. : Joannes Hennens en Lucia Poortmans *)

      (* zie opmerking bij de doop van het tweede kind).

-     Van Arschot Joannes, gedoopt te Wezemaal op 26.09.1688 (ss. : Joannes De Wilde en Anna Van Arschot *).

      (* Anna Van Arschot is mogelijk de broer van de vader).

Guilielmus Van Inthout (gedoopt Wezemaal 21.12.1621 als oudste zoon van Dionysius en zijn eerste vrouw) huwde te Wezemaal op 08.11.1642 (ss. : Dionysius Van Inthout en Petrus Peters) met Lucia Poortmans, waarbij de eerste huwelijksgetuige de vader van de bruidegom is. Zij lieten minstens volgende kinderen na :

-     Van Inthout Elisabeth, (°) Wezeaal 15.07.1643 (g. Joannes Poortmans en Elisabeth Keysers).

-     Van Inthout Andreas, (°) St.-Pieters-Rode 03.07.1644 (g. Andreas Van Inthout en Maria Van Brussel),

-     Van Inthout Joannes, (°) Wezemaal op 25.10.1645 (ss. : Joannes Van Tinen en Maria Van Inthout *).

      (* Maria Van Inthout, waarschijnlijk de jongste zuster van Guilielmus en later begijn te Leuven).

-     Van Inthout Petrus, gedoopt te Wezemaal op 16.01.1647 (ss. : Petrus Govaerts Petrus en Maria Keysers *).

      (* Maria Keysers is mogelijk nog een ongekende dochter van Walterus Keysers en zijn eerste of tweede vrouw).

-     Van Inthout Joanna, gedoopt te Wezemaal op 13.09.1648 (ss. : Michael Meynaerts en Joanna Vanden Panhuysen).

-     Van Inthoudt Helena, gedoopt te Wezemaal op 13.09.1650 (ss. : Gregorius De Keyser en Helena Bries *).

      (* Helena Briess gehuwd met Walterus Van Inthout, de zoon van Dionysius en zijn eerste vrouw Ida/Aleydis Keysers).

-     Van Inthout Guilielmus, gedoopt te Wezemaal op 21.02.1652 (ss. : Joannes Vermeulen en Maria Van Inthout *)

      (* Maria Van Inthout : zie opmerking bij het eerste kind in dit gezin).

-     Van Inthout Petrus, gedoopt te Wezemaal 20.02.1653 (ss. : Godefridus Govaerts en Lucia Govaerts).

-     Van Inthout Adam, gedoopt te Wezemaal op 25.01.1656 (ss. : Adam Coumaerts en Catharina Poortmans).

Terug naar de akte. Zoals ik vroeger al liet weten, huwde Catharina Van Inthout (gedoopt te Wezemaal op 06.06.1627 als dochter van Dionysius en zijn eerste vrouw Ida/Aleydis De Keyser) een eerste keer met Guilielmus Joossens sone Guilielmus en een tweede maal met Jacobus Vander Linden en woonde zij in Antwerpen. Blijkens de onderstaande akte had Catharina met haar eerste man Guilielmus Joossens zeker een dochter Magdalena. Maria Van Inthout, de begijn te Leuven, maakte zich sterk voor deze Magdalena.

Voornoemde Maria Van Inthout (begijn) maakte zich ook sterk voor Guilielmus De Clercq en Joannes Marien in naam van hun respectievelijke vrouwen, die kinderen waren van Andreas Van Inthout (gedoopt  Wezemaal op 08.11.1623) en vermoedelijk van Catharina Smoors. Andreas Van Inthout had dus minstens 3 kinderen, te weten :

-     Van Inthout Dionysius, gedoopt te Wezemaal op 23.07. 1651 (ss. : Dionysius Claes en Catharina Molemans).

-     Van Inthout N. (een dochter), die huwde met Guilielmus De Clercq.

-     Van Inthout N. (een dochter), die huwde met Joannes Marien.

Maria Van Inthout (begijn) maakte zich tevens sterk voor Joannes Moyaerts, die erfgenaam was van Anna Moyaerts (eveneens begijn), en voor Magdalena Van Velthem, erfgenamen van Anna Van Inthout (ged. Wezemaal 15.10.1634 als dochter van Dionysius en Ida/Aleydis Keysers).

Maria Van Inthout (begijn) maakte zich tenslotte ook sterk voor de kinderen van haar broer Guilielmus Van Inthout (x Lucia Poortmans) en voor Nicolaus Henskens, als d’ actie hebbende van wijlen Walterus Van Inthout (x Helena Bries). Of er een familiale relatie is met Nicolaus Henskens, is echter niet duidelijk.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7941, folio 14r., akte dd. 13 juli 1688 (13.07.1688) - f. 27

Inde tegenwoordicheyt des heere meyers ende schepenen van Loven naergenoempt gestaen den clercq Eeremans vuyt crachte en(de) naer v(er)moegen van sekere procuratie om den naervolgenden contracte notariael wettelijck te moege doen v(er)nieuwen en(de) passeren, hem gegeven, heeft tselve gedaen inder manieren naervolgende, luydende aldus.

Alsoo wijlen Dionijs Van Inthoudt ende Marie Van Halbeeck, sijne tweede huysvrauwe, voor schepenen van Loven opden lesten april 1652 hadden v(er)cregen tegens Elisabeth De Keyser dochtere Wauters vijff dachm(alen) bempts, in twee parceelen gelegen aen malcanderen onder Holsbeeck, regen(oten) de Winge in twee zijden, d' erffgen(aemen) Goort De Muyser ter derdere, Guilliam Timmermans ter iiiir. en(de) s' heeren straete ter vijffdere zijden, opden last van eene rente van vijff hondert guldens capitaels, alsnu competerende jo(ncke)r Jo(ann)es Balthasar de Cordes nomine uxoris, tot voordere versekeringe van welcke rente den v(oor)s(chreven) Dionijs Van Inthoudt alnoch andere v(er)scheyde panden hadde gestelt, soo onder Holsbeeck v(oor)s(chreven), Wesemael ende Wilsel, volgens d' acte, gepasseert voorde v(oor)s(chreve) schepen(en) van Loven den vierden may van tselve iaer 1652, ende alsoo die voors(chreve) vijff dachm(aelen) bempts beneffens eenige andere goederen, bijden selven Dionijs Van Inthoudt in sijn tweede hauwelijck v(er)cregen bijde doodt desselffs, sijn gedevolveert op sijne kinderen, verweckt vuyt het selve tweede hauwelijck, tot vier int getal, voor d' eene hellicht, ende voor d' andere hellicht, soo opde selve als op sijne voorkinderen, tot sesse int getal, verweckt vuyt Ida De Keyser, sijne ierste huysvrauwe was, dijenvolgens dat Guilliam Van Aerschot, als getrauwt hebbende Adriana Van Inthoudt, dochter des voors(chreven) Dionijs ende van Marie Van Halbeeck, representerende die voors(chreve) naerkinderen, inde voorgenoempde rente van vijff hondert guldens capitaels alsnu soude moeten draegen d' eene hellicht boven alnoch vier thiensten paerten in d' andere hellicht, ende die v(oor)s(chreve) sesse voor kinderen oock souden moeten draegen de resterende sesse thiensten paerten, ende want sij daer toe geen gereet gelt en sijn hebbende, nochtans wel wenschen daer van ontslaegen te sijn, hebben al te saemen goet gevonden desaengaende met den v(oor)s(chreven) jo(ncke)r de Cordes aen te gaen dese naervolgende acte.

Comparerende voor mij notaris ende getuygen naerbeschreven den voorgenoempen Guilliam Van Aerschot ende Adriana Van Inthoudt, gehuyschen, woonende tot Wesemael, erffgenaemen ende representerende de naerkinderen des voors(chreven) Dionijs Van Inthoudt, item jo(uffrauw)e Maria Van Inthoudt, begijncken opden Ouden Begijnhove alhier binnen Loven, soo voor haer als inden naem van Magdalena Jossens, dochtere ende erffgenaem wijlen Guilliam Jossens en(de) Cathleyn Van Inthoudt, gehuysschen waeren, item inden naem van Guilliam De Clercq en(de) Jan Marien inden naem hunder huysvrauwen, erffgenaemen van wijlen Andries Van Inthoudt, item inden naem van Jan Moyaerts, erffgenaem met Anneken Moyeaerts, begijncken, ende Magdalena Van Velthem, erffgenaemen van wijlen Anna Van Inthoudt, vande welcke de selve Maria Van Inthoudt is hebbende procuratie, item inden naem vande kinderen ende representanten wijlen Guilliam Van Inthoudt, tegenwoordich absenten, en(de) Niclaes Henskens, innegesetene van Wesemael, als d' actie hebbende van wijlen Wauter Van Inthoudt, alle representerende die voorkinderen des voors(chreven) Dionijs Van Inthoudt, hebben tsaemen, soo voor hun als voor soo veele een ieder der voors(chreve) representanten soude moegen aengaen, gecedeert ende getransporteert, soo sij cederen ende transporteren bij desen, aen ende ten behoeve vanden voors(chreven) jo(ncke)r Jo(ann)es Balthasar de Cordes ende vrauwe Susanna Louyse Tijpoets, sijne huysvrauwe, alhier present ende accepterende, die voorgenoempde vijff dachm(alen) bempts, gelegen tot Holsbeeck in twee stucken, hier boven naerder gespecificeert, vrij ende los goet, getaxeert op vier hondert guldens eens, item noch een stuck bempts, groot ontrent een halff boinder, oock gelegen onder Holsbeeck, regenoten Molenbroeckbroeck ter eenre, het Dutselbroeck ter tweedere ende d' erffgenaemen Corselius ter derdere zijden, oock vrij ende los goet, getaxeert op hondert vijftich guldens, item een halff dachmael bosch onbegrepen der maeten, gelegen onder Wesemael opden Waterloos, regenoten s' heeren bosch ter eenre, d' erffgenaemen Dierick Van Vlasselaer ter tweedere en(de) derdere, d' erffgen(aemen) Goert Van(den) Paenhuysen ter vierdere zijden, oock los ende vrij goet, getaxeert op vijftich guldens, gelovende daer aen geen recht, actie oft pretensie meer te hebben ofte te behouden ofte te behouden, directelijck noch indirectelijck, onder obligatie, submissie ende renunciatie in forma, mits welck de voors(chreve) transportanten cum suis van alsnu voor altijt in het toecomende sullen sijn ende blijven ontslaen vande v(oor)s(chreve) rente van vijff hondert guldens capitaels, welcke oversulcx sal comen te cesseren, doodt ende te nyet te blijven, met alle verloopen, tot heden date deser verschenen, waer over d' acceptanten bij desen sijn consenterende inde cassatie ende gelijck als de  selve gehuyschen alsnu hebben v(er)claert aende voors(chreve) sesse voor kinderen des voors(chreven) Dionijs Van Inthoudt oft hunne representanten te competeren gelijcke sesse thienste paerten in seven vierendeelen landts, geheeten Jo(ncke)r Termerens Block, onder Wesemael, regen(oten) de Beuninckstraete, loopende naer t' Ros ter ir., het clooster van Auwergem beneden ter iir., Hendrick Van Brussele ter iiir. en(de) d' erffgen(aemen) Jan Van Aerschot ter vierdere zijden, item in een halff dachmael lants, gelegen int Hellegat, regenoten Cornelis Vercauteren ter eenre, Goert Hoes ter iir., Michiel Coeckers ter iiir. ende t' v(oor)genoempt parceel ter iiiir. zijden, item in een stuck lants, groot ontrent een halff dachmael, gelegen t' Vuythem, regen(oten) het Drijffstraetken ter ir., den v(oor)s(creven) Guilliam Van Aerschot ter iir., Cornelis Minne ter derdere ende d' erffgen(aemen) Guilliam Van Inthoudt ter vierdere zjden, item noch in ontrent een halff boinder bosch, regenoten d' erffgen(aemen) Anthoen Vrolijcx ter ir., Michiel Verheyden ter tweedere ende den selven Van Aerschot ter derdere zijden, alles gelegen onder Wesemael, t' saemen int geheel bij schepenen van Wesemael in presentie van mij not(ari)s getaxeert op hondert guldens eens boven alle die lasten daer op vuygaende, ende dat de selve voor kinderen oock is competerende sesse thienste paerten inde hondert guldens, wesende het overschot inde voors(chreve) getransporteerde parceelen, maeckende alsoo t' saemen twee hondert guldens, soo wort bevonden dat in alles aende selve sesse voorkinderen ofte staecken daer inne soude competeren de somme van t' sestich guldens, die de voors(chreve) gehuyschen bij desen hebben geloeft tuschen dit en(de) Loven kermisse naestcomende aenden ondergeschreven not(ari)s tot behoeff vande voors(chreve) sesse staecken alhier binnen Loven met hun paert van(de) gedaene costen ende vacatien te betaelen onder obligatie als voor, inden verstande dat de selve gehuyschen binnen den selven tijt sullen gehouden sijn onder expurgatie van eedt aenden onderges(chreven) not(ari)s te comen verclaeren alle voordere goederen ende perceelen in cas noch eenige sijn, waer inne de v(oor)s(chreve) voor kinderen oft henne representanten oock souden moeten deylen om hun van gelijcken daer over satisfactie te geven ende tot versekeringe datte voors(chreve) drije getransporteerde parceelen sijn vrij ende los, soo dat voors(chreven) is, hebben de v(oor)s(chreve) gehuyschen v(er)obligeert die voordere partijen van goederen, hier boven naerder gespecificeert, om bij de v(oor)s(chreve) acceptanten daer op, in cas van noode, altoos te nemen hun guarant, gelovende de v(oor)s(chreve) gehuysschen ende partijen contractanten hinc inde hun naer t' gene v(oor)s(chreven) is, wel ende getrauwelijck te reguleren onder obligatie, submissie en(de) renun(ciatie) in fo(rm)a, constitueren(de) voorts een ieder thoonder deser om allen t' gene voors(chreven) is, inden Raede van Brabant, voor meyer en(de) schepenen deser stadt ende alomme elders te doen ende laeten v(er)nieuwen sonder v(oor)gaende daegement ende aldaer die goedenisse ende ontgoedenisse te doen en(de) laeten passeren met allen solemniteyten daer toe gerequireert, promittentes ratum et gratum, obligando ut supra, actum binnen Loven opden negensten july 1688 ter presentie van Hendrick De Keyser ende Philips De Kerridder, als getuygen hier toe geroepen, ende hebben die v(oor)s(chreve) respective comp(aran)ten de minute deser beneffens mij not(ari)s onderteeckent en(de) was onderteeckent, N. Gilbert, not(ari)s.

Dijenvolgende den v(oor)s(chreven) geconstitueerden vuyt crachte sijnder voors(chreve) procuratie heeft den bovenges(chreven) contracte in allen en(de) iegewelcke sijne poincten, clausulen en(de) articulen, daer inne breeder v(er)melt, alhier v(er)nieuwt, herkent en(de) gereitereert, mitsgaeders bij manisse des voors(chreven) heere meyers heeft opgedraegen met behoorelijcke v(er)theydenisse ende renunciatie die voors(chreve) vijff dachmaelen bempts in twee parceelen, item noch een stuck bempts, groot ontrent een halff boinder, respective gelegen onder Holsbeeck, ende een halff dachm(ael) bosch onbegrepen der maeten, gelegen onder Wesemael, respectivelijck in henne regenoten inden bovenges(chreven) contracte breeder vermelt ende gespecificeert, ende den v(oor)s(chreven) opdraegere daervuyt behoorelijck ontgoyet ende onterft sijnde, bij manisse des v(oor)s(chreven) heere meyers hee soo is daer inne gegoyet ende geerft den v(oor)s(chreven) jo(ncke)r Jan Balthasar de Cordes, alhier present ende accepterende, soo voor hem als voor vrauwe Susanna Louyse Tijpoets, sijne huysvrauwe, ofte hens actie hebben(de), per monitionem jure et satis den v(oor)s(chreven) opdraegere vuyt crachte als boven, obligando, submittendo ac renun(ciando) in forma et waras voor vrij, eygen en(de) onbelast goet, tot asseurantie van welcken heeft den v(oor)s(chreven) geconstitueerden vuyt crachte sijnder v(oor)s(chreve) procuratie opgedraegen met behoorel(ijcke) v(er)theydenisse die andere goederen, inden bovenges(chreven) contracte in henne scituatie ende regenoten breeder vuytgedruckt, expos(ito) impos(itus) est den v(oor)s(chreven) jo(ncke)r Jan Balthasar de Cordes, alhier present en(de) accepterende, ten eynde om in cas van noode daer aen te v(er)haelen sijne wettige pretensien, voorder en(de) anderssints nyet, alles in conformiteyt van(den) bovenges(chreven) contracte, waer van den teneur alhier anderwerff wort gehouden voor geinsereert en(de) gerepeteert, coram Vanden Driesche, Vander Veeken, xiii. july 1688.

 

Blijkens de onderstaande akte verkocht Walterus De Keyser, zoon van Henricus en inwoner van Leuven, een parceel beemd van een dagmaal in het Vlasselarenbroek onder Wezemaal aan Dionysius Van Inthout en Ida (Eyken) Keysers, inwoners van Wezemaal. Mogelijk was Walterus De Keyser de vader (of misschien een broer) van Ida Keysers.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7521, fol. 226r., akte dd. 15 maart 1632.

Item in tegenwoordicheyt des meyers ende schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Wouter De Keyser sone wijlen Henricx, woonen(de) te Loven, per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijke) v(er)thijdenisse een stuck bempts, groot een dachm(ael), gelegen int Vlasselaeren Broeck onder Wesemael, regen(oten) de Winge ter ie., t' clooster van Audergem ter iie. en(de) iiie., d' erffgen(aemen) Andries Van Halen ter iiiie. zijden, expos(ito) impos(iti) sunt Dionijs Van Inthout en(de) Eyken Keysers, gehuysschen, woonen(de) tot Wesemael, per mo(nitionem) et satis de voors(chreven) opdraegere oblig(ando) et submitt(endo) ac renun(tiando) in forma, et waras op twee hal(steren) rocx aen(den) H(eyligen) Geest van Wesemael, liggen(de) t' sel(ve) dachm(ael) onder een(en) peertskeur sonder meer, daer aff Hans Moeckenborch sal affdoen t' verloop van twee hal(steren) rocx, tot datum deser verschenen, vercleren partijen den rechtveerdigen coop te wesen om ende voor de so(mm)e van xxxv r(insguldens) eens los gelts en(de) xx st(uyvers) lijffcoop, coram Assche, Cruyningen, martii xva., 1632.

 

Hierbij twee akten van emancipatie. De eerste betreft de emancipatie van de kinderen van Dionysius Van Inthout (x Ida Keysers/De Keyser). De tweede betreft de emancipatie van de kinderen van Henricus Van Inthout (x Anna Vanden Panhuysen). De akten staan bij elkaar en werden verleden op 23.06.1636. In de akten wordt bevestigd dat Dionysius en Henricus de zonen zijn van Joannes, die op het ogenblik van de akte reeds overleden was.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7524, folio 68r., akten dd. 23 juni 1636.

Transcripties.

Item Dionisius Van Inthaudt filius quondam Joh(ann)is, commorans

apud Wesemael, in presen(tia), etc(etera), emancipavit Guilhelmum, Andream,

Walterum, Jo(hann)em, Catharinam, Annam et Mariam Van Inthaudt, suas

proles, a pane suo modo debito et consueto, quo facto

idem reconduxit, cor(am) eisd(em).

Item Henricus Van Inthaudt filius quondam Joh(ann)is, commorans apud

Wesemael, in presen(tia), etc(etera), emancipavit Jo(hann)em, Wilhelmum, Mariam,

Adrianam et Elisabetham Van Inthaut, suas proles, a pane suo modo

debito et consueto, quo facto idem reconduxit, cor(am) eisdem.

 

De bijgaande akte maakt melding van Dionysius Van Inthout en zijn eerste vrouw Ida (Eyken) Keysers (De Keyser).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8255, folio 440r., akte dd. 15 december 1636.

Item in tegenwoordicheyt des meyers ende schepenen van Loven naergen(oempt) gestaen Carel Piccart ende Elisabeth Duymps, gehuysshen, woonende alhier binnen deser stadt Loven, hebben opgedraegen met behoorelijcke verthijdenisse een dachm(ael) landts ombegrepen der maete, wesende de hellicht van een halff boender, soo die plecke gelegen is bij Wesemael onder Geelroye, waervan dander dachmael toecompt Wauter De Keyser, gelegen ter plaetse, geheeten Wesemael velt, regen(oten) den voors(chreven) Wauter De Keyser met het voors(chreven) dachmael ter ie., de baen naer Wesemael bij het goet van Wauter De Keyser ter iie., s' heeren bosch ter iiie. ende Fransen De Keyser ter iiii. zijden, waranderende het selve op eenen halven cap(puyn) ende s' heeren peertskeur ende noch s' heeren clijnen chijns, niet excederende eenen stuyver, gelijck t' selve bijde opdraegeren is aengecomen van wijlen Huybrecht Duymps, vader van(de) voor(chreve) Elisabeth Duymps, exposit(o) imposit(us) jure hereditario Dionijs [Van] Inthaudt ende Eyken Keysers, woonende bij Wesemael onder Geelroye, per monit(ionem) et satis et waras opde lasten v(oor)s(chreven) sonder meer ende is te weten dat den rechtveerdigen prijs van dit vercoop is de somme van vierentseventich guldens eens, daervan de voors(chreve) opdrageren bekinnen ten vollen contentemente te hebben, promitt(ens) amplius non alloqui, oblig(ando), etc(etera), coram S(ainc)t Victoir, Loomans, decemb(ris) xv., 1636.

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Inthout Wilhelmus, (°) Wezemaal 21.12.1621 (g. Keijsers Wilhelmus frater Aleijdis en Keijsers Anna soror Aleijdis),

     x Wezemaal op 08.11.1642 (ss. : Dionysius Van Inthout en Petrus Peters) met Lucia Poortmans, gezin in akte hierboven,

     Van Inthout Andreas, (°) Wezemaal 08.11.1623 (g. Keijsers Andreas en Boogaerts Anna), wonend Gelrode, gezinsinfo hierboven,

     Andreas Van Inthout, zoon van Dionysius en Ida Keysers, woonde in 1649 te Gelrode,

     hij was toen nog jongman (bron: S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7537, folio 271v°), transscripties zit onder de KLIK bij 2,

     Van Inthout Walterus, (°) Wezemaal 15.03.1626 (g. De Keijser Walterus en Mertens Johanna),

     x Rotselaar 22.02.1650 (g. Vanden Panhuijsen Joannes en Vanden Panhuijsen Gregorius) met Bries Helena, woonden in Rotselaar en Vlasselaar,

     Vier boeiende aktes van dit gezin vind je onder de KLIK  bij 3 en bij 12, 18 en 21, met dank aan Paul Peeters.

     Van Inthout Catharina, (°) Wezemaal 06.6.1627 (g. Keijsers Franciscus en Vudincx Catharina),

     x 1 (niet Wez, ) met Guilielmus Joossens sone Guilliams, zij wonen te Antwerpen, x 2 met Jacobus Van der Linden, meer gezinsinfo in akte hierboven,

     Boeiende info over dit gezin met dank aan Paul Peeters onder de KLIK, bij 4, 7, 9, 10, 11, 13 en 17.

     Het lijkt er sterk op dat Guilliam Joossens en Catharina Van Inthout al hun eigendommen in Wezemaal verkochten

     van zodra zij zich in Antwerpen gingen vestigen of er gevestigd waren. Onder de KLIK vind je ook boeiende commentaren van Paul Peeters.

     Van Inthout Anna, (°) Wezemaal 16.04.1629 (g. Keijsers Hendricus en Leijs Anna),

     Van Inthout Johannes, (°) Wezemaal 25.1.1631 (g. Van Linthout Joannes en Aerts Anna),

     Van Inthout Anna, (°) Wezemaal 13.11.1633 (g. Van Inthout Bartholomeus en Van Inthout Anna),

     Van Inthout Anna, (°) Wezemaal 15.10.1634 (g. Keijsers Hendricus en Wiggers Anna),

     Van Inthout Maria, (°) Wezemaal 15.02.1636 (g. Van Inthout Petrus en Van Houij Maria),

     Een akte i.v.m. Maria Van Inthout  (dat zij de intentie heeft om het klooster Onze Lieve Vrouw van Troost van de Karmelitessen) vind je onder de KLIK bij 19. 

     Van Inthout Joannes, (°) Wezemaal 23.02.1637 (g. Van der Doot Joannes en Keijsers Elisabeth), 

     Van Inthout Elisabeth, (°) Leuven Geertrui 07.12.1638 (g. Justus Lambrechts en Elisabeth Keysers), 

     2. Van Inthout Joanna, (°) Wezemaal 06.02.1640 g. Van Halbeec Joannes en Bloems Joanna),

     Van Inthout Elisabeth, (°) Wezemaal 21.11.1641 (g. Meijnaerts Henricus en Van Inthout Elisabeth),

     Van Inthout Elisabeth, (°) Wezemaal  05.02.1643 (g. Verect Wilhelmus en Brugmans Elisabeth),

     Van Inthout Joannes, (°) Wezemaal 17.04.1646 (g. Blooms Joannes en Cortens Adriana),

     Van Inthout Adriana, (°) Wezemaal 01.02.1649 (g. Huijgens Adrianus en Leijsens Catharina), x met Guiliemus van Aerschot, gezin in akte hierboven,

 

Van Inthout Anthonius, ca. 1586, x Wezemaal 16.07.1628 (g. Bartholomeus Van Inthout en Dionisius Van Inthout) met Anna Leijs, (°) Wezemaal 06.01.1607 (g. Verhoeven Nicolaes en Dauwen Anna jr), fa Hermannus Leijs alias Van Ghele en Joanna Verhoeven,

In de onderstaande akte maakt men melding van Anthonius Van Inthout en zijn vrouw Anna Leys. Uit de akte en de parochieregisters van Wezemaal weten we dat Anna de dochter is van Hermannus Leys alias Van Ghele en Joanna Verhoeven.  

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8255, folio 3r., akte dd. 23 juni 1632.

In tegenwoordicheyt der schepenen van Loven naergen(oempt) Anthoyne Van In[t]houdt met Anna Leys dochtere wijlen Hermans, sijne huysvrouwe, woonende tot Weezemael, verobligerende persoonen ende goeden elck in solidum, die selve submitterende aen allen gerichten met renuncia(ti)e des voors(chreven) vrouwe persoone, privilegio s(enatu)s c(onsul)ti vell(eiani) auth(entica) si qua mulier et aliis in forma, hebben bekent een voor al ende elck voor t' geheel schuldich te sijne aen Dierick Van Vlasselaer, woonende tot ofte onder Weesemael voors(chreven) present ende accepterende, eene rente van vijff guld(ens) siaers tot xx st(uyvers) den guld(en) ende te drije plecken Brabants elcken stuyver gerekent, jaerlicx te verschijnen date deser, waervan deerste jaer sal vallen xxii. july des toecommende jaers 1633 ende soo voorts telcken jaere los ende vrij van x., xx., c., mindere ende meerdere pen(ningen), mede van allen andere subventien, ingestelt oft inne te stellen, belovende oock ter manisse dese rente loffelijck te besetten op goede suffisante panden, dobbel rente weert sijnde, boven allen voorcommeren et tantum prout vel, consenterende inde mainmise, beleydt ende decreet thunnen ...oeste (?) sonder daertoe gedaecht te worden met conditie van te moghen lossen den pen(ninck) ... [beschadigd] ende met volle rente coram Lievens, De Greve, julii xxiii.

     Uit dit huwelijk:

     Van Inthout Peter, (°) Wezemaal 03.3.1633 (g. Van Inthout Bertel n. Janssens Petrus en Bols Lis),

     Van Inthout Joannes, (°) Wezemaal 14.02.1634 (g. Van Inthout Joannes en Van Beets Maria),

 

Van Inthout Henricus, wonen Overvelt, (°) Wezemaal 09.10.1587 (g. Henricus Bogaerts en Maria Vandenbossche), x 1 Wezemaal 30.09.1607 (g. Theodoricus Van Vlasselaer en Isaac Vanden Panhuijs) met Anna Vanden Panhuyse, x 2 Wezemaal 29.07.1626 (g. Michael Enghelberts, Joannes Joannes en Andreas Valentijns) met Van Hoevelt Adriana,

Henricus van Inthout et Adriana van Hoevelt, relicta michaelis van Schrieck, in Deeckte, quondam Rotarij huius Baronatus ac decimatoris Re(veren)di D(omi)ni Praelati Averbodiensis contraxerunt matrimonium in Ecclesia nostra Wesemaliensis, hac 29 Julij, anno 1626 (Dico praecede(n)tes coniuges contraxisse anno 1626; non autem anno 1627; unde facile advertet lector; per errorem accidisse quod non sint in fine Anni 1626ti, asscripti loco videlicet suo) contraxerunt autem praesentibus, Domino ac fratre Michaele Enghelberts, de Herckenrode, prope Hasseletum, socio sive, Vice-curato Pastoris in Wesemael; Domino Joanne Joannis, matriculario ac Praemissario et magistro Andrea valentijns, Ludimagistro, tanq(uam) testibus, solemnisavit autem hoc matrimonium D(omi)nus ac fr(atre) Anthonius Leyssens, Corselius, religiosus Averbodiensis et Pastor in Wesemael 

 

De volgende akte maakt melding van Henricus Van Inthout zone Joannes en zijn vrouw Anna Vanden Panhuysen, inwoners van Wezemaal, die een jaarlijkse en erfelijke rente van zes karolusguldens verschuldigd te zijn aan Carolus Verlinden, eveneen inwoner van Wezemaal. De schuld werd op 15.05.1626 vereffend door Guilielmus Vanden Panhuysen en Bartholomeus Van Inthout, voogden van de kinderenj van Henricus Van Inthout en Anna Vanden Panhuysen. Beide voogden zijn de respectievelijke omen van moeders- enj vaderszijden.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7503, folio 21v., akte dd. 22 juli 1612.

Item Henrick Van Inthoudt sone wijlen Jans ende Anneken Van[den] Panhuyse, woonen(de) tot Wesemael, in p(rese)ntia, etc(etera), hebben bekindt en(de) bekinnen midts desen schuldich te zijn aen Charles V(er)linden, woonen(de) insgel(ijcx) onder Wesemael, ses carol(us) gul(den)s ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brabants tstuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden xxiiien. dach july en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pe(n)nin(gen) en(de) impositien, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutum et ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), et tantum obligan(do), submitten(do) ac renun(tianto) in forma, met conditie dat de voors(chreve) bekinders oft henne naercomelin(gen) de voors(chreve) rente van ses rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teender reysen, elcken guld(en) erffel(ijck) met xvi gel(ijcke) carol(us) gul(den)s loopen(de) munte, ac cum, coram Roeloffs, Maes, julii xxiiia., 1612.

            In de marge.

Item Andries Van Salms als man en(de) momboir van Joanna Verlinden dochter wijlen Carels, woonen(de) onder Nyeuwroy tot Vlasselaer, heeft bekindt, gel(ijck) hij bekindt midts desen vuyt handen van Willem Panhuyse ende Bartholomeeus Van Inthoudt als momboirs vande kinderen Henricx Van Inthoudt en(de) wijlen Anna Van(den) Panhuyse ontfangen te hebben de capitaele penn(ingen) mette verloopen van dijen van dese sesse rinsguld(ens) erffel(ijck), diewelcke den v(oor)s(chreven) Salms bij scheydinge en(de) deylinge sijn aengedeylt, des t' orconden, etc(etera), et sic vacat, actum xva. maii 1626.

Dit is het  +  handteecken des v(oor)s(chreven) Salms.

Quod attestor H. Van Roost.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Henricus Van Inthout zone Joannes en zijn vrouw Anna Van den Panhuysen, wonende te Overvelt onder Wezemaal, die bekennen een schuld te hebben ten aanzien van Carolus Verlinden en Maria Coels, eveneens inwoners van Wezemaal. Op 15.05.1626 werd de schuld vereffend door Guilielmus Van den Panhuysen (vader van Anna) en Bartholomeus Van Inthout (broer van Henricus) als voogden van de kinderen van Henricus Van Inthout en wijlen Anna Van den Panhuysen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7505, folio 62r., akte dd. 9 september 1614.

Item Henrick Van Inthout soene wijlen Jans en(de) Anneken Van(den) Panhuyse, zijn(e) huysvr(ouw)e, woonen(de) tOvervelt onder Wesemael, hebben bekint en(de) bekinnen midts desen indivis(im) schuldich te zijn aen Charles V(er)linden en(de) Marie Coels, zijne huysvr(ouw)e, woonen(de) insgel(ijcx) onder Wesemael, vier carol(us) g(u)l(dens) ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brabants tstuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opdenix. dach van septemb(ris) en(de) bynnen des(er) stadt wissele oft tot Wesemael v(oor)s(chreven) te leveren, los en(de) vrije, etc(etera), in futur(um) quolibet assecutu(m) ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), et tantu(m) obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando), etc(etera), met conditie dat die voors(chreve) bekinderen die voors(chreve) vier rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teend(er) reysen, elcken gulden erffel(ijck) met xvi gel(ijck)e carolus g(u)l(dens) loopen(de) munte, ac cum, coram Maes, Luenis, sept(embris) ixa., 1614.

            In de marge.

Item Andries Van Salms als man en(de) momboir van Joanna Verlinden dochter wijlen Carels, woonen(de) onder Nyeuwroy tot Vlasselaer, heeft bekindt, gel(ijck) hij bekindt bij desen, vuyt handen van Willem Van(den) Panhuyse en(de) Bartholomeeus Van Inthout als momboirs van(de) kinderen Henricx Van Inthout en(de) wijlen Anna Van(den) Panhuyse ontfangen te hebben de capitaele penn(ingen) mette v(er)loopen van dijen van dese vier guld(ens) erffel(ijck), die welcke den v(oor)s(chreven) Salms bij scheydinge en(de) deylinge sijn aengedeylt, des torconden, etc(cetera), et sic vacat, actum xva. maii 1626.

Dit is het  +  handtteecken des v(oor)s(chreven) Salms.

Quod testor, H. Van Roost.

 

In de volgende akte wordt melding gemaakt van Guilielmus Peeters en zijn vrouw Catharina Rogmans, inwoners van Werchter.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7512, folio 214r., akte dd. 9 mei 1622.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Cathelijne Van Roost met consent, wille, weten(e) en(de) overstaen(e) Jans De Witte, haers mans, woonen(de) tot Bierbeke, ter manisse hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een halff boend(er) bleckbosch, gelegen onder S(in)t Jans Schrieck, regen(oten) Willem Claes oigst ter ie., tsh(ee)ren straete west ter andere en(de) ... [n.v.], exp(osito) imp(ositi) sunt Willem Peeters en(de) Cath(lij)ne Rogmans, gehuysschen, woonen(de) tot Werchter, et sat(is) die voors(creve) opdrageren obligan(do) et indivis(im) submitten(do) ac renun(tiando) en(de) besunder de voors(creve) Cath(lij)ne het beneficie s(enatus) c(onsulti) vell(eani) de eo certiorata ac aliis quibuscunq(ue) in forma, et war(as) op sh(ee)ren chijns, nyet excederen(de) drije stuyvers ts(iae)rs in soo verre men bevindt daerop vuyt te gaene, voorder nyet, tanqua(m) prout iure, coram Vorst, Maes, maii ixa., 1622.

Item partijen v(er)cleren den rechtveerdighen coop te wesen om en(de) voorde somme van een hondert en(de) xxxi rinsg(u)l(dens) los gelts eens en(de) vi rinsg(u)l(dens) en(de) xi st(uyvers) lijffcoop, coram eisd(em).

 

Bijgaand een akte met vermelding van Henricus Van Inthout met zijn vrouw Anna Vanden Panhuysen dochtere Guilielmus, inwoners van Wezemaal. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7513, folio 189r., akte dd. 8 januari 1624.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Anna Van(den) Panhuysen dochter wijlen Willems, met consente, wille, wete en(de) overstaen(e) van Henrick Van Inthout, haers mans, woonen(de) tot Wesemael, bij manisse hebben opgedraegen met behoirl(ijcke) verthijdenisse een halff dachm(ael) landts, gelegen int Ros onder Wesemael, regen(oten) Amerentiana Van(der) Hoeven ter eenre, d' erffgen(aemen) Gooris Vuytterhellicht ter iie., d' erffgenaem(en) Anthonis Vits ter iiie. en(de) jo(ncke)r Cauwenhoven ter iiiie. sijden, de voors(chreve) Anna in deylinge gevallen tegen haere mede erffgen(aemen), gepasseert voor schepen(en) van Wesemael, expos(ito) imp(ositi) sunt Niclaes Andries en(de) Elisabeth Portau, gehuysschen, woonen(de) insgelijcx tot Wesemael, et satis die voors(chreve) opdraegeren obligan(do) et submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et waras op een(en) peertskeur met andere panden, in soo verre men bevindt d(aer)op vuyt te gaen(e), voirder nyet prout, coram Loomans, Willemaers, januarii viiia., anno 1624.

Item partijen vercleren den rechtveerdigen coop te wesen om en(de) voer de somme van viertich r(insguldens) eens, los gelts, en(de) xviii st(uyvers) lijffcoop, eisdem.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Henricus Van Inthout zone wijlen Joannes en zijn vrouw Adriana Van Hoevelt Adriana, inwoneers van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8251, folio 381r., akte dd. 19 juli 1627.

In tegenwoordicheyt der schepenen van Loven naergen(oempt) verschijnende Hendrick Van In[t]houdt soone wijlen Jans, woonende tot Weezemael, met Adriana Van Hoovelt, gehuysschen, obligerende persoo ende submitterende persoonen ende goeden een voor al ende elck voor t' geheel met renuncia(ti)e die vrouwe persoone privilegiis sen(atus) c(onsul)ti vell(eiani) authent(ica) si qua mulier et aliis in forma, hebben bekindt schuldich te sijne aen Dierick Van Vlasselaer, present ende dese accepterende, twintich st(uyvers) erff(elijck) te xx st(uyvers) den guld(en) ende te drije plecken Brab(ants) elcken st(uyver) gerekent, jaerlijcx te lieveren aenden voors(chreven) Van Vlasselaer ende sijns representerende, los ende vrije van allen subventien, ingestelt oft inne te stellen infuturum assecutum, belovende ter manisse pandt te stellen onder tresort van Loven, dobbel rente weert sijnde boven alle voorcommere et tantum prout vel redimere, welcke redemptie tallen tijden sal mogen geschieden den rentgeldere gelievende teender reysen den penn(inck) xvi en(de) met volle rente, al los gelt, aenden renthebbere te lieveren, coram Van Assche, Broeck, julii xix., 1627.

 

In de volgende akte wordt melding gemaakt van Henricus Van Inthout zone wijlen Joannes en Anna Vanden Panhuysen, inwoners van Overvelt onder Wezemaal. De akte werd verleden op de laatste dag van februari 1616. Vermits het een schrikkeljaar was, moet dit dus 29 februari 1616 zijn.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7890, folio 390r., akte dd. 29 februari 1616.

Item in teghenwoirdicheyt der schepen(en) van Loven naerbeschreven ghestaen Henrick Van Inthoudt sone wijlen Jans ende Anna Vand(en) Panhuyse, zijn(e) huysv(rouw)e, woonen(de) te Overvelt onder de prochie van Wesemale, hebben ombesundert, onverscheyden en(de) elck een voiral als principael bekent, zoo zij bekennen midts des(en), wel en(de) deughdel(ijck) schuldich te zijn(e) Henricken Van Craesbeke zone wijlen Henricx, p(rese)nt en(de) dat accepteren(de), zoo tot behoeff van hem zelven als oock ind(en) naem en(de) da tot behoeff van zijn(e) medeerffghen(aemen) Willems wijlen Rogmans vijff car(olus) guld(ens) te xx st(uyvers) tstuck, mu(n)te in Brabant cours en(de) loop hebben(de), erffel(ijcke) rente, alle jaere op heden date van des(en) te betaelen en(de) en(de) inder stadt wissele van Loven, los en(de) vrij van allen beden, lasten en(de) impositien, oock van xe., xxe., ce., minde(re) en(de) meerdere pen(ningen) te leveren, den v(oir)s(chreven) Henricken tot behoeff als boven erffel(ijck) in toecomen(deà) tijd(en), telcken termijn als schult met recht v(er)wonnen, welcke v(oir)s(chreve) rente die voirn(oempde) ghehuysschen ind(ivisi)m et insolidu(m) gheloven midts des(en) ter manissen te besetten en(de) te hypoticeren op goede, loffel(ijcke) en(de) suffciente panden en(de) gronden van erffven, tot Wesemale en(de) d(air)omtrent gheleghen, weert zijn(de) boven alle voirghaen(de) co(m)meren en(de) lasten d(air)vuyt gaen(de), dobbel rente, ende voirts zoo vele te doen dat den voirghen(oempden) Henricken tot behoeff als boven erffel(ijck) in toecomen(de) tijd(en) sal moghen ghenoech zijn, d(air)voir midts dezen ind(ivisim) v(er)binden(de) en(de) submitteren(de) hunlieder respective p(er)soonen en(de) alle hunne goederen, rueren(de) en(de) onrueren(de), p(rese)nt en(de) toecomen(de), met conditien dat zijlieden bekenderen de zelve rente sullen moghen lossen en(de) quyten t' allen tijd(en) alst hen ghelieven sal teender reys(en), te weten elcken gul(den) erffel(ijck) d(air)van met zesthien ghel(ijcke) car(olus)gul(dens) en(de) met volle rente, coram Van(der) Tommen, Greve Lunckens, februarii ulti(m)a, 1616.

Senten(tiatum) p(er) Martinu(m) Lunckens ad opus heredu(m) Wilhelmi Roghmans, coram Lievens, Berin(gen), septemb(ris) 13., 1619.

Senten(tiatum) p(er) Martinu(m) Willemaerts, martii xx., 1627.

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Inthout Emerantiana, (°) Wezemaal 09.03.1608 (g. Vanden Panhuijs Joannes en Vander Hoeven Emerantiana),

     Van Inthout Maria, (°) Wezemaal 06.03.1610 (g. Van Mechelen Joannes en Mertens Johanna),

     Van Inthout Joannes, (°) Wezemaal 19.02.1612 (g. Vanden Panhuijs Joannes jr en Van Inthout Catharina),

     Van Inthout Wilhelmus, (°) Wezemaal 10.06.1614 (g. Vanden Panhuijs Wilhelmus en Berthauw Elijsabeth),

In de akte is er sprake van Guilielmus Van Inthout, zoon van wijlen Henricus. Ik vermoed dat het gaat om de zoon van Henricus en Anna Vanden Panhuysen. Hij was op het ogenblik van het verlijden van de akte als soldaat in dienst van zijne hoogheid van Loreinen onder het bevel van Joannes Andriessens. In de akte wordt ook melding gemaakt van Maria Van Inthout, die gehuwd was met Gaspar Vanden Schrieck. Het zou hier wel eens zijn zuster en schoonbroer kunnen zijn.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7901, folio 42r., akte dd. 28 februari 1640.

Item in teghenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbeschreven gestaen Willem Van In[t]hout soene wijlen Henr(ick) Van Inthout, woenen(de) teghenwoirdich in dienst van sijn(e) hoocheyt van Loreynen onder den capit(eyn) Jan Andriessens, ter manissen, et(cetera), heeft opgedrag(en) met behoirelijcke v(er)thijdenisse en(de) renuntiat(ie) een erffelijcke rente van sesse carolus guldens tsjaers, den pe(n)ninck xvi., staende beset en(de) gehipothiceert op een halffve schuere metter erffven d(aer)toe behoiren(de), toebehoiren(de) Jaspar Van(den) Schriecke en(de) Mayeken Van Inthout, geleghen tOvervelt onder Wesemael, reg(enoten) tsheerenstraet ter ie., Barthol(omeus) Van Inthout ter iie., Jan Van Inthout ter iii. en(de) derffg(enamen) van Dirick Van Vlasselaer ter iiii. sijden, en(de) vallen(de) jaerel(ijcx) den iii. 9bris., d(aer)van den iersten valdach sal wesen iii. 9bris. 1640, expos(ito) impos(itus) heeft Thomas Vander Geten, p(res)b(yte)r, etc(eter)a, p(er) mo(nitionem) jure et satis oblig(ando), submitten(do) ac renun(tiatie) in forma en(de) om den v(oor)s(chreven) heer Thomas vande deuch[t] der v(oor)s(chreve) rente noch beter te v(er)seckeren, soo heeft den v(oor)s(chreven) Willem [Van] Inthout opgedraeghen in plaetse van onderpandt drije dachmalen lants, geleghen tot Wesemael op dOvervelt, geheeten tHeyslant, regen(oten) de heerenstraet ter ie., derffg(enamen) Michiel Wiggers ter ii., den H(eylighen) Gheest van Wesemael ter derd(er), Adriana Van Inthout ter vierd(er) zijden, op hem v(er)storven bij doode sijns vaders Henr(ick) Van Inthoudt, expos(ito) impos(itus) den v(oor)s(chreven) heer Thomas Vander Geeten en(de) dat in plaets van cautie ofter yet aengebraecke aen(de) v(oor)s(chreve) rente van vi r(ins)g(uldens), tot desen oock comparer(ende) Jaspar Van(den) Schriecke als gelder van(de) v(oor)s(chreve) rente, heeft gelooft gelijck hij gelooft mits desen de v(oor)s(chreve) rente van vi r(insguldens) tsjaers wel en(de) loffelijck te betaelen en(de) leveren, los en(de) vrije van allen impositien, innegestelt oft alnoch inne te stellen, ten behoeve des v(oor)s(chreven) heer Thomas Van(der) Geeten oft sijns act(ie) hebben(de), telcken jaer en(de) termijn(e) als schult met recht v(er)wonnen, et satis oblig(ando), submit(tendo) ac renunt(iatie) in forma, coram Van Grave, Meys, feb(ruary) xxviii., a(nn)o 1640.

     Van Inthout Arnoldus, (°) Wezemaal 28.02.1617 (g. Van Beetz Arnoldus en Hoors Maria),

     Van Inthout Adriana, (°) Wezemaal 31.05.1618 (g. Van Inthout Dionisius en Holemans Adriana),

     Van Inthout Elijsabeth, (°) Wezemaal 18.08.1620 (g. Van Inthout Anthonius en Van Herck Elijsabeth),

     Van Inthout Anna, (°) Wezemaal 01.10.1622 (g. Vanden Booghaerts Dionysius ex Veltem en Vanden Panhuijse Anna ux. De Briers Adrianus ex Bexem),

 

Van Inthout Anna, (°) Wezemaal 08.11.1592 (g. Adrianus Portmans en Anna Deckers), x 1 Wezemaal 14.06.1618 (g. Wilhelmus Janss n. Dnus De Cremer en Theodoricus Van Vlasselaer) met Philippus Janss, x 2 Wezemaal 26.09.1627 (g.Joannes Minne, Walterus Minne, Adrianus Andries en Johannes Boogaerts) met Maximilianus (Martinus) Minnen,

"Philippus Janse, ex Sallaken, et Anna van Inthout, de Evervelt; contraxerunt matrimonium in Ecclesia nostra Wesemaliensi hac 14 junij, a° 1618.
Presentibus Wilhelmo Janss, colono Domini De Cremer nobilis Lovaniensis; et Theodorico van Vlasselaer, sponsæ vitrico; tanq: testibus".

"Martinus Minnen et Anna Van Inthout contraxerunt matrimonium in Ecclesia nostra Wesemaliensi hac 26 septemb: Ann:

1627 coram Joanne minne, Waltero Minne, Adriano Andries, Johanne Boogaerts et feta frequentia populi".

     Uit dit huwelijk:

     Minnen Adriana, (°) Wezemaal 29.06.1628 (g. Minnen Adrianus en Bertauw Johanna),

     Minnen Cornelius, (°) Wezemaal 23.12.1629 (g. Minnen Cornelius en Wittochs Maria),

     Minnen Joannes, (°) Wezemaal 22.10.1631 (g. De Lane Jan en Verheijen Catharina),

     Minnen Martinus, (°) Wezemaal 30.03.1634 (g. Bols Henricus en Cortuijvels Elisabeth),

     Minnen Catharina, (°) Wezemaal 10.02.1636 (g. Minnen Cornelius jr en Verstreken Catharina),

 

Van Inthout Catharina, XII (S2805),  (°) Wezemaal 07.02.1595 (g. Joannes Sweerts en Catharina Van Aerschot),

 

Van Inthout Maria, (°) Wezemaal 31.05.1599 (g. Henricus De Witte en Maria Van Inthout), x Wezemaal 28.06.1620 (g. Wilhelmus Vanden Panhuijs frater en Henricus Van Inthout frater) met Vanden Panhuyse Godefrid,

     Uit dit huwelijk:

     Vanden Panhuijse Maria, (°) Wezemaal 10.12.1620 (g. Moors Christianus en Van Hallebeeck Emerantiana),

     Vanden Panhuijse Hermannus, (°) Wezemaal 06.12.1621 (g. Blooms Hermannus en Holemans Adriana),

     Vanden Panhuijse Gwilhelmus, (°) Wezemaal 14.11.1624 (g. Vanden Panhuijse Gwilhelmus frater en Van Herck Elijsabeth),

     Vanden Panhuijse Johanna, (°) Wezemaal 19.02.1627 (g. Vanden Panhuijse Gwilhelmus en Mertens Johanna),

     Vanden Panhuijse Johannes, (°) Wezemaal 14.12.1628 (g. De Lane Johan en Keijsers Ida),

     Vanden Panhuijse Isaac, (°) Wezemaal 17.12.1630 (g. Vanden Panhuijse Isaac per exorem en Adriana ux. Moli Johannes),

     Vanden Panhuijse Maria, (°) Wezemaal 27.04.1633 (g. Van Inthout Joannes en Van Hovelt Adriana),

     Vanden Panhuijse Godifridus, (°) Wezemaal 15.07.1635 (g. Van Inthout Bartholomeus en Van Inthout Adriana).

 


 

XII - Bloms Hermanus (S2804), (°) Wezemaal 11.02.1589 (g. Hermannus Leijs en Ida Reijnckens), x 1 Wezemaal 19.07.1615 (g. Claudius Blooms fratre en Theodoricus Van Vlasselaer vitrico sponsae tanquam testibus) met Van Inthout Catharina (S2805), (°) Wezemaal 07.02.1595 (g. Joannes Sweerts en Catharina Van Aerschot), (+) Wezemaal 20.03.1625, x 2 Wezemaal 12.01.1627 (g. Dnus Joannes Joannes ex Diest en Blooms Joannes) met Verhoeven Joanna, + Wezemaal 30.12.1635, x 3 Wezemaal 15.12.1639 (g. Smoors Christianus en Bloems Joannes) met Smoors Catharina.

 

Deze keer (met dank aan Paul Peeterqs) worden Theodorus, Catharina en Joanna Blo(e)ms als kinderen van Hermanus en Catharina Van Inthout vermeld. Men verduidelijkt nog dat Catharina Van Inthout de dochter is van Joannes en Anna Boogaerts en dat deze laatste een tweede maal huwde met Theodorus Van Vlasselaer. Verder komt Dionysius Van Inthout, oom van Theodorus, Catharina en Joanna Bloms ter sprake.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7901, folio 49r., akte dd. 30 maart 1640.

Item inde teghenw(oirdicheyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbeschreven gestaen Dirick Bloms, hem sterckmaecken(e) voor Cathelijn en(de) en(de) (!) Jehenneken Bloms, sijne susters, alle kinderen van wijlen Herman Bloms en(de) van Cathelijn Van Inthout, dochter was van Jan Van Inthout en(de) Anna Boogarts, in haeren tweeden houwelijck gehadt hebben(de) Dirick Van Vlasselaer, tot desen oock gebruycken(de) het consent van sijne v(oor)s(chreve) susters, gegeven voor schepen(en) van Wesemael opden xxxen. deser loopen(de) maent, onderteeckent Peeter Peeter[s] loco Jan Keyen, greffier der v(oor)s(chreve) plaetse, tot desen oock comparer(ende) Dionijs Van Inthout, oom des v(oor)s(chreven) Dirickx Bloms en(de) sijn(e) susters, hem in desen oock sterck maecken(de), hebben opgedraeghen met behoorel(ijcke) v(er)thijdenisse en(de) renuntia(tie) een(e) erffel(ijcke) rente van sesse carol(us) guldens te xx st(uyvers) stuck, bekent bij Hen(rick) Vereeckt en(de) Pirijne Meys, gehuysschen, en(de) beset en(de) geypothicert op secker block lants, geleg(en) tot Gelroye, volg(ende) de schepen(en) brieven van Loven in date xxiiii. january 1633 in prima, en(de) dese transport aengedeylt teghens hu(n)ne mede erffg(enamen) Van Inthout voor schepen(en) van Wesemael opden iii. 9bris. 1639, expos(ito) impos(itus) heer Thomas Vander Geeten, p(res)b(yte)r, etc(eter)a, p(er) mo(nitionem) jure et satis de v(oor)s(chreve) transp(ortan)ten oblig(ando), submit(tendo) ind(ivisim) et insolid(um) ac renunt(iando) in forma, et waras voor een goede, deuchdel(ijcke) rente, niet belast noch v(er)alienert, ceder(en) en(de) geven mits desen overe den constitutie brieff der v(oor)s(chreve) rente om den sel(ven) bij den v(oor)s(chreven) heer Thomas te hebben eod(em) jure, coram Dielbeck, Van(den) Broeck, martii xxxa., a(n)no 1640.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Blooms Theodoricus, XI (S1402), (°) Wezemaal 05.04.1616 (g. Theodoricus Van Vlasselaer en Anna Verhulst),

 

Blooms Catharina, (°) Wezemaal 08.10.1617 (g. Joannes Blooms en Catharina Poertmans), x Wezemaal 16.06.1641 (g. Joannes Bloems en Petrus Peters) met Foblets Petrus,

Een akte i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Bloms Hermanus.

     Uit dit huwelijk:

     Foblets Joanna, (°) Wezemaal 08.04.1642 (g. Van Aerschot Joannes jr en Bloms Joanna),

     Foblets Maria, (°) Wezemaal 22.09.1644 (g. Bloms Joannes sr en Bloms Joanna),

     Foblets Petrus, (°) Rotselaar 18.04.1647 (g. Petrus ... en Catharina Verlinden),

     Foblets Anna, (°) Rotselaar 13.02.1650 (g. Joannes Jansens en Anna Vanden Panhuysen),

     Fobelets Elisabeth, (°) Rotselaar 01.12.1652 (g. Franciscus Van den Bosch n. Henricus Briers en Elisabeth Vander Elst),

     Foblets Catharina, (°) Rotselaar 10.11.1655 (g. Guilielmus De Pelsmacker en Catharina Foblets),

     Foblets Barbara, (°) Rotselaar 02.03.1660 (g. Arnoldus Maerschalx en Catharina Van Arschot),

 

Blooms Elijsabeth, (°) Wezemaal 12.11.1619 (g. Dionisius Van Inthout en Elijsabeth Berthauw),

 

Blooms Johanna, (°) Wezemaal 04.09.1621 (g. Adrianus Blooms en Johanna Mertens uxor Bortholomei Van Inthout), x Wezemaal 22.11.1643 (g. Hermannus Bloems en Antonius Vander Elst) met Joannes Vander Elst,

     Uit dit huwelijk:

     Vander Elst Joannes, (°) Wezemaal 10.01.1646 (g. Van Langendonck Joannes en Cuertens Joanna),

     Vander Elst Catharina, (°) Wezemaal 30.01.1648 (g. Van Inthout Petrus en Bloems Catharina),

 

Blooms Johannes, (°) Wezemaal 15.12.1623 (g. Bartholomeus Van Inthout en Anna Van Inthout),

 

Blooms Anna, (°) Wezemaal 13.03.1625 (g. Christianus Moors ex Peelt en Anna Bogaerts),

 

3. Bloems Joanna, (°) Wezemaal 17.01.1644 (g. Joannes Meijnteneers en Joanna De Beer),

 

Bloms Joannes, (°) Wezemaal 10.10.1645 (g. Joannes Mijnarts sr en Maria Van Inthout),

 

Bloems Maria, (°) Wezemaal 18.08.1647 (g. Petrus Van Keulen en Maria Stenlaerts).

 

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom