Het geslacht van Holland                    

Heel wat info met dank aan http://nl.wikipedia.org/wiki/Van_Renesse#Eerste_generatie en  http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerolf_van_Holland

 

Graaf Gerolf van  Holland (S + N + M), ° ca. 830, x met ...

Rond 850 - rond 896 was hij graaf van Frisia, comes Fresonum, vanaf ongeveer 885. Zijn naam wordt ook wel geschreven als Gerulf, soms met de toevoeging “van Kennemerland”. Zijn afkomst is niet precies bekend, er zijn aanwijzingen dat hij een nazaat is van de Friese koning Radboud, wat zou verklaren waarom hij tot de hoge rijksadel werd gerekend.

Het is niet geheel duidelijk waar het gebied van Gerolf lag, maar Kennemerland lijkt het meest waarschijnlijk. De toevoeging “van Holland” is (net als “van Kennemerland”) van later datum. De eerste graaf die officieel graaf van Holland genoemd werd was Floris II in 1101. Gerolf geldt als de stamvader van het huis van Holland, maar tot 1100 werden de bewoners van zijn gebied nog Friezen genoemd.

Hoewel het gebied waar Gerolf woonde sinds het Verdrag van Verdun (843) onderdeel was van het Oostfrankische rijk, maakten in de praktijk de vikingen er de dienst uit. In 884 volgde Gerolf Godfried de Noorman op een plundertocht langs de Rijn. In 885 was Gerolf een van de afgezanten van Godfried naar Karel de Dikke en werd toen door Hendrik van Babenburg (de legeraanvoerder van Karel) overgehaald om Godfried uit te schakelen. Gerolf vermoordde, samen met Everhard Saxo en koninklijke soldaten, Godfried tijdens een banket in Spijk.

Graaf Gerolf ontving als beloning voor zijn rol bij het verdrijven van de Noormannen van de Oostfrankische koning Arnulf van Karinthië op 4 augustus 889 een aantal goederen in vol eigendom. Het betrof een gebied buiten zijn graafschap, in Teisterbant, bestaande uit een aantal boerderijen en huizen in onder andere Tiel, Aalburg en Asch, plus een gebied binnen zijn graafschap, bestaande uit een bos en een bouwakker, ergens tussen de monding van de Oude Rijn en (vermoedelijk) Bennebroek.

Gerolf wordt pas sinds laat negentiende eeuw gezien als de stamvader van het Huis van Holland. Dit is gebaseerd op een gedicht uit omstreeks 1120. Daarin worden de graven uit het Huis genoemd, en het gedicht begint met: "De eerste Dirk, broer van Waldger, was een roemrijk man ......" In een ander werk over deze Waldger staat: "Waldgarius Freso, Gerilfi filius", wat te vertalen is als "Waldger de Fries, zoon van Gerulf". Hiermee wordt Gerolf gezien als de vader van Dirk I en als de stamvader van het Hollandse Huis.

Vreemd is echter dat Waldger als oudste zoon na de dood van Gerolf het landgoed in Teisterbant kreeg, terwijl zijn jongere broer Dirk het graafschap erfde. Ook vreemd is dat Waldger zijn enige zoon Radboud noemde. Het was in die tijd namelijk gebruikelijk dat de oudste zoon de naam van zijn grootvader kreeg. Er wordt daarom ook wel gedacht dat Gerolf niet de vader maar de pleegvader van Waldger en Dirk was. "Filius" zou in dit geval de betekenis "pleegzoon" kunnen hebben. De meest waarschijnlijke kandidaat voor de biologische vader is Radboud, Heer van Nederfriesland. Deze Radboud sneuvelde in 874 tijdens zijn strijd tegen de Noormannen. Gerolf zou als voogd ook het gebied hebben beheerd dat aan de oudste zoon Waldger nagelaten werd. Dat Dirk vervolgens het graafschap van Gerolf erfde zou komen omdat Gerolf zelf kinderloos bleef.

Uit dit huwelijk:

 

Dirk I alias Thidericus Fresonie, ° ca. 875.

 


 

Dirk I van Holland of Thidericus Fresonie, ° ca. 875 .

 

Dirk I of Thidericus Fresonie was een Friese graaf die vanaf ongeveer 896 het bewind voerde over een aantal grafelijke gebieden in de kuststreek van het latere graafschap Holland.
Dirk erfde van graaf
 Gerolf het gezag over Kennemerland en Rijnland. Hij steunde de Westfrankische koning Karel de Eenvoudige bij een opstand van zijn vazallen. Als dank hiervoor kreeg Dirk I van Karel op 15 juni 922 te Bladel de kerk van Egmond met alle daarbij behorende goederen. Egmond lag ten noorden van de bezittingen die hij van Gerolf had geërfd en sloot daar dus uitstekend op aan. Kort hierna stichtte hij er een klooster voor nonnen, het begin van de Abdij van Egmond.
Het kan zijn dat er verschillende
 graven met de naam Dirk zijn samengevoegd tot Dirk I. Dit is goed mogelijk, omdat men het in die tijd nooit over een Dirk de zoveelste sprak, maar gewoon over Graaf Dirk. De
geschiedenis rond de eerste graven van Holland is pas rond 1290 voor het eerst door Melis Stoke opgeschreven. De schrijver gebruikte hiervoor teksten die door de monniken van de abdij van Egmond waren bewaard. Omdat de monniken pas tijdens het bewind van Dirk II de nonnen vervingen, moet men er van uitgaan dat de informatie op deze (inmiddels vergane) documenten, door overlevering is verkregen.

Volgens een gedateerd op 922/923 zou Dirk I na een regering van 40 jaar in 922/923 zijn overleden. Dit zou betekenen dat hij Gerolf in 882 zou zijn opgevolgd. Het staat echter vast dat Gerolf in 889 nog een goed in eigendom kreeg. Gerolf is waarschijnlijk pas in 895 of 896 overleden.

Vast staat dat Dirk II in 988 is overleden. Als Dirk II zijn vader al in 923 is opgevolgd, dan zou dat betekenen dat hij niet minder dan 65 jaar heeft geregeerd, wat zeer onwaarschijnlijk is. Daarom gaan historici er van uit dat er nog een Dirk geweest moet zijn die de naam "Dirk I bis" heeft gekregen. Er is geen bron die het bestaan van deze hypothetische extra Dirk bevestigt. De mogelijkheid dat Dirk I tot 939 heeft geleefd kan echter ook niet worden uitgesloten.Bekend is dat graaf Dirk getrouwd was met Geva van Hamaland(die ongeveer 910 zal zijn geboren) en dat hij betrokken was bij de Lotharingse opstand van 939 tegen de Duitse Koning Otto de Grote en is gesneuveld op 5 oktober 939 de slag bij Andernach (waarbij Dirk I dan ongeveer 65 zou zijn geweest). Deze gegevens maken een tweede generatie, dus Dirk I bis, aannemelijk maar er zijn uit deze periode wel meer voorbeelden bekend van edelen die op hogere leeftijd nog met een jonge vrouw trouwden of aan een veldslag deelnamen.

Dirk trouwde (928?) met Geva, vermoedelijk dochter van Meginhard II van Hamaland, zoon van Everhard Saxo, en opvolger van zijn vader als graaf van Hamaland en hertog van Friesland. Meginhard was lid van de delegatie van Hendrik de Vogelaar bij diens ontmoeting met Karel de Eenvoudige in 921.

Dirk en Geva zijn beiden in de abdij van Egmond begraven.

 

Uit dit huwelijk:

 

Dirk I bis van Holland.

 


 

Dirk I bis, x met x met Gerberga - Geva van Hamaland, ° ca. 910, fa Meginhard II van Hamaland (fs Everhard Saxo).

 

Uit dit huwelijk:

 

Dirk - Diederik II van Holland. 

 


 

Dirk - Diederik II van Holland (S + N + M), ° ca. 932, + 06.05.988, x ca. 950 met Hildegard van Vlaanderen, fa Arnulf I en Aleidis van Vermandois.

 

Dirk II (of Diederik II) was een Friese graaf uit de 10e eeuw die tussen 965 en 988 het feitelijke bewind voerde over drie graafschappen die tezamen het gehele kustgebied tussen de Oosterschelde en het Vlie opvulden, zijnde de gouwen: Masaland, Kinhem en Texla. Het formele leenschap beruste bij de Utrechtse bisschop. In het verleden is wel aangenomen dat Dirk II de zoon was van Dirk I. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat hij de zoon was van een zoon van Dirk I, die ook wel wordt aangeduid als Dirk I bis, en Gerberga (Geva) van Hamaland.

In 938 verloofde de toen nog zeer jonge Dirk II zich met Hildegard van Vlaanderen, dochter van graaf Arnulf I van Vlaanderen en Aleidis van Vermandois. Het huwelijk volgde circa 950. Uit de Rijmkroniek van Holland van Melis Stoke: Dese Dideric goed ende wert had een wijf, heet Hildegaert ('deze goede en brave Diederik had een vrouw die Hildegard heette').

Na het overlijden van zijn schoonvader Arnulf op 27 maart 965 trad Dirk II enige tijd op als voogd voor de minderjarige opvolger Arnulf II van Vlaanderen.

Evangeliarium

Op 15 juni 950 schonk Dirk II aan Egmond ter ere van de bijzetting van Sint Adelbert een stenen kloosterkerk. Waarschijnlijk ter gelegenheid van de wijding van deze kerk schonk hij het Evangeliarium van Egmond, thans een van Nederlands belangrijkste cultuurhistorische voorwerpen uit de vroege middeleeuwen. Het negende-eeuwse handschrift werd circa 975 door hem verworven en bevat de tekst van de vier evangeliën. Dirk en Hildegard zijn afgebeeld op twee miniaturen, die Dirk voor de gelegenheid aan het boek liet toevoegen. Volgens sommige schrijvers zijn de miniaturen van de hand van hun zoon Egbert. De tekst bij een van de miniaturen luidt in vertaling: "Dit boek werd geschonken door Dirk en zijn geliefde vrouw Hildegard aan de genadige vader Adalbert, opdat hij hen rechtvaardig zal gedenken in alle eeuwigheid." Thans bevindt het evangeliarium zich in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Dirk II bestuurde de grafelijke burcht en het graafschap van Gent vanaf 965, toen zijn zwager Wichman IV deze functies opgaf. In 972 verwierf Dirk de landerije rondom Rijnsburg, bij Leiden dat ten koste ging van de Utrechtse bisschop. Onder de bevolking ontstond verzet tegen deze heerschappij dat leidde tot het neerslaan van een opstand door Dirk II van de Vriezen. Op de plaats van de overwinning werd drie jaar later een kapel opgericht. 

Op 25 augustus 985 kreeg Dirk zijn lenen in Maasland, Kennemerland en op Texel van koning Otto III in vrij eigendom. Twee maanden daarvoor, op 26 juni, had graaf Ansfried al niet nader genoemde gebieden - que vocantur Inferior Maselant - in Maasland van de koning verkregen.

Dirk II, Hildegard, Aarnout en Erlindis werden in de Abdij van Egmond begraven.

 

Uit dit huwelijk:

 

Aarnout - Arnulf Gandensis,

 

Egbert van Trier, 952-994, aartsbisschop van Trier,

 

Ermindis, 953-1012,

 

? fa, x met graaf Everhard van Doornik.



 

Arnulf of Aarnout van Gent (S + N + M), ° Gent ca. 951, + bij Winkel 18.09.993, x ...05.980 met Lutgardis - Liutgard van Luxemburg, fa Siegfried van Verdun en Hadewig van Lotharingen.

 

Aarnout of Arnulf was een Friese graaf. Hij bestuurde van 988 tot 993 een graafschap dat later Holland zou worden genoemd.Omdat Arnulf in Gent geboren was, werd hij ook wel Arnulf van Gent (Gandensis) genoemd. Hij trouwde mei 980 met de in 955 te Brussel geboren Lutgardis van Luxemburg. Lutgardis of Liutgard was de dochter van Siegfried van Verdun, graaf van Luxemburg en Hadewig van Lotharingen.

Arnulf wordt voor het eerst (samen met zijn ouders) vermeld op 26 oktober 970. Aarnout komt evenals zijn vader en aanvankelijk met hem in tal van Vlaamse oorkonden voor. Arnulf was de eerste die oorlogen voerde tegen de opstandige West-Friezen. Hij schonk een deel van zijn bezit in het Schieland aan de kloosterkerk te Egmond, waaronder Bergan (thans Hillegersberg) en Schie (thans Overschie), mogelijk in verband met de droogmakingsinspanningen van de Egmonder monniken van het Hollandse veengebied. Hij vergezelde keizer Otto II van Duitsland naar Rome in 983 en breidde zijn gebied naar het zuiden uit.

In 993 viel hij met zijn leger, het gebied van de West-Friezen binnen. Bij Winkel werd hij op 18 september verslagen en sneuvelde hij in de strijd. Zijn vrouw Liutgard kon alleen met hulp van koning Otto III het graafschap voor haar zoontje bewaren. Arnulf is met diverse andere familieleden begraven in de toenmalige Abdij van Egmond en werd later heilig verklaard.

Liutgard schenkt voor het zielenheil van haar gemaal het bezit Rugge aan de Sint Pietersabdij te Gent op 20 september 993. In juni 1005 verzoende zij zich volgens Thietmar van Merseburg met de opstandige West-Friezen door toedoen van haar zwager, koning Hendrik II.

 

Uit dit huwelijk:

 

Dirk III van Holland (S + N + M),

 

Siegfried van Holland, ° ca. 985, x met Thetburga,

 

Adelina van Holland (M).

 


 

Dirk III van Holland alias Hierosymita, ° ca. 981, + 27.05.1039, x met Othilde van Saksen.


Dirk III, bijgenaamd Hierosolymita was een Friese graaf. Hij was van 993 tot 1039 graaf van het latere graafschap Holland. Hij was een zoon van graaf Arnulf.
Toen zijn vader Arnulf in 993 sneuvelde, was Dirk III nog te jong om het bestuur op zich te nemen, waarop zijn moeder Lutgardis van Luxemburg deze taken waarnam. In 1005 was Dirk oud genoeg om zelfstandig het graafschap te besturen, maar maakte nog steeds dankbaar gebruik van de goede connecties van zijn moeder: zij riep de hulp in van haar zwager, de Duitse koning Hendrik II, om een Friese opstand te onderdrukken. De koning vertrok vanuit Utrecht per schip met een leger naar Friesland en bracht de aanvallen tot staan.
Het gebied waar Dirk was neergestreken, werd door de bisschoppen van Utrecht, Trier en Keulen betwist. Dit weerhield hem er niet van gronden te verpachten aan Friezen die het in cultuur brachten. Bovendien bouwde hij een burcht in Vlaardingen, waarschijnlijk op de plek waar zich nu de Grote Kerk bevindt bevindt, waar het riviertje de Flarding (tegenwoordig de Vlaardingse haven) uitmondde in de Merwede (tegenwoordig de Nieuwe Waterweg). Vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die langs kwamen varen, onderweg van
 Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen. Deze kooplieden én ook bisschop Adelbold van Utrecht riepen daarom de hulp in van de Duitse keizer. De keizer gaf in 1018 zijn neef Dirk de opdracht om zijn vesting te ontruimen. In plaats van zijn leenheer te gehoorzamen, trok Dirk zich op zijn burcht terug en de keizer kon nu niet anders dan een leger op hem af sturen. Dit leger, onder leiding van hertog Godfried de Kinderloze, bestond uit een vloot met troepen uit Utrecht, Keulen en Luik.
Op
 29 juli 1018 kwam het tot de Slag bij Vlaardingen. Het laatste stuk naar de burcht moest via land worden afgelegd, wat lastig ging omdat het gebied vol met sloten en dijken lag. Het duurde niet lang voor het leger van Godfried vastliep en noodgedwongen moest terugkeren naar hun schepen om een andere route te zoeken. Op de terugweg liep het leger echter in hinderlaag van de troepen van Dirk. Godfried maakte met zijn leger een tactische terugtrekkende beweging, waarop iemand uit het Friese kamp riep dat de voorste gelederen verslagen waren en de hertog op de vlucht sloeg. Hierop raakten de troepen van Godfried zo in paniek dat velen in volle wapenuitrusting de rivier in sprongen, in een poging de schepen te bereiken. Andere kwamen vast te zitten in het moeras. Dirk maakte direct gebruik van de paniek en het machtige leger van de hertog werd volledig in de pan gehakt. Godfried werd hierbij gevangengenomen, en Dirk wist hem te overtuigen van zijn recht om tol te heffen in het gebied. De hertog werd weer vrijgelaten nadat hij beloofd had een goed woordje voor Dirk te doen bij de keizer.

In de 12e-eeuwse Annalen van Egmond staat Dirk III vermeld met de bijnaam Hierosolymita, de Jeruzalemganger. Dat duidt erop dat hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land heeft gemaakt. Volgens de 14e-eeuwse geschiedschrijver Johannes de Beke heeft Dirk zijn tocht rond het jaar 1030 ondernomen.
 

Uit dit huwelijk:

 

Dirk IV,

Dirk IV was de oudste zoon van Dirk III en Othilde van de Noordmark. Hij zette de politiek van machtsuitbreiding van zijn vader voort, namelijk het uitbreiden van het graafschap naar het oosten. Zo eigende hij zich onder meer het gebied ten zuidoosten van Alphen, tussen Zwammerdam en Bodegraven, toe. Hij schond daarmee de belangen van Bernold, de Utrechtste bisschop en de machtige Zuid-Nederlandse kloosters en bisschoppen.

Hierdoor kwam hij in conflict met de keizer en de rijksbisschoppen. De Duitse keizer Hendrik III trok daarom persoonlijk tegen hem ten strijde en in 1046 dwong hij Dirk IV afstand te doen van het door hem veroverde gebied.

Kort nadat de keizer naar huis was vertrokken, begon Dirk de bisdommen Utrecht en Luik te plunderen. Bovendien sloot hij een verbond met Godfried met de Baard, de hertog van Opper-Lotharingen en de graven van Vlaanderen en Henegouwen. Hierop volgde in 1047 een tweede strafexpeditie waarbij de keizer Vlaardingen en de grafelijke burcht te Rijnsburg veroverde. De burcht werd geheel verwoest. Tijdens de terugtocht leed de keizer echter grote verliezen waardoor Dirks bondgenoten nu ook openlijk tegen de keizer in opstand kwamen. In 1049 werd Dirk IV door de bisschoppen van Metz, Luik en Utrecht in de val gelokt en gedood. Dirk was nog jong, ongehuwd en kinderloos. Hij werd opgevolgd door zijn broer Floris I.

 

Dirk IV,

 

Floris I (S + N + M),

 

Bertrade, x met Dirk van Karlenburg,

 

Swanhilde, x met Emmo van Loon. 

 

 

 

Boudewijn II van Boulogne (M), ca. 975 - 1033n x met Adelina - Adelheid van Holland, deze x 2 met Engelram van Ponthieu.

 

Uit dit huwelijk:

 

Eustaas I van Boulogne à l' Oeil.

 

 


 

Floris I van Holland (S + N + M), ° Vlaardingen ca. 1030, + Gelderland 28.06.1061, x ca. 1050 met zijn nicht Geertruida (Petronilla) van Saksen (S +  N + M), fa Bernhard II, hertog van Saksen, en Eilica van Schweinfurt. Zij x 2 ca. 1063 met Robrecht de Fries (M), graaf van Vlaanderen.

 

Op terugtocht van Zaltbommel werd Floris I te Nederhemert vermoord; hij werd begraven in de Abdij van Egmond. Zijn zoon Dirk volgde hem op onder regentschap van zijn moeder.

Floris I  was een Friese graaf die van 1049 tot 1061 het bewind voerde over de gebieden die later bekend zouden worden als het graafschap Holland. Hij volgde zijn broer Dirk IV op.

Floris I was een afstammeling van Karel de Grote.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Adelheid van Holland, x met Bouwewijn I van Guines,

 

Dirk V van Holland (S + N),

 

Bertha van Holland (M),

 

2. Robrecht II,

 

Adela, x met Knoet IV van Denemarken,

     Uit dit huwelijk:

     Karel de Goede,

 

Gertrudis (M).

 


 

Dirk V van Holland (S + N), ° ca. 1054, + 17.07.1091, x met Othilde (van Saksen?).

 

Dirk V volgde, als minderjarige zoon, zijn vader Floris I op als graaf van Holland onder regentschap van zijn moeder, Geertruida van Saksen. Na haar hertrouwen in 1063 lag de feitelijke macht in handen van haar nieuwe echtgenoot, Robrecht I van Vlaanderen.

De bisschop van Utrecht maakte van deze situatie gebruik om beslag te leggen op grote delen van Holland zodanig dat enkel nog een klein gedeelte in het westen aan Dirk V bleef.

Eenmaal zelfstandig regerend vanaf 1070, (zijn stiefvader was immers druk begaan met de opvolgingskwestie in Vlaanderen), trachtte hij zijn verloren gebieden te heroveren. Maar de bisschop werd gesteund door de hertog van Neder-Lotharingen, Godfried IV. Deze werd, bij een controlereis langsheen het Friese grensgebied, vermoord door opstandelingen (1076). Kort daarop stierf ook de bisschop.

Dit alles stelde Dirk V in staat om alle gebieden te heroveren op de nieuwe bisschop van Utrecht en deze zelfs gevangen te nemen. In ruil voor zijn vrijlating bekwam Dirk V de rechtmatige claim op al zijn grondgebied. Hij kreeg rond 1080 een zoon,Floris II die zijn opvolger werd toen hij overleed in 1091. Hij werd begraven in de abdij van Egmond.

 

Uit dit huwelijk:

 

Floris II,

 

Mathilde.

 

 

 

koning Philips I van Frankrijk (M), x 1 met Bertha van Holland (M), x met Bertrade, vv Fulco IV van Anjou, , de rest van het gezin hier.

 

In 1092 werd ze verstoten en moest ze het hof verlaten. In 1094 is ze overleden in het kasteel van Montreuil-sur-Mer.

Haar huwelijk met de Franse koning had politieke redenen. Haar stiefvader, Robrecht I, had na de dood van zijn broer zich wederrechtelijk en met wapengeweld de grafelijke titel toegeëigend. In die strijd had de Franse koning de wettelijke troonopvolger gesteund. Het huwelijk was waarschijnlijk onderdeel van de vredesregeling tussen Robrecht I en Filips I.

 

Uit dit huwelijk:

   

1. Constance, ° ca. 1078, x 1 met Hugo I van Champagne, x 2 ca. 1106 (na scheiding) met Bohemund I van Antiochië,

 

koning Lodewijk VI 'le Gros' van Frankrijk,

    

Hendrik, ° ca. 1085, jong gestorven,

    

Karel, ° ca. 1085, abt van Charlieu,

    

Odo, ° ca. 1087,

 

2. Filips, x met Elisabeth, fa Monthéry heer van Mehun-sur-Yèvre,

 

Floris, x met erfdr van Nangis,

 

Cecilia, x 1 met Tancred prins van Galilea, x 2 met Pons graaf van Tripoli,

 

Eustatia, x met Jan van Etampes,

 

3. ill.

Karel, ° ca. 1085, abt van Charlieu,

    

Odo, ° ca. 1087.

 


 

Floris II de Vette/de Dikke van Holland (S + N), ° Vlaardingen ca. 1085, + abdij van Egmont 02.03.1122, x 1 ? met ..., x 2 > 1108 met Geertruid (alias Petronella < x) van Saksen (S + N), ° ca. 1080, + 23.05.1144, (+) Rijnsburg, fa Dirk II van Saksen, Hertog van Opper-Lotharingen x Hedwich van Formbach.

 

Floris II  was de eerste Friese graaf die zich niet langer graaf van Frisia noemde, maar graaf van Holland: "Florentius comes de Hollant". Hij was de zoon van Dirk V van Holland en Othilde. Hij werd te Vlaardingen geboren en is begraven in de abdij van Egmond.

Voor zijn huwelijk had hij een buitenechtelijke relatie waaruit een dochter Hadewijch Florisdr werd geboren. Hadewijch trouwde ca 1115 met Hugo III van Voorne.

De bijnaam de Vette of de Dikke had waarschijnlijk met zijn zwaarlijvigheid te maken, maar het kan ook een verwijzing naar zijn rijkdom zijn geweest. Floris II gold in zijn tijd namelijk als zeer rijk door het geld dat hij verdiende met veenontginningen, die hij sterk stimuleerde, en tolheffing aan de monding van de grote rivieren. Floris verkoos om niet deel te nemen aan de eerste kruistocht. Floris heeft tijdens zijn bewind diverse houten kerken vervangen door kerken van tufsteen.

Petronilla van Saksen, ook bekend als Geertruid, en ook wel Petronella van Saksen genoemd, (circa 1082 - 23 mei 1144) was een dochter van Diederik van Opper-Lotharingen en Hedwig van Formbach. Uit een eerder huwelijk van Hedwig met Gebhard van Supplingenberg werd de latere keizerLotharius III geboren, waarmee Petronilla dus een machtige halfbroer had.

Zij trouwde rond 1100 met graaf Floris II. Mogelijk liet zij toen haar naam veranderen naar Petronilla. Na de vroege dood van haar man in 1122 voerde zij het regentschap voor haar zoon, graaf Dirk VI. Zij steunde de eerste opstand van haar jongere zoon Floris de Zwarte tegen Dirk VI van 1129 tot 1131, maar deed dat niet tijdens diens tweede opstand.

Een derde zoon, Simon, werd kanunnik in Utrecht.

Uit dit huwelijk:

 

1. Hadewijch Florisdr, x ca. 1115 met Hugo III van Voorne,

 

2. Dirk VI van Holland,

 

Floris "de Zwarte" van Holland,

 

Simon, kanunnik in Utrecht.

 


 

Dirk VI graaf van Holland (S + N), ° ca. 1114, + bij Utrecht 05.08.1157, x 1125 met Sophia van Rheineck-Bentheim, + 1176 tijdens bedevaart naar Jeruzalem, fa Otto I van Salm van Rheineck en Geertruid van Northausen.

 

Toen zijn vader Floris II in 1122 stierf, was Dirk VI nog te jong om het bestuur op zich te nemen, waarop zijn moeder Petronilla van Saksen deze taken waarnam. In 1123 hielp Petronilla haar halfbroer hertog Lotharius in zijn strijd tegen keizer Hendrik V. Nadat Lotharius in 1125 zelf koning van het Heilige Roomse Rijk werd, voegde hij Rijnland en Leiden, (formeel sinds 1064 Utrechts bezit), bij Holland. In 1133 stichtte Petronilla de abdij van Rijnsburg. Omdat ze geen vertrouwen had in de nogal ambitieloze Dirk, rekte Petronilla haar regentschap, zodat haar zoon Floris het graafschap kon overnemen.

Deze Floris (bijgenaamd de Zwarte) bezat wel de ambities die bij zijn oudere broer leken te ontbreken. Hij kwam openlijk in opstand tegen zijn broer en werd van 1129 tot 1131 ook als graaf van Holland in oorkonden genoemd. Zelfs Rooms-koning Lotharius en bisschop Andries van Utrecht erkenden Floris als de rechtmatige graaf van Holland. In maart 1131 werd Dirk VI echter weer officieel graaf van Holland genoemd en lijken de broers zich te hebben verzoend. Zo’n 6 maanden later (augustus 1131) stonden de broers alweer tegenover elkaar, nadat de opstandige Westfriezen Floris de heerschappij over heel West-Friesland hadden aangeboden. Floris accepteerde dit maar al te graag, en ook de Kennemers sloten zich daarna bij de opstand aan. Een jaar later in augustus 1132 kwam Roomse-koning Lotharius tussenbeide, en werd de broedertwist wederom bijgelegd, ook al had dit weinig invloed op het verzet van de Friezen. In 1133 werd Floris de Zwarte vlakbij Utrecht vermoord door Herman en Godfried van Kuyk. Lotharius liet als straf het kasteel van Herman en Godfried vernietigen, en ze werden bovendien verbannen.

In 1138 ondernam Dirk VI samen met zijn vrouw een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Tijdens deze tocht werd hun zoon Peregrinus (Pelgrim) geboren. Op de terugreis bezocht Dirk Paus Innocentius II, en droeg de abdij van Egmond en de door zijn moeder gestichte abdij van Rijnsburg aan hem op. Hiermee onttrok hij de abdijen aan het kerkelijk gezag van het Aartsbisdom Utrecht. In 1156 loste Dirk VI de slepende kwestie rond de Echternachse kerken op. Rond 923 had Dirk I in Egmond een klooster gesticht. Deze abdij van Egmond kreeg de kerkelijke rechten over het gebied, in plaats van de door Willibrordus gestichte Abdij van Echternach. De abdij van Echternach ondernam herhaaldelijk pogingen het verloren bezit terug te krijgen; dit had tot gevolg dat in 1063 de bisschop Willem I van Utrecht de kerken in het gebied over beide abdijen verdeelde. De abdij van Egmond wilde deze verdeling uiteraard niet accepteren. Dirk VI loste het conflict op door de abdij van Echternach, in ruil voor de gebieden, land op Schouwen en de inkomsten van de grote kerk in Vlaardingen te schenken. Dat de abt van Egmond, die bij de overdracht aanwezig was, weinig gecharmeerd was van deze oplossing, bleek wel toen hij Dirk VI en zijn zoon Floris kort erop in de ban deed. Deze ban is er waarschijnlijk de oorzaak van dat Dirk VI niet in Egmond maar in de Abdij van Rijnsburg werd begraven.

 

Uit dit huwelijk:

 

Geertruid,

 

Petronilla,

 

Hadewig, non,

 

Floris III,

 

Otto, graaf van Bentheim,

 

Boudewijn, bisschop,

 

Dirk I (S + N), bisschop,

 

Sophia, abdis van Rijnsburg,

 

Peregrinus, + op 12 j.,

 

Robert, buitenechtelijk kind.

 


 

Dirk van Holland (S + N), bisschop van Utrecht in 1197, + Pavia 28.08.1197, x met ... (Walburga van Renesse van Haamstede ?).

 

Na de dood van zijn broer werd hij door de Hollandse partij als kandidaat bisschop naar voren geschoven, hierin gesteund door keizer Hendrik VI. Gelre kwam met Arnold van Isenburg, gesteund door de paus en de aartsbisschop van Keulen. Hierdoor ontstond een impasse, waarin Dirk als bisschop van Nedersticht werd erkend, en Arnold van Isenburg als bisschop van Oversticht.

Beide kandidaten reisden daarop naar Rome, waar Arnold in 1196 door paus Innocentius III tot bisschop van Utrecht werd gewijd. Snel daarna overleed hij en Dirk I werd alsnog geconsacreerd. Hij overleed op de terugweg van Rome naar Utrecht te Pavia.

 

Uit dit huwelijk:

 

van Holland fa.


Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom