Voorouderlijst Van Boeschot Wouter                      

 

Boesschoten Van, Busschot(s), -odts, Bisschot

Familienaam uit de plaatsnaam Boeschote in Daknam (Oost-Vlaanderen) of Booischot in Heist o/d Berg (Antwerpen).

 


De oudste gegevens en de aktes met dank aan Christine Savat en Michael Roekaerts. Meer info op hun website.

 

XIV - Van Boeschot Wouter (S),

 

Van Boeschot is een oud geslacht uit de streek, dat te Aarschot meerdere schepenen gaf, oa Aert Van Boeschot in 1365, die op zijn zegel wapen voerde: drie lelies waarop een vrij kwartier beladen met een dwarsbalk van vijf ruiten; in 1396, 7, Wouter Van Boeschot hetzelfde wapen, maar vrij kwartier met omgekeerde wassenaar; in 1430, Wouter Van Boescot hetzelfde wapen en vrij kwartier met drie lelies. Voornoemde Aert Van Boeschot was getrouwd met Elisabeth Van Overbeke, dochter van Willem (BW van Schijndel, genealogie Van Zeeland, blz 205, noot 25).

In 1410 woonde een Aert Van Boesschot opde Bonewijk ‎(OLA, 1967, nr 3, blz 72, verwijzende naar ARA, kerkel archief  Sinte Geertrui)‎. In 1471 worden vermeld de erfgenamen van Staes Van Boeschot en in 1475 waren de kinderen van wijlen Arnold De Boesschot en ridder Ferd De Wittham eigenaars van een beemd te Aarschot achter het Schuttershof ‎(hagel. gedenkschriften 1908, I blz 214, verwijzend naar archief Sint Niklaasberg nr 56)‎. Einde 15de eeuw leefden te Aarschot Hendrik Van Boeschot x Margriete Vanden Hove, ouders van Lysbeth Van Boesschot x Willem Vanderhofstadt ‎(ca 1500)‎ uit huis van beneden vanderhofstadt. Ook te Rotselaar zijn er vermeldingen, ongetwijfeld verwanten vandezelfde stam:
- 1566: overdracht van eigendom te Rotselaar int Schipstal door Geert van Boesschot ‎(x Catharina Vandenbossche)‎, als borghe van wijlen Jan Van boesschot, aan Hendrick De Keijser en in 1572 aan Machiel Van Boeschot ‎(R1604, fo 110).‎

WZM21.432 fo 94v: 14 mei 1499:
Voor schepen van Rotselaer is gecomen Cathelijne Van Boeschot Henricq dochter x Jan Van Halen heeft opgedragen een eusel groot ontrent drije dm gelegen ter heijden tusschen de goeden Wouter Van Boeschot, de borchgracht vanden hove ter Heijden, derfgen wijlen Servaes Optebergh ende Hans Vanderhofstadt ende daerinne is gegoet Wouter Van Kelfs die met heet Vanden Dijcke Henricksone.
 

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een zeer interessante akte, die redelijk wat nieuwe gegevens aan het licht brengt over de familie Van Boeschot.  Ook Claudius Masquelier wordt in de akte vermeld als rentmeester van de kerk van Wezemaal.  Meer dan 100 jaar later volgt er nog een randvermelding.

Uit de onderstaande akte blijkt dat Geert (Gerardus) de zoon was van wijlen Wouter (Walterus) en dat hij te Rotselaar woonde.  Hij had het vruchtgebruik (dus zijn vrouw was reeds overleden) van een herberg met een boomgaard, schuren, stallen en alle andere toebehoren, gelegen aan de plaats (dorpsplein) bij de kerk te Rotselaar (vermoedelijk aan de noordzijde, doch er staat een woord voor dat ik niet met zekerheid kan lezen / vraagteken geplaatst).  De goederen waren in naakte eigendom van zijn kinderen Jasper (Gaspar), ca. 24 jaar, Maria (x Thomas Cuesters), Cathlijn (Catharina), ca. 27 jaar, en Barbara Van Boeschot, ca. 21 jaar.  Als Geert Van Boeschot ook een zoon Anthonius had, dan waren er minstens 5 kinderen, nl. Jasper, Maria, Cathlijn, Barbara en Anthonius.

Maria Van Boeschot werd in de akte vertegenwoordigd door haar man Thomas Cuesters, die ook namens de andere kinderen optrad.  Deze Thomas is duidelijk te vereenzelvigen met Thomas Kerstens (what’s in a name !).

Men moet de akte soms meermaals lezen om te begrijpen wat er eigenlijk staat.  Voor zover ik het begrijp waren de goederen blijkbaar belast met een erffelijke rente van 36 stuivers te 3 plakken aan de kerk van Wezemaal, waarvoor Claudius Masquelier als rentmeester optrad, dit in de plaats van een erffelijke rente van 2 peters (of petermannen, een oude munt die genoemd werd naar de apostel Petrus), die oorspronkelijk geconstitueert werd op 26 februari 1508 ten laste van Geert Van Haelen en Catharina Van Boeschot. Mogelijk was deze laatste een zuster van Wouter Van Boeschot is en dus de tante van Geert.  Het staat er niet letterlijk dat Catharina Van Boeschot de vrouw is van Geert Van Haelen, maar wellicht wel, gezien zij zich samen hadden verbonden (borg gesteld) voor de oorspronkelijke rente van 2 peters.  De oorsprong van de naam Van Boeschot alias Van Haelen komt hier wel heel dichtbij.

Blijkens de randvermelding werd de rente volgens een kwitantie van 09.01.1682, dus meer dan 100 jaar later, afgelegd door Egidius Raymaeckers in naam van Theresia Raymaeckers.  Op dat ogenblik was een zekere A. Vanden Schrieck rentmeester van de kerk te Wezemaal.  Waren Egidius Raymaeckers en Theresia Raymaeckers afstammelingen van de familie Van Boeschot of hadden zij de rente overgenomen ?

Diegenen die dachten dat er geen archief van die tijden bestond over de streek, hebben het duidelijk verkeerd voor !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 94r., akte dd. 22 november 1574.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Geerdt Van Boeschot sone wijlen Wouters, woenende te Rotselaer, heeft opgedragen met behoirlijcke v(er)thijdenisse(n) zijn tocht, hem competerende in een huys ende hoff, wesende een herberge metten boomgaerde, schuere(n), stallen ende alle andere sijn(e) toebehoirten, gestaen te Rotselaer opde plaetse bijde kercke op stellen (?) noert, regen(oten) Jan Van Lantrop ter ie., de cappelrije van Rotselaer ter iier. ende sheeren straete ter iiier. ende iiiier. zijden, gelijck tselve ten erffdo(m)me gehouden wordt van(den) hertoge van Aerschot als hee(re) van(den) gronde, exp(osito) imp(ositi) sunt in dicto usufructu Jaspar Van Boeschot, oudt xxiiii jaere(n) ende daerover, gelijck hij v(er)cleerde, Thomas Cuesters, man ende momboir van Marie Van Boeschot, Cathlijn Van Boeschot, oudt xxvii jaere(n) ende daerove(r), gel(ijck) zij v(er)cleerde cu(m) tutore ende Barbele Van Boeschot, oudt xxi jaeren ende d(aer)over, gel(ijck) zij v(er)cleerde, cu(m) tutore, alle kyndere(n) des voirs(creven) Geerdts, voer alle de welcke kynderen ende elcken van dijen respective de voirscreve(n) Thomas hem sterckgemaeckt heeft ende geloeft mits desen oblig(ando) et submitt(endo) de voirscreve(n) sijn(e) huysvrouwe ende dandere kynderen desselffs Geerts in dijen te hebbe(n), dat als zij tot huere(n) daegen ende tot wettigen ouderdom gecomen zullen sijn, dese belastinge approberen en(de) van weerden houden sullen, quo facto reportaver(un)t isdem, exp(osito) ende Glaude Masculier, rentm(eeste)r der kercken van Wesemale inden name ende tot behoeff der selver kercken imp(osito) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t terminis ende voirts meer op xxxvi st(uyvers) te iii pl(e)c(ken) erffel(ijcke) rente, alle jaere opten xxvien. februarii te betalen(e) ende der voirs(creve) kercke(n) te leveren in futur(um) ende dat in plaetse van alsulcke twee peeters erffelijck, d(aer)inne met schepen(en) brieven van Loven(e) d(aer)op gemaeckt opten xxvi. februarii a(n)no xvc. viii°., Geraerdt wijle(n) Van Haelen ende Cathlijn(e) Van Boschot p(er)sonelijck aende voirs(creve) kercke v(er)bonden waeren et sat(is) die voirs(creve) opdragers ind(ivisi)m oblig(ando) et submitt(endo) ende de voirs(creve) vrouwe(n) privilegio senatusc(onsulti) velleani de quo certiorate et war(as) op sheeren chijns van(den) gronde terminis tanq(uam) prout jure, geloven(de) die selve opdragers ind(ivisim) obligan(do) et et (!) submitt(endo) ac renu(n)t(iando) uts(upra) de voirs(creve) rente jairl(ijcx) ten voirs(creven) termijn(e) wel en(de) loffel(ijck) te betalen ende als boven te leveren in futuru(m) ass(ecutu)m et casu quo pignora, cor(am) eisdem.

            In de marge.

Is gheblecken bij manuale quitantie in date 9a. januarii 1682, onderteeckent A. Vanden Schrieck als rentm(eeste)r der kercke van Wesemael, dat dese tegenstaende rente van sessendertich stuy(vers) sjaers bij heer Egidius Raymaeckers inden naem van jouff(rouw)e Theresia Raymaeckers is gequeten aenden voors(chreven) Vanden Schrieck in zijne voors(chreve) qualitijt beneffens alnoch de verloopen der selver, te verschijnen tot den 26e. februarii naestcomende, quare sic vacat, actum hac x. januarii a(nn)o 1682.7

 

Hierbij twee opeenvolgende akten van dezelfde datum betreffende de familie Van Boisschot te Rotselaar onder het gehucht Beversluis. De familialie relaties zijn echter niet al te duidelijk. Mogelijk is deze relatie als volgt te interpreteren (onder voorbehoud).

1.   Wouter Van Boeschot x N.N., waarvan :

      1.1.     Aert (Geert) Van Boeschot x Catharina Vandenbossche xx Johanna Uyterhellicht, waarvan :

                   1.1.1.  Catharina Van Boeschot x Franciscus Diericx zone Theodorus.

      1.2.     Bartholomeus Van Boeschot x Anna Van den Broeck xx Anna Meeus, waarvan :

                   1.2.1.  Anthonius Van Boeschot.

Het zijn de onderstreepte namen die in de akten worden vermeld. Ook de andere aktes waren niet al te duidelijk. Een andere mogelijkheid is dat Anthonius en Catharina broer en zuster zijn en dus beiden kinderen van Bartholomeus. In dit geval zou Catharina een NIEUW gegeven zijn. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7512, folio 337v., akte dd. 9 december 1622.

Item in tegenwoordich(eyt)t des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Franchoys Diericx sone wijlen Diericx, en(de) Cath(lij)ne Van Boisschot, gehuysschen, absent, geloven(de) diesel(ve) zijne v(oor)s(creve) huysvr(ouw)e in desen te hebben dat sij dese belastinghe ter manisse sal comen lauderen en(de) approberen, woonen(de) ond(er) Rotselaer tot Beversluys, ter manisse hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) die hellicht v an drije dachm(aelen) landts, wesen(de) een block ombegrepen der maeten, gelegen in zijn(e) grachten, daeraff dander hellicht toebehoort Anthoen Van Boischot, regen(oten) Godefroy de Laistre ter ie., derffgen(aemen) wijlen Van Gestelt ter andere, Peeter Van(den) Rijn ter iiie. en(de) de Heershaege ter iiiie. zijd(en), item noch de hellicht van een bempdeken, groot i ½ dachm(ael), oock der maeten onbegrepen, gelegen tot Beversluyse, regen(oten) sh(ee)ren straete in twee zijd(en), Jan Borgers ter iiie. en(de) iiiie. zijd(en), exp(osito) ende m(eeste)r Jan Boeyens als rentm(eeste)r van(de) kercke van Wesemael en(de) dat ind(en) naem en(de) tot behoeff der sel(ve) kercke, imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t aen(de) voors(creve) opdraegeren om die sel(ve) goeden te hebben, te houden en(de) te besitten, dierste parcheel op een(en) peertskeur en(de) tvoors(creven) bempdeken op sh(ee)ren chijns, tanqu(am) prout iure, ende voorts meer op een(e) voortaene rente van seven carol(us) g(u)l(dens) te xx st(uyvers) Brabants tstuck en(de) vijff gel(ijcke) stuyvers erffel(ijcke rente, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden iien. meerte, daeraff den iersten termijn van betaelinge vallen en(de) v(er)schijnen sal opden iien. meert 1623 naestcomen(de) en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven oft tot Wesemael ten behoeve der voors(creve) kercke jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als vore, los en(de) vrije van bede, oock van xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, minde(re) oft meerde(re) penn(ingen), impositien en(de) exactien, alreede innegestelt oft naemaels inne te stellen in toecomen(de) tijd(en), telcken jaere en(de) termijne als schult met rechte v(er)wonnen, obligan(do) et indivis(im) submitten(do) ac renun(tiando) in forma et tantu(m) et casu quo pignora, etc(etera), geloven(de) die voors(creve) gehuysschen de voors(creve) rente van seven rinsg(u)l(dens) en(de) v st(uyvers) erffel(ijck) jaerl(ijcx) ten termijn(e) voors(creven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als vore, los en(de) vrije, onder die sel(ve) obliga(ti)e ende submissie, met conditie dat zijl(ieden) oft heurl(ieden) naercomelin(gen) de voors(creve) rente sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijd(en) alst hun gelieven sal teend(er) reysen, elcken guld(en) erffel(ijck) daeraff met xvie. gel(ijcke) rinsg(u)l(dens) en(de) met volle rente, loopen(de) munte, coram Vorst, Borghreeff, decemb(ris) ixa., 1622.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7512, folio 338v., akte dd. 9 december 1622.

Item, in p(rese)ntia als boven gestaen Anthoen Van Boisschot zone wijlen Bartholomeeus, woonen(de) tot Rotselaer te Beversluys, ter manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) dander hellicht van een block landts, groot drije dachm(aelen), naerder int contract, hier voerens v(er)melt, gespecificeert, gelegen tusschen zijne regen(oten) aldaer, item noch de hellicht van tvoors(creven) i ½ dachm(ael) bempts, volgen(de) de regen(oten), insgel(ijcx) aldaer gestelt, exp(osito) ende m(eeste)r Jan Boeyens als rentm(eeste)r van(de) kercke van Wesemael ind(en) naem en(de) tot behoeff der sel(ve) kercke, imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t aen(den) voors(creven) opdraege(re) om die sel(ve) goeden te hebben, te houden en(de) te besitten opde voors(creve) lasten, aldaer vuytgesteecken prout, ende voorts meer op een(e) voortaene rente van vier carol(us) g(u)l(dens) te xx st(uyvers) Brabants stuck en(de) x gel(ijcke) stuyvers, v(er)schijnen(de) jaerl(ijcx) opden iien. meert, daeraff den iersten termijn vallen en(de) v(er)schijnen sal opden iien. meert 1623 naestcomen(de), etc(etera), et latius prout in precedenti contractu, et extenda(n)tur, coram eisd(em).

      In de marge.

De cassatie van dese vier r(insguldens) x st(iuyvers) erfel(ijck) mette v(er)loopen van dijen, h(abetu)r ixa. martii 1633 in prima et sic vacat.

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Boeschot Jan, x met ...

     Uit dit huwelijk:

     Van Boeschot Jan,

     Van Boeschot Maria, x met Claes Ingels,

 

Van Boeschot Michiel, x met Maria Vliegh,

RTS1604 fo 110v: 13 meert 1572 Willem De Keppere ende Geert Van Boeschot als borghen wijlen Jan Van Boesschot dd 30 mei 1562 voor schepenen van Loven verkopen aan Machiel Van Boeschot x Marie Vlieghe een huis en hof gelegen tot Averijst

 

Van Boeschot (alias Van Halen) (Aert) Geert, XIII (S7854),

 

Van Boeschot Peter, x met Maeijcken Lanaerts, deze x 2 met Willem Michiels,

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Boeschot Judocus, + Rotselaar 04.11.1663, x met Barbara Van Aerschot,

Hierbij een akte(met dank aan Paul Peeters)  met vermelding van Judocus Van Boeschot en zijn vrouw Barbara Van Aerschot, inwoners van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8252, folio 83v., akte dd. 22 januari 1629.

Item in p(rese)ntie des meyers en(de) den schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Joos Van Boidtschot met consente, wille ende wete van Barbara Van Aersschot, woonende onder Rotselaer, ende hebben tsaemen en(de) elcken int besonder opgedraegen met wettige verthijdenissen een ple twee besondere plecken, soe landt als bempt, neven malcanderen gelegen, groot onbegrepen der maeten een halff boender, onder Rotselaer t' Averijst, regenooten derffgen(aemen) Jaecquemijne Vitz ter ier., het straetken loopende naer Schoubroeck ter iier., Jan Van Van Aersschot in twee andere zijden, expositis impositus est Henrick Van Aersschot, ende soe tot behoeff van hem selven als Lijsbeth Meys, sijn(e) huysvr(ouwe), woonen(de) tot Averijst v(oor)s(chreven), et satis die v(oor)s(chreve) opdrageren indivisim obligantes, submitten(tes) ac renunciantes, signanter benefic(io) de duob(us) reis ende de v(oor)s(chreve) vrouwe p(er)soone der constitut(ie) s(enatus) c(onsul)ti vell(eiani) et auth(entica) si qua mulier, daer van onderricht sijnde, et aliis in forma, en(de) waranderen(de) de v(oor)s(chreve) goeden op tsheeren chijns van(den) gronde aen(den) hertoch van Aersshot, bedraegen(de) in(de) jaerelijcsche betaelinge acht oft negen stuyvers, v(er)claeren(de) den coope te wesen tseventich guld(ens) eens, los en(de) vrije gelts, van pontpenningen en(de) goedinge gelt, coram Van(der) Vorst, Gudelin, scab(inis), hac xxii. januarii 1629.

 

In het verlengde van de vorige email met verwijzing naar dezelfde akte gaat hier nog een akte met vermelding van Judocus Van Boeschot en zijn vrouw Barbara Van Aerschot, inwoners van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8252, folio 84v., akte dd. 22 januari 1629.

Item in p(rese)ntie als voor, gestaen Joos Van Boidtschot, woonende onder Rotselaer, om des naerbeschreven staet te doene, behoorel(ijck) en(de) onwederroepel(ijck) gemachticht bij ende van wegen Marie Vanden Zijpe dochter wijlen Jans, daer moeder aff was Cathlijne Derheyns, ende bij Niclaes Van Bouckel, haers mans, innegesetenen deser stadt Loven, met procuratie irrevocable, bij de selve hem gegeven voor den notaris J. Woutelers ende seeckere getuygen opden xvien. january sesthien hondert negenentwintich, den heeren alhier in originali v(er)thoondt ende gebleken, naer v(er)moegen van(den) welcken soe heeft die v(oor)s(chreven) gemachtichde opgedraegen, gecedeert ende getransporteert, soe hij cedeert en(de) transporteert bij desen ten behoeve van Joos Steerts soeen wijlen Niclaes, coster tot Cortelcke, sijne hoirs ende naercomelingen, een blocxken landts, groot onbegrepen een dach(wan)t, wesen(de) thiende vrije, gelegen tot Cortelcke v(oor)s(chreven) in sijne grachten, regenooten de Grevestraete ter eendere, die v(oor)s(cheven) Steerts ter iier., het Cautervelt ter iiie., de erffve, daer eertijts de vierschoeff schuere vanden heere van(der) Horst heeft opgestaen, ter iiiier. sijden, exposito impositus per mo(nitionem) iure haereditario die v(oor)s(chreven) Joos Steerts voor hem, sijne erven en(de) naercomelin(gen) ten eeuwigen daeghen et satis die v(oor)s(chreven) gemachtichde virtute dicti procuratorii ob(ligando), sub(mittendo) personas ac bona committentium insolidum, met renunciatie in forma, et waraz op des heeren chijns vanden gronde, de v(er)loopen bijden committenten aff te doene tot date deser, v(er)claeren(de) voorts den coope te bedraegen naer inhoudt der procuratie de so(m)me van hondert gul(dnes) eens, los en(de) vrije gelts, ende twelff gul(dens) voor een(en) doecke aen(de) v(oor)s(chreve) committente te geven en(de) ten lijcoope v(er)droncken drije potten wjns, elcken pot van 24 st(uyvers), voorts is alnoch bijde v(oor)s(chreve) procuratie geprecaveert dat alsoe het v(er)s(chreven) dach(want) bij de co(m)mitten(te) was is v(er)huert opden xv. jan(uary) lestleden aen Laureys Steerts een(en) termijn van xii jaeren, tsiaers om vier gul(dens), dat hij gegoydde daervan sal trecken de jaerel(ijcxe) huere en(de) pacht oft wel daer over te gecrijgen den goeden moet des huerl(incx), coram Van(der) Vorst, Gudelin, jan(uarii) 22., 1629.

     Van Boeschot Maria, (x) Rotselaar 10.06.1607 (g. Poertmans Judocus en Van Boischot Judocus frater) met Henricus Verhasselt, fii in Rot,

     Van Boeschot Anna, + Rotselaar 26.08.1663, x Rotselaar 31.05.1611 (g. Dnus Van Kerstaeijnen Petrus/Poortmans Judocus en Michaelis Guilmus) met Janssens Ludovicus, 

     2. Michiels Adrianus, ° ca. 1595,

 

Van Boeschot Bartholomeus, x 1 met Anna Van den Broeck, fa Lambertus (en broer Peetrus), x 2 met Anna Meeus,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een akte met vermelding van Bartholomeus Van Boeschot sone Jans, die gehuwd was met Anna Van den Broeck.  Alhoewel het niet zeker is, bestaat het vermoeden dat Bartholomeus dezelfde is als deze die gehuwd was met Anna Meeus.  Vermits Bartholomeus Van Boeschot en Anna Meeus een kind lieten dopen in 1586, zou Anna Van den Broeck zijn eerste vrouw kunnen geweest zijn.  Tijd brengt raad.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7865, fol. 311v°, akte dd. 23 oktober 1584.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), Jozijne Van Ranssem dochte(re) wijlen Jans, met consente, wille, weten(e) ende bijsijne Philibeerts Berthout, haers mans, heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse een stuck erffs, daer eertijts een huys op plach te staen(e), groot omtrent zes vierendeel o(m)begrepen der maten, gelegen te Beversluys onder de heerlicheyt van Rotselaer, regen(oten) derffgen(aemen) Aerts Van Arsschot ter eenre, derffgen(aemen) Eustachia Bloems ter ande(re) ende tsheeren straete ter iiier. zijden, item noch een vierendeel lants, liggende opt Beversluys Velt onde(r) Wesemaele, tusschen de goeden die Schrijnmakers ter eenre, den Gruenen Wech ter ande(re) en(de) ... [n.v.], in alde(r) vuegen zoe de voers(creve) goeden hae(r) opdragersse aenbestorven zijn bijde(r) afflijvicheyt van haeren ouders, exp(osito) imp(osito) Bartholmeeus Van Boesschot sone wijlen Jans voer hem zelven ende tot behoeff van Anne Vand(en) Broecke, zijne huysvrouwe, per mo(nitionem) et satis dicti co(n)iuges indivisim obligan(do) et waras de voers(creve) zes vierendeel op een gans oft acht stuvers daer voe(r) indijen men bevindt tselve goet daermede belast te zijn(e) ende tvoers(creven) vierendeel lants op tsheeren chijs vanden gronde ingevalle men bevindt daer eenigen vuyt te gaen, cor(am) Vrancx, Voshem, octobris xxiiia. 

 

Thans gaat het om een akte met vermelding van Bartholomeus Van Boeschot en zijn vrouw Anna Vanden Broeck. NIEUW is dat we te weten komen dat zijn vrouw de dochter is van Lambertus Vanden Broeck en de broer van Petrus Van den Broeck alias Opperjaeger.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7512, folio 462v., akte dd. 22 mei 1623.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Bartholomeus Van Boisschoth als man en(de) momboir van Anna Van(den) Broecke dochter wijlen Lambrechts, hem daervoor sterckmaeckende, Cath(lij)ne Ingels wed(uw)e wijlen Henricx Stoops, daer moeder aff was Marie Van(den) Broecke, Louys Kindermans en(de) Marie Ingels, zijne huysvr(ouw)e, daer moeder aff was Marie Van(den) Broecke, met consent en(de) overstaen(e) Jans Cools, haers mans, bij manisse hebben opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)tijden(isse) een dachm(ael) landts, gelegen ond(er) Rotselaer opt Kersseleren Velt bijde cappelle aldaer, regen(oten) ... [n.v.], ind(er) vuege gel(ijck) tsel(ve) landt op dopdraegeren is gedevolveert bij doot wijlen Peeters Van(den) Broecke al(ia)s Opperjaeger sone Lambrechts, exp(osito) soo is daerinne gegoidt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Anthoen Van Lechye, soo voor hem als tot behoeff van Clara Clercx, zijn(e) huysvr(ouw)e, en(de) henne naercomelin(gen), et sat(is) die voors(creve) opdraegeren indivis(im) obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, ende waranderen(de) tsel(ve) goet op een halster gerst, een halster even, een(en) capp(uyn), twee penn(ingen) Lovens en(de) een splet vlas heeren chijns, als op allen trecht daerop vuytgaen(de), coram Schore, Borchgrave, maii xxiia., 1623.

Item is te weten (soo partijen v(er)claeren) dat den rechtveerdigen coop van tvoors(creven) landt is die somme van tachentich g(u)l(dens) eens los gelts van pontpenn(ingen) en(de) anderss(in)ts, eisd(em).

 

De vorige akte werd gevolgd door een akte van dezelfde datum waarin Bartholomeus Van Boeschot en zijn vrouw Anna Vanden Broeck eveneens werden vermeld.l.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7512, folio 463r., akte dd. 22 mei 1623.

Item in p(rese)ntie voors(creven) gestaen Marie Ingels en(de) Cath(lij)ne Ingels wed(uw)e wijlen Henricx Stoop, gesusteren, daer moeder aff was Marie Van(den) Broecke, met consent en(de) overstaen(e) Loys Kindermans, der sel(ve) Marie man ende momboir, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) die helft van een dachm(ael) landts, daervan die wederhelft den naerbes(creven) gegoidde is toecomen(de), gelegen tot Rotselaer opd(en) Wijgaert, regen(oten) ... [n.v.], ind(er) vuege, gel(ijck) die sel(ve) hellicht op dopdraegeren eensdeels is gedevolveert bij doot Peeters Van(den) Broeck al(ia)s Opperjaeger sone Lambrechts en(de) anderdeels van henne ouderen, exp(osito) soo is daerinne gegoidt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Bartholomeus Van Boisschot, soo voor hem als tot behoeff van Anna Van(den) Broecke, zijn(e) huysvr(ouw)e, en(de) henne naercomelin(gen), et sat(is) die voors(creve) opdraegeren indivis(im) op een oort oft halven stuyver chijns indyen men bevindt den sel(ven) daerop vuyt te gaen sonder meer, coram eisd(em).

     Uit dit huwelijk:

     Van Boeschot Antonius, (°) Wezemaal 26.09.1586 (g. Claes Anthonius en Vande Brouck Maria), x met ...

De gekende zoon van Bartholomeus Van Boeschot, met name Anthonius.(met dank aan Paul Peeters)  werd gedoopt te Wezemaal op 26.09.1586. Deze Anthonius emancipeerde op 20.06.1633 zijn kinderen Joannes, Renerus, Walterus en Anna. In de emancipatieakte werd de moeder niet vermeld.

Eerder had ik al de allusie gemaakt dat Bartholomeus Van Boeschot mogelijk een eerste keer gehuwd was met Anna Vanden Broeck en daarna met Anna Meeus. Nu stel ik vast dat Maria Vanden Brouck doophefster was van Anthonius Van Boeschot. Dit laatste pleit ervoor dat Bartholomeus inderdaad (eerst) met Anna Vanden Broeck was gehuwd. In de doopakte van Anthonius staat zijn moeder niet vermeld.

Transcriptie van de emancipatieakte van de kinderen van Anthonieus Van Boischot.

Item Anthoine Van Boischot soene wijlen Bartholomeus,

woenen(de) tot Rotselaer, in p(rese)nt(ia), etc(eter)a, heeft geemancipeert

en(de) liber gestelt Joann(em), Renerum, Wautlherum

et Annam Van Boisschot, suas proles, a pane suo

modo debito et consuet(o), quo facto Huyghens

recond(uxi)t, coram eisd(em) eod(em) Lievens, Greve,

junii xx., a(nno) 1633.

 


 

XIII - Van Boeschot (alias Van Halen) (Aert) Geert (S7954), ° ca. 1510, x 1 met  Catharina Vandenbossche, x 2 met Johanna Uyterhellicht.

 

Gheert Van Boeschot als borgh wijlen Jan Van Boeschot
R1604: Fo 25 ‎(10 maart 1567)‎
Jan Van Boeschot, Claes Ingels x Marie Van Boeschot kinderen wijlen Jan Van Boeschot, Willem De Keppere ende Geert Van Boeschot als borghen van wijlen Jan Van Boeschot, hebben samen verkocht aen Kathelijne Vandenberghe een bloxken lant van drije dm in Averijst ‎(wijlen Anthonis Fobelets).
R1604: Fo 107 ‎(2 mei 1572)‎
Marie Van Boesschot we wijlen Bernaerts Van Beringhen uit crachte van testament gepassert voor heere Antonis Van Bettenrode priester alias notaris op 3 maart ll, verkoopt aan Peeter Moelemans x Geertruijt Aurogge tderdedeel van een dm lants opt Dieverenvelt ‎(Peeter Vogels, Peeter Moelemans)‎ 
.
 

Hieronder twee opeenvolgende akten. In de eerste zie ik geen verband en het is er louter bijgevoegd om de context van de tweede akte te kunnen volgen.  In die tweede akte wordt melding gemaakt van Gerardus (Geert) Van Boeschot sone Walterus (Wouter). Verder nog Christianus Van Boesschot (mogelijk een broer van Gerardus) en Joris (Georgius) Vuyterhellicht (mogelijk een broer van Johanna).  Nieuw is wel dat Gerardus naast Catharina Vandenbossche blijkbaar ook getrouwd is geweest met Johanna Vuyterhellicht.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8220, fol. 134r., akte dd. 26 januari 1570.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende den schepenen van Loven(e) nabescreven gestaen Jacop Huygen zone wijlen Jans heeft opged(rage)n met behoorlijcke verthijdenisse alsulcke vier carolusg(ulden) erffel(ijcke) rinte, jaerlijcx opden xviien. dach decembris te betalen, als hem in zijne deylinge bleven zijn met schepenen brieven van Loven(e), d(aer)op gemaect opden xen. dach maii a(n)no xvc. lxix°. in 3a. ende jaerlijcx treckende is met schepenen brieven van Loven(e) d(aer)op gemaect opden xiien. dach feb(rua)rii a(nn)o xvc. lxvii°. in media, aen ende op een huys metten hove en(de) alle ande(re) zijn(e) toebehoirt(en), gelegen te Rotselaer, regen(ooten) de strate in twee zijden, Huybrecht Van Cueleghem ter derde(re) en(de) Jacop De Schrijnmake(re) ter vierde(re) zijden, item noch een boende(r) beempts, geheeten Transeussel, gelegen bij Wesemale, derffgenamen Geerdts Vuyter Hellicht ter eenre, Steven Vercoutheren ter tweede(re) ende de herstrate aldaer ter ande(re) zijden, exp(osito) soe is d(aer)inne gegoet ende geerft ten erffelijcken rechte meester Jacob Wouters inden name ende tot behoeff van zijne vier kinderen, die hij behouden heeft van Geertruydt wijlen Van(den) Vogelsange, zijnder huysvrouwen, per mo(nitionem) et satis oblig(ando) et submitt(endo) in forma et waras voer ombelast, salva perceptione predicti m(a)g(ist)ri Jacobi, patris, quam d(omi)ni vixerit, coram Roeloffs, Goerdts, januarii xxvia.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8220, fol. 134v., akte dd. 26 januari 1570.

Item die voerscreven Jacop Huygen, in p(rese)ntia, heeft gecedeert ende getransporteert den voerscreven m(eeste)ren Jacoppen Wouters, p(rese)nt ende accepterende, alle die gelueften van genoech doen, waerschappe, jaerlijcxe betalinge en(de) ande(re) bij Gerarden Van Boeschot sone Wouters, Johanna Vuyterhellicht, zijn huysvrouwe, Jooris Vuyterhellicht ende Xpiaen(en). [Christiaen(en)] Van Boesschot metten voerscreven brieven gedaen ten selven rechte, gelijck hij die van te voren hadde prout, cor(am) eisd(em).

 

Met betrekking tot de eerste link werden in de akte Anthonius Dauwen en zijn vrouw Petronella Lauwers vermeld.

Voor de tweede link is het een beetje onder voorbehoud. Er werd in de akte ook melding gemaakt van Anthonius Van Boischot en Catharina Van Boischot met haar man Franciscus Diricx. Het zou hier kunnen gaan om de kinderen van Gerardus Van Boeschot (x Catharina Vanden Bossche xx Joanna Uytterhellicht). Bij de akte was ook een akte van authorisatie van de weeskamer van Leuven gevoegd, waaruit blijkt dat Joannes Steenselmans en voornoemde Anthonius Van Boischot sedert 25.05.1626 de voogden waren van de minderjarige wezen van Franciscus Steenselmans en Elisabetha Van Boischot. Deze laatste was dus een zuster van Anthonius en Catharina Van Boischot. Langs moederszijde was een zekere Baden (Beatrix ?) grootmoeder van de wezen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7518, folio 174v., akte dd. 23 februari 1629.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Anthoon Van Boischot, Cathlijn Van Boischot met consente, wille, wete en(de) overstaen van Francois Diricx, haeren man, en(de) Jan Steenselmans en(de) den v(oor)s(chreven) Anthoon Van Boischot als geeedde momboirs van(de) onbejaerde kinderen wijlen François Steenselmans, vuyt crachte en(de) naer vermoghen van sekere authorisaite om t' ghene des naerbes(chreven) staet te moghen doen, hem verleent bij de heeren weesm(eeste)ren deser stadt in date iiia. feb(rua)ry 1629, ondert(eeckent) De Vroey, alhier gesien en(de) gebleken, en(de) waer van den teneur hier naer is volgen(de) et subscribatur, bij manisse hebben opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijdenissen vijf vierendeelen landts, geleghen tot Rotselaer op den Wijngaert, reg(eno)ten t' clooster van Vlierbeeck ter ie., d' erffgenamen Waterdijck ter iie., die pastorije van Rotselaer ter iiie. en(de) d' erffgen(aemen) Willem Aurocx ter iiiie. sijden, expos(ito) impos(itus) est Anthoon Dauwen, soo voor hem als voor Petronella Lauwers, sijne huysv(rouw)e, woonende tot Rotselaer, per mo(itionem) et satis et waras voor vrije en(de) onbelast, ten ware daerop bevonden wordt vuyt te gaen een oordt dat de coopers t' s(elv)e sullen moeten draeghen, alles volgens de conditie daeraff sijde en(de) gehouden bij den ad(vocae)t Van(den) Berghe als not(ari)s opden xxen. feb(rua)ry 1629, tanquam prout jure, coram Berckel, Stockmans, feb(rua)rii xxiii., 1629.

Teneur van(de) authorisatie, in desen v(er)melt.

Alsoo van weghen Jan Steenselmans en(de) Anthoon Van Boeschot als geeedde momboirs van(de) onbejaerde kinderen wijlen François Steenselmans en(de) van Elisabeth Van Boeschot den heeren weesm(eeste)ren deser stadt Loven bij req(ues)te was te kennen gegeven hoe dat den voors(chreven) François deser weirelt was overleden geleden drije jaeren, achtergelaten hebbende sijne wed(uw)e met seven onmondighe en(de) onbejaerde kinderen met sobre middelen, als daertoe maer hebbende seker huys en(de) hoff, groot ontrent vijff vieren(deelen), gelegen tot Nieuwroede, reg(eno)ten) d' erffgen(aemen) wijlen Pauwel Van(den) Berghe ter ie., s' heeren straete ter iie. en(de) Severijn Van(der) Bruggen ter iiie. sijden, belast aen(den) s(elve)n Severijn met drije guldens thien stuyvers, v(er)achtert t' sedert den jaere 1622 tot nu toe, item xx st(uyvers) aen Adriaen Van Nyeuwroede, verachtert t' sedert den jaere 1615, ende met sheeren chijns, item alnoch het derdendeel van een halff boender, oock geleghen tot Nyeuwroede, reg(eno)ten d' erffgen(aemen) Pauwel Van(den) Berghe ter ie. en(de) den H(eyligen) Geest aldaer ter andere sijden, belast met s' heeren chijns, te weten een(en) braspen(ninck) vi mijten, item met vijff spinten rogs, v(er)achtert t' sedert den jaere 1611, inder vueghen dat den heere vanden gronde ende d' andere rentiers de voors(chreve) goeden datel(ijck) willen evinceren voor henne t' achterheyt, die de v(oor)s(chreve) wed(uw)e, als alnoch belast met sesse levende cleyne kinderen, niet en conste betaelen, ten ware bij v(er)coop van eenich haer goedt, d' welck niet gevuechel(ijck) en conste geschieden dan bij v(er)coop van het derdendeel van vijff vieren(deelen) landts, geleghen tot Rotselaer opden Wijngaert, opde voors(chreve) weesen v(er)storven pleno jure, mits d' afflijvicheyt van henne moederl(ijcke) grootmoedere Baden, daeromme die voors(chreve) suppl(ian)ten ootmoedel(ijck) dat de heeren weesm(eeste)ren soude gelieven hun t' authoriseren tot het veroop van het derdendeel van(de) v(oor)s(chreve) vijff vieren(deelen) en(de) daervan tot behoeff van(den) cooper goede goedinghe te doen om mette cooppen(ningen) die voors(chreve) achterstellen en(de) andere straetschulden, daermede die voors(chreve) wed(uw)e was belast, wel tot drijentnegentich guldens te betaelen, en(de) dat des te meer mits den v(oor)s(chreven) Anthoen Van Boeschot en(de) Catlijn, sijne sustere, om die voors(chreve) weesen t' assisteren, te vreden waren hun paert inde v(oor)s(chreve) vijff vieren(deelen) mede te v(er)coopen, waerop geordonneert sijnde dat die sup(plian)ten eerst en(de) voor al souden doen blijcken dat sij hadden gedaen den eedt van momboirije over die weesen, in desen vermelt, om des gedaen, voorts geordonneert te worden naer behooren ende dijen volgen(de) geexhibeert hebben(de) extract vuytten reg(ist)re der schepen(en) van Nyeuwroede, waermede bleke dat die voors(chreve) sup(plian)ten opden xxv. may 1626 den behoorl(ijcken) eedt als momboirs hadden gedaen, op alles wel en(de) rijpel(ijck) geleth sijnde, soo hebben die voors(chreve) weesm(eeste)ren de sup(plian)ten geauthoriseert en(de) authoriseren bij desen om t' v(oor)s(chreven) derdendeel van(de) vijff vieren(deelen) landts, geleghen tot Rotselaer, publickelijck en(de) metten vuytganck van(der) berrender keerssen valide te moghen v(er)coopen, den cooper goede goedinghe te doen en(de) die cooppen(ningen) t' ontf(angen) om daermede die voors(chreve) achterstellen en(de) schulden te betaelen, aldus gedaen ter weescaemere der v(oor)s(chreve) stadt Loven opden iiie. feb(rua)ry 1629, ter p(rese)ntie van jo(ncke)r Louys Van Schoer, heer en(de) m(eeste)r Peeter De Greve en(de) Jan Willemaers, weesm(eeste)ren, mij p(rese)nt, en(de) was ondert(eeckent) A. De Vroey.

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Boeschot Anthonius,

R1606: Fo 83 ‎(21 mei 1631)‎
S+D tusschen
- Jan Van Lantrop maijer van Werchter ende Anthonis Van Boischot als momboir vande onbejaerde kinderen & weesen van wijlen Adriaen Kerstens ten overstaen & bij sijn Elisabeth Holemans, we geweest hebbende van voors Adriaen Kerstens wettelijcke moeder der voors weesen, nu in houwelijck wesende met Cornelis De Brier sone wijlen Aerts ter eenre.
- Guilliam VDP x Adriana Holemans
- Guilliam Van Aerschot x Cathlijn Holemans
verklaren gedeijlt te hebben d
'erffgoederen naerbeschreven tsaemenderhant gecocht ende vercregen tegen mijn heere Raso Van Grave, ende joeffrouwe Marie De Mortier ‎(Loven, 27 okt 1626)‎. 

 

Van Boeschot Jasper,

 

Van Boescht Cathlijn,

 

Van Boeschot Barbara, ° ca. 1540, x 1 met Jan Etten, x 2 met Engelbertus (Engel) Braes,

R1612/ 2: Fo 658: dec 1684
Compareerde voor schepenen etc van Rotselaer Francois De Raeijmaecker ingesetene van Wesemael out ontrent 66 jaer heeft verclaert dat Adriaen Vermeulen aen hem diversche reijsen heeft bekent ontvangen te hebben van Barbara De Broechteren ‎(?)‎ lest we Ingelbert Braers de somme van inne de 30 gl ... en dat de voors Barbara aen hem comparant heeft verclaert dat de voors somme naermaels soude comen te passen in cas van noode om haer ter aerde te bestellen & te doen den dienst daeraen staende .

 

Van Halen alias Van Boeschot Maria, XII (M3977).

 


 

XII - Kerstens - Cuesters Thomas (S3976), ° ca. 1540, x met Maria Van Halen alias Van Boeschot (S3977), ° ca. 1545, + Rotselaar 6.11.1622, deze x 1 met Bernaert Van Beringen en x 3 met Jacobus Vandenbossche, deze x 1 ca. 1570 met Cathlijn Blanckaerts.

 

Een akte i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Kerstens Thomas. 

 

Hierbij een akte met vermelding van Maria Van Boisschot, weduwe van Jacobus Vanden Bossche en inwoonster van Rotselaar. In de akte vernemen we dat haar man zijn testament verleed op 28.12.1609 voor Joannes Driesmans, pastoor van Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7891, folio 400r., akte dd. 10 april 1617.

Item in teghenwoordicheyt des meyers ende schepenen van Loven naebes(chreven) ghestaen Maria Van Boisschot weduwe wijlen Jacobs Vanden Bossche, woonen(de) tot Rotselaer, in desen ghebruycken[de] de cracht ende macht, haer ghegeven bijden testamente des voorschreven haers mans, ghepasseert voor heer Jan Driesmans als pastoor van Rotselaer voors(chreven) in date den achtentwintichsten decemb(ris) 1609, alhier ghesien ende ghebleken, per monitionem heeft opgedraghen met behoorelijcke vertheydenis een stuck landts, groot ontrent een dachmael van een boender, geleghen onder den Wijngaert onder Rotselaer voorschreven, reghenooten Joos Hermans ter eenre, den heere Van Waterdijck ter tweedere, den voetwech gaende van Wesemael naer den molen van Rotselaer ter derdere zijden, bijden voorscreven wijlen Jacob ende de voorschreve Maria vercreghen met schepenen brieven van Rotselaer in date xiien. february 16 1597, expos(ito) zoo is daerinne behoorelijck ghegoet ende gheerft ten erffelijcken rechte Jan Douwen en(de) Anna Verhoeven, ghehuysschen, woonende te Rotselaer, per monitionem iure et satis die voorschreven transportannte obigan(do) et submitten(do) in forma, et waras op twee halsteren corens aenden Heylighen Gheest van Rotselaer ende vier rinsguldens erffelijck aen Henrick Wijbrecht tanquam prout, coram Roeloffs, Maelstede, die xa. aprilis anno 1617.

Item de voorschreve partijen vercleeren den rechtveerdighen coop te bedraghen ter sommen van twee en t... [n.v.] rinsguldens, los gelts, van iii r(insguldens) lijcoop.

            In de marge.

De quitan(tie) van dese vier rinsg(u)l(dens) erffel(ijk) staet xa. february 1618 in hac camera.

 

De volgende akte maakt melding van Maria (Van Halen alias) Van Boeschot, weduwe van Jacobus Vanden Bossche, inwoonster van Rotselaar. Uit de akte vernemen we dat haar man op 28.12.1609 zijn testament verleed voor Joannes Driesmans, pastoor te Rotselaar.

Bron : S.A.L, Inventaris Cuvelier, register nr. 7890, folio 245r., akte dd. 10 april 1617.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naebescreven gestaen Maria Van Boisschoth wed(uw)e wijlen Jacops Van(den) Bossche, woonen(de) tot Rotselaer, in desen gebruycken(de) de cracht en(de) macht, haer gegeven bijd(en) testamente des voers(chreven) wijlen haers mans, gepass(eer)t voer heer Jan Driesmans als pastoor van Rotselaer voers(creven) in date den xxviiien. decembris 1609, alhier gesien en(de) gebleken, per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdenisse de goed(en) naebescreven, ierst een stuck lants, groot een derdendeel van een boend(er) lants, geleg(en) opd(en) Wijngaert onder Rotselaer v(oer)s(creven), regen(oten) Joos Kermans ter eenre, den heere Van Waterdijck ter tweedere, den voetwech ter derdere gaen(de) van Wesemael nad(en) molen van Rotselaer ter derder zijd(en), bijd(en) v(oer)s(creven) wijlen Jacop en(de) de v(oer)s(creve) Maria vercreg(en) met schepen(en) brieven van Rotselaer in date xii. feb(rua)ry 1597, exp(osito) soo is daerinne behoorel(ijck) gegoet en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Jan Dauwen en(de) Anna Verhoeven, gehuyssch(en), woonen(de) te Rotselaer, per mo(nitionem) iure et satis die v(oer)s(creve) transp(ortan)te oblig(ando) et submitt(endo) in forma et waras op twee hal(ste)ren coren aen(den) H(eyligen) Geest van Rotselaer tanq(uam) prout en(de) vier rinsg(uldens) erffel(ijck) aen Henrick Wijbrechts tanq(uam) prout, coram Roeloffs, Maelstede, aprilis xa., 1617.

Item de v(oer)s(creve) p(ar)tijen v(er)cleren den rechtveerdig(en) coop te bedragen ter som(me) van tsestich tweeentzeventich rinsguldens los gelts boven iii r(insguldens) lijcoop, eisd(em).

            In de marge.

De quitan(tie) van dese vier rinsg(uldens) erffel(ijck) staet xa. feb(rua)ry 1618 in hac camera.


 

Uit dit huwelijk:

 

1a. Van Beringen Joannes, wonen Beversluis, ° ca. 1572, x (niet Wez, DD, ) met Maria Van Loven, ° ca. 1580,

     Uit dit huwelijk:

     Van Beringhen Catharina, (°) Wezemaal 28.05.1609 (g. Vroolijcx Godefridus en Brugmans Catherina), 

     Van Beringhen Maria, (°) Wezemaal 24.01.1612 (g. Michiels Nicolaus en Lauwens Maria),

     x met Vermeulen Adrianus, (°) Rotselaar 25.10.1609 (g. Vanden Eynde Adrianus en Vanden Eynde Anna),

     Van Beringhen Barbara, (°) Wezemaal 29.07.1614 (g. Diericx Franciscus en Janssens Barbara),

     Van Beringhen Joannes, (°) Wezemaal 15.11.1615 (g. Bosschstraeten Joannes en Janssens Maria),

     Van Beringhen Martinus, (°) Wezemaal 14.04.1619 (g. Briers Martinus en Van Hougaerden Margareta),

     Van Beringhen Anna, (°) Wezemaal 20.07.1622 (g. Andries Nicolaus alias De Ketelaer (gallus) en Michiels Anna (soror Maria Van Loven)),

     Van Beringhen Cornelius, (°) Wezemaal 05.06.1625 (g. Murant Joannes en Van Elsen Catherina),

     Van Beringen Theodorius, (°) Wezemaal 25.03.1629 (g. Minnen Theodorus en Machiels Maria), 

 

1b. Vandenbossche Anna, ° ca. 1570, x met Peter Van Aerschot,

 

Vandenbossche Willem, x Wakkerzeel ...02.1609 (g...) met Catharina Van Langendonck, gezin en aktes hier,

 

Vandenbossche Catharina, x Rotselaar 10.02.1613 (g. Van Aerschot Arnoldus, Lubbeeck Joes, Janssens Petrus en Bernoille Leo) met Peter Molemans, gezin hier,

 

2. Kerstens alias Van Haelen Adrianus, XI (S1988). 


Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom