Aktes Masquelier Claudius x Emerantiana Van Lantrop
 

R1628: Fo 43:
- 16 juli 1543: Peeter De Borchgraeve x jouffr Anne Roetmans heeft opgedragen een dm land gelegen te Dieve achter Henrick De Keijser hof ‎(Henrick Van Lantrop, zone wijlen Jaspaers)‎ aan Hendrik Van Lantrop
- 26 aug 1557: Jan Van Lantrop na de dood van zijn vader Hendrik Van Lantrop heeft het voors dm land ontvangen
- 23 jan 1588: Gelaude Maschelier, rentmeester tot Wezemaal, heeft na de dood vande voors Van Lantrop het voors dm te leene ontfangen
sterfman Hansken Maschelier zijn zoone
- 31 dec 1607: Dierick Hanewijck de jonge heeft te leene ontvangen na de dood van Jan Maschelier tot behoef van Claude Machelier een dm land te Dieve
- 20 feb 1634: Glaude Van Assche
(kleinzoon)…
- zelfde dag verkocht aan Andries Dauwen x Maria VDP.

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een akte van evictie (en andere aktes) met vermelding van Emerentiana Van Lantrop, weduwe van Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8273 fol. 166v.

Allen die ghene die dese tegenwoordige letteren sullen sien oft hooren lesen, wij meyer ende schepenen der stadt van Loven, saluyt.

Alsoo die eerw. moeder Ancilla des godtshuys vande Annuntiatien binnen dese voors. stadt als d' actie hebbende van wijlen jouffe. Emerentiana Van Landtrop, achtergelaeten weduwe van wijlen sr. Glaude Masquelier, geobtineert heeft twee brieven van leveringen op panden opde goederen van wijlen Michiel Vanden Schrieck ende Adriana Van Hoovelde, gehuysschen als sij leeffden, gelegen onder de banderije van Wesemael in d' Eeckte, om te comen tot betaelinghe van eenighe verloopen eender rente van vijffthien guldens erffelijck, hebbende tot dijen eynde doen daeghen Peeter Vanden Schrieck, Maycken Vanden Schrieck, weduwe van wijlen Jacques Van Aerschot, ende Jan De Pelsmaecker, weduwe van wijlen Cathlijn Vanden Schrieck, ende sijne kinderen ende andere die de voors. goeden houden ende besitten, in welcke twee leveringen soo verre is geprocedeert dat bij twee distincte vonnissen vande bovengeschreve heeren schepenen van Loven voors., d' eene in date secunda decemb. vanden jaere 1673 ende d' ander xxixa. septemb. vanden voorleden jaere 1674, die voors. twee brieffven van leveringe op panden sijn gedecreteert geweest ende verclaert executoriael ende om te comen tot het effect vande voors. twee vonnissen sijnder gemaeckt geweest brieven van proclamatien achtervolgens die costuymen deser stadt om die voors. goederen in hueringe vuyt te geven naer stijle ende usantie voor eenen termijn van drije jaeren achtervolgens die conditien ende notitien, daerover gehouden binnen Wesemael voors. bijden clercq Smedts, den iersten den sessden decemb. vanden jaere 1673 voors. ende den tweeden den tweeden october vanden voorleden jaere 1674 voors. ten huyse van P. Van Tongelen, meyer der voors. baenderije van Wesemael, alswanneer den iersten ende tweeden verhuerdach nyemant en is gecompareert die eenich suffisant geboth heeft gedaen over de voors. goederen tot vervangh vande costen, veele min vande voors. verloopen der rente van vijffthien guldens erffelijck ende dat bleke bij acte van priseringe daerover gegeven ten tweeden verhuerdaeghe voorden voors. clercq Smedts, bijden voors. meyer ende andere innegesetenen van Wesemael, deselve goederen inde jaerlijcxe hueringhe nyet weerdich te wesen over de negen guldens, soo heeft de eerw. moeder Ancilla voors. goet gevonden om te comen tot haere pretensien, te presenteren reqte. in sijne mats. Souveraynen Raede om te becomen octroye over de voors. procedure, ten eynde omde voors. goeden te coop te moegen stellen met twee behoirlijcke sitdaegen, welck octroye haer is geaccordeert opden vijffden novemb. 1674 voors., onderteekent Ijsdoren, ende besegh[el]t met zijne mats. grootten zegele, gedrueckt in rooden wassche, met eenen stert affhangende, alhier in originele gesien ende gebleken, omde voors. goeden te vercoopen bij twee voorgaende kerckgeboden met den vuytganck vande brandende keersse, waer van den iersten sitdach heeft gedient den xxixen. december 1674 voors. ende den tweeden opden twelffsten january van desen jaere 1675 ten huyse ende inde voors. herberge van Peeter Van Tongelen binnen Wesemael voors. in presentie van vescheyde getuygen ende die conditie gemaeckt over t' voors. vercoop publycquelijck voergelesen zijnde, soo sijn opden tweeden vercoopdach deselve goederen met den vuytganck vande brandende keersse gebleven aen sr. Peeter Crols om ende voorde somme van tweehondert ende vijffenvijfftich guldens eens, te weeten seeckeren boomgaert, nu landt, groot een halff boender, gelegen in d' Eeckte onder Wesemael, regenootten de Kesstraete ter ie., t' Gemeyn Broeck ter ije. d' erffgen. oft representanten van wijlen Damiaen De Coster ter iije. ende d' erffgen. Huybrecht Michiels ter iiije. zijden, alles achtervolghens de conditien daerover gehouden bijden voors. clercq Smedts, welcke exploiten alsoo behoirlijck gedaen zijnde, ende daer van dach bescheyden aenden voors. Peeter Vanden Schrieck, Jan De Pelsmaecker, weder. van wijlen Cathlijn Vanden Schrieck, ende sijne kinderen, bij deselve behouden, ende Jacques Van Aerschot ende Jan Willems als getrouwt hebbende de suster vanden voors. Van Aerschot, kinderen ende erffgen. vande voors. Maycken Vanden Schrieck, doorden bode Waegemans ut retulit, comparerende alsoo den procureur Van Heusden, heeft versocht geprocedeert te worden tot d' interpositie vanden decreete over de vercochte goederen, partije voorts geroepen zijnde, en is daer nyemant gecompareert ende dijenvolgens versocht geprocedeert te worden tot behoirlijcke goedenisse, doen te weeten dat nu wel ende int lange oversien hebbende bij ons schepenen die voors. schepene brieffven, brieffven van leveringe op panden, decreeten, proclamatien mette exploicten, octroye ende relatien vanden voors. bode Waegemans ende geconsidereert dat partijen niet en sijn gecompareert, nu noch tegenwoordich voorts geroepen zijnde, ende procederende voorts totte interpositie van. voors. decreete over de voors. vercochte goederen, hebben wij schepenen voors. ter manisse des heeren meyer daerover staende van wegen s' hertoge van Brabant, bij onsen vonnisse geauthoriseert ende authoriseren bij desen de voors. kerckgeboden, proclamatien ende vercoopdaeghen daer naer gevolght vuyt crachte van. voors. octroye ende alles des in desen bijden voors. bode Waegemans vuyt crachte zijnder commissie gedaen is geweest ende ons decreet over de vercochte goeden, soe die tegenwoordelijck sijn gelegen, tot behoeff vanden voors. sr. Peeter Crols geinterponeert ende interponeren bij desen om bij hem ende sijns actie hebbende, te houden ende te besitten, gelijck zijne andere propre goederen, behoudelijck den heere vanden gronde sijne behoirlijcke rechten, soo is dijenvolgens den voors. Peeter Crols ende jouffe. Magdalena de Florenis, sijne huysvrouwe, bijden voors. heere meyer mits t' sijnder manisse van offitie weghen ende van onsen wijsdomme behoirlijck gegoeyt ende geerft met alle behoirlijcke solemniteyten van rechts wegen daertoe gerequireert, hebbende den voors. heere meyer gerenuntieert van sijn recht van naederschap.

Actum coram jor. Theodore van Eynatten, jor. Lancelottus Vanden Abeele, sr. Jan Van. Veeken ende sr. Jan Hoppenbrouwer, hac xxvia. january a°. 1675.  Jan Vander Veecken, G.A. Van Dieve, 1675.

En een akte met vermelding van Claudius (Glaude) Bloems enerzijds en Claudius (Glaude) Masquelier (Mascheliers) en Emerentia(na) Van Lantrop anderzijds. Mogelijk is er tussen Claudius Bloems en Claudius Masquelier op de een of andere manier familieverband, want Claudius Masquelier treedt bij de doop van Claudius Bloems als doopheffer op. Beiden hebben ook in Leuven gewoond.

De onderstaande akte werd afgebroken zonder het gebruikelijke einde en vermeldt daarom geen datum. De voorgaande akte dateert van 01.09.1650 en de navolgende akte van 05.09.1650. Vermoedelijk moet de akte gedateerd worden op 01.09.1650.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8260 fol. 324r° - voorgaande akte dd. 01.09.1650 - navolgende akte dd. 05.09.1650.

Item in presentie des heeren meyer ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Henrick Leunckens, dije vuyt crachte ut supra et repetatur, ende heeft opgedragen met behoorelijcke vertijdenisse ressche ende reyse seeckere twee dachmaelen bempts, gelegen opde Wyngebempden tot Wesemael in twee parthijen, gebruyckt bij Glaude Bloms, de voors. constituanten aengecommen bij scheydinghe ende deylinghe tegen henne mede erffgenamen vuytten hooffde wijlen sr. Glaude Masqueliers ende jouffe. Emerentiana Van Landtrop, gehuysschen, expos. impositi sunt jure hereditario per mo. Francois Schoelmrs., present ende accepterende voor hem ende Cathlijne Peeters, sijne huysvrouwe, henne erffven ende naercommelingen oft actie te hebbene et semper satis den voors. geconstitueerde nae vermoeghen sijnder voors. commissie, oblig., submitt. ende renun. in forma, et waras op eenen halffven cappuyn vi grooten Lovens ende met drije vierde paerten van eenen cappuyn sonder meer, terminis tanquam prout.

Nog een interessante akte die zich blijkbaar situeert in kringen van de lagere adel of de hogere burgerij en die toelaat de afstamming van Claudius (Glaude Masquelier) en Emerentia(na) Van Lantrop gedeeltelijk te reconstrueren.

Hun dochter Anna huwde te Leuven (Sint-Geertrui) op 02.06.1612 met Maximilianus Wittebort. Zij lieten tenminste drie kinderen na, te weten Elisabetha Witteboert, gedoopt te Leuven (Sint-Pieter) op 17.12.1615, Eugenia Wittebort, gedoopt te Leuven (Sint-Pieter) op 13.08.1615 en Anna Wittebordt. Dochter Elisabetha Witteboert trad in het huwelijk met Egidius Sodalis. Anna Wittebordt trad in het huwelijk met Laurentius Collijn.

Hun dochter Elisabetha huwde te Leuven (Sint-Geertrui) op 09.05.1605 met jonker Jacobus (Van) Boeckhorst (Bochorst / Bahorst). Zij lieten ten minste drie kinderen na, te weten Jacobus Bochorst, gedoopt te Leuven (Sint-Geertrui) op 19.08.1609, Barbara Bahorst, gedoopt te Leuven (Sint-Geertrui) op 31.10.1610 en Maximilianus Bochorst, gedoopt Leuven (Sint-Geertrui) op 24.10.1612.

Claudius Masquelier (Maschelier) overleed te Leuven op 25.07.1625 en werd aldaar (Sint-Michiel) begraven op 27.07.1625. De familie Van Lantrop had ongetwijfeld zakelijke belangen in het Land van Rotselaar (Rotselaar, Werchter en Wezemaal).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8260 fol. 331v°.

Item in presentie der heeren meyer ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen sr. Laureys Collijn als man ende momboir van joe. Anna Wittebordt, sijne huysvrouwe, tot het naerbeschreven valide te moegen doen, geauthoriseert sijnde met procuratie der voors. sijne huysvrouwe, gepasseert voorden nots. J. Van Cutsem ende seeckere getuygen den xien. augusti lestleden, alhier gesien ende gebleken, ende joe. Elysabeth Wittebordt met consente, wille, weete ende overstaen van sr. Egidius Sodalis, haers mans, hebben opgedragen met behoorelijcke verthijdenisse drije vierde paerten, onverdeylt vuyt een stuck landts, groot ontrent seven dachmaelen, gelegen opt' Rotzelaeren Velt opden Lart, regenoten den Groenen Wegh ter eenre, Margriet Van Gotenbergh ter ije., Vrouwenperck ter iije., Waterdijck ter iiije., d' erffgen. jor. Raes van Grave ter ve., Panhuyse ter vie., Matthijs Verbelst ter vije. ende d' erffgenaemen Auroghs ter viije. zijden, de voors. opdrageren achtergelaeten bij manuale scheydinge ende deylinghe voor twee paerten bij wijlen Glaude Masquelier ende joe. Emerentiana Van Lantrop, henne grootvadere ende grootmoedere zaliger, ende een derdepaert, op hen verstorven ende gedevolveert bij doode ende afflijvicheyt van henne sustere wijlen Eugenia Wittebordt ende het resterende vierde paert toecommende ende competerende Glaude Van Assche oft sijns geactioneerde conform, d' acte notariael daer over gepasseert bij joe. Margareta Busca, weduwe van monsieur Nicolas Boy et cum suis voorden nots. J. Brants ende seeckere getuygen den xxien. septemb. 1650, expositi impositus est jure hereditario per mo. sr. Semetrius de Vaulx, present ende accepterende inden naem ende ten behoeffve van d' heere Joachim Hoppers, heere van Dalem, etca., sijne erffven ende naercommelin. oft actie te hebbene et semper satis dije voors. opdrageren tsaeemen ende elck een van hun int' besundert, obligerende, submitterende ende renuncierende in forma, et waras de voors. drije vierde paerten op drije drije (!) vierde paerten van een gansch oft wel een gansch int' geheel, soo verre men bevindt deughdelijck daer vuyt te gaen, gelovende dije voors. opdrageren over te geven ende over te leveren alle titulen, documenten ende bescheeden, het voors. goet eenichssints raeckende ende aengaende, emmers voor soo vele zij eenighe sijn onder hebbende, mede oock de transactie ende arbitrale vuytspraecke tusschen de voors. opdrageren ter ie. ende jor. Jaecq. Bouckhorst ter and. zijden, met oock de voluntaire condempnatie daer opgevolght (inden Raede van Brabant), coram Cranevelt, De Vos, septemb. xxija., a°., 1650.

En ook  een heel complexe akte die verwijst naar een schepenakte van 05.12.1586. Blijkbaar gingen Pauwel Van Steenlant en zijn echtgenote Anna Vander Linden in het verleden een lening van 600 guldens aan bij Jan Vander Linden, toen prelaat van de Sint-Geertruidenabdij te Leuven (mogelijk was er familieverband tussen Anna en Jan Vander Linden). Hiervoor moesten zij hun schuld aflossen aan de abdij bij wijze van een jaarlijkse rente. N.a.v. het overlijden van Anna Vander Linden moest haar dochter Marie Van Steenlant als erfgenaam een jaarlijkse en erfelijke rente van 27 rijnsguldens betalen aan Adriaan de Beaufort, die toen (de volgende ?) prelaat van voornoemde abdij was. Als nieuwe prelaat werd Adriaan de Beaufort in de rente van 27 rijnsguldens gegoed en geerfd, met andere woorden, hij werd namens de abdij erkend als genieter van of gerechtigde op de rente die Marie Van Steenlant als erfgename verschuldigd was. De rente verviel jaarlijks op 28 april. Op 12.09.1590 werd de rente door de abdij andermaal overgedragen op Glaude Masquelier, die rentmeester was van de baanderij van Wezemaal.

Glaude Masquelier was eigenaar van zekere huisingen, duifhuis, boomgaarden en alle andere toebehoorten, die voordien toebehoorden aan Jasper Schetz, heer van Grobbendonk, Heist(-op-den-Berg) en Wezemaal, alsmede raadsheer en tresorier van de koning. Het is me echter onduidelijk wat deze goederen met de overdracht van de rente te maken hadden. Wellicht is er toch enig verband.

BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7483, folio 38v°, akte dd. 12 september 1590.                                                                                                        

Transcriptie.

Item in tegenwordicheyt der schepenen van

Loven naerbes(chreven) gestaen den eerwer(digen) vaeder in

gode heer Adriaen Beaufort, prelaet des

goidtshuys van S(in)te Geertruyden, heer Jan

Van Dongelberge, prior, Jan Van Gerwen,

Daniel Boucholt, Loyck Vander Stouten,

Godefridus Gentons, Gielis Happaert en(de)

Petrus Spijskens, alle priesters en(de) conventuaelen

des voors(chreven) goidtshuys en(de) t' selve representeren(de),

hebben inder voors(chreven) qualiteyt opgedraegen met

behoorl(ijcke) verthijdenisse alsulcke xxviitich. rinsgul(dens)

erffel(ijcke) rente metten achterstellen, ter saecken

van dijen verschenen, jaerlijcx vallende ende

verschijnen(de) den xxviiien. aprilis, als zij opdraegeren

door transport, aen hen gedaen bij joeff(rouw)e Marie

Van Steenlant voor schepen(en) deser stadt opden

vijffden decembris a(nn)o xvc. lxxxvi, hebbende

ende heffende zijn op seeckere huyssinghen,

boomgaerden, duyffhuyse ende alle andere

toebehoirten, wijlen toebehoirt hebbende heer

Jaspar Schetz, in zijnen leven raidt en(de) tresorier

ons heeren des conincx, heere van Grobbendonck,

Heyst, Wezemael, etc(eter)a ende jegenwordel(ijck)

toebehoirende Glaude Masquelier, rentm(eeste)r

der baenderije van Wezemaele, ende de

voors(chreve) rente opde voors(chreve) Marie Van Steenlant

verstorven door afflijvicheyt wijlen jon(cker) Pauwels

Van Steenlant ende van wijlen joeff(rouw)e Anna

Van(der) Linden, haere ouders, exp(osito) imp(ositus) est de v(oor)s(chreven)

Glaude Masquelier ter saecken van affquytin(ge)

per mo(nitionem) et satis, obligan(do) et submitten(do) et waras

voor onbelast, prout coram Luenis, Liebrechts,

septembris xiia.

En nog:

BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7483, folio 223v°, akte dd. 6 mei 1591.

Transcriptie

Item in tegenwordicheyt der schepenen van

Loven naerbeschreven gestaen m(eeste)r Jan

Schellekens, woonende te Loven, tot des

naerbeschreven staet te moghen doen, behoorl(ijck)

ende onwederroepel(ijck) geconstitueert zijnde

bij joncker Jan van Lathem, nutertijdt

woonende tot Mechelen, voor m(eeste)r Peeter

De Muntere, oepenbaer notaris, ende zeeckere

getuygen den iiiien. maii lestleden, al naerder

blijckende bijden instrumente daeraff

zijnde in date voors(chreven), alhier gesien ende

naer vermoghen voors(chreven), per mo(nitionem) heeft

opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse een

plecke bempts, groot ontrent een dachm(ael)

der maeten onbegrepen, gelijck t' selffve

stuck geleghen is inde Rameijstraete

binnen deser stadt tusschen die goeden

van Glaude Masquelier in twee zijden,

de Rameijstraete voors(chreven) met zeecker

straetken tsaemen ter derdere ende

vierdere zijden, exp(osito) impositus est de

voors(chreven) Glaude Masquelier, voor voor hem

als joeff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop,

zijne huysvrouwe, woonende te Loven, per mo(nitionem)

et satis vuyt crachte voors(chreven) et waras

op ontrent eenen halffven stuyver cheyns,

soo verre men bevindt den zelffven daervuyt

te ghaene tanquam prout, obligan(do) et

submitten(do) vuyt crachte voors(chreven), coram

Grave, Duffle, maii via..

Opmerking.

De Rameijstraat te Leuven is de huidige Kardinaalstraat, de gebogen verbindingsstraat tussen de Vaartstraat en de Jan-Pieter Minckelersstraat.  Langs de rechterkant van de Vaartstraat vanaf de hoek van de Kardinaalstraat richting Vaartkom waren destijds de burelen van AB Inbev gevestigd.

En een schepenakte waarin Claudius Masquelier wordt genoemd als rentmeester van de baanderij van Wezemaal.  Hij verkeerde duidelijk in hogere kringen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8230, fol. 30r°., akte dd. 12 september 1590.

Item in jegenwoordicheyt der schepen(en) van Loeven naebeschreven gestaen den eerweerdighen vader in goede, heer Adriaen Beaufort, prelaet des goedtshuys van S(in)te Geertruyden, heer Jan van Dongelberghe, prioor, Jan Van Gerven, Daniel Bouchoult, L[o]yck Van(der) Straten, Godefridus Gentens, Gielis Happart ende Petrus Spijskens, alle priesteren, Ph(i)l(ip)s Vand(er) Eycken, Ludovicus Eynaten en(de) Laureyns Woouters (!), diaken(en) conventualen des voors(creven) goetshuys en(de) tselve representeren(de), hebben inder voors(creve) qualiteyt opgedraeghen met behoorlijcke vertheydenisse alsulcke seven en(de) twintich rinsg(uldens) erffelijcke rente metten achterstellen ter saecken van dijen verschenen, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) verscheynen(de) den xxviiien. dach aprilis als sij opdrager doet transporteren, aen hen gedaen bij jouffrouwe Marie Van Steenlant voor schepen(en) deser stadt opden ven. decembris anno xvc. lxxxvi, hebben(de) en(de) heffende sijn opde seckere huyssen, boomgaerde, dofthuyse, schuere ende alle andere toebehoorten, wijlen toebehoort hebben(de) heer Jaspar Schets, in sijnen leven raet en(de) tresorier ons heren des conincx, heer van Grobbendonck, Heyst, Wesemael, etc(etera), en(de) jegenwoordel(ijck) toebehooren(de) Glaude Masquelier, rentmeester der baendereyen van Wesemael, en(de) een rente opde voors(creve) jouff(rouw)e Marie Van Steenlant, bestorven door dafflijvicheyt wijlen jonck(heer) Pauwels de Steelant ende van weghen jouff(rouw)e Anna Vander Luch, haere ouders, exp(osito) imp(ositus) est die voorscreven Masquelier ter saecken van affquytinghe p(er) mo(nitionem) et satis oblig(ando), submitten(do) et war(as) voer onbelast p(er) mo(nitionem), coram Luenis, Librechts, septemb(ris) xii, 1590

            In de marge

N(ihi)l.

Hieronder weer een schepenakte met vermelding van Claudius Masquelier, die beslag legde op het paard van Willem Poortmans sone Willem zodat deze laatste genoopt was om het graan op het veld te laten staan. 

Het valt ook op dat de akten uit de 16e eeuw veel verhalender zijn dan akten uit de 18e eeuw, dikwijls bondiger, maar veel dichter bij het echte leven in die tijd.

 Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8229, fol. 11r°., akte dd. 20.08.1588.

Item Willem Poirtmans soone wijlen Willems, wyens peerdt op ghisteren feytelijcken ter instantie van Glaude Masculier vuyt sijnen acker ende wagen gespannen is ende waer door dat sijn coren int velt is ende moet blijven liggen, duer dijen de selve Masquelier tselve alhier binnen sijnen huyse feytelijc is behoudende sonder tselve in rechte te sisteren, in p(rese)ntia, oblig(ando), etc(etera), submitt(endo), heeft ghelooft ende ghelooft mits desen tegen den selven Masquelier ende allen anderen des behoerende te daege ende te rechte te commen ende tghewijsde te voldoene, ende hier voor is borghe ghebleven als principael Matheus Deutels, oblig(ando) et submitt(endo) et primus, cora(m) Pulle, Temple, augusti xx, xvc. lxxxviii.

            In de marge.

S(olvi)t ii st(uyvers).

Nogmaals een akte met vermelding van Claudius Masquelier.  Merk ook op dat Leys als alias-naam van Van Ghele werd vermeld.  De familienamen waren duidelijk nog in vorming.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8229, fol. 196v°., akte dd. 31 augustus 1589.

Item Willem Leys alias Van Ghele soone wijlen Willems, woonende te Wezemael, in presentia, oblig(antes), submitt(entes) ac renunc(iantes) heeft bekint ende bekindt mits desen, Glaude Masuelier present ende accepteren(de) vijff carolusguld(en) te xx st(uyvers), den st(uyver) te iii plecken Brabants tstuck loopender munte, erffel(ijcke) rente, jaerlijcx opden lesten augusti te betaelen et in cambio quite et libere a x, xx., c. ac aliis quibuscumque impositionibus deliber(...) in futurum assecutum ad monit(ionem) ? pignus valens duplu(m) et tantum ut pot(erun)t redimere ten twee reysen, elcken carolusguld(en) met xvien. ghelijcke carolusg(ulden) ende met volle rente, coram Edelheer, Impens, augusti ult(ima), anno xvc. lxxxix.

            In de marge.

Op heden den xen. septembris a(nn)o xvc. xc heeft Glaude Masquelier bekindt de hellicht van dese vijff rinsg(ulden), in desen contracte begrepen, van Willem Leys al(ia)s Van Ghele ontfangen te hebben, daerinne begrepen gelijcke thien carolusg(uldens), die mijne heere van Wesemael den voors(chreven) Willem heef afgeschouwen en(de) negen rinsguld(en), bij den selvlen hee(re) van Wesemael inden naeme vanden voors(chreven) Glaude ontfangen heeft, maekende tsamen tcapitael vande hellicht vande voors(chreve) vijff rinsgulden erffel(ijck) met het verloop van(de) selve ii g(ulden) x st(uyvers), actu(m) ut supra.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8229, fol. 224r°., akte dd. 14 november 1589.

Item Aerdt Van Beets soone wijlen Jans ende Anna Skeysers, sijne huysvrouwe, woonende tot Wesemael, oblig(antes), submitt(entes) ac renunciantes privilegio dieru(m) curie ? hebben indivisim bekindt Glaudio Masculier twee carolusg(uldens) te xx st(uyvers) t' stuck ende vii ½ gelijcke stuyvers loopende munte erffelijcke rente, jaerlijcx den xiiii. novembris te betaelen et in cambio quite et libere deliber(...) in futuru(m) assecutu(m) ad monit(ionem) ? pignus apud Weezemael valen(s) duplum et tantum et poterunt redimere te twee reysen, elcken carolusg(ulden) met sesthien ghelijcke carolusg(uldens) ende met volle rente, coram Impens, Vekemans, novembris xiiii, 1589.

            In de marge.

Item Glaude Masculier kendt mits desen die capitale penn(ingen) metten verloopen van dese rente, in dwit deser begrepen, ontfangen te hebben van Aerdt Beets, consenterende alsoo inde cassatie, oirconde hebbe ick dit geteeckent den xv. meert 1604 ende staet opde minute van dese geteeckent, Masquelier.

 

Nogmaals een akte met vermelding van Claudius Masquelier als rentmeester van de kerk van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8229, fol. 312v°., akte dd. 23 november 1590.

Item D(omi)nicus Huens soene wijlen Henricx heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse alsulcken Hollants gulden als hem opdragere es overgegoet bij Henrick Le(m)mens voer schepen(en) van Loven opten xxiiien. septembris anno xvc. lxx in 2a. ende den voirs(chreven) Henricken in deylinghe sijn gevallen opten xxvii. aprilis a(n)no xvc lxiiii, jaerlijcx verschijn(ende) halff te Kersmisse en(de) halff S(in)t Jansmisse aen en(de) op twee huysen, gelegen inde Perckstraete ende bij Aerden Van Loen gereserveert en(de) behouden naer vuytwijsen der schepen(en) brieven daeraff zijn(de) in date xxvi. julii xiiiic., exp(osito) imp(ositus) est Niclaes Rombouts inden naeme en(de) tot behoeff van Glaude Masquelier als rentm(eeste)r der kercken van Wes[e]male en(de) dit in plaetse van cautie om daeraene te verhalen alsulcke costen daerinne de voirs(chreven) opdraghere voerden hoochweerdigen heer rector deser vuyt universiteyt aenden voirs(chreven) Masquelier es geconditioneert gecondempneert binnen twee maenden te moeten betalen in soo verre hij den voirs(chreven) termijn liet overstreken en(de) nyet voerdere et satis et waras voer ombelast, coram Duffle, Beringen, novembris xxiii.

 

En nog eens Claudius Masquelier.  Het was te verwachten dat hij meermaals ging terugkomen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8229, fol. 323r°., akte dd. 7 januari 1591.

Item in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Dominicus Huens soene wijlen Henricx om te voldoen(e) sekere vonnisse, nu onlancx bij mijn(en) hoochweerdigen heere den rectoir deser universiteyt van Loven, des geleden van opden xviii. decembris lestleden, tusschen den selven Dominicus en(de) Glaude Masquelier als rentm(eeste)r der kercken van Wezemale gewesen, in p(rese)ntia, etc(etera), heeft opgedraegen met behoirlijcke verthijdenisse een erffrinte van vier guldens erffel(ijck), bepandt met schepen(en) brieven van Loven van(der) date xxviii. januarii libro xvc. lxii in media aen en(de) op sekere huys ende hoff met allen en(de) een(en) iegewelcken sijn(e) toebehoirten met een block landts daerbij gelegen, groot tsamen vijff dachmaelen, ghelegen sijn(de) onder Winxele, ter plaetsen geheeten Neder Ijssputte, tusschen de goeden van goidtshuys van(der) Banck ter een[re], derffghen(aemen) Peeters wijlen Van Ham ter andere, de beke aldaer v(lietende), gheheeten S(in)t Jobs beke, ter andere zijden, en(de) daervoere personelijkc verobligeert staet Jan Ijden sone Jans, woonen(de) tot Velthem, volghen(de) de schepen(en) brieven van Loven vander daet martii vii, libro xvc. xxiiii in med(i)a, exp(osito) imp(ositus) m(eeste)r Niclaes Rombouts inden naem(e) ende tot behoeff des voors(chreven) Glaude inder qualiteyt als voer ende dat in plaetse van cautie ten eynde om daer aene te verhaelen allen alsulcken costen ende principael daerinne hij voors(chreven) Dominicus met vonnisse des voirs(chreven) mijns heeren des rectoirs es gecondempneert sonder voerdere ofte anderssints nyet, alles nochtans sonder prejudice van(den) daege van voldoeningen den voirs(chreven) Dominco, bijden voors(chreven) mijn(en) hoochweerdigen heere den rectoir verleent, et satis oblig(ando), submitten(do) ac renunc(iando) in forma et waras voer een goede onverthierde ende ongealieneerde rinte prout, coram Beringen, Liebrechts, januarii viia., a(n)no 1591.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8228 fol. 206r., akte dd. 5 augustus 1587.

Item in tegenwoerdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naebes(creven) gestaen Wouter Van Dorn sone wijlen Anthonis, woonen(de) S(in)t Truyden, zoe inden naeme van hem selven als oick tot des naebes(crev)en staet te doene, hebben(de) procura(ti)e speciael van Anna Van Eycken dochter wijlen Jans, sijne wettige huysvrouwe, gepasseert opden iiien. aug(us)ti anno 1587 voer scepen(en) der stadt van Sintruyden, onderteeckent Cortreels, heeft opgedraegen met behoirl(ijcke) verthijdenisse sesse dachmaelen bempt, gelegen te Werchter aenden Keervonder, regen(oten) Huybrecht Van Emelen ter ie., Margriete Vertiers ter iie., de kercke van Werchter ter iiie. en(de) sheeren straete ter iiiier. zijd(en), item sijn actie, paert en(de) deel, hem competeren(de) in huys en(de) hoff, gestaen bijde voers(creve) zesse dach(mae)l bempt tusschen sheeren straete in vier zijden, Wouter Van Hove ende) Pauwel Van Leenpoele ter vierdere zijden, exposito impositus est jure  haereditario Glaude Masquelier sone wijlen Jans, per monitionem en(de) dat in plaetse van cautie om daer aen te verhaelen bij vercoope van dien oft anderssints een rente van twee rinsg(ulden) bij Henrick Driessen tot behoeff des voers(creven) Masquelier, voer schepen(en) van Loven opden xiii. decemb(ris) anno 1583 in prima bekint, sonder voerder, de quo satis et waras de voers(creve) zesse dach(mae)l bempt op drij rinsg(ulden) erffel(ijck) ende thuys en(de) hoff op vijff rinsguld(en) erffelijck aen Willem Van Langendonck terminis tanquam prout jure aut, coram Grave, Loenis, aug(us)ti v.

Hieronder nog een schepenakte met  een vermelding van Claudius Masquelier als echtgenoot van Emerentiana Van Lantrop.  In de akte staat echter vermeld dat Emerantiana dochter is van Jan Van Lantrop (en dus niet van Jasper) !  Jan Van Lantrop wordt tot twee maal toe in de akte vermeld.  Een lapsus van de klerk of een fout op de website ?  Misschien zal hierover later wel duidelijkheid volgen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7867, fol. 217v., akte dd. 5 januari 1587.

Item jouffr(ouw)e Johanna Baten weduwe wijlen m(eeste)r Aerdts Van Opstal, secretaris als hij leeffde deser stadt, in p(rese)ntia, heeft bekint ende bekint mits desen aen haer wel en(de) volcomel(ijck) gelost en(de) gequeten te zijn(e) mits eenen so(m)me van penn(ingen), die zij hier kent wel en(de) deuchdel(ijck) betaelt te zijn(e) bij Glaude Masquelier, man ende momboer van jouffr(ouw)e Emerentiana Van Lantrop, alsulcke twee mudden rogs, mathe van Loeven, ende vier carolus guld(ens) te xx st(uyvers) erffelijcke rente, vallen(de) jaerlijcx opden xvien. novembris, gehypothiceert aen ende op diversche goeden Jans wijlen Van Lantrop, vader der voers(creve) Emerentiana, gelegen tot Rotselaer, naeder begrepen inde schepen(en) brieven van Loeven vand(er) daet februarii xxvi, liboro xvc. lix in prima, ende welcke erffrente en(de) erffpacht de voers(creven) Jan jaerl(ijcx aen Jacoppen wijlen Pauwels wel en(de) loffelijck geloeft hadde te betaelen(e) al volgen(de)de zelve brieven, welcke rente en(de) erffpacht daer meer als te weten opden xxiien. decemb(ris) anno xvc. lxxv in 3a. bijd(en) voers(creven) m(eeste)r Aerdt Van Opstal vercregen is voer meyer en(de) schepen(en) deser stadt van Cath(lij)ne del Heye, wed(uw)e des voers(creven Jacops wijlen Pauwels, volgen(de) de brieven van transporte daeraff zijn(de) in date voers(creven), geloeven(de) alzoe de voers(creve) jouffrouwe Johanna en(de) tot haer Nicolaes Van Opstal als momboer en(de) hem sterckmaecken(de) voer Anna Van Opstal, dochte(re) des voerscreven wijlen m(eeste)r Aerdts, nochtertijt tot hue(re) competente jaeren nyet gecomen zijn(de), den voers(creven) verobligeerde noch goeden daer voer verbonden voerde voers(creve) erffpacht en(de) erffrente noch achterstellen van dijen e(m)mermeer met gheen(en) rechte aen te spreken noch te molesteren in eenigher manieren, maer daer aff altijts genoech te doen(e) zoe verre bij desen yet te luttel oft te nauwe gedaen waere prout en(de) altijts daer van tegen een(en) yegel(ijcken) gerecht garrant te zijn en(de) blijven, obligan(do) et submitten(do), coram Schore, Impens, januarii va.

Item de voers(creve) jouffr(ouw)e Johanna Baten, in p(rese)ntia, heeft geloeft den voers(creven) Niclaes(en) Van Opstal, haeren swager, allessints van desen tindempneren ende indijen te hebben(e) dat hij ter causen van desen ongemolesteert sal blijven tegen een(en) yegel(ijcken) prout, eisdem.

 

Nog een akte met vermelding van Claudius Masquelier.  Vele inwoners op het platteland vluchten in de troebele tijden naar een nabijgelegen stad.  Henricus Dries, zoon van Henricus, die ook in Leuven woonde, was vermoedelijk ook afkomstig van Werchter, vermits hij eigendom in dat dorp in pand had gesteld voor de schuld die hij had aan Claudius Masqueler.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7477, fol. 40r°, akte dd. 13 december 1583.

Item Henrick Dries soene wijlen Henricx, woonende nutertijt te Loevene, heeft bekindt schuldich te zijne Glaude Masquelier, insgelijcx woonende te Loeven(e), twee rinsguldens vijffthien stuyvers tsiaers te xx stuyvers tstuck loopende munte, erffelijcke rinte, alle jaere opd(en) xiiien. dach decembris te betaelene ende inder stadt wissel van Loven(e) los ende vrije, etc(etera), te leveren in toecommen(de) tijd(en) telcken termijne als schult met recht verwonnen, gelovende de voers(creve) erffrinte ter manissen te bepand(en) op goede loffelijcke pand(en), geleghen tot Werchtere, werdt sijnde boven alle commeren daer vuytgaende dobbel rente ende soe vele te doene dat den voerschreven Masculier in toecommen(de) tijden sal moeghen genoech wesen, met conditien dat die voerscreven bekindere de voerschreven erffrinte van ii rinsg(uldens) xv stuyvers sal moeghen lossen ende affquytten tallen tijd(en) alst hem gelieven sal teenemaele elcken penn(inck) daeraff met sesthiene gelijcke penn(ingen) ende met volle rente, obligerende ende submitterende, coram Liedekercke, Luenis, decembris xiiia., xvc. lxxxiii.

 

Alhoewel hij in Leuven woonde, waren zijn belangen in Wezemaal blijkbaar groot.

BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7865, folio 17r°, akte dd. 14 augustus 1582.

Transcriptie

Item Glaude Masculier als rintmeester en(de)

S(olvit)                fabryckmeester der fabrycke van S(in)t Job

tot Wesemale, in p(resen)tia, etc(etera), heeft bekindt en(de)

geleden dat hee(r) en(de) m(eeste)r Huybrecht Gryson,

licen(tiaet) ind(er) heyliger godth(eyt) ind(en) name en(de)

van wegen der erfgen(aemen) van Barbara wijlen Cale

wed(uw)e Jacops wijlen Vand(en) Rijne aen hem

mits eend(er) so(m)me van penn(ingen) de quib(us) sat(is)

volcomel(ijck) gelost en(de) afgequet(en) heeft twee

car(olus) gulden(en) erffel(ijck) teg(en) den penn(inck) achtien(e)

mett(en) v(er)loop van drie jae(re)n, die de voirs(creve)

fabrycke hebben(de) en(de) trecken(de) was op Henrick(en)

De Haze en(de) A(n)na V(er)hofstadt, sijn(e) huysv(rouw)e, en(de)

wijlen seke(re) hue(re) goed(en), geleg(en) tot Rotselae(r),

met scepen(en) br(iev)(en van Loeven(e) in date xviie.

nove(m)b(ris) xvc. xliiii, gepass(eer)t in me(di)a, ende

namaels bijd(en) v(oor)s(creven) wijlen Jacoppe en(de) sijnd(er)

huysv(rouw)e de zelve goed(en) opd(en) last van(de) v(oor)s(creve)

twee r(ins)g(ulden) erffel(ijck), vercreg(en) volgen(de) den

bescheede d(aer)af zijn(de) en(de) yezede(r)t tot huer(en)

aflivich(eyt) altijt vuyt schelden(de) d(aer)af quyte,

promitten(tes) non alloqui, sed sat(is) no(m)i(n)e et in

qualitate uts(upra) oblig(ando) bona dicte fabrice

et war(as) erga quoscu(m)q(ue) prout, cor(am) Schoerbroet,

Goerts, augusti xiiii.

 

Heronder nog een akte met vermelding van Claudius Masquelier.  Hij verhuurt in naam van jonker Eustachius de Brimeur (de Bremeur) aan Simon van Villers en Jan Van de Rest, beiden wonende te Leuven, vier bunders lant, deel uitmakende van een groter geheel van negen bunders land, gelegen op de Lo (Kessel-Lo).  Claudius Masquelier pacht de resterende vijf bunders.

Enkele verduidelijkingen :

- veuren : verschrijving van vueren > afvoeren; vervoeren.

- scintenelle : verschrijving van sin(c)tenel > schildwacht.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 130v., akte dd. 2 augustus 1582.

 Condt zij eenen yegelijcken dat Glaude Masculier als geco(m)mitteerde jonckers Eustaes de Bremeur heeft in pachtinghe vuytgegeven en(de) bekinde mits desen in pachtinghe vuytgegeven te hebben Symon van Vilers en(de) Jan Vande Rest, beyde woonen(de) te Loeven, die insgelijcx bekinden in pachtinge genoemen te hebben vand(en) voers(creven) Masculier vier boenderen winnens lants vuyt een stuck van negen boenderen lants, gelegen buyten deser stadt opde Loo, waer aff de resteren(de) vijff boenderen de voers(creven) Masculier in pachtinge is houdende en(de) sullen de voers(creve) negen boenderen onder malcanderen divideren, gelijck sij daer aff sijn overcomen en(de) dat eenen termijn van drij aeren, jaerlijcx om en(de) voer het derdendeel van alle de schooven en(de) vruchten, van wat natuere die sijn sullen, te weetene van terwe, rogge, gerste oft haevere, waer aff dierste jaer verschijnen sal inden oost anno xvc. drijentachtentich naestcomen(de) oft als eenighe der voers(creve) vruchten sullen tijtbaer wesen en(de) soe van jaere te jaere sonder middel vervolgen(de), welck derdendeel de pachters sullen moeten veuren van tvelt en(de) leveren tot Loeven, daert den selven Masculier sal believen sonder cost oft last, item is conditie dat de pachters sullen schuldich en(de) gehouden sijn het voers(creve) lant jaerlijcx desen termijn gedueren(de), wel te cultiveren, labeuren gelijck wel winnende regenooten ende te mesten voer dit ierste oft ten minsten opt iie. jaer en(de) alle jaer moeten besaeyen met goet graen, te weetene met terwe, rogge, gerste oft haevere sonder die te moegen doer oirsaecke van oirloege, vrijbuters oft eenige ander redenen laeten ledich leggen, en(de) in gebreke van dien te doen oft doen doen, soe sullen de voers(creve) pachters voer het selve jaer van dat selve ledich is geweest, moeten betaelen van elck boendere Sinte Andries(mis)se daer nae drij mudden rog als verreycte schult, behoudelijck dat tzelve gebeure doer een groote hercracht van crijschvolck oft legere die oirsaecke gaff, dat oick die naeste regenoten sulcx nyet en coste gedoen, item den voers(creven) vuytgever en sal nyet gehouden sijn als den tijt sal wesen, het coeren te vueren, iemant te setten tot hulpe, in dien dat hem nyet en gelieft, item en sullen de pachters tvoers(creven) lant nyemanden anders moegen overlaeten sonder consent des voers(creve) vuytgevers, anderssins sal tselve voer hem moegen aenveerden, item sullen de pachters int affscheyden de twee boenderen moeten laeten met gerste stoppelen en(de) andere twee boenderen met stoppelen oft omme gedaen in dien dat hem belieft, item sullen de pachters het stroot en(de) caff, dwelck sal comen van tvoers(creven) derdendeel volghen terstont daer nae dat het graen sal gedorsschen sijn en(de) van elck boender sullen hebben van crinssen twee halsteren, item in dien dat de pachters belieft tvoers(creven) lant alst coren aff gepickt is, te sayen met raep groen, sal tselve sijn voerde pachters alleen, behoudelijck dat dlant daero(mm)e nyet en sal onbesayt blijven liggen, item in dien dat de pachters binnen de drij jaeren tzelve nyet gemest en hebben, sullen sijn aenden voers(creven) vuytgever daer voer van elck boender moeten gheven thien rinsg(ulden), item is geconditioneert, gemerct dat nu in desen tijt van oirloege de pachters om de preservatie van hun peerden en(de) persoonen moeten wacht en(de scintenelle stellen, en(de) daeromme cost doen om het lant te cultiveren, dat nochtans die voers(creven) vuytgever nyet en sal zijn dueren(de) den voers(creven) termijn, daer voer iet te moeten gheven, betaelen oft laeten cortten, alle welcke conditien hebben de voers(creve) partijen indivisim obligantes et submittentes malcanderen geloeft te voldoene tanquam assecutum prout in forma, coram Graeve, Bouwette, augusti ii, 1582.

 

Nog eens Claudius Masquelier die in naam van jonker Eustachius de Brimeu aan Vranken Rouvoet twee bunders land verhuurt.  De akte is van dezelfde datum als de voorgaande en volgde onmiddellijk op de voorgaande.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 132r°., akte dd. 2 augustu 1582.

Condt zij eenenyegelijcken dat de voers(creve) Masculier als geco(m)mitteerde joncheer Eustaes de Brymeu in pachte heeft vuytgegeven Vrancken Rouvoet de soene, die insgelijcx bekinde vanden selven in pachtinge genoemen te hebben twee boenderen lants, toebehoirende den voers(creven) joncheeren Eustaes, gelegen onder Loeven aenden Blauput over Loo, regenoeten de goeden Dierick Haevens ter eenre, Ph(i)l(ip)s Coomans ter iie., de herstraete gaen(de) van Loeven nae Diest ter iiie. en(de) den voers(creven) Brymeu ter vierder zijden, ende dat eenen termijn van drij jaeren, eenpaerlijck malcanderen vervolgen(de), waer aff dierste jaer inne gaen sal te Bamisse naestcomen(de) en(den) den iersten dach van betaelinge Sinte Andries(mis)se a(nn)o xvc. drijentachtentich, elck boender om en(de) voer twelff halsteren rog en(de) acht halsteren gerste, met wanne en(de) vloegelen wel bereyt, leverbaer goet, telcken jaer te Loeven te leveren, daer den voers(creven) Maculier believen sal sonder sijnen cost oft last, item oft gebeurde datter eenen generaelen natten oist merckelijck opt voers(creven) lant gewasssen, nyet en cost droogh inne gecrijgen, nyet tegenstaen(de) alle sijne diligentie, sal hij in dijen gevalle gestaen sijnen pacht te leveren en(de) betaelen gelijck opden selven gront gewassen is, te weetene van rogge en(de) gerste, ende ingevalle oft gebeurde dat tselve goet overloopen wordden met oirloege oft beschadicht van onwer, sal de voers(creven) vuytgever den pachter daer inne doen allen tgene dat recht en(de) redene vereyscht, des sal den pachter daer aff den voers(creven) joncheren oft geco(mm)itteerde binnen drij daegen ten lancxste doen adverten(tie) om de selve schaede te doen visiteren, item de pachter en sal tvoers(creven) lant nyet moegen onbesayt laeten doir oirsaecke van oirloege, vrijbueters oft andere redenen, maer jaerlijcx te labeuren en(de) cultiveren gelijck dat behoirt, en(de) oick eens sijnen termijn gedueren(de) ten minsten moeten mesten, item en sal de pachter tvoers(creven) lant nyet moegen aen yemant anders over laeten noch voerts verhueren sonder expres consent vanden voers(creven) joncker oft geco(mm)itteerde, alle welcke conditien en(de) voirweerden hebben de voers(creve) partijen obligantes et submitten(tes) hinc inde geloeft te voldoen en(de) volbringen tanquam assecutum, coram eisdem.

Senten(tiatem) per Glaudium Masculier, coram Griecken, Vossem, januarii ii, anno 1585.

Senten(tiatem) per pred(icti) Glaudiu(m) Masculier, coram Edelheer, Impens, octobris xv°., anno xvc. lxxxvi.

 

Nog eens Claudius Masquelier die in naam van jonker Eustachius de Brimeu aan Vranken Rouvoet twee bunders land verhuurt.  De akte is van dezelfde datum als de voorgaande en volgde onmiddellijk op de voorgaande.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 130v., akte dd. 2 augustu 1582.

Condt zij eenenyegelijcken dat de voers(creve) Masculier als geco(m)mitteerde joncheer Eustaes de Brymeu in pachte heeft vuytgegeven Vrancken Rouvoet de soene, die insgelijcx bekinde vanden selven in pachtinge genoemen te hebben twee boenderen lants, toebehoirende den voers(creven) joncheeren Eustaes, gelegen onder Loeven aenden Blauput over Loo, regenoeten de goeden Dierick Haevens ter eenre, Ph(i)l(ip)s Coomans ter iie., de herstraete gaen(de) van Loeven nae Diest ter iiie. en(de) den voers(creven) Brymeu ter vierder zijden, ende dat eenen termijn van drij jaeren, eenpaerlijck malcanderen vervolgen(de), waer aff dierste jaer inne gaen sal te Bamisse naestcomen(de) en(den) den iersten dach van betaelinge Sinte Andries(mis)se a(nn)o xvc. drijentachtentich, elck boender om en(de) voer twelff halsteren rog en(de) acht halsteren gerste, met wanne en(de) vloegelen wel bereyt, leverbaer goet, telcken jaer te Loeven te leveren, daer den voers(creven) Maculier believen sal sonder sijnen cost oft last, item oft gebeurde datter eenen generaelen natten oist merckelijck opt voers(creven) lant gewasssen, nyet en cost droogh inne gecrijgen, nyet tegenstaen(de) alle sijne diligentie, sal hij in dijen gevalle gestaen sijnen pacht te leveren en(de) betaelen gelijck opden selven gront gewassen is, te weetene van rogge en(de) gerste, ende ingevalle oft gebeurde dat tselve goet overloopen wordden met oirloege oft beschadicht van onwer, sal de voers(creven) vuytgever den pachter daer inne doen allen tgene dat recht en(de) redene vereyscht, des sal den pachter daer aff den voers(creven) joncheren oft geco(mm)itteerde binnen drij daegen ten lancxste doen adverten(tie) om de selve schaede te doen visiteren, item de pachter en sal tvoers(creven) lant nyet moegen onbesayt laeten doir oirsaecke van oirloege, vrijbueters oft andere redenen, maer jaerlijcx te labeuren en(de) cultiveren gelijck dat behoirt, en(de) oick eens sijnen termijn gedueren(de) ten minsten moeten mesten, item en sal de pachter tvoers(creven) lant nyet moegen aen yemant anders over laeten noch voerts verhueren sonder expres consent vanden voers(creven) joncker oft geco(mm)itteerde, alle welcke conditien en(de) voirweerden hebben de voers(creve) partijen obligantes et submitten(tes) hinc inde geloeft te voldoen en(de) volbringen tanquam assecutum, coram eisdem.

Senten(tiatem) per Glaudium Masculier, coram Griecken, Vossem, januarii ii, anno 1585.

Senten(tiatem) per pred(icti) Glaudiu(m) Masculier, coram Edelheer, Impens, octobris xv°., anno xvc. lxxxvi.

 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 143v., akte dd. 28 februari 1582.

Item m(eeste)r Wouter Remigii en(de) Glaude Masquelier, die welcke op en dijssendaeghe lestleden bij Wouteren Aerts, dienaer, hadden doen beswaeren Henricken Herheyns sdaeghs te voeren ten versuecke van(den) officier deser stadt, alhier gearresteert sijnde, inspectie gehadt hebben(de) vande geloefte bijden voers(creven) Herheyns op heden date deser gedaen ende) inde ierste scrijffcamere gepasseert, van tegen hen beyden te daeghe en(de) te rechte te comen, tgewijsde te voldoen en(de) thunder manisse hem inde vroente leveren, hebben onder de selve geloefte geconsenteert, gelijck sij consenteren bij desen, den voers(creven) Wouteren Aerts den selven gevanghen(e) vander hachten te relaxeren, hebben daerenboven de voers(creven) Remigii en(de) Masquelier tot furnissement vande costen desselffs gevanghen van dijssendaeghe aff tot op heden date deser geconsigneert in handen Willems, secretaris deser stadt, tot behoeff des voers(creven) dienaers tweendertich stuyvers eens, te weeten acht stuyvers eens sdaechs, die sij consenteren den voers(creven) Wouteren onder recepisse te laeten volghen, met p(rese)ntatie vanden selven dienaer te laeten volghen op te leggen en(de) te betaelen tgene des hem ter oirsaecke van desen bij scepen(en) meer soude moeghen aengetaxeert wordden, protesterende de voers(creve) costen naederhant opden voers(creven) Herheyns te moegen verhaelen, coram Berthijns, Goerts, septembris xxviii.

            In de marge.

Ni(hi)l.

Item Wouter Aerts, dienaer, vercleert de xxxii st(uyvers), alhier geruert, vuyt handen Willems ontfangen te hebben desen 30. martii 1583, onder staetsijn handteecken.

 

En nogmaals een akte met vermelding van Claude Masquelier, die samen met meier Wouter Remigii in proces lag met Hendrik Herheyns, zoon van wijlen Willem en wonende te Holsbeek.  Deze laatste was op verzoek van de meier in hechtenis genomen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7476, fol. 23v., akte dd. 28 september 1582.

Item Henrick Herheyns sone wijlen Willems, woo(n)achtich tot Holsbeke, alhier ten v(er)suecke des meyers van Loeven(e) sitten(de) inder hachten, ierst van(de) ijsere gerelaxeert wesen(de), in p(rese)ntia, etc(etera), obligan(do) et submittend(o) in forma, heeft geloeft altijts tegen den selven meye(r) m(eeste)r Wouter Remigii et Glaude Masquelier te dage en(de) te rechte te comen en(de) tgewijsde van mijn(e) heeren scepen(en) te voldoen(e), geloven(de) tot dijen soo ter maniss(en) des v(oer)s(chreven) meyers als der v(oer)s(chreve) p(ar)tijen inne te comen(e) ende heeft voirts geco(n)stitueert Rutten, Christophium, Boos(em), Varent, Casselt et alios curie procuratores ad lites inden p(ro)cesse, dwelck de voers(chreven) meyer tegen hem iegenwoirdelijck heeft geintenteert et in omnibus aliis suis causis quibuscumq(ue) indicibus cum potestate substituendi promitt(ens) rat(um) in forma, cor(am) Berthijns, Goirdts, septembr(is) xxviiia.

 

En weer een akte met vermelding van Claudius Masquelier als rentmeester van de baanderij van Wezemaal.  Hij pachtte voor 112 rijnse guldens gedurende 3 jaar van jonker Eustachius de Brimeur 14 bunderen land, in twee stukken (percelen) gelegen te Blauwput buiten de stad Leuven.  Als waarborg van de huursom stelde hij goederen onder Rotselaar en Wezemaal in pand.

Blauwput is een wijk, gelegen in het westen van de huidige deelgemeente Kessel-Lo achter het station van Leuven (info Wikipedia).

In de akte is ook sprake van Huissen in het Land van Kleef.  Deze stad (uitspraak "Huussen") met stadsrechten sedert 1314, is gelegen in het oosten van Nederland in de provincie Gelderland aan de Nederrijn.  Vanaf de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) was Huissen een katholieke enclave in het protestantse noorden en behoorde het tot het Hertogdom Kleef (info Wikipedia).

Deze randinfo maakt het alleen maar boeiender.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7476, fol. 81r., akte dd. 14 april 1583.

Item Glaude Masquelier, rentm(eeste)r der baenderije van Wesemale, v(er)obligeren(de) zijnen persoon en(de) goeden, rueren(de) en(de) onrueren(de), jegenwoirdige en(de) toecomen(de), deselve der jurisdictien en(de) coertien van meyer en(de) schepen(en) deser stadt van Loeven(e) en(de) allen ande(re) rechte(n) submitteren(de), in p(rese)ntia, heeft bekindt van jonch(er) Eustaes de Brimeur in pachtinge oft huerin(ge) genomen en(de) aenveert te hebben(e) vierthien boen(deren) landts, gelegen buyten des(er) stadt aen(de) Blauwput onder den Loobosch, alsoo dieselve geleghen zijn in twee stucken, een(en) termijn van drij jaeren, innegegaen zijnde anno xvc. lxxxii lestleden, jaerl(ijcx) omme en(de) voer hond(er)t ende twelff rinsg(ulden) te xx st(uyvers) tstuck, waeraff den iersten termijn van betaelin(ge) v(er)schijnen sal S(in)te Andries(mis)se xvc. lxxxiii naestcomende ende dat opde conditien daeraff bijd(en) v(oer)s(creven) jonche(r) Eustaes(en) doen expedieren binnen der stadt van Huissen inden lande van Cleve opden vien. dach augusti a(n)no xvc. lxxxii v(oer)s(creven), onder den voers(creven) Masquelier alsnu berustende, geloven(de) dieselve Glaude Masquelier onder obligatie en(de) v(er)binteniss(e) van zijn(en) p(er)soon ende goeden als boven, die v(oer)s(creve) so(m)me van hond(er)t ende twelff rinsgulden den voers(creven) termijn van van (!) drij jaeren geduerende, jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen(e) en(de) die v(oer)s(creve) conditien te vodoen(e) ass(ecutu)m, ende om den voers(creven) joncke(r) Eustaesen van des voers(creven) is, te beter te versekeren, heeft die voers(creven) Masquelier in plaetse van cautie en(de) borchtochte in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loeven(e) opgedraegen met behoirl(ijcke) v(er)thijdeniss(e) die goeden naebes(creven), ierst huys en(de) hoff met eenen bloke landts d(aer)aen(e) gelegen tot Rotselaer, regen(ooten) sheeren straete in twee zijden, die capelrije van Rotselaer ter derde(re), ite(m) noch vijff dach(maelen) beempts, geleghen te Rotselaer voers(creven) regen(ooten) die hee(re) van Rotselaer ter eendere, die Dijle aldaer vlieten(de) ter tweedere en(de) derffgen(aemen) Jans De Pelsmaker ter derde(re) zijd(en), item noch een stuck beempts, groot een boender, gelegen tot Wesemaele, regen(ooten) Peeter De Sangere ter eende(re), die goeden des goidtshuys van Roodeclooster ter iie. en(de) tGroot Gasthuys des(er) stadt v(oer)s(creven) ter derde(re) zijden, ende den v(oer)s(creven) opdrage(re) d(aer)vuyt bij ordre van rechte ontgoet en(de) onterft zijn(de), soo is d(aer)inne gegoidt en(de) geerft geweest Georgius Roberts inden naem(e) en(de) tot behoeff des voers(creven) joncke(r) Eustaes de Briemeur ende dat als voer in plaetse van cautie en(de) borchtochte om bijden selven d(aer)aene bij v(er)coopin(ge) oft anderss(in)ts te mogen v(er)haelen, tgene d(aer)inne die v(oer)s(creven) Masquelier aen(den) v(oer)s(creven) de Briemeur ter saken van(de) v(oer)s(creve) pachtinghe eenichss(in)ts in toecomen(de) tijden sal mogen wes(en) ten achte(ren), voirde(r) oft anderss(in)ts niet, en(de) die v(oer)s(creve) pachtin(ge) geexpireert en(de) voldaen wesende, sal dese voers(creve) opdrachte en(de) guedinghe wesen gecasseert en(de) geacht oft dies(elv)e niet en waere gebuert, cor(am) Berthijns, Vossom, aprilis xiiiia.

 

Nogmaals een akte met vermelding van Claudius Masquelier. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7863, fol. 432v°, akte dd. 2 mei 1580.

Item Jan Van Valckenborch als man en(de) mombour van jouffvrouwe Martijne Roeloffs, erffgenaem van jouffvrouwe Marie wijlen Roeloffs weduwe Loduwijcx wijlen Vand(en) Tymple, in presentia, etc(etera), heeft gekindt ende geleden ontfanghen te hebbene deur handen Glaude Masquelier hondert ende thien carolus guldens eens, te xx st(uyvers) den gulden gerekent, ter zaecken van lv rinsgul(dens) jaerl(ijcxe) lijffpen(ningen), die jouffvrouwe Marie wijlen Roelofs, heure nichte, in heuren leven hebben(de) was op zekere goeden m(eeste)r Focco Ro(m)maerts en(de) jouff(vrouwe) Johanna Vand(en) Tymple, zijnder huysvrouwe, dochtere wijlen heeren Jans Vanden Tymple, ridders als hij leeffde, liggen(de) de zelve goed(en) opde Loo buyten Loven volghen(de) den bescheede dairaff zijnde ende der zelver jouffv(rouw)e Cathlijne Martijne gelaten bijd(en) testame(n)te der voirs(creve) jouffvrouwe Marie, gepass(eer)t voir m(eeste)ren) Jannen Wamel en(de) zekere getuyg(en), zoo hij vercleerde, ende der vande twee leste jaeren verschenen voir dafflijvicheyt der zelver wijlen jouffvrouwe Marie, wairaff litispendentie is geweest voer schepenen van Loven(e) tusschen de voirschreven Jan(nen) Van Valckenborch als aenleggere en(de) joncker Eustaes(en) de Brimeur als verweerdere, nutertijt proprietaris ende besittere der voirs(creve) goeden, schelden(de) hem dairaff met oock van(de) costen, ter zaecken van dijen geresen, quyte, promitt(endo) no(n) alloqui sed satis et waras erga quoscumque obligan(do) prout, coram Greve, Luenis, maii s(e)c(un)da, a(nn)o xvc. lxxx.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Claudius Masquelier, waaruit blijkt dat hij rentmeester was van de kerk te Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7470, fol. 282r., akte dd. 10 april 1577.

 Item Eustas Van Mechgelen zone wijlen Anthonis, woonen(de) te Geelrode, in presentia, heefft bekindt schuldich te zijn(e) Glaude Masquelier als re(n)tmeester der kercken van Wezemale, inden naem(e) en(de) tot behoeff der zelver kercken, twee carolus gulden te twintich stuyvers tstuck der munten tshertogen van Brabandt cours en(de) loop hebben(de), erffelijcke rente, alle jaere opden xven. febuarii, waeraff den iersten valdach verschijn(en) zal den xven. februarii naestcomen., en(de) inder stadt wissel van Loven(e), los en(de) vrij, etc(etera), te leveren in futurum quolibet assecutum et ad mon(itionem) pignus apud Wezemale predictum valens et tantum, met conditien dat de voirs(creven) bekindere de voirs(creve) erffrente zal mogen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hem gelieven zal teendre reysen, elcken carol(us) gulden daeraff met achthien gelijcke carolus gulden ac cum obligan(do) et submitten(do), cor(am) Schoonhoven, Angelis, aprilis xa.

 

Ditmaal nog eens een akte met vermelding van Claudius Masquelier als kerkmeester van Wezemaal

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7860, fol. 209v°, akte dd. 13 februari 1576.

Item Willem Leys en(de) Glaude Masculier als kerckm(eeste)ren der kercke van Wezemale, hebben gekint en(de) geleden dat Henr(ick) De Pelsmake(re) en(de) Henr(ick) Van Nijvele zone wijlen Mert(en)s als momboirs d(er) kind(er)en Aerts wijlen De Pelsmake(re) aen hen mits eend(er) somme van penn(ingen), de quibus satis volcome(lijck) gelost en(de) affgequeten hebben vijff car(olus) g(ulden) erffel(ijck) metten vollen pacht, d(aer)voer met scepen(en) brieven van Loven(e) vand(er) date martii li(br)o xvc. lxvii v(er)bonden staet Aert De Pelsmake(re) inde vier car(olus) g(ulden) erffel(ijck) en(de) Jan Stuerkens en(de) Margriete Lijnberge, zijn(e) huysv(rouw)e, met scepen(en) br(ieven) van Loven(e) vand(er) date xvc. xiii, junii xx., inde twintich st(uyvers) aen(de) v(oir)s(creve) kercke v(er)bonden stonden, scelden(de) hen d(aer)aff volcomel(ijck) quyte, cor(am) Winde, Malcote, febr(uarii) xiii.

 

Nogmaals met vermelding van Claudius Masquelier.  Let wel op de schrijfwijze van zijn familienaam.  Het is dus geen tikfout ! 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7860, fol. 234v°, akte dd. 7 maart 1576.

Item Isacq Van(den) Paenhuyse en(de) Aert Wiggers t(er) ie. en(de) Glaude Malsculier en(de) Jan Vrancx t(er) ande(re) zijd(en), in p(rese)ntia, etc(etera), hebben v(er)cleert alhier gecomp(areer)t te zijn(e) om malcand(er)en alh(ier) te vold(oen), zoo velee in hen is van(den) coop, bijd(en) v(oir)s(creven) Ysac met zijn(e) ande(re) cons(ort)en onlancx v(er)cocht ende want Hilleken De Vere, een van(de) v(er)cooperss(en), n(yet) en compareerde, hoe wel den d(aer)aff alsnu was dienen(de), welcken volgen(de) hebben geprottest(eer)t van schaden en(de) interesten, etc(etera), cor(am) Liedekercke, Ketelboete(re), martii vii.

 

Hieronder nogmaals een akte met vermelding van Claudius Masquelier als kerkmeester van Wezemaal.  De Dorpstraat in de akte is de huidige Diestsestraat te Leuven.  De Dwarse Keienberg of “Dweersen Keyenberch” is de huidige Lepelstraat die uitkomt in de Diestsestraat. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7861, fol. 36v°, akte dd. 30 juli 1576.

Item Willem Leys al(ia)s Van Gele en(de) Glaude Maskelier, beyde als kercmeesters van Wesemael, in p(rese)ntia, et(cetera), hebben gekint en(de) geleden dat Jan De Vos van wegens Alexanders Laremans aen hem midts eender so(m)men van pennin(gen) de quibus sat(is) volcomel(ijck) gelost en(de) affgequeten heeft zesse carol(us) gu(lden) erffel(ijck), bij m(eeste)r Hendric Van Haeght tot behoeff van(de) voors(chreve) kercke vercregen tegen Jan(nen) Borremans en(de) zijn(e) huysv(rouw)e aen en(de) op zekere huys des voors(chreven) gehuysschen en(de) nu des voors(chreven) Jans De Vos, gelegen in(de) Dorpstraete tusschen de goeden wijlen Jans Van(den) Calstere en(de) tstraetken, loopen(de) naer den Dweersen Keyenberch, met scepen(en) br(ieven) van Loeven van(der) daet viii. julii xvc. li, schelden(de) d(aer)aff quyte, promitten(do) no(ta) ? alloqui sed sat(is) et war(as) erga quoscu(m)q(ue), geloven(de) voorts den voors(chreven) Jan(nen) over te leveren de brieven d(aer)aff zijn(de), zoe wanneer zoe wanneer (!) die te voorschijnen zullen co(m)men zijn prout, ende is te wetene zoe p(ar)tijen vercleerden, hoe wel dese quitan(tie) nu eerst gegeven wort dat nochtans de pennin(gen) van desen gereedt zijn geweest voe(r) den voors(chreven) achsten julii, als geweest zijn(de) den lesten valdach, waeraff de voors(chreve) meesters hem gelooft hebben onverledt te houden(e), cor(am) Schoenhove, Angel(is), julii penultima.

 

Hieronder een akte met vermelding van Claudius Masquelier (x Van Lantrop Emerentiana), die volmacht krijgt van Henricus Vercouteren, zoon van Michael.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8226, fol. 201r°, akte dd. 11 februari 1580.

Allen, etc(etera), dat Henrick Vercoutheren soene wijlen Michiels, in p(rese)ntia, heeft geconstitueert, volcomen macht ende procuratie gegeven Glaude Masquelier, present ende accepteren(de), om alle des voirs(creven) constituants renten, chijnsen, pachten, innecomen op te beuren ende tontfangen, quitan(tie) en(de) acquyt d(aer)aff te geven, daer voer te dagen panden ende voerts ad lites in forma cu(m) potestate substituen(di) quoad causas promitt(en...) ratum salvo calculo, cor(am) Greve, Loenis, febuarii xi.

 

Hieronder een akte met vermelding van Claudius Masquelier (x Van Lantrop Emerentiana).  Merkwaardig genoeg wordt hij in de akte vermeld als zoon van Guilielmus (en dus niet van Joannes). Een vergissing ?

Ook Henricus Vercouteren wordt in de akte éénmaal als Vercouthem vermeld.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8226, fol. 250r°, akte dd. 9 juli 1580.

Item Glaude Masquelier sone wijlen Guillams, in p(resen)tie, oblig(antes) et submitt(entes), heeft hem cautionaris gestelt en(de) is borge gebleven ten principael voer Henric Vercouthem voer alsulcke drij vierendeelen boecweyd als Bonaventure Van(der) Eycken en(de) sijn borgen den voers(creven) Henrick sijn heysschen(de), mitsgaders voerde costen vand(en) processe alhioer voer scepenen van Loven, hangende ombeslicht en(de) dat soe verre de voers(creve) Henrick Vercouteren daerinne namaels worde gecondemneert en(de) nyet voerder, cor(am) Goirts, Schuerbroot, julii ixa.

 

Bij deze een bijzonder boeiende akte.  Claudius Masquelier wordt erin vermeld met verschillende gemeentenaren van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 131v°, akte dd. 12 april 1577.

Item Andries Vuedincx ende Willem Leys, innegeseten(en) der baenderijen van Wesemael, vuyt crachte van zeke(re) procuratie speciael en(de) irrevocable, hem bijden meye(re), scepen(en), kerckm(eeste)ren, heyligengeestm(eeste)ren ende gemeyne innegesten(en) der selver baenderijen gegeven ende gepasseert voer scepen(en) der selver opden iiien. dach feb(rua)rii anno xvc. lxxvii, de welcke den scepen(en) naebeschreven verthoont is geweest, ende waer aff den teneur hier naer volght.

Wij Jan Van Lantrop, meyer der baenderijen van Wesemael, Andries Vuedincx, Jan Van Inthoudt, Willem Leys, Chaerl Verlinden, Jan Poertmans, Isacq Van(den) Panhuyse, scepen(en), die voirn(oempden) Willem Leys ende Glaude Masquelier, kerckm(eeste)rs, Chaerl Verlinden ende Jaspar Schellens, heyligeestmeesters, Mertten De Wege en(de) Lenaert Bartholomeus, dienaers, Machiel Vercoutheren, Jacob Reers, Peeter Van Orssaghen, Jan Verelst, Gommaer Van Walsberghen, Jan Weybrechts, Henrick Van Weseren, Jan Vercouteren, Michael de Fine, Aert Schinxen, Jooris Goerts, Jan Verheyden, Wouter De Neute(re), Adriaen Ingels, Jan Vrancx, Andries Vuedincx de jonge, Henrick De Prince, Claes Vercouteren, Henrick Reyncke(re), Jan Boom, Jan Rijnckens met meer ande(re) der voirn(oempde) baenderijen, representeren(de) tgheheel corpus der zelver ende die selve mits desen v(er)langen(de), doen condt een(en) iegelijcken dat wij hebben coniunctim ende divisim ghegeven last ende special bevel irrevocable, ghelijck wij doen mits desen deersamen Glaude Masquelier, Andries Vuedincx, Willem Leys, Jan Van Inthoudt en(de) elcken van hun besunde(re) om inden naem van hun constituanten ende tot behoeff der voirs(creve) baenderijen op te lichten ende op te bueren die zo(m)me van twee hond(er)t rinsg(ulden) eens, elcken van dijen tot xx s(tuvers) Brabants, den stuver tot drije pl(e)c(ken) Br(abant)s, het interest en(de) rente van dijen ter minster lesie der voirn(oempde) Baenderijen te bekennen ende te beloven en(de) hen constituan(ten) ende elcken besunde(re) voer die betalinghe der selver mits oyck hunne naercomelinghen te verobligeren voer alle wetthen ende gerichten daer dese van noode wesen sal ende al in des voirs(creven) es te doene, ghelijck zij constituanten tsamenderhandt oft oyck elck bezunde(re) present en(de) voer ooghen wesen(de), souden mogen oft cunnen gedoen in dijen die saecke speciaelder bevel, waer vereysschen(de), omme met die voers(creve) penninghen te vervallen die groote oncosten, die de voirschreven constituanten hebben moeten leyden voer het vuytstellen van eenen waeghen ende peerden ten dienste van(den) Co(nincklijcken) Ma(jestey)t ende oyck te vervallen die menichvuldige oncosten van(de) soldaeten ende ruyteren, alreede bij hun gheleden, van welcken penn(ingen) zij geconstitueerde sullen moeten doen den constituanten ter manissen goet bewijs, rekeninghe en(de) reliqua, geloven(de) die voers(creve) constituanten en(de) elck besunde(re), zoe voer hun als voer hun naecomelinghen, innegesetenen van Wezemaele voirscreven onwederroepel(ijck) voer goet, vast en(de) gestandich te houden allet tghene des bij hunne geconstitueerde en(de) elck besunde(re) in des voirs(creven) es ghedaen en(de) gebesoingneert zal wordden onder het verbont van hu(n)ne p(er)soon en(de) goeden tegenwoirdich ende toecomen(de), ende in teecken der waerheyt, zoe hebben wij scepen(en) onsen eenighen zeghele aen dese l(ette)ren doen hanghen op desen vierden der maent van februario anno xvc. lxxviitich, in p(rese)ntia verobligeren(de) ende submitteren(de) hunne persoonen der voers(creve) innegeseten(en), p(rese)nt en(de) toecomen(de), hebben bekyndt indivisim Jan(nen) De Wintere en(de) Marie Van Dorne, zijn huysvrouwe, sesse carolus gulden(en) te xx s(tuvers) tstuck, monete curren(tis), erffel(ijcke) rinte) alle jaere opden xiien. dach april te betalen(e) ende inder stadt wissele van Loeven(e) los en(de) vrij van bede, schote, lothe, xe., xxe., ce. ende alle ande(re) penn(ingen) en(de) impositien te leveren infuturu(m) ass(ecutu)m ad mo(bilia) pignus valens duplum et t(antu)m et pot(erun)t redimere elcken carolus g(ulden) d(aer)aff met xvie. ghelijcke carolusg(ulden) inde weerde voers(creven) ende met volle rinte naer rate vand(en) tijde en(de) quytinghe prout, coram Ympens, Goerts, aprilis xiia.

            In de marge.

Op heden van Item Aert Coosmans als getrouwdt gehadt hebbende Marie Van Doirne wed(uw)e wijlen Jans De Wintere, bekindt mits desen de hooftpenn(ingen) ende verloopen der rente van sesse rijnsg(ulden) erffel(ijck), int witte van deser begrepen, behoirl(ijck) gequeten te sijn(e) en(de) affgeleet te sijne bij meyer, schepen(en), kerckm(eeste)ren, heyligeestm(eeste)ren en(de) gemeyne innegeseten(en) der baenderijen van Wesemale, consenteren(de) alsoe ind(er) cassatie van desen, oircoinden hebbe ick dit geteekent oft doen teeckenen den xven. februarii a(nn)o 1601.

Aert Merten Coosemans en(de) dit hebbe ick ghetekent inden naeme van mijnen vader Aert Coosmans en. dit in p(re)sentie en(de) consent van mijnen vaeder.

Senten(tiatum) p(er) Laurentiu(m) Boes(en) procur(ator)em pred(ict)i Jo(hann)is, coram Schoerbroot, Goirts, decembris xxxi., a(nn)o lxxx.

Senten(tiatum) p(er) Laurentiu(m) Van Boesen tanq(uam) procur(ator)em pred(ict)e Marie Van Doirne, coram Liedekercke, Liebrechts, septembris xxv., anno xvc. lxxxi.

 

Nog eens Claudius Masquelier die een huis en een beemd onder Rotselaar verhuurt aan Gregorius Ourogge (Aurocx).  Het zal je al wel opgevallen zijn dat eenzelfde woord of naam op verschillende manieren wordt geschreven, zoals Masquelier en Masculier, Loven en Loeven of Rotselaer en Rotsselaer (met dubbele s), maar soms zou je kunnen denken dat het om een tikfout gaat (wat ik overigens soms niet uitsluit), maar in dit geval staat er wel degelijk craweye i.p.v. carweye.  Soms zijn de vervormingen minder herkenbaar, zo is Van Bourschoth uiteraard Van Booischot / Van Boeschot.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 104r°, akte dd. 1 maart 1577.

Item Glaude Masculier, rentm(eeste)r van Wesemale, heeft verhuert ende bekinde mits desen in hueringe vuytgegeven te hebben(e) Gorisen Ourogge, die welcke bekinde van(den) voirs(creven) Masculier in hueringe ghenomen te hebben(e), een zijn huys en(de) hoff metten blocke daer aene ghelegen, alsoe tzelve ghelegen is tot Rotselaer, regen(ooten) tsheeren straete ter ee(n)re, Geerardt Van Bourschoth ter iir., die cappelrije van Rotselaer ter iiir. zijden, item noch een stuck beempts, groot omtrent vijff dachmalen, alzoe den selven ghelegen is tot Rotsselaer voerschreven, ter plaetssen geheeten Inde Hage, regen(ooten) de Dijle ter ire., sheeren strate ter iir. ende derffgenaemen Jans De Pelsmake(re) ter andere zijden, een(en) termijn van sesse jaeren, eenpaerlijck v(er)volgen(de), innegaen(de) ende beghinnen(de) de hueringhe vanden huyse te halff meert naestcomen(de) ende de hueringe van(den) beempde innegegaen zijnde S(in)t Mertensmisse lestleden, jaerlijcx om en(de) voer sessendertich rinsg(ulden) te xx s(tuvers), alle jae(re) in twee termijn(en) te betalen, te wetene de hellicht van(de) voirs(creve) so(m)men van sessendertich carolus gulden(en) tS(in)te Mertensmisse en(de) dande(re) hellicht te halff meert, waeraff den yersten termijn van betalinghe respective verschijn(en) sullen S(in)te Mertensmisse lxxvii en(de) halff meert lxxviii opde conditien en(de) voerweerden naebescreven, te weten(e) dat die voers(creve) huerl(inck) zal schuldich zijn alle jae(re) opden voers(creven) beempt planten zess willige poten en(de) de selve aldaer te houden wassen(e), item dat die voerscreven huerlinck zal schuldich sijn alle specie van materialen naerde(re) en(de) aene te haelen als die voers(creven) Masculier aen tvoers(creven) huys eenich werck, tzij nyeuwe oft oudt, sal willen maken, behoudelijck dat die meeste(re) zal schuldich zijn de dachueren te betalen en(de) den moet van(de) wercklieden te hebben, item dat die voers(creven) huerlinck sal schuldich zijn den voers(creven) m(eeste)re alle jae(re) te doen een craweye met zijn(en) waghen(en) ende peerden tot Loven(e) oft elders alsoe verre als Rotsel(aer) van Loeven(e) ghelegen is, daert den voers(creven) m(eeste)re ghelieven zal, alle welcke conditien en(de) voerwerden hebben de voers(creve) partijen gheloeft tonderhouden en(de) voldoen(e) ass(ecutu)m, coram Ympens, Goerts, martii prima. 

 

Hierbij een akte inzake de verpachting van de (wint)molen op de berg te Wezemaal.  Het is Claudius Masquelier, die optreedt als rentmeester van Jasper Schets, heer van Wezemaal, en in die hoedanigheid de molen voor drie jaar verpacht aan Joannes Bosmans en Catharina Fobelets.  Het betreft een zeer interessante akte !  In de akte worden de conditien en voorwaarden van de pacht vermeld.  Een pareltje voor de plaatselijke geschiedenis.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 102v°, akte dd. 1 maart 1577.

Condt zij een(en) ieghelijcken dat in tegenwoirdich(eyt) der scepen(en) van Loeven(e) ghestaen Glaude Masquelier als rentm(eeste)r ende geco(m)mitteerde hee(re) Jasp(er) Schets, heer van Wesemale, die welcke bekyndt heeft en(de) bekindt midts desen in pachtinge vuytghegeven te hebben(e) Jan(nen) Boschmans ende Catharina Fobeleths, zijn huysvrouwe, die insgelijcx bekynnen in pachtinge ghenomen te hebben(e), den wintmolen des voirs(creven) hee(re) van Wesemale, staen(de) inde prochie aldaer opden berch, eenen termijn van drije jaeren, deen naer dander sonder middel vervolghen(de), waer aff dierste jaer inneghaen sal den iersten aprilis naestcomen(de), elck jaer om en(de) voer twintich en(de) een halff mudden corens, goet en(de) payable, met wanne en(de) vedere wel bereyt, mate van Loeven(e), van drije maenden te drije maenden, te betalen(e) tanq(uam) assecutum, waer aff dierste drije maenden vallen en(de) verschijnen zullen den lesten junii naestcomen(de), opde conditien ende voerweerden voirts naebeschreven, te weten(e) dat zoe verre die pachteren van eenighe termijn(en) in ghebreke wordden bevonden van betalinge, dat alsdan die voers(creven) rentm(eeste)r tot behoeff des voirs(creven) heeren te hemwerts zal moghen nemen ende aenveerden, item es conditie datmen den pachte(re) overleveren zal die steenen vander molen met duymen ende alzoe vele duym steens vanden looperen alsmen bevinden zal, ten eynde van(de) drije jaeren bijden pachteren versleten ende affgemalen te zijn(e), daer voe(re) sullen die selve pachteren gehouden zijn te betaelen van elcken duym twee rinsg(ulden), item sullen die pachteren noch gehouden zijn tonderhouden alle gaen(de) en(de) rueren(de) weercken met zeelen, ijseren wercke inder weerden alsoe men hen tselve bij schatters sal overleveren met inventaris en(de) oyck de zeylen en(de) wat tselve int affscheyden oft ten eynde van drije jaeren sal bevonden wordden argher te wesen dat tselve hen ghelevert is, dat sullen zij ter estimatie vande schatters daer toe ordineren ten coste der voirs(creve) pachteren moeten oprechten ende betaelen(e), item in dijen aen(de) voirs(creven) molen eenighe schade gebeurde bij onwere oft andere gemeyne ongevalle, dwelck die pachters doende hun besten, nyet en souden cu(n)nen ghebeteren, te weten(e) ofter eenighe roeden affwayden ende dat die pachters moesten malen met eender roeden, soe sal die selve pachte(ren) ghestaen mits betalen(de) de hellicht vanden loopen(de) pacht ter tijt toe de selve molen zal weder in state wesen om te malen, ter estimatien oyck van(de) schatters, hun des verstaen(de), denwelcken die pachters oyck sullen betalen, item die selve pachters sullen moeten te vreden zijn metten steenen, alsnu opde voirs(creven) molen staen(de), behalffven dat zij gheen(en) slete van(den) ondersten steen gheven en zullen, tertijt toe mijn(en) hee(re) oft zijn(en) rintm(eeste)re beter co(m)moditeyt hebben sullen om een(en) anderen ten besten prouffijte te coopen, item die voerscreven pachters sullen die voers(creven) molen moeten wachten van vieren en(de) winde en(de) in dijen doer heurlieden negligentie, te weten(e) dat zij die molen nyet in tijts en ontseyden aen(den) voers(creven) molen eenighe schade geschieden, salmen deselve aen hue(ren) p(er)soon en(de) goeden verhaelen, item die pachters sullen gehouden zijn(e) te malen en(de) den goeden lieden te gherieven voer sulcken molste(re) en(de) loon alsmen opde selve molen gewoonlijck is geweest te nemen(e) zonder meer, op arbitrale correctie in dijen men contrarie bevindt, item soe wa(n)neer de rentm(eeste)r bij advyse van moleslagers, timmerluyden oft andere ghelieffde ten coste van mijn(en) hee(re) inde voers(creven) molen yet te doen maecken oft wercken, sullen die voers(creve) pachters den wercklieden doen gherieven, te weten(e) van elcke jae(re) die voers(creven) molen drije daghen te doen stille staen oft bynnen den voers(creve)n termijn neghen daghen tsamen sonder affslach oft cortsele van heurlieden pachtinge ende de welcke drije daghen hij int een jaer nyet en gbruyckt, sullen deselve den voers(creven) hue(re) inden anderen jaeren goet comen, item die pachters sullen gehouden zijn alle specie van ghraen, dwelck van mijns heeren weghen gevallen sal wordden, zal tselve gehouden zijn te doen sonder molstere daer aff te nemen, alle welcke conditien ende voerweerden hebben die voerschreven partijen gheloeft te voldoen(e), obligan(do) et submitt(endo) in forma ass(ecutu)m, coram Ympens, Goirdts, martii prima. 

 

Hieronder een akte met vermelding van Claudius Masquelier enerzijds en Maria Quinget als dochter van Mattheus.  Is deze laatste de zuster van Christophorus en Mattheus junior ?  Waarschijnlijk wel.

In de marge wordt Embert Peeters als rentmeester van Steen vermeld.  Allicht wordt hier de heerlijkheid Steen onder Aarschot bedoeld.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 167r°, akte dd. 14 juni 1577.

Item in teghenwoirdicheyt des meyers ende den schepen(en) van Loeven(e) naebescreven gestaen jouffrouwe Marie Quinget dochte(re) wijlen Mathijs met consente, wille, weten(e) ende overstaende Jans Van Pamele, haers mans, heeft opgedraghen met behoorl(ijcke) verthijdenisse alsulcke sesse carolusg(ulden) erffelijck te xx s(tuvers) tstuck metten verloope der zelver, jaerlijcx vallen(de) ende verschijnende te halff meert, als bij Mathijsen Quinget en(de) zijn mede complicen ghereserveert zijn op een huys metten hove, schueren, stallen, beempden, boomgaerden ende alle ande(re) zijn(e) toebehoorten, groot omtrent drije dachmaelen, gelijck tselve ghelegen is te Bossche onder Langhdorp tusschen de strate aldaer in twee zijden, derffgenaem(en) Franchoys Jooris ter derde(re) ende de goeden Jans Robijns ter iiiir. zijd(en), opden xxven. meert libro xvc. lvi in prima, op haer bij scheydinge en(de) deylinge ghebleven, ghelijck zij opdragersse v(er)claerde, expos(ito) soe is daerinne geghoet ende gheerft geweest ten erffelijcken rechte Glaude Masquelier, rintm(eeste)r van Wesemael, tot zijn(en) eyghen behoeve per mo(nitionem) et sat(is) indivisim et war(as) voer ombelast oft ongealieneert prout, coram Ympens, Goirdts, junii xiiiia.

            In de marge.

Es gebleken van(de) quitan(tie) vanden pontgelde Emberts Peeters, rintm(eeste)r van(den) Steene vand(er) daet junii xiiiia. 1577.

Item Claude Masquelier bekent vuyt handen van Catlijn Houstraten, huysvrouwe Jans Hoevenaerts, eertijts wed(uw)e Carels Andries, ontfangen te hebben de capitale pen(ningen) mette verloopen en(de) costen, d(aer)o(mm)e gedaen en(de) geleden van sesse carolus guldens erfel(ijck), in witte deser begrepen, consenterende inde cassatie met beloefte van ter saecke van dien nyet te eyschen, directel(ijck) nochte indirectel(ijck), onder obliga(ti)e en(de) submissie in forma, actum den tweeden augusti anno 1621.

G. Masquelier.

 

Hieronder een pracht van een akte van verhuring betreffende een pachthoeve met aanhorigheden onder Vosbergen te Werchter, waarbij Claudius Masquelier als rentmeester van de kerk van Wezemaal optreedt namens de verhuurder.  Hij werd hiertoe gemachtigd door Jasper Schets als heer van Wezemaal, Heist(-op-den-Berg) en Grobbendonk, Jan Van Lantrop als meier en Andries Vuedincx en Willem Van Geel als schepenen van Wezemaal.  Een van de voorwaarden was dat de huurder ten behoeve van de kerk van Wezemaal of zijn rentmeester een of twee karweien jaarlijks moest uitvoeren.

De huurder was een zekere Gielis (Egidius) en zijn vrouw Catharina Van Hove.  Spijtig genoeg kon ik de familienaam van Gielis niet met zekerheid lezen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8225, fol. 310v°, akte dd. 30 december 1577.

Condt zij een(en) ieghelijcken dat Glaude Masculier, rintm(eeste)r der kercken van Wezemale, in p(rese)ntia, heeft vuyt crachte van zeke(re) procuratie speciale en(de) irrevocable, hem bij jonch(ee)r Eustaes de Brimeur als gheco(m)mitteerde hee(re) Jaspars Scheytz, hee(re) van Grobbendoncq(ue), Heyscht, Wezemale, etc(etera), Janne Van Lantrop, meye(re), Andries(en) Vuedincx ende Willem Van Ghele, schepen(en) der voirs(creve) baenderijen, ghegeven en(de) gepasseert onder de handt m(eeste)rs Jans Gheens, heurlieden ghesworen clerck, opden xxixen. dach decembris a(nn)o xvc. lxxvii, in desen ghebleken bij maniere van continuatie anderwerff vuytghegeven ende bekindt, mits desen in hueringhe oft pachtinghe vuytgegeven te hebben(e) Gielisen Duylen (?) ende Catlijn(e) Van Hove, zijn huysvrouwe, die welcke insghelijcx van(den) voirs(creven) rintm(eeste)r bekinden in hueringhe oft pachtinghe aenveert te hebben(e) een pachthoff metter schueren, stallen, doffhuyse, landen, beempden ende alle ande(re) hue(re) toebehoirten, der voirsc(reve) kercken toebehoiren(de), ghelijck die zelve hoeve ghelegen is inden dorpe van Werchte(re), ter plaetssen geheeten Vosberghen, ghelijck die voirs(creve) gehuysschen ende hue(re) voersaeten altijts in hueringhe oft pachtinge beseten hebben gehadt ende dat een(en) termijn van sesse jaeren, deen naer dande(re) sonder middele vervolghen(de), innegaen(de) te halff meert naestcomen(de) over een jaer, te weten(e) xvc. lxxix jaerl(ijcx) omme en(de) voer de so(m)me van drije ende tachtentich carolusg(ulden) te xx s(tuvers) tstuck, alle jae(re) te Sintemer(ten)s(mis)se te betalen ende den rentm(eeste)re ten tijde wesen(de) los ende vrij te leveren telcken termijn(e) als verreycte schult, waer aff den iersten termijn van betalinghe verschijn(en) sal S(in)t Mertens(mis)se a(nn)o xvc. lxxix opde conditie ende voerweerden naebeschreven, te weten(e) dat den voirs(creven) win volghen zal het schaerhout vanden boendelen der landen van(de) voirs(creve) kercke, met oyck het schaerhoudt van dbosselken achter de schuere, groot omtrint een halff boendere eens, zijn(en) termijn(e) gheduerende ende dat ten behoorl(ijcken) tijde alst houbaer wesen sal ende zal oyck den win volghen allet fruyt, opde selve goeden wassen(de), item die voirs(creven) win sal schuldich en(de) gehouden zijn zijn(en) termijn(e) gedueren(de), het huys, peertstal ende doffhuys wel en(de) loffelijck tonderhouden van wande van beneden tot boven toe ende de schuere, schaepstal, spinde en(de) hevenboer van wanden ende daken van boven tot beneden, item die voirs(creven) win sal schuldich en(de) gehouden zijn loffelijck te onderhouden die welff grachten en(de) andere grechten vanden landen en(de) voerdelen van bynnen ende van buyten op zijn(en) cost en(de) last ende insghel(ijcx) moeten onderhouden alle straten ende weghen aen(de) goeden van(de) kercken comen(de), oyck alle waterloopen ende grechten ruymen op zijn(en) cost ende lant, item is conditie dat den win sal moeten halen alle die gereetschappe diemen van doen sal hebben int repareren van(de) ticheldaken oft metselrijen, mits hebbende den montcost als hij moet buyten sdorps vaeren en(de) dat soe verre eenighe reparatie gedaen wordt bynnen den voirs(creven) termijn(e) ende anders nyet, en sal schuldich zijn tsiaers te doene der kercken oft rintm(eeste)re eene oft twee carweyden, mits hebben(de) den cost met zijne peerden, item die v(oer)s(creven) win sal schuldich zijn te v(er)legghen die beden en(de) renten, ghaen(de) vuyten goeden vander zelver hoeven, behalven datmen hem tselve sal cortten aen zijn(e) hueringhe, mits daeraff bringen(de) behoirl(ijcke) quitan(tie), item de win sal in zijn leste jaer loffelijck moeten besayen en(de) mesten alle de landen, alsoemen dat boven en(de) beneden schuldich is van doen(e) en(de) als regenooten des sal hem ten somer opt velt volghen deen hellicht van(de) vruchten mits betaelen(de) de hellicht van picken, binden ende ande(re) oncosten ende dande(re) hellicht der kercken oft den win ten tijde wesen(de), theurlieden coste te leveren en(de) en zal egheene beempden moghen besayen in zijne twee leste jaeren, item den win sal schuldich en(de) gehouden zijn jaerlijcx wel en(de) loffelijck te planten en(de) verdornen zesse willighen peten[1], zal noch schuldich en(de) gehouden zijn ten v(er)suecke van(de) kerckm(eeste)rs oft rentm(eeste)re der kercken haerlied(en) van(de) voers(creve) hueringe te doen v(er)sekeren met goede, vaste en(de) solvente borghen voer schepen(en) van Loeven(e) oft Werchte(re), daert en(de) alst den rentm(eeste)re gelieven sal, alle welcke conditien ende voerweerden hebben die voirscreven partijen gheloeft tonderhouden en(de) tachtervolgen in forma, coram Grave, Griecken, decembris penultima.


[1]              Wellicht een verschrijving van poten.

 

Nogmaals de familie Van Lantrop en Claudius Masquelier met zijn echtgenote Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 82v°, akte dd. 24 oktober 1575.

Item in tegenwoerdycheyt des meyers van Loeven, etc(etera), ghestaen Jan Van Lantrop sone wijlen Henricx, wonen(de) te Rotselaer, heeft opghedraghen met behoerlijcker v(er)thijdenissen eenen beempt, groot ontrent vijff dachmalen, ghelijck de plecke ghelegen is te Rotselaer voers(chrev)en, ter plaetsen gheheeten Inde Had(...)e (?), reghen(ooten) de Dijle ter eenre, de heere van Rotselaer ter iier., derffghe(n)aem(en) Jans De Pelsmaker ter iiier. en(de) sheeren straete ter iiiier. zijden, expos(ito) imp(ositi) sunt jure hereditario Glaude Masculier en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, zijn huysv(rouw)e, p(er) mo(nitionem) et war(as) op drije mudden corens en(de) sess rinsgulden erffel(ijck) aen m(eeste)r Henryck Van Haeght prout jure aut, coram Linden, Ketelboetere, octobris xxiiii.  

 

Hieronder een akte met vermelding van nogmaals Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8224, fol. 181r°, akte dd. 20 februari 1576.

Item in tegenwoerdycheyt des meyers, etc(etera), ghestaen Christoffel Wiggers sone wijlen Henricx, heeft opghedraghen met behoirl(ijcke) verthijdenissen drije dachmalen lants wagengoet, gheleghen te Holsbeecke opt Paddeberch velt, reghe(nooten) de heer van Hoolsbeecke ter eenre, derffghe(n)ae(men) Peeters Van Gaele ter iier., Henryck Herheyns ter iiier. zijden, exp(osito) ende Glaude Masculier als rintm(eeste)r der kercken van Wesemael, tot behoeff der zelver kercken, imp(osito) per mo(nitionem) redd(idi)t ende voert meer op drije carolusg(ulden) te xx st(uyvers) stuck, erffelijcke rinte, alle jaere den xxixen. dach decembris te betalen, en(de) dat in plaetse van ghelijcke drije car(olus) g(ulden) erffel(ijck), daer inne Jan Vrancx personelijck verbonden was voer schepen(en) van Wesemaele den xxixen. dach decembris a(n)no xvc. lxxiii et satis et war(as) op een halff mudde rogs aen die van Perck terminis et poterunt redimere naer inhoudt der voerbrieven prout, ghelovende de voers(chrev)en opdraghere obligan(do) et submitten(do) in forma, de voerscreven erffrinte van drije car(olus) gulden erffel(ijck), jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betalen en(de) inder stadt wissele van Loeven los en(de) vrije in forma te leveren infuturum assecutum et casu quo pignora, etc(etera), in forma prout jure aut, coram Grave, Ketelboettere, februarii xxa.

 

Hier nog een akte met nogmaals de vermelding van Claudius Masquelier als rentmeester der Sint-Jobskerk te Wezemaal,

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7468, fol. 168r., akte dd. 20 december 1574.

Item Willem Leys en(de) Glaude Masquelier, beyde kerckm(eeste)rs der kercken van S(in)t Job tot Wesemale, hebben bekindt en(de) bekynnen bij desen aen hen bij Aerde Stijnen, woonen(de) S(in)t Truyden, gelost, gequeten en(de) affgeleet te zijn(e) midts zeke(re) so(mm)e van penn(ingen) de qua sat(is) alzulcke drije carolusg(uldens) erffel(ijck), vallen(de) jaerlijcx den xen. ja(nua)rii als Otto Maes, zijn(e) huysvr(ouw)en en(de) hue(re) borgen met scepen(en) brie(ve)n van Loven(e) in date des xen. ja(nua)rii xvc. ii°. p(er)sonel(ijck) bekindt heeft gehadt sculd(ich) te zijn(e) den kerckmeeste(r)s der voirs(creve) kercken ten tijde zijnde, scelden(de) alzoe de voirs(creve) kerckmeest(er)s den voirs(creven) Aerd(en) Steynen en(de) allen ande(re)n des(er) quytan(tie) behoeven(de), volcomel(ijck) quyte, promitten(tes) nullaten(us) alloqui sed semp(er) sat(is) qualitate qua si quid min(us) et war(as) erga quoscu(m)q(ue) p(ro)ut, cor(am) Angelis, Berthijns, dece(m)br(is) xxa.

 

Hieronder wordt nog maar eens melding gemaakt van Claudius Masquelier als kerkmeester van Wezemaal.  Ik wil er hier wel op wijzen dat Joes De Vroy in feite Joos (Judocus) is en dus geen afkorting van Joannes.  In de akte staat ook “salmen”, dat als “psalmen” bedoeld is. Inzake de psalmen “misere mei deus” en “deprofundus” kan je wel nadere uitleg vinden op internet. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7859, fol. 401r., akte dd. 30 april 1575.

Item meester Joes De Vroy, in p(rese)ntia, oblig(antes), heeft overgegeven Willem(en) Leys en(de) Glaude Masquelier als kerckmeesters van Wesemale alsulcke twee carolus gulden erffelijck als Katlijn(e) Ackermans wed(uw)e wijlen Symoens De Scepe(re) hem bekent heeft voe(r) schepen(en) van Loeven(e) opd(en) ixen. aprilis lestled(en) opd(en) last dat de voerschreve kerckmeesters alle jaere opten Sinte Andries dach sullen doen celebreren een misse van requiem met diaken en(de) subdiaken(en) metten salmen misere mei deus en(de) deprofundus, collecte daer toe dienen(de) voer den aultaer vand(en) Heylighen Cruyse tot Wesemale voer de ziele van wijlen jonch(eer) Henrick Vand(er) Meeren achtervolgen(de) zijn(en) testamente quare cont(ulit) l(itte)ras eodem jure, coram Schoer, Berthijns, ultima aprilis.

 

Hieronder een akte met vermelding van Claudius Masquelier en zijn echtgenote Emerentiana Van Lantrop, die in het bezit werden gesteld van een beemd van een ontrent een dagmaal, gelegen in de Wingebeemden onder Wezemaal, dit door Judocus Van Hove sone Judocus in uitvoering van het testament van wijlen zijn vrouw Adriana Bruelmans, dat op 29 januari 1567 werd verleden voor Matheus Aussens van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 83r., akte dd. 29 oktober 1574.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Joos Van Hove sone wijlen Joos, woenende te Wesemale, heeft vuyt crachte van testamente ende vuytersten wille, hem bij Adriaen(en) wijlen Bruelmans, zijnder huysvrouwen, gegeven ende gepasseert voer hee(r) Matheus(en) Aussens, pastoer der kercken van Wesemael, ende zekere getuygen opden xxix. januarii a(n)no xvc. lxvii, opgedragen met behoirlijcken verthijdenissen een stuck beempts, groot ontrent een dach(mael), gelijck tselve gelegen is opde Wingbeempden bynnen den dorpe van Wesemale, regenoeten tgoidtshuys van Vrouwenperck ter eenre, den Heyligengeest van Wesemale ter tweeder, den Lostick ter andere zijden, exp(osito) imp(ositi) sunt jure hereditario Glaude Masquelier ende Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, per mo(nitionem) et sat(is) obligan(do) et submitt(endo) et war(as) op drije vierendeelen capp(uynen) cheyns aenden heere van Wesemale, tanq(uam) prout jure aut, coram Berthijns, Goerts, octobris xxixa.

 

Hieronder andermaal een akte met vermelding van Claudius Masquelier als rentmeester van de kerk van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 91r., akte dd. 15 november 1574.

Item in tegenwoirdich(eyt) des meyers van Loven(e), etc(etera), gestaen Jan Van Avont sone wijlen Jans, wonende te Bettecum, heeft opgedragen met behoirlijcker verthijdenissen de goeden nabescreven, te weten(e) ierst huys ende hoff met zijn(e) toebehoirten ende landen daeraene gelegen, groot tsamen onderhalff dachmael onder Brugge te Heetvelt tusschen derffgen(aemen) meester Daniels Standaerts ter eenre, Jan Nijs ter iier. ende de strate ter iiier. zijden, item noch een stuck lants, groot ontrint een halff boender der juster maten ombegrepen, onder Brugge gelegen tusschen sheeren strate ter eenre, Paesschijn Brugmans ter iier. ende iiier., Willem De Witte ter iiiier. zijden, exp(osito) ende Glaude Masculier als rentmeester der kercken van Wesemael tot behoeff van(der) selver kercken imp(ositus) per mo(nitionem) redd(idi)t ende voert meer op tweentwintich stuyvers te iii plecken tstuck erffelijck rinte, alle jaere opden xven. dach februarii te betalen ende dat in plaetse van gelijcke xxii stuyvers erffelijck, daerinne Bertholomeus Bijl personelijcken verobligeert was met schepenen brieven van Loven(e) daerop gemaeckt den xven. dach februarii anno xvc. xvii et sat(is) et war(as) op acht stuyvers aen Onser Liever Vrouwen bruerschap tot Bethekem, een pinte wijns der kercken van Bethekem, een halven stuyver den heer van Bethekem, een halven stuyver den heer van Bethekem ende xvi stuyvers erffelijck der weduwen Van Kerbeke terminis et pot(eri)t redimere naer inhoudt van(de) voerbrieven, gelovende de voirscreven Jan Avont ende Anthonyne Van(de) Vinne, sijn huysvrouwe, obligan(do) et submitten(do), oblig(ando) et submitt(endo) in forma, de voirscreven erffrinte jaerlijcx wel ende loffelijck te betalen(e) ende te leveren in futuru(m) ass(ecu)tum et casu quo pignora, etc(etera), in forma prout jure aut, coram Schore, Schoenhoven, novemb(ris) xv.

 

Nog maar eens Claudius Masquelier als rentmeester van de kerk van Wezemaal.  Uit de randvermelding dd. 08.11.1610 blijkt dat hij toen nog steeds rentmeester was.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 121v., akte dd. 24 december 1574.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers van Loven(e), etc(etera), gestaen Jacop De Keysere zone wijle(n) Henricx, woenen(de) inde prochie van Rotselaer, heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse(n) een huys ende hoff metten boegaerde, schueren, stallen, met een block lants d(aer)aen gelege(n), groot tsamen onderhalff dachmael, gelegen te Rotselaer voers(creven), ter plaetsen geheeten Beve[r]sluys tusschen sheeren straete ter ie., derffgenamen Jacops Van Aersschot ter iier., Cornelis Van Grave ter iiier. ende die voirs(creven) opdrager ter iiiier. zijden, gelijck tselve ten erffdo(m)me gehouden wordt vanden hertoge van Aerschot als heer van(den) gronde, exp(osito) ende Glaude Masculier als rentm(eeste)r ende tot behoeff vander kercken van Wesemale imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t terminis ende voirts meer op drije car(olus)g(ulden) te xx st(uyvers) tstuck monete curren(tis), erffelijcke rinte, alle jaeren opten ... [n.v.] martii te betaelen et in cambio quite et libere deliberan(tes) in futur(um) et sat(is) oblig(ando) et submitt(endo) et war(as) voer ombelast prout jure ende dat in plaetse van gelijcke drije car(olus)g(ulden) erffelijck, daerinne met schepenen brieven van Loven(e) daerop gemaeckt opten ... [n.v.], de voirs(creven) Henrick, vadere der opdragers, personelijck aende voirs(creve) kercke verbonden is, geloven(de) de voirs(creven) opdrager oblig(ando) et submitt(endo) de voirs(creve) erffrinte van drije car(olus)g(ulden) jaerlijcx ten voirs(creven) termijne wel en(de) loffelijck te betalen(e) ende als boven los ende vrije te leveren in futuru(m) ass(ecutu)m et casu quo pignora in forma et t(antu)m met conditie dat de voirs(creven) opdrager deselve erffrinte sal mogen lossen ende quyten alst hem gelieven zal, elcken car(olus)g(ulden) d(aer)aff met achthien gel(ijcke) car(olus)g(ulden) inde weerde voirs(creven) ac cu(m), coram Berthijns, Goerdts, decembris xxiiii.

         In de marge.

Opden viiien. novembris anno 1610 heeft Glaude Masquelier als rentm(eeste)r vande kercke van Wezemael verclaert de capitale penn(ingen) van deze drije rinsg(ulden) erffelijck, int witte van dezen begrepen, ontfangen te hebben vuyt handen van Govaert Vroelijcx ende Bartholomeus Terheyden, elck voer hun contingent, te wetene den voers(chreven) Vroelijcx, die drije deelen, ende den voers(creven) Terheyden het vierdeel ende dat al achtervolgende die procuratie, dien den voers(creven) Masquelier was hebben(de) et sic vacat, actum eodem.

G. Masquelier.

 

Andermaal twee opeenvolgende akten met vermelding van Claudius Masquelier.  De eerste akte werd gedateerd op 24.01.1579, doch dit moet een vergissing zijn, want deze in chronologische akten van 1574.  Ik houd het dan ook op het jaar 1574.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 138r., akte dd. 24 januari 1574.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers, etc(etera), gestaen Margriete Opde Brugge dochtere wijlen Claes et Catlijne Tuelincx, gehuysschen als zij leeffden, met consente, wille, wete ende overstaene Jans Duym, haers mans, woenende tAersschot, hebben opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse een stuck eussels, groot drije dachmael, gelijck tselve ombegrepen der maten gelegen is te Bossche onder die heerlich(eyt) van Bleesbeke, regenoten Jan Kenens ter eenre, Marie Borremans ter iier., de strate ter derder ende de kynderen Luyten ter iiiier. zijden, gelijck tselve ten erffdo(m)me gehouden wordt vanden heer van Bleesbeke als grontheer, exp(osito) ende Glaude Masquelier imp(ositus) p(er) mo(nitionem) reddidit ende voert meer op zess car(olus) g(ulden) te xx stuyvers tstuck ende vijff gelijcke stuyvers, erffelijcke rente, alle jaere opten xxiiiien. januarii te betalene ende inder stadt wissele van Loven los ende vrije van bede, schote, lothe, xe., xxe., ce. ende ende alle andere penn(ingen) ende impositien te leveren infuturu(m) et sat(is) et war(as) op tderdendeel van eenen cap(puyn) aenden grontheer terminis et pot(eri)t redimere met hondert car(olus)g(ulden) te xx stuyvers tstuck, monete pred(ict)e ac cu(m), gelovende de voirscreven gehuysschen obligan(do) et submitt(endo) in for(ma), de voirscreven erffrinte van sess car(olus)g(ulden) vijff stuyvers erffelijck jaerlijcx ten termijne(n) voirscreven wel ende loffelijck te betalen(e) ende te leveren inf(uturu)m assecutu(m) et casu quo pignora, etc(etera), in for(ma) prout jure aut, coram Angelis, Berthijns, januarii xxiiii., 1579 (!).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223 fol. 138v., akte dd. 24.01.1574.

Item Jan Van Landen sone wijlen Jans, Elizabeth Vander Cameren, zijn huysvrouwe, woenende te Holsbeke, ende Peeter Van(der) Cameren zone wijlen Peeters, woenende te Winge bij Gempe, oblig(antes) et submitt(entes) in forma, hebben bekindt ind(ivisi)m Glaude Masculier twee car(olus)g(ulden) te xx st(uyvers) tstuck, maete curren(tis), erffelijcke rinte, alle jaere opten xxiiiien. dach januarii te betalen(e) ende inder stadt wissele van Loven(e) los ende vrij van bede, schote, lothe, xe., xxe., ce. ende alle andere penn(ingen) ende impositien te leveren infuturu(m) assecutu(m) ad mo(nitionem) pignus valens duplum et t(antu)m et poterint redimere met xxxii car(olus)g(ulden) tstuck monete pred(ict)e ac cu(m) et primus, coram Berthijns, Goirts, januarii xxiiii.

Senten(tiatum) p(er) p(re)d(ictu)m Masquelier, cor(am) Grave, Loenis, junii ia., xciii.

            In de marge.

Ick ondergeschreven kenne mits desen ontfangen te hebben vuyt handen Guillamus Timmermans de capitale penn(ingen) mette verloopen der rente van twee rijnsguld(en) erffel(ijck), int witte deser begrepen, consenteren(de) alsoe inde cassatie der voirs(crev)e rente, promittens nullatenus alloqui sed semper satis contra quoscumq(ue), oircond(en) hebbe ick dit geteekent den xviien. decembris 1613.

G. Masquelier.

 

Voor de afwisseling nog maar eens Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 159v., akte dd. 14 februari 1574.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers, et(cetera), gestaen her Jan Huens, priestere, heeft opgedragen met behoirlijcke v(er)thijdeniss(en) eenen boogaert, groot een dachmael ende drije vierendeelen ombegrepen der maten, gelegen te Wesemale in dEecke, reg(enot)e dEeckstraete ter ie., Willem De Moer ter iier., tgemeyn broeck ter iiier. ende Joes Van Hoeven ter iiier. zijden, item noch de hellicht van drije dachmael bempts ombegrepen der maten, geheeten die Groote Breeme, reg(enot)e derffgenamen Aerdts Vlasselaers ter ie., exp(osito) imp(ositus) est jure hered(itari)o Glaude Masculier p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) op sheeren chijns van(den) gronde terminis tanq(uam) prout jure aut, cor(am) eisdem. 

 

Nog eens Claude Masquelier als rentmeester van de kerk van Wezemaal.  De invloedssfeer van de kerk van Wezemaal reikte blijkbaar redelijk ver, zelfs tot Neerlinter achter Tienen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 281r., akte dd. 09.05.1575.

Item Aerdt Haezen zone wijlen Aerdt, woenende te Neerlinter, in presentia, oblig(antes) et submitt(entes), heeft geloeft broederen Franchen Bastijns inden naeme ende tot behoeff Marie Bastijns wed(uw)e Joes Geselle van en goensdage naestcomende over acht dagen op te bringen(e) ende te namptizeren tweentwintich rinsg(ulden) x st(uyvers) eens voerde hootpen(ningen van(de) hellicht van ii ½ rinsg(ulden) erffelijck, der kercken van Wesemale co(m)peterende, ende oyck dachterstellen der selver rente mette costen van rechte daero(m)me gedaen, mitsgaders oyck xiii stuyvers eens ter saken van sekere costen van eenen voir djaer lxxiii assecutu(m), consenterende de voirs(creven) Haezen dat in soe verre hij den voirs(creven) dach van betalinge laet overstrijcken sonder betalen, dat die voirscreven wed(uw)e mette brieven van proclamatien opden naeme Glaude Masculier, rentm(eeste)r der voirs(creve) kercken, onlancx verworffven die goeden des voirs(creven) Haezen, beyde have ende erffve, zal mogen executeren ende vercoopen theurder beliefften, cor(am) Berthijns, Goirts, maii ixa. 

 

Nog eens Claudius Masquelier, maar er is een tegenstrijdigheid met een andere akte.  In de eerstvolgende akte staat dat hij de zoon is van eveneens Claudius.  In de akte van 5 augustus 1587 van het register 8228 op folio 206r. staat dat hij de zoon is van Joannes.  In totaal gaat het om vier opeenvolgende akten.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvlier, register nr. 8223, fol. 302r., akte dd. 03.06.1575.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende den schepen(en) van Loven(e) naebes(creven) gestaen Glaude Masculier soene wijlen Glaude, rintm(eeste)r van Wesemale ende woenende aldaer, heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse een stuxcken bempts, groot ontrent een dachmael ombegrepen der maeten, gelegen tot Wesemael voirscreven aende Breyn, regenoten die wed(uw)e Henricx Van Vlasselaer ter eenre, Henrick Van Wesere ter iir. ende sheeren strate ter iiir. zijden, expos(ito) soe is daerinne gegoet ende geerft ten erffelijcken rechte die voirs(creven) Henrick Van Wesere, woenende te Wesemale voirs(creven), p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) op eenen capp(uyn) ende sekere pen(ningen) en(de) scellin(gen) sheeren chijns van(den) gronde terminis tanq(uam) prout, cor(am) Schoonhoven, Berthijns, junii iiia.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 302v., akte dd. 03.06.1575.

Item die voirs(creven) Henrick Van Wesere, in p(rese)ntia, verobligeren(de) ende submitt(erende) sijn(en) p(er)soen en(de) goeden, heeft bekyndt den voirs(creven) Glaude Masculier, rentm(eeste)r van Wesemale, twintich silvere pen(ningen), geheeten stuyvers, loopende munte, erffelijcke rente, alle jaer opten iiien. junii te betalen ende den voirscreven) Glaude los ende vrij te leveren in futuru(m) assecutu(m) ad mo(nitionem) pignus valens duplu(m) et t(antu)m, met conditie dat die voirs(creven) bekynder die voirs(creve) rente sal mogen lossen ende quyten alst he(m) gelieven sal teender reysen met achthien carolusg(ulden) ende met volle rente, cor(am) eisdem.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 302v., akte dd. 03.06.1575.

Item Glaude Masculier als rentm(eeste)r ende kerckm(eeste)r der kercken van Wesemale ende he(m) daer voir sterckmakende, in p(rese)ntia, heeft bekyndt ende bekyndt mits desen hem bij Marie Pastijns wed(uw)e Joes Geselle ende Aerden Haesen weduwer Marie Gesellen volcomelijck affgeleet ende gequeten te sijne alsulcke ii ½ r(ins)g(ulden) erffelijcke rente, jaerlijcx verschijnende opten iiien. martii als Willem wijlen Gesellen ende sijne huysvrouwe met schepen(en) brieven van Loevene, daerop gemaeckt opten iiien. meer a(n)no xvc. iiii°. p(er)sonelijck tot behoeff der voirs(creve) kercken hebben bekyndt gehadt, scheldende alsoe der voirs(creve) Marie ende Aerden ende alle andere quitancie behoevende daeraff volcomelijck quyte, gelovende he(m) daeraff nemmermeer aen te spreken noch te vexeren voir gheene gerichten, maer altijts tegen eenen iegelijcken garrant te sijne ende altijts genoech te doene, cor(am) eisdem.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8223, fol. 302v., akte dd. 03.06.1575.

Item Glaude Masculier als rentm(eeste)r ende kerckm(eeste)r der kercken van Wesemale ende he(m) daer voir sterckmakende, in p(rese)ntia, heeft bekyndt ende bekyndt mits desen hem bij Marie Pastijns wed(uw)e Joes Geselle ende Aerden Haesen weduwer Marie Gesellen volcomelijck affgeleet ende gequeten te sijne alsulcke ii ½ r(ins)g(ulden) erffelijcke rente, jaerlijcx verschijnende opten iiien. martii als Willem wijlen Gesellen ende sijne huysvrouwe met schepen(en) brieven van Loevene, daerop gemaeckt opten iiien. meer a(n)no xvc. iiii°. p(er)sonelijck tot behoeff der voirs(creve) kercken hebben bekyndt gehadt, scheldende alsoe der voirs(creve) Marie ende Aerden ende alle andere quitancie behoevende daeraff volcomelijck quyte, gelovende he(m) daeraff nemmermeer aen te spreken noch te vexeren voir gheene gerichten, maer altijts tegen eenen iegelijcken garrant te sijne ende altijts genoech te doene, cor(am) eisdem.

 

In de onderstaande akte wordt melding gemaakt van Claudius Masquelier, rentmeester, en Joannes Van Bets, beiden kerckmeesters van Wezemaal, die eigendommen in erfpacht uitgaven aan Marcus Vanden Berge en Elisabetha Van Oisterwijck.  De goederen waren gelegen te Betekom onder het gehucht Moorsum (in de tekst aangeduid als Morsam).  Een van de aangehaalde regenoten was Jan Meusis (Meusens).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8222 fol. 25r., akte dd. 24 juli 1573.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers van Loven(e), etc(etera), ende den schepen(en) nabescreven gestaen Glaude Masculier, rentm(eeste)r, ende Jan Van Betz, beyde als kerckm(eeste)ren der kercken van Wesemale, hebben vuytgegeven ende bekinnen midts desen ten erffvuytgegeven te hebben(e) Mercken Van(den) Berge ende El(isabe)t Van Oisterwijck, zijn huysv(rouw)e, voer hun, hunne erffven ende nacomeling(en) huys ende hoff metten schueren, stallingen en(de) alle ande(re) zijne toebehoorten, staende ende gelegen te Betekem te Morsam, met vijff stucken landts d(aer)ane gelegen, houdende tsamen ontrint vier boenderen, regen(oten) Jan Standaerts oistweerts ter eenre, Marquerijn de Bastita ende Jan Meusis noortweerts ter iire., derffgen(aemen) Jans Gooris ter derde(re), derffgen(aemen) Aerdts Gooris ter vierde(re) ende de strate ter vijffde(re) zijden,, item noch twee boenderen landts vanden sess boenderen landts, d(aer)aff die andere vier boenderen leen zijn op dande(re) zijde vand(er) straten, tegen die voers(creve) huyssinghen gelegen, metten putte d(aer)op staen(de) tusschen de voerscr(eve) vier boenderen leens ter eenre, sheeren strate ter tweede(re) ende derde(re), Jan Brugmans ende) Jan Standaerts ter iiiire. zijden, gelijck die selve goeden gelegen zijn onder den hee(re) vander Bruggen, item noch drije stucken erffs onder landt, bossch ende eussele, al aen een gelegen, geheeten de Dutsinge, ende den Cranemortel, gelegen onder de heerlicheyt van Stade tusschen derffgen(aemen) Willems Verelst ter eenre, derffgen(aemen) Jans Grieten, Willem Abels ter ande(re), Jan Nijs ter derde(re) ende der cappellen van Hersselt goeden ter vierdere zijden, erffelijck te houden(e) en(de) te besitten(e) opt recht ende commeren daer te voren vuytgaende, te wetene op vier carolusg(uldenen) x ½ st(uyvers) chijns aen diverssche persoonen) ende op zekeren last van peertskeuren ende bede, terminis ende vert meer op thien carolusg(uldenen) te twintich stuyvers stuck, monete curren(tis), erffelijcke rinte, alle jae(re) opden xxiiiien. dach julii te betalen ende tot Wesemale los ende vrij van bede, schothe, lothe, xe., xxe., ce. ende alle ande(re) penningen ende impositien, alreede opgestelt oft namaels te stellen, te leveren in futurum, et satis die voers(creve) kerckmeesters vuyt crachte hunder commissien ende die selve goed(en) gewarandeert als boven, behalffven dat die voerscreven gehuysschen de selve rinte van thien carolusg(uldenen) erffelijck sullen mogen lossen ende quyten alst hun gelieven sal, teen(e), twee oft drije malen, te weten(e) de twee yerste reysen telcken drije carolusg(uldenen) erffel(ijck) ende elcken carolusg(ulden) d(aer)aff met sesthien gel(ijcke) carolusg(ulden) inde weerde voers(creven) ende met volle rinte naer rate vander quyting(en), geloven(de) die voers(creve) gehuysschen oblig(ando) et submitten(do) in forma de voers(creve) erffrinte van thien carolusg(uldenen) erffelijck jaerl(ijcx) wel ende loffelijck te betalen ende als boven te leveren, erffel(ijck) in toecomen(de) tijden, telcken termijn(e) als verreycte schult, prout jure aut, coram Ketelboete(re), Maelcote, julii xxiiiia.

 

Nog maar eens Claudius Masquelier als rentmeester van de kerk van Wezemaal.  Het betreft een akte van evictie die haar oorsprong vond in een schuld, die reeds dateerde van 20 juni 1513.  Jan Stierkens en zijn echtgenote Margriete Van Lymberge bekenden toen een schuld van één gulden of 20 stuivers aan Jan De Wesere en Jan Coppens als toenmalige rentmeesters van de kerk van Wezemaal.  Omdat de schuld niet vereffend werd, ook niet door hun dochter Joanna Stierkens en schoonzoon Silvester Everaerts, zat er niets anders op dan te laten overgaan tot beslaglegging en openbare verkoop van eigendommen die Silvester Everaerts (toen al weduwnaar van Joanna Stierkens) in vruchtgebruik had.  In de akte komt de overgang van 1573 naar 1574 tot uiting.  De eerste verkoopdag was op 09.03.1573.  De aankonding (de conde) werd gedaan door de stadsbode Hendrik Scherps op 27.03.1573 ten huize van Silvester Everaerts, maar hij was niet thuis en daarom werd de conde gedaan bij één van de buren, dit om te Leuven te verschijnen op 17 april, jawel, 1574 na Pasen.  In de akte wordt mooi geïllustreerd dat de jaarwisseling gebeurde met Pasen.  De goederen werden gekocht door Jasper Schellens.  Een akte van evictie komt meestal nogal langdradig en chaotisch over, doch er ging altijd een hele procedure aan vooraf.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8222, fol. 255v., akte dd. 17 april 1574 (na Pasen).

Allen den ghenen die dese l(ette)ren sullen zien oft hooren lesen, wij Grave, Ketelboetere, Winge, Winde, schepen(en) van Loven(e), saluyt. Alzoe voertijden den xxen. dach junii a(nn)o xvc. derthien(e) aldaer Jan Stierkens sone wijlen Anthonis ende Margriete Van Lymberge, zijn(e) huysv(rouw)e, woonen(de) te Wezemale, gecom(pareer)t zijnde, hebben aldaer bekindt schuldich te zijn(e) Janne De Wesere ende Janne Coppens, doenterijt meesters der fabrycken en(de) kercken, een(en) rinsg(ulden) erffelijck, daeraff Silvester Everaerts, weduwer van Jehenne Stierkens dochtere wijlen Jans ende in dijen qualiteyt hen gedragen hebben(de) als erffgen(aemen) desselffs wijlen Jans, in gebreke zoude zijn va(n) betalinge en(de) vasticheyt vanden voers(creven) rinsg(ulden) oft xx st(uyvers) erffelijck metten achterstellen ter causen van dijen verschen(en), soe heeft Glaude Masquelier, rintm(eeste)re der voers(creve) kercken va(n) Wezemale, vuyt crachte van(de) v(oer)s(creve) schepen(en) brieven van Loven(e) ten eynde om te comen tot voldoeninge van dijen met coste en(de) comme(re) daeromme gedaen en(de) te doene, versocht assisten(tie) va(n) rechte om in zijn gebreck opde goeden des voers(creven) Silvesters als tochtenaer van Jehenne Stierkens te verhalen(e), waeromme den zelven rintmeeste(re) van deser stadt van Loven wegen navolgende der provisien bij onsen hee(re) den keyse(re) als hertoge va(n) Brabant, der stadt van Loven(e) op dexecutie vanden schepen(en) brieven der zelver gegeven zekere oepen(e) brieven aen allen richteren, officieren en(de) dienaeren slandts van Brabant addresseren(de), dienende aenden meye(re) van Wezemale opten xxviiien. septembris a(nn)o xvc. lxxiii, geaccord(eer)t ende verleent zijn geweest op ende over alle de goeden vanden v(oer)s(creven) Silvester voer zijn tocht, soe waer die bynnen den lande van Brabant buyten vrijen hooftsteden gelegen waren oft mogen zijn, en(de) den v(oer)s(creven) Silvester bijden meye(re) va(n) Wesemale voers(creven) tegen den xiiien. octobris a(nn)o lxxiii ingevalle hen tegen de v(oer)s(creve) brieven wilde opponeren dach va(n) rechte, bescheyden tegen zekeren daertoe gelegen(e) dage van rechte te compareren ende doen, soe de zelve brieven innehouden(de) zijn en(de) Vleesch(ouwere) voerd(en) ged(aeghd)e compareren(de), versocht visie en(de) d(...) ?, etc(etera), en(de) dimp(etran)t der v(oer)s(creve) oepen(e) brieven oyck compareren(de) en(de) trecht voerts versuecken(de), gebleken zijnde trelaes en(de) dach bescheyden van(den) voers(creven) meye(re) van Wesemale onder zijn hanteecken(en) gedaen, soe dat bij vonnisse der schepen(en) van Loven(e) opten xiiien. dach februarii a(nn)o xvc. lxxiii stilo Braban(tie) gewesen wordde dat midts den voerdilayen en(de) vercleren van wegen des ged(aeghd)e, in desen gedaen, etc(etera), de gedaeghde den imp(etran)t va(n) zijn(e) heyschen zal schuldich zijn te voldoene oft accorderen(e) voerdere brieven executoriaele ende vuyt crachte van welcken vonnisse den v(oer)s(creven) imp(etran)t tzijn(der) versuecke ande(re) deser stadt brieven van proclamatien, addresscheren(de) aenden yersten deser stadt boden, daerop v(er)socht zijn(de), geaccordeert zijn geweest om voer des v(oer)s(creven) impetrants gebreken midts nyet voldoeninge der zelver, te wetene de tochte van een(en) huys en(de) hove met allen den anderen toebehoorten, gelijck die zelve goeden onbegrepen der maten gelegen onder Wezemale, toebehooren(de) Silverster Everaerts, regen(ooten) sheeren strate ter eende(re), derffgen(aemen) Mertens Vercoutheren ter tweede(re), Henr(ick) Stierkens ter derde(re) en(de) tHulselaren Velt ter vierde(re) zijden, en(de) waranderen(de) de v(oer)s(creve) goeden belast te zijn(e-) met sheeren chijs van(den) gronde, te wetene onderhalffven capp(uyne) en(de) xvii pen(ningen) Lovens aen(den) hee(re) va(n) Wezemale, noch zeven stuyvers aen(de) erffgen(aemen) Karels wijlen Berckmans, item aen(den) Heyligengeest van Wezemale onderhalffven cappuyn(e), soe verre men bevindt daervuyt te gaene, item aen derffgen(aemen) Aerdts De Pelsmake(re) twee gulden(en) en(de) thien stuyvers erffelijck, die v(oer)s(creve) goeden ter kercken geboden en(de) proclamatien te mogen stellen en(de) op hoogen de voers(creve) tochte te vercoopen(e), dewelcke naer forme en(de) maniere der zelver brieven en(de) provisien deser stadt, als voe(re) verleent bij Henricke Scherps, deser stadt bode en(de) executeur, tot behoorl(ijcke) executie bij diverssche proclamatien en(de) kerckgeboden, tot Wezemale gedaen, ende de cedullen opde kerckdoe(re) aldaer geaffigeert en(de) diverssche coopdagen tot Wezemale, den yersten den xien. dach va(n) meerte en(de) den tweeden den xxviien. dach va(n) meerte a(nn)o xvc. ende lxxiii stilo Braban(tie) daerop gehouden geweest zijn(de), gestelt zijn geweest, soe dat dijen achtervolgen(de) de tochte van(de) voers(creve) goeden vercocht en(de) ten vuytgaen(e) vander brandender keerssen Jasparen Schellens als meest voerde voers(creve) tochte geboden hebben(de), gebleven zijn geweest ende dat voer negen ringsg(uldenen) en(de) thien stuyvers eens, naer alle welcke exploicten soe behoorlijck gedaen zijnde, die voers(creven) Henrick Scherps, bode, ten v(oer)s(creven) dage van xxvii. meerte a(nn)o xvc. lxxiii stilo Braban(tie) geweest ten huyse des v(oer)s(creven) Silvesters en(de) hem nyet thuys gevonden ende alsoe aen een(en) van zijn(e) gebueren daer tegen ove(re) de conde gedaen tegen den voers(creven) xxviien. meerte ingevalle va(n) oppositie dach bescheyden, te compareren den xviien. dach aprilis a(nn)o xvc. lxxiiii naer Paesschen tot Loven(e) voer schepen(en) aldaer ten eynde om te sien en(de) hooren interponeren tdecreet op ende ove(re) de voers(creve) vercochte tochte oft alsdan daertegen te seggen en(de) allegeren reden(en) daeromme tselve nyet en soude behooren te geschieden, met inthimatie soe verre zij nyet en quamen, datum hunder absen(tie), nyetegenstaen(de) totter interpositien vanden decrete der v(oer)s(creve) goeden en(de) tochte des versocht wesen(de), voerts procederen zoude, soemen bevinden soude te behooren(e) ende tegen den zelven dage ende tijde den voers(creven) Jaspar Schellens, coope(re) der v(oer)s(creve) tochte gedaeght wesende, ten eynde die overleverin(ge) van(de) penningen der voers(creve) tochte te gebeuren, tot welcken dage compareren(de) die v(oer)s(creven) Glaude Masculier als vercoope(re) ten eynde ter interpositien vanden voers(creven) decrete der voers(creve) tochte geprocedeert te wordden(e), welcken naervolgen(de) versocht die v(oer)s(creve) imp(etran)t vercoope(re) en(de) Jaspar Schellens, coope(re), voerts geprocedeert te wordden(e) om tot behoorl(ijcke) guedinge der voers(creve) tochte te mogen comen(e), doen te weten(e) dat oversien en(de) gevisiteert bij ons schepen(en) van Loven(e) voers(creven) wel ende int lange die v(oer)s(creve) schepen(en) brieven die voergenoepde erffrinte van twintich stuyvers erffelijck metten achterstellen v(oer)s(creven), tvonnisse van decrete daerop gegeven, de brieven van proclamatien metten exploicten daerop van wegen des imp(etran)ts geimpeteert ende verworffven metten exploicten en(de) relatien bijden voers(creven) bode en(de) executeur achtervolgen(de) de voers(creve) brieven en(de) executorien, soe van conden als van dagemen(ten) en(de) anderssints gedaen en(de) tselve ons gebleken en(de) procederen(de), d(aer)omme voerts totter interpositien vanden voers(creven) decrete hebben wij schepen(en) voers(creven) ter manissen smeyers van Loven(e) daer overstaen(de) van heerheyden, van wegen ons g(enadigen) heeren) shertogen van Brabant, bij onsen vo(n)nisse geauthoriseert ende authoriseren bij desen die voers(creve) exploicten, kerckgeboden, proclamatien, vercoopdagen der voers(creve) tochte dijen naegevolght ende alle tgene des in desen bijden v(oer)s(creven) bode ende executeur vuyt crachte vander commissien, hen in desen gegeven, gedaen es geweest, ons decret tot behoeff vanden voers(creven) Jasparen Schelle, coope(re), meest voerde voers(creve) tochte geboden hebben(de) ende leste verdierdere daeraff geweest zijn(de), hebben geinterponeert en(de) interponeren midts desen om die bijden selven Jasparen oft zake van hem hebben(de), beseten en(de) gebruyct te wordden(e), duerende den leven(e) vanden voers(creven) Silvester als tochtenae(re) ende nyet lange(re), behalffven dat die v(oer)s(creven) Jaspar, coope(re), gehouden zal zijn zijne handen te ijdelen vanden penningen, bij hem voerde v(oer)s(creve) tocht geboden en(de) die te leveren in handen vanden vercoopere ende is desen achtervolgen(de) die voers(creve) Jaspar Schellens bijden v(oer)s(creven) meyere van Loven(e) van wegen als boven tot zijnder manissen en(de) onsen wijsdomme inde v(oer)s(creve) tocht als boven behoorlijck gegoedt en(de) geerft geweest met alle solempniteyten d(aer)toe van rechts wegen gerequireert wesen(de), en(de) hieraff heeft die v(oer)s(creven) imp(etran)t geloeft altijts den voers(creven) Jasparen te voldoene en(de) waranderen van alsoe vele pennin(gen) als de selve imp(etran)t ter causen vander v(oer)s(creve) tochte als boven v(er)cocht ontfangen heeft gehadt en(de) nyet voerdere, alsoe dat den v(oer)s(creven) Jasparen genoech zal mogen zijn, act(um) xviia. aprilis a(nn)o xvc. lxxiiii naer Paesschen.

 

Andermaal een akte met vermelding van Claudius Masquelier waarin we vernemen dat hij niet alleen kerkmeester van de kerk te Wezemaal was, maar ook rentmeester van de heer van Wezemaal.  Ditmaal verhuurt hij in naam van de heer van Wezemaal voor drie opeenvolgende jaren de windmolen op de berg (of Berg) te Wezemaal aan Joannes Bosmans, zoon van Hubertus en man van Catharina Fobelets.  De huurperiode ging in op 01.04.1573 en dit is geen vergissing want het jaar veranderde met Pasen.  Op het ogenblik dat de akte werd verleden, was het reeds na Pasen en dus reeds het jaar 1574.

Interessant voor de lokale geschiedenis !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8222, fol. 300r., akte dd. 7 juni 1574.

Condt zij eenenyegelijcken dat Jan Boschmans sone wijlen Huybrechts en(de) Cath(lij)ne Fobelets, zijn(e) huysv(rouw)e, in p(rese)ntia, hebben genomen ende bekinnen midts desen in hueringe genomen te hebben(e) van Glaude Masquelier, rintm(eeste)re des heeren van Wezemale, die insgelijcx bekinde den selven gehuysschen in hueringe vuytgegeven te hebben(e) desselffs heeren wintmolen, gestaen te Wesemale opden berch, een(en) termijn van drij jaren lanck duerende, deen naer dandere sonder middele vervolgen(de), innegegaen wesen(de) den yersten dach aprilis lestleden, jaerl(ijcx) voe(re) ende omme twintich mudden rogx en(de) een halff goet en(de) payable met wanne en(de) vlogele wel bereyt, mate van Loven(e), alle vierendeel jaers deen vierendeel daeraff te betalen en(de) te Wesemale opt hoff los en(de) vrije in for(ma) te leveren, daeraff dierste vierendeel jaers verschijnen zal den yersten dach octobris a(nn)o xvc. lxxiiii naestcomen(de) en(de) soe voerts va(n) vierendeel jaers te vierendeel jaers totten inden eynde der selver pachtingen, ende dat opde conditien, bijden rintm(eeste)re v(oer)s(creven), daeraff gemaect en(de) daeroppe hij deselve molen den gehuysschen heeft verhuert, geloven(de) de selve conditien in alle zijn(e) poincten te voldoene en(de) tachtervolgen(e) ende de selve molen ten eynde zijnder pachtingen te leveren, gelijck die bijden gesworen molenslagers opden yersten dach aprilis lestleden geschat is geweest, obligan(do) et submitten(do) hinc inde in forma, coram Grave, Maelcote, junii viia.

 

Hieronder nogmaals een akte met nogmaals een vermelding van Claudius Masquelier als kerkmeester en rentmeester van de kerk te Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8221, fol. 253v., akte dd. 8 juni 1573.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers van Loven(e), etc(etera), gestaen El(isabe)t Trisseneers wed(uw)e Goerdts Pasteels vuyt crachte van zekeren testamente ende vuytersten wille, haer bijden voerscreven Goerden, haeren man, gegeven ende gepasseert voer schepen(en) van Nieuwrode opden xxiiiien. dach meert a(nn)o xvc. lxviii stilo Braban(tie), onderteeckent J. Va(n) Ghele, heeft opgedragen met behoorl(ijcke) verthijdenisse huys ende hoff, twee boomgaerd(en), weyden, groot ontrint vijff dachm(aelen) onbegrepen der maten, gelegen te Nieuwrode, regen(ooten) sheeren strate ten twee zijden, Jan Blanckaerts ter derdere ende Sebastiaen Leeners ter vierdere zijden, gelijck tselve ten erffdomme gehouden wordt van(den) heere van Nieuwrode als grondthee(re), exp(osito) ende Glaude Masculier als kerckm(eeste)r ende rintm(eeste)r vander kercken van Wesemale inden name ende tot behoeff der selver kercken, imp(ositus) per mo(ntionem) redd(idi)t ende voert meer op twee carolusg(uldenen) te xx st(uyvers) tstuck, monete curren(tis), erffel(ijcke) rinte, alle jae(re) opden xixen. dach januarii te betalen ende dat in plaetse van gelijcke twee gulden(en) erffelijck, daerinne Anthonis wijlen De Pelsmaecke(re) p(er)sonel(ijck) verbonden was met schepen(en) brieven van Loven(e) daerop gemaect den xixen. dach januarii li(br)o xvc. xxxiii in prima, ende bijder voerscreven Elizabeth alhier besedt wordt in plaetse van twee rinsg(uldenen) erffel(ijck), die Goerdt wijlen Pasteels, hennen man saliger, personel(ijck) geldende was met schepen(en) brieven van Loven(e) daerop gemaect den yersten meert li(br)o xvc. lvi in 3a. et sat(is) et war(as) op drije carolusg(uldenen) aen(de) kercke van Wesemale voers(creven), een mudde rogx aen Janne Blanckaerts voers(creven) ende sheeren chijns van(den) gronde terminis et poterit redimere elcken carolusg(ulden) daeraff naer inhoudt van(den) voerbrieven den penninck xviii, geloven(de) de voers(creve) wed(uw)e oblig(ando) et submitten(do) ac renu(n)t(iando) privilegio velleani de quo certiorata in forma, de voers(creve) erffrinte van twee carolusg(uldenen) erffel(ijck) jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betalen en(de) als boven te leveren in futuru(m) ass(ecutu)m et casu quo pignora, etc(etea), ad mo(nitionem) assignare alia vel redimere in for(ma) prout, coram Ketelboete(re), Duffle, junii viiia.

 

Hieronder een akte met vermelding van Claudius Masquelier als rentmeester van de kerkfabriek van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8221, fol. 280r., akte dd. 19 juni 1573.

Item Margriete Crabbeels wed(uw)e Joos Van Aerschoth, Jan Leys sone wijlen Huybrechts ende Jan De Pelsmaecke(re) sone wijlen Aerdts, obligan(do) et submitten(do) ac p(re)d(ict)a relicta renu(n)t(iando) privilegio velleani hebben geloeft indivisim Glaude Masculier als rintm(eeste)re vander fabrycken vand(er) kercken van Wesemale tot behoeff vander selver fabrycken te voldoen(e) en(de) volbring(en) alle alsulcke conditien ende gelueften, bescreven in schepen(en) brieven van Loven(e) vander daet des leste daeghs januarii a(nn)o xvc. xxix in media, daerinne Symon wijlen Van Aerschoth personel(ijck) verbonden was ende tot dijen erffel(ijcke) rinte van dertich stuyvers, inde selve brieven begrepen, ten termijn(e) ald(aer) genoempt, jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betalen en(de) te leveren naer inhoudt van(de) brieven voers(creven) ende hieraff hebben geloeft die voers(creve) wed(uw)e en(de) Jan Leys den voergen(oempden) Janne De Pelsmaeckere costel(oos) ende schadeloos tontheffen(e) prout, coram Liedekercke, Winge, junii xixa.

 

In deze akte wordt gesproken van kleinkinderen van Claudius Masquelier en Emerentiana Van Lantrop aan bod. Joannes Van Lantrop, meier van Werchter; en Judocus Van Geel treden als voogden op voor deze kleinkinderen. Spijtig dat de kleinkinderen niet bij naam werden genoemd. De datum van de akte is gebaseerd op de datering van de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7522, folio 65, akte dd. 11 januari 1633.

Transcriptie.

Item m(eeste)r Hendrick Boeyennans tot des naerbes(chreven) staet te doen,

volcomentlijck ghemachticht sijnde met twee diversche procuratien,

hem gegeven respective bij Jan Van Lantrop, meyer van Werchter,

en(de) Joos Van Geele, beyde als momboirs van(de) onbejaerde kindts kinderen

wijlen s(ieu)r Glaude Masquellier ende Emerentiana Van Lantrop,

gehuysschen als sij leeffden, voorden not(ari)s Ph(i)l(ip)s Hollandts en(de sekere

getuyghen opden xiiien. septembris 1632, beyde alhier gesien ende

gebleken, in p(rese)ntia, etc(eter)a, heeft van weghen der v(oor)s(chreve) consti(tua)ten bekendt

dat Francois Chocquier op deser stadt reg(ist)re heeft gelicht de so(mm)e

van hondert drijentseventich rinsg(uldens) eens vuyt eene meerdere so(mm)e

van drije hondert rinsg(uldens), aldaer geconsigneert bij Guilliam Van Brant

in extinctie ende redemptie van xviii r(insguldens) xv st(uyvers) erffel(ijck), consenterende

voorsulcx in(de) cassatie van(de) geheele rente als de resteren(de) pen(ningen) vuyt

gewonnen sijnde, promitt(ens) nullatenus alloqui sed semper satis et

waras erga quoscumque, ob(ligando), etc(eter)a, in forma, coram eisdem.

 

Uit de onderstaande akte vernemen we dat Jacobus (Van) Boeckhorst en Elisabetha Masquelier(s) een zoon Jacobus hadden. Elisabetha Masquelier was op 17.04.1632 alleszins reeds overleden.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7521, folio 252v., akte dd. 17 april 1632.

Item s(ieu)r Jacques Bouckhorst sone s(ieu)r Jacques en(de) van jo(uffrouw)e El(isabe)t Masqueliers, sijne moedere was als sij leeffde, gebruycken(de) die cracht ende macht, hem verleent bijden Raede van B(ra)bant volgen(de) de brieven van octroy daer aff sijnde in date den viien. aprilis 1632, ond(erteecken)t Loyens, alhier gesien ende gebleken, heeft bekendt ende geleden op deser stadt reg(ist)re gelicht te hebben vuyt handen van m(eeste)r Adriaen Van(den) Zande zijn paert ende deel, hem competeren(de) int capitael der rente van xviii r(insguldens) erffel(ijck), getelt bij ende van wegen Michiel Lints, daer aff de constitutie is iiia. decemb(ris) 1610 in 3a., ende der voors(chreve) jo(uffrouw)e El(isabe)t in haere deylin(ge) gevallen den xvi. aprilis 1622, consenteren(de) voorsulcx inde cassa(ti)e der sel(ve) rente voor soo veele sijn paert en(de) deel is aengaen(de), voorder oft anderssints nyet, coram Cruyningen, Appelmans, aprilis xviia., 1632.

In deze akte komt Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier en haar kleindochter Barbara (Van) Boeckhorst aan bod. Deze laatste is de dochter van jonker Jacobus en Elisabetha Masquelier, deze laatste is op haar beurt weer de dochter van voornoemde Claudius en Emerantiana.

Jacobus (Van) Boeckhorst en Elisabetha Masquelier lieten minstens vier kinderen na te weten :

-     Jacobus Bochorst, gedoopt Leuven (Sint-Geertrui) 19.08.1609 (ss. : Jacobus de Locquenghien nomine Isebrandus Boechorst en Emerentiana Van Lantrop).

-     Barbara Bochorst, gedoopt Leuven (Sint-Geertrui) 31.10.1610 (ss. : Robertus Van Voren en Barbara Aulbers).

-     Maximilianus, gedoopt Leuven (Sint-Geertrui) 24.10.1612 (ss. : Maximilanus Wittebort en Anna Masquelier).

-     Petrus Paulus, gedoopt Leuven (Sint-Geertrui) 30.06.1615 (ss. : Christianus Vander Goes noe. de (jonk)heer Oliverius Van Schoonhoven en jonkvrouw Maria de Booms).

De akte geeft een goed beeld van de uitgebreide goederen, waarin zij een deel hadden. Eén passage in de tekst valt mij toch op, met name twee cleyne hoffcruyen aldernaest het backhuys. Ik ga er vanuit dat het hier gaat om kruidtuinen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7522, folio 115r., akte dd. 5 maart 1633.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Jan Brugmans om t' gene naerbes(chreven) staet te doen, volcomentl(ijck) gemachticht sijnde met onwederoepel(ijcke) procuratie, hem gegeven bij jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier, voor haer tocht en(de) bij jo(uffrouw)e Barbara Bouchorst, daer moeder aff was jo(uffrouw)e Elizabeth Masquelier, voorde proprieteyt, voorden not(ari)s Ph(i)lippus Hollandts en(de) sekere getuygen, opden derden dach marty a(nn)o 1633, alhier gesien ende gebleken, bij manisse heeft opgedraeghen met behoorl(ijck)e v(er)thijdenisse het paert en(de) deel der voors(chreve) consti(tuan)ten, competeren(de) inde goeden naerbes(chreven), als eerst huys, schueren, backhuys, boomgaert met twee cleyn hoffcruyen aldernaest het backhuys, geleghen tot Holsbeeck bijde kerck en(de) opden kerckmuer van(den) kerckhoff ter ie., die goeden van mijn heer Creton ter iie. en(de) den voerwech naer Loven, item een block landts, geleghen boven het voors(chreve) huys en(de) boomgaert, groot ontrent drije dachm(aelen), eertijdts wijngaert, regen(oten) s' heeren straete naer Loven ter ie., den bosch des heeren Van Gaele ter andere, item een block landts, eertijdts boomgaert, groot een halff boender, geleghen aen(den) kerckmuer van Holsbeeck, regen(oten) den H(eyligen) Geest aldaer, item drije dachm(aelen) eusels, geleghen aldernaest des Cuesters Bempdt, regen(oten) den voors(chreven) bempdt en(de) des H(eyligen) Geest eussel, item ses vieren(deelen) bempdts, geleghen beneden het Sichtveldt, regen(oten) mijn heer Creton ter ie., mijn heer Van Gaele ter iie., den H(eyligen) Geest ter iiie. en(de) de ses vieren(deelen) landts, toebehooren(de) de voors(chreve) erffgen(aemen) Boven ter iiiie. sijden, item noch een dachm(ael) bempdts, geheeten t' Geerken, regen(oten) mijn heer Creton in iie. sijden, de goeden der erffgen(aemen) m(eeste)r Wauter Remigii ter iiie. en(de) de leygracht ter iiiie. sijden, item ses vieren(deelen) landts, geleghen opt voors(chreven) Sicht Veldt, regen(oten) den bempdt van ses vieren(deelen) ter ie., Jan Huygens ter iie., Jan Van Hoyen ter iiie. en(de) Merten Meynaerts ter iiiie. sijden, item een halff boender landts, sijnde leengoet, item drije vieren(deelen) landts, geleghen opt voors(chreven) veldt, regen(oten) den vaerwech naer Loven ter ie., beneden den voetpat ter iie., de straete, geheeten d' Erm Boedegemstraete ter iiie. en(de) Guilliam Timmermans ter iiiie. sijden, item een dachm(ael) landts, geleghen opt Hasselveldt, regen(oten) die herstraet van Loven naer Dunberghen ter ie., Jan Van Hoyen ter iie. en(de) d' erffgen(aemen) Charles Van(der) Lynden, item een halff boender met een plecke bosch met sekere opgaende eycken, geheeten den Pinpendelle, regen(oten) den bosch Van Gaele, S(in)te Geertruyen landt en(de) S(in)te Claes, groot sijnde een halff dachm(ael) begrepen den bosch, item onderhalff dachm(ael) landts met een(en) ha... [rand] voordel en(de) strunck eycken, regen(oten) die straete lancx die Meersberghen ter ie. en(de) Jan Van Mechelen, item noch een halff boender landts, regen(oten) mijn heer Creton ter ie., d' erffgen(aemen) Jans Beexberghen ter andere en(de) Jan Vercauteren, item vijff vieren(deelen) bosch, regen(oten) den vaerwech van Cortelcke naer Thienen ter ie., den wech van S(in)te Peeters Roede naer Loven ter iie. en(de) d' erffgen(aemen) m(eeste)r Quinten Van Ermeghem ter iiie. sijden, item een dachm(ael) landts, geleghen onder Vlasselaer aen(de) Eyserstraete, regen(oten) de s(elv)e straete ter ie., t' veldt, geheeten de Groote Hellicht Winninghe, ter iie., gen(oem)t Jan Geerts Hoff, item noch een boender, somtijdts landt en(de) somtijdts weyde en(de) een cleyn deel boomgaert, geleghen onder Langhdorp, ter plaetsen geheeten ten Bosch, opde pleyne, den Wauwer, toebehooren(de) d' erffgen(aemen) Jans Looffs ter iie. en(de) Henrick Vlemincx ter iiie., item ontrent een boender landts, geleghen onder Wesemael boven Vuythem aen(den) Coninck tusschen beyden den Varenwech Berch beneden t' Hellegat Bosch, regen(oten Jans Dillemans Block in iie. sijden en(de) s' heeren van Wesemael Hellegat Bosch ter andere, item noch drije vieren(deelen) landts, opt Hulsbaert Veldt geleghen, regen(oten) d' Eeckstraetken aen(de) laserije ter ie., Louys Pyaer bemdt ter iie. en(de) d' erffgen(aemen) Isaack Van(den) Panhuyse ter iiie., item ses vieren(deelen) landts opt s(elv)e veldt, regen(oten) d' erffgen(aemen) Willem Leys en(de) de drije naervolgen(de) vieren(deelen) ter andere, item drije vieren(deelen), regen(oten) die voors(chreve) ses vieren(deelen) den H(eyligen) Geest en(de) d' erffgen(aemen) Anthoon Van Aerschot, item drije vierend(eelen) en(de) derthien roeden, geleghen op d' Aertveldt, regen(oten) Vrouwenperck, item een dachm(ael) bempddts, geleghen opde Winghebempden, regen(oten) die Lostich ter ie., s(ieu)r Guillam Timmernans ter iie. en(de) jo(ncke)r Godefroid de Laistre ter iiie. sijden, item een dachm(ael) bempdts, geleghen opde voors(chreve) Winghe Bempden, regen(oten) die Lostich ter ie., d' erffgenaemen Carel Verlinden ter iie. en(de) den H(eyligen) Geest van Wesemael ter iiie. sijden, item onderhalff dachm(ael) bempdts, geleghen opde Geroede, regen(oten) de Lostich ter ie., Adriaen Rogmans ter iie. en(de) Aert Staes ter iiie. sijden, item vijff vieren(deelen) landts, op het Tremels Veldt geleghen, regen(oten) t' clooster van Auwergem ter ie., Herman Leys ter iie., d' erffgen(aemen) Panhuyse ter iiie. en(de) s' heeren straete ter iiiie. sijden, item drije vieren(deelen) landts, geleghen opt Cleyn Winckels, regen(oten) die straet van Wesemael naer Bapeme ter ie. en(de) jo(ncke)r Laistre ter iie. en(de) iiie. sijden, item een dachm(ael) bosch, geleghen tot Wesemael boven t' Hellegat, die geheel drije dachm(aelen) sijn regenoten t' Veldt ter ie., jo(uffrouw)e Boon ter iie. en(de) s' heeren bosch in iie. sijden, item een eussel, groot drije en(de) een halff dachm(aelen) ofte vier, regen(oten) t' Spickstraetken ter ie., t' gasthuys van Loven ter iie., d' erffgen(aemen) Ph(i)l(ip)s De Sangre en(de) den Penderbempdt, item eene rente van ses guldens erffel(ijck) op Maria en(de) Catharina Van Geele en(de) henne goeden, tot Lubbeeck en(de) S(in)te Peeters Roye geleghen, item xv r(insgulden)s erffel(ijck) op Michiel Van(den) Schriecke en(de) sijne goeden, tot Wesemael geleghen in Deckstraetken, de constitutie is xxii. april 1613 in ia., item noch xvii r(insguldens) erffel(ijck) op d' erffgen(aemen) Willems Aurox en(de) henne goeden, tot Rotselaer geleghen, de constitutie is utima feb(rua)rii 1600 in ia., item vijff guldens erffel(ijck) op Wilem Wittocx en(de) sijn huys binnen Aerschot, ut habetur iia. maii 1680 in ia., item vier guldens x st(uyvers) erffel(ijck) opde goeden goeden Peeters Verbraecken onder Langhdorp  ut h(abetu)r ia. aprilis 1602 in ia., expos(ito) ende François Cocquier, soo voor hem als voor jo(uffrouw)e Charlotte Le Merchier dict Bosquillon, sijne huysv(rouw)e, impos(itus) p(er) mo(nitionem) reddidit op s' heeren chijns van(den) gronde, terminis prout, ende voor meer op eene voortaene rente van tweilff carolus guldens x st(uyvers) erffel(ijcke) rente, alle jaer opden ii. dach marty te betaelen, d(aer)aff d' eerste jaer van betaelinghe sijn sal den derden meert a(nn)o xvic. vierendertich en(de) inder stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolibet assecutum et satis et waras ut supra, gelovende de voors(chreve) geconstitueerde in(de) voors(chreve) qua(litey)t de voors(chreve) rente jaerl(ijcx) ten tijde en(de) termijne voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) te leveren, los en(de) vrije als voor, ass(ecu)tum, ob(ligando), etc(eter)a, in forma, met conditie dat die s(elv)e rente altijdts sal moghen gequeten worden alst de v(oor)s(chreve) consti(tuan)ten gelieven sal t' eender reyse teghen den pen(ninck) xvi en(de) met volle rente, eisdem. 

 

Nog eens Jacobus (Van) Boeckhorst, zoon van Jacobus en Elisabetha Masquelier en nog wel twee achtereenvolgende akten van dezelfde datum. In de tweede akte vernemen we dat Jacobus junior als soldaat in dienst was van de koning van Spanje.

Bron : S.A.L., Inventairis Cuvelier, register nr. 7521, folio 257r., akte dd. 26 april 1632.

Item, p(rese)ntia, etc(etera), gestaen s(ieu)r Jaecques Bouckhorst, tot des naerbes(chreven) staet te doen, volcomentl(ijck) gemachticht sijnde met onwederroepel(ijcke) procura(ti)e, hem gegeven bij Jan Van(den) Hove, woonen(de) tot Binckum, voor den not(ari)s m(eeste)r Henrick Alaerts, resideren(de) tot Thienen, en(de) seeckere getuygen op den xx. dach augusti 1631, alhier gesien ende gebleken, bij manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse een plecxken bempts, soo t' sel(ve) gelegen is tot Cappellen, ter plaetsen genoempt den Crayen Nest, regen(oten) Thobias Van Donck ter ie., Jan Mareyns ter iie., d' erffgen(aemen) Van Vertrijck ter iiie. ende het gasthuys ende die taeffel van Thienen ter andere zijden, expos(ito) impos(itus) die voors(chreven) Jan Mareyns, woonen(de) tot Cappellen v(oor)s(chreven), per mo(nitionem) et satis oblig(ando), etc(etera), in fo(rm)a, et waras op s' heeren cleynen chijns ingevalle daer eenigen op is vuytgaen(de), tamq(uam) prout ende dit om ende voor hondert r(insguldens) eens, bijden vors(chreven) Van Hove ontfangen ingevalle sijnder quytan(tie) de data octob(ris) xiii., 1631, alhier gesien ende gebleken, coram Cruyningen, Willemares, aprilis xxvia., 1632.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7521, folio 257v., akte dd. 26 april 1632.

Item s(ieu)r Jacques Bouckhorst sone s(ieur) Jacques en(de) van jo(uffrouw)e El(isabe)t Masquelier, sijne moeder als sij leeffde, gebruycken(de) in desen de cracht en(de) macht, hem gegeven bijden Raede van Brabant volgen(de) de brieven van octroy de data aprilis viia., 1632, ond(erteecken)t Loyens, alhier gesien ende gebleken, mede vuyt crachte van procura(ti)e, hem gegeven bij jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop, sijne grootmoeder, daer mede sij is affgaende haer tochte, inde goeden der v(oor)s(chreve) jo(uffrouw)e El(isabe)t Masqueliers te deele gevallen, om desel(ve) te mogen belasten met xxxvii r(insguldens) x st(uyvers) erffel(ijck) voor soo veele sijn vijffde paert is aengaende, desel(ve) gepasseert voor den not(ari)s Ph(i)l(ip)s Hollants en(de) seeckere getuyghen opden xxvi. aprilis 1632, alhier insgel(ijcx) gebleken, in p(rese)ntia, etc(etera), heeft bekendt wel en(de) deuchdel(ijck) schuldich te sijn aen Ph(i)l(ip)s Hollants, p(rese)nt en(de) t' selve accepteren(de) inden naem ende tot behoeff van s(ieu)r Jacques Smits en(de) jo(uffrouw)e El(isabe)t Lopes, gehuysschen, woonen(de) t' Ant(wer)pen, xxxvii car(olus) gul(dens) te xx [stuyvers] B(ra)bants t' stuck en(de) x gel(ijcke) st(uyvers) erffel(ijcke) rente, alle jaer op date deser te verschijnen en(de) te betaelen, daeraff die. [dierste] jaer van betaelin(ge) sijn sal den xxvi. aprilis a(nn)o 1633, ende inder stadt wissele van Loven te leveren, los ende vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolib(et) assecutum, et ad mo(nitionem) pignus infr(a) leucam valens dupl(um) et t(an)tum oblig(ando) et submitt(endo) ac renun(tiando) o(mni)bus et singulus privilegiis, namentl(ijck) militair et aliis in forma, met conditie dat die voors(chreve) rente altijts sal mogen gequeten worden alst den voors(chreven) bekindere gelieven sal t' eender reyse tegen den pen(ninck) xvie. en(de) met volle rente, consenteren(de) de voors(chreven) bekindere tot naerder vasticheyt der voors(chreve) rente en(de) jaerl(ijcxe) betaelin(ge) der selver int maecken van mainmise over t' ve. paert inde naerbes(chreve) goeden, staen(de) gespecificeert inde belastinghe, gedaen bijden voors(chreven) bekindere quinta augusti 1630 in hac ca(mer)a, en(de) oft geviele dat die voors(chreven) s(ieu)r Jacques, als sijnde in dienst van sijne con(incklijcke) ma(jestey)t van Spaignien, buytens landts waere, als wanneer sijne voors(chreve) grootmoeder deser werelt sal comen t' overlijden, soo consenteert hij dat de voors(chreven) s(ieu)r Jacques Smits oft sijns actie hebben(de), sal comen in sijne plaetse tot het scheyden ende deylen der v(oor)s(chreve) goeden om daer aen hen wettich gebreck te verhaelen metten interest van dijen, desel(ve) daer toe mits desen van alsnu voor alsdan geven(de) volcomen last en(de) procura(tori)o promitt(ens) semp(er) ratum oblig(ando), etc(etera), ut supra, eisdem.

 

Barbara Bouckhorst, dochter van jonker Jacobus Van Boeckhorst en Elisabetha Masquelier en langs moederszijde kleindochter van Claudius Masquelier en Emerentiana Van Lantrop, bekent aan Franciscus Chocquier en Charlotte Le Merchier dict Bosquelen een rente van 6 karolusguldens schuldig te zijn.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7521, folio 162v., akte dd. 12 januari 1632.

Item m(eeste)r Henr(ick) Boyennants tot des naerbes(chreven) staet te doen, onwederroepel(ijck) geconstitueert sijn(de) met procura(ti)e, hem gegeven bij jo(uffrouw)e Barbara Bouckhorst, daer moeder aff was jo(uffrouw)e Elisabeth Masquellieres ende jo(uffrouw)e Emerentiana Van Landtrop, grootmoeder der voors(chreve) jo(uffrouw)e Barbara, voorden not(ari)s Ph(i)l(ip)s Hollants ende seeckere getuygen op den vierden juny 1630, alhier gesien ende gebleken, in p(rese)ntia, etc(eter)a, heeft inder voors(chreve) qua(litey)t bekent ende geleden, kendt ende lijdt mits desen, deuchdel(ijck) schuldich te sijn aen Franchois Chocquier en(de) jo(uffrouw)e Charlotte Le Merchier dict Bosquelen, gehuysschen, sesse car(olus) gul(dens) te xx st(uyvers) B(ra)bants t' stuck en(de) vijff gelijcke stuy(vers) erffel(ijcke) rente, alle jaer opden iiiien. juny te betaelen, daeraff den ien. valdach is geweest den iiiien. juny a(nn)o 1631, ende inder stadt wissele van Loven te leveren, los ende vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolib(et) assecutum et ad mo(nitionem) pig(nus) infr(a) leuc(am) valens dupl(um) et t(an)tum oft desel(ve) te quyten, tot haeren competenten ouderdom gecomen sijnde, consenteren(de) tot naerder vasticheyt int maecken van mainmise en(de) beleyde over der constituante goeden en(de) int decreet van dijen sonder daer toe te derven gedaeght oft geroepen te worden, ende is dijen volgen(de) de voors(chreven) Franchois tot allen der constituanten goeden bij den lieuten(ant) meyer deser stadt behoorl(ijck) geleyt geweest en(de) namentl(ijck) tot alsul(cke) pen(ningen) als sijn berusten(de) in handen der v(oor)s(chreve) Emerentiana Van Lantrop, similiter ad mo(nitionem), coram Cruyningen, Willemaers, januarii xiia., 1632.

            In de marge.

Dese rente is gequeten mits de nyeuwe bekentenisse, gedaen op den iiiien. marty 1633 in hac ca(mer)a.

 

Nogmaals een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier. Daarnaast wordt er ook melding gemaakt van haar schoonzoon Jacobus (Van) Bouckhorst (x Elisabetha Masquelier) en haar kleinkinderen Joannes, Jacobus en Barbara Bouckhorst. Van Jacobus Bouckhorst en Elisabetha Masquelier had ik reeds drie kinderen doorgegeven (Jacobus, Barbara en Maximilianus), maar er blijken nog twee andere zonen geweest te zijn, te weten Joannes (die in deze akte werd vermeld) en Petrus Paulus, gedoopt te Leuven (Sint-Geertrui) 30.06.1615 (ss. : Christianus Vander Goes in naam van Oliverius van Schoonhoven en Maria de Booms). Van zoon Joannes, die vermoedelijke de oudste was, kon ik echter geen doopakte vinden. De mannelijke leden van de familie Van Bouckhorst werden jonkers genoemd !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7525 folio 123v., akte dd. 13 maart 1637.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen jo(ncke)r Jacques Bouckhoorst, soe in sijnen eygenen naem als vuyt crachte en(de) naer v(er)moeghen van seckere procuratie speciael en(de) onwederroepel(ijck) bevel, hem gegeven bij jonckers Jan, Jacques ende jouff(rauw)e Barbara Bouckhorst, sijne kinderen, voorden not(ari)s Ph(i)l(ip)s Hollandts en(de) seckere getuyghen opden xxviien. juny 1634, alhier gesien en(de) volcomentl(ijck) geblecken, per mo(nitionem) heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse alsulcke twelff rinsg(uldens) x s(tuyvers) erffelijck, vallen(de) jaerlijx den xien. july als bij erffvuytgevinghe staen ghereserveert op seckere goeden, geleghen onder Wesemael, die gelden(de) is Jan Janssens alias Pavy volgen(de) de brieven van erffvuytgevinghe daer aff sijnde in date xi. july 1634 in prima, exp(osito) imp(ositus) est jouff(rauw)e Marie Lopes, jonghe dochter, per mo(nitionem) et satis obligan(do), etc(etera), in forma, et waras voor eene goede, ombelaste en(de) onv(er)thierde rente prout, cederen(de), transporteren(de) en(de) geven(de) voorts over tot behoeff als voor derffbrieven daer aff sijnde in date voors(chreven) met alle en(de) iegewelcke geloften en(de) conditien, daerinne begrepen, midtsgaeders den loopen(de) jaere eodem jure, mits welcke voors(chreve) opdracht doot en(de) te nyet gedaen woorde, non actum, blijft als voor doot, etc(era), als nyet hebben(de), wel voor schepenen approberen, heeft die v(oor)s(chreve) jouff(rauw)e Marie gecedert tot behoeff des v(oor)s(cheven) jo(ncke)r Jacques Bouckhorst dese v(er)anderinghe is gedaen opt vercleren van(de) partijen ten overstaen van alsulcke neghen rinsg(uldens) vii st(uvers erffelijck als jo(ncke)r Jacques Bouckhorst den jonghen en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen s(ieu)r Glaude Masquellier opden ven. augusti 1630 tot behoeff der v(oor)s(chreve) Marie hadden bekent in prima, cederen(de), transporteren(de) en(de) geven(de) over tot behoeff des voors(chreven) joncker Jacques Bouckhorst allen haer recht en(de) actie me die sij totte v(oor)s(chreve) goeden, voorde selve rente v(er)obligert, was hebben(de), mede de v(er)loopen van dijen, alles ten sel(ven) rechte, cor(am) Pulle, De Greve, martii xiii., 1637.

 

Hierbij nog een akte met vermelding van Joannes, Jacobus en Barbara Bouckhorst, kinderen van jonker Jacobus (x Masquelier Elisabetha) en kleinkinderen van Claudius Masquelier en Emerentiana Van Lantrop. Eén woord op het einde is onzeker, omdat het begint in de vouw van het register.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7525, folio 141r., akte dd. 29 mei 1637.

Item jo(ncke)r Jacques Boeckhoorst, soe in sijnen eygenen naem als tot des naerbeschreven staet te doen, hebben(de) onwederroepel(ijcke) procuratie, hem gegeven bij jo(ncke)rs Jan en(de) Jacques Bouckhorst en(de) jouff(rouw)e Barbara Bouckhorst, hen sterckgemaeckt hebben(de) voor hunne minderjarighe susters voorden not(ari)s Ph(i)l(ip)s Hollandts en(de) seckere getuyghen opden 27. juny 1634, alhier gesien en(de) gebleken, in presen(tia), etc(etera), heeft bekendt en(de) geleden, kendt ende leyst midts desen wel ende deuchdelijck schuldich te sijne aen Ph(i)l(ip)s Hollandts, present en(de) accepteren(de) inden naem en(de) tot behoeff van(de) kercke van S(in)te Quintens alhier bynnen Loven achthien carolus guldens te xx stuyvers Brabants tstuck en(de) xven. gelijcke stuyvers erffelijcke rente, alle jaer op date deser te v(er)scheynen en(de) te betaelen, daeraff dierste jaer van betalinghe sijn sal den xxixen. may anno xvic. achtendertich en(de) inder stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere penninghen en(de) impositien, inne gestelt oft naermaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutum et ad mo(nitionem) pignus infra leucam valens dupl(um) et tantum, obligan(do), etc(etera), in forma, met conditie dat die v(oor)s(chreve) rente alteyts sal moeghen gequeten woorden alst den v(oor)s(chreven) bekenderen goet duncken en(de) gelieven sal teender reyse teghen den penninck sesthien en(de) met volle rente, consenteren(de) tot naerdere vasticheyt int maecken van mainmise over de goeden naerbeshreven en(de) int decret van dijen sonder daertoe te dorven gedaeght oft geroepen te woorden en(de) naementl(ijck) over een huys, schuere, backhuys met eenen boomgaert, soe tselve aldaer geleghen is tot Holsbeeck, regen(oot) de kerck ter ier., jo(ncke)r Simon Huges de Creton, heer van Holsbeeck ter iier. en(de) den vaerwech ter iiier. sijden, item een stuck landts, groot een boender, regen(oot) sheeren vaerwech ter ier., het bosch van jo(ncke)r Jacques Van Gael ter iier. en(de) iiier sijden, item een halff boender landts, regen(oot) den kerckmuer van Holsbeeck ter ier., den Heyigengeest van Holsbeeck ter iier., item noch een halff boender landts, geleghen tot Holsbeeck voors(chreven), regen(oot) derffgen(aemen) Jans Van Hoye ter ier., het voetpat ter iier. en(de) derffgen(aemen) Jaecques Huygens, item noch seven dachmael landts, geleghen onder Rotselaer, de welcke in hueringhe is hauden(e) Antoen Gooris voor ses halsteren en(de) een halff het dachmael, item over vijff dachmael eusels, onder Rotselaer geleghen inde Haghe opde Deyle en(de) woordt in hueringhe gehauden bij Jan Van(den) Panhuyse, item over alle andere henne goeden, gheleghen onder Rotselaer en(de) Wesemael, en(de) is te weeten dat dese reckeninghe (?), waer mede dese rente woordt gecocht, sijn procederen(de) in(de) affquytinghe, gedaen bij derffgen(aemen) s(ieu)r Louys Van(den) Tympel, ridder, eender rente van tsestich rinsg(uldens) erffel(ijck), sijnde alsoe remploye, coram Borchgreeff, Broeck, maii xxix., 1637.

 

In de volgende akte van evictie maakt men melding van Emerentiana Van Lantrop weduwe Claudius Masquelier en haar kleinzoon jonker Jacobus Bouckhorst de jonge. Misschien heb je al vastgesteld dat de dateringen van de akten mekaar niet altijd chronologisch opvolgen. Deze vaststelling is dan ook correct. Sommige registers zijn blijkbaar samengesteld uit diverse paketten, ik vermoed een beetje per griffier en telkenmale begint een nieuwe chronologische datering.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7527, folio 245r., akte dd. 15 juli 1638.

Allen en ghenen die dese letteren sullen sien oft hooren lesen, saluyt, wij Dilbeeck, Grave, Leunckens, Meys, alle schepenen te Loven, doen condt en(de) te weeten dat alsoo s(ieu)r Jacques Bouckhorst den jonghen en(de) jouff(rouw)e Emenrentiana Van Lantrop weduwe wijlen s(ieu)r Glaude Masquelliers, sijne grootmoeder, voor de tocht hen verbonden hadden met schepenen brieven deser stadt in date xxvi. aprilis 1632 in prima aen Jacques Smits en(de) jouff(rouw)e Elisabet Lopez, gehuyschen, in eene rente van xxxvii r(insguldens) thien stuyvers erffelijck en(de) die voors(chreve) gehuyschen om van henne vooors(chreve) rente verschenen en(de) jaerlijxe betalinghe der selver verseckert te sijne, hebben v(er)scocht hen v(er)leent te woorden behoorl(ijcke) brieven van mainmise, in desen dienen(de), die welcke hem opden xxvien. aprilis voors(chreven) sijn v(er)leent geweest en(de) midts den consente gedraeghen int bekennen der v(oor)s(chreve) rente opden xven. may daer naer sijn gedecreteert geweest en(de) v(er)claert executoriael en(de) want den voors(chreven) Bouckhorst in gebreke was blijvende sijne v(oor)s(chreve) rente, v(er)schenen van diversche jaeren mette costen daeraen gedaen, te betaelen, hebben die voors(chreve) gehuyschen den voors(chreven) Bouckhorst doen daeghen doer Bartholme Bertho, dienaer, volgen(de) sijne relatie, in actis gestelt de data marty iia., 1638, ten eynde hij saude compareren opden rolle voor de heeren schepen(en) deser stadt opden voors(chreven) iien. marty om de voors(chreve) brieven van mainmise anderwerff te comen sien decreteren, tot welcken daeghe die voors(chreve) ghedaeghde noch procureur in sijnen naemen nyet compareren(de) en(de) de voors(chreve) gehuyschen doer hem procureur Hollandts compareren(de) en(de) het decreet anderweff v(er)suecken(de), sulx dat die voors(chreve) brieven van mainmise anderwerff opden xxen. marty 1638 sijn gedecreteert geweest en(de) v(er)claert executoriael, vuyt crachte van welcken decrete die voors(chreve) gehuyschen de goeden des v(oor)s(chreven) gedaeghde, naementlijck ierst drije dachmael landts, iert ijts wijgaert, te Holsbeeck, regen(oot) sheeren  straete in twee sijden en(de) tbosch van mijn heer Van Gael ter iiier. sijden, item vijff oft ses virendeelen landts, aldaer geleghen, regenoot den Heyligengeest van Holsbeeck ter ie., mijn heer Creton ter iier. en(de) die voors(chreve) heere Van Gael ter iiier. sijden, item noch drije vierendeelen landts, geleghen onder Wesemael opt Hulselaeren Velt, regen(oot) den Heyligengeest van Wesemael ter ier., derffgen(aemen) Anthoen Van Aerschot ter iier. en(de) Jan Janssens alias Pavy ter iiiier. sijden, hebben doen te coop stellen vuyt crachte van andere executoriale brieven van proclamatien, die welcke hen thennen v(er)suecke sijn v(er)leent geweest, sulx dat die selve bij attachte van billetten, innehaude[nde] dach, tijt en(de) plaetse, waer en(de) wanneer men die saude v(er)coopen, sijnde alsoe daer over tot Holsbeeck ten huyse van Christiaen Leemans gehauden twee behoorl(ijcke) sitdaeghen, daer aff den tweeden is geweest den xxvien. may 1638, als wanneer die selve goeden ten vuytgaen(e) van(de) keersen sijn v(er)cocht geweest en(de) gebleven aen joncker Jacques Bouckhorst den auden, te weten dierste parcheel om en(de) voor vijff hondert rinsg(uldens) eens, item tweede parcheel om en(de) voor een hondert tseventich rinsg(uldens) eens en(de) tderde parcheel om ende voor een hondert dertich r(insguldens) eens, alle nochtans onder protestatie van in sijn geheel te blijven nopen(de) sijne pretensien totte voors(chreve) goeden en(de) de keerssen opden v(oor)s(chreven) Bouckhorst vuytgegaen sijnde, heeft Servaes Anthonis, dienaer van Holsbeeck, in(den) naem sijnder officitie den v(er)cooper den palmslach gegeven ende gemerckt den voors(chreven) Bouckhorst cooper van(de) v(oor)s(chreve) goeden ten daeghe van(de) goedenisse was blijven(de) in gebrecke van sijne handen t' eydelen van sijne cooppenninghen en(de) de goedenisse taenveerden, daer toe nochtans gedaeght sijnde bij Jacques Van Schoenderhaghen, boede deser stadt Loven ut retulit, naer inhaudt der voors(chreve) conditie over tv(er)coop gehauden ende gebruycken(de) die clausule der selver conditie, luydende aldus, item in dijen die coopers inder voor(chreve) vueghen nyet en voldeden, voldoen en consten oft en wilden, salmen tvoors(chreven) goet alsdan anderwerff moeghen v(er)coopen met eenen sitdagh ten laste van(de) gebreckelijcken en(de) hebben die voors(chreve) gehuyschen tvoors(chreven) goet anderwerff doen te coope stellen met affixie van billetten als voor en(de) daer over anderen sitdach gehauden ter plaetsen voors(chreven) opden xxxen. juny 1638, als wanneer allen de selve goeden ten vuytgaen(e) van(de) kerssen gebleven sijn aen Jacques Van Schoenderhaeghen om en(de) voor drije r(insguldens) eens opde voors(chreve) drije parcheelen boven de voors(chreve) geboeden, daerop de kerssen vuytgegaen waeren ende hen daervoor inden naem en(de) tot behoeff van(den) voors(chreven) Jacques Smits en(de) jouff(rouw)e Marie  Lopes, gehuyschen, bijden voors(chreven) Servaes Anthonis, dienaer van Holsbeeck voors(chreven) van weghen sijnder offitie den palmslach gegeven, alles volgen(de) de conditie daeraff sijnde en(de) gehauden bijden clerck Boyennans, doen condt en(de) te weeten dat bij ons schepen(en) int langhe oversien sijnde de procedure, vonnisse en(de) tghene daer naer is gevolght en(de) daeraff dependert, procederen(de) alsoe totter interpositie van(den) voors(chreven) decrete, hebben wij schepen(en) voors(chreven) ter manisse des heeren lieutenant meyers van Loven daerover staen(de) van heerheyden van weghen shertoghen van Brabant bij onsen vonnisse geauthoriseert en(de) authoriseren midts desen die voors(chreve) exploicten, kerckgeboeden, proclamatien, v(er)coopinghe en(de) alle tghene des in desen is gedaen en(de) voorts den voors(chreven) Bouckhorst teghen op heden gedaeght doer Bartholomee Bertho, dienaer, ut retulit, en(de) als nu bijden voors (chreven) Bartholomee behoorlijck voorts geroepen sijnde, midtsgaeders alle andere recht oft actie totte voors(chreve) goeden pretenderende, en(de) nyet compareren(de), deffault en(de) contumacie geven(de) (nyettegenstaende die voors(chreven) jo(ncke)r Jaecques Jaecques Bouckhorst den ouden ierste cooper van(de) v(oor)s(chreve) goeden, protesterde, seggen(de) dat hij sijn(e) pretensien naerder bij geschrift saude overgeven) ende voort proffijt van dijen hen van alsulcken recht en(de) actie als sij totte v(oor)s(chreve) goeden sauden moeghen pretenderen, versteckende, hebben tselve goet den voors(chreven) gehuyschen aengewesen en(de) aenwijsen midts desen en(de) is dijen volgende heer en(de) m(eeste)r Guilliam Piret, licentiaet inde rechten, inden naem en(de) tot behoeff der voors(chreve) gehuyschen naerdemael den voorschreven lieutenant meyer van weghen sijnder offitie van sijne naerderschappe tacite hadde gerenuntieert bij manisse des lieutenant meyers voors(chreven) en(de) vonnise der v(oor)s(chreve) schepen(en) inde voors(chreve) goeden behoorlijck gegoydt en(de) geerft geweest met alle solemniteyten daertoe noodich en(de) gerequireert om alle de selve goeden te hebben, te hauden en(de) te besitten opde andere commeren en(de) lasten daer te voorens met wettighen bescheede vuytgaen, voorder en(de) andersints nyet, actum julii xv., 1638.

 

In de volgende akte maakt men melding van Claudius Masquelier, zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop, hun dochter Elisabetha Masquelier met haar man Jacobus Boeckhorst en hun kleinkinderen Joannes, Jacobus en Barbara Boeckhorst.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8255, folio 464v., akte dd. 7 april 1637.

Item in presentie des meyers en(de) den schepen(en) van Loven naebeschreven gestaen jo(ncke)r Jaecques Bouckhorst, dye vuyt crachte en(de) nae vermogen van sekere procuratie, hem gegeven bij jonckers Jan, Jaecques ende jo(uffrouw)e Barbara Bouckhorst kinderen jo(ncke)r Jaecques en(de) jo(uffrouw)e Elysabeth Masqueliers, gepasseert voorden notaris Ph(i)l(ip)s Hollandts en(de) seeckere getuygen vander dat xxven. juny 1634, alhier gethoont en(de) gelesen, heeft opgedragen met behoorelijcke verthijdenisse alsulcke drij rinsguld(ens) erffelijck als de kynderen sijn toecomen(de) bij schijdinge en(de) deylinge van(de) achtergelaeten goeden wijlen Glaude Masqueliers en(de) jo(uffrouw)e Emerentiana Van Landtdrop gepasseert voor schepenen van Loven ond(er) hunlieden handteecken(en), welcke rente gereserveert ende gehypothiceert sijnde op seeckere gronden van erffven, toecoemende dye weduwe en(de) achtergelaten kinderen wijlen Wouter De Keyser, vallen(de) ende verschijnen(de) allen jaere den xxixen. january prout l(itte)ris daer van sijnde, exposit(o) impositus est Oliviers inden naeme en(de) tot behoeff vande kercke van Wesemael et waras de voors(chreve) rente van drij guld(ens) voor eene goede, onbelast en(de) ongealieneerde rente onder ob(ligatie), sub(missie) en(de) renun(ciatie) in forma, coram Borchgrave, Van(den) Broeck, aprilis viia., anno 1637.

 

In de onderstaande akte wordt melding gemaakt van Emerentiana Van Lantrop, weduwe van Claudius Masquelier, en haar kleinzoon Jacobus (Van) Boeckhorst (zoon van Jaocbus en Elisabetha Masquelier). In de akte werden heel wat van hun bezittingen in pand gesteld.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7520, folio 25v., akte dd. 5 augustus 1630.

Item in p(rese)ntia, et(ceter)a, gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen s(ieu)r Glaude voor haer tocht en(de) Jaecques Boeckhorst sone Jaecques, tot des naerbes(chreven) staet te doen, bijde heeren weesm(eeste)ren deser stadt Loven volcomentl(ijck) geauthorisseert sijnde volgende d' acte van authorisatie daeraff sijnde in date may xxv., 1630, ondert(eeckent) Tijpoets, alhier gesien en(de) originel(ijck) gebleken, voor de proprieteyt, bij manisse hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse het vijffde paert in(de) goeden naerbes(chreven), eerst in huys en(de) hoff, schuere, backhuys, boomgaert met twee cleyn hoffcruyen aldernaest het backhuys, geleghen tot Holsbeeck bijde kercke en(de) opden kerckmuer van(den) kerckhoff ter ie., die goeden van mijn heer Creton ter iie. en(de) den vaerwech van Loven ter iiie., item in een block landts, gelegen boven t' voors(chreven) huys, groot ontrent drije dachm(aelen), eertijdts wijngaert, regenoten s' heeren straete naer Loven ter ie., den bosch van mijn heer van Guele (!) ter andere, belast t' voors(chreven) huys met xxvii st(uyvers), item een block landts, eertijdts boomgaert, geleghen aen(den) kerckmuer van Holsbeeck ter ie. en(de) den H(eyligen) Geest ter andere, belast met een pint smout, item drije dachm(aelen) eusels, geleghen aldernaest des Cuesters Bempdt en(de) d' euselen van(den) H(eyligen) Geest, item ses vieren(deelen) bempdts, geleghen beneden het Sichtveldt, regen(oten) mijn heer Creton ter ie., mijn heer van Gaele ter andere, den H(eyligen) Geest ter iiie. en(de) d' opdraegeren ter iiiie. sijden, item een dachm(ael) bempdts, regen(oten) mijn heer Creton ter ie. en(de) iie., de goeden der erffgen(aemen) m(eeste)r Wouter Remigii ter iiie. en(de) die leygrachte ter iiiie., item een dachm(ael) landts, geleghen opt Kerckeveldt, regen(oten) den vaerwech naer Loven ter ie., mijn heer Creton ter iie. en(de) mijn heer Van Pulle ter iiie., item een halff boender landts, geheeten den Geer, regen(oten) den vaerwech naer Loven ter ie., den voetpat ter iie., Jan Van Hoyen ter iiie. en(de) iiiie. sijden, belast met een(en) pen(ninck) Lovens en(de) een molevat even(e), item ses vieren(deelen) landts, gelegen opt voors(chreven) Sichtveldt, regen(oten) den voors(chreven) bempdt ter ie., Jan Huegens ter iie., Jan Van Hoyen ter iiie., belast met vijff halsteren rogs, item drije vieren(deelen) landts, geleghen opt voors(chreven) velt, regen(oten) den vaerwech naer Loven ter ie., den voetpat ter iie., d' Ermboedegem straete ter iiie. en(de) Guilliam Timmermans ter iiiie. sijden, item een dachm(ael) landts, geleghen opt Hasselveldt, regen(oten) die Keerstraete ter ie., Jan Van Hoye ter iie. en(de) d' erffgen(aemen) Charles V(er)linden ter iiie., belast met s' heeren chijns, item een halff boender, soo landt als bosch, met opgaende eycken, geheeten den Pinpendelle, regen(oten) den bosch Van Gael ter ie., S(in)te Geertruyen landt ter iie., S(in)te Claes, groot halff dachm(ael), ter iiie., belast aen clooster van Vlierbeeck met vijff molevaten rogs, ii ½ mol(evaten) even, item een dachm(ael) landts en(de) een halff metten haudt, vordel en(de) strunck eycken, regen(oten) de Meesberghe straet ter ie. en(de) d' erffgen(aemen) Jans Van Mechelen, item een halff boender landts opden Grooten Meesberch, regen(oten) mijn heer Creton ter ie., d' erffgen(aemen) Jans Bexbergen ter iie. en(de) Jan V(er)cauteren ter iiie. sijden, belast met ii ½ mol(evaten) rogs en(de) iii mol(evaten) even, item vijff vieren(deelen) bosch, onder Cortelcke gelegen, regen(oten) den Varenwech van Cortelcke naer Thienen ter ie., den wech van S(int) Peeters Roede naer Loven ter andere en(de) d' erffgen(aemen) m(eeste)r Quiten Van Ermeghem ter iiie. sijden, belast met een blanck t' siaers, item een dachm(ael) landts, onder Nyeuwroede aen d' Eyser straet geleghen, regen(oten) die s(elv)e straest ter ie., tveldt, geheeten die Groote Hellicht winninghe, ter iie. en(de) Hans Gestels ter iiie. sijden, item een boender erffve, somtijdts landt en(de) somtijdts bempt, onder Lantdorp gelegen, ter plaetsen geheeten ten Bosch, regen(oten) die pleyne ter ie., d' erffgen(aemen) Jan Loffs wauwer ter iie. en(de) Henrick Vlemincx ter iiie., belast met een(en) cap(puyn), item een boender landts, geleghen boven Vuythem onder Wesemael tusschen beyden den vaerwech beneden t' Hellengatbosch, regen(oten) Jan Dillemans Block in iie. sijden, s' heeren van Wesemael Hellegat Bosch ter andere, item drije vieren(deelen) landts opt Hulsebaert Veldt, regen(oten) d' Eeckstraete ter ie., Louys Piaet bempden ter iie. en(de) d' erffgen(aemen) Isacq Vanden Panhuyse ter iiie. sijden, item ses vieren(deelen) landts opt s(elv)e veldt, regen(oten) d' erffgen(aemen) Willem Leys ter ie. en(de) die naervolgende drije vieren(deelen), item drije vierendeelen, regen(oten) die voors(chreve) ses vieren(deelen) ter ie., den H(eyligen) Geest aldaer ter iie. ende d' erffgen(aemen) Anthoon Van Aerschot ter iiie., item noch drije vieren(deelen) ende xiiien. roeden, gelegen op d' Aerveldt, regen(oten) Vrouwenperck, item een dachm(ael) bempts, geleghen inde Winghbempden, regen(oten) die Losting ter ie., s(ieu)r Guilliam Timmermans ter ii., jo(ncke)r Godefroid de Leitre ter iiie. en(de) Mathijs Portmans ter iiiie. sijden, belast met drije cap(puynen) vi d(enieren) Lovens, item noch een dachm(ael) bempdts, gelegen ter plaetsen v(oor)s(chreven), regen(oten) die Lostinck ter ie., d' erfdfgen(aemen) Carel V(er)linden ter iie. en(de) den H(eyligen) Geest van Wesemael ter iiie. sijden, belast met drije vieren(deelen) cap(puyn), item onderhalff dachm(ael) bempdts, geleghen opde Geroede, regen(oten) de Lostich ter ie., d' erffgen(aemen) Carels V(er)linden ter iie. en(de) den H(eyligen) Geest van Wesemael ter iiie. sijden, belast met iiie. vieren(deelen) cap(puyn), item onderhalff dachm(ael) bempdts, geleghen opde Geroede, regen(oten) de Lostich ter ie., Adriaen Rogmans ter iie., Aert Staes ter iiie., belast met een(en) cap(puyn) en(de) ii d(enieren) Lovens, item vijff vieren(deelen) landts opt Tremels Veldt geleghen, regen(oten) t' cloister van Auwergem ter ie., Herman Leys ter iie., d' erffgen(aemen) Panhuyse ter iiie. en(de) s' heeren straete ter iiiie. sijden, belast met het derdepaert van een(en) cap(puyn en(de) het derdepaert van een(en) schellinck Lovens, item drije vieren(deelen) landts, gelegen opt Cleyn Winckele, regen(oten) de straete van Wesemael naer Bexem ter ie., jo(ncke)r de Lestre ter andere sijden, belast met een halster even(e), item een dachm(ael) bosch, geleghen boven t' Hellegat, regen(oten) t' Veldt ter ie., jo(uffrouw)e Boen ter iie. en(de) s' heeren bosch ter andere twee sijden, item drije dachwant eusels, regen(oten) t' Spickstraetken ter ie., t' gasthuys van Loven ter iie., Ph(i)l(ip)s De Sangre en(de) den Peerden Bempdt, belast met iii ½ cap(puynen) iii ½ d(enieren) Lovens en(de) i ½ schellinghen payements, item ses guldens erffel(ijck) op Maeycken en(de) Catharina Van Gelle en(de) henne goeden tot Lubbeeck, item xv r(insguldens) erffel(ijck) op Michiel Van(den) Schrieck en(de) sijne goeden tot Wesemael, item noch xviien. guldens erffel(ijck) op Willem Aurocx en(de) sijn goedt tot Rotselaer, item noch xviii rinsg(uldens) erffel(ijck) opt huys van Michiel Lints tot Haecht, item vijff guldens erffel(ijck) op Willem Wytocx tot Aerschot, item vier rinsg(uldens) x st(uyvers) erffel(ijck) opde goeden Peeters Verbraecken tot Lantdorp, ende die voors(chreve) opdraegeren daervuyt ontgoet ende onterft sijnde, ende jo(uffrouw)e Marie Lopes dochter wijlen Jaecques in(de) selve goeden gegoedt en(de) geerft sijnde, heeft de s(elv)e aen(de) voors(chreve) opdraegeren wederom overgegeven om allen de s(elv)e te hebben en(de) te besetten opde v(oor)s(chreve) lasten ende voorts meer op eene voortaene rente van negen carolusg(uldens) te xx st(uyvers) Brabants t' stuck en(de) vii ½ gel(ijcke) st(uyvers) erffel(ijcke) rente, alle jaer opden ven. augusti te betaelen, d(aer)aff d' eerste jaer van betaelinghe sijn sal den ven. augusti 1631 en(de) inder stadt wissele van Loven, te leveren los en(de) vrije van alle impositien, innegestelt oft inne te stellen, in futurum quolibet ass(ecu)tum et satis et waras ut supra, gelovende die voors(chreve) opdraegeren indivisim die voors(chreve) rente jaerlijcx ten tijde en(de) termijne voors(chreven) wel en(de) loffel( ijck) te betaelen en(de) te leveren als voor, los en(de) vrije, ass(ecu)tum ob(ligando) et sub(mittendo) ac ren(nuntiando), naementl(ijck) privilegio militari et aliis in forma, met conditie dat die voors(chreve) rente altijts sal moghen gequeten worden alst den opdraegeren gelieven sal t' eender reyse tegen den pen(ninck) xvi en(de) met volle rente, coram Lievens, Foxius, augusti va., 1630.

            In de marge.

Dese rente is gequeten mits den transporte van xii r(insguldens) x st(uyvers) erffel(ijck) bij jo(ncke)r Jaecques Bouckhorst aen(de) v(oor)s(chreve) jo(uffrouw)e Marie gedaen den xiiien. marty 1637 in hac ca(mer)a et sic vacat.

 

Nog maar eens een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop, de weduwe van Claudius Masquelier. Het feit dat deze personen geregeld terugkomen, bewijst alleen maar de belangrijkheid van deze familie. De datum van de akte is dezelfde als de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7520, folio 77v., akte dd. 13 november 1630.

Item in p(rese)ntia, et(ceter)a, gestaen Jan Brugmans tot des naerbes(chreven) staet te doen, hebbende twee speciale procuratien, hem gegeven bij jo(uffrouwe) Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen s(ieu)r Glaude Masquelliers, d' een gepasseert opden xvien. may en(de) d' ander opden xven. septembris 1628, beyde voor den not(ari)s N. Goossens en(de) sekere getuyghen, in(de) s(elv)e begrepen, alhier gesien en(de) gebleken, heeft inder voors(chreve) qualiteyt gelaudeert, en(de) geapprobeert en(de) geratificeert, gelijck hij laudeert, approbeert en(de) ratificeert mits desen, eerst de belastinghe, gedaen bij s(ieu)r Glaude Van Assche van tweent' seventich tsestich rinsg(uldens) thien stuyvers erffel(ijck) ende de belastinge, gedaen bij den selven Van Assche van vijftich rinsg(uldens) erffel(ijck), beyde tot behoeff van s(ieu)r Thomas de Rivas, respective den ... [n.v.] des jaers 1628 in ia., ende dat alles naer inhoudt der v(oor)s(chreve) procuratien, geloven(de) daertegens nyet te doen noch te attenteren directel(ijck) noch indirectel(ijck), d(aer)voor den persoon en(de) goeden der voors(chreve) consti(tuan)te v(er)bindende en(de) sub(mitteren)de met ren(untia)tie in forma, coram eisdem.

 

In de akte wordt melding gemaakt van Emerentiana Van Lantrop weduwe Claudius Masquelier. Zij stond in voor de kinderen van één van haar overleden dochters. Het is niet duidelijk of het gaat kinderen van Anna of Elisabetha Masquelier. Nieuw is wel dat één van die kinderen ging intreden in het Predikherenklooster te Leuven. Met akkoord van de weeskamer van Leuven ging Emerentiana een lening van 300 rijnse guldens aan. Zij had die som nodig om de schulden te delgen die zij gemaakt had voor de kinderen van haar overleden dochter en om te zorgen voor de inkleding van haar kleinzoon in het klooster van de Predikheren.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7519, folio 111r., akte dd. 14 januari 1630.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier, gebruyckende in desen de cracht en(de) macht, haer gegeven bij de heeren weesm(eeste)ren deser stadt Loven volgen(de) d' acte daeraff sijnde in date des xxviien. decembris novembris 1629, ondert(eeckent) A. De Vroey, s(ecreta)ris, alhier gesien en(de) gebleken, en(de) waervan den teneur hier naer is volgen(de) et inseratur, bij manisse heeft opgdraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse drije vierendeelen vuyt een halff boender landts onbegrepen der maeten, gelegen buyten de Diestersche poorte, regen(oten) den Langhen Corten Wech ter ie. d' erffgen(aemen) doctoor De Rijcke ter iie. en(de) iiie. en(de) Adriaen Van Schoenbeeck alias Smeyers ter iiiie. sijden, expos(ito) impos(itus) est s(ieu)r Jaecques Santels, weerdt in(den) Wildeman alhier binnen Loven, per mo(nitionem) et satis et waras voor vrije en(de) onbelast, emmers nyet over de twee en(de) een(en) halven stuyvers tsiaers, d(aer)voor der v(oor)s(chreve) weesen goeden v(er)bindende en(de) sub(mitteren)de, met ren(untia)tie in forma, ende dit om en(de) voor de somme van drije hondert xxix rinsg(uldens) eens boven slach, hooghen en(de) andere oncosten, coram Willemaers, Stockmans, jan(ua)rii xiiii., 1630.

Teneur van(de) v(oor)s(chreve) authorisatie.

Alsoo van wegen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop den heeren weesm(eeste)ren der stadt van Loven bij req(ues)te was te kennen gegeven hoe dat sij sup(plian)te, wesende belast met haere dochters kinderen, tot hunl(ieden) onderhoudt hadde gemaeckt diversche schulden, wel beloopen(de) de drije hondert guldens, boven dijen dat een van(de) s(elv)e, wesende in het Predickheeren clooster alhier soo verre was gecomen dat hij binnen eenighe weken wel soude willen singhen sijne eerste misse, waertoe hem waren noodich nieuwe cleederen sonder dat de sup(plian)te tot betaelinghe van(de) schulden oft totte cleedinghe van(den) v(oor)s(chreven) sone van haere dochtere hadde eenighe gereede pen(ningen), welcken aengemerckt badt de sup(plian)te oodtmoedel(ijck) dat de voors(chreve) heeren weesm(eeste)ren souden gelieven haer te consenteren dat sij soude moghen v(er)coopen een halff boender landts, liggen(de) tusschen de Diestersche en(de) Thiensche poorte oft de drije vierendeelen, daer vuyt gemerckt dat het resteren(de) vieren(deel), toecomen(de) Glaude Van Assche, was belast boven de weerde en(de) dat om mette pen(ningen) daervan te procederen te betaelen haere schulden, gemaeckt in het onderhoudt van(de) v(oor)s(chreve) kinderen en(de) om daervuyt te coopen de voors(chreve) cleederen en(de) te vinden d' andere oncosten en(de) om met het overschot, indyen daer eenich soude mogen wesen, de kinderen voorts te onderhouden, op alles wel en(de) rijpel(ijck) geleth sijnde, soo hebben de voors(chreve) heeren weesm(eeste)ren de sup(plian)te mits desen geauthoriseert om t' voors(chreven) halff boender landts oft wel de drije vieren(deelen) daervan publickel(ijck) ten minsten met twee diversche sitdaeghen ten hoochsten te v(er)coopen, den cooper daerinne te goeden en(de) te erffven voor schepen(en) van Loven, de cooppen(ningen) t' ontfanghen om daermede haere schulden te betaelen, mitsgaeders om de somme van hondert guldens eens vuytte s(elv)e cooppen(ningen) t' employeren tot het cleeden van(den) sone van haere dochtere, die binnen eenighe weken sal comen te singhen sijne eerste misse in het clooster van(de) Predickheeren alhier en(de) te vervanghen d' andere oncosten daerop te rijsen, aldus gedaen ter weescameren der v(oor)s(chreve) stadt van Loven ter p(rese)ntien van jo(ncke)r Louys Van Schore, heer en(de) m(eeste)r Peeter De Greve en(de) Jan Willemaerts, weesm(eeste)ren, opden xxviien. novembris 1630, ende was ondert(eeckent) A. De Vroey.

 

Nog maar eens een akte van Emerentiana Van Lantrop, weduwe van Claudius Masquelier en inwoonster van Leuen, die optreedt namens haar vijf kleinkinderen, kinderen van haar dochters Elisabetha  en Anna Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7518, folio 242v., akte dd. 8 juni 1629.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop weduwe wijlen Glaude Masqueliers, woonen(de) te Loven, tot des naerbes(chreven) is te doen, hebben(de) authorisatie, haer gegeven bij de heeren weesm(eeste)ren deser stadt in date den xxixen. meert 1629, ondert(eeckent) A. De Vroey, alhier gesien en(de) gebleken, en(de) waervan den teneur int eynde deser is volgende et subscribatur, bij manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse een boender landts, geleghen onder Wesemael aen t' Hellegat, geheeten den Benninck, tusschen beyde die vaerweghen, regen(oten) sheeren straete bed beneden ter ie., Jan Dillemans ter iie., Willem Van Alcken ter iiie. en(de) s' heeren bosch van Wesemael ter iiiie. sijden, ende daervuyt ontgoedt en(de) onterft sijnde, soo is daerinne gegoeidt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Mayken Wijebrechts, weduwe van wijlen Willem Boon, woonende te Loven, per mo(nitionem) et satis ob(ligan)do et sub(mitten)do ac ren(uncian)do in forma, et waras voor onbelast ende v(er)cleiren partijen den rechtveerdighen prijs van(den) coop van t' v(oor)s(chreven) boender landts te sijne die somme van drije hondert rinsg(uldens) eens, los geldts, boven slach, hooghen en(de) wijngeldt, mitsgaeders andere oncosten daerop geresen, alles achtervolgen(de) die conditien daervan gehouden bij m(eeste)r Liebrecht Briers, coram Vander Vorst, Berckel, junii viiia., 1629.

Den teneur der voorgemelde authorisatie is volgen(de) naer den onderges(chreven) contracte.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen Glaude Masqueliers, woonende te Loven, vuyt crachte en(de) naer v(er)moghen van(de) authorisatie, haer v(er)leent bij de heeren weesm(eeste)ren deser stadt Loven in date den xxixen. meert 1629, ondert(eeckent) A. De Vroey, alhier gesien ende gebleken, en(de) waervan den teneur int eynde deser is volgende et subscribatur, bij manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse een dachm(ael) landts, gelegen onder Nieuwrode, regen(oten) s' heeren straete ter ie. en(de) Jan Van(den) Schriecke ter iie. en(de) iiie. sijden, ende de v(oor)s(chreve) opdragerssse daervuyt ontgoedt en(de) onterft sijnde, soo is daerinne gegoidt ende geerft ten erffel(ijcken) rechte die v(oor)s(chreven) Jan Van(den) Schriecke, woonen(de) tot Nieurode voors(chreven), p(er) mo(nitionem) et satis ob(ligan)do et sub(mitten)do ac ren(uncian)do in forma, et waras voor onbelast, ende v(er)cleiren partijen den rechtveerdigen prijs van(den) coop van t' v(oor)s(chreven dachm(ael) landts te sijn de somme van twee hondert rinsg(uldens) eens, boven slach, hooghen, wijngeldt en(de) andere oncosten daerop geresen, achtervolgen(de) de conditien daervan gehouden bij m(eeste)r Liebrecht Briers, coram Van(der) Vorst, Berckel, junii viiia., 1629.

Hiernaer volght den teneur van(de) authorisatie, in desen en(de) hierboven gemelt.

Alsoo den heeren weesm(eeste)ren der stadt van Loven bij req(ues)te was te kennen gegeven van wegen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen Glaude Masqueliers, hoe dat sij sup(plian)te belast met vijff onbejaerde kinderen van haere dochters, die sij nu vele jaeren hadde onderhouden van cost en(de) cleederen, haer soo bevondt beswaert dat het haer was onmogel(ijck) de s(elv)e voorder te onderhouden, alsoo sij boven den voors(chreven) last haer bevondt beswaert, en(de) dat eenighe officiers van grontheeren dreyghden eenighe goeden voor v(er)loopen chijnsen uyt te daeghen, en(de) worde de s(elv)e ook seer gequelt van andere crediteurs, soo dat het was onmogel(ijck) dat sij voorder met haere kinderen conste geleven dan bij v(er)coopinghe van eenighe goeden der s(elv)er, welcken aengemerckt soo badt de s(elv)e sup(plian)te ootmoedel(ijck) dat de heeren weesm(eeste)ren soude gelieven haer te permitteren tot betaelinghe van(de) v(oor)s(chreve) lasten en(de) tot onderhoudt van(de) v(oor)s(chreve) kinderen te moghen v(er)coopen een boender landts, gelegen onder Wesemael aen t' Hellegat, geheeten den Benninck, tusschen beyde die vaerwegen, item alnoch een dachm(ael) landts, gelegen onder Nieurode, regen(oten) s' heeren straete ter ie., d' erffgen(aemen) Jans Dillemans ter iie. ende Anthonis Kelffs ter iiie. sijden, welcke parcheelen die kinderen van haere dochtere Elizabeth waren te deele gevallen, behoudel(ijck) dat naer haere afflijvicheyt tusschen de s(elv)e kinderen en(de) de kinderen van wijlen haere dochtere Anna soude worden geliquideert, vuyt wyens deel soude meer v(er)cocht sijn oft in haeren weduwel(ijcken) staet meer belast als het ander deel, dat sij d' een en(de) d' ander souden gehouden sijn goedt te doen, op alles wel en(de) rijpel(ijck) geleth sijnde, soo hebben die voors(chreve) heeren weesm(eeste)ren genoechsaem geinformeert, sijnde van(de) waerheyt der voors(chreve) req(ues)te en(de) den noodt der sup(plian)te de s(elv)e geauthoriseert en(de) authoriseren mits desen om t' voors(chreven) boender en(de) dachm(ael) landts ten minsten met twee publicke sitdaeghen en(de) vuytganck vander brandender keerssen ten hoochsten te mogen v(er)coopen, die coopers daerinne te goeden en(de) te erffven, ende die cooppen(ningen) t' ontfangen om haere crediteuren te betaelen en(de) haer met haere vijff dochters kinderen t' onderhouden opde restrictie nochtans als int eynde van(den) v(oor)s(chreven) req(ues)te is versocht, aldus gedaen ter weescameren der stadt van Loven opden xxixen. meert 1629, ter p(rese)ntien van jo(ncke)r Loys Van Schore, m(eeste)r Peeter De Greve en(de) Jan Willemaerts, weesm(eeste)ren, ende was ondert(eeckent) A. De Vroey.

 

Bij deze nog maar eens Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier en haar kleinzoon Jacobus (Van) Bouckhorst, zoon van Jacobus (senior) en Elisabetha Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7517, folio 41v., akte dd. 2 augustus 1627.

Item, in p(rese)ntia villici, et(ceter)a, gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier, soo in haeren eygen naem voor haere tochte, de welcke sij dijen aengaen(de) is affgaen(de) bij Jaecques Boechorst, haers dochters sone, nopen(de) d' erffel(ijcheyt) gepasseert voor den not(ari)s m(eeste)r Henr(ick) Leunis en(de) sekere getuygen op heden date deser, alhier gesien en(de) volcomelijck gebleken, en(de) dat naer vermoghen van sekere acte van authorisatie, hem consti(tuan)t tot desen v(er)leent bij de heeren weesm(eeste)ren alhier van(der) daet xxiiii. july lestleden, ondert(eeckent) A. De Vroey, alhier verthoont, de s(elv)e jo(uffrouw)e heeft in dijer qualiteyt bij manisse opgedraegen met behoorlijcke verthijdenisse allen het kindtsgedeelte, wesende een derdepaert van sekere partijen van gronden van erffven tot xxvii diversche toe in getalle, wesen(de) chijnsgoedt en(de) eensdeels oock onbelast, gelegen soo onder Holsbeke als Vlasselaer en(de) Wesemael, aen(den) v(oor)s(chreven) consti(tuan)t te deele gevallen bij scheydinge en(de) deylinge, gemaeckt bij sijnen voors(chreven) grootvaeder en(de) grootmoeder onder henne signaturen opden xvi. aprilis a(nn)o 1622, alhier gesien en(de) gebleken, exposita ende jo(ncke)r Merten Lievens en(de) heer en(de) m(eeste)r Andries De Vroye, secretaris alhier, beyde als h(eylige) geestm(eeste)rs der prochie kercke van S(in)te Michiels alhier tot behoeff der s(elv)er kercke impositis p(er) mo(nitionem) reddiderunt op eenige cleyne lasten daerop vuytgaende, ende voorts meer op negen carolus guldens te xx st(uyvers) tstuck, loopen(de) munte, erffelijcke rente, jaerlijcx op date deser te v(er)schijnen en(de) in deser stadts wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van xe., xxe., ce. en(de) allen andere, mindere oft meerdere pen(ningen) en(de) impositien, ingestelt oft naermaels inne te stellen in toecomen(de) tijden, t' elcken termijn als schuldt met recht v(er)wonnen, met conditie dat de voors(chreve) rente t' allen tijden sal mogen gequeten worden t' eender reyse tegen den pen(ninck) xvi en(de) met volle rente, gelovende voorts de voors(chreven) geconstitueerde naer v(er)mogen van(de) s(elv)e procuratie alleene, de voors(chreve) rente van negen rinsguldens jaerlijcx wel en(de) loffelijck ten termijne voors(chreven) te betaelen en(de) te leveren, los en(de) vrije als boven in futurum, quolibet assecutum ob(ligando), sub(mittendo) personas et bona predicti constituentis ac renun(ciando) prout in forma, coram Assche, Broecke, augusti iia., 1627.

Item is te weten dat den pen(ninck), waermede dese rente wordt aengeleyt, sijn gecomen van d' affquyten van een rente van xxxvi st(uyvers), gedaen bij Peeter Van Arenberch, item van twee rinsguldens, gequeten bij Françisca Van Dorne, noch van vijff guld(ens) x st(uyvers), gequeten bij d' erffgen(aemen) Garry. 

 

Hierbij nog maar eens een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier, inwoonster van Leuven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7517, folio 365r., akte dd. 10 juni 1628.

Item, in p(rese)ntia villici, et(ceter)a, gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen Glaude Masqueliers, woonen(de) te Loven, vuyt crachte en(de) naer v(er)moghen van(de) authorisatie, haer v(er)leent bij de heeren weesm(eeste)ren deser stadt, in date van 27en. meye 1628, onderteeckent A. De Vroey, alhier gesien en(de) gebleken, bij manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdenisse vier rinsg(uldens) erffel(ijck), staende bepandt opde Staeten van Brabant int quartier van Loven, vallende den xviien. juny en(de) decembris, volgende de constitutiebrieven daervan sijnde in date den xviien. decembris xvc. lxiiii, ondert(eeckent) Cornelius Wellemans, expos(ito) impos(itus) est heer en(de) m(eeste)r Laurentius Zoenius, per mo(nitionem) et satis ob(ligando) et sub(mittendo) ac ren(unciando) in forma, et waras voor eene goede, onbelaste en(de) ongealieneerde rente, cederen(de) voorts de voorschreven constitutiebrieven daeraff sijnde, tot behoeff als voor mette openstaende verloopen der voors(chreve) rente, eodem jure, coram Schore, Van(der) Vorst, junii xa., 1628.

 

Voor de afwisseling nog maar eens Emerentiana Van Lantrop, weduwe van Claudius Masquelier. Daarnaast wordt ook Claudius Van Assche, zoon Loys (Eligius ?) en Anna Masqulier, geciteerd.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7516, folio 1r., akte dd. 13 januari 1627.

Item in tegenwordicheyt des meyers en(de) der schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen Niclaes Van Craenebroeck vuyt crachte van drije diversche onwederroepel(ijcke) procuratien, hem gegeven bij jo(ncke)r Glaude Van Assche sone wijlen s(ieu)r Loys, daer moeder aff was jo(uffrouw)e Anna Masquelier, respective opden xven. july, xxviiien. july en(de) xvii. decembris, al van(den) jaere 1626, voorde notarissen A. Cuypers, Franchois Van Zinnicq en(de) J. Van Vreckem en(de) sekere getuygen, alle drije alhier gesien ende gebleken, en(de) waervan den teneur hier naer van woorde te woorde is volgen(de) et inseratur consequenter secundum datam, de selve Craenebroeck per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse allen het recht, actie, paert en(de) deel van(de) proprieteyt, den v(oor)s(chreven) jo(ncke)r Glaude Van Assche competerende in alle en(de) iegel(ijcke) goederen, chijnsen, renten, tot wat plaetsen die geleghen en(de) bevonden sullen worden, en(de) generael allen die ghene op hem sijn v(er)storven bij de doot en(de) afflijvicheyt van(de) v(oor)s(chreve) jo(uffrouw)e Anna Masquelier, en(de) naementl(ijck) oyck d' erffgoeden, inde v(oor)s(chreve) procuratien geruert, hierboven geinsereert, eposito impositus est en(de) Henrick Van Roost inden naeme en(de) tot behoeff van s(ieu)r Franchois Ursselincx, coopman, woonen(de) tot Brusselen, imposito per mo(nitionem) reddidit om allen de v(oor)s(chreve) goeden bij den v(oor)s(chreven) jo(ncke)r Glaude Van Assche te hebben, te houden en(de) te besitten opde commeren en(de) lasten daerop vuytgaende, inde voors(chreve) ierste procuratie gespecificeert ende voorts meer op drije diversche renten, elcke van vijffentwintich carolusguldens erffel(ijck) te xx st(uyvers) t' stuck, munte in Brabant cours en(de) loop hebbende, alle jaere te v(er)schijnen, te weten de vijfftich carolusg(uldens) opden xven. july en(de) de resteren(de) xxv carolusgul(dens) opden xviien. decembris en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije, etc(etera), oyck van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen, daervan den ien. termijne van betaelinghe wesen sal opden xven. july en(de) xviien. decembris, respective van(den) jaere xvic. sevenentwintich en(de) soo voorts van iaere te jaere, t' elcken termijne als schult met rechte v(er)wonnen, gelovende voorts die v(oor)s(chreven) Craenebroeck vuyt cracchte voors(chreven) als voor die v(oor)s(chreve) drije renten jaerlijcx ten tijde ende termijne voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betalen en(de) te leveren, los en(de) vrije als voor, quolibet assecutum, obligan(do) et submitten(do) personam et bona predicti constituentis ac renun(tiando) prout in forma, met conditie dat die v(oor)s(chreve) drije renten t' allen tijden sullen moghen gequeten worden tegen den penninck xvie. in drije reysen met vijffentwintich carolusgul(dens) erffel(ijck) s' maels, loopende munte en(de) volle rente, ende tot betere vastichehyt der v(oor)s(chreve) drije renten, soo heeft die v(oor)s(chreven) Niclaes Van Craenebroeck vuyt crachte van onwederroepel(ijcke) procuratie, hem gegeven bij jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop weduwe s(ieu)r Glaude Masquelier opden xvien. decembris lestleden voorden not(ari)s A. Cuypers en(de) sekere getuygen, alhier gesien en(de) gebleken, v(er)nyeuwt de notariaele acte, waerinne de v(oor)s(chreve) procuratie staet geinsereert et inseratur, ende is te weten dat de vijfftich carolusgul(dens) vuytte v(oor)s(chreve) vijffentseventich carolusgul(dens) erffel(ijck) over eenige maenden voor schepen(en) van Rotselaer noch eens is zijn bekent geweest, sulcx dat de selve en(de) de bovenges(chreve) bekentenissen maer en beloopen tot vijffentseventich carolusguldens erffel(ijck) t' saemen en(de) int geheel, coram Pulle, Impens, januarii xiii., a(n)no 1627.

 

De hierna volgende notariële minuten maken eigenlijk integraal deel uit van de schepenakte in mijn vorige email. Deze akten volgden onmiddellijk op de voorgaande, maar zijn duidelijk onderscheiden, omdat zij werden geschreven op  afzonderlijke folio.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7516, folio 3r., akte dd. 28 juli 1626.

Op heden den achtentwintichsten july vanden jaere sesthienhondert ende sessentwintich comparerende voor mij notaris ende den getuygen naergen(oempt) joncker Glaude Van Assche sone wijlen s(ieu)r Loys, daer moeder aff was jouffrouwe Anna Masqueliers, die welcke heeft gekendt ende geleden, kendt ende lijdt midts desen, dat s(ieu)r Francois Usselincx, coopman van sijde lakenen binnen deser stadt, hem comparant noch voldaen ende gefurneert heeft, soo in gereede pen(ningen) als coopmanschap, hem tot sijnen contentemente gelevert ter sommen toe van vier hondert rinsguldenen eens, soo hij bekendt midts desen, ende daer voren heeft hij den selven Usselincx geloeft te gevene eene erffelijcke rente van vijffventwintich rinsguldenen, t' stuck tot twintich stuyvers Brab(an)ts gerekent, welcke rente vallen ende ter quytinge staen soe als andere gelijcke rente van vijffventwintich rinsguldenen , onlancx ten behoeve desselffs bekendt ende inden naerbeschreven notariaelen instrumente naerder geruert, wesende den selven instrumente in daeten des sestienste daeghs deser voors(chreve) maent van julio, gepasseert voor m(eeste)r Aert De Cuypere als notaris, tot Loven residerende, ende sekere getuygen, daer inne genomineert, wesende de voors(chreve) comp(aran)t oyck te vreden dat dese rente mette andere vijffventwintich rinsguldenen sal wordden geunieert, maeckende alsoo tsaemen vijftich rinsguldenen erffelijck, daer voren verbindende sijnen persoon ende goeden, ende sunderlinge de goeden, inden voors(chreven) notariaelen instrumente gespecificeert staende opte commeren aldaer vuytgedruckt, ende om den voors(chreven) Usselincx daeraff naerder te versekeren ende bewaeren, soo heeft de voorgen(oempden) comp(aran)t onwederroepelijck geconstitueert ende machtich gemaeckt als hij constitueert ende machtich maeckt midts desen Peeteren Le Ducq en(de) Niclaes Van Craenebroeck tsamen ende elcken van hen besundere, thoonder deser, om in sijnen naem ende van sijnen twegen te compareren voor meyer en(de) schepenen der heerlijckheyt van Rotselaer ende alo(mm)e elders daer des behooren ende van noode wesen sal ende aldaer andermael te consenteren dat dese rente van vijffventwintich rinsg(uldenen) sal wordden gevueght tot de voors(chreve) andere vijffventwintich ende de selve op de goeden, inden voors(chreven) notariaelen instrumente gespecificeert, wettelijcken te constitueren ende dat alles in conformiteyt van(den) selven instrumente ende met geloofte van waerschap in forma, ende voorts meer daer inne te doen des de voors(chreven) constituant, alo(mm)e p(rese)nt sijnde, selver soude konnen oft mogen doen, alwaert oyck soo dat de saecke speciaelder bevel behoeffde dan voors(chreven) staet, gelovende onder de verbintenisse van sijnen persoon en(de) goeden als voren te houden voor goet, vast, gestaede, van weerde en(de) onverbreckelijck tot eeuwigen daegen, allen tgene bij den voors(chreven) sijne geconstitueerde hierinne gedaen en(de) gebesoigneert sal wordden, aldus gedaen ende gepasseert binnen des(er) stadt van Brussele ten huyse des voors(chreven) comp(aran)ts ten daege, maende en(de) jaere voors(chreven) ter p(rese)ntien van Camillo Campesano ende Nicasius Sweerts, als getuygen hierover geroepen ende gebeden, ende is de minute deser bijden voors(chreven) constituant ondergeteeckent.

Ende van mij Francois Van Zinnicq, openbaer not(ari)s, bijden Souverainen Raide ons heeren des coninucx, geordonneert in Brabant, geadmitteert, tot Brussel residerende, quod attestor,

F. Van Zinnicq, not(ari)s, 1626.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7516, folio 6r., akte dd. 17 december 1626.

Op heden den zeventhiensten dach der maendt van decembris anno xvic. ende sessentwintich comparerende voor mij openbaer not(ari)s ende inde presentie van(de) getuyghen naergenoempt jo(ncker) Glaude Van Assche, ende heeft geloeft, gelijck hij geloeft midts desen, te gevene jaerlijcx ende erffelijcx aenden eersaemen Franchois Ursselincx, coopman van zeyde laeckenen, woonende binnen der stadt Bruessele, eene voirtaene rente van vijffentwintich rinsguldenen tsiaers, den gulden tot twintich stuyvers ende den stuyver tot drije plecken Brabants gerekent, vrije van thien, xxe., hondertste, meerdere oft mindere penningen ende generaelijck van alle lasten ende impositien, diemen daerop nu oft naermaels eenichssints souden mogen setten oft excositteren, altijt opden seventhienden decembr(is) vallende ende te betaelene ende waervan dierste jaer van betaelinghhe vallen en(de) verschijnen sal opden seventhienden decembris vanden toecomenden jaere xvic. en(de) zevenentwintich end alsoe voirts van jaere te jaere te vallene ende te betaelene totter affquytinghe toe, die sal mogen geschieden eens ende teenemaele midts voer elck der voers(chreve) rinsguldenen erfffelijck, gevende sesthiene rinsguldenen eens, munte gelijck ten tijde vander selver affquytinge, in Bruessele cours ende ganck hebben sal ende den cost vanden brieve ende d(aer)voer soe heeft hij hem tot behoeff voerscreven geseth ende verbonden teenen sekeren pande ende onderpande, alle zijne goeden, eygene ende have, vercregen en(de) te vercrijgene, ende besundere allen sijn recht, actie, paert ende deel van proprieteyt als hem eenichssins is competerende in alle ende een iegelijcke goederen, cheynsen en(de) renten, van wat conditien, natuere oft qualiteyt die selve souden mogen wesen oft tot wat plaetssen die gevonden souden mogen worden, tzij leengoeden onder den lande van Loven, Rutsselaer, Loven, opde staten des lants van Brabant int quartier van Loven als elders ende generaelijck alle die gene die hem gelovere sijn verstorven bijder doot ende afflijvicheyt van wijlen jo(uffrouwe) Anna Masculier, zijns gelovers moeder was, nyettegenstaende datter eenighe lantrechten desen eenichssints souden mogen contrarieren, den welcken hij gelovere ten effecte van desen heeft gederogeert ende derogeert midts desen ende dit alles in achtervolgh vanden consente en(de) acte van renunciatie van tochte, gedaen bij jo(uffrouwe) Emerentiana Van Lanttrop weduwe wijlen Guillame Masculiers, gepasseert voerden notaris Arnoldus De Cuypere, tot Loven resideren(de), in daten op gisteren, constituerende voirts die voerscreven) gelovere irrevocabelijcken midts desen N. Van(den) Sijpe, procur(eur) tot Loven, Niclaes Van Craenebroeck, tsamen ende elcken van hen int besundere, thoonder deser, om in zijnen naem ende van zijnen twegen te compareren voer hoff ende heer oft leenmannen, alomme daer des behooren ende van noode wesen sal en(de) aldaer die voers(creve) gelofte ende bekentenisse der voerscreven voirtaene rente andermael te bekennen en(de) sijn voers(creven) actie, paerten en(de) deelen, hem alsvoeren verstorven voer de voers(creve) rente tot behoeff voerscreven te verbinden en(de) verobligeren met d(aer)enboven d(aer)voeren te geloven behoorl(ijcke) waerschap, altoos genoech te doene op datter iet aen gebraecke, gelovende te houden voer goet, vast en(de) van weerden allen tgene bijde voers(creve) sijne gesubstitueerde desen volgende gedaen en(de) voirtgekeert sal worden onder die verbintenisse van zijnen persoon en(de) goeden, present en(de) toecommende alsvoeren, gevende noch voirts macht aen(den) voers(chreven) zijne geconstitueerde om die bekentenisse alsvoeren te doen van eene andere rente van vijfftich rinsgul(denen) die hij comp(aran)t voer date van desen noch heeft geloeft aen(den) voers(creven) Ursselincx en(de) d(aer)voeren oyck die voers(chreven) zijne paerten te v(er)binden, geloven(de), etc(etera), verbinden(de), etc(etera), prout ante, actum Bruxellae binnen den convente van Ter Cameren buyten Bruessele ten daghe, maende ende jaere, ierst voerscreven ter presentien van m(eeste)r Gielis Van Linthout ende Horatio De Greve, als getuyghen hierover geroepen en(de) gebeden.

Ende van mij Jan Van Vreckem, openbaer notaris, bijden Raede, geordonneert in Brabant, geadmitteert, tot Bruessel residerende, quod attestor.

J. Van Vreckem, not(ari)s, 1626.

 

Hoge bomen (belangrijke personen) vangen veel wind. Andermaal een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop, weduwe van Claudius Masquelier. De structuur van akte is vrij complex.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7516, folio 321v., akte dd. 30 maart 1627.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen Glaude Masquelier, gebruycken(de) de cracht en(de) macht, haer verleent bij de heeren weesm(eeste)ren alhier bij acte van(der) daet xi. meert lestleden, ond(erteecken)t G. Tijpoets, alhier gesien en(de) gebleken, waer van den teneur hier naer is volgende, alsoo jo(uffrouw)e Emerantiana Van Lantrop wed(uw)e wijlen Glaude Masquelier de heeren weesm(eeste)ren hadde bij haere req(ues)te te kennen gegeven hoe dat haer suppl(ian)te van opden iiien. decemb(ris) lestleden, waer bij dese weescamere mits haeren noodt en(de) naer voorgaen(de) advys van haere naeste vrienden en(de) momboirs van(de) weeskinderen, bij wijlen haere twee dochters achtergelaten, is gepermitteert geweest te vercoopen eene rente van xix g(uldens) xv st(uyvers), dan alsoo de sel(ve) is een leenrente en(de) datmen disputeert waer mede desel(ve) staet te quyten, soo en conste desel(ve) supp(lian)te die nyet vercoopen en(de) want sij is in groote noot, en(de) dat wijlen haeren man haer suppl(ian)te in noot wesen(de), bij testam(ente) heeft toegelaten eenige goeden te mogen vercoopen, soo was de suppl(ian)te bidden(de) om authorisatie om in plaetse van(de) rente xix gul(dens) xv st(uyvers) te vercoopen twee renten op de staeten, d' eene van xii g(uldens) en(de) d' andere van x g(uldens) erffel(ijck), wel(cken) voors(chreven) req(ues)te gecommuniceert sijn(de) aen(de) momboirs der voors(chreve) weeskinderen ende naerdijen desel(ve) de heeren mondelinge hadden comen vercleren dat den noot, daer inne de suppl(ian)te was, sulcx was verheysschen(de) en(de) de vercoopin(ge) nootel(ijck) bevonden, de heeren weesm(eeste)ren geleth hebben(de) opt inhoudt der selver req(ues)te, mede op het advys van(de) momboirs der sel(ver) weesen, gesien mede het testam(ent) van wijlen Glaude Masquelier, gepasseert voor den not(ari)s Impens den vi. augusti 1619, ende van alles rapport gedaen inden raede deser stadt Loven, de heeren weesm(eeste)ren conform de resolutie van(den) raede deser stadt, hebben de suppl(ian)te geaccordeert ende geauthoriseert, accorderen en(de) authoriseren mits desen dat sij suppl(ian)te sal mogen ten hoochsten en(de) branden van(de) keerssen vercoopen de twee renten, die eene van tweelff g(uldens) en(de) d' andere van x g(uldens) erffel(ijck), staen(de) ten laste der heeren staten int quartier van Loven, die coopers daerinne te goeden en(de) t' erffven naer behooren ende dat in plaetse van(de) voors(chreve) rente van xix g(uldens) xv st(uyvers) erffel(ijck), de wel(cke) sal blijven aloft daer geen consent van vercoope overgegeven waere, aldus gedaen ter weescamere der stadt Loven ten bijsijne van jo(ncke)r Jan De Borchgrave, m(eeste)r Lucas Impens en(de) Jan Willemaers, weesm(eeste)ren, desen xi. meert 1627, mij p(rese)nt s(ecreta)ris, ond(erteecken)t G. Tijpoets, per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdenisse ierst eene rente van xii g(uldens) erffel(ijck), quytbaer tegen den pen(ninck) xvie., vallen(de) halff xiiii. may en(d)e halff xiii. novemb(ris), beseth opde heeren staeten van B(ra)bant in dit quartier van Loven, met constitutie brieven van(der) daet xiiie. may a(nn)o 1570, daeraff tot behoeff der voors(chreve) gehuysschen transport is gedaen bij jo(uffrouw)e Anna Willems en(de) m(eeste)r Wouter Remigii, haeren man, op den xviien. aprilis a(nn)o 1592, item eene rente van x g(uldens) t' sjaers, quytbaer tegen den pen(ninck) xiie., vallen(de) halff xa. jan(ua)ry en(de) halff xa. july, naervolgen(de) de constitutie brieff van(de) voors(chreve) staeten daer aff sijn(de) in date xen. july a(nn)o 1570, daer aff die voors(chreve) gehuysschen transport v(er)cregen hebben voor schepen(en) alhier tegen Niclaes Van Craenenbroecck opden xix. 7ber. a(nn)o 1600 in 2a., alsoo die voors(chreve) twee renten te boeck geteek(ent) staen respective nu(mero) 326 en(de) nu(mer)o 334, expos(ito) soo is daer inne gegoeyt en(de) geerfft ten erffel(ijcken) rechte m(eeste)r Adrianus Van(den) Zande inden naem en(de) tot behoeff van jo(ncke)r Jaspar Roeloffs et satis p(re)dicta transportans, oblig(ando), submitt(endo) ac renun(ciando) in fo(rm)a et waras voor twee goede, onverthierde en(de) onbelaste renten, cederende dijen volgens tot behoeff des voors(chreven) jo(ncke)r Jaspar Roeloffs de voors(chreve) constitutie ende transport brieven met alle verbintenissen en(de) conditien daer inne begrepen, voor soo veele de sel(ve) renten is aengaen(de) ten sel(ven) rechte, mitsg(aeders) oock den onbetaelden achterstel van dijen, v(er)loopen t' zedert d' jaer 1617 nopen(de) de voors(chreve) xii g(uldens) en(de) 1615 aengaen(de) de x g(uldens) ende is te weten dat desel(ve) twee renten sijn op hoogen vercocht met twee publycq(ue) sitdaegen en(de) als lesten verdierder gebleven aen(den) voors(chreven) Van(den) Zande, coram Dielbeeck, Impens, martii penul(tima) 1627.

 

En nog maar eens een vermelding van Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier. Je kan van deze familie al een boek schrijven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7516, folio 328v., akte dd. 3 april 1627.

In tegenwoordicheyt des meyers en(de) der schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Aert Cuypers vuyt crachte van drije diversche procuratien irrevocabel, hem gegeven bij jo(ncke)r Glaude Van Assche soene wijlen jo(ncke)r Louys, daer moeder aff was jo(uffrouw)e Anna Masquelier, respective opden naestlesten april en(de) achtsten may, beyde van[den] jaere 1626, en(de) opden tweeden april 1627, wesen(de) alle drije desel(ve) procura(ti)en gepasseert voorden not(ari)s Franchois Van Zinnicq, resideren(de) tot Brussele, ende seeckere getuyghen, alhier gesien ende gebleken, per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdenisse d' erffgoeden, inde voors(chreve) procura(ti)en gespecificeert, expos(ito) ende Ph(i)l(ip)s Hollants inden naeme en(de) tot behoeff van heer Jan Vaillant, trompetter van haere hoocheyt, woonen(de) tot Brussel, impos(itus) per mo(nitionem) reddidit, om allen de v(oor)s(chreve) erffgoeden bijden voors(chreven) Glaude Van Assche te hebben, te houden en(de) te besitten op de commeren ende lasten daer op vuytgaen(de), gementionneert inde voors(chreve) procura(ti)en, ende voorts meer op drije diversche renten, d' eene van xxxvii r(insguldens) x st(uyvers), de iie. van vi g(uldens) v st(uyvers) en(de) de iiie. insgel(ijcx) van vi g(uldens) v st(uyvers) erffel(ijck), maecken(de) t' saemen l r(insguldens) erffel(ijck), alle jaere te verschijnen, de twee ierste opden naestlesten aprilis en(de) de leste opden iien. aprilis, en(de) binnen der stadt wissele van Brussele te leveren, los en(de) vrije, oock van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere impositien oft exactien, ordinaris en(de) extraordinaris, innegestelt oft naermaels inne te stellen in toecomende tijden, daer van den ien. termijn van betaelin(ge) sijn sal respective opden naestlesten aprilis van(den) loopen(den) jaere 1627 en(de) tweeden aprilis van(den) naestcomenden jaere 1628, ende soo voorts van jaere te jaere, t' elcken termijne als schult met recht verwonnen, geloven(de) voorts de v(oor)s(chreven) Cuypers vuyt crachte als voor die voors(chreve) drije renten jaerl(ijcx) ten tijde en(de) termijne voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) te leveren, los en(de) vrije als voor, t' elcken termijne als schult met rechte verwonnen, daervoor verobligeren(de) en(de) submitteren(de) den persoon en(de) goeden des voors(chreven) jo(ncke)r Glaude Van Assche met renun(tiatie) in fo(rm)a, met conditie dat die voors(chreve) drije renten t' allen tijden sullen mogen gequeten worden tegen den pen(ninck) xvi in drije reysen, te weten inder vuegen soo de capitale pen(ningen) op drije diversche tijden naer vuytwijsen der v(oor)s(chreve) procura(ti)en sijn getelt geweest met loopen(de) munte en(de) volle rente, ende tot betere vasticheyt der voors(chreve) drije renten, soo heeft die voors(chreven) Ph(i)l(ip)s Hollants vuyt crachte van onwederroepel(ijcke) procura(tie), hem gegeven bij jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop wed(uw)e s(ieu)r Glaude Masquelier opden ien. april 1627 voor den not(ari)s A. Cuypers en(de) seeckere getuyghen, alhier gesien en(de) gebleken vernyeuwt de notariale acte, waer inne de voors(chreve) procura(ti)e staet geinsereert, ende is te weten dat de twee ierste renten vuytte voors(chreve) drije renten, hier boven naerder gementionneert, over eenige maenden voor schepenen van Rotselaer noch eens sijn bekent en(de) geconstitueert geweest, wel(cke) bekentenisse en(de) constitutie met dese tegenwoordige maer en beloopen tot l r(insguldens) erffel(ijck) t' samen en(de) int geheel, coram Pulle, Broeck, aprilis iiia., 1627.

 

Voor de afwisseling nog maar eens een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier. J

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8254, folio 63v., akte dd. 26 februari 1631.

In tegenwoordicheyt des heeren meyers ende schepenen van Loven naergenoempt is gecommen m(eeste)r Niclaes Conincx als gecommitteerde om het gene naebeschreven staet te moegen doen, van jouffr(ouw)e Emerentiana Van Lantrop, weduwe van wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier, bijde met acte van procura(tie), hem gegeven voor Jannen Hermans ende zekere getuyghen den xviii. february des loopende jaers, den heeren schepenen naebeschreven verthoont ende in originali geblecken, met ende neffens die brieven vanden hove daerbij, aende voors(chreve) jouff(rouw)e Emerentiana het vercoope der parceelen, in desen volgende, onder andere is georlofft ende gepermitteert, wesende die selve brieven van(den) 29. nove(m)ber 1630, geteeckent J. Cools, ende heeft den voors(chreven) comparant vermogens sijnder commissie opgedraghen die parceelen van goeden naervolgende, liggende onder Holsbeke, eerst een halff boender landts, gheleg ombegrepen der maete, gelegen soo het selve gelegen is tot Holsbeke, geheeten den Geer, regenoten den Varenwech naer Loven ter i., beneden den voetpat ter ii., Jan Van Hoye ter iii. ende iiii. zijden, item i dachm(ael) landts oock ombegrepen der maeten tot Holsbeke voors(chreven) opt Kerckevelt, regenoten boven den Varenwech tot naer Loven ter i., mijn heere Creton ter ii., mijnheere Van Pulle ter iii. ende den heere advocaet Bollins ter iiii. zijden, ende dopdragere daervuyt ontgoeyt sijnde, soo is daerinne gegoeyt ende geerft ten erffelijcken rechte s(ieu)r Guil(lia)me Timmermans, soo voor hem selven als voor jouff(rouw)e Anna Le Febure, sijne huysvrouwe, per mon(itionem) et satis den voors(chreven) opdragere in qualiteyt ende naer vermogen als boven et waras thalff boender op eenen pen(ninck) Lovens s' heeren chijns ende een molevat evene, ende het dachm(ael) voor vrij, ombelast goet, te belovende den vercoopere van alle voerdere calangien waerschappe ende aff te doen de verloopen vande voers(chreve) chijnsen, soo verre daer eenige open stonden tanquam prout, verclairende partijen hinc inde dese te geschieden ter causen van coope metten vuygaene vander berrender keerssen naer verscheyden sitdaghen om ende voor twee hondert vijfftich g(uldens) eens, het halff boender en(de) het dachm(ael) voor een hondert veertich guld(ens), vrije en(de) losgelt, aende vercoopersse te betalen boven slach, wijn en(de) hooghen, coram Schoere, Leunckens, schepen(en) en(de) eygen(oten) van Loven, item dheere meyere met Hermans, insgelijcx eygenoten, quiquidem, etc(etera), actum feb(rua)rii 26., 1631. 

 

Hierbij nog eens een akte met vermelding van Claudius Masquelier, inwoner van Leuven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7500, folio 229r., akte dd. 3 april 1610.

Item s(ieu)r Glaude Masqueliers, woonen(de) bynnen des(er) stadt Loven, heeft bekint, gel(ijck) hij bekint midts desen, aen hem midts seke(re) somme van penn(ingen) de qua sat(is) gelost, gequeten en(de) affgeleeght te zijn bij Peeter Van Wouterlinge een(e) erffel(ijcke) rinte van derthien rinsg(u)l(dens) en(de) x st(uyvers) als die voors(chreven) Masquelier heffen(de) ende trecken(de) was opde goeden des voors(chreven) Wouterlinghen, gelegen tot Kersbeke en(de) Miscom, volgen(de) die brieven daeraff zijnde in date van(den) iiii. april 1602 in hac camera, schellende alsoo den voors(chreven) Wouterlinghen en(de) zijne v(er)obligeerde goeden van(de) voors(chreve) rente en(de) v(er)loopen van dijen volcomel(ijck) quytte, promitt(entes) nullatenus alloqui sed semp(er) sat(is) erga quoscumque obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, consenteren(de) alsoo inde cassa(tie) van(den) reg(istr)e oft erffbrieven daeraff zijnde, coram Rijcke, Broecke, april(is) iiia., 1610.

 

Claudius Masquelier treedt op in naam van het kerkfabriek van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7501, folio 78v., akte dd. 19 november 1610.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Hendrick Van Aerschot al(ia)s V(er)meulen sone wijlen Henricx, woonen(de) tAverest ond(er) Rotzelaer, p(er) mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) die goeden naerbes(chreven) ierst huys en(de) hoff, alsoo tsel(ve) gestaen en(de) gelegen es tAverest voors(chreven), regen(oten) sh(ee)ren straete in twee zijden, Ons(er) L(iever) Vrouwen aultaer van S(in)te Peeters alhier ter iiie. en(de) Jan Van(den) Eynde ter iiiie. zijden, item noch een(en) bempt, groot vijff dachm(aelen), ond(er) de voors(chreve) regen(oten) gelegen, ende s(ieu)r exp(osito) ende s(ieu)r Glaude Masquelier ind(en) naem van(de) fabriecken der kercke van Wesemael tot behoeff van(de) sel(ve) fabricken imp(ositus) p(er) mo(nitionem) red redd(idi)t om tvoors(chreven) huys en(de) hoff ende bempt te hebben, te houden en(de) te besitten op de commeren en(de) lasten daer te vorens op vuytgaen(de), als te weten tvoors(chreven) huys en(de) hoff op twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) aen mevr(ouw)e van Vrouweperck en(de) een gansse aen(den) hertoghe van Aersschot en(de) de voors(chreve) vijff dachm(aelen) bempts oock een ganse aen(den) voors(chreven) hertoghe van Aerschot, alsoo allent recht en(de) commer te vorens op vuytgaen(de), waerop de voors(chreven) opdraeger tsel(ve) es waranderen(de), ende voorts meer op een(e) voortaen(e) rinte van vijff carol(us) g(u)l(dens) ts(iae)rs te xx st(uyvers) tstuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) ende v(er)schijnen(de) opden lesten dach january en(de) tot Wesemael in handen van(den) kerckm(eeste)r aldaer oft ten huyse des voors(chreven) rentm(eeste)r te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle mindere oft meerdere penn(ingen) en(de) impositien, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutu(m) et sat(is) et waras ut supra, geloven(de) voorts die voors(chreven) opdraeger die voors(chreve) rinte van vijff carol(us) g(u)l(dens) ts(iae)rs jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als voor, los en(de) vrije, etc(etera), in futur(um) quolibet assecutu(m) obligan(do) et submitten(do) se et sua in forma, met conditie dat die voors(chreven) bekinder oft zijn(e) naercomelin(gen) die voors(chreve) rinte van vijff carol(u)s gul(den)s erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal ten drije reysen, elcken guld(en) erffel(ijck) met xviii gel(ijcke) g(u)l(dens) loopen(de) munte, ac cum, coram Duffle, Beringhen, novembris xixa., 1610.

            In de marge.

De schepen(en) quytan(tie) van dese vijff r(insguldens) erffel(ijck) met drije jaeren verloops, h(abetu)r ultima januarii 1633 in prima et sic vacat. 

 

Bij deze nog eens een akte met vermelding van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7501, folio 138r., akte dd. 18 maart 1611.

Item Steven Ghens en(de) Cath(elij)ne V(er)couteren, gehuysschen, woonen(de) bynnen des(er) stadt Loven, in p(rese)ntia, etc(etera), hebben bekindt en(de) bekinnen midts desen, aqen hen bij Glaude Masquelier en(de) jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop, zijn huysvr(ouw)e, midts een(e) so(mm)e van penn(ingen) de qua sat(is) gelost, gequeten en(de) affgeleeght te zijn alsul(cke) rinte van sesthien stuyers een pl(e)c(ke) ts(iae)rs als E(lisa)b(e)th Van Bersem al(ia)s Stroyen jaerl(ijcx) was hebben(de) op een erffken, gelegen tot Holsbeeck aen(den) kerckhoff, eertijts geco(m)peteert hebben(de) m(eeste)rt Wouter Remigii en(de) te vorens Henrick Van Ghele, schelden(de) hun en(de) den v(er)obligeerden pant en(de) erffve daeraff volcomel(ijck) quytte, mede oock quiteren(de) en(de) quytschelden(de) den voors(chreven) Masquelier van een cleyn plecke erffve, daer eertijts een huysken plach op te staen, gelegen tot Holsbeke voors(chreven) aen(de) kercke, promitt(ens) nullatenus alloqui sed semp(er) sat(is) erga quoscunque obligan(do) et submitten(do) se et sua debita renun(ciando) in forma, coram Schore, Roeloffs, martii xviiia., anno 1611.

 

Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier (x Emerentiana Van Lantrop).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7502, fol. 188v., akte dd. 19 maart 1612.

Item, in p(rese)ntia, etc(etera), gestaen Henrick Coveleers sone wijlen Gielis, woonen(de) tot Rotselaer, heeft bekindt en(de) bekindt midts desen schuldich te zijn aen s(ieu)r Glaude Masquelier twee carol(us) gul(dens) ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brabants tstuck en(de) thien gel(ijcke) stuyvers erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden dach van heden date des(er) en(de) te Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, ve., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pe(n)nin(gen) en(de) impositien, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutu(m) et tantum ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), obligan(do) et submitten(de) in forma, met conditie dat de voors(chreven) bekinder oft zijn(e) naercomelin(ngen) de voors(chreve) rinte van ii ½ rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) sullen moghen lossen en(de) affquytten tallen tijden als hun gelieven sal teend(er) reysen, elcken guld(en) erffel(ijck) met xvie. ge(lijcke) carol(us) gul(dens) loopen(de) munte, ac cum, eisd(em).

De cassatie van dese rinte van twee carolus g(u)l(dens) en(de) x st(uyvers) erffel(ijck) mette v(er)loopen van dijen, is gebleken bij quitan(tie) van(den) voors(chreven) Glaude Masquelier de data xxviia. augusti 1621 als ontfanghen hebben(de) vuyt handen van(de) eerbaere Marie Dijle, wed(uw)e wijlen Henricx Coveleers die so(mm)e van xlii rinsg(u)l(dens) en(de) x st(uyvers) eens, zoo voor het capitael als de v(er)loopen, actum iiia. septemb(ris) 1622 et sic vacat, quod attestor, als clercq deser camere, ond(erteecken)t H. Van Roost.

Hierbij een aantal NIEUWE gegevens, die ik opzocht naar aanleiding van de volgende akte, waarin melding werd gemaakt van Anna Masquelier als weduwe van Ludovicus (Loyck) Van Assche. Deze laatste was in zijn leven secreteris van de stad Loven, toch een voorname functie in die tijd. Anna Masquelier was de dochter van Claudius (en van Emerentiana Van Lantrop).

Anna Masquelier huwde een eerste maal te Leuven (Sint-Geertrui) op 11.10.1598 met Ludovicus Van Assche (get. : meester Joannes Schellijkens en meester Walterus Remigii). De ondertrouw had plaats in dezelfde parochie voor dezelfde getuigen. Zij lieten het volgende kind na :

-     Van Assche Claudius, gedoopt Leuven (Sint-Pieter) 11.12.1601.

      (ss. : Masscheliers Claudius, grootvader, en de weduwe Schoers).

Anna Masquelier huwde een tweede maal met Maximilianus Wittebort, licentiaat en doctor in de beide rechten (iuris utriusque licentiatus en iurus utriusque doctor). Zij lieten volgende kinderen na :

-     Anna Wittenbort, gedoopt Leuven (Sint-Geertrui) 25.08.1613

      (ss. : Michael Vander Perren noe. Simon Wittenbort en Emerentiana Van Lantrop, grootmoeder).

-     Elisabetha Witteboert, gedoopt Leuven (Sint-Pieter) 17.12.1615

      (ss. : meester Guilielmus Maes en jonkvrouw Elisabetha De Bruyne).

-     Eugenia Wittebort, gedoopt Leuven (Sint-Pieter) 13.08.1618.

      (ss. : Adrianus Baex, iuris utriusque doctor, in naam de edele heer Eugenius d' Arrenberghe, graaf d' Osseneghen,

       en jonkvrouw Maria Van(der) Peere in naam van jonkvrouw Maria Willebort).

Uit de doopheffers en de huwelijksgetuigen blijkt dat de familie hoog aangeschreven stond.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7503, folio 76v., akte dd. 20 oktober 1612.

Item jo(uffrouw)e Anna Masqueliers wed(uw)e wijlen m(eeste)r Loycx Van Assche, in zijn(en) tijt s(ecreta)ris des(er) stadt Loven, geassisteert met s(ieu)r Glaude Masquelier, haeren vaeder, in p(rese)ntia, etc(etera), heeft bekint en(de) bekindt midts desen ontfangen te hebben vuyt handen van h(ee)r Richardt Van Pulle, ridder, alsulcken so(mm)e van hondert rinsg(u)l(dens) eens metten interest van dijen als de sel(ve) zijn aengewesen bij schepen(en) van Loven opden ... [n.v.] augusti 1612 lestleden, scheldende hen daeraff volcomel(ijck) quytte, promitten(tes) nullatenus alloqui sed semp(er) satis erga quoscunq(ue) obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, coram Roeloffs, Maes, octob(ris) xxa., anno 1612.

 

Nog maar eens Claudius Masquelier als rentmeester van de kerk van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7503, folio 102v., akte dd. 10 december 1612.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Glaude Masquelier, rintm(eeste)r van(de) kercke van Wesemael, vuyt last en(de) naer v(er)mogen van seeckere procura(ti)e speciael en(de) irrevocabel, hem gegeven bij mijn heere Resimont, p(res)b(yte)r en(de) pastoir te Wesemael, Peeter Hoezs en(de) Jan Van Beets, beyde kerckm(eeste)ren aldaer, opden viien. dach decemb(ris) 1612, gepasseert voor meyer en(de) schepen(en) van Wesemael voors(chreven), ond(erteecken)t J. Vits, greffier aldaer, in desen gesien en(de) gebleken, per mo(nitionem) heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) alsul alsulcken recht, actie en(de) pretensie als die voors(chreve) kercke es hebben(de) in twee ring(u)l(dens) erffel(ijck) met allen die v(er)loopen der sel(ve), v(er)schenen tsedert den jaere xvc. lxxii tot nu toe, op een erffken en(de) allen zijn(e) toebehoorten, gelegen tot Rotselaer tegen over die nyeuwe pastorije, regen(oten) sh(ee)ren straete in drije zijden, Machiel Van Thienen huys en(de) hoff ter iiiie. zijden, exp(osito) imp(ositus) die voors(chreven) Michiel Van Thienen en(de) Mare Marie De Brier, gehuysschen, ende dat midts bijden sel(ven) promptel(ijck) opleggen(de) en(de) betaelen(de) in handen des voors(chreven) Masqueliers die so(mm)e van twintich rinsg(u)l(dens) eens, los gelts, daeraff hij sal gehouden zijn aen(de) voors(chreve) kercke te doen bewijs en(de) pertinente reeckenin(ge), coram Roeloffs, Glavimans, decemb(ris) xa., 1612.

 

In de akte maakt men melding van Claudius Masquelier, wonende te Leuven. Verder wordt er ook melding gemaakt van Henricus en Joannes Michiels, kinderen van Dionysius.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7503, folio 183v., akte dd. 2 apri 1613.

Item, in p(rese)ntia, etc(etera), gestaen Jacques Smets sone Gijsbrechts, woonen(de) bynnen den dorpe van Werchter, en(de) Jan De Wijngaerder sone wijlen Henricx, insgel(ijcx) tot Werchter voors(chreven) resideren(de), hebben indivisim bekindt schuldich te zijn aen s(ieu)r Glaude Masquelier, ingeseten des(er) stadt Loven, acht carol(us) g(u)l(dens) te xx st(uyvers) tstuck en(de) thien gel(ijcke) stuyvers loopen(de) munte, erffel(ijcke) rente, alle jaer den ven. feb(rua)ry te betaelen, waervan den iersten termijn v(er)schijnen sal va. feb(ruary) 1614 naestcomen(de) ende in des(er) stadts wissele van Loven te leveren tot behoeff des voors(chreven) s(ieu)r Masqueliers en(de) zijn(e) naercomelin(gen), los en(de) vrije van xe., xxe., ce. en(de) allen andere pe(n)nin(gen) en(de) impositien, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutu(m) obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, met gelofte van bynnen een jaer naer daete des(er) daervoor te stellen loffel(ijck)e, sufficien(te) panden onder den resorte van Loven, weert zijn(de) dobbel rente, et tantum met conditie dat die voors(chreve) bekinders de voors(hreve) rinte van acht rinsg(u)l(dens) x st(uyvers) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hen gelieven sal, elcken carol(us) g(u)l(dens) daervan met xvi gel(ijcke) carol(us) gul(dens) en(de) met volle rente et primus, coram Loonbeke, Leunis, april(is) iia., 1613.

Item is te weten dat dese rente wort bekent in plaetse van gel(ijcke) rente van viii g(u)l(dens) x st(uyvers) erffel(ijck), vallen(de) insgel(ijcx) va. feb(ruary), als aen(den) voors(chreven) s(ieu)r Glaude Masquelier personel(ijck) voor schepen(en) des(er) stadt hebben bekent gehadt Henrick en(de) Jan Michiels, gebroederen, kinderen wijlen Dionijs, opden ven. feb(rua)ry anno 1604 in hac ca(mer)a, schelden(de) oversulcx midts dese bekentenisse de voors(chreve) gebroederen daeraff alsoo volcomentl(ijck) quytte, ende consenteren(de) inde cassatie van(den) reg(ist)re daeraff zijn(de), eisd(em).

Item s(ieu)r Glaude Masquelier heeft bekent dese rente van acht rinsg(u)l(dens) en(de) x st(uyvers) volcomel(ijck) gelost en(de) affgequeten, te zijne met achterstellen der sel(ve) bij Jacq(ues) Smets, consenteren(de) alsoo inde cassatie des(er) rente, toircond(en) des(er) bij hem Masquelier ond(erteecken)t opden xxvi. january 1618, ita est ond(erteecken)t G. Masqueliers.

 

Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier (x Emerentiana Van Lantrop).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7504, folio 170v., akte dd. 21 januari 1614.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen m(eeste)r Geeraert Boels, Peeter De Costere en(de) Gooris Leemans, respective als meyer en(de) m(eeste)rs van S(in)te Cath(elij)ne cappelle bynnen der voors(chreve) stadt Loven, in desen v(er)vangen(de) en(de) hen sterckmaecken(de) voor Caerel Cobbelgiers, mede m(eeste)rs der voors(chreve) cappelle, per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een(e) erffel(ijcke) rinte van ses rinsg(u)l(dens) ts(iae)rs mette v(er)loopen daeraff open en(de) ombetaelt staen(de), de voors(chreve) cappelle gelegateert bijden testamente van wijlen Liebrecht De Brievere, munter, ende Cathelijn Van Ermegem al(ia)s Van Roye, zijne ierste huysvr(ouw)e, en(de) bewesen op alle henne goeden, gelegen tot Holsbeeck, nu ter tijt toebehooren(de) s(ieu)r Glaude Masquelier, als dactie hebbende van(de) erffgen(aemen) wijlen Simon Brants, soo hij v(er)cleerde, volgen(de) den sel(ven) testam(ente) vand(er) daet ii. dach may anno xvc. xxvii, ond(erteecken)t en(de) gepass(eer)t voor Nicolaus a Castro als not(ari)s en(de) zekere getuyghen, exp(osito) soo es daerinne gegoydt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte die voors(chreven) s(ieu)r Glaude Masquelier ende dat overmidts die capitaele pe(n)nin(gen) tegen den pe(n)n(inck) xvie., bijden voors(chreven) Masquelier den voors(chreven) m(eeste)rs zijn gerestitueert, vercleren(de) aen(de) sel(ve) rinte en(de) openstaen(de) v(er)loopen egeen recht meer te hebben oft te behouden, maer de sel(ve) metten voors(chreven) testam(ente) geheel(ijck) overgegeven te hebben aen(den) voors(chreven) Masquelier om zijn proffijt en(de) vrijen wille daermede te doene sonder in eenich garantschap oft waerschap te willen oft derffven gehouden zijn ter oirsaecken voors(chreven), behoudel(ijck) oock dat de voors(chreve) m(eeste)rs hen reserveren hen verhael nopen(de) de costen van zeecker proces, dwelck die voors(chreve) m(eeste)rs ind(er) qua(litey)t als voor hebben moeten sustineren voor schepen(en) van Holsbeeck tegen jo(uffrouw)e Geertruydt Van Bierbeeck, coram Van(der) Borcht, Loomans, januarii xxia., 1614.

Het gaat voor de zoveelste keer weeral om de melding van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop, maar ditmaal lijkt het mij een interessante akte.

Blijkbaar is er twijfels omtrent de afkomst van Emerentiana Van Lantrop.

van Lantrop - Van Lantdrox Emerantiana, (deze is mogelijk fa Jan (of toch Jan Jaspar ?)), x Leuven St.-Jacob 24.07.1574 met Claudius Maschelier - Masquelier, + Leuven 25.07.1625, fs Jan/Claudius, 

Ik denk dat de onderstaande akte de oplossing geeft voor het probleem over de juiste afkomst van Emerentiana.

Er was een proces hangende voor de schepenen van Leuven tussen Claudius Masquelier en meester Walterus Remigii over twee renten, die gehypothiceert stonden op goederen van Claudius Masquelier onder Rotselaar en Holsbeek. Deze goederen waren aan Claudius en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop bij scheiding en deling toegevallen vanwege "zijne huysvrouwe moeder jo(uffrouwe) E(lisa)b(e)th Remigii". Met andere woorden, hieruit blijkt mijn inziens dat Emerentiana de dochter is van Joannes Van Lantrop en Elisabetha Vijts alias Remigii (en dus niet van Jasper en Margaretha Rans). Uit de akte meen ik ook te mogen afleiden dat Elisabetha Vijts alias Remigii op haar beurt de dochter is van Walterus (Wouter), die gehuwd was met Anna Willems.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7505, folio 2r., akte dd. 4 juli 1614.

Alsoo in proces waeren geweest voor schepen(en) van Loven s(ieu)r Glaude Masquelier als man en(de) momboir van jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop ter ie. en(de) wijlen m(eeste)r Wouters Remigii ter andere, nopen(de) alsulcke differenten als sijlieden onderlinge(n) waeren hebben(de), ierst nopen(de) dindempniteyt van twee renten, tsaemen bedraegen(de) twee rinsg(u)l(dens) en(de) xvi st(uyvers), respective gepretendeert bij tgoidtshuys van Everbode en(de) tgoidtshuys van Vrouweperck opde goeden van(den) voors(chreven) Masquelier, gelegen tot Rotselaer, hem oft zijne huysvrouwe moeder jo(uffrouw)e E(lisa)b(e)th Remigii in deylinghe gevallen en(de) hem v(er)swegen en(de) noch nopende de hellicht van eene rente van drije gul(den)s eenen stoeter opde domeynen int quartier van Loven, vuytte deylinghe gebleven en(de) bijden voors(chreven) wijlen m(eeste)r Wouter Remigii alleen aengeslaeghen en(de) v(er)cocht, item alnoch nopen(de) een halff boen(der) landts, gelegen tot Holsbeeck op Zichvelt, dwelck de voors(chreven) Claude Masquelier seyde vuytte voors(chreve) deylinghe gebleven te zijn en(de) hem voor de hellicht te competeren mette vruchten van dijen, waerteghen de voors(chreven) wijlen m(eeste)r Wouter Remigii en(de) nu jo(uffrouw)e Anna Willems, zijn(e) wed(uw)e, pretendeerde haer te competeren ses gul(den)s erffel(ijck) mette v(er)loopen van dijen, gehypothiceert op seven dachmaelen bempts, gelegen tot Holsbeeck, geheeten de Kessel Bempden, den voors(chreven) Masquelier oft zijne voors(chreve) huysvr(ouw)e moeder in deylinghe gevallen, dwelck nochtans de voors(chreve) weduwe pretendeerde leen te wesen en(de) oversulcx haeren man voors(chreven) gecompeteert te hebben, item noch het recompens van negen gul(den)s erffel(ijck), den voors(chreven) Remigii in deylinghe gevallen op Peeter Moels ende zijne huysvr(ouw)e, die de voors(chreven) m(eeste)r Wouter Remigii hadde geseyt caduck te wesen, mits dinsolventie van(den) voors(chreven) Moels en(de) zijne huysvr(ouw)e, ende om tvoors(chreven) proces te neder te leggen en(de) minne en(de) vrientschap met malcanderen te houden, zoo zijn de voors(chreven) Maquelier en(de) jo(uffrouw)e Anna Willems, wed(uw)e des voors(chreven) wijlen m(eeste)r Wouters Remigii doer tusschen spreecken van goede mannen tsamen v(er)accordeert en(de) overcomen inder manieren naerbes(chreven), ierst dat die voors(chreven) Masquelier tzijnen laste sal blijven draeghen de voors(chreve) twee renten, tsaemen bedraegen(de) jaerl(ijcx) twee rinsg(u)l(dens) xvi st(uyvers) mette v(er)loopen van dijen, respective aen het cloester van Everbode ende Vrouwenperck, ende ten respecte van(de) rente van drije gul(den)s en(de) ii ½ st(uyvers) mette v(er)loopen opde voors(chreve) domeynen, bijden voors(chreven) wijlen Remigii v(er)cocht, sal de voors(chreve) jo(uffrouw)e Anna Willems den voors(chreven) Claude Masquelier promptel(ijck) opleggen en(de) betaelen de capitaele penn(ingen) van twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) tegen den penn(inck) xvi, ende daerenboven sal de voors(chreve) jo(uffrouw)e Anna Willems affgaen, gel(ijck) sij affgaet en(de) renuntieert midts desen van allen haer recht en(de) actie, dwelck zij eenichsints zoude mogen pretenderen inde voors(chreve) rente van ses rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), gehypothiceert opde voors(chreve) seven dachmaelen bempts, mede oock inde voors(chreve) rinte van neghen gul(den)s erffel(ijck) mette v(er)loopen van dijen, v(er)schenen van alle dese troublen opden voors(chreven) wijlen Peeter Moels en(de) zijne voors(chreve) huysvr(ouw)e, onvercocht oft onverthiert, tot behoeff des voors(chreven) Masquelier, allen tsel(ven) midts desen transporteren(de), soo oock desel(ve) Masquelier midts desen is affgaen(de) allen zijn recht en(de) actie, dwelck hij eenichsints soude moghen pretenderen int voors(chreven) halff boen(der) landts, gelegen opt Zichvelt tot Hae Holsbeeck, v(er)cocht aen Jan Van Hoy ende daermede sal tvoors(chreven) proces en(de) allen questien dijen aengaen(de) gee geresen, doot en(de) te nyet zijn en(de) blijffven en(de) elcke een sal draeghen zijn costen daeromme gedaen sond(er) argelist, geloven(de) die voors(chreve) partijen onwederroepel(ijck) tgene voors(chreven) is, malcanderen tonderhouden, te voldoen en(de) tachtervolghen onder de v(er)bintenisse en(de) submissie van henne persoonen en(de) goeden, meuble en(de) immeuble, p(rese)nt en(de) toecomen(de), met behoorl(ijcke) renuntia(ti)e, besunder de voors(chreve) jo(uffrouw)e Anna Willems benefit(io) se(natus) co(nsulti) vel(leiani), daeraff gecertioreert zijn(de) en(de) van allen anderen in forma, coram Duffel, Luenis, julii iiiia., 1614. 

 

Hierbij nog eens een akte m.b.t. Claudius Masquelier (x Emerentiana Van Lantrop).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7505, folio 121r., akte dd. 10 november 1614.

Item, in presen(tia), etc(etera), gestaen Michiel Aerts, woonen(de) tot Wesemael, heeft gecedeert, getransporteert en(de) overgegeven, cedeert, transporteert en(de) geeft over midts desen, aen s(ieu)r Glaude Masquellier, p(rese)nt en(de) tselve accepteren(de), alsulcke actie als hij is pretenderen(de) nopen(de) zeeckere gewesen vs vonnisse van(der) daet viiia. novembris 1614 in prima in materie van arrest als gearresteerde teghen Cathelijn Ph(i)l(ip)s, arrestante, breeder ind(en) processe, alhier voor schepen(en) gehangen hebben(de), vermelt, eentsamentl(ijck) mette costen daerom gedaen en(de) alnoch te doen(e), op conditie dat den voors(chreven) Masquellier tot zijnen laste nempt te betaelen den heer advocaet procur(eur) Sodalis en(de) clerck, den sel(ven) Michiel Aerts gedient hebben(de) ind(en) selven processe, geloven(de) de sel(ve) partijen hinc inde tgene voors(chreven) is, voor goet, vast en(de) van weerde te houden onder v(er)binten(isse) van hunne respective persoonen ende goeden in forma, coram Lievens, Leunis, novembris xa., 1614.

 

Hierbij weer een akte met vermelding van Claudius Masquelier. Uit de randvermelding (kwitantie) blijkt dat zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop op 22.09.1625 nog in leven was. Bovendien blijkt uit de kwitantie dat Emerentiana Van Lantrop (tenminste haar naam) kon schrijven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7505, folio 238v., akte dd. 5 maart 1615.

Item, in p(rese)ntia, etc(etera), gestaen Willem Derboven soene wijlen Franchois, woonen(de) tot Haecht, heeft bekindt en(de) bekindt midts desen, schuldich te zijn aen s(ieu)r Glaude Masquelier, woonen(de) bynnen des(er) stadt Loven, ses carol(us) g(u)l(den)s ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brab(an)ts stuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden ven. dach meert en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere penn(ingen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolibet assecutu(m) ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), et tantum obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, met conditie dat die voors(chreven) bekinder oft zijn(e) naercomelin(gen) die voors(chreve) rente van ses rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hun gelieven sal teend(er) reysen, elcken guld(en) erffel(ijck) met xvi gel(ijcke) carol(us) g(u)l(dens) loopen(de) munte, ac cum, coram Rijcke, Luenis, martii va., 1615.

         In de marge.

Op heden den 22. september a(nn)o 1625 heeft jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop weduwe wijlen s(ieur) Glaude Masquelier bekent vuyt handen van Willem Daerboven ontfangen te hebben de capitaele penn(ingen) van dese ses g(u)l(dens) erffel(ijck), consenteren(de) alsoo inde cassatie van dijen et sic vacat, toirconden, etc(etera).

 

Waarschijnlijk niet voor de laatste maal nog maar eens een akte met vermelding van Claudius Masquelier en Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7505, folio 276r., akte dd. 4 april 1615.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Cath(elij)ne Van Gele, achtergelaeten wed(uw)e Jans wijlens Hectoris, ende Maria Van Gele wed(uw)e wijlen Peeters Van Beneden cum tutore, in desen gebruycken(de) de cracht en(de) macht, hem gegeven bij apostille marginael op zekere henne req(ues)te, aen(de) heeren weesm(eeste)ren des(er) stadt gep(rese)nteert in daete ia. aprilis lestleden, ond(erteecken)t R. Prince, alhier gesien en(de) gebleken, die sel(ve) in dijer qua(litey)t per mo(nitionem) hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) die goeden naerbes(chreven), ierst thien vieren(deelen) landts, gelegen S(in)te Peeters Rode aen(de) Godze Grodze, regen(oten) derffgen(aemen) van Machiel Van Espen ter eenre, Machiel Swerts ter andere zijden, item een boen(der) bossch, gelegen onder Lubbeeck, geheeten het Rot, regen(oten) sheeren straete ter ie., ... [n.v.], item een dach(mael) landts onder Rode voors(chreven), regen(oten) derffgen(aemen) Jooris Van Scherbroeck ter ie., en(de) den Keyhoevele in ii andere zijden, gel(ijck) die sel(ve) goeden op hen opdraegerssen sijn gedevolveert bij doot van Vranck wijlen Van Gele, hunnen vader, exp(osito) imp(ositi) s(ieu)r Glaude Masquelier en(de) jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, per mo(nitionem) reddiderunt, etc(etera), ende voorts meer op alsulcke ses carol(us) g(u)l(dens) erffel(ijck) te xx st(uyvers tstuck, den penn(inck) xvi., vallen(de) jaerl(ijcx) xiiien. octob(ris) als bijder voors(chreve) opdraegerssen ouders aen des voors(chreven) Masqueliers huysvr(ouw)e ouders voor schepen(en) des(er) stadt p(er)sonel(ijck) sijn bekent geweest opden 13. octob(ris) 1554 in med(i)a, geloven(de) die sel(ve) rente ten tijde en(de) termijne daerinne begrepen, alle jaer wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) te volbringhen allen en(de) iegewel(cke) conditien en(de) gelofte, daerinne begrepen, prout, blijven(de) die sel(ve) schepen(en) brieven alsoo alnomch in hen geheel, et satis et waras die voors(chreve) opdraegerssen voor vrije, onbelast goet, obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et casu quo pignora, etc(etera), coram Van(der) Vorst, Leunis, aprilis iiiia., 1615.

 

Hierbij een akte waarbij Claudius Masquelier (x Van Lantrop Emerentiana) optreedt als rentmeester van de Sint-Job kerk te Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7506, folio 86r., akte dd. 19 oktober 1615.

Item in p(rese)ntie als voor gestaen s(ieu)r Glaude Masquelier als rentm(eeste)r van(de) kercke van S(in)t Job tot Wesemael, per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) alsulcke sesse gul(den)s erffel(ijcke) rente, vallen(de) jaerl(ijcx) xxviien. septemb(ris) als die sel(ve) kercke is heffen(de) op een huys en(de) hoff, gestaen tot Aerschot, toebehooren(de) Jan V(er)hoeven met schepen(en) brieven van Loven in daete xxviien. septemb(ris) anno 1599 in hac ca(mer)a, exp(osito) imp(ositus) est Henrick Gooris ind(en) naem en(de) tot behoeff des voors(chreven) Jans V(er)hoeven en(de) dat bij maniere van affquyttinghe als die capitaele penn(ingen) met allen de v(er)loopen, daeraff bijden voors(chreven) Masquelier ontfangen zijn(de), consenteren(de) alsoo inde cassatie van(den) reg(ist)re oft erffbrieven daeraff zijn(de), et satis et waras die voorscreven Masquelier ind(er) qua(litey)t als voer, erga quoscun(que), coram eisd(em).

 

Bij deze weer een akte met vermelding van Claudius Masquelier (x Emerentiana Van Lantrop). Het moet toch een belangrijk figuur geweest zijn.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7506, folio 181r., akte dd. 24 februari 1616.

Item in tegenwoordich(eyt) der schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen m(eeste)r Mertten Waeffelaerts vuyt last en(de) naer v(er)moegen van seeckere procura(ti)e speciael, hem gegeven bijd(en) eerw(eerdichsten) hee(re), heer Mathijs Valentijns, abt, en(de) tgeheel convent des goidtshuys van Everbode, gepass(eer)t onder die signature des voors(creven) h(ee)r abts en(de) segel des voors(creven) goidtshuys opden xv. dach january, in desen gesien en(de) den naerbes(creven) schepen(en) gebleecken, heeft bekindt en(de) bekindt midts desen bij s(ieu)r Glaude Masquelier aen tvoors(creven) goidtshuys gequeten en(de) affgeleeght te zijn midts seeckere so(mm)e van penn(ingen) de qua satis, alsulcken ontquytbaer rente van thien stuyvers ts(iae)rs metten vollen v(er)loopen als tvoors(creven) goidtshuys jaerl(ijcx) was trecken(de) op een halff boen(der) bempts, gelegen onder Rotselaer tusschen dAchterste Masteussel en(de) die gemeyn straete, geheeten de Hart, ende op twee bempdekens, elck houden(de) het vierendeel van een boen(der), gelegen tot Babilonien, daerdoer gaen(de) een erffstraet des heeren van Rotselaer, volgen(de) die brieven daeraff zijn(de), gepass(eer)t voor schepen(en) van Rotselaer voors(creven) anno xvc. ende twelffve, schelden(de) alsoo de voors(creve) v(er)obligeerde goeden daeraff volcomel(ijck) quytte, promitt(ens) nullatenus alloqui sed semp(er) satis erga quoscunq(ue), obligan(do) et submitten(do) bona predictoru(m), constituen(tis) cum debita renuntiationes in forma, coram Greve, Nijverseel, februarii xxiiiia., 1616.

 

Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier (x Van Lantrop Emerentiana), wonende te Leuven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7513, folio 50r., akte dd. 5 augustus 1623.

Item Glaude Masquelier, woonende binnen deser stadt Loven, om ter executien te stellen seecker vonnis en(de) acte van taxatie van costen, gewesen tusschen hem en(de) jo(uffrouw)e Marie de Fraisne opden xven. july 1623 bij h(ee)ren schepen(en) van Loven, heeft opgedraegen met behoorel(ijcke) v(er)thijden(isse) achthien rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), staen(de) bij erffvuytgeven gereserveert op een huys, hoff en(de) boomgaert, gestaen ende gelegen bynnen deser voors(chreve) stadt Loven opt Vuylaecke, toebehooren(de) N. De Gottere en(de) Marie De Clerck volgen(de) die brieven daeraff zijnde in date xx. augusti 1622 in iiia., exp(osito) imp(ositus) est Geeraert Boels ind(en) naem en(de) tot behoeff van(de) voors(chreve) Marie de Fraisne ende dat in plaetse van cautie om daeraen te v(er)haelen allen tgene die voors(chreven) Masquelier vuyt crachte voors(chreven) sal comen t' executeren, soo verre tvoors(chreven) vonnis naermaels inden Raede van Brabant wordde wordde (!) geretracteert en(de) v(er)cleert, alsoo nyet te behooren, voorder oft anderss(in)ts nyet, et satis et war(as) voor een goede, onbelaste oft onv(er)thierde rinte, obligan(do), submitten(do), etc(etera), coram S(ainc)t Victor, Beringen, aug(usti) va., 1623.

 

Hierbij weer eens een akte van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop. Totaal NIEUW is wel dat zij op het ogenblik dat de akte werd verleden, in Bergen/Mons (Henegouwen) woonden. Allicht keerden zij even later terug naar Leuven, vermits Claudius in Leuven overleed. Voor het verlijden gaf Claudius volmacht aan Jean de Lattefour, notaris te Bergen. Deze volmacht, die in het (Oud-)Frans werd opgesteld, volgt na de eigenlijke akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7514, folio 14r., akte dd. 24 juli 1624.

Item m(eeste)r Henrick Leunis om tgene des naerbes(chreven) staet te mogen doene, onwederroepel(ijck) geconstitueert sijnde bij s(ieu)r Glaude Masquelier en(de) jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, woonen(de) binnen der stadt van Bergen in Henegouwe, bij procuratie gepasseert voor heer en(de) m(eeste)r Jean de Lattefoeur, ad(vocae)t tot Bergen voors(chreven), als openbaer not(ari)s en(de) sekere getuygen opden xven. jully lestleden, alhier gesien en(de) gebleken, ende waervan den theneur int eynde des(er) is volgen(de), in p(rese)ntia, etc(eteta), heeft in dijer qualiteyt bekent aen hem gelost, gequeten en(de) affgeleght te sijne midts sekere somme van penningen de qua satis, ontfangen vuyt handen van Elisabeth Boogaerts weduwe wijlen Willem Kayaerts met haere kinderen alsulcke hondert guldens erffel(ijcke) rente met een jaer v(er)loops van dijen als die voors(chreve) constituanten hen hebben geresigneert op een huys en(de) hoff, gestaen alhier opt Vuylaecke, bij brieffven van erffvuytgevinge, gepasseert opden xxixen. july anno 1623 in tertia, schellen(de) alsoo die voors(chreven) geconstitueerde inder qualiteyt als boven die voorgen(oempde) Elisabeth Boogaerts en(de) haere goeden d(aer)aff volcomentl(ijck) quyte, promitten(tes) nullatenus alloqui sed semper satis erga quoscumq(ue) obligan(do) et submitten(do) personas et bona predicti constituen(tis) ac renun(tiando) in forma, consenteren(de) alsoo inde cassatie van(de) erffbrieven d(aer)aff sijnde met alle en(de) iegewelcke geloeften d(aer)inne begrepen, coram Borchgreeff, De Paep, julii xxiiiia., anno 1624.

     Comparurent pardevant moy Jean de Lattefoeur, ad(voca)t en la Court Souveraine a Mons et greffier du grand bailliage de Haynnau, en ce cas notarie publicq suffissament admis en juge provincial d' icelluy pay de Haynnau, et les hommes de fiefz dud(ic)t pays cy apres nommez, le s(ieu)r Claude Masquelier, resident en ceste ville de Mons, et damoiselle Emerence Van Landtrop, sa fe(m)me, lesquels tant conjointement que divisiment ont passe procuration special sur la personne du s(ieu)r Hendricq(ue) Leuwenus, aussy not(air)e publicque, resident en la ville de Louvain, a leffect de en leur noms recepvoir de da(moise)lle Elisabeth Boogaerts, vefve de Guillame Keyaerts, les p(rincip)aulx deniers du rachapt, quelle pretend faire dune rente de cent florins, lan escheante au xxixe. de juillet, deue aux constituants sur la maison et pourpris, gisante en ladicte ville de Louvain, no(m)mee cidevant la mayson de France, assise sur le Duylaecke, tenant dune coste aux Douzes Apostres et a mesme san donner a ladicte da(moise)lle Elisabeth et tous aultres ausquels se pouroit toucher telle quictance quil appartient selon la coustume d' icelle ville de Louvain a la validite dudict rachapt desdicts cent florins de rente, donnans par icelx constituans audict s(ieu)r Hendricq(ue) Leuwenis, lena. (?) procur(eur) povoir de aultant faire en ce subiect q(ue) faire pouvoient sy en personnes y estoient, jasoit que le cas requist mandem(en)t plus spe(ci)al promettans tant ses besoignez que recompte desdicts p(rincip)aulx deniers avoir en agreable irrevocablement a tousiours sur obligation de leur persone et biens, meuble et immeubles, p(our)tant premy neantmoins le bon et seul compte et sera tenu leur rendre, on a leur comis touttefois q(ue) plaira en tesmon de quoy jay en mad(ic)te qualité de not(air)e la p(rese)nte subsigne avecq lesd(icts) constituans aussy Jean Le Sayve et Michiel de Verly, ho(mm)es de fiefz suyvans, aussy de tes(moing)s, demeurant audict Mons, ce xve. de ju[i]llet mil six cens vingte quattre et estoient soubsigne s(ieu)r G. Masquelier, Emerentiana Van Lantrop, Jean le Ceivve, M.Verly et J. de Lattefour, not(air)e).

 

Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7514, folio 181r., akte dd. 12 april 1625.

Item, in p(rese)ntia villici, et(ceter)a, gestaen m(eeste)r Henrick Leunis vuyt crachte van onwederroepel(ijcke) procuratie, hem hiertoe specialijck gegeven bij s(ieu)r Glaude Masquelier en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, voorden not(ari)s Van Bammelroye en(de) sekere getuygen, tot Bruessele resideren(de), opden ven. april lestleden, alhier gesien en(de) gebleken, heeft in dier qualiteyt bij manisse opgedraegen met behoorelijcke verthijdenisse een stuck bempts, groot sesse vierendeelen onbegrepen der maeten, gelegen int Lovenaeren Broeck, regen(oten) de leygracht ter eenre, den Hoetspot ter iie. ende de goeden van Ter Meren ter iiie. sijden, expos(ito) soo is daerinne gegoedt en(de) geerft ten erffelijcken rechte Aert Van Langendonck, soo voor hem als tot behoeff van Cathlijne De Poirter, sijne huysvrouwe, et satis p(re)dictus transportans obligan(do) et submitten(do) p(er)sonas et bona, p(rese)ntia et futura, p(re)dictorum constituen(tium) ac renun(tiando) prout in forma, et waras voor onbelast, coram Borchgreve, Broeck, aprilis xii., 1625.

 

Hierbij nog eentje waarin Claudius Masquelier en Emerentiana Van Lantrop figureren.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7514, folio 204r., akte dd. 12 mei 1625.

Item in tegenwoordicheyt der meyers en(de) der schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen m(eeste)r Henrick Leunis om tgene des naerbes(chreven) staet te mogen doene, hebben(de) procuratie speciael en(de) bevel, hem gegeven respectivel(ijck) bij s(ieu)r Claude Masquelier en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, sijne huysvr(ouw)e, en(de) gepasseert voor m(eeste)r A. Kiffel als openbaer notaris en(de) sekere getuygen in date via. may 1625 lestleden, alhier gesien en(de) gebleken, waeraff den teneur onder dit contract sal wordden geinsereert, de selve m(eeste)r Henrick per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorelijcke verthijdenisse eenen bempt, groot sesse dachmaelen ombegrepen der maeten, alsoo tselve stuck gelegen is onder die prochie van Wiltsele, regen(oten) t' goidtshuys van Bethleem ter eenre, die Collegie van Dieven ter iie. ende de Dasselbroeck straete ter iiie. zijden, expos(ito) impos(itus) est Anthoen Van Bullestraeten inden naeme en(de) tot behoeff van Anna Pelssens weduwe wijlen m(eeste)r Jan Sassenus, woonen(de) tot Loven, et satis die voors(chreven) m(eeste)r Hendrick vuyt crachte en(de) naer vermogen als boven, obligan(do) et submitten(do) p(er)sonas et bona p(re)dict(i) constituent(is) ac renun(tiando) in forma et waras voor onbelast, mede oock thiende vrije, coram Broeck, Paep, maii xiia., 1625.

Item is te weten dat tvoors(chreven) stuck bempts is v(er)cocht op hoogen en(de) den palmslach gegeven voor vijffhondert en(de) vijftich r(ins)guldens eens, boven alnoch sekere hoogen daer op gestelt volgens de conditie daeraff sijn(de), bijden voors(chreven) Leunis gehouden, coram eisdem.

            Inhoudt van(de) procuratie, hiervoor vermelt.

Op heden den sesten dach der maendt van mey anno 1625 voor mij openbaer notaris en(de) den getuygen naergen(oempt), sijn gecompareert in persoone s(ieu)r Claude Masquelier en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, sijne wettige huysvrouwe, die welcke hebben geconstitueert en(de) machtich gemaeckt, soo sij constitueren en(de) maecken machtich midts desen m(eeste)r Hendrick Leunis, haerl(ieder) rentm(eeste)r, bachelier in beyde rechten, woonen(de) tot Loven, absent al oft hij p(rese)nt waere, hem geven(de) volle macht en(de) authoriteyt omme in heurl(ieder) constituanten naeme en(de) als representeren(de) henne p(er)soonen, te mogen vercoopen aen(den) p(er)soon oft p(er)soonen en(de) voor alsulcken prijs en(de) so(m)me van penningen alst hij goet vienden sal en(de) tot meeste proffijt van hen constituanten sal bevinden te wesen eenen bempt, hen constituanten competerende, groot sesse dachmaelen ombegrepen, gelegen tot Wilsel, thiende vrije, regen(oten) de Dijle ter eenre, het goidtshuys van Bethleem ter iie., de Collegie van Dieven ter iiie. en(de) de Dasselbroeck straete ter ter (!) iiiie. en(de) de penningen van(de) voors(chreve) v(er)coopin(ge), procederen(e), te innen, op te beuren en(de) te ontfangene, van(den) ontfanck behoorel(ijcke) quitan(tie) te geven in forma, en(de) omme de constituanten te onterfven van(den) voors(chreven) bempt en(de) den cooper oft coopers inden selven te erffven, te goeden ende te stellen in volle possessie, comparerende tot dien eynde voor alle heeren, hoven ende rechters daert behooren sal ende aldaer te passeren die schriftueren en(de) bescheeden die daertoe van noode wesen sullen ende voirts general(ijck) d(aer)inne te doene allen tgene de voors(chreve) constituanten selve soude mogen oft connen gedoen, indien sij aldaer p(rese)nt waeren in persoone, alwaert saecken dat het cas requireerde, speciaelder beval dan dese oft henne p(rese)ntie p(er)sonnele, geloven(de) die voors(chreve) constituanten te houden voor goet, vast en(de) van weerden tallen daegen, allen t' gene bijden voors(chreven) m(eeste)r Henrick Leunis int gene voors(chreven) is en(de) dat d(aer)van dependeert, sal worden gedaen en(de) genegotieert onder de verbintenisse van henne persoonen en(de) goeden, p(rese)nt en(de) toecomen(de), aldus gedaen en(de) gepasseert binnen dese stadt van Bruessele ter p(rese)ntien van Merten Van(den) Eynde en(de) Jan Goricx, als getuygen hiertoe geroepen ende gebeden, en(de) de voors(chreve) constituanten hebben de minute deser ondert(eeckent), onderstont ter p(rese)ntien voors(chreven) en(de) van mij Anthoen Kieffel, openbaer not(ari)s van zijne ma(jestey)t, te Bruessel resideren(de), quod attestor, ondert(eeckent) A. Kieffel, not(ariu)s.

 

Nog maar eens een akte met vermelding van Claudius Masquelier met zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop. Nu verbleven het echtpaar in Brussel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7514, folio 212v., akte dd. 30 mei 1625.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) der schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen m(eeste)r Henrick Leunis om t' gene des naerbes(chreven) staet, te mogen doene, hebben(de) procuratie speciael en(de) onwederroepel(ijck) bevel, hem gegeven respectivel(ijck) bij s(ieu)r Glaude Masquelier en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, resideren(de) nutertijt tot Bruesselen, en(de) gepasseert voor Jan De Muntere als openbaer not(ari)s en(de) sekere getuygen van(der) daet xxiiiien. dach van may lestleden, alhier gesien en(de) gebleken, de selve Leunis per mo(nitionem) heeft opgedraegen met behoorel(ijcke) v(er)thijdenisse een stuck landts, groot ontrent drije dachm(aelen), gelegen inde prochie van Holsbeeck boven de kercke, regen(oten) de straete naer Loven ter eenre, mijn heer Van Gael ter andere, item noch drije dachm(aelen) bempts, oock achter deselve kercke gelegen, regen(oten) den bempt van(den) coster aldaer ter eenre, d' erffgen(aemen) capiteyn Martin ter andere, inder vuegen gelijck de selve twee parcheelen in hueringe wordden gehouden bij Aert Pols, expos(ito) ende m(eeste)r Geeraerdt Boels, woonen(de) tot Loven, impos(itus) per mo(nitionem) redd(idi)t om de selve twee parcheelen te hebben, te houden en(de) te besitten op sheeren chijns, voirder nyet, en(de) voirts meer op eene voertaene rente van twelff carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants tstuck en(de) x gel(ijcke) stuyvers erffel(ijcke) rente, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden xxxen. may en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, oock van xe., xxe., ce. en(de) van alle impositien en(de) exactien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in toecomen(de) tijden ten behoeve voors(chreven), t' elcken jaere en(de) termijne als schult met rechte v(er)wonnen, obligan(do) et submitten(do), et(ceter)a, geloven(de) die voors(chreven) geconstitueerde inder voorn(oempde) qua(litey)t de voors(chreve) rente van xii r(insguldens) x st(uyvers) erffel(ijck), jaerl(ijcx) ten tijde en(de) termijne voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen ende leveren als voor, los en(de) vrije als boven, ten behoeve voors(chreven), obligan(do) et submitten(do) p(er)sonas et bona p(re)dictorum constituen(tium) ac renun(tiando) en(de) sunderlinge de voors(chreve) constituante t' beneficie senat(us) cons(ulti) vell(eani), et(ceter)a, prout in forma, met conditie dat die voors(chreven) geconstitueerde de voors(chreve) rente van xii r(insguldens) x st(uyvers) erffel(ijck) sal mogen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hem gelieven sal t' eender reysen, elcken gulden erffel(ijck) d(aer)aff met xvi gel(ijcke) guldens loopen(de) munte en(de) met volle rente, coram Borchgreeff, Plaines, maii xxxa., anno 1625 

            In de marge.

De quitan(tie) van dese xii r(insguldens) x st(uyvers) erffel(ijck), h(abetu)r feb(ruarii) xi., 1626.

 

Andermaal een akte met vermelding van Claudius Masquelier en Emerentiana Van Lantrop, maar ditmaal is Claudius overleden, wat volledig in overeenstemming is met zijn overlijden te Leuven op 25.07.1625.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 81v., akte dd. 19 november 1625.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop weduwe wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier vuyt cracht en(de) naer vermogen van sekere acte van authorisatie, haer hiertoe v(er)leent bijde h(ee)ren weesm(eeste)ren des(er) stadt in date 9bris. xvii. lestleden, ondert(eeckent) A. De Vroey, alhier gesien en(de) gebleken, heeft naer vermogen van(de) selve authorisatie bij manisse opgedraegen met behoorel(ijcke) v(er)thijdenisse alsulcke rente van achthien gul(dens) erffel(ijck), vallen(de) jaerlijcx den xxen. augusti, als sij opdraegersse met wijlen haeren v(oor)s(chreven) man hen hebben gereserveert gehadt op sekere erffve en(de) hoff, daer tegenwoordel(ijck) een huys op staet, toebehooren(de) Jooris De Gottere, schipper, gelegen op dUylaecke alhier te Loven opden hoeck van(de) Rameystraete naervolgende de brieven van erffvuytgeven daeraff sijnde van(der) daet xx. augusti lib(ro) 1622 in tertia, expos(ito) soo is daerinne gegoidt en(de) geerft ten erffelijcken rechte heere en(de) m(eeste)r Cornelius De Pape, doctoir en(de) professeur inde rechten, soo voor sij selven als mede tot behoeff van jo(uffrouw)e Anna Van Hove, sijne huysvr(ouw)e, en(de) henne naercomelingen et satis p(re)dicta transportans obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) prout in forma et waras voor eene goede, onverthierde en(de) onbelaste rente, cederen(de) dienvolgen(de) tot behoeff der voors(chreve) gehuysschen de voors(chreve) brieven van erffvuytgeven met alle geloeften en(de) conditien d(aer)inne begrepen ten selven rechte, coram Schore, Maes, 9bris. xix., 1625.

 

Hierbij een akte, gevolgd door twee volmachten, met vermelding van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop met hun schoonzoon en dochter jonker Ludovicus Van Assche en Anna Masquelier. Ludovicus Van Assche was secretaris van Leuven en bekleedde dus een voorname functie in het stadsbestuur. Daarenboven blijkt dat Ludovicus en Anna ook een zoon Claudius Van Assche hadden, gedoopt te Leuven (Sint-Pieter) op 11.12.1601 met als doopheffers Claudius Masscheliers en de weduwe N. Schoers (zie foto doopakte onderaan). Zijn moeder was toen amper 19 jaar. Claudius Van Assche droeg ook de titel van jonker. Claudius Masquelier en Emerentiana Van Lantrop verleden hun testament op 25.06.1621 voor notaris J. Robert en zekere leenmannen van Henegouwen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 97r., akte dd. 17 december 1625.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen Aert Cuypers om tgene hiernaer is volgen(de), te doen, hebben(de) procuratie speciael ende irrevocabel, hem gegeven bij m(eeste)r Peeter Floris opden xviien. 7bris. lestleden voorden not(ari)s Peeter tSerstevens, resideren(de) tot Bruesselen, en(de) sekere getuygen, vuyt crachte van sekere andere onwederroepel(ijcke) procuratie, den voors(chreven) m(eeste)r Peeter Floris tot dien eynde gegeven bij ende van wegen jo(ncke)r Glaude Van Assche sone wijlen Loys opden voors(chreven) xviien. 7bris voor Ph(i)l(ip)s De Hertoge als openbaer not(ari)s, insgel(ijcx) resideren(de) tot Bruesselen, ende sekere getuygen, sijnde beyde de v(oor)s(chreve) procuratien alhier gesien en(de) gebleken den naerbes(chreven) schepenen volcomentl(ijck) gebleken, de voors(chreven) Aert Cuypers vuyt crachte als boven bij manisse heeft opgedraegen met behoorel(ijcke) v(er)tijden(isse) de goeden en(de) renten naerbes(chreven) opden voors(chreven) jo(ncke)r Glaude Van Assche v(er)storven e(de) gedevolveert midts die doot en(de) afflijvicheyt van wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier, zijnen grootvaeder, mede oock van jo(ncke)r Loys Van Assche en(de) Anna Masquelier, sijnen vaeder en(de) moeder als sij leeffden, volgens die scheydinge en(de) deylinge, gedaen onder die signatueren van sijnen voors(chreven) grootvaeder, en(de) van jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop, sijne grootmoedere, mede oock den testamente onder henne signatueren, gepasseert voorden not(ari)s J. Robert ende sekere leenmannen van Henegouwe, wesen(de) van(der) daet den xxven. juny 1621, inden iersten sesse dachm(aelen) eussels, onbelast, thiende vrije, gelegen onder Wiltsen aen(de) Dijle aende Dockblaeren, regen(oten) de Dijle ter eenre, de goeden van het Collegie van Dieven ter iie., de goeden des goidtshuys van Bethlem ter iiie. en(de) d' Asselbroekstraete ter iiiie. zijden, item eenen bempt oft eussel, groot drije dachm(aelen) onbegrepen der maeten, gelegen onder Herent aende Dijle boven de sluyse tot Wijchmael, regen(oten) die voors(chreve) Dijle ter ie., d' Asselbroeck ter iie., de leygracht ter iiie. en(de) Peeter De Coninck ter iiiie. zijden, onbelast, item een halster rogs erffel(ijck) op een huys en(de) hoff, tot Sallacken gelegen, toebehooren(de) Magdalena Claes huysvrouwe Henricx V(er)voort, item een eussel van vijff dachm(aelen), gelegen tot Rotselaer inder Haegen, regen(oten) die goeden des heeren van Rotselaer, geheeten den Doorstecken, ter ie., die Dijle ter iie., het Hergerstraetken ter iiie. en(de) den Ham, toebehooren(de) Henrick De Neuter, ter iiiie. zijden, belast met iii d(enieren) Lovens, ½ cap(puyn), vii ½ mol(evaten) even(e), item seven dachm(aelen) landts, in een stuck gelegen, d(aer)aff een dachm(ael) leengoet is onder sijne ex(cellen)tie den hertoge van Aersschot, alle onbelast, gelegen opt Rotselaervelt ontrent die Drije Linden, die straete van(de) Drije Linden naer Rotselaer ter ie., Aert Van Aersschot al(ia)s V(er)meulen huys en(de) hoff ter iie., jo(ncke)r Raes Van Grave ter iiie. en(de) d' erffgen(aemen) Christiaen Aurogs ter iiiie. zijden, item een dachm(ael) landts eygen goet, gelegen opt Rotselaer Velt aen(den) Cleynen Honts Heuvel tusschen die goeden Van Waterdijck ter ie., Adriaen Van(den) Putte metten wech ter iie., d' erffgen(aemen) Willem Aurogs ter iiie. zijden, item een halff boender landts, gelegen opt Meulevelt tegenover die lazarije en(de) wouwer van Vrouwenperck, sheeren straete van Vrouwenperck naer Rotselaer ter ie. en(de) iie., d' erffgenaemen Hans Van Haecht ter iiie. en(de) Willem Foblez ter iiiie. zijden, belast met i cap(puyn), een derdepaert, vii d(enieren) Lovens, x st(uvyers) pahyements, item seven oft dachm(aelen) landts, gelegen opt Rotselaer Velt, die sesse dachm(aelen) d(aer)aff eygen goet en(de) thalff boender chijnsgoet, regen(oten) den Gruenen Wech ter ie., Magriet Potsuynberge ter iie., Vrouwenperck ter iiie., Waterdijck ter iiiie., jo(ncke)r Van Grave ter ve., Panhuysen ter vie., Matthijs V(er)elst ter viie. en(de) d' erffgen(aemen) Willem Aurogs ter viiie. zijden, belast met een ganse, item drije dachm(aelen) landts, gelegen opt Rotselaer Velt aen(de) Vullen Housken aen(den) Clostregaet, die Veltstraet ter ie., Joachim Van Termonde ter iie., Adriaen Van(den) Putte ter iiie., Aurogs en(de) Jan Van Mechelen ter iiiie. zijden, onbelast, item een halff boender eussels, gelegen onder Rotselaer inden Haert, regen(oten) de Babillon straetken ter ie., die Moestbempden van(den) heere van Rotselaer ter iie. en(de) iiie., jo(ncke)r Raes Van Grave met een halff boender eussels ter iiiie. zijden, belast met een(en) d(enier) Lovens en(de) ii mol(evaten) even(e) chijns, item eenen boomgaert, nu landt, gelegen opden Haert, regen(oten) een eusselken, toebehooreb(de) den heere van Rotselaer, geheeten de Cleyne Calff Eusselen ter ie., de goeden van Halffstraeten clooster tot Loven ter iie., d' erffgen(aemen) de Lechy ter iiie. en(de) de Babillon straete ter iiiie. zijden, item een block landts, oock aldaer gelegen tegen over het voorgaende stuck inder Haert te Babillon, regen(oten) de straete, genoempt de Babillon straete, ter ie., de straete tusschen de Dijle en(de) dit block ter iie., sheeren van Rotselaer goet, genoempt Babillon, ter ii andere zijden, belast met xii d(enieren) Lovens, ii cap(puynen), iiii mol(evaten) rogs, item onderhalff dachm(ael) bempts, gelegen int Lovenaeren Broeck aenden Hochepot ter ie., die leygrachte ter iie., Joos Termeyhove ter iiie. en(de) de Lahey ter iiiie. zijden, onbelast, item een halff boender landts, gelegen buyten de Diestersche poorte bij Loven aen(den) Cortwech tusschen den v(oor)s(chreven) Cortwech ter ie., Jan Cordier ter iie., doctor De Rijcke ter iiie. en(de) d' erffgen(aemen) Mertens De Smet ter iiie. zijden, onbelast item een block landts, gelegen binnen Loven aen(de) Rameystraete ter ire., d' Vuylaeckstraete ter iie., Peeter De Poortere ter iiie., belast met xx mijten en(de) eenen cap(puyn), item eene rente van twelff r(insguldens) erffel(ijck) opde Drij Staeten van Brabant, item thien r(insguldens) erffel(ijck) opde selve staeten, item vier r(insguldens) opde v(oor)s(chreve) Drije Staeten, item ses r(insguldens) thien st(uyvers) erffel(ijck) personeel op Bartholomeus Van Inthout en(de) Jenneken Mertens, gehuysschen, item eene erffel(ijcke) rente van ses r(insguldens) op Willem Daerboven, woonen(de) tot Haecht, expos(ito) en(de) m(eeste)r Henrick Van Roost inden naeme en(de) tot behoeff van s(ieu)r Thomas de la Rivas, sellier van haere hoocheden, en(de) jo(uffrouw)e Johanna Schoebs, sijne huysvr(ouw)e, hunne erffven ende naercomelingen, impos(itus) reddidit om alle de voors(chreve) goeden en(de) renten bijden voors(chreven) jo(ncke)r Glaude Van Assche te hebben, te houden en(de) te besitten, te weten d' erffgronden opde commeren en(de) lasten, hiervoor gespecificeert, waerop de voors(chreven) Cuypers de selve is waranderende en(de) de voors(chreve) renten voor goet, onbelast en(de) ongealieneert ende voirts meer op vijftich carolus guldens te xx st(uyvers) t' stuck erffel(ijcke) rente, alle jaer opden xviien. 7bris. te betaelen en(de) inder stadt wissele van Bruesselen te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere penningen ende impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in toecomende tijden tot behoeff der voors(chreve) gehuysschen, hunne erffven en(de) naercomelingen, waervan den ien. termijne van betaelinge v(er)schijnen sal opden xviien. 7bris. 1626 naestcomen(de) en(de) soo voirts van jaere te jaere, t' elcken termijne als schult met rechte verwonnen, et satis et waras ut supra, obligan(do) et submitten(do) den p(er)soone en(de) goeden van(den) orignelen constituant met renuntiatie in forma, geloven(de) d(aer)enboven vuyt crachte van(de) voors(chreve) procuratien de voors(chreve) rente van vijftich carolus guldens erffel(ijck) jaerlijcx ten tijde en(de) termijne voors(chreven) wel en(de) loffelijck te betaelen en(de) te leveren, los en(de) vrije als voor, onder de selve obligatie en(de) submissie, met conditie dat die voors(chreve) rente t' allen tijde bijden voors(chreven) jo(ncke)r Glaude Van Assche, sijne erffven en(de) naercomel(ingen) sal mogen gequeten en(de) affgeleght worden tegen den penninck xvie. t' eender reysen en(de) met volle rente, coram Vorst, Grave, xbris., xviia., 1625.

            Inhoudt van(de) procruatie, hier voor v(er)melt.

Op heden den xviien. dach der maendt van 7ber. int jaer ons heeren 1625 compareren(de) voor mij Peeter tSerstevens, openbaer not(ari)s, bij den Raede, geordonneert in Brabant, geadmitteert, tot Bruessele residerende, en(de) den getuygen naergen(oempt) in p(er)soone m(eeste)r Peeter Floris inden naeme en(de) als procuratie hebbende van jo(ncke)r Glaude Van Assche, eenich sone van heer en(de) m(eeste)r Loys Van Assche, in sijnen leven s(ecreta)ris der stadt van Loven, dijen hij hadde van jouff(rouw)e Anna Masquelier, sijne huysvrouwe, die dochter was van heer en(de) m(eeste)r Glaude Masquelier en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, sijne huysvr(ouw)e, volgen(de) den instrumente, gepasseert opden dach van heden voorden not(ari)s Hertoge en(de) sekere getuyghen, heeft bekendt en(de) geleden dat s(ieu)r Thomas de la Rivas, sellier van haere hoocheden en(de) jo(uffrouw)e Johanna Schoebs, sijne huysvr(ouw)e, hem hebben vuytgereyckt en(de) getelt de somme van acht hondert rensgul(dens) eens en(de) dat voorde capitale penningen van vijftich r(insguldens) tsiaers, vrije van schote, lothe, xe., xxe., ce., mindere oft meerdere penningen en(de) van alle andere lasten en(de) precarien, diemen daerop nu oft naermaels eenichsints soude mogen setten oft stellen, geexcogiteert oft t' excogiterene, altijt vallen(de) opden xviien. 7bris. en(de) binnen des(er) v(oor)s(chreve) stadt van Bruessele te betaelene, d(aer)aff d' ierste jaer van betaelinge valle en(de) v(er)schijnen sal opden xviien. 7ber. 1626 en(de) alsoo voertaene quytbaer eens ende teenemaele den penninck xvi mette naestvallen(de) rente en(de) cost van(de) brieve, midts opseggen(de) een maent oft sesse weken te voren ende daervoor heeft de comparant vuyt crachte voors(chreven) verbonden de partijen van goeden ende gronden van erffven, sijnen constituant competerende, gelegen onder Loven, Rotselaer ende daerontrent, soo en(de) gelijck de selve particulierl(ijck) staen gedenomineert inde scheydinge en(de) deylinge, onder de signatueren van(de) voors(chreve) grootvaeder ende grootmoeder gemaeckt, waervan het testem(en)t bijde selve gepasseert opden xxven. juny 1621 onder henne handtteeckenen in p(rese)ntie van mannen van leene van Henegouwe ende geloeft de comparant in sijnen eygenen naeme de voors(chreve) realisatie met particuliere denominatie van alle de partijen, inde voors(chreve) scheydinge ende deylinge begrepen, ende geloefte van Bruessels waerschap te volbrengen opte reele lasten, inde voors(chreve) scheydinge ende deylinge begrepen sonder meer binnen vierthien daegen oft drije weken naestcomende, daervore hij alsnu heeft gelaeten in handen des voors(chreven) Rivas en(de) sijne huysvrouwe vuytte voors(chreve) capitaele penningen de somme van hondert rensguldens eens totter tijt toe, alles sal wesen complete ende volbrocht tot haeren contentemente naer behooren, ende voor tvoldoen van dien heeft hij comparant insgelijcx verbonden sijnen persoon en(de) goeden, v(er)cregen ende te v(er)crijgene, constitueren(de) onwederroepel(ijck) m(eeste)r Aert Cuypers tsamen en(de) elcken van hen besundere thoonder des(er) om te compareren, eest noot, voorde heeren van(den) Raede van Brabant, schepenenn des(er) stadt ende alomme elders daer des behooren en(de) van noode wesen sal en(de) aldaer tgene voor(chreven) is, te v(er)nieuwen en(de) condemnatie volontair oft andere behoorel(ijcke) brieven ende besettingen te passeren, met geloefte van waerschap, geloven(de) te houden voor goet, vast, gestade en(de) van weerden allen tgene wes bijden v(oor)s(chreven) geconstitueerden oft elcken van hen int gene v(oor)s(chreven) is, eenichssints gedaen ende gebesoigneert sal wordden onder de v(er)bintenisse van sijnen persoon en(de) goeden, p(rese)nt en(de) toecomen(de), dits aldus gedaen tot Bruessele ten huyse des v(oor)s(chreven) de Rivas ter p(rese)ntien van m(eeste)r Peeter Meys, procur(eur) inden voors(chreven) Raede, en(de) s(ieu)r Jacque Le Clercq als getuygen, ende was de minute van des(en) bij den v(oor)s(chreven) comparant onderteeckent, quod attestor, ende was ondert(eeckent) P. tSerstevens, not(arii)s.

            Inhoudt van(de) tweede procua(ti)e, oock hier boven vermelt.

Op heden den xviien. dach der maendt van 7ber. anno 1625 compareren(de) voor mij Ph(i)l(ip)s De Herthoge, openbaer not(ari)s, geadmitteert inden Raede van Brabant, tot Bruessel resideren(de), en(de) die getuygen hier ondergenoempt, jo(ncke)r Glaude Van Assche, die welcke heeft geconstitueert, gelijck hij constitueert midts desen, onwederroepel(ijck) s(ieu)r Peeter Floris om in sijnen naeme en(de) van sijnen twegen te lichten en(de) op te nemen vijftich r(insguldens) erffel(ijck), wesent in tcapitael acht hondert rensguldens eens, ende die te besitten om diversche gronden van erffven, gelegen onder Loven, Rotselaer en(de) daeromtrent, hem comparant v(er)storven bij doode van wijlen heer en(de) m(eeste)r Glaude Masquelier en(de) jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, sijne huysvr(ouw)e, respective sijne grootvaeder en(de) grootmoeder, volgens die scheydinge en(de) deylinge, gedaen onder die signatuere van sijnen grootvaeder en(de) grootmoeder, en(de) oock den testament van wijlen jo(ncke)r Glaude Maquelier en(de) jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop, gepasseert onder henne signatueren, en(de) den voors(chreven) J. Robert en(de) sekere leenman(nen) van Henegauwe ende bijde selve geteeckent, waerbij voor een deel erffgen(aem) vercleert wordt jo(uffrouw)e Anna Masquelier, sijne moeder, volgens den v(oor)s(chreven) testamente, wesende van(der) daet xxv. juny 1621 en(de) hij constituant eenich erffgen(aem) van(de) voors(chreve) Anna Masquelier ende die capitaele penningen van(de) v(oor)s(chreve) rente te ontfangen, quytantie van(de) selve te geven en(de) die de voors(chreve) penningen sullen debourseren oft tellen, te besetten opde goeden, hem constituants moeder te deele gevallen, sweren(de) in handen mijns not(ari)s onder solemnelen eedt die nyet belast gehadt te hebben voor datum des(er) en(de) geloven(de) die selve rente te betaelen jaerl(ijcx) tot Bruessel met geloefte van waerschap en(de) altoos genoch te doene, insgelijcx geloven(de) te houden voor goet, vast ende van weerden, dwelck bij sijnen geconstitueerde in desen sal wordden gedaen, v(er)binden(de) d(aer)voor sijn(en) p(er)soon en(de) goeden, p(rese)nt en(de) toecomen(de), renuntieren(de), et(ceter)a, consenteren(de) mij not(ari)s hier aff te maecken acten in behoorl(ijcke) formen, aldus gedaen en(de) gepasseert ter presentien van Adriaen Mortgaet en(de) Jan Van Campenhoudt als getuyghen, hier over geroepen en(de) gebeden, en(de) van mij not(ari)s ende die minute was onderteeckent Glaude Van Assche, onderstont me presente, quod attestor, en(de) was ondert(eeckent), P. De Hertoghe.

Doopakte van Claudius Van Assche, gedoopt Leuven (Sint-Pieter) 11 december 1601.

Transcriptie doopakte.

11 [decembris 1601] Claudi(us) fil(ius) Ludovici

Va(n) Assche et Annae Mascheliers,

co(n)iugu(m), sus(ceperunt) Claudius Massche-

liers, vidua Schoers.

 

En nogmaals Emerentiana Van Lantrop, inwoonster van Leuven en weduwe van Claudius Masquelier, ditmaal ook met vermelding van Bartholomeus Van Inthout zone Joannes en zijn vrouw Joanna Mertens, inwoners van Zallaken onder Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 103v., akte dd. 20 december 1625.

Item, in p(rese)ntia et(ceter)a villici Lovanien(sis), et(ceter)a, gestaen jouff(rouw)e Emerentiana Van Landtrop weduwe wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier, woonen(de) tot Loven, ende heeft bekendt, gel(ijck) sij bekendt midts des(en), gecedeert, getransporteert ende overgegeven te hebben aen Niclaes De Vos inden naem en(de) tot behoeff van jo(uffrouw)e Elisabeth Van Opstal weduwe wijlen Jans De Vos, sijne moedere, alhier p(rese)nt en(de) tselve accepteren(de), alsulcke sesse carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants stuck en(de) thien gel(ijcke) stuyvers erffel(ijcke) rente, jaerlijcx verschijnen(de) opden xxien. july, als wijlen de v(oor)s(chreven) Masquelier, haeren transportante man, met schepen(en) brieven deser stadt jaerlijcx personelijck was treckende op Bartholomeus Van Eynthout sone Jans en(de) Jenneken Mertens, gehuysschen, woonen(de) tot Sallaecken onder Rotselaer, volgen(de) de voors(chreve) brieven der schepenen van Loven d(aer)aff sijnde in date xxia. july anno 1617 in prima et satis die v(oor)s(chreve) opdraegersse obligan(do), et(ceter)a, et waras voor eene goede, onbelaste en(de) onverthierde rente, cederen(de), transporteren(de) en(de) geven(de) voirts over die voors(chreve) transportante ten behoeve voors(chreven) d' erffbrieven daeraff sijnde, met alle en(de) iegewelcke geloeften, d(aer)inne begrepen, met het loopen(de) jaer, tot nu toe verschenen, eodem iure, coram Vorst, Maes, xbris. xxa., anno 1625.

Item is te weten dat t' voors(chreven) transport is geschieden(de) in voldoeninge van sekere costen van rechte, bijde v(oor)s(chreve) weduwe De Vos gedaen en(de) geleden in seker proces, d' welck sij vuytstaende heeft gehadt tegen den voors(chreven) wijlen Masquelier met vonnis diffinitieff is gecondemneert geweest, bedraegen(de) de selve costen ter so(m)em van negenenvijftich gul(dens) vijff st(uyvers) eens en(de) is de reste aen(de) voors(chreve) wed(uwe) Masqueliers, gelijck sij, alhier present, bekende bij de v(oor)s(chreve) weduwe De Vos gesuppleert, coram eisdem.

 

Voor de afwisseling nog maar eens een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 142r., akte dd. 9 februari 1626.

Item, in presen(tia), et(ceter)a, gestaen jo(uffrouw)e Emerentiana Van Landtrop weduwe wijlen s(ieu)r Glaude Masqueliers naer vermogen van sekere acte van authorisatie, haer totten naervolgen(de) ontfanck verleent bijde heeren weesm(eeste)ren alhier van(der) daet ... [n.v.] feb(ruary) lestleden, ondert(eeckent) A. De Vroey, heeft bekent vuyt handen van Cathlijn Ackermans, eertijts weduwe Willem Aurogge, en(de) haere kinderen van(den) selven bedde, ontfangen te hebben de capitaele penn(ingen) met een jaer v(er)loops eender rente van xvii gul(dens), te vorens geweest hebben(de) xxxiiii guldens erffel(ijck), de welcke rente sij comparanten hebben(de) en(de) treckende was op sekere goeden onder Rotselaer met schepenen brieven van(der) daet xv. marty lib(ro) 1599 in prima, schellen(de) de voors(chreve) hypotheque en(de) allen andere v(er)obligeerde daeraff alsoo volcomentl(ijck) quytte, promittens nullatenus alloqui sed semper satis et waras erga quoscumque prout, consenteren(de) alsoo inde cassatie van dien, coram eisdem.

 

Weer een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 144v., akte dd. 11 februari 1626.

Item m(eeste)r Aert Cuypers tot des naerbes(chreven) staet te doen, volcomentl(ijck) geconstitueert sijnde bij m(eeste)r Geeraerdt Boels onder sijne signatuere in date feb(ruarii) xa., 1626, alhier gesien en(de) gebleken, waervan den teneur hier naer sal worden geinsereert, in presen(tia), et(ceter)a, heeft in dier voors(chreve) qualiteyt bekent aen hem bij jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop weduwe wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier gelost, gequeten ende affgeleght te sijn alsulcke xii r(insguldens) x st(uyvers) erffel(ijck) met een jaer v(er)loops als wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier ende de voors(chreve) jouff(rouw)e Emerentiana aen(den) voors(chreven) Boels opden xxixen. may 1626 bekent hadden, consenteren(de) voorsulcx inde cassatie van(den) registre, promitten(tes) nullatenus alloqui sed semper satis et waras erga quoscumque obligan(do) et submitten(do) personam et bona dicti constituen(tis) cum debita ren(untiando) in forma, coram Vorst, Berckel, feb(ruarii) xia., 1626.

Item is te weten dat dese voors(chreve) rente wordt gequeten vuytte penningen, geprocedeert vande afflegginge van(de) seventhien r(insguldens) erffel(ijck), gedaen aen(de) voors(chreve) weduwe bij Cathlijne Kerckmans opden xien. feb(ruary) lestleden, eisdem.

            Teneur van(de) procuratie.

Ick ondergeschreven kenne midts desen dat die weduwe wijlen Glaude Masquelier mij heeft voldoen, soo van tcapitael als verloopen van een rente van twelff rensguldens en(de) x st(uyvers) erffel(ijck), den penn(inck) xvi, consentere daeromme inde cassatie, daertoe ick volcomel(ijck) constituere m(eeste)r Aert Cuypers om de selve naer behoorel(ijcke) maniere te quiteren oft quitan(tie) te geven, promitten(tes) ratum obligan(do) et submitten(do) me et mea in forma, actum xa. feb(ruarii) 1626 en(de) was ondert(eeckent) G. Boels.

 

Nog maar eens Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 147r., akte dd. 16 februari 1626.

Item heer Arnoldus Van Roye, pastoir van S(in)t Jacops kercke alhier, ende h(ee)r en(de) m(eeste)r Govaert Tijpoets, s(ecreta)ris deser stadt, als kerckm(eeste)r der selver kercke, hebben bekent aen hen bijde weduwe s(ieu)r Glaude Masquelier gequeten en(de) affgeleght te sijne vijff en(de) twintich stuyvers erffel(ijck) vuyt een meerdere rente van twee guldens x st(uyvers), den penninck xx, metten achterstel van dien van vijff jaeren, daeraff dander hellicht was staen(de) ten laste van(de) weduwe Remigii, de welcke in plaetse van dien heeft beseth en(de) bij erffvuytgeven geconstitueert tot behoeff der voors(chreve) kercke twee guldens erffel(ijck) tegen den penn(inck) xvi op een huys opde Leyde, toebehooren(de) de weduwe Adriaen Stoop, welcke ii gul(dens) x st(uyvers) aen(de) voors(chreve) kercke gelaeten waeren voor een jaergetijt van jo(uffrouw)e Beatricx Van Gele en(de) haeren man bij testamente der selver jouff(rouw)e Beatricx, gepasseert voor heer en(de) m(eeste)r Embertus Imbrechts, alsdoen pastoir van(de) voors(chreve) kercke, opden xixen. octob(ris) anno 1578, schellen(de) de voors(chreve) weduwe Masqulier en(de) allen andere v(er)obligeerde daeraff alsoo quytte, promittentes nullateus alloqui sed semper satis et waras erga quoscumque prout, consenteren(de) alsoo inde cassatie van(de) bescheeden daeraff sijnde voor soo vele de voors(chreve) rente is aengaende, coram Vorst, Greve, feb(ruarii) xvi., 1626.

Item is te weten dat dese voors(chreve) rente wordt gequeten vuytte penn(ingen), geprocedeert van d' affleggen van xvii guldens erffel(ijck), gedaen aende voors(chreve) weduwe bij Catharina Kerckmans opden ix. feb(ruary) lestleden, eisdem.

 

Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier, zijn dochter Elisabetha met haar man Jacobus (Van) Boeckhorst. De hoofdakte wordt gevolgd door een bijakte, doch deze was niet geheel leesbaar wegens beschadiging.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7893, folio 311v., akte dd. 7 november 1622.

Item Gooris Dents ende Anthoen Dents, gebroederen, als erffgen(aemen) van wijlen Anna Vand(en) Calstere, hen in desen sterckmaecken(de) en(de) hierinne v(er)vangen(de) heer en(de) m(eeste)r Pauwels Cools, licen(tiaet ind(en) rechten en(de) secretaris der stadt van Diest, als man ende momboir van jo(uffrouwe) Margriete Dents, hunlieder zustere, hennen mede erffgen(aeme), hebben bekent daer voere zij beloven inne te staen, hebben bekent en(de) geleden, kennen en(de) lijden mits desen, dat s(ieu)r Glaude Masquelier aen hunlieden volcomel(ijck) gelost en(de) affgeleeghtqueten heeft een(e) rente van zesthien carolusg(uldens) erffel(ijck), den pen(ninck) xvie., daervoere personel(ijck) voer schepen(en) alhier verbonden staen s(ieu)r Jacques Boeckhorst en(de) jo(uffrouwe) El(i)z(abe)t Masquelier, schoonsone en(de) dochter des voers(creven) Glaude, mitsgaders hij Glaude als borge der voers(creve) zijn(e) kinderen met schepen(en) brieven deser stadt in date viiia. novembris 1610 in deser camere aen(de) v(oir)s(creve) jo(uffrouwe) Anna wijlen Van(den) Calstere, geloven(de) de voers(creven) Gooris en(de) Anthoen Dents, hen sterckmaecken(de) als vore, den voers(creven) s(ieu)r Glaude Masquelier noch dandere verobligeerde ter causen der v(oer)s(creve) rente noch verloopen der selver nyet meer te heysschen noch molesteren in eeniger manieren, sed semper satis si quid minus et waras erga quoscunque oblig(ando) et submitt(endo) ind(ivisi)m in forma, consenteren(de) inde cassatie der voers(chreve) brieven van constitutie oft bekentenisse, coram Schore, Beringen, novembris viia., 1622.

Op heden den viien. novembris 1622, soe is p(er)sonel(ijck) gecompareert voer schepen(en) van Loven naebescreven s(ieu)r Glaude Masquelier, die welcke heeft geprotesteert en(de) protesteert mits desen van zijn(e) diligentie en(de) de ... [beschadigd] van dat hij bereet is de v(oer)s(creve) rente te lossen en(de) de pen(ningen) te tellen mits bijd(en) v(oer)s(creven) Gooris en(de) Anthoen Dents casseren(de) dese bovengescreven quitan(tie) en(de) alsoo sij hun ... [beschadigd]  maecken, prostesteert dat de v(oer)s(creve) rente ... [beschadigd].

 

Hierbij voor de zoveelste keer een akte met vermelding van Emerentiana Van Lantrop als weduwe van Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8253, folio 474r., akte dd. 23 mei 1631.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende den schepenen en(de) eygenooten van Loven naerbeschreven gestaen jouffvr(ouwe) Emerentiana Van Lantrop weduwe wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier, soe voor haer selven als van wegen haere kinderen met overstaen(e) van jo(ncke)r Jaecques Bouckhorst sone jo(ncke)r Jaecques, oudt ontrent de xx jaeren en(de) kintskinderen, tot dijen eynde gebruycken(de) dopene brieven van obtroye (!), bij haer v(er)worffven inden Souverainen Raede van Brabant opden xxixen. novembris vanden jaere 1630, alles conform de selve brieven daer van zijn(de), ond(erteeckent) J. Cools, behoorelijck besegelt met sijn(e) ma(jestey)t grooten zegele in roode wasse, daer vuyt hangen(de), den heeren alhier v(er)thoont ende gebleken, ende heeft opgedraghen met behoorel(ijcke) v(er)thijdenisse, ressche en(de) rijse een dachmael lants, soe tselve stuck gelegen is en(de) soe groot en(de) cleyn als tselve soude mogen wesen sonder eenige precise maete te derven goet doen, onder Holsbeke opt Sichtvelt, regen(oten) den Vaerenwech naer Loven ter ier., den voetpat ter iier., d' Ermbodeghem straete ter iiier. en(de) s(ieu)r Guilliam Timmermans ter iiiier. zijden, exposita impositus est per mo(nitionem) iure haereditario et allodiali Jan Laureys den jongen soene Jans, innegesetenen van Holsbeke, soe tot behoeff van hem selven als van Anna Van Mechelen, zijn(e) tegenwoirdige huysvr(ouwe), et satis de v(oor)s(chreve) opdragersse obligerende, submitterebde en(de) renuncieren(de) benefic(io) s(enatus) c(onsul)ti vel(leiani) et authent(ica) si qua mulier, daer van onderricht zijn(de), en(de) van allen anderen coram en(de) waranderende tv(oor)s(chreven) stuck lants voor vrije, eygen ende onbelast in eeniger manieren, verclaerende voorts p(ar)tijen den rechtveerdigen prijse vanden coope te wesen een hondert ende eenenvijfftich rinsgul(dens) eens boven slach, hooghen, wijngelt en(de) anderen ontcosten ende tselve v(er)cocht te zijn met v(er)scheyden sitdaghen ten vuytgaene van(de) kerssen en(de) den v(oor)s(chreven) gegoydden bleven als leste v(er)dierdere en(de) hoogere, alles volgens de conditien daerover en(de) meer andere parcheelen gehouden door den clerck m(eeste)r Niclae De Coninck, en(de) p(rese)nt diversche getuygen, over eenige dagen geleden, totte welcke bij desen wordt gerefereert, houdende deselve alhier voor geinsereert, coram Schore, Leunckens, maii 23., 1631.

            In de marge.

Den coop ic. li r(insguldens) boven slach, hoogen, 23. maii 1631.

Folio 3° staet een gel(ijcke) opdracht, gedaen bijde v(oor)s(chreve) jo(uffrouw)e Lantrop aen s(ieu)r Balthasar Peeters van(den) v(oor)s(chreven) date, nota data(m).

 

De onderstaande akte van dezelfde datum is een gelijkaardige akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8253, folio 477r., akte dd. 23 mei 1631.

Item in p(rese)ntie, etc(etera), gestaen jouffvr(ouwe) Emerentiana Van Lantrop weduwe wijlen s(ieu)r Glaude Masquelier voor haar selven als van wegen haere kinderen ende kintskinderen, tot dijen desen gebruyckende d' opene brieven van obtroye (!), bij haer in(den) Soiuverainen Raede van Brabant v(er)worven opden xxixen. novembris vanden jaere 1630, alles conform de selve brieven daervan zijn(de), onderteeckent J. Cools, behoorel(ijck) besegelt met zijn(en) con(incklijcken) ma(jestey)t zegele in rooden wasse, daer vuyt gebleken, ende heeft opgedraeghen met behoorelijcke v(er)thijdenissen sesse vierendeelen lants onbegrepen der maete, soe tselve gelegen is onder Holsbeke opt Sichtvelt, regenooten de v(oor)s(chreve) opdragersse ter ier., jan Haegens ter iier., Jan Van Hoye boven ter derdere, derffgen(aemen) Merten Meynaerts ter iiiier. sijden, exposita impositus est per mo(nitionem) iure haereditario s(ieu)r Balthasar Peeters, present en(de) accepteren(de) voor hem en(de) naercomelinghen, et satis die v(oor)s(chreve) opdragersse obligeren(de) en(de) sub(mitterende) haeren respective p(er)soone en(de) goeden, meuble en(de) immeuble, p(rese)nt en(de) toecomen(de), met renuncia(ti)e privil(egiis) s(enatus) c(onsul)ti vell(eiani) et authent(ica) si qua mulier, daer van gecertioreert en(de) van allen anderen prout in forma, et waraz op vijff halsteren rogghe aen(de) heeren van het Cleyn Capittel van S(in)te Peeters binnen deser stadt sonder meer co(m)mers daer op vuyt te gaene, teminis tanq(ua)m, de v(er)loopen sullen bijde opdragersse worden affgedaen tot Andreae sesthien hondert en(de) dertich, v(er)claerende voorts p(ar)tijen den rechtveerdigen prijse van(den) coop te wesen boven den v(oor)s(chreven) laste en(de) boven slach, hoogen en(de) andere ontcosten de somme van eenentnegentich r(insguldens) eens, los gelts, en(de) tselve v(er)cocht te zijn ten vuytgaen(e) van(de) brannen(de) kerssen met v(er)scheyden sitdagen en(de) den v(oor)s(chreven) Peeters bleven als leste v(er)dierdere bleven (!) metten vuytgaene van ker, alles volgen(de) de conditien daer over en(de) meer andere p(ar)cheelen gehouden door den clercq m(eeste)r Niclaes De Coninck en(de) seeckere getuygen, totte welcke brevitatis causa wordt gerefereert, houden(de) allen de selve alhier brevitatis causa voor geinsereert, coram Schore, Leunckens, maii 23., 1631.

 

Hierbij een onvolledige akte die blijkbaar niet is doorgegaan. Niettemin geeft de akte toch nuttige informatie over Jacobus Van Boeckhorst en zijn vrouw Elisabetha Masquelier (Masschelier). In de akte wordt deze laatste Isabella genoemd. Blijkens de akte hadden ze minstens 5 kinderen, met name Joannes, Jacobus, Barbara, Maria en Gertrudis. De familie blijkt connecties gehad te hebben te Leiden in Nederland. Uit opzoekingen op internet blijkt dat de familienamen Van Boeckhorst en Masquelier in Leiden voorkwamen. De onvolledige akte moet geregistreerd zijn tussen 12.03.1628 en 25 maart 1628. De voorgaande akte is van 13.03.1628 en de volgende akte in het register is van 24.03.1628.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8251, folio 441r., onvolledige akte geregistreerd tussen 12 en 25 maart 1628.

Allen, etc(etera), dat voor meyer ende schepenen van Loven sij is verschenen s(ieu)r Jaecques Bouchorst inden naeme ende van weghen het weeskindt wijlen Jans Anthoniss(en) van Hoffstadt Huych Janss(on)e ende van Maritgen Adriaensdochtere, wettige gehuysschen als sij leeffden tot desen gecommitteert bijde voors(chreve) Maritgen, mede bij Huych Janss(on)e ende Cornelis Adriaenss(on)e als bloetvoechden der vanden voors(chreven) weeskinde, met procuratie ende volle macht, hem comparant gegeven om het gene naerbes(chreven) staet, valide te mogen doen, gepasseert voor schouteth ende schepenen tot Nootdorp bijder stadt Delft den xv. april 1611, al behoorlijcken bezegelt ende geteeckent den heeren schepenen, alhier verthoont ende heeft den voors(chreven) comparant opgedragen, gecedeert ende getransporteert soo hij dat doet met wettige verthijdeisse allen d' onvercochte goederen, renten ende actien der voors(chreve) weeze van Hoffstadt binnen Brabant, signantelijck ende onder andere een halff boender landts onder Thildonck opden Boommorter tusschen de goeden Mertens Van Malcote ter i., derffgenaemen Raeps ter ii., m(eeste)r Jan Van Eetfelt ter iii. ende tgoidtshuys van Ter Banck ter iii. zijden.

Item een stuck beempts, soo t' selve gelegen is inde prochie van Werchtere tusschen den Demer aldaer in twee zijden, Hendricx Paeps ter iii. ende die goeden Gillis De Ron ter vierdere zijden.

Item noch twee guld(ens) erff(elijck), den penn(inck) xviii, versekert op huys ende hoff inde Demerstraete tot Werchtere, regenot(en) sheeren straete ter i., de goeden Wouters Vorsberch ter ii., de ende de kercke ter ii., de een straetken aldaer ter iii. ende Lodewijck Smits ter iiii. zijden ende noch op een halff boender, soo eeussel als landts tot Haenewijck, met brieven van constitutie vanden xviii. april 1575 voor schepenen van Werchter, beginnende, wij schepenen, etc(etera).

Item noch huys ende hoff, gelegen tot Werchtere voors(chreven) g metten toebehoorten, houdende omtrent een dachmael, regenot(en) t' straetken gaende naer Wackerzeel ter i., tsheeren straete ter ii., h(eer)e ende m(eeste)r Godevart Tijpoets ter iii., den Heyligen Geest ter iiii. zijden.

Item drije dachm(aelen), soo heyde als bossche als landt, in eenen stucke onder Aerschot bij Betecom, regenot(en) ... [n.v.].

Ende voorts allen andere partijen, diemen naermaels soude mogen commen te vinden van der voorschreven weesen wegen inden landen van Brabant, onverco tegenwoordich onvercocht te wesen ende dopdragere daervuyt ontgoeyt sijnde, soo is daerinne gegicht ende gegoeyt ... [n.v.] tot behoeff van Jan, Jaecob, Barbara, Maria ende Geertruydt Bouchorst, sijne kinderen, behouden van wijlen jouff(rouwe) Isabella Masqueliers, sijne huysvrouwe saliger memorie, met conde consente des voors(chreven) Van Bouchorst, hunnen vaedere, ende op conditie dat hem Van Bouchorst in vergeldinge van de voors(chreve) goeden sullen aencommen ende volgen alsulcke penningen als hij comparant heeft beleeght ter rente ter weescamere der stadt Leyden tot behoeff vande voors(chreve) sijne vijff kinderen ende heeft d hij comparant geloeft altijt genoech te doene ende tegen eenen yegelijcken aende selve sijne kinderen te sijn goet ende vast garand, dat hun die getransporteerde goederen vreedsaemelijck ende paysibelijcken sullen volgen, alleenlijc op sheeren chijns vanden gronde sonder meer commers daervuyt te gaene.

            In de marge.

Non actum.

 

Voor de afwisseling nog eens een akte met vermelding van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop. Allicht zal het niet de laatste akte zijn.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8250, folio 12r., akte dd. 20 augustus 1622.

Item in p(rese)ntie des meyers en(de) scep(enen), etc(etera), gestaen Glaude Masquelier en(de) jouff(rouwe) Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, hebben ten erffve vuytgegeven voer hen en(de) hunne naecom(elingen) aen Jooris De Gorter, soe voer hem s(elv)e als voer Joha(n)na De Clerck, sijne huysvrouwe, die bekent voer hem, sijne erffgen(aemen) en(de) naecom(elingen) ten erfchijs aenveert te hebben, sekere erfve, daer ettel(ijcke) huysen op gestaen hebben, op dUylaecke, gelegen opden hoeck vande Ravenstraete, de selve straete ter ie., tsheeren straete ter 2., derfgen(aemen) Catlijne Rogiers, te weten ..., ter 3en., Peeter De Pottere ter iiii. sijd(en), bij vuytdaegem(ent) vercregen den vii. octobris 159... [rand] in prima, erfel(ijck) te houden op veertich schell(ingen) paiem(ents) aen(de) hee(ren) cappellaen(en) van S(in)te Peeeters en(de) thien st(uyvers) en(de) eenen halve aen tcap(pitte)le van S(in)te Peeters totten dienste van Sint Gielis aultaer en(de) op eene erfel(ijcke) rente van achtien rinsg(uldens) tot xx st(uyvers) het stuck, loop(ende) munte, vallen(de) jaerlijcx date deser, los en(de) vrij van x., xxe., meerde(re) en(de) minde(re) impo(siti)en, erfel(ijck) in toecom(ende) tijden, telcken iaere als schult met recht verwonnen, et satis derfgeveren obligeren(de), submitteren(de) en(de) renuntieren(de) in for(m)a et waras als boven en(de) derfnemere geloft dese rente van achtien rinsguld(ens) iaerl(ijcx) ten termijne voers(chreven) loffel(ijck) en(de) personel(ijck) te betalen met condi(ti)e van onder obliga(ti)e, sub(missie) en(de) renuntiatie als boven, des zal dese rente van achtien guld(ens) mogen gelost wordden ten twee reysen, elcken pen(ninck) met sesthien gel(ijcke) pen(ningen), met volle rente nae rate vande quytinge, los en(de) vrij van pontpen(ningen) en(de) andere diergel(ijcke), die staen ten laste des erfnemers, de contrahenten verclaeren den rechtveerdigen coope te sijn vijff ponden Vlaems erffel(ijck), daeraff de twee heden gereet getelt worden, coram Borchgreve, Beringen, augusti xx., a(nn)o 1622.

 

Niks wereldschokkends. Gewoon een akte met vermelding van Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8248, folio 401r., akte dd. 26 januari 1622.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen s(ieu)r Claude Masquelier heeft bekent en(de) bekent bij desen dat Jan Reniers als houder van(de) panden verobligeert ontfangen te hebben die capitale pen(ningen) mette verloopen van dien eendere rente van acht guld(ens) x st(uyvers) erfel(ijck), bekent bij m(eeste)r Wouter Remigii en(de) jouff(rouw)e Anna Willems, gehuyschen, den 27. septembr(is) anno 1613 in 3. ende den derden july anno 1615, insgel(ijcx) in tertia, ten laste geleght vanden selven Jan Renier[s] op sekere panden, tot Rotselaer gelegen, consenteert alsoe inde cassa(ti)e van de voergen(oempde) rente, met beloefte van die nyet meert (!) te eyschen noch te laeten eyschen, directel(ijck) noch indirectel(ijck), maer tegen een iegel(ijcken) goet garant te sijn onder obliga(ti)e, submissie en(de) renunt(iatie) in for(m)a, coram Vorst, Maes, januarii 26., a(nno) 1622.

 

 Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 463r., akte dd. 6 april 1620.

Item in tegenwoordicheyt der schepenen van Loven naergen(oempt) sijn ghecompareert s(ieu)r Glaude Masquelier ende jouff(rouw)e Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, woonende binnen deser stadt Loven, ende met hen s(ieu)r Erardt De la Hault, obligerende ende submitterende insolidum persoonen ende goeden, die selve submitterende insolidum aen allen ende yegewelcke rechteren daeronder die bevonden sullen worden, met renunciatie van allen exceptien ter contrarien ende signantelijcken nove constitut(ioni) de duobus reis authentic(a) si qua mulier, huerlieden respectivelijc voorgehouden, hebben een voor al ende elck voor tgeheel bekindt schuldich te sijne aen Jannen Hermans Willemssen Hiddinga, present ende dese accepterende inden naeme ende ten behoeff van jouff(rouw)e Constantia Hellemans m(eeste)r Cornelis Staes, barbier, soone m(eeste)r Cornelis en(de) voor ... [n.v.] De Man, sijne huysvrouwe, ende haers representerende, eene rente van tweentsestich guldens thien stuyvers siaers te xx st(uyvers) den gulden ende te drije plecken Brabants elcken stuyver gerekent, iaerlijcx te verschijnen opden date deser, daervan deerste iaer sal vallen den vi. aprilis 1621 ende soo voorts, te betaelen binnen deser stadt aenden rentheffer oft last van hem daervan hebbende, los ende vrije van x., xx., c., mindere ende meerdere penn(ingen), mede van allen andere subventien, ingestelt oft inne te stellen in futurum quolibet assecutum, belovende ter manisse pandt te stellen, onder den resort van Loven dobbele pa rente weert sijnde boven allen voorcommere ende altijt soo vele te doene dat den rentheffer des in toecomen(de) tijden te vreden sijn moghe oft te moeten redimeren, welcke redemptie altijt sal mogen geschieden, den rentgelder gelievende teender reysen en(de) tseffens met thien hondert guldens Brabants gelts binnen Loven ten daege vander quytinge geevalueert ende met volle rente, alles losgelts, aenden rentheffere te leveren, blijvende pontpenn(ingen) ingevalle van hypothecatie met allen andere oncosten ten laste des rentgelders alleene, ende sonder preiudicie van de voors(chreve) geloeften, soo hebben die bekinderen geconsenteert int maecken van beleydt ende mainmise, mede int decreteren der selver sonder geroepen te moghen derven worden op ende over allen hunne meuble en(de) immeuble, present ende toecommende, ende hiervan hebben die voors(chreve) gehuysschen een voor al ende elck voor tgheeel geloeft den voors(chreven) De la Hault costeloos t' ontheffen onder obliga(ti)e ende submissie insolidum met renunc(iatie) als boven, coram Roeloffs, Maes, aprilis vi., 1620.

            In de marge.

De cassatie van desen bekin is gedaen bij Jan De Wilde en(de) jouff(rouwe) Hellemans, ... [rand] voor schepenen van alhier ... [rand] sixterno aprilis xi., 1620, quare vacat.

Op heden den tiensten septemb(ris) 1640 heeft m(eeste)r Cornelis Staes vuyt handen van m(eeste)r Henrick Lievens, rentm(eeste)r van s(ieu)r Claude Masquelier ontfangen te hebben de capitale pen(ningen) en(de) twee iaeren verloops deser rente van lxii r(insguldens) x st(uyvers) erfel(ijck), promittens obligan(do), etc(etera), consenteren(de) alsoe inde cassa(tie), in teecken der waerheyt dit onderteeckent.

Cornelis Staes.

 

Nog maar eens Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop, wonende te Leuven op de Uylaecke.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 465v., akte dd. 11 april 1620.

Item in tegenwoordicheyt der schepenen van Loven naerghenoempt sijn gecompareert Glaude Masquelier ende jouff(rouwe) Emerentiana Van Lantrop, gehuysschen, wonende binnen deser stadt op dUlaecke, ende met hen s(ieu)r Erardt De la Hault, die welcke obligerende ende submitterende persoonen ende goeden, een voor al ende elck voor t' geheel en(de) insolidu(m), die selve submitterende allen en(de) yegewelcke rechteren met renunciatie van allen exceptien ende privilegien ter contrarien, ende signantelijcken der meuble constitutie de duobus reis der exceptie non numerate pecuniae ende de vrouwe persoone authent(ica) si qua mulier, privileg(io) s(enatus) c(onsul)ti vell(eiani), hun respectivelijc voorgehouden, ende voorts van allen anderen privilegien ende exceptien ter contrarien, hebben bekindt soo sij bekinnen mits desen, schuldich te sijne in handen Jans Hermans, dese accepterede inden naeme ende ten behoeffve van m(eeste)r Cornelis Staes, barbier, ende soone Cornelis, en(de) van ten behoeff van Elisabeth De Man, huysvrouwe des voors(chreven) m(eeste)r Cornelis den iongen, ende huns in desen representerende, eene rente van tweensestich guld(ens) thien stuyvers te xx st(uyvers) den gulden ende te drije pleck(en) Brabants elcken st(uyver) gerekent, iaerlijcx te verschijnen den xi. marty, daerva(n) het eerste jaer sal vallen xi. meerte xvic. eenentwintich ende soo voorts van jaere te jaere te leveren aende renthefferen binnen deser stadt, los ende vrij van x., xx. c., mindere en(de) meerdere penn(ingen), mede van allen andere subventien, ingestelt oft inne te stellen in futurm quolibet assecutum promittentes ad monit(ionem) pignus val(ens) duplu(m) sub districtu Lovanien(sis) et tantum prout vel redimere, welcke redemptie oock anderssints altijt sal moegen geschieden alst den rentgelder sal gelieven tseffens ende teenenmael met de somme van thien hondert guld(ens), munte ten daege vander quitinge binnen Loven geevalueert ende met volle rente, alles losgelts, aende renthefferen te leveren binnen Loven als boven, blijvende allen oncosten ten laste der rentgelderen alleene ende sonder cortten ende sonder prejudicie van des voors(chreve) geloeften, soo hebben die bekinderen ende elcken van hen geconsenteert int beleyt ende mainmyse, mede int decreteren van(den) selve beleyd ende mainmyse sonder geroepen te derven worden, signantelijcken over een der voors(chreve) gehuysschen huys metten hoff, bogaerden ende toebehoorten, gen(oempt), het Huys van Frens, houden(de) tsamen omtrent seven dachmaelen, staende binnen deser stadt op dUlaecke, regenot(en) d' Ulaecke van voore ter i., de Rameystraete ter ii., Hans Willemarts ter iii. ende die XII Ap(oste)en ter iiii. zijden, belast aen diverssche persoonen met omtrent xii g(uldens) siaers, item op een block landts daerbij gelegen, regenot(en) d' Ulaecke voors(chreven) ter i., Peeter De Portere ter ii., de voors(chreve) Rameystraete ter iii. zijden, belast aende heeren capellaenen van S(in)te Peeters met xxiiiitich. mijten, item op i ½ dachm(ael) beempts int Lovenaerbroeck, regenoten de leygrechte ter i., den beempt, genoempt den Hutspot, ter ii., de Lov m(eeste)r Peeter De la Heele ter iii., wesende ombelast, item op een halff boender landts buyten de Diesterssche poirte, regenot(en) derffgenaem(en) van doctor De Rijck ter i. met de Corte straete ter i., Jan Cordier ter ii., de voors(chreve) erffgenaemen De Rijck ter iii. zijden, item op allen andere hunne goeden, meubele ende immeubele, present en(de) toecomende, coram Roeloffs, Maes, aprilis xi., 1620, item die voors(chreven) Claude Masculier cum sua hebben geloeft den voorseeghden De la Hault van die geloeften costeloos tontheffen, obligan(do), etc(etera), eod(em) eisd(em).

Senten(tiatum) est per Jo(ann)em Hermans nomine et ex parte predictoru(m) m(agistri) Cornelii Stasse suaq(ue) coniugis est q(uo) adductus ad omnia et singula bona in contractu mentionatae pro securitate promissionum in eodem comprehensarum, coram De Vroye, Beringen, aprilis xiii., 1620.

            In de marge.

Op heden den xx. april 1624 m(eeste)r Cornelis Stas in persoone heeft ontslagen den eersamen s(ieu)r De la Hault van dese rente ende borchtochte, belovende hem ende sijne goeden oft naecommelingen ter zaecken van(de) voors(chreve) rente van lxii g(uldens) x st(uyvers) nimmermeer te molesteren, toirconde dese geteeckent den voors(chreven) xx. april(is) 1624.Cornelis Staes.

 

In de bijgaande akte maakt men melding van Claudius Masquelier (x Emerentiana Van Lantrop).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 563v., akte dd. 2 mei 1620.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen m(eeste)r Ph(i)l(ip)s Sangrius en[de] Gooris Loomans, huysarm(eeste)rs der prochie van S(in)te Peeters alhier te Loven, en(de) hebben opgedraegen met wettige vertijdenisse eenen rinsg(ulden) erfel(ijck), vallen(de) jaerl(ijcx) den xiii. aprilis, beset op een huys en(de) hof wijlen Henricx Vanden Dorpe, tot Rotselar gelegen, met allen de verloopen, gelegen volgen(de) de scepen(en) brieven als voer van Loven in date xiii. aprilis 1523, expositis impositus Glaude Masquelier ende dat bij manie(re) van lossinge, consenteren(de) inde cassa(ti)e deser rente met beloefte van die niet te eyschen noch te laeten eyschen, directel(ijck) noch indirectel(ijck), maer tegen een iegel(ijcken) goet garant te sijn, onder ob(ligatie) en(de) sub(missie) van alle en(de) iegewelcke goeden en(de) inneco(m)en der voers(chreve) heylig huysarmen, tegenwoirdige en(de) toecom(ende), coram Lievens, Beringen, maii ii., anno 1620.

 

Hierbij een zoveelste akte met vermelding van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8246, folio 162r., akte dd. 9 januari 1617.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen Godevart Martens, onwederroepel(ijck) gemechticht bij d' eerw(eerdige) vrouwe abdisse en(de) convente van Vrouwenparcq, ende den zegele en(de) signature van dijen gedepescheert date den xx. novemb(ris) 1616, gesien, heeft opged(ragen) met wettige v(er)thijdenisse twee rinsg(uldens) x st(uyvers) erffel(ijck) onquytbaer, metten v(er)loopen der selver, beseth op zekere erffve, gelegen te Ballonien onder Rotselaer, oft een ardt (?), eertijdts toebehoort hebben(de) m(eeste)r Wouter Remigii en(de) m(eeste)r Glaude Masquelier en(de) jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantro, zijne huysvrouwe, expos(ito) impos(itus) die voors(creven) Glaude Masquelier en(de) zijne huysvr(ouwe) en(de) dit bij maniere van quytinge, consenteren(de) inde cassatie  met belofte van dese nimmermeer te eysschen noch te doen eysschen, obligeren(de), sub(mitterende) en(de) renun(tierende) in forma, coram Malstede, Thienen, januarii xi., 1617.

 

Geen één zonder twee. Nog eens Claudius Masquelier, ditmaal als rentmeester van de kerk van Wezemaal. De akte is eveneens van 9 januari 1617.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8246, folio 162r., akte dd. 9 januari 1617.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen Glaude Masquelier, rentm(eeste)r der kercke van Wesemael, heeft opgedragen met behoorel(ijcke) v(er)thijdenisse de hellicht van vijff carolusg(uldens) erffel(ijck) mette verloopen van een jare, v(er)schenen van(den) derden augusti lestleden, d(aer)aff d' andere hellicht gequeten is personel(ijck) bij Willem Leys, bekent den lesten augusti 1589 in iii. en(de) den xiii. meert 1600 in ia., bepant op drije dachm(aelen) landts opt Hulselarveldt, onder Wesemael gelegen, regen(ooten) de strate ter ire., de goeden van Vrouwenperck ter iire., d' erffgen(aemen) Jans Van Coppendael ter iiire. en(de) den voetwech ter iiiire. zijden, expos(ito) impos(itus) Godevart Martens inden naeme en(de) tot behoeff van(den) convente van Vrouwenperck, per mo(nitionem) et satis obligerende, sub(mitterende) in forma, et waraz voor eene goede en(de) onbelaste rente, sulckx, etc(etera), coram eisdem.

 

Hierbij een akte met de vertrouwde Claudius Masqulier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop, inwoners van Leuven.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7888, folio 262v., akte dd. 2 juni 1614.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende schepen(en) van Loven ende eygengenooten naerbeschreven gestaen Glaude Masquelier ende jouffrouwe Emerentia Van Lantrop, sijne huysvrouwe, woonende te Loven, per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoirl(ijcke) vertijdenisse ende met ressche ende rijse de goeden naebeschreven, geleghen te Wiltsel, te weeten ierst een stuck landts, groot sesse daechmaelen, geleghen onder Wiltsel voorschreven, reg(enoo)ten die Dijle ter eenre, die strate oft de Vunte ter tweedere, Merten Waghemans ter derder ende Nicolaes Vander Biest ter vierder sijden, noch een stuck landts, groot een boender, daerontrent geleghen, oock onder Wiltsel, reg(enoo)ten heer ende m(eest)er Geraert Van Vileers, doctoir inde medecijn[en], ten twee sijden, Sinte Barbelen Landt ter derder ende dOude Dijle ter vierder sijden, exp(osito) soe is daerinne gegoet ende geerft ten eygen ende erffel(ijcken) rechte die voorschreven heer ende m(eeste)r Geeraert Van Vileers per mo(nitionem) iure, etc(etera), hier waeren overe Loomans, Nijverseel, schepenen te Loven ende eygengenooten, item Loys Vanden Tymple, meyer der stadt van Loven, ende Hendrick Herheyns, insgelijck als eygengenooten, coram quibus satis die voorschreven gehuysschen opdraegeren obligan(do) et submitten(do) et waras dierste parceel voor vrij eygen goet ende ombelast, ende tweede parceel op een halff mudde even chijs, eertijts aen tclooster van Vlierbeke ende nu aen(den) voorschreven doctoir Villeers bij coop tanquam prout, ende is te weeten dat die voorchreven landen nu tertijt besaeyt staen met terwe, die welcke vruchten den voorschreven ghehuysschen voor dit jaer alnoch sullen volgen alle ende int geheel qui quidem allodii consortes quod faciunt scabini predicti, actum secunda junii anno 1614.

 

De volgende akte volgde op de akte in de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7888, folio 263r., akte dd. 2 juni 1614.

Item in tegenwoirdicheyt der schepenen van Loven naebeschreven gestaen, heer ende m(eeste)r Geeraert Van Vileers, doctoir inde mediceynen, in voldoeninghe vanden coopsomme der boevengenoemde goederen, heeft bekent wel ende deuchdelijck schuldich te sijn den voorschreven Glaude Masquelier ende jouff(rouwe) Emerentiana Van Landrop, sijne huysvrouwe, p(rese)nt ende dat accepterende, tweentsestich carolusgulden te xx stuyers tstuck, munte in Brabant cours ende loop hebbende, ende thien gelijcke stuyvers erffel(ijcke) rente, alle jaere opden thiensten novembris te betaelen ende daer van den iersten valdach sijn sal den thiensten dach van november int toecomende jaere xvic. ende vijffthiene, voor dit tegenwoirdich jaer 1614 alnoch den voorgenoemden gehuysschen sullen volghen ende inder stadt wissele van Loven los ende vrij van allen lasten, beden ende impositien, oock vanden xe., xxe., ce., h mindere ende meerdere penningen, te leveren den voorschreven g[e]huysschen, hunne erffven ende naercomelinghen, erffel(ijck) in toecomende tijden, telcken termijn als verrreyckte schult, geloevende die voorschr(ev)en heer ende meester Geeraert ter manisse des voorschreven gehuysschen de selve rente te besetten ende te hypothiceren op goede sufficiente panden ende gronden van erffven, binnen den banmijle van Loven geleghen, weert sijnde boven alle voorgaende commeren dobbel rente, ende voorts meer soe vele te doen dat den voorghenoemden gehuysschen, erffel(ijcke) in toecomende tijden sal moghen genoech sijn, daer voor verbindende sijn(en) persoon ende alle sijne goeden, p(rese)nt ende toecomende, met conditie dat die voors(chreven) heer ende m(eeste)r Geeraert de selve rente voor dierste sesse toecomende jaeren nyet en sal moghen lossen noch quyten, maer wel naer dexpiratie der selver sal die voorschreven heer ende m(eeste)r Geeraert de selve rente vermoghen te quyten ende redimeren tallen tijden alst hen gelieven sal teender reyse tegen ten penninck sesthiene ende met volle rente, coram Loomans, Nijverseel, junii secunda anno 1614.

Item s(ieu)r Glaude Masquelier heeft bekent tcapitael deser bovengeschreven rente van lxii rinsguldens x st(uyvers) erffel(ijck) mette verloopen van dijen vuyt handen van(den) voorschreven doctoir Vileers ontfangen te hebben, promittens nullatenus alloqui sed semper satis et waras erga quoscumque, consenteren(de) alsoo inde cassatie van desen et sic vacat, actum xix. augusti anno 1619 ende was dese cassatie onderteeckent Glaude Masquelier.

Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier, die optreedt namens Lancelot van Grobbendonck, baanderheer van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 96v., akte dd. 16 maart 1608.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Heylwich Coenen, soo in haeren eygen(en) naem als oock mede als last en(de) procuratie speciael en(de) irrevocabel hebben(de) van Matthijs De Beckere, haeren tegenwoordighen man, gepasseert voorden not(ari) Gheeraert Boels en(de) zeke(re) getuygen opden xiiie. dach meert anno 1608 lestled(en), alhier gesien en(de) gebleken, per mo(nitionem) heeft opgdraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een stuck bempts, groot een halff boend(er) ombegrepen der maeten, gelegen onder die baenderije van Wesemael achter het hoff van(den) h(ee)re aldaer, regen(oten) die sel(ven) h(ee)r in twee zijd(en), die pastoir aldaer ter iiie. en(de) Charles Blooms ter iiiie. zijd(en), exp(osito) soo is daerinne gegoydt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte s(ieu)r Glaude Masquelier ind(en) naem en(de) tot behoeff van(den) edelen heere, heere Lancelot van Grobbendonck, baenderhee(re) van Wesemael, etc(etera), per mo(nitionem) et sat(is) die voors(chreve) opdraegersse soo in haeren eygen(e) naem als vuyt crachte als voor obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et war(as) op sh(ee)ren chijns van(den) gronde, neghen stuyvers aen(den) H(eyligen) Geest van Wesemael ende voorts allen anderen lasten die daer zouden moghen op vuytgaen, sullen staen ten laste des voors(chreven) h(ee)re van Wesemael, coram Pulle, Leunckens, martii xvie., 1608.

Item die voors(chreve) partijen v(er)cleren den coop van tvoors(chreven) goet te wesen een hondert xx rinsg(u)l(dens) eens los gelts, eisd(em).

 

Hierbij een akte met vermelding van de gekende Claudius Masquelier en zijn echtgenote Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L, Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 122r., akte dd 2 mei 1608.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Cornelis Wittockx sone wijlen Jans en(de) Marie Poirtmans, zijne huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Aerschot, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) zeker huys en(de) hoff met allen zijn(e) toebehoorten, gel(ijck) tsel(ve) gestaen en(de) gelegen is bynnen der voor(chreve) stadt van Aerschot, regenooten Sebastiaen Sommers ter ie., Amandt Van(den) Wijer ter iie., de Laecke ter iiie. en(de) sh(ee)ren straete naerde Schaluy[n]straete ter iiiie. zijd(en), exp(osito) imp(ositus) est s(ieu)r Glaude Masqueliers en(de) jo(uffrouw)e Emerentiana Van Lantrop, zijne huysvr(ouw)e, per mo(nitionem) redd(idi)t ende voorts meer op vijff carol(us) gul(den)s goet en ginge, te weten xx silvere penn(ingen), geheeten stuyvers, munte ons genaedichs h(ee)ren hertogen van Brabant gevalueert, zijn(de) erffel(ijcke) rente, alle jaere opd(en) iien. dach may te betaelen en(de) ind(er) stadt wissele van Loven, los en(de) vrije van xx xe., xxe., ce., minde(re) en(de) meerde(re) penn(ingen) en(de) impositien, innegestelt oft alnoch inne te stellen, te leveren den voors(chreven) Masquelier, zijn(e) erfven en(de) naercomelin(gen), in futur(um) et sat(is) obligan(do) et submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et war(as) tvoors(chreven) huys met zijn(e) toebehoorten op sh(ee)ren chijns vand(en) gronde tanquam prout iure, geloven(de) die selve Cornelis en(de) zijn(e) voors(chreve) huysvr(ouw)e die voors(chreve) erffrente van vijff carol(us) g(u)l(dens) jaerl(ijcx) ten tijde en(de) termijn(e) voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) als vore te leveren den voors(chreven) Maquelier, zijn(e) erffven en(de)e naercomelin(gen), eeuwel(ijck) en(de) erffel(ijck), los en(de) vrije als boven, quolibet assecutum et casu quo pignora et t(antu)m, met conditie dat die voors(chreven) opdraege(re) die sel(ve) rinte van vijff carol(us) g(u)l(dens) erffel(ijck) sullen moghen lossen ende affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teender reysen, elcken carol(us) g(u)l(den) erffel(ijck) daeraff met xvie. gel(ijcke) carol(us) gul(den)s en(de) met volle rente naer raete vande quyttinghe, obligan(do) et submitten(do) in forma, coram Lievens, Schorenbroot, maii iia. secund 1608.

Senten(tiatum) p(er) predict(um) Masquelier, coram Schoer, Beringhen, julii xa., 1622.

            In de marge.

De quitan(tie) van dese vijff r(insguldens) erffel(lijck) staet aprilis xxviii., 1638, in prima, et sic vacat.

 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 126v., akte dd. 19 mei 1608.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers ende schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen die voors(chreven) s(ieu)r Glaude Masquelier heeft totte voors(chreve) goedinghe genoempt, soo hij daerop int voors(chreven) stuck bempts is gegoet geweest Jan Verheyden en(de) Anne Pianters, gehuysschen, woonen(de) tot Vlasselaer ond(er) Wesemael, p(rese)nt en(de) accepteren(de), die wel(cke) dijen volgen(de) int voors(chreven) stuck bempts in vueghen soo die voors(chreven) Masquelier tsel(ve) als voor tegen Jan Van Vlasselaer heeft v(er)cregen gehadt, sijn per mo(nitionem) behoorl(ijck) gegoet en(de) geerft geweest tot behoeff van Jan V(er)heyden, Mertten ende Cath(lij)ne, hunne kinderen, bij hun tsamen v(er)creghen en(de) die sij alnoch doer die gratie Godts sullen tsamen moghen v(er)crijgen, behoudel(ijck) hun en(de) elck van hun int sel(ve) goet gereserveert hunne tochte, vrije wille en(de) dispositie et sat(is) die voors(chreven) Masquelier obligan(do), submitten(do) in forma et war(as) als in inde voorgaen(de) goedin(ge) tanqua(m) prout iure, coram Roeloffs, Leuckens, maii xixa., 1608.

 

Bron : S.A.L., Invntaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 127r., akte dd. 19 mei 1608.

Item in p(rese)ntia, etc(etera), gestaen die voors(chreven) Jan V(er)heyden en(de) Anna Pianters hebben bekint indivis(im) schuldich te zijn en(de) bekinnen bij des(en) s(ieu)r Glaude Masquelier voors(chreven) seven goude penn(ingen), geheeten Carol(us) gul(den)s, te xx st(uyvers) tstuck gevalueerde munte, erffel(ijcke) rinte, alle jaer opden vii ven. dach meye te betaelen den voors(chreven) Masquelier en(de) zijne naercomelin(gen) en(de) ind(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van xe., xxe., ce. en(de) alle andere penn(ingen) en(de) impositien, innegestelt oft alnoch inne te stellen, daeraf den iersten valdach sal zijn den ven. meye 1609 toe(comen)de in futur(um) quolibet assecutu(m) ad mo(nitionem) pignus valens et t(antu)m obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, met conditie dat die voors(chreven) opdraege(re) de voors(chreve) rente van zeven carol(us) g(u)l(dens) sullen moghen lossen en(de) affquytten telcken [reyse] als hen sal gelieven, elcken gulden daeraff om en(de) met sesthien gelijcke carol(us) gul(den)s te drije maelen en(de) nyet min, te weten voor dierste reyse twee pen(ningen), iie reyse insgel(ijcx) twee  rinsg(u)l(den)s en(de) leste reyse drije g(u)l(dens) met vollen pachte, coram eisd(em).

Item s(ieu)r Glaude Masquelier heeft bekent en(de) bekent bij des(en) die capitaele penn(ingen) mette v(er)loopen van(de) drije rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) vuyt dese seven g(u)l(dens) erffel(ijck) van dese bekinderen ontfangen te hebben, consenteren(de) alsoo dijen aengaende inde cassatie der voors(chreve) iiie. guld(ens), actum xixe. septemb(ris) 1608, ond(erteecken)t G. Masquelier.

Item s(ieu)r Glaude Masquelier heeft bekent en(de) bekendt midts desen die capitaele penn(ingen) mette v(er)loopen van twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) vuyt dese seven rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) van dese bekinderen ontfangen te hebben, consenteren(de) alsoo dijen aengaen(de) inde cassatie der voors(chreve) twee rinsg(u)l(dens), act(um) den xxviie. novemb(ris) 1609, ond(erteecken)t Masquelier.

Item die voors(chreven) s(ieu)r Glaude Masquelier heeft bekindt en(de) bekindt midts desen aen hem bijde voors(chreve) gehuysschen alnoch affgeleeght te zijn eenen rinsg(u)l(den) erffel(ijck) vuytte voors(chreeve) seven rinsg(u)l(dens), act(um) viia. januarii 1611, ond(erteecken)t G. Masquelier.

Op heden desen iiien. septemb(ris) 1612, soo bekindt s(ieu)r Glaude Masquelier het capitael mette v(er)loopen van dijen van dese seven rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) vuyt handen Jans Verheyden, hier boven gementioneert, ontfangen te hebben, consenteren(de) alsoo inde cassatie van desen, act(um) ut supra, ond(erteecken)t G. Masquelier.

 

Nog maar eens Claudius Masquelier (x Emerentiana Van Lantrop).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 137v., 24 mei 1608.

Item in tegenwoordich(eyt) der schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Henrick Van Aerschot al(ia)s V(er)meulen sone wijlen Henricx ende E(lisa)b(e)th Meys, zijn(e) huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Vaecke onder Rotzelaer, obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, hebben indivis(im) bekindt ende bekinnen midts des(en) schuldich te zijn s(ieu)r Glaude Masquelier ind(en) naem ende tot behoeff vande fabrycke der kercke van Wesemael vijff carol(us) g(u)l(dens) ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brabants stuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) ende v(er)schijnen(de) opden lesten dach janu(a)ry ende tot Wesemael in handen van(de) kerckm(eeste)rs aldaer oft hennen rentm(eeste)r te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerde(re) penn(ingen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutu(m) et ad mo(nitionem) pignus valens duplum et t(antu)m, in welcke rente van vijff rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) wordt mede gecomprehendeert een rente van xxx st(uyvers) ts(iae)rs, daerinne Symon wijlen Van Aerschot en(de) E(lisa)b(e)th sConincx, grootvaeder en(de) grootmoeder des voors(chreven) Hendericx, stond(en) v(er)obligeert aen(de) voors(chreve) kercke volgende die brieven daerafff zijn(de), gepass(eer)t voor schepen(en) van Loven opden lesten january anno 1529 in media camera, en(de) daernae perficere gedaen bij Marg(rie)te Crabbeels, Jan Leys en(de) Jan De Pelsmaecker den xixe. july 1572 in tertia camera, met conditie dat die voors(chreve) gehuysschen oft henne naercomelin(gen) die voors(chreve) rente van vijff carol(us) g(u)l(dens) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hem hun gelieven sal ten eene, twee oft drije reysen, maer nyet min, elcken carol(us) g(u)l(den) met erffel(ijck) met xviii. gel(ijcke) carol(us) g(u)l(dens), loopen(de) munte, ac cum, coram Lievens, Leunckens, maii xxiiiia., 1608. 

 

Nog maar eens Claudius Masquelier, ditmaal als rentmeester van de heer baron van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 146r., akte dd. 7 juni 1608.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Marie Van(den) Broecke wed(uw)e wijlen Adriaen Ingels voorde tochte en(de) Marie Ingels, haere dochtere, met consente, wille, wete ende overstaen(e) Loycx Kindermans, haers smans, soo voor hen als hun sterckmaecken(de) voor henne ande(re) susters en(de) broeders voorde proprieteyt, hebben opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) per mo(nitionem) een cleyn erffken, gelegen ond(er) die heerlijckheyt van Wesemael, regen(oten) sH(ee)ren Hoocheussel ter ie., de Lamstraete ter iie., den heere van Wesemael met een cleyn erffken daerbij gelegen, bij hem v(er)cregen van Damiaen De Custer en(de) Govaert Vroylijck ter iiie., den voetpat gaen(de) doer tvoors(chreven) Hoocheussel ter iiiie. zijd(en), exp(osito) soo is daerinne gegoydt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte per mo(nitionem) s(ieu)r Glaude Masquelier, rentm(eeste)r, en(de) ind(en) naem en(de) tot behoeff des heeren baroen van Wesemael voors(chreven) et sat(is) die voors(chreven) opdraege(re) indivis(im) obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et war(as) op het recht van een hooffstadt aen(den) voors(chreven) h(ee)re van Wesemael tanquam prout iure, coram Roeloffs, Leunckens, junii viia., 1608.

Item is te weten dat den rechtveerdighen prijs van(den) coep van tvoors(chreven) erffken is soo partijen v(er)claerden xxiii g(u)l(dens) xvi st(uyvers) eens, eisd(em).

 

Nog maar eens Claudius Masquelier.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 170v., akte dd. 30 juni 1608.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Jan Van(der) Geete Mertens sone, woonen(de) tot Kessel, soo voerde tochte voor sij selven als voor zijn(e) kinderen, bij hem behouden van Jenneken Lambrechts al(ia)s Blooms, zijne ierste huysvrouwe, voorde proprieteyt, waer voor hij hem in desen is sterckmaeckende en(de) de sel(ve) vervangende, heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) p(er) mo(nitionem) eene rente van thien stuyvers erffel(ijck), ontquytbaer, met allen den v(er)loop der sel(ver), v(er)schenen tzedert den jaere xvc. xcviitich. tot nu toe incluez, behoudel(ijck) beter rekenin(ge) bepandt en(de) gehypothiceert, soo de voors(chreven) opdraegere seeght op zekere erffve, nu gelegen onder Wesemael tegenover den Wildeman ende eertijts onder Rotselaer, daerop iertijts huys en(de) hoff plach te staene, toebehoorende Jooriss(en) Rouruyte, smet, regen(oten) sh(ee)ren straete, geheeten de Pleyn, ter ie., die h(ee)re van Wezemael voors(chreven), iertijts Jan Bloems ter iie., Claes Janssens ter iiie. ende derffve van(den) voors(chreven) heere, comen(de) aende Ridderstraete ter iiiie. zijden, expos(ito) soo is daerinne gegoyt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte per mo(nitionem) s(ieu)r Glaude Masqueier tot behoeff van(den) genen die voors(chreven) opdraegere obligan(do) quoad hec et supradicta se et sua, submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et waras voor een goede ongealieneerde ende ongetransporteerde rente, tanqua(m) prout iure, coram Borcht, Broeck, junii ultima 1608 

 

In de volgende akte van evictie maakt men melding van Christophorus (Christoffel) Quinget en zijn vrouw Joanna Verelst (Vereels). In de akte maakte men tevens melding van de Meerstraete te Aarschot. In werkelijkheid had er Neerstraete moeten staan.

Bron : S.AL., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 197r., akte dd. 30 juli 1608.

Allen den genen die dese l(ette)ren sullen sien oft hooren lesen, wij Borcht, Assche, Ophem, Maes, schepen(en) te Loven, doen conde met kennisse der waerheyt dat alsoo Johanna Vereels wed(uw)e wijlen Christoffel Quinget met schepen(en) brieven van Loven hem v(er)bonden hadden opden xvie. aprilis 1576 inde derde schrijffcamere aen Jannen Van Vlasselaer als man en(de) momboir van jo(uffrouw)e Cath(lij)ne Moons dochter wijlen Peeters en(de) alsoo erffgen(aem desselffs in eene rente van vijffentwintich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) vuyt een(e) meerdere rente van vijftich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) vuyt een(e) meerdere rente van vijftich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), v(er)schenen van diverssche jaeren, ende zijn vuyt saecken van dijen den voors(chreven) Vlasselaer opden xve. january 1603 v(er)leendt geweest behoorl(ijcke) des(er) stadt opene brieven van mainmise opde goeden van(den) voors(chreven) v(er)obligeerde, als te wetene op een huys met zijn(e) toebehoorten, soo tsel(ve) gelegen is bynnen der stadt van Aerschot inde Meerstraete mette poorte daertoe dienen(de), regen(oten) Jasp(er) wijlen Verhaustraeten ter ie., Henrick De Witte ter iie. en(de) den Demer ter ande(re) zijden, item drije parcheelen bempts, vast aen malcanderen gelegen achter tvoors(chreven) huys, groot tsamen twee en(de) een halff boen(der) ombegrepen der maeten, regen(oten) den prelaet van Everbode in twee zijd(en), den heere van Steen ter iiie. en(de) den Demer ter iiiie. zijden, en(de) dat om bijden voors(chreven) Jan Van Vlasselaer zijn wettich gebreck metten costen daeromme gedaen en(de) te doene, te moghen verhaelen, ende Mertten Leuncken[s], bode des(er) stadt Loven, vuyt crachte van(de) voors(chreve) brieven van mainmise, heeft in zijne als in ons g(enadichs) h(eere) en(de) des(er) stadts handen genomen tvoors(chreven) huys met zijne toebehoorten mette voors(chreve) drije parcheelen bempts tot behoeff van(den) voors(chreven) Vlasselaer, den sel(ven) daer toe behoorl(ijck) geleyt en(de) die conde daeraff gedaen aen(den) meyer van Aerschot ind(en) naeme van(den) grontheere en(de) met condt brieven deser stadt geinsinueert de voors(chreve) Jehenne Vereels bynnen der stadt van Brussel opden xvie. january 1603 voors(chreven) te comp(ar)eren tot een(en) zekeren daeghe voor schepen(en) van Loven ten eynde om die voors(chreve) brieven van mainmise alsdan te hooren en(de) zien decreteren oft anderssints daer tegen te seggen ende voorts procederen naer behooren, tot wel(cken) voors(chreven) daeghe die voors(chreve) jo(uffrouw)e Jehenne es gecompareert en(de) haer opponeren(dee), daerinne soo verre geprocedeert es geweest als dat ten lesten die voors(chreve) brieven van mainmise opden xxvie. feb(rua)ry anno 1605 behoorl(ijck) zijn gedecreteert geweest en(de) v(er)claert executoriael en(de) zijn dijen volgen(de) s(ieu)r Henry du Fresne, als dactie hebben(de) van(den) voors(chreven) Jan Van Vlasselaer, als blijckt bijd(en) transporte, gepasseert voor schepen(en) van Loven, wesen(de) van(der) daet feb(rua)ry xix., anno 1603, in prima, v(er)leent geweest voorde(re) brieven executoriael, die wel(cke) naer hennen teneur zijn behoorl(ijck) ter executien gestelt geweest bynnen der stadt van Aerschot met attache van billetten, inhouden(de) dach, ure en(de) plaetse van(de) sitdaeghen, ende zijn daeraff gehouden twee diverssche sitdaeghen, disteren(de) van malcanderen xiiii daeghen, waeraff den lesten es geweest den xxiie. meert 1605, ende is tvoors(chreven) huys met zijn(e) toebehoorten metten vuytgaene van(der) berrender keerssen gebleven s(ieu)r Henry du Fresne om en(de) voor die so(mm)e van twee hondert en(de) xl rinsg(u)l(dens) eens, ende die voors(chreve) drije parcheelen bempts den voors(chreven) du Fresne om en(de) voorde so(mm)e van drije hondert en tachtentich rinsg(u)l(dens) eens, doen condt ende te wetene dat bij ons schepen(en), int lange oversien zijnde die voors(chreve) proceduren, exploicten en(de) tgene des daervuyt en(de) naer gevolght es, procederen(de) alsoo totter interpositie van(den) voors(chreven) decrete, hebben wij schepen(en) ter manisse des meyers daerover staende, van heerheyden van wegen des hertoghen van Brab(an)t bij ons(en) vonnisse geauthoriseert en(de) authoriseren midts desen de voors(chreve) exploicten, kerckgeboden, v(er)coopinghe en(de) allen tgene des bijden voors(chreven) bode vuyt crachte voors(chreveen) es gedaen en(de) gebesoingneert geweest, ende voorts tegen de ged(aechd)e deffault gevende en(de) contumatie en(de) voor tproffijt van dijen haer van allen trecht en(de) actie aen(de) voors(chreve) goeden co(m)peteren(de), secluderen(de), en(de) hebben de voors(chreve) goeden den voors(chreven) du Fresne aengewesen en(de) aenwijsen midts desen om bij hem beseten, gebruyckt en(de) gepossideert te wordene gel(ijck) zijne eygene goeden, ende is dijen volgende die voors(chreven) du Fresne behoorl(ijck) gegoet en(de) geerft geweest met allen solemniteyten, van rechte daertoe gerequireert, waranderen(de) tvoors(chreven) huys met zijn toebehoorten op sh(ee)ren chijns van(den) gronde en(de) andere diverssche renten aen diverssche persoonen, jaerl(ijcx) beloopen(de) ontrent xviii rinsg(u)l(dens), ende die voors(chreve) drije parcheelen bempts op sh(ee)ren chijns van(den) gronde en(de) met diversche renten aen diverssche persoonen, tsamen bedraegende boven den voors(chreven) chijns ontrent viertich rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), actum penult(ima) julii 1608.

 

Hierbij de zoveelste akte met vermelding van Claudius Masquelier in zijn hoedanigheid van rentmeester van de kerk van Wezemaal. De griffier heeft zich echter van jaartal vergist. Hij vermeldde het jaar 1608, terwijl het volgens de chronologie van de akten in het register 1609 moest zijn !

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 276r., akte dd. 7 januari 1609.

Item s(ieu)r Glaude Masquelier als rentm(eeste)r van(de) kercke van Wesemael, in p(rese)ntia, etc(etera), heeft bekindt en(de) bekindt midts desen dat Mathijs De Beckere sone wijlen Henricx aen hem inde voors(chreve) qua(litey)t heeft gelost, gequeten en(de) affgeleeght twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) metten vollen v(er)loopen vuyt eene meerdere rinte van ses rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), staen(de) gehypothiceert op twee huysen, gestaen tot Wesemael voors(chreven), volgen(de) die brieven daeraff zijn(de) in daete den xie. feb(rua)ry 1598 in hac camera, schelden(de) hem daeraff volcomel(ijck) quytte, soo hij insgel(ijcx) quiteert van(de) geheele rinte van ses rinsg(u)l(dens) midts de voors(chreve) redemptie van twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), deen van(de) voors(chreve) twee v(er)obligeerde huysen, te weten het huys, geleghen tot Wesemael, regenoten sh(ee)ren straete in twee zijd(en) en(de) derffgen(aemen) Augustijn Otto ter iiie. en(de) iiiie. zijd(en), sulcx dat die resteren(de) vier rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) vuyte voors(chreve) sesse rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) sullen blijven staen op het ander huys, gecomen van Henrick Boschmans, promitt(ens) nullatenus alloqui obligan(do) et submitten(do), coram Vorst, Broecke, januarii viia., 1608.

 

Hierbij een akte met vermelding van Claudius Masquelier (man van Emerentiana Van Lantrop).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7497, folio 116v., akte dd. 28 januari 1605.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Damiaen De Coster ende Maria Lavaerts, zijn(e) huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Wesemael, ydem p(er) mo(nitionem) hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) huys en(de) hoff, gelegen tot Wesemael in dEecke tusschen sh(ee)ren goet van Wesemael in deen(e), die Ridderstraete ter ande(re) en(de) de Eeckstraete ter iiie., exp(osito) imp(ositus) est s(ieu)r Glaude Masquelier ind(en) naeme en(de) tot behoeff des h(ee)ren van Wesemael et sat(is) indivis(im) et war(as) op acht capp(uynen) en(de) xive. penn(ingen) jaerbeede ende op vier rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) aen Isack Van(den) Panhuyse, wel(cke) chijnsen en(de) renten den h(ee)re sal moeten draeghen en(de) betaelen van(den) jaer 1604 en(de) voortaen(e) met conditien dat die voors(chreven) opdraege(re) tot haeren costen sullen mlogen affbreecken een(e) schuere, opden sel(ven) gront staen(de), en(de) amoveren en(de) stellen elders op zeke(re) erve, gelegen onder Wesemael daert hem believen sal, vercleren(de) die voors(chreven) s(ieu)r Glaude en(de) de v(er)cooperen hinc inde den rechtveerdighen coop boven die voors(chreve) lasten te zijn(e) hondert ende sessentwintich rinsg(u)l(dens) eens, daeraff zij cooperen hen bekinnen v(er)nueght en(de) voldaen te zijn, tanqua(m) prout iure, coram Liebrechts, Rivieren, januarii xxviiia., 1605.

 

Hierbij nog een akte met vermelding van Claudius Masquelier (man van Emerentiana Van Lantrop), dit met dezelfde datum als de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7497 folio 117r., akte dd. 28 januari 1605.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Barbara en(de) Maria Lavaerts, gesusteren, huysvrouwen Godevaerts Vrolijck en(de) Damiaen De Costere, haere mans en(de) momboirs, met consente, overstaen(e) en(de) authorisa(ti)e van(de) sel(ve), hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een cleyn erve, gelegen tot Wesemael inde Eeckt, daer hier voortijden placht op te staen een huys tusschen die goeden des h(ee)ren van Wesemael in deene, de Lemmerstraete ter andere, Marie Ingels ter iiie., exp(osito) imp(ositus) est s(ieu)r Glaude Masquelier ind(en) naeme en(de) tot behoeff van mijn(en) h(ee)re van Wesemael et sat(is) ind(ivisim) et war(as) voor ombelast, tanqua(m) prout iure, verclerende hinc inde den rechtveerdighen coop te wesen twelff rinsg(u)l(dens) eens, coram eisd(em).

 

Hierbij nog een akte met vermelding van Claudius Masquelier (man van Emerentiana Van Lantrop), ditmaal als rentmeester en kerkmeester van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7497, folio 138r., akte dd. 7 maart 1605.

Item s(ieu)r Glaude Masquelier als rentm(eeste)r en(de) kerckm(eeste)r der kercken van Wesemael en(de) geco(mm)itteerde der sel(ve), in p(rese)ntia, heeft bekindt en(de) bekindt midts desen aen hem ind(er) qua(litey)t voors(chreven) gelost en(de) affgequeten te zijn bij m(eeste)r Geeraert Boels twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), te quytten den penn(inck) xviiie., metten vollen pacht daervoor personelijcken voor schepen(en) van Loven den ixe. april(is) 1574 in med(i)a, Cath(elij)ne Ackermans dochter wijlen Henricx scheldende alsoo den voors(chreven) m(eeste)r Geeraert Boels en(de) alle ande(re) des(en) behoeven(de), daeraff volcomel(ijck) quytte, promitt(ens) nullatenus alloqui sed semp(er) sat(is) erga quoscunq(ue) prout, coram Liebrechts, Rivieren, martii viia., 1605.

 

Hierbij nog een akte met vermelding van Claudius Masquelier (man van Emerentiana Van Lantrop), ditmaal als rentmeester van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7497, folio 174r., akte dd. 16 mei 1605.

Item Jan Michiels, woonen(de) tot Werchter, heeft hem gestelt cautionaris en(de) borge als principael voor Henrick Michiels, zijn(en) broeder, voor tvoldoen en(de) het volbringhen van allen en(de) iege(lijcke) geloeften en(de) conditien, soo van jaerl(ijcxe) betaelin(ge) als anderss(in)ts, begrepen in zeke(re) conditie oft pachtin(ge), bijden sel(ven) Henrick gedaen en(de) aengegaen met Glaude Masquelier als rentm(eeste)r van(de) kercke van Wesemael van zeeckere huysen, landen, bempden en(de) bosschen, de voors(chreve) kercke van Wesemael toebehooren(de), geleghen tot Werchtere voors(chreven), geheeten Vosberghen, berustende onder den voors(chreven) Masquelier, obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, van wel(cke) borchtochte die voors(chreven) Henrick geloeft zijn(en) borge costeloos en(de) schaedeloos tontheffven en(de) indempneren, ende oock soe verre den voors(chreven) Masquelier gelieft anderen borghe voor des voors(chreven) is te stellen, onder obliga(ti)e, submissie ende renun(tiatie) voors(chreven), coram Beringhen, Liebrechts, maii xvia., 1605.

 

Claudius Masquelier (x Emerentiana Van Lantrop), inwoner van Leuven, emancipeert zijn kinderen Joannes en Elisabetha. Dochter Anna werd niet in de akte vermeld omdat ze al gehuwd was en dus als het ware reeds ontvoogd was.

S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7495, folio 27r., akte dd. 30 augustus 1603.

Item Claudius Masquelier, co(m)moran(s) Lovanii, in

p(rese)ntia, etc(etera), eman(cipavit) Jo(hann)em et Elisabetam Masquelier,

suas proles, a pane suo modo debito et consueto,

quo facto S. Pouillon recond(uxi)t, coram Borcht,

Liebrechts, augusti penult(ima) 1603.

 

Hierbij een akte met vermelding van Claudius (x Emerentiana Van Lantrop).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7495, folio 68r., akte dd. 8 november 1603.

Item, in p(rese)ntia, etc(etera), gestaen Henrick Van Bierbeeck sone wijlen Jans, jo(uffrouw)e Geertruydt Van Bierbeeck, suster des voors(chreven) Henricx, Alexander Nijns als man en(de) momboir van Marie De Muysere, daer moeder aff was wijlen Anna Van Bierbeeck, hen indivisim sterckmaecken(de) voor dandere hunne medeerffgen(aemen), absent wesen(de), hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) vier halsteren rogs erffel(ijcke) rente, staen(de) gehypothiceert op zeke(re) gronden van erffven, gelegen onder Wesemaele, volgen(de) die brieven daeraff zijn(de) in date ... [n.v.], eertijts toebehoort hebben(de) Marie V(er)cauteren, mette v(er)loopen van dijen, v(er)schenen tzedert den jaere 1578 tot noch toe, exp(osito) imp(ositus) est s(ieu)r Glaude Masquelier, woonen(de) bynnen des(er) stadt van Loven, ind(en) naem van alsul(cke) persoon als hij naemaels sal mogen nomineren ende dat midts bij hem aen(de) voors(chreve) opdraegeren betaelen(de) veertich rinsg(u)l(dens) eens, p(er) mo(nitionem) et satis die voors(chreve) opdraege(ren) obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et war(as) voor een(e) goede, ombelaste oft onverthierde rinte prout, v(er)cleren(de) voorts de voors(chreve) opdraege(ren) derffbrieven der sel(ver) rente nyet onder te hebben, maer soo haest zij die sel(ve) sullen gevonden hebben, die te leveren den voors(chreven) Masquelier oft andere geactioneerde, coram Borcht, Vorst, novemb(ris) viiia., 1603

 

Nog maar eens Claudius Masquelier als rentmeester van de baanderij van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7495, folio 95r., akte dd. 19 december 1603.

Item h(ee)r Jan Rosa, licen(tiaet) ind(er) h(eyliger) godtheyt, prior, en(de) h(ee)r Willem Bosmans, procurator ende rentm(eeste)re, respective des goidtshuys vande Predickheeren bynnen Loven, in p(rese)ntia, etc(etera), hebben gecedeert en(de) getransporteert aen(de) s(ieu)r Glaude Masquelier, rentm(eeste)r der baenderije van Wesemael, p(rese)nt en(de) tsel(ve) accepteren(de), twelff carol(us) gul(den)s erffel(ijcke) rente, vallen(de) jaerl(ijcx) den xvien. feb(rua)ry en(de) daervore met schepen(en) brieven van Loven in date des xvie. feb(rua)ry 1559 in secunda p(er)sonel(ijck) v(er)bonden staet Jan Van Lantrop volgen(de) den bescheede en(de) die brieven daeraff zijn(de) van gelijcker date als boven, die wel(cke) nyet en sijn vintbaer, geloven(de) die sel(ven) over te leveren alsmen die sal connen becomen, cederen(de) dijen volgen(de) tot behoeff als boven die constitutie brieven daeraff zijn(de) met alle en(de) iegewel(cke) geloeften, inde sel(ve) brieven begrepen, ten sel(ven) rechte met alle en(de) iegewel(cke) v(er)loopen en(de) achterstellen ende dat bij maniere van quyttinghe et sat(is) die voirs(chreve) transporta(n)ten obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando), etc(etera), et war(as) voor een(e) goede en(de) ongetransporteerde rente prout, ccoram Borch, Liebrechts, decemb(ris) xixa., 1603. 

 

In de akte maakt men melding van Artus (Arnoldus) Van Lantrop, zoon van Hubertus, alsmede van Claudius Masquelier en zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7495, folio 92r., akte dd. 17 december 1603.

Allen den genen die dese l(ette)ren sullen sien oft hooren lesen, saluyt, wij Schore, Duffle, Liebrechts, Rivieren, schepen(en) te Loven(en), doen condt met kennisse der waerheyt dat alsoo Artus Van Lantrop sone wijlen Huybrechts met vonnisse der schepen(en) van Loven opden iiiien. octob(er) 1603 gecond(ioneer)t es aen s(ieu)r Glaude Masquelier als man en(de) momboir van jo(uffrouw)e Emerentia Van Lantrop dochter wijlen Jans costeloos ende schaedeloos te garanderen en(de) te indempneren van eene rente van twelff rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), bij die van(den) goidtshuyse van(de) Predickheeren bynnen deser stadt Loven den voors(chreven) Masquelier in rechte geheyscht ende dijen volgende zijn den sel(ven) Masquelier opden xxiien. octob(er) 1603 voors(chreven) v(er)leent geweest zeecke(re) deser stadt opene brieven van mainmise opde goeden van(den) voors(chreven) Artus Van Lantrop, gelegen tot Rotselaer, om zijn wettich gebreck metten costen en(de) commeren van dijen daeraene te moghen v(er)haelen ende namentl(ijck) opde goeden naerbes(chreven), als te weten(e) ierst huys en(de) hoff met een block daeraen geleghen en(de) een(en) boomgaert met een cleyn stucxken landts, al tsamen ombegrepen der maeten, geleghen tusschen sh(ee)ren straete ter ie., die Herbergerstraete ter iie., die goeden des goidtshuys van(de) Twelff Apostelen bynnen Loven ter iiie. en(de) die goeden ... [n.v.] ter iiiie. zijd(en), belast met drij mol(evaten) iii q(ua)rt, ii deelen van een mol(evat) even(e), ii p(ar)t mol(evaten) gerste, iiii d(enieren) Lovens, ii cap(puynen), v st(uyvers) payem(ents), xii d(enieren) boon h(ee)ren chijns, xix mol(evaten) rocx aen(den) H(eyligen) Gheest, drije rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) aen Guillam Van Langendonck en(de) drije rinsg(u)l(dens) aen(de) cappellaenen van S(in)te Peeters bynnen Loven, item noch een boend(er) landts, gelegen tusschen die goeden van h(ee)r Maximiliaen Van(den) Berghe, aertsbisschop van Camerijck ter ie., Bartholomeus V(er)straeten, nu ... [n.v.], ter iie., derffgen(aemen) Thomas Ingels, nu ... [n.v.], ter iiie. zijd(en), belast, item een halff boend(er) bempts, regen(ooten) die Dijle ter ie., den H(eyligen) Gheest van Rotselaer ter ande(re), Glaude Masquelier ter iiie., die voors(chreven) Lantrop ter iiiie. zijd(en), belast op sh(ee)ren chijns en(de) vijff rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) aen(de) kercke van S(in)te Michiels bynnen Loven, item eertijts huys en(de) hoff met allen zijn(e) toebehoorten, gelegen tot Nederhem, met die bempden daeraen geleghen, groot seven dachm(aelen), regen(ooten) het gemeyn broeck ter ie., geheeten de Wed(uw)e Betheleem ter iie., Jan Pauwels ter iiie. en(de) sh(ee)ren straete ter iiiie. zijd(en), belast met ii cap(puynen) vi d(enieren) Loevens, een q(ua)rt van een gans h(ee)ren chijns, twee hal(steren) roghs aen(den) H(eyligen) Gheest, item een(en) bempt achter den Kepper, groot vijff dachm(aelen), regen(ooten) tHellichterbroeck ter ie., Anthonis Van(der) Linden ter iie., de voors(chreven) Anthonis De Kepper ter ande(re) zijd(en), belast met vijff rinsg(u)l(dens) aen S(in)t Moors aultaer bynnen Thienen, item vijff dachm(aelen) bempts ind(en) Deule de Dijle ter ie., den H(eyligen) Geest van Rotselaer ter ande(re) zijd(en), belast met xxvi st(uyvers) ts(iae)rs, zeven mol(evaten), halff even(e), twee mol(evaten) 3 gersten, een halff pont vlasch, drije penn(ingen) Lovens en(de) een ganse chijns, item een halff boend(er) bempts int Schauwbroeck, belast op een halff mol(evat) even(e) en(de) een halff mol(evat) gerste, item een stuck landts en(de) drije dachm(aelen) aent Cloostergat, regen(ooten) sh(ee)ren straete ter ie. en(de) Jan Van(den) Berghe ter ande(re) zijd(en), belast ... [n.v.], item drije vieren(deelen) daerbij gelegen, regen(ooten) den Gruenenwech naer Vrouwenperck, item sesse dachm(aelen) landts aen(den) Lardt geleghen, regen(ooten) Aert De Pelsmaecke(re) ter ie., Vander Tommen ter andere, item een halff boend(er) daerbij, regen(ooten) h(ee)r Andries Lippens ter ie., den Gruenenwech ter ande(re) zijd(en), belast met een gans h(ee)ren chijns, item een halff boend(er) landts, beplandt met appelboomen opd(en) Hallenhoff, regen(ooten) sh(ee)ren straete in twee zijd(en), ... [n.v.], belast met een(en) cap(puyn) en(de) iii q(ua)rt en(de) vii d(enieren) Lovens en(de) x st(uyvers), item drije vieren(deelen) landts, gelegen tegen over de Scambraeck, regen(ooten) sh(ee)ren straete ter ie. ende Henrick Loycx ter ande(re) zijd(en), op sh(ee)ren chijns van(den) gronde, ende Michiel Baerts, bode deser stadt, hebben(de) naer v(er)moghen van(de) voors(chreve) brieven van mainmise en(de) zijn(e) commissie allen die voors(chreve) goeden in zijne als in ons genaedichs h(ee)ren des hertoghen van Brabant en(de) des(er) stadt handen genomen tot behoeff des voors(chreven) Masqueliers en(de) den sel(ven) insgelijcx daertoe geleydt, ende die wettighe conde daeraff gedaen te hebben aen(de) officiers van(de) plaetsen om zijn(e) pon(penn(ingen) te preserveren ende ingevalle van oppositien gedaecht te hebben den voors(chreven) Artus Van Lantrop volgen(de) den relaese, opden rugge van(de) voors(chreve) brieven van mainmise gestelt en(de) bijden voors(chreven) Michiel Baerts gedaen ten eynde hij ingevalle van oppositie soude comen voor schepen(en) van Loven voors(chreven) teenen seeckeren nu overleden(en) daeghe ende alsoo ten daeghe dienen(de), wesen(de) den iiiien. novemb(er) 1603 lestleden, nyet en es geco(m)pareert, soo sijn opden viiien. novemb(er) 1603 daernaer die voors(chreve) brieven van mainmise des imp(etran)ts bij schepen(en) van Loven midts non comparitie des gedaechde gedecreteert en(de) v(er)claert executoriael ende vuyt crachte van welcken vonnisse zijn den voors(chreven) Glaude Masquelier v(er)leent geweest des(er) stadt brieven van proclamatien, addresseren(de) aen(den) iersten des(er) stadt boden daerop v(er)socht zijn(de) om voor tvoors(chreven) gebreck die voors(chreve) goeden te moghen v(er)coopen, die wel(cke) naer teneur van(de) sel(ve) brieven en(de) soo naer vuytwijsen vande provisie des(er) stadt als vore v(er)leent behoorl(ijck) bij Michiel Baerts, bode des(er) voors(chreve) stadt, ter behoorl(ijcker) executie gestelt geweest, hebben(de) die voors(chreve) proclamatie met behoorl(ijcke) billetten, innehouden(de) specifica(ti)e van(de) goeden en(de) designa(ti)e van(de) plaetsen en(de) tijd(en), waer en(de) wanneer datmen die voors(chreve) goeden v(er)coopen zoude, aen(de) kerckddore des voors(chreven) dorps van Rotselaer, waeronder die voors(chreve) goeden geleghen zijn, soo dat dijen achtervolgen(de) van(de) voors(chreve) goeden den iersten sitdaeghhe gehouden es opden xixen. dach der maent van novemb(er) 1603 tot Rotselaer voors(chreven) ten huyse Jans Van(den) Panhuyse, meyer van Rotselaer, ende den tweeden sitdaeghe opden iiien. decemb(er) anno voors(chreven) alhier tot Loven inden Moriaen en(de) dat naer v(er)moghen en(de) den consente van mijn(e) heeren schepen(en) den voors(chreven) imp(etran)t gegeven, blijcken(de) van(den) sel(ven) consente, wesen(de) van(der) daet novemb(ris) xxix., 1603 voors(chreven), ond(erteeken)t bijden secret(aris) Vileers, alhier gesien ende gebleken, ende de voors(chreve) goeden metten vuytgaen(e) van(de) branden(de) keerssen gebleven den voors(chreven) h(ee)r Glaude Masquelier om en(de) voor die somme van twee hondert en(de) vijftich rinsg(u)l(dens) eens ende is hem bijd(en) voors(chreven) Michiel Baerts, bode, den slach daerop gegeven, ende dat al naer v(er)mogen der conditien en(de) voorweerden daervan gehouden en(de) onder den clerck Cranebroeck berusten(de), doen condt en(de) te wetene dat bij ons schepen(en) int lange oversien zijn(de) die voors(chreve) procedueren, exploicten en(de) tghene des daervuyt dependeert en(de) naergevolght is ende procederen(de) alsoo totter interpositie van(den) decrete, hebben wij schepen(en) ter manissen des meyers van Loven daerover staen(de) van heerheyden van weghen des hertoghen van Brab(an)t bij onsen vonnisse geauthoriseert en(de) authoriseren midts desen die voors(chreve) exploicten, kerckgeboden, proclamatien en(de) v(er)coopinghen en(de) allen tgene des in desen bijd(en) voors(chreven) respective bode vuyt crachte van(de) voors(chreve) commissie is gedaen geweest ende voorts tegen die voors(chreve) gedaechde deffault ende contumacie geven(de), ende voor tproffijt van dijen hem van alsul(cken) recht en(de) actie als hem nu oft naemaels soude totte voors(chreve) goeden moeghen competeren, v(er)steecken(de), aenwijsen midts desen den voors(chreven) Glaude Masquelier als leste v(er)dierdere om die sel(ve) goeden bij hem, zijnen erffven en(de) naercomelin(gen) oft actie van hem hebben(de), beseten, gebruyckt en(de) gepossideert te wordden als hunne eygene en(de) propre goeden, ende is dijen volgen(de) die voors(chreven) Glaude Masquelier bijden voors(chreven) meyere van Loven van weghen als vore met vonnisse van ons schepen(en) voors(chreven) inde voors(chreve) goeden gegoet en(de) geerft met alle solemniteyten daertoe gerequireert, act(um) decemb(ris) xviia., 1603.

 

Hierbij weer een akte met vermelding van Arnoldus (Artus) Van Lantrop en Claudius Masqueler. De akte verwijst naar de acte van evictie dd. 17 december 1603 waarbij goederen van Arnoldus Van Lantrop in beslag werden genomen en openbaar verkocht. Ik vond het al maar raar, gezien Claudius Masquelier via zijn vrouw Emerentiana Van Lantrop familie is van Arnoldus Van Lantrop. Maar blijkbaar kreeg Claudius Masquelier toch wat wroeging, want met de onderstaande akte van 17 april 1604 sluit Claudius Masquelier een akkoord met Arnoldus Van Lantrop.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7495, folio 164r., akte dd. 17 april 1604.

Condt en(de) kennel(ijck) zij eeneneniegel(ijcken) dat in tegenwoordich(eyt) der schepen(en) van Loven naerbes(chreve) gestaen Claude Masquelier ter eenre en(de) jo(ncke)r Artus Van Lantrop ter andere zijd(en) en(de) hebben v(er)claert, te weten ierst die voors(chreven) Masquelier hoe dat hij door crachte van decrete en(de) brieven van mainmise, hem v(er)leent opde goeden des voors(chreven) jo(ncke)r Aerdt Van A Lantrop, hiernae gespecificeert, ende nae v(er)moghen van(de) sel(ve) mainmise, zijn(de) bij Michiel Baerts, bode der sel(ve) stadt Loven, geobserveert geweest allen die solempniteyten daertoe gerequireert en(de) naergevolght, wettel(ijcke) conde gedan, sitdagen gehouden nae doude hercomen en(de) anderss(in)ts soo dat de voors(chreven) Claude Masquelier als leste v(er)dierder van(de) naerbes(chreve) goeden is opden xviien. decemb(ris) lestled(en) 1603 in alle die p(ar)cheelen naerbes(chreven) gewesen en(de) daerinne gegoet en(de) geerft voor hem en(de) zijn(e) naercomelin(gen), alsoo en(de) gel(ijck) die voors(chreven) jo(ncke)r Aerdt van Lantrop, alhier p(rese)nt, bekinde en(de) houde voor warachtich des nyetegenstaen(de) de voors(chreven) Masquelier begeren(de) en(de) zoucken(de) vrientschap en(de) meynschap te houden met die voors(chreven) jo(ncke)r Aerdt Van Lantrop als wesen(de) neve van zijnd(er) huysvr(ouw)e en(de) anderss(in)ts v(er)claert hij Masquelier te vrede en(de) hem content te houden en(de) alleenel(ijck) reserveert tot zijn(en) behoeff bij titule, crachte en(de) vigeur, gel(ijck) die voors(chreve) goedinghe, opden voors(chreven) xviien. decemb(ris) 1603 gedaen en(de) gepass(eer)t is met die drij naevolgen(de) parcheelen, te weten ierst een stuck landts van drije dach(maelen) meer oft min onbegrepen der maeten, gelegen tot Rotselaer aen Cloostergat, ter plaetsen geheeten den Vuelle Houcken, regen(ooten) Anneken De Pelsmaecke(re) ter ie., shee(ren) straete ter iie., jo(ncke)r Dermonde ter iiie., ... [n.v.], item noch een stuck landts, groot ontrent seven dachm(aelen) onbegrepen der maeten, gelegen opt Rotselaeren Velt, regen(ooten) den Waterdijck ter ie., jo(ncke)r Dermonde ter iie., Mathijs V(er)elst al(ia)s Wouters ter iiie., Peeter V(er)beeck ter iiiie., item een halff boend(er) landts, beplandt met appelboomen, gelegen opden Hallenhoff oft Meullevelt tot Rotselaer, regen(ooten) sh(ee)ren straete in twee zijd(en), Jans Van Haecht ter iiie., Wouter De Keyser ter iiie., ende aengaen(de) een huys en(de) hoff met een block daeraen geleghen, en(de) een(en) boomgaert met een cleyn stuck landts, altsamen onbegrepen der maeten, gelegen tusschen sh(ee)ren straete ter ie., de Herbergerstrate ter iie., de goeden des goidtshuys van(de) XII Apostelen bynnen Loven ter iiie. en(de) de goeden ... [n.v.], item van een halff boend(er) bempts, regen(ooten) die Dijle ter ie., den H(eyligen) Geest van Rotselaer ter ande(re), item van eertijts huys en(de) hoff met allen zijnen toebehoorten, geleghen tot Nederhem, met alle die bempden daeraen gelegen, groot seven dachm(aelen), regen(ooten) het gemeyn broeck, geheeten de Wed(uw)e, ter ie., Bethleem ter iie., sh(ee)ren straete ter iiie., item van een(en) bempt achter de Kepper, groot vijff dach(maelen), regen(ooten) tHellichterbroeck ter ie., Anthoine Van(der) Linden ter iie., Anthoine De Kepper ter iiie., item vijff dachm(aelen) bempde inde Dulle, regen(ooten) die Dijle ter ie., den G(eyligen) (!) Gheest van Rotselaer ter andere, item een halff boend(er) bempt int Schauwebroeck ende van drij vierendeel landts, gelegen tegen over de Scambroeck, regen(ooten) sh(ee)ren straete ter ie. en(de) Henrick Loycx ter ande(re) zijd(en), alle wel(cke) p(ar)cheelen, gel(ijck) die voors(chreve) drij zijn(de) begrepen ind(er) voors(chreve) goedinghen, opden xviien. decemb(ris) gepass(eer)t, van(de) wel(cke), behoudelijck die voorgen(oempde) drij stucken, de voors(chreven) Masquelier heeft renuncieert en(de) overgegeven, renuntieert en(de) geeft over midts desen tot behoeff van(den) voors(chreven) jo(ncke)r Aerdt Van Landtrop en(de) zijne naercomelin(gen) in alder vueghen en(de) manieren gel(ijck) die hem waren co(m)peteren(de) en(de) toebehooren(de) voor die voors(chreve) mainmise en(de) goedinghe opde sel(ve) lasten en(de) co(m)meren, gel(ijck) en(de) alsoo desel(ve) p(ar)cheelen belast waeren voorden dach van(de) voors(chreve) goedinghen, alsoo dat de voors(chreven) Masquelier, vuyt crachte en(de) vigeur van(de) voors(chreve) goedinghen van mainmise gedaen, alleenel(ijck) behouden opd(en) last van(den) chijns, inde voors(cchreve) goedinge gespecificeert, op conditien nochtans en(de) wel v(er)staen(de) dat hij Masquelier sal gehouden en(de) schuldich zijn de voors(chrerven) jo(ncke)r Aerdt Van Landtrop te garanderen en(de) indemneren, ierste van een(e) rente van xii rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), eertijts aent goidtshuys van(de) Predickhee(ren) van Loven bekindt, nu toebehooren(de) den voors(chreven) Masquelier, en(de) van een ande(re) rente van vijff rinsg(u)l(dens) ts(iae)rs aen(de) huysarmen van S(in)te Machiels bynnen Loven, beyde te quytten den penn(inck) xviiie., en(de) van allen die achterstellen van(de) voors(chreve) rinten v(er)achtert, te weten van xii rinsg(u)l(dens) van(den) jae(re) 1577 en(de) van(de) vijff rinsg(u)l(dens) van(den) jae(re) 1579 tot datum des(er), insgel(ijcx) van alle die costen van(de) proceduren, mainmise, sitdach en(de) anderss(in)ts, waeraff die voors(chreven) jo(ncke)r Aerdt Van Lantrop zeer en(de) wel te vreden wesen(de), consenteert, accepteert en(de) accordeert allen tgene voors(chreven) is, daertegens te doen(e) maer dat die voors(chreven) Masquelier de voors(chreve) drije p(ar)chelen sullen volghen ind(er) manieren voors(chreven), beloven(de) nemmermeer in geender manieren daer tegens te doene, maer die te houden voor vast, obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) hinc inde in forma, coram Beringhen, Liebrechts, april(is) xviia., 1604.

  

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom